Tagarchief: profetie

Preterisme, de vervangingstheologie

Standaard

Categorie: religie

.

.

.

.

Preterisme

.

Het preterisme is de leer dat de voorzegde gebeurtenissen in Mattheüs 24 en het boek Openbaring grotendeels of volledig hebben plaatsgevonden in de aanloop naar en ten tijde van de verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen in het jaar 70 na Christus. Sommige preteristen stellen dat de wederkomst van Christus en de opstanding van de doden in het jaar 70 hebben plaatsgevonden.

Term. De term preterisme komt van het Latijnse woord praeter = verleden, omdat de profetieën merendeels of alle reeds in het verleden zouden zijn vervuld.

Hoofdinhoud van leer. Het preterisme stelt dat alle of een deel van de Bijbelse profetieën over de laatste dagen verwijzen naar gebeurtenissen die in de eerste eeuw plaatsvonden na de geboorte van Christus, in het bijzonder in verband met de verwoesting van Jeruzalem in 70 na Christus. Jezus’ voorzeggingen aangaande aardbevingen. onlusten, oorlogen en de grote verdrukking zijn in de eerste eeuw uitgekomen.

Versus futurisme. Het preterisme staat tegenover het futurisme, dit is de opvatting dat de meeste voorzeggingen over het einde der tijden, de laatste dagen, de Grote Verdrukking en dergelijke, nog een toekomstige vervulling wacht en aan de terugkeer van Christus onmiddellijk zullen voorafgaan.

.

.

.

.

Gedeeltelijk en volledig preterisme

.

.-deel– en volpreterisme: De opvatting dat de profetieën over het einde reeds grotendeels (maar niet alle) zijn uitgekomen. Nog niet gebeurd zijn: 1. de wederkomst van Christus en de opneming van de gemeente; 2. de opstanding; 3. het oordeel.

-volledig preterisme of hyperpreterisme: De meer recente opvatting dat alle voorzeggingen reeds zijn vervuld.

Gedeeltelijk preterisme

Het gedeeltelijke preterisme is de oudste van de twee standpunten. Het stelt dat de profetieën aangaande de verwoesting van Jeruzalem, de Antichrist, de Grote Verdrukking en de komst van de Dag van de Heer als een “komst ten oordeel” door Christus, vervuld werden circa 70 na Chr., toen de Romeinse generaal (en latere keizer) Titus Jeruzalem innam, plunderde en de tempel verwoestte, waardoor blijvend een einde kwam aan de dagelijkse dierenoffers. “Babylon de Grote” (Openbaring 17-18) wordt vereenzelvigd met de oude heidense stad Rome of de Joodse stad Jeruzalem.

De meeste gedeeltelijk preteristen geloven ook dat uitdrukking “laatste dagen” slaat op de laatste dagen van de Mozaïsche verbond dat God uitsluitend had met de natie Israël tot het jaar 70 na Christus. Zoals God gericht uitoefende over verschillende naties in het Oude Testament, zo kwam ook Christus ten oordeel tegen degenen in Israël die hem afwezen.

Die laatste dagen van de natie Israël zijn volgens het gedeeltelijk preterisme te worden onderscheiden van de “laatste dag”, die nog wel in de toekomst ligt en deze gebeurtenissen brengt: de wederkomst van Jezus, de lichamelijke opstanding van de rechtvaardigen en onrechtvaardigen, het laatste oordeel, en de schepping van een letterlijke nieuwe hemel en een nieuwe aarde, vrij van de vloek van zonde en dood, die door de val van Adam en Eva is gekomen.

Het preterisme vindt (anno 2015) al meer aanhang onder christenen. Een bekende Amerikaanse preterist is Don K. Preston. Hij ziet de periode tussen 30 en 70 na Christus als het duizendjarig rijk en de tijd daarna is die van het nieuwe verbond (de eeuwige toestand).

.

.

Volledig preterisme

.

Het volledig preterisme verschilt van het gedeeltelijk daarin, dat alle profetie beschouwd als vervuld met de verwoesting van Jeruzalem, dus ook de voorzeggingen aangaande de opstanding van de doden en de wederkomst (parousia) van de Heer Jezus.

Volgens het volledig preterisme is de Heer Jezus teruggekomen in 70 n.C. en wel ten oordeel, wat geleid heeft tot de verwoesting van Jeruzalem en haar tempel in het jaar 70. Dit gebeurde door midden van buitenlandse legers op een manier die vergelijkbaar is met diverse oudtestamentische beschrijvingen van God die komt om andere naties rechtvaardig te oordelen.

Volgens het volledig preterisme is de opstanding van de doden al gebeurd. Deze opstanding was niet een lichamelijke, maar een verrijzenis van de zielen uit de plaats der doden, welke bekend staat als Sjeool (Hebreeuws) of Hades (Grieks). De rechtvaardige zielen hebben een geestelijk lichaam gekregen dat geschikt is voor de hemel, en de onrechtvaardige doden zijn geworpen in de poel van vuur. Sommige volledig preteristen geloven dat deze verandering een doorgaande is en bij het overlijden van elke ziel plaatsvindt (Hebr. 9:27).

De nieuwe hemel en de nieuwe aarde worden door het volledig preterisme gelijkgesteld met de vervulling van de wet in het jaar 70 na Chr. Zoals een christen bij zijn bekering “een nieuwe schepping” is geworden, is de wereld dat ook in 70 na Chr.

.

.

Kritiek

.

Bijbels bezwaar. Op Bijbelse gronden kan men ernstige bezwaren tegen het volledig preterisme aanvoeren. Reeds de apostel Paulus verwierp de gedachte dat de opstanding der doden al had plaatsgevonden.

2Ti 2:16 Maar onttrek je aan ongoddelijk gezwets; 2Ti 2:17 want zij zullen voortgaan tot toenemende goddeloosheid en hun woord zal als kanker voortwoekeren. Onder hen zijn Hymeneus en Filetus, 2Ti 2:18 die van de waarheid zijn afgeweken door te zeggen dat de opstanding al heeft plaatsgehad en die het geloof van sommigen omverwerpen.

De Heer Jezus stond lichamelijk uit de doden op en ook de doden zullen lichamelijk verrijzen en het lichaam van de levenden zal veranderd worden.

Aanhangers van het volledig preterisme antwoorden dat Paulus’ veroordeling terecht was, omdat de opstanding vóór 70 na Christus nog niet gebeurd was. Ook zeggen zij dat zij bepaalde Schriftplaatsen, die tegen hun standpunt worden aangevoerd, anders uitleggen.

Ketterij. Voor zover en omdat het volledig preterisme sterk afwijkt van de overgeleverde geloofsbelijdenissen, wordt het door velen als ketterij beschouwd. Volledig preteristen antwoorden dat de geloofsbelijdenissen niet goddelijk geïnspireerd zijn, maar zijn opgesteld door feilbare mensen. De belijdenissen zijn fout op het punt van de toekomst en moeten aangepast worden.

.

.

.

.

Argumenten voor het preterisme

.

Sommige leerlingen zouden Hem zien komen. De Heer Jezus heeft gezegd dat sommigen van zijn leerlingen zijn komst zouden meemaken.

Mt 16:27 Want de Zoon des mensen staat te komen in de heerlijkheid van zijn Vader met zijn engelen, en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn doen. Mt 16:28 Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van hen die hier staan, die de dood geenszins zullen smaken voordat zij de Zoon des mensen hebben zien komen in zijn koninkrijk. 

“Dit geslacht” zou het meemaken. De Heer Jezus heeft gezegd dat “dit geslacht”, het geslacht van zijn tijd (in de eerste eeuw) de voorzegde gebeurtenissen zou meemaken.

Mt 24:33 Zo ook u, wanneer u al deze dingen zult zien, weet dan dat het nabij is, voor de deur. Mt 24:34 Voorwaar, Ik zeg u: dit geslacht zal geenszins voorbijgaan voordat al deze dingen zijn gebeurd. 

De voorzeggingen in Matteüs 24 aangaande de “Grote Verdrukking” beschouwt het preterisme als vervuld met de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 na Chr. Steun voor deze stelling vindt men in Jezus’ woorden dat “dit geslacht niet zal geenszins voorbijgaan voordat al deze dingen zijn gebeurd”. Deze woorden schijnen de voorzegde gebeurtenissen te beperken tot “dit geslacht”, tot de generatie in de eerste eeuw.

“Spoedig”. De Heer heeft gezegd dat de in de Openbaring voorzegde gebeurtenissen spoedig zouden geschieden (Opb. 1:1)

Opb 1:1 Openbaring van Jezus Christus, die God Hem heeft gegeven om zijn slaven te tonen wat spoedig moet gebeuren; en Hij heeft die door zijn engel gezonden en aan zijn slaaf Johannes te kennen gegeven.

Opb 22:6 En hij zei tot mij: Deze woorden zijn getrouw en waarachtig, en de Heer, de God van de geesten van de profeten, heeft zijn engel gezonden om zijn slaven te tonen wat met spoed moet gebeuren.

Hijzelf zou spoedig komen (Opb. 22:7, 12, 20)

Opb 22:7 En zie, Ik kom spoedig. Gelukkig hij die de woorden van de profetie van dit boek bewaart.

Opb 22:12 Zie, Ik kom spoedig, en mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden zoals zijn werk is.

Opb 22:20 Hij die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig! Amen, kom, Heer Jezus!

Ook aan twee gemeenten in Klein-Azië zei Hij spoedig te komen.

Opb 2:16  Bekeer u dan; maar zo niet, Ik kom spoedig naar u toe en Ik zal oorlog tegen hen voeren met het zwaard van mijn mond.

Opb 3:11  Ik kom spoedig, houd wat u hebt, opdat niemand uw kroon neemt.

.

.

Tegenwerpingen

.

Sommige leerlingen zouden Hem zien komen. De Heer Jezus heeft gezegd dat enkele leerlingen Hem zouden zien komen in zijn koninkrijk.

Mt 16:27 Want de Zoon des mensen staat te komen in de heerlijkheid van zijn Vader met zijn engelen, en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn doen. Mt 16:28 Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van hen die hier staan, die de dood geenszins zullen smaken voordat zij de Zoon des mensen hebben zien komen in zijn koninkrijk. 

Dat hebben zij gezien toen de Heer zes dagen na deze woorden drie leerlingen meenam op een hoge berg. Daar werd hij verheerlijkt.

Mt 17:1 En na zes dagen nam Jezus Petrus, Jakobus en zijn broer Johannes mee en bracht hen afzonderlijk op een hoge berg. Mt 17:2 En Hij werd in hun bijzijn van gedaante veranderd; en zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht. Enz. 

Merk op dat ze verzen onmiddellijk volgen op Matth. 16:28. Dat “zien komen” is een vooruitblik geweest. Zoals Hij toen in zichtbare heerlijkheid straalde, zo zal hij eens zichtbaar verschijnen in deze wereld.

“Dit geslacht” zou het meemaken. De Heer heeft gezegd dat “dit geslacht” de voorzegde gebeurtenissen zou meemaken.

Mt 24:33 Zo ook u, wanneer u al deze dingen zult zien, weet dan dat het nabij is, voor de deur. Mt 24:34 Voorwaar, Ik zeg u: dit geslacht zal geenszins voorbijgaan voordat al deze dingen zijn gebeurd. 

Het gebruikte woord voor “geslacht” is het Griekse woord “genea”. Het kan een figuurlijke betekenis hebben: “een soort mensen die veel op elkaar lijken in gaven, leefwijzen, karakter; specifiek in ongunstige zin, een verdorven geslacht”.

Mt 11:16 Met wie echter zal Ik dit geslacht vergelijken? Het is gelijk aan kinderen die op de markten zitten en de anderen de woorden toeroepen: 

Mt 12:39 Hij antwoordde echter en zei tot hen: Een boos en overspelig geslacht verlangt een teken, en het zal geen teken worden gegeven dan het teken van de profeet Jona. 

Mt 12:45 Dan gaat hij heen en neemt zeven andere geesten met zich mee, bozer dan hijzelf, en zij komen binnen en wonen daar; en het laatste van die mens wordt erger dan het eerste. Zo zal het ook zijn met dit boos geslacht. 

Mr 8:38 Want wie zich voor Mij en mijn woorden schaamt onder dit overspelig en zondig geslacht, voor hem zal ook de Zoon des mensen Zich schamen wanneer Hij komt in de heerlijkheid van zijn Vader, met de heilige engelen. 

Mr 9:19 Hij nu antwoordde hun en zei: O ongelovig geslacht, hoe lang zal Ik nog bij u zijn? Hoe lang zal Ik u nog verdragen? Brengt hem bij Mij. 

Flp 2:15 opdat u onberispelijk en rein bent, onbesproken kinderen van God temidden van een krom en verdraaid geslacht, waaronder u schijnt als lichten in de wereld, 

Als wij andere Schriftplaatsen over de toekomst zoveel mogelijk letterlijk nemen, moeten we “dit geslacht” in Matth. 24:34 figuurlijk verstaan: het betekent niet een “generatie van 40 jaar” betekent, maar “deze soort mensen”, d.w.z. dit verdorven mensengeslacht.

“Spoedig”. De Heer heeft gezegd dat de in de Openbaring voorzegde gebeurtenissen spoedig zouden gebeuren en dat Hijzelf spoedig zou komen. Daarnaast heeft de Heer gesuggereerd dat zijn komst op zich laat wachten. De boze slaaf zou zeggen “Mijn heer blijft uit”.

Mt 24:48 Als die boze slaaf echter in zijn hart zegt: Mt 24:49 Mijn heer blijft uit, en zijn medeslaven begint te slaan en eet en drinkt met de dronkaards, 

De bruisdmeisjes vielen in slaap, omdat “de bruidegom uitbleef”.

Mt 25:5 Toen nu de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en sliepen in. Mt 25:6 Maar te middernacht klonk een geroep: Zie, de bruidegom! Gaat uit, hem tegemoet!

In de gelijkenis van de slaven kwam de heer “na lange tijd” (Matth. 25:19).

Mt 25:14 Want het is als een mens die buitenslands ging en zijn eigen slaven riep en hun zijn bezittingen toevertrouwde. (…) Mt 25:19 Na lange tijd nu kwam de heer van die slaven en hield afrekening met hen.

Wetend dat sommigen het uitbleven van de Heer voor traagheid hielden, wees de apostel Petrus erop dat een dag bij de Heer is als duizend jaar en duizend jaar als een dag.

2Pe 3:8 Maar laat dit ene u niet onbekend zijn, geliefden, dat een dag bij de Heer is als duizend jaar en duizend jaar als een dag. 2Pe 3:9 De Heer vertraagt de belofte niet zoals sommigen het voor traagheid houden, maar Hij is lankmoedig over u, daar Hij niet wil dat iemand verloren gaat, maar dat allen tot bekering komen. 2Pe 3:10 Maar de dag van de Heer zal komen als een dief, waarop de hemelen met gedruis zullen voorbijgaan en de elementen brandend vergaan en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden. 2Pe 3:11 Daar dit alles dus vergaat, hoe behoort u te zijn in heilige wandel en godsvrucht, 

De tijdrekening van God is anders dan de onze. Gezien de aanwijzingen van “lange tijd” en “uitblijven” en gezien dat veel voorzeggingen over de eindtijd en de zichtbare komst van de Heer in de wereld met heerlijkheid en majesteit nog niet hebben plaatsgevonden, moeten we “spoedig” in het perspectief van een goddelijke tijdrekening plaatsen.

Ps 90:4 Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, wanneer die voorbijgegaan is, of als een wake in de nacht. 

De Heer komt op de wolken van de hemel. Critici van het preterisme wijzen erop dat Mattheüs 24 ook spreekt van Jezus’ komst op de wolken des hemels. Deze wederkomst in de lucht is nog niet gebeurd, ook niet in de eerste eeuw. De preterist antwoordt daarop dat er geen reden is om aan te nemen dat die komst op de wolken de Wederkomst van Christus is. In het Oude Testament spreekt God van zijn komst tot het volk ten oordeel. In Jesaja 19 vinden wij daarvan een treffend voorbeeld. De profeet verwijst naar het op handen zijnde oordeel over Egypte:

Jes 19:1 De last over Egypte. Zie, de HEERE rijdt op een snelle wolk en komt in Egypte. De afgoden van Egypte zullen beven voor Zijn aangezicht en het hart van de Egyptenaren zal smelten in hun binnenste. 

Noch Jes. 19: 1 noch Matt. 24:33, die beide op een komst op de wolken spreken, spreken volgens het preterisme van de wederkomst van Christus.

Belofte van Israëls herstel.Een andere tegenwerping tegen het preterisme is dat Gods verbond met Israël “eeuwig” is en daarom niet geëindigd kan zijn in het jaar 70. Israël is weliswaar verstrooid onder de volken, naar de Schrift (Deut. 30), maar het zal ook weer worden hersteld, naar de Schrift.

Logische gevolgen. Een ander bezwaar tegen het preterisme naar voren gebracht, is dat het antisemitisme en vervangingstheologie in de hand werkt.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

2016: EEN OVERGANGSJAAR NAAR EEN ANNUS HORRIBILIS.

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

2016 WAS EEN OVERGANGSJAAR

 

NAAR EEN 

 

ANNUS HORRIBILIS.

 

 

israelbericht_tekenen_eindtijd

 

 

 

 

TEKENEN DIE WIJZEN NAAR DE EINDTIJDEN

 

 

De terugkeer naar Israël

 

Sinds ongeveer 1880 tot op de dag van vandaag zijn uit allerlei landen ruim 5,5 miljoen Joden teruggekeerd naar Israël (Ezech. 11:17). Het profetisch Woord is er duidelijk over dat veel Joden in de eindtijd weer in Israël zullen wonen. Bijna het gehele volk is helaas in ongeloof teruggekeerd. De profeten voorzeggen dat Israël in de eindtijd bekering nodig heeft. Het is daarom niet vreemd dat zij in ongeloof terugkeren (Joël 2:12-17). De terugkeer van de Joden naar Israël is een belangrijk teken van de tijd! Dat zal niemand ontkennen, die ook maar enigszins kennis heeft van het profetisch Woord.

 In Ezech. 37 lezen we over een profetie van een dal met dorre doodsbeenderen. We zien hierin dat er twee fasen zijn voor Israëls herstel. De eerste is lichamelijk. Dit herstel is al geruime tijd bezig, zoals de terugkeer van het volk en dat Israël weer als volk en natie op de kaart staat. De tweede fase is dat Israël geestelijk hersteld zal worden. Maar daar moet eerst bekering aan vooraf gaan (Hos. 3:4,5). Dan, als zij Jezus hebben aangenomen, aan het einde van de Grote Verdrukking, zal het overblijfsel het Land voor altijd in vrede bezitten:

“Want Ik zeg u, gij zult Mij van nu aan niet meer zien, totdat gij zegt: Gezegend Hij, die komt in de naam des Heren!” (Matt. 23:39).

 

Als Jezus komt zullen alle Joden, die dan nog in verstrooiing zijn, in geloof terugkeren en zal het volk geheel uit rechtvaardigen bestaan!:

“Uw volk zal geheel uit rechtvaardigen bestaan, voor altoos zullen zij het land bezitten: een scheut die Ik geplant heb, een werk mijner handen, tot mijn verheerlijking” (Jes. 60:21).

 

Dan zal Israël zowel fysiek als geestelijk volledig worden hersteld. De grenzen van het Land worden dan niet meer door politieke leiders bepaald, maar door de Messias Zelf (Ezech. 47, 48). Nu leeft het volk nog in angst voor aanslagen en oorlogen. Ook leeft het volk achter een grote muur om haar veiligheid te waarborgen. Als Jezus komt en “gans Israël” behouden is, dan zal het volk echt in vrede wonen en over de gehele wereld in aanzien zijn!:

“en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des Heren, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des Heren woord uit Jeruzalem” (Jes. 2:3).

 

De terugkeer van de Joden naar Israël is voor de gemeente een belangrijk teken wat laat zien dat deze huidige “bedeling der genade” ten einde loopt en dat de Grote Verdrukking nabij is. De gemeente kan daarom elk moment worden opgenomen (1 Tess. 1:10).

 

 

de terugkeer van het Joodse volk naar Israël

de terugkeer van het Joodse volk naar Israël

 

 

 

Israël: twistappel en oogappel

 

De oprichting van de staat Israël in 1948 (welke door David Ben-Goerion werd uitgeroepen) en het heroveren van Jeruzalem in 1967, zijn belangrijke tekenen van de tijd. We weten dat Israël wordt gedwongen om vrede te sluiten met de Palestijnen in ruil voor Land. Bijna de gehele wereld bemoeit zich hiermee. Maar het Land is niet van de Palestijnen en ook niet van de Verenigde Naties. Het Land is van God dieide God van Israël is.

In Lev. 25:23 lezen we dat God zegt: “Want het Land is van Mij”.

 

Niemand minder dan God Zelf brengt Zijn volk terug naar Israël. God wil dat zij daar wonen in de eindtijd, zodat de laatste Jaarweek straks kan gaan beginnen (Dan. 9:27). Daarna zal de Here Jezus de vervallen hut van David gaan oprichten en zullen de heerlijke Messiaanse zegeningen komen, althans voor het gelovig overblijfsel (Hand. 15:16-18). Die zegeningen komen door niemand minder dan Jezus Christus Zelf (2 Kor. 1:20). Paulus zegt:

“en aldus zal gans Israël behouden worden” (Rom. 11:26).  

 

De Bijbel is er duidelijk over dat Israël nog steeds Gods oogappel is en dat God niet wil dat het Land wordt verdeeld en ingenomen door vreemdelingen. Zijn toorn zal over die volken komen:

 

  • Want, zo zegt de Here der heerscharen, wiens heerlijkheid mij gezonden heeft, aangaande de volken die u uitgeplunderd hebben – want wie u aanraakt, raakt zijn oogappel aan” (Zach. 2:8).

 

  • “Want zie, in die dagen en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, zal Ik alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden ter oorzake van mijn volk en van mijn erfdeel Israël, dat zij onder de volken verstrooid hebben, terwijl zij mijn land verdeelden, en over mijn volk het lot wierpen,… (Joël 3:1,2).

 

Als we naar Israël kijken, dan zien we dat het omsingeld is door vijanden. Israël wordt steeds meer in het nauw gedreven door haar islamitische buurlanden. De Jodenhaat onder de Arabische volken en het Palestijnse volk is zo groot dat er zelfs islamitische groeperingen zijn die Israël van de kaart willen vegen, of het volk in de Grote Zee willen drijven! In Ps. 83:3-9 lezen we:

“Want zie, uw vijanden tieren, uw haters steken het hoofd op;  zij smeden een listige aanslag tegen uw volk en beraadslagen tegen uw beschermelingen. Zij zeggen: Komt, laten wij hen als volk verdelgen, zodat aan de naam van Israël niet meer wordt gedacht. Want zij hebben eensgezind beraadslaagd, tegen U een verbond gesloten: de tenten van Edom en de Ismaëlieten, Moab en de Hagrieten,  Gebal, Ammon en Amalek, Filistea met de inwoners van Tyrus;  zelfs Assur heeft zich bij hen gevoegd, zij zijn de zonen van Lot tot steun”.

 

Wereldwijd komt er steeds meer verzet tegen de Joden. Het antisemitisme is niet alleen groot rondom de buurlanden van Israël, ook in de westerse maatschappij neemt dit drastisch toe. En zo ook in Rusland en bijvoorbeeld in Polen. Zo zijn er zelfs in ons land schuilsynagoges, waar de Joden ongestoord hun diensten kunnen houden, omdat zij anders bedreigd worden. Doordat het antisemitisme sterk toeneemt keren veel Joden terug naar Israël.

 

We kunnen niets anders dan concluderen dat Christus’ tegenstander een hekel aan de Joden heeft. Dat komt omdat hij weet dat God nog een plan heeft met Israël (Ezech. 36:26-28; 39:29; Hos. 2:13-22). Maar bovenal omdat het heil uit de Joden is, dat is de Here Jezus (Rom. 9:5). Hij is Israëls Messias, de komende Vredevorst die vanuit Jeruzalem op de troon van David over de gehele aarde zal regeren.

 

 

We hoeven niet alleen op Israël en het Midden-Oosten te letten, om de tekenen der tijden te zien. De Bijbel geeft namelijk veel meer aanwijzingen. 

 

 

Europa en het herstelde Romeinse Rijk

 

Israël hoorde vroeger bij het oude Romeinse Rijk. Ook de Noordelijke Afrikaanse landen hoorden daar bij. Zo heeft enkele jaren geleden de toenmalige Franse president Sarkozy zich uitgesproken over een Mediterrane Unie, van het Middellandse Zeegebied. Die is er gekomen op 13 juli 2008, opgericht in Parijs.  Het moet een samen-werkingsverband vormen tussen de landen van de Europese Unie en de landen aan het Middellandse Zee gebied. Het is duidelijk zichtbaar dat de wereld wordt klaargemaakt voor het laatste wereldrijk (het herstelde Romeinse rijk) en voor de komst van de antichrist :

(Openb. 6:2; 13:1,2; 17:11): “Het beest, dat gij zaagt, was en is niet, en het zal opkomen uit de afgrond en het vaart ten verderve” 

 

 

hoofdstuk 13 van de Openbaring : de opkomst van de antichrist en de valse profeet

hoofdstuk 13 van de Openbaring : de opkomst van de antichrist en de valse profeet

 

pasteltekening van John Astria

 

 

Ongetwijfeld zal het laatste wereldrijk ongeveer dezelfde landen omvatten als het oude Romeinse Rijk. Het zal echter nooit een (h)echte eenheid vormen, zoals ijzer en leem zich niet met elkaar laten vermengen (Dan. 2:43). Wellicht omdat de verschillen tussen het z.g. christendom en de islam te groot zijn.

 

 

 

De natuur is in nood

 

Bijna dagelijks horen we over aardbevingen, overstromingen, bosbranden, vulkaanuitbarstingen, hongersnoden (de voedseltekorten en voedselprijzen zijn de afgelopen jaren enorm gestegen, vgl. Openb. 6:6), besmettelijke ziekten en allerlei diersoorten die uitsterven. Dit laatste is volgens velen ook een oorzaak van onze klimaat-verandering:

en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn. Doch dat alles is het begin der weeën” (Matt. 24:7,8).

 

 

hoofdstuk 16 van de openbaring ; de 7 offerschalen worden uitgegeoten

hoofdstuk 16 van de openbaring ; de 7 offerschalen worden uitgegoten

 

pasteltekening van John Astria

 

 

Het is noodzakelijk waakzaam te blijven en door middel van het lezen van de Bijbel de tekenen der tijden te gaan zien. Het lijkt wel of het door velen niet meer wordt opgemerkt.

Luc. 12:54-56 zegt de Here Jezus het volgende:

“Wanneer gij een wolk ziet opkomen in het westen, zegt gij dadelijk: Er komt regen, en het gebeurt. En wanneer gij de zuidenwind ziet waaien, zegt gij: Er zal hitte komen, en het gebeurt. Huichelaars, het aanzien van aarde en hemel weet gij te onderscheiden, waarom onderkent gij de tijd niet?”   

 

 

 

 Onreinheid

 

Door tv. en internet kan er allerlei onreinheid onze huiskamers binnenkomen en zo ook in onze geest. Voor som-mige christenen is dit een geestelijke strijd, vooral onder mannen. Verkeerd tv.- en internetgebruik kan een open riool worden. Het is en sterk wapen van de boze, wat tussen God en christenen instaat.

God is heilig en daarom behoren ook christenen een rein en zuiver leven te leiden (1 Petr. 1:15,16).

 

De wereld kijkt al niet meer op van homofeesten, zoals de jaarlijkse Gay parade in Amsterdam. Veel mensen vin-den dat dit wel moet kunnen en zien dit als ultieme vrijheid. Maar in wezen zijn zij gebonden door de machten van de duisternis.  In Openb. 22:10,11 waarschuwt een engel van God dat de tijd nabij is en wat de tekenen daar-van zijn:

“want de tijd is nabij. Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; en wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd”.

 

In dit Schriftgedeelte wordt er gesproken over de kinderen van God en de kinderen van de boze. In de eindtijd zal het zichtbare verschil steeds groter worden.

 

 

Hebzucht

 

De hebzucht is een belangrijk tekenen van de tijd, waarin menigeen tevergeefs hun geluk hopen te vinden. Helaas zijn er ook christenen moe geworden van de hebzucht en de stress en houden zich daardoor niet meer met de dingen van God bezig, zoals: Bijbellezen, bidden, Bijbelstudies volgen, kerkdiensten bezoeken en andere mensen helpen:

 

  • “De in de dorens gezaaide is hij, die het woord hoort, en de zorg van de wereld en het bedrog van de rijkdom verstikt het woord en hij wordt onvruchtbaar” (Matt. 13:22).

 

  • “Weet wel, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen: want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekers, aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede, verraderlijk, roekeloos, opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God, die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben; houd ook deze op een afstand” (2 Tim. 3:1-5).

 

 

Aanbidding van de Mammon, de geldgod

Aanbidding van de Mammon, de geldgod

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Agressiviteit

 

Veel mensen zijn angstig geworden. Er zijn nu al die dreigingen met chemische wapens en terrorisme zoals bij-voorbeeld de terroristische aanlag in New York op 11-09-2001 die de hele wereld veranderd heeft. Dagelijks wor-den we er via de media over geïnformeerd, dat we in roerige tijden leven. Veel oorlogen zijn er de afgelopen decenia’s geweest, zoals in het Midden-Oosten:

“Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet. Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk(Matt. 24: 6,7).

 

 Laten we ook naar ons eigen land kijken, waar we helaas regelmatig horen over slachtoffers door zinloos geweld en seksueel misbruik. Ook neemt de liefdeloosheid naar buitenlanders toe, bijvoorbeeld naar asielzoekers, Joden en moslims.

 

 

Wetsverachting

 

Het gezag van de overheid wordt steeds minder, bijvoorbeeld van de politie, ambulancepersoneel en leerkrach-ten. Samenwonen wordt ook door christenen bijna volledig geaccepteerd. Trouwen wordt ouderwets gevonden en het aantal scheidingen neemt toe. Ook de ongehoorzaamheid aan de ouders is een teken van de eindtijd :

“En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen” (Matt. 24:12).

 

 

Vele valse profeten

 

Niet elk wonder, profetie of lering komt van Gods Geest. Gods Woord waarschuwt ons dat er altijd al verkeerde leringen en valse profeten zijn geweest en dat dit tot de wederkomst zal toenemen. 

 

  • “En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden” (Matt. 24:11).

 

  • “Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan” (1 Joh. 4:1).

 

 

In Openb. 13 staat dat er tijdens de Grote Verdrukking een valse profeet zal zijn. Hij zal grote wonderen doen. Ook zal hij de mensen verleiden om de schijn-messias, dat is de antichrist, te volgen en aanbidden.

 

 

Vernietiging van de valse profeet

Vernietiging van de valse profeet

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Geloofsafval

 

Tegenwoordig is het niet gemakkelijk om als Bijbelgetrouwe christen je rug recht te houden. Veel kerken lopen leeg. Aan hetgeen de Bijbel zegt wordt helaas door veel christenen getwijfeld, bijvoorbeeld wanneer we het over het volbrachte werk van Christus aan het kruis hebben. Dan wordt er al gauw aan Zijn opstanding getwijfeld en over hoe God door het bloed van het Lam zonden kan vergeven (Jes. 53).

Het wonder van de wedergeboorte is voor vele gelovigen nog geen realiteit in hun leven geworden. Ook wordt de Here Jezus door velen slechts gezien als een profeet, goed mens, of een grote leraar. Maar dat Hij God de Zoon is, gaat er bij velen niet in (Joh. 1:1).

Als we de Bijbel geloven, geloven we God. Want God spreekt tot ons door Zijn Woord. Paulus zegt in 2 Tim. 2:23-26:

Maar wees afkerig van de dwaze en onverstandige strijdvragen; gij weet immers, dat zij twisten teweegbrengen; en een dienstknecht des Heren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te onderwijzen, geduldig, met zachtmoedigheid de dwarsdrijvers bestraffende. Het kon zijn, dat God hun gaf zich tot erkentenis der waarheid te keren en, ontnuchterd, zich te wenden tot de wil van Hem, losgekomen uit de strik des  duivels, die hen gevangen hield”.

 

In de omgang met deze mensen moeten we vol liefde en geduld zijn. Het is belangrijk dat we ze door liefde en waarheid weten te winnen. Zo zijn er nog veel meer tekenen te noemen, die betrekking hebben op de eindtijd, zoals: de economische crisis. De sterke toename van occultisme en de opkomst van New Age in allerlei christelijke stromingen. 

 

 

hoofdstuk 17 van de openbaring ; Babylon wordt geoordeeld

hoofdstuk 17 van de openbaring ; Babylon wordt geoordeeld

 

pasteltekening van John Astria

 

Het is duidelijk dat het roerige tijden zijn en dat er reden toe is Hem te verwachten (Openb. 3:10). Laten we in die hoopvolle verwachting blijven getuigen van de Here Jezus, want nu is het nog genadetijd. Wie reeds gekozen heeft is niet alleen gered, maar zal ook worden verlost van de komende toorn, dat is de Grote Verdrukking (1 Tess. 5:9).

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Waarom de Openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus”.

Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij”.

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt”.

 

Dit zijn enkele citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar.

In het eerste en het laatste hoofdstuk  van de Openbaring  zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

John Astria

Tekstuitleg bij Mattheüs 24

Standaard

categorie : religie

 

 

 

de_toe68

.

 

.

Inleiding

.

Weinig christenen begrijpen de ‘rede over de laatste dingen’ van de Heer Jezus vermeld in Mattheüs 24 en 25. Vooral de dingen die onmiskenbaar op Israël slaan, worden dikwijls geldig geacht voor de Gemeente. In de Bijbel wordt het woord gemeente weergegeven als een algemene benaming voor de wereldwijde gemeenschap van ware christengelovigen.

Het is belangrijk dat wij een goed inzicht hebben in de verschillen in de eindtijd tussen enerzijds die van Israël en anderzijds die van de Gemeente. Als we het profetische Schriftwoord in wijsheid naspeuren, dan krijgen deze pro-fetieën een geheel ander aanzien. De ‘laatste dagen’ voor de Gemeente zijn namelijk niet die van Israël. De ‘laat-ste dagen’ van Israël liggen in het tijdvak van de zevenjarige verdrukking en hebben op hun beurt helemaal niets met de Gemeente te maken.

 

.

De context

.

Om een juiste uitleg van hoofdstuk 24 te kunnen garanderen is het noodzakelijk ten opzichte van de andere Evangeliën na te gaan welke de plaats van het Evangelie naar Mattheüs inneemt in het Nieuwe Testament. Niet alleen de opname was een geheimenis dat pas later door Paulus geopenbaard is maar ook de Gemeente was nog niet ontstaan. Dit gebeurde in Handelingen 2 met de uitstorting van de Heilige Geest.

Door het vermelden van het geslachtsregister van de Heer Jezus aan het begin van het Evangelie zien we dat Mattheüs het erom te doen geweest is om de Heer Jezus voor te stellen als de beloofde Messias, de Zoon van Abraham en Zoon van David. Hij is Degene in Wie de beloften en profetieën vervuld zijn, de Emmanuël (‘God met ons’) van God gekomen. Te midden van zijn volk heeft Hij de tekenen verricht die zijn Messiasschap bewijzen en het koninkrijk aankondigen.

De andere Evangeliën benadrukken een ander kenmerk van de Heer Jezus. Markus laat ons de Heer Jezus zien als de ‘dienstknecht’, Lukas als ‘de Zoon des mensen’ en Johannes tenslotte als ‘Zoon van God’.

.

 

Een overzicht van het Evangelie naar Mattheüs maakt dat duidelijk:

.

1. De afkomst van de Messias van David (1:1)

2. De wijzen uit het oosten zoeken de Koning (2:2)

3. De Christus wordt geboren in Bethlehem (2:5)

4. Johannes de Doper kondigt het koninkrijk aan (3:1)

5. Er is sprake van Jeruzalem, de heilige stad (4:5)

6. De zogenaamde Bergrede – de grondbeginselen van het Koninkrijk (hfdst.5-7.)

7. Uitzending van de discipelen gepaard gaande met de krachten van het Koninkrijk (10:1-15)

8. Heil in beginsel alleen voor Israël (10:5; 15:34)

9. Verwerping van de Koning. (11:2; 14:1) (In principe is dit al gebeurd door de arrestatie en moord op Johannes de Doper)

10. De verwerping van Koning Jezus definitief (12:22-32, 46; 13:2)

11. Koninkrijk in verborgen vorm word aangekondigd (Mt13)

12. Aankondiging van de (toekomstige) Gemeente (Mt16:18)

13. Daaropvolgend de aankondiging van Jezus lijden en sterven (16:21)

14. Intocht in Jeruzalem (21:5) gevolgd door de vervloeking van de vijgenboom en de terzijde stelling van Israël (21:43)

15. Weeklacht over Jeruzalem (23:37)

16. Rede over de laatste dingen waarin het oordeel over Israël, Christendom en de volkeren (Mt24-25)

17. Tenslotte de daadwerkelijke verwerping en kruisiging van de Koning (27:29, 38)

18. De opstanding, hemelvaart en de opdracht en uitzending van Jezus’ discipelen (Mt28)

 

 

.

We kunnen het evangelie naar Mattheüs dan ook als volgt indelen:

.

Hoofdstuk 1-10   – De aankondiging en openbaring van de Koning.

Hoofdstuk 11-13 – De tegenstand van de Koning.

Hoofdstuk 14-20 – De terugtrekking van de Koning.

Hoofdstuk 21-27 – De verwerping van de Koning.

Hoofdstuk 28      –  De opstanding van de Koning.

 

.

.

De sleutel tot begrip

.

Een eerste maar beperkte vervulling van de ‘profetie over de laatste dingen’ kwam tot stand in 70 n.Chr., toen de Romeinen Jeruzalem verwoestten en de Joden over de hele wereld werden verspreid (diaspora). In die tijd werd echter het gedeelte van Mt24:29-31 (Mk13:24-27; Lk21:25-27) niet vervuld, namelijk: de wederkomst van de Heer.

Wij die vlak voor de wederkomst leven moeten deze profetische schriftplaatsen nu bezien in de grotere dimensie die ze hebben, namelijk de uiteindelijke en algehele vervulling. Ze hebben nu een betekenis voor enerzijds de Gemeente, die door haar Heer vóór de zevenjarige verdrukking in de lucht zal opgenomen worden naar het vaderhuis, en anderzijds de Joden die tijdens deze verdrukking tot bekering zullen komen en daarna hun Messias op aarde zullen zien verschijnen.

Nu is het beslist zo dat de periode van de Gemeente niets van doen heeft met het Joodse tijdperk, en omgekeerd. In de verdrukkingstijd neemt God de draad met Israël terug op en dan is het gemeente- en genadetijdperk afgesloten. Israël en de Gemeente staan op totaal verschillende verbondsgronden.

Christenen verwachten hun Heer altijd, de Heer komt voor de belijdende kerk op een uur dat niemand kent. Christenen moeten beslist geen tekenen afwachten en zij zullen de komende Antichrist en de verdrukking geenszins meemaken. Joden echter krijgen tekenen waarnaar zij in de verdrukkingstijd zullen uitkijken als bakens van waarschuwing, attentie en bemoediging.

 

 

De Openbaring hoofdstuk 13 : de opkomst van de valse profeet en de antichrist

De Openbaring hoofdstuk 13 : de opkomst van de valse profeet en de antichrist

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Joden, christenen en volken

.

In deze bespreking volgen wij ‘de rede over de laatste dingen’ in de versie volgens Mattheüs. Mattheüs 24-25 laat zich opsplitsen in drie thematische delen die toepasselijk zijn voor Joden, christenen en de volken:

.

  1. Joden: in Mt24:1-35 zijn alle kenmerken Joods en van toepassing op de Joden.
  2. Christenen: in Mt24:36 tot Mt25:30 gaat het over waakzaamheid voor ‘de dag des Heren’ en de voorafgaande komst van de Heer tot zijn bruid, de Gemeente.
  3. Volken: in Mt25:31-46 gaat het over het oordeel over de volken, aan het begin van het vrederijk.

.

.

 

De vraag over de laatste dingen

.

Als we naar Mattheüs 24 kijken, dan zien we in de eerste drie verzen de behandelde onderwerpen van de profetie en dat zijn:

  1. Het tijdstip waarop de tempel zal afgebroken worden.
  2. Het teken van Christus’ komst
  3. Het teken van de voleinding van de “eeuw”

De tempel en de vraag naar tekenen zijn eigen aan de Joden (1Kor1:22; Mat12:38; Joh4:48). Dit heeft niets met de Gemeente te maken, maar alles met Israël. De Gemeente kan er wel wat uit leren, zoals uit de gehele Schrift trou-wens (Rm15:4), maar dat is wat anders dan de profetie rechtstreeks op haar toepassen.

In 70 n.Chr. werd de profetie betreffende de tempel vervuld. Deel II en III van de profetie echter werden toen niet vervuld. Dit komt omdat het gemeentetijdperk nog tussen de Israëltijdperken in geschoven moest worden. Maar dat was op het moment van de profetie nog een ‘verborgenheid’ (Rm11:16-25; Ef3:3-6; Kol1:24-27).

 

.

Het begin van de weeën: de eerste 3,5 jaren

van de zeventigste jaarweek.

.

Dit gedeelte is niet voor de Gemeente bedoeld want zij moet geen tekenen afwachten maar hun Heer altijd ver-wachten. Ook de uitdrukking ‘wie zal volharden tot het einde zal behouden worden’ (Mt24:13) kan niet op de Gemeente slaan, want voor hen is behoud geen zaak van eigen volharding. Nergens in het Nieuwe Testament wordt tot christen-gelovigen gezegd dat zij voor hun behoud moeten volharden. God is hun volharding (Rm15:5; 1Kor1:11). De kerk, gezien als christelijk getuigenis op aarde, wordt gevraagd te waken.

De Gemeente wordt ook niet misleid door het optreden van valse christussen. De Gemeente verwacht geen op aarde verschijnende Christus, maar een opname, ‘de Heer tegemoet in de lucht’ (1Thes4:17), naar het Vaderhuis (Jh14:3). Het gaat hier over Israëlieten die zullen leven ná de opname van de Gemeente. Zij zullen dan pas tot be-kering komen en gaan uitkijken naar de (weder)komst van hun Messias. Zij krijgen waarschuwingen te horen opdat zij, in de verdrukkingstijd die dan is losgebarsten, zouden ‘volharden tot het einde’.

Zij krijgen te horen dat dit nog maar een ‘begin van de weeën is’ die over de aarde komen. Deze periode is de eerste halve jaarweek, naar analogie met de tweede helft van deze profetische ‘week’ in Dn9:27. Daarna moet de verschrikkelijke ‘grote verdrukking’ komen. Wat hier wordt beschreven komt overeen met Openbaring 6: de ver-breking van de eerste zes zegels. In die tijd wordt niet meer het evangelie van de genade gepredikt, maar ‘het evangelie van het koninkrijk’ (Mt24:14) door de Joden (zie de ‘twee getuigen’ in Op11).

 

 

De Openbaring hoofdstuk 6 : het breken van de eerste vijf zegels

De Openbaring hoofdstuk 6 : het breken van de eerste vijf zegels

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

 

De grote verdrukking: de laatste 3,5 jaren

van de zeventigste jaarweek

.

Bemerk goed de Joodse kenmerken: ‘heilige plaats’ (de herbouwde tempel!), ‘Jeruzalem’, ‘zij die in Judea zijn’ en ‘sabbat’. Deze passage heeft geheel niets met de Gemeente van doen, maar alles met de Joden, die in hun land zijn teruggekeerd. Zoals hierboven reeds werd opgemerkt wordt de Gemeente niet misleid door valse christussen. Zij ziet niet uit naar een op aarde verschijnende Christus en zij verwacht een plotselinge, hemelse opname die zij altijd moet verwachten, onafgezien gebeurtenissen of tijden.

Hier begint de ‘grote verdrukking’. De Joden kunnen het tijdstip ervan gemakkelijk berekenen zodat het hen niet onverwachts overvalt. Ze omvat de tweede helft van de ‘week’ in Dn9:27. Deze is 1260 dagen (Op11:3; 12:6), 42 maanden (Op11:2; 13:5) of ‘een tijd, tijden en een halve tijd’ (Dn7:25; 12:7; Op12:14) lang. Dit zijn 3,5 profetische jaren. De grote verdrukking begint onzichtbaar met het neerwerpen van de duivel uit de hemel (Op12:7-9).

In Dn12:11 lezen we dat aan het begin van de laatste halve week het dagelijks offer zal worden gestaakt en dat daarvoor in de plaats een ‘gruwel’ zal worden opgericht (Dn9:27 en 12:11; Mt24:15; Mk13:14). Dit is het zichtbare begin van de ‘grote verdrukking’ (Mt24:21; Mk13:19; Op7:14). Dit is de ‘tijd van benauwdheid voor Jakob’ (Jr30:7; zie ook Dn12:1).

 

.

De Openbaring hoofdstuk 16 : de 7 offerschalen worden uitgegoten

De Openbaring hoofdstuk 16 : de 7 offerschalen worden uitgegoten

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

De wederkomst van Christus op aarde terstond

ná de grote verdrukking

.

De Heer verschijnt nu zichtbaar voor iedereen die op aarde leeft. Dit is niet bedoeld voor de Gemeente, want hun opname is reeds achter de rug. Bij de opname verschijnt de Heer voor de Gemeente alléén, zijn bruid, wanneer ze wordt opgenomen, ‘de Heer tegemoet in de lucht’ (1Th 4:17). Hier in Mt 24:30 komt de Heer fysisch terug op aarde, op dezelfde wijze als dat hij van zijn discipelen was vertrokken, bij de hemelvaart: ‘En alzo zij hun ogen naar de hemel hielden, terwijl Hij heen voer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding; Welke ook zeiden: Gij Galilése mannen, wat staat gij en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar de hemel hebt zien heen varen’ (Hd1:10-11).

De tijdslijn maakt nu een sprong en loopt verder in Mat25:31, waar het oordeel over de volkeren begint. Eerst echter zijn er nog een paar excursies die betekenis hebben voor Israël én de Gemeente.

 

.

 

De gelijkenis van de vijgenboom

.

‘Wanneer gij al deze dingen zult zien’ (vs. 33): zoals betoogd moet de Gemeente geen tekenen afwachten, maar in alle tijden en omstandigheden haar Heer verwachten (Tt2:13; 1Th1:10; Fil 3:20). De Schriftplaatsen over de Opna-me spreken nooit over voorafgaande tekenen: Mt24:36-44; Jh14:1-3; 1Kor15:51-55; 1Th1:9, 10. Deze gelijkenis heeft daarom weer niets van doen met de Gemeente.

De vijgenboom is Israël (vgl. Lk13:6-9). Uit de vijgenboom-gelijkenis mag Israël leren, dat wanneer zij ‘al deze dingen’ zullen zien gebeuren, de zomer nabij is, en dat betekent dat de komst van de Messias en zijn vrederijk ‘nabij is, voor de deur’ (vs. 33). Het uitlopen van de vijgenboom is in de eerste plaats een beeld van ‘deze dingen’, namelijk de ontwikkelingen die precies gebeuren zoals de Heer ze in zijn rede heeft voorzegd.

Als de takken van de vijgenboom zacht worden en de bladeren uitlopen, dan betekent dit dat Israël aan een gees-telijk ontwaken is begonnen. Dat zal niet gebeuren vóór maar wel ná de opname van de Gemeente. Het gaat hierover niets anders dan ontwikkelingen vlak ná het Gemeentetijdperk, wanneer God de draad met Israël weer opneemt en zij ‘ontwaken’ zullen als een vijgenboom in de lente.

In Lk21:29-31 spreekt de Heer niet enkel over de vijgenboom maar ook over alle bomen: ook de naties van de eindtijd komen tot ontwaken. Wij zien in onze tijd dat Israël aan een nationale heropstanding bezig is sinds 1948, maar dat is niet de eigenlijke vervulling van Jezus’ woorden. De woorden van de Heer betreffen het Israël van de eindtijd, ná het Gemeentetijdperk, in de zeventigste jaarweek. In Jezus’ rede van de laatste dingen is eerder een geestelijk ontwaken bedoeld.

Wij kunnen in de huidige nationale ontwikkelingen wel een voorbode zien, namelijk dat ook de geestelijke herop-standing niet meer veraf kan zijn, maar de tempel is nog niet herbouwd, de eredienst is nog niet hersteld en de Joden zijn nog steeds ‘verhard’ (Rm11:25).

 

 

bijbel40

 

.

 

Dit geslacht

.

‘Dit geslacht’ (vs. 34) is het Joodse volk, zowel de tijdgenoten van Jezus als, in bredere zin, het Joodse volk tot aan de volledige vervulling van de profetie en de wederkomst van de Heer (vs. 30). ‘Dit geslacht’ is niet een periode van één generatie, zoals sommige christenen denken (en ook sekten, zoals de Jehovah-getuigen). De Heer Jezus bedoelt hiermee de Christus-verwerpende Joden, die er altijd zouden zijn, doorheen de eeuwen, tot aan Zijn wederkomst. Zij blijven als volk bestaan totdat ‘Al deze dingen zullen geschied zijn’ (vs. 34).

Dit is de hele periode van de verwerping van Israël en gelijk ook de tussenvoeging van de Gemeente (Rm11). Al die tijd zou de Heer Israël bewaren: ‘Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen zou barmhartig zijn. O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!’ (Rm11:32-33).

.

 

.

Geen berekeningen maken

.

Een belangrijk argument hierbij is hetgeen staat in M24:36: ‘Doch van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen.’ Deze Schriftplaats mogen we niet uithollen door te gaan bewe-ren dat één geslacht gelijk staat aan één generatie, of nog erger: één geslacht = 40 jaar. Het is wel zo dat de verwoesting van Jeruzalem in 70 n.Chr. binnen zo’n tijdvak is te plaatsen, achteraf bekeken, maar dat betekent niet dat wij zo mogen berekenen. Trouwens, in 70 n.Chr. werd de profetie niet vervuld want ‘die dag’, of ‘de dag des Heren’, en ‘de wederkomst des Heren’ is toen niet gebeurd.

Het woord van de Heer in Mt24:36 laat zeker niet toe van 30 of 40 jaar af te tellen tot alles zou zijn geschied. Slechts in de verdrukkingstijd zullen de Joden twee keer 3,5 jaar of 1260 dagen kunnen aftellen, daarnaast ge-holpen door zichtbare tekenen. Tekenen en berekenen is voor de Joden, en de Joods bedelingen, maar de Gemeente heeft daar helemaal niets mee te maken.

 

 

 

De Zoon des mensen komt op een onbekend tijdstip

.

Dit gedeelte kan onmogelijk op Israël van toepassing zijn. Hier is geen sprake meer van uitkijken naar tekenen, maar van een onbekend tijdstip waarop de Heer komt. Dit is de komst voor de Gemeente. Daarachter ligt er nog een bekend tijdstip waarop de Heer komt, voor Israël en de overblijvende volken, aan het eind van de grote verdrukking. Daartussen liggen de zeven jaren van de 70e. jaarweek of de ‘Dag des Heren’. Van die onbekende dag waarop de Heer zijn Gemeente ophaalt en aanstonds de ‘Dag des Heren’ begint, staat er: ‘Doch van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen’ (Mt24:36).

Dit is niet Jezus’ zichtbare komst op het einde van de grote verdrukking, want dat is een bekende dag. Men kan na de opname zeven jaren op de kalender uitzetten. Als de ‘gruwel der verwoesting’ (Mt24:15) in de tempel komt te staan, dan kan men beslist 3,5 jaar (Dn7:25; 12:7; Op12:14), of 1260 dagen (Op11:3; 12:6), of 42 maanden (Op11:2; 13:5) op de kalender uitzetten om precies te weten wanneer de Heer komt.

Het onbekende tijdstip van Jezus’ komst (Mt24:36), is niet alleen onbekend voor ongelovigen maar ook voor ge-lovigen, ja zelfs voor de Zoon des mensen. Dit moeten we goed onderscheiden van Jezus’ komen ‘als een dief’ (1Th5:2; 2Pet 3:10; Op3:3; 16:15), namelijk voor degenen die niet waakzaam zouden zijn of in ongeloof vertoeven. Voor dezen komt de Heer altijd als een dief, gelovigen zijn altijd waakzaam: zij houden er altijd rekening mee dat de Heer vandaag nog kan komen, en zij leven er helemaal naar toe, ook al weten zij ‘dag nog uur’.

De wereld zal erg verrast worden door de plotselinge opname van de Gemeente. In die tijd zullen zij hun gewone gangetje gaan en eten, drinken, huwen … alsof er niets aan de hand is. Er is in de passage geen sprake van een grote verdrukking maar eerder van een relatieve vrede. Niemand had ermee gerekend dat er zo’n ingrijpende ge-beurtenis zou plaatsvinden. Als gevolg daarvan worden zij nu verrast door de plotselinge wegname (opname) van vele mensen, waarbij zelfs familieleden. Daarop komt de hele wereld in beroering en de verdrukkingstijd begint.

Voor alle duidelijkheid, in Mt24:40-41 staat er (tweemaal): ‘de een zal aangenomen en de ander zal verlaten wor-den. Dit wegnemen betekent de opname, en de overige mensen worden gelaten waar zij zijn om overge-leverd te worden aan de verdrukkingstijd. De dag des Heren begint dus wanneer Hij Zijn gemeente onverwachts opneemt (1Kor15:51-52), vóór alle oordelen die over de wereld komen. De opname op zich is reeds een oordeel voor de naamchristenen en ongelovigen die achtergelaten worden. De Heer redt zijn Gemeente echter van de komende toorn (1Th1:10; 5:9), de grote verzoeking (Op3:10,11).

In Op 4 en 5 zien we de opgenomen Gemeente vertegenwoordigd in de 24 oudsten. Wanneer in Op 6 de ver-drukkingstijd losbarst is er geen sprake meer van de Gemeente. In Op 1 tot 3 komt de naam ‘Gemeente’ 19 maal voor; daarna niet meer, dan is alles terug kenmerkend Joods: het Gemeentetijdperk is voorbij. Deze komende ‘toorn’ is niet de hel. De toorn begint met het verbreken van de zegels van het oordelenboek (zie Op 5) vanaf Op 6. Wanneer die verbroken worden zien we in Openbaring de uitbarsting van het ene oordeel na het andere, steeds krachtiger. Voortdurend is er sprake van Gods toorn.

Het verschijnen van de Antichrist is een van de grootste uitingen van Gods wraak (Dn9:27; 2Th2:9-12; Op6:1, 2). Deze toorn duurt de volle zeven jaar, de zeventigste jaarweek. Dit alles is de “Dag des Heren” (2Th2) en dat wordt de Gemeente bespaard. De opname van de Gemeente (2Th2), de tempel van de Heilige Geest, geeft aanleiding tot het uitbreken van de verdrukkingstijd die overeenkomt met de laatste jaarweek in Daniël 9. God neemt dan de draad weer op met Israël (Rm11).

Israël zal geestelijk opstaan en alle gebeurtenissen voltrekken zich zoals de Heer die heeft voorzegd. Uit die vervullingen kan Israël opmaken dat de Messias en Zijn vrederijk nabij is, voor de deur. Met het boek Daniël of Openbaring kunnen zij dan zelfs precies berekenen wanneer hun Heer komt.

 

 

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

 

Het oordeel over de volken

.

Dit gedeelte vindt rechtstreeks aansluiting bij Mt24:31 alwaar sprake is van het bijeen vergaderen van de uitver-koren, de getrouwe Joden. Hier echter worden de volken verzameld en gescheiden als schapen en bokken. De troon die we hier zien is deze van bij het begin van het duizendjarig vrederijk. Alle nog levende volken worden ervoor verzameld. Zij worden beoordeeld over de manier waarop zij de predikers van het Koninkrijk hebben behandeld (Mt24:14). Dit mogen we niet verwarren met de ‘grote witte troon’ uit Op20:11, die helemaal aan het eind van het duizendjarig vrederijk komt, en dan zullen ook de doden geoordeeld worden.

 

 

.

 Conclusie

 

.De Schriftuurlijke conclusie kan niet anders zijn dan dat de uitdrukking ‘dit geslacht’ (Mt24:34, Mk13:30 en Lk21:32), enkel te maken heeft met het Joodse volk als zodanig en niet een bepaald tijdperk van één generatie. Pas ná het Gemeentetijdperk, en niet ervóór, zal God de draad met Israël terug opnemen in de verdrukking. Dan pas wordt Israël geestelijk hersteld en komen zij tot bekering. Vóór deze verdrukking moeten wij niet ‘één gene-ratie’ van Israël afmeten. Pas in de verdrukking zullen de tekenen der tijden duidelijk worden.

Vóór de verdrukking is er slechts één belangrijke gebeurtenis, en gelijk ook een teken voor Israël en de wereld: de opname van de Gemeente. Dit zal als een totale verassing komen en aanleiding geven tot de verdrukking. Wel is het waar dat het ‘wereldtoneel’ voor de aanstaande gebeurtenissen in onze tijden wordt opgezet, zowel met be-trekking tot de volken, de (moslim)vijanden van Israël, de oprichting van de staat Israël, de terugkeer van Joden, het gedeeltelijke bezit van Jeruzalem, enz.

Maar dit is niet het ‘begin van de weeën’ (‘beginsel der smarten’ ) van Mt24:8, waarbij de tekenen der tijden duidelijk worden voor de Joden, en die hen ook tot bekering zullen leiden. Vóór de verdrukking is er beslist geen tijdperk van ‘één generatie’ van Joden waarop ook maar iets van de rede der laatste dingen van de Heer van toepassing is. De Gemeente heeft die tekenen niet nodig, en Israël zou ze in haar onbekeerde toestand niet kun-nen zien. Er zijn wel twee perioden met tekenen over de laatste dingen: 1e. de periode 33-70 n. Chr, en 2e. de ‘zeventigste jaarweek’ (de verdrukking).

Wij moeten vóór de Opname geen tekenen der tijden verwachten, noch voor de Gemeente, noch voor Israël. De Schrift wijst eerder op het tegendeel, het leven gaat zijn gewone gangetje totdat plots de Gemeente wordt opgenomen (Mt24:38). Daarna zal het Joodse volk de tekenen zien die haar toebehoren, en tot bekering komen.

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

 

Tekenen van de eindtijd

Standaard

categorie : religie

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

.

.

Inleiding

.

Dat de wereld na de Tweede Wereldoorlog ingrijpend veranderd is zal wel niemand ontkennen, daarvoor zijn er voorbeelden in overvloed te noemen. Maar er zullen weinig mensen zijn die beseffen dat wij leven in de voorlaatste fase van de geschiedenis die God met deze wereld schrijft.

.

 

Ook onder christenen is het besef dat we leven in de eindtijd jammer genoeg vaak niet of nauwelijks meer aan-wezig. Veel gebeurtenissen die in relatie staan met voorzeggingen in de Bijbel betreffende de eindtijd hebben intussen plaatsgevonden of zijn bezig zich verder te ontwikkelen.

In de zeventiger jaren was er over de eindtijd en de komst van de Heer Jezus veel aandacht, maar de belang-stelling in de ‘dingen die spoedig gebeuren moeten’ is daarna echter geleidelijk aan weggeëbd. Vandaar dat het goed is om die belangstelling weer eens aan te wakkeren want de tekenen zijn te duidelijk om ze te negeren.

.

 

1. Babylon, de grote hoer

 

Veel Bijbeluitleggers zijn van mening dat de beschrijving van de zeven gemeenten in Openbaring 2 en 3 de profetische geschiedenis is van de christelijke kerk. Het begint met de gemeente te Efeze die haar eerste liefde heeft verlaten (2:4) en eindigt met de gemeente te Laodicea waar de Heer Jezus buiten de deur staat (3:20).

De opname van de Gemeente maakt een einde aan de geschiedenis van de Gemeente op aarde en wordt vanaf hoofdstuk 4 gezien in de hemel. Maar daarmee eindigt het christendom niet want Laodicea zal overgaan in het grote Babylon van de eindtijd. In Openbaring 17 zien we dat daar nog een geestelijke macht is die heerschappij voert over de koningen van de aarde.

Is het mogelijk dat de Wereldraad van Kerken opgericht in 1948 een voorloper is van dit grote Babylon? Het hoofddoel van de oecumenische beweging is om kerken van alle denominaties en sekten, en alle religieuze organisaties samen te brengen in één Oecumenische Kerk of Wereldkerk.

Het streven naar deze (valse) eenheid, gebaseerd op Johannes 17:21, en de oprichting in 1948 van de Wereldraad van Kerken kunnen we uniek in de geschiedenis van de Christenheid noemen en kan in verband met de eindtijd en de wederkomst van Christus gebracht worden.

Nooit eerder is er na de Reformatie zulk een streven en organisatie geweest.

 

.

De Openbaring hoofdstuk 17: Babylon wordt geoordeeld

De Openbaring hoofdstuk 17: Babylon wordt geoordeeld

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

2. Ontstaan van Europa

 

Na de Tweede Wereldoorlog beperkte het streven naar eenheid zich niet alleen tot het christendom. Het streven van de Wereldraad van Kerken naar eenheid gebeurde naar het voorbeeld van de Verenigde Naties. Deze orga-nisatie, opgericht in 1945, streefde naar het samenbrengen van alle volken op deze aarde.

Daarnaast was er in Europa ook een streven naar eenheid ontstaan na de Tweede Wereldoorlog. Veel eerder waren daartoe al pogingen ondernomen o.a. door Karel de Grote, Napoleon en Hitler maar allen faalden. Het verschil met hun pogingen en die van na de Tweede Wereldoorlog verschilt niet in hun doelstelling om alle landen van Europa verenigen, maar wel in hun manier.

Het Verdrag van Rome in 1953, was een verdrag waarmee de Europese Economische Gemeenschap gevestigd werd. Om te begrijpen wat dat met de eindtijd te maken heeft moeten we teruggrijpen op het boek Daniël en in het bijzonder zijn beschrijving van het zgn. statenbeeld in hoofdstuk 2. Kort samengevat zien we daar dat, nadat Israël terzijde is gesteld, er vier wereldmachten opkomen waaraan God gezag verleend.

Dit zijn respectievelijk: het Babylonische, het Medische-Perzische, het Griekse en het Romeinse rijk.

Dat laatste rijk zal dan teniet gedaan worden door de komst van Christus die Zijn Rijk zal stichten. Dat betekent dan ook dat er voor de komst van Christus weer een ‘Romeins rijk’ aanwezig moet zijn. Vele uitleggers zien in de huidige Europese Unie de herleving van het Romeins rijk.

Treffend is de profetie van Daniël: ‘Dat gij gezien hebt ijzer vermengd met kleiachtig leem, betekent: zij zullen zich door huwelijksgemeenschap vermengen, maar met elkander geen samenhangend geheel vormen, zoals ijzer zich niet vermengt met leem’ (Daniël 2:43).

.

.

 

2993f8b7bf0ba9bd7256b7c957dfca4c

 

 

.

 

3. Ontstaan van de staat Israël

 

De staat Israël werd voorzegd door God: ‘Zo zegt de Here: Zie, Ik zal uw graven openen en Ik zal u uit uw graven doen oprijzen, Mijn volk, en Ik zal u brengen in het land van Israël’ (Ez.37:12).

Misschien is de stichting van de staat Israël door de gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog versneld. Hoe dan ook in 1948 was het zover en riep David Ben-Goerion op 14 mei in Tel-Aviv de staat Israël uit.

In het jaar 70 n.Chr. werd Jeruzalem door de Romeinse bevelhebber Titus verwoest en werden de joden in bal-lingschap gevoerd. Maar het Oude en het Nieuwe Testament getuigen namelijk dat er voor Israël herstel is.

‘Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis, dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan. En zo zal heel Israël zalig worden, zoals geschre-ven staat: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob’ (Rom.11:25-26).

In de 19e eeuw ontstond er onder seculiere Joden van Oost-Europa een ideologie, zionisme genaamd, die streefde naar het stichten van een nationale Joodse staat. Het zionisme was een antwoord op de voortdurende antisemitische vervolgingen waaraan Joden in Europa blootstonden. Sinds de oprichting van de zionistische be-weging verhuisde een steeds groter deel van de Joodse wereldbevolking naar Israël.

In 2000 woonde ongeveer 40% van alle Joden in Israël. Het huidige volk Israël verkeert nog in een staat van ongeloof maar daarin zal verandering komen. ‘Zo zegt de Heere tegen deze beenderen: Zie, Ik ga geest in u brengen en u zult tot leven komen. En ik zag, en zie, er kwamen pezen op, er kwam vlees op en Hij trok er een huid overheen, maar er was geen geest in hen’ (Ez.37:5, 8).

 

.

 

46946201309191543pal

 

 

.

 

4. Het jaar 1967

 

De Zesdaagse Oorlog was een oorlog die tussen 5 en 10 juni 1967 werd uitgevochten tussen Israël en zijn Arabische buurlanden Egypte, Jordanië en Syrië. De term ‘Zesdaagse Oorlog’ is kort na de gebeurtenissen verzonnen door Moshe Dayan in een bewuste toespeling op de zes dagen der schepping in het Bijbelboek Genesis.

Door het innemen van de Gazastrook, het schiereiland Sinaï, de Westelijke Jordaanoever (inclusief oostelijk Jeru-zalem) en de Hoogten van Golan, verviervoudigde het door Israël gecontroleerde gebied tot 88.000 vierkante kilometer. Na felle gevechten werd heel Jeruzalem door het Israëlische leger veroverd. Allon en Begin stelden voor om de Oude Stad, het historische centrum, van Jeruzalem in te nemen.

De bevelhebber van het Centrale Commando Uzi Narkiss, Moshe Dayan en Yitzak Rabin gingen op 7 juni 1967 om 13:00 uur de Oude Stad binnen via de Leeuwenpoort. Ze zullen toen wel niet beseft hebben dat ze daarmee de profetie van de Heer Jezus vervulden zoals vermeld in Lukas 21:24:  ‘Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden, totdat de tijden van de heidenen vervuld zullen zijn’.

 

 

 

5. De Messias-belijdende gelovigen

 

Na de gebeurtenissen van de Zesdaagse Oorlog kregen vele Joden de overtuiging dat ze leefden in bijzondere tijden. In 2014 waren er 35 Messias-belijdende gemeenten in Israël met ruim 10.000 gelovigen. Deze beweging is niet meer te stoppen en ook wereldwijd neemt het aantal Messias belijdende Joden toe.

God wil door deze Joden het nieuwe volk Israël gaan vormen. Dat er weer Joden in het land Israël zullen zijn blijkt overduidelijk uit de verzen 15-22 van de eindtijd rede in Mattheüs 24. Daarbij zijn er nog de 144000 verzegelden uit alle stammen van de Israëlieten (Openb.7:4;141, 3).

Op de bekering van Israël is het nog wachten maar Gods Woord is daar duidelijk over: ‘de tijden van verkwikking komen niet eerder dan dat Zij  over Hem, Die zij doorstoken hebben rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene (Zach.12:10).

 

 

 

6. De komende tempel

 

In Jeruzalem staat  het Visitors Center van het Temple Institute. In dit centrum kun je kennis nemen van de voort-gang van de voorbereidingen tot de bouw van een tempel. Dit centrum biedt gasten de mogelijkheid om een video te bekijken waarin de geschiedenis van de Heilige Tempel wordt vertoond.

De taak van het Temple Institute is om in de profetische tijd waarin wij leven en als leden van het menselijk ras te proberen de herbouw van de Heilige Tempel te voltooien om daarmee de woorden van de profeet Jesaja in ver-vulling te doen gaan: ‘Want mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden voor alle volken’ (Jes.56:7).

Uit de brief aan de Thessalonicenzen blijkt dat er vlak voor de komst van de Heer Jezus weer een tempel zal zijn want: ‘de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet’ (2 Thes.2:4).

Ook in het boek Openbaring wordt er gesproken over een tempel: ‘En mij werd een meetlat gegeven, die op een staf leek. En de engel was erbij komen staan en zei: Sta op en meet de tempel van God, het altaar en hen die daarin aanbidden. Maar laat de buitenste voorhof van de tempel erbuiten en meet die niet, want die is aan de heidenen gegeven. En zij zullen de heilige stad vertrappen, tweeënveertig maanden lang’ (Openb.11:1-2).

De ‘derde tempel’ zoals het door orthodoxe Joden genoemd word zal niet de tempel zijn die in het boek Ezechiël beschreven wordt (Ez.40-42) maar de tempel waarin de Antichrist zich zal vertonen.

 

.

 

hoofdstuk-21-een-nieuwe-hemel-en-een-nieuwe-aarde

Openbaring hoofdstuk 21 : Het nieuwe Jeruzalem

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

7. De wederkomst van de Heer

 

De eerste komst van de Heer Jezus, geboren als kind in Betlehem, kon aan de hand van de profetie van Daniël vrij nauwkeurig bepaald worden want: ‘Vanaf de tijd dat het woord uitgaat om te laten terugkeren en om Jeruzalem te herbouwen tot op de Messias, de Vorst, verstrijken er zeven weken en tweeënzestig weken.

Na de tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden’ (Dan.9:25-27). 445 (voor Chr) +483 (69×7) = 38 (na Chr). Houden we nog rekening met een verschil van 3-4 jaar bij de vaststelling, dan komen we ongeveer op 33 naChr. Let wel het gaat hier niet om het tijdstip van zijn geboorte maar van het sterven van de Messias! Het NT vermeld dat er in die tijd joden waren die de Messias verwachten (Luk.2:25, 38; 23:51; Joh.4:25).

Een profetie voor wat betreft de tijdstip voor de  tweede komst van de Heer Jezus voor Israël en de volken is ons niet gegeven, eerder het tegenovergestelde. ‘En Hij zei tegen hen: Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft’ (Hand.1:7). En: ‘Maar die dag en dat moment is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, ook aan de Zoon niet, maar alleen aan de Vader’ (Mark.13:32).

Ondanks deze woorden van de Heer Jezus zijn er in het verleden maar ook nu nog, veel pogingen gedaan om dat tijdstip te berekenen maar ze faalden allen. Op de vraag van de discipelen: ‘Wat is het teken van Uw komst en van de voleinding van de wereld?’ geeft de Heer Jezus in algemene zin wel een antwoord op de dingen die zullen ge beuren maar vermeld er gelijk bij dat, ook al gebeuren deze dingen, dat dat het einde nog niet is.

(Matth.24:3-7). Voor de Opname van de Gemeente kan de Heer Jezus elk moment komen. Aan het volk Israël zijn er tekenen gegeven die in hoofdstuk 24 van het Mattheüs evangelie vermeld zijn en in de Openbaring van Johan-nes.

De zes gebeurtenissen, hierboven vermeld, zijn dan ook geen tekenen maar signalen die aangeven dat we in de eindtijd leven vlak voor de komst van de Heer Jezus.

‘Wij hebben het profetische woord, dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart’ (2 Petr.1:19).

 

.

 

Het oordeel van Christus op zijn witte troon

Het oordeel van Christus op zijn witte troon

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

.

JOHN ASTRIA

Wat is de Bijbelse Profetie?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5

Openbaring hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Inleiding

.

Onze huidige tijd is er een van revolutionaire veranderingen waar geen enkele andere tijd mee te vergelijken en geconfronteerd is. Het is dan ook niet vreemd dat veel mensen zich vragen beginnen te stellen over de toekomst. Allerlei prognoses, hypothesen en fantasieën doen de ronde maar er niemand die weet waar het met de wereld naar toe gaat.

Als christenen hoeven wij niet in het onzekere te verkeren voor wat betreft onze toekomst en die van de wereld waarin wij leven. God heeft ons in zijn Woord duidelijk de contouren geschetst van zijn plan met deze wereld en wij kunnen daarvan kennis nemen middels de Bijbel. De Heer Jezus zegt dat wanneer de heilige Geest zal komen dat Deze ons zal inlichten over de toekomstige dingen (Joh.16:13).

 

‘En zo hebben wij het profetisch woord des te vaster, en u doet er goed aan daarop acht te geven als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten’ (2Petr.1:19).

 

In de christelijke traditie wordt Bijbelse profetie nadrukkelijk onderscheiden van waarzeggerij, wichelarij, uitleggen van voortekenen, tovenarij, bezweringen en ondervragen van doden (spiritisme). Ongeveer een vierde van de Bijbel is profetie om te ontdekken dat God in controle is en bezig is zijn plan ten uitvoer te brengen.

 

.

 

Wat is profetie?

.

Het begrip profetie in Bijbelse zin heeft een bredere betekenis dan alleen maar toekomstvoorspelling. Profeet zijn is spreken namens God tot mensen, zowel voorzeggend als voortzeggend. Zo’n ‘godsspraak door profetenmond’ kan troostend, vermanend of oordelend van aard zijn. De godsspraak kan ook geuit worden in de vorm van een lied (zoals bij Mozes, Mirjam, Hanna, Maria en in de Psalmen) en kan soms ook betrekking hebben op een gebeurtenis in de nabije of verre toekomst.

Veel oudtestamentische profetieën riepen op tot herstel of handhaving van de Wet, en kondigden oordelen aan wanneer het verbond met God verbroken werd. In Bijbelse tijden werden door middel van profetie mensen geroepen tot het koningschap (zoals Saul, David, Jehu) of tot gemeentelijke taken (zie bijvoorbeeld Hand.13:2).

Bijbelse profeten profeteerden volgens eigen zeggen niet uit zichzelf (vgl. Am.3:7; Jer.23:18). Apostel Petrus schreef hierover:

 

‘Want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken’ (2Petr.1:21).

 

De profeet Jeremia beschreef in zijn zielenstrijd dat de kracht van de Geest van God voor een goedwillende profeet nagenoeg onweerstaanbaar was (Jer.20:7-9).

Ook het tweede deel van de Bijbel, het Nieuwe Testament, is vol profetie. Zacharias en Elizabeth, Maria, Simeon en Anna profeteerden. Johannes de Doper en Jezus traden op als profeet. Zij deden dit op de grens van het oude en het nieuwe verbond (Luk.22:20).

Verder komen we mannen en vrouwen tegen die profeteren, bijvoorbeeld de profeten Agabus (Hand.11:27-10, 21:10-11), Judas en Silas (Hand.15:32), de vier dochters van Filippus (Hand.21:9) en anderen (Hand.11:27, 13:1). De christelijke gemeente is gebouwd op het fundament van apostelen en nieuw testamentische profeten (1Kor.12:28, Ef.4:11), waarvan Jezus zelf de hoeksteen is (Ef.2:20). In de Openbaring aan Johannes lezen we over Gods profeten (Op.10:8; 11:18; 18:20; 22:6,9).

 

.

De Openbaring hoofdstuk 22: de Alfa en de Omega

De Openbaring hoofdstuk 22: de Alfa en de Omega

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

Wat is het doel van profetie?

.

Profetie is ons niet gegeven om te speculeren, maar om te motiveren’

.

Het doel van de profetie is niet om onze nieuwsgierigheid te bevredigen, maar om ons praktisch geloofsleven een extra stimulans te geven tot een heilig leven. Met het oog op de wederkomst van de Heer Jezus schrijft de apostel Johannes:

 

‘En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij rein is’ (1Joh.3:3) en

‘Laat hij die onrecht doet, nog meer onrecht doen; en die vuil is, zich nog vuiler maken; en die rechtvaardig is, nog meer gerechtigheid doen; en die heilig is, zich nog meer heiligen’ (Op.22:11).

 

Maar dat niet alleen. God heeft geweldige plannen met zijn schepping en wil ons daarover inlichten opdat ook wij ons daarin zouden verheugen :

 

‘Voorzeker, de Here doet geen ding, of Hij openbaart zijn raad aan zijn knechten, de profeten’ (Am.3:7).

 

In de Bijbel zien we hoe het plan van God, om zijn Christus in de wereld te brengen, zich geleidelijk ontwikkeld. Dat plan heeft zijn begin in het boek Genesis en vindt zijn uiteindelijke vervulling in het boek Openbaring. Dat maakt de Bijbel tot een heel bijzonder boek.

Omdat God zijn plan op Schrift heeft laten stellen, is die God ook verifieerbaar. We kunnen Hem niet alleen volgen maar ook ontdekken dat zijn beloften waar zijn. Veel profetieën hebben hun vervulling al gekregen bij de eerste komst van de Heer Jezus bij zijn geboorte, lijden en sterven. Veel profetieën zullen nog vervuld worden bij zijn wederkomst. Laten we maar eens als voorbeeld Handelingen 2 nemen waar we een gedeeltelijke profetie zien van Joël wanneer hij spreekt over de uitstorting van Gods Geest in de laatste dagen (Hand.2:17-21).

Lukas – de schrijver van het boek Handelingen – zegt dat er eenzelfde manifestatie van Gods Geest zal zijn voor-dat de grote en doorluchtige dag des Heren komt.

Het doel van profetie is de openbaring van de Heer Jezus:

 

‘Want het getuigenis van Jezus is de geest der profetie’ (Op.19:10).

 

Het plan van God vindt zijn hoogtepunt in de verhoging van Christus:

 

‘Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam geschonken die boven alle naam is, opdat in de naam van Jezus elke knie zich buigt van hen die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en elke tong belijdt dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God, de Vader’ (Fil.2:9-11).

 

.

Waarom zouden we de profetie bestuderen?

.

De Heer Jezus zegt in Johannes 15:15 :

 

‘Ik heb u vrienden genoemd, omdat Ik u alles wat Ik van mijn Vader heb gehoord, bekend gemaakt heb.

 

Gelukkig heeft God zijn plan niet voor ons verborgen gehouden. Paulus zegt dat:

 

‘Hij ons de verborgenheid van zijn wil bekend heeft gemaakt, naar zijn welbehagen, dat Hij Zich had voorgenomen in Zichzelf aangaande bedeling van de volheid der tijden, om alles wat in de hemelen en wat op de aarde is onder één hoofd samen te brengen in Christus’ (Ef.1:9-10).

 

De leer omtrent ‘de laatste dingen’ de eschatologie is wat in onze tijd de meeste aandacht trekt, maar we moeten niet vergeten dat dit slechts een onderdeel uit maakt van de profetie. Er zijn een aantal redenen te noemen waarom in onze tijd een vernieuwde aandacht voor de toekomstige dingen is, en dat niet slechts bij christenen.

De jaren zestig zette veel mensen aan het nadenken over de vraag waar het met onze’planeet aarde naar toe ging. Er zijn verschillende krachten die onze wereld veranderen:

  • Het ontstaan van een mondiale economie met talloze kruisverbanden.
  • Het ontstaan van een wereldwijd communicatienetwerk zoals het internet.
  • Het ontstaan van volledig nieuwe machtsverhoudingen op politiek, economisch en militair gebied, denk maar aan de rol van China de laatste decennia.
  • Het ontstaan van een snelle groei van de wereldbevolking en daarmee gepaard gaande verbruik van grondstoffen, watertekorten, enz.
  • Het ontstaan van revolutionaire nieuwe technologieën op het gebied van biologie, biochemie, genetica en andere materialen waardoor grenzen overschreden kunnen worden die we ons nooit hebben kunnen voorstellen.
  • Het ontstaan van een radicale nieuwe relatie tussen de samengebalde kracht van menselijke beschaving en de ecologische systemen van de aarde zoals het klimaat en de atmosfeer.

 

Als christenen kunnen we naast deze zaken verder denken aan het ontstaan in van het volk Israël in 1948. Maar ook het ontstaan van de Europese Unie waarin velen de wedergeboorte van het antieke Romeinse Rijk in menen te herkennen. De vraag is, hoe het mogelijk is dat Europa na haar ondergang in 476 in de vijftiende eeuw een wedergeboorte (renaissance) heeft gekend en zo’n dominerende invloed heeft gehad over de rest van de wereld. Of het Westen nog eens ten onder zou kunnen gaan en weer opstaan is een boeiende vraag voor christenen.

 

 

De strijd van goed tegen kwaad op de laatste dag

De strijd van goed tegen kwaad op de laatste dag

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Hoe dienen we de profetie bestuderen?

.

Van de volkeren wordt gezegd dat zij :

 

‘de gedachten des Heren niet kennen en zijn raadslag niet verstaan’ (Mi.4:12).

Welk mens kan ons zeggen wat de toekomst zal brengen? De mens die niet eens weet, hoe morgen zijn leven zal zijn? (Jak.4:14).

 

Voor betrouwbare informatie betreffende het plan van God en de toekomstige dingen zijn wij geheel en al aangewezen op Gods openbaring daarvan in de Bijbel en door de verlichting van zijn Geest:

 

‘Vraagt Mij naar de toekomstige dingen’ zegt de Here God (Jes.45:11).

 

God is immers die God die:

 

‘van de beginne de afloop verkondigt en vanouds wat nog niet geschied is’ (Jes.46:10).

 

Al Gods plannen waren nog niet geopenbaard in het Oude Testament, dat blijkt wel uit de woorden van de Heer Jezus die heeft gezegd:

 

‘Ik zal mijn mond opendoen in gelijkenissen; Ik zal dingen uitspreken die van de grondlegging van de wereld af verborgen zijn geweest’ (Mat.13:34).

 

Wanneer de Heer Jezus de komst van de heilige Geest aankondigt wordt daarvan gezegd dat:

 

‘Die zal u alles leren en u in herinnering brengen alles wat Ik u heb gezegd’ (Joh.14:26).

 

Maar niet alleen dat, ook zou de Geest ons in de hele waarheid leiden en de toekomstige dingen zou Hij ons verkondigen (Joh.16:13, 14). Met andere woorden we krijgen door de Geest inzicht in de leer van het Bijbelse geloof en leven vermeld in de diverse brieven. Ook in de leer omtrent de laatste dingen, de eschatologie, vermeld in het Oude en Nieuwe Testament.

De apostel Paulus heeft het voorrecht gekend enkele van die geheimenissen, of verborgenheden te duiden. Die geheimenissen waren :

  • dat de Heer Jezus het middelpunt van Gods plannen was (Rom.16:25; 1Kor.2:7v; Ef.1:9v.).
  • de Gemeente, haar ontstaan en bestemming (Ef.3:9, 5:32; Kol.1:26, 2:2).
  • de opname en Christus’ verschijning in heerlijkheid (1Kor.15:51; 1Thes.4:15vv.)
  • Gods plannen met het volk Israël (Rom.11:25).

 

We dienen ons dus afhankelijk van Gods Geest en Woord op te stellen in het onderzoek van Gods plan. Het Woord dient gezag te hebben over ons leven en denken. Om niet te ontsporen in allerlei speculaties is het noodzakelijk dicht bij het licht van Gods Woord te blijven. Veel zaken zullen duidelijk worden als de tijd daarvoor aangebroken is:

 

‘Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Wij weten dat als Hij geopenbaard zal zijn, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is’ (1Joh.3:2).

 

 

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

voorpagina openbaring a4

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

De troonsheerlijkheid van God : hoofdstuk 4

Standaard

categorie : de Openbaring

 

 

 

De Openbaring uit het Nieuwe Testament : hoofdstuk 4

 

 

 

De troonsheerlijkheid van God

 

hoofdstuk 4 ; de troonsheerlijkheid van God

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat is het boek der Openbaring ?

 

De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps. Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote  ramp. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.

  • Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’
  • Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’
  • Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’

 

Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar. In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft.

Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

God geeft kennis over

 

-zijn doel met deze wereld

-de toekomst van Israël en de wereld

-het mysterie van het goede en het kwade

-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het  kwade

-de toekomstige natuurrampen en oorlogen

-de wederkomst van de Messias

-de dag des oordeel

-het uitzicht in de hemel en zijn troon

-de nieuwe  hemel en de nieuwe aarde

 

De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans  de wereld.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 John Astria

John Astria

Psalm,psalmen 22 • The crucifixion and victory/De kruisiging en overwinning

Standaard

Category, categorie:  The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

Psalm 22 • A prophecy of the crucifixion and victory

.

Psalmen 22 . Een profetie van de kruisiging en overwinning

.

Paul LeBoutillier

.

 

 

 

 

 

 

De Bijbel over het duizendjarig vrederijk en daarna

Standaard

Categorie: religie

 

 

de ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De Bijbel over het duizendjarig vrederijk en daarna

 

De profetie in het boek Openbaringen noemt allerlei verschrikkelijke plagen en verdrukkingen die de wereld zullen treffen in de laatste tijden. In wat “de grote verdrukking” genoemd wordt, zal Gods brandende toorn alle dienaren van Satan treffen. Dan is de maat vol van de ontwikkeling van de zonde op aarde. Zolang de zonde de macht had, raakte de wereld steeds meer verdorven en beschadigd.

Maar na dit alles zal Jezus Christus terugkomen, samen met de legerscharen van de hemel, en dan breekt er een heerlijke, genezende tijd aan op aarde. Dit is het begin van een periode van duizend jaar vrede, wat het duizendjarig vrederijk wordt genoemd.

 

 

 

Wat is het duizendjarig vrederijk?

 

Het duizendjarig vrederijk is een tijd van vrede en harmonie op aarde, waar Jezus en de heiligen heersen in gerechtigheid. Het is een tijd van herstel, waarin de wereld gereinigd wordt van al het kwade. In Jesaja 65:20-25 kun je een uitgebreidere beschrijving vinden van de wonderbaarlijke harmonie die deze tijd zal kenmerken.

Niemand zal een ander uitbuiten, niemand zal stelen of moorden. De gehele aarde zal bestuurd worden door Christus, Zijn bruid (de Gemeente) en de martelaren. (Openbaring 20:4) Hun heerschappij zal rechtvaardig zijn en nauwkeurig volgens Gods wetten. Het zal zó op aarde worden, als God het vanaf het begin bedoeld heeft. Een paradijs van vrede, gerechtigheid en blijdschap. Een schepping in volkomen harmonie met haar Schepper.

De mensen zullen veel langer leven dan nu het geval is. (Jesaja 65:20) Zelfs de dieren zullen elkaar niet meer doden voor voedsel; alle zullen gras en planten gaan eten. (Jesaja 65:25)

 

 

Perfecte natuur in het Vredesrijk

 

 

 

Zal er zonde zijn in het duizendjarig vrederijk?

 

Ondanks dit alles is de zondige natuur, die alle mensen aankleeft, niet veranderd. De mensen zullen nog steeds geboren worden met een vlees waarin geen goed woont. (Romeinen 7:18) De mensen zullen nog steeds kunnen kiezen om te zondigen.

Maar omdat Satan in die tijd gebonden is (Openbaring 20:2), zal hij niet in staat zijn de mensen van buitenaf te beïnvloeden. Het zal voor de mensen veel gemakkelijker zijn om ervoor te kiezen God te dienen en een rechtvaardig leven te leiden, wanneer ze aan alle kanten om hen heen dezelfde rechtvaardigheid zien, als er overal gelijkheid is, recht en genade, geduld en nederigheid, in plaats van oorlog, hongersnood, tirannie en onrecht.

Wie er evenwel voor kiezen een zondig leven te leiden en toe te geven aan hun eigen trots en zelfzucht in deze tijd, zullen worden vervloekt, sterven en naar de hel verwezen worden (Jesaja 65:20). Gods wetten zijn nog steeds van toepassing en niemand die zondigt zal daar ongemerkt mee wegkomen.

 

 

 

Jezus, de bruid en de martelaren

 

Jezus en zijn bruid zullen, samen met de martelaren die gedood zijn tijdens de grote verdrukking, de aarde regeren. Zij zijn Gods meest betrouwbare dienaren. Jezus, die in alles verzocht is zonder te zondigen, heeft absolute macht over alle zonde en ongerechtigheid. Hij is het voor de volle honderd procent eens met Gods wil. Zij, die tot de bruid van Christus behoren, hebben ook de zonde overwonnen in hun leven. Ook zij hebben bevoegdheid om te oordelen en te heersen in gerechtigheid, omdat zij zich door God hebben laten onderrichten in deze gerechtigheid gedurende hun tijd op aarde.

God heeft hen beproefd, zij zijn gelouterd door het vuur, op dezelfde wijze als Jezus. Jezus en Zijn bruid zullen de tranen afwissen en blijdschap en vrede brengen bij de mensen. Zij hebben zelf geen tranen die afgewist moeten worden, want zij zijn reeds vol van Gods goedheid en blijdschap. De martelaren van de grote verdrukking zijn ook beproefd en mogen ook mee regeren in het duizendjarig vrederijk, want zij hebben ook hun leven gegeven voor God, zij het op een andere wijze dan de bruid. (Openbaring 20:4-6) De heerlijkheid en de verantwoordelijkheid van de bruid van Christus zullen veel groter zijn dan die van de martelaren, omdat hun offer ook groter was. Zij zullen er samen op toezien dat de wereld zich in vrede, harmonie, gerechtigheid en godsvrucht zal ontwikkelen tijdens het duizendjarig vrederijk.

 

 

Vrede en harmonie in het Vredesrijk

 

 

 

Na het duizendjarig vrederijk

 

Hoewel het Duizendjarig Vrederijk een tijd zal zijn van leven in vrede en gerechtigheid, is het niet Gods uiteindelijke doel voor zijn schepping. Satan werd wel gebonden, maar niet volkomen verdelgd. Ondanks de wonderbaarlijke vrede en harmonie op aarde, is deze nog steeds niet perfect in Gods ogen, omdat zij nog steeds de eeuwige smet van de zonde draagt.

Aan het einde van het duizendjarig vrederijk wordt Satan voor een korte tijd uit zijn gevangenis losgelaten, hoe lang is niet precies bekend. Dit is zijn laatste kans om alle volken te misleiden en de mensen zo ver te krijgen dat ze hem volgen. En het is niet te geloven, maar hij zal genoeg mensen uit de hele wereld vinden om een leger te vormen, en zij zullen nogmaals Jeruzalem omsingelen, in een laatste, wanhopige poging om Gods schepping te overmeesteren.

Maar dan is eindelijk de maat vol, dan is de tijd van Satan voorbij. Dan zendt God vuur vanuit de hemel, dat hen zal verteren. De duivel zal tenslotte in de poel van vuur en zwavel geworpen worden, waar het beest en de valse profeet zijn, en zij zullen daar gepijnigd worden in alle eeuwigheden. (Openbaring 20:7-10). Dit luidt het einde in van het duizendjarig vrederijk, het is de laatste gebeurtenis voor het laatste oordeel plaatsvindt; de tijd niet meer bestaat en de eeuwigheid begint.

 

 

 

Wat zegt de Bijbel over de dag des oordeels?

 

De dag des oordeels is ook wel bekend als het laatste oordeel. Het is het allerlaatste wat er gebeurt voordat God de oude hemel en de oude aarde vernietigt, die zijn verdorven door de zonde. Voordat hij Zijn nieuwe hemel en nieuwe aarde schept, moet hij alles vernietigen wat zonde in de nieuwe schepping kan brengen.

De duivel is net in de vuurzee gegooid, waar het beest en de valse profeet (de Antichrist) al waren sinds Jezus terugkwam en ze overwon voordat het duizendjarig vrederijk begon. Dit zal de eeuwige vergelding zijn voor hun zonden en hun opstand tegen God. Nu is het tijd dat God zal berechten wie bij hen in de vuurzee gegooid moet worden, en wie het waard is om een plaats op de nieuwe aarde te krijgen.

“Want we moeten allemaal voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, zodat iedereen wegdraagt wat hij in zijn lichaam verricht heeft, naar wat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.” 2 Korintiërs 5:10.

 

 

Keuze tussen goed en kwaad en de eeuwige gevolgen>oordeel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De bruid en de martelaars

 

Wie bij de bruid van Christus horen, worden dan niet geoordeeld. Zij hebben al voor de rechterstoel van Christus gestaan in hun dagelijkse omstandigheden. Zij hebben Gods licht laten schijnen in hun harten, hebben uit eigen vrije wil hun zonden erkend, zijn de strijd tegen de zonde aan gegaan en hebben Christus erkend als zoenoffer voor hun zonden op het kruis van Golgotha.  hebben niet alleen vergeving van zonden ontvangen, maar ze hebben de kracht die beschikbaar is in de Heilige Geest gebruikt om over de zonde te overwinnen.

“Maar als we onszelf oordelen, komen we niet onder het oordeel. Maar onder het oordeel van de Here worden we getuchtigd, zodat we niet met de wereld worden veroordeeld.” 1 Korintiërs 11:31-32.

De martelaars die de grote beproeving hebben doorstaan, die het beest hebben weerstaan, niet het teken van het beest aangenomen hebben, en gedood zijn om hun trouw (Openbaring 13:15-17), zijn al beproefd geweest en hebben geregeerd met Jezus in het duizendjarig vrederijk. (Openbaringen 20:4)

 

 

 

De boeken worden geopend

 

“En ik zag een grote witte troon en Hem, die daarop gezeten was, voor wiens aangezicht de aarde en de hemel vluchtten, en geen plaats werd voor hen gevonden. En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor de troon, en er werden boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend, het boek des levens; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken.” Openbaring 20:11-15.

Gods boekhouding is zo nauwkeurig dat Jezus zegt dat we verantwoording af moeten leggen voor ieder onnuttig woord. Ieder van ons schrijft een boek met zijn leven. Alles wat we doen wordt genoteerd. Denk er eens aan hoe het zal zijn als God door onze herinneringen heen begint te bladeren. Als we gezondigd hebben, hebben we nu tijdens ons leven de mogelijkheid om ons te bekeren en vergeving te krijgen. Dan wist God onze zonden uit en worden ze voorgoed vergeten. Als de boeken dan worden geopend hoeven we alleen maar verantwoording af te leggen voor onze goede werken.

Let wel: Wie bij de bruid van Christus horen, samen met de martelaren, worden niet geoordeeld maar beloond.

“…en hun zonden en ongerechtigheden zal ik niet meer gedenken.” Hebreeën 10:17.

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Rechtvaardig oordeel

 

“En al de volken zullen vóór Hem verzameld worden, en Hij zal ze van elkander scheiden, zoals de herder de schapen scheidt van de bokken, en Hij zal de schapen zetten aan zijn rechterhand en de bokken aan zijn linkerhand.” Matteüs 25:31-46.

Iedereen wordt voor de grote witte troon geroepen op die dag, ook de miljoenen mensen die nooit hebben gehoord van de wet of het evangelie. Toch heeft God ieder individu geschapen met iets geweldig belangrijks – een geweten. De wetten van goed en kwaad zijn geschreven in het hart, en het geweten moet sturen wat iemand doet. Daarom hebben ook zij iets om verantwoording voor af te leggen op de dag dat God het verborgene van de mensen zal oordelen. Als ze geen begrip van goed en kwaad hadden op een bepaald gebied dan worden ze daar niet om veroordeeld. (Lees Romeinen 2:12-16)

Dan zal Jezus zeggen: “Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij gehuisvest, naakt en gij hebt Mij gekleed, ziek en gij hebt Mij bezocht; Ik ben in de gevangenis geweest en gij zijt tot Mij gekomen. Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Here, wanneer hebben wij U hongerig gezien en hebben wij U gevoed, of dorstig en hebben wij U te drinken gegeven?” Matteüs 25:35-37.

Ook al hadden ze geen idee dat ze Jezus dienden met wat ze deden, zal hij tegen ze zeggen: “Komt, gij gezegenden mijns Vaders, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af.” Matteüs 25:34. Dit is hun beloning voor het luisteren naar hun geweten en naar de wetten die in de harten van de mensen geschreven zijn.

“Maar heerlijkheid, eer en vrede over ieder, die het goede werkt, eerst de Jood en ook de Griek. Want er is geen aanzien des persoons bij God.” Romeinen 2:10-11.

Tegen iedereen die zijn hart verhard heeft tegen het goede, die tegen zijn geweten in ging en deed wat slecht was ook al wist hij beter, zal Jezus zeggen: “Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen is bereid.” Matteüs 25:41.

 

 

 

Het uur van de afrekening

 

“En de dood en het dodenrijk werden in de vuurzee geworpen. Dat is de tweede dood: de vuurzee. En wanneer iemand niet was opgeschreven in het boek des levens, werd hij in de vuurzee geworpen.” Openbaring 20:14-15. Het is niet zo raar dat Jezus zei dat we ons moeten verblijden omdat onze namen in het boek des levens opgeschreven zijn!

Dan is de afrekening klaar en is alles is op de juiste plaats terecht gekomen. De zonde en de dood zijn eindelijk voorgoed verdwenen. Uit al het lijden en de ellende, en ondanks Satans bedrieglijke macht, heeft God in zijn wijsheid en macht zijn werk met de bruid, de martelaars en de schapen die verzameld zijn door Jezus’ rechterhand afgerond. Zij zijn het, die opgeschreven zijn in het boek des levens, en die eeuwig zullen leven met de Vader en de Zoon in de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde.

 

 

de ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Vóór het einde

 

Het is heerlijk om na te denken over de enorme vreugde die het duizendjarig vrederijk zal brengen, als alle zorgen en tranen eindelijk afgewist zullen worden. Maar Jezus en zijn bruid zullen de aller gelukkigsten zijn. Zij hebben het grootste loon, omdat zij het grootste offer gebracht hebben.

Nu is er nog tijd om te kiezen waar jij zult zijn. Ieders heerlijkheid zal verschillen in de eeuwigheid. Hoe afschuwelijk zou het zijn om onze eeuwige heerlijkheid in te ruilen voor de voorbijgaande zondige pleziertjes hier op aarde! Waarom zouden we niet nu kiezen om tot de bruid te behoren? Kies ervoor om één van hen te zijn die Gods oordeel en leiding aanvaardt in hun leven. Op deze wijze wil Hij jou opleiden voor de verantwoordelijkheid van het besturen van de wereld tijdens het duizendjarig vrederijk. Kies om mee te helpen met het afwissen van tranen, in plaats van zelf tranen te hebben die afgewist moeten worden.

 

 

 

JESAJA 65: 17-25; leven in het 1000 jarige vredesrijk

 

God belooft een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

 

17 De Heer zegt: “Want let op, Ik maak een nieuwe hemel  en een nieuwe aarde. Alles wat vroeger gebeurd is, zal vergeten zijn. Niemand zal er nog aan denken. 18 Wees voor eeuwig blij over de nieuwe dingen die Ik doe. Juich erover! Want let op, Ik zal ervoor zorgen dat Jeruzalem en mijn volk weer blij zullen zijn. 19 En Ik zal blij zijn over Jeruzalem en over mijn volk. Er zal in Jeruzalem geen gehuil of geschreeuw meer te horen zijn. 20 Geen baby zal kort na zijn geboorte sterven. Alle mensen zullen oud worden. Iemand van honderd jaar zal zelfs nog jong worden genoemd. Als een slecht mens op zijn honderdste sterft, zal er van hem gezegd worden dat hij jong gestorven is doordat hij door God vervloekt was.

PS: wie zondigt in het 1000 jarige vredesrijk wordt oud maar zal toch sterven en naar de hel verwezen worden! Nadat Satan, zijn demonen en de alle ongelovigen in de vuurpoel geworpen zijn komt er een nieuwe hemel en nieuwe aarde waar er nooit meer gezondigd zal worden!

21 De mensen zullen zelf wonen in de huizen die ze hebben gebouwd. Ze zullen zelf de wijn drinken van de wijngaarden die ze hebben geplant. 22 Ze zullen geen huizen bouwen waar niet zij, maar anderen in zullen wonen. Ze zullen geen wijngaarden planten waar niet zij, maar anderen de wijn van zullen drinken. Want de mensen van mijn volk zullen zo oud worden als bomen. Ze zullen genieten van dat waar ze zelf zo hard voor hebben gewerkt. 23 Ze zullen niet voor niets hard gewerkt hebben. Ze zullen geen kinderen krijgen die jong sterven. Want zij zijn de nakomelingen van het volk dat door de Heer gezegend is. En hun familie ná hen ook. 

24 En Ik zal antwoorden, nog vóórdat ze Mij om hulp hebben geroepen. Ik zal hun al antwoorden terwijl ze nog tegen Mij spreken. 25 Wolven en schapen zullen samen grazen. Leeuwen zullen net als koeien gras eten. Slangen zullen stof eten. Ze zullen niemand kwaad doen. Op mijn heilige berg zal niemand een ander nog kwaad doen, zegt de Heer.”

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Johannes kreeg de Openbaring van Jezus Christus.

Standaard

categorie : religie

 

 

.

De Openbaring van Jezus Christus gegeven aan Johannes

 

 

 

Die IS

en

Die WAS

en

Die KOMEN ZAL

 

 

 

Good-vs-Evil

 

.

Waarom de Openbaring werd gegeven

.

Vers 1-2: ” Openbaring van Jezus Christus, die God Hem heeft gegeven om zijn dienstknechten te laten zien wat spoedig moet geschieden, en die Hij door Zijn engel gezonden en aan Zijn dienstknecht Johannes te kennen heeft gegeven. Deze heeft van het Woord van God getuigd en van het getuigenis van Jezus Christus, alles wat hij gezien heeft.”

 

Wij zien hier Jezus Christus genoemd als de Auteur van de Openbaring. Deze openbaring is door God gegeven “om zijn dienstknechten te tonen”.

Daarom is er ook geen excuus, geen verontschuldiging ten aanzien van enig verzuim onzerzijds, ons wordt hier van Godswege getoond ” de dingen, die haast geschieden moeten”.

Wanneer wij hierover in vers 1 lezen, dan merken wij op, dat dit betrekking heeft op de tijdbedeling, waarin wij thans leven, dus op die van de Gemeente. Het betreft in het bijzonder die gebeurtenissen, die in zo nauw en onverbrekelijk verband staan met:

· de tweede (zichtbare) komst van Jezus Christus in heerlijkheid (zie Openb. 1:7),

· met de volmaakte Gemeente,

· met de anti-christelijke heerschappij en de uiteindelijke vernietiging hiervan door Christus en de heiligen, en

· met de vestiging van het 1000-jarig Vrederijk van God, dat de gehele aarde zal bedekken.

 

.

Vers 3: ” zalig is hij die leest en zijn zij die horen de woorden van de profetie, en die in acht nemen wat daarin geschreven staat, want de tijd is nabij.”

.

Wanneer wij vers 3 in nadere beschouwing nemen, dan ontdekken wij met welk een ernst de Heilige Geest de inhoud  van de Openbaring ons allen toevertrouwt. Hoezeer worden wij aangemoedigd om ” de woorden van deze profetie ” ijverig en nauwkeurig te onderzoeken “. Wij worden tevoren gewaarschuwd tegen de nalatigheid in het lezen en onderzoeken.

 Laten wij in dit opzicht eerlijkheid betrachten; de Gemeente heeft zich – helaas! – eeuwenlang schuldig gemaakt aan dit feit, en velen in onze dagen veronachtzamen nòg steeds de kostelijke inhoud van deze profetie. Voor dezulken blijft de Openbaring een gesloten Boek. De woorden van dit vers weerspreken absoluut elke tegenspraak en hiervan elke overweging, ieder argument, welke opkomende gedachte ook. Het is de duivel, die er op uit is om onze blik af te wenden van de toekomende gebeurtenissen, wel wetende, dat zoiets noodwendig leiden moet tot een algehele verslapping in de geestelijke toestand van de kinderen Gods.

Het is dan ook in het bijzonder met de toekomende tijd voor ogen,dat een ieder, die gelooft zoals de schrift zegt, doet wat er geschreven staat in 1 Johannes 3: 3: ” en ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich zoals hij rein is.” Immers, is Hij de hoop van hun ziel. Maar dan is ook het tegendeel waar: wie deze hoop uit het oog verliest, vergeet zichzelf te reinigen. En, daar is geen andere reiniging dan die in en door het badwater van het woord. ( zie Efeze 5 : 26 ).

De Openbaring is het enige Boek in de Bijbel, dat een bijzondere zegen bevat voor de gehoorzame hoorder en lezer. Deze zegen, die wij hier in dit vers, dus in het begin van de Openbaring lezen, vinden wij eveneens uitgesproken aan het slot; en ook dáár bevestigen deze woorden in allen dele ons opnieuw de belangrijkheid en de heerlijkheid  van alle profetische waarheden : ” en zie, ik kom spoedig. Zalig is hij die de profetie van dit boek in acht neemt.” ( Openbaring 22 : 7 ).

Het spreekt vanzelf, dat waar de Here Jezus Christus zulke woorden tot ons richt, en verder ook nog heeft bevolen: ” verzegel de woorden van de profetie van dit boek niet, want de tijd is nabij” (Openbaring :22 : 10 ), dat de inhoud van dit Boek door ons moet kunnen worden verstaan.  Daar is overvloedige genade om de profetische woorden van dit Boek te horen, te lezen, en ook te verstaan en te bewaren – halleluja! – echter niet met het alledaags, menselijk verstand, en niet in eigen kracht; maar in de kracht van de Heilige Geest, van Wie Jezus zei, dat “Hij (d.i. Gods Heilige Geest) Zijn discipelen in alle waarheid zou leiden en hun de toekomende dingen verkondigen zou” (zie Joh. 16:13). Laat ons daarom bidden om ook te ontvangen; laat ons zoeken om te vinden, laat ons volhardend kloppen om te worden opengedaan!

“Het profetische Woord is als een lamp die schijnt in een duistere plaats” (zie 2 Petr. 1:19 ). En deze lamp is hard nodig, want de tijd is nabij. Met andere woorden : het beslissende ogenblik nadert metv rasse schreden, al heeft ook onze trouwe God eeuwen lang de ‘vaten van zijn toorn’ ( zie Rom. 9:22 ), die tot het verderf zijn toebereid, met  barmhartigheid en schier onuitputtelijk geduld verdragen.

“De tijd is nabij…” géén nieuwe, géén andere Openbaring zal er meer gegeven worden. Laten wij ervan verzekerd zijn: God heeft ten aanzien van Zijn verlossingsplan Zijn laatste woord gesproken, en de tijd van de volvoering ervan is dicht nabij. “Want: nog een hele korte tijd en Hij die komt, zal komen en niet uitblijven” ( Hebr. 10:37 ).

Glorie voor God!

Dit derde vers ( van Openbaring 1 ) stelt daarenboven voor altijd vast dat de gehele Openbaring één profetie is.

.

voorpagina openbaring a4

 

 

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA