Categorie archief: Religie

Boodschap 416 van ‘ Boodschappen uit de kosmos’

Standaard

Categorie: Boodschappen uit de kosmos

 

 

 

De Heilige Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het getal 333 is het getal van de Heilige Drievuldigheid;

God de vader, God de Zoon en God de Heilige Geest.

 

 

  1. Christus predikte van zijn 30ste levensjaar 3 jaar tot hij stierf; hij werd gekruisigd toen hij 33 jaar was.

 

      2.  Hij verbleef 3 dagen in zijn graf en verrees.

 

1+2 is de hereniging van 333 na de verrijzenis voor eeuwig!

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

De Bijbel over de hel

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

De Bijbel over de hel

 

Het idee van een hel is dermate gruwelijk en ondenkbaar, dat veel christenen er moeite mee hebben. In een hemel geloven vind iedereen makkelijk, maar een hel? Toch spreekt de Bijbel er veelvuldig en zeer duidelijk over. Het laat de grote ernst zien van het kwaad in ons hart en de brandende noodzaak om je te bekeren met een diep, waarachtig berouw.

 

 

Bijbelteksten over de hel en leven na de dood

 

Lukas 12: 5

‘Ik zal u tonen, wie gij vrezen moet. Vreest Hem, die, nadat Hij gedood heeft, macht heeft om in de hel te werpen. Voorwaar, Ik zeg u, vreest Hem!’

 

Matteus 25: 41, 46

‘Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is. Dezen zullen gaan in de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.’

 

2 Thessalonicenzen 1: 9

‘Zij zullen als straf het eeuwig verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heer en van de heerlijkheid van Zijn macht.’

 

 

Openbaring 21: 8

‘Maar de lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeilijken, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars en alle leugenaars – hun deel is in de poel, die brandt van vuur en zwavel: dit is de tweede dood.’

 

 

Matteus 7: 13,14

‘Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden.’

 

Hebreeën 10: 26, 27

‘Want als wij willens en wetens zondigen, nadat wij de kennis van de waarheid ontvangen hebben, blijft er geen offer voor de zonden meer over, maar slechts een verschrikkelijke verwachting van oordeel en verzengend vuur, dat de weerspannigen zal verslinden.’

 

 

De redding door het evangelie

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Vragen over de hel

 

Hoe kan een God van liefde mensen naar de hel sturen?

 

Ik wil tegenover deze veelgehoorde vraag een andere vraag zetten: Als Jezus Christus zich als een lam heeft laten afslachten om ons te verlossen, waarom vertikken zoveel mensen het dan om zijn doorboorde hand – die hen wil redden – vast te grijpen?

Waarom slaan zovelen liever Gods uitgestrekte hand van zich weg, dan zich door Hem te laten verlossen? Waarom willen zoveel mensen liever verloren gaan, dan zich van het kwaad in hun hart af te keren en zich te laten reinigen door het offer van Jezus Christus? Die vraag is veel belangrijker. Dat is waar het om gaat. God wil mensen redden!

 

 

Wie Christus erkent wordt gered uit de klauwen van Satan

 

Pasteltekening van John Astria

 

Waarom willen velen niet gered worden?

 

Omdat ze het kwaad liever hebben dan het goede, al beweren ze van zichzelf de goedheid zelve te zijn

 

 

Gaan mensen die nooit over Jezus gehoord hebben, ook naar de hel?

 

De Bijbel zegt dat Jezus Christus is afgedaald in het dodenrijk en daar zijn verlossing heeft verkondigd aan de geesten van de gevangen zielen. Elk mens, levend of dood, heeft dus de kans verlost te worden.

 

 

1 Petrus 3:18

‘Hij is naar de geesten gegaan die gevangen zaten, om dit alles te verkondigen.’

 

 

1 Petrus 4:6

‘Want daartoe is ook aan doden het evangelie gebracht, opdat zij wèl, naar de mens, wat het vlees aangaat, zouden geoordeeld worden, doch, naar God, wat de geest betreft, zouden leven.’

 

 

Romeinen 14:9

‘Want hiertoe is Christus gestorven en levend geworden, opdat Hij èn over doden èn over levenden heerschappij voeren zou.’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het stof van de voeten schudden

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Na Jezus’ ervaring in Nazareth meegemaakt te hebben, wisten zijn discipelen dat niet iedereen graag hun Meester zou verwelkomen, nog minder zijn leer. Ze hadden geen illusies.

Als ze enige twijfel hadden of ze weerstand en afwijzing zouden ervaren, maakten zijn instructies aan hun duidelijk dat dit met hun zou gebeuren. Hij vertelde hen wat ze mee moesten nemen op hun missie, hoe ze zich zouden moeten gedragen en wat ze zouden moeten doen als hun boodschap niet ontvangen werd.

Echter, hun boodschap was een noodzakelijke boodschap. Zij waarschuwden de mensen over de consequentie wanneer ze hun rug naar hun zonden keren. Ze toonden Jezus’ macht over de demonische wereld. Ze zegenden velen met genezing. Met andere woorden, zij verspreidden de boodschap van hun Meester naar veel meer mensen dan Jezus zelf kon doen.

.

Echter, wanneer ze werden afgewezen, moesten ze verder gaan en Gods werk doen waar het meer hartelijk ontvangen werd, niet hun tijd verspillen proberen mensen te overtuigen die niet zouden geloven.

.

 

 

.

.

Matteüs 10: 11 – 15

 

Als je een stad of een dorp binnenkomt, bekijk dan wie het daar waard is dat je bij hem logeert. Blijf bij hem tot je weer uit die stad vertrekt. 12 Als je zijn huis binnengaat, wens de mensen die er wonen dan vrede toe. 13 Als die mensen het waard zijn, zal je vrede over hen komen. Maar als ze die vrede niet waard zijn, zal je vrede bij je terugkomen. 14 Als mensen niet naar je willen luisteren, ga dan weg uit dat huis of die stad. Klop het stof van je voeten af om hen te waarschuwen15 Luister goed! Ik zeg jullie dat het voor de streek van Sodom en Gomorra  minder erg zal zijn op de dag van het oordeel dan voor die stad.

.

.

Lucas 9: 4 – 5

 

  1. En Zijn twaalf discipelen samengeroepen hebbende, gaf Hij hun kracht en macht over al de duivelen, en om ziekten te genezen.
  2. En Hij zond hen heen, om te prediken het Koninkrijk Gods, en de kranken gezond te maken.
  3. En Hij zeide tot hen: Neemt niets mede tot den weg, noch staven, noch male, noch brood, noch geld; noch iemand van u zal twee rokken hebben.
  4. En in wat huis gij ook zult ingaan, blijft aldaar, en gaat van daar uit.
  5. En zo wie u niet zullen ontvangen, uitgaande van die stad, schudt ook het stof af van uw voeten, tot een getuigenis tegen hen.

.

.

Marcus 6: 7 – 13

 

  1. En Hij riep tot Zich de twaalven, en begon hen uit te zenden twee en twee, en gaf hun macht over de onreine geesten.
  2. En Hij gebood hun, dat zij niets zouden nemen tot den weg, dan alleenlijk een staf, geen male, geen brood, geen geld in den gordel;
  3. Maar dat zij schoenzolen zouden aanbinden, en met geen twee rokken gekleed zijn.
  4. En Hij zeide tot hen: Zo waar gij in een huis zult ingaan, blijft daar, totdat gij van daar uitgaat.
  5. En zo wie u niet zullen ontvangen, noch u horen, vertrekkende van daar, schudt het stof af, dat onder aan uw voeten is, hun tot een getuigenis. Voorwaar zeg Ik u: Het zal Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in den dag des oordeels dan dezelve stad.
  6. En uitgegaan zijnde, predikten zij, dat zij zich zouden bekeren.
  7. En zij wierpen vele duivelen uit, en zalfden vele kranken met olie, en maakten hen gezond.

.

.

Handelingen 13: 47 – 52

 

  1. Want alzo heeft ons de Heere geboden, zeggende: Ik heb u gesteld tot een licht der heidenen, opdat gij zoudt zijn tot zaligheid, tot aan het uiterste der aarde.
  2. Als nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich, en prezen het Woord des Heeren; en er geloofden zovelen, als er geordineerd waren tot het eeuwige leven.
  3. En het Woord des Heeren werd door het gehele land uitgebreid.
  4. Maar de Joden maakten op de godsdienstige en eerlijke vrouwen, en de voornaamsten van de stad, en verwekten vervolging tegen Paulus en Barnabas, en wierpen ze uit hun landpalen.
  5. Doch zij schudden het stof van hun voeten af tegen dezelve, en kwamen te Ikonium.
  6. En de discipelen werden vervuld met blijdschap en met de Heiligen Geest.

 

.

.

.

 

.

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 

 

 

Wie is Lucifer?

Standaard

categorie : religie

 

 

.

Het verhaal van Lucifer

.

.

lucifer

.

.

.

De oorsprong van Lucifer

.

Om de oorsprong van Lucifer te kunnen vinden, richten we ons tot het Oude Testament. De naam Lucifer is vertaald uit het Hebreeuwse woord “helel”, wat “helderheid” betekent. Deze aanduiding, die dus op Lucifer betrekking heeft, is de uitlegging van de “morgenster” of “zoon des dageraads” die in Jesaja wordt voorgesteld.

“O morgenster, zoon van de dageraad, hoe diep ben je uit de hemel gevallen. Overwinnaar van alle volken, hoe smadelijk lig je daar geveld. Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon. Ik zetel op de toppen van de Safon, de berg waar de goden bijeenkomen. Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de Allerhoogste” (Jesaja 14:12-14).

De context van deze passage slaat op de koning van Babylon zoals hij in zijn trots, zijn pracht en zijn val wordt voorgesteld. Maar de tekst is feitelijk gericht aan de macht die achter de boosaardige Babylonische koning steekt. Geen enkele sterfelijke koning zou beweren dat zijn troon zich boven die van God bevindt of dat hij de Allerhoogste evenaart. De boze macht achter de Babylonische koning is Lucifer, de “zoon des dageraads”.

 

.

.

De geschiedenis van Lucifer

.

Lucifer is gewoon een andere naam voor Satan, die als hoofd van het boosaardige wereldbestel de werkelijke, maar onzichtbare macht is achter de opeenvolgende heersers van Tyrus, Babylon, Perzië, Griekenland, Rome en alle andere kwaadaardige heersers die we in de geschiedenis van de wereld hebben zien komen en gaan. Deze passage gaat verder dan de menselijke geschiedenis en markeert het begin van de zonde in het universum en de val van Satan in het reine, zondeloze firmament vóór de schepping van de mens.

We zien ditzelfde thema in Ezechiël: “De HEER richtte zich tot mij: ‘Mensenkind, hef over de koning van Tyrus een dodenklacht aan:

“Dit zegt God, de HEER: Eens was jij een toonbeeld van perfectie, vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid. Je leefde in Eden, in de tuin van God, en je was bekleed met een keur van edelstenen: met robijn, topaas en aquamarijn, met turkoois, onyx en jaspis, met saffier, granaat en smaragd, gevat in gouden zettingen. Op de dag dat je geschapen werd lagen ze klaar. Je was een cherub, je vleugels beschermend uitgespreid, je was door mij neergezet op de heilige berg van God, waar je wandelde tussen vurige stenen.

Je was onberispelijk in alles wat je deed, vanaf de dag dat je was geschapen tot het moment dat het kwaad vat op je kreeg. Door al het handeldrijven raakte je verstrikt in onrecht en geweld, en je zondigde; daarom, beschermende cherub, verbande ik je van de berg van God en verdreef ik je van je plaats tussen de vurige stenen. Je schoonheid had je hoogmoedig gemaakt, je had je wijsheid en luister verkwanseld.

Daarom heb ik je op de aarde neergeworpen, als een schouwspel voor andere koningen. Door je grote schuld, door je oneerlijke handel, waren je heiligdommen ontwijd. Daarom liet ik een vuur in je oplaaien dat je heeft verteerd, ik maakte van jou een hoop as op de grond, voor ieder die het wil zien. Alle volken die je kenden staan verbijsterd; je bent een schrikbeeld geworden, tot in eeuwigheid zul je er niet meer zijn.”‘” (Ezechiël 28:11-19).

.

Deze passage lijkt gericht tot de “koning van Tyrus”. In werkelijk is het echter gericht aan degene die achter de boosaardige koning van Tyrus schuilgaat. Deze passage bevat profetieën over Lucifer/Satan, omdat zijn laatste einde nog niet heeft plaatsgevonden en pas na het laatste oordeel zal plaatsvinden (Openbaring 20:7-10), ook al is het zeker dat dit einde op deze manier zal plaatsvinden.

Deze passages in Jesaja en Ezechiël hebben beide niet zozeer betrekking op Lucifer/Satan zelf, maar op zijn werk en zijn planning via aardse koningen en heersers die zichzelf een goddelijke eer toekennen. Zij heersen, bewust of onbewust, feitelijk in de geest van Satan en voor de doelen van Satan.

“Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen” (Efeziërs 6:12).

Satan is de vorst achter de machten van dit bedorven wereldbestel.

Let vooral eens op de volgende uitspraak in de passage uit Ezechiël: “de gezalfde cherub”. Een dergelijke uitspraak zou nooit van toepassing kunnen zijn op een menselijke koning. Nee, deze heeft betrekking op Lucifer/Satan die achter de menselijke koning zit. Deze engel is het hoogste wezen dat de HEER ooit heeft geschapen. De HEER zegt over hem: “Eens was jij een toonbeeld van perfectie, vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid”.

Satan was het meest wijze schepsel dat God ooit had geschapen. Geen enkele andere engel en geen enkel ander wezen werd geschapen met de intelligentie die God aan dit schepsel had gegeven. God zegt dat dit schepsel “volmaakt van schoonheid” is. Na de Heilige Drie-eenheid – de Vader, de Zoon en de Heilige Geest – is dit wezen tegenwoordig het hoogste wezen.

In Ezechiël 28:14 lezen we:

“Gij waart een gezalfde, overdekkende cherub”. Dit vertelt ons dat we het niet over een menselijke koning hebben.

Het woord cherub is enkelvoud voor cherubim. De cherubim zijn een symboliek voor Gods Heilige aanwezigheid en Zijn onbereikbare grootheid. Deze cherubim nemen een unieke positie in. De “gezalfde, overdekkende cherub” is het beeld dat in de Hof van Eden voor ons geschetst wordt, nadat Adam en Eva waren weggestuurd en God de cherubim had opgesteld om de weg naar de levensboom te bewaken.

Ook toen Mozes de verzoeningsplaat maakte en deze in het Allerheiligste van de tabernakel plaatste, kwam Gods heerlijkheid er naartoe en ontmoette Hij Mozes tussen de cherubim. Zij “overdekten” de verzoeningsplaat met hun vleugels.

We zien dus dat Satan een cherub was en dat zijn taak bestond uit het bewaken van de troon van God Zelf. Zijn taak was de bescherming van Gods heiligheid. Satan nam de hoogste van alle posities in, een positie die hij verachtte en verloor.

We zien hier in Ezechiël een beschrijving van de hoogste van Gods schepsels, een musicus met perfecte wijsheid en onbeschrijflijke schoonheid, en bovendien met een verheven functie. Maar, dit schepsel met al zijn prachtige eigenschappen had ook een vrije wil. Op een dag zei God tegen dit schepsel:

“Er is ongerechtigheid in jou gevonden”.

 

.

.

De status van Lucifer

 

Wat voor ongerechtigheid werd er in hem gevonden? In het boek Ezechiël laat God ons in het prille begin als het ware over Zijn schouder meekijken, zodat we de oorsprong en de schepping van Satan kunnen zien. Maar waarom zegt God dit? Wat is deze ongerechtigheid?

We moeten naar Jesaja 14:13-14 teruggaan, de verzen die ons over de keuze van Lucifer/Satan vertellen. “Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon. Ik zetel op de toppen van de Safon, de berg waar de goden bijeenkomen. Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de Allerhoogste.” Heb je gemerkt hoe vaak Satan in deze passage eigenlijk “ik zal” zegt? Hij zegt dat hij zijn troon boven Gods sterren zal plaatsen. Het woord “sterren” verwijst hier niet naar de sterren die we ’s nachts kunnen waarnemen. Hiermee worden de engelen van God bedoeld. Met andere woorden: “Ik zal de hemel overnemen, ik zal God zijn”.

Dat is de zonde van Lucifer/Satan en dat is de ongerechtigheid die er in hem werd gevonden. Hij wil geen dienaar van God zijn. Hij wil de dingen niet doen waar hij voor geschapen werd. Hij wil zelf gediend worden en er zijn miljoenen mensen die ervoor gekozen hebben om juist dat te doen: hem dienen. Zij hebben naar zijn leugens geluisterd en ervoor gekozen om hem te volgen. Eva geloofde de leugen dat zij net als God zou zijn. De reden dat Lucifer/Satan haar met die leugen verleidde was dat dit precies datgene is wat hij zelf wil: God zijn.

 

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

 

 John Astria

John Astria

 

De Maria verschijningen in Banneux

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

 

Onze-Lieve-Vrouw, Maagd der armen te Banneux

 

 

Banneux, België

Mariaverschijning 15 januari – 2 maart  1933

Aan Mariette Beco

 

.

Banneux (ook wel Banneux Notre-Dame) is een dorp bij Louveigné in de gemeente Sprimont in de Belgische provincie Luik. Het ligt tussen Luik en Spa.

Van 15 januari tot 2 maart 1933 verscheen de Maagd Maria acht keer aan Mariette Beco, een meisje van 11 jaar oud. Mariette Beco werd geboren als oudste van een gezin van zeven kinderen op 25 maart 1923. Het gezin woonde in een bescheiden arbeiderswoning aan de bosrand, buiten het dorp van Banneux.

.

.

.

.

.

De verschijningen

.

.

Eerste dag

Op 15 januari 1933 om 19:00u ’s avonds verschijnt een mooie Dame in de tuin van het huis. Zij wenkt Mariette om naar buiten te komen, maar de moeder van Mariette is bang en verbiedt het kind naar buiten te gaan.

.

.

Tweede dag

Woensdag 18 januari, 19:00 uur, Mariette is in de tuin. Zij knielt en bidt. Plotseling gaat Mariette van de tuin de weg op, terwijl ze de Dame volgt. Tot twee keer toe valt ze op de knieën. Een derde keer knielt ze dicht bij een kleine bron die door de hoge wegberm sijpelt. De Dame zegt: “Steek uw handen in het water.” Mariette doet het. Zij herhaalt de woorden die de Dame tegen haar zegt: “Deze bron is Mij voorbehouden.” De verschijning verdwijnt dan met de woorden: “Goede avond. Tot ziens.”

.

.

Derde dag

Donderdag 19 januari is het slecht weer. Mariette knielt rond 19:00 uur op het tuinpad. De Dame verschijnt. Mariette vraagt haar: “Wie bent u, mooie Dame?” “Ik ben de Maagd der Armen” Daarop leidt Maria het kind langs de weg naar de bron. Mariette vraagt nog: “Mooie Dame, gisteren hebt u gezegd: deze bron is aan mij voorbehouden. Waarom aan mij?” Terwijl zij dit vraagt, duidt Mariette zichzelf aan. Met een glimlach antwoordt O.-L.-Vrouw: “Deze bron is voorbehouden voor alle naties… voor de zieken…” Mariette antwoordt met “dank u”. Maria voegt er nog aan toe: “Ik zal voor je bidden. Tot ziens.”

.

.

Vierde dag

Vrijdag 20 januari blijft Mariette de hele dag in bed, ze heeft die nacht slecht geslapen. Even voor 19:00 uur staat ze op, kleedt zich aan en gaat naar buiten. Wanneer O.-L.-Vrouw verschijnt, roept Mariette: “Daar is zij!” Zij vraagt: “Wat verlangt u, mooie Dame?” Glimlachend antwoordt O.-L.-Vrouw: “Ik zou een kleine kapel willen.” Maria strekt dan de handen uit en zegent het kind.

Gedurende drie weken onderbreekt Maria haar bezoek. Mariette blijft echter trouw: elke avond om 19:00 uur gaat ze bidden in de tuin.

.

.

Vijfde dag

Zaterdag 11 februari is Mariette weer neergeknield in de tuin. Plots staat het meisje op en begeeft zich op weg naar de bron. Ze knielt weer twee keer en steekt de handen in het water. Ze maakt een kruisteken. Ze loopt plots terug naar huis en huilt. Zij begrijpt niet wat de Dame heeft gezegd: “Ik kom het lijden verlichten. Tot ziens” Ze begrijpt het woord ‘verlichten’ niet.

.

.

Zesde dag

Weer gaan drie dagen voorbij. Op woensdag 15 februari verschijnt O.-L.-Vrouw voor de zesde keer. Mariette brengt de vraag van kapelaan Jamin over: “Heilige Maagd, mijnheer kapelaan heeft me gezegd u een teken te vragen.” Maria antwoordt: “Geloof in Mij, Ik zal in u geloven.” Zij voegt er nog aan toe: “Bid veel. Tot ziens.” O.-L.-Vrouw vertrouwt het kind ook nog een geheim toe.

.

.

Zevende dag

Op maandag 20 februari ligt er sneeuw en ijs: het is bitter koud. Zoals gewoonlijk is de mooie Dame neergedaald en leidt zij het kind naar de bron. Bij de bron gekomen zegt de H. Maagd, glimlachend zoals altijd: “Mijn lief kind, bid veel.” Dan glimlacht zij niet meer en zegt, voordat ze weggaat, met ernstige stem: “Tot ziens!”

.

.

Achtste dag

Mariette wacht tien dagen voor ze Maria  terugziet, en nu voor de laatste keer. Zij verschijnt op donderdag 2 maart. Het regent onafgebroken sinds 15:00 uur. Mariette gaat naar buiten om 19:00 uur. Ze is al aan het derde rozenhoedje bezig wanneer het plotseling ophoudt met regenen. Mariette zwijgt, strekt de armen uit, staat op, zet een stap en knielt weer. Terug thuis brengt ze de Boodschap van de Maagd der Armen over: “Ik ben de Moeder van de Verlosser, Moeder van God!” Maria legt haar de handen op en zegt: “Bid veel. Vaarwel!”

.

 

 

 

 

 

Tussen 15 januari en 2 maart 1933 is Maria acht keer aan Mariette Beco verschenen. Bij de zesde verschijning zou zij aan het twaalfjarige meisje een geheim hebben toevertrouwd, dat die echter nooit bekend gemaakt heeft. Ook wijst Maria haar een geneeskrachtige bron aan “om het lijden te verlichten”, waarvan het water naar Christus verwijst, de bron van levend water.

Bovendien vraagt de verschijning om een kapel. Bij de laatste verschijning zegt Maria: “Ik ben de moeder van de Verlosser, de Zoon van God. Bidt vurig.” Dan spreekt ze het afscheidswoord ‘Adieu’ met een zegen voor Mariette. Het meisje valt flauw en ziet Maria ‘de mooie dame’ niet vertrekken. Toch wist ze dat dit de laatste keer was door het woord ‘adieu’.

De vorige keren had Maria steeds ‘Tot ziens’ gebruikt. Na de verschijningen wordt Mariette enige jaren achtereen onderworpen aan allerlei testen. Dokters en psychiaters onderzoeken haar, maar niemand vindt ook maar een spoor van hysterie of fantaserende leugenachtigheid. In 1943 erkent de bisschop van Luik, mgr. Kerkhofs, de verschijningen.

Maria is daar op de eerste plaats verscheen om de mensen te troosten. Want vandaag is Banneux een aardig dorpje, maar toen was het er straatarm. Voor veel moderne gelovigen, onder wie ook bisschoppen, zijn Maria-verschijningen iets van heel ver weg en lang geleden. En dat moet vooral zo blijven.

Wij menen Maria niet meer nodig te hebben en zouden ons eigenlijk geen raad weten. Ze zou maar storen. Maria maakt zich hier echter in 1933 bekend als de ‘maagd der armen’, op een plaats en tijd dat alle mensen, de gewone gelovigen maar ook hun pastoor en bisschop, nog door en door gelovig zijn. Maria uit bovendien geen kritiek op de Kerk, zoals zij bij eerdere verschijningen gedaan had.

.

.

.

.

 

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

 

 

Waarom worden mensen ziek?

Standaard

categorie : religie

 

 

 Er zijn drie hoofdredenen waarom mensen ziek worden

 

 

Zonde

 

Eén daarvan is zonde. Jezus zei in Johannes 5:14, nadat Hij de man bij het bad Betesda had genezen: ‘Zie, gij zijt gezond geworden; zondig niet meer, opdat u niet iets ergers overkome.’ Hij maakte het hier dus heel duidelijk dat deze ziekte en het terugkeren van deze ziekte of zelfs iets nog ergers dan de verlamming die deze man had, hem kon overkomen als hij zondigde. Jezus verbond hier dus ziekte aan zonde. Dat is niet de enige reden dat mensen ziek worden, maar het is één reden.

Als iemand bijvoorbeeld alcoholist is en hij drinkt zich een leverziekte, dan heeft Hij zichzelf dat aangedaan. Ik bedoel dat satan zijn handelingen gebruikte om zich toegang tot hem te verschaffen. Hij heeft een leverziekte, niet omdat God hem dat heeft aangedaan, of doordat de duivel dat rechtstreeks deed, maar het is gewoon zonde. Hij oogst de vruchten van zijn zonde; druggebruikers lopen hersenbeschadigingen op, en ziekten die door gedeelde naalden worden overgebracht. Seksueel actieve personen krijgen seksueel overdraagbare ziekten. Dat komt niet doordat satan hen oordeelt of aanvalt. Zij doen het zichzelf aan. Zij zetten de deur open door zonde.

 

 

 

 

 

Oorlog met de duivel

 

De tweede hoofdreden dat mensen ziek worden, komt doordat wij in een oorlog zijn met de duivel. Sommige mensen zijn zich dat niet bewust, maar niet alles wat er gebeurt is maar fysiek. Er woedt een geestelijke oorlog. Er zijn goddelijke engelen die Gods wil uitvoeren en er zijn demonische geesten die satans wil uitvoeren. Er is een veldslag gaande. Je kunt op een bepaalde manier wel stellen dat het op zonde is gebaseerd, omdat satan door zonde op deze aarde is losgelaten, maar dat is niet per se jouw individuele zonde.

Dit is waar Jezus het over had in het 9e hoofdstuk van Johannes toen er een man aan de poort van de tempel zat. Hij was blind vanaf zijn moeders schoot. En de discipelen vroegen: ‘Wie heeft gezondigd, deze man of zijn ouders dat hij blind geboren is.’ En Jezus zei: ‘Geen van beide.’ Je weet heus wel dat Hij niet zegt dat deze man of zijn ouders niet gezondigd hadden. Want de Schrift zegt in Romeinen 3:23: ‘Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods.’

Er was dus wel degelijk zonde in hun leven, maar hier zegt Hij dat het niet hun zonde was die de oorzaak was dat deze jongen blind werd geboren. Dat gebeurde gewoon. Er is een geestelijke oorlog gaande en satan gaat rond, zoekende wie hij kan verslinden. Zonde is dus één reden dat mensen ziek worden. En een andere reden is dat het niet een zonde is, maar dat je gewoon leeft in een gevallen wereld, dat er geestelijke veldslagen zijn en satan je soms gewoon met dingen aanvalt.

 

 

 

 

Door natuurlijke processen

 

De derde hoofdoorzaak dat mensen ziek worden, is de gewoon natuurlijke dingen. Dat is iets waar veel christenen geen rekening mee houden. Zij erkennen wel dat zonde een toegang is van satan in ons leven, en dat dit hem in staat stelt dingen aan te richten. Ze erkennen ook dat we in een geestelijke oorlog zijn en dat satan ons aanvalt. Maar soms vergeestelijken christenen alles zozeer dat ze niet beseffen dat er ook dingen zijn die gewoon natuurlijk gebeuren.

Bijvoorbeeld, als jij gewoon niet oplet en van de trap afloopt en struikelt en valt, kun je een been breken. Je kunt je sleutelbeen breken, je kunt je nek breken. Allerlei dingen kunnen je overkomen en het is niet de duivel, het is niet zonde, het is gewoon een natuurproces, je hebt jezelf bezeerd. Je kunt ook bepaalde ziekten oplopen, een infectie, een zwelling en allerlei dingen. Als mensen van een klip in een waterplas zijn gedoken en een rotsblok hebben geraakt en hun rug hebben gebroken en nu verlamd zijn, is het helemaal niet noodzakelijk de duivel was die hen dat aandeed.

De duivel heeft hen misschien verleid om iets te doen wat niet verstandig was. Of ze hebben iets tegen beter weten in gedaan, maar het is een natuurlijk verschijnsel. Als je bij een auto-ongeluk betrokken raakt en je arm wordt eraf gerukt, dan kun je niet zeggen dat het per se de duivel is. Het is gewoon iets natuurlijks. Vanaf de zondeval zijn er allerlei dingen, bacteriën, virussen, schimmels, dingen die nu verdorven zijn, maar die van oorsprong niet verdorven waren. En die vallen het menselijke lichaam aan. En sommige dingen zijn gewoon natuurlijk. Mensen zijn niet volmaakt en maken fouten.

 

 

 

Conclusie

 

Dit zijn dus drie hoofdgebieden. Je kunt een ingang voor ziekte geven door zonde. En je kunt door satan aangevallen worden wat niet jouw schuld is. Vaak is het feit dat satan je aanvalt en je dingen aandoet het bewijs dat je met iets goeds bezig bent. Satan probeert mensen die gevoelig voor God zijn te belemmeren, evenals mensen die hem bestrijden. Je weet pas dat je in het beloofde land loopt als je de reuzen tegenkomt.

Als er reuzen zijn, als je tegen problemen aanloopt, is dat vaak een indicatie dat je de dingen goed doet in plaats van verkeerd. En ten derde gebeuren er soms dingen die natuurlijk zijn. Als je van het dak valt, kun je jezelf bezeren, je kunt iets breken of beschadigen. Maar dat is niet noodzakelijk demonisch, dat is geen zonde, dat is gewoon iets natuurlijks dat plaatsvindt.

Maar er is altijd iets wat wij eraan kunnen doen. Omdat wij zijn verlost van ziekte en gebrek, kunnen wij onze autoriteit nemen en ons geloof gebruiken en een genezing bewerken of het nu een demonische aanval is, of iets wat gewoon natuurlijk is gebeurd. En zelfs als het onze eigen zonde is die het heeft veroorzaakt, kunnen wij ons daarvan bekeren, ons ervan afkeren en de vergeving van God in ons leven vrijzetten. Ongeacht hoe deze ziekten en gebreken zijn veroorzaakt, er is altijd iets dat wij er aan kunnen doen.

 

 

 

 

Waarom geneest niet iedereen?

 

Jezus ging dus verder, nadat Hij in vers 17 zijn discipelen had bestraft. Vers 18: ‘En Jezus bestrafte hem en de boze geest ging van hem uit, en de knaap was genezen van dat ogenblik af. 19 Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen zij met Hem alleen waren: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven?’

Dit is de vraag waar wij ons nu mee bezig houden. Als het Gods wil was om hem te genezen en Jezus genas deze jongen, waarom konden de discipelen deze jongen dan niet genezen? Als wij geloven dat het Gods wil is dat iedereen geneest, hoe komt het dat wij niet altijd iedereen zien genezen? Wat zijn de oorzaken waarom iemand niet geneest?

Je moet begrijpen dat deze discipelen die deze vraag stelden, ‘waarom konden wij hem niet uitdrijven’, geloofden dat het Gods wil was, én geloofden dat zij de macht van God in hun leven hadden ontvangen om deze demonen uit te drijven. Zij hadden al macht en autoriteit ontvangen om demonen uit te drijven. In het tiende hoofdstuk van Matteüs, en ook in Lukas 9 en andere plaatsen, staat dat Jezus hen macht gaf over alle onreine geesten, over alle ziekte en gebreken. En zij gingen er op uit en ze kwamen terug en verheugden zich dat de demonen zich aan hen onderwierpen in de naam van Jezus.

Ze hadden toen geen enkele vraag. Dit betekent dat nu de discipelen die deze vraag stelden, ‘waarom konden wij hem niet uitdrijven?’ dit niet deden omdat ze niet geloofden. Zij geloofden wel degelijk en ze hadden die macht al uitgeoefend. En ze hadden ook resultaten geboekt. Maar dát was juist de reden waarom ze in de war waren. Als deze discipelen hadden gezegd: ‘Nou, wij geloven niet dat je een maanzieke jongen, iemand met toevallen, kunt genezen,’ dan hadden zij deze vraag nooit gesteld. Het feit alleen al dat zij deze vraag stelden, toont aan dat zij wel degelijk geloofden, maar toch niet de resultaten verkregen die zij verlangden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De leer van Boeddha: deel 5

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De leer van de Boeddha is geen godsdienstige leer maar is in wezen een levensleer of religie. Het boeddhisme is geen godsdienst omdat de vraag of God of een hogere macht bestaat niet relevant is in het boeddhisme. Het boeddhisme is met andere woorden ‘non-theïstisch’. Het kan wel een religie worden genoemd omdat er naast een aantal praktische levensadviezen sprake is van metafysische en mystieke elementen. In dit document zijn een aantal begrippen van de leer van de Boeddha, de Boeddha Dharma, uitgelegd.

 

.

karma_purple3

 

.

.

Karma

.

Karma (Pali: kamma) betekent daad, handeling.  We zagen dat volgens de leer van oorzaak en gevolg onze huidige ervaring de uitkomst is van voorafgaande handelingen en wilsuitingen en dat toekomstige handelingen afhankelijk zijn van wat we heden doen. Het begrip karma houdt in dat  ons heden wordt bepaald door ons verleden. Daden kunnen in drie klassen ondergebracht worden:
.
gezonde daden, die leiden tot de hogere rijken van samsara of tot  bevrijding; 
                   ongezonde daden, die leiden tot voortzetting van verwarring en pijn;  
                   neutrale daden.

Karma is een gevolg van voorgaande handelingen van onszelf. Daardoor schept ieder levend wezen zijn eigen omstandigheden. Karma is een gevolg van voorafgaand handelen en geen beloning of straf. Het is als het ware een neutraal mechanisme dat natuur noodzakelijk werkt zoals het werkt. Het heeft dan ook geen zin om van ‘schuld’ te spreken maar eerder van onwetendheid. Mensen brengen zichzelf leed toe door eigen onwetendheid.

Doordat we gedreven worden door onze begeerten en we ons hechten aan datgene wat we door het volgen van die begeerten willen realiseren, zetten we een kettingreactie in werking, een vicieuze cirkel, die ons in de ban houdt. Deze kettingreactie brengt ons niet het geluk dat we er van verwachten, maar we zijn geneigd toch steeds door te gaan.

Deugdzame daden kunnen tot betere omstandigheden leiden. Alleen het werkelijke inzicht in de dharma’s zal kan leiding tot verlichting en bevrijding van de gebondenheid aan de keten van geboorten en wedergeboorten. Meditatie is de weg waarlangs we tot inzicht kunnen komen.

“Zolang Nirvana niet is bereikt, blijft de noodzaak aanwezig voor nieuwe geboorte. Dan gaan ’s mensen eigenschappen over van leven tot leven. Een persoon is opgebouwd uit vijf afzonderlijke delen of khandha’s.

 

.

Dit zijn de vijf khandha’s waaraan het Karma is gebonden

.

1. “Onderscheiding“, ook weergegeven als werking, formatie, onderbewustzijn, scheppingsdrang, levenswil of levensaandrift.

.

2. “Bewustzijn“.

.

3. “Aandoening” of gevoel, verwekt door de indrukken der zinnen.

.

4. “Voorstelling“, waartoe de indrukken worden verwerkt.

.

5. ’t “Lichamelijke“, het objectieve, want ook de gehele buitenwereld, het waargenomene, wordt tot de elementen gerekend, die het bewuste wezen vormen. Bij de dood blijven deze beginselen over en worden ergens anders in een nieuw individu tot uitdrukking gebracht. Het is of er een licht ergens is uitgeblust en op een andere plaats weder wordt ontstoken”.

.

“Volkomen is iemand, die bevrijding heeft bereikt, bij wie de khandha’s zijn uitgeblust, het Karma vernietigd.” (Woorden van Boeddha, pag. 25, 26, 27).

Het boeddhisme stelt dat we zelf verantwoordelijk zijn voor onze eigen daden, ons geluk en onze ellende. Wij scheppen onze eigen hemel en onze eigen hel. Het leven omvat zowel het goede als het slechte. Naar welke van de twee de balans doorslaat hangt van onszelf af.

We oogsten wat we zaaien. Nu zijn we het resultaat van wat we eens waren en in de toekomst zullen we het resultaat zijn van wat we nu zijn.  De uitweg is niet de weg van de verlossing van buitenaf, maar is de weg van toenemend bewustzijn en inzicht, welke door middel van meditatie verkregen wordt.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Het mirakel van de vijf broden en twee vissen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het verhaal uit het Nieuwe Testament, de vermenigvuldiging van de broden staat ook bekend onder andere titels, het mirakel van de vijf broden en twee vissen, de wonderbare broodvermenigvuldiging, de wonderbare spijzi- ging of de spijziging van de menigte; het is een van de Wonderen van Jezus.

De vier evangelisten vertellen het.

Evangelie volgens Matteüs 14:14-21 en nog eens 15:32-38

Evangelie volgens Marcus 6:34-44 en nog eens 8:1-9

Evangelie volgens Lucas 9:12-17

Evangelie volgens Johannes 6:5-14.

Volgens sommigen is de tweede versie bij Matteüs en bij Marcus een tweede mirakel, wegens het verschil in plaats en getallen, volgens andere is het een herhaling.

 

 

 

 

 

Verhaal

 

Tegen de avond kwamen zijn discipelen bij hem en zeiden: “Het is al lang tijd om te eten en hier is niets te krijgen. Er woont hier niemand. U moet de mensen maar wegsturen. Dan kunnen zij naar de dorpen gaan en daar eten kopen.” Jezus antwoordde: “Dat hoeft niet. Geven jullie hun maar te eten.” “Hoe dan?” vroegen zij. “Het enige wat wij hebben, zijn vijf broden en twee vissen.” Jezus brak de broden in stukken en gaf deze aan zijn discipelen. Ze gaven ze weer aan de mensen. Iedereen kon zoveel eten als hij wilde. Er bleef zelfs nog over: Twaalf manden vol. En er waren maar liefst 5000 mannen; dus vrouwen en kinderen niet meegerekend.

 

 

Spreken met beelden

 

In het licht van Jesaja 55, 1-3, kan men er van uitgaan dat de tekst over de wonderbare broodvermenigvuldiging allereerst het verhaal is van mensen die Jezus achterna gaan om zich te voeden met zijn woord. Zo wordt deze tekst het beeld van het stillen van de geestelijke honger van de mensen. De honger naar wat hun leven zinvol kan maken.

 

 

Spreken met getallen

 

Twaalf manden overschot

 

Die overschot is niet in verhouding tot de vijf broden en de twee vissen uit het begin van de tekst. Het zegt beeldend dat wie van dat ‘brood’ eet, leven in overvloed heeft. Welke gebeurtenis er ook aan de basis heeft gelegen van de broodvermenigvuldiging die wel 7 keer voorkomt in het Nieuwe Testament, feit is dat de eerste christenen er al heel vlug een beeld in hebben gezien van de betekenis van Jezus in hun leven. In de loop van de jaren hebben ze dit gebeuren verder gekneed en gevormd, zodat deze tekst in de catechese kon gebruikt. De hoeveelheden brood, de hoeveelheid vis, de hoeveelheid overschot, werden aangepast aan wat men ermee wilde zeggen.

 

twee vissen

 

kan verwijzen naar de twee delen van de bijbel (Oude en Nieuwe Testament): twee is het getal dat staat voor getuigenis

 

 

vijf broden

 

kan verwijzen naar de vijf boeken van Mozes (Pentateuch), waarin het programma van God (de wetten) te vinden zijn: 5 staat symbool voor de behoeften en de verantwoordelijkheden van de mens.

 

 

twaalf manden overschot

 

kan verwijzen naar de twaalf apostelen en zo naar de hele Kerk: 12 staat ook symbool voor perfect bestuur in een perfect Koninkrijk

 

 

 

 

 

Betekenis

 

Dat Jezus het volk overvloedig voedt met brood en vis, maar vooral met zijn bevrijdend woord, betekent dat de tijd van de Messias is aangebroken. Met het verhaal van de broodvermenigvuldiging wilden de evangelisten duidelijk maken dat Jezus, net zoals God, zijn volk niet in de steek laat. (vgl met het verhaal over het manna in het Oude Testament)

Dat Jezus veel mensen te eten geeft komt op zes verschillende plaatsen voor in het Nieuwe Testament. Dat er zoveel versies zijn, toont aan hoe belangrijk de eerste christenen het vonden om dit door te vertellen. Wie deze zes teksten zorgvuldig leest, vindt er vele verwijzingen naar het laatste avondmaal van Jezus en de eucharistie (‘Breken van het brood’).

Het gebeuren speelt zich af in de avond, het moment waarop de eerste christenen bijeenkwamen om eucharistie te vieren. Het moment ook waarop het laatste avondmaal gesitueerd wordt. De handelingen bij dit gebeuren, komen ook terug in het laatste avondmaal en in de eucharistie.

Merk bij het lezen op dat de evangelisten Matteüs en Lucas in hun tekst niets meer schrijven over de vissen waarover Marcus en Johannes het hebben. Hierdoor trekken ze heel sterk de aandacht op het brood dat een grote symboolwaarde heeft. Later hebben de eerste christenen die Grieks spraken, die vissen terug opgenomen in de beeldspraak. Elke letter van het Griekse woord voor vis (IXTUS) was de beginletter van vijf woorden die de betekenis van Jezus weergeven: Jezus, Christus, Zoon van God, Redder.

 

 

Een wonder verhaal voor alle leeftijden

 

Reeds zeer vroeg werd de broodvermenigvuldiging verteld en geïnterpreteerd tegen de achtergrond van het vieren van de eucharistie. De ‘broodvermenigvuldiging’ is een wonderverhaal, een verhaal waarvan de betekenis belangrijker is dan het feit dat mogelijk aan de basis van deze tekst ligt. Omwille van die betekenis moet men niet alleen aandacht besteden aan de manier waarop men dit verhaal brengt, maar ook aan de mogelijkheid die de toehoorders (kinderen, jongeren, volwassenen) hebben om doorheen de feiten ook de betekenis ervan te zien.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het woord ogen in het Nieuwe Testament

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Het wenende oog van Maria

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Het woord ogen in het Nieuwe Testament: oude vertalingen

 

 

 

Mattheüs 9:29

Toen raakte Hij hun ogen aan, zeggende: U geschiede naar uw geloof.

.

.

 

Mattheüs 9:30

En hun ogen zijn geopend geworden. En Jezus heeft hun zeer gestrengelijk verboden, zeggende: Ziet, dat niemand het wete.

.

.

Mattheüs 13:15

Want het hart dezes volks is dik geworden, en zij hebben met de oren zwaarlijk gehoord, en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zich bekeren, en Ik hen geneze.

.

.

Mattheüs 13:16

Doch uw ogen zijn zalig, omdat zij zien, en uw oren, omdat zij horen.

.

.

Mattheüs 17:8

En hun ogen opheffende, zagen zij niemand, dan Jezus alleen.

.

.

Mattheüs 18:9

En indien uw oog u ergert, trekt het uit, en werpt het van u. Het is u beter, maar een oog hebbende, tot het leven in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur geworpen te worden.

.

.

Mattheüs 20:33

Zij zeiden tot Hem: Heere! dat onze ogen geopend worden.

.

.

Mattheüs 20:34

En Jezus, innerlijk bewogen zijnde met barmhartigheid, raakte hun ogen aan; en terstond werden hun ogen ziende, en zij volgden Hem.

.

.

Mattheüs 21:42

Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks; van den Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?

.

.

Mattheüs 26:43

En komende bij hen, vond Hij hen wederom slapende; want hun ogen waren bezwaard.

.

.

Marcus 8:18

Ogen hebbende, ziet gij niet? En oren hebbende, hoort gij niet?

.

.

Marcus 8:23

En de hand des blinden genomen hebbende, leidde Hij hem uit buiten het vlek, en spoog in zijn ogen, en leidde de handen op hem, en vraagde hem, of hij iets zag.

.

.

Marcus 8:25

Daarna leidde Hij de handen wederom op zijn ogen, en deed hem opzien. En hij werd hersteld, en zag hen allen ver en klaar.

.

 

.

Marcus 9:47

En indien uw oog u ergert, werpt het uit; het is u beter maar een oog hebbende in het Koninkrijk Gods in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur geworpen te worden;

.

.

Marcus 12:11

Van den Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?

.

.

Marcus 14:40

En wedergekeerd zijnde, vond Hij hen wederom slapende, want hun ogen waren bezwaard; en zij wisten niet, wat zij Hem antwoorden zouden.

.

.

Lukas 2:30

Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien,

.

.

Lukas 4:20

En als Hij het boek toegedaan en de dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen.

.

.

Lukas 6:20

En Hij, Zijn ogen opslaande over Zijn discipelen, zeide: Zalig zijt gij, armen, want uwer is het Koninkrijk Gods.

.

.

Lukas 10:23

En Zich kerende naar de discipelen, zeide Hij tot hen alleen: Zalig zijn de ogen, die zien, hetgeen gij ziet.

.

.

Lukas 16:23

En de rijke stierf ook, en werd begraven. En als hij in de hel zijn ogen ophief, zijnde in de pijn, zag hij Abraham van verre, en Lazarus in zijn schoot.

.

.

Lukas 18:13

En de tollenaar, van verre staande, wilde ook zelfs de ogen niet opheffen naar den hemel, maar sloeg op zijn borst, zeggende: O God! wees mij zondaar genadig!

 

 

 

.

.

.

Lukas 19:42

Zeggende: Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen.

.

.

Lukas 22:56

En een zekere dienstmaagd, ziende hem bij het vuur zitten, en haar ogen op hem houdende, zeide: Ook deze was met Hem.

.

.

Lukas 24:16

En hun ogen werden gehouden, dat zij Hem niet kenden.

.

.

Lukas 24:31

En hun ogen werden geopend, en zij kenden Hem; en Hij kwam weg uit hun gezicht.

.

.

Lukas 24:43

En Hij nam het, en at het voor hun ogen.

.

.

Johannes 4:35

Zegt gijlieden niet: Het zijn nog vier maanden, en dan komt de oogst? Ziet, Ik zeg u: Heft uw ogen op en aanschouwt de landen; want zij zijn alrede wit om te oogsten.

.

.

Johannes 6:5

Jezus dan, de ogen opheffende, en ziende, dat een grote schare tot Hem kwam, zeide tot Filippus: Van waar zullen wij broden kopen, opdat deze eten mogen?

.

.

Johannes 9:6

Dit gezegd hebbende, spoog Hij op de aarde, en maakte slijk uit dat speeksel, en streek dat slijk op de ogen des blinde;

.

.

Johannes 9:10

Zij dan zeiden tot hem: Hoe zijn u de ogen geopend?

.

.

Johannes 9:11

Hij antwoordde en zeide: De Mens, genaamd Jezus, maakte slijk, en bestreek mijn ogen, en zeide tot mij: Ga heen naar het badwater Siloam, en was u. En ik ging heen, en wies mij, en ik werd ziende.

.

.

Johannes 9:14

En het was sabbat, als Jezus het slijk maakte, en zijn ogen opende.

.

.

Johannes 9:15

De Farizeeën dan vraagden hem ook wederom, hoe hij ziende geworden was. En hij zeide tot hen: Hij legde slijk op mijn ogen, en ik wies mij, en ik zie.

.

.

Johannes 9:17

Zij zeiden wederom tot den blinde: Gij, wat zegt gij van Hem; dewijl Hij uw ogen geopend heeft? En hij zeide: Hij is een Profeet.

.

.

Johannes 9:21

Maar hoe hij nu ziet, weten wij niet; of wie zijn ogen geopend heeft, weten wij niet; hij heeft zijn ouderdom, vraagt hem zelven; hij zal van zich zelven spreken.

.

.

Johannes 9:26

En zij zeiden wederom tot hem: Wat heeft Hij u gedaan? Hoe heeft Hij uw ogen geopend?

.

.

Johannes 9:30

De mens antwoordde, en zeide tot hen: Hierin is immers wat wonders, dat gij niet weet, van waar Hij is, en nochtans heeft Hij mijn ogen geopend.

.

.

Johannes 9:32

Van alle eeuw is het niet gehoord, dat iemand eens blindgeborenen ogen geopend heeft.

.

.

Johannes 10:21

Anderen zeiden: Dit zijn geen woorden eens bezetenen; kan ook de duivel der blinden ogen openen?

.

.

Johannes 11:37

En sommigen uit hen zeiden: Kon Hij, Die de ogen des blinden geopend heeft, niet maken, dat ook deze niet gestorven ware?

.

.

Johannes 11:41

Zij namen dan den steen weg, waar de gestorvene lag. En Jezus hief de ogen opwaarts, en zeide: Vader, Ik dank U, dat Gij Mij gehoord hebt.

.

.

Johannes 12:40

Hij heeft hun ogen verblind, en hun hart verhard; opdat zij met de ogen niet zien, en met het hart niet verstaan, en zij bekeerd worden, en Ik hen geneze.

.

.

Johannes 17:1

Dit heeft Jezus gesproken, en Hij hief Zijn ogen op naar den hemel, en zeide: Vader, de ure is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijke.

.

.

Handelingen 1:9

En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen.

.

.

Handelingen 1:10

En alzo zij hun ogen naar den hemel hielden, terwijl Hij heenvoer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding;

 

 

 

.

.

.

Handelingen 3:5

En hij hield de ogen op hen, verwachtende, dat hij iets van hen zou ontvangen.

.

.

Handelingen 6:15

En allen, die in den raad zaten, de ogen op hem houdende, zagen zijn aangezicht als het aangezicht van een engel.

.

.

Handelingen 7:55

Maar hij, vol zijnde des Heiligen Geestes, en de ogen houdende naar den hemel, zag de heerlijkheid Gods, en Jezus, staande ter rechter hand Gods.

.

.

Handelingen 9:8

En Saulus stond op van de aarde; en als hij zijn ogen opendeed, zag hij niemand. En zij, hem bij de hand leidende, brachten hem te Damaskus.

.

.

Handelingen 9:18

En terstond vielen af van zijn ogen gelijk als schellen, en hij werd terstond wederom ziende; en stond op, en werd gedoopt.

.

.

Handelingen 9:40

Maar Petrus, hebbende hen allen uitgedreven, knielde neder en bad: en zich kerende tot het lichaam, zeide hij: Tabitha, sta op! En zij deed haar ogen open, en Petrus gezien hebbende, zat zij over einde.

.

.

Handelingen 10:4

En hij, de ogen op hem houdende, en zeer bevreesd geworden zijnde, zeide: Wat is het Heere? En hij zeide tot hem: Uw gebeden en uw aalmoezen zijn tot gedachtenis opgekomen voor God.

.

.

Handelingen 11:6

Op welk laken als ik de ogen hield, zo merkte ik, en zag de viervoetige dieren der aarde, en de wilde, en de kruipende dieren, en de vogelen des hemels.

.

.

Handelingen 13:9

Doch Saulus (die ook Paulus genaamd is), vervuld met den Heiligen Geest, en de ogen op hem houdende, zeide:

.

.

Handelingen 14:9

Deze hoorde Paulus spreken; welke de ogen op hem houdende, en ziende, dat hij geloof had om gezond te worden,

.

.

Handelingen 17:3

Dezelve openende, en voor ogen stellende, dat de Christus moest lijden en opstaan uit de doden, en dat deze Jezus is de Christus, Dien ik, zeide hij, ulieden verkondige.

.

.

Handelingen 23:1

En Paulus, de ogen op den raad houdende, zeide: Mannen broeders! ik heb met alle goed geweten voor God gewandeld tot op dezen dag.

.

.

Handelingen 26:18

Om hun ogen te openen, en hen te bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht des satans tot God; opdat zij vergeving der zonden ontvangen, en een erfdeel onder de geheiligden, door het geloof in Mij.

.

.

Handelingen 28:27

Want het hart dezes volks is dik geworden, en met de oren hebben zij zwaarlijk gehoord, en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zij zich bekeren, en Ik hen geneze.

.

.

Romeinen 3:18

Er is geen vreze Gods voor hun ogen.

.

.

Romeinen 11:8

God heeft hun gegeven een geest des diepen slaaps; ogen om niet te zien, en oren om niet te horen tot op den huidigen dag.

.

.

Romeinen 11:10

Dat hun ogen verduisterd worden, om niet te zien; en verkrom hun rug allen tijd.

.

.

2 Korinthiërs 10:7

Ziet gij aan wat voor ogen is? Indien iemand bij zichzelven betrouwt, dat hij van Christus is, die denke dit wederom uit zichzelven, dat gelijkerwijs hij van Christus is, alzo ook wij van Christus zijn.

.

.

Galaten 3:1

O gij uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd, dat gij der waarheid niet zoudt gehoorzaam zijn; denwelken Jezus Christus voor de ogent e voren geschilderd is geweest, onder u gekruist zijnde?

.

.

Galaten 4:15

Welke was dan uw gelukachting? Want ik geef u getuigenis, dat gij, zo het mogelijk ware, uw ogen zoudt uitgegraven, en mij gegeven hebben.

.

.

Efeziërs 1:18

Namelijk verlichte ogen uws verstands, opdat gij moogt weten, welke zij de hoop van Zijn roeping, en welke de rijkdom zij der heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen;

.

.

Hebreeën 4:13

En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem; maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen Desgenen, met Welken wij te doen hebben.

.

.

1 Petrus 3:12

Want de ogen des Heeren zijn over de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun gebed; maar het aangezicht des Heeren is tegen degenen, die kwaad doen.

.

.

2 Petrus 2:14

Hebbende de ogen vol overspel, en die niet ophouden van zondigen; verlokkende de onvaste zielen, hebbende het hart geoefend in gierigheid, kinderen der vervloeking;

.

.

1 Johannes 1:1

Hetgeen van den beginne was, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben, en onze handen getast hebben, van het Woord des levens;

.

.

1 Johannes 2:11

Maar die zijn broeder haat, is in de duisternis, en wandelt in de duisternis, en weet niet, waar hij henengaat; want de duisternis heeft zijn ogen verblind.

.

.

1 Johannes 2:16

Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld.

.

.

Openbaring 1:14

En Zijn hoofd en haar was wit, gelijk als witte wol, gelijk sneeuw; en Zijn ogen gelijk een vlam vuurs;

.

.

Openbaring 2:18

En schrijf aan den engel der Gemeente te Thyatire: Dit zegt de Zoon van God, Die Zijn ogen heeft als een vlam vuurs, en Zijn voeten zijn blinkend koper gelijk:

.

.

Openbaring 3:18

Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt.

.

.

Openbaring 4:6

En voor den troon was een glazen zee, kristal gelijk. En in het midden des troons, en rondom den troon, vier dieren, zijnde vol ogen van voren en van achteren.

.

.

Openbaring 4:8

En de vier dieren hadden elkeen voor zichzelven zes vleugelen rondom, en waren van binnen vol ogen; en hebben geen rust dag en nacht, zeggende: Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige, Die was, en Die is, en Die komen zal.

.

.

Openbaring 5:6

En ik zag, en ziet, in het midden van den troon, en van de vier dieren, en in het midden van de ouderlingen, een Lam, staande als geslacht, hebbende zeven hoornen, en zeven ogen; dewelke zijn de zeven geesten Gods, die uitgezonden zijn in alle landen.

.

.

Openbaring 7:17

Want het Lam, Dat in het midden des troons is, zal hen weiden, en zal hun een Leidsman zijn tot levende fonteinen der wateren; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.

.

.

Openbaring 19:12

En Zijn ogen waren als een vlam vuurs, en op Zijn hoofd waren vele koninklijke hoeden; en Hij had een naam geschreven, die niemand wist, dan Hij Zelf.

.

.

Openbaring 21:4

En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijs, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget