Tagarchief: bidden

De zegen van het vasten

Standaard

Categorie : Religie

 

 

 

 

 

De zegen van het vasten

 

In Handelingen 13:2 en 3 en 14:23 wordt over het vasten geschreven. Wordt van ons ook verwacht dat we als christenen regelmatig vasten? Wat leert de Bijbel ons hierover? 

 

Antwoord:

 

Matteüs 6:16-18

 

16 En als jullie een dag niets eten om je op God te richten, laat dat dan niet aan de mensen merken. De schijnheilige mensen laten dat wél aan iedereen zien. Ze zetten een heel somber gezicht op, kammen hun haar niet en wassen hun gezicht niet, zodat iedereen het weet. Luister goed! Ik zeg jullie dat ze hun hele beloning al hebben gekregen. 17 Maar jullie zeg Ik: als jullie niets eten om je op God te richten, kam dan gewoon je haar en was gewoon je gezicht. 18 Dan weten de mensen het niet, maar alleen jullie Vader weet het, want Hij ziet de verborgen dingen. En Hij zal jullie er openlijk voor belonen.”

 

 

Matteüs 9:14-17

 

14 Toen kwamen de leerlingen van Johannes naar Hem toe. Ze vroegen: “Wij en de Farizeeërs slaan op sommige dagen het eten over. Waarom doen úw leerlingen dat niet?” 15 Jezus zei tegen hen: “Hoe kunnen de gasten op een bruiloftsfeest verdrietig zijn? Ze zijn gekomen om met de bruidegom feest te vieren! Maar er zal een tijd komen dat de Bruidegom niet meer bij hen is. Dán zullen ze niets eten.”16 Hij vertelde hun een voorbeeld om het uit te leggen: “Niemand gebruikt een nieuwe lap om een oud kledingstuk te repareren. Want de opgenaaide lap zal krimpen en een scheur trekken in het kledingstuk. Dan is het gat nog groter geworden. 17 Ook doe je nieuwe wijn niet in oude wijnzakken. Want de wijnzakken zullen barsten door het gisten van de wijn. Dan loopt de wijn weg en de zakken zijn kapot. Maar nieuwe wijn doe je in nieuwe wijnzakken. Dan blijft de wijn bewaard en de zakken blijven heel.”

 

 

Jesaja 58:1-9

 

1 De Heer zei tegen mij: “Roep zo hard als je kan. Houd je niet in. Roep met een stem zo luid als een trompet naar mijn volk Israël wat ze allemaal voor slechte dingen doen. Vertel hun hoe slecht ze zijn. 2 Elke dag komen ze bij Mij. Ze lijken ernaar te verlangen Mij te kennen. Ze vragen Mij om goed voor hen te zijn omdat ze vinden dat ze daar recht op hebben. Ze lijken graag bij Mij te willen zijn. 3 En ze zeggen verbaasd: ‘We slaan op vaste dagen het eten over, maar U ziet het niet eens. We doen moeite voor U, maar U let er niet op!’

Maar Ik zeg tegen mijn volk: Op de dagen dat jullie het eten overslaan, doen jullie gewoon waar jullie zin in hebben in plaats van dat jullie spijt hebben van jullie slechtheid. Ook zetten jullie je arbeiders gewoon aan het werk in plaats van dat jullie hun vrij geven zoals de wet zegt. 4 In de tijd dat jullie niet eten, maken jullie ruzie met elkaar en vechten jullie. Zo heb Ik het niet bedoeld. Daarom luister Ik niet naar jullie gebeden. 5 Heb Ík soms tegen jullie gezegd dat jullie de hele dag je hoofd moeten laten hangen? Dat jullie rouwkleren moeten dragen en op as moeten slapen? Moet Ik dáár blij mee zijn?

6 Als jullie Mij werkelijk willen dienen, zorg dan voor rechtvaardigheid in het land. Haal het juk waaronder de mensen gebukt gaan, van hun schouders af. Laat de verdrukte mensen vrij. Verbreek elk juk. 7 Geef eten aan de mensen die honger hebben. Geef onderdak aan vluchtelingen. Geef kleren aan de mensen die geen kleren hebben. Wees goed voor je volksgenoten. 8 Dán zal het goed met jullie gaan. Dan zal de zon weer in jullie leven opgaan. Dan zal alle ellende snel voorbij zijn. Mijn goedheid zal voor jullie uit gaan. Mijn macht en majesteit zal jullie beschermen. 9 Als jullie Mij dán roepen, zal Ik jullie antwoorden. Als jullie om hulp schreeuwen, zal Ik zeggen: ‘Kijk, IK BEN!’ Stop met elkaar te verdrukken, te beschuldigen en leugens over elkaar te vertellen.

 

 

 

 

In Matteüs 6:16-18, 9:14-17 en Jesaja 58:1-9 vinden we enkele gedeelten die ook over het vasten gaan. Deze gedeelten laten ons zien, dat het vasten niet uit een plichtsgevoel moet voortkomen, maar veel meer vanuit het hart. Het vasten komt trouwens niet alleen bij het Joodse volk en onder christenen voor. Ook heidense volkeren kennen het vasten (bijvoorbeeld Ninevé, Jona 3:5-10). Het ‘vasten’ wordt in het Oude Testament ook wel ‘verootmoedigen’ genoemd. Er zijn voor Israël twee momenten van vasten ingesteld, namelijk:
– het vasten op de Grote Verzoendag (Leviticus 16:29-31 en 23:27);
– het vasten v.a. 28 juli/augustus ter gelegenheid van de verwoesting van de tempel.

Alle andere momenten van vasten zijn op vrijwilligheid gebaseerd. Hieronder volgen enkele voorbeelden.

 

 

In het Oude Testament:

 

-Rouwbedrijven (1 Samuël 31:11-13)

 

11 De bewoners van Jabes in Gilead hoorden wat de Filistijnen met Saul hadden gedaan. 12 Toen gingen alle mannen die met wapens konden omgaan naar Bet-San. Ze liepen de hele nacht door en haalden de lichamen van Saul en zijn zonen van de muur af. Daarna gingen ze naar Jabes terug en verbrandden de lichamen daar. 13 Daarna begroeven ze de botten onder de boom van Jabes. Zeven dagen lang aten ze niets omdat ze over hen treurden.

 

– God ernstig zoeken (2 Samuël 12:16-23)

 

16 David bad alle dagen tot God voor het jongetje. Hij at niets en sliep op de grond. 17 Zijn dienaren probeerden hem over te halen om van de grond op te staan. Maar hij wilde niet en wilde ook niet met hen eten. 18 Na zeven dagen stierf het kind. De dienaren durfden het niet aan David te vertellen. Ze zeiden: “Toen het kind nog leefde, wilde David niet naar ons luisteren. Hoe kunnen wij hem dan nu zeggen dat het kind dood is? Hij zou zich iets kunnen aandoen.” 19 David zag dat zijn dienaren met elkaar liepen te fluisteren. Daardoor begreep hij dat het kind was gestorven. Hij vroeg aan zijn dienaren: “Is het kind gestorven?” Ze zeiden: “Ja, heer.” 20 Toen stond David op van de grond, waste zich, verzorgde zich en deed andere kleren aan. Daarna ging hij het heiligdom van de Heer binnen en boog zich neer. Toen ging hij naar huis terug. Hij vroeg om een maaltijd en ging eten.21 Zijn dienaren vroegen hem: “Waarom doet u dit zo? Toen het kind nog leefde, heeft u gehuild en wilde u niet eten. Maar nu het kind is gestorven, staat u op en eet u weer!” 22 Hij antwoordde: “Toen het kind nog leefde, heb ik gehuild en niet gegeten omdat ik hoopte dat de Heer medelijden zou hebben. Ik hoopte dat Hij het kind zou laten leven. 23 Maar nu is het gestorven. Waarom zou ik hier dan nog mee doorgaan? Ik kan het kind er toch niet mee uit de dood terug krijgen. Ik zal wel naar hem toe gaan, maar het kind komt niet meer naar mij.”

 

 

– Gods redding, hulp zoeken (2 Kronieken 20:1-4)

 

1 Op een keer werd het land aangevallen door de Moabieten, Ammonieten en nog anderen. 2 Josafat kreeg het bericht: “We worden aangevallen door een heel groot leger van de overkant van de zee, uit Aram. Ze zijn al in Hazezon Tamar (dat is Engedi).” 3 Josafat werd bang en besloot de Heer om raad te vragen. Hij zei dat de hele bevolking niet mocht eten, totdat de Heer geantwoord had. 4 Uit alle steden in heel Juda kwamen mensen naar de tempel om de Heer om hulp te vragen. 5 Ze verzamelden zich op het nieuwe buitenplein van de tempel van de Heer.

 

– Gods bescherming zoeken (Esther 4:15-17)

 

15 Ester liet Hatach het volgende antwoord aan Mordechai overbrengen: 16 “Verzamel alle Judeeërs die in de stad Susan wonen. Eet en drink drie dagen en nachten niet. Ook ik en mijn dienaressen zullen drie dagen en nachten niet eten en drinken. Daarna zal ik naar de koning gaan, ook al heeft hij dat verboden. Sterf ik, dan is het niet anders.”17 Mordechai vertrok en deed wat Ester hem had gevraagd.

 

 

– Gods vergeving zoeken (Daniël 9:1-4)

 

1 Darius, de zoon van koning Ahasveros uit Medië, werd koning van de Babyloniërs gemaakt. 2 Toen hij nog maar pas koning was, begreep ik op een dag uit de Boeken dat de Heer tegen de profeet Jeremia gezegd had, dat Jeruzalem 70 jaar lang in puin zou liggen. En ik zag dat die 70 jaren nu bijna voorbij waren. 3 Ik begon daarover tot de Heer te bidden en te smeken. Ik at niet en droeg rouwkleren. 4 Ik bad tot mijn Heer God en ik vertelde Hem over de schuld van mijn volk. Ik zei: “Heer, grote en machtige God, U bent trouw aan uw verbond. U bent goed voor de mensen die van U houden en die leven zoals U het wil.

 

 

 

 

In het Nieuwe Testament:

 

– Als voorbereiding op de bediening (Matteüs 4:1-2)

 

1 Daarna stuurde de Heilige Geest Jezus naar de woestijn. Daar moest Jezus door de duivel op de proef worden gesteld. 2 Hij bleef 40 dagen in de woestijn. Al die tijd at Jezus niets. Tenslotte kreeg Hij honger.

 

 

– Goddelijke kracht zoeken (Matteüs 17:19-21)

 

19 Toen de leerlingen met Jezus alleen waren, vroegen ze Hem: “Waarom konden wij die duivelse geest niet uit hem wegjagen?” 20 Hij zei tegen hen: “Doordat jullie geen geloof hadden. Want luister goed! Ik zeg jullie: je geloof hoeft maar zo groot te zijn als een mosterdzaadje. Als je dan tegen deze berg zou zeggen: ‘Ga van hier naar daar,’ dan zal hij daarheen gaan. En niets zal onmogelijk voor je zijn. 21 Maar deze soort wordt alleen verjaagd door mensen die bidden en niets eten om zich op God te richten.”

 

 

– Gods wil zoeken (Handelingen 13:1-3)

 

 

1 In de gemeente in Antiochië waren een paar profeten en leraren. Dat waren Barnabas, Simeon Niger, Lucius van Cyrene, Manaän (Manaän was samen met koning Herodes opgegroeid) en Saulus. 2 Op een dag, toen zij zonder te eten de hele dag aan het bidden waren, zei de Heilige Geest tegen hen: “Ik heb een speciale taak voor Barnabas en Saulus.” 3 Ze baden de hele dag en legden hun daarna de handen op om hen te zegenen voor het werk dat ze gingen doen. Daarna lieten ze hen gaan.

 

 

– Gods zegen zoeken (Handelingen 14:21-23)

 

21 Ook in Derbe vertelden ze het goede nieuws. Ze maakten er een groot aantal leerlingen. Daarna gingen ze terug naar Lystra, Ikonium en Antiochië in Pisidië. 22 Want ze wilden de leerlingen daar aanmoedigen om het geloof vast te houden. En ze vertelden hun dat we allemaal veel moeilijkheden zullen meemaken als we het Koninkrijk van God willen binnengaan. 23 Daarna wezen ze in elke gemeente leiders aan. Ze baden de hele dag, zonder te eten, en vertrouwden hen daarna toe aan de Heer in wie ze geloofden.

 

 

Bij het vasten gaat het niet zozeer om uiterlijke verschijningsvormen, maar veel meer om een innerlijke houding, die in overeenstemming is met onze levenswandel. Er werd in Israël twee keer per week gevast en wel op maandag en donderdag. Er werden op deze dagen openbare Godsdienstoefeningen op straat gehouden. De Farizeeër in Lucas 18:12 was er trots op dat hij tweemaal per week vastte! Het kwam voor dat bij het vasten geen schoenen gedragen werden, de kleren gescheurd werden en dat men as over het hoofd strooide. Een Griekse woordspeling luidde: ‘Onverschijnbaar verschijnt men om te kunnen schijnen’.

Er werd van zonsopgang tot zonsondergang gevast. Bij één dag vasten werd geheel gevast en bij meerdere dagen at men alleen het hoogstnodige. Het vasten en bidden wordt in de Bijbel vaak aan elkaar gekoppeld. Zo lezen we bijvoorbeeld van Hanna dat ze voortdurend in de tempel God diende met vasten en bidden (Lucas 2:37). In het vasten onthoudt men zich onder andere van eten, drinken, alcohol, vermaak en seksuele gemeenschap (1 Korintiërs 7:4-5), kortom, alles wat ons van God af zou kunnen leiden. Gods Woord verplicht christenen dus niet om te vasten, maar wijst ons wel op de zegen om op bepaalde momenten, op vrijwillige basis en wanneer het hart ons dringt, te vasten.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Waarom vraagt Maria de kinderen van Fatima te lijden voor zondaars?

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

 

 

Verschijning aan de herderskinderen

 

Op 13 mei 1917 verschijnt in Fátima, Portugal, een hemelse vrouw aan drie herderskinderen: Francisco Marto, zijn zusje Jacinta, respectievelijk negen en zeven jaar en hun tienjarige nichtje Lucia dos Santos. Ze staat met de voeten op een wolk in de kruin van een eikenboompje, omstraald door een aureool van licht. Dan zegt de vrouw: ‘Wees niet bang. Ik doe je geen kwaad.” Lucia waagt het erop: “Waar komt u vandaan, mevrouw?”
“Ik kom uit de hemel en Ik zal elke maand op de 13e terugkomen. In oktober zal ik zeggen wie ik ben en wat ik verlang.” Een stukje verder in het gesprek vraagt de verschijning:

 

Wil je pijn verdragen voor de bekering van de zondaars om goed te maken wat Onze Lieve Heer en het onbevlekt Hart van Maria allemaal wordt aangedaan?”

De kinderen zeggen dat ze daartoe bereid zijn. “Dan zul je nog heel wat pijn te doorstaan hebben,” zegt de verschijning.

 

Bij het afscheid zegt zij: “Bid elke dag een rozenhoedje voor de vrede op de wereld en de bekering van de zondaars.”

De kleine Francisco Marto zal reeds sterven op 4 april 1919; zijn jongere zusje niet lang daarna: 20 februari 1920. Lucia trad in 1921 in bij de zusters karmelietessen van St-Dorothea als zuster Lúcia de Jesus Santos en in 1948 bij de Karmel van St-Theresia in Coimbra. Zij was in 1982 en 1997 gids van paus Johannes Paulus II bij zijn bezoek aan Fátima.

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Het lijden van de Heer Jezus Christus

 

 

De Heer Jezus stierf als een Martelaar

 

Jezus’ dood betekent veel meer dan dat. Het woord ‘martelaar’ betekent ‘getuige’ en wordt normaal gesproken gebruikt voor een trouwe getuige die sterft om zijn of haar getuigenis. Dit geldt zeker voor Christus. Hij was de ‘getrouwe en waarachtige Getuige’ (Openb. 3:14) en was ‘gehoorzaam geworden, tot de dood van het kruis’ (Fil. 2:8). Zijn dood had ook een fundamentele betekenis voor anderen, en was veel meer dan alleen de dood van een trouwe Martelaar.

 

 

Werd Hij ter dood gebracht of legde Hij Zijn leven af?

 

Beide zijn  waar. De mensen deden al het nodige om Hem ter dood te brengen; ze kruisigden Hem, wat hen tot Zijn moordenaars maakte (Hand. 2:23). Dit is de kant van de verantwoordelijkheid van de mens. Tegelijkertijd echter legde Christus Zijn leven vrijwillig af (Joh. 10:11, 15, 17, 18). We lezen ook: ‘Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest’ (of: gaf de geest over; Joh. 19:30). Dit is de kant van Zijn goddelijke macht en liefde.

 

 

Waarom is de Heer Jezus gestorven?

 

Dit thema is zo wonderbaarlijk dat een kort antwoord bijna onmogelijk is. Christus stierf om Zijn uiterste gehoorzaamheid aan God te laten zien, om God te verheerlijken met betrekking tot de zonde, om de Vader te verheerlijken door Zijn liefde bekend te maken, om de mensheid te redden van de erfzonde, om Satan definitief te verslaan en om God in staat te stellen de goddelozen te rechtvaardigen na bekering. Hij stierf om redding en geluk te brengen aan de mensheid, die van God was weggelopen.

 

 

Heeft de Heer Jezus mijn zonden gedragen?

 

Dat hangt ervan af. Als u in Hem gelooft, als u met uw zonden bij Hem bent gekomen en als u Hem als uw persoonlijke Verlosser heeft aangenomen, dan is het antwoord ‘ja’. Anders ie het neen! Er is geen tussenoplossing! De Heer Jezus heeft ‘onze’ zonden gedragen; dat wil zeggen, de zonden van allen die in Hem geloven (1 Petr. 2:24). Er staat nergens in de Bijbel dat Hij de zonden ‘van iedereen’ heeft gedragen, maar dat Hij de zonden ‘van velen’ heeft gedragen (Jes. 53:12).

 

 

Is de dood van Jezus Christus voldoende voor iedereen om vergeving te ontvangen?

 

Ja. De dood van Christus is voldoende voor iedereen om bij Hem te komen, maar alleen degenen die dat ook daadwerkelijk doen zullen daar baat bij hebben (zie vraag 2.6). Het aanbod geldt voor iedereen:

 ‘…God, onze Heiland, Die wil dat alle mensen behouden worden en tot kennis van de
waarheid komen’ (1 Tim. 2:3-4)
 ‘Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken!’ (Joh. 7:37)
 ‘…en laat hij die wil, het water van het leven nemen om niet’ (Op. 22:17).

 

 

Krijgt iedereen vergeving?

 

Vergeving is voor iedereen beschikbaar, maar niet iedereen zal vergeven worden. De voorwaarde voor vergeving is persoonlijk geloven in Christus. In de Bijbel staat:
 ‘… opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft’ (Joh. 3:16)
 ‘Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem’ (Joh. 3:36).

 

 

Wat is verzoening?

 

Het woord ‘verzoening’ of ‘zoenoffer’  komt voor in 1 Johannes 2:2: ‘En Hij is het Zoenoffer voor onze zonden; en niet voor onze zonden alleen, maar ook voor de hele wereld’. Nu, Zijn offer is zo groot en is zo waardevol in de ogen van God, dat Hij op basis hiervan aan iedereen redding kan aanbieden, hoewel niet iedereen dit offer aanneemt.

Onthoud dat God heilig en rechtvaardig is. Om die reden zou elke zondaar geoordeeld en schuldig verklaard worden door Hem. Zonder het werk van Christus aan het kruis zou dit de enig mogelijke uitkomst zijn. Maar dank aan God! Christus is gestorven en werd het Zoenoffer, zodat God in staat is om onbeperkt redding aan te bieden aan iedereen. In dit opzicht heeft Christus Zichzelf gegeven ‘voor allen’ (1 Tim. 2:6). Dat wil zeggen: Zijn genadeaanbod strekt zich uit tot allen die dat wensen!

In Romeinen 3:25 staat een woord dat hieraan gerelateerd is; in deze tekst staat dat God Christus heeft voorgesteld als een ‘middel tot verzoening’ door het geloof in Zijn bloed. Deze term zinspeelt op het deksel van de ark, dat ‘het verzoendeksel’ werd genoemd (Ex. 25-27). De ark stond in de tabernakel, in het heilige der heiligen, en werd een keer per jaar besprenkeld met bloed (Lev. 16:14). Dit illustreert het feit dat de dood van Christus heeft voldaan aan de heilige eisen van God.

 

In het kort: het verzoenende offer van Christus stelt God in staat om onbeperkt redding te
bieden aan alle mensen. Maar het wordt alleen van kracht voor degenen die het in geloof
aannemen.

 

 

Wat betekent plaatsvervanging?

 

Een plaatsvervanger is iemand die uw plaats inneemt. Aan het kruis heeft Christus de plaats ingenomen van degenen die in Hem geloven. De Rechtvaardige heeft geleden voor de onrechtvaardigen (1 Petr. 3:18). Hij heeft ‘onze’ zonden gedragen (Jes. 53:12 en 1 Petr. 2:24). Door Zijn striemen zijn wij genezen (1 Petr. 2:24).

 

 

 

 

 

Waarom vraagt Maria de kinderen van Fatima te lijden voor zondaars

 

Enkel wie gelooft in het zoenoffer van Christus, de Zoon van God, op het kruis te Golgotha en wie daarbij aan Hem vergiffenis vraagt van zijn zonden is gered. Door te bidden voor de zonden van anderen kan een persoon nooit gered worden van de hel. Een mens kan enkel zichzelf redden door te geloven in het vergoten bloed van Jezus Christus, niemand kan dat in zijn plaats doen. Geen mens kan door bidden iemand anders eeuwig leven geven. Toch Vraagt Maria aan de kinderen en aan ons om te bidden voor de bekeringen van zondaars.

 

 In Lucas 17: 19 zei Jezus:

UW GELOOF HEEFT U GERED

 

De reden dat Maria opofferingen vraagt aan de kinderen en ons is dat God niet wil dat zielen verloren gaan. Het is een gave die God aan Maria gaf om de maximale redding van de zielen te bekomen. Door het bidden voor zondaars krijgt de Heilige Geest de kans om hun bezoedelde harten binnen te dringen, waardoor er licht voor hen komt in de duisternis. Onschuldige kinderen van hart, die bidden voor de zielen van zondaars, zijn een marteling voor Satan de duivel. Des te meer wij bidden voor de zielen voor schijnbaar verloren zondaars, des te meer kracht de heilige Geest mag aanwenden om Satan en zijn demonen in iemands hart af te blokken. Ten slotte moet die persoon de voorwaarden om eeuwig te verwerven aanvaarden. Wie het niet doet is onherroepelijk verdoemd tot de eeuwige vuurpoel.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

Chaplet of Devine Mercy/Kroontje van Goddelijke Barmhartigheid

Standaard

Categorie: religie/religion

 

 

 

How to pray the Chaplet of Devine Mercy

 

 

 

 

 

 

Hoe het Kroontje van Goddelijke Barmhartigheid bidden

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Meditatie in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Bijbel roept op om te mediteren. In Jozua 1:8, geeft God zijn volk opdracht om dag en nacht over zijn woord te mediteren om gehoorzaam te zijn. De psalmdichter prijst gelukkig wie ” vreugde vindt in de wet van de Heer en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.” (Psalm 1:2).

 

 

candele_20120703_1564393456 meditatie in de bijbel

 

.

Mediteren komt zo’n twintig keer in de Bijbel voor. Het stamt van het Latijnse meditari, dat in de antieke cultuur het woord was voor militaire oefening en training. In de Latijnse Bijbelvertaling is het een vertaling van het He-breeuwse HGH, dat een herhaaldelijk half luid lezen van Gods Woord aanduidt, zoals in Jozua 1:8 en Psalm 1:2. Het was toen gebruikelijk de heilige teksten halfluid te mompelen en door continue herhaling uit het hoofd te leren. In het Grieks werd het vertaald met meletao (zorg dragen voor, aandacht wijden aan, koesteren, beharti-gen). In het Nederlands is de vertaling vaak zoiets als overpeinzen. Meer dan het verstand was bij meditari be-trokken zoals bijv. de adem, de mond, de tong, het verstand, het geheugen en het hart.

De joodse mondelinge traditie is model geworden voor de christelijke persoonlijke overweging van de Bijbeltekst. Deze geestelijke lezing maakte ruim gebruik van de allegorische uitleg, zoals die met name in Alexandrië geleerd werd door Clemens van Alexandrië en Origenes. De christelijke meditatie putte vooral uit de bijbel en was vaak het biddend overwegen van Bijbelteksten. Jezus leerde zijn discipelen het Onzevader bidden. Dit staat centraal in de christelijke gebedspraktijk. Daarnaast hadden en hebben de Psalmen een fundamentele betekenis voor het christelijke gebed. Hoewel Jezus zei dat men tot God de Vader moest bidden, in zijn naam, werd het gebruikelijk om tot Jezus zelf te bidden.

Daarbij speelde het gebed van de blinde Bartimeüs (zie Marcus 10: 48) een grote rol: `Heer Jezus, Zoon van God, ontferm u over mij zondaar’. Dit ‘Jezus-gebed’, is een mantra-gebed, de eindeloze herhaling van een gebedstekst. Het doel is om het rationele denken tot zwijgen te brengen en het hart te openen voor de aanwezigheid van Christus. Het gezamenlijk, liturgisch gebed speelde ook een belangrijke rol. Net als in de joodse traditie van drie-maal daags bidden, werd het in de christelijke kerken een gewoonte om geregeld getijdengebeden te bidden. Daarbij werden psalmen gereciteerd en christelijke hymnen gezongen. De kloosters speelden hierbij een grote rol.

 

 

Clemens van alexandrië

 

 

 

Origenes

 

Een belangrijke geestelijk leider van de kluizenaars was Origenes, die van 185-254 leefde en de catechetenschool in Alexandrië leidde. Later deed hij dat in Caesarea waar hij bij een vervolging gemarteld werd. Hij schreef over het gebed en pleitte voor staande bidden, met opgeheven handen, of, desnoods, zittend, liggend of geknield. Hij gaf als aanwijzing dat men daarbij het hoofd leeg moest maken van alle andere gedachten. Hij bepleitte een ge-wijde plek thuis om te bidden, gericht op het oosten. Daarbij moest men vasten, aalmoezen geven en het doen van gerechtigheid. Op die manier kon het leven `een groot, ononderbroken gebed’ zijn.

Het Bijbellezen en bidden moest minstens driemaal daags gedaan te worden. `De voorkeur moet gegeven wor-den aan ervaringen die optreden door het verheffen van de ziel tot God, gepaard met zelfonderzoek, boven de zichtbare weldaden die de bidders hier en nu te beurt vallen’ . Hij moedigt aan het gebed te beginnen door eerst God te loven, dan te danken voor zijn weldaden, en vervolgens om vergeving voor zonden te vragen. Men mag om grote en hemelse dingen  bidden om vervolgens het gebed af te sluiten met het verheerlijken van God.

Bij de kluizenaars in de woestijn was meditatie en gebed één, zij reciteerden de Psalmen, het Onze vader en het Jezus-gebed terwijl zij handwerk verrichtten. Zij probeerden Paulus’ gebod om onophoudelijk te bidden (1Thess. 5, 17) uit te voeren. Zij kenden naast dit gebed ook het morgen- en avondgebed en de nachtwake. De lezing van de Heilige Schrift deden zij biddend en leerden grote stukken uit het hoofd. De hele dag door prevelden zij gebe-den en noemden dat meditari (Latijn) of (Grieks) meletao.

 

 

OrigenesAdamantius

 

 

Cassianus

 

Cassianus, (365-435) beschrijft hoe de woestijnmonniken leven en denken. Hij gebruikt het woord meditari voor het persoonlijke, ononderbroken gebed. Tijdens het werk reciteert men uit het hoofd een psalm of een schrift-tekst waardoor intriges en boze raadgevingen geen enkele kans krijgen om het hart binnen te dringen. De stille overweging betreft het louter inwendig, woordeloos met God bezig zijn.  In dat ene ogenblik vangt de ziel zoveel op dat dit alle menselijk voelen te boven gaat. De geest drukt zich niet uit in enge, menselijke bewoording, maar wordt door een hemels licht overstraald.

Dikwijls brengt de geest de weldadige vruchten van een vurig gebed voort in onuitsprekelijke vreugde en blijd-schap, zozeer dat ze zelfs kreten doet slaken van onverdraaglijke, onmetelijke blijdschap. Soms echter wordt de ziel gehuld in het geheim van een grote stilte en een diep zwijgen. De plotselinge verlichting doet de stem dan totaal verstommen. De geest geraakt in verrukking en stort zijn verlangens uit bij God. Soms wordt de geest zo hevig getroffen door smart dat er hevige tranen kan vloeien.

Dit vurige gebed kan men bereiken door een kort gebed te bidden, namelijk `God kom mij te hulp; Heer, haast U mij te helpen’ (Ps 69). Door het voortdurend herhalen van deze woorden worden alle andere gedachten tot zwijgen gebracht en bereikt men de door Christus zalig gesproken armoede van geest.

 

 

cassianus07

 

 

 

Evagrius van Pontus

 

Ook Evagrius van Pontus (ca. 345-399) heeft grote invloed gehad op de leer van het gebed. Hij leefde zelf de laat-ste veertien jaar van zijn leven in de woestijn en werd sterk beïnvloed door Origenes. Zijn visie schreef hij in een religieuze verhandeling en  is een vormende factor geweest voor de plaats van het gebed en de meditatie in de kloosters. Het geschrift bestaat uit 153 spreuken, woorden die woestijnvaders spraken tot leerlingen. Het funda-ment om dicht bij God te komen is de beoefening van de deugden die leiden tot vrij zijn van hartstochten en tot liefde. Dit gaat een belangrijke rol spelen in het contemplatieve gebed. Zelfzuchtige begeerten komen tot rust en de zuiverheid van hart wordt gevonden. Dit is volgens Evagrius de voorwaarde om God te zien, (verg. Jezus in de zaligsprekingen).

Het is het fundament waarbij men in de schepping de Schepper zelf ziet. Men komt in de staat van gebed, wat een voortdurende geestesgesteldheid met God is zowel bij het bidden, mediteren als  andere bezigheden. Ook kan men, als God het geeft, God zelf aanschouwen. De kerk noemt dit de contemplatie. Evagrius waarschuwt voor schijngestalten van de contemplatie omdat demonen dit kunnen bewerkstelligen. Hij wijst met nadruk op de noodzaak van geestelijke onderscheiding. De beste voorbereiding voor de contemplatie is het psalmengebed, want dat brengt de geest tot rust. Als de psalmen rustig gereciteerd worden, leiden ze tot het stilzwijgende ge-bed.

 

 

 

 

Augustinus

 

Augustinus (354-430) heeft veel geschreven over het gebed. In zijn boek De grootte van de ziel beschrijft Augustinus zeven niveaus van het zielenleven.

1-3: de biologische, zintuiglijke en vakbekwame capaciteiten van de mens

4: de morele orde met corresponderende deugden of ondeugden

5: de ziel komt tot rust door inkeer in zichzelf

6: het oog van de ziel wordt gereinigd van alle begeerlijkheid

7: de contemplatie, het schouwen van de goddelijke waarheid

 

Augustinus beschrijft het gebed als een opgang tot God, net als Origenes en Evagrius. Bidden volgens Augustinus is het lezen en be-mediteren van Gods Woord in vier fasen:

  • aandachtig luisteren
  • in het geheugen opslaan
  • door nadenken herkauwen
  • door daden uitvoeren.

 

Maar wij moeten boven de meditatie in ons eigen hart uitstijgen naar de contemplatie, een opvlucht naar God zelf toe, die tijdens dit aardse leven gebrekkig blijft, maar toch al een voorsmaak van de eeuwigheid bevat.

 

 

35019431 augustinus

 

 

 

 

 

Benedictus

 

De middeleeuwse kloosters die zich hielden aan de regel van Benedictus (circa 480-550) praktiseerden meditatie in het getijdengebed en in de gezamenlijke of persoonlijke lectio divina. Het getijdengebed hield in dat men zevenmaal per dag en een keer ’s nachts samen kwam in de kapel om hymnen te zingen, Psalmen te reciteren en naar de Schrift te luisteren. Benedictus heeft meerder hoofdstukken in de regel aan het getijdengebed, ofwel het officie, gewijd. Daarin was ook ruimte voor persoonlijk stil gebed. Ook hadden de monniken en nonnen elke dag gelegenheid tot geestelijke lezing, lectio divina.

Men las bij de lectio divina in de bijbel of in boeken van kerkvaders, niet vanwege te verwerven kennis, maar om het persoonlijke geestelijk leven te voeden. Men las met het hart, minder met het hoofd en mediteerde daar per-soonlijk over. Soms mondde de schrift meditatie spontaan uit in gebed en hun gebed mondde soms uit in een eenvoudige concentratie op God. Deze woordeloze liefde voor God noemden ze Contemplatie. Mediteren ge-beurt vanuit de menselijke inspanning, contempleren is een gave van God, die plaats vindt in rust in een sfeer van verwondering en vreugde. De hoogste vormen van contemplatie zijn een vorm van extase.

 

 

Benedictus-fresco

 

 

 

Opkomst van het beeld in de meditatie

 

Vanaf Bernardus van Clairvaux (1090-1153) neemt de betekenis van beelden bij de meditatie toe. Bernardus gaf meer aandacht voor Jezus als mens en gaf er aanleiding toe dat de meditatie zich verdiepte in allerlei details van Jezus’ leven en lijden. Na zijn tijd werd dit versterkt door het gebruik van beeldende kunst, zowel in de getijden-boeken als in het koor van abdijkerken, maar ook in de eigen cel van de monniken en vooral ook de nonnen. Zo ontstond ook het eigen devotiebeeld, vooral om vrome gevoelens op wekken. Deze affectieve vroomheid, ge-voed door zulke meditatievormen, werd soms beschouwd als iets voor beginnelingen, de gevorderden wijdden zich bovendien aan de contemplatie. Er waren ook stromingen die direct door wilden stoten naar het mystieke, beeldloze schouwen.

.

 

 

 

 

The Cloud of Unknowing (De Wolk van niet-weten, 14e eeuw)

 

The cloud of unknowing, een anoniem geschrift dat in Engeland geschreven werd in de 14e eeuw, is een beknopt en praktisch boekje over het contemplatieve gebed. De auteur gaat ervan uit dat om God te ervaren men moet streven naar een “duisternis om je geest, of als het ware, een wolk van niet-weten.” Om dit te doen moet je je hart op God fixeren en al het andere vergeten. De samenhang van meditatie en contemplatie in het voortdurende gebed, zoals deze beleefd was vanaf de tijd van de woestijnkluizenaars, wordt hier doorbroken.

 

 

 

 

Over het algemeen wordt in de hoge middeleeuwen geen scherpe onderscheiding maakte tussen lezing, over-weging, gebed en contemplatie. Het zijn verschillende elementen in een proces, waarbij de hoogste vormen van contemplatie vooral gekenmerkt werden door het genade-karakter ervan. Alleen God geeft wanneer Hij het wil. De mens moet zich daarbij van zijn kant inzetten, ook met zijn inlevingsvermogen (fantasie). Dit laatste werd door Geert Grote benadrukt en speelde een rol in de moderne devotie, vooral in de vorm van een inlevende overwe-ging van het lijden van Jezus.

Deze leidden tot de navolging van Christus. Geert Grote, Floris Radewijns en Gerard Zerbolt van Zutphen droegen veel bij aan de methodische meditatie van de moderne devoten, die veel invloed had en leidde tot meditatie en gebed door leken. Geert Grote gaf een Nederlands getijdenboek uit dat veel gebruikt werd. Het getijdenboek is een verkorte versie van de getijden in de kloosters. Het gaf de leek die lezen kon de mogelijkheid om persoonlijk te bidden en te mediteren.

 

 

Geert Groote

 

 

 

Bewaarde schedels van Geert Grote en Floris Radewijns tentoon gesteld in de Waag.

 

 

 

Geschriften van Gerard Zerbolt

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Waarom God soms zwijgt?

Standaard

categorie : religie

 

 

.

christus

Pasteltekening van John  Astria

 

.

Het zwijgen van God in het Oude Testament

.

Vele gelovigen zullen wel eens of meerdere keren geconfronteerd zijn geweest met het zwijgen van God. Soms zwijgt God, soms blijft het gewoon stil. Het kan misleidend werken wanneer we Bijbelse geschiedenissen of de levensloop van mensen lezen in het Oude Testament, zonder daarbij te letten op de aangegeven leeftijden.

We lezen het verhaal door en alles lijkt mooi op elkaar te volgen. Maar is dat ook zo?  We moeten er rekening mee houden dat er vaak niets of bitter weinig gezegd wordt over heel wat jaren. Zo kende Abraham verschillende perioden in zijn leven waarin God zweeg. God had tot Abraham gesproken in Mesopotamië (Gen. 12:1-3; Hand. 7:2-3). Daarop vertrok Abraham, onder invloed van zijn vader Terach (Gen. 11:31).

Hij strandde echter in Haran, nog niet halverwege (Gen. 11:31; Hand. 7:4). Pas na de dood van zijn vader trok Abraham verder naar het land Kanaän. Pas wanneer hij daar aangekomen is, verschijnt de Here opnieuw aan hem (Gen. 12:7). Vele jaren zaten daartussen, een exacte berekening is niet mogelijk. Daarna volgen er enkele ontmoetingen tussen God en Abraham. Een volgende stilte, van 13 jaar, vinden we na de geboorte van Ismaël.

Abraham was 86 jaar oud toen Ismaël geboren werd (Gen. 16:16). Pas toen Abraham 99 jaar oud was, verscheen de Here opnieuw aan hem (Gen. 17:1). Een ander voorbeeld vinden we bij Isaak en Rebekka. Ze trouwden toen Isaak 40 jaar oud was (Gen. 25:20). Er bleken geen kinderen te komen, hoewel dat voor Isaak en Rebekka ongetwijfeld een van hun voornaamste wensen was. Daarom bad Isaak voor Rebekka, de Here liet zich verbidden en zij werd zwanger (vs. 21).

We lezen dit zomaar in een enkel vers, terwijl hier een periode van twintig jaar overheen gaat. Zijn zonen, Jakob en Esau, werden immers pas geboren toen Isaak 60 jaar oud was (vs. 26). Al die tijd gaf God geen antwoord, maar zweeg. Er zijn nog meer voorbeelden uit het Oude Testament aan te halen. Zo zijn er de 430 jaar dat de nakomelingen van de aartsvaders in Egypte waren (Gen. 12:41). Ook zij kenden de beloften, maar die leken maar niet vervuld te worden.

Wat moeten we met al die keren in het boek Richteren dat er tijden (jaren) van stilte van Gods zijde waren? Ook de psalmdichters David (Ps. 10:1; 13:2; 28:1) en Asaf (Ps. 83:1) spreken over het zwijgen van God. En hoe zat het met de 400 jaar tussen het Oude en het Nieuwe Testament zonder profeten, terwijl ook toen verlangend werd uitgezien naar de Messias? Maar God zweeg.

 

 

 

Het zwijgen van God in het Nieuwe Testament

.

Ook in het Nieuwe Testament komen we perioden tegen dat God zwijgt. Paulus zelf moet zeggen dat hij en zijn medewerkers soms om raad verlegen waren of geen uitweg zagen (2 Kor. 4:8). Dat impliceert dat God kennelijk niet altijd meteen antwoordde. De apostel was soms onrustig, zelfs met een geopende deur van de Heer; en God antwoordde niet meteen (2 Kor. 2:12- 13).

Ook werd hij wel eens gehinderd in zijn bedoelingen om ergens het evangelie te verkondigen, terwijl hij niet wist waarom en zonder dat God hem dat meteen duidelijk maakte (Hand. 16:6-9).

 

 

ic-roepe-ic-claghe_0001-www-cobivanhulst-nl_-e1463663849383

 

.

 

Waarom God soms zwijgt?

.

Wat zouden we toch graag antwoorden willen geven om de redenen van Gods zwijgen te achterhalen, om de wegen van God bloot te leggen en om het handelen van God te begrijpen. Bij sommige van de aangegeven voorbeelden kunnen we dat misschien ook wel. Maar soms is het verstandiger om te zwijgen.

We zouden ons wel eens ernstig kunnen vergissen, zoals de drie vrienden van Job. Ons eigen denken over God, hoe Hij is en hoe Hij handelt, zou immers het antwoord bepalen dat we proberen te geven, zoals dat bij hen het geval was. Echter:

‘Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het woord des Heren. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten’ (Jes. 55:8-9).

.

Uiterste voorzichtigheid is dus geboden.

.

Voor de Bijbelse voorbeelden zouden we ons nog aan enige duiding kunnen wagen. We willen er immers uit leren. Maar wat wanneer wijzelf of mensen uit onze directe omgeving geconfronteerd worden met het zwijgen van God? Dan doen we er vaak het verstandigst aan om traag en voorzichtig te zijn bij het aanwijzen van oorzaken of het trekken van conclusies.

Het is verleidelijk om een Bijbels voorbeeld toe te passen op een actuele situatie, met mogelijke foute conclusies tot gevolg. Het is nederig om te beseffen en te aanvaarden dat Gods denken en handelen, ook in zijn zwijgen, hoger is dan dat van ons. Het is wijsheid om toe te geven dat we God niet altijd begrijpen. Het is verstandig om zelf niet te snel te zijn om te spreken, of gewoon te zwijgen.

 

 

bidden

 

.

 

Enkele voorzichtige adviezen

.

Gods zwijgen kan voorkomen in diverse situaties. Deze adviezen zijn dan ook niet altijd nuttig voor elke situatie:

 

Onderzoek of er in uw leven een oorzaak te vinden is voor Gods zwijgen (vgl. Klaagl. 3:40), zoals wellicht bij Abraham het geval was nadat hij gestrand was in Haran of nadat hij tot Hagar gegaan was. Soms blijft God stil, opdat wij weer naar Hem zouden verlangen en Hem zouden zoeken (vgl. Hos. 5:15).

 

Denk niet dat God niet met u verder wil, het tegendeel blijkt immers in al de geciteerde gevallen. Maar op Gods tijd, want soms zijn we nog niet klaar voor het werk dat Hij ons te doen wil geven en moeten we eerst nog verder gevormd en gevoed worden.

 

Weet en geloof dat God het beste met u voorheeft, Hij houdt van u. God is wijs in al zijn doen, en ook in al zijn laten. Hij beveelt zijn engelen om ons te behoeden op onze wegen (Ps. 91:11), zij worden uitgezonden ten dienste van hen die het heil zullen beërven (Hebr. 1:14). Dat betekent niet dat u geen moeilijkheden of problemen kunt hebben, dat u geen verdriet zult kennen of er voor u geen vervolging kan zijn. Het betekent dat God zijn oog heeft op ons leven.

 

Blijf volharden in het bidden, zoals Isaak. We mogen God blijven vragen om ons duidelijkheid te geven (vgl. Ps. 25:4). Het zou immers ook kunnen dat Hij wel spreekt, maar dat wij zijn stem niet verstaan, zoals dat bij de jonge Samuël het geval was (1 Sam. 3). Aanvaard echter ook dat God soms geen duidelijkheid geeft. Een goede vriend van mij is ontslapen op dertigjarige leeftijd, terwijl hij ijverig was voor God. Velen hebben zich afgevraagd: waarom? Maar er is geen antwoord.

 

Soms geeft God geen antwoord, omdat we het antwoord wel weten. We moeten alleen de Bijbel lezen en gehoorzamen aan wat erin staat. ‘Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad’ (Ps. 119:105). De Bijbel onderwijst ons. De voorbeelden en de principes in Gods Woord zijn in veel gevallen voldoende om het antwoord te kennen. Een eenvoudig voorbeeld: we moeten God niet vragen of iemand een geschikte huwelijkspartner is als die persoon geen gelovige is. De Bijbel geeft ons het antwoord daarop. In sommige situaties verwacht Hij dat wij zelf weten wat wij moeten doen, doordat wij Hem en zijn Woord kennen.

 

Trek geen overhaaste conclusies, alsof Gods zwijgen altijd meteen ook een antwoord is. We kunnen God niet voor het blok zetten door te stellen. God hoeft Zich niet tegenover ons te verantwoorden. We moeten ook leren dat God ons niet bij elke stap een wegwijzer zal geven. Hij behandelt ons naar de mate dat wij geestelijk gegroeid zijn en vertrouwd zijn met zijn Woord en wil. Gods weg met ons is niet als een treinspoor, maar als een snelweg met verschillende rijvakken. Hij geeft ons ruimte in onze wandel met Hem en Hij kan daar gerust mee omgaan. Hij geeft ons de ruimte om zelf keuzes te maken. Dat houdt het risico in dat we wel eens een verkeerde afrit kunnen nemen (er is gelukkig steeds weer een oprit), maar God bestuurt ons nu eenmaal niet als robots.

 

Blijf trouw in het danken, eren, aanbidden, gehoorzamen, volgen en dienen van God. Paulus schreef aan de Tessalonicenzen dat zij zich moesten verblijden, ondanks de moeilijke omstandigheden waarin zij zich bevonden (1 Tess. 5:16). Soms is ons gevoel het daar niet mee eens. Dan kunnen we onze volharding en onze liefde tonen door het toch te doen. Laat het zwijgen van God geen aanleiding zijn om minder voor Hem te gaan, en meer je eigen weg te gaan.

 

 

Slotopmerking

.

Misschien heeft u wel vragen gesteld, waarop u nooit een antwoord hebt gekregen. De Bijbel kan wel eens een gesloten boek lijken. Misschien heeft u keuzes moeten maken, zonder dat God u een duidelijke aanwijzing heeft gegeven. Het is knap lastig. Maar precies door die worstelingen heen kunt u belangrijke geloofslessen leren. En wees gerust: God blijft niet zwijgen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

voorpagina openbaring a4

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

 

Gods beloften in de Bijbel : deel 43

Standaard

categorie : religie

 

 

De beloften van God

 

Welke zijn voor mij?

 

Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?

 

1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

 

 

 

Richtlijnen om te onthouden:

 

    • – Bestudeer de context.

 

    • – Is het een voorwaardelijke belofte? Kijk of het woord ‘als’ in de context staat.

 

    • – God geeft ons beloften om ons te helpen ons te onderwerpen aan Zijn wil; niet om Zichzelf te buigen naar onze wil.

 

             – Ga er niet van uit dat je kunt weten wanneer de belofte vervuld zal worden.

 

Welke zijn er zoal?

 

Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:

 

Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”

 

 

Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”

 

 

Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”

 

 

Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”

 

 

1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”

 

 

Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”

 

 

1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

 

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

 

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”

 

 

 

God doet twee soorten beloften

 

De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.

De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

 

 

 

 

 

43 Gods beloften voor gebedsverhoring 

 

Gen. 20:17 En Abraham bad tot God; en God genas Abimelech, en zijn huisvrouw, en zijn dienstmaagden, zodat zij baarden.

 

 

Gen. 25:21 Nu bad Isaak de Here voor zijn vrouw, want zij was onvruchtbaar; en de Here liet Zich door hem verbidden, en zijn vrouw Rebekka werd zwanger.

 

 

Ezra 8:23 Dus vastten wij en smeekten onze God hierover, en Hij liet Zich door ons verbidden.

 

 

1 Sam 1:12 Toen zij lang bleef bidden voor het aangezicht des Heren, lette Eli op haar mond; ….maar ik heb mijn hart uitgestort voor het aangezicht des Heren…..Ga heen in vrede, en de God van Israel zal u geven, wat gij van Hem gebeden hebt.

 

 

1 Sam. 1:27 om deze jongen heb ik gebeden, en de Here heeft mij gegeven, wat ik van Hem gebeden heb.

 

 

Kon 17:21 Toen strekte hij zich driemaal uit bovenop het kind en riep tot de Here en zeide: Here, mijn God! Laat toch de ziel van dit kind in hem terugkeren.22 En de Here hoorde naar de stem van Elia, en de ziel van het kind keerde in hem terug, zodat het levend werd.

 

 

1 Kron. 5:20 zij werden in de strijd tegen hen geholpen, zodat de Hagrieten met allen die bij hen waren, in hun handen vielen; want zij riepen in de strijd tot God en Hij liet Zich door hen verbidden, omdat zij op Hem hadden vertrouwd.

 

 

2 Kron. 7:1 Zodra Salomo zijn gebed geëindigd had, daalde vuur uit de hemel neer en verteerde het brandoffer en de slachtoffers; en de heerlijkheid des Heren vervulde het huis.

 

 

2 Kron. 7:12 verscheen de Here aan Salomo des nachts en zeide tot hem: Ik heb uw gebed gehoord en deze plaats voor Mij tot een huis der offeranden verkoren.

 

 

2 Kron. 7:14 en mijn volk waarover mijn naam is uitgeroepen, verootmoedigt zich en zij bidden en zoeken mijn aangezicht en bekeren zich van hun boze wegen, dan zal Ik uit de hemel horen, en hun zonde vergeven en hun land herstellen.

 

 

2 Kron. 33:12 Maar, toen hij in het nauw geraakt was, zocht hij de gunst van de Here, zijn God; hij verootmoedigde zich diep voor het aangezicht van de God zijner vaderen13 en bad tot Hem; toen liet Hij Zich door hem verbidden, hoorde zijn smeking, bracht hem naar Jeruzalem terug en herstelde hem in zijn koningschap. En Manasse erkende, dat de Here God is.

 

 

2 Kron. 18:31 Zodra de wagenoversten Josafat zagen, riepen zij: Dat is de koning van Israel; en zij omsingelden hem om hem aan te vallen. Maar Josafat riep luid en de Here hielp hem, God lokte hen van hem weg.

 

 

2 Kron 20:9 wanneer wij in onze benauwdheid tot U roepen, zult Gij horen en helpen.

 

 

2 Kron 32:20 Maar koning Jechizkia en de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, baden deswege en riepen naar de hemel.21 Toen zond de Here een engel, die alle krijgshelden, vorsten en oversten in de legerplaats van de koning van Assur verdelgde, zodat hij met beschaamd gelaat naar zijn land terugkeerde.

 

 

Job 42:10 En de Here bracht een keer in het lot van Job, toen hij voor zijn vrienden gebeden had, en de Here gaf Job het dubbele van al wat hij bezeten had.

 

 

Job 22:27 Als gij tot Hem bidt, zal Hij u verhoren, en gij zult Hem uw geloften betalen.

 

 

Psalm 3:5 Als ik luide roep tot de Here, antwoordt Hij mij van zijn heilige berg.

 

 

Psalm 20:10 Hij antwoordde ons ten dage dat wij roepen.

 

 

Psalm 22:5 tot U hebben zij geroepen en zij werden gered, op U hebben zij vertrouwd en zij zijn niet beschaamd.

 

 

Psalm 34:15 De ogen des Heren zijn op de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun hulpgeroep.

 

 

Psalm 34:17 Roepen zij, dan hoort de Here, en Hij redt hen uit al hun benauwdheden.

 

 

Psalm 31:22 Terwijl ik in mijn angst dacht: ik ben verbannen uit uw oog; hebt Gij voorwaar mijn luide smekingen gehoord, toen ik tot U riep om hulp.

 

 

Psalm 50:15 roep Mij aan ten dage der benauwdheid, ik zal u redden en gij zult Mij eren.

 

 

Psalm 56:9 Dan zullen mijn vijanden terugwijken ten dage dat ik roep; dit weet ik: dat God met mij is.

 

 

Psalm 66:17 Nauwelijks had ik met mijn mond tot Hem geroepen … Voorwaar, God heeft gehoord, Hij heeft gelet op mijn luid gebed. Geprezen zij God, die mijn gebed niet afwees, noch mij zijn goedertierenheid onthield.

 

 

Psalm 81:7 in de benauwdheid riept gij en Ik redde u, Ik antwoordde u in de verborgenheid van de donder.

 

 

Psalm 81:10 doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen.

 

 

Psalm 86:7 Ten dage mijner benauwdheid roep ik U aan, want Gij antwoordt mij.

 

 

Psalm 107:6 Toen riepen zij tot de Here in hun benauwdheid, en Hij redde hen uit hun angsten.

 

 

Psalm 118:5 Uit de benauwdheid heb ik tot de Here geroepen, de Here heeft mij geantwoord en mij in de ruimte gesteld.

 

 

Psalm 120:1 Een bedevaartslied. In mijn angst heb ik tot de Here geroepen en Hij heeft mij geantwoord.

 

 

Psalm 138:3 Ten dage dat ik riep, hebt Gij mij geantwoord, Gij hebt mij bemoedigd met kracht in mijn ziel.

 

 

Psalm 145:18 De Here is nabij allen die Hem aanroepen, allen die Hem aanroepen in waarheid. ….Hij hoort hun hulpgeroep en verlost hen.

 

 

Klaag. 3:57 Gij zijt nabij ten dage, dat ik U aanroep, Gij zegt: Vrees niet.

 

 

Jes 38:1 In die dagen werd Hizkia ten dode toe ziek. …2 Toen keerde Hizkia zijn gelaat naar de wand en bad tot de Here…..4 En Hizkia weende luid. Toen kwam het woord des Heren tot Jesaja:5 Ga en zeg tot Hizkia: zo zegt de Here, de God van uw vader David: Ik heb uw gebed gehoord, Ik heb uw tranen gezien; zie, Ik zal aan uw levensdagen vijftien jaar toevoegen.

 

 

Dan. 9:20 Als ik nog sprak, en bad, en beleed mijn zonde, en de zonde mijns volks van Israël, en mijn smeking nederwierp voor het aangezicht des Heren, mijns God. Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriel.

 

 

Dan 10:1 12 En hij zeide tot mij: Vrees niet, Daniel, want van de eerste dag af, dat gij uw hart erop gezet hadt om inzicht te verkrijgen en om u voor uw God te verootmoedigen, zijn uw woorden gehoord, en ik ben gekomen op uw woorden.

 

 

Jona 2:1 En Jona bad tot den Here, zijn God, uit het ingewand van de vis.2 En hij zeide: Ik riep uit mijn benauwd-heid tot den Here, en Hij antwoordde mij; uit den buik des grafs schreide ik, en Gij hoordet mijn stem.

 

 

Jer. 33:3 Roep tot Mij en Ik zal u antwoorden en u grote, ondoorgrondelijke dingen verkondigen, waarvan gij niet weet.

 

 

Matt. 6:6 Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.

 

 

Matt. 7:11 Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven aan hen, die Hem daarom bidden.

 

 

Matt. 7:11 Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven dengenen, die ze van Hem bidden!

 

 

Matt. 17:21 Maar dit geslacht vaart niet uit dan door bidden en vasten.

 

 

Matt. 21:22 En al wat gij in het gebed gelovig vragen zult, zult gij ontvangen.

 

 

Mar 11:24 Daarom zeg Ik u, al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen, en het zal geschieden.

 

 

Luc 2:36 Ook was daar Hanna, een profetes, een dochter van Fanuel, uit de stam Aser. Zij was op hoge leeftijd gekomen, nadat zij met haar man na haar huwelijksdag zeven jaren had geleefd,37 en nu was zij weduwe, ongeveer vierentachtig jaar oud, en zij diende God onafgebroken in de tempel, met vasten en bidden, nacht en dag.

 

 

Luc 11:9 En Ik zeg ulieden: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.

 

 

Luc 11:10 Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.3 Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader uit de hemel de Heilige Geest geven aan hen, die Hem daarom bidden?

 

 

Lukas 18:1 Hij sprak een gelijkenis tot hen met het oog daarop, dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen.7 Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten? 8 Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?

 

 

Marc. 9:29 En Hij zeide tot hen: Dit geslacht kan door niets uitvaren, tenzij door gebed.

 

 

Joh 15:16 Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen en u aangewezen, opdat gij zoudt heengaan en vrucht dra-gen en uw vrucht zou blijven, opdat de Vader u alles geve, wat gij Hem bidt in mijn naam.

 

 

Joh 16:23 En te dien dage zult gij Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij de Vader om iets bidt, zal Hij het u geven in mijn naam.24 Tot nog toe hebt gij niet om iets gebeden in mijn naam; bidt en gij zult ontvang-en opdat uw blijdschap vervuld zij.

 

 

Hand 8:14 Toen nu de apostelen te Jeruzalem hoorden, dat Samaria het woord Gods had aanvaard, zonden zij tot hen Petrus en Johannes,15 die, daar aangekomen, voor hen baden, dat zij de Heilige Geest mochten ontvang-en.16 Want deze was nog over niemand van hen gekomen, maar zij waren alleen gedoopt in de naam van de Here Jezus.17 Toen legden zij hun de handen op en zij ontvingen de Heilige Geest.

 

 

1 Joh 5:14 En dit is de vrijmoedigheid, die wij tot Hem hebben, dat zo wij iets bidden naar Zijn wil, Hij ons ver-hoort.

 

 

1 Johannes 5:15 En indien wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, zo weten wij, dat wij de beden verkrijgen, die wij van Hem gebeden hebben.

 

 

Jac. 1:5 Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daarom, die aan allen geeft, een-voudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden.

 

 

Jac.4:2 Gij begeert, doch gij hebt niet; gij zijt moorddadig en naijverig en gij kunt er niets mede verkrijgen; gij vecht en gij strijdt. Gij hebt niets, omdat gij niet bidt.3 Of, gij bidt wel, maar gij ontvangt niet, doordat gij verkeerd bidt, om het in uw hartstochten door te brengen.

 

 

Jac 5:15 En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden.16 Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt.

 

 

Luc 3:21 En het geschiedde, terwijl al het volk gedoopt werd, dat, toen ook Jezus gedoopt werd en in gebed was, de hemel zich opende,22 en de Heilige Geest in lichamelijke gedaante als een duif op Hem nederdaalde, en dat er een stem kwam uit de hemel: Gij zijt mijn Zoon, de geliefde, in U heb Ik mijn welbehagen.

 

 

.Matt 14:13 Toen Jezus dit hoorde, trok Hij Zich vandaar in een schip terug naar een eenzame plaats, alleen. En toen de scharen dit hoorden, volgden zij Hem te voet uit de steden.14 En toen Hij uit het schip ging, zag Hij een grote schare, en Hij werd met ontferming over hen bewogen en genas hun zieken.

 

 

Marc 1:35 34 En Hij genas velen, die ernstig ongesteld waren door allerlei ziekten, en vele boze geesten dreef Hij uit en Hij liet de geesten niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.35 En vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op en ging naar buiten en Hij ging heen naar een eenzame plaats en bad aldaar.

 

 

Luc 6:12 En het geschiedde in die dagen, dat Hij naar het gebergte ging om te bidden, en Hij bracht de nacht door in het gebed tot God.13 En toen het dag geworden was, riep Hij zijn discipelen tot Zich en koos er twaalf uit, die Hij ook apostelen noemde.

 

 

Luc 9:28 terwijl Hij in het gebed was, dat het aanzien van zijn gelaat anders werd, en zijn kleding werd stralend wit.

 

 

Hand 4:31 Terwijl ze baden, werd de plaats, in welke zij vergaderd waren, bewogen. En zij werden allen vervuld met de Heiligen Geest, en spraken het Woord Gods met vrijmoedigheid.

 

 

Hand 12:5 Petrus dan werd in de gevangenis in bewaring gehouden, maar door de gemeente werd voortdurend tot God voor hem gebeden. 7 En zie, een engel des Heren stond bij hem en er scheen licht in het vertrek, en hij stootte Petrus in zijn zijde om hem te wekken en zeide: Sta snel op! En de ketenen vielen van zijn handen.

 

 

Hand 16:25 Maar omstreeks middernacht baden Paulus en Silas en zongen Gods lof, en de gevangenen luisterden naar hen.26 Doch plotseling kwam er een zware aardbeving, zodat de grondvesten der gevangenis schudden; en terstond gingen alle deuren open en de boeien van allen raakten los.

 

 

Hand 11:5 Ik was in de stad Joppe in gebed en zag in zinsverrukking een gezicht.

 

 

Hand 22:17 En het overkwam mij, toen ik te Jeruzalem was teruggekeerd en in de tempel aanbad, dat ik in zinsverrukking geraakte.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Mattheus 24 : 7 volk zal tegen volk in opstand komen

Standaard

categorie : religie

.

.

Volk zal tegen volk in opstand komen

.

.

slide_6
.
.
.

Wellicht kent u de woorden ‘Volk zal opstaan tegen volk’ uit Mattheus 24:7, in de eindtijd rede van de Here Jezus. Het gaat hier niet om oorlogen van het ene land tegen het andere, maar om strijd van het ene volksdeel tegen het andere, in hetzelfde land. Juist dit zien we steeds vaker gebeuren. Denk bijvoorbeeld aan Oekraïne, Syrië, Egypte, Nigeria, Soedan, de Centraal Afrikaanse Republiek en niet te vergeten Noord-Korea. Het zijn signalen dat de komst van de Here Jezus dichterbij komt.

.

Oekraïne

.

Prominent in het nieuws zijn nu de heftige protesten en gevechten in Oekraïne. Wat is er toch aan de hand in dat land? Het oostelijke deel van Oekraïne voelt zich verbonden met Rusland, het westelijke deel met Europa. De president, Janoekovitsj, is een pion in de handen van de Russische president Poetin. De situatie is bijzonder gecompliceerd. Het zijn niet alleen Oekraïners, die het tegen elkaar opnemen, maar er vechten ook Russen mee en allerlei extremistische groeperingen.

De christenen in Oekraïne roepen dringend op tot voorbede. Soms keren demonstranten zich ook tegen hen. Ze bidden om bescherming, ze bidden om herstel van de vrede, ze bidden om openheid voor het Evangelie.Speciale aandacht vraag ik voor de 300.000 Joodse mensen die nog in Oekraïne wonen. Het is wonderlijk, God gebruikt de huidige onrust om velen in het hart te geven dat de tijd is aangebroken om definitief naar Israël te gaan.
.
Men kan hierbij denken aan Jeremia 16:16, waar wordt gesproken over de jagers, die de Joodse mensen zullen opjagen naar Israël. God brengt Zijn volk thuis, en daar kan Hij opstanden en strijd voor gebruiken. Gods Woord zegt dat er niemand zal achterblijven, zoals we kunnen lezen in Micha 2:12: ‘Ik zal u, Jakob, zeker verzamelen, geheel en al. Ik zal het overblijfsel van Israël zeker bijeenbrengen.
Ik zal het samenbrengen als schapen van Bozra, als een kudde midden in zijn weide. Het zal er gonzen van de mensen.’
.
.
.

Noord-Korea

.

Ook in Noord-Korea zien we dat volk opstaat tegen volk. Het ene deel van het volk controleert het andere deel. Naar aanleiding van een rapport van een VN-commissie werd de afgelopen week in de media volop geschreven en gesproken over de dramatische situatie in het land, over de verschrikkingen in de kampen, waar tienduizenden mensen op een gruwelijke wijze de dood worden ingejaagd.

.
De enige religie die is toegestaan, is de verering van de Noord-Koreaanse leiders. Het vermoeden dat iemand christen is, is al voldoende om ‘voor altijd’ in een kamp te verdwijnen.Eigenlijk is het wel bizar te zien dat de wereld toe blijft kijken naar wat er in Noord-Korea gebeurt. Waarom worden er geen zware sancties opgelegd aan het dictatoriale bewind?
.
Soms wordt gedaan of de Noord-Koreaanse christenen zielig en zwak zijn, maar dat is beslist niet het geval. Dwars door de verdrukking en vervolging heen maakt de Here hen krachtig en sterk. Bidt u mee voor Noord-Korea, voor de christenen, maar ook om een ommekeer van de situatie in het land.
.
.
.

Syrië

.

.Ook in Syrië is de situatie buitengewoon ernstig. In dit land vecht eveneens het ene deel van het volk tegen het andere deel. In heel het Midden-Oosten zie je botsingen tussen de twee hoofdstromingen in de islam, de sjiieten en de soennieten. Veel buurvolken van Israel hebben zo de handen vol aan de strijd in eigen land, dat ze voor Israel steeds minder een bedreiging vormen. Wie twijfelt aan de gewelddadigheid van de islam, moet zich maar eens verdiepen in de strijd tussen beide stromingen.

Met name christenen hebben het buitengewoon zwaar in Syrië. De islamitische terroristen richten zich in hun strijd bij voorkeur op de christenen. Velen van hen zijn gevlucht, velen zijn gedood, maar sommigen blijven op hun post om hun getuigenis te laten horen, om mensen in nood bij te staan. We bidden ook voor hen.

.

.

Nigeria

.

Ook in het noorden van Nigeria is het crisis. Daar zijn het met name de terroristen van de terreurgroep Boko Haran die er een behagen in schijnen te hebben om onschuldige mensen, veelal christenen, te vermoorden. Dat is onmenselijk, dit is duivels. Aangrijpend zijn de getuigenissen van veel christenen in dat gebied. Ze zijn bang, jazeker.

.
Deze christenen bidden voor hun vervolgers. Zelf zijn ze niet bang om te sterven. Ze weten dat ze dan zullen leven, eeuwig leven. Ze maken zich juist zorgen over de moordenaars. Als zij sterven en de Here Jezus nog niet kennen, zullen ze voor eeuwig verloren gaan. Ze bidden om hun bekering. We bidden met hen mee.
.
.
.

Gebed

.

Deze opsomming is verre van volledig. Heftige conflicten tussen bevolkingsgroepen zijn er in veel meer landen, zoals Soedan, Egypte, Irak, Afghanistan, Pakistan en vele andere landen.‘Here God, ontfermt U Zich over deze wereld in nood. Wees allen, waar ook ter wereld, die U kennen en liefhebben genadig, Here, stop de strijd. Tegelijk weten we uit Uw Woord, dat de eindtijd zwaar zal zijn en dat alles wat beschreven is, spoedig zal geschieden. Here, geef de vervolgden alles wat ze nodig hebben, bekeer vervolgers, breng het Joodse volk, Uw volk thuis en wees ook ons genadig. We prijzen Uw grote Naam en stellen ons vertrouwen op U alleen. Amen.’

.

.

DE ISLAM IS DE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

.

.

voorpagina openbaring a4
.
.
.

.

mijne kop a4                                                                                    JOHN ASTRIA 

De raad van een Maya-priester

Standaard

categorie : religie

 

 

.

mayan-priest-copy (1)

.

 

 

De raad van een Maya -priester

 

Het geloof, door onze voorouders overgeleverd,
is voor ons een groot goed.
Wanneer wij onze Maya-tradities vergeten,
ontstaat er een barst in het gelaat van de zon.

Laten wij bidden tot God om veel kracht.
Onze tradities zijn prachtige bloemen,
die God liet bloeien met hel rode kleur.
Daarna zijn wij de kerk in gedreven,
heeft men ons gelaat bedekt.
Onze eigen bloemen, onze eigen tradities,
daar is het ons om te doen.

Overal staan tegenwoordig kerken.
Vaak worden wij beledigd
door wie onze tradities niet kennen.
Zij vergelijken ons met dieren.

Ook wijzelf gaan niet vrijuit,
omdat wij ons geloof zijn kwijt geraakt.
De eerbied van vroeger is verloren gegaan.
Daarom zijn er zoveel ziekten,
daarom doet ons lichaam pijn.

De woorden van het Onze Vader zijn mooi:
“Onze Vader, u bent in de hemel.
Kom naar ons toe, op deze dierbare aarde.
Laat alles geschieden volgens uw wil,
en niet zoals wij het verlangen.”
De woorden zijn prachtig,
maar er wordt niet naar geleefd.

Ons lichaam is gevormd uit maïs.
Wij zijn slechts een voor in Moeder Aarde,
wij zijn een schamel stukje grond.
Ons bestaan op deze wereld doet pijn.

Wees blij als er een ritueel wordt uitgevoerd,
want God zelf daalt naar ons af,
heel stil, als in een doodstille nacht.
Hij is de Heer van de maïs,
de ziel van de gele en de witte kolven.

U allen druk ik op het hart:
wordt niet moe ons geloof te beleven.
Het Maya-geloof is geen zaak van een ogenblik,
van een dag, twee dagen of een maand.

Er zijn mensen die enkel aan God denken
wanneer er moeilijkheden zijn.
Als er iemand ziek is zeggen zij:
“Laten we een ritueel uitvoeren.”
Dat doet mij verdriet, dat doet mij pijn.
Daarom zeg ik: “Houd ons geloof in ere.”

Bid dagelijks tot God,
bid steeds in naam van Hart van de Hemel,
Hart van de Aarde.
Dank zij God is er goedheid,
veel welzijn en veel vreugde.

Vergeet ons geloof niet.
Houd de Maya-tradities steeds voor ogen,
vertel ze door aan uw kinderen.
Laat die ernaar luisteren,
op de aarde geknield.
Hun leven moet nog beginnen.

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

 John Astria

John Astria