Category/categorie: religion/religie/video
When We Receive the Holy Spirit
Wanneer we de Heilige Geest ontvangen
Robert Breaker
.
.
preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget
.
.
.
.
.
.

.
.
Een goed overzicht / samenvatting van de Bijbel is lastig te bereiken. De Bijbel bestaat uit twee Testamenten, 66 verschillende boeken, 1189 hoofdstukken, 31.173 verzen en 773.692 woorden. De diverse boeken van de Bijbel beslaan verschillende onderwerpen en waren aan verschillende groepen mensen gericht. De Bijbelboeken zijn geschreven door ongeveer 40 verschillende mensen over een periode van ongeveer 1.500 jaar. Een samenvatting / overzicht is daarom een enorme opgave.
Tegelijkertijd is de Heilige Geest de “inspirerende” auteur van de Bijbel. God “ademde” Zijn Woord uit en gebruikte de profeten en apostelen om Zijn Woord op te Schrijven (2 Timoteüs 3:16-17; 2 Petrus 1:21). Verder woont de Heilige Geest in iedereen die zijn of haar geloof in Jezus Christus geplaatst heeft (Romeinen 8:9; 1 Korintiërs 12:13). De Heilige Geest verlangt ernaar ons te helpen de Bijbel te begrijpen (1 Korintiërs 2:10-16).
.
.
De Bijbel is opgedeeld in testamenten, boeken, hoofdstukken en verzen. Wat betekent dat? Ook bestaat de Bijbel uit verschillende soorten teksten. Op deze pagina vind je hier wat uitleg over.
.
.
Het woord Bijbel betekent ‘boeken’. Het komt van biblija, wat je waarschijnlijk wel kent van bibliotheek. De Bijbel is dus een verzameling boeken. Zo is bijvoorbeeld Genesis het eerste Bijbelboek, en Openbaring het laatste. In totaal zijn er 66 Bijbelboeken.
.
.
De Bijbel is opgedeeld in twee onderdelen: het Oude Testament, en het Nieuwe Testament. Het Oude Testament bestaat uit 39 Bijbelboeken en speelt zich af voor de komst van Jezus Christus. Het Nieuwe Testament bestaat uit 27 Bijbelboeken, en speelt zich af vanaf de geboorte van Jezus.
.
.
De Bijbel bestaat uit meerdere soorten boeken. Je vindt in de Bijbel onder andere verhalen, liederen, profetieën (stukken waar God zelf spreekt) en brieven aan christenen.
.
.
De meeste bijbelboeken hebben meerdere hoofdstukken. Wanneer hiernaar verwezen wordt zie je bijvoorbeeld staan Genesis 1 of Genesis 2. Elk hoofdstuk is ingedeeld in verzen. Een vers bestaat meestal uit een of twee zinnen. Het vers wordt vaak aangegeven door een dubbele punt. Bij een verwijzing naar een tekst kun je dus tegenkomen: Genesis 1:1.
.
.

.
.

.
.

Het uitvoeren van een exorcisme ritueel houdt in dat enkele gebeden worden uitgesproken en bepaalde handelingen worden verricht. De oorsprong van exorcisme ligt bij Jezus, hij verdreef demonen en boze geesten. Hij gaf zijn discipelen de macht om dit ook te doen, toen hij hen uitzond:
“Hij riep de twaalf bij zich en gaf hun macht en gezag over alle demonen, en de kracht om ziekten te genezen.” (Lucas 9:1)
De officiële definitie van exorcisme volgens de Catechismus van de Katholieke Kerk:
“’Men spreekt van exorcisme, wanneer de Kerk in naam van Jezus Christus vraagt dat een persoon of een voorwerp beschermd mag worden tegen de greep van de Satan en aan zijn macht onttrokken zal zijn. Het exorcisme gaat terug op Jezus zelf die het heeft toegepast. Ook de macht en de taak van de Kerk om het exorcisme toe te passen zijn gebaseerd op de woorden van Jezus zelf.” (nr. 1673)
Het exorcisme maakt geen deel uit van de zeven Sacramenten. Het behoort echter tot de sacramentalia, zegeningen die voorbereiden op het ontvangen van sacramenten of die heiliging brengen in de situatie waar een persoon zich in bevindt.
In de Katholieke Kerk bestaat het onderscheid tussen het doop exorcisme en het ‘groot exorcisme’. De doopkandidaten (catechumenen) zijn tot aan hun Doopsel nog niet van de Erfzonde verlost, en zijn ze dus bijzonder vatbaar voor de demonische machten. Tegenwoordig wordt voor de dopelingen gebeden om bescherming tegen het kwaad.
Bij de Kinderdoop wordt gebeden:
“Heer onze God:
Gij hebt uw Zoon naar de wereld gezonden
om de macht van de Boze te breken
en de kwade geest uit ons te drijven,
om de mens aan de duisternis te ontrekken
en over te brengen
naar het wonderlijke rijk van licht;
wij bidden U:
bevrijd deze kinderen
van de smet van de eerste zonde,
en maak hen tot woning van uw heerlijkheid,
tot tempel van de Heilige Geest.
Door Christus onze Heer.”
Het plechtige, zogenaamde groot exorcisme mag alleen door een priester en met toestemming van de bisschop worden uitgeoefend. De Kerk waakt erover om in deze materie de nodige voorzichtigheid aan de dag te leggen. Het exorcisme is immers bedoeld om in naam van Christus, duivels uit te drijven of om iemand te bevrijden van demonische overheersing.
De situatie ligt heel anders wanneer er sprake is van een psychische ziekte. De Kerk staat erop, om voordat men een exorcisme uitspreekt, na te gaan of het wel degelijk om een aanwezigheid van de duivel gaat en niet om een psychische ziekte, waarvan de behandeling onder de medische wetenschap valt.
De functie van exorcist ging in de Katholieke Kerk gepaard met de wijding tot exorcist, de laatste van de vier Lagere Inwijdingen. Technisch gezien is exorcisme niet het verdrijven van de duivel of een demon, maar het plaatsen van de duivel of demon onder een eed. In sommige gevallen kan een persoon door meer dan één demon bezeten worden. “Exorcisme” is afgeleid van het Griekse voorzetsel ek (uit) met het werkwoord horkizo wat betekent “Ik laat iemand zweren” of ik bezweer”.
Bij het exorcisme werd gebruikgemaakt van formuleringen in het Latijn als de officiële kerktaal. Telkens opnieuw werden dezelfde latijnse teksten herhaald, zoals:
“Exercismo te, immunidisseme spiritus, omnis incursio adversarii, omne phantasma, omnis legio, in nomine Domini nostri Jesus Christi; eradicare et effugare ab hoc plasmate Dei”. Vertaald:
Ik drijf u uit, zeer onreine geest, elke aanval van de Tegenstander, elke spookverschijning, elk legioen, in de naam van onze heer Jezus Christus; gij wordt uitgerukt met wortel en al en verjaagd uit dit schepsel van God.
Of:
“Adjuro te, serpens antique, per Judicem vivorum et mortuorum, per factorem tuum, per factorem mundi, per eum qui habet potestatem mittendi te in gehennam, ut ab hoc famulo Dei, qui ad simun Ecclesiae recurrit, cum metu et exercitu furoris tui festinus discedas”. Vertaald:
Ik bezweer u, slang uit de begintijd, bij de Rechter van de levenden en doden, bij uw maker, bij de maker van de wereld, bij Hem die de macht heeft u in het Gehenna te storten, dat gij snel vertrekt uit deze dienaar van God met alle verschrikkingen en beproevingen van uw razernij, opdat hij zich terug kan spoeden in de boezem van de Kerk.
Overigens werden niet alleen mensen geëxorciseerd. Ook voorwerpen konden door de duivel in bezit zijn genomen. Zo werd in de middeleeuwen bij ketter- of heksenverbrandingen vaak ook het hout en zelfs het vuur geëxorciseerd. Dit omdat men dacht dat de duivel in het hout en het vuur ervoor kon zorgen dat de ketter of heks minder pijn zou lijden. Bekend is de formulering hiervan bij de verbranding van de priester Urbain Grandier:
“Ecce crucem Domini, fugite partes adversae, vicit Leo de tribu Juda, radix David. Exorciso te, creatura ligni, in nomine Dei patris omnipotentis, et in nomine Jesus Christi filii eius Domini nostri, et in virtute Spritus Sancti”. Vertaald:
Aanschouw het kruis van de Heer, en mogen zijn vijanden vluchten, de leeuw van de stam van Juda heeft overwonnen, de wortel van David. Ik exorciseer u, schepsel van hout, in de naam van God de almachtige vader, in de naam van Jezus Christus, zijn zoon en onze Heer, en in de macht van de Heilige Geest.
Satan
De naam Satan betekent aanklager, tegenstander, tester. In het Bijbelboek Job is Satan aangesteld als tester in dienst van God. Hij krijgt toestemming van God om Job op de proef te stellen. Satan is in dit kader niet zozeer een eigennaam, maar meer de benaming van een ambt: aanklager.
Lucifer
Het woord Lucifer is Latijn voor ‘morgenster’. De naam Lucifer behoort oorspronkelijk toe aan de planeet Venus, vanwege diens helderheid. De Vulgaat (Bijbelvertaling in het Latijn, tot stand gekomen tussen 390 en 405 na Christus) gebruikt het woord voor het licht van de morgen (Job 11:17). Als metafoor wordt de benaming toegepast op de koning van Babylon (Jesaja 14:12), op de hogepriester Simeon (De wijsheid van Jezus Sirach 50:6), op de beloning die degene krijgt als hij Jezus navolgt en overwint, en tenslotte op Jezus Christus zelf, het ware licht van ons leven (2 Petrus 1:19, Openbaring 22:16).
In het Zoroastrianisme – gesticht door Zoroaster die omstreeks 1000-600 voor Christus geleefd zou hebben – is het voor het eerst in de geschiedenis dat we een figuur tegenkomen die het kwaad vertegenwoordigt. Het Zoroastrianisme, vernoemd naar de profeet Zoroaster, is een dualistische religie.
Goed en kwaad is compleet gescheiden en in gevecht met elkaar. De schepper Ahura Mazda is goed, Ahriman is duister en kwaad. Ahura Mazda beschermt en vernieuwt de schepping, het doel van Ahriman is juist om deze te vernietigen.
Maar pas aan de wieg van het christendom wordt de benaming ‘Satan’ voor het eerst gebruikt. Het is een Hebreeuws woord dat tegenstander of aanklager betekent. De naam komt een paar keer voor in het Oude Testament en wordt zowel voor mensen als andere wezens gebruikt. Satan is de aartsengel en heer van het kwaad. In het Bijbelboek Job is Satan een tester, als zodanig aangesteld door God.
De heersende christelijke interpretatie is dat alle demonische figuren in de Bijbel voor of onderhorig zijn aan de duivel. Satan is binnen het christendom vrijwel synoniem aan al het kwaad geworden. Binnen dit kader ontstond de praktijk van het exorcisme, die door de alomtegenwoordigheid van de duivel noodzakelijkerwijs in het leven werd geroepen.
In de negentiende eeuw vond in bepaalde delen van de westerse samenleving een imagoverandering van Satan plaats. Van een negatief imago, kreeg de duivel een positieve uitstraling. Dit heeft te maken met de Franse Revolutie (1789). God werd gezien als een dictator, een autocratisch monarch. De revolutie, het in opstand komen tegen de gevestigde orde werd iets positiefs. De duivel werd een held voor de revolutionairen, een dappere voorvechter.
Anton Szandor LaVey, eigenlijke naam Howard Stanton Levy (1930-1997), was de satanist die de Church of Satan oprichtte. Op 30 april 1966 (Walpurgisnacht) stichtte hij de Church of Satan, de eerste publieke satanische organisatie ter wereld. Deze gebeurtenis markeert het begin van het moderne satanisme.
Satanisten zien zichzelf als navolgers van Satan, de enige godheid die, naar hun zeggen, begrijpt wat mensen doormaken:
“Satan, by one name or another, haunted mankind, tempting him with sweet delights and enlightening him with blinding secrets intended only for gods. He was one who could be petitioned for powers of retribution and who gave deserved rewards. Instead of creating sins to insure guilty compliance, Satan encouraged indulgence. He was the single deity who could really understand us.”
Satanisten zijn voorstanders van de vooruitgang en het streven naar meer kennis, dat is de kern van het occultisme:
“We are explorers on the untrodden paths of science, human motivation and mystery – all that is most truly occult.”
Volgens hen wordt ontwikkeling tegengehouden door spirituele mensen en theïsten. Een satanist wil steeds meer op het grote voorbeeld, Satan, gaan lijken. De eigenschappen van Satan zijn deze:
“the imagination to confound and confuse, the wisdom to recognize the unseen in our society, the pragmatism of a skeptic, and the passions of a classical Romantic soul.”
Pasteltekening van John Astria
Voordat Jezus wegging heeft Hij beloofd de gelovigen niet alleen te laten. De Heilige Geest wordt ons gegeven om met God verbonden te blijven. Maar ook om, geholpen door de ingevingen van die Heilige Geest, het Evangelie van Christus te kunnen verkondigen. Als mensen zijn we niet in staat op eigen kracht de volle leer van Jezus’ Blijde Boodschap (= Evangelie) te verkondigen. De Heilige Geest helpt ons daarbij.
We vieren de Eerste en Tweede Pinksterdag nadat we in de negen dagen daarvoor (vanaf Hemelvaartsdag) hebben gebeden voor de komst van de Heilige Geest (de Pinksternoveen) We bidden dat er een goede voedingsbodem mag zijn, dat de mensen Hem accepteren, naar Hem luisteren en door Hem naar de Vader worden gebracht voor het eeuwige geluk. Ook de Apostelen met Maria, de Moeder van Jezus, wachtten zo op de komst van de Heilige Geest.
De Heilige Geest is de Derde Persoon van de Ene God, naast de Vader en de Zoon. Het is een mysterie maar toch een werkelijkheid wanneer je de Heilige Schrift leest. Bijvoorbeeld het moment waarop Jezus, de Zoon, gedoopt wordt met de Heilige Geest en waarbij de Vader de Zoon de zending geeft.
De Heilige Geest wordt vaak afgebeeld als Vurige tongen, omdat de leerlingen vol vuur waren van de Boodschap die ze gingen verkondigen en ze in alle talen de mensen konden toespreken.
Ook als duif wordt de Geest verzinnebeeld, omdat de duif voor reinheid, zachtmoedigheid, hemelse inspiratie, vrede en de ziel staat. De Heilige Geest is inderdaad de bezieling voor de Kerk om ook in onze tijden de boodschap van God onder de mensen te brengen.
Het is een moeilijk voor te stellen wat er die op die dag in Jeruzalem gebeurde. De apostelen zaten bij elkaar, in afwachting van de belofte van God. Waarop ze precies zaten te wachten, wisten ze niet. Ineens was er het geluid van de wind, was er het vuur en spraken de apostelen met andere tongen. Buitenstaanders kwamen toelopen op al die vreemde dingen en hoorden tot hun verwondering de apostelen spreken in hun eigen taal: de Geest van God had bezit genomen van de apostelen. In de tijd erna gebeurden dingen die niemand voor mogelijk hield. De apostelen genazen mensen, zoals voordien Jezus had gedaan. Zo werd vervuld wat Jezus had voorzegd:
Met het pinksterfeest is nóg een belofte uitgekomen, die van de aanwezigheid van de Geest van de Waarheid die tot in eeuwigheid bij de mens zal zijn. Dat betekent dat sinds het Pinksterfeest de wereld is veranderd. De mens is niet verweesd, maar de mens heeft inwoning gekregen van de Geest van God.
In het Johannes-evangelie is sprake van de ‘gewone’ wereld en van de geestelijke wereld. Het is maar een klein zinnetje, maar de betekenis is enorm: de wereld in haar gewone doen kan de Geest niet ontvangen, want die ziet de Geest niet en kent Hem niet, zegt Jezus. De gewone mens ziet de gewone dingen, maar ziet niet wat er achter of in de dingen aan waarheid wordt geopenbaard.
Om dat te zien, heb je de Geest nodig. Dat is geen aanvulling op het mens-zijn, maar het is inwoning van de Geest: de mens is een ander mens geworden. De mens-met-de-Geest ziet de dingen die van het Koninkrijk zijn en die doet de dingen van het Koninkrijk.
De tegenwoordige mens leeft diep in het materialisme. Niet alleen als consument van luxe, maar ook in het denken. Alleen wat zichtbaar is, of gemaakt kan worden, wat nuttig is voor de economie en meetbaar is als prestatie, geldt als waardevol. Het Pinksterfeest, en alles wat daarmee samenhangt, heeft daarom ook nauwelijks nog verbinding met de werkelijkheid van alledag.
Het zou wel eens de grootste opgave voor de gelovige mens kunnen zijn te leren de werkelijkheid te zien als materiële uitdrukking van een geestelijke wereld. Eeuwenlang hebben christenen zo gedacht en gevoeld. Het is de opgave om als mens die volop leeft in de eigen tijd te zoeken naar de werkelijkheid van God. De Geest, die op het Pinksterfeest de apostelen vervulde en sindsdien is uitgewaaierd over de aarde, is nog dezelfde.
De keuzes die de mens nu moet maken om de Geest wel of niet te kunnen zien, zijn ook dezelfde. Ook al zijn het bewustzijn en de belevingen anders dan toen, de Geest wil in ons wonen en ons tot mensen maken die anders denken en anders doen.
pasteltekening van John Astria
Pinksteren
Met het Pinksterfeest vieren we de uitstorting van de Heilige Geest. We kennen de verhalen van de wind en het vuur. De vreemde talen en de mensen die tot geloof komen. Maar Wat is dat eigenlijk, de Heilige Geest, Wie is dat eigenlijk? Wat doet de Heilige Geest vandaag?
Christus Zelf geeft het antwoord in Johannes 16. Hij zegt dat de Heilige Geest komt. We kunnen de Heilige Geest vergelijken met een zaakwaarnemer. Iemand die erg druk en heel belangrijk is, neemt een zaakwaarnemer in dienst. De zaakwaarnemer neemt, zoals het woord al zegt, de zaken waar. Wat zo’n zaakwaarnemer doet is hetzelfde als wat een ambassadeur in een ver land doet. Een ambassadeur neemt ook de zaken waar namens het land van herkomst.
De Heilige Geest vertegenwoordigt Christus. Dat is een rijke belofte. De Heere Jezus gaat met Hemelvaartsdag wel naar de Vader, Hij verlaat deze wereld, maar dat is geen reden tot droefheid.
Nee, het is een grote blijdschap want de Heilige Geest is gekomen. De Heilige Geest komt in plaats van Jezus, Hij komt als de advocaat, de zaakwaarnemer. Hij behartigt de zaken van de Heere Jezus.
Hoe komt de Heilige Geest?
Kunnen wij iets merken van de Heilige Geest? Ja, zegt Jezus, de Heilige Geest zal spreken. De Heilige Geest spreekt van Christus. De Heilige Geest doet niets liever dan Christus groot maken. Iemand heeft gezegd dat de woorden van Christus het leerboek vormen van de Heilige Geest waaruit Hij zijn leerwerkzaamheid beoefent. Nooit is het komen van de Geest los te maken van de Heere Jezus. Juist in het Woord en in de prediking verbindt deze Geest ons aan Christus.

De Heilige Geest
Pasteltekening van John Astria
Kun je weten of de Heilige Geest
in je leven aan het werk is?
Het antwoord is ja. Daar komen we achter wanneer we voor onszelf weten wie Jezus is en wat Zijn werk voor ons betekent. Wanneer we in de zonde leven, in verkeerde denkbeelden blijven, dan is dat niet het werk van de Heilige Geest dan bedroeven we Hem. Maar wanneer we met al onze schuld en
zonde bij het kruis van Christus neerzinken, dan is het de Heilige Geest die ons op Christus doet zien.
Komt de Heilige Geest ook tot mij persoonlijk?
Ja, daar begon de Heilige Geest al mee in de doopbediening. Gedoopt in de Naam van de Heilige Geest. Toen al beloofde de Geest u toe te eigenen wat we in Christus mogen ontvangen.
Waarom spreekt de Heilige Geest?
De Heilige Geest spreekt opdat de Heere Jezus in het middelpunt van uw en jouw leven zal staan. Opdat Hij zal schitteren in ons leven. De Heilige Geest komt om ons aan Jezus te verbinden. Hij werkt in opdracht van Jezus om de kruisverdienste, de verzoening in ons te leggen. De Heilige Geest doet niets liever dan ons in geloof en bekering aan Christus te verbonden opdat we in Christus zijn. Dat is de heel intieme en persoonlijke eenheid met Christus Jezus.
De Heilige Geest komt om ons de waarheid te leren en te laten zien dat het hopeloos is buiten Christus. Maar ook dat er door het bloed van Christus redding en eeuwig behoud is.
De Geest komt niet om Zelf in het middelpunt te staan. De Heilige Geest heeft slechts één doel en dat is van Christus spreken. Hij, de gekruisigde Christus moet centraal staan. Dat betekent dat wij al helemaal niet centraal staan. Niet ons geloof, onze bevinding maar Zijn Naam en eer en daden.
Hoe wordt Christus verhoogd? Hij wordt verhoogd in onze schuldbelijdenis en het vluchten tot Hem, dat is door het geloof.




.
.
.
Bescherming, begeleiding, zuivering, loslaten van het verleden, voor kracht, bij hulpeloosheid en wanhoop, bij zelftwijfel, voor groei van het zelfvertrouwen, tegen nachtmerries, voor overwinnen angsten, voor rechtvaardigheid, voor hulp bij problemen, bij stervensbegeleiding, …
.
.
.
.
.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons. God,
Hemelse Vader, ontferm U over ons.
God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
God Heilige Geest, ontferm U over ons.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
Heilige Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons,
Heilige Aartsengel Michaël,
Heilige Michaël, zeer verheven opperhoofd der hemelse heerscharen,
Heilige Michaël, verdediger van de heilige Stad,
Heilige Michaël, sterk en machtig in de strijd,
Heilige Michaël, beschermer van de H. Kerk,
Heilige Michaël, prins van de uitverkorenen,
Heilige Michaël, schrik van de hel,
Heilige Michaël, die de duivels verjaagt,
Heilige Michaël, door God uitverkoren om onze beschermer te zijn,
Heilige Michaël, die aan de storm gebiedt,
Heilige Michaël, hulp der christenen,
Heilige Michaël, brandend van ijver voor de glorie Gods,
Heilige Michaël, die de zielen uit het vagevuur vertroost,
Heilige Michaël, die tegenwoordig zijt bij ons oordeel,
Heilige Michaël, die ons steeds en overal beschermt,
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U over ons.
Bid voor ons, Heilige Aartsengel Michaël. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
Laat ons bidden,
Almachtige en eeuwige God, die de Heilige Michaël hebt aangesteld als bewaker van de Heilige Kerk en opperhoofd van het paradijs, verleen genadig door zijn voorspraak: aan de Heilige Kerk voorspoed en vrede, aan ons Uw genade in dit leven en de glorie in de eeuwigheid.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.
.
.
.
Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons,
Heer, ontferm U over ons, Christus, hoor ons,
Christus, verhoor ons,
God, Hemelse Vader, ontferm U over ons,
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over ons,
God, Heilige Geest, ontferm U over ons,
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons,
Heilige Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons,
Heilige Michaël, bid voor ons.
Heilige Michaël, vervuld met de wijsheid van God, bid voor ons.
Heilige Michaël, volmaakte aanbidder van het mensgeworden Woord, bid voor ons.
Heilige Michaël, gekroond met eer en heerlijkheid, bid voor ons.
Heilige Michaël, de machtigste vorst van de legers des Here, bid voor ons.
Heilige Michaël, vaandeldrager van de Heilige Drievuldigheid, bid voor ons.
Heilige Michaël, behoeder van het paradijs, bid voor ons.
Heilige Michaël, gids en trooster van het volk van Israël, bid voor ons.
Heilige Michaël, glorieuze vesting van de strijdende Kerk, bid voor ons.
Heilige Michaël, eer en vreugde van de triomferende Kerk, bid voor ons.
Heilige Michaël, licht van Engelen, bid voor ons
Heilige Michaël, bescherming van de orthodoxe gelovigen, bid voor ons.
Heilige Michaël, kracht voor hen die strijden in de naam van het Heilige Kruis, bid voor ons.
Heilige Michaël, licht en het vertrouwen van de zielen in het uur van de dood, bid voor ons.
Heilige Michaël, onze voortdurende helper, bid voor ons.
Heilige Michaël, onze hulp in alle tegenspoed, bid voor ons.
Heilige Michaël, heraut van de eeuwige straf, bid voor ons.
Heilige Michaël, trooster der zielen in de vlammen van het vagevuur, bid voor ons.
Heilige Michaël, die door de Heer bevolen werd om de zielen te ontvangen na de dood, bid voor ons.
Heilige Michaël, onze prins, bid voor ons.
Heilige Michaël, onze advocaat, bid voor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld , verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, ontferm U over ons.
Christus hoor ons, Christus verhoor ons
Bid voor ons Heilige Aartsengel Michaël, opdat wij de belofte van Christus waardig worden.
Laat ons bidden,
Almachtige en eeuwige God, die de Heilige Michaël hebt aangesteld als Bewaker van de Heilige Kerk en Opperhoofd van het Paradijs. Verleen genadig door zijn voorspraak: aan de H. Kerk voorspoed en vrede, aan ons Uw genade in dit leven en de glorie in de eeuwigheid.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.
.
.
.
Inspiratie, spiritualiteit, dromen, tegen depressie, hulp bij tegenspoed, positieve gedachten, meer vrolijkheid, voor creativiteit, voor als men vastgelopen is in situaties of patronen, vervulling van wensen, voor motivatie, tegen destructieve neigingen, troost, voor positieve veranderingen of om veranderingen te kunnen doen of om veranderingen aan te kunnen, bij het nemen van beslissingen en knopen door te hakken, dansen, helen innerlijke kind, visioenen, meditatie, zwangerschap,…
.
.
.
Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons,
Heer, ontferm U over ons,
Christus, hoor ons, Christus, verhoor ons,
God, Hemelse Vader, ontferm U over ons,
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over ons,
God, Heilige Geest, ontferm U over ons,
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons,
Heilige Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons,
Heilige Aartsengel Gabriël,
Heilige Gabriël, die zijt afgedaald tot de drie jongelingen in de vuur oven om de brandende vlammen van hen verwijderd te houden,
Heilige Gabriël, die aan Zacharias zijt verschenen en hem de geboorte en glorierijke bediening van zijn zoon Johannes hebt verkondigd,
Heilige Gabriël, die door God aan de Maagd Maria te Nazareth gezonden werd om Haar de Menswording van het eeuwige woord aan te kondigen,
Heilige Gabriël, die aan de aarde de naam “Jezus” hebt gebracht,
Heilige Gabriël, die aan het mensdom het eerst de verheven groet “Wees gegroet, Maria,” hebt geleerd,
Heilige Gabriël, wiens naam betekent : Kracht Gods,
Heilige Gabriël, die aan de Allerhoogste onze gebeden overbrengt,
Heilige Gabriël, patroon der reine zielen,
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U over ons !
Christus, hoor ons,
Christus, verhoor ons,
Bid voor ons, glorierijke aartsengel Gabriël, nu en in het uur van onze dood.
Laat ons bidden,
Almachtige en eeuwige God, die de Heilige Michaël hebt aangesteld als Bewaker van de Heilige Kerk en Opperhoofd van het Paradijs. Verleen genadig door zijn voorspraak: aan de Heilige Kerk voorspoed en vrede, aan ons Uw genade in dit leven ende glorie in de eeuwigheid.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.
.
.
.
Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons,
Heer, ontferm U over ons,
Christus, hoor ons, Christus, verhoor ons,
God, Hemelse Vader, ontferm U over ons,
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over ons,
God, Heilige Geest, ontferm U over ons,
Heilige Drievuldigheid,één God, ontferm U over ons,
Heilige Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons,
Heilige Gabriël, glorieuze aartsengel, bid voor ons.
Heilige Gabriël, kracht van God, bid voor ons.
Heilige Gabriël, die voor de troon van God staat, bid voor ons.
Heilige Gabriël, toonbeeld in gebed, bid voor ons.
Heilige Gabriël, heraut van de incarnatie, bid voor ons.
Heilige Gabriël, die de glorie van de Heilige Maagd geopenbaard hebt, bid voor ons.
Heilige Gabriël, Prins van de hemel, bid voor ons.
Heilige Gabriël, ambassadeur van de allerhoogste, bid voor ons
Heilige Gabriël, behoeder van de Onbevlekte Maagd, bid voor ons
Heilige Gabriël, die de grootsheid van Jezus voorspelde, bid voor ons.
Heilige Gabriël, vrede en licht van de zielen, bid voor ons.
Heilige Gabriël, plaag van de ongelovigen, bid voor ons.
Heilige Gabriël, bewonderenswaardige leraar, bid voor ons.
Heilige Gabriël, kracht van de rechtvaardigen, bid voor ons.
Heilige Gabriël, beschermer van de gelovigen, bid voor ons.
Heilige Gabriël, verkondiger van het Woord van God, bid voor ons.
Heilige Gabriël, verdediger van het geloof, bid voor ons.
Heilige Gabriël, onvermoeibaar lof betuigend aan onze Heer Jezus Christus, bid voor ons.
Heilige Gabriël, die geprezen wordt door de Schrift als de engel die door God aan de maagd Maria gezonden werd, bid voor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld , verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, ontferm U over ons.
Christus hoor ons, Christus verhoor ons
Bid voor ons Heilige Aartsengel Gabriël, opdat wij de belofte van Christus waardig worden.
Laat ons bidden,
O gezegend Heilige Aartsengel Gabriël, wij smeken u, bemiddel voor ons voor Gods troon om genade te bekomen en om ons te helpen in onze noden. Gij die de menswording van onze Heer Jezus Christus aan de Maagd Maria hebt verkondigd, door uw voorspraak en bescherming, verleen ons de genade om de Goddelijk hulp te mogen ontvangen opdat we onze Heer eeuwig mogen loven, beminnen en danken.
Amen.
.
.
.
Alles wat met genezing te maken heeft zowel fysiek als mentaal als het genezen van situaties of doorbreken van slechte gewoonten en patronen, voor innerlijke rust, voor als men zich in de steek gelaten voelt of eenzaam is, bij liefdesverdriet en het helen van een gebroken hart, tegen verbittering, als men niet tevreden is met zichzelf en voor hulp om zichzelf te aanvaarden, tegen moedeloosheid, bij gekwetste gevoelens, voor hulp in medische en psychische kwesties, stervensbegeleiding, bij uitputting en voor nieuwe krachten, voor vrouwen in de overgang, spirituele heling,…
.
.
.
.
.
Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons,
Heer, ontferm U over ons, Christus, hoor ons,
Christus, verhoor ons,
God, Hemelse Vader, ontferm U over ons,
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over ons,
God, Heilige Geest, ontferm U over ons,
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons,
Heilige Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons,
Heilige Rafaël, bid voor ons.
Heilige Rafaël, vervuld met de genade van God, bid voor ons.
Heilige Rafaël, perfecte bewonderaar van het Goddelijke woord, bid voor ons.
Heilige Rafaël, terreur van de demonen, bid voor ons.
Heilige Rafaël, verdelger van de ondeugden, bid voor ons.
Heilige Rafaël, gezondheid voor de zieken, bid voor ons.
Heilige Rafaël, onze toevlucht tijdens al onze beproevingen, bid voor ons.
Heilige Rafaël, gids van de reizigers, bid voor ons.
Heilige Rafaël, troost van de gevangenen, bid voor ons.
Heilige Rafaël, vreugde voor de bedroefden, bid voor ons.
Heilige Rafaël, vol ijver voor het behoud van onze zielen, bid voor ons.
Heilige Rafaël, wiens naam betekent “God geneest”, bid voor ons.
Heilige Rafaël, liefhebber van de kuisheid, bid voor ons.
Heilige Rafaël, schrik van de duivels, bid voor ons
Heilige Rafaël, in ziekte, honger en oorlog, bid voor ons.
Heilige Rafaël, engel van vrede en welvaart, bid voor ons
Heilige Rafaël, begunstigd met de genade van de genezing, bid voor ons.
Heilige Rafaël, begeleider op de paden naar deugd en heiliging, bid voor ons.
Heilige Rafaël, helper van al diegenen die uw hulp afsmeken, bid voor ons.
Heilige Rafaël, die de gids en troost van Tobias was op zijn reis, bid voor ons.
Heilige Rafaël, die door de schriften geprezen wordt als: “Rafael, de heilige engel van de heer, die gestuurd werd om te genezen,” bid voor ons.
Heilige Rafaël, onze verdediger, bid voor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld , verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, ontferm U over ons.
Christus hoor ons, Christus verhoor ons
Bid voor ons Heilige Aartsengel Rafaël, opdat wij de belofte van Christus waardig worden.
Laat ons bidden,
Onze heer, Jezus Christus, door het gebed van de Aartsengel Rafaël, geef ons de genade alle zonden te vermijden en te volharden in onze goede werken opdat wij ooit onze hemelse bestemming mogen bereiken, gij die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwigheid.
Amen.
.
.
.
Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons,
Heer, ontferm U over ons, Christus, hoor ons,
Christus, verhoor ons,
God, Hemelse Vader, ontferm U over ons,
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over ons,
God, Heilige Geest, ontferm U over ons,
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons,
Heilige Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons,
Heilige Aartsengel Rafaël
Heilige Rafaël, Hemelse Geneesheer
Heilige Rafaël, sterke bondgenoot op al onze wegen
Heilige Rafaël, trouwe vriend in nood
Heilige Rafaël, lieve trooster bij grote smart
Heilige Rafaël, ware gids die ons de juiste paden helpt bewandelen
Heilige Rafaël, leidsman van de jonge en deugdzame Tobias,
Heilige Rafaël, wiens naam betekent ‘God geneest’.
Heilige Rafaël, bron van wijsheid
Heilige Rafaël, vurige bestrijder van het kwade
Heilige Rafaël, engel van de Goddelijke liefde
Heilige Rafaël, engel van de smart en genezing
Heilige Rafaël, patroon van de artsen, de zwervers en de reizigers
Heilige Rafaël, brenger van oplossingen voor problemen
Heilige Rafaël, bedwinger van de boze vijand
Heilige Rafaël, vol medelijden voor allen die lijden
Heilige Rafaël, die onze gebeden liefdevol aanhoort
Heilige Rafaël, steeds bereid ons te helpen
Heilige Rafaël, bekom genezing voor ons lichaam en onze ziel
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U over ons !
Christus, hoor ons, Christus, verhoor ons,
Bid voor ons, glorierijke aartsengel Rafaël, nu en in het uur van onze dood.
Laat ons bidden,
Almachtige en eeuwige God, die de Heilige Michaël hebt aangesteld als Bewaker van de Heilige Kerk en Opperhoofd van het Paradijs. Verleen genadig door zijn voorspraak: aan de Heilige Kerk voorspoed en vrede, aan ons Uw genade in dit leven en de glorie in de eeuwigheid.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.
.
.
.
Heilige Aartsengel Rafaël
Hemelse geneesheer en allertrouwste leidsman, Heilige Rafaël, die de oude Tobias het gezicht hebt terug gegeven en de jonge Tobias op al de wegen van zijn reis geleid en in gezondheid bewaard hebt, wees de geneesheer van mijn ziel en lichaam, verdrijf de schaduwen van mijn onwetendheid en sta mij voortdurend bij in alle gevaren van de pelgrimstocht van deze wereld, totdat gij mij gebracht hebt tot het Hemels vaderland, waar ik met U gelukkig in eeuwigheid het Goddelijke aanschijn moge aanschouwen, Amen.
.
.
.
.
.
.
.
.
Dat er met de mens een verhouding tussen geest, ziel en lichaam samenhangt, wordt wel genoemd, maar niet verder uitgewerkt.
Zie artikel ” de geestelijke wereld “.
.
.
.
De eigenschappen van de geestelijke vermogens worden opgesomd in de tekst bij het visioen Scivias Boek II,2:
Er is namelijk sprake van: licht en warmte (vuur), dat doordringend en doordringbaar is (zelfvormend en vormbaar) wat de eigenschappen van de geestelijke vermogens zijn:
.
| licht en warmte | vermogens | voortbrengselen |
| vormbaar licht zelfvormend licht vormbare warmte zelfvormende warmte |
waarnemen denken voelen willen |
ervaringsbeelden denkbeelden gemoedstoestand krachtstoestand |
.Dan wordt de betekenis van de Heilige Drievuldigheid besproken:
.
Het allerhelderste licht is ‘zonder smet van bedrog’ (is de waarheid) en duidt de Vader aan.
(Vader – waarheid: denken)
Het allerzoetste rode vuur is ‘zonder smet van sterfelijkheid’ (is de levenskracht) en ‘zonder smet van duisternis’ (is het bewustzijn) en duidt de Heilige Geest aan.
(Heilige Geest – bewuste kracht: waarnemen, willen)
De mensengestalte is ‘zonder smet van verharding’ (is de zachtmoedigheid) en duidt de Zoon aan, uit de Vader geboren.
(Zoon – zachtmoedigheid: voelen)
De Vader en de Heilige Geest worden kenbaar gemaakt door de Zoon.
.
| Vader Heilige Geest Zoon |
waarheid bewustzijn en kracht zachtmoedigheid |
denken waarnemen en willen voelen |
.
In het Liber Divinorum Operum bij visioen 1
.
.
“Ik ben de rationalitas (‘berekenen’, denken), die de wind van het klinkende woord bevat, de woorden van de redelijkheid waardoor elk schepsel is gemaakt. Maar ik ben ook officialis (‘dienstvaardigheid’, voelen). Want de levende dingen branden dankzij mij. Ik ben dienaar en toeverlaat.
En ik ben het equalis leven (‘equalis’: a. ‘van het paard’: willen; b. ‘van de ruiter’: waarnemen) in eeuwigheid, dat niet ontstaan is en niet zal eindigen. En datzelfde leven is de zich bewegende en werkende God, en toch is dit leven één in deze drie krachten (de geestelijke vermogens).”
.
| rationalis equalis officialis |
denken waarnemen en willen voelen |
.
Het Liber Divinorum Operum, visioen 4
.
Het vierde visioen van het Liber Divinorum Operum is geheel gewijd aan het bezielde schepsel, de mens. Het visioenbeeld geeft in metaforen te kennen, hoe de ziel (geest) in het lichaam werkt. De ziel heeft twee krachten, waardoor zij zowel het werk als de rust van haar ijverig streven met gelijke sterkte beheerst. Met de ene (kracht) stijgt zij omhoog, waar zij God ervaart.
Met de andere (kracht) neemt zij het gehele lichaam waarin zij bestaat, in bezit om daarin te werken.
Want het is de ziel tot vreugde om in het lichaam werkzaam te zijn. Daartoe is het immers door God gemaakt. En door dat werk van het lichaam snelt de ziel (geest) naar haar vervolmaking.
Het menselijke lichaam is als het ware een afspiegeling van de geschapen wereld als geheel, het universum. In haar visioen zag Hildegard de mensengestalte staande in het midden van de cirkels der elementen. Zoals de armen en benen het lichaam van de mens in evenwicht houden temidden van alle natuurkrachten, zo houdt de ziel het innerlijk van de mens in evenwicht.
Maar zoals het lichaam gemaakt is om te bewegen, zo staat ook de ziel niet stil. Zij is voortdurend in beweging, net zoals de winden in het uitspansel, die het wereldgebouw in evenwicht houden. De ziel vliegt in de mens met vier vleugels (bewegen: willen), namelijk met het waarnemingsvermogen(sensualitas), met het verstand (intellectus, denken) en met de kennis van het goede en het kwade (scientia boni en scientia mali, voelen).
Zo werkt de ziel met de zintuiglijke waarneming volgens de smaak van het vlees; door het verstand onderscheidt zij waarlijk haar werken, of die God of de mensen welgevallig zijn. Door de twee vleugels der kennis, namelijk van het goede en kwade, voltooit de mens elk werk in de ziel, waardoor de innerlijke verscheidenheid ervan getoetst wordt: welke werken door de geest verlossing door God verlangen, welke door het vlees het eerbetoon eigenlijk van de mensen begeren.
.
.
.
.
In de drie visioenen die in Scivias Boek I ( miniaturen T5,T6 en T7) staan beschreven, wordt aan Hildegard de kringloop van de menselijke geest getoond. Deze begint in de algeest (het vierkant dat zich naar alle zijden uitstrekt), van waaruit de menselijke geest (de vurige bol) door zijn moeder heen in een lichaam op aarde wordt geboren.
Daar moet de geest zich staande zien te houden in de druk die van de tijd als stroom van gebeurtenissen uitgaat. Als de mens erin slaagt bij zichzelf te komen en zich geestelijk te ontwikkelen, bereikt hij het doel: zelfverwerkelijking. Bij het overlijden wordt hij opgevangen door geesten met wie hij nu overeenstemt door zijn ontwikkeling; door hen wordt hij naar zijn eigen wereld gevoerd. Is dat een lichte wereld, dan kan hij in het paradijs weer met God worden herenigd.
.
Sivias T5 : geboorte uit de hemel en de levensweg op aarde
.
.
“En nadien zag ik een bijzonder grote en heldere schittering die leek op te vlammen (een kracht), met vele ogen (is alziend, m.a.w. een bewuste kracht), en die vier hoeken had die naar de vier uithoeken van de wereld (alomtegenwoordig) gekeerd waren (m.a.w. de vierhoek is de algeest): in die schittering, die het geheim van de hoogste schepper aanduidde, werd me een heel groot geheim onthuld. En daar binnenin die schittering verscheen ook een andere schittering, gelijkend op die van de ochtendgloed en die de helderheid van een purperen schittering bevatte (en vele, vurige bollen: de wereld van de menselijke geesten in de algeest).”
(De ‘ochtendgloed’ of ‘morgenrood’ is een beeld van Jezus. Het hoofdje dat in de baan te zien is, is de geest van Jezus, de heilige geest, die als volmaakte geest naar de aarde afdaalt.)
“En zo zag ik … een vrouw (op aarde) die in haar buik … de volledige gestalte van een mens droeg. En zie, door een geheim raadsbesluit van de hoogste schepper begon deze gestalte hevige, levengevende bewegingen te maken en wel zo dat een vurige bol (bol van licht en warmte, een menselijke geest uit de geestelijke wereld), die niet de vorm van een menselijk lichaam had, (door de verbinding afdaalde en) het hart van deze gestalte in bezit nam en diens hersenen bedekte, en zich in al zijn ledematen verspreidde (de indaling van de geest in het lichaam).
En daarna kwam diezelfde mensengestalte, die aldus tot leven werd gewekt, uit de schoot van deze vrouw en dit in overeenstemming met de bewegingen welke die bol (de geest) in diezelfde mensengestalte veroorzaakte; en in overeenstemming met die bewegingen veranderde die mensengestalte ook van kleur.
En ik zag dat de vele wervelwinden (zintuiglijke ervaringen) die deze bol binnendrongen – de bol welke nog altijd in dat lichaam bleef – hem naar de aarde deden afbuigen (de onbewuste vereenzelviging); maar deze bol, die weer op krachten was gekomen, richtte zich moedig op en weerstond krachtig die wervelwinden en zei, al klagend: Waar ben ik, ik die verdwaald ben? In de schaduw van de dood.” (de zelfbewustwording).
En zie, ik zag op aarde mensen die in hun kannen melk droegen en daar kazen van maakten (verwerking van ervaringen tot persoonlijkheidstrekken: de ‘kazen’ zijn ‘witte bollen’: de geest); één deel ervan was vet en dik, en daaruit werden sterke kazen (krachtige geest) gemaakt; het andere deel was licht en dun, en daaruit werden zwakke kazen gestremd (zwakke geest); en een deel was vermengd met vies slijm, het was besmet en daaruit werden bittere kazen gemaakt (kwaadaardige geest).”
“En jij nu mens, die dit ziet, sta er ook bij stil, want ‘de vele wervelwinden die deze bol binnendringen – de bol die nog altijd in dat lichaam blijft – doen hem naar de aarde afbuigen’ (maakt de geestesgesteldheid zintuiglijk: de onbewuste vereenzelviging): dit betekent dat de menselijke ziel, wanneer de mens nog in zijn lichaam leeft, door vele onzichtbare verleidingen wordt geboeid, die haar door het genot van de zintuigen vaak doen afbuigen naar de zonden van de aardse genietingen.”
.
De rechter helft van de miniatuur, die uit vijf afbeeldingen bestaat, toont de levensweg van de mens. De onderste drie laten de beproevingen zien die de mens op aarde heeft te verduren om zich staande te houden tegenover allerlei verleidingen.
De vierde afbeelding toont de mens die tot bezinning is gekomen en besluit zich weer tot God te richten. De bovenste toont de mens die de geestelijke vermogens (de vleugels) tot ontwikkeling heeft gebracht en zich daardoor niet meer laat afleiden van de rechte weg. Zijn lichaam is een tempel Gods geworden.
.
Scivias T6 : de beproefde, zich tot God richtende mens bij zijn gang over de aarde
.
.
“Maar met herstelde krachten richt ze zich moedig op en verzet zich er krachtig tegen’: dat is omdat de gelovige en beproefde mens, ook al heeft hij gezondigd, vaak dankzij de gave Gods tot inkeer kan komen en zijn zonden verlaten (zelfbewustwording en zelfverwerkelijking); en omdat hij, door zijn hoop in God te stellen, de misleidende verlokkingen van zich af kan zetten, op voorwaarde dat hij zijn schepper trouw blijft zoeken – net zoals de gelovige mens, die hierboven aan het woord is, in haar klacht over haar beproeving heeft aangetoond.”
Dit visioen toont de mens die op aarde aan verleidingen blootstaat, maar die zich vastberaden tot God wendt (de opgeheven handen beduiden een biddende houding).
.
Scivias T7 : overlijden en terugkeer naar huis
.
.
“Wat nu het volgende betreft, ‘dat een andere bol (geest) zich losmaakte uit de omtrekken van zijn eigen vorm en haar eigen knopen losmaakte’: dat is omdat die ziel de lichamelijke leden van haar woonplaats (het lichaam) achter zich laat en ook de verbinding tussen deze ledematen verlaat, op het ogenblik dat de ontbinding van deze woonplaats is aangebroken; en ‘dat zij zich ervan losmaakte en haar woonplaats aan ontbinding overliet’: dat is omdat zij, wanneer zij zich uit haar lichaam verwijdert, de plek van haar woonplaats laat instorten, wat haar vrees inboezemt, omdat zij het naderende oordeel van de opperste rechter tegemoet moet zien, omdat zij dan de waarde van haar werken zal inzien, op basis van het rechtvaardige oordeel van God.
En hierom ook is het dat, ‘wanneer de ziel aldus ontbonden is, dat zowel lichtgevende als duistere geesten naderbij treden, die de bol (menselijke geest) vergezeld hadden zolang zij zich nog in die woonplaats bevond’: omdat op het moment van die ontbinding, wanneer de menselijke ziel zijn woonplaats verlaat, engelachtige geesten, zowel goede als slechte, in overeenstemming met de rechtvaardige en juiste beschikking van God, aanwezig zijn; en ‘ze wachten op de losmaking, zodat ze haar, zodra zij volledig ontbonden is, met zich kunnen meevoeren’:
zij wachten immers eveneens op het oordeel van de rechtvaardige rechter over deze ziel op het ogenblik van de scheiding van de ziel van haar lichaam, zodat ze haar, gescheiden van haar lichaam, naar de plek kunnen voeren waar zij zal worden geoordeeld door de opperste rechter volgens de verdiensten van haar eigen werken, net zoals het u, o mens, hierboven waarheidsgetrouw werd getoond.”
(namelijk naar de duistere gebieden, de middelste afbeelding op de miniatuur, of naar de lichte gebieden, de bovenste afbeelding).
.
Scivias T25 : de vrije keuze van de mens
.
.
Een lieflijke, vergulde vrouwenfiguur staat hier omgeven door zes engelen, terwijl rechts van haar zes welwillende gelovigen naderen en links drie personen zich vijandig gedragen. Deze mensen komen vanuit het noordrijk van de duivel en het ongeloof de Stad Gods binnen door de poort die zich bevindt tussen de toren van Gods raadsbesluiten en de zuil van Gods Woord. Hier gebeurt eigenlijk iets heel belangrijks in de geschiedenis van de Verlossing.
Hildegard geeft deze Godskracht of deugd, de naam van Scientia Dei dat is het ‘Weten van God’ of de ‘Godskennis’. Maar dit begrip van kennen wordt in dubbele zin gebruikt. Op de eerste plaats het kennen of het weten van God, wie aan Zijn uitnodiging gehoor geeft en geloof schenkt aan de openbaring. Op de tweede plaats betekent dit het weten van de mens over God. Het antwoord van de mens, die uit vrije wil geloof schenkt aan de openbaring van het Woord Gods.
Hier komt de scheiding der geesten: zij die goed willen, ontvangen als bij het bruiloftsmaal het feestkleed, maar zij die zonder kleed binnendringen, worden teruggedreven. Het is waar dat de Heer de armen van de straat, de ongelukkigen door zijn dienaars liet ophalen, opdat zijn feestzaal vol zou raken. Van ieder wordt echter verwacht dat hij komt in een feestkleed. De uitnodiging is een genadegeschenk, maar men moet er wel gevolg aan willen geven.
Nog een ander belangrijk aspect van de roeping tot het koninkrijk Gods komt hier naar voren: Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren om deel te nemen aan de uitvoering van Gods plannen. God heeft enkelen uitverkoren om zijn medewerkers te worden in de verwerkelijking van het grote bouwplan. Als God in zijn goddelijke ijver om de ongelovigen te bekeren, samen met de gelovigen gaat beginnen de drie gemetselde muren op te trekken, dan heeft Hij bijzondere medewerkers nodig. Aanvankelijk roept hij het joodse volk en oefent het door strenge discipline (de ‘Wetten van Mozes’).
.
.
In het gedachtengoed van Hildegard staat de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens in het middelpunt; het gaat op de weg door dit bestaan om de ontwikkeling van de deugden door een juiste keuze te maken tussen goed en kwaad, met het doel de hemel te bereiken.
Heel Scivias en Liber Divinorum Operum zijn doordrongen van de raad zich altijd in gebed tot God te richten.
.
.
.
.
Pasteltekening van John Astria
Lucas vertelt over twee bijzondere geboorten: de eerste van Johannes de Doper, de voorbode van de Here Jezus, en de tweede van Jezus zelf:
“In de zesde maand (van de zwangerschap van Elisabeth) zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, naar een meisje (maagd) dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria. Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je’.
Maria schrikt en vraagt zich af wat dit te betekenen heeft. De engel gaat verder:
“Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen”.
Tot haar verbazing hoort zij dat ze zwanger zal worden voordat ze met Jozef getrouwd is. Ze stelt daarom de vraag:
“Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad”.
Waarop Gabriël haar vertelt:
“De Heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God”.
Gabriël vertelt haar ook dat haar oude tante Elisabeth al zes maanden zwanger is. Heel nederig, en vol geloof, antwoordt zij:
“De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd”.
Ze denkt niet aan alle problemen die er nu voor haar gaan komen. Wie zal haar geloven? Iedereen zal denken dat ze overspel heeft gepleegd. Hoe zal Jozef reageren? Als hij haar verlaat zal ze helemaal alleen zijn, niemand zal voor haar willen zorgen. Op overspel staat zelfs de doodstraf. Ze gelooft de woorden van Gabriël en besluit direct naar Elisabeth te gaan. De begroeting van Elisabeth klinkt haar als muziek in de oren. Ze krijgt hierdoor nog een bevestiging dat Gabriël de waarheid heeft gesproken:
“Toen Elisabeth de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot; ze werd vervuld met de Heilige Geest en riep luid: ‘De meest gezegende ben je van alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot! Toen ik je groet hoorde, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan’.”
Deze woorden tonen dat Maria de woorden van Gabriël direct geloofde, in tegenstelling tot Zacharias, die als bewijs een teken vroeg. Maria antwoordt Elisabeth met een lofzang. Hierin laat zij voor het eerst haar grote blijdschap zien, om wat de Here voor haar heeft gedaan.
“Mijn ziel prijst en looft de Heer, mijn hart juicht om God, mijn redder: Hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares. Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen, ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan, heilig is zijn naam”.
Dit is alles wat zij over zich zelf zegt. Belangrijker voor haar is de vervulling van Gods heilsbeloften:
“Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar, zoals hij aan onze voorouders heeft beloofd: hij herinnert zich zijn barmhartigheid jegens Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid.”
Uit de lofzang, waarin vele aanhalingen uit de psalmen en profeten staan, blijkt dat Maria de Schriften goed kende. Na haar terugkeer neemt Jozef zijn verloofde Maria bij zich in huis. God had hem in een droom de situatie uitgelegd. Jozef gelooft God en neemt de verantwoordelijkheid voor moeder en kind op zich. De geboorte vond plaats in een sombere stal. Het bezoek van de herders gaf grote blijdschap en maakte diepe indruk op Maria. Ze begreep niet alles van wat ze vertelden maar:
“bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken”(Lucas 2:19).
Deze houding was typerend voor Maria. Wanneer Jezus bij verschillende gelegenheden ‘vrouw’ en niet moeder zei, was dat niet koel en afstandelijk bedoeld. Het ging Jezus erom dat niet de biologische maar de geloofsband belangrijk is. De liefde van Jezus voor zijn moeder was groot. Bij de kruisiging gingen de woorden van Simeon (Lucas 2:35) in vervulling:
“en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden”.
Jezus troostte haar ; toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder:
‘Vrouw zie uw zoon’,
en daarna tegen de leerling:
‘Zie uw moeder’.
Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis”( Johannes 19:26-27). Vrouw niet moeder. Jezus wilde niet dat Maria alleen maar zou treuren om het verlies van een zoon, maar zou zien dat zij Hem terugkreeg als haar Heer. Samen met de discipelen in de bovenzaal toonde zij een groot geloof in haar Heiland:
“Deze allen bleven eendrachtig volharden in het gebed, met enige vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders”( Handelingen 1: 14).
Laten wij, net zoals zij, de Here aanbidden en uitzien naar zijn wederkomst!
Het is het vijfde boek van de 27 boeken van het Nieuwe Testament en is geschreven door Lucas (de arts) aan Theofilus in ca. 63-70 na Christus. Handelingen wordt gezien als de verbinding tussen het korte historische verslag over de Hemelvaart van Jezus en de vestiging en groei van de kerk enerzijds, en anderzijds de Evangeliën en de Epistels (zendbrieven) van Paulus tijdens zijn zendingsreizen.
Sommigen beschouwen dit boek als een voortzetting van het boek van Lucas, omdat beide door dezelfde persoon geschreven zijn. Lucas was een ooggetuige en beschrijft een nauwkeurige en grondige historie van de komst van de Heilige Geest en de geboorte van het christendom. Binnen ongeveer tien jaar na die bewuste Pinksterdag werden de leerlingen christenen genoemd (Handelingen 11:26).
De kerkgeschiedenis begint met de stichting, organisatie en opbouw van het christendom in slechts 30 jaar na de Hemelvaart van de verrezen Christus. Het eerste hoofdstuk van Handelingen gaat over de verrijzenis van Jezus uit het graf en de 40 dagen die Hij doorbracht met de apostelen. Hij besteedde deze tijd aan verder onderricht over het Koninkrijk van God en het werk van Zijn leerlingen na Zijn Hemelvaart.
Jezus instrueerde Zijn volgelingen dat zij eerst de kracht van de Heilige Geest zouden ontvangen en vervolgens het Evangelie moesten brengen naar de uiteinden van de aarde (Handelingen 1:8). Petrus werd een leidinggevende figuur binnen de groep na Pinksteren. Pinksteren wordt gezien als een belangrijk omslagpunt in de door God gegeven kracht en wijding aan de kerk.
De leerlingen en apostelen reisden door heel Judea, Galilea, Samaria, Ethiopië, Macedonië en uiteindelijk naar Rome en door de hele wereld zoals wij die nu kennen. Ondanks tegenstand, gevangenschap, mishandeling en de dood die erop volgde, begon de kerk uit te groeien. De apostelen kregen steeds meer toehorend publiek. De toehoorders ontvingen middels de Heilige Geest genezingswonderen, verlossing van demonen (onreine geesten) en wonderbaarlijke bescherming tegen vervolging.
In deze periode schrijft Lucas over de wonderlijke bekering van een wetsgetrouwe Jood genaamd Saulus. Later werd hij een volgeling van Christus en door God de apostel Paulus genoemd. De groei van het christendom is misschien wel het meest aan Paulus te danken. Lucas schrijft ook over Stefanus, de eerste martelaar voor het christendom, en de executie van Jakobus (de broer van Johannes). Beiden hoorden tot de mensen die het dichtst bij Jezus stonden.
Hoewel zij te maken hadden met extreme vijandigheid en vervolging, bleven de leerlingen en volgelingen van Christus vastberaden trouw. Daarom is het “goede nieuws” over Jezus en het christendom één van de drie grootste en meest verkondigde levensbeschouwingen in de hedendaagse wereld geworden.
De Handelingen van de apostelen vertellen over de wonderlijke Pinksterdag, die de apostelen, de Kerk en de wereld veranderde. Kerken werden niet gevestigd omdat groepjes gelovigen dat toevallig zo bedacht hadden. Zij werden geleid door de uitstorting van Gods Geest en ontvingen kracht om zich te vermenigvuldigen door heel Klein-Azië, Griekenland, Syrië, Rome en nog verder weg.
De Heilige Geest was vanaf dat moment beschikbaar voor jonge mensen, ouderen, mannen, vrouwen, Joden en heidenen. Vóór Zijn Hemelvaart had Jezus tegen Zijn toegewijde apostelen gezegd dat ze moesten terugkeren naar Jeruzalem om daar het beloofde geschenk van de Vader af te wachten. Zij waren bijeen op die Pinksterdag toen plotseling “uit de hemel een geluid klonk als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde.
(Handelingen 2:2-4) ” Op dat moment zag de groep “een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de Heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven”
Toen beneden in de drukke straat Joden (afkomstig uit allerlei landen) dit hoorden, verzamelden zij zich en “raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken” (vers 6). De menigte stond verbaasd; sommigen spotten en anderen dachten dat deze 120 mensen dronken waren doordat ze teveel wijn hadden gehad.
Pasteltekening van John Astria
Het grootste deel van het boek Handelingen beschrijft de zendingsreizen van Paulus met zijn metgezellen. Petrus was een groot voorbeeld van de aanvaarding door Jezus van mensen ondanks hun soms zwakke en betreurenswaardige fouten. Petrus werd veranderd door liefde en werd “de Rots” genoemd, vanwege zijn solide en standvastige geloof. Deze eenvoudige visser was niet foutloos en struikelde af en toe, maar schoot niet tekort in het volgen van Jezus.