Categorie archief: Religie

Reïncarnatie en Christendom

Standaard

Categorie: religie

 

 

Het ware geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Is Reïncarnatie verenigbaar met Christendom?

 

Meer dan ooit accepteren de mensen in het Westen het idee van reïncarnatie, namelijk dat de ziel bij de dood het lichaam verlaat en in een nieuw geboren lichaam terechtkomt. Onderzoek toont aan dat bijna 60% van de Amerikanen geloven dat incarnatie mogelijk waar is. De brede acceptatie van de reïncarnatieleer kan toegeschreven worden aan verscheidene factoren. Men probeert ‘wetenschappelijke’ bewijzen aan te wenden; getuigenissen aan te voeren van prominente mensen, zoals Shirley MacLaine en acteur Glenn Ford, die over hun “voormalige levens” vertellen; er zijn bestsellers (zoals MacLaines Out on a Limb) die het leven hierna en de cirkel van de wedergeboorte beschrijven; en dan zijn er ook zulke ‘christelijke’ reïncarnatiegelovigen zoals Jeanne Dixon en wijlen Edgar Cayce.

Sensatiebladen, zoals de National Enquirer hebben ook bijgedragen tot de verspreiding van het reïncarnatie geloof door hun constante aandacht aan het onderwerp. In de late jaren 1960 en vroege 1970 werden boeken zoals ‘Jonathan Livingston Seagull’ (Richard Bach) en ‘A World Beyond’ (Ruth Montgomery) erg populair, en ze plantten in de geesten van lezers de zaden van de Hindoeïstische en occulte filosofie, waarvan de reïncarnatieleer afstamt. Tegen de late jaren 1970 werden de ideeën van Bach en Montgomery grotendeels vervangen door die van Elisabeth KublerRoss, schrijfster van boeken als ‘On death and Dying’ en ‘Questions and Answers on Death and Dying’, en Raymond Moody, schrijver van ‘Life After Life’ en ‘Reflections of Life After Life’.

Deze twee schrijvers brengen naar voor dat de fysische dood het begin is van een ander, geestelijk leven, en dat alle mensen rust en vrede vinden in dat nieuwe leven. Zowel Kubler-Ross als Moody verwerpen het christelijke begrip van een oordeel door God. Zij geloven ook beiden in reïncarnatie. Alhoewel sommige christenen een kritische reactie hebben geboden op de filosofie van reïncarnatie, blijven vele christenen onwetend over de implicaties ervan. Geconfronteerd met het algemene stilzwijgen van de Kerk en de schijnbaar overtuigende incarnatieleer, zijn vele christenen gaan concluderen dat reïncarnatie een werkelijkheid is, of dat ze tenminste de mogelijkheid ervan niet kunnen afwijzen.

 

 

de ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat is Reïncarnatie?

 

Reïncarnatie, de leer dat een ziel overgaat van lichaam tot lichaam door een geboorte-dood-wedergeboorte cyclus, is een voortvloeisel uit de Hindoe-Boeddhistische-leer van ziel-transmigratie. Transmigratie houdt de mogelijkheid in dat een ziel kan geboren worden in het lichaam van een dier. De status van het opnieuw geboren lichaam varieert van de huisvlieg tot een goed functionerend persoon, en geeft een indicatie van de levenskwaliteit van de ziel in zijn vorige lichaam. Een goed leven brengt wedergeboorte naar een hogere vorm; een slecht leven brengt wedergeboorte naar een lagere vorm. Deze opwaartse of neerwaartse promotie vervult de Wet van Karma, een centraal dogma van het Hindoeïsme.

Karma leert dat goede daden worden beloond en de slechte bestraft. Het Hindoeïstische doel van de ziel is om uit de karmacyclus te breken en één te worden met het universum. De westerse geest, die blijkbaar niet houdt van het idee dat men wedergeboren kan worden als een muskiet of slak, heeft de dieren uit de cyclus geweerd. Reïncarnationisten geloven ook dat zielen een eeuwig voorbestaan hadden. ‘A World Beyond’ van Ruth Montgomery, is een boek waarvan zij beweert dat het ontstond door ‘automatisch schrijven’ en dat het ingegeven werd door Arthur Ford, een medium, die in de geestelijke wereld wachtte om in een ander lichaam
te treden.

In dat boek staat blz. 7: “Laat ons beginnen met de premisse dat elk persoon een continuerende entiteit is doorheen alle eeuwigheid. Geen begin en geen einde, ondanks wat sommige moralisten zeggen over ons levensbegin in de fysische geboorte als baby en eindigend met het Laatste Oordeel. Onzin! Er is nooit een tijd geweest dat wij er niet waren, en wij zullen er altijd zijn, alhoewel in voortdurend veranderende levensvormen en niveaus, omdat wij net zoveel God zijn als dat God een deel is van ons”.

 

 

Satan, de tegenstrever

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat is haar aantrekkingskracht?

 

De klaarblijkelijke aantrekkingskracht die reïncarnatie uitoefent bij westerlingen is de belofte dat het leven verder gaat, en dat we zoveel kansen krijgen die we nodig hebben om alles in orde te brengen. Indien reïncarnatie juist is, dan voelt de mens geen dwingende behoefte om in dit leven vrede te maken met een rechtvaardige God, of zelfs om zijn naaste met liefde en respect te behandelen. Als een mens zoveel levens krijgt die hij nodig heeft om de perfectie te bereiken, zou hij wel eens kunnen denken: “Waarom niet vrijuit leven en de goede werken en vrede met God overlaten aan een volgend leven?”

De behoefte om met God vrede te maken zou eigenlijk nooit voorkomen bij échte reïncarnationisten, want die geloven niet in een persoonlijke God. Reïncarnatie gaat hand in hand met pantheïsme, het geloof dat alles God is en God alles is, elk mens inbegrepen. De doctrines van pantheïsme en reïncarnatie zijn de hoekstenen van het Hindoeïsme en occultisme, die erg populair geworden zijn in de westerse wereld. Op de pagina’s 84-85 van zijn boek “Mirakels”, zegt C.S. Lewis het volgende over de aantrekkingskracht van pantheïsme en reïncarnatie:
“Pantheïsme is verwant met onze geesten, niet omdat het het finale stadium is in een traag proces van verlichting, maar omdat het haast zo oud is als de mens. Het kan zelfs de meest primitieve van alle religies zijn … Pantheïsme is in feite de permanente, natuurlijke menselijke denkwijze; het permanente simpele niveau waarin de mens soms zinkt … en waarboven hij het op eigen kracht niet lang kan uithouden”.

 

Demon in de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Wat zijn de bewijzen?

 

Maar de moderne mens neemt niet aan dat zijn denken gezonken is tot deze kleinste gemene deler, en dus zoekt hij bewijzen om zijn geloof te rechtvaardigen. Zijn inspanningen hebben vele ‘bewijzen’ opgeleverd die de leer van reïncarnatie ondersteunen. De meest aangevoerde verdediging van de reïncarnatiegedachte is het fenomeen van “verleden-leven herinnering”: de bekwaamheid om zich details te herinneren van schijnbaar vroegere levens. Dit kan bereikt worden door hypnose en spontane of intuïtieve herinnering, dat soms ook “deja-vu” genoemd wordt. Sommige verledenleven verslagen die door personen onder hypnose opgedist worden, kunnen toegeschreven worden aan fantasie, of aan suggesties van de hypnotiseur. Maar en zijn ook twee andere verklaringen.

Het ene kan het “Bridey Murphy Effect” genoemd worden, dat besproken werd in het boek “The Search for Bridey Murphy”. Het boek spreekt van het verhaal van een vrouw die, wanneer onder hypnose gebracht, details kon geven van Ierland en zelfs Gaelic kon spreken, een taal waarmee zij niet vertrouwd was. Dit werd toegeschreven aan haar vorig leven in Ierland. Maar onderzoek bracht aan het licht dat zij opgevoed was door een Gaelic-sprekende grootmoeder die haar verhaaltjes vertelde over het oude Ierland. De ‘verleden-leven herinneringen’ bleken vergeten ervaringen te zijn uit de kinderjaren die naar boven gebracht werden door hypnose.

Sommige herinneringen echter doorstaan elke toetsing en zijn blijkbaar echt. Om deze te verstaan moeten wij ons realiseren dat een mens, die onder hypnose is, de controle van zijn of haar geest overgeeft aan iemand anders. De hypnotiseur zou de teugels kunnen overnemen. Hij of een andere entiteit zou suggesties in de geest kunnen planten. In zijn boek “Reincarnations and Christianity” zegt Dr. Robert Morey: “een hypnotische trance is de exacte mentale toestand die mediums en heksen al eeuwenlang bij zichzelf tot stand brengen, om zich open te stellen voor de invloed van geesten of demonen”.

Als zoiets gebeurt, dan is het niet moeilijk om te denken aan een demonische ‘taking over’ (overname) van de
wil van het gehypnotiseerde subject en dat er door hem of haar heen gesproken wordt. De demon, die de beschikking heeft over allerlei kennis uit het verleden, kan herinneringen aaneenrijgen en ze het gehypnotiseerde subject inplanten en laten uitspreken, en zo verleden-levens suggereren. Gezien de natuur van demonen, kunnen die plausibele verhalen inprenten die niet te weerleggen of te verifiëren zijn. Hoeveel plezier moeten die wel hebben wanneer ze goedgelovige mensen duperen met geschiedenissen van een dozijn verschillende personen die allemaal beweren dat zij eens Cleopatra waren!

Deja vu, het gevoel dat een persoon krijgt wanneer hij een vreemde plaats of omstandigheid komt, die hij nooit eerder gezien heeft, wordt dikwijls gebruikt als steunbeer voor de reïncarnatiegedachte. Haast iedereen kan zich zo’n ervaring herinneren. Dr. Walter Martin, citeert in een opgenomen toespraak “Het raadsel van reïncarnatie”, een ervaring die hij had terwijl hij in Zwitserland een berg zag. Hij wist dat hij dit bepaalde gezicht reeds eerder had gezien, alhoewel hij nog nooit in Zwitserland was geweest. In het naar huis gaan ontdekte Martin de oorzaak van zijn ervaring: een postkaart van dezelfde berg die hij had gezien. Een mens gebruikt slechts 10% van zijn hersenen, die voortdurend informatie opstapelen die nooit herinnerd worden tenzij men er plots mee geconfronteerd wordt door een ervaring zoals die van Martin.

Deja-vu-ervaringen kunnen ook geïnspireerd worden door de demonenwereld, en niet enkel door toedoen van menselijke oorzaken. De “god van deze wereld” (2 Kor 4:4), “de overste van de macht der lucht, de geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid” (Ef 2:2), tracht de mensen te bedriegen en te misleiden. Sommige mensen zijn ontvankelijker dan anderen voor de spirituele infiltraties van de geestenwereld. 2 Joh. 9:1-3: “En in het voorbijgaan zag Hij een mens die blind was van de geboorte af. En Zijn discipelen vroegen Hem: Rabbi, wie heeft er gezondigd, hij of zijn ouders, dat hij blind geboren zou worden? Jezus antwoordde: Hij heeft niet gezondigd en zijn ouders ook niet …” – de blinde was blind geboren en dus kon zonde-in-dit-leven niet de oorzaak zijn van zijn blindheid, maar sommigen hielden rekening met de valse karma-leer. SV kantt. 3 zegt: “Het schijnt dat de discipelen in deze dwaling waren, welke toen bij sommige Joden was, dat als de mens sterft, zijne ziel dan weder zou gaan in een ander lichaam, en dat derhalve de ziel des blindgeborenen in een ander lichaam zou gezondigd hebben”.

 

 

2 KORINTIËRS 4: 3-4

 

Toch zijn er altijd mensen bij wie er dan een ‘doek’ over hun hart blijft liggen. Daardoor kunnen ze het goede nieuws niet begrijpen. Maar dat gebeurt alleen bij de mensen die verloren gaan. 4 Dat zijn de ongelovige mensen. Zij zijn door de god van deze wereld  (Satan) blind gemaakt in hun denken. Daardoor kunnen ze het licht niet zien van het goede nieuws van Christus. Terwijl juist aan Christus precies te zien is wie God is. Hij is de afbeelding van God.

 

 

Keuze tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Leert de Bijbel reïncarnatie?

 

Mensen die in reïncarnatie geloven citeren soms de Schrift om hun geloof te ondersteunen. De 4 schriftplaatsen die zij het meest aanhalen zijn Johannes 3:3, Mattheüs 11:14, Hebreeën 7:2-3 en Johannes 9:2.

  • 1. In Johannes 3:3 zegt Jezus tot Nicodemus dat om het Koninkrijk van God te zien men opnieuw moet geboren worden. Jezus, de zo gezegde reïncarnationist, leert dat een reeks wedergeboorten noodzakelijk zijn om de volmaaktheid te bereiken. Deze interpretatie houdt echter geen steek. Nicodemus drukte zijn verwarring uit en sprak van een tweede fysische geboorte (niet exact hetzelfde als die waarvan men spreekt in de reïncarnatieleer, maar gelijkend). Jezus corrigeerde Nicodemus onmiddellijk en zei dat de wedergeboorte waarvan Hij sprak een geestelijke was (Johannes 3:4-6). Dus, Jezus verklaarde niet de Wet van Karma, maar weerlegde haar juist.

 

  • 2. Reïncarnationisten wijzen ook op Jezus’ verklaring in Mattheüs 11:14 dat Johannes de Doper Elia was. Maar men moet verder in de Schrift lezen. Lukas 1:17 zegt dat Johannes voor Christus zou heengaan “in de geest en de kracht van Elia”. Johannes de Doper, een man die vervuld was met de Heilige Geest van in de moederbuik, ontkende zelf dat hij Elia was (Johannes 1:21). De Schrift zegt ook dat Elia nooit de fysieke dood ondergaan heeft (Hebreeën 11:5) en tijdens de aardse bediening van Christus nog steeds bestond als Elia, zoals aangetoond werd door zijn verschijning, samen met Mozes op de berg van de transfiguratie (Mattheüs 17:3).

 

  • 3. Een andere geliefde Bijbelse passage bij reïncarnationisten is Hebreeën 7:2-3. Deze tekst, zo zeggen zij, leert ons dat Jezus in een vroegere incarnatie Melchizedek was. Maar men hoeft de geciteerde verzen maar te lezen om direct in te zien dat de oudtestamentische Melchizedek “de Zoon van God gelijk geworden” is als type, niet dat hij letterlijk Jezus (de Zoon van God) was. De schrijver van Hebreeën zegt enkel dat er geen verslag bestaat van Melchizedeks geboorte, dood of familie. Bovendien, Melchizedeks priesterschap was hierin uniek dat het niet werd overgedragen op een ander. Melchizedek was enkel gelijkend op Christus en wordt nooit een vroegere incarnatie van Hem genoemd.

 

  • 4. De vierde schriftplaats die dikwijls wordt geciteerd is Johannes 9:1-3, die gaat over een blind geboren man en de vraag van de discipelen wiens zonde deze blindheid veroorzaakt had. Deze vraag lijkt, oppervlakkig gezien, in overeenstemming te zijn met de Wet van Karma. Maar Christus’ antwoord dat de blindheid van deze man geenszins iets met zonde te maken had, maakt het standpunt van de reïncarnationisten onverdedigbaar. Nu we gezien hebben wat de Bijbel NIET zegt ter ondersteuning van de reïncarnatieleer, gaan wij ons nu richten tot wat de Bijbel WEL leert tegen reïncarnatie.
    De enige kans van de mens Met slechts één vers verwoest de Bijbel het concept van reïncarnatie.

Hebreeën 9:27 zegt: “En gelijk het de mensen gezet is, eenmaal te sterven, en daarna het oordeel …”

 

Meer schriftplaatsen:

Jakobus 4:14: “Gij, die niet weet, wat morgen geschieden zal, want hoedanig is uw leven? Want het is een damp, die voor een weinig tijd gezien wordt, en daarna verdwijnt”.

De Psalmen staan vol met referenties naar de tijdelijke natuur van het mensenleven. Psalmen 39:6, 103:15 en 144:4 zijn slechts enkele voorbeelden. Deze verzen weerleggen ook de theorie dat zielen eerder of eeuwig hebben bestaan, zoals ook het verslag in Genesis 2 over het ontstaan van de mens.

 

Psalm 39: 6: Mijn leven duurt voor U maar een ogenblik. Een mensenleven is voor U als één enkele zucht. Elk mens, hoe goed het ook met hem gaat, is uiteindelijk niets.

 

Psalm 103: 15/16: Ons leven duurt maar éven. Een mens lijkt op een bloem in het gras: 16 één windvlaag en hij is er niet meer, er is niets meer van hem over.

 

Psalm 144: 4: De mens is maar één zucht. Zijn leven is als een schaduw die voorbij glijdt.

 

 

Goddelijke bescherming

 

 

 

Het probleem van het kwaad

 

Alhoewel de Wet van Karma de kwestie van het kwaad lijkt te behandelen, met haar systeem van beloningen en straffen, blijft, op een bredere schaal, het probleem onopgelost. In zijn boek “Reincarnation: A Christian Appraisal”, schrijft Mark Albrect op blz. 119: “De eindeloze cycli van de reïncarnatie lossen nooit het probleem van het kwaad op; het kwaad is eeuwig, het idee dat het kwaad voor altijd voortduurt is ondenkbaar in het christendom. Het kwaad is overwonnen door de dood en opstanding van Jezus Christus, en het zal voor altijd
weggedaan worden wanneer Hij wederkomt om de wereld te oordelen”.

 

 

 

Reïncarnatie en spiritisme

 

Reïncarnatie-aanhangers overtreden ook dikwijls de Bijbelse bevelen tegen spiritisme. De Bijbel is erg duidelijk in zijn verbod contacten te leggen met de geesten van de doden, wat vele reïncarnationisten trachten te doen wanneer een ziel, naar bewering, zich “tussen” incarnaties in bevindt. Leviticus 20:6, 27, Deuteronomium 18:11, Jesaja 8:19 en 1 Kronieken 10:13 maken duidelijk dat God niet wil dat Zijn volk in zulke activiteiten betrokken is. Geen enkele nieuwtestamentische schrijver heeft ooit gezegd dat dit verbod werd opgeheven. Beroemde reïncarnationisten, zoals Ford, Cayce, Dixon, Montgomery en Kubler-Ross, geven openlijk hun spiritistische en mediamieke praktijken toe. Erger nog, sommige van deze auteurs, in het bijzonder Cayce en Dixon, beweren dat hun geloof in overeenstemming is met het christendom.

 

Leviticus 20: 6+27

Als iemand aan de geesten van gestorven mensen om raad vraagt, of naar waarzeggende geesten gaat en daarmee ontrouw aan Mij is, dan zal Ik zijn vijand zijn en hem doden. 7 Leef dus heilig, want Ik ben jullie Heer God. 8 Doe alles precies zoals Ik het jullie bevolen heb. Ik ben de Heer en Ik wil dat jullie alleen Mij dienen.

Als iemand de geest van een dode of een waarzeggende geest door zich heen laat spreken, moet hij worden gedood. Hij moet met stenen doodgegooid worden. Hij verdient de doodstraf.”

 

 

Deuteronomium 18:11

Jullie mogen ook geen geesten oproepen, met geesten praten of de geesten van gestorven mensen om raad vragen. 12 Want de Heer vindt het verschrikkelijk als jullie dat doen. De volken die nu in het land wonen, doen deze verschrikkelijke dingen wel. Juist daarom jaagt de Heer God hen voor jullie weg.

 

 

Jesaja 8:19-22

Mensen zullen aan jullie vragen: ‘Willen jullie voor ons aan waarzeggende geesten en aan de geesten van doden om raad vragen?’ Maar die mompelen en piepen alleen maar wat! We moeten toch alleen aan onze God om raad vragen? Waarom zou je aan de doden om raad vragen voor de levenden? 20 Luister naar wat de wet van God zegt. En luister naar wat ik namens God heb gezegd! Als mensen andere dingen zeggen, is er geen hoop meer voor hen. 21 Hopeloos en hongerig zullen ze door het land trekken. Ze zullen razend van de honger zijn. Woedend zullen ze hun koning vervloeken. Ze zullen omhoog kijken en hun God vervloeken. 22 Overal waar ze kijken, zullen ze alleen maar ellende zien. Ze zullen doodsbang en opgejaagd zijn. Het zal een donkere tijd zijn.

 

 

1 Kronieken 10:13

Zo stierf Saul, omdat hij ontrouw aan de Heer was geworden. Want hij had de Heer niet gehoorzaamd. Hij had zelfs een waarzegster om raad gevraagd, in plaats van aan de Heer. 14 Daarom doodde Hij hem en maakte David, de zoon van Isaï, koning in de plaats van Saul.

 

 

In Mattheüs 7 waarschuwde Christus Zijn volgelingen dat valse profeten zullen komen als wolven in schapenvacht. Deze zelfbenoemde ‘christenen’ vervullen Christus’ waarschuwing. Reïncarnatie is in geen enkel opzicht in overeenstemming met het christelijke geloof. De Bijbel leert dat het loon van de zonde de dood is (Romeinen 6:23).

 

De reïncarnatieleer is dezelfde leugen die Satan aan Eva vertelde in de Hof van Eden: “Gij zult de dood niet sterven” (Genesis 3:4).

 

De Bijbel leert dat redding van de zonde, en zijn eeuwige consequenties, een gave is die God vrijelijk geeft (Efeziërs 2:8-9); reïncarnatie leert dat redding er pas komt wanneer een mens zichzelf vervolmaakt. Christus, die ons schiep, weet dat wij slechts één leven hebben en Hij heeft gezien wat wij doen met deze enige kans. Daarom offerde Hij Zichzelf als een afbetaling voor onze zonden. Onze Redder nam onze ‘slechte Karma’ op Zichzelf. “Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht” zei Hij in Mattheüs 11:30. Zelfs indien wij zouden kunnen terugkomen, opnieuw en opnieuw, zou daar geen enkele zinnige reden voor kunnen zijn, vermits al onze schulden en tekortkomingen door Hem afbetaald werden. Laat ons u dan helpen om een nieuw leven te ontdekken, in gemeenschap met de Heer Jezus Christus!

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Gods beloften in de Bijbel : deel 16, 17 en 18

Standaard

categorie : religie

.

.

De beloften van God

.

Welke zijn voor mij?

.

Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?

1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

.

.

.

.

Richtlijnen om te onthouden:

    • – Bestudeer de context.
    • – Is het een voorwaardelijke belofte? Kijk of het woord ‘als’ in de context staat.
    • – God geeft ons beloften om ons te helpen ons te onderwerpen aan Zijn wil; niet om Zichzelf te buigen naar onze wil.
             – Ga er niet van uit dat je kunt weten wanneer de belofte vervuld zal worden.
    .

Welke zijn er zoal?

.

Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:

Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”

Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”

Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”

Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”

1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”

Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”

1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

.

.

.

.

Waarom zijn ze belangrijk?

.

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”

.

.

God doet twee soorten beloften

.

De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.

De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

.

.

.

.

16 Gods beloften om je wens te vervullen 

.

Ps.20:5 Hij geve u naar uw hart, en doe al uw plannen in vervulling gaan. …de Here vervulle al uw begeerten.

Ps.21:3 Zijn hartewens hebt Gij hem geschonken, de begeerte van zijn lippen hebt Gij niet geweigerd.

Ps.37:4 verlustig u in de Here; dan zal Hij u geven de wensen van uw hart. 5 Wentel uw weg op de Here en vertrouw op Hem, en Hij zal het maken.

Ps.145:19 Hij vervult de wens van wie Hem vrezen, Hij hoort hun hulpgeroep en verlost hen.

Spreuken 10:24 .. maar Hij vervult de wens der rechtvaardigen.

Spr.16:3 Beveel de Here uw werken, dan zullen uw voornemens gelukken.

Matt.15:7 Indien gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden.

Matt.15:28 Toen antwoordde Jezus en zeide tot haar: O, vrouw, groot is uw geloof, u geschiede gelijk gij wenst! En haar dochter was genezen van dat ogenblik af.

Marc 11:23 Voorwaar, Ik zeg u, wie tot deze berg zou zeggen, hef u op en werp u in de zee, en in zijn hart niet zou twijfelen, maar geloven, dat hetgeen hij zegt geschiedt, het zal hem geschieden. 24 Daarom zeg Ik u, al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen, en het zal geschieden.

.

.

17 Gods beloften voor Hem te zoeken 

.

Jer.23:7 Ik geef hun het inzicht dat ik de Heer ben; als ze met heel hun hart naar mij terugkeren, zullen zij mijn volk zijn en zal ik hun God zijn.

Jer. 29:12 Dan zult gij Mij aanroepen en heengaan en tot Mij bidden, en Ik zal naar u horen; 13 dan zult gij Mij zoeken en vinden, wanneer gij naar Mij vraagt met uw ganse hart. 14 Dan zal Ik Mij door u laten vinden, luidt het woord des Heren, en in uw lot een keer brengen.

Jes.55:6 Zoekt de Here, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is.

Zach.1:3 maar zeg tot hen: zo zegt de Here der heerscharen: bekeert u tot Mij, luidt het woord van de Here der heerscharen, dan zal Ik tot u wederkeren, zegt de Here der heerscharen.

Mal.3:7 Keert terug tot Mij, dan zal Ik tot u terugkeren, zegt de Here der heerscharen.

Jac.4:8 Nadert tot God, en Hij zal tot u naderen.

Matt.7:7 Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden. 8 Want een ieder, die bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan worden.

.

.

18 Gods beloften om alle dingen te geven 

.

Gen.24:1 Abraham nu was oud en hoogbejaard, en de Here had Abraham in alles gezegend.

Rom 8:32 Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?

1 Kor.3:21 Niemand van u moet zich daarom laten voorstaan op een ander mens, want álles is van u; 22 of het nu Paulus, Apollos of Kefas is, wereld, leven of dood, heden of toekomst – álles is van u.

Matt.5:5 Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.

Matt.18:18 Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de hemel, en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de hemel.

Matt. 17:19 Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven? 20 Hij zeide tot hen: Vanwege uw klein geloof. Want voorwaar, Ik zeg u, indien gij een geloof hebt als een mosterdzaad, zult gij tot deze berg zeggen: Verplaats u vanhier daarheen en hij zal zich verplaatsen en niets zal u onmogelijk zijn.

Matt.21:21 Maar Jezus antwoordde en zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, indien gij geloof hebt en niet twijfelt, zult gij niet alleen doen wat met de vijgeboom is gebeurd, maar zelfs indien gij tot deze berg zegt: Hef u op en werp u in de zee, het zal geschieden. 22 En al wat gij in het gebed gelovig vragen zult, zult gij ontvangen.

Joh.14:11 Gelooft Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is: of anders, gelooft om de werken zelf. 12 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader; 13 en wat gij ook vraagt in mijn naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt worde. 14 Indien gij Mij iets vraagt in mijn naam, Ik zal het doen.

Joh.15:16 Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen en u aangewezen, opdat gij zoudt heengaan en vrucht dragen en uw vrucht zou blijven, opdat de Vader u alles geve, wat gij Hem bidt in mijn naam.

Marc.9:23 Jezus zeide tot hem: Als Gij kunt! Alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft.

Rom.8:17 Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking.

Rom.8:32 Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?

Efeze 1:3 Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de hemel in Christus.

Efeze 1:13 .. verzegeld met de heilige Geest der belofte, 14 die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij Zich verworven heeft, tot lof zijner heerlijkheid.

1 Tim 6:17 hun hoop stellen op de ongestadigheid des rijkdoms, maar op den levenden God, Die ons alle dingen rijkelijk verleent, om te genieten.

Jac.1:2 Gij begeert, en hebt niet; gij benijdt en ijvert naar dingen, en kunt ze niet verkrijgen; gij vecht en voert krijg, doch gij hebt niet, omdat gij niet bidt. 3 Gij bidt, en gij ontvangt niet, omdatgij kwalijk bidt, opdat gij het in uw wellusten doorbrengen zoudt.

2 Pet.1:3 Gelijk ons Zijn Goddelijke kracht alles, wat tot het leven en de godzaligheid behoort, geschonken heeft.

1 Joh.3:21 Geliefden, als ons hart ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid tegenover God, 22 en ontvangen wij van Hem al wat wij bidden, daar wij zijn geboden bewaren en doen wat welgevallig is voor zijn aangezicht.

1 Joh.5:14 En dit is de vrijmoedigheid, die wij tegenover Hem hebben, dat Hij, indien wij iets bidden naar zijn wil, ons verhoort. 15 En indien wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, weten wij, dat wij de beden verkregen hebben, die wij van Hem hebben gebeden.

Openb.21:7 Die overwint, zal alles beërven; en Ik zal hem een God zijn, en hij zal Mij een zoon zijn.

.

.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

De geheimenis der getallen in de Bijbel

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

 

 

 

 

God spreekt via de Bijbel tot mensen door 32.173 teksten en verzen

 

 

Aantal boeken Oude Testament: 39

 

Aantal boeken Nieuwe Testament: 27

 

Aantal pagina’s: 1600

 

 

Aantal teksten: 30.000

 

Aantal verzen: 2173

 

 

 

De geheimenis der getallen

 

32.173: 3+2+1+7+3=16>1+6=7 staat voor compleetheid, vervulling

volkomenheid, voltooiing, het begin van iets nieuws

afzonderlijke getallen:

3 is het getal van de Goddelijke Drievuldigheid: De Vader, de Zoon, de Heilige Geest

2 is het getal voor getuigenis

1 is het getal van God zelf

6 staat voor de onperfecte, zondige mens

 

 

Openbaring hoofdstuk 8 (a) ; zegel 7 en de eerste 4 bazuinen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

39: 3+9=12>1+2=3 is het getal van de Goddelijke Drievuldigheid:

De Vader, de Zoon, de Heilige Geest

afzonderlijke getallen:

3 is het getal van de Goddelijke Drievuldigheid: De Vader, de Zoon, de Heilige Geest

9 is het getal dat duidt op de heiligheid van God

2 is het getal voor getuigenis

1 is het getal van God zelf

 

 

God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

1600: 1+6+0+0=7 staat voor compleetheid, vervulling volkomenheid,

voltooiing, het begin van iets nieuws

Afzonderlijke getallen:

1 is het getal van God zelf

6 staat voor de onperfecte, zondige mens

0 geen betekenis

 

30.000: 3+0+0+0+0=3 is het getal van de Goddelijke Drievuldigheid:

De Vader, de Zoon, de Heilige Geest

Afzonderlijke getallen:

0 geen betekenis

 

 

2173: 2+1+7+3=13>1+3=4 staat voor wereldwijde kennisname

Afzonderlijke getallen:

3 is het getal van de Goddelijke Drievuldigheid: De Vader, de Zoon, de Heilige Geest

2 is het getal voor getuigenis

1 is het getal van God zelf

7 staat voor compleetheid, vervulling, volkomenheid, voltooiing, het begin van iets nieuws

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

Johannes kreeg de Openbaring van Jezus Christus.

Standaard

categorie : religie

 

 

.

De Openbaring van Jezus Christus gegeven aan Johannes

 

 

 

Die IS

en

Die WAS

en

Die KOMEN ZAL

 

 

 

Good-vs-Evil

 

.

Waarom de Openbaring werd gegeven

.

Vers 1-2: ” Openbaring van Jezus Christus, die God Hem heeft gegeven om zijn dienstknechten te laten zien wat spoedig moet geschieden, en die Hij door Zijn engel gezonden en aan Zijn dienstknecht Johannes te kennen heeft gegeven. Deze heeft van het Woord van God getuigd en van het getuigenis van Jezus Christus, alles wat hij gezien heeft.”

 

Wij zien hier Jezus Christus genoemd als de Auteur van de Openbaring. Deze openbaring is door God gegeven “om zijn dienstknechten te tonen”.

Daarom is er ook geen excuus, geen verontschuldiging ten aanzien van enig verzuim onzerzijds, ons wordt hier van Godswege getoond ” de dingen, die haast geschieden moeten”.

Wanneer wij hierover in vers 1 lezen, dan merken wij op, dat dit betrekking heeft op de tijdbedeling, waarin wij thans leven, dus op die van de Gemeente. Het betreft in het bijzonder die gebeurtenissen, die in zo nauw en onverbrekelijk verband staan met:

· de tweede (zichtbare) komst van Jezus Christus in heerlijkheid (zie Openb. 1:7),

· met de volmaakte Gemeente,

· met de anti-christelijke heerschappij en de uiteindelijke vernietiging hiervan door Christus en de heiligen, en

· met de vestiging van het 1000-jarig Vrederijk van God, dat de gehele aarde zal bedekken.

 

.

Vers 3: ” zalig is hij die leest en zijn zij die horen de woorden van de profetie, en die in acht nemen wat daarin geschreven staat, want de tijd is nabij.”

.

Wanneer wij vers 3 in nadere beschouwing nemen, dan ontdekken wij met welk een ernst de Heilige Geest de inhoud  van de Openbaring ons allen toevertrouwt. Hoezeer worden wij aangemoedigd om ” de woorden van deze profetie ” ijverig en nauwkeurig te onderzoeken “. Wij worden tevoren gewaarschuwd tegen de nalatigheid in het lezen en onderzoeken.

 Laten wij in dit opzicht eerlijkheid betrachten; de Gemeente heeft zich – helaas! – eeuwenlang schuldig gemaakt aan dit feit, en velen in onze dagen veronachtzamen nòg steeds de kostelijke inhoud van deze profetie. Voor dezulken blijft de Openbaring een gesloten Boek. De woorden van dit vers weerspreken absoluut elke tegenspraak en hiervan elke overweging, ieder argument, welke opkomende gedachte ook. Het is de duivel, die er op uit is om onze blik af te wenden van de toekomende gebeurtenissen, wel wetende, dat zoiets noodwendig leiden moet tot een algehele verslapping in de geestelijke toestand van de kinderen Gods.

Het is dan ook in het bijzonder met de toekomende tijd voor ogen,dat een ieder, die gelooft zoals de schrift zegt, doet wat er geschreven staat in 1 Johannes 3: 3: ” en ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich zoals hij rein is.” Immers, is Hij de hoop van hun ziel. Maar dan is ook het tegendeel waar: wie deze hoop uit het oog verliest, vergeet zichzelf te reinigen. En, daar is geen andere reiniging dan die in en door het badwater van het woord. ( zie Efeze 5 : 26 ).

De Openbaring is het enige Boek in de Bijbel, dat een bijzondere zegen bevat voor de gehoorzame hoorder en lezer. Deze zegen, die wij hier in dit vers, dus in het begin van de Openbaring lezen, vinden wij eveneens uitgesproken aan het slot; en ook dáár bevestigen deze woorden in allen dele ons opnieuw de belangrijkheid en de heerlijkheid  van alle profetische waarheden : ” en zie, ik kom spoedig. Zalig is hij die de profetie van dit boek in acht neemt.” ( Openbaring 22 : 7 ).

Het spreekt vanzelf, dat waar de Here Jezus Christus zulke woorden tot ons richt, en verder ook nog heeft bevolen: ” verzegel de woorden van de profetie van dit boek niet, want de tijd is nabij” (Openbaring :22 : 10 ), dat de inhoud van dit Boek door ons moet kunnen worden verstaan.  Daar is overvloedige genade om de profetische woorden van dit Boek te horen, te lezen, en ook te verstaan en te bewaren – halleluja! – echter niet met het alledaags, menselijk verstand, en niet in eigen kracht; maar in de kracht van de Heilige Geest, van Wie Jezus zei, dat “Hij (d.i. Gods Heilige Geest) Zijn discipelen in alle waarheid zou leiden en hun de toekomende dingen verkondigen zou” (zie Joh. 16:13). Laat ons daarom bidden om ook te ontvangen; laat ons zoeken om te vinden, laat ons volhardend kloppen om te worden opengedaan!

“Het profetische Woord is als een lamp die schijnt in een duistere plaats” (zie 2 Petr. 1:19 ). En deze lamp is hard nodig, want de tijd is nabij. Met andere woorden : het beslissende ogenblik nadert metv rasse schreden, al heeft ook onze trouwe God eeuwen lang de ‘vaten van zijn toorn’ ( zie Rom. 9:22 ), die tot het verderf zijn toebereid, met  barmhartigheid en schier onuitputtelijk geduld verdragen.

“De tijd is nabij…” géén nieuwe, géén andere Openbaring zal er meer gegeven worden. Laten wij ervan verzekerd zijn: God heeft ten aanzien van Zijn verlossingsplan Zijn laatste woord gesproken, en de tijd van de volvoering ervan is dicht nabij. “Want: nog een hele korte tijd en Hij die komt, zal komen en niet uitblijven” ( Hebr. 10:37 ).

Glorie voor God!

Dit derde vers ( van Openbaring 1 ) stelt daarenboven voor altijd vast dat de gehele Openbaring één profetie is.

.

voorpagina openbaring a4

 

 

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

De 5 grote godsdiensten

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Hindoeïsme

.

 

hindoe

 

.

In Voor Indië wordt het Hindoeïsme, een van de oudste godsdiensten, beleden. De hindoes kennen ontelbare goden. De belangrijkste zijn Brahman, Visjnuh en Shiva. De Veda’s, de heilige boeken, omschrijven het geloof en de plichten.

De hindoe gelooft in reïncarnatie.  Het nakomen van de godsdienstige verplichtingen en de wijze van leven zijn van invloed op een goede of slechte wedergeboorte. De Hindoemaatschappij is verdeeld in vijf kasten. De kaste wordt door geboorte bepaald. Verandering van kaste is onmogelijk. De hoogste kaste is die van de Brahmanen, de priesters. Paria’s zijn de kasteloze hindoes. Zij behoren tot de uitgestotenen van de samenleving.

De koe wordt als heilig beschouwd, evenals de rivier de Ganges. Bij hun geloofsbeleving maken de hindoes vaak gebruik van meditatie, ascese en yoga.

 

.

 

Joodse Godsdienst 

.

 

symbolen-jodendom

 

.
De Joden hebben een monotheïstische godsdienst. Jaweh had het volk Israël uitverkoren zijn Schepping te vervolmaken in het Beloofde Land (Palestina). In de Thora schreef Mozes een groot aantal wetten op zoals de Tien Geboden die het dagelijks leven nauwkeurig regelden. Het Oude Testament bevat naast wetten en regels ook stukken Joodse geschiedenis.

Uitspraken van Rabbijnen over de Thora werden later verzameld in het tweede belangrijke Joodse boek de Talmoed. Belangrijke Joodse feestdagen zijn het Nieuwjaarsfeest, het Paasfeest en de Grote Verzoening. Het Joodse volk is vaak onderdrukt (Egyptenaren, Babyloniërs, Assyriërs , Perzen en Romeinen).

Tijdens de diaspora traden profeten op en ontstond de gedachte dat een Messias het volk zou verlossen. Het belangrijkste Joodse heiligdom was de tempel in Jeruzalem, die in 70 door de Romeinen werd verwoest. Wat er nog van rest  is de Klaagmuur. De Joden houden hun religieuze bijeenkomsten in de synagoge. De Sabbat (zaterdag) is voor de Orthodoxe Jood een absolute rustdag.

 

 

 

Het Boeddhisme 

.

 

boeddhisme

 

.

De Indische prins Gautama (560-486 v.chr.) behoorde tot de kaste van de strijders. Zijn  luxe leven gaf hij op en op zoek naar de waarheid, vond hij  die slapend onder een vijgenboom. De mens diende zich te verlossen van het lijden om zo uiteindelijk het Nirwana te bereiken. Daarbij speelt de reïncarnatie een belangrijke rol. Vijf geboden moet de gelovige onderhouden:

1) laten leven wat leeft ,

2) afzien van te nemen wat niet gegeven wordt ,

3) een kuis leven leiden ,

4) de waarheid spreken en

5) zich onthouden van bedwelmende middelen.

 

Het Boeddhisme was in het begin vooral een geloof van monniken. Later kwamen er vormen van Boeddhisme die zich meer op de leek richtten. Het gebod van de geweldloosheid maakte de boeddhist tot vegetariër en pacifist.
Het Boeddhisme is vooral verbreid in Achter Indië en heeft verder miljoenen volgelingen in de rest van Zuid Oost Azië.

.

 

 

Het Christendom

 

.

oud-bijbel-en-kruis-thumb4052170

 

 

.Jezus van Nazareth (ca 3 v.chr. – ca. 30 ), de leider van de Joden, leerde de bevolking dat hij de Messias was. Als zoon van God zou hij door zijn dood boeten voor de zonden van de mensheid en wie daarin geloofde zou het eeuwige leven krijgen. Jezus werd door de Romeinen gekruisigd.

Jezus’ leven, dood en opstanding werden later in de evangelies beschreven. Samen met andere boeken vormen zij het Nieuwe Testament. De Bijbel bestaande uit het Oude- en Nieuwe Testament is de basis van het christelijk geloof. Na Jezus’ dood werd zijn boodschap door de apostelen verbreid.

Het christendom sprak vooral de onderdrukten aan. Want voor Christus waren alle mensen gelijk. Hij predikte een beter (eeuwig) leven. In het Romeinse Rijk werden de eerste christenen gruwelijk vervolgd. Zij weigerden de keizer goddelijke eer te bewijzen.

De christelijke kerk bleef tot in de elfde eeuw een eenheid. Toen gingen de christenen uit het Westen en het Oosten uiteen. De katholieke (=algemene) kerk splitste zich in de Rooms Katholieke- en de Grieks Katholieke kerk (Schisma 1054). In de zestiende eeuw zou de Hervorming naast de Rooms Katholieke Kerk een groot aantal Protestantse doen ontstaan.

 

.

 

De Islam 

 

.

islam-symbol

 

.

In 610 verscheen de engel Gabriël aan Mohammed (570-632), een rijk geworden koopman uit Mekka. Hij kreeg de opdracht de leer van de enige god Allah te verbreiden. De islam had veel met het Jodendom en het christendom gemeen. Mohammed beschouwde zich als een profeet.

Hij had de opdracht de leer van Allah te verbreiden. Zijn stamgenoten, de polytheïstische Arabieren, waren hem eerst vijandig gezind.  Daarom vluchtte hij van Mekka naar Medina (622). Met deze Hidjra begint de Mohammedaanse kalender.

In 630 veroverde Mohammed Mekka, de stad van de Ka’aba. De zegetocht van de islam was begonnen. In de Heilige Oorlog, de Djihad, werden Noord Afrika, Spanje en het Nabije Oosten voor de islam gewonnen. De leer van de islam is vrij eenvoudig. Zij gaat uit van de vijf zuilen:

1) de geloofsbelijdenis: Er is maar één God, Allah, en Mohammed is zijn profeet

2) het vijf maal daagse gebed

3) het geven van aalmoezen

4) de vasten

5) een bedevaart naar Mekka.

De Mohammedanen mogen geen varkensvlees eten of alcohol gebruiken. Zij mogen geen afbeeldingen van levende wezens maken.
Het mohammedaanse gebedshuis is de moskee. De leer van Allah wordt beschreven in de Koran.

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

voorpagina openbaring a4

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

 

 

Gods beloften in de Bijbel : deel 7

Standaard

categorie : religie

 

De beloften van God

 

Welke zijn voor mij?

 

Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?

 

1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

 

 

 

Richtlijnen om te onthouden:

 

    • – Bestudeer de context.

 

    • – Is het een voorwaardelijke belofte? Kijk of het woord ‘als’ in de context staat.

 

    • – God geeft ons beloften om ons te helpen ons te onderwerpen aan Zijn wil; niet om Zichzelf te buigen naar onze wil.

 

             – Ga er niet van uit dat je kunt weten wanneer de belofte vervuld zal worden.
    .
    .

 

Welke zijn er zoal?

 

Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:

 

Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”

 

 

Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”

 

 

Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”

 

 

Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”

 

 

1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”

 

 

Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”

 

 

1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

 

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

 

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”

 

 

 

God doet twee soorten beloften

 

De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.

De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

 

 

 

 

 

 

7 Gods beloften voor kracht en vernieuwing 

 

 

Ps.18:33 Die God, die mij met kracht omgordt en mijn weg effen maakt.

 

 

Ps.18:30 Met U immers loop ik op een legerbende in en met mijn God spring ik over een muur.

 

 

Ps.27:14 Wacht op de Here, zijt sterk, en Hij zal uw hart versterken, ja, wacht op de Here.

 

 

Ps.31: 25 Zijt sterk, en Hij zal ulieder hart versterken, allen gij, die op de Here hoopt!

 

 

Ps.29:11 De Here zal zijn volk sterkte verlenen.

 

 

Jes.40:31 maar wie de Here verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat.

 

 

Ps.55:23 Werp uw bekommernis op de Here, Hij zal voor u zorgen; Hij zal nimmermeer toelaten, dat de rechtvaardige wankelt.

 

 

Ps.84:6 Welzalig de mensen wier sterkte in U is, in wier hart de gebaande wegen zijn. Zij gaan voort van kracht tot kracht en verschijnen voor God in Sion.

 

 

Ps.103:5 die uw ziel verzadigt met het goede, zodat uw jeugd zich vernieuwt als die van een arend.

 

 

Kron.16:19 Want des Heren ogen gaan over de gehele aarde, om krachtig bij te staan hen, wier hart volkomen naar Hem uitgaat.

 

 

Jes 40:31 maar wie de HERE verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat.

 

 

Hand.1:8 maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde.

 

 

2 Kor.4:16 Daarom verliezen wij de moed niet, maar al vervalt ook onze uiterlijke mens, nochtans wordt de innerlijke van dag tot dag vernieuwd.

 

 

Efeze 3:16 opdat Hij u geve, naar de rijkdom zijner heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door zijn Geest in de inwendige mens, 17 opdat Christus door het geloof in uw harten woning make.

 

 

1 Petr.5:10 Doch de God van alle genade, die u in Christus geroepen heeft tot zijn eeuwige heerlijkheid, Hij zal u, na een korte tijd van lijden, volmaken, bevestigen, sterken en grondvesten. 11 Hem zij de kracht in alle eeuwigheid! Amen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Is de Koolstofdatering een feit of fictie?

Standaard

categorie : religie

 

Is de Koolstofdatering een feit of fictie?

 

 

Koolstofdatering: Feit of fictie?

 

De koolstofdatering datering wordt al tientallen jaren gebruikt om de leeftijd van allerlei materialen en organismen vast te stellen. De methode staat echter ter discussie. Waarom is dat zo en is dat terecht?

 

 

Aannames

 

De koolstofdatering is controversieel. Dat is niet onterecht want er worden vele aannames gedaan in de theorie. Hoewel de theorie in de basis aannemelijk is, is de uitwerking daarvan dat niet. Er worden te veel aannames gedaan. Welke aannames zijn dat?

 

 

1. De aarde is miljarden jaren oud

 

Dit is vastgesteld door radiometrische dateringsmethoden (zoals de koolstofdatering dat ook is). Zoals verderop te lezen is, is de koolstofdatering verre van betrouwbaar. De vraag is of andere dateringsmethoden dat wel zijn. Radiometrische datering is namelijk niet uitvoerbaar zonder de geologische kolom. De geologische kolom is gebaseerd op het feit dat de aarde miljarden jaren oud is. De gebruikte dateringsmethode kan dus alleen een uitkomst geven die past binnen de theorie. De uitkomst is daarmee niet wetenschappelijk en niet objectief. De methode is aangepast op de uitkomst die men wilde zien. Wetenschap wordt hier omgekeerd. In plaats van de uitkomst van een meting als basis te nemen voor een theorie wordt het andersom gedaan. Dat de aarde miljarden jaren oud is, is dan ook geen wetenschappelijk feit, maar een aanname.

 

 

2. Het evenwichtsprobleem kan genegeerd worden

 

Het evenwichtsprobleem luidt als volgt: Het radioactieve koolstof C 14, dat gemeten wordt bij koolstofdatering, ontstaat in de atmosfeer, maar vervalt ook. Op een bepaald moment moet dit met elkaar in evenwicht komen. Dan ontstaat er net zo veel C14 als er vervalt en blijft de hoeveelheid C14 gelijk. De vraag is wanneer dit moment is voor C14. Dit is noodzakelijk om te weten omdat zonder dit evenwicht de start hoeveelheid van C14 niet bekend is bij een meting. Dan kan er geen datering worden gedaan.
Wetenschappers hebben bepaald dat dit 30.000 jaar zou duren. Vervolgens hebben zij gezegd dat het evenwichtsprobleem genegeerd kan worden. Dit komt voort uit de aanname dat de aarde miljarden jaren oud is. De aarde is in dat geval ouder dan 30.000 jaar en C14 is al lang in evenwicht.

Het probleem is echter dat er later is ontdekt dat er nog steeds geen stadium van evenwicht is bereikt voor C14! C14 wordt op dit moment 28 tot 37 procent sneller gevormd dan het vervalt. Dat betekent dat de hoeveelheid C14 in de atmosfeer nog steeds verandert.

 

 

Conclusie hier uit is dat:

 

1: De aarde minder dan 30.000 jaar oud is. Dit moet bellen doen rinkelen bij de wetenschappers. In de wetenschap is het normaal dat er een aanname wordt gedaan. Als echter ergens uit blijkt dat een aanname niet klopt, moet deze opnieuw worden onderzocht en bijgesteld worden. Dit is helaas niet gedaan bij de methode van de koolstofdatering. De onderzoeksresultaten werden aangepast op de aanname dat de aarde miljarden jaren oud is in plaats van dat aannames werden aangepast aan de onderzoeksresultaten. Zo handelen heeft niets met wetenschap te maken, maar meer met de religie van een miljarden jaren oude aarde.

 

2: Er nergens koolstofdatering op toe kan worden gepast. Er moet namelijk bekend zijn hoeveel C14 het onderzochte organisme opnam toen het leefde. Dit is echter niet mogelijk want de hoeveelheid C14 in de atmosfeer verandert nog steeds. Aangezien we niet weten wanneer een fossiel of plant geleefd heeft, kunnen we ook niet vaststellen hoeveel C14 er in die tijd was. Daardoor is het onmogelijk om vast te stellen wat het verval in het materiaal van het dateringsobject voor leeftijd aangeeft. Er zijn te veel variabelen om een betrouwbare, wetenschappelijke berekening te kunnen doen.

 

 

 

 

 

Een dateringsvoorbeeld

 

Laten we de feiten en onzekerheden van de koolstofdatering nu eens toepassen op een voorbeeld.

Stel, we vinden een fossiel. We bepalen de hoeveelheid C14 in het fossiel en we hebben de vervalsnelheid van C14. Daarmee hebben we twee feiten. Aan de hand van deze feiten kunnen we nog niet bepalen hoe oud het fossiel is. Er blijven namelijk veel vragen open:

  • Hoeveel C14 zat erin de fossiel toen het leefde?
  • Verviel de C14 altijd met dezelfde snelheid?
  • Is het besmet met nog meer C14 toen het al die jaren in de grond zat?

Al deze dingen weten we niet en we kunnen er ook niet achter komen. Ze zijn echter zeer bepalend voor de uitkomst van de datering.

 

 

 

Cijfers en feiten vanuit koolstofdatering

 

De uitkomsten die koolstofdatering geven, zijn niet hoopgevend voor het voortbestaan van deze dateringsmethode getuige onderstaande cijfers:

  1. In 1949 ontdekt men koolstofdatering. Men ging meteen testen. De poot van en mammoet bleek 15.000 jaar oud te zijn. De huid bleek echter 21.000 jaar oud. Hoe kunnen twee delen van één dier van verschillende leeftijd zijn? Dat kan niet dus er is in ieder geval één uitkomst verkeerd. Maar hoe weten we of één van beide wel klopt? En als er één klopt, hoe weten ze dan welke dat is? Er is geen manier om dat te bepalen.
  2. 1963: Er werd een levende mossel getest. Hij bleek 2300 jaar oud te zijn. Levend en wel!
  3. 1971:Een pas gedode zeehond werd koolstofgedateerd op 1300 jaar oud.
  4. 1977: Eén lichaamsdeel van Dima, een beroemde baby-mammoet die in dit jaar werd ontdekt, bleek 40.000 jaren oud te zijn na koolstofdatering. Een ander lichaamsdeel was echter 26.000 jaren oud. Hout dat in de onmiddellijke omgeving van het karkas werd gevonden bleek 9000 tot 10.000 jaar oud.
  5. 1984: Levende slakken worden koolstofgedateerd op 27.000 jaar oud.
  6. 1992: Van twee naast elkaar gevonden mammoeten is de één 22.000 jaar oud en de ander 16.000 jaar oud. Welke is juist? Of zijn ze allebei juist of allebei fout? Dit is onmogelijk te zeggen.
  7. Een lijst van koolstofdateringen uit Alaska bevat enkele interessante details. Monster nummer SI454 werd gedateerd als 17.210 jaar oud. Monster SI455 werd gedateerd als 24.410 jaar. Wanneer we de lijst goed bekijken dan zien we dat het hier om dezelfde monsters gaat!
  8. Levende pinguïns werden koolstofgedateerd op 8000 jaar oud.
  9. Koolstofdateringen van aardlagen waarin Dinobotten zijn gevonden zeggen 34.000 jaar. Maar dinosaurussen worden volgens de theorie geacht 70 miljoen jaren oud te zijn. Iemand liet een bot koolstofdateren en de uitkomst was 20.000 jaar oud. Toen vertelde hij dat het om een dinobot ging. De onderzoeker zei: Dan kan het geen 20.000 zijn want dinosaurussen zijn 70 miljoen jaar oud. Als u dat verteld had aan ons hadden we het bot niet gedateerd….. dat is geen wetenschappelijke aanpak.
  10. Een archeoloog groef in een put en vond daar verbrand hout. Hij nam er twee monsters van op verschillende diepte, deed ze in een zakje en liet ze koolstofdateren. Zakje A werd gedateerd op 3000 jaar en zakje B op 4000. Daarna wachtte hij een half jaar, verwisselde de labels van de zakje en liet opnieuw een koolstofdatering doen bij hetzelfde laboratorium. Hij kreeg dezelfde resultaten terug. Zakje A was nog steeds 3000 jaar oud alleen zat het andere monster erin! Met zakje B idem.
  11. Stenen van de maan werden vele malen onderzocht. Ze vonden in één steen een stuk van 10.000 jaar oud en van miljarden jaren oud. Hoe kan één steen twee leeftijden hebben? Hoe kan bovendien vastgesteld worden dat iets ouder is dan 60.000 jaar met koolstofdatering? Dat is onmogelijk want na miljarden jaren is de C14 al lang vervallen.
  12. Volgens het theorieboek werd kool 250 miljoen jaar geleden gevormd in de Carboon periode. Wanneer zij kool testen, heeft dit toch C14. Hoe kan dat? Als alle C14 verdwijnt in 50.000 jaar, waarom bevat kool dan nog C14? Dat toont aan dat de aarde niet miljarden jaren oud is.
  13. Ook diamanten zouden miljoenen jaren geleden gevormd zijn. Zij bevatten echter ook C14. Het is niet mogelijk om een diamant te besmetten met C14 want het is de hardste substantie die we kennen. Dat is een sterk bewijs dat de aarde geen miljoenen jaren oud is, maar duizenden.
  14. Na 60.000 jaar kan C14 niet meer gemeten worden. Toch is bewezen dat men onmogelijk natuurlijke bronnen van koolstof onder de ijstijdlagen kan vinden zonder een flinke hoeveelheid C14. Hoewel zulke lagen worden verondersteld miljarden jaren oud te zijn, zijn conventionele C14 laboratoria op de hoogte van deze onregelmatigheid sinds begin jaren 80. Ze hebben geprobeerd het te elimineren, maar kunnen het niet verklaren. Dit bewijst wederom dat de aarde niet miljarden jaren oud is.

En zo zijn er nog veel meer feiten te noemen. Hieruit blijkt dat problemen met de koolstofdatering niet te ontkennen zijn. Het is een methode die verre van exact is. De cijfers vanaf het ontdekken van de methode tot nu toe laten geen enkele vooruitgang zien. Dat geeft de methode geen recht van bestaan.

 

 

 

 

 

Cijfers aanpassen aan de theorie

 

In 1970 zei men op het Nobel Symposium: Als het resultaat van een koolstofdatering onze theorie ondersteunt dan komt het in de hoofdtekst. Als het niet geheel tegenstrijdig is dan zetten we het in een voetnoot. Als het volledig tegenstrijdig is, dan laten we het weg.

Deze uitspraak weerspiegelt de manier waarop er in het algemeen met koolstofdatering wordt om gegaan. Er blijkt uit dat men zomaar getallen kan kiezen die aan de verwachting voldoen. Getallen die niet aan de verwachtingen voldoen kan men weg laten. Dit is geen wetenschap.

In de praktijk betekent dit dat ongeveer de helft van alle resultaten wordt weg gelaten omdat deze niet passen in de theorie! Iedereen zal het er mee eens zijn dat een methode waarvan de helft van de uitkomsten niet klopt, niet betrouwbaar is. Toch worden cijfers van koolstofdatering als volledig wetenschappelijk en betrouwbaar gepresenteerd.

Wanneer cijfers echter iets anders aangeven dan de theorie, moet de theorie aangepast worden. De cijfers moeten niet aangepast worden aan de theorie. Als een testresultaat van koolstofdatering echter niet past bij de theorie, wordt er nogmaals getest totdat er een bevredigend getal uitkomt. Hieruit blijkt dat de theorie belangrijk is, maar de feiten niet.

Bovendien roept dit enorm veel vragen op.

  • Welke resultaten worden weggelaten?
  • Hoe weet men dat die niet goed zijn?
  • Hoe weet men eigenlijk dat de andere resultaten wel goed zijn?
  • Waarom zijn ze niet beiden fout of beiden goed?
  • Op welke basis wordt een keus gemaakt voor goed of fout?

Zo kunnen we wel vragen blijven bedenken bij deze dubieuze handelswijze.

 

 

 

 

 

Aanpassingen van de theorie

 

Inmiddels is de wetenschap er wel achter dat een aantal zaken niet houdbaar zijn. Zo erkent men nu dat koolstofdatering niet nauwkeurig is indien het organisme in water heeft geleefd of in water bewaard is gebleven (een aantal van bovengenoemde voorbeelden zou dus niet meer gelden).

De wetenschap is begonnen met de brede aanname dat koolstofdatering werkt omdat het past binnen andere bestaande aannames. Gaandeweg komen er bewijzen die het ontkrachten. Die worden eerst weggemoffeld totdat dit niet meer houdbaar blijkt. Dan wordt gezegd dat er nieuwe onderzoeken zijn gedaan en nieuwe bewijzen zijn gevonden waarmee de aangenomen theorie wordt beperkt. Zo wil de wetenschap zichzelf en hun theorieën groot houden en mensen aan het lijntje houden. Terwijl hieruit blijkt dat zij zelf niet nauwkeurig weten hoe één en ander werkt. Hieruit blijkt dus juist hun onkunde en beperkte kennis. Deze aanpassingen zijn er namelijk telkens weer!

Desondanks wordt er vastgehouden aan de originele theorie (met talloze aanpassingen) en wordt de theorie niet verworpen, wat wel de logische conclusie zou moeten zijn.

 

 

 

Kalibratie

 

Koolstofdatering is geen exacte wetenschap. Vaak kloppen uitkomsten niet. Dit wordt voor zover mogelijk recht gebreid door besmetting en kalibratie toe te staan. Kalibratie is het vergelijken van de methode met een standaard. Deze standaard bestaat in dit geval uit het vergelijken met kalibratiecurves. Deze zijn echter opgesteld aan de hand van metingen met andere dateringsmethoden waarvan de meesten net zo min nauwkeurig zijn als de koolstofdatering en waarbij ook wordt uit gegaan van verkeerde aannames. Dit maakt koolstofdatering niet betrouwbaarder.

 

 

 

Geen wetenschap

 

Op deze manier datering toepassen heeft niets meer met wetenschap te maken. Het nare is dat het wel als wetenschap wordt gepresenteerd. Ook worden er allerlei theorieën aan opgehangen die gepresenteerd worden als waar. Wanneer we echter onderzoeken hoe het echt zit, komen we er al gauw achter dat de koolstofdatering en bijbehorende theorieën als een miljarden jaren oude aarde op losse schroeven staan. Nog even en het stort als een kaartenhuis in elkaar.

Neem een monster waarvan bekend is hoe oud het is. Dan blijkt koolstofdatering niet te werken. Neem een monster waarvan de leeftijd niet bekend is en dan wordt ineens aangenomen dat het wel werkt. Dat is geen wetenschap maar een sprookje!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De acacia in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Bomen komen niet veelvuldig voor in de woestijn, maar in de Sinaï is de acacia een bekend verschijnsel; het is zelfs de meest voorkomende boom in dat gebied. De acacia behoort tot een van de talrijkste bomenfamilies ter wereld en groeit tot in Australië toe. En wie kent ook niet de beelden van Afrikaanse savanne’s met hun paraplu-vormige acacia’s, als karakteristiek element in het landschap?

 

 

 

.

Wanneer wij dan in het boek Exodus lezen dat de tabernakel grotendeels uit acaciahout gemaakt moest worden, is dat te begrijpen. De Israëlieten legerden zich toen aan de voet van de berg Sinaï, en God riep hen op acaciahout te brengen, wat zij deden (Exodus 25:5; 35:24). De door God aangestelde vaklieden, Besaleël en Oholiab, hebben daarmee de ark van het Verbond, de tafel voor de toonbroden, het reukofferaltaar en het brandofferaltaar, alle met hun draagstokken, gemaakt (Exodus 25-27:30).

Het hout moest duurzaam maar niet te zwaar zijn. Daarom denkt men dat de wanden van de tabernakel niet van massieve planken werden gemaakt, zoals in de NBV staat, maar van een soort raamwerk, waar slanke staanders door dwarslatten met elkaar verbonden werden. Het Hebreeuwse woord in Exodus 26:15 qeresh is anders dan b.v. in Exodus 27:8, waar het woord luach iets massiefs beschrijft.

.

 

De Arc van het Verbond met de 10 geboden

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

De tabernakel was de ontmoetingsplaats tussen God en Zijn volk. Van tussen de cherubs op het verzoendeksel van de ark sprak Hij met Mozes (Exodus 25:21-22). Het woord tabernakel betekent tent of woonplaats en in de tabernakel zou God onder Zijn volk wonen. In de proloog van zijn evangelie schreef Johannes: “Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond (lett. getabernakeld)” – Johannes 1:14. God heeft met ons gesproken door Zijn Zoon, zodat wij met Hem verzoend mogen worden.

Een tweede beeld van de Here Jezus zien wij in de acaciaboom zelf, want Jesaja schreef over Hem: “Als een loot schoot Hij op onder Gods ogen, als een wortel die uitloopt in dorre grond” (Jesaja 53:2). Jezus groeide op als een levende, en levengevende, boom in een geestelijke woestenij. Doordat Hij diep geworteld was in Gods Woord, kon Hij de hitte van vijandschap en nijd weerstaan. De schaduwrijke acacia is dus een passend symbool van onze Verlosser.

.

 

 

.

.

.

 

.

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

Landen met een overwegend islamitische bevolking

Standaard

categorie : religie

 

 

 

51XynHo7mQL._SX258_BO1,204,203,200_ cia

 

 

Het overzicht hierna, waarvan de gegevens afkomstig zijn van het CIA World Factbook, toont aan dat in veruit de meeste landen met een overwegend islamitische bevolking, de wettelijke basis bestaat uit:

  • ofwel een burgerlijke wet
  • ofwel een gemengd stelsel van burgerlijk recht met koloniale wetten en met aspecten uit de islamitische wet.
  • Het handvol landen waar een plaatselijke versie van de shariahgeldt zijn geen theocratiën. Zo is bijvoorbeeld Iran een theocratische republiek – dwz dat ook daar de staatsleider (i.c. president) verkozen wordt.

 

Noteer dat een‘islamitische staat”niet een staat is waarin de shariah geldt omdat het concept ‘islamitische staat’ immers niet bestaat in de islam. Iran of Saoedi-Arabië is dan ook niet minder of niet meer een islamitische staat dan bv Turkije of Maleisië.

Deshariahis een theoretisch model. Wanneer men dat in een wet wil gieten, seculariseert men dus de shari’ah die daardoor ook een door mensen gemaakte wet is. Niets in de islam verplicht moslims echter tot het invoeren van de shariah vermits de islam geen blauwdruk bevat van een staatsvorm (met dien verstande dat de koran een dictatuur en een theocratie uitsluit).

Moslims hebben de opdracht een rechtvaardige samenleving tot stand te brengen voor iedereen, moslims en niet-moslims. Het staat hen vrij de staatsvorm te kiezen die zij daarvoor best passend achten.

.

 

 

Bron van onderstaande informatie: CIA World Factbook

 

.

 

World_Muslim_Population_Map

 

.

 

Afghanistan (Islamitische Republiek van Afghanistan)

  • onafhankelijkheid: 1919 (van controle van Verenigd Koninkrijk over buitenlandse zaken)
  • regeringstype: islamitische republiek
  • wettelijk stelsel: gemengd system van burgerlijk recht, gewoonterecht en islamitisch recht
  • religies: soenni moslim 80%, shia muslim 19%, andere 1%

 

 

Albanië

  • onafhankelijkheid: 1912 (van het Ottomaans Rijk)
  • staatsvorm: parlementaire democratie
  • wettelijk stelsel: burgerlijk recht behalve in noordelijke rurale gebieden waar gewoonterecht geldt
  • religies: moslim 70%, Albaans orthodox 20%, Rooms Katholiek 10%

 

 

Algerije

  • onafhankelijkheid: 1962 (van Frankrijk)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van Frans burgerlijk recht en islamitisch recht
  • religies: soenni moslims (staatsgodsdienst) 99%, christenen en joden 1%

 

 

Azerbeidzjan

  • onafhankelijkheid: 1991 (van de Sovjetunie)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: burgerlijk recht
  • religies: (nominaal) moslim 94.3%, russisch orthodox 2.5%, armeens orthodox 2.3%, andere (1.8%)

 

 

 

Bahrein

  • onafhankelijkheid: 1971 (van het Verenigd Koninkrijk)
  • staatsvorm: grondwettelijke monarchie
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van islamitisch recht, Engels gewoonterecht, Egyptische burgerlijke, criminele en commericiële wetten, gewoonterecht
  • religies: (shia en soenni) moslim 81.2%, christenen 9%, andere 9.8% (2001)

 

 

 

Bangladesh

  • onafhankelijkheid: 1971 (van West-Pakistan)
  • staatsvorm: parlementaire democratie
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van grotendeels Engels gewoonterecht en islamitisch recht
  • religies: moslim 89.5%, hindoe 9.6%, ander 0.9% (2004)

 

 

 

Comoren

  • onafhankelijkheid: 1975 (van Frankrijk)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van islamitisch religieus recht, Frans burgerlijk recht van 1975 en gewoonterecht
  • religies: soenni moslim 98%, Rooms katholiek 2%

 

 

 

Djibouti

  • onafhankelijkheid: 1977 (van Frankrijk)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel hoofdzakelijk gebaseerd op Frans burgerlijk recht, islamitisch religieus recht (voor familierecht en successierecht) en gewoonterecht
  • religies: moslim 94%, christelijk 6%

 

 

 

Egypte

  • onafhankelijkheid: 1922 (van het Verenigd Koninkrijk)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel gebaseerd op Napoleontisch burgerlijk recht en islamitisch religieus recht
  • religies: moslim (grotendeels soenni) 90%, 9% koptisch, 1% andere christenen

 

 

 

Eritrea

  • onafhankelijkheid: 1993 (van Ethiopië)
  • staatsvorm: overgangsregering
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel an burgerlijk recht, gewoonterecht en islamitisch religieus recht
  • religies: moslim, Koptische christenen, Rooms katholiek, protestant

 

 

 

Gambia

  • onafhankelijkheid: 1965 (van het Verenigd Koninkrijk)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van Engels gewoonterecht, islamitisch recht en gewoonterecht
  • religies: moslim 90%, Christian 8%, indigenous beliefs 2%

 

 

 

Guinea

  • onafhankelijkheid: 1958 (van Frankrijk)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: burgerlijk recht gebaseerd op het Frans model
  • religies: moslim 85%, christenen 8%, inheemse religies 7%

 

 

 

Indonesië

  • onafhankelijkheid: 1945
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: brugerlijk recht gebaseerd op het Rooms (‘Roman’)-Nederlands model, beïnvloed door gewoonterecht
  • religies: moslim 86.1%, protestant 5.7%, rooms katholiek 3%, hindoe 1.8%, ander of onbepaald 3.4% (2000 census)

 

 

 

Iran

  • onafhankelijkheid: 1979
  • staatsvorm: theocratische republiek
  • wettelijk stelsel: religieuze wet gebaseerd op de shari’a
  • religies: moslim (officieel) 98% (shia 89%, soenni 9%), andere (waaronder zoroaster, joods, christelijk en baha’i) 2%

 

 

 

Irak

  • onafhankelijkheid: 1932 (van Brits mandaatgebied)
  • staatsvorm: parlementaire democratie
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel an burgerlijk recht en islamitisch recht
  • religies: moslim (officieel) 97% (shia 60%-65%, soenni 32%-37%), christen en anderen 3%

 

 

 

Jemen

  • onafhankelijkheid: 1990
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: gemengd wettelijk stelsel van islamitisch recht, engels gewoonterecht en gewoonterecht
  • religies: moslim (islam – officieel) waaronder shaf’i (soenni) en Zaydi (shia), kleine aantalen joden, christenen en hindoes

 

 

 

Jordanië

  • onafhankelijkheid: 1946 (van Brits mandaatgebied)
  • staatsvorm: grondwettelijke monarchie
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van burgerlijk recht en islamitisch religieus recht
  • religies: soenni moslim 92% (officieel), christenen 6% (overwegend Grieks-orthodox, maar ook een aantal Griekse en Rooms katholieken, Syrisch orthodox, Koptisch orthodox, Armeens orthodox en protestantse denominaties), ander 2% (kleine shia moslim en druzen populaties)(2001)

 

 

 

Kirgizië

  • onafhankelijkheid: 1991 (van Sovjetunie)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: burgerlijk recht dat aspecten van Frans burgerijk recht en Russisch federaal recht bevat
  • religies: moslim 75%, Russisch orthodox 20%, ander 5%

 

 

 

Koeweit

  • onafhankelijkheid: 1961 (van het Verenigd Koninkrijk)
  • staatsvorm: grondwettelijk emiraat
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van Engels gewoonterecht, Frans burgerlijk recht en islamitisch religieus recht
  • religies: moslim (officieel) 85% (soenni 70%, shia 30%), andere (waaronder christen, hindoe, parsi) 15%

 

 

 

Libië

  • onafhankelijkheid: 1951 (van VN trusteeship)
  • staatsvorm: overgangsregering
  • wettelijk stelsel: post-revolutionair systeem in beweging, gedreven door statelijke en niet-statelijke entiteiten
  • religies:soenni moslim (officieel) 97%, andere 3%

 

 

 

Libanon

  • onafhankelijkheid: 1943 (van Frans mandaatgebied)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van burgerlijk recht gebaseerd op Frans burgerrecht, Ottomaanse wettelijke traditie en religieus recht mbt persoonlijke status, huwelijk, echtscheiding en andere familiale relaties van de joodse, islamitische en christelijke gemeenschappen
  • religies: moslim 59.7% (shia, sunni, druze, isma’iliet, alawiet of nusayriet), christen 39% (maroniet katholiek, grieks-orthodox, melkiet katholiek, armeens katholiek, syrisch orthodox, rooms-katholiek, chaldeens, assyrisch, coptisch, protestant), ander 1.3% (Opm: 17 religies erkend)

 

 

 

Malaisië

  • onafhankelijkheid: 1957 (van het Verenigd Koninkrijk)
  • staatsvorm: grondwettelijke monarchie
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van Engels gewoonterecht, islamitische wet en gewoonterecht
  • religies: moslim (of islam – officieel) 60.4%, boeddhist 19.2%, christen 9.1%, hindoe 6.3%, confucianisme, Taoïsme en andere traditionele chinese religies 2.6%, andere en onbekend 1.5%, geen 0.8% (2000 census)

 

 

 

Mali

  • onafhankelijkheid: 1960 (van Frankrijk)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: burgerlijk recht gebaseerd op Frans burgerrecht, beïvloed door gewoonterecht
  • religies: moslim 94.8%, christen 2.4%, animist 2%, geen 0.5%, niet-gespecificeerd 0.3% (2009 Census)

 

 

 

Marokko

  • onafhankelijkheid: 1956 (van Frankrijk)
  • staatsvorm: grondwettelijke monarchie
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van burgerrecht gebaseerd op Frans en islamitisch recht
  • religies: moslim 99% (officieel), christen 1%, ongeveer 6000 joden

 

 

 

Mauretanië

  • onafhankelijkheid: 1960 (van Frankrijk)
  • staatsvorm: militaire junta
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel an islamitisch en Frans burgerrecht
  • religies: mosilm (officieel) 100%

 

 

 

Niger

  • onafhankelijkheid: 1960 (van Frankrijk)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel an burgerlijk recht (gebaseerd op Frans burgerrecht), islamitisch recht en gewoonterecht
  • religies: moslim 80%, ander (waaronder inheemse geloven en christenen) 20%

 

 

 

Nigeria

  • onafhankelijkheid: 1960 (van het Verenigd Koninkrijk)
  • staatsvorm: federale republiek
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel an Engels gewoonterecht, islamitisch recht (in 12 noordelijke staten) en traditioneel recht
  • religies: moslim 50%, christen 40%, inheemse geloven 10%

 

 

 

Oman

  • onafhankelijkheid: 1650 (verdrijven van de Portugezen)
  • staatsvorm: monarchie
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van anglo-saksische wet en islamitische wet
  • religies: Ibadhi moslim (officieel) 75%, ander (waaronder soenni muslim, shia muslim en hindoe) 25%

 

 

 

Pakistan

  • onafhankelijkheid: in 1947 (van Brits Indië)
  • staatsvorm: federale republiek
  • wettelijk stelsel: gewoonterecht (common law) met invloeden uit islamitisch recht
  • religies: moslim (officieel) 96,4%; andere (o.a. christenen en hindoes) 3,6%

 

 

 

Qatar (Katar)

  • onafhankelijkheid: 1971 (van het Verenigd Koninkrijk)
  • staatsvorm: emiraat
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel an burgerlijk recht en islamitisch recht (in familiale en persoonlijke aangelegenheden)
  • religies: moslim 77.5%, christen 8.5%, ander 14% (2004 census)

 

 

 

Saoedi-Arabië

  • onafhankelijkheid: 1932 (eenmaking van het koninkrijk)
  • staatsvorm: monarchie
  • wettelijk stelsel: islamitisch (sharia) wettelijk stelsel met sommige elemente van Egyptisch, Frans en gewoonterecht – meerdere seculiere wetten werden ingevoerd, commerciëe geschillen worden door speciale committees behandeld
  • religies: moslim (officieel) 100%

 

 

 

Sierra Leone

  • onafhankelijkheid: 1961 (van het Verenigd Koninkrijk)
  • staatsvorm: grondwettelijke democratie
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van Engels gewoonterecht en gewoonterecht
  • religies: moslim 60%, christen 10%, inheemse geloven 30%

 

 

 

Soedan

  • onafhankelijkheid: 1956 (van Egypte en het Verenigd Koninkrijk)
  • staatsvorm: federale republiek
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van islamitisch recht en Engels gewoonterecht
  • religies: soenni moslim, met een kleine christelijke minderheid

 

 

 

Somalië

  • onafhankelijkheid: 1960 (van voormalig Brits en Italiaans Somaliland
  • staatsvorm: bezig met het opbouwen van een gefedereerde parlementaire democratie
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van burgerlijk recht, islamitisch recht en gewoontrecht
  • religies: Soenni moslim (officieel)

 

 

 

Syrië

  • onafhankelijkheid: 1946 (van Frans mandaatgebied)
  • staatsvorm: republiek onder autoritair regime
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van burgerlijk en islamtisch recht (voor familierechtbanken)
  • religies: soenni moslim (islam – officieel) 74%, andere muslims (o.a. alawieten en druzen) 16%, christen (meerdere denominaties) 10%, joods (kleine gemeenschappen in in Damascus, Al Qamishli, and Aleppo)

 

 

 

Tadzjikistan

  • onafhankelijkheid: 1991 (van de Sovjetunie)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: burgerlijk recht
  • religies: soenni moslim 85%, shia moslim 5%, andere 10% (2003 schatting)

 

 

 

Tanzania

  • onafhankelijkheid: 1964 (van eerder mandaatgebied van het Verenigd Koninkrijk)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: Engels gewoonterecht
  • religies: vasteland – christen 30%, moslim 35%, inheemse geloven 35%; Zanzibar – meer dan 99% moslim

 

 

 

Tunesië

  • onafhankelijkheid: 1956 (van Frankrijk)
  • staatsvorm: republiek
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van burgerlijk recht gebaseerd op Frans burgerrecht en islamitisch recht
  • religies: moslim (islam – officieel) 98%, christien 1%, joods en ander 1%

 

 

 

Turkije

  • onafhankelijkheid: 1923 (opvolgstaat van het Ottomaans Rijk)
  • staatsvorm: republikeinse parlementaire democratie
  • wettelijk stelsel: burgerlijk recht gebaseerd op diverse europese rechtssystemen, oa het Zwitsers burgerrecht
  • religies: moslim 99.8% (meestendeels soenni), ander 0.2% (grotendeels christelijk en joods)

 

 

 

Turkmenistan

  • onafhankelijkheid: 1991 (van de Sovjet Unie)
  • staatsvorm: noemt zichzelf een seculiere democratie en presidentiële republiek, maar vertoont in werkelijkheid een autoritair presidentieel bewind waarbij de macht geconcentreerd is in de presidentiële administratie)
  • wettelijk stelsel: burgerlijk recht met islamitische invloeden
  • religies:moslim 89%, oosters-orthodox 9%, onbekend 2%

 

 

 

Verenigde Arabische Emiraten

  • onafhankelijkheid: 1971 (van het Verenigd Koninkrijk)
  • staatsvorm: federatie met delegatie van bepaalde machten aan de federale regering en andere machten gereserveerd voor de leden emiraten
  • wettelijk stelsel: gemengd stelsel van islamitisch recht en burgerlijk recht
  • religies: moslim (islam – officieel) 96% (shia 16%), ander (waaronder christen en hindoe) 4%

 

 

 

Oezbekistan

  • onafhankelijkheid: 1991 (van de Sovjet Unie)
  • staatsvorm: republiek, autoritair presidentieel bewind met weinig macht buiten de uitvoerende tak
  • wettelijk stelsel: burgerlijk recht
  • religies: moslim 88% (meestal Soenni), oosters-orthodox 9%, ander 3%

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 John Astria

John Astria