Mensen maken de samenleving en nemen daarin een positie in. Deze website geeft toegang tot een diversiteit aan artikelen die gaan over 'samenleven', belicht vanuit verschillende perspectieven. De artikelen hebben gemeen dat er gezocht wordt naar wat 'mensen bindt, in plaats van wat hen scheidt'.
Deze beschrijving en de voorstellingen van de opgang van de ziel naar zijn geestelijke evenwicht in God, zijn eigenlijk een weerspiegeling van de eeuwenoude leer van het geestelijk leven van ieder mens. Mochten we denken dat er zich, wanneer wij eenmaal op de top van de ziel zijn gekomen, geen moeilijkheden meer zullen voordoen, dan is het zesde miniatuurtje daar dat ons leert hoe het in werkelijkheid is.
De duivel zal steeds weer opnieuw proberen om de vrome ziel bekers met de vergiftigde drank der ondeugden te laten drinken. Maar met een dappere afweerbeweging heft zij tegelijk haar ogen naar de goddelijke hand, die haar vanuit de hemel hulp biedt.
Hildegardis zegt in haar uitleg van dit visioen onder meer:
“Als de ziel de goedheid van God blijft beschouwen, zullen de pijlen van de duivel haar niet raken. Dat zij steeds het mensgeworden Woord van de nederige Maagd beschouwe, dan zal als een zoete balsem, de zachtheid van God haar doordringen en zal zij sterk staan tegen de influisteringen van de hoogmoed.”
.
Deze zesde miniatuur is een eenvoudige voorstelling die weinig commentaar behoeft. Zij vormt dan ook slechts een schakel van de vijfde naar de zevende miniatuur waar het levenseinde van iedere mens in beeld gebracht wordt.
Recente eucharistische wonderen die zijn onderworpen aan analyses van de moderne techniek, brengen een licht in de zaak dat de gegevens vanuit het geloof bevestigt en de wetenschap eraan herinnert dat zij niet van de gehele werkelijkheid rekenschap kan afleggen. Deze wonderen dragen een bewijs aan van de werkelijke objectieve aanwezigheid van het Lichaam en van het Bloed van de Heer in de Heilige Eucharistie.
Paus Franciscus, encycliek Lumen fidei, 29 juni 2013, 2-3.
«In de moderne tijd heeft men gedacht dat een dergelijk licht voldoende kon zijn voor de oude samenlevingen, maar van geen nut was voor de moderne tijden, voor de mens die volwassen was geworden, trots op zijn rede, ernaar verlangend op een nieuwe wijze de toekomst te verkennen. In deze zin verscheen het licht als een bedrieglijk licht, dat de mens ervan weerhield zich stoutmoedig op het gebied van het weten te bewegen. Het geloof werd dan verstaan als een sprong in de leegte, die wij doen uit gebrek aan licht, gedreven door een blind gevoel; of als een subjectief licht, dat misschien in staat is ons hart te verwarmen, persoonlijke troost te verschaffen, maar dat aan anderen niet kan worden voorgehouden als een objectief en gemeenschappelijk licht om de weg de verlichten»
Een bloederige substantie
Legandro Pezet met aartsbisschop Bergoglio, de huidige paus Franciscus
……..hij stopt haar in een bakje met water en zet het in het tabernakel van de Sacramentskapel.
Op 18 augustus 1996 viert eerwaarde Alejandro Pezet de Mis in de kerk van het winkelcentrum van de stad Buenos Aires, in Argentinië. Hij heeft zojuist de heilige Communie uitgereikt wanneer een vrouw hem komt zeggen dat ze een hostie heeft gezien waarvan iemand achter in de kerk zich heeft willen ontdoen. Wanneer hij naar de aangegeven plaats gaat, ziet de priester de besmeurde hostie; hij stopt haar in een bakje met water en zet het in het tabernakel van de Sacramentskapel.
Op maandag 26 augustus doet hij het tabernakel open en ziet tot zijn stomme verbazing dat de hostie een bloederige substantie is geworden. Hij brengt Mgr. Jorge Bergoglio, hulpbisschop van Kardinaal Quarracino en toekomstige Paus, hiervan op de hoogte, waarop deze instructies geeft om de aldus getransformeerde hostie te laten fotograferen door een beroepsman. De foto’s die op 6 september zijn genomen tonen duidelijk aan dat de hostie die in een stukje bloederig vlees is veranderd, aanzienlijk in omvang is toegenomen. Gedurende drie jaar wordt ze bewaard in het het tabernakel en wordt de hele zaak geheim gehouden; maar wanneer hij vaststelt dat de hostie geen enkele waarneembare vorm van ontbinding heeft ondergaan besluit Mgr. Bergoglio haar wetenschappelijk te laten analyseren.
Vanaf oktober 1999 worden er analyses uitgevoerd op monsters van de hostie. Die voeren tot de verklaring die in 2005 is afgelegd door dokter Federico Zugibe, deskundige op het gebied van de cardiologie en gerechts-geneeskundig expert:
«De geanalyseerde materie is een fragment van de hartspier die zich in de wand van de linker hartkamer, dichtbij de hartkleppen bevindt. Deze spier is verantwoordelijk voor de samentrekking van het hart. De linker hartkamer functioneert als een pomp die bloed doorstroomt door het hele lichaam. De hartspier is in een staat van ontsteking en bevat een groot aantal witte bloedlichaampjes. Dat geeft aan dat het hart leefde op het moment dat het monster werd genomen. Ik verklaar dat het hart leefde, gegeven het feit dat witte bloedlichaampjes buiten een levend organisme afsterven; ze hebben behoefte aan een levend organisme om in stand te kunnen blijven. Hun aanwezigheid geeft dus aan dat het hart leefde toen het monster werd genomen. Bovendien waren de witte bloedlichaampjes in de weefsels opgenomen, hetgeen aangeeft dat het hart aan intensieve stress onderhevig was geweest, alsof zijn eigenaar harde klappen had gekregen ter hoogte van de borst.»
Twee Australiërs, de journalist Mike Willesee en de jurist Ron Tesoriero, zijn de getuigen geweest van deze testen. Na de conclusie van de arts, deelt men hem mede dat de substantie waaruit het monster afkomstig was dateerde van 1996, Dokter Zugibe vraagt:
«U moet me een ding uitleggen: als dat monster afkomstig is van een dode persoon, hoe kan het dan dat, toen ik het onderzocht, de cellen van het monster nog in beweging waren en kloppingen liet zien? Als dat hart afkomstig is van iemand die in 1996 is gestorven, hoe kan het dan nog steeds in leven zijn?»
Pas dan legt Mike Willesee dokter Zugibe uit dat het monster afkomstig is van een geconsacreerde hostie die op mysterieuze wijze veranderd is in bloederig menselijk vlees. Stomverbaasd als hij dat hoort, antwoordt de dokter:
«Hoe en waarom kan een geconsacreerde hostie van karakter veranderen en levend menselijk vlees en bloed worden? Dat zal een onverklaarbaar mysterie blijven voor de wetenschap, een mysterie dat volledig mijn competentie overstijgt.»
Moeilijkheden met geloven
In Lanciano, in de regio van de Abruzzi (Italië), vond rond 750 een soortgelijk wonderlijk feit plaats. Een Brasiliaanse monnik ondervond moeilijkheden bij het geloven in de werkelijke tegenwoordigheid van Onze-Lieve-Heer Jezus Christus in de Eucharistie. Hij bad voortdurend om verlichting van zijn zeer pijnlijke onzekerheden. Op een ochtend, nog altijd gekweld door zijn twijfels, begon hij de viering van de Mis voor de bewoners van een naburig dorp. Plotseling, na de consecratie van het brood en de wijn, bracht hetgeen hij op het altaar zag zijn handen aan het trillen en een ogenblik lang, dat de parochianen een eeuwigheid toescheen, stond hij perplex. Vervolgens keerde hij zich zachtjes naar hen toe en zei:
«Oh, gelukkige getuigen aan wie de gezegende God, om mijn ongeloof tegen te spreken, zich Zelf heeft willen openbaren in dit gezegende Sacrament en zich voor onze ogen zichtbaar heeft willen maken, komt onze God die ons zo nabij is zien: dit is het Vlees en het Bloed van onze Beminde Christus.»
De hostie was vlees en de wijn bloed geworden! Dezelfde dag ging het gerucht door het hele dorp zoals een brand een woud in vuur en vlam zet en bereikte even zo snel de naburige dorpen en verspreidde zich tot in Rome. Dit mirakel blijft tot op de dag van vandaag zichtbaar voor ons: de vlees geworden hostie en de bloed geworden wijn zijn na meer dan twaalf eeuwen nog volledig intact.
In 1970 vroegen de aartsbisschop van Lanciano en provinciaal van de Conventuelen, met toestemming van Rome, aan professor Edoardo Linoli, directeur van het ziekenhuis van Arezzo, een grondig wetenschappelijk onderzoek uit te voeren op de resten van het twaalf eeuwen tevoren gebeurde wonder. Op 4 maart 1971 presenteerde de professor zijn conclusies:
1. Het “wonderbaarlijke vlees” is vlees dat bestaat uit het dwarsgestreept spierweefsel van de myocard (hart).
2. Het “wonderbaarlijk bloed” is echt bloed: de chromotografische analyse levert hiervan het onbetwistbaar bewijs.
3. Het vlees en het bloed zijn van menselijke natuur en het immunologisch bewijs stelt dat ze behoren tot bloedgroep AB, dezelfde als die van de man van de lijkwade van Turijn, en kenmerkend voor de bevolkingen van het Midden-Oosten.
4. De eiwitten in het bloed zijn procentueel identiek verdeeld zoals de eiwitten in het serum van vers normaal bloed.
5. Geen enkel histologisch onderzoek heeft de aanwezigheid van sporen van zoutinfiltraties of van stoffen die vroeger voor mummificatie gebruikt werden aangetoond. Ook moet worden opgemerkt dat, wanneer het eucharistisch bloed van Lanciano (dat gewoonlijk is gestold) eenmaal vloeibaar is, het al zijn chemische en fysische eigenschappen behoudt zonder dat het enige schade ondervindt in welke vorm ook. Terwijl normaal gesproken vijftien minuten na het afnemen van gewoon menselijk bloed alle biologische activiteit onherstelbaar verloren gaat.
Het medisch rapport dat werd gepubliceerd in de “Cahiers Sclavo” (fasc. 3, 1971) wekte grote belangstelling in wetenschappelijke kring. In 1973 benoemde de Hoge Raad van de Wereld Gezondheidsorganisatie een wetenschappelijke commissie om de conclusies van professor Linoli te verifiëren. Er werd 15 maanden aan gewerkt en er werden 500 onderzoeken verricht. De commissie verklaarde dat het ging om een levend weefsel dat beantwoordde aan alle klinische reacties van levende wezens. Sinds de VIIIe eeuw, verkeren het vlees en het bloed van Lanciano in dezelfde staat als van vlees en bloed dat dezelfde dag van een levend wezen zou zijn verwijderd.
De synthese van de werken van de commissie die in december 1976 in New York en in Genève werd gepubliceerd, erkent dat de wetenschap, bewust van haar beperkingen, zich geplaatst ziet tegenover de onmogelijkheid een verklaring te leveren. Andere experts gingen over tot vergelijking van de rapporten die zijn opgesteld naar aanleiding van het mirakel van Buenos Aires met de voor het mirakel van Lanciano uitgewerkte rapporten. Deze wetenschappers die de oorsprong van de monsters niet kenden concludeerden dat het in beide rapporten van de laboratoria ging om monsters die, naar het scheen, afkomstig waren van dezelfde persoon.
mirakel van de Heilige Hostie te Lanciano
Lanciano eucharistic miracle
Op zoek naar een groot licht
In de encycliek Lumen fidei schrijft Paus Franciscus:
«Langzamerhand heeft men echter gezien dat het licht van de autonome rede niet erin slaagt de toekomst voldoende te verlichten; uiteindelijk blijft zij in haar duisternis steken en laat de mens achter in de angst voor het onbekende. En zo heeft de mens afgezien van het zoeken naar een groot licht, een grote waarheid om zich tevreden te stellen met de kleine lichten die het korte ogenblik verlichten, maar niet in staat zijn de weg te openen. Wanneer het licht ontbreekt, wordt alles verward, is het onmogelijk goed van kwaad te onderscheiden, de weg die naar het doel leidt te onderscheiden, van die welke ons in steeds dezelfde kringen, zonder richting doet gaan»
Om dit euvel te vermijden hebben we geloof nodig, zo verklaart de paus :
«Het is daarom dringend noodzakelijk de aard van het licht dat eigen is aan het geloof, opnieuw te ontdekken, omdat ook alle andere lichten uiteindelijk hun kracht verliezen, wanneer de vlam hiervan dooft. Het licht van het geloof heeft immers een bijzonder karakter, omdat het in staat is heel het bestaan van de mens te verlichten. Om zo krachtig te zijn kan een licht niet van onszelf uitgaan, moet het komen van een oorspronkelijkere bron, moet het tenslotte komen van God. Het geloof ontstaat bij de ontmoeting met de levende God, die ons roept en ons zijn liefde openbaart, een liefde die ons voorafgaat en waarop wij kunnen steunen om een houvast te hebben en ons leven op te bouwen. Door deze liefde veranderd, krijgen wij nieuwe ogen, ervaren wij dat daarin een grote belofte van volheid gelegen is en voor ons de blik op de toekomst opengaat. Het geloof, dat wij van God ontvangen als bovennatuurlijke gaven, verschijnt als een licht voor de weg, een licht dat onze gang in de tijd richting geeft».
Een nieuw bewijs
Als bevestiging van het geloof in de Kerk, heeft de Heer aan de wereld in 2008 een nieuw bewijs willen geven van zijn liefde door een ander eucharistisch mirakel dat geheel gelijksoortige kenmerken vertoont als die van het mirakel van Buenos Aires. Op 12 oktober van dat jaar viert eerwaarde Jacek Ingielewicz de Mis in de kerk H. Antonius van Padua in Sokólka (Polen), in aanwezigheid van tweehonderd personen. Tijdens het uitdelen van de Communie valt een hostie op de grond. Eerwaarde Jacek raapt hem op en stopt hem in een klein zilveren liturgisch potje dat hij vult met water om de hostie op te lossen, stopt vervolgens het geheel in een kluis in de sacristie.
Wanneer een hostie daarna geheel is opgelost is het lichaam van Christus inderdaad niet meer tegenwoordig. Op de hoogte gebracht door eerwaarde Jacek, laat eerwaarde Stanislaw Gniedziejko, pastoor van de parochie, het potje twee weken in de kluis staan. Dan stelt hij vast dat de hostie niet alleen niet is opgelost in het water, maar dat een vorm aan het licht is gekomen die doet denken aan een bloedvlek. De pastoor Stanislaw zou later verklaren:
«Diep onder de indruk, wist ik niet wat ervan te denken, mijn handen trilden toen ik de kluis weer op slot deed: ik kon nauwelijks spreken.»
Hij besluit zich tot de aartsbisschop van Bialystok, naburige stad, Mgr. Edward Ozorowski, te wenden. Wanneer deze naar Sokólka komt laat men hem de hostie zien die op een corporale is gelegd. Daar ziet hij behalve een bloedvlek iets wat lijkt op een organische substantie. Het lijkt, zo merkt eerwaarde Jacek op, op de natuur van weefsels. Op 5 januari 2009 vraagt de bisschop aan twee professoren in de geneeskunde aan de Universiteit van Bialystok, Maria Elizabeth Sobianiec-Lotowska en Stanislaw Sulkowski, een analyse uit te voeren op een deeltje van de hostie. Beiden hebben meer dan dertig jaar gewerkt op het gebied van de histopathologie van de Universiteit.
Toen de monsters waren genomen was het intact gebleven deel van de hostie vast blijven zitten aan het weefsel dat geanalyseerd werd, zonder dat die iets minder wit was geworden. Beide specialisten kwamen, na gescheiden hun werk te hebben gedaan, tot dezelfde conclusie: hetgeen hun was overhandigd is afkomstig van het weefsel van een nog in leven, maar wel stervend zijnde menselijke hartspier. Professor Sulkowski verklaart de aanwezigheid te hebben waargenomen van:
«talloze typische biomorfologische indicatoren van weefsel van de hartspier, evenals van zichtbare schade in de vorm van geringe vezelbreuken in het weefsel. Deze schade kan slechts worden waargenomen in levende vezels en zijn de tekenen van snelle spasmes van de hartspier in de periode die voorafgaat aan de dood.»
Professor Sobianiec-Lotowska bevestigt dit:
«Het betreft weefsel van de in leven zijnde hartspier.»
Wanneer ze hierbij stilstaat, geeft ze blijk van haar stomme verbazing over het feit dat een weefsel in leven is gebleven nadat het uit het organisme waarvan het integraal deel uitmaakte is verwijderd:
«Dat is een «ongelooflijk fenomeen! Gedurende lange tijd was de hostie in water ondergedompeld, vervolgens op de corporale gelegd; het weefsel zou dus het proces van “verstikking” hebben moeten ondergaan, maar dat hebben we bij onze testen niet waargenomen. De huidige kennis op het gebied van de biologie stelt ons niet in staat dit fenomeen wetenschappelijk te verklaren. Dit buitengewone fenomeen van onderlinge absorptie van het hartspierweefsel en de hostie dat met de microscoop en eveneens via elektronische transmissie is waargenomen, bewijst dat geen enkele menselijke interventie op het monster heeft kunnen plaatsvinden».
De structuur van het hartspierweefsel en die van brood zijn in het onderhavige geval inderdaad zo nauw verwant dat het onaannemelijk is dat een menselijke interventie dit zou kunnen verwezenlijken (cf. verklaring van professor Sobianiec-Lotowska in het rapport «Het Eucharistisch Mirakel van Sokólka», Lux Veritatis, 2010). Anderzijds heeft het bloed van de hostie dezelfde kenmerken als dat van de lijkwade van Turijn en van het mirakel van Lanciano (groep AB).
Mirakel van de Heilige Hostie te Sokolka
miracle of sokolka
De devotie neemt toe
Nadat hij de resultaten van de testen heeft gekregen, informeert de aartsbisschop de apostolisch nuntius in Warschau die het dossier doorgeeft aan Rome ter bestudering. In september 2009 begint het publiek dat kennis heeft genomen van het rapport van de twee deskundigen, uit heel Polen, maar ook uit Wit-Rusland en Litouwen naar Sokólka te komen. In Sokólka zelf stelt men onmiddellijk een toename van de devotie voor het Allerheiligste vast. De mensen komen in de kerk bidden voor de gebroken families, de kinderen die het geloof verlaten, ter verkrijging van genezingen.
Na officieel te hebben verklaard dat het zichtbare weefsel op de hostie echt wonderbaarlijk is, stopt Mgr. Ozorowski dit in een monstrans die wordt uitgestald ter aanbidding door gelovigen in een kapel van de Sint Antonius kerk. Ten aanzien van de Eucharistie vraagt de Kerk om de eredienst van de latria, dat wil zeggen de aanbidding die aan God alleen is voorbehouden, hetzij tijdens de viering van de Eucharistie, hetzij daarbuiten:
«Het is, zo schreef H. Johannes Paulus II, in het bijzonder nodig, zowel tijdens de viering van de Mis als bij de verering van de Eucharistie buiten de Mis, het besef te verlevendigen van de werkelijke tegenwoordigheid van Christus» (Apostolische Brief Mane nobiscum Domine, 7 oct. 2004, 18).
«Zoals de vrouw die Jezus zalfde in Bethanië, heeft de Kerk hiervoor geen ‘verspilling’ van haar beste zaken geschuwd om uitdrukking te geven aan haar verwondering en aanbidding tegenover het onmetelijk geschenk van de Eucharistie. Niet minder dan de eerste leerlingen die belast waren met het gereed maken van de «bovenzaal» voelde zij zich gedreven om door de eeuwen heen een in haar ontmoeting met verschillende culturen, de Eucharistie te vieren in kader dat een zo groot geheim waardig was… Ofschoon het idee van een «feestmaal» vanzelf vertrouwelijkheid suggereert, heeft de Kerk nooit toegegeven aan de verleiding om deze «intimiteit» met haar Bruidegom te banaliseren door te vergeten dat Hij ook haar Heer is en dat het «feestmaal» altijd een offer blijft dat getekend is door het bloed dat op Golgotha werd vergoten» (Encycliek Ecclesia de Eucharistia, Witte Donderdag 2003, 48).
«De Eucharistie stelt inderdaad tegenwoordig en actualiseert het offer dat Christus eens en voor altijd op het kruis gebracht heeft aan de Vader ten bate van de mensheid. Het kruisoffer en het offer van de Eucharistie zijn één en hetzelfde offer. Een en dezelfde zijn het slachtoffer en de offeraar: wat alleen verschilt is de wijze van geofferd worden: bloedig op het kruis, onbloedig in de Eucharistie. Daar uit het Misoffer alle genaden voortvloeien die nodig zijn voor ons heil, verplicht de Kerk de gelovigen ertoe aan de Heilige Mis deel te nemen op iedere zondag en op voorgeschreven feestdagen, terwijl zij hen aanbeveelt ook op andere dagen eraan deel te nemen.» (Compendium van CKK,280).
H.Johannes Paulus II eens tegen jongeren gezegd die hem ondervroegen naar aanleiding van de grote ingetogenheid waarmee hij de mis vierde (18 oktober 1981). Heilige Padre Pio geeft er ons een mooi voorbeeld van:
«Wanneer Padre Pio de Mis vierde, wekte hij de indruk zo intiem, zo intens en zo volledig verbonden te zijn met Hem die zich aan de Hemelse Vader aanbood, als slachtoffer ter boetedoening voor de zonden der mensen. Zodra hij aan de voet van het altaar stond onderging het gezicht van de celebrant een gedaanteverwisseling. Padre Pio bezat de gave anderen aan het bidden te zetten. Men beleefde de Mis» (Fr. Narsi Decoste, Le Padre Pio).
De vrucht van het geactualiseerde Offer op het altaar is de communio met het Lichaam en Bloed van Jezus Christus, voorproef van de eeuwige communio in de Hemel. Een zo grote gave kan slechts ontvangen worden door hem die:
«ten volle ingelijfd is in de katholieke Kerk en in staat van genade, dat wil zeggen zonder zich van een doodzonde bewust te zijn. Hij die er zich van bewust is een zware zonde te hebben begaan, moet het Sacrament van de Verzoening ontvangen alvorens tot de communie te naderen. Van belang zijn ook de geest van inkeer en gebed, het onderhouden van het door de Kerk voorgeschreven vasten, en de lichaamshouding (gebaren, kleding), ten teken van eerbied voor Christus» (Compendium,291).
«De heilige Communie doet onze vereniging met Christus en zijn Kerk groeien. Zij sterkt ons voor de pelgrimstocht van dit leven en doet ons verlangen naar het eeuwig leven, doordat zij ons nu al verenigt met Christus, opgestegen naar de rechterhand van de Vader, met de hemelse Kerk, met de heilige Maagd en met alle heiligen» (ibid., 292 en 294).
De hoogste verwerkelijking
De eucharistische wonderen zijn niet te ontkennen feiten; zij stellen ons voor de grote Werkelijkheid: God bestaat, Hij is vlees geworden, Hij is tegenwoordig en treedt actief op in onze geschiedenis, Hij heeft zich blootgesteld aan lijden en dood, om de dood teniet te doen en ons het Leven te geven! Het geluk dat wij allen zoeken hangt af van onze liefdesbetrekking met Hem alleen! In de encycliek Fides et ratio, schreef heilige Johannes Paulus II:
«Verschillende filosofische systemen hebben de mens er door misleiding van overtuigd, dat hij zijn absoluut eigen heer is, die autonoom over zijn lot en over zijn toekomst kan beslissen, wanneer hij uitsluitend op zichzelf en zijn krachten vertrouwt. Dat zal nooit de grootheid van de mens kunnen uitmaken. Bepalend voor zijn verwerkelijking zal alleen de beslissing zijn, zich te voegen in de waarheid door in de schaduw van de wijsheid zijn woning op te zetten en daarin te blijven wonen. Pas binnen deze horizon van de waarheid zal hij begrijpen, hoe zijn vrijheid zich in de volle zin ontplooit en dat hij geroepen is tot liefde en kennis. Daarin ligt zijn hoogste zelfverwerkelijking »
Laten we uit de Eucharistie de kracht putten die we nodig hebben om Jezus te volgen op de weg van het eeuwig leven!
Shroud of Turin, 3D Copy of Jesus / Lijkwade van Turijn, 3D van Jezus
Details
Jesus was 5 feet, 11 inches or 180,34 cm
5+1+1=7
1+8+3+4=16>1+6=7
Meaning of 7 = Christian denominations consider seven to be a holy number because Genesis says that God rested on the 7th day and man was created on the 6th day. Because God rested on the 7th day, that is the reason for the observance of the Hebrew Sabbath on the last day of the week.
The number 7 is a highly spiritual number that is associated with intuition, mysticism, inner wisdom, and a deep inward knowing. The number 7 combines hardworking number 4 with mystical and creative number 3.
Uitleg van 7 = christenen beschouwen zeven als een heilig getal omdat Genesis zegt dat God op de zevende
dag rustte en dat de mens op de zesde dag werd geschapen.Omdat God op de zevende dag rustte is de reden
voor het vieren van de Hebreeuwse sabbat op de laatste dag van de week.
Het getal 7 is een zeer spiritueel getal dat wordt geassocieerd met intuïtie, mystiek, innerlijke wijsheid en een diep innerlijk weten. Het getal 7 combineert hardwerkend nummer 4 met mystiek en creatief nummer 3.
600 blows on the body of Jesus
Meaning of 600 = 6+0+0= 6
In the Bible, the number 6 symbolizes man and human weakness, the evils of Satan and the manifestation of sin. Man was created on the sixth day. The number 6 is also associated with Satan in his temptation of Jesus.
The bringing together of three 6’s is the number and mark of the end time Beast of Revelation. As such, it represents the very best system of governance that mankind can produce WITHOUT God and under the constant influence of his chief adversary.
Man’s system on earth is made up of three parts (economic, religious and governmental) all of which are influenced and led by Satan. When 666 is multiplied by 7 it equals 4662, which depicts man’s total imperfection under Lucifer. When added across, 4 + 6 + 6 + 2 = 18; and 18 divided by 3 is 6.
In de Bijbel symboliseert nummer 6 de mens en de menselijke zwakheid, het kwaad van Satan en de manifestatie van zonde. De mens is gemaakt op de zesde dag. Het getal 6 wordt ook geassocieerd met Satan in zijn verleiding van Jezus.
Het samenbrengen van drie 6 en is het getal en het merkteken van het beest in de Openbaring gedurende de eindtijd. Als zodanig vertegenwoordigt het het allerbeste bestuurssysteem dat de mensheid ZONDER God kan produceren en onder de constante invloed van de duivel, zijn voornaamste tegenstander.
Het systeem van de mens op aarde bestaat uit drie delen (economisch, religieus en bestuurlijk) die allemaal worden beïnvloed en geleid door Satan. Als 666 wordt vermenigvuldigd met 7 krijgen we 4662, wat de totale onvolmaaktheid van de mens onder Lucifer weergeeft. Toegevoegd: 4 + 6 + 6 + 2 = 18; en 18 gedeeld door 3 is 6.
De Bijbel spreek voor zichzelf en dat is ook zo. God is heel goed in staat om zichzelf te verdedigen. Denk maar eens aan het bijbelboek Job, waar hij precies denkt te weten wat God met de hele situatie te maken heeft. Uiteindelijk laat God heel duidelijk horen hoe Hij erover denkt, waarna Job zich bekeert en de situatie een positieve wending krijgt.
Mensen die hun mening al hebben klaarliggen en de Bijbel al afgeschreven hebben, zullen hun antwoord wel van God krijgen. Laat ons hopen dat het voor hen dan niet te laat is en dat ze Zijn stem zullen horen voordat het laatste oordeel aanbreekt. Volgens de Bijbel komt er een moment dat de tijd op is. Ieder mens krijgt een eerlijke kans van God.
De Bijbel spoort ons aan om nu te leven en in het hier en nu te reageren op de stem van God. (Hebr 3-7 : Daarom, gelijk de Heilige Geest zegt: Heden, indien gij Zijn stem hoort, verhardt uw harten niet )
Toch zijn er nog steeds veel mensen die met vragen zitten en serieus willen weten hoe het zit met bepaalde moeilijk te begrijpen Bijbelgedeelten.
Het eerste gedeelte in de Bijbel waar mensen vaak over vallen is de veronderstelde herhaling van het scheppingsverhaal. In hoofdstuk 1 van Genesis wordt verteld in welke volgorde God het heelal, de aarde en het leven erop maakte.
Dan komt hoofdstuk twee, waar het net lijkt alsof de schepping voor een tweede keer, in een andere volgorde verteld wordt. Het gaat in het tweede gedeelte echter over het land waar Adam in woont, waardoor het verhaal een andere lading krijgt. Er is een duidelijk verschil in woordgebruik: ‘de aarde’ (erets – Gen. 1:11) en ‘het land’ (sadeh – Gen. 2:4-5).
Genesis 2:18-20 beschrijft hoe God beesten naar Adam brengt zodat hij ze namen kan geven. Van het vee wordt niet gezegd dat God het op dat moment maakte, dus dat was er blijkbaar al. “God bracht de dieren die hij gevormd had.”
Dan is er nog het opmerkelijke verschil in de woorden die gebruikt worden om God aan te duiden. In het eerste deel wordt Elohim gebruikt en in het tweede deel Yahweh Elohim. Dit kan erop duiden dat er twee schrijvers zijn geweest. Het is mogelijk om op basis van stijl heel Genesis op te delen in 10 delen van 10 verschillende schrijvers.
Later zouden die delen door Mozes samengevoegd zijn, zonder er iets aan te veranderen, zodat de schrijfstijl behouden bleef. Het tweede scheppingsverhaal is slechts een probleem als je er vanuit gaat dat het een tweede scheppingsverhaal is. Als je het leest met de instelling dat het om werkelijke geschiedenis gaat, vallen alle puzzelstukjes in elkaar.
Algemene regels bij vermeende fouten in de Bijbel:
Kijk naar de context
Kijk naar de historische context. Begrijp je het gebruik of de uitspraak zoals hij toen begrepen werd.
Kijk naar wie er spreekt in het gedeelte. Is het God zelf, een mens namens God, of een mens met zijn eigen wijsheid.
Zoek andere plaatsen in de Bijbel waar over hetzelfde gesproken wordt. Daar zit vaak al een antwoord of een breder inzicht in.
Kijk ook eens in andere vertalingen en zoek commentaren
De vrouw van Kaïn (Gen. 4:1-17)
Adam en Eva krijgen 2 zoons, Kaïn en Abel. Kaïn slaat Abel dood en God verbant Kaïn. Kaïn gaat wonen in Nod en trouwt! Maar met wie? Waren er dan toch al meer mensen? Dit is heel eenvoudig op te lossen door verder te lezen in Genesis 5:4, “En Adam leefde, nadat hij Seth verwekt had, nog achthonderd jaar; en hij kreeg zonen en dochters.” Kaïn trouwde dus met een zus. Dit was geen inteelt en incest omdat er toen nog geen mutaties waren en de wet tegen incest kwam pas in de tijd van Mozes.
Dit is een schriftgedeelte waarbij vaak meerdere denkfouten tegelijk gemaakt worden:
1. Men gaat er vanuit dat Adam en Eva nog geen dochters hadden, en misschien terecht, want of Kaïn toen al een zus had is op dat moment in het verhaal nog niet duidelijk. Maar het is zo dat vrouwen in geslachtsregisters niet genoemd werden. Bedenk ook dat ze toen wel 900 jaar oud werden en dat zijn toekomstige vrouw nog niet geboren hoefde te zijn.
2. Men veronderstelt dat het land Nod al bewoond was, maar dat hoeft niet het geval te zijn geweest. De naam kan zelfs later zijn bedacht en toegevoegd aan het verhaal.
3. Men denkt dat trouwen met een zus in strijd was met de wetten van Exodus. Dat Adam de eerste mens was lijkt mij duidelijk. Als eerste mens had hij dus het meest perfecte DNA, hij was net door God zelf gemaakt. Vanwege de foutjes en vermindering in rijkdom en diversiteit die het genetisch materiaal van de individuele mens in de loop der tijd opdeed, is het nu niet meer verstandig dat naaste familieleden samen kinderen krijgen. De kinderen lopen dan teveel risico om mismaakt of ziek ter wereld te komen. Het is door God pas ten tijde van Mozes verboden om seks te hebben met een familielid, omdat het eerder niet nodig was dit te verbieden.
Midianieten of Ismaelieten?
Gen. 37:36 – “En de Midianieten verkochten hem (Jozef) in Egypte, aan Potifar, een hoveling van Farao…”
Gen. 39:1 – “Jozef werd naar Egypte afgevoerd; en Potifar, een hoveling van Farao … kocht hem van de Ismaelieten, die hem daar naartoe gebracht hadden.”
Werd Jozef nou verkocht door de Midianieten of door de Ismaelieten?
Dit is een gevalletje ‘gelijksoortige teksten zoeken’. Zie Gen. 37:28 – “Toen de Midianietische kooplieden voorbijtrokken, haalden zij Jozef uit de put, en verkochten hem aan deze Ismaelieten voor twintig zilverlingen; die brachten Jozef naar Egypte.” Het blijkt dat het hier om dezelfde groep mensen gaat.
Het kan zijn dat Ismaelieten optrokken met de Midianieten en samen handel bedreven, of dat deIsmaelieten een stam van de Mideanieten waren. In Richteren 8 staat ook dat Gideon de Midianieten heeft verslagen maar in vers 24 worden ze ook Ismaelieten genoemd. de Bijbel verklaart hiermee zichzelf.
Een herkauwende haas? (Lev. 11:6)
“En de haas is onrein omdat hij herkauwt, ook al heeft hij geen gespleten hoef.”
Hazen en konijnen draaien af en toe drolletjes die nog niet helemaal verteerd zijn en waar nog veel goede voedingsstoffen in zitten. Die eten ze dan weer op, herkauwen dus. Het is dus soms belangrijk dat we ook wat weten van de natuur. Denk aan de vleermuizen, die in de Bijbel onder de vogels gerekend worden, terwijl men tegenwoordig de vleermuizen onder de zoogdieren rekent. Dit heeft puur te maken met een keuze.
Noem je het een vogel omdat het vliegt, of noem je het een zoogdier omdat het zoogt? Zo zou een dolfijn in de Bijbel waarschijnlijk een vis genoemd zijn, terwijl men dolfijnen tegenwoordig ook onder de zoogdieren rekent. We hadden ook een indeling kunnen maken op basis van het aantal poten, vinnen of de vorm van de oren.
Klopt het getal PI in de Bijbel niet? (2 Kron. 4:2)
Eenvoudig gezegd: de omtrek van een cirkel is altijd 3,14 maal de diameter. Als je de diameter van het wasvat vermenigvuldigt met 3.14 komt er 31.4 uit en geen 30, dus dat klopt niet met de tekst. 30 gedeeld door 3.14 komt schijnbaar wel beter uit, maar dan houd je jezelf een beetje voor de gek, want verhoudingsgewijs is de afwijking hetzelfde. De oplossing is eenvoudig: Met de handbreedte uit vers 5 kunnen we de berekening precies laten kloppen.
Problemen met aantallen?
Num. 25:9 – “Degenen die aan de plaag stierven, waren vier en twintig duizend.”
1 Kor. 10:8 – “En laten wij geen overspel plegen, zoals sommigen van hen deden, want toen vielen er op een dag drie en twintig duizend.”
Waren het er nou 24000 of 23000?
Goed lezen. In 1 Kor. Staat: “op één dag” dus de rest stierf later. Probleem opgelost. Sommige problemen worden zo makkelijk door de critici opgeworpen. De enige echte tegenstrijdigheden in de Bijbel zijn die tussen goed en kwaad, leven en dood, geloof en ongeloof, enz. Gods woord blijft ongeschonden.
Gergesenen of Gaderenen? (Mattheus 8:28)
Jezus steekt het meer van Gennesareth over en komt in het land van de Gergesenen, waar Hij twee bezeten mannen ontmoet. Markus (5:1) zegt echter dat hij in het land van de Gaderenen komt, waar Hij één bezeten man ontmoet. Weer een schijnbare tegenstrijdigheid.
Er komen twee mannen vanaf een begraafplaats naar Hem toe. Begraafplaatsen lagen vaak een eind buiten de steden. Gadera en Gergesa waren twee steden die ongeveer 20km uit elkaar lagen. Jezus kwam aan in het gebied dat daartussen lag. Mar.(5:2) en Luk.(8:27) noemen maar één man. Ze zeggen echter niet dat er niet meer waren.
Ze richten hun aandacht gewoon op de man die het meest berucht was of wiens verhaal het meest spectaculair was. Als de evangelieschrijvers ons hadden willen misleiden hadden ze er wel voor gezorgd dat hun verhalen overeenstemden. Lukas beschrijft de man die ‘uit de stad’ kwam en ‘tussen de graven verbleef’. De ander was niet zo bekend. In dit soort gevallen moet je dus iets weten over de geschiedenis en de plaats waar het voorval zich afspeelde.
Maakte God het kwaad? (Jes. 45:7)
“Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak vrede en schep het kwaad, Ik, Yahweh, doe al deze dingen.
Het woord kwaad is hier het Hebreeuwse woord ra, wat tegenstand, wanhoop, of het tegenovergestelde van vrede kan betekenen.
Vergelijk:
Jakobus 4:6 – “Ja, Hij geeft meer genade. Daarom staat er: God weerstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade.”
En: Spr. 3:33,34 – “De vloek van Yahweh is in het huis van de goddelozen; maar de woning van de rechtvaardigen zal Hij zegenen. Zeker, de spotters zal Hij bespotten, maar de zachtmoedigen zal Hij genade geven.”
God maakt geen kwaad. Het kwaad is een logische tegenhanger van vrede. God heeft mensen en engelen gemaakt met de mogelijkheid in zich om tegen Hem te kiezen, waardoor er een tegenstand ontstaat. En God zelf keert zich weer tegen de tegenstand. Zo komt er onvrede vanwege de ongehoorzaamheid van het schepsel.
Je bent niet voorbestemd om slecht te zijn. Dat laat je zelf toe en dan doet God er nog een schepje bovenop door het hart nog verder te verharden. Maar als je met je mond belijdt dat Jezus jouw Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft opgewekt, zul je gered worden. (Rom. 10:9).
Er zijn meer schijnbare tegenstrijdigheden, maar ze zijn altijd verklaarbaar door logisch denken, verder te lezen of te kijken naar de brontekst.
Bijvoorbeeld :
1Ko.7:26 en 2Kron. 4:5:
Was de inhoud van het wasvat van Salomo 2000 of 3000 bath?
– Het was 3000, maar het was niet altijd vol
1Ko. 9:28, 2Kron. 8:18:
Hoeveel goud kwam er uit Ophir, 450 of 420 talenten?
– De ene keer 450 en de andere keer 420, want ze gingen vaker
Genas Jezus nou 1 of 2 blinden bij Jericho?
– Allebei. Jezus genas wel vaker blinden, het zijn gewoon 2 verschillende ontmoetingen.
Bijbels gesproken is vasten het onthouden van voedsel, drank of seks zodat jij je kunt concentreren op een periode van geestelijke groei. Meer specifiek kunnen we stellen dat we door te vasten iets lichamelijks achterwege laten om God te verheerlijken, om onze geest te doen groeien en om ons dieper in ons gebedsleven te begeven.
.
Vasten is je sterker op God concentreren
.
Christelijk vasten is geen daad dat ons door Christus wordt opgedragen of door de Schrift wordt vereist. Maar de Bijbel raadt ons aan om vasten een plaats te geven in onze geestelijke groei. Het boek Handelingen legt vast hoe gelovigen vasten voordat zij belangrijke beslissingen nemen (Handelingen 13:4; 14:23). Vasten en bidden gaan vaak hand in hand (Lucas 2:37; 5:33).
Te vaak wordt de nadruk bij het vasten gelegd op een onthouding van voedsel. Maar het doel van het vasten is om onze ogen af te wenden van de zaken van deze wereld en ons in plaats daarvan op God te concentreren. Vasten is een manier om aan God en onszelf te laten zien dat we onze relatie met Hem serieus nemen.
Hoewel vasten in de Schrift bijna altijd betrekking heeft op het vasten van voedsel, zijn er ook andere manieren waarop we kunnen vasten. Alles wat je tijdelijk kunt opgeven om je beter op God te kunnen concentreren kan als vasten worden beschouwd (1 Korintiërs 7:1-5).
Vasten moet tot een vooraf vastgestelde periode beperkt worden, vooral als het om het vasten van voedsel gaat. Langere periodes waarin niet gegeten wordt zijn schadelijk voor het lichaam. Vasten is niet bedoeld om ons lichaam te straffen, maar om ons op God te kunnen concentreren.
Vasten moet ook niet als een dieetmethode worden gezien. We moeten niet vasten om gewicht te verliezen, maar om een diepere gemeenschap met God te bereiken. Iedereen kan vasten. Sommige mensen kunnen weliswaar niet van voedsel vasten (diabetici, bijvoorbeeld), maar iedereen kan wel het een of ander tijdelijk opgeven om zich beter op God te kunnen concentreren. Zelfs een tijdlang de televisie uitzetten kan een effectieve manier van vasten zijn.
Het is zeker een goed idee voor gelovigen om van tijd tot tijd te vasten. Vasten wordt door de Schrift niet vereist, maar het wordt wel ten zeerste aanbevolen. De enige Bijbelse reden om te vasten is om op je levensweg dichter bij God te zijn. Door onze ogen van de zaken van deze wereld af te keren, kunnen we ons beter op Christus concentreren.
“Wanneer je vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen, want zij vertrekken hun gezicht om met hun vasten op te vallen bij de mensen. Ik verzeker jullie, ze hebben hun loon al. Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht, opdat het bij de mensen niet opvalt dat je vast, maar wel bij je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen” (Matteüs 6:16-18).
.
Vasten is een dienstbare leefstijl
.
Christelijk vasten is meer dan het onthouden van voedsel of andere zaken voor het lichaam; het is een opofferende leefstijl voor God. In Jesaja 58leren we wat “echt vasten” is. Het is niet zomaar een eenmalige handeling die uit nederigheid en zelfontkenning voor God wordt uitgevoerd, maar het is een leefstijl waarin anderen worden gediend.
Jesaja vertelt ons dat vasten bescheidenheid bevordert, de boosaardige boeien opent, de banden van het juk losmaakt, de onderdrukten hun vrijheid geeft, de hongerigen voedt, voor de armen zorgt en naakte mensen kleding geeft. Dit concept van het vasten is dus niet iets dat maar één dag duurt, het is een leefstijl waarin je God en anderen dient.
“Dan breekt uw licht als de dageraad door en groeien uw wonden spoedig dicht; dan gaat uw gerechtigheid voor u uit, en sluit de heerlijkheid van de Heer uw stoet. Als u dan roept, geeft de Heer u antwoord, en smeekt u om hulp, dan zal Hij zeggen: ‘Hier ben ik!’”(Jesaja 58:8-9)
Terwijl we deze prachtige compositie van Ptolomaeus’ wereldbeeld op ons laten inwerken, luisteren we naar wat de hemelse Stem zegt:
.
.
“God die alles door Zijn Wil te voorschijn riep, heeft ieder ding geschapen, opdat Zijn Naam erdoor gekend en geëerd zou zijn. Doch niet alleen het zichtbare en het tijdelijke maakt Hij door Zijn schepping bekend, maar ook het onzichtbare en het eeuwige.”
Door de zonde heeft de kosmos, die samengesteld is uit vier elementen aarde, water, lucht en vuur, zijn oorspronkelijke harmonie verloren. Maar de rol van de kosmos, symbool te zijn van de toekomstige en nieuwe harmonie, is voor Hildegard zoveel duidelijker geworden. Daarbij komt dat de wanorde en de barensweeën van de kosmos een grotere verbondenheid te weeg brengen tussen de mikro- en de makrokosmos.
Wat wellicht het eerste opvalt bij het zien van deze miniatuur, is de ovale vorm van de kosmos. Dit is een persoonlijk stempel die Hildegard hier legt op het reeds duizendjarig motief van het wereldbeeld, ontworpen door de Griekse astronoom Ptolomaeus uit de tweede eeuw na Christus.
De gangbare voorstelling is cirkelvormig, of zoals Hildegard zelf op latere leeftijd in haar Liber Divinorum Operum aangeeft, de vorm van een rad. Waarom spreekt zij hier van eivormig? In haar uitleg geeft zij er een symbolische betekenis aan. Deze vorm wijst de gelovige op de almachtige God, die niet te vatten is in zijn majesteit en niet te doorvorsen is in zijn geheimen.
Terwijl Hildegard nog bezig is met het mysterie van het kwaad, wijst zij reeds op God als bron en doel van onze hoop op het herstel van het nieuwe leven. Denken wij aan nieuw leven, dan denken wij ook aan een ei. Daar komt bij dat Hildegard, in haar poging om het onderscheid en verband tussen de verschillende elementen in de opbouw van de kosmos aan te duiden, het een prachtig beeld vond in het afpellen van de verschillende lagen van een ei rondom de dooier die in het midden hangt. De ronde vorm van de dooier was een voor de hand liggend beeld van de aarde, welke voor die tijd het middelpunt vormde van de hele samengestelde kosmos.
Dit grootse motief van de kosmos in eivorm is door de miniaturist uitgewerkt tegen een achtergrond van geel en blauw met witte puntjes. Hierover wordt niet gesproken in de tekst, maar het is mogelijk in deze twee kleuren een beeld van God zelf te zien, waarin de kosmos hangt. Het geel komen we straks tegen in miniatuur 27 voor de deugd Veritas, in miniatuur 29 voor de deugd Castitas en tenslotte in miniatuur 30 voor de Sapientia. Van haar wordt uitdrukkelijk gezegd, dat zij in goud gekleed gaan.
Maar de kunstenaar moest, omdat het bladgoud al zoveel gebruikt is, naar een andere kleur uitzien om de goudkleur uit te beelden, zoals in deze miniatuur naast de gouden vlammen. Zo slaat het geel, alias goud, op God als Scheppende Geest en het blauw op Zijn goedheid. Dit is te zien in de miniaturen 10 en 11.
Een tweede motief is de buitenste ring die bestaat uit vergulde met rood uitgetekende vlammen en de daarop volgende cirkel van een benauwende zwarte kleur. In deze laag zien we bliksemschichten en hagelkorrels uitgebeeld. Deze tegenstelling, tussen het vurig licht en de zwarte duisternis rondom de aardbol die in het midden van de blauwe sterrenhemel hangt, is voor Hildegard het beeld van het mysterie van het kwaad, dat zich opstelt tussen God en de geschapen mens.
Het is de strijd van het licht tegen de duisternis en zijn uiteindelijke overwinning waarover het hele boek Scivias spreekt. We zien in deze miniatuur nòg een keer de tegenstelling door goud en zwart uitgebeeld en wel in de wereldbol die daar in het midden zweeft. In de visioensbeschrijving is niet aangegeven hoe die zwevende bol er uitzag, alleen wordt er van een wereldbol gesproken.
Dom Baillet spreekt hier van de vier elementen, de aarde is groen, het water blauw en wit en hij probeert het goud en het zwart uit te leggen als vuur en lucht. Men kan ook uitleggen dat hier in het goud en het zwart weer die tegenstelling te zien is van licht en duisternis, het goed en kwaad.
Ditzelfde motief komt voor in de miniaturen over het doopsel waar Christus, de nieuw gedoopte, de twee wegen zal tonen. De ene weg naar het licht is aangeduid door het goud en de ander naar de duisternis is aangeduid door het zwart, nog verduidelijkt door de rode vlammen van de hel. Het feit, dat heel de compositie door de miniaturist binnen de omlijsting is gehouden, wijst op de overtuiging van Hildegard dat al het geschapene door de menselijke geest begrepen kan worden.
We zien in de buitenste ring van vlammen drie planeten samen met de grote zonnester die het kader van de eivorm overschrijden. Zij verbeelden het mysterie van de Menswording van de Eniggeborene des Vaders (steeds door de zon aangeduid omdat Hij de bron is van alle licht) en het mysterie van de Drievuldigheid die de menselijke geest te boven gaan. Maar tegelijk heeft de kunstenaar door dit overschrijden van het kader prachtig de eivorm van de kosmos onderstreept.
In de buitenste ring van vuur zien we rechts drie rode kopjes blazen. Zij stellen de Zuidenwind voor met haar nevenwinden, die hun oorsprong vinden in deze vurige zone. Links zien we in de buitenste ring drie groene kopjes uitgebeeld die bliksemschichten en hagelkorrels spuwen. Zij stellen de Noordenwind voor met haar nevenwinden. In de blauwe hemelse zone met de sterren huist de Oostenwind, onderaan door groene kopjes aangeduid, en in de waterhoudende ring rondom de aardbol bevindt zich de Westenwind, door drie grijze kopjes weergegeven.
Het motief van de vier windstreken speelde een grote rol in de verbeeldingswereld van de middeleeuwse mens en kreeg een grote plaats toebedeeld in de symbolentaal. Deze symbolen zullen we dan ook in onze miniaturenserie dikwijls ontmoeten. Zoals reeds gezegd, is het ei voor Hildegard een kernbeeld om de viriditas, de groeikracht van de hele schepping, uit te beelden. Op dit gegeven gaat het volgende visioen dieper in.
In het verleden heeft God op vele manieren door de profeten tot onze voorouders gesproken. Maar nu, in onze tijd, heeft Hij tot ons gesproken door Zijn Zoon, aan Wie Hij alles heeft gegeven en door Wie Hij de wereld heeft gemaakt.
Toen God de schepping tot stand gesproken had, is Hij niet gestopt met spreken. Hij sprak op vele manieren tot de mens, onder het Oude Verbond veelal via Zijn profeten. De Woorden die God gesproken heeft, zijn opgetekend in de Bijbel, het neergeschreven Woord van God. God zij dank, dat we vandaag beschikken over de Woorden die God duizenden jaren geleden tegen de mens gesproken heeft.
Ondanks dat de mens in opstand is gekomen tegen Zijn Schepper, sprak God dat Hij voor een oplossing zou zorgen. Hij is Zelf mens geworden in Christus Jezus en heeft de straf die wij als mensen verdienden op Zich genomen. Niet alleen sprak Hij Woorden van verlossing, vergeving en bevrijding, maar ook Woorden van genezing.
Al die beloften, al die Woorden van redding zijn beschikbaar in de onzichtbare wereld, doordat Jezus het volmaakte offer heeft gebracht. God heeft in alles voorzien wat wij als mensen nodig hebben.
.
1 Petrus 2:24 Groot Nieuws Bijbel
.
Hij heeft onze zonden gedragen, lijfelijk op het kruishout. Daardoor zijn wij bevrijd van de zonden en mogen we leven in een goede verstandhouding met God. Door zijn wonden bent u genezen.
In de onzichtbare wereld bent u genezen, uw genezing is een geestelijke waarheid. Deze geestelijke waarheid kunt u zichtbaar maken door Gods Woord over uw leven en uw lichaam uit te spreken. God heeft het gesproken bij monde van Zijn profeten. God spreekt tot ons door het volbrachte werk van Jezus.
God spreekt tot ons door het volbrachte werk van Jezus. Eén daad zegt meer dan duizend woorden. Wat Jezus op aarde deed, getuigt van Gods grote liefde en bewogenheid. Zijn beloften zijn geen loze woorden. Als u nadenkt over wat Jezus voor u persoonlijk deed aan het kruis, zal u dit aanspreken. Laat het u diep aanraken.
Maar Hij antwoordde en zei: er staat geschreven, niet alleen van brood zal de mens het echte leven hebben, maar van alle Rhema woord, dat de mond van God uitgaat. (Mattheus 4:4 )
In de Griekse taal gebruikt men voor “woord”, 2 verschillende namen. Jammer genoeg is dit niet duidelijk gemaakt in de meeste Nederlandstalige Bijbelvertalingen. Men gebruikt “Logos”, wanneer men het geschreven woord bedoelt, of het woord dat in het verleden is gesproken. En men gebruikt “Rhema”, als men doelt op het nù gesproken woord.
God spreekt nog steeds tot ons. Het geschreven Logos Woord kan een Rhema Woord, een nù gesproken woord, worden. God spreekt en openbaart Zijn Logos Woord, door de Heilige Geest. Bidt daarom, telkens u Zijn Logos Woord – de Bijbel – leest, dat God via Zijn Geest tot u spreekt.
God spreekt tot ons, doordat Jezus toen Hij op aarde was, elke zieke genas. God wil nog steeds hetzelfde doen. Alhoewel Jezus, het vlees geworden Woord van God, vandaag niet meer zichtbaar in ons midden is, is Hij nog wel geestelijk, met Zijn Woord en Zijn Geest aanwezig. Als u dat Woord gelooft en begint uit te spreken, dan wordt uw genezing vroeg of laat zichtbaar.
De Bijbel leert ons dat wij naar het beeld en gelijkenis van God geschapen zijn en zeggenschap hebben over de aarde(Genesis 1:26 ). God sprak dingen tot stand en u kunt net als Hem, dingen tot stand spreken. Uw lichaam is gemaakt van het stof der aarde, u heeft daar dus zeggenschap over. Als u het Woord, dat God heeft uitgesproken over uw lichaam, in geloof, gaat uitspreken, dan zult u uiteindelijk dingen tot stand zien komen.
Als Gods Woord zegt: “door Zijn striemen zijt gij genezen,” (1 Petrus 2:24) dan is genezing precies wat God reeds beschikbaar gemaakt heeft voor u, in de geestelijke, onzichtbare wereld. Uw genezing is al lang een waarheid, is al lang voorzien, in de onzichtbare, geestelijke wereld. Spreek het uit over uw stoffelijk lichaam en zie uw lichaam genezen.
.
GEBED
.
“Hemelse Vader, dank U wel, dat u reeds lang voorzien hebt in mijn genezing. Het ligt klaar voor mij in de geestelijke wereld en nu spreek ik het tot stand in de zichtbare wereld. Genezing is voor mij. Ik heb zeggenschap over mijn lichaam en ik gebied het te genezen in Jezus Naam. “
Evolutie is de overtuiging dat al het leven op aarde van een enkele voorouder afstamt, een eenvoudige levende cel. Evolutionisten zijn de mensen die dit geloof aanhangen. Veel evolutionisten geloven dat het eerste leven vanzelf uit niet levende materie is ontstaan. Daarbij wordt vaak ook nog geloofd in een spontaan ontstaan van alle materie door ‘de oerknal’; een expansie van tijd en ruimte vanuit een ondeelbaar klein ruimte-tijdgebied, de “Big Bang” genoemd.
.
.
.
.
Veel mensen gaan er vanuit dat de variatie die we nu binnen de soorten zien (zoals de verschillende soorten schildpadden, honden, paarden, kippen, rozen en orchideeën) omgezet kan worden naar het verleden. Dat zou betekenen dat de verandering die we nu zien zo ver kan worden doorgetrokken, dat elk levend wezen in de geschiedenis van de aarde afstamt van het ‘eerste’ eencellige leven, dat op zich weer vanzelf ontstaan is uit levenloze materie. Hiervoor zijn honderden miljoenen jaren veronderstelt men.
Voor het ontstaan van die eerste cel heeft echter nog niemand een algemeen aanvaarde wetenschappelijke verklaring kunnen geven. De miljoenen tot miljarden jaren lijken op zich bewezen, gezien het feit dat het radioactief verval van bepaalde elementen heel veel tijd kost en het licht van sterren er heel lang over gedaan moet hebben om hier te komen.
Maar daarbij gaat men er vanuit dat deze processen in het verleden altijd even snel gegaan zijn als nu. Gaan we uit van een schepping, dan is het heel aannemelijk dat allerlei processen in het prille begin veel ‘soepeler’ verliepen dan nu. Zo kan via verschillende wetenschappelijke modellen aangetoond worden dat het licht van de sterren bijna direct op aarde belandde, zonder een verhoging van de lichtsnelheid.
Uiteindelijk kunnen alle dingen,volgens de Bijbel, die we nu op aarde zien in een geschiedenis van zes- tot achtduizend jaar ontstaan zijn. De schepping heeft volgens de Bijbel dus geen miljoenen jaren geleden plaatsgevonden, maar slechts tussen de 6000 en 8000 jaar geleden.
.
Schepping
.
“Want sinds de schepping van de wereld zijn de onzichtbare dingen van God, Zijn eeuwige kracht en Zijn goddelijkheid, duidelijk zichtbaar, ze worden begrepen door de dingen die gemaakt zijn, zodat zij (mensen) geen excuus hebben.” (Romeinen 1:20)
.
Deze tekst komt uit de brief van Paulus aan de Romeinen. Paulus zegt dat er geen excuus is voor mensen om niet in God te geloven. Hij heeft alles geschapen en alles is duidelijk zichtbaar. Maar waarom zien zo veel mensen dat niet zo? Zou het iets te maken kunnen hebben met wat men wil geloven?
God heeft in het begin de aarde en alle basissoorten van levende wezens gemaakt. We zien een grote rijkdom aan variatie, wat wijst op een zeer ingenieus ontwerp. We zien uitwisseling van genetisch materiaal, maar aan het oorspronkelijke bouwplan verandert niets. Niemand heeft ooit waargenomen hoe de huidige families ontstaan zijn uit eerdere vormen.
Natuurlijk moet ook gezegd worden dat niemand heeft gezien hoe God de dieren maakte, maar het geloof dat Hij het heeft gedaan is minder problematisch dan geloven in een spontaan ontstaan en ontwikkelen van al het leven uit dode materie.
.
.
.
.
.Dit moeten jullie eerst weten, dat er in de laatste dagen spotters zullen komen, die naar hun eigen begeerten zullen wandelen, En zeggen: “Waar is de belofte van Zijn komst? Want vanaf de dag, dat de vaderen gestorven zijn, blijven alle dingen hetzelfde van het begin van de schepping“. 2 Petrus 3:3-7
.
Volgens Petrus laat zien dat mensen de neiging hebben om het bestaan van God weg te redeneren, door angst of teleurstelling (“God laat zich toch niet zien”). Maar God wordt in de Bijbel niet als gevaarlijk beschreven. Hij is altijd bereid om te vergeven en heeft het beste met ons voor. Alleen mensen die bewust tegen Hem blijven zondigen, lopen gevaar om veroordeeld te worden. “Belijden we onze zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad” (1 Johannes 1:9).
.
Bewijs?
.
Een overtuigend bewijs kan geleverd worden door het aanvoeren van vele bewijsstukken en een persoonlijke overtuiging kan gevormd worden door intensief onderzoek. We kunnen aan de hand van de feiten uit het verleden een logische conclusie trekken over de dingen die we niet kunnen waarnemen, het bovennatuurlijke, en de dingen die we met het oog kunnen zien. Dit is anders dan in ‘de wetenschap’, waarbij een groot aantal mensen tot een overeenstemming komen.
.
Hier volgen een aantal punten die de Bijbel een hoge mate van betrouwbaarheid geven:
.
De scheppingsgeschiedenis in de Bijbel lezen is logisch en realistisch. Het begint met de schepping van tijd, ruimte en materie. Als er iemand is die alles gemaakt heeft, moet hij zelf niet aan tijd of ruimte gebonden zijn. En zo wordt God ook in de Bijbel beschreven.
De schepping zit niet alleen heel knap in elkaar, maar heeft ook een heel specifieke complexiteit. De schepping bestaat uit allemaal systemen die zo met elkaar verweven zijn dat ze eigenlijk alleen maar het resultaat van bewust ontwerp kunnen zijn. Dit spreekt in het voordeel van de Bijbel, waarin beschreven wordt hoe God alles met een eigen aard en functie gemaakt heeft.
De aardlagen kunnen het best verklaard worden door één grote (de zondvloed) en een aantal kleinere rampen (aardbevingen, overstromingen en vulkaanuitbarstingen), precies zoals de Bijbel ons laat zien. Enorme geulen, zoals de Grand Canyon, ontstaan in korte tijd, niet gedurende miljoenen jaren. Dit is in overeenstemming met een jonge aarde, die minstens één grote overstroming heeft meegemaakt (de zondvloed).
Het heelal vertoont duidelijke tekenen van recente schepping. Kometen die maar 10.000 jaar kunnen bestaan draaien nog steeds om onze zon. Er zijn veel te weinig supernovarestanten voor een heelal van miljarden jaren oud. Manen en planeten die al lang koud hadden moeten zijn vertonen nog steeds heftige geologische activiteit, waarvoor in een model dat miljarden jaren omspant allemaal verklaringen gevonden moeten worden.
Er zijn nog steeds ‘prehistorische’ beesten. Maar de vraag is of ‘pre-historie’ wel bestaat, omdat geschiedenis in de Bijbel vanaf het begin van de tijd staat opgetekend. Je kunt dus ter discussie stellen of er wel miljoenen jaren van onbeschreven geschiedenis zijn geweest.
De tekst van de Bijbel is gedurende de duizenden jaren sinds het is geschreven vrijwel niet veranderd. En veel van de mensen die bijvoorbeeld schreven over de opstanding van Jezus, zijn daar zelfs onder grote druk, martelingen en bedreigingen, niet op teruggekomen.
De Bijbel is wetenschappelijk betrouwbaar ; archeologisch onderzoek bevestigt steeds meer dat plaatsen en mensen die in de Bijbel beschreven worden echt hebben bestaan. De meeste wetenschappelijke feiten passennaadloos in de Bijbelse geschiedenis.
Het tot in detail uitkomen van de profetieën van de Bijbel is een bewijs dat deze afkomstig zijn van Iemand die buiten ruimte en tijd staat. Geheel in overeenstemming met de aard en het karakter van de God van de Bijbel.
Er staan geen wezenlijke tegenstrijdigheden in de Bijbel. Het betreft meestal schijnbare tegenstrijdigheden die vrij makkelijk te verklaren zijn.
De boodschap van de Bijbel heeft het leven van zeer veel mensen ten goede veranderd.
.
.
.
.
.Gods boodschap is duidelijk en eenvoudig, maar soms lastig te accepteren voor mensen met een hoge intelligentie.
Jezus zelf zei: (Luk 10:21)“Ik dank U, Vader, Heer van hemel en aarde, dat U deze dingen verborgen hebt voor wijze en intelligente mensen en dat U ze geopenbaard hebt aan eenvoudige mensen…” Het is moeilijker voor hoog intelligente mensen omdat ze knap zijn in het verzinnen van ‘uitvluchten’.
In Mattheus 22:37 staat: “Jezus zei … u moet de Heer uw God liefhebben met uw hele hart, … ziel en … verstand.” Dat betekent dat ons verstand erbij betrokken is.
En in Handelingen 17:11lezen we: “[De mensen in Berea] waren beter … want ze onderzochten dagelijks de geschriften om te zien of het echt waar was [wat Paulus en Silas hun vertelden]”
We moeten dus onderzoeken en tot een eerlijke conclusie komen.Desnoods probeer je te bewijzen dat de Bijbel niet betrouwbaar is. Gebruik je verstand, stel vragen en je mag best twijfels hebben. Als je met die vragen en twijfels maar wat doet en gaat onderzoeken. Paulus en Silas konden de Bereanen ook niet zomaar iets wijsmaken. Zij gingen het onderzoeken in de boeken. In deze tijd zijn er veel meer bronnen om uit te putten.
Bij de ‘Big Bang’ of ‘oerknal’ denken veel mensen aan een moment waarop uit het niets plotseling iets ontstond dat explodeerde. Zo eenvoudig is het echter niet. Wetenschappers hebben een hypothese opgesteld die een begin uit ‘niets’ zou moeten verklaren. Men gaat daarbij uit van de mate waarin het heelal nu uit lijkt te dijen en rekenen dat dan terug tot op het moment dat alles bij elkaar zou hebben gezeten, ongeveer 13,7 miljard jaar geleden.
De problemen met deze hypothese:
Het is maar de vraag of het heelal eigenlijk wel uitdijt.
Het ‘horizonprobleem’: De grootte van het heelal is min of meer bekend en het licht van de ene kant van het heelal heeft de andere kant al bereikt. Maar er is niet genoeg tijd voor geweest om het licht die afstand te laten afleggen. Dat wordt verklaard door het heelal in het begin heel snel te laten uitdijen en later minder snel. Maar wat zorgde ervoor dat het ineens langzamer ging.
Als het heelal op een bepaald moment begonnen is met uitzetten dan zou het nu een soort ‘schil’ moeten zijn. Maar dat is niet zo, het hele heelal is gevuld. Daar komt nog bij dat sterrenstelsels gegroepeerd zijn en dat is niet logisch als het heelal begonnen is zoals sommige oerknaltheorieën suggereren.
Er zouden veel magnetische monopolen moeten voorkomen, maar die worden niet gevonden. Een magnetische monopool is een hypothetisch elementair deeltje dat één magnetische pool (een monopool) bevat – slechts een noord- of een zuidpool, niet allebei. Hun bestaan wordt voorspeld door diverse kosmologische en natuurkundige theorieën, maar pogingen om ze te vinden zijn tot nog toe tevergeefs gebleken.
Gas dat heet wordt zet uit. Maar sterren en sterrenstelsels zouden zijn ontstaan uit ronddraaiende, krimpende gaswolken. Een krimpende gaswolk wordt heter en zet dus weer uit… Dat kan dus niet zo gebeurd zijn.
Sterren en sterrenstelsels draaien, maar niet allemaal dezelfde kant op. Dat is een probleem: Als alles uit één draaiende massa moet zijn ontstaan, zouden ze allemaal dezelfde kant op moeten draaien.
Zo kun je wel doorgaan. Alle problemen worden met een nieuwe theorie ‘verklaard’ of door aan te nemen dat er iets is wat men nog niet gezien heeft (‘donkere materie’, ‘donkere energie’ of meerdere dimensies bijvoorbeeld), maar er is nog steeds geen enkele vaststaande oerknaltheorie.
De Bijbel zegt dat God het op een bepaald moment maakte en dat is op dit moment de meest logische verklaring.
Tot nu toe is er in ieder geval nog geen enkel feit bekend dat de tekst van de Bijbel op enig punt volledig tegenspreekt.
.
Het begin van het leven
Hoe de basisbouwstenen van het leven ooit spontaan bij elkaar gekomen zouden zijn, blijft een raadsel. Sinds Darwin met zijn ‘Oorsprong der soorten’ kwam is er nog nooit iemand geweest die heeft kunnen aantonen dat de eerste levende cel zou kunnen zijn ontstaan uit ‘dode’ materie.
Louis Pasteur bewees eerder het tegendeel door te laten zien dat leven alleen uit leven voortkomt. Het ‘stof’ waaruit wij door God gemaakt zijn, gaat niet vanzelf bij elkaar zitten op de manier die nodig is voor het leven zoals wij dat nu kennen. De creatieve kracht van de Schepper is een onmisbaar element.
Op dit moment zijn alle hoofdsoorten strikt gescheiden en het ontstaan van nieuwe organen is nog door niemand waargenomen. Gen 1:24 – “En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo.”Eenvoudig gezegd: je kunt heel veel variaties tegenkomen van het basistype ‘hondachtige’, maar het blijft een hondachtige.
Het begin van de theorie
Het is niet toevallig dat de theorie die God ‘overbodig’ maakt voor het ontstaan van onze planeet, populair is geworden in een tijd waarin mensen koningen zat waren. Het juk van de autoriteit die boven hun gesteld was, werd ze te zwaar. En in veel gevallen was dat terecht, maar de reactie van veel mensen om dan ook maar het gezag van God en de Bijbel in twijfel te trekken baande de weg voor de evolutietheorie.
Enkele grondleggers van de evolutietheorie:
Men gebruikt vaak de algemene term ‘evolutietheorie’, maar eigenlijk is dat een verzameling van verschillende theorieën. Sommige mensen komen met het argument dat evolutie wel degelijk plaatsvindt. Dat klopt, maar het begrip ‘evolutie’ in de betekenis van ‘verandering’ of ‘aanpassing’ hoeft zelfs voor een christen geen probleem te zijn. Er is heel veel verandering in de natuur, dat heeft God zo gemaakt. Sterker nog, het feit dat er zoveel variatie is in de verschillende kenmerken van levende wezens is alleen maar sterk bewijs voor een steengoed ontwerp!
Natuurlijke selectie
Charles Darwin schreef in zijn boek The Origin Of Species: “Ik heb dit principe, waarbij iedere kleine variatie, mits nuttig, wordt behouden, Natuurlijke Selectie genoemd.” Hij concludeerde dat alle levensvormen aan elkaar verwant zijn. Hij dacht dat we allemaal afstammen van een enkele cel, die mogelijk ergens in een plasje water ontstaan is. Hij wist nog niets van wat er allemaal plaatsvindt binnenin de cellen waaruit alle levende organismen zijn opgebouwd.
Hij wist niet beter dan dat de cel een klein slijmerig bolletje was. Als hij geweten had wat wij nu weten over cellen, had hij heel wat meer moeite gehad om zijn theorie vorm te geven. Mutaties zijn vaak schadelijk voor een organisme en worden meestal niet op volgende generaties overgedragen, omdat er een goed ontworpen foutdetectiemechanisme in cellen zit (waar mutaties wel worden overgedragen spreken we van erfelijke ziekten – die volgens de Bijbel het gevolg zijn van de zondeval).
Maar variaties in het erfelijk materiaal die wel een bruikbare eigenschap opleveren zijn slechts nuttig om de soort te laten overleven in een veranderende omgeving (zoals een langere staart, een groter snaveltje, of een andere kleur huid). Dit soort variaties voegen geen nieuwe informatie toe.
In de schoolboeken
Wat wordt onze kinderen, of jou als student voorgehouden in de schoolboeken? Vinden we daarin de ‘bewijzen’ voor evolutie van eenvoudig naar complex? Laten we beginnen met een vreemd verschijnsel. Zie ook het volgende plaatje waarin verschillende door Haeckel getekende dierenembryo’s en een mensembryo naast elkaar zijn gezet. Dit keer met echte foto’s van de embryo’s eronder. Je ziet duidelijk het verschil.
Daar komt nog bij dat Haeckel de beesten die hij gebruikte in het voorbeeld bewust uitgekozen heeft omdat die het meeste op de mens lijken in een bepaald stadium. Hij heeft voor de amfibieën bijvoorbeeld een salamander gekozen, terwijl een kikker in dat stadium er heel anders uitziet. Sterker nog, hij heeft ook het stadium van ontwikkeling gekozen waarin de embryo’s het meest op elkaar lijken. In een vroeger stadium is er juist weer meer verschil.
Haeckel
Haeckel beweerde ook dat een embryo van een mens in een vroeg stadium kieuwspleten heeft. De tekeningen die hij maakte waren duidelijke vervalsingen en hij werd daarvoor in zijn eigen tijd al onderuit gehaald. We weten nu dat de huidflapjes die Haeckel voor kieuwen aanzag bij de mens helemaal niets met ademhaling te maken hebben.
Jonge studenten worden nog steeds met deze propaganda geconfronteerd. Door sommigen worden de schijnbare overeenkomsten toch nog gezien als bewijs voor gemeenschappelijke afstamming. Als er al vergelijkbare structuren zijn, dan zijn die veel beter te verklaren door uit te gaan van een gemeenschappelijk ontwerp.
Rudimentaire organen als bewijs? Dit zijn organen die niet helemaal ontwikkeld zijn of niet (meer) goed functioneren. De Bijbelse benadering: God heeft ze ergens voor gemaakt maar wij weten niet waarvoor, of ze hebben hun functie verloren. Er wordt vaak verondersteld dat de walvis afstamt van een soort landdier en dat hij nu nog botjes heeft die overgebleven zijn van wat ooit achterpoten waren. De botjes op zich zeggen ons niet dat ze ooit achterpoten geweest zijn.
Daar komt nog bij dat we van de walvis weten dat de botjes wel degelijk een functie hebben, net als de zogenaamde ‘rudimentaire achterpoten’ van een slang. Als ze ergens voor dienen, maar nu niet meer zo goed werken, dan is het een heel logische conclusie dat ze vroeger misschien beter gewerkt hebben, maar dat is nog geen bewijs voor evolutie van eenvoudig naar complex.
De appendix (hangt aan de blindedarm) en staartwervels hebben wel degelijk belangrijke functies. Zonder appendix heb je minder weerstand tegen ziektes en aan de staartwervels zitten veel belangrijke spieren. Is dit bewijs voor evolutie? Nee. Alle ‘rudimentaire organen’ hebben een functie of hebben die eens gehad.
Vinden we in fossielen dan bewijs voor ontwikkeling?
Men is tot deze conclusie gekomen omdat organismen die in hogere lagen in de aardkorst zitten jonger en over het algemeen ook complexer zijn dan organismen die in lagere lagen zitten. Men neemt aan dat de aardlagen gedurende een hele lange tijd gevormd zijn (het uniformitarisme van James Hutton: geologische processen gaan langzaam ), zodat er tijd is voor de veronderstelde evolutionaire ontwikkeling.
Bij deze denkwijze wordt geen rekening gehouden met de Zondvloed, de Grote Overstroming uit de Bijbel. In een dergelijke wereldwijde overstroming zouden de meeste lagen in enkele maanden tot jaren gevormd kunnen zijn. Bij het indelen van de aardlagen moet rekening gehouden worden met de reeds aanwezige lagen van vóór de zondvloed, maar ook de lagen die ontstaan zijn door vulkaanuitbarstingen en overstromingen van ná de zondvloed.
Evolutiegelovigen zoeken ‘overgangsvormen’. Gevonden skeletten van ‘aapmensen’ waren van uitgestorven apensoorten, misvormde mensen, of vervalsingen. Er worden wel af en toe ‘schakels’ aangedragen. Zo nu en dan wordt er een fossiel gevonden dat een overgangsvorm “zou kunnen zijn”, bijvoorbeeld tussen reptielen en vogels. Maar hier en daar een enkel veronderstelde overgangsvorm is nog geen bewijs voor een complete ketting. Voor een doorslaggevend bewijs heb je een nagenoeg onafgebroken stroom van aaneensluitende, steeds complexere vormen nodig en die is er gewoon niet.
Geologische ‘tijdschaal’?
De ‘geologische tijdschaal’ is nergens op aarde compleet. Hier en daar vinden we een aantal lagen boven elkaar, maar nooit de totale veronderstelde geschiedenis van de aarde. Zou dat wel zo zijn dan zou hij zo’n 150 km dik moeten zijn. Waar ze zo mooi op elkaar liggen zou je eerder de conclusie trekken dat ze snel na elkaar gevormd zijn in een grote overstroming en vulkaanuitbarstingen. Wanneer we de geschiedenis van de Zondvloed lezen, dan zien we een wereldwijde overstroming die precies dezelfde gevolgen had, maar dan op zeer grote schaal.
Zo groot zelfs dat vele levende wezens in de ramp omkwamen, snel begraven werden en fossiliseerden. We vinden vaak dode beesten in groepen bij elkaar begraven in allerlei verwrongen standen, alsof ze daar gedeponeerd zijn door een grote watersnoodramp. Dan werden ze bedekt met sediment en vervolgens fossiliseerden ze. Een proces dat altijd snel verloopt. Als een dood dier langzaam bedekt zou worden met sediment, zou het verrotten of worden opgegeten door aaseters.
Vinden we fossielen in deze volgorde in de aardlagen? Vaak wel, maar zeker niet overal. Tijdens de Zondvloed kunnen eenvoudige organismen eerst en ingewikkelde later begraven zijn, afhankelijk van: 1) Waar ze leefden 2) Hun drijfvermogen 3) Of en hoe snel ze konden vluchten en 4) Hun intelligentie. In welke aantallen ze voorkwamen tijdens de ramp bepaalt ook nog eens hoeveel we ervan in het fossielenarchief terugvinden.
Dat eenvoudige organismen vaak lager begraven liggen is om bovenstaande redenen te verwachten als je uitgaat van een wereldwijde overstoming. Op grond van het Bijbelse scenario kun je voorspellen dat levende wezens die sneller, groter en intelligenter zijn, ook later begraven worden. Mensen kunnen het langst van alle levende wezens vluchten voor natuurgeweld.
Misbruik
Hitler maakte misbruik van de evolutietheorie om te kunnen discrimineren. Wetenschappers weten nu wel dat alle mensen hetzelfde zijn; dezelfde kleurstof in de huid, alleen in verschillende tinten. Dat alle mensen dezelfde oorsprong hebben stond echter al lang in de Bijbel: (Hand. 17:26) “Hij maakte uit één man alle volken van mensen om te leven op de aarde.”
Niet alleen Hitler maakte misbruik van deze filosofie, maar ook andere dictators hebben geprobeerd mensen naar hun hand te zetten door op een sluwe manier op ze in te spelen. Het zit hem natuurlijk niet in de filosofie of religie zelf, maar in de mens die hem misbruikt voor zijn eigen doeleinden zoals macht, geld, seks, enz.
Romeinen 1:21,22,25
“Hoewel ze God kenden, verheerlijkten ze Hem niet en waren niet dankbaar; ze werden afvallig door hun verbeelding en hun dwaze hart werd verduisterd… Hoewel ze zich voordeden als wijs, werden ze dwaas. Ze veranderden de waarheid van God in een leugen en aanbaden en dienden het schepsel meer dan de Schepper.”
In 1933 gaf God aan Zuster Faustina een opmerkelijk visioen van Zijn barmhartigheid.
De zuster vertelt ons:
‘Ik zag een groot licht, met God de Vader in het midden daarvan. Tussen dit licht en de aarde zag Ik Jezus aan het kruis genageld, zodanig dat God, bij het willen aanschouwen van de aarde, doorheen de wonden van Onze Heer moest kijken en ik begreep dat God ter wille van Jezus de aarde zegende.’
Of in een ander visioen, op 13 september 1935, schrijft zij:
‘Ik zag een engel, de uitvoerder van Gods toorn… op het punt staan de aarde te treffen… Ik begon vanwege de wereld vurig tot God te smeken met woorden die ik innerlijk hoorde. Terwijl ik op deze manier bad, zag ik de hulpeloosheid van de engel en hij kon de rechtvaardige straf niet uitvoeren…’
De volgende dag leerde een innerlijke stem haar het Kroontje van de Goddelijke Barmhartigheid op de kralen van een gewone rozenkrans.
Jezus zegde later aan Zuster Faustina:
‘Bid het Kroontje dat Ik je geleerd heb onophoudelijk. Iedereen die dit bidt, zal grote barmhartigheid ontvangen in het uur van de dood. Priesters zullen het zondaars als laatste hoop aanbevelen. Zelfs de meest verharde zondaar zal, als hij dit Kroontje slechts één keer bidt, de genade van Mijn oneindige barmhartigheid ontvangen. Ik wil onvoorstelbare genaden schenken aan diegenen die op Mijn barmhartigheid vertrouwen.’ ‘Wanneer zij dit Kroontje bidden in aanwezigheid van de stervende, zal Ik – niet als de Rechtvaardige Rechter maar wel als de Barmhartige Redder – tussen Mijn Vader en de stervende persoon staan.’
zuster Faustina
Het Kroontje van de Goddelijke Barmhartigheid
Het kruisteken :
In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest Amen.
Onze Vader…
Wees gegroet …
Geloofsbelijdenis :
Ik geloof in God, de almachtige Vader,
Schepper van hemel en aarde;
en in Jezus Christus, zijn enige Zoon, onze Heer;
die ontvangen is van de heilige Geest,
en geboren uit de maagd Maria;
die geleden heeft onder Pontius Pilatus,
gekruisigd is, gestorven en begraven;
die neergedaald is ter helle,
de derde dag verrezen uit de doden;
die opgevaren is ten hemel,
en zit aan de rechterhand van God, zijn almachtige Vader;
vandaar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden.
Ik geloof in de heilige Geest;
de heilige katholieke Kerk;
de gemeenschap van de heiligen;
de vergiffenis der zonden;
de verrijzenis van het lichaam;
het eeuwig leven. Amen.
Op de grote kralen van de rozenkrans :
Eeuwige Vader, ik offer U op het Lichaam en het Bloed, de Ziel en de Godheid van uw Welbeminde Zoon, Onze Heer Jezus Christus, tot vergeving van onze zonden en die van heel de wereld.
Op de kleine kralen :
Door het smartelijk lijden van uw Zoon,
heb medelijden met ons en met heel de wereld.
Op het einde driemaal :
Heilige God, Almachtige God, Eeuwige God,
heb medelijden met ons en met heel de wereld.