Categorie archief: Kamerplanten en bloemen

Veldsla : Valerianella locusta

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de hele kleine (2 mm) lichtblauwe (bijna witte) bloemetjes
– in schermachtige hoofdjes, die
– paarsgewijs aan het einde van een gevorkte stengel zitten

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Veldsla is een eenjarig plantje, dat 7 tot 25 cm hoog wordt. Ze is plaatselijk vrij algemeen in de Lage Landen. El-ders is ze zeer zeldzaam. Ze groeit op vochtige, voedselrijke, vaak omgewerkte, grazige grond in bermen en op dijken, soms in akkers.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd van veldsla is april en mei, zelden in juli/augustus. De bloemen van veldsla zijn heel lichtblauw (bijna wit), soms paarsachtig. Ze zijn 2 mm groot en hebben 5 kroonblaadjes. Ze staan in schermvormige hoofdjes, die paarsgewijs aan het einde van de vorkachtig vertakte stengel staan. Onder elk scherm bloemetjes zitten een aan-tal schutbladen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De tere stengels zijn vaak onderaan verspreid behaard en soms voelen ze bovenaan ruw aan door omlaag gerich-te stijve haren. De onderste bladeren vormen een rozet. Ze zijn spatelvormig. De bovenste bladeren zijn tegen-overstaand, iets spits, lancetvormig tot langwerpig, meestal met een gave, soms iets getande rand, verspreid be-haard en gewimperd.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Veldsla wordt vanwege haar rozet-bladeren ook gekweekt als groente. De gekweekte soort is in alle delen groter dan de wilde. De bladeren kunnen zowel vers als gestoofd gegeten worden en smaken nootachtig. Veldsla is een wintergroente : in de herfst kiemen de zaden en ze overwintert als rozet. Veldsla bevat slijm en is daardoor gevrij-waard van slakkenvraat.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast veldsla zijn er nog drie andere soorten veldsla : gegroefde veldsla, getande veldsla en geoorde veldsla. Alle drie staan ze op de rode lijst (gegroefde als gevoelig, getande als ernstig bedreigd en geoorde als verdwenen. Veldsla soorten zijn van elkaar te onderscheiden door de vorm en de hokjes-indeling van de vruchtjes.

 

 

gekweekte

 

 

 

gekweekte

 

 

 

gegroefde

 

 

 

geoorde

 

 

 

getande

 

 

 

Algemeen

 

– kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae)
– eenjarig
– plaatselijk vrij algemeen voorkomend
– 7 tot 25 cm hoog

Bloem
– heel lichtblauw, bijna wit,
soms paarsachtig
– april en mei, zelden in juli/augustus
– stervormig
– 2 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 3 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– onderste :
– rozet
– spatelvormig
– top stomp
– rand gaaf
– veernervig
– bovenste :
– tegenoverstaand
– langwerpig tot lancetvormig
– top stomp
– rand gaaf of iets getand
– 1-nervig
– verspreid behaard
– gewimperd

Stengel
– rechtop
– vier- of meerkantig
– onderaan verspreid behaard
– soms bovenaan ruw door stijve haren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tijmereprijs : Veronica serpyllifolia

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de witte “ereprijs” bloemetjes met donker blauw-paarse lijntjes, die samen een tros vormen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Tijmereprijs is een overblijvend plantje van 5 tot 25 cm hoog. Ze is zeer algemeen en groeit op open plekken met vochtige, voedselrijke grond in weilanden, op open zandgrond, in gazons, op bospaden en in akkers.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Tijmereprijs bloeit vanaf april tot in de herfst met kleine witte of blauwachtig witte bloemetjes. Zoals alle ereprijs bloemen hebben ze 2 meeldraden en 1 stijl. De bovenste en 2 zijdelingse kroonbladen zijn donker blauw-paars geaderd.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

In de Lage Landen zijn er 23 wilde soorten bekend. Daarnaast zijn er ook nog een aantal soorten in cultuur. Er zijn vaste planten maar er zijn ook soorten die eenjarig zijn. Wereldwijd zijn meer dan 500 soorten bekend. Een ere-prijs is vaak goed als zodanig te herkennen, maar om vervolgens de soort te bepalen is lastiger.

 

 

 

 

 

Nederlandse naam Botanische naam
Aarereprijs Veronica spicata
Akkerereprijs Veronica agrestis
Beekpunge Veronica beccabunga
Blauwe waterereprijs Veronica anagallis-aquatica
Bosereprijs Veronica montana
Brede ereprijs Veronica austriaca subsp. teucrium
Doffe ereprijs Veronica opaca
Draadereprijs Veronica filiformis
Gewone ereprijs Veronica chamaedrys
Gladde ereprijs Veronica polita
Grote ereprijs Veronica persica
Handjesereprijs Veronica triphyllos
Kleine ereprijs Veronica verna
Klimopereprijs Veronica hederifolia
Lange ereprijs Veronica longifolia
Liggende ereprijs Veronica prostrata
Mannetjesereprijs Veronica officinalis
Rode waterereprijs Veronica catenata
Schildereprijs Veronica scutellata
Steentijmereprijs Veronica acinifolia
Tijmereprijs Veronica serpyllifolia
Veldereprijs Veronica arvensis
Vreemde ereprijs Veronica peregrina
Vroege ereprijs Veronica praecox

 

 

 

aarereprijs

 

 

 

 

 

akkerereprijs

 

 

 

 

 

beekpunge

 

 

 

 

 

blauwe waterereprijs

 

 

 

 

 

bosereprijs

 

 

 

 

 

brede ereprijs

 

 

 

 

 

doffe ereprijs

 

 

 

 

 

draadereprijs

 

 

 

 

gewone ereprijs

 

 

 

 

gladde ereprijs

 

 

 

 

grote ereprijs

 

 

 

 

 

handjesereprijs

 

 

 

 

 

kleine ereprijs

 

 

 

 

 

klimopereprijs

 

 

 

 

lange ereprijs

 

 

 

 

 

liggende ereprijs

 

 

 

 

 

mannetjesereprijs

 

 

 

 

 

rode waterereprijs

 

 

 

 

 

schilderereprijs

 

 

 

 

 

steentijmereprijs

 

 

 

 

 

tijmereprijs

 

 

 

 

 

veldereprijs

 

 

 

 

 

vreemde ereprijs

 

 

 

 

 

vroege ereprijs

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 5 tot 25 cm

Bloem
– wit of blauwachtig wit
– vanaf april tot in de herfst
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 5 tot 6 mm
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 4 kelkbladen
– 2 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid of tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond
– top stomp
– rand gaaf tot zwak gekarteld/getand
– voet afgerond
– netnervig

Stengel
– opstijgend en liggend
– kort behaard
– wortelend op de knopen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

Raapzaad : Brassica rapa

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de compacte gele bloeiwijze, waarin de knoppen niet boven de open bloemen uit komen en
– de bovenste, (bijna) geheel stengelomvattende, blauwgroene bladeren en
– de ruw behaarde, liervormige, grasgroene, onderste bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Raapzaad is een tweejarige, plaatselijk algemeen voorkomende plant van 30 tot 80 cm hoog op open, vochtige, voedselrijke grond, vooral in bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De hoofdbloei valt in april, maar tot augustus kun je raapzaad bloeiend aantreffen. Haar 4-tallige bloemen zijn helder geel, zoet geurend en hebben 6 meeldraden en 1 stijl. De knoppen in een bloeiwijze zitten altijd lager dan de open bloemen.

 

 

 

 

 

Blad

 

De onderste bladeren zijn grasgroen, liervormig en ruw behaard. De bovenste zijn blauwgroen, (bijna) geheel stengelomvattend met hartvormige voet en bijna altijd onbehaard.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Raapzaad is een plant, die in verschillende vormen wordt gekweekt als groente (meiraapjes, paksoi, Chinese kool en raapstelen), als veevoer (soorten met tot knol opgezwollen wortel) en voor haar oliehoudende zaden.

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Hieronder vindt u de meest in het oog springende verschillen tussen raapzaad en koolzaad.

 

 

 

  koolzaad

– langgerekt bloeiwijze, knoppen boven de bloeiende bloemen
– alle bladeren blauwgroen
– bovenste bladeren half stengelomvattend of minder

 

 

 

 

 

 

 raapzaad

– compacte bloeiwijze, knoppen onder de bloeiende bloemen
– bovenste bladeren blauwgroen, onderste grasgroen
– bovenste bladeren (bijna) stengelomvattend

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– tweejarig
– plaatselijk algemeen voorkomend
– 30 tot 80 cm hoog

Bloem
– geel
– vanaf april t/m augustus
– tros
– 1 tot 2 cm
– stervormig
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– top rond
– netnervig
– onderste :
– grasgroen
– liervormig
– ruw behaard
– rand getand
– voet gevleugeld
– bovenste :
– blauwgroen
– langwerpig
– (bijna) stengelomvattend
– bijna altijd onbehaard
– rand gaaf
– voet diep hartvormig

Stengel
– rechtop
– groen, soms paarsig aangelopen
– soms verspreid enkele doornachtige   haren
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewoon barbarakruid : Barbarea vulgaris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Barbarea_vulgaris_002

 

 

Goed te herkennen aan
– de 4-tallige helder gele bloemen en
– de glanzende, niet gesteelde bovenste bladeren
– met bochtig ingesneden rand

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gewoon barbarakruid is een overblijvende (meestal tweejarige) niet behaarde plant, die bloeit vanaf april tot en met juni. Ze wordt 20 tot 90 cm hoog en is vrij algemeen voorkomend. Ze wordt ook uitgezaaid. Je vindt gewoon barbarakruid op open of licht beschaduwde plaatsen in grazige, vochtige, voedselrijke grond in bermen, aan slootkanten en rivieroevers, ook in de duinen.

 

 

winterkers

 

 

 

Bloemen

 

Gewoon barbarakruid bloeit met gele 4-tallige bloemen, die eerst in een zeer dichte bloeiwijze staan. Als de vruchten zich gaan ontwikkelen wordt de bloeiwijze langer.

 

 

bloeiende-plant-gewoon-barbarakruid

 

 

 

Bladeren

 

De kroonbladen zijn tweemaal zo lang als de kelkbladen en staan min of meer twee aan twee tegenover elkaar in plaats van een kruis te vormen, zoals gebruikelijk is bij kruisbloemigen. De bladeren van gewoon barbarakruid zijn glanzend. De onderste zijn gesteelde wortelbladeren, diep geveerd met aan beide kanten twee tot vijf eirond tot langwerpige deelblaadjes en een groot, rond-achtige topblaadje.

De bovenste bladeren zijn (half) stengelomvattend met (meestal) kale oortjes, ongedeeld, bochtig ingesneden en met of zonder een paar zijslippen. De jonge bladeren kunnen rauw of gekookt gegeten worden. Ze bevatten veel vitamine C, maar smaken wel wat bitter.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– overblijvend, meestal tweejarig
– vrij algemeen tot zeer zeldzaam
– 20 tot 90 cm

Bloem
– helder geel
– vanaf april t/m juni
– tros
– stervormig
– 1 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– bochtig getand
– top stomp
– rand bochtig getand
– voet (half) stengelomvattend
– veernervig
– glanzend
– kaal

Stengel
– rechtop
– kaal
– gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Voorjaarshelmkruid : Scrophularia vernalis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de geel-groene, klokvormige bloemen en
– de zachte beharing van de hele plant

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Voorjaarshelmkruid is een overblijvende, meestal tweejarige, naar tuinkers ruikende plant van 15 tot 80 cm. Ze groeit op droge tot vochtige, voedselrijke, vaak omgewerkte grond in duinbos en duinstruikgewas, ook bij bui-tenplaatsen. Ze is plaatselijk vrij algemeen voor komend.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Voorjaarshelmkruid bloeit vanaf april tot en met juni. De bloemen zijn geelgroen, klokvormig en staan in gesteel-de bijschermen in de bladoksels. Meeldraden en stijl steken buiten de bloemkroon.

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De behaarde bladeren zijn 3-hoekig, hebben een hartvormige voet en een gezaagde rand. De onderste zijn lang gesteeld, de bovenste bijna zittend. De stengels zijn behaard met lange afstaande witte haren en bovenaan ook met korte klierharen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

helmkruidfamilie (Scrophulariaceae)
– overblijvend, meestal tweejarig
– plaatselijk vrij algemeen tot zeer   zeldzaam
– 15 tot 80 cm

Bloem
– geel-groen
– vanaf april t/m juni
– bijscherm
– 6 tot 8 mm
– klokvormig
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– 3-hoekig
– top spits
– rand gezaagd
– voet hartvormig
– netnervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– stomp of scherp vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Oosterse sterhyacint : Scilla siberica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– blauwe (zelden witte), knikkende, 6-tallige bloemen en
– de vroege bloei

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Oosterse sterhyacint is een bolgewas, oorspronkelijk afkomstig uit Zuidoost-Europa en Klein-Azië. Ze is zeldzaam en groeit op voedselrijke grond in loofbossen, vooral op buitenplaatsen. Ze behoort tot de stinsenplanten en is ook te koop als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Oosterse sterhyacint bloeit in maart en april met blauwe, stervormige, knikkende bloemen, die alleen of met 2 tot 5, bij elkaar in een eenzijdige tros aan het einde van de stengel staan. De bloemen hebben 6 bloemdekbladen (geen aparte kroon- en kelkbladen), die vanaf de basis uiteen wijken en in het midden een donkere streep heb-ben. De bloemen van grote en kleine sneeuwroem zijn ook blauw en stervormig, maar de bloemdekbladen van die bloemen zijn aan de basis een klein stukje met elkaar vergroeid. Dat is goed zichtbaar aan de achterkant van de bloem.

 

 

 

 

 

Blad

 

Oosterse sterhyacint heeft 2 tot 4 breed lijnvormige bladeren met een gekapte spitse top. Na de bloei groeien de bladeren nog verder uit.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er zijn meerdere vroeg bloeiende bolgewassen met blauwe, stervormige bloemen, zoals grote en kleine sneeuwroem en vroege sterhyacint.

 

oosterse sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, knikkende bloemen en bloemstelen korter dan de doorsnede van de bloem

 

vroege sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, rechtopstaande bloemen en bloemstelen langer dan de doorsnede vd bloem

 

 

 

 

 

 

 

grote sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen 20-35 mm, groot wit hart

 

 

 

 

 

 

 

kleine sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen tot 12 mm, klein bleekblauw of wit hart

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– ook als tuinplant
– 10 tot 25 cm

Bloem
– blauw, zelden wit
– maart en april
– tros
– stervormig
– 6 tot 14 mm
– 6 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– bolstandig
– enkelvoudig
– breed lijnvormig
– top gekapt, spits
– rand gaaf
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Grote ereprijs : Veronica persica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-Veronica-211006-800-1grote ererpijs

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote ereprijs bloemen op lange stelen in de bladoksels en
– de eironde bladeren groter dan 1 cm met diep gekartelde rand

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Grote ereprijs is een eenjarige plant van 15 tot 30 cm hoog.  De plant komt van nature voor in de Kaukasus en heeft zich van daaruit verder verspreid in Europa en Noord – Amerika. Ze komt zeer algemeen voor in de Lage Landen en groeit op open, vochtige, zeer voedselrijke grond in akkers, moestuinen en op mesthopen.

 

 

 

 

Bloemen

 

Grote ereprijs bloeit vanaf april tot de herfst met blauwe, donker geaderde bloemen, die in het hart wit zijn. Het onderste kroonblad is bleker van kleur of wit. De bloemen zijn 1 tot 1,5 cm breed.

 

 

 

 

 

Bladeren

 

De eironde bladeren zijn behaard, groter dan 1 cm en hebben een vrij diep getande rand.

 

 

266px-Veronica_persica_060403Cw big reprijs

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er komen 24 soorten ereprijs voor die men kan verdelen in 3 groepen:

1. ereprijs met bloemtrossen in de bladoksels
2. ereprijs met eindelingse bloemtrossen
3. ereprijs met 1 alleenstaande bloem in de bladoksels : tot deze groep behoort grote ereprijs.

 

 

 

 

 

 

De verschillen tussen grote ereprijs en draadereprijs

 

grote ereprijs

 

– bloeit vanaf april tot in de herftst
– spitse kelkbladen
– met vruchtjes
– bladeren eirond, langer dan 1 cm en diep getand
– bladsteel 3 tot 8 mm lang
– stengel niet of op enkele knopen wortelend

 

 

 

 

 

draadereprijs

 

– bloeit in april en mei
– stompe kelkbladen
– zonder vruchtjes
– bladeren rond of niervormig , tot 1 cm lang, ondiep gekarteld
– korte bladsteel, 1 tot 2 mm lang
– stengel wortelend op de meeste knopen

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot zeldzaam
– 15 tot 30 cmBloem
– blauw, in het midden wit
– vanaf april tot de herfst
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 10 tot 15 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 2 meeldraden
– 1 stijl

StengelBlad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond
– top spits
– rand vrij diep getand
– voet afgerond
– veernervig
– behaard

– opstijgend of liggend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

grote ereprijs1

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

Look-zonder-look : Alliaria petiolata (Alliaria officinalis)

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– trossen 4-tallige witte bloemetjes en
– de uien- of knoflookgeur, die vrijkomt als de bladeren gewreven of gekneusd worden

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Look-zonder-look is een tweejarige plant. Ze komt zeer algemeen voor in de Lage Landen. Ze heeft een voorkeur voor vochtige, zeer voedselrijke, meestal zandige grond op half beschaduwde plaatsen in loofbossen en langs beken. Het eerste jaar wordt een rozet van lang gesteelde niervormige bladeren gevormd. Het tweede jaar gaat de plant vanaf april tot en met juni bloeien met witte bloemetjes en kan dan tot 90 cm hoog worden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemetjes staan in trossen aan het einde van de stengel en in de bladoksels. Ze hebben 4 groene kelkbladen met witte rand, die vrij snel afvallen. Naarmate de bloei vordert vormt de plant een langgerekte tros met van bo-ven naar beneden de knoppen, bloemen, jonge vruchten en rijpe vruchten. Deze bloeiwijze is kenmerkend voor de kruisbloemenfamilie, waartoe look-zonder-look behoort.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn gesteeld en frisgroen van kleur. Als je het blad wrijft of kneust dan ruik je een uien- of knoflook-geur. Ook de zaden en wortels verspreiden deze geur. En dat is dan ook de enige overeenkomst met look, van-daar de naam.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

In de keuken is look-zonder-look goed te gebruiken; alle delen van de plant bevatten knoflook- en mosterdolie.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– tweejarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 15 tot 90 cm

Bloem
– wit
– vanaf april t/m juni
– tros
– 8 tot 12 (18) mm
– stervormig
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid, eerste jaar rozet
– enkelvoudig
– rozetbladeren :
– niervormig
– grof gekarteld
– stengelbladeren :
– hartvormig
– onregelmatig getand
– netnervig
– bij wrijving of kneuzing geurend

Stengel
– rechtop
– niet vertakt
– rond met lengteribbels

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kruishyacint : Hyacinthoides x massartiana

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
de tros met meestal meer dan 12 blauw-paarse, witte of roze, breed klokvormige, hangende, redelijk grote bloemen

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Aangenomen mag worden dat wilde hyacint in haar zuivere vorm niet meer in de Lage Landen voor- komt. De op wilde hyacint lijkende exemplaren zijn ontstaan door kruising van wilde hyacint (Hyancinthoides non-scripta) en Spaanse hyacint (Hyacinthoides hispanica) en worden kruishyacint genoemd (Hyacinthoides x massartiana). Zowel Spaanse als kruishyacint zijn te koop als tuinplant.

Kruishyacint groeit op vochtige, voedselrijke grond in loofbossen. Ze komt vrij algemeen voor langs de binnen-duinrand. Elders is ze zeldzaam. Ze bloeit vanaf half april tot begin mei en wordt 15 tot 50 cm hoog. Kruishyacint behoort tot de stinsenplanten.

 

 

Spaanse hyacint

 

 

 

Vergelijkbare soorten
  wilde hyacint
– 6 tot 12 bloemen in eenzijdige trossen, aangenaam geurend
– meeldraden en helmknoppen roomkleurig
– voornamelijk blauw-paars
– top van de tros gebogen
– bladeren tot 10 mm breed
– smal klokvormig, einde van de bloemdekbladen   teruggeslagen
  kruishyacint
– meer dan 12 bloemen aan alle kanten van de tros, reukloos
– meeldraden en helmknoppen roomkleurig of in de bloemkleur
– blauw-paars, wit of roze
– top van de tros recht
– bladeren tot 15 mm breed, soms nog breder
– wijd klokvormig, einde van de bloemdekbladen uitstaand

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

wilde hyacint

 

 

wilde hyacint

 

 

 

Algemeen

 

– aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend, bolgewas
– vrij algemeen tot zeldzaam
– 15 tot 50 cm

Bloem
– blauw-paars, roze of wit
– april en mei
– tros
– breed klokvormig
– 12 tot 20 mm lang
– 6 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijnvormig
– top stomp
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wilde kievitsbloem : Fritillaria meleagris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de blokvormig getekende, hangende, klokvormige, paarse bloemen (soms zijn ze geheel wit of wit/groenig)

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wilde kievitsbloem is bolgewas van 20 tot 50 cm hoog. Ze groeit op vrij voedselrijke graslanden, die ’s winters drassig zijn of onder water staan en ’s zomers niet te veel uitdrogen. Ze is vrij zeldzaam en wordt ook als tuinplant aangeboden. Wilde kievitsbloem is één van de eerste planten die wettelijk beschermd werd. Ondanks de bescher-ming zijn er toch heel veel groeiplaatsen verdwenen door te zware bemesting, ontwatering, intensievere bewei-ding of omdat ze plaats moesten maken voor uitbreiding van steden.

 

.

 

 

 

Bloem

 

Wilde kievitsbloem heeft ongeveer 8 jaar nodig voordat ze tot bloei komt. Ze bloeit in april en mei. De bloemen zijn klokvormig, hangend en meestal alleenstaand, soms met 2 of 3. Ze zijn paars/wit geblokt, egaal wit of wit /groenig. Na de bloei vallen de bloemdekbladen af, verlengt de stengel zich en richt zich op. De vruchtdoos wordt gevormd, waarin de zaden rijpen. De zaden bevatten luchtholtes, waardoor ze op het water blijven drijven en zo verspreid worden.

 

 

vrucht

 

 

 

Blad

 

De lange, smalle bladeren zijn grijsgroen en gootvormig. Ze staan verspreid langs de stengel.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– leliefamilie (Liliaceae)
– overblijvend
– vrij tot zeer zeldzaam
– 20 tot 50 cm
– rode lijst
– ook als tuinplant

Bloem
– donker- tot licht paarsrood
– april en mei
– gesteeld alleenstaand
– 3 tot 4,5 cm
– klokvormig
– 6 bloemdekbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijn- tot lintvormig
– top spits
– rand gaaf
– (half)stengelomvattend
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rond