Categorie: religie/video
De getallen in de Bijbel

preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget



.
Is de aarde geschapen in 6×24 uur?
De Schepper is de enige die er bij was toen de kosmos ontstond. God heeft persoonlijk gezegd dat Hij de wereld in zes dagen heeft geschapen: . “Want in zes dagen heeft de HEER de hemel en de aarde gemaakt, en de zee met alles wat er leeft…”(Exodus 20:11) . Veel christenen gaan er van uit dat God de wereld in 6×24 uur heeft geschapen. Daar is niets verkeerd mee. Tegelijk weten we dat het Bijbelse begrip ‘dag’ evengoed als een tijdperk van onbepaalde lengte kan worden gelezen. Vanwege onze onbekendheid met het wezen van de tijdloze geestelijke wereld van waaruit de aarde is geschapen, is de discussie over al dan niet dagen van 24 uur niet erg zinvol. Pas op de vierde scheppingsdag heeft God de aardse tijdrekening mogelijk gemaakt, toen Hij de hemellichamen schiep. Bij de eerste drie scheppingsdagen bestond die mogelijkheid nog niet. Laten meningen over de lengte van de scheppingsdagen geen toetssteen worden voor Bijbelgetrouwheid. Velen gebruiken een langere tijdsduur om daarmee de evolutie aannemelijk te willen maken. God is in staat om de aarde te scheppen in zes miljard jaar, in zes perioden, in 6×24 uur of in zes seconden. Eenmaal zal God een nieuwe aarde scheppen. God zal daarvoor geen evolutieproces van miljarden jaren nodig zal hebben. Dan niet en in het verleden ook niet. .
Spreken Genesis 1 en 2 elkaar tegen?.
In Genesis 2:4 verandert de stijl van schrijven ten opzichte van de scheppingsgeschiedenis van Genesis 1-2:3. Het lijkt op een alternatief scheppingsverhaal waarbij sommige gebeurtenissen in een verschillende volgorde worden geplaatst. De laatste eeuwen zijn de verschillen tussen Genesis 1 en 2 door ongelovigen en critici aangegrepen om de Bijbelse boodschap over de schepping uit te hollen. Degene die als eerste invloedrijke denker zijn pijlen op Genesis 2 richtte was de Franse vrijmetselaar en filosoof Voltaire uit de achttiende eeuw, die nadrukkelijk het menselijk denken de voorrang gaf boven de Bijbel. Hij bestreed het christelijke geloof onder meer door de verschillen tussen Genesis 1 en 2 uit te vergroten en te suggereren dat er twee tegengestelde scheppingsverhalen in de Bijbel staan. Daardoor zou minstens een van de beide verhalen als symbolisch moet worden opgevat en zou men het totale scheppingsverhaal niet als feitelijke waarheid kunnen aannemen. Sommige Bijbeluitleggers concluderen uit de verandering van stijl vanaf Genesis 2:4 dat het daarom door een andere auteur moet zijn geschreven, maar dat hoeft natuurlijk niet. Dezelfde schrijver kan voor verschillende soorten proza een verschillende stijl kiezen. En al zou het zo zijn, in dat geval moet het door Mozes zijn beschouwd als waarheidsgetrouw en als zodanig samengevoegd met de andere tekst. Opmerkelijk is in dit Bijbelgedeelte vooral dat er vanaf Genesis 2:4 een andere benaming voor God wordt gebruikt. In onze Bijbelvertalingen lezen we de toevoeging Heere, Here of Heer als het over God gaat. Dat is niet zo vreemd, want deze benaming wordt vooral gebruikt waar het gaat om het aspect ‘verbondenheid tussen God en mens’. En dat is in dit gedeelte ook aan de orde. Genesis 1 is een feitelijk verslag van de schepping in grote lijnen, terwijl in Genesis 2 de geschiedenis van de mensheid begint en hoe de betrokkenheid van God met de mens is begonnen. Een andere focus dus, waarbij geen reden is om daar allerlei andere conclusies aan te verbinden. De Bijbel richt in Genesis 2 de schijnwerper op de mens, die op de zesde scheppingsdag werd geschapen. In Genesis 1:26-28 wordt de schepping van man en vrouw genoemd, terwijl uit Genesis 2 blijkt dat eerst de man en daarna de vrouw is geschapen. Genesis 1 geeft ons dus een globaal overzicht, terwijl er in Genesis 2 enkele details uit worden gelicht. Bij het lezen vanaf Genesis 2:4 kun je als lezer de indruk krijgen dat God:
Toch kan aan de gebruikte werkwoordvormen geen volgtijdelijkheid worden afgeleid. Verschillende vertalingen gebruiken daarom terecht tijdvormen waaruit helemaal geen volgorde is af te leiden. Voorbeeld: . “Ook had de Heere God een hof geplant in Eden…” (Genesis 2:8) . Er blijven geen redenen over om te zeggen dat de beide scheppingsverhalen elkaar tegenspreken of elkaars betrouwbaarheid ondermijnen.
.
Hoe zijn de soorten ontstaan?. Wetenschappers hebben aangetoond dat in de loop van de afgelopen eeuwen kleine veranderingen binnen de soorten planten en dieren hebben plaatsgevonden. Dat wordt ook wel eens micro-evolutie genoemd waarbij de soort niet is veranderd, maar hooguit varianten van dezelfde soort zijn ontstaan. Maar de Bijbel zegt nadrukkelijk dat God de soorten planten en dieren afzonderlijk heeft geschapen: “En God zei: Laat de aarde groen doen opkomen, zaaddragend gewas, vruchtbomen, die naar hun soort vrucht dragen, waarin hun zaad is op de aarde! En het was zo. En de aarde bracht groen voort, zaaddragend gewas naar zijn soort en bomen die vrucht dragen waarin hun zaad is, naar hun soort. En God zag dat het goed was.” (Genesis 1:11-12) “En God schiep de grote zeedieren en alle krioelende levende wezens waarvan het water wemelt, naar hun soort, en alle gevleugelde vogels naar hun soort… En God maakte de wilde dieren van de aarde naar hun soort, het vee naar hun soort, en alle kruipende dieren van de aardbodem naar hun soort…” (Genesis 1:21,25)
Klopt de volgorde van de scheppingsdagen?. Veel mensen hebben moeite met de volgorde van wat God in de zes achtereenvolgende dagen heeft geschapen. Die moeite ontstaat doordat ze hun eigen logica als maatstaf nemen voor de aannemelijkheid van de geschiedenis. Bijbelvers: . “Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde. Zo ontstonden ze, zo werden ze geschapen.” (Genesis 2:4) . Een andere manier om Genesis 1 te ontkrachten is te beweren dat het is geschreven naar het wereldbeeld van die tijd en dat we het dus het niet letterlijk kunnen nemen. Verwacht je echt dat je later in de hemel te horen zult krijgen dat God zo’n belangrijk verslag als dat van de schepping in de vorm van een simpel verhaaltje voor simpele zielen in de Bijbel heeft laten schrijven, terwijl de werkelijkheid heel anders was? Ook kunnen Bijbellezers moeite hebben met het feit dat God op de eerste dag het licht schiep en op de vierde dag de zon. De meeste Bijbellezers staan er niet bij stil dat het licht van de eerste scheppingsdag van een heel andere aard moet zijn geweest dan dat van de zon. Bovendien vertelt Genesis 1 ons niet dat het licht van de eerste dag werd vervangen door het licht van de vierde scheppingsdag. Het licht van de eerste dag was namelijk de schepping van de engelen en de onzichtbare wereld.
Welke plaats van de aarde binnen de kosmos?. Veel Bijbellezers vragen zich af of Genesis 1 wel klopt omdat daar de aarde als het centrum van de kosmos wordt voorgesteld. Wat is er voor bijzonders aan dit onbeduidende planeetje dat om een niet al te grote ster draait, die deel uitmaakt van een van de vele melkwegstelsels? Onze Schepper kan er immers een heel andere logica op na houden dan wij. Het zou ons niet hoeven te verbazen dat de aarde binnen het heelal een unieke plaats inneemt en de enige planeet is waar menselijk leven voorkomt. Het tegendeel is nog nooit bewezen, hoe hard wetenschappers ook hun best doen. Het ontdekken van leven buiten de aarde lijkt een van de belangrijkste doelstellingen van ruimtevaartmissies lijkt te zijn. Kosten noch moeiten worden gespaard om te kunnen aantonen dat leven overal vanzelf kan ontstaan zonder Schepper. Denk aan de ruimtevaart missies die gericht zijn op de planeet Mars en de recente pogingen van astronomen om ergens in ons melkwegstelsel planeten te ontdekken met condities die lijken op die van de aarde. Het gaat steeds weer over die ene vraag: wat is de oorsprong van de mensheid? Kennelijk heeft de mensheid astronomische bedragen over voor zelfs het kleinste glimpje hoop op de ontdekking van leven dat spontaan ontstaan is.
.
.
Is de catastrofetheorie een goed alternatief?. “De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de Geest van God zweefde boven het water.(Genesis 1:2) . Na het prachtige eerste Bijbelvers van Genesis 1 over de schepping van hemel en aarde zien we het beeld van een ruige aarde, bedekt met een soort oervloed. Is het aannemelijk dat God in het begin een aarde heeft geschapen die er zo afstotelijk uitzag, als een soort tussenproduct dat nog afgemaakt moest worden? Is dat wel verenigbaar met Gods manier van doen. In de 19e eeuw zijn C.I. Scofield en later ook Dr. Chambers tot de mening gekomen dat er in de grondtekst van Genesis 1:2 niet staat “de aarde WAS woest” maar “de aarde WERD woest”. Daarvan uitgaande kwamen zij tot de visie dat er tussen verzen 1 en 2 van Genesis 1 een of andere catastrofe moet hebben plaatsgevonden. Jesaja 45:18 wijst ook in die richting: . “Want zo zegt de HERE, die de hemelen heeft geschapen; Hij is God, die de aarde heeft gevormd en toebereid – Hij heeft haar niet als een woestenij geschapen …” (Jesaja 45:18) . Een eventuele catastrofe is te associëren met de val van de satan en het feit dat hij op de aarde is geworpen (Openbaring 12:9) en de oorspronkelijke schepping tot een puinhoop heeft gemaakt. Deze Bijbeluitleg wordt overigens ook wel de ‘gap-theorie’ genoemd. Het resultaat van die catastrofe, een woeste, lege, duistere aarde, past uitstekend bij het standaard resultaat van satanische activiteiten. Als we verder borduren op de catastrofetheorie, zou het overige van Genesis 1 vertellen hoe God de verwoeste aarde van vers 2 herschiep tot een volmaakte woonplaats voor mens en dier. Mogelijk waren er dan bij de oorspronkelijke schepping al planten en dieren geschapen, waarvan fossielen gevonden zijn. Deze theorie geeft dus de mogelijkheid om bepaalde vormen van leven te veronderstellen, die bij de catastrofe zijn uitgeroeid. Uitgaande van deze uitleg zouden we in zekere zin kunnen spreken van de schepping (Genesis 1:1) en de herschepping van de aarde (Genesis 1:3-31). God heeft in zes dagen de lelijke, woeste, lege aarde dan herschapen tot een prachtige planeet vol levende wezens. Deze catastrofetheorie is niet erg populair onder christenen omdat het niet zo overtuigend kan worden onderbouwd vanuit de Bijbel. . . Verwondering over de schepping. Door al die discussies over het ontstaan van de aarde zouden we bijna vergeten om ons te verwonderen over de grootsheid van het feit dat God hemel en aarde heeft geschapen. Daarbij kunnen we onder meer aan het volgende denken: .
. .
preview en aankoop boek “De Openbaring “:http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget
|
.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps.
Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote ramp. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.
.
Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar.
In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.
.
.
.
-zijn doel met deze wereld
-de toekomst van Israël en de wereld
-het mysterie van het goede en het kwade
-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het kwade
-de toekomstige natuurrampen en oorlogen
-de wederkomst van de Messias
-de dag des oordeel
-het uitzicht in de hemel en zijn troon
-de nieuwe hemel en de nieuwe aarde
.
.
De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans de wereld.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
In de Hebreeuwse Bijbel valt het boek onder de Profeten. In de christelijke Bijbel maakt het boek deel uit van het Oude Testament en wordt het tot de historische boeken gerekend. De naam ontleent het boek aan het onderwerp. Het behandelt de geschiedenis van het Hebreeuwse volk tijdens de periode van de mensen die de titel “rechter” droegen. Hoewel deze rechters zich ook bezighielden met rechtspraak, heeft het boek vooral aandacht voor hun optreden als militaire leiders die het volk aanvoerden in de strijd tegen onderdrukkers en vijanden.
De in het boek Rechters beschreven gebeurtenissen vinden plaats tussen de in Jozua beschreven verovering van Kanaän en het optreden van Samuel, dus ergens in de tweede helft van het 2e milenium voor Christus. Het is Samuel die aan het eind van zijn leven het koningschap instelt. Volgens de Joodse traditie is Samuel ook de auteur van Rechters. Vanaf de instelling van het koningschap spelen rechters geen rol van betekenis meer in de Bijbel en wordt hun rol overgenomen door koningen enerzijds en profeten anderzijds.
.
.
.
SPIJZE GING UIT VAN DE ETER, EN ZOETIGHEID VAN DE STERKE : Richteren 14:14
.
In dit hoofdstuk willen wij nadenken over de bijzondere gevolgen van Christus’ overwinning over de macht van de boze, die nog steeds rondgaat in deze wereld als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden.
.
.
Sterker dan de leeuw
.
De geschiedenis van Simson’s huwelijk en raadsel leert ons iets over de zegenrijke gevolgen van Christus’ overwinning over de macht van de tegenstander, die volgens Petrus immers rondgaat ‘als een brullende leeuw, op zoek wie hij zou kunnen verslinden’ (1 Petr. 5:8). De verslagen en gedode leeuw is een beeld van de duivel, die in Christus zijn Meerdere heeft ontmoet. De duivel is een ‘eter’, voortdurend op zoek naar een prooi.
Hij is ook de ‘sterke’, die zijn domein bewaakt en die alleen overwonnen kan worden door Iemand die sterker is dan hij. Deze beide kwalificaties gebruikte Simson in zijn raadsel met betrekking tot de leeuw die hij had gedood in de wijnbergen van Timna. De geestelijke betekenis van Simson’s woorden is voor ons niet moeilijk te raden. Wij weten wie de ‘eter’ heeft overwonnen.
.
Simson, verliezer of winnaar?
.
Christus is de Sterkere, die de sterke eter niet slechts heeft gebonden, maar hem ook de doodssteek heeft gegeven (vgl. Matt. 12:29). Eigenlijk is deze laatste uitdrukking niet helemaal correct. Simson had totaal geen wapen bij zich om de leeuw te doden. David had dit vermoedelijk wel toen hij de kudde van zijn vader hoedde en zowel leeuw als beer versloeg, 1 Sam. 17:34-35.
Simson behaalde de overwinning met blote handen. De Geest des Heren greep hem aan, zodat hij de leeuw die hem brullend tegemoet kwam met zijn eigen handen uiteenscheurde, zoals men een bokje uiteenscheurt (14:5-6).
Zo is het ook met de overwinning die Christus op de satan heeft behaald. Christus trad hem tegemoet in de kracht en de waardigheid die Hij persoonlijk bezat, zonder verdere menselijke hulpmiddelen. Hij streed de strijd geheel alléén en geen mens stond Hem terzijde. Hij behaalde echter (eveneens door de kracht van Gods Geest) een plotselinge en definitieve overwinning over de boze, wiens macht nu voorgoed verbroken is.
.
Drie belangrijke lessen
.
Ik denk dat dit de voornaamste typologische les is van dit gedeelte, en het is nodig die eerst goed tot ons te laten doordringen. Natuurlijk rijzen er dan ook vragen, omdat Satan nog steeds de overste van deze wereld is en nog steeds rondgaat als een brullende leeuw, maar die zijn van secundair belang. Wij moeten eerst onder de indruk komen van de geweldige en definitieve overwinning die Christus heeft behaald op Zijn tegenstander.
.
Pasteltekening van John Astria
.
(1) de kern is van het conflict,
(2) wat de definitieve afloop ervan is,
(3) en ook welke zegenrijke gevolgen Christus’ overwinning tot gevolg heeft gehad voor de Zijnen.
(1) Christus was de Rechter en de Verlosser van Zijn volk, de Nazireeër die van Zijn moederschoot af volkomen aan God was toegewijd. Hij kwam oog in oog te staan met Zijn gewelddadige tegenstander die Hem naar het leven stond. Dit begon al bij de verzoeking in de woestijn, toen de duivel Hem probeerde te verleiden maar na verloop van tijd van Hem moest wijken. Christus behaalde de overwinning geheel alleen, doordat Hij streed in Gods kracht. Hij bezat geen menselijke wapens. Zijn enige wapen was het ‘zwaard’ van het Woord van God.
(2) Daarop volgden de jaren van het dienstwerk van de Heer, waarin Hij door Zijn macht telkens weer de ‘sterke’, d.i. de satan, bond en zijn huis beroofde. Dit aspect blijft hier in de geschiedenis van Simson helemaal buiten beschouwing. We vinden hier zoals gezegd alleen de definitieve afloop van de confrontatie tussen de Heer en de vijand van de zielen.
Christus behaalde de totale overwinning op Zijn tegenstander op het kruis van Golgotha. Zoals de Hebreeënbrief het zegt: Christus is Mens geworden en Hij heeft aan bloed en vlees deelgenomen, ‘opdat Hij door de dood te niet zou doen hem die de macht over de dood had, dat is de duivel, en allen zou verlossen die uit vrees voor de dood hun hele leven door aan slavernij onderworpen waren’ (Hebr. 2:14-15).
Hier gebruikte Hij evenmin een menselijk wapen. Hij overwon Zijn tegenstander ‘door de dood’, namelijk door binnen te dringen in het laatste bolwerk van de vijand en hem zijn macht te ontnemen. Deze overwinning is definitief en absoluut, zoals diverse plaatsen in het Nieuwe Testament ons verzekeren (Joh. 12:31; 14:30; 16:11; Kol. 2:14-15).
(3) Deze overwinning heeft in deze tijd echter alleen zegenrijke gevolgen voor degenen die geloven. Dat betekent ook een groot spanningsveld. Want enerzijds is de duivel een verslagen vijand, maar anderzijds gaat hij nog steeds rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij kan verslinden. Zijn nederlaag staat vast, maar de uitvoering van het vonnis wacht tot het begin van het Vrederijk.
Aan het begin daarvan zal hij gebonden en in de afgrond worden geworpen, en aan het einde van de duizend jaren zal hij in de poel van vuur en zwavel worden geworpen (Openb. 20:2,10). Daarom is de spijze die uitgaat van de eter, en de zoetigheid die voortkomt uit de sterke, nog niet voor iedereen beschikbaar.
De hele schepping deelt nog niet in de heerlijke gevolgen van de triomf die Christus heeft behaald op Golgotha; dat gebeurt pas bij Zijn wederkomst. Maar ondertussen delen zij die met Hem zijn verbonden wel in de zoete en zegenrijke resultaten van Zijn werk. Zij proeven van de honing die uitgaat van de sterke, zoals Simson zelf al etende verder ging en ook zijn vader en moeder te eten gaf van de honing uit het lichaam van de dode leeuw (14:9).
Alleen de familie van de Overwinnaar deelt op dit moment in de zege. Wij die Hem kennen en toebehoren, die het Woord van God horen en doen, zijn nu Zijn verwanten. Aanvankelijk bestond deze familie alleen uit gelovigen uit Israël, maar later zijn de gelovigen uit de volken er bijgevoegd.
Het geheim van Christus’ kruis en opstanding blijft voor de meeste mensen een groot geheim, zoals ook geïllustreerd wordt in dit verhaal. Zelfs Simson’s ouders, zijn naaste familieleden, wisten niet wat de oorsprong was van de honing die hun zoon hun te eten gaf. Zo is de blijde boodschap van het Evangelie nu nog een verborgenheid voor het Joodse volk, doordat er een bedekking over hun hart ligt (Rom. 11:8; 2 Kor. 3:15).
Voor Filistijnen, de wereldlingen, is het helemaal een raadsel. Het woord van het kruis is zelfs dwaasheid voor hen die verloren gaan (1 Kor. 1:18). Zij begrijpen er helemaal niets van
1: dat het heil alléén te vinden is in Christus, de Gekruisigde;
2: dat Hij door Zijn lijden en sterven en door Zijn glorieuze opstanding uit de dood alle vijandige machten voorgoed heeft tenietgedaan;
3: dat de Zijnen delen in de zoete vruchten van Zijn werk.
Al die dingen zijn een zaak van geloof in Gods Woord, geloof in het volbrachte werk van Christus, en ook in God die Hem uit de doden heeft opgewekt. Anders blijft het allemaal een verborgenheid, een geheim, een raadsel dat niemand kan oplossen, in drie dagen niet en ook in zeven dagen niet (14:14-15).
Alleen via een omweg kwamen de Filistijnen, de vijanden van Gods volk, hier aan de oplossing van het raadsel. Zij presten Simson’s vrouw om het hun mee te delen, maar dit betekende ook het einde van het feest. Het luidde hun eigen ondergang in. Met ons die geloven is het heel anders gesteld. Gods geheimen blijven voor ons géén verborgenheid.

De strijd tussen Israël en de Filistijnen in de tijd van de Richteren vond altijd plaats in de vlakte tussen de kust en het bergland van Judea
Het is de Heilige Geest Zelf die in ons woont, die ze verklaart en die ons inwijdt in de raadselen van Gods wijsheid (1 Kor. 2:6vv.). Daardoor kunnen wij het de Overwinnaar nazeggen: ‘Wat is zoeter dan honing, wat is sterker dan een leeuw?’ Met andere woorden: niets is te vergelijken met de heerlijke gevolgen van het werk van Christus, die de sterke vijand heeft verslagen.
Christus’ liefde was sterker dan de dood. Hij heeft hem die de macht over de dood had tenietgedaan. Wij zijn nu verlost en bevrijd. Wij genieten voedsel, vrede, vrijheid, eeuwig leven. De honing was één van de zegeningen van het beloofde land (Deut. 8:7-9).
Het land Kanaän is een beeld van de hemelse gewesten met hun rijkdom van zegen voor de christen (Ef. 1:3). Christus’ overwinning op het kruis van Golgotha stelt ons in het bezit van alle hemelse zegeningen. De ‘honing’ verlicht onze ogen, ons hart, ons verstand, totdat wij met de Overwinnaar in heerlijkheid zullen worden geopenbaard en het geheim van Zijn overwinning voor aller oog zal worden onthuld.
.
Met de tweeëntwintig letters van het alfabet heeft God de wereld gecreëerd. Elke combinatie van letters is een formule. Zoals chemische symbolen de samenstelling van een stof uitdrukken. Of het nu om concrete voorwerpen of onbenoembare krachten gaat.
– uit: De Kabbalist
.
.
Volgens de legende begint de geschiedenis van de Kabbala bij Adam. God zou Adam alle geheimen van de Schepping en het universum onthuld hebben. Deze onthullingen gingen verloren door de zondeval van Adam en Eva.
De tweede keer dat God zijn geheimen onthulde was aan Abraham die ze mondeling doorgaf aan zijn zoon Isaac. Isaac gaf ze door aan zijn zoon Jacob en die gaf ze weer door aan zijn zoon Jozef. Maar Jozef verzuimde de kennis door te geven en nam de geheimen mee in zijn graf.
God onthulde voor een derde keer zijn geheimen aan Mozes op de berg Sinaai. Behalve de geschreven wet (de Thora, waaronder ook de tien geboden) gaf God ook de mondelinge onthullingen aan Mozes, uitsluitend bestemd voor ingewijden.
De kabbalistische kennis is gebaseerd op de geheime leer die Mozes mondeling ontving. Mozes wordt dan ook als de eerste kabbalist beschouwd.
.
.
Tussen de derde en zesde eeuw voor Christus circuleert er een manuscript, Sefer Yetzirah (Het boek van de Creatie), waarvan de auteur onbekend is. Het is slechts enkele bladzijden lang maar wordt als één van de oudste en belangwekkendste kabbala teksten beschouwd. De auteur onthult de diepere lagen van het Bijbelboek Genesis. Hij stelt dat de schepping op twee verschillende niveaus heeft plaatsgevonden.
Op het niveau van ‘een concept’ en het niveau van ‘de fysieke manifestatie van dat concept’. God had een idee en toen maakte hij dat idee tot realiteit. Het proces om van idee tot realiteit te komen onthult alle basisprincipes zoals die in het hele universum in elk leven werken.
Dit manuscript beschrijft voor het eerst de kabbala basisbegrippen zoals Sefirot (de tien eigenschappen of krachten van God) en de diepere betekenis van het Hebreeuwse alfabet. In de interactie tussen die tien eigenschappen en de tweeëntwintig letters werd alles in het universum gecreëerd. Het zijn de bouwstenen van het heelal. Het boek legt uit dat wie deze 32 elementen werkelijk kent en hun proces begrijpt, de formules kan creëren om te scheppen zoals God.
.
.
.
Deze theorie is nauw verwant met de ideeën van de filosoof en wiskundige Pythagoras. Niet zo verwonderlijk; van Pythagoras is bekend dat hij tijdens zijn jeugdige rondreizen in Babylon les kreeg van de Joodse profeten Daniël en Ezechiël.
Pythagoras ging er van uit dat het universum kon terug gebracht worden tot wiskundige formules. De genetische code en de nummering van de chemische elementen zijn verwant aan de numerologische opvattingen die de Kabbala bestudeert.
.
.
Rond het jaar 40 staat een nieuwe grote kabbalist op. Akiva, een extreem nederige man, die tot zijn 30ste niet schrijven kon en daarom les ging volgen te midden van schooljongetjes. Hij studeerde twaalf jaar lang en vond de code die in de Bijbel verborgen zat. Elk woord, elke letter, zelfs de vorm van de letters verborg een geheime, diepere betekenis, ontdekte hij.
In de eeuwen die volgden leefde de kabbala een sluimerend bestaan. De nieuwe ontdekte geheimen werden van generatie op generatie mondeling doorgegeven door de aller wijste rabbijnen. Het duurde tot de Middeleeuwen voor de Kabbala tot volledige bloei kwam.
.
Rond 1150 dook er in Frankrijk een manuscript op, Sefer Ha Bahir (Het boek der Glans), dat beschouwd wordt als de eerste officiële kabbalistische tekst. Het boek geeft een mystieke interpretatie van de Bijbel. Dit boek werd nauwgezet bestudeerd door Isaac de blinde, de eerste man die de naam ‘kabbala’ verbond aan de mystieke leer.
Hij ontwikkelde een theorie, gebaseerd op het boek Genesis, hoe de tien eigenschappen van God het universum creëerden. Het is verbazingwekkend hoe deze theorie bijna als een blauwdruk geldt voor de huidige, wetenschappelijke big bang theorie.
Isaac de Blinde toont ook aan hoe de mens een manifestatie is van goddelijke energie in de fysieke wereld. De Thora, stelde hij, was de sleutel tot de ontraadseling van deze geheimen. In de Thora had God een boodschap voor de mens verborgen over de aard en het wezen van het leven en het universum. De ideeën van Isaac de Blinde verspreidden zich over Europa en vooral in Spanje.
.
.
.
In 1280 wordt uiteindelijk de Bijbel van de kabbalisten gepubliceerd, de Zohar, Het boek der Schittering. Daar waar de Bijbel een fysiek beeld schetst van hoe de wereld gecreëerd werd, gluurt de Zohar tussen de kieren van het theatergordijn om ‘de grote tovenaar’ in actie te zien.
“Het boek der schittering” of ‘Pracht’. Het is een commentaar op de Thora geschreven in Aramees en Hebreeuws. Het beschrijft de wandeltochten van vier rabbijnen (waarvan Sjimon bar Jochaj de belangrijkste is) die onderweg inzichten aan elkaar onthullen over de geheimen van de Thora.
Het boek bevat mystieke discussies over de schepping van de mens, de aard van goed en kwaad en hoe onze daden de bestemming van onze ziel beïnvloeden. Andere onderwerpen zijn de natuur van God, het ontstaan en de structuur van het universum, de eigenschappen van zielen, zonde, berouw, verlossing enzovoort.
Het eerste deel van het boek bestaat uit allegorieën over de natuur en het zielenleven. Het tweede deel onderzoekt de eigenschappen van God, de wereld en de ziel. In het laatste deel heeft bar Jochaj een conversatie met Mozes over de geheimen van de tien geboden.
De basisgedachte is dat alles met alles verband houdt. Niets gebeurt toevallig. Alles is oorzaak en gevolg en er is voortdurend een immense interactie tussen alle onderdelen van het universum. De schepping is een ononderbroken proces in plaats van een eenmalige gebeurtenis in het verleden.
.
.
Zoals bij vele kabbalistische werken is ook van de Zohar het auteurschap omstreden. De persoon die men als auteur beschouwde, Moshe de Leon, ontkende dat hij het boek geschreven had. De Leon beweerde dat het boek in de 2de eeuw na Christus geschreven werd door het hoofdpersonage van de Zohar, Sjimon bar Jochaj.
De Leon beweerde dat het manuscript eeuwenlang verborgen was in een grot in de buurt van Tsfat waar het uiteindelijk door een kabbalist gevonden werd en zo na omzwervingen bij De Leon in Spanje was terecht gekomen. Maar de man van wie De Leon het manuscript gekregen zou hebben, was dood, en kon dus niet om bevestiging worden gevraagd.
Een leerling van deze kabbalist ontkende dat zijn meester dit manuscript ooit in zijn bezit had. De Leon inviteerde de leerling om bij hem thuis naar het manuscript te komen kijken. Maar nog voor ze zijn huis bereikten, stierf De Leon. De weduwe van De Leon ontkende dat haar man een dergelijk oud manuscript in huis zou hebben gehad. Ze zei dat hij het zélf geschreven had, jarenlang, nacht na nacht. Volgens haar had hij het verhaal van Sjimon bar Jochaj verzonnen om zijn werk meer gezag te geven.
Tot op heden is dit raadsel niet opgelost al gaan de meeste geleerden ervan uit dat De Leon de vermoedelijke auteur en samensteller is van de Zohar. Diverse kabbala centra werken aan een integrale vertaling van dit omvangrijke werk.
.
.
Deze generatie was uitverkoren om de schijnbaar mystieke Kabbala te vertalen, begrijpbaar en concreet te maken. Daarna zou dit krachtige extract nog enkele honderden jaren rijpen vooraleer het grote massa’s in vervoering zou brengen. Pas in de eenentwintigste eeuw van hun jaartelling had Sjimon Bar Jochaj geschreven, zou de Kabbala de zielen van miljoenen mensen in vuur en vlam zetten.
Rond de helft van de 16de eeuw kwam de Kabbala tot grote bloei. Het brandpunt van alle ontwikkeling was een onooglijk bergstadje in Noord Galilea, vlakbij het meer van Tiberias; Tsfat.
Tsfat werd bevolkt door kabbalisten die gevlucht waren uit alle streken van Europa waar Joden vervolgd werden, vooral uit Spanje. Al snel ontstonden er maar liefst 21 synagogen en 18 kabbalascholen in Tsfat.
Algemeen werd Cordovero erkend als de grootste kabbalist van Tsfat. Cordovero had zich omringd met een kring van mannen die de hoogste morele eisen aan zichzelf stelden. Ze brachten hun dagen door in contemplatie en het interpreteren van kabbalistische teksten, vooral de Zohar. Cordovero had een feilloos instinct om uit alle kabbalistische geschriften die bestonden het kaf van het koren te scheiden.
Daaruit distilleerde hij de zuivere grondbeginselen van de kabbala. Hij stierf op 48 jarige leeftijd en de legende wil dat bij zijn begrafenis een zuil van vuur van zijn graf naar de hemel steeg. Cordovero werd opgevolgd door Itschak Luria. Luria verdiepte de inzichten van Cordovero, verklaarde ze en had een kennis die, naar men zei, het goddelijke benaderde.
Hij was de eerste die de kabbala praktisch toepasbaar maakte in het leven van alledag. Luria zelf schreef bijna niets gedurende zijn leven. Hij gaf de exclusieve toestemming aan Chaim Vital om zijn geheime leer op te schrijven.
.
.
.
Honderd jaar na de dood van Itschak Luria kwamen de geschriften van Chaim Vital in het bezit van Knorr van Rosenroth en Francis van Helmont. Zij besloten deze teksten, alsook grote gedeeltes van de Zohar, te vertalen.
De Vlaming Francis van Helmont, een arts, werd door de Engelse gravin Anne Finch uitgenodigd op haar landgoed om haar te genezen van migraine. Van Helmont zou vijftien jaar lang op haar kasteel, Ragley Hall, blijven wonen.
De gravin was immers de spil van het Onzichtbare College, een netwerk van Europese kabbalisten en alchemisten, die elkaar ontmoetten op het landgoed. In Ragley Hall werkte Van Helmont verder aan de vertaling van wat het boek “Kabbala Denudata” zou worden; “De Kabbala Ontsluierd”. Het zou een werk van groot gezag worden dat een brug probeerde te slaan tussen de Joodse mystiek en het christendom.
Isaac Newton, ook lid van het Onzichtbare College en regelmatige bezoeker van Ragley Hall, kwam op deze manier in contact met de kabbala. Isaac Newton was een groot bewonderaar van het boek en had uiteraard een exemplaar in zijn bibliotheek.
Zijn exemplaar is bewaard gebleven in de bibliotheek van de universiteit van Cambridge. Dr Seth Pancoast schreef: “Newton ontdekte de wet van de aantrekking en afstoting dankzij zijn studie van de kabbala”.
Van Helmont bleef tot Finch’s dood op haar landgoed Ragley Hall wonen. Hij schreef verder onder meer het boek The Alphabet of Nature waarin hij aantoonde dat het Hebreeuws de oertaal van de mensheid was omdat de letters precies correspondeerden met de natuurlijke positie van de spreekorganen.
.
De theorieën van Luria, opgeschreven door Chaim Vital, vormen de basis en inspiratie van de kabbala zoals die vandaag bestudeerd wordt. Maar de Kabbala ontwikkelt zich nog elke dag. De Kabbala onthult zichzelf iedere keer weer opnieuw met nieuwe inzichten in elk tijdperk.
Zo onthulde het boek “De Bijbelcode” uit 1997 de code die de Joodse hoogleraar in de wiskunde, Eliyahu Rips, ontdekt had. Hij plaatste de 5 boeken van de Thora in een computerprogramma en ontdekte dat alle grote gebeurtenissen uit de menselijke geschiedenis als in een cryptogram verborgen zaten in de code. Van de moord op Rabin, tot de aanslagen van 11 september, tot en met alle belangrijke personen die ooit geleefd hebben met hun belangrijkste werken.
Ook Isaac Newton onderzocht trouwens op zijn manier deze code die de wereldgeschiedenis voorspelde. Hij deed dit aan de hand van het bouwplan in het Bijbelboek Ezechiel van de Tempel van Salomo.
De voorspelling dat de kabbala in deze tijd grote groepen mensen zou raken, is in elk geval uitgekomen. Pionierswerk is hierin verricht door het Amerikaanse Kabbalah Center die een manier ontwikkelden om de hermetische kabbala toegankelijk en begrijpelijk te maken voor iedereen.
Maar werkelijk bekend werd de kabbala pas toen Madonna deze eeuwenoude mystieke leer ging bestuderen. Miljoenen mensen over de hele wereld bestuderen inmiddels de kabbala. Op Madonna’s vorige CD Confessions on a dancefloor, zong zij het lied Isaac.
.
.
.
.
.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps.
Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote ramp. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.
.
Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar. In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft.
Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.
.
.
.
-zijn doel met deze wereld
-de toekomst van Israël en de wereld
-het mysterie van het goede en het kwade
-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het kwade
-de toekomstige natuurrampen en oorlogen
-de wederkomst van de Messias
-de dag des oordeel
-het uitzicht in de hemel en zijn troon
-de nieuwe hemel en de nieuwe aarde
.
.
De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans de wereld.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

In de verhalen van de Bijbel komen cijfers en getallen voor. Er wordt in veel verhalen geteld. De getallen en cijfers in het Oude en Nieuwe Testament van de Bijbel hebben soms een heel letterlijke en concrete betekenis, maar tegelijkertijd kunnen deze cijfers ook een symbolische, diepere betekenis hebben. Door het gebruik van getallen en cijfers hebben de Bijbelschrijvers een boodschap uit willen dragen. Tellen in de Bijbel heeft te maken met geloven. Getallen die veel gebruikt worden door de Bijbelschrijvers hebben hun eigen diepere betekenis voor de gelovigen.
Veel getallen en cijfers die in de Bijbel voorkomen hebben een symbolische betekenis. Ze verwijzen naar een diepere geloofswerkelijkheid. Elk getal heeft zijn eigen betekenis.
Het getal één is een kernwoord uit de geloofsbelijdenis van het volk van Israël: ‘Luister, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één!’ (Deutoronomium 6: 4). In het getal één wordt de volmaaktheid en uniciteit van God benadrukt. Ook voor de apostel Paulus is het duidelijk dat God één is. Bij hem krijgt de eenheid van God ook gestalte in Jezus Christus. In de brief die hij schrijft aan Timoteüs staat: ‘Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus’ (1 Timoteüs 2:5). In de brief aan de gemeente van Efeze schrijft Paulus: ‘één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop van uw roeping, één Heere, één geloof, één doop, één God en Vader van allen’ (Efeze 4: 4-6).
Het getal twee duidt op gemeenschap. Het is een aanduiding van het paarsgewijs voorkomen. Het getal twee is het symbool van de eenheid tussen twee mensen. Deze eenheid is te zien in het huwelijk, waarin in twee tot één worden: ‘Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en die twee zullen tot één vlees zijn, zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees’ (Marcus 10: 7-8). Twee is dan het getal van het contrast en de aanvulling: zon en maan, man en vrouw, dag en nacht, de dieren in de ark twee aan twee. Jezus zendt zijn leerlingen er paarsgewijs op uit om het Koninkrijk van God te verkondigen: ‘En Hij riep de twaalf bij Zich en begon hen twee aan twee uit te zenden’ (Marcus 6:7). Het getal twee komt ongeveer 564 keer voor in de Bijbel. Dat is het aantal verzen waarin het getal twee wordt genoemd. Het kan zijn dat dit getal hoger uitkomt, omdat bijvoorbeeld het getal twee meerdere malen gebruikt wordt in een Bijbelvers. Twee duidt ook in de Bijbel op getuigenis!
Het twee maal noemen van de naam
Op verscheidene plaatsen in de Bijbel wordt de naam van een persoon twee keer achter elkaar genoemd. Als dat gebeurt duidt dat een bijzondere roeping op een cruciaal moment aan. Toen Abraham zijn hand uitstrekte om zijn zoon met het mes te doden om hem zo te offeren, greep God in door het twee maal noemen van zijn naam: ‘Maar de Engel van de HEERE riep tot hem vanuit de hemel en zei: Abraham, Abraham!’ (Genesis 22:11). Mozes werd geroepen bij de brandende doornstruik: ‘Toen de HEERE zag dat hij ging kijken, riep God tot hem uit het midden van de doornstruik en zei: Mozes, Mozes!’ (Exodus 3: 6). Zo werd de naam geroepen van Samuël (1 Samuel 3:10), Martha (Lucas 10:41), Simon (Lucas 22:31) en Saul: ‘Saul, Saul, waarom vervolgt u Mij?’ (Handelingen 22:7).

Het getal drie wordt in de Bijbel op drie verschillende manieren gebruikt: als telwoord, als tijdsaanduiding en in de drievoudige herhaling als stijlfiguur. Als telwoord komt het getal drie het meest voor. Drie is het getal dat verwijst naar de drie personen die in God te onderscheiden zijn: de Drie-eenheid. Deze drie personen, Vader, Zoon en Heilige Geest noemt Jezus als hij zijn leerlingen uitzendt: ‘Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest’ (Matteüs 28:19). Het getal drie komt 305 keer voor in de Bijbel.
De kracht van de drievoud
In Prediker 4:12 staat: ‘En als iemand de één overweldigt, zullen die twee tegen hem standhouden. Een drievoudig snoer wordt niet snel gebroken’. Deze kracht van het drievoudige wordt in de Bijbel veelvuldig toegepast: ‘En nu blijven geloof, hoop en liefde, deze drie’ (1 Korinthe 13: 13). ‘Want drie zijn er die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze drie zijn één. En drie zijn er die getuigen op de aarde: de Geest, het water en het bloed; en deze drie zijn één’ (1 Johannes 5: 7,8). Met enige regelmaat komen er in de Bijbel groepen van drie personen genoemd: de drie zonen van Noach, de drie goddelijke bezoekers bij Abraham, de drie vrienden van Job, de drie vrienden in de brandende oven (Daniël 3).
De derde dag
In de derde dag wordt het getal drie gebruikt als tijdsaanduiding. De derde dag is in de Bijbel de dag van de ommekeer. Het is een bijzondere dag. Een dag waarop ‘het’ gaat gebeuren. De derde scheppingsdag was de enige scheppingsdag waarop God tweemaal zag dat het goed was (Genesis 1: 9-12). De derde dag is de dag waarop Abraham aankomt op de plaats om zijn zoon te offeren (Genesis 22:4). De derde dag is in de Bijbel de dag van het definitieve. Dan wordt een periode van wachten afgerond. Alles wordt dan ten goede gekeerd. De derde dag is de dag van de opstanding. ‘Na twee dagen zal Hij ons levend maken, op de derde dag zal Hij ons doen opstaan. Dan zullen wij voor Zijn aangezicht leven´ (Hosea 6:2). Jezus is op de derde dag opgestaan uit de dood. ‘Hij is ten derde dage opgewekt naar de Schriften’ (1 Korinthe 15:4).
Jezus heeft het zelf veelvuldig over die derde dag gehad (Matteüs 16:21, Matteüs 17:23, Matteüs 20:19, Lucas 9:22, Lucas 18:33). Hij verwijst daarin bijvoorbeeld naar de profeet Jona (Matteüs 12:39). ‘Jona was drie dagen en drie nachten in het binnenste van de vis’ (Jona 1: 17)’. Verder was het de derde dag dat Jezus in Kana van water wijn maakte (Johannes 2:1). Jezus zei: ´en op de derde dag word Ik voleindigd´ (Lucas 13:32). Paulus vast nadat Jezus hem verscheen toen op weg naar Damascus was. ‘En gedurende drie dagen kon hij niet zien, en at en dronk hij niet’ (Handelingen 9:9). Op de derde dag komt de voltooiing, de vervulling. De derde dag is in de Bijbel de dag der dagen.
De drievoudige herhaling als stijlfiguur
In de Bijbel komen vaak herhalingen voor. Herhalingen komen in de Bijbel vaker voor dan in moderne literatuur. Deze herhalingen kunnen soms wel eens saai overkomen, maar ze zijn wel van betekenis. In het verhaal van de roeping van Samuël wordt de jonge Samuël drie keer door God geroepen. De eerste twee keer gaat Samuël naar Eli. De derde keer luistert Samuël naar God (1 Samuël 3). Een ander voorbeeld is Bileam. Hij is op reis om het volk Israël te vervloeken. De ezelin waarop hij rijdt wil niet naar hem luisteren omdat zij een engel op de weg ziet. De eerste twee keer slaat Bileam de ezelin zodat zij verder gaat. De derde keer gaat het anders: ‘Toen opende de HEERE de mond van de ezelin en ze zei tegen Bileam: Wat heb ik u misdaan, dat u mij nu driemaal geslagen hebt?’ (Numeri 22:28).
Net als bij de derde dag is het bij de drievoudige herhaling de derde keer dat de omslag komt. Na drie keer Jezus te hebben verzocht in de woestijn laat de duivel hem met rust (Matteüs 4: 1-11, Lucas 4: 1-13). Jezus bad in de tuin Gethsemané drie keer of het lijden aan hem voorbij mocht gaan, daarna wist hij zeker welke weg God met hem wilde gaan (Matteüs 26:30, 36-46, Marcus 14:26, 32-42, Lucas 22:39-46). Nadat Petrus Jezus drie maal verloochende, kraaide de haan (Johannes 13:38; 18:26, 27). De stadhouder Pontius Pilatus verklaart drie keer dat Jezus onschuldig is (Johannes 18:38, 19: 4, 6). Jezus vraagt na zijn opstanding drie keer aan Petrus of hij van Hem houdt (Johannes 21:15 en verder). Petrus krijgt drie maal het zelfde visioen (Handelingen 10:9-16).
Vier is het getal dat verwijst naar volkomenheid en wereldwijde boodschap. In de joodse traditie wordt de naam van God met vier letters weergegeven, het tetragram ‘JHWH’. Vier wijst naar de vier windrichtingen, de vier evangeliën. In het Bijbelboek Daniël komen vier dieren voor die verwijzen naar vier perioden in de wereldgeschiedenis. ‘Die grote dieren, die vier in getal zijn, zijn vier koningen’ (Daniël 7:17). Deze vier dieren zijn door de vroege kerk ook verbonden met de vier evangelisten, Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Het getal vier wordt door de Bijbelschrijvers 177 keer gebruikt.
Het getal vijf zou kunnen verwijzen naar de vijf boeken van Mozes, de Thora. De vijf broden en twee vissen (Johannes 6:1-15) die bij de wonderbaarlijke spijziging de mensen tot voedsel is, kan verwijzen naar de vijf boeken van Mozes en de twee stenen tafelen waar de Wet op geschreven staat. Het getal vijf wordt in de oudheid in verbinding gebracht met het huwelijk. De bruid en de bruidegom namen elk vijf vrienden mee naar het feest. Wellicht verwijst deze symboliek ook naar de gelijkenis van de vijf wijze en de vijf dwaze meisjes (Matteüs 25: 1-13). Het getal vijf komt in de Bijbel 131 keer voor.
Het getal zes staat symbool voor de mens als een onvolmaaktheid wezen. Zes staat in de Bijbel ook voor moeite en arbeid. God schiep de aarde in zes dagen (Genesis 1). In de tien geboden krijgt de mens de opdracht op zes dagen te werken. ‘Zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen’ (Exodus 20: 9). Of zoals in het evangelie van Lucas staat: ‘Er zijn zes dagen waarop men moet werken’ (Lucas 13: 14). De onvolmaaktheid van de mens in het getal zes komt ten volle tot uitdrukking in het Bijbelboek Openbaring. Daar krijgt Johannes een visioen waar in het gaat over het beest: ‘Wie verstand heeft, laat hij het getal van het beest berekenen, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zeshonderdzesenzestig’ (Openbaring 13:18). Het getal van het beest is drie zessen naast elkaar: 666. Het getal zes komt in de Bijbel 92 keer voor.

Het getal zeven speelt een belangrijke rol in de Bijbel. Het getal zeven is een heilig getal. Het staat voor de volmaaktheid van Gods handelen: de zeven dagen van scheppingsweek (Genesis 1-2:3), de zeven dagen die er in een week zijn (Exodus 20: 15, Leviticus 23: 8). De zevende dag is heilig. Het is een dag voor gewijd aan God. Het zevende jaar is heilig en na zeven maal zeven jaar is er een jubeljaar (Leviticus 25: 7-13). Het feest van de ongezuurde broden duurt zeven dagen: ‘Eet zeven dagen lang ongedesemd brood, en vier op de zevende dag feest ter ere van de HEER’ (Exodus 13:6). Zeven is het aantal van de reine dieren die in de ark van Noach meegaan (Genesis 7: 2-9).
Simson de richter had zeven vlechten en hij liet zich boeien met zeven pezen (Rechters 16). Johannes krijgt als hij op Patmos is van Jezus de opdracht om zeven zendbrieven te schrijven (Openbaring 2-3). In datzelfde boek wordt gesproken over ‘de zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn’ (Openbaring 1: 4). Het getal zeven komt veelvuldig voor in het boek Openbaring. Zo schrijft Johannes over zeven engelen, zeven zegels, zeven bazuinen, zeven schalen, zeven plagen. Johannes ziet Jezus als het lam van God met zeven horens en zeven ogen (Openbaring 5:6-10) Veel van wat in de Bijbel zevenvoudig wordt voorgesteld is heilig en heeft een bijzondere betekenis. Het getal zeven komt vaak voor in de Bijbel: 294 keer.
In het licht van het voorgaande getal zeven, heeft het getal acht vaak een letterlijke betekenis. In het bijzonder als de dag na een belangrijke periode van zeven dagen is de achtste dag, de dag van de overgang tussen de geheiligde tijd en het normale gewone leven, de dagelijkse realiteit. Op de achtste dag na de geboorte moet een zoon besneden worden: ‘Elk kind bij u van acht dagen oud, al wie mannelijk is, moet besneden worden, al uw generaties door’ (Genesis 17: 12). Voor runderen en kleinvee geldt dat ze zeven dagen bij hun moeder mogen blijven. ‘Op de achtste dag moet u ze Mij geven’ (Exodus 22: 10). In de wetten voor de reiniging van de melaatsheid moet er op de achtste dag een offer worden gebracht (Leviticus 14: 10, 23). De achtste dag is een dag van heiliging: ‘Zij begonnen met het heiligen op de eerste dag van de eerste maand; op de achtste dag van de maand kwamen zij in de voorhal van de HEERE. Zij heiligden het huis van de HEERE in acht dagen, en op de zestiende dag van de eerste maand waren zij klaar’ (2 Kronieken 29: 17). Het getal acht wordt in de Bijbel 155 keer gebruikt.
Het getal negen heeft in de Bijbel nauwelijks een symbolische betekenis. Het komt in de hele Bijbel maar vijftien keer voor.
Het getal tien neem in de Bijbel een bijzondere plek in. Het is de som van drie en zeven, beide bijzondere getallen in de Bijbel. Het getal tien staat voor wet, veelheid, compleetheid en perfectie. God gaf tien geboden, de decaloog (Exodus 20:1-17, Deuteronomium 5: 6-21). Egypte kreeg tien plagen te verduren (Exodus 7 – 12). Verder zijn er verhalen over de tien maagden (Matteüs 25:1-13), de tien melaatsen (Lucas 17: 11-19), de vrouw met de tien penningen (Lucas 15: 8-10) of de herder met de tien keer tien, honderd schapen (Lucas 15: 4). Het getal tien komt 146 keer voor in de Bijbel.
Elf is twaalf min een. Elf staat voor het tekort. Het Bijbelse ideaal is twaalf. De elf zijn de leerlingen van Jezus als Judas, die Jezus verraden had, ontbreekt (Matteüs 28: 16, Lucas 24: 9, 33, Handelingen 1: 13). Het getal elf komt maar 19 keer voor in de Bijbel.
Het getal twaalf staat veelvuldig in de Bijbel en staat voor perfect bestuur onder de leiding van God. Het volk van God, Israël, is verdeeld in twaalf stammen. Als er in de Bijbel een twaalftal voorkomt, dan verwijst dit vaak naar de twaalf stammen van Israël. Bijvoorbeeld de twaalf opgerichte stenen (Jozua 4: 8), de twaalf stenen op het borstschild van de hogepriester (Exodus 28: 21), twaalf runderen (Numeri 7: 3). De twaalf stammen worden weerspiegeld in de twaalf discipelen van Jezus. Jezus kon beschikken over twaalf legioenen engelen (Matteüs 26: 53). Na de wonderbaarlijke spijziging raapten ze ‘het overschot van de stukken brood op, twaalf manden vol’ (Matteüs 14: 20).
In de toekomstige nieuwe wereld, beschreven in het Bijbelboek Openbaring, is het getal twaalf ook veel aanwezig: twaalf poorten van het nieuwe Jeruzalem met de twaalf namen van de twaalf stammen (Openbaring 21: 12), twaalf fundamenten met de namen van de twaalf apostelen (Openbaring 21: 14), de boom des levens die twaalf maal per jaar vrucht draag (Openbaring 22: 2). In het Bijbelboek Openbaring wordt het getal twaalf ook gebruikt om de volmaakte voltalligheid aan te duiden: twaalf maal twaalf maal duizend. Dit getal 144000 komt twee keer voor in Openbaring. In Openbaringen 7 vers 3 tot 8 worden deze 144000 genoemd als de twaalf stammen van Israël, uit elke stam twaalfduizend. Het getal twaalf komt 149 keer voor in de Bijbel.

Vijftien is product van drie en vijf. Het getal vijftien verwijst in de Bijbel vaak naar handelingen van God die Hij doet door zijn genade. God beschermde Noach en de zijnen door de ark werd door de zondvloed vijftien el hoger dan de bergen te brengen (Genesis 7:20). Koning Hizkia kreeg vijftien jaar uitstel van dood (2 Koningen 20: 6). Door het kloeke optreden van koningin Ester werden de joden op de vijftiende dag van de maand van de dood verlost (Ester 9: 18, 21). Op de vijftiende dag van de eerste maand werd het feest van de ongezuurde broden gevierd (Leviticus 23: 6). Op de vijftiende dag van de zevende maand vieren de joden het Loofhuttenfeest (Leviticus 23: 34). Het getal vijftien komt in de Bijbel 15 keer voor.
Het getal veertig heeft voornamelijk een symbolische betekenis als het gebruikt wordt als tijdsaanduiding. Bij het verhaal over de zondvloed regent het veertig dagen en veertig nachten (Genesis 7: 4, 12, 17). Veertig jaar zwerft het volk van God door de woestijn (Deuteronomium 29: 5, Handelingen 7: 23-36). Veertig dagen, veertig jaar, is een aanduiding voor een crisis, een tijd van boetedoening, een tijd van bezinning, vasten of beproeving. De Filistijn Goliath daagt veertig dagen lang het leger van koning Saul uit (1 Samuël 17: 16). De boodschap van de profeet Jona aan de goddeloze stad Nineve was kort maar krachtig: ‘Nog veertig dagen, dan wordt Nineve weggevaagd!’ (Jona 3:4). Jezus verbleef veertig dagen in de woestijn (Marcus 1: 13; Matteüs 4: 2; Lucas 4: 1). In 83 verzen van de Bijbel komt het getal veertig voor. In sommige verzen, waarin het gaat over ‘veertig dagen en veertig nachten’, wordt veertig wel twee keer per vers gebruikt.
Tweeënveertig is het product van zeven en zes. Zeven staat voor de heiligheid en volmaaktheid van God en zes voor de onvolmaaktheid van de mens. Tweeënveertig wordt in de Bijbel gebruikt waar deze twee elkaar raken, in elkaar overgaan of als straf als God of zijn profeet niet eervol worden behandeld. Tweeënveertig geslachten zijn er van de mens Abraham tot Jezus de zoon van God (Matteüs 1: 17). In de getallensymboliek van het geslachtsregister van Jezus presenteert Matteüs de tweeënveertig geslachten als drie keer veertien (twee keer zeven).
Tweeënveertig en de strijd om de eer van God
Het Beest, de Antichrist, de mens die god wil zijn, heerst tweeënveertig maanden over de aarde (Openbaring 13: 5). Slechts een korte tijd duurt zijn heerschappij. Als God overwint is alle eer voor Hem. In de brief van Jacobus staat dat het volk Israël ten tijde van koning Achab op het gebed van Elia drie en een half jaar (= 42 maanden) droogte heeft gekend omdat het volk de Baal diende (Jakobus 5:17 en 1 Koningen 17 en 18). Vanwege deze afgoderij beval Jehu de broers van Achazja te grijpen en te doden. Het ging om tweeënveertig man, en niet één bleef in leven (2 Koningen 10:14). Tweeënveertig staat dan voor de straf voor afgoderij omdat God niet de eer krijgt die Hem toekomt. In het Bijbelboek 2 Koningen 2: 23-25 staat nog een afschuwelijk voorbeeld van straf. Tweeënveertig jonge mannen maken de profeet van God, Elisa, uit voor kaalkop. Elisa vervloekt deze jonge mannen. Vervolgens worden ze allen door twee beren verscheurd. Waarschijnlijk moet hun aantal symbolisch worden geduid. Het getal tweeënveertig komt zes keer in de Bijbel voor.
Het getal vijftig staat voor het jubeljaar. Het jubeljaar was een bijzonder jaar in het Oude Testament. Dit heilige jaar moest de Israëlieten eraan herinneren het land waarin zij woonden en de opbrengst ervan van God zelf was. Het jubeljaar werd na 49 jaar (zeven maal zeven) jaar gevierd ( Leviticus 25 ). Elk vijftigste jaar is een jubel jaar. Het getal vijftig komt 76 keer voor in de Bijbel.
Vijftig jaar en Abraham zien
In het Nieuwe Testament staat dat veel tijdgenoten niet geloofde wat Jezus zei. Als Jezus spreekt over Abraham zeggen ze tegen Hem: ‘U bent nog geen vijftig jaar en hebt U Abraham gezien?’ (Johannes 8: 57). Aan deze tekst is onze traditie van vijftig worden en Abraham (of Sara voor de dames) zien ontleed.
Vierentachtig is het product van zeven en twaalf. Beide getallen verwijzen naar volheid en veelvuldigheid. De evangelist schrijft over de kleine Jezus die in de tempel wordt gebracht. Er was daar ook een profetes, Hanna. ‘Ze was hoogbejaard; vanaf haar huwbare leeftijd had ze zeven jaar met haar man geleefd, en ze was nu al vierentachtig jaar weduwe’ (Lucas 2: 36b-37, NBV). Vierentachtig jaar weduwe geeft aan dat ze een zeer lange tijd weduwe was.


.
.
.
.
.
.
.
In werkelijkheid bestaat de moslimwereld uit een grote verscheidenheid aan bewegingen en strekkingen met soms erg uiteenlopende religieuze visies. Een beetje zoals men in het christendom de getuigen van Jehovah, katholieken, protestanten, anglicanen, de aanhangers van monseigneur Lefebvre enz heeft, die elkaar soms het licht in de ogen niet gunnen.
Ook op politiek vlak is er geen eenheidspositie, maar kent men bij moslims een spreiding gaande van links tot rechts, van progressief tot conservatief. Al deze verschillende bewegingen en strekkingen leveren nogal wat kritiek op elkaar, en geleerden uit diverse bewegingen en strekkingen publiceren fatwas (opinies) tegen de fatwas (opinies) van de andere geleerden.
Net zoals er een verschil is tussen wat er in de Bijbel staat, wat de verschillende strekkingen binnen het christendom aan leerstellingen hebben en hoe christenen zich in het dagelijks leven gedragen, is er ook in de islam een onderscheid tussen wat er in de Koran staat, hoe verschillende strekkingen dat interpreteren en de dagdagelijkse werkelijkheid.
Verder zijn er ook ettelijke groeperingen die zichzelf wel als islamitisch beschouwen en die zich bedienen van eigen (afwijkende) vertalingen en interpretaties van de Koran maar die door een meerderheid van moslims als niet-islamitisch beschouwd worden.
Voor iemand die niet vertrouwd is met de islam kan het dus allemaal een beetje verwarrend zijn en bestaat het risico dat men de leerstellingen of gedragingen van een kleine splintergroep verkeerdelijk aanziet voor ‘de’ islam. Het is belangrijk dat men dergelijke publicaties kan onderscheiden van deze van de islamitische hoofdstroom.
Wat één of andere beweging verkondigt is niet noodzakelijk representatief voor wat de meerderheid van de moslims geloven en wordt soms zelfs door andere groeperingen fel gecontesteerd, getuige waarvan talrijke publicaties van islamitische groeperingen die kritiek leveren op elkaar. Wat de ene moslimgroepering verkondigt, kan door de andere moslimbeweging verworpen worden als onislamitisch of zelfs anti-islamitisch.
Er is in de (soennitische) islam geen kerkinstituut, dus ook geen paus die iemand kan excommuniceren. Over iemands geloof kan volgens de islam alleen God oordelen. Men kan uiteraard wel oordelen over iemands gedrag – en ook in de moslimlanden worden mensen die misdaden of terreurdaden plegen door rechtbanken veroordeeld. Terrorisme wordt trouwens door de islam in krachtige bewoordingen verworpen en wordt in de Koran omschreven als een misdaad tegen de samenleving , het is één van de weinige misdaden waarvoor volgens de Koran de doodstraf kan uitgesproken worden.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

