Categorie: religie/video
Deel 11 – Eindtijd engelen als uitvoerders van Gods oordelen

preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget





Pasteltekening van John Astria
De duivel wordt talloze malen genoemd door de Bijbel heen, zowel in het Oude als het Nieuwe Testament. Er is echter niet op één plek een alomvattende definitie gegeven van de duivel. Wie dus een goed beeld wil krijgen van de duivel, zal verschillende Bijbelteksten van Genesis tot Openbaring met elkaar moeten combineren en deze plaatsen in het licht van de theologische traditie.
Het Vierde Lateraans Concilie (1215) stelde dat God in de beginne twee schepselen maakte, het spirituele en het lichamelijke, het engelachtige en het aardse, en tenslotte de mens, die tegelijkertijd geest en lichaam was. Het concilie vervolgt hierop:
“Diabolus enim et alii dæmones a Deo quidem naturâ creati sunt boni, sed ipsi per se facti sunt mali.” Vertaald:
“De duivel en de andere demonen zijn door God gemaakt, van nature goed, maar slecht door zichzelf.”
God maakte de duivel en de andere demonen als spirituele en engelachtige wezens. Hij maakte hen goed, maar door hun eigen daden werden ze slecht. Door hun val werden ze duivels van aard. Dit gebeurde vóór de zondeval van Adam en Eva, die immers veroorzaakt werd door de misleidende, sluwe slang in de hof van Eden (Genesis 3). Het is dan ook opmerkelijk dat het verhaal over de val van de engelen pas gevonden wordt in het laatste boek van de Bijbel. In Openbaring staat geschreven:
“Toen brak er een oorlog uit in de hemel. Michaël en zijn engelen bonden de strijd aan met de draak. De draak en zijn engelen boden tegenstand maar werden verslagen; sindsdien is er voor hen in de hemel geen plaats meer. De grote draak werd op de aarde gegooid. Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt. Samen met zijn engelen werd hij op de aarde gegooid.” (Openbaring 12:9)
In Job 4:18 is een korte referentie te vinden van de val: “(…) ook bij zijn engelen bespeurt hij [God] nog gebreken.”
Uitgebreider wordt over de val gesproken in twee klassieke teksten in de profeten: Jesaja 14: 12-15
“O morgenster, zoon van de dageraad,
hoe diep ben je uit de hemel gevallen.
Overwinnaar van alle volken,
hoe smadelijk lig je daar geveld.
Je zei bij jezelf: ik stijg op naar de hemel,
boven Gods sterren plaats ik mijn troon.
Ik zetel op de toppen van de Safon,
de berg waar de goden bijeenkomen.
Ik stijg op tot boven de wolken,
ik evenaar de Allerhoogste.
Nee! Je daalt af in het dodenrijk,
in de allerdiepste put.”
Pasteltekening van John Astria
De profeet Jesaja spreekt deze woorden tegen de koning van Babylon, maar erin verborgen ligt een diepere laag die refereert aan de val van Satan, de rebellerende aartsengel. De tekst hieraan parallel is Ezechiëls klaagzang over de Koning van Tyrus:
Waaraan hebben de gevallen engelen zich bezondigd, dat ze uit de hemel werden verbannen? Engelen zijn niet gevoelig voor lichamelijke verlokkingen en gaan niet ten onder aan de zwakheid van het vlees. De zonde die Lucifer en zijn volgelingen begingen tegen God, was hoogmoed. Het verlangen om onafhankelijk te zijn van God en gelijk te zijn aan hem. Vóór zijn val zou Lucifer een hoge positie in de hiërarchie van de hemel hebben bekleed.
Hij stond dichtbij God. Uit de geschiedenis blijkt dat degene die het dichtst bij de troon staat, het meest vatbaar is voor gevoelens van ambitie. Lucifer, de morgenster en zoon van de dageraad, wilde hoger stijgen dan God en viel in de allerdiepste put.
In zijn val nam hij de engelen mee die hem hadden gevolgd in zijn opstand tegen God. De duivel heeft blijvende macht over deze engelen. Dat blijkt uit deze Bijbelteksten:
“de duivel en zijn engelen” (Matteüs 25:41)
“heerser over de machten in de lucht” (Efeze 2:2)
“de draak en zijn engelen” (Openbaring 12:7).
Niet alleen zijn engelen, maar ook de wereld valt binnen de invloedssfeer van de duivel. Jezus typeert de duivel als “de heerser van deze wereld” (Johannes 14:30). En Paulus spreekt hierover in de brief aan de gemeente in Efeze:
“de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn” (Efeze 2:2).
In het eerdergenoemde gedeelte van Openbaring staat dit bevestigd: “Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt.” Na zijn val trok hij Adam en Eva met zich mee, en sindsdien is hij niet gestopt met het verleiden en misleiden van hun kinderen.
Pasteltekening van John Astria
.
De kleuren zijn belangrijk omdat deze miniaturen gemaakt zijn in de 12e eeuw toen de heraldiek een aanvang nam en direct tot volle bloei kwam. Als men de vuistregel van de heraldiek, dat een bepaalde kleur, in welke combinatie ook, bijna altijd dezelfde betekenis heeft, toepast op onze miniaturen, heeft men reeds de eerste sleutel in handen om de gedachtenwereld van Hildegardis binnen te gaan.
En dan is er als hulpmiddel, voor het vinden van de toenmalige betekenis der kleuren, dat het heel dikwijls Hildegardis zelf is, die in de tekst die betekenis aangeeft. De twee metalen kan men ook indelen bij de kleuren, maar voor de miniaturisten van de 11e eeuw hadden deze door de kostbaarheid van het materiaal een zeer bijzondere betekenis.
Wat voor het begrijpen van deze miniaturen ook verhelderend werkt is het feit dat juist de miniaturen het belangrijkste zijn om de diepere zin te achterhalen van de boodschap en het profetische getuigenis, welke Hildegardis vanuit de mystieke verlichting ons wil overdragen.
Naast het feit van de artistieke compositie valt het op dat juist de dertien miniaturen, die een gehele bladzijde beslaan, ook voor Hildegardis de belangrijkste zijn. Zij vormen het grote kader waarbinnen de andere tweeëntwintig miniaturen van een halve of een kwart bladzijde opgesteld staan.
Eigenlijk zijn het er elf die een volle bladzijde beslaan; twee miniaturen nemen bijna een bladzijde in, wat samen een aantal van dertien oplevert.
Dan zijn er zestien miniaturen die precies een halve bladzijde nodig hebben, daar voegen we nog drie aan toe die vanwege de voorstelling een driekwart bladzijde vullen; samen dus negentien halve bladzijde miniaturen.
Tenslotte drie die niet groter zijn dan een kwart bladzijde.
.
De eerste is nr. 4: De prachtige voorstelling van de kosmos, volgens de idee van Ptolomaeus, zoals die in de middeleeuwen algemeen werd aangenomen .
.
.
De tweede is nr. 5: De levensloop van de geestelijke mens.
De derde is nr. 7: Het sterven en het bijzonder oordeel van de mens.
De vierde is nr. 9: De zeldzaam mooie miniatuur van de negen koren der engelen.
De vijfde is nr. 10: De schepping, zondeval en verlossing.
De zesde is nr. 11: De voornaamste van heel de serie, n.l. van de voorstelling van de H. Drievuldigheid.
De zevende is nr. 12: Het sacrament van het Doopsel.
De achtste is nr. 14: Het mysterie van de maagdelijke Kerk.
De negende is nr. 21: Het mysterie van de Stad Gods.
De tiende is nr. 27: Het Oude Testament en de bekering tot Christus.
De elfde is nr. 30: Het mysterie van de Kerk na Pinksteren.
De twaalfde is nr. 32: Het einde der tijden en de wederkomst van Christus.
De dertiende is nr. 33: Het Laatste Oordeel
.
Pasteltekening van John Astria
De Bijbel schildert de duivel af als een echte persoon. Alleen kunnen mensen de duivel niet zien, net zomin als ze God kunnen zien. De Bijbel zegt namelijk: „God is een Geest” (Johannes 4: 24). Ook de duivel is een onzichtbare geest. Maar in tegenstelling tot de Schepper heeft de duivel een begin gehad.
Lang voordat God mensen schiep, had hij een groot aantal geestelijke schepselen gemaakt (Job 38:4, 7). In de bijbel worden deze geesten engelen genoemd (Hebreeën 1:13, 14). God schiep hen allemaal volmaakt, niet één was een duivel of had een slechte eigenschap.
Het woord duivel betekent lasteraar en verwijst dan ook naar iemand die boosaardige leugens over anderen vertelt. Satan betekent tegenstrever of tegenstander. Eén van de volmaakte geestenzonen van God werd Satan de Duivel door toe te geven aan een verkeerd verlangen.
De Bijbel verklaart het proces van ontaarding als volgt: „Een ieder wordt beproefd doordat hij door zijn eigen begeerte meegetrokken en verlokt wordt. Vervolgens baart de begeerte, als ze vruchtbaar is geworden, zonde; de zonde op haar beurt, wanneer volbracht, brengt de dood voort.” Jakobus 1:14, 15.
Dat is kennelijk wat er gebeurd is. Toen God het eerste mensenpaar, Adam en Eva, schiep, keek de engel die op het punt stond tegen God in opstand te komen oplettend toe. Hij wist dat God Adam en Eva had geboden de aarde te vullen met rechtvaardige mensen, die de Schepper zouden aanbidden (Genesis 1:28).
Deze engel zag zijn kans schoon om eer te behalen en belangrijk te worden. Gedreven door hebzucht hunkerde hij naar wat alleen de Schepper toekomt: de aanbidding van mensen. In plaats van dit onjuiste verlangen te verwerpen, koesterde deze geestenzoon van God het totdat het een leugen en daarna opstand baarde.
De opstandige engel gebruikte een slang om met de eerste vrouw, Eva, te spreken. Hij vroeg aan Eva:
Is het werkelijk zo dat God heeft gezegd dat gij niet van elke boom van de tuin moogt eten?
Toen Eva Gods gebod en de straf op het overtreden ervan aanhaalde, zei de slang:
Gij zult volstrekt niet sterven. Want God weet dat nog op de dag dat gij [van de boom die in het midden van de tuin staat] eet, uw ogen stellig geopend zullen worden en gij stellig als God zult zijn, kennend goed en kwaad (Genesis 3:1-5).
Met deze woorden beweerde de slang in feite dat God Adam en Eva niet de waarheid had verteld. Door de vrucht van die boom te eten zou Eva zogenaamd net als God worden en het recht hebben om zelf te bepalen wat goed en wat slecht was. Dat was de allereerste leugen. Door te liegen maakte die engel zich tot een lasteraar. Hij werd ook een tegenstander van God. De Bijbel noemt deze vijand van God dan ook de oorspronkelijke slang, die duivel en Satan wordt genoemd. — Openbaring 12:9.
De leugen die de duivel Eva vertelde, had precies de beoogde uitwerking. De bijbel zegt:
Dientengevolge zag de vrouw dat de boom goed was tot voedsel en dat hij iets was waarnaar het verlangen der ogen uitging, ja, de boom was begeerlijk om naar te kijken. Zij nam dan van zijn vrucht en ging ervan eten. Daarna gaf zij er ook van aan haar man, toen deze bij haar was, en hij ging ervan eten (Genesis 3:6).
Eva geloofde Satan en was God ongehoorzaam. Het lukte haar om ook Adam over te halen Gods wet te overtreden. Zo slaagde de duivel erin het eerste mensenpaar tegen God op te zetten. Van toen af aan heeft Satan een onzichtbare invloed op het doen en laten van mensen uitgeoefend. Met welk doel? Hij wil dat mensen hem gaan aanbidden in plaats van de ware God (Mattheüs 4:8, 9).
De bijbel waarschuwt daarom terecht:
Houdt uw zinnen bij elkaar, weest waakzaam. Uw tegenstander, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek om iemand te verslinden — 1 Petrus 5:8.
De Bijbel schildert de duivel dus heel duidelijk af als een echt bestaand geestelijk wezen — een engel die verdorven en gevaarlijk werd! Om alert te blijven, moeten we om te beginnen erkennen dat hij echt bestaat. Maar onze zinnen bij elkaar houden en waakzaam zijn omvat meer. Het is ook belangrijk dat we niet onwetend zijn van Satans „bedoelingen” en van de manieren waarop hij mensen misleidt (2 Korinthiërs 2:11).
Pasteltekening van John Astria
De duivel observeert mensen al sinds de schepping van de mens. Hij weet hoe de mens in elkaar zit — wat zijn behoeften, interesses en verlangens zijn. Satan beseft heel goed dat de mens geschapen werd met een geestelijke behoefte, en hij heeft die behoefte sluw uitgebuit. Hoe? Door de mensheid te voeden met religieuze onwaarheden (Johannes 8:44).
Veel religieuze leringen over God zijn tegenstrijdig en verwarrend. Veel religieuze leringen zijn specifiek door Satan ontworpen en gebruikt om mensen te misleiden. In feite noemt de Bijbel hem „de god van dit samenstel van dingen”, die de geest van mensen heeft verblind. — 2 Korinthiërs 4:4.
Goddelijke waarheid biedt bescherming tegen religieus bedrog. De Bijbel vergelijkt de waarheid van Gods Woord met de gordel die een soldaat in de oudheid droeg om zijn lendenen te beschermen (Efeziërs 6:14). Als u kennis opdoet van de bijbel en stevig vasthoudt aan de erin vervatte boodschap, alsof die een gordel was, zal Gods Woord u tegen misleiding door religieuze leugens en dwalingen beschermen.
De religiositeit van de mens brengt hem ertoe het onbekende te verkennen. Hierdoor wordt hij blootgesteld aan een andere bedrieglijke list van Satan. De Duivel slaat munt uit de nieuwsgierigheid van mensen naar vreemde en mysterieuze dingen, door spiritisme te gebruiken om velen in zijn macht te krijgen.
Zoals een jager lokaas gebruikt om prooi aan te trekken, werkt Satan met middelen als waarzeggerij, astrologie, hypnotisme, hekserij, handlijnkunde en magie om overal mensen aan te trekken en in de val te lokken. — Leviticus 19:31; Psalm 119:110.
Hoe kunt u zich tegen de valstrik van spiritisme beschermen? Deuteronomium 18:10-12 merkt op:
Er dient onder u niemand te worden gevonden die zijn zoon of zijn dochter door het vuur laat gaan, niemand die aan waarzeggerij doet, geen beoefenaar van magie, noch iemand die voortekens zoekt, noch een tovenaar, noch iemand die anderen door een banspreuk bindt, noch iemand die een geestenmedium of beroepsvoorzegger van gebeurtenissen raadpleegt, noch iemand die de doden ondervraagt. Want iedereen die deze dingen doet, is iets verfoeilijks voor God, en wegens deze verfoeilijkheden verdrijft Jehovah, uw God, hen van voor uw aangezicht.
Een volmaakte engel werd Satan, de duivel, omdat hij toegaf aan het verlangen naar zelfverheffing. Ook in Eva wekte hij een trots, egoïstisch verlangen op om als God te zijn. Tegenwoordig houdt Satan velen in zijn greep door een gevoel van trots in hen op te wekken. Sommigen voelen zich bijvoorbeeld op grond van hun ras, etnische achtergrond of nationaliteit beter dan anderen. De bijbel verklaart duidelijk:
God heeft uit één mens elke natie van mensen gemaakt. — Handelingen 17:26.
Een effectieve verdediging tegen Satans beroep op trots is nederigheid. De Bijbel geeft ons de raad:
Niet meer van onszelf te denken dan nodig is -(Romeinen 12:3).
God weerstaat de hoogmoedigen, maar hij geeft onverdiende goedheid aan de nederigen – (Jakobus 4:6).
Een andere menselijke zwakheid waar de Duivel maar al te graag misbruik van maakt, is toegeven aan onjuiste zinnelijke verlangens. God wil dat mensen van het leven genieten. Als verlangens binnen de grenzen van Gods wil vervuld worden, leidt dat tot echt geluk.
Satan verlokt mensen ertoe zich op immorele manieren aan hun begeerten over te geven. – (1 Korinthiërs 6:9, 10).
Het is veel beter om onze geest voortdurend te richten op dingen die eerbaar en deugdzaam zijn. – (Filippenzen 4:8).
Pasteltekening van John Astria
De mens kan de Duivel weerstaan. De Bijbel verzekert ons:
Weerstaat de Duivel en hij zal van u wegvluchten (Jakobus 4:7).
Zelfs als u Satan weerstaat, betekent dat nog niet dat hij het meteen opgeeft en het u, terwijl u kennis van God in u opneemt, nooit meer lastig maakt. Nee, de Duivel zal het nog eens proberen:
Op een andere geschikte tijd (Lukas 4:13).
Maar u hoeft niet bang te zijn voor de Duivel. Als u hem blijft weerstaan, zal het hem niet lukken u van de ware God af te trekken.
Om de Duivel te kunnen weerstaan, moeten we weten wie hij is en hoe hij mensen misleidt, maar ook wat we kunnen doen om ons tegen zijn listen te beschermen. Er is slechts één nauwkeurige bron van die kennis: Gods Woord, de Bijbel.
Besef echter wel dat als u de Bijbel bestudeert, Satan tegenstand of vervolging kan gebruiken om u ervan af te brengen de waarheid uit Gods Woord te leren kennen. Sommigen zouden boos op u kunnen worden omdat u de Bijbel bestudeert, anderen maken u misschien belachelijk. Zo wil de duivel u ontmoedigen zodat u ermee stopt meer over de ware God te leren.
De leer van de hel kan als volgt worden samengevat: de hel is de plaats waar de toekomstige bestraffing zal plaatsvinden van de mensen die niet gerechtvaardigd zijn. Het is een plek voor de mensen die Jezus Christus hebben afgewezen. De hel als een plaats van bestraffing wordt vertaald als Gehenna, de Griekse vorm van het Hebreeuwse woord Hinnomdal. In de tijd van Jezus werd het Hinnomdal gebruikt als de vuilstortplaats van Jeruzalem. Al het vuil en afval van de stad werd in het dal gegooid, waaronder ook de dode lichamen van dieren en geëxecuteerde criminelen.
Om dit alles te verwerken, brandde het vuur hier onophoudelijk. Jezus gebruikte deze weerzinwekkende locatie als een symbool voor de hel. Hij zei: ‘Wil jij weten hoe de hel er uitziet? Ga dan maar eens naar de vallei van Gehenna kijken.’ De hel kan dus beschreven worden als Gods kosmische vuilstortplaats. Alles wat niet geschikt is voor de hemel zal in de hel worden gegooid.
Er staan 1850 verzen in het Nieuwe Testament waarin Jezus aan het woord is. In dertien procent van die verzen spreekt Jezus over een eeuwige straf en de hel. Jezus sprak vaker over de hel dan over de hemel! Jezus leert ons dat de hel een werkelijke, letterlijke locatie is. Hij beschrijft het als een plaats waar eeuwig lijden plaatsvindt. Kijk eens naar deze verzen:
“Zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de engelen zullen erop uittrekken en de kwaadwilligen van de rechtvaardigen scheiden, en ze zullen hen in de vuuroven werpen, waar ze zullen jammeren en knarsetanden.”
“Op zekere dag stierf de bedelaar, en hij werd door de engelen weggedragen om aan Abrahams hart te rusten. Ook de rijke stierf en werd begraven. Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde. Hij riep: “Vader Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lazarus naar me toe. Laat hem het topje van zijn vinger in water dompelen om mijn tong te verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlammen.”
“Ze zullen voor eeuwig worden verstoten, ver van de Heer en van zijn kracht en majesteit.”
“Hij zal in vuur en zwavel worden gepijnigd, onder de ogen van de heilige engelen en van het lam. De rook van die pijniging zal opstijgen tot in eeuwigheid. Wie het beest en zijn beeld aanbidden, of wie het merkteken van zijn naam draagt, ze krijgen geen rust, overdag niet en ’s nachts niet.”
“Toen werden de dood en het dodenrijk in de vuurpoel gegooid. Dit is de tweede dood: de vuurpoel. Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid.”
Mensen over de hele wereld stellen de vraag of de hel echt bestaat. Slechts 31% van alle volwassenen ziet de hel als een werkelijke locatie waar mensen naar toe gestuurd kunnen worden en lichamelijk gepijnigd worden. De leer van de hel is afkomstig uit de Bijbel.
De vraag waarom de hel bestaat, heeft mensen in alle tijdperken al verwonderd. Ontelbare mensen hebben de volgende vraag gesteld: “Als God zo goed is, waarom zou Hij dan een plaats als de hel scheppen?” De hel bestaat omdat sommige mensen er voor kiezen om de verkeerde dingen te doen en daarom gestraft moeten worden.
In het Bijbelse verslag over de schepping, dat in het boek Genesis kan worden gevonden, wordt geen gewag gemaakt van een plaats die de hel wordt genoemd. Alles wat God in deze periode schiep was goed. Maar de Bijbel vertelt ons in Matteüs 25:41 dat de hel later werd voorbereid voor “de duivel en zijn engelen” (zie ook Jesaja 14:12).
God wilde geen hel voor de mens scheppen, het was nooit de bedoeling dat er ook maar één enkele man of vrouw naar de hel zou gaan. In 2 Petrus 3:9 leren we dat God wil dat “iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat”.
De hel is een werkelijk bestaande plaats. We weten dit uit diverse verzen in de Bijbel, waarvan een aantal door Jezus Zelf werd uitgesproken. En we weten dat de boosaardigen en goddelozen er na hun dood naartoe zullen gaan en dat het leven in de hel vreselijk is. Ook al was de hel oorspronkelijk geschapen voor Satan en zijn gevallen engelen, toch zullen er ook mannen en vrouwen in de hel te vinden zijn.
De hel is een plaats die tot in de eeuwigheid van God is afgezonderd. Mensen zullen er na hun dood naartoe gaan, omdat zij er tijdens hun levens op aarde voor gekozen hebben om zichzelf van God af te zonderen. God heeft ons met een vrije wil geschapen zodat wij onze eigen keuzes kunnen maken.
Een leven zonder God is een van die keuzes die wij vrijelijk kunnen maken. Onze vrije wil is een prachtig geschenk van God, omdat Hij ons niet dwingt om van Hem te houden of om Hem te volgen. Zonder onze vrije wil zouden we niets anders zijn dan marionetten of robots, wat God niet zou behagen en onze levens ongetwijfeld niet beter zou maken.
Hoewel God graag wil dat elk mens ervoor kiest om van Hem te houden, kiezen sommige mensen er voor om dit niet te doen. Deze mensen zullen in hun zonden sterven en voor altijd van God afgezonderd worden in de hel. Veel mensen denken dat dit niet eerlijk is en dat een liefdevolle God nooit een dergelijk systeem zou opzetten. Maar juist Gods liefde voor ons en Zijn perfecte rechtvaardigheid vertellen ons waarom de hel bestaat en waarom mannen en vrouwen er voor kiezen om daar naartoe te gaan.
God houdt zo veel van ons dat Hij onze keuzevrijheid respecteert. Als wij ervoor kiezen om niet van Hem te houden, waarom zou Hij ons er dan toe dwingen om eeuwig met Hem in de hemel te leven? Zou een eeuwigheid met iemand waarvan wij niet houden niet ook een hel zijn? God wil de mensen die niet van Hem houden behoeden voor een eeuwig leven met Hem onder Zijn heerschappij.
Vele mensen geloven dat wij na onze dood niet naar een hemel of een hel gaan, maar gewoon ophouden te bestaan. Dit is een totaal verkeerd beeld van de schepping van God. God laat mensen sterven voor de zonden van de mens maar vernietigt geen enkele ziel.
Gods perfecte rechtvaardigheid vereist dat er een hel is om de boosaardige mensen te straffen die niet tot inkeer zijn gekomen. De mensen maken veel heisa over het feit dat God Liefde is, maar ze vergeten dat Hij – omdat Hij Liefde is – ook Rechtvaardigheid is. Hij eist een oneindige wraak op alle mensen die het dierbare bloed van Christus met voeten treden, het Lam dat werd omgebracht voor alle verloren zondaars sinds het begin van de wereld.
God zou nooit compleet liefdevol zijn als boosdoeners nooit zouden worden gestraft. Hij heeft Zijn Zoon gestuurd om voor onze zonden te sterven. Als wij die verlossing afwijzen en uiteindelijk nooit de boete voor onze overtredingen betalen, is God onrechtvaardig. We hoeven niet van God te verwachten dat Hij mensen, die het vergoten bloed van Christus bespotten, niet zal straffen.
Worden mensen gedwongen er naartoe te gaan?
De hel is een werkelijkheid en God wil graag dat niemand er naartoe gaat. Het is Zijn verlangen dat wij allemaal met Hem in de hemel zullen samenzijn. Maar God kan niet iedereen in de hemel toestaan. De hemel is een perfecte plaats en God is een perfecte God.
Als Hij zondaars in de hemel zou toelaten zonder dat er op de een of andere manier met hun zonden is afgerekend, dan zouden zij door Zijn perfectie worden verteerd. Onze liefdevolle God wenst dat voor geen enkel mens en daarom ontwierp Hij een perfect plan voor de redding van Zijn schepselen.
Hij, de perfecte en heilige God, kwam naar de aarde in de gedaante van een mens, Jezus Christus en stierf als een boetedoening om met onze zonden af te rekenen. Als wij ervoor kiezen om Jezus Christus als de betaling voor onze zonden te aanvaarden kunnen wij de hemel binnengaan zonder verteerd te worden.
Maar als we ervoor kiezen om Jezus Christus niet te aanvaarden, dan zal God ons in Zijn oneindige liefde en genade niet toestaan om de hemel binnen te gaan en daar verteerd te worden. In plaats daarvan heeft Hij een plaats geschapen die van Hem is afgezonderd, waar zondaars naar toe kunnen gaan zonder verteerd te worden. Die plaats is de hel.
God houdt van ons en daarom heeft Hij ons een groot aantal geschenken gegeven. De twee belangrijkste geschenken die Hij ons heeft gegeven zijn ongetwijfeld onze vrije wil en Zijn genadige redding, door middel van Zijn Zoon Jezus Christus. Hij gaf ons een vrije wil zodat we ervoor konden kiezen om van Hem te houden en om niet te zondigen, en vervolgens gaf Hij ons Zijn Zoon om ons te redden toen wij de verkeerde keuze maakten.
Als wij ervoor kiezen om God niet lief te hebben en ook Zijn Zoon afwijzen, die gestuurd was om ons van onze verkeerde keuze te verlossen, dan is een eeuwige afzondering van Hem in de hel het lot.
Openbaring 20:15 : “Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid.”
Niemand hoeft naar de hel te gaan. God heeft ons een oplossing aangeboden die ons uit de hel kan houden: de verlossing door middel van Zijn Zoon, Jezus Christus. Het enige wat wij hoeven te doen is Zijn goede plan volgen. Dan kan niets ons van Hem afzonderen.
Pasteltekening van John Astria
In de Bijbel spreekt Jezus verscheidene malen over de realiteit van de hel en zijn uiterste duisternis. Hij beschrijft het als een vuurpoel. Hij zegt ook dat de hel een plaats is waar mensen zullen jammeren en knarsetanden.
Matteüs 8:12 : “Maar de erfgenamen van het koninkrijk zullen worden verbannen naar de uiterste duisternis; daar zullen zij jammeren en knarsetanden.”
Het boek Openbaring beschrijft de hel als een vuurpoel dat met zwavel brandt. Aan het eind der tijden zal de duivel zelf in de hel geworpen worden om zijn straf te ontvangen. Openbaring 20:10 zegt dat de kwelling dag en nacht zal doorgaan, tot in de eeuwigheid.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
29 En terstond na de verdrukking dier dagen, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden.
.
4 En al de sterren aan de hemel vergaan, en de hemelen zullen toe gerold worden, gelijk een boek, en al de sterren vallen neer, gelijk een blad van de wijnstok afvalt, en gelijk een vijg afvalt van de vijgenboom.
.
13 In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid.
.
7 Ziet, Hij komt met de wolken en alle ogen zullen Hem zien, ook degenen, die Hem doorstoken hebben; en alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven; ja, amen.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
27 Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met Zijn engelen, en alsdan zal Hij één ieder vergelden naar zijn doen.
.
26 Wanneer Ik, de Mensenzoon, kom in de schitterende majesteit van mijn Vader, Mijzelf en de heilige engelen, zal Ik Mij schamen voor ieder mens die zich nu voor Mij en mijn woorden schaamt.
.
13 Maar gelijk gij gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, alzo verblijdt u; opdat gij ook in de openbaring Zijner heerlijkheid u moogt verblijden en verheugen.
.
5 En de heerlijkheid des Heren zal geopenbaard worden; en alle vlees tegelijk zal zien, dat de mond des Heren gesproken heeft.
.
24 Want gelijk de bliksem, die van het ene einde naar de andere kant van de hemel bliksemt, tot het andere onder den hemel schijnt, alzo zal ook de Zoon des mensen wezen in Zijn dag.
.
40 En dit is de wil van Diegene, Die Mij gezonden heeft, dat een ieder, die de Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven zal hebben; en Ik zal hem opwekken op de laatste dag.
.
19 Uw doden zullen leven, ook mijn dood lichaam, zij zullen opstaan; waakt op en juicht, gij, die in het stof woont! want uw dauw zal zijn als een dauw van de moeskruiden, en het land zal de overledenen uitwerpen.
.
2 Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.
.
17 Uw ogen zullen de Koning zien in Zijn schoonheid; zij zullen een ver gelegen land zien.
.
31 En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeen vergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste.
.
17 Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te samen met hen opgenomen worden in de wolken, de Here tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met de Here wezen.
.
4 Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.
.
Want ziet, de HERE zal uit Zijn plaats uitgaan, om de ongerechtigheid van de inwoners der aarde over hen te bezoeken; en de aarde zal haar bloed ontdekken, en zal haar doodgeslagenen niet langer bedekt houden.
.
15 Ach, die dag! want de dag des Heren is nabij, en zal als een verwoesting komen van de Almachtige.
.
3 Want wanneer zij zullen zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar; dan zal een haastig verderf hun overkomen, gelijk de barensnood een bevruchte vrouw; en zij zullen het geenszins ontvlieden;
.
4 Maar Hij zal de armen met gerechtigheid richten, en de zachtmoedigen des lands met rechtmatigheid bestraffen; doch Hij zal de aarde slaan met de roede Zijns monds, en met de adem Zijner lippen zal Hij de goddeloze doden.
.
10 Maar de dag des Heren zal komen als een dief in de nacht, in welke de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin zijn, zullen verbranden.
.
13 De Here zal uittrekken als een held; Hij zal de ijver opwekken als een krijgsman; Hij zal juichen, ja, Hij zal een groot getier maken; Hij zal Zijn vijanden overweldigen.
.
14 Dezen zullen tegen het Lam krijgen, en het Lam zal hen overwinnen (want Het is een Here der heren, en een Koning der koningen), en die met Hem zijn, de geroepenen, en uitverkorenen en gelovigen.
.
Pasteltekening van John Astria
.
13 Opdat Hij uw harten versterke, om onberispelijk te zijn in heiligmaking, voor onzen God en Vader, in de toekomst van onzen Heer Jezus Christus met al Zijn heiligen.
.
31 En wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon Zijner heerlijkheid.
.
8 En Assur zal vallen door het zwaard, niet eens mans, en het zwaard, niet eens mensen, zal hem verteren; en hij zal voor het zwaard vlieden, en zijn jongelingen zullen versmelten.
.
25 En door zijn kloekheid zo zal hij de bedriegerij doen gedijen in zijn hand; en hij zal zich in zijn hart verheffen; en in stille rust zal hij er velen verderven, en zal staan tegen de Vorst der vorsten, doch hij zal zonder hand verbroken worden.
.
45 En hij zal de tenten van zijn paleis planten tussen de zeeën aan de berg des heiligen sieraads; en hij zal tot zijn einde komen, en zal geen helper hebben.
.
27 En hij zal velen het verbond versterken tijdens een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over de gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over de verwoeste.
.
8 En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, de welken de Heere verdoen zal door de Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst;
.
10 Maar deze dag is des Heren, des Heren der heirscharen, een dag der wrake, dat Hij zich wreke van Zijn wederpartijders, en het zwaard zal vreten, en verzadigd, en dronken worden van hun bloed; want de Here der heirscharen, heeft een slachtoffer in het land van het noorden, aan de rivier Frath.
.
20 En er zal een Verlosser tot Sion komen, namelijk voor hen, die zich bekeren van de overtreding in Jakob, spreekt de Here.
.
26 En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.
.
3 Alzo zegt de Here: Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen; en Jeruzalem zal geheten worden een stad der waarheid, en de berg des Heren der heirscharen, een berg der heiligheid.
.
.
.
.
De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps.
Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote ramp. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.
Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar.
In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.
.
.
-zijn doel met deze wereld
-de toekomst van Israël en de wereld
-het mysterie van het goede en het kwade
-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het kwade
-de toekomstige natuurrampen en oorlogen
-de wederkomst van de Messias
-de dag des oordeel
-het uitzicht in de hemel en zijn troon
-de nieuwe hemel en de nieuwe aarde
De openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans de wereld.
.
.
.