Tagarchief: God

Belangrijke oersymbolen

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

De aarde is van oudsher het symbool van “moeder” . De eerste bouwwerken waren kunstmatige heuvels die de buik van de zwangere vrouw symboliseerden. De vrouw en de aarde werden gezien als beginsel van vruchtbaar-heid. Deze symboliek vinden we terug bij de megalietenbouwers en bij de bouwers van de dolmen. De dolmen symboliseren de baarmoeder. Deze kunstmatige heuvels, megalieten of dolmen werden gebouwd op plaatsen waar de thallurische energie het sterkst was, waar de aarde het meest genezend, dwz. het meest “moeder” was.

 

 

oersymbool aarde

 

.

Getallen zijn symbolen waarmee we dagelijks geconfronteerd wordenIn de oudheid was het getal de uitdruk-king van de kosmische wetmatigheid. De mens zag fenomenen zoals de zon, maan, sterren en seizoenen. Hij legde verbanden en drukte ze uit in getallen. De mens zag de wetmatigheid van de kosmos en interpreteerde dit niet wetenschappelijk maar sacraal.

Zo drukte elk bouwwerk deze kosmische wetmatigheid uit en dienden zij om deze kosmische wetmatigheid te versterken. De bouwwerken werden opgericht volgens strikte geometrische patronen. Op zichzelf zijn deze geometrische figuren symbolen. De Kabbalah, een belangrijk begrip in de joodse filosofie, is gebaseerd op getallensymboliek.

 

 

Figuur2

 

.

De cirkel is het symbool van oneindigheid, van perfectie en bijgevolg van God. Het is het natuurlijke symbool van zon en maan. Voor de primitieve mens waren de  zon en maan gelijkwaardig. Visueel zijn ze ook even groot. De eerste woningen waren cirkelvormige tenten. De eerste dansen waren cirkeldansen, zij brachten de mens in trance en gaven een gevoel van heelheid.

De voorstelling van de steen der wijzen, de ridders van de ronde tafel, de slang in de vorm van een cirkel die in haar eigen staart bijt was bij de gnostici het symbool van de wijsheid en van de onsterfelijkheid. God wordt beschreven als een cirkel waar de omtrek nergens en het middelpunt overal is.

 

.

img444 circels

 

.

De driehoek is een oersymbool dat overeenkomt met de fysische vorm van het vrouwelijk geslachtsorgaan. De drie hoeken zijn de drie aspecten van de vrouw.
1. de vrouw als maagd (sacraal: als priesteres)
2. de vrouw als moeder (het leven gevend beginsel)
3. de vrouw als minnares (minnares van God, brengster van tederheid, de bezorgde en de verleidster)

Deze drie godinnen zijn één, de driehoek is dan ook het symbool van de drie-eenheid. Over het woord “maagd” zijn heel wat misvattingen. De orthodoxe opvatting over het woord maagd is zeker niet de oorspronkelijke bete-kenis zoals die door de evangelisten bedoeld werd. Het gaat niet over het biologisch feit maagd te zijn maar over de kwaliteit van het bewustzijn. Christus werd geboren uit een maagd waarmee men bedoelt dat Hij werd gebo-ren uit het onbevlekte bewustzijn. Het maagd zijn van O.L.Vrouw dienen we te interpreteren niet als een biolo-gisch feit maar in de zin van een vrouw van zuiver en onbevlekt bewustzijn. De driehoek is ook het symbool van God en van Satan. In de gnostiek, het dualisme, zijn God en Satan niet los van elkaar te koppelen.

.

.

 

 

 

Het punt is het perfecte symbool. Het is in de astrologie het symbool voor de zon. Een cirkel met in het middel-punt een punt is het symbool van de mens. De mens is het punt, de cirkel symboliseert de begrenzing van zijn wereld. In de slaap is het bewustzijn een punt, een lichtpunt. 

.

9529a743ca063427909bd51d1c7408c5 punt 

 

De spiraal is het symbool van de spirituele groei. De spiraal drukt het cyclisch karakter uit van alles. Het menselijk bestaan is cyclisch, het komt steeds terug, maar niet zoals bij een cirkel, wel op een steeds hoger of lager niveau. De mens zoekt zijn weg in een spiraal.

 

.

 

spiraal1

 

.

 

De mandala (Sanskriet voor cirkel) is een cirkel in 64 delen opgedeeld en is het symbool van energie en kracht. De mandala drukt een hogere waarneming uit van een bepaald aspect van het universum. De mandala symboli-seert kracht en energie en is er een abstracte voorstelling van.

 

 

mandala paarden

 

 

.

Het medicijnwiel (soort indiaanse mandala) is eveneens het symbool van kracht. Alles wat kracht geeft is cirkel-vormig. Een draaiende beweging van het rad geeft ons het beeld van een spiegel. Door de spiegel doorziet men het leven. Het is ook een verzameling van kruisen die in een cirkel gevat zijn.

 

 

.wielmedicijnwiel

 

.

Het hexagram, Davidster, Salomonszegel of zespuntige ster bestaat uit twee in elkaar geschoven driehoeken en wordt de laatste decennia helaas geassocieerd met de Jodenster uit het Derde Rijk. Een symbool dat afkeer, schuldgevoelens en haat oproept. Dit oeroude en wijdverbreide symbool dat we tot in de verre oudheid terug-vinden betekent echter heel wat anders.

Wanneer we het hexagram goed bekijken onderscheiden we twee in elkaar geschoven driehoeken. De driehoek met de punt naar onder symboliseert de vrouw en het vrouwelijke. De driehoek met de punt naar boven symbo-liseert de man en het mannelijke. De vrouwelijke driehoek staat voor water, de delta. De mannelijke driehoek voor het vuur en het vurige.

Waarom werd dit symbool dan voor de Joden gebruikt? De zeshoekige ster werd door koning Salomon, zoon van David, vandaar Davidster of Salomonszegel, gebruikt om God te symboliseren. Zoals we weten kent het Judaïsme geen afbeeldingen of voorstellingen van God. De ster symboliseert Jahwe en werd gedragen door de koningen van Juda (door de koninklijke messiassen, niet door de profetische of de priesterlijke).

 

.

salomonszegel

 

 

 

De swastika (Sanskriet: “het is goed”) is het symbool van welzijn en geluk. Het symboliseert de wentelgang van de vier seizoenen van het ronddraaiend jaar en van oneindigheid. De swastika is bij de Boedhisten het symbool voor de zon. In het oude China staat het hakenkruis symbool voor de oriëntering naar de vier windstreken en wordt het gebruikt om het getal tienduizend (oneindig) aan te duiden.

De oorsprong van de kruisvorm (het Grieks kruis met de gelijke balken) kan een combinatie zijn van vertikale en horizontale balken (geest en materie) of van een orientatie-situatie N-O en Z-W. Het kan refereren naar de recht-opstaande mens met gespreide armen. In de Islam is het kruis het symbool van de universele mens.

Het kruis is ook het symbool van de antichaos, het symbool van de ordening en voor het evenwicht in de mens, in het leven, in de natuur en in de kosmos. Het kruis verdeelt een vlak in vier delen, wat visueel een sterke indruk maakt en vaak als schending van een oppervlak ervaren wordt. Het is dus niet verwonderlijk dat het kruis aan-dacht opeist.

Bij de Maya’s verwijst het kruis naar de kosmische indeling in vier windstreken met als vijfde deel het centrum: de mens zelf. Bij de oud-Egyptenaren gebruikte men het kruis in de hiërogliefen om vernietiging en wraak uit te drukken. Bij de Indianen van Noord-Amerika en Canada is het kruis een antropomorf oriëntatiebeeld (antro-pomorf is de menselijke godsvoorstelling).

De top van het kruis wijst naar de richting van de koude noorderwind, de linkerkruisarm of oostelijke symboliseert het hart en de liefde. De rechterarm is de richting van de vriendelijke westenwind, de plaats van de longen waar-van de adem uitgaat en de voet van het kruis symboliseert de brandende zuidenwind en is het symbool voor de vurige passie. In de symboliek van vele Afrikaanse stammen verwijst het kruis naar de kosmos, naar de sterren of naar hemellichamen.

 

 

Gelukssymbolen met swastika

 

.

 

Het Sint-Andrieskruis (gekanteld kruis of de x-vorm) is een oorspronkelijk runeteken dat de betekenis heeft van geven. Sinds de vroegste geschiedenis van de beschaving wordt het gekantelde kruis gebruikt om een snijpunt van wegen aan te geven. Het Andrieskruis heeft in tegenstelling tot het Griekse kruis een meer dynamisch en spiritueel actief karakter.

 

.

nummer-23 st andreiskruis

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

John Astria

 

 

 

Een Maria-meditatie

Standaard

categorie : religie

 

 

 

“Kijk in je hart naar het beeld dat Ik je zal tonen. Het is het beeld dat Mijn hoedanigheid als Meesteres van alle zielen ten volle tot uitdrukking brengt. Ik zal dit beeld voor eeuwig in je hart branden”.

 

.

8d1e2970ae3eae983f43b2b86a9ef7ac

.

 

 

Neem deze tekst goed door en visualiseer het tafereel ; vraag dan om een gunst

.

Ga op een zachte ondergrond liggen en ontspan je, let op je ademhaling en zet alle zorgen van de dag opzij. Neem daar je tijd voor.

 

  •  zie de bovenste glooiing van een bol, die de wereldbol voorstelt.
  • Op de bol staat een gouden troon. Bovenop de rugleuning van de troon zie je een lelievormig schild met daarop in sierlijke letters MDA (= Maria Domina Animarum, Maria Meesteres van alle Zielen).
  • Op de troon zie je Maria zitten. Ze draagt een wit kleed met daarover een mantel in een prachtige hemelsblauwe kleur zoals je die op deze wereld nooit gezien hebt. Over Haar hoofd hangt een schitterend goudkleurige gordel (een lint met een breedte van ongeveer 5 cm), die aan beide zijden van Haar hoofd naar beneden hangt zodat de beide uiteinden telkens buiten de armleuningen van de troon vallen en tot tegen de aardbol reiken.
  • Zie hoe Maria in de rechterhand een gouden scepter bekleed met veelkleurige edelstenen houdt. Haar linkerhand rust losjes op het voorste uiteinde van de linker armleuning. Acht van Haar vingers zijn getooid met edelstenen in verschillende kleuren (elke steen een andere kleur: de zeven kleuren van de regenboog, plus één waaruit intens goudkleurig licht straalt). De gekleurde stralen uit elk van de edelstenen verspreiden zich als lichtbundels naast Maria en vóór Haar voeten weg over de hele aardbol.
  • Op Maria’s hoofd, bovenop de goudkleurige gordel, staat een gouden kroon bekleed met veelkleurige edelstenen.
  • Bovenaan het beeld zie je de Godheid in de vorm van een verblindend wit Licht, zoals een schitterende zon, met in het midden een kruis waaruit druppels bloed vallen. Vanuit deze “zon” schiet een brede bundel schitterend wit licht omlaag, om halverwege tussen de “zon” en het hoofd van Maria over te vloeien in de Heilige Geest in de gedaante van een witte Duif.
  • Merk hoe binnenin deze Duif het wit Licht opgesplitst wordt in de zeven kleuren van de regenboog. Aan de onderzijde van de duif vertrekt een zevenkleurige stralenbundel omlaag, die breder wordt naarmate hij het hoofd van Maria nadert. Op het punt waarop deze bundel het hoofd van Maria raakt, heeft hij de breedte van Haar hoofd, zodat het lijkt alsof Haar hoofd omhuld wordt door een regenboog.
  • Je ziet het hart van Maria dat lijkt op een zon van schitterend gouden licht.
  • Aan beide zijden van Maria zie je massa’s engelen, die diep geknield liggen met het hoofd naar Maria toe. Het lijkt alsof al deze engelen “zweven” (zij raken geen grond).
  • Neem waar dat Maria’s rechtervoet op het gelaat van een duivel rust, die op het aardoppervlak ligt. Zijn kop is naar Maria toe met het gelaat naar links gedraaid, zodat het lijkt alsof de tenen van Maria’s rechtervoet op zijn wang rusten.
  • Maria’s linkervoet rust op de aardbol. Vóór deze voet liggen drie duivelse gestalten geknield, die met angstige blik naar deze voet kijken. Onder deze duivelen lijkt het aardoppervlak geopend en zie je de vlammen van de hel.
  • Aan Maria’s rechterzijde, tussen de engelen en het aardoppervlak, zie je een nevel waarin enkele gestalten eveneens geknield liggen. Deze nevel stelt het vagevuur voor. De nevel wordt bestraald door de goudkleurige straal uit één van Maria’s vingers.
  • Zie hoe Maria naar je kijkt, smeek om via Haar voorspraak te krijgen bij Christus om vergeving van je zonden te bekomen, bid 7 Weesgegroeten en vraag je eerbare gunst.

.

 

Maria Domina Animarum

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Toelichting bij de meditatie

.

 Ziehier de betekenis van de hele symboliek zoals de Meesteres van alle zielen deze openbaart:

 

  • De Godheid heeft geen gestalte, Zij is puur Licht. In het centrum van het Goddelijk Licht staat het Kruis van Gods Zoon, met het Bloed waarmee Hij alle Genaden heeft ontsloten.
  • De Goddelijke Mysteries werken zich uit via de Heilige Geest. De uitsplitsing van het Goddelijk Licht in de Heilige Geest symboliseert het feit dat Gods Geest alle mogelijke Goddelijke Genaden “in opneembare vorm” naar de zielen stuurt.
  • Het hoofd van Maria wordt als het ware omhuld door de regenboog der genaden. Dit symboliseert het unieke voorrecht van de volheid der genade, die onder alle geschapen wezens slechts in Maria aanwezig is. Deze volheid van genade verheft Maria tot de unieke positie waarin Zij de uitvoerende macht van God Zelf over alle wezens kan uitoefenen.
  • Zij is omhuld door het Goddelijk Licht, wat betekent dat Zij de volheid van het Goddelijk Leven in Zich draagt, en dus ook totaal één is met Gods Wil. Hierdoor is Haar macht volkomen: elke uiting van Haar Wil geldt voor God als een uiting van Zijn Wil, en moet door alle schepselen worden aanvaard en gehoorzaamd als een uiting van Gods Wil.
  • Maria zit op een gouden troon. Deze symboliseert het feit dat Zij verheven is tot Koningin over alles wat onder God staat. Goud is de Goddelijke kleur, de kleur van de onbegrensde heiligheid en de waardigheid.
  • Maria draagt een gouden kroon bezet met veelkleurige edelstenen. De kroon is symbool voor het koningschap, de gouden kleur symboliseert het Goddelijke, de veelkleurige edelstenen symboliseren nogmaals de volheid der genaden en het feit dat God al Zijn eigenschappen in Haar heeft laten overvloeien voor de uitoefening van Haar unieke roeping als Meesteres van alle zielen.
  • De top van de rugleuning van Maria’s troon is een lelievormig schild met de initialen MDA (Maria Domina Animarum, d.w.z. Maria Meesteres van alle zielen), om aan te duiden dat Haar hoedanigheid als Meesteres van alle zielen Haar is geschonken op grond van Haar onbevlekte zuiverheid en heiligheid (gesymboliseerd door de lelie). Volmaakte zuiverheid is de eigenschap waardoor een ziel Gods Licht TOTAAL in zich kan opnemen en verder uitstralen. Dit geldt voor geen enkele ziel buiten Maria, zodat van Haar kan worden gezegd dat Zij de Spiegel van God is.
  • Maria draagt een wit kleed, symbool voor Haar onbevlekte zuiverheid. De hemelsblauwe mantel symboliseert Haar ziel die de absolute volmaakte innerlijke Vrede in zich draagt, zoals deze anders slechts in het Hart van God Zelf te vinden is. Het lichtblauwe van een wolkenloze hemel symboliseert de diepe Vrede in haar hart, het goudkleurige lint over haar hoofd staat voor het feit dat Haar hele Wezen omhuld is in Goddelijke eigenschappen en uitwerkingen van de Goddelijke genade. Dit lint raakt aan beide zijden van de troon de aardbol, tot symbool voor het feit dat Maria Haar heerlijkheid over de zielen wil uitspreiden.
  • Maria’s Hart is een zon van schitterend gouden licht. Dit verwijst naar de absolute vlekkeloosheid van Maria’s innerlijke gesteldheden, het feit dat Zij totaal vervuld is van heiligheid en Goddelijk Leven, en het feit dat Haar macht zich uitwerkt door Haar onvergelijkbare Liefde.
  • Haar Hart is als een gouden zon. God wil hierdoor aanduiden dat Maria bij Goddelijk Besluit als het ware Goddelijke macht uitoefent, en dat Zij dit doet door de volheid van de Liefde, die letterlijk de drijvende kracht van de hele schepping is.
  • Maria’s rechterhand draagt een gouden scepter wat betekent dat Zij macht over alles heeft. De veelkleurige edelstenen op de scepter verwijzen naar deze macht die ontspringt uit de volheid van de Goddelijke genade. Haar linkerhand rust losjes op de linker armleuning wat de ongedwongenheid waarmee Zij Haar Glorie draagt benadrukt en Haar macht over de schepping aanwendt.
  • Acht van Haar vingers zijn getooid met edelstenen. Deze staan voor Maria’s rol als Middelares en Uitdeelster van alle Goddelijke genaden. Zij laat deze als stralen van gekleurd Licht (elementen van Goddelijk Leven) over alle zielen uitstralen. De edelstenen verspreiden de zeven kleuren van de regenboog die samen alle Goddelijke genaden symboliseren, en bovendien de gouden kleur tot voltooiing van de heiliging. Om deze reden bestraalt de gouden lichtbaan het vagevuur voor de loutering van de zielen die daar verblijven, en symbool voor het feit dat deze zielen hun loutering voltooien met de ondersteuning van de genaden die door Maria over hen worden uitgestort.
  • Maria’s troon staat op de aardbol, aan Haar is de macht over al het geschapene gegeven. Ook Haar linkervoet rust op de aardbol, tot teken voor Haar onbegrensde macht over alles op de wereld.
  • Maria’s rechtervoet rust op een duivel, Zij heeft voor alle eeuwigheid de duivel in Haar macht. Zij is hem gedurende Haar hele aardse leven de baas geweest, het volstaat dat één voet op hem rust om hem machteloos te maken. Zo zal Maria met de satan onder Haar voet in de volheid van de tijd aan de hele schepping verschijnen tot verkondiging van Haar meesterschap over alle zielen en van Haar definitieve overwinning over alle duisternis en alle werken der duisternis.
  • De houding van deze verslagen duivel draagt op zich nog verdere symbolen in zich: hij ligt op de aardbol, die hij wilde inpalmen, met de kop naar Maria toe gericht. Hij belaagt Maria en Haar getrouwen omdat zij zijn ultieme vijanden en hinderpalen zijn. De duivel ligt met de kop schuin gedraaid onder Maria’s voet. Zij heeft zijn kop, symbool voor zijn hoogmoed, onder Haar voet tegen de aarde gedrukt. Het feit dat Maria’s tenen niet op de schedel maar op de wang rusten, symboliseert de allerdiepste vernedering voor de duivelse gestalte.
  • Vóór Maria’s linkervoet liggen duivelen geknield, met onder hen de vlammen van de hel. Maria toont hierdoor Haar onbegrensde macht over alle duivelen en alle krachten der duisternis. De angstige blik in de ogen van de duivelse gestalten die naar Haar voet kijken, symboliseert het besef van hun machteloosheid jegens Haar. Dit beeld drukt eveneens het feit uit, dat het de satan bekend is, dat op zekere dag zijn kop door de voeten van de Meesteres van alle zielen zal worden verpletterd.
  • Aan beide zijden van Maria’s troon liggen zeeën van engelen geknield met het hoofd naar Haar toegewend, als symbool voor Maria’s meesterschap over alle engelen.

 

 

6701558 maria en duivel

 

.

 

Het totaalbeeld is dat van de Koningin en Meesteres over ALLES,

door volheid van Goddelijke genade.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

 John Astria

John Astria

De Bijbelse Oudheidkunde

Standaard

categorie : religie

 

 

.

De Bijbelse Oudheidkunde is de wetenschap die een beschrijving geeft van het leven op het terrein van de bijzondere Godsopenbaring (zoals overgeleverd in de Bijbel) , met zijn verschillende toestanden, instellingen, zeden en gewoonten.

 

 

oude Bijbelse geschriften, de dode zee-rollen

oude Bijbelse geschriften, de dode zee-rollen

 

.

 

Inleiding

.

Nut

 

Voor een goed begrip van de Bijbel, in het bijzonder van de Bijbelse Geschiedenis, is het nodig om enigszins bekend te zijn met de Bijbelse Oudheidkunde.

.

 

Stof

 

De naam Israëlitische Oudheidkunde moet als te beperkt worden verworpen. Pas na de uitleiding uit Egypte treden de nakomelingen van Abraham, Izaäk en Jakob in de geschiedenis op als het volk Israël. Bij de Sinaï heeft God hen geformeerd tot een volk, en aangenomen tot Zijn volk, dat tot op Christus’ komst drager van Zijn bijzondere openbaring zijn zou. Aangezien echter de bijzondere openbaring niet eerst toen, maar al direct na de zondeval begonnen is, moet de Oudheidkunde ook van hen, die van Adam af met deze openbaring werden bedeeld, het leven en de leefvormen beschrijven, althans voor zover dit mogelijk is.

.

 

Gegevens

 

Wat de tijden vóór Mozes aangaat, staan ons niet veel gegevens ter beschikking. Aan het tijdperk van Adam tot Abraham worden in de Schrift slechts enkele bladzijden gewijd. Wel valt er meer te beschrijven over het tijdperk van Abraham tot Mozes, maar kan er zeker geen volledige beschrijving van de Oudheidkunde in dit tijdvak gege-ven worden. En het weinige, dat meegedeeld word, geeft wel enig inzicht in het godsdienstig leven, maar biedt heel weinig gegevens over het burgerlijk-maatschappelijk leven.

.

 

Indeling

 

Wat de indeling van de voorhanden stof betreft, verdient het de voorkeur, om eerst het godsdienstig leven, en vervolgens het persoonlijk en huiselijk, het maatschappelijk en staatkundig leven te beschrijven. Als bezwaar wordt hiertegen ingebracht, dat het natuurlijke eerst is, daarna het geestelijke, en dat de bijzondere openbaring altijd begint met in het natuurlijk leven in te gaan. Dit bezwaar is niet helemaal ongegrond. Het kan niet worden ontkend, dat de goddelijke instellingen en gebruiken het natuurlijk leven veronderstellen en zich daarbij aansluiten.

Anderzijds mag echter niet worden voorbijgezien, dat juist op het terrein van de bijzondere openbaring heel het leven door de dienst van God wordt beheerst en gedragen. Het is, om een voorbeeld te noemen, de roeping van en de belofte aan Abraham, die de levensgang van de aartsvaders bepaalt. Met name bij Israël is het burgerlijk-maatschappelijk leven niet los te denken van het godsdienstige leven. Heel de nationale ontwikkeling van Israël hangt ten nauwste samen met zijn verkiezing en bestemming tot volk van God.

.

 

oude gebouwen uit de tijd van koning David

oude gebouwen uit de tijd van koning David

 

.

 

Het godsdienstig leven vóór Mozes

.

Terstond na de geschiedenis van de zondeval (Gen. 3 : 1) lezen we van het offer, door Kaïn en Abel gebracht (Gen. 4 : 1). In het algemeen heeft het offer ten doel, de gemeenschap met God te zoeken, door Hem een stoffelijke ga-ve aan te bieden. Vóór de val wijdde de mens zichzelf met al het zijne de Heere toe. Maar door de zonde werd de gemeenschap met God verbroken. Toen heeft God Zelf de gevallen mens opgezocht, hem de belofte geschonken van het vrouwenzaad, (Gen. 3 : 15).

Kaïn en Abel zijn de eersten, van wie wij lezen, dat zij hebben geofferd, kennelijk met het doel, Gods gemeen-schap te zoeken, een blijk van Zijn gunst te ontvangen, door Hem met welgevallen te worden aangezien. Een andere onderscheiding dan die tussen bloedige en onbloedige offers, (Gen. 4 : 3 en 4) werd blijkbaar nog niet gemaakt.

Uit het feit, dat er vóór Abraham alleen van brandoffers sprake is, niet van zonde- en schuldoffers, mag niet wor-den afgeleid, dat de behoefte aan verzoening niet werd gekend. Pas bij Noach lezen we van een altaar, (Gen. 8 : 20) waaruit echter niet volgt, dat er vóór de zondvloed niet op een altaar zou zijn geofferd. In de dagen van Seth, na de geboorte van Enos (Gen. 4 : 26) “begon men de Naam van de Heere aan te roepen”, d.w.z. er werd een begin gemaakt met de openbare godsdienstoefening. Op geregelde tijden kwam men samen tot gemeenschap-pelijke verering en offerande.

.

 

Altaren

 

Van de aartsvaders Abraham, Izaäk en Jakob, weten wij, dat zij op de plaats waar de Heere hun verscheen, of waar zij zich voor enige tijd dachten te vestigen, altaren bouwden, om God hun offers te brengen en daar in het gebed tot Hem te naderen, (Gen. 12 : 7 – 13 : 4 – 21 : 33 – 26 : 25). Deze altaren waren hoogten, gebouwd van ongehou-wen stenen of van graszoden, en stonden in de open lucht of onder de schaduw van een boom. Het offer werd gebracht door de huisvader. Een speciaal ingesteld priesterschap kent de patriarchale tijd niet.

 

.

Besnijdenis

 

Aan Abraham werd reeds als een blijvende instelling de besnijdenis bevolen. Op zijn 99 ste jaar sprak de Heere tot hem: Dit is Mijn verbond, dat gijlieden houden zult tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk is, u besneden worde” (Gen. 17 : 10). Deze besnijdenis, die op de achtste dag moest plaatshebben, was dus een teken en een zegel van het verbond, dat tot inhoud had: “u te zijn tot een God en uw zaad na u” (Rom. 4 : 11). De wegsnijding van de voorhuid, dat in de regel door de huisvader met een stenen en later met een stalen mes gedaan werd, was een zegel van de wegneming van “de voorhuid des harten” en van “de besnijdenis des harten”, dat is van het zondige hart, de vleselijke natuur, waaruit de zonden voortkomen.

Ook ingeborene en gekochte slaven, alsook inwonende vreemdelingen, waren aan het bevel van de besnijdenis onderworpen (Gen. 17 : 12 en 13). Lang vóór Abraham werd al bij de Egyptenaren en andere volken uit de oud-heid de besnijdenis toegepast als een soort van gezondheidsmaatregel, en dan niet voor elke man uit het volk, maar alleen voor de priesters, terwijl van een besnijdenis van kinderen nooit sprake was. De moslims voltrekken ze, ook nu nog, pas op hun 13e jaar (Gen. 17 : 25).

Zoals God niet pas tijdens Noach de regenboog in het aanzijn riep, maar die voortaan stelde tot een teken van Zijn verbond, zo sloot Hij, toen Hij aan Abraham de besnijdenis gaf, Zich aan bij een reeds onder andere volken bestaand gebruik, maar bepaalde daarvoor wel een geheel nieuwe manier van bediening, en gaf daaraan ook een geheel nieuwe, geestelijke betekenis.

.

 

Eed zweren

 

Bij de aartsvaders lezen we voor het eerst van het eed zweren. Toen God aan Abraham de belofte van het verbond gaf, zwoer Hij bij Zichzelf, dat Hij bij niemand die meerder was, had te zweren (Gen. 22 : 16 tot 26) en (Hebr. 6 : 13). Abraham liet zijn knecht zweren bij de Heere, de God des hemels en der aarde (Gen. 24 : 2 en 3). Jakob zwoer bij de vreze van zijn vader Izaäk: (Gen. 31 : 53)  “dat is, bij God, Die zijn vader Izaäk met grote eerbied en godvruchtigheid diende”. Bij het zweren werd de hand opgeheven tot de hemel (Gen. 14 : 22) of gelegd onder de heup van hem, die de eed vroeg (Gen. 24 : 2 tot 9 – 47 : 29)  (Gen. 21 : 23 – 24 : 31 – 25 : 33 – 26 : 31 – 47 : 31 – 50 : 25).

.

 

Zegening

 

Ook de patriarchale zegening was een godsdienstige handeling. Hierbij traden de aartsvaders op als profeten, wat onder meer hieruit blijkt, dat zij de zegening niet gaven aan de kinderen, voor wie zij een zekere voorliefde had-den (Gen. 27 : 27 en 39 en 49 – 48 : 14). Abraham heeft Izaäk niet gezegend; dat Izaäk de erfgenaam van de be-lofte zou zijn, was boven alle twijfel verheven. De zegening van Izaäk moest echter het onderscheid tussen Jakob en Ezau, de zegening van Jakob het onderscheid tussen Juda en zijn andere zonen openbaren en in de historie vaststellen.

.

 

Afgoderij

 

Hoewel de aartsvaders zich zelf vrij hielden van alle afgoderij, sloop deze nochtans hun tenten binnen. Rachel stal de terafim van haar vader (Gen. 31 : 19) en Jakob moest, vóór hij zijn gelofte te Bethel kon vervullen, de vreemde goden en de (waarschijnlijk als amuletten gedragen) oorsierselen van zijn huisgenoten wegdoen (Gen. 35 : 2).

 

 

Aanbidding van de Mammon, de geldgod

 

Pasteltekening van John astria

.

 

Egyptische invloed

 

Van het godsdienstig leven van de kinderen Israëls tijdens hun verblijf in Egypte wordt in de Schrift weinig mee-gedeeld. De godvruchtigen hebben stellig geleefd bij de beloften, aan de vaderen gedaan, en de hoop vastge-houden op het toekomstig bezit van Kanaän (Ex. 4 : 29 tot 31). Dat de sabbat in ere werd gehouden, kan als zeker worden aangenomen; uit het feit, dat er op de sabbat geen manna viel, blijkt dat hij door Israël vóór de wetge-ving al werd gevierd (Ex. 16 : 23 tot 30). In Egypte werden de afgoden door velen gediend (Lev.17 : 7) (Ez. 20 : 7 tot 9). In de latere geschiedenis komt telkens uit, hoezeer de zeden en gewoonten van de Egyptenaren invloed op de Israëlieten hebben uitgeoefend. Zeer waarschijnlijk heeft de herinnering aan de stierdienst in Egypte geleid tot het maken van het gouden kalf bij de Sinaï  (Ex : 32).

 

 

Byzantijnse kerk met mogelijk het graf van Zacharia

Byzantijnse kerk met mogelijk het graf van Zacharia

 

.

 

Het godsdienstig leven bij het volk Israël

.

Uit kracht van het verbond met Abraham waren de kinderen Israëls ten allen tijde een afgezonderd geslacht. Daarom noemt de Heere hen, in opdracht aan Mozes, “Mijn volk”(Ex. 3 : 7 en 10). Voor het eerst bij de Sinaï echter worden ze daadwerkelijk geformeerd tot een volk, en gaat de belofte in vervulling: “Ik zal ulieden tot Mijn volk aannemen en Ik zal u tot een God zijn”(Ex. 6 : 6). Uit kracht van de genadige betrekking, waarin God Zich tot Israël stelt, in onderscheiding van andere volken, geeft Hij het volk Zijn wetten en inzettingen, die alle rusten op de Wet, nl. de Wet van de tien geboden (Ex 20 en Deut 5).

God, Die heilig is, had Israël verkoren om een heilig volk te zijn en zich Hem geheel en al toe te wijden. Israël was dat, wanneer het in- en uitwendig, in geloof en levenswandel, zich gedroeg overeenkomstig de wetten, welke God bij de Sinaï gaf. Deze heiligheid, waartoe Israël geroepen was, sloot niet alleen de zedelijke heiligheid in, die in de wet van de tien geboden, maar ook de ceremoniële heiligheid, die in de schaduwachtige wetten wordt ge-vraagd. Deze laatste, die in Christus en Zijn gemeente hun vervulling verkrijgen, bevatten wat door God was bepaald omtrent:

  • plaatsen van de offerdienst (tabernakel, tempel),
  • voor de dienst van God uitverkoren personen (levieten, priesters),
  • bepaalde godsdienstige handelingen (offeren, reinigen, besnijden, geloften doen, bidden en zegenen, verbannen, wijden eerstgeborenen, eerstelingen en tienden, zalven, gewijde zang en muziek) en
  • bijzondere tijden (dagelijks offers, sabbat, maandsabbat, sabbatsjaar, jubeljaar, feesttijden, verzoendag).

 

.

Israël, het volk van God

Israël, het volk van God

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

John Astria

Wat is de Bijbelse Profetie?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5

Openbaring hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Inleiding

.

Onze huidige tijd is er een van revolutionaire veranderingen waar geen enkele andere tijd mee te vergelijken en geconfronteerd is. Het is dan ook niet vreemd dat veel mensen zich vragen beginnen te stellen over de toekomst. Allerlei prognoses, hypothesen en fantasieën doen de ronde maar er niemand die weet waar het met de wereld naar toe gaat.

Als christenen hoeven wij niet in het onzekere te verkeren voor wat betreft onze toekomst en die van de wereld waarin wij leven. God heeft ons in zijn Woord duidelijk de contouren geschetst van zijn plan met deze wereld en wij kunnen daarvan kennis nemen middels de Bijbel. De Heer Jezus zegt dat wanneer de heilige Geest zal komen dat Deze ons zal inlichten over de toekomstige dingen (Joh.16:13).

 

‘En zo hebben wij het profetisch woord des te vaster, en u doet er goed aan daarop acht te geven als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten’ (2Petr.1:19).

 

In de christelijke traditie wordt Bijbelse profetie nadrukkelijk onderscheiden van waarzeggerij, wichelarij, uitleggen van voortekenen, tovenarij, bezweringen en ondervragen van doden (spiritisme). Ongeveer een vierde van de Bijbel is profetie om te ontdekken dat God in controle is en bezig is zijn plan ten uitvoer te brengen.

 

.

 

Wat is profetie?

.

Het begrip profetie in Bijbelse zin heeft een bredere betekenis dan alleen maar toekomstvoorspelling. Profeet zijn is spreken namens God tot mensen, zowel voorzeggend als voortzeggend. Zo’n ‘godsspraak door profetenmond’ kan troostend, vermanend of oordelend van aard zijn. De godsspraak kan ook geuit worden in de vorm van een lied (zoals bij Mozes, Mirjam, Hanna, Maria en in de Psalmen) en kan soms ook betrekking hebben op een gebeurtenis in de nabije of verre toekomst.

Veel oudtestamentische profetieën riepen op tot herstel of handhaving van de Wet, en kondigden oordelen aan wanneer het verbond met God verbroken werd. In Bijbelse tijden werden door middel van profetie mensen geroepen tot het koningschap (zoals Saul, David, Jehu) of tot gemeentelijke taken (zie bijvoorbeeld Hand.13:2).

Bijbelse profeten profeteerden volgens eigen zeggen niet uit zichzelf (vgl. Am.3:7; Jer.23:18). Apostel Petrus schreef hierover:

 

‘Want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken’ (2Petr.1:21).

 

De profeet Jeremia beschreef in zijn zielenstrijd dat de kracht van de Geest van God voor een goedwillende profeet nagenoeg onweerstaanbaar was (Jer.20:7-9).

Ook het tweede deel van de Bijbel, het Nieuwe Testament, is vol profetie. Zacharias en Elizabeth, Maria, Simeon en Anna profeteerden. Johannes de Doper en Jezus traden op als profeet. Zij deden dit op de grens van het oude en het nieuwe verbond (Luk.22:20).

Verder komen we mannen en vrouwen tegen die profeteren, bijvoorbeeld de profeten Agabus (Hand.11:27-10, 21:10-11), Judas en Silas (Hand.15:32), de vier dochters van Filippus (Hand.21:9) en anderen (Hand.11:27, 13:1). De christelijke gemeente is gebouwd op het fundament van apostelen en nieuw testamentische profeten (1Kor.12:28, Ef.4:11), waarvan Jezus zelf de hoeksteen is (Ef.2:20). In de Openbaring aan Johannes lezen we over Gods profeten (Op.10:8; 11:18; 18:20; 22:6,9).

 

.

De Openbaring hoofdstuk 22: de Alfa en de Omega

De Openbaring hoofdstuk 22: de Alfa en de Omega

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

Wat is het doel van profetie?

.

Profetie is ons niet gegeven om te speculeren, maar om te motiveren’

.

Het doel van de profetie is niet om onze nieuwsgierigheid te bevredigen, maar om ons praktisch geloofsleven een extra stimulans te geven tot een heilig leven. Met het oog op de wederkomst van de Heer Jezus schrijft de apostel Johannes:

 

‘En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij rein is’ (1Joh.3:3) en

‘Laat hij die onrecht doet, nog meer onrecht doen; en die vuil is, zich nog vuiler maken; en die rechtvaardig is, nog meer gerechtigheid doen; en die heilig is, zich nog meer heiligen’ (Op.22:11).

 

Maar dat niet alleen. God heeft geweldige plannen met zijn schepping en wil ons daarover inlichten opdat ook wij ons daarin zouden verheugen :

 

‘Voorzeker, de Here doet geen ding, of Hij openbaart zijn raad aan zijn knechten, de profeten’ (Am.3:7).

 

In de Bijbel zien we hoe het plan van God, om zijn Christus in de wereld te brengen, zich geleidelijk ontwikkeld. Dat plan heeft zijn begin in het boek Genesis en vindt zijn uiteindelijke vervulling in het boek Openbaring. Dat maakt de Bijbel tot een heel bijzonder boek.

Omdat God zijn plan op Schrift heeft laten stellen, is die God ook verifieerbaar. We kunnen Hem niet alleen volgen maar ook ontdekken dat zijn beloften waar zijn. Veel profetieën hebben hun vervulling al gekregen bij de eerste komst van de Heer Jezus bij zijn geboorte, lijden en sterven. Veel profetieën zullen nog vervuld worden bij zijn wederkomst. Laten we maar eens als voorbeeld Handelingen 2 nemen waar we een gedeeltelijke profetie zien van Joël wanneer hij spreekt over de uitstorting van Gods Geest in de laatste dagen (Hand.2:17-21).

Lukas – de schrijver van het boek Handelingen – zegt dat er eenzelfde manifestatie van Gods Geest zal zijn voor-dat de grote en doorluchtige dag des Heren komt.

Het doel van profetie is de openbaring van de Heer Jezus:

 

‘Want het getuigenis van Jezus is de geest der profetie’ (Op.19:10).

 

Het plan van God vindt zijn hoogtepunt in de verhoging van Christus:

 

‘Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam geschonken die boven alle naam is, opdat in de naam van Jezus elke knie zich buigt van hen die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en elke tong belijdt dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God, de Vader’ (Fil.2:9-11).

 

.

Waarom zouden we de profetie bestuderen?

.

De Heer Jezus zegt in Johannes 15:15 :

 

‘Ik heb u vrienden genoemd, omdat Ik u alles wat Ik van mijn Vader heb gehoord, bekend gemaakt heb.

 

Gelukkig heeft God zijn plan niet voor ons verborgen gehouden. Paulus zegt dat:

 

‘Hij ons de verborgenheid van zijn wil bekend heeft gemaakt, naar zijn welbehagen, dat Hij Zich had voorgenomen in Zichzelf aangaande bedeling van de volheid der tijden, om alles wat in de hemelen en wat op de aarde is onder één hoofd samen te brengen in Christus’ (Ef.1:9-10).

 

De leer omtrent ‘de laatste dingen’ de eschatologie is wat in onze tijd de meeste aandacht trekt, maar we moeten niet vergeten dat dit slechts een onderdeel uit maakt van de profetie. Er zijn een aantal redenen te noemen waarom in onze tijd een vernieuwde aandacht voor de toekomstige dingen is, en dat niet slechts bij christenen.

De jaren zestig zette veel mensen aan het nadenken over de vraag waar het met onze’planeet aarde naar toe ging. Er zijn verschillende krachten die onze wereld veranderen:

  • Het ontstaan van een mondiale economie met talloze kruisverbanden.
  • Het ontstaan van een wereldwijd communicatienetwerk zoals het internet.
  • Het ontstaan van volledig nieuwe machtsverhoudingen op politiek, economisch en militair gebied, denk maar aan de rol van China de laatste decennia.
  • Het ontstaan van een snelle groei van de wereldbevolking en daarmee gepaard gaande verbruik van grondstoffen, watertekorten, enz.
  • Het ontstaan van revolutionaire nieuwe technologieën op het gebied van biologie, biochemie, genetica en andere materialen waardoor grenzen overschreden kunnen worden die we ons nooit hebben kunnen voorstellen.
  • Het ontstaan van een radicale nieuwe relatie tussen de samengebalde kracht van menselijke beschaving en de ecologische systemen van de aarde zoals het klimaat en de atmosfeer.

 

Als christenen kunnen we naast deze zaken verder denken aan het ontstaan in van het volk Israël in 1948. Maar ook het ontstaan van de Europese Unie waarin velen de wedergeboorte van het antieke Romeinse Rijk in menen te herkennen. De vraag is, hoe het mogelijk is dat Europa na haar ondergang in 476 in de vijftiende eeuw een wedergeboorte (renaissance) heeft gekend en zo’n dominerende invloed heeft gehad over de rest van de wereld. Of het Westen nog eens ten onder zou kunnen gaan en weer opstaan is een boeiende vraag voor christenen.

 

 

De strijd van goed tegen kwaad op de laatste dag

De strijd van goed tegen kwaad op de laatste dag

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Hoe dienen we de profetie bestuderen?

.

Van de volkeren wordt gezegd dat zij :

 

‘de gedachten des Heren niet kennen en zijn raadslag niet verstaan’ (Mi.4:12).

Welk mens kan ons zeggen wat de toekomst zal brengen? De mens die niet eens weet, hoe morgen zijn leven zal zijn? (Jak.4:14).

 

Voor betrouwbare informatie betreffende het plan van God en de toekomstige dingen zijn wij geheel en al aangewezen op Gods openbaring daarvan in de Bijbel en door de verlichting van zijn Geest:

 

‘Vraagt Mij naar de toekomstige dingen’ zegt de Here God (Jes.45:11).

 

God is immers die God die:

 

‘van de beginne de afloop verkondigt en vanouds wat nog niet geschied is’ (Jes.46:10).

 

Al Gods plannen waren nog niet geopenbaard in het Oude Testament, dat blijkt wel uit de woorden van de Heer Jezus die heeft gezegd:

 

‘Ik zal mijn mond opendoen in gelijkenissen; Ik zal dingen uitspreken die van de grondlegging van de wereld af verborgen zijn geweest’ (Mat.13:34).

 

Wanneer de Heer Jezus de komst van de heilige Geest aankondigt wordt daarvan gezegd dat:

 

‘Die zal u alles leren en u in herinnering brengen alles wat Ik u heb gezegd’ (Joh.14:26).

 

Maar niet alleen dat, ook zou de Geest ons in de hele waarheid leiden en de toekomstige dingen zou Hij ons verkondigen (Joh.16:13, 14). Met andere woorden we krijgen door de Geest inzicht in de leer van het Bijbelse geloof en leven vermeld in de diverse brieven. Ook in de leer omtrent de laatste dingen, de eschatologie, vermeld in het Oude en Nieuwe Testament.

De apostel Paulus heeft het voorrecht gekend enkele van die geheimenissen, of verborgenheden te duiden. Die geheimenissen waren :

  • dat de Heer Jezus het middelpunt van Gods plannen was (Rom.16:25; 1Kor.2:7v; Ef.1:9v.).
  • de Gemeente, haar ontstaan en bestemming (Ef.3:9, 5:32; Kol.1:26, 2:2).
  • de opname en Christus’ verschijning in heerlijkheid (1Kor.15:51; 1Thes.4:15vv.)
  • Gods plannen met het volk Israël (Rom.11:25).

 

We dienen ons dus afhankelijk van Gods Geest en Woord op te stellen in het onderzoek van Gods plan. Het Woord dient gezag te hebben over ons leven en denken. Om niet te ontsporen in allerlei speculaties is het noodzakelijk dicht bij het licht van Gods Woord te blijven. Veel zaken zullen duidelijk worden als de tijd daarvoor aangebroken is:

 

‘Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Wij weten dat als Hij geopenbaard zal zijn, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is’ (1Joh.3:2).

 

 

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

voorpagina openbaring a4

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

Wat is bekering?

Standaard

categorie : religie

 

.

Bekering is een algehele verandering van iemands levensrichting: een afkeer van het kwaad en een omkeer tot God, om Hem te gehoorzamen en te dienen. God wil dat we ons tot Hem bekeren en geloven in Zijn Zoon, Jezus Christus, de verlosser. Bekering gaat daarom gepaard met geloof in Jezus Christus. Bekering gaat ook samen met een geestelijke wedergeboorte, de onzienlijke kant van dezelfde ingrijpende levensgebeurtenis. Bekering geeft God gelegenheid en reden om vergeving van zonden, het eeuwige leven en de gave van de Geest te schenken. Bekering leidt tot een blijvende verandering ten goede: vrucht dragen, goede werken doen.

 

 

christelijk-geloof-verlossing

 

 

 

Noodzaak

 

De mens is een zondaar, die, om behouden te worden van Gods oordeel over de zonde en het eeuwige leven te beërven, bekering nodig heeft. De twaalf leerlingen die de Heer Jezus uitzond predikten ‘dat men zich moest be-keren’ (Marc. 6:12).


Mr 6:12 .En zij vertrokken en predikten dat men zich moest bekeren.

 

In het oude- en nieuwe testament wordt deze eis gesteld om weer met God in gemeenschap te komen en ontrukt te worden aan het dreigende oordeel. De grondslag hiervoor is gelegd door het werk van Christus aan het kruis volbracht.

.

 

 

Bekering van

 

Wie zich bekeert, bekeert zich van iets: van de geestelijke en zedelijke duisternis, van de macht van Satan.

Hnd 26:18 opdat zij zich bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht van satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden ontvangen door geloof in Mij.

De bekeerling is zich niet altijd bewust van de macht van de satan of van de duisternis waarin hij zich bevond. Hij breekt met een slecht leven of met een slechte praktijk en wil met Jezus een nieuw begin maken. In de ogen van de Heiland is er meer aan de hand: wie zich bekeert, keert zich af van de duisternis en van de macht van satan.

.

 

 

Bekering tot

 

De waarachtige bekering is een bekering tot God. De door de zonde verstoorde verhouding tot een heilige en rechtvaardige God wordt door de bekering hersteld. Wie zich bekeert treedt tot God in een nieuwe betrekking. Het is alsof een verloren zoon thuis komt bij zijn vader, die in liefde naar zijn kind uitzag. Bekering is een relationele verandering die leidt tot een persoonlijk kennen en omgaan met God.

De Godsgezant Paulus betuigde de bekering tot God:

Hnd 20:21 terwijl ik zowel aan Joden als Grieken de bekering tot God en het geloof in onze Heer Jezus betuigde.

 

.

Ook de Heer Jezus, die aan Paulus verscheen, spreekt van bekering tot God:

Hnd 26:18 opdat zij zich bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht van satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden ontvangen door geloof in Mij.

 

.

Bekering tot God gaat gepaard met het aanroepen van God, het berouw hebben over zonden, het erkennen/belijden van zonden en het geloven in de Heer Jezus Christus (Hand 2:21). Wie zich bekeert, neemt zich voor verkeerde dingen  voortaan na te laten en wendt zich tot God met erkenning van persoonlijke zonden.

 

 

4234137

 

 

 

In- en uitwendig.

 

Deze ommekeer dient een hartezaak te zijn, niet slechts uitwendig: niet alleen een uitwendige gedragsveran-dering of een woordelijke belijdenis:

Hnd 3:19 Hebt dan berouw en bekeert u, opdat uw zonden worden uitgewist, opdat de tijden van verkwikking komen van het aangezicht van de Heer

Hnd 26:20 maar ik heb eerst hun die in Damaskus en in Jeruzalem waren en in het hele land van Judea en aan de volken verkondigd, dat zij berouw moesten hebben en zich tot God bekeren en werken doen, de bekering waardig.

Deut. 30:2 En gij zult u bekeren tot den Heere God, en Zijner stem gehoorzaam zijn, naar alles, wat ik u heden gebiede, gij en uw kinderen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel.

 

.

Soms wordt in de Bijbel over bekering gesproken als over een inwendige verandering; soms echter ook over een uiterlijk zichtbare verandering en ook wordt van een inwendige én uitwendige ommekeer melding gemaakt. De verandering bij een bekering is zowel uitwendig als inwendigeen andere weg inslaan alsook andere gedachten of gezindheid aannemen:

 


Jes 55:7 De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot den Heere zal Hij Zich Zijner ontfermen, en tot onzen God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk.

 

.

geloof-beproeving

 

.

 

 

Gods werk vóór de bekering

 

De bekering is een antwoord op Gods werk aan het hart en geweten van een mens. Door middel van woorden (van christenen, uit de Bijbel), ontmoetingen, gebeurtenissen of omstandigheden spreekt God de mens aan. Evangelisten en andere christenen brengen de boodschap van de verlossing door Christus, gepaard met de oproep tot bekering en geloof.

.

 

 

Onze verantwoordelijkheid

 

Bekeren is iets dat wijzelf moeten doen. God werkt, doch de mens moet ook iets doen, hij moet zich bekeren. Wij kunnen ons er niet aan onttrekken met te zeggen: ‘God bekeert mij (nog) niet’. We moeten niet op God wachten voor onze bekering. Integendeel, God wacht op ons tot wij ons bekeren. God geeft tijd en na onze bekering vergeeft hij. De menselijke en goddelijke werkzaamheden komen in de volgende verzen naar voren:

 

Opb 2:21 En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich van haar hoererij zou bekeren, maar zij heeft zich niet bekeerd.

Jer 36:3 Misschien zullen die van het huis van Juda luisteren naar al het onheil dat Ik hun denk aan te doen, zodat zij zich bekeren, ieder van zijn slechte weg en Ik hun ongerechtigheid en hun zonden zal vergeven.

Mt 13:15zij zich zouden bekeren en Ik hen zou genezen.

 

.

 

Gevolg van de bekering

 

Het gevolg van Godswege voor de bekeerling is de ondervinding van Gods ontferming, de vergeving en uitwissing van zonden, de gave van van Heilige Geest en een eeuwig hemels erfdeel.

Jes 55:7 De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot de HEER, zo zal Hij Zich over hem ontfermen, en tot onze God, want Hij vergeeft menigvuldig.

Hnd 3:19 Hebt dan berouw en bekeert u, opdat uw zonden worden uitgewist, opdat de tijden van verkwikking komen van het aangezicht van de Heer

Hnd 2:38 En Petrus zei tot hen: Bekeert u, en laat ieder van u gedoopt worden in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden, en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.

 

God wil iedere berouwvolle bekeerling vergeving van zonden schenken, zodat de gemeenschap met Hem weer wordt hersteld en de mens opnieuw, door de Heilige Geest, in staat is Hem van harte te dienen.

 

.

 

Na de bekering de doop

.

Op de bekering hoort de doop te volgen.

 

Hnd 2:38 En Petrus zei tot hen: Bekeert u, en laat ieder van u gedoopt worden in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden, en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.

 

 

doopl1

.

 

.

Levensverandering

 

Bekering leidt tot een verandering in denken, willen, voelen en gedrag. De nieuwe levenswijze vloeit deels op ‘natuurlijke’ wijze voort uit de nieuwe natuur die de gelovige door de wedergeboorte ontvangt en uit het ver-nieuwende werk van God. Zo moet de bekeerling gevolg geven aan zijn bekering en zich gedragen de bekering waardig. Bekering moet door gehoorzaamheid aan God leiden tot een andere levensstijl.

 

Hnd 26:20 maar ik heb eerst hun die in Damaskus en in Jeruzalem waren en in het hele land van Judea en aan de volken verkondigd, dat zij berouw moesten hebben en zich tot God bekeren en werken doen, de bekering waardig.

Mt 3:8 Brengt dan vrucht voortde bekering waardig;

Tit 2:11 -14 Want de genade van God, heilbrengend voor alle mensen, is verschenen
en onderwijst ons, dat wij met verzaking van de goddeloosheid en de wereldse begeerten ingetogen, rechtvaardig en godvruchtig zouden leven in deze tegenwoordige eeuw,
in de verwachting van de gelukkige hoop en verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Jezus Christus, die Zichzelf voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons van alle wetteloosheid verloste en Zichzelf een eigen volk reinigde, ijverig in goede werken

1Th 1:8-10 Want van u uit heeft het woord van de Heer weerklonken, niet alleen in Macedonië en in Achaje, maar in elke plaats is uw geloof jegens God uitgegaan, zodat wij daarvan niets hoeven te zeggen; want zelf vertellen zij van ons welke ingang wij bij u hadden, en hoe u zich van de afgoden tot God hebt bekeerd om de levende en waarachtige God te dienen en zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, die Hij uit de doden heeft opgewekt, Jezus, die ons redt van de komende toorn.

 

Miljoenen hebben, door Gods Geest en door Zijn woord bewerkt, de wondere uitwerking van deze verandering ervaren en gaan als gelukkige mensen door het leven, zij het niet zonder struikeling of strijd. Met de jongste zoon uit de gelijkenis van Luk. 15 delen zij in de vreugde “verzoend te zijn met God” en een plaats te hebben in het huis des Vaders.

 

.

 

Blijdschap in de hemel

 

Voor God is de bekering van een mens een grote, vreugdevolle verandering, zoals de Heer Jezus duidelijk maakt in de gelijkenis van de verloren zoon:

 

Lu 15:24 want deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is gevonden. En zij begonnen vrolijk te zijn. 

 

 

.

Noodzakelijk voor ieder mens

 

De bekering tot God, met het geloof in Jezus Christus, is nodig voor de joden en voor de andere volken, dus voor alle mensen en is nog noodzakelijk voor ieder mens, of hij religieus is of niet. Immers, er is niemand die wegens zijn zonde van nature voor God kan bestaan. Zoals Gods gezant Paulus zegt:

 

Hnd 20:21 terwijl ik zowel aan Joden als Grieken de bekering tot God en het geloof in onze Heer Jezus betuigde. 

Hnd 26:20 maar ik heb eerst hun die in Damascus en in Jeruzalem waren en in het hele land van Judea en aan de volken verkondigd, dat zij berouw moesten hebben en zich tot God bekeren en werken doen, de bekering waardig.

 

 

geloof-en-wetenschap

.

 

 

Bekering + geloof = behoudenis

 

Bekering dient samen te gaan met geloof in Jezus Christus. Bekering + geloof = behoudenis. Deze behoudenis omvat werkelijk veel heil en zegen. In onderstaande tabel worden bekering en geloof naast elkaar geplaatst en nader verduidelijkt:

 

.

Bekering + geloof = behoudenis
Erkennen tegenover God dat het niet goed zit met je, dat je gezondigd hebt.

Je afkeren en bereid zijn je af te keren van wat slecht is en je keren tot God.

Willen breken met verkeerde gewoonten.

Bekering betekent dat je een ander, een nieuw leven wilt gaan leiden met God.

Bekering is afslaan van een weg zonder God, invoegen op een weg met God.

 Je vertrouwen vestigen op Jezus. Je waagt het met Hem.

God op zijn Woord nemen.

Geloven dat God ook jou wil redden van je zonden en daarvoor Zijn Zoon heeft gegeven.

Een aanbod, een geschenk aannemen uit de handen van God.

Jezelf aan God overgeven.

Rusten in een werk dat volbracht is.

“Dank u wel” zeggen tegen God” voor het werk dat Jezus aan het kruis heeft volbracht.

Niet verloren gaan.

Niet in het oordeel van God komen.

Vergeving van zonden.

Uitwissing van zonden.

Kind van God geworden.

Een nieuwe schepping.

Een eeuwig erfdeel in de hemel.

Gemeenschap en omgang met God.

 

 

 

Bekering en het Koninkrijk van God

 

De oproep tot bekering klinkt in het Nieuwe Testament al vóór het verlossingswerk dat Jezus Christus aan het kruis volbracht. Het was een onderdeel van de verkondiging van het evangelie van het Koninkrijk van God. Het goede nieuws (‘evangelie’) dat het Koninkrijk van God nabij was gekomen werd verkondigd door Johannes de Doper en daarna door Jezus Christus.

De bekering moest niet zonder gevolg zijn, maar tot een blijvende verandering ten goede leiden: vrucht dragen, goede woorden en daden voortbrengen. Johannes de Doper zei:

 

Mt 3:8  Brengt dan vrucht voort, de bekering waardig;

De oproep tot bekering ging gepaard met de oproep om te geloven in het goede nieuws (evangelie) van het Koninkrijk:

Mr 1:14-15  Maar nadat Johannes was overgeleverd, kwam Jezus naar Galilea en predikte het evangelie van het koninkrijk van God en zei: De tijd is vervuld en het koninkrijk van God is nabij gekomen; bekeert u en gelooft in het evangelie.

De Koning werd echter verworpen en gekruisigd. Doch God maakte hiervan een verlossingswerk. Aan het kruis droeg Jezus onze zonden en onderging de straf over onze zonden. Wie zich bekeert tot God en in Zijn Zoon Jezus gelooft, wordt overgebracht in het koninkrijk van de Zoon.

Col 1:12-14  terwijl u de Vader dankt, die u bekwaam heeft gemaakt om deel te hebben aan het erfdeel van de heiligen in het licht; die ons gered heeft uit de macht van de duisternis en overgebracht in het koninkrijk van de Zoon van zijn liefde,  in Wie wij de verlossing hebben, de vergeving van de zonden.

Door de bekering komt men op een ander terrein, het terrein van het Koninkrijk van God.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

De Bijbelse geschiedenis.

Standaard

categorie : religie

.

.

image

.

.De Bijbelse geschiedenis is de geschiedenis die ons in de Bijbel wordt verteld. Zij is de openbaringsgeschiedenis, de geschiedenis van de zelfopenbaring van de drie-enige God. Hoewel zij uit vele geschiedenissen bestaat, is zij toch één, omdat deze allen  samen verbonden zijn door het éne openbaringsdoel dat zij beogen.

Synoniemen zijn: “gewijde geschiedenis”, “heilige geschiedenis”.

De grondslag van de Bijbelse Geschiedenis en van alle geschiedenissen vormt wat in Genesis 1-3 wordt verteld:
– De schepping van alle dingen en van de mens door God;
– De val van de mens, waardoor alle zonde en lijden in deze wereld wordt verklaard;
– De belofte van de verlossing, waarmee de geschiedenis aanvangt van Gods barmhartigheid en genade, die de hoofdinhoud vormt van heel de Bijbelse Geschiedenis. Dat bereikt haar hoogtepunt in het kruis en de kroon van de beloofde en gekomen Verlosser, Jezus Christus, Gods Zoon, onze Heere.

Alleen in deze belofte moet het beginsel van de indeling van de Bijbelse Geschiedenis worden gezocht. Want het is de belofte, die zich in de gang van de heilige historie ontplooit en door de profetie wordt verhelderd. Heel de geschiedenis werkt naar, en loopt uit op de komst van de beloofde Messias, waarmee het Oude Testament besluit en het Nieuwe Testament begint. Daaruit volgt dat de Bijbelse Geschiedenis in twee hoofddelen uiteen valt:

I  De Bijbelse geschiedenis van het Oude Testament, of de tijd der belofte;
II De Bijbelse geschiedenis van het Nieuwe Testament, of de tijd der vervulling.

Men kan de hoofdtijdperken van de Bijbelse geschiedenis op 2 manieren berekenen: vanaf de schepping van de mens en tot de geboorte van Christus tot de huidige de jaartelling.

.

De hoofdperioden volgens de tijdrekenkundige indeling van  zijn de volgende:

.

Jaar van de mens
(Anno Homini)
Vóór / na Christus Duur Periode
0-1650 A.H. 3974-2324 v.C. 1650 jaren Van de schepping tot de zondvloed
1651-2000 A.H. 2324 -1974 v.C. 350 jaren Na Zondvloed tot geboorte Abram
2001-2500 A.H. 1974 -1474 v.C. 500 jaren Van Abrams geboorte tot de Uittocht
2501-2980 A.H. 1473/4 – 993/4 v.C. 480 jaren Van Wetgeving tot 4e jaar van Salomo
2981-3366/7 A.H. 993/4 – 607 v.C. 390-3 à 4 j = 387/7 jaren Van Tempelbouw tot Ballingschap
3467-3437 A.H. 607 – 537 v.C. 70 jaren Van begin Ballingschap tot terugkeer Juda
3437-3517 A.H. 537 – 457 v.C. 80 jaren Vanaf bouw 2e Tempel tot komst Ezra
3517-4000 A.H. 457 v.C. – 26 na Chr. 483 jaren Van Ezra tot Johannes de Doper (Dan. 9:25)
4000 jaren Totaal
4000-4070 A.H. 27-97 na Chr. 70 jaren Van Johannes de Doper tot Openbaring van Joh.
4070 jaren Totaal

A.H. = Anno Homini = in het jaar van de mens (na de schepping van de mens).

.

.De evolutionisten beweren via de koolstofmethode dat de aarde miljarden jaren oud is. Het is een methode die succesvol gebruikt wordt om de ouderdom te bepalen van overleden dieren, mensen en planten. Tijdens de zondvloed hebben op de aarde echter zo een gigantische krachten alles vernietigd, dat de wetten van de fysica en scheikunde niet van toepassing waren.

De tussenkomst van God was tijdens de zondvloed enorm groots en angstwekkend. Aangezien de Bijbel het Woord van God is, en God liegt nooit, moeten bovenaardse natuurwetten de aarde op een korte tijd verzwolgen hebben. Daardoor lijken de gevonden fossielen veel ouder dan ze werkelijk zijn.

.

.

De stamboom van Adam tot de zondvloed

De stamboom van Adam tot de zondvloed

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

John Astria