Categorie: video/religie
Leven in de actieve verwachting van Jezus wederkomst

preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget









.
.
.
.
.
Hebreeën 3 : 16 >
“Wie waren het dan die zijn stem hoorden en toch opstandig werden? Waren dat niet degenen die onder Mozes’ leiding uit Egypte waren weggetrokken?”
Hebreeën 3 : 18-19>
“En aan wie zwoer hij dat ze niet zouden binnengaan in zijn rust – toch zeker aan hen die ongehoorzaam waren? Zo zien we dat zij er niet konden binnengaan vanwege hun ongeloof.”
Het daadwerkelijk horen van Gods stem is dus blijkbaar niet genoeg. Gods stem was duidelijk, Zijn plan was duidelijk en wat hij van de mensen vroeg, was duidelijk. Het ging mis bij de ongehoorzaamheid van de mens.
.
.
Gods plan gaat hand-in-hand met geloof en gehoorzaamheid. Jezus zegt zelf:
“Waarachtig, ik verzeker u: wie luistert naar wat ik zeg en hem gelooft die mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven.” (Johannes 5:24)
.
.
.
.
.
In Romeinen 2 : 15 staat dat gehoorzaamheid ook zichtbaar moet zijn.
“Ze bewijzen door hun daden dat wat de wet eist in hun hart geschreven staat; en hun geweten bevestigt dit, omdat ze zichzelf met hun gedachten beschuldigen of vrijpleiten.”
God schrijft Zijn wet en via de Heilige Geest worden al de gedachten en plannen getoetst aan die wet. De mens hoort te handelen naar de wet wat geen vrijblijvendheid is. “Als je geen gehoor geeft aan de wet, is zelfs je gebed voor de Heer een gruwel.” (Spreuken 28:9)
.
.
Wanneer Gods stem klinkt voor mensen is er altijd sprake van strijd tegen het kwaad.
“Laat nu zien hoe groot uw naam is, Vader.’ Toen klonk er een stem uit de hemel: ‘Ik heb mijn grootheid getoond en ik zal mijn grootheid weer tonen.’” (Johannes 12:28)
Dit gebeurt vlak voordat Jezus gevangen wordt genomen en Hij zelf zegt, dat Hij doodsbang is. Jezus staat daar midden in de geestelijke strijd. De mensen die daar aanwezig zijn kunnen de stem niet plaatsen. Het antwoord van Jezus is opvallend:
“Die stem heeft niet voor mij gesproken, maar voor u. Nu wordt het oordeel over deze wereld geveld. Nu zal de heerser van deze wereld uitgebannen worden.” (Johannes 12:30-31)
Gods stem klinkt hier niet om Jezus te troosten, maar om de mensen er van te doordringen wat hier gaande is. God bindt de strijd met satan aan.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
“Het hele volk was namelijk in tranen uitgebarsten toen het de woorden van de wet hoorde.” (Nehemia 8:9)
Dit komt ook terug in Daniël:
“Het kwaad dat over ons gekomen is, staat al beschreven in de wet van Mozes, en toch hebben wij de Heer, onze God, niet gunstig gestemd door afstand te nemen van onze overtredingen en uw waarheid in acht te nemen. (Daniël 9:13)
Gods stem leren verstaan, betekent dus dat men niet alleen moet luisteren, maar dat men ook moet gehoorzamen en strijd voeren met het kwade.
“Wie zich door zijn eigen natuur laat leiden is gericht op wat hij zelf wil, maar wie zich laat leiden door de Geest is gericht op wat de Geest wil. Wat onze eigen natuur wil brengt de dood, maar wat de Geest wil brengt leven en vrede.” (Romeinen 8:5-6)
Gods plan volgen betekent automatisch geestelijke strijd. Vragen om Gods stem te mogen verstaan, gaat ten koste van alles. Het is verkeerd te denken, wanneer men Gods plan leert en volgt, dat dan alles voor de wind zal gaan. Maar wanneer men zich door de Geest laat leiden, dan wijst Hij de weg naar leven en vrede.
“Zij die in tranen zaaien, zullen oogsten met gejuich. Wie in tranen op weg gaat, dragend de buidel met zaad, zal thuiskomen met gejuich, dragend de volle schoven.” (Psalmen 126:5-6)
Strijd en zegen gaan hand in hand.
.
.
Om te weten wat God wil, moet men steeds terug naar het Woord dat Hij door Zijn Geest in ons hart schrijft.
“Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden.” (Hebreeën 4:12)
.
.
God zuivert het hart door Zijn Woord en Geest. Vervolgens vraagt dat om voortdurend onderhoud.
“Mijn zoon, heb aandacht voor mijn woorden, geef aan mijn uitspraken gehoor. Houd ze steeds voor ogen, bewaar ze in het diepste van je hart. Ze zijn het leven voor wie ze aanvaarden, sterken heel het lichaam als een medicijn. Van alles waarover je waakt, waak vooral over je hart, het is de bron van je leven.” (Spreuken 4:20-23)
.
.
God wil ons Zijn plan laten zien. Als men Hem wat vraagt, zal Hij antwoorden.
“Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik binnenkomen, en we zullen samen eten, ik met hem en hij met mij.” (Openbaring 3:20)
En hoeveel mij dat ook zal kosten, het is niet voor niets!
“Ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: ‘Schrijf op: “Gelukkig zijn zij die vanaf nu in verbondenheid met de Heer sterven.”’ En de Geest beaamt: ‘Zij mogen uitrusten van hun inspanningen, want hun daden vergezellen hen.’” (Openbaring 14:13)
Iedereen mag uitzien naar eeuwige rust en vrede, al de tranen zullen zijn geteld. Men hoeft alleen de deur van het hart open te zetten.
.
.
.
.
.
.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
Over de grootste strijd, die ooit heeft plaatsgevonden op deze aarde, is niet in een van de geschiedenisboeken ter wereld geschreven. Het was op Golgotha, toen Jezus door Zijn dood satan, de prins van deze wereld, versloeg. Een vers dat we nooit in ons hele leven mogen vergeten is Hebreeën 2:14, 15. Het is zeker dat satan niet zal willen dat we dit vers kennen.
Niemand vindt het leuk om van zijn eigen nederlaag of falen te horen en satan is hierop geen uitzondering. Hier is het vers:
“Omdat nu die kinderen van vlees en bloed zijn, heeft Hij (Jezus) eveneens daaraan deel gehad om door de dood (Zijn dood aan het kruis van Golgotha) hem die de macht over de dood had – dat is de duivel – teniet te doen, en allen te verlossen die door angst voor de dood gedurende heel hun leven aan slavernij onderworpen waren.”
.
.
Toen Jezus stierf, maakte hij de duivel machteloos. Waarom? Omdat we voor altijd vrij zouden zijn van satan en van de slavernij van de angst die hij op ons gedurende ons hele leven had gebracht. Er zijn vele soorten van angsten die mensen in de wereld hebben, maar de grootste van alle angsten is de angst voor de dood.
.
Als je op enig moment in je leven in moeilijkheden zit, of je wordt geconfronteerd met een onoverkomelijk probleem, iets waarvoor er geen menselijk antwoord lijkt te zijn, beroep je dan op de Naam van de Here Jezus. Zeg tegen Hem:
.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
Over de grootste strijd, die ooit heeft plaatsgevonden op deze aarde, is niet in een van de geschiedenisboeken ter wereld geschreven. Het was op Golgotha, toen Jezus door Zijn dood satan, de prins van deze wereld, versloeg. Een vers dat we nooit in ons hele leven mogen vergeten is Hebreeën 2:14, 15. Het is zeker dat satan niet zal willen dat we dit vers kennen.
Niemand vindt het leuk om van zijn eigen nederlaag of falen te horen en satan is hierop geen uitzondering. Hier is het vers:
“Omdat nu die kinderen van vlees en bloed zijn, heeft Hij (Jezus) eveneens daaraan deel gehad om door de dood (Zijn dood aan het kruis van Golgotha) hem die de macht over de dood had – dat is de duivel – teniet te doen, en allen te verlossen die door angst voor de dood gedurende heel hun leven aan slavernij onderworpen waren.”
.
.
.
.
.
.


1. ‘De dief komt alleen maar om te stelen, te slachten en verloren te laten gaan; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed hebben’ (Johannes 10:10)
Dit vers wordt gebruikt om te suggereren dat God in alles het geluk voor ogen heeft voor Zijn volgelingen. Maar daarmee wordt de context rondom dit vers verwaarloosd. De overvloed waar dit vers over spreekt, heeft te maken met het kennen en gekend worden door Jezus. Dat zijn niet-materiële zaken.
2. ‘U krijgt niet, omdat u niet bidt’ (Jakobus 4:2)
Dit vers wordt binnen het welvaartsevangelie gebruikt om biddend te claimen wat je zelf niet bezit. Wanneer je niets hebt, komt dat omdat je niet genoeg gebeden hebt. Maar deze interpretatie negeert het vers dat volgt: ‘U bidt wel, maar u ontvangt niet, omdat u verkeerd bidt met het doel het in uw hartstochten door te brengen.’
Het gebed is cruciaal in het leven van een christen. Dit als middel gebruiken om eigen verlangens af te dwingen bij God gaat ook in tegen het gebed dat Jezus bad aan de vooravond van Zijn kruisiging: ‘Laat niet Mijn wil, maar de Uwe geschieden’ (Lukas 22:42).
3. ‘Er is niemand die huis of broers of zusters of vader of moeder of vrouw of kinderen of akkers verlaten heeft omwille van Mij en om het Evangelie, of hij ontvangt honderdvoudig, nu in deze tijd.’
Welvaartspredikers leggen graag de nadruk op geven, zodat hun visie op het eerste gezicht in lijn lijkt met de Schrift. Maar de motivatie die erachter zit verstoort de Bijbelse boodschap. De predikers denken door financiële donaties te geven dit 100 maal terug te ontvangen.
Dit is uiteraard niet de juiste uitleg van het desbetreffende vers. Het volgende vers geeft duidelijkheid: ‘Maar veel eersten zullen de laatsten zijn, en veel laatsten de eersten.’ Hier wordt gehoorzaamheid en discipelschap aangemoedigd in plaats van persoonlijk gewin.
4. ‘De zegen van Abraham is in Christus Jezus tot de heidenen gekomen, opdat wij de belofte van de Geest zouden ontvangen door het geloof’ (Galaten 3:14)
Welvaartspredikers gebruiken dit vers om te verwijzen naar het in Genesis gesloten verbond met Abraham en concluderen daaruit dat God de nakomelingen van Abraham financiële zegeningen heeft beloofd. Opnieuw wordt een Bijbelgedeelte verwaarloosd.
In hetzelfde gedeelte staat vermeld dat Jezus is geofferd, zodat wij door het geloof de belofte van de Geest ontvangen. Paulus herinnert de Galaten hier aan de geestelijke zegeningen als gevolg van Jezus’ redding – wat niets te maken heeft met aardse rijkdom.
5. ‘Want u kent de genade van onze Heer Jezus Christus, dat Hij omwille van u arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u door Zijn armoede rijk zou worden’ (2 Korinthiërs 8:9)
Welvaartspredikers suggereren aan de hand van dit vers dat Jezus’ dood ons rijkdom geeft. De meeste christenen zijn het erover eens dat wanneer Paulus zegt dat Jezus ‘rijk’ werd, hij verwijst naar Zijn status als de Zoon van God. En Zijn armoede is een verwijzing naar Zijn vrijwillige daad om mens te worden. Paulus maakte de vroege christenen duidelijk dat Zijn doel gelijkheid was.
6. ‘Geliefde, ik wens dat het u in alles goed gaat en dat u gezond bent, zoals het uw ziel goed gaat’ (1 Johannes 3:2)
Binnen het welvaartsevangelie wordt naar aanleiding van dit vers beweerd dat lichamelijke gezondheid onlosmakelijk verbonden is met geestelijke groei. Wanneer iemand voldoende geloof bezit, zal hij of zij lichamelijke zegeningen ontvangen. Maar dit vers is ‘gewoon’ het begin van een brief aan Johannes door middel van een groet.
Dit zou je kunnen vergelijken met iemand die uit beleefdheid aan het begin van een brief de ander het goede toewenst. Het gaat hier niet om een belofte en dit mag zeker niet worden opgevat als de belofte dat Gods kinderen niet ziek kunnen worden.
7. ‘Breng al de tienden naar het voorraadhuis, zodat er voedsel in Mijn huis is. Beproef Mij toch hierin, zegt de Heer van de legermachten, of Ik niet de vensters van de hemel voor u zal openen, en zegen over u zal uitgieten, zodat er geen schuren genoeg zullen zijn’ (Maleachi 3:10)
Dit vers wordt vaak als krachtig hulpmiddel gebruikt bij fondsenwerving onder welvaartspredikers. Gelovigen worden zo gemanipuleerd om tienden te geven, waarna ze er veel meer voor zullen terugkrijgen. Maar dit vers is niet van toepassing op individuele rijkdom. Integendeel, het komt voort uit de historische situatie van het volk Israël.
De Israëlieten waren ongehoorzaam aan God door onvoldoende voedsel te geven aan de nationale opslagplaats, dat werd gebruikt door de priesters. God vermaande Zijn volk en riep op tot gehoorzaamheid. Als zij zouden gehoorzamen, zou beloning volgen.
8. ‘De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen’ (Jesaja 53:5)
De meeste christelijke geleerden lezen dit vers als een profetie waarin de overwinning op onze zonden wordt vermeld, dankzij het verzoenende werk van de Heer Jezus. Maar welvaartspredikers gebruiken dit vers om duidelijk te maken dat geloof zal leiden tot lichamelijke genezing.
Eén van de oprichters van het welvaartsevangelie schreef: “Het plan van onze Vader is, dat Hij in Zijn grote liefde en barmhartigheid, geen enkele gelovige ooit nog ziek wordt. Iedere gelovige zal zijn volledige levensduur in gezondheid op aarde zijn.”
9. ‘Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester, spreekt de Heer. Het zijn gedachten van vrede en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven’ (Jeremia 29:11)
Dit is één van de meest onbegrepen Bijbelverzen onder christenen. Jeremia 29:11 wordt gebruikt om anderen goed nieuws te beloven en suggereert dat God iedere slechte situatie in ons voordeel gebruikt. Dit vers is niet bedoeld voor hedendaagse christenen die hun baan hebben verloren. Het was een door God gegeven belofte aan het volk van Israël, waaruit blijkt dat God op Zijn eigen tijd het volk zou herstellen.
10. ‘Als u iets vragen zult in Mijn Naam, Ik zal het doen’ (Johannes 14:14)
Dit is vergelijkbaar met het misbruiken van Jakobus 4:2 door welvaartspredikers. Alsof God alle gebeden van gelovigen zou beantwoorden. Christenen die bidden voor financiële rijkdom doen er verstandig aan om Mattheüs 19:24 te lezen: ‘Het is gemakkelijker dat een kameel door het oog van een naald gaat, dan dat een rijke het Koninkrijk van God binnengaat.’
In Johannes 14:14 moedigt Jezus zijn discipelen aan om het Evangelie te verspreiden. Dit vers moet dan ook worden gelezen in de context van de verzen die erop volgen: ‘Wie in Mij gelooft, zal de werken doen die Ik doe’ (vers 12) en ‘Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht’ (vers 15).
Aartsengel Michaël : Pasteltekening gemaakt door John Astria
Bron: “Zeventig weken zijn vastgesteld voor je volk en je heilige stad, voordat aan de overtredingen een einde komt en de zonden zijn afgesloten, voordat het wangedrag is vergolden en eeuwige gerechtigheid is gebracht, voordat het profetisch visioen bezegeld is en het allerheiligste gewijd. Je moet weten en begrijpen: Vanaf het ogenblik waarop het woord is uitgegaan dat Jeruzalem hersteld en weer opgebouwd zal worden tot het tijdstip waarop een gezalfde vorst verschijnt, zullen zeven weken verstrijken; en het herstel en de wederopbouw van de stad, met pleinen en wallen en al, zal tweeënzestig weken duren, en het zal een tijd van verdrukking zijn. Na de tweeënzestig weken zal een gezalfde worden vermoord, zonder dat iemand het voor hem opneemt. Het volk van een toekomstige vorst zal verderf brengen over de stad en het heiligdom. Hij zal zijn einde vinden in een overstroming. Tot aan het einde van de strijd zullen er verwoestingen zijn, zoals is vastgesteld.” (Daniël 9:24-26, ongeveer 500 jaar voor de geboorte van Jezus Christus geschreven).
Vervulling: Toen ze Jeruzalem naderden en bij Betfage op de Olijfberg kwamen, stuurde Jezus er twee leerlingen op uit. Zijn opdracht luidde: ‘Ga naar het dorp dat daar ligt. Vrijwel direct zullen jullie er een ezelin zien, die daar vastgebonden staat met haar veulen. Maak de dieren los en breng ze bij me. En als iemand jullie iets vraagt, antwoord dan: “De Heer heeft ze nodig.” Dan zal men ze meteen meegeven.’ Dit is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat gezegd is door de profeet: ‘Zeg tegen Sion: “Kijk, je koning is in aantocht, hij is zachtmoedig en rijdt op een ezelin en op een veulen, het jong van een lastdier.”’ De leerlingen gingen op weg en deden wat Jezus hun had opgedragen. Ze brachten de ezelin en het veulen mee, legden er mantels op en lieten Jezus daarop plaatsnemen. Vanuit de menigte spreidden velen hun mantels op de weg uit, anderen braken twijgen van de bomen en spreidden die uit op de weg. De talloze mensen die voor hem uit liepen en achter hem aan kwamen, riepen luidkeels: ‘Hosanna voor de Zoon van David! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in de hemel!’ Toen hij Jeruzalem binnenging, raakte de hele stad in rep en roer. ‘Wie is die man?’ wilde men weten. Uit de menigte werd geantwoord: ‘Dat is Jezus, de profeet uit Nazaret in Galilea.’ (Matteüs 21:1-11)
Uitleg: Samenvattend staat in het tekstgedeelte het volgende:
Deze profetie uit het Bijbelboek Daniël voorspelt heel specifiek de dag waarop Jezus Christus Jeruzalem zou binnengaan. De website ‘Alles over Waarheid’ vat de vervulling van deze profetie kernachtig samen:
Dat Jezus op een ezel Jeruzalem zou binnengaan als koning is voorzegd in Zacharia 9:9:
“Juich, Sion,
Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde!
Je koning is in aantocht,
bekleed met gerechtigheid en zege.
Nederig komt hij aanrijden op een ezel,
op een hengstveulen, het jong van een ezelin.”
Het nieuwe Jeruzalem : pasteltekening gemaakt door John Astria
Bron: De geest van God, de Heer, rust op mij, want de Heer heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan verslagen harten hoop te bieden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan geketenden hun bevrijding, om een genadejaar van de Heer uit te roepen en een dag van wraak voor onze God, om allen die treuren te troosten… (Jesaja 61:1-2)
Vervulling: Lucas 4: 18-19.
Bron: Dan worden blinden de ogen geopend, de oren van doven worden ontsloten. Blinden zullen weer zien, doven weer horen. Verlamden zullen springen als herten, de mond van stommen zal jubelen: waterstromen zullen de woestijn splijten, beken de dorre vlakte doorsnijden. (Jesaja 35:5-6).
Vervulling: Blinden kunnen weer zien en verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt. (Matteüs 11:5) Op vele plaatsen in de Evangeliën zien we Jezus mensen genezen van hun ziekten en kwalen.
Bron: Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen. (Jesaja 9:1)
Vervulling: Toen Jezus hoorde dat Johannes gevangengenomen was, week hij uit naar Galilea. Hij liet Nazaret achter zich en ging wonen in Kafarnaüm, aan het Meer van Galilea, in het gebied van Zebulon en Naftali. Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet Jesaja: ‘Land van Zebulon en Naftali, gebied aan de weg naar zee en aan de overkant van de Jordaan, Galilea van de heidenen, luister: Het volk dat in duisternis leefde, zag een schitterend licht, en zij die woonden in de schaduw van de dood werden door het licht beschenen.’ (Matteüs 4:12-16).
In Psalm 22 en Jesaja 53 lezen we dat de Messias een vernederende dood zal sterven. We zullen dit nader uitwerken aan de hand van een aantal concrete voorzeggingen over het lijden en sterven de Messias.
.
Bron: Dit zegt de Heer, de bevrijder, de Heilige van Israël, tegen hem die smadelijk veracht wordt, die door vreemde volken wordt verafschuwd, die dienaar is van vreemde heersers: Koningen zullen dit zien en opstaan, vorsten buigen diep voorover, omwille van de Heer, die betrouwbaar is, de Heilige van Israël, die jou heeft uitgekozen. (Jesaja 49:7) Talrijker dan de haren op mijn hoofd zijn zij die mij haten zonder reden, met velen zijn mijn belagers, mijn vijanden die mij bedriegen: teruggeven moet ik wat ik niet heb geroofd. (Psalm 69:5)
Vervulling: En ze zouden niet schuldig zijn als ik niet bij hen had gedaan wat niemand anders ooit heeft gedaan. Maar ze hebben het gezien en toch mij en mijn Vader gehaat. (Johannes 15:24-25)
Bron: De steen die de bouwers afkeurden is een hoeksteen geworden. (Psalm 118:22)
Vervulling: Daarop zei Jezus tegen hen: ‘Hebt u dit nooit in de Schriften gelezen: “De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden. Dankzij de Heer is dit gebeurd, wonderbaarlijk is het om te zien.” (Matteüs 21:42) Lees ook: Johannes 7:48.
Bron: Als een loot schoot hij op onder Gods ogen, als een wortel die uitloopt in dorre grond. Onopvallend was zijn uiterlijk, hij miste iedere schoonheid, zijn aanblik kon ons niet bekoren. Hij werd veracht, door mensen gemeden, hij was een man die het lijden kende en met ziekte vertrouwd was, een man die zijn gelaat voor ons verborg, veracht, door ons verguisd en geminacht. (Jesaja 53:2-3) Lees ook: Jesaja 63:3,5 en Psalm 69:9.
Vervulling: Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?’ En ze namen aanstoot aan hem. (Marcus 6:3) Lees ook: Lucas 9:58 en Johannes 1:11; 7:3-5.
Bron: Waartoe leidt het woeden van de volken, het rumoer van de naties? Tot niets. De koningen van de aarde komen in verzet, de wereldmachten spannen samen tegen de Heer en zijn gezalfde. (Psalm 2:1-2).
Vervulling: Want inderdaad, in deze stad hebben allen samengespannen tegen Jezus, uw heilige dienaar, die door u is gezalfd: Herodes, Pontius Pilatus, alle volken en ook de stammen van Israël, 28 om datgene te doen waarvan u had bepaald en voorbestemd dat het moest gebeuren. (Handelingen 4:27-28).
Bron: Zelfs mijn beste vriend, op wie ik vertrouwde, die at van mijn brood, heeft zich tegen mij gekeerd. (Psalm 41:10) Zie ook: Psalm 55:13-15.
Vervulling: Onder het eten zei hij tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: een van jullie zal mij uitleveren.’ Dit bedroefde hen zeer, en de een na de ander vroegen ze hem: ‘Ik toch niet, Heer?’ Hij antwoordde: ‘Hij die samen met mij zijn brood in de kom doopte, die zal mij uitleveren. De Mensenzoon zal heengaan zoals over hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was.’ Toen zei Judas, die hem zou uitleveren: ‘Ik ben het toch niet, rabbi?’ Jezus antwoordde: ‘Jij zegt het.’ Nog voor hij uitgesproken was, kwam Judas eraan, een van de twaalf, in gezelschap van een grote, met zwaarden en knuppels bewapende bende, die door de hogepriesters en de oudsten van het volk was gestuurd. Met hen had zijn verrader een teken afgesproken. ‘Degene die ik kus,’ had hij gezegd, ‘die is het, die moet je gevangennemen.’ Hij liep recht op Jezus af, zei: ‘Gegroet, rabbi!’ en kuste hem. Jezus zei tegen hem: ‘Vriend, ben je daarvoor gekomen?’ Daarop kwam de bende naderbij, ze grepen Jezus vast en namen hem gevangen. (Matteüs 26:21-25 en 47-50) Zie ook Johannes 13:18-21 en Handelingen 1:16-18.
Bron: Ik zei tegen hen: ‘Als u tevreden bent, keer me dan mijn loon uit; zo niet, laat het dan maar.’ En ze betaalden mij mijn loon uit, dertig sjekel zilver. (Zacharia 11:12).
Vervulling:: Daarop ging een van de twaalf, die met de naam Judas Iskariot, naar de hogepriesters 15 en zei: ‘Wat krijg ik van u als ik hem aan u uitlever?’ Ze betaalden hem dertig zilverstukken. (Matteüs 26:14-15).
Bron: En ze betaalden mij mijn loon uit, dertig sjekel zilver.] Toen zei de Heer tegen mij: ‘Breng het maar naar de smelter, dat vorstelijke loon dat zij me waard vinden.’ Dus smeet ik dat zilver bij de smelter in de tempel neer. (Zacharia 11:13).
Vervulling: De hogepriesters verzamelden de zilverstukken en zeiden tegen elkaar: ‘We mogen ze niet bij de tempelschat voegen, aangezien het bloedgeld is.’ Na ampel beraad kochten ze er de akker van de pottenbakker mee, die dan als begraafplaats voor vreemdelingen kon dienen. (Matteüs 27:6-7).
Bron: Zwaard, ontwaak! Verhef je tegen mijn herder, tegen de man met wie ik mij verbonden heb – spreekt de Heer van de hemelse machten. Dood de herder, zodat de schapen verdwalen. Weerloos als ze zijn zal ik ze treffen. (Zacharia 13:7).
Vervulling: Onderweg zei Jezus tegen hen: ‘Jullie zullen mij deze nacht allemaal afvallen, want er staat geschreven: “Ik zal de herder doden, en de schapen van zijn kudde zullen uiteengedreven worden.” Maar dit alles gebeurt opdat de geschriften van de profeten in vervulling gaan.’ Daarop lieten alle leerlingen hem in de steek en vluchtten weg. (Matteüs 26:31,56).
Bron: Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open. (Jesaja 53:7).
Vervulling: Maar op de beschuldigingen die de hogepriesters en oudsten tegen hem inbrachten, antwoordde hij niet één keer. Daarop zei Pilatus tegen hem: ‘Hoort u niet wat deze getuigen allemaal tegen u inbrengen?’ Hij gaf op geen enkele beschuldiging enig weerwoord, wat de prefect zeer verwonderde. ( Matteüs 27:12-14).
Bron: Kerf nu, krijgszuchtige vrouw, je lichaam open; onze muren worden belegerd, en hij die Israël leiden moet wordt met een staf in het gezicht geslagen. (Micha 4:14).
Vervulling: … en ze spuwden op hem, pakten hem de rietstok weer af en sloegen hem tegen het hoofd. (Matteüs 27:30).
Bron: Maar ik ben een worm en geen mens, door iedereen versmaad, bij het volk veracht. Allen die mij zien, bespotten mij, ze schudden meewarig het hoofd. (Psalm 22:7-8).
Vervulling: Nadat ze hem zo hadden bespot, trokken ze hem de mantel uit, deden hem zijn kleren weer aan en leidden hem weg om hem te kruisigen. (Matteüs 27:31).
Bron: Zoals hij velen deed huiveren – zo gruwelijk, zo onmenselijk was zijn aanblik, zijn uiterlijk had niets meer van een mens. (Jesaja 52:14).
Vervulling: Daarop liet Pilatus Barabbas vrij, maar Jezus leverde hij uit om gekruisigd te worden, nadat hij hem eerst nog had laten geselen. (Matteüs 27:26).
Bron: Ik heb mijn rug blootgesteld aan mijn folteraars, wie mij de baard uittrokken, bood ik mijn wangen aan. Ik heb mijn gezicht niet verborgen toen ze mij beschimpten en bespuwden. (Jesaja 50:6).
Vervulling: … en ze spuwden op hem, pakten hem de rietstok weer af en sloegen hem tegen het hoofd. (Matteüs 27:30)
Bron: Honden staan om mij heen, een woeste bende sluit mij in, zij hebben mijn handen en voeten doorboord. (Psalm 22:17).
Vervulling: Daar kruisigden ze hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden. (Johannes 19:18).
Bron: Mijn kracht is droog als een potscherf, mijn tong kleeft aan mijn gehemelte, u legt mij neer in het stof van de dood. (Psalm 22:16).
Vervulling: Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: ‘Ik heb dorst.’ (Johannes 19:28).
Bron: Nee, ze mengden gif door mijn eten en lesten mijn dorst met azijn. (Psalm 69:22).
Vervulling: Ze gaven Jezus met gal vermengde wijn, maar toen hij die geproefd had, weigerde hij ervan te drinken. (Matteüs 27:34).
Bron: Ik kan de hemel in duisternis hullen en hem bekleden met een rouwgewaad. (Jesaja 50:3) Op die dag – spreekt God, de Heer – zal ik op het middaguur de zon doen ondergaan, en het land verduisteren op klaarlichte dag. (Amos 8:9).
Vervulling: Op het middaguur viel er een duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. (Markus 15:33).
Bron: Het maal moet worden gebruikt in het huis waarin het is klaargemaakt, je mag niets van het vlees buitenshuis brengen; de botten mag je niet breken. (Exodus 12:46). Hij waakt zelfs over zijn beenderen, niet één ervan wordt verbrijzeld. (Psalm 34:21).
Vervulling: Vervolgens kwamen ze bij Jezus, maar ze zagen dat hij al gestorven was. Daarom braken ze zijn benen niet. Maar een van de soldaten stak een lans in zijn zij en meteen vloeide er bloed en water uit. Hiervan getuigt iemand die het zelf heeft gezien, en zijn getuigenis is betrouwbaar. Hij weet dat hij de waarheid spreekt en wil dat ook u gelooft. Zo ging de Schrift in vervulling: ‘Geen van zijn beenderen zal verbrijzeld worden.’ Een andere schrifttekst zegt: ‘Zij zullen hun blik richten op hem die ze hebben doorstoken.’ (Johannes 19:33-36).
Bron: Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing. Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de wandaden van ons allen liet de Heer op hem neerkomen. Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open. Daarom ken ik hem een plaats toe onder velen en zal hij met machtigen delen in de buit, omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood en zich tot de zondaars liet rekenen. Hij droeg echter de schuld van velen en nam het voor zondaars op. (Jesaja 53:5-7,12).
Vervulling: ‘… Want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’ (Marcus 10:45) Lees ook: Johannes 1:29, 3:16 en Handelingen 8:30-35.
Bron: Hij kreeg een graf bij misdadigers, zijn laatste rustplaats was bij de rijken; toch had hij nooit enig onrecht begaan, nooit bedrieglijke taal gesproken. (Jesaja 53:9).
Vervulling: Toen de avond gevallen was, arriveerde er een rijke man die uit Arimatea afkomstig was. Hij heette Josef en was ook een leerling van Jezus geworden. Hij meldde zich bij Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus. Hierop gaf Pilatus bevel het aan hem af te staan. Josef nam het lichaam mee, wikkelde het in zuiver linnen en legde het in het nieuwe rotsgraf dat hij voor zichzelf had laten uithouwen. Toen rolde hij een grote steen voor de ingang van het graf en vertrok. Maria uit Magdala en de andere Maria bleven achter, ze waren tegenover het graf gaan zitten. (Matteüs 27:57-60).
De levensboom : Pasteltekening gemaakt door John Astria
Bron: U levert mij niet over aan het dodenrijk en laat uw trouwe dienaar het graf niet zien. (Psalm 16:10) Lees ook: Jesaja 53:9-10 en Psalm 2:7.
Vervulling: Matteüs 28:1-20; Handelingen 2:23-26; 13:33-37; 1 Korinthiërs 15:4-6.
Bron: U wijst mij de weg naar het leven: overvloedige vreugde in uw nabijheid, voor altijd een lieflijke plek aan uw zijde. (Psalm 16:11) Lees ook: Psalm 68:19 en 110:1.
Vervulling: Toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhoog geheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen. Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. Ze zeiden: ‘Gallileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan.’ (Handelingen 1:9-11) Lees ook: Lucas 24:51 en Hebreeën 7:25 en 8:2.
We hebben in de vier delen van deze serie vele tientallen profetieën die in het Oude Testament staan besproken die allemaal vooruitwijzen naar de Messias. We hebben deze voorzeggingen niet uitputtend behandeld, er zijn er nog veel meer. Wat kunnen we concluderen uit de door ons behandelde profetieën? Is Jezus de beloofde Messias? Laten we horen wat Jezus hier zelf over te zeggen heeft.
En alle voorzeggingen zijn daadwerkelijk vervuld in de persoon van Yeshua (de Hebreeuwse naam voor Jezus), de Christus. Hij komt exact overeen met de profielschets van de Messias zoals deze tot uitdrukking komt in de Tenakh, het Oude Testament.
In het klassiek geworden en veelvuldig geciteerde boek, ‘Science Speaks’, presenteert wiskundige Peter W. Stoner zeer gedetailleerde berekeningen die aantonen dat het zeer onwaarschijnlijk is dat op basis van toeval iemand zou voldoen aan het profiel van de Messias. Hij berekende dat de kans van Yeshua van Nazareth op het vervullen van 48 profetieën (en er zijn er veel meer!) 1 op de biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen, biljoen is. Die kans is dus astronomisch klein. Zo kan Petrus met recht en rede in Handelingen 3:18 zeggen:
Jezus is de beloofde Messias.