Tagarchief: messias

Wie waren de grote profeten?

Standaard

categorie : religie

 

De grote profeten waren mannen die door God bestemd waren om Zijn woordvoerders te zijn. De boeken Jesaja, Jeremia, Klaagliederen, Ezechiël en Daniël vormen gezamenlijk deze categorie van het Oude Testament. Vier van de vijf boeken zijn vernoemd naar de mannen wiens boodschappen beschreven staan. Zij werden de wachters, boodschappers van God, profeten of zieners genoemd. Zij stonden in gelijk aanzien met de priesters van die tijd.

 

 

20c35e1e-f714-4c43-9c29-a52a9bd1398c

Christus omgeven door de 4 evangelisten en de 4 grote profeten

Haregarius van Tours (9e eeuw).

 

 

Hun boodschappen, die inzicht verschaften in Gods wil en plan, waren voorspellend en soms als aansporing be-doeld (een oproep, uitnodiging of vertroosting). Hun geschriften waren bemoedigend en uitdagend, maar dien-den soms ook als een waarschuwing. De profetische boeken riepen mensen op om:

  • terug te keren tot God
  • zich af te wenden van de zonde
  • in te zien dat ongehoorzaamheid rampspoed bracht
  • uiteindelijke verlossing te bewerkstelligen door de Messias
  • zich te realiseren dat God heerst

 

Deze woordvoerders van God functioneerden op drie manieren:

  • Als predikers verklaarden hun woorden de Wet van Mozes en ze vervulden hun taak van vermaning, afwijzing van de zonde, waarschuwing over het oordeel en oproep tot berouw. Ze brachten troost en de belofte van genade.
  • Als zieners kondigden zij het op handen zijnde oordeel aan, de verlossing en de komst van de Messias.
  • Als wachters over Israël waarschuwden zij over verbintenissen met militaire/politieke machten en tegen afvalligheid. In die regio werd aan cultische aanbidding en offerrituelen gedaan. De verleiding om de praktijken van hun Kanaänitische tegenstanders over te nemen, was groot (zie Ezechiël 3:17).

 

 

Ezechiël 3: 17

 

17 “Mensenzoon, Ik wijs jou aan tot wachtpost voor het volk Israël. Jij moet hen namens Mij waarschuwen voor het gevaar waarin ze zich bevinden. Je moet hen waarschuwen met de woorden die Ik je geef.

 

 

 

Hun boodschappen

 

 

Jesaja (rond 725 v.Chr.)

 

Jesaja’s boodschap (ingegeven door de Heilige Geest) roept het volk van Juda op om terug te keren naar het die-nen van God. Hij onthulde gebeurtenissen uit de toekomst, maar dat was slechts een deel van het boek. In hoofd-stukken 1-39 veroordeelt hij Juda smalend voor het afdwalen van God en roept het volk op tot inkeer. De tweede helft van het boek biedt hoop en troost wanneer Jesaja de beloftes van de komende Messias verkondigt. Deze belofte voor De Heilige van Israël, de Here God van Israël en de Machtige van Israël, zijnde Jahweh, is het hoofd-onderwerp van Jesaja’s boek. Jesaja wordt beschouwd als de grootste profeet, maar zijn prediking werd vaak con-fronterend gevonden, dus uiteindelijk verloor hij zijn populariteit en werd hij geëxecuteerd na 60 jaar bediening.

 

 

 

Jeremia (645 tot ca. 587 v.Chr.)

 

Jeremia gebruikte vaak symboliek om zijn boodschap over te brengen, maar het leek er op dat niemand wilde luisteren. Daarom vond Jeremia dat hij gefaald had in de 40 jaar van zijn bediening. Hij was erg arm, kwam in de gevangenis terecht en leidde een armoedig leven. Deze profeet leed onder enorme eenzaamheid en afwijzing. Hij wordt ook wel de “wenende profeet” en de “onwillige profeet” genoemd. Jeremia ondervond veel tegenstand, maar bleef trouw aan God met nederige gehoorzaamheid. Zijn boek heeft een tweevoudig hoofdthema: waar-schuwingen over Gods oordeel en de hoop op herstel door inkeer.

 

 

 

Klaagliederen

 

Klaagliederen toont dat God lijdt wanneer Zijn volk lijdt. Het is het enige van de vijf boeken in dit deel dat niet genoemd is naar een profeet, maar wordt toegeschreven aan Jeremia. De “wenende profeet” weende oprecht voor zijn volk en Jeruzalem; God had hem het op handen zijnde oordeel vanwege hun afwijzing en opstand laten zien. Zij zouden de verwoesting van Jeruzalem ondergaan! Jeremia’s doel was om de Joden te leren wat hun on-gehoorzaamheid hen zou opleveren als zij niet tot inkeer zouden komen. Zijn boek Klaagliederen wordt ook wel een begrafenislied genoemd voor een volk waar God en Jeremia zeer veel van hielden.

 

 

 

Ezechiël (593-571 v.Ch.)

 

Het thema in dit boek toont dat de opstandigheid van de mens soms een grote ondergang noodzakelijk maakt voordat mensen ervoor kiezen om te reageren op Gods barmhartigheid. Wanneer we koppig ongehoorzaam zijn, kan God ons niet tot Hem terugtrekken tenzij we wakker worden en ons vernederen. Ezechiël besluit met een verkondiging over de trouw van God, hoop en een profetie voor de gezegende toekomst van Zijn volk. Ezechiël verkoos vrijwillig om God te gehoorzamen en getuigde ook uit eerste hand van de inname en val van Jeruzalem. Ezechiël ontving zijn roeping tot profeet gedurende zijn ballingschap in Babylonië. Hij toonde zich in het bezit van een groot herderlijk hart met veel zorg voor het priesterschap, de tempel, offers en de heerlijkheid van God.

 

 

 

Daniël (2e eeuw voor Ch.)

 

Daniël is een fantastisch boek. Het draait om Gods machtige gezag en Zijn geweldige en beschermende hand op Daniël. Daniël beschikte over de door God gegeven gave om dromen en visioenen uit te leggen. Terwijl hij in Ba-bylonische gevangenschap was, werd de gave van deze Jood ingezet om de ongebruikelijke gunst van koning Nebukadnessar te verkrijgen. Daniël kon hierdoor uitleg geven over de bizarre dromen en dramatische toekomst-visioenen van de heerser.

Door meerdere wonderen verwierven Daniël en zijn kameraden prominente functies bij het Babylonische bewind. Het boek Daniël is een voorbode en aanvulling op het boek Openbaring in het Nieuwe Testament. De profetie van de opvolging van regeringen of koninkrijken in de geschiedenis wordt voorgesteld met een mensachtige fi-guur die symbolisch gekleed is in een weergave van elk heersend koninkrijk. Deze profetie is 100% juist gebleken.

 

 

 

De Messias in de profetie

 

In de profetische boeken staan veel profetieën over de komende Messias. God wil noch Israël, noch enig ander land of volk laten vergaan. Maar elke mens die ooit geboren is, heeft tegen Hem gezondigd (Romeinen 3: 21 – 26). Daarom verschafte God een manier voor de verzoening van zonden. Hij beloofde een komende Messias en alleen door de aanvaarding van Jezus zullen we het Koninkrijk van God binnengaan.

 

 

 

Romeinen 3: 21 – 26

 

21 Nu heeft God een manier gegeven om de mensen vrij te spreken van hun schuld. Maar buiten de wet om. In de wet van Mozes en in de boeken van de profeten wordt daar al over gesproken. 22 Iedereen kan nu vrijge-sproken worden, door te geloven in Jezus Christus. Het maakt voor God niet uit wie of wat je bent. 23 Want alle mensen zijn ongehoorzaam aan God. Daardoor moeten alle mensen leven zonder de heerlijke aanwezigheid van God in hun leven.

24 Maar door Gods liefdevolle goedheid worden ze vrijgesproken van hun schuld. Niet omdat ze dat verdienen, maar dankzij Jezus Christus. 25 God heeft Hém gegeven als manier om de vriendschap tussen God en de men-sen te herstellen. Namelijk door Jezus’ dood. Mensen die dat geloven, kunnen vergeving krijgen voor wat ze verkeerd gedaan hebben.

Eerst heeft God de ongehoorzaamheid van de mensen ongestraft gelaten. Dat was in de tijd vóór Jezus’ dood. 26 Maar nu, in deze tijd, laat Hij zien dat Hij wel rechtvaardig is. Zo is Hij nog steeds rechtvaardig als Hij buiten de wet om mensen vrijspreekt van schuld als ze geloven in Jezus.

 

 

Met de christelijke term ‘Grote Profeten’ worden doorgaans de oudtestamentische boeken Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Daniël aangeduid.

 

 

 

Joodse traditie

 

De Hebreeuwse Bijbel (Tenach) bestaat uit drie delen: Wet, Profeten en Geschriften. De twee groep bestaat uit de Vroege en de Late Profeten. Tot de laatste worden gerekend: Jesaja, Jeremia, Ezechiël en de Twaalf Profeten.

 

 

 

Christelijke indeling

 

De Septuaginta en de Vulgaat rekenen het boek Daniël tot de Profeten. In de Hebreeuwse Bijbel hoort Daniël echter bij de Geschriften (Ketoevim).

 

 

 

Vergeleken met Twaalf

 

Het was Sint Hieronymus die Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Daniël ‘de Vier Grote Profeten’ noemde. Sint Augustinus legt in De Civitate Dei (18,29) uit waarom zij ‘groot’ worden genoemd:

“De profetie van Jesaja staat niet in het boek van de twaalf profeten, die ‘kleiner’ worden genoemd vanwege de kortheid van hun geschriften. Dit in vergelijking met hen die ‘groter’ [major] worden genoemd omdat zij langere boeken uitbrachten.”

 

 

 

Zes boeken

 

In de katholieke traditie werden later ook de boeken Klaagliederen en Baruch tot de Grote Profeten gerekend. De volgorde van de profetische boeken in de katholieke canon is als volgt:

– Jesaja
– Jeremia
– Klaagliederen
– Baruch
– Ezechiël
– Daniël
– Kleine Profeten

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Van wie komt genezing en gezondheid?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

God is geïnteresseerd in onze gezondheid

 

Johannes schrijft: ‘Geliefde, ik bid dat het u in alle opzichten goed gaat en dat u gezond bent, zoals het uw ziel goed gaat’ (3 Joh. 2). En Paulus: ‘Moge de God van de vrede zelf uw leven in alle opzichten heiligen, en mogen heel uw geest, ziel en lichaam zuiver bewaard zijn bij de komst van onze Heer Jezus Christus. Hij die u roept is trouw en doet zijn belofte gestand’ (1 Tess. 2:23-24). En Jakobus: ‘Het gelovige gebed zal de zieke redden, en de Heer zal hem laten opstaan’ (Jak. 5:15). De eerste keer dat God zich aan zijn complete volk in de woestijn voorstelde was als heelmeester: “Ik, de HEER, ben het die jullie geneest” (Ex. 15:26). En Jezus ‘trok rond door het land als weldoener en genas iedereen die in de macht van de duivel was, want God stond hem bij’ (Hand. 10:38).

 

 

gebedsgenezing-bijbel

 

 

‘De Zoon van God is gekomen om de daden van de duivel teniet te doen.’
(1 Johannes 3:8)

 

Het past bij Gods almacht om te genezen, maar ook bij zijn heiligheid, waarin hij zich van al het kwaad afkeert en zich honderd procent naar mensen richt. God is liefde, zegt de Bijbel. Hij heeft zijn goedheid en genade bewezen door Jezus te geven, die stierf voor de zonde én alle gevolgen, ziekte incluis. Wij moeten ons daarom niet laten intimideren door de wereld of ons laten ontmoedigen door onze eigen twijfelachtigheid.

‘Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die van God komt, opdat we zouden weten wat God ons in zijn goedheid heeft geschonken’ (1 Kor. 2:12).

 

 

Gods gezichtspunt

 

Praten over ziekte en genezing is altijd spannend en riskant. Spannend omdat iedereen met ziekte te maken heeft en niets liever wil dan dat er genezing optreedt. Riskant omdat er tal van voorbeelden zijn waarbij genezing uit-bleef, ook nadat er vurig werd gebeden. Jawel, er zijn voorbeelden van wonderen, maar die worden meestal ge-zien als incidentele ingrepen van God en niet als een bereikbare mogelijkheid waar je als christen aanspraak op mag maken.

Als onze ervaring ons vertrekpunt en onze limiet zou zijn, zouden we niet al te hoopvol gestemd zijn. Toch willen we ons niet laten leiden door wat we zien, maar door het Woord van God. We willen God kennen zoals hij zichzelf presenteert in de Bijbel en zoals dat bevestigd wordt in ons hart door zijn Geest. Want ons geloof moet niet op menselijke wijsheid steunen, maar op de kracht van God, schrijft Paulus.

‘Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie hem liefhebben. God heeft ons dit geopenbaard door de Geest, want de Geest doorgrondt alles, ook de diepten van God’ (1 Kor. 2:5, 9, 10).

God heeft een plan met mensen. Toen God de mens schiep, zag hij dat het zeer goed was (Gen. 1:31). De mens had het in alle opzichten geweldig: er was rust, overvloed, gezondheid en geen zonde. Zo wilde God dat. Die situ-atie veranderde toen de duivel er in slaagde de mens tot zonde te verleiden.

Jezus noemt de duivel de mensenmoordenaar vanaf het begin (Joh. 8:44).

De gevolgen zijn bekend: de dood deed zijn intrede en als gevolg daarvan werd ziekte deel van ons sterfelijke bestaan. Uit de wordingsgeschiedenis van de mens weten we dus dat ziekte niet bij God maar bij de duivel van-daan komt. Het is een gevolg van de zonde en absoluut niet door God gewenst. Ziekte maakt deel uit van de vloek die de zonde veroorzaakt heeft. Om die reden liet God in de tijd van het Oude Testament ziekte toe als mid-del tegen zijn vijanden (zoals tegen de Egyptenaren tijdens het optreden van Mozes).

Voor zijn volk was er juist gezondheid en voorspoed; tenminste, wanneer het God volgde. Dat was tegelijkertijd een enorm getuigenis voor de omringende volken. Dit blijkt bijvoorbeeld uit Exodus 15:26:

‘Als jullie de woorden van de Heer, jullie God, ter harte nemen, als jullie doen wat goed is in zijn ogen en al zijn geboden en wetten gehoorzamen, zal ik jullie met geen van de kwalen treffen waarmee ik Egypte heb gestraft. Ik, de Heer, ben het die jullie geneest.’

Israël ondervond aan den lijve dat God een hekel heeft aan ziekte toen hij bitter water gezond maakte nadat Mo-zes er een stuk hout in had gegooid. De profeten voorspelden dat er een tijd zal komen dat God definitief met zonde en ziekte zal afrekenen, namelijk wanneer de Messias zal komen. Bijvoorbeeld Jesaja in hoofdstuk 53:4-5:

‘Hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Wij echter zagen hem als een verstoteling, door God geslagen en vernederd.

Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd hij gestraft, zijn strie-men brachten ons genezing.’ We zullen zien dat deze profetie 500 jaar later wordt aangehaald, maar dan om te vertellen dat hij in vervulling is gegaan. God heeft genezing gebracht!

 

 

4dd0daaa2e0d4955dd713ed88ca55be6

 

 

Jezus de geneesheer

 

Toen Jezus aan zijn optreden begon, vertelde hij direct dat hij degene was waarover Jesaja sprak. In Lucas 4:18-19 betrekt hij de woorden van Jesaja 61:1-2 op zichzelf:

“De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen.”

Jezus maakt vanaf de start van zijn optreden duidelijk dat hij de volmacht heeft om in te grijpen in de wereld die gebukt gaat onder zonde en ziekte. Hij presenteert manifestaties van overwinning over de duisternis die zijn pre-diking van het koninkrijk van God onderstrepen. Gods heerschappij wordt zichtbaar in genezing en bevrijding. Matteüs vat aan het begin van zijn evangelie Jezus’ werk dan ook als volgt samen (4:23-25):

‘Hij trok rond in heel Galilea; hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws van het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal onder het volk.’

Jezus’ optreden bestond dus uit drie elementen: verkondiging, onderricht en genezing. Na het onderricht (de Bergrede in de hoofdstukken 5-7) beschrijft Matteüs dan ook tien genezingen:

  • de lepralijder die buiten de samenleving stond (8:2),
  • de verlamde slaaf van een centurio, iemand die voor de Joden als heiden gold (8:5),
  • de schoonmoeder van Petrus (8:14),
  • twee bezetenen die bevrijd worden van demonen (8:28),
  • een verlamde (9:2),
  • een bloedvloeiende vrouw (9:20),
  • het dode dochtertje van de godsdienstleider Jaïrus (9:23),
  • twee blinden (9:27) en een doofstomme man (9:32),

 

nummer tien is een speciaal geval, namelijk de evangelieschrijver Matteüs zelf, die genezen wordt van geldzucht en van wie Jezus zegt: “Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel” (9:9-12).

Middenin de beschrijving van Jezus’ optreden verwijst Matteüs naar de vervulling van de profetie die we al eerder aanhaalden (Matt. 8:16-17):

‘Bij het vallen van de avond brachten ze vele bezetenen bij hem. Met een enkel bevel dreef hij de geesten uit, en allen die ziek waren genas hij, opdat in vervulling ging wat gezegd is door de profeet Jesaja.

Vervolgens legt hij het motief bloot waar vanuit Jezus werkte:

‘Toen hij de mensenmenigte zag, voelde hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hopeloos uitzagen, als schapen zonder herder.’

Daarna stuurt Jezus zijn volgelingen eropuit om met zijn volmacht hetzelfde te doen: het evangelie van het ko-ninkrijk verkondigen, onderrichten én genezen.

 

 

hij-geneest

 

 

Jezus’ volgelingen doen hetzelfde

 

Zoals gezegd, stuurt Jezus zijn discipelen eropuit om hetzelfde te doen als hij:

Daarop riep hij zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun macht om onreine geesten uit te drijven en iedere ziekte en elke kwaal te genezen’ (Matt. 10:1).

Die taak kreeg een definitief vervolg, die voortduurt tot op de dag van vandaag.

Vlak voordat Jezus teruggaat naar de Vader, onderstreept hij dat dit geen tijdelijke opdracht is, maar de basis-uitrusting waarmee God zijn kinderen op weg stuurt. In Marcus 16:15-18 zegt hij:

“Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend. Wie gelooft en gedoopt is, zal worden gered, maar wie niet gelooft, zal worden veroordeeld. Degenen die tot geloof zijn gekomen, zullen her-kenbaar zijn aan de volgende tekenen: in mijn naam zullen ze demonen uitdrijven, ze zullen spreken in onbeken-de talen, met hun handen zullen ze slangen oppakken en als ze een dodelijk gif drinken zal dat hun niet deren, en ze zullen zieken weer gezond maken door hun de handen op te leggen.”

Zo wordt in de Nieuwtestamentische gemeente de heerschappij van God niet alleen verkondigd en onderwezen, maar ook gedemonstreerd, precies volgens Jezus’ bedoeling. Hieruit blijkt hoe betrouwbaar en consistent God is. In het paradijs wil hij al geen ziekte. Aan zijn volk openbaart hij zich als de geneesheer. In de Here Jezus worden zijn beloften vervuld en door de heilige Geest mogen wij delen in zijn volmaakte offer, want Hebreeën 13:8 zegt:

‘Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid.’

 

 

media_xl_1238473

 

 

Christus’ triomf

 

Jezus heeft Gods koninkrijk binnen bereik gebracht. Met zijn komst (als de laatste Adam, 1 Kor. 15:45) werd het probleem van de zonde definitief opgelost.

‘God heeft zich ontdaan van de machten en krachten, hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd’ (Kol. 2:15).

Wij zijn door hem bevrijd uit de macht van de duisternis en ontvangen eeuwig leven. ‘Maar u bent nu verlost van de zonde en dienaars van God geworden. Het gevolg daarvan is dat u nu bij God hoort en eeuwig leven krijgt’ (Rom. 6:22).

Eeuwig leven is niet alleen een leven zonder einde, maar ook een leven zonder ziekte en in voorspoed. Dat leven kwam Jezus ons brengen. Jezus wijst de duivel aan als de oorzaak van kwaad, ellende en ziekte en zichzelf als de oplossing daarvoor: “De dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid” (Joh. 10:10).

Jezus geeft ons dus volheid van leven, hoewel we dat niet verdiend hebben en ook nooit zullen kunnen verdie-nen, hoe goed we er ons best ook voor doen. Het is een genadegift. Maar geen goedkope genade, het kostte God zijn Zoon. God is rechtvaardig. Hij moest onze zonden daarom ook rechtvaardig straffen. Dat heeft hij ge-daan door zijn Zoon in onze plaats zonde te laten worden, zodat wij in zijn plaats rechtvaardig zouden worden (2 Kor. 5:21).

De Bijbel laat er geen misverstand over bestaan dat Jezus zowel voor onze zonden als voor onze ziekten stierf. Zoals een aardse vader graag de ziekte van een kind wil overnemen, zo deed onze hemelse Vader dat, aan het kruis. Het werd een complete ruil. Jezus ontving wat hij niet bezat: onze schuld, zonde en ziekte, zodat wij zouden ontvangen wat wij niet bezaten: zijn rechtvaardigheid en leven. God wilde die ruil, omdat hij het goede voor zijn kinderen wil.

 

 

jezus-christus-lam-gods

 

 

Behoud is ook genezing

 

Toen Jezus uitriep (Joh. 19:30) “Het is volbracht”, betekende dat letterlijk ook: ‘het is betaald’. Jezus heeft betaald voor onze zonden en voor de gevolgen daarvan. Door hem zijn wij behouden. Om te ontdekken wat de gewel-dige consequenties van zijn overwinning zijn, is het belangrijk om de rijkdom van het woord ‘behoud’ te begrijpen.

Paulus schrijft in Romeinen 1:16:

‘Voor dit evangelie schaam ik mij niet, want het is Gods reddende kracht voor allen die geloven, voor Joden in de eerste plaats, maar ook voor andere volken.’

Letterlijk betekent behoud zowel redding, verlossing en bevrijding als genezing en heelmaking. Het is een woord dat de complete verlossing van de mens op alle levensterreinen aanduidt. Als Jezus zegt dat hij gekomen is om ons volheid van leven te geven, bedoelt hij een compleet en volmaakt leven.

Dit woord behoud wordt soms gebruikt in specifieke situaties van genezing. Bijvoorbeeld in Handelingen 4, waar Petrus en Johannes door de Joodse leiders worden ondervraagd nadat ze een verlamde hadden genezen. Ze vra-gen hen (vers 7): “Door welke kracht of in wiens naam hebt u dit gedaan?” Waarop Petrus uitlegt dat dit door de naam van Jezus is gebeurd en hij vervolgt zijn verklaring over de genezing met (vers 12):

“En de behoudenis  is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden.”

Teksten waarin het over ‘behoud’ of ‘redding’ gaat bedoelen dus een volledige begrip. Bijvoorbeeld Hebreeën 7:25, waar Jezus als onze grote Hogepriester wordt beschreven, door wie wij God vrijmoedig mogen naderen:

‘Zo kan hij ieder die door hem tot God komt volkomen redden, omdat hij voor altijd leeft en zo voor hen kan pleiten.’  Jezus kan dus volkomen genezen wie door hem tot God komt.

 

 

4234137

 

 

De sleutel tot genezing

 

Het staat dus vast dat wij in Christus niet alleen vergeving voor onze zonden maar ook genezing hebben ont-vangen. Er is geen enkele Bijbelse aanleiding om de vergeving al wel te aanvaarden en de genezing te plaatsen na Jezus’ wederkomst. Dat is een dualisme gebaseerd op de praktijk van onze beperkte ervaring en niet op de prak-tijk van Gods Woord.

Het is waar dat we deze realiteit van God helaas maar beperkt zien functioneren. Maar het is onterecht om de realiteit zoals die zich aandient te laten voor wat ze is wanneer we Gods Woord serieus willen nemen. De duivel kan ons lastig vallen of misleiden, maar als God ons door zijn Woord aanspreekt hebben we uitsluitend met hem te maken.

De genezing die we in Christus ontvangen hebben kan daadwerkelijk zichtbaar worden door geloof. Jezus zegt (Matt. 21:21-22):

“Ik verzeker jullie: als jullie geloven zonder te twijfelen, zul je niet alleen teweeg kunnen brengen wat er gebeurde met de vijgenboom, maar zul je zelfs tegen die berg kunnen zeggen: ‘Kom van je plaats en stort je in zee,’ en het zal gebeuren. Alles waarom jullie in je gebeden vragen zullen jullie krijgen, als je maar gelooft.”

Het is goed om hier een misverstand uit de weg te ruimen. Bij ‘geloof’ denken wij al gauw aan iets dat we in ons-zelf moeten vinden. Maar Jezus zegt juist (Marc. 11:22): “Heb geloof in God.” Het gaat hier dus niet om een ge-voel of zekerheid in onszelf maar om het besef van wie God is en wat hij in Jezus voor ons heeft gedaan. Geloof komt van God, hij wekt het in ons op als we ons richten op Jezus. Door Gods waarheid in Jezus te zien gaat geloof (bijvoorbeeld in genezing) vanzelf functioneren.

Christenen denken al gauw aan pijnlijke situaties waarin iemand verweten wordt te weinig geloof te hebben door-dat genezing na gebed uitbleef. Dat is allerminst Gods weg en bedoeling. Inderdaad, hij roept ons op om de ge-nezing die hij voor ons aan het kruis heeft gekocht in geloof te aanvaarden. Maar hij vraagt geen prestatie van onze kant.

Dat we genezing vaak niet zien functioneren heeft dus te maken met ongeloof, dat we niet weten wat ons in Christus is geschonken en dat we de praktijk als maatstaf hanteren en zelfs geen genezing verwachten. Maar onze maatstaf is het volmaakte offer van het Lam, dat onze Hogepriester is. In hem staan wij volmaakt voor God en hebben zowel veroordeling als ziekte geen recht meer op ons leven. Wij hoeven onszelf niet meer te kwalificeren voor genezing, want Christus is in onze plaats gekwalificeerd. Hij heeft aan Gods eis voldaan.

 

 

4dd0daaa2e0d4955dd713ed88ca55be6

 

 

Manieren waarop God geneest

 

Er zijn verschillende middelen die God gebruikt om genezing die hij aan het kruis heeft bewerkstelligd in ons leven te laten doorbreken.

 

 

1. Het Woord

 

De basis voor genezing is Gods Woord. Wanneer de waarheid over genezing wordt geopenbaard zullen mensen geloven en genezen. Daarom is het ook zo belangrijk om de Bijbelse waarheid over genezing in de gemeente te onderwijzen en te belijden.

In Spreuken 4 vers 20-22 wordt Gods woord een medicijn voor het lichaam genoemd. ‘Mijn zoon, heb aandacht voor mijn woorden, geef aan mijn uitspraken gehoor. Houd ze steeds voor ogen, bewaar ze in het diepste van je hart. Ze zijn het leven voor wie ze aanvaarden, sterken heel je lichaam als een medicijn.’

Als dat medicijn achterwege blijft en in de verkondiging genezing wordt overgeslagen kan ziekte welig blijven tieren. Er zijn voorbeelden van mensen die door bijbels onderwijs over genezing plotsklaps of langzamerhand gezond werden.

 

 

bijbel-mooi

 

 

2. Avondmaal

 

Doordat wij deelhebben aan Jezus’ opstanding, is het avondmaal een niet te onderschatten middel als belijdenis van ons geloof. Jezus stelde het avondmaal persoonlijk in door het brood aan te reiken met de woorden:

“Neem, eet, dit is mijn lichaam,” en de beker met wijn: “Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden” (Matt.26:26-30).

Daarmee werd het een vast en krachtig onderdeel van het gemeenteleven.

Tijdens het avondmaal denken we aan twee dingen. Het bloed van Jezus, dat tijdens het avondmaal gebruikt wordt, staat voor de vergeving van onze zonden (Kol. 1:14, Ef. 1:7). Er wordt tijdens het avondmaal vaak aan gere-fereerd dat we het bloed van het nieuwe verbond drinken, waar we geweldig dankbaar voor mogen zijn. Maar wat betekent het brood? Het brood staat voor onze genezing, want het representeert Jezus’ lichaam. We weten uit de evangeliën dat het aanraken van Jezus’ lichaam genezing bracht.  Dat impliceert alles wat hij met zijn dood bewerkstelligd heeft, inclusief genezing.

Het omgekeerde is ook waar. In Korinte leidde misstanden tijdens het avondmaal tot ziekte. Sommigen maakten van het avondmaal voor zichzelf een braspartij, terwijl zij anderen niets gunden. Hierdoor kon het genezende werk van het avondmaal geen doorgang vinden. Paulus waarschuwt in 1 Korintiërs 11:30:

‘Daarom zijn er onder u veel zwakke en zieke mensen en zijn er al velen onder u gestorven.’

 

 

holy-supper

 

 

3. Gaven van genezing

 

God heeft aan de gemeente gaven van genezingen gegeven; mensen die, als antwoord op gebeden, namens God genezing uitspreken. In 1 Korintiërs 12: 7, 9 lezen we:

‘In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente. De een ontvangt van de Geest een groot geloof, de ander de gave om te genezen.’

Waar de kracht van het Woord altijd en door iedereen kan worden ervaren en toegepast (ook m.b.t. genezing), gaat het hier om door de Geest geleide momenten in de gemeente van Christus. De heilige Geest leidt in een samenkomst van gelovigen (groot of klein) tot specifieke gebedsverhoring en schakelt anderen in als transport-kanaal van zijn genezing door hen gaven toe te vertrouwen van onderscheid, genezing, bevrijding. Sommigen krijgen van hem daartoe zelfs een specifieke taak, die in de gemeente herkend en bevestigd kan worden.

 

 

gave van genezing

 

 

4. Oudsten in de gemeente

 

De praktijk van genezing hoort thuis in de gemeente  omdat genezing alles te maken heeft met gezonde relaties. Het gaat in de gemeente om de totale mens in gemeenschap met broeders en zusters. Jakobus schrijft in 5:14 en 15:

‘Laat iemand die ziek is de oudsten van de gemeente bij zich roepen; laten ze voor hem bidden en hem met olie zalven in de naam van de Heer. Het gelovige gebed zal de zieke redden, en de Heer zal hem laten opstaan. Wan-neer hij gezondigd heeft, zal het hem vergeven worden.’

In het Nieuwe Testament wordt ziekte in de gemeente als een onwenselijke uitzondering gezien. Onderlinge zon-de houdt ziekte in stand. Daarom werkt concrete zonde opruimen genezend en schrijft Jakobus (in 5:16):

‘Beken elkaar uw zonden en bid voor elkaar, dan zult u genezen. Want het gebed van een rechtvaardige is krach-tig en mist zijn uitwerking niet.’

Bedenk wel dat het hier gaat om een situatie waarin de eerste drie genezingsmiddelen (bijbelse verkondiging over genezing, genezend gebruik van het avondmaal en ruimte voor gaven van genezingen) in de gemeente verondersteld worden. Wanneer christenen zich voor het eerst met genezing bezighouden, beginnen ze vaak bij Jakobus 5, met als gevolg dat het fundament (goed zicht op de waarheid) ontbreekt en er geloof in het ritueel in plaats van in God zelf ontstaat.

Ziekenzalving is geheel bijbels, maar niet de eerste weg die God wijst. Het is de weg die we mogen gaan wanneer de hoofdweg en de parallelweg nog geen doorbraak geven. God laat hierin opnieuw zien hoe belangrijk hij het vindt dat zijn kinderen gezond zijn. Hij voorziet ons van allerlei middelen om zijn zegen te ontvangen.

 

 

slide_49

 

 

5. Gelovige vrienden

 

Zoals gezegd, is geloof essentieel in het ontvangen van genezing. Maar iemand die ziek is, kan soms niet geloven. Gelukkig kan het geloof van anderen zo iemand er bovenop helpen. We zien dat bijvoorbeeld in Matteüs 9:1-8, waar een paar mensen een verlamde vriend bij Jezus brengen.

‘Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: “Wees gerust, uw zonden worden u vergeven. Sta op, pak uw bed en ga naar huis.” En hij stond op en ging naar huis.’

Deze man werd genezen op grond van het geloof van zijn vrienden, die hem bij Jezus brachten. Dit is een enorme bemoediging voor een biddende gemeente. Want het gezamenlijke gebed van medegelovigen is zeker niet krachteloos. Vandaar ook dat er voorbeelden zijn van mensen voor wie ’s zondags in de dienst voorbede wordt gedaan en die dan daadwerkelijk hulp en genezing ontvangen.

Maar wat zijn volgens de bijbel oorzaken van het uitblijven van genezing. De ideale voedingsbodem van zowel ongeloof als zonde is wetticisme. Zodra we onszelf of elkaar langs de meetlat van de wet leggen, voldoet nie-mand en verliezen we ons geloof in Gods genade. Het is dan ook niet zo vreemd dat Paulus bij het fundamenten leggen van het gemeenteleven daar in zijn brieven zo vaak en fel voor waarschuwt.

Onze verlossing is volledig gebaseerd op Gods gerechtigheid, die hij ons heeft toegerekend. Wij hoeven niets meer te verdienen of met hem in orde te maken. De Farizeeën en schriftgeleerden wilden door de wet in acht te nemen hun heil verdienen. Nadat de discipelen zich tot discussie hadden laten verleiden (Marc. 9:14) en zo weer waren gaan twijfelen aan de macht van Jezus’ genade, konden ze die bezeten jongen niet bevrijden. Jezus verwijt hun dan ‘ongeloof’ (vers 19). Vandaar ook dat hij hen nadrukkelijk waarschuwt:

‘Wees terdege op je hoede voor de zuurdesem van de Farizeeën en Sadduceeën’ (Matt. 16:6).

Een veelgebruikte wettische truc van de duivel is om ons met een gevoel van geestelijkheid op onszelf en niet op de Here Jezus terug te werpen. “God zal mij vast niet genezen, want ik ben zo zondig en ik heb zo weinig ge-loof…” Gelukkig dat God niet onze zonden en ons geloof in onze situatie, maar onze rechtvaardige positie in hem en ons vertrouwen in het volmaakte offer van Jezus als sleutel tot genezing heeft gegeven, zodat deze smoesjes bij goed onderwijs geen stand houden.

 

 

leer-methodes

 

 

Genezing in de praktijk

 

Hier zijn een paar richtlijnen voor het omgaan met genezing in het gemeenteleven.

 

 

1. Gods Woord hoogachten

 

Belangrijker nog dan het aanvaarden van Gods waarheid over genezing is dat die waarheid door iedere christen daarna ook herkauwd en uitgediept wordt en een blijvende plaats krijgt in het gemeenteleven. God wil heel graag zijn volledige genezingsperspectief laten zien en laten functioneren, maar hij geeft ons ook de tijd om dit met anderen te delen, zodat we op dezelfde lijn komen. Het liefst heeft hij dat iedereen instemt en bij de kudde blijft. Maar hij wil vooral dat er een goed bijbels fundament wordt gelegd, zodat het geloof van de gemeente niet ge-baseerd is op een boekje, een studie of een voorganger, maar op God en op wat hij in zijn Woord openbaart.

 

 

2. Bewogenheid

 

Geen genezing zonder ontferming. Ook voor Jezus was bewogenheid de aansteker voor zijn genezende kracht. In Matteüs 9 lezen we dat hij het goede nieuws over het koninkrijk verkondigde en dat ondersteunde met onder-richt en genezingen.

Maar we lezen ook het motief van waaruit hij dit deed:

‘Toen hij de mensenmenigte zag, voelde hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder’ (Matt. 9:35-36). En in Matteüs 14:14 lezen we: ‘Toen hij uit de boot stapte en de grote menigte zag, voelde hij medelijden met hen en genas hun zieken.’

Liefdeloosheid en gebrek aan werkelijke gemeenschap zijn belangrijke oorzaken van een gebrek aan bewogen-heid en dus van een gebrek aan kracht. Bij genezing is daarom (naast gebed om geloof in het volbrachte werk van Christus) gebed om een bewogen hart essentieel.

 

 

3. Moed

 

Wanneer je de boodschap dat we van God genezing hebben ontvangen gaat verkondigen en uitoefenen, word je onherroepelijk geconfronteerd met tegenstand. Het is noodzakelijk dat we moedig en waardig de koninklijke weg bewandelen door mensen in liefde te woord te staan en hen op Gods Woord te beproeven. Titus kreeg in dit ver-band van Paulus de volgende aanmoediging (2:11, 15):

‘Gods genade is openbaar geworden tot redding van alle mensen. Gebruik je gezag om dit te verkondigen, moedig aan en wijs terecht. Laat niemand op je neerkijken.’

 

 

4. Geduld

 

Paulus noemt zichzelf een kundig bouwmeester (1 Kor. 3:10). God heeft kundige bouwmeesters nodig om een goed fundament van de overwinning van Jezus te kunnen leggen. Bouwen kost tijd. Het integreren van Gods genezende liefde ook. Gelukkig heeft God ook tijd. Wij mogen in alle rust ontdekken wat wijsheid is. Niet om aan dit belangrijke thema af te doen, wel omdat rust Gods manier van werken is. Die rust mogen we van hem over-nemen.

Verschillende brieven in het Nieuwe Testament beginnen met de zegen:

‘Genade zij u en vrede…’

Genade is alles wat God ons heeft gegeven in het offer van zijn Zoon, waaronder genezing. Vrede is de rust die dat in ons leven brengt. Wanneer verkondiging van de boodschap van genade (genezing) de vrede verstoort vanwege ons ongeduld of onze onwijsheid, belemmeren we het werk van de Geest. Dus: moedig rechtop blijven staan en volharden, maar niet gaan rennen; God werkt, wij rusten in zijn volbrachte werk.

 

 

7136f4cc768dcde89a4735433549ec17

 

 

Knellende vragen

 

Is genezing niet alleen geestelijk bedoeld; de rest komt na de wederkomst van Christus?

 

Dat is westers dualisme en geen Bijbelse theologie. De profetie is vervuld, zoals we lezen in Matteüs 8:16 en 17:

‘Bij het vallen van de avond brachten ze vele bezetenen bij hem. Met een enkel bevel dreef hij de geesten uit, en allen die ziek waren genas hij, opdat in vervulling ging wat gezegd is door de profeet Jesaja: Hij was het die onze ziekten wegnam en onze kwalen op zich genomen heeft.’

 

 

Heeft God voor alle ziekten betaald?

 

In Matteüs 9:35 staat:

‘Waar hij ook kwam, genas hij iedere ziekte en elke kwaal.’

Johannes zegt in zijn evangelie (Joh. 3:16) dat iedereen die in hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Wat is eeuwig leven?

“Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus,” zegt Jezus in Johannes 17:3.

Je ontvangt genezend leven wanneer je de ware God gaat leren kennen, die zich onder andere bekend maakt als… geneesheer!

 

 

In Betesda genas Jezus toch niet alle zieken? Hoe zit dat dan?

 

Het is een voorbeeld van ‘postmodern Bijbel lezen’ om Johannes 5 als ‘bewijs’ te gebruiken dat Jezus toch niet iedereen genas. Er zijn natuurlijk nog veel meer mensen die hij niet heeft genezen. Dat kwam eenvoudigweg doordat hij toen hij op aarde was lang niet overal geweest is. Bovendien blijkt steeds weer dat hij alle mensen genas die op hem af kwamen. Dat waren dus mensen die graag genezen wilden worden. Ze geloofden in hem en aanvaardden zo wat hen wilde geven.

Johannes 5 vormt daarop een uitzondering, omdat Jezus daar zelf (‘ongevraagd’) in dat badhuis op iemand afstapt, mogelijk omdat hij met ontferming bewogen werd over de man die daar al 38 jaar volkomen kansloos leek te liggen. Wat precies de reden is dat Jezus juist hem uitkiest, wordt echter niet vermeld. Ook wordt niet vermeld dat die anderen (later) niet genezen werden.

 

 

Maar hoe zit het dan met het lijden dat wij in deze wereld meemaken?

 

Dat is zonder meer een realiteit. Daarom zien we ook zo uit naar de wederkomst van de Here Jezus. Want al zijn wij verlost, om ons heen zucht de schepping. Wij zijn geen burgers van deze (zieke, verdorven) wereld, maar (gezonde, vergeven) hemelburgers (Fil. 3:20). Als hemelburger leef je natuurlijk het liefst thuis, in een volmaakte omgeving, zonder pijn en ellende om Christus’ wil en zelfs zonder dat je nog hoeft te geloven, omdat je alles direct kunt zien.

 

 

En wat moet je in dit kader dan met ‘de vervolging om Christus’ wil’?

 

De Here Jezus zei tegen vier van zijn discipelen: “Wat jullie zelf betreft: pas goed op. Jullie zullen voor het gerecht worden gesleept en in synagogen worden gegeseld, en jullie zullen voor gouverneurs en koningen moeten ver-schijnen om voor hen van mij te getuigen.” (Marc. 13:9). Tegen de gemeente zegt hij:

“Wees niet bang voor wat u nog te wachten staat. Sommigen van u zullen door de duivel in de gevangenis worden gegooid, en zo op de proef worden gesteld; tien dagen lang zult u het zwaar te verduren hebben” (Op. 2:10).

Let op: de vervolging waar het in dit verband om gaat wordt niet veroorzaakt door ongelovigen, maar door reli-gieuze mensen, zogenaamde gelovigen, dwaalleraars die de gelovigen die van genade leven weer onder de wet willen brengen. Over hen zegt Jezus (Matt. 16:6):

“Wees terdege op je hoede voor de zuurdesem van de Farizeeën en de Sadduceeën” en (Joh. 15:20): “Een slaaf is niet meer dan zijn meester. Ze hebben mij vervolgd, dus zullen ze ook jullie vervolgen.”

 

 

Als gezondheid een gevolg is van je rechtvaardige positie in Christus, hoe kan het dan dat hij ook ongelovigen genas?

 

Dat zijn twee verschillende dingen. Gelovigen zijn gezond op basis van hun rechtvaardige positie. Ongelovigen ontvangen genezing met als doel dat ze ook de andere elementen van ‘behoud’ (vergeving, verlossing, bevrij-ding) gaan zien en zullen aanvaarden. Het is altijd Gods doel dat we hem als Heer van ons leven aanvaarden.

Hij gebruikt genezing om mensen te helpen om in hem te geloven, ook al lijkt de uitwerking in de bijbel soms anders te zijn. Voor ons is geloof niet alleen een gift, maar doordat we Jezus als Heer van ons leven hebben aan-vaard ook een recht. Als kind van God mag je er aanspraak op maken (je hebt het al ontvangen), ongelovigen mogen er om bidden. Als zij hun vertrouwen op Jezus stellen wil God ook hen gezond maken.

 

 

Is het niet meedogenloos om te zeggen dat iedereen kan genezen?

 

Nee, het is eerder meedogenloos om mensen te zeggen dat er geen oplossing is voor hun ziekte, terwijl Jezus daarvoor betaald heeft. Het is een ontkenning van de volheid van Christus’ werk, die helaas eeuwenlang bestaat en wereldwijd aanvaard is.

 

 

God kan mijn ziekte toch gebruiken om mij afhankelijk van hem te houden?

 

Nee, dat is een leugen van de duivel. Afhankelijkheid is volgens de Bijbel juist dat je afhankelijk bent van het ge-nezende offer van Jezus Christus.

 

 

Gebruikt God ook dokters om te genezen?

 

Zeker, God laat alle dingen meewerken ten goede. Dokters zijn een zegen van God. Elke genezing die via een dokter plaatsvindt, is net zo goed een wonder van God. Het is alleen niet primair de weg die hij in de Bijbel wijst. Wij gaan vaak eerst naar een dokter en als er geen uitzicht is naar dokter Jezus. God wil het graag andersom: dat we in alles (eerst) bij hem komen. Dan kan hij hetzelfde genezingsproces, maar dan zonder tussenkomst van een dokter en vele malen grondiger en sneller, laten plaatsvinden.

 

 

Wat doe je als genezing uitblijft?

 

Wanneer je voor wat genezing betreft geworteld bent in Gods Woord, is de volgende stap om zijn volmaakte of-fer te gaan belijden. Je gaat dus niet langer ‘bidden om genezing’, maar in de wetenschap dat je die genezing al ontvangen hebt ‘belijden dat je door zijn striemen genezen bent’, ook als je dan nog niet direct ziet dat de gene-zing in je lichaam zichtbaar wordt. In feite is dat een vergelijkbaar proces als bij schuldgevoel: je belijdt dat je vergeven bent en gaat vanzelf zien dat dit in je denken en gevoel doorwerkt.

Een voorbeeld uit het optreden van Jezus illustreert dit proces. In Marcus 11 vervloekt Jezus een vijgenboom. Op dat moment gebeurt er niets zichtbaars, maar later wel:

‘Toen ze ’s morgens vroeg weer langs de vijgenboom kwamen, zagen ze dat hij tot aan de wortels verdord was’ (vers 20). Het krachtwoord van de Here Jezus liet ter plekke de wortels sterven; het resultaat was de volgende dag pas goed zichtbaar.

Wanneer in de naam van Jezus genezing over je wordt uitgesproken, sterft de ziekte onmiddellijk aan de wortel. Gods Woord is namelijk betrouwbaar. De uitwerking kan echter nog even op zich laten wachten. Dan is het zaak om in geloof vast te blijven houden aan Gods volbrachte werk en de uitwerking daarvan op jouw leven. Laat het niet roven door ongeloof, gebaseerd op wat je ziet en niet op wat je gelooft.

 

 

Is het niet wijs om ‘God wil het (nu) niet’ als mogelijkheid te blijven zien?

 

Deze gedachte ligt zeer voor de hand en komt vaak voort uit een diepe betrokkenheid bij mensen die ziek blijven nadat met hen gebeden is. Maar juist dan moeten we niet aan Gods Woord gaan twijfelen. Niet onze praktijk (hoe kwetsbaar en pijnlijk ook) maar Gods realiteit is ons onwrikbare fundament.

Wel moet je er alles aan doen om te voorkomen dat er in zulke situaties veroordeling ontstaat, zowel van de kant van de zieke (‘Ik genees niet, want ik heb zo weinig geloof’), als van de kant van de bidder (‘Hij of zij geneest niet omdat ik niet in geloof bid’).

De constatering dat iemand (nog) niet genezen is moet altijd gepaard gaan met het basisprincipe dat er geen veroordeling meer is voor hen die in Christus Jezus zijn (Rom. 8:1).

Dat wij bepaalde situaties in Gods hand leggen kan wijs zijn, maar moeten we niet tot norm verheffen. God gunt ons de tijd om te zoeken en te groeien; daar is hij onze hemelse Vader voor. Laten we die ruimte echter niet ge-bruiken als aanleiding voor het vlees, door vanuit bepaalde ervaringen iets van zijn (en onze!) overwinning af te doen.

‘De Zoon van God is gekomen om de daden van de duivel teniet te doen’ (1 Joh. 3:8).

 

 

hoofdstuk 22 ; de Alfa en de Omega

 

pasteltekening van John Astria:  ” eeuwig leven “

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Het begin en einde van de zonde.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Beste lezer, God wil dat u weet hoe de zonden in de wereld kwamen en dat de gevolgen daarvan zijn het lijden en de dood. Lucifer, een zeer vooraanstaande engel, wilde niet buigen voor Gods kroon op de schepping, de mens. Hij misleidde de eerste bewoners op aarde door middel van de leugen en de zonde werd geboren. Daardoor zon-derde de mens zich af van God. De perfecte relatie tussen God en de mens was niet meer. De zonde is dus ont-staan door een geestelijk schepsel dat de het eerste mensenpaar Adam en Eva verleidde met een leugen.

Omdat uit een onvolkomen mens geen zondeloos iemand kan geboren worden, noemt men het de erfzonde. De mens stond op zijn eigen benen en Lucifer werd de duivel, ook  Satan de tegenstrever genoemd. Hij kreeg vrij spel en door zijn steeds groeiende macht op de mens werd de aarde een plek geteisterd door oorlogen, ziektes, hongersnood, moord en andere ellende. Satan beweerde in de hemel, voor de troon van God, dat geen mens ooit zondeloos zou kunnen leven, wat een kapitale inschattingsfout bleek. God stuurde zijn eigen Zoon Christus naar de aarde om zoenoffer te worden als losprijs voor de zonden. Indien Christus zondeloos bleef tot het einde van zijn leven, was de duivel verslagen.

Christus, De Messias kwam naar de aarde, predikte het woord van God, liet door mirakels zien wie hij was en bleef zondeloos tot op het kruis. Onmiddellijk wist Satan dat het einde van zijn bestaan in zicht was. Daarom raast hij nu als een wild monster over de aarde om zoveel mogelijke zielen met zich mee te sleuren in de toekomstige, eeuwige vuurpoel. Door zijn overwinning op het kwade is Christus de advocaat van de gelovigen voor de troon van God. Wie in Hem gelooft en zijn zonden belijdt zal nooit sterven. Hij verplicht u tot niets, zijn wens is dat u tot Hem komt in vrije wil.

Het kwade zal ooit letterlijk vernietigd worden. In de Openbaring staat waar het met deze wereld en de mens naartoe gaat. Via zijn laatste hoofdstuk in de Bijbel geeft God signalen van het begin van de eindtijden als waar-schuwing. God wil dat geen enkele ziel verloren gaat. Het is nooit te laat om te geloven in de kruisdood van Christus als zoenoffer voor onze zonden en dat te belijden .

 

 

De eindstrijd tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het is duidelijk dat God een plan heeft voor de toekomst van de mens, de aarde en het kwade. Zolang echter de strijd tussen Satan en God over de soevereiniteit van het universum niet volledig afgehandeld is moeten wij ster-ven. Toch reikt God ons nu al de hand om in alle omstandigheden het leven door te komen, ook in lijden en dood. Hij wil ons nu reeds een tipje van eeuwig geluk laten ervaren.

De liefde van God en Christus voor de mens was zo groot dat één van de machtigste engelen in de hemel, Lucifer, moest wijken. God weet dat enkele duizenden jaren van lijden niet zullen opwegen tegen de oneindigheid van later hemels geluk. Ooit zal er een nieuwe hemel en aarde komen waarop de mens in een volkomen liefdevolle omgeving woont in harmonie met plant en dier. Voor ons gelovigen zal de toekomst zo groot zijn dat het nu met menselijk verstand niet te vatten is.

De dag dat Satan definitief verslagen is wordt het zaad van de zonde uit ons hart verwijderd en zal het verleden, met al zijn pijn en verdriet, uit onze herinneringen verdwijnen. Laten wij niet vergeten dat wij nu reeds elke dag beroep kunnen doen op Christus door gebed. Indien u Hem roept is hij er. U zal zelfs binnen deze onvolkomen wereld bijgestaan worden al zijn de resultaten niet direct merkbaar. Voor alles is er een tijd. Roep Hem, en u zal verhoord worden.

 

 

De keuze tussen goed en kwaad door de vrije wil, met een eindoordeel tot gevolg.

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De psalmen.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

.

Psalmen

 

 

Het boek der Psalmen is in de loop der tijd een inspiratiebron geweest voor gelovigen. Het zijn niet alleen maar lofzangen voor de Heer, maar ook leerdichten waarin een rijke boodschap is neergelegd.

 

 

De naam

 

De naam die door de Joden aan het boek van de Psalmen is gegeven is Tehillim. Onze Nederlandse naam ‘Psal-men’ is de vertaling van de Griekse titel uit de Septuaginta (Griekse vertaling van het Oude Testament) Psalmoi, dat eenvoudig ‘liederen’ betekent. Het woord ‘Psalm’ is van het Griekse Woord ‘Psalterion’ dat kan worden ver-taald met ‘harp’ of een ander snaarinstrument. Vanuit het Grieks betekent ‘Psalmen’ dus liederen bij snarenspel. Tehillim wordt meestal vertaald met ‘lofzangen’. Het boek Psalmen bevat 150 liederen/lofzangen die begeleid kunnen worden met snarenspel.

 

 

 

De structuur

Het boek is onderverdeeld in vijf hoofddelen

1.      Psalm 1-41
2.      Psalm 42-72
3.      Psalm 73-89
4.      Psalm 90-106
5.      Psalm 107-150

Hoewel niemand precies weet hoe deze indeling is ontstaan, is het wel opvallend, dat de vijf hoofddelen van de boeken der Psalmen nauwe verwantschap hebben met de vijf boeken van Mozes.

 

 

 

 

 

 

De structuur van het boek der Psalmen

 

 

1. Psalm 1-41: Het boek GENESIS, aangaande de mens

 

De raad van God aangaande de mens. Alle zegeningen komen voort uit gehoorzaamheid (vg.Psalm 1: 1 met Gen. 1: 28). Gehoorzaamheid is ‘de boom des levens’ voor de mens (vg. Psalm 1: 3 met Gen.2: 16). Ongehoorzaamheid leidt tot de val van de mens (vg. Psalm 2 met Gen.3). Het herstel kan alleen plaatsvinden door de Zoon van Adam (Zoon des mensen) in Zijn verzoenend werk als het ‘zaad van de vrouw (vgl. Psalm 8 met Gen.3: 15). Dit Psalmen-boek eindigt met een doxologie (een soort lofprijzing) en een dubbel Amen.

 

 

 

2. Psalm 42-72: Het boek EXODUS, aangaande Israël als een volk

 

De raad van God aangaande de val van Israël, Israëls Verlosser en Israëls verlossing (Ex.15: 13). Vergelijk Psalm 68: 5 met Exodus 15: 3 waar beide keren staat dat JAHWEH Zijn naam is. Dit boek begint met Israëls roepen om be-vrijding en eindigt met de Koning van Israël die regeert over het verloste volk. Het boek eindigt met een doxo-logie en een dubbel Amen.

 

 

 

3. Psalm 73-89: Het boek LEVITICUS, aangaande het heiligdom

 

De raad van God aangaande het heiligdom in relatie tot de mens en het heiligdom in relatie tot God. Het heilig-dom, de gemeente (Israël) en Sion zijn woorden die in bijna elke Psalm voorkomen in dit boek. Het boek eindigt met een doxologie en een dubbel Amen.

 

 

 

4. Psalm 90-106: Het boek NUMERI, aangaande Israël en de volkeren van de aarde

 

De raad van God aangaande de aarde. Het laat zien dat er is geen hoop en rust is voor de aarde, los van JAHWEH. De wereld wordt voorgesteld als een woestijn. Het begint met het gebed van Mozes (Psalm 90) en het eindigt met een herhaling van Israëls rebellie in de woestijn (Psalm 106). Let op het nieuwe lied voor de ganse aarde in Psalm 96: 1. Het boek eindigt met een doxologie en een Amen.

 

 

 

5. Psalm 107-150: Het boek DEUTERONOMIUM, aangaande God en Zijn Woord

 

De raad van God aangaande Zijn Woord, laat zien dat alle zegeningen voor de mens (boek 1), alle zegeningen voor Israël (boek 2), alle zegeningen voor de aarde en de volkeren (boek 5) verbonden zijn aan het kennen van het Woord van God.

Deut.8: 3 > De mens leeft van al wat uit de mond van de Heer uitgaat. Het niet luisteren naar het Woord van de Heer is de oorzaak voor de moeiten van de mens, de verwerping van Israël, de val van het heiligdom en de ellen-de van de aarde. De zegeningen komen van de Heer wanneer Zijn Woord in het hart wordt geschreven (Jeremia 31: 33 – 34  ;   Hebr.8: 10 -12 en 10: 16 – 17).

We vinden in Psalm 119 de Psalm van het Woord net zoals in Johannes 1:1. Het boek begint met Psalm 107. In vers 20 lezen we dat Hij Zijn woord zond en hen genas. Het eindigt met vijf Psalmen (naar de vijf Psalmenboeken). Iedere Psalm begint en eindigt met ‘Halleluja’.

 

 

 

De auteurs van de Psalmen

 

De meeste Psalmen (73) zijn geschreven door David:

     37 in boek 1 (3,4,5,6,7,8,9,11-32,34-41); 
18 in boek 2 (51-65, 68-70); 
1 in boek 3 (86); 
2 in boek 4 (101,103) en 
15 in boek 5 (108-110, 122,124,131, 133,138-145).

Verder zijn er Psalmen van Asaf , de Zonen van Korach, Salomo, Heman de Ezrachiet, Etan de Ezrachiet en Mozes.

 

 

 

 

 

 

Het onderwijs in de Psalmen

 

De Psalmen blijven een bron van geestelijke steun voor alle gelovigen. Hun woorden raken ons in het hart, net zoals ze het hart hebben geraakt van mensen sinds de tijd dat ze werden geschreven. Hoe we ons ook voelen en hoe onze omstandigheden ook zijn, de stemmen uit dat verre verleden nodigen ons uit naar hen te luisteren. Ook zij hebben de vreugde, het verdriet, de rouw, de zonde, de woede, de belijdenis van schuld en al die andere ding-en ervaren die ons zo diepe raken. Ze roepen ons op van hen te leren wanneer de Heilige Geest hun woorden ge-bruikt om ons dichter bij de Heer te brengen.

Toch zijn de Psalmen niet in de eerste plaats om ons geschreven en ze gaan ook niet over ons, de leden van het Lichaam van Christus. Het onderwijs in de Psalmen gaat verder dan het verlenen van geestelijke steun. De Psal-men laten ons zien wie Christus is en wat Gods weg is met Israël en de volkeren. In dit alles moeten we weten dat de heilige Geest de auteur is, die de schrijvers inspireerde (Zie Hand. 1: 16; 2: 25 en 30; Hebr.3: 7).

We moeten in gedachten houden wat Petrus schreef in 2 Petrus 1: 21: “Dit moet gij vooral weten, dat geen profe-tie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken.” Hierin ligt een aanwij-zing hoe wij de Psalmen moeten leren lezen.

 

 

Lees de Psalmen Christocentrisch

 

De Here Jezus zei tegen de Emmaüsgangers: “En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had” (Luk. 24: 27). Daarom is het goed de Psalmen Christocentrisch te lezen. Dit is onderzoeken wat in de Psalmen betrekking heeft op Christus. Het boek Psalmen geeft een duidelijk beeld van Jezus als Zoon van God, offer voor onze zonden, de grote Hogepriester, verrezen uit de dood. Koning der koningen en Here der Heren”.

We lezen in de Evangeliën dat de Here Jezus vaak bad. De Psalmen laten ons de inhoud van Zijn gebeden zien. Wanneer we de Psalmen lezen, moeten we dus beseffen dat het geschreven is met het oog op Christus (de Mes-sias), Israël, als Zijn volk en de volkeren als Zijn bezit. De toepassing is voor iedereen die besef dat hij/zij een Red-der nodig heeft om bevrijd te kunnen worden van de macht van de zonde.

In het boek Psalmen wordt ook de grote tegenstelling beschreven tussen de ware en de valse Messias. De valse Messias wordt de ‘man van de aarde’ genoemd (Psalm 10:18)en de ware Messias de wel-gelukzalige Man (Ps. 1: 1). De Psalmen vertellen de ondergang van de valse Messias en zijn volgelingen en de glorie van de ware Messias en Zijn volgelingen. De Psalmen getuigen dat de wraak God toebehoort en de uitoefening van de wraak ligt in handen van de ware Messias, daarin bijgestaan door Zijn volk en Zijn engelen.

 

 

 

 

 

 

Lees de Psalmen profetisch en met onderscheid

 

De confrontatie tussen de ware Messias en de valse Messias vindt plaats gedurende de wederkomst van Christus. De Psalmen moeten daarom ook gelezen worden met het oog op deze wederkomst. Deze wederkomst is voor de gelovigen van nu ook nog toekomstig. De Psalmen beschrijven echter niet de toekomst van de Gemeente, als het Lichaam van Christus. De Gemeente was ten tijde van de Psalmen nog een verborgenheid. Een belangrijk, zo niet het voornaamste, onderscheid wat in de Bijbel naar voren komt is dat tussen profetie en verborgenheid. Wij leven nu in een periode, die de Bijbel omschrijft als ‘de bedeling van het geheimenis. Met ‘geheimenis’ bedoelen we ei-genlijk dat verborgen aspect van de wil van God.

Tegenover verborgenheid of geheimenis staat profetie, het aspect van Gods wil dat openbaringen bekend maakt aan de mensheid omtrent de toekomst van gelovigen en ongelovigen. De Psalmen zijn voor een groot deel pro-fetisch. In de Psalmen gaat het over een zichtbaar volk (Israël), dat op de eerste plaats staat in Gods handelen met de wereld. In de Psalmen gaat het over zichtbaar heiligdom (de tempel). We vinden Psalmen over een zichtbare Koning van een koninkrijk dat zichtbaar wordt op aarde. Er ligt een verwachting in van een toekomstige oordeel periode in de zogenaamde ‘Dag des Heren’ (verg. Psalm 2).

De zegeningen die in de Psalmen worden beschreven zijn aards en hebben betrekking op een welzijn op aarde. Israël wordt in de Psalmen gezien als de Bruid van de Koning (verg. Psalm 45). De hoop van Israël richt zich op de aarde waar zij haar aardse roeping en opdracht zal vervullen. In de huidige fase van Gods plan, door Paulus ge-noemd als de ‘huishouding van het geheimenis’ gaat het over een onzichtbaar volk (het Lichaam van Christus). Er is nu geen onderscheid tussen Israël en de volkeren. Er is sprake van een onzichtbaar heiligdom (God woont door Zijn Geest in ons hart). Het Koninkrijk is verborgen.

Onze verwachting richt zich op de verschijning van Christus, met wie wij zullen verschijnen in heerlijkheid (Kol. 3: 4, Titus 2: 13). De Gemeente wordt door Paulus gezien als ‘het Lichaam van Christus’. De hoop van de Gemeente richt zich op de hemel, waarin zij nu al door geloof mag genieten van de hemelse zegeningen. Wanneer we bo-venstaand onderscheid tussen Israël en de Gemeente niet meenemen in het lezen van de Psalmen, kunnen tek-sten in de Psalmen ons in verwarring brengen. Wanneer we als voorbeeld de wraakpsalmen nemen met teksten als ‘Welgelukzalig zal hij zijn, die uw kinderen grijpen en aan de steenrots verpletteren zal’ (Uit Psalm 137) dan kunnen we dit maar moeilijk rijmen met de genade en de liefde van God zoals het wordt beschreven in het Nieu-we Testament.

In de huidige fase van Gods plan regeert God in het verborgene in genade, terwijl de volgende fase er één zal zijn waarin Hij zal regeren en optreden als Rechter. We kunnen daarom de wraakpsalmen niet lezen vanuit het stand-punt van genade. We zullen het moeten lezen vanuit het standpunt van de Wet en het toekomstig oordeel. Wan-neer we in de Psalmen lezen over zegeningen onder het Koningschap van de Messias, moeten we beseffen dat deze zegeningen aardse zegeningen zijn voor Israël en de volkeren op aarde. Deze zegeningen kunnen we dus niet zomaar meenemen naar de huidige tijd. Lees de Psalmen daarom ook heilshistorisch met het oog op de ont-wikkeling van de openbaring van het heil voor Israël en de Gemeente.

 

 

 

 

 

 

Lees de Psalmen persoonlijk

 

Wanneer we Psalm 139 echter in de eerste plaats Christocentrisch lezen, met het oog dus op de Messias, verstaan we dat het Zijn woorden zijn. Psalm 139 spreekt over de Messias, Zijn geboorte, Zijn leven, Zijn bestaan. Nooit zou Hij aan de aandacht kunnen ontsnappen van Zijn Vader. Hij was zowel in de hemel als in het dodenrijk. Alleen Hij die zonder zonde is, kan oordelen over goddelozen. En alleen Hij die volmaakt is in heiligheid en reinheid kan alles wat niet volmaakt is haten. Dit zal ook gebeuren in de toekomstige oordeelsperiode, de Dag des Heren. Zo is Psalm 139 ook profetisch.

Voor ons betekent Psalm 139 dat wij onze identiteit mogen verbinden aan de Here Jezus. Wij als gelovigen zijn immers ‘in Hem’, zoals Paulus dat dikwijls verwoord. Nooit zullen wij, vanuit deze positie, aan de aandacht van de hemelse Vader ontsnappen. Waar wij zijn is Christus! Hij omsluit ons, van achter en van voren. Zijn hand rust op ons in Zijn zegeningen die ons bezit mogen zijn. Daar waar van de Here Jezus wordt gezegd dat Zijn groei in de buik van Maria een wonderbaarlijk gebeuren is en Hij kunstig werd geweven in Maria’s schoot, mogen wij nu ook zeggen dat God ons in Christus als een volmaakte nieuwe schepping ziet. Dit ondanks dat er naar de mens ge-sproken weeffouten kunnen zijn in ons menselijk lichaam.

Als wij dus moeite hebben om te danken en te loven voor het ontzaglijke wonder van ons bestaan, omdat we al lang worstelen met ziekte en onvolmaaktheid, kan deze Psalm ons toch troosten vanwege onze door God geziene verbondenheid met Christus. Zo krijgt Psalm 139 een diepgang doordat we het in de eerste plaats Christocentrisch lezen en vervolgens profetisch en daarna persoonlijk.

 

 

Soorten Psalmen

 

Niet iedere Psalm is volgens eenzelfde patroon geschreven. Er zijn verschillende typen Psalmen.

 

 

Hymnen

 

Gezangen van lof en dank aan God voor Wie Hij is en wat Hij heeft gedaan (o.a. Ps.8).

 

 

 

Boetepsalmen

 

Betuigen berouw over zonde, vragen om genade en vergeving (o.a. Ps.38).

 

 

 

Wijsheidspsalmen

 

Algemene observaties over het leven, vooral over God en de relatie tussen de mens en God (o.a. Ps. 1).

 

 

 

Koningspsalmen

 

Refereren aan David (of Salomo), maar in het bijzonder aan de Zoon van David, de Messias, als Gods instrument om Zijn volk te regeren (o.a. Ps.45).

 

 

 

Messiaanse Psalmen

 

Beschrijven aspecten van de persoon of de bediening van de Messias (o.a. Ps.22)

 

 

 

Wraakpsalmen

 

Roepen om Gods oordeel over Gods vijanden en/of de vijanden van Zijn volk (o.a. Ps.69)

 

 

 

Klaagpsalmen

 

De dichter beklaagt zich over zijn situatie; de Psalm bevat meestal een klacht, een uiting van geloofsvertrouwen en een lofprijzing aan God (o.a. Psalm 3)

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

De heerlijkheid van de verzoening door Christus: hoofdstuk 5

Standaard

categorie : de Openbaring

 

 

 

De Openbaring uit het Nieuwe Testament: hoofdstuk 5

 

 

 

De heerlijkheid van de verzoening door Christus

 

 

 

hoofdstruk 5 ; de heerlijkheid van de verzoening door Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat is het boek der Openbaring ?

 

De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps. Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote  ramp. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.

  • Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’
  • Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’
  • Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit  boek onthoudt.‘’

 

Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar. In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft.

Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

God geeft kennis over

 

-zijn doel met deze wereld

-de toekomst van Israël en de wereld

-het mysterie van het goede en het kwade

-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het  kwade

-de toekomstige natuurrampen en oorlogen

-de wederkomst van de Messias

-de dag des oordeel

-het uitzicht in de hemel en zijn troon

-de nieuwe  hemel en de nieuwe aarde

 

De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans de wereld.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Is God Jezus?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Drievuldigheid van God en de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Is Jezus God?

 

 

 Het historische geschil

 

Het antwoord op deze vraag is het enige echte geschil rondom de historische Jezus. Geen enkele geloofwaardige schriftgeleerde ontkent tegenwoordig dat Jezus een historische persoonlijkheid was die ongeveer 2000 jaar gele-den de aarde bewandelde, opmerkelijke wonderen en goede daden verrichtte en even buiten Jeruzalem een af-schuwelijke dood stierf aan een Romeins kruis. Het emotionele debat concentreert zich in het bijzonder op de vraag of Jezus al dan niet de vleesgeworden God is die drie dagen na Zijn kruisiging uit de dood opstond.

 

 

 De enige alternatieven

 

Veel mensen hebben dit geestelijk vraagstuk “opgelost” door Jezus te aanvaarden als een goed mens, een goed leraar of een groot profeet. Maar Jezus en Zijn volgelingen gebruikten duidelijke taal toen zij verkondigden dat Hij God was :

zie Johannes 10: 30-38, Matteüs 16: 13-17, Marcus 14: 61-64, Johannes 14: 6, Hebreeën 1: 6-8, Kolossenzen 1: 15 – 19, Johannes 12: 37-41 [citaat van Jesaja 6: 1-10]).

 

 

Johannes 10: 30-38

 

30 Ik en de Vader zijn helemaal één.” 31 De Joden begonnen weer stenen aan te slepen om Hem daarmee dood te gooien. 32 Maar Jezus zei: “Ik heb laten zien wat voor geweldige dingen mijn Vader doet. Om welke van die dingen willen jullie Mij nu doden?” 33 De Joden antwoordden Hem: “We willen U niet doden vanwege de goede dingen die U doet, maar omdat U God beledigt. Want U, een mens, zegt van Uzelf dat U God bent.” 34 Jezus antwoordde hun: “Er staat toch in de Boeken: ‘Ik heb gezegd: jullie zijn goden’  ? 35 God noemt de mensen dus goden als Hij tegen hen spreekt, en we moeten ons houden aan wat er in de Boeken staat. 36 Ik ben speciaal door de Vader geroepen om naar de wereld te gaan. Waarom zeggen jullie dan dat Ik God beledig, als Ik zeg dat Ik Gods Zoon ben? 37 Als Ik níet doe wat mijn Vader zegt, geloof Mij dan maar niet. 38 Maar als Ik dat wél doe en jullie Mij toch niet geloven, geloof dan de dingen die Ik doe. Dan zullen jullie moeten toegeven dat de Vader één met Mij is en Ik één ben met de Vader.”

 

 

Matteüs 16: 13-17

 

13 Ze kwamen in de buurt van de stad Cesarea Filippi. Daar vroeg Hij aan zijn leerlingen: “Wat zeggen de men-sen over de Mensenzoon? Wie ben Ik volgens hen?” 14 Ze antwoordden: “Sommige mensen zeggen dat U Jo-hannes de Doper bent. Andere mensen zeggen de profeet Elia  . Weer andere mensen zeggen Jeremia, of één van de andere profeten.” 15 Maar Jezus zei tegen hen: “Maar Wie ben Ik volgens júllie?” 16 Simon Petrus ant-woordde: “U bent de Messias, de Zoon van de levende God.” 17 Jezus antwoordde: “Simon, zoon van Jona, wat heerlijk voor je dat je dit begrijpt! Want je weet dat niet doordat een mens je dat heeft laten zien. Maar mijn hemelse Vader heeft jou dat laten zien.

 

 

Marcus 14: 61-64

 

61 Maar Jezus zweeg en gaf geen antwoord. Toen vroeg de Hogepriester Hem weer: “Ben Jij de Messias, de Zoon van de Gezegende God?” 62 Jezus zei: “IK BEN  het. En u zal de Mensenzoon zien als Hij naast de Almach-tige God zit en op de wolken komt.” 63 De hogepriester riep uit: “We hebben verder geen beschuldigingen meer nodig! 64 Jullie hebben zelf gehoord dat Hij God heeft beledigd! Wat vinden jullie?” En ze vonden allemaal dat Hij de doodstraf moest krijgen.

 

 

Johannes 14: 6

 

6 Jezus zei tegen hem: “IK BEN  de weg en de waarheid en het leven. Alleen door Mij kun je bij de Vader komen. 7 Als jullie Mij kenden, zouden jullie ook mijn Vader kennen. Vanaf nu kennen jullie Hem en zien jullie Hem.”

 

 

Hebreeën 1: 6 – 8

 

6 En opnieuw zegt God, op het moment dat Hij zijn eerstgeboren Zoon in de wereld brengt: “Al Gods engelen moeten Hem aanbidden.” 7 Van de engelen zegt Hij: “Zijn engelen zijn als de wind. Zijn dienaren zijn als vuur-vlammen.” 8 Maar van de Zoon zegt Hij: “God, U bent voor eeuwig Koning en U heerst volmaakt rechtvaardig.

 

 

Kolossenzen 1: 15 – 19

 

15 Jezus is de afbeelding van God. God kunnen we niet zien. Maar aan Jezus kunnen we zien wie God is. Jezus was er al vóórdat God alles maakte. 16 Want door Jezus heeft God alle dingen in de hemel en op de aarde ge-maakt: de zichtbare dingen en de onzichtbare dingen, alles wat heerst en macht heeft. Alles is door Hem en voor Hem gemaakt. 17 Hij was er eerder dan al het andere. Alle dingen bestaan door Hem. 18 Hij is het Hoofd van de gemeente en de gemeente is zijn Lichaam. Hij is het begin van alles. Hij is de eerste die uit de dood is opge-staan. Zo is Hij dus van alles de eerste. 19 Want God had besloten Zelf in Jezus te komen wonen.

 

 

Johannes 12: 37-41

 

37 De mensen hadden met eigen ogen Jezus heel veel wonderen zien doen. Maar toch geloofden ze niet in Hem. 38 Zo werd werkelijkheid wat de profeet Jesaja van tevoren had gezegd: ‘Heer, wie gelooft wat hij van mij heeft gehoord? En wie heeft werkelijk begrepen hoe machtig de Heer is?’ 39 Ze konden niet geloven, omdat Jesaja ergens anders had gezegd: 40 ‘Ik heb hun ogen blind gemaakt en hun hart koppig gemaakt. Zo kunnen hun ogen het niet zien en kan hun hart het niet begrijpen. Daardoor zullen ze niet bij Mij terugkomen en zal Ik hen niet genezen.’ 41 Dit had Jesaja gezegd omdat hij tóen al had gezien hoe goed en machtig God is. Hij sprak toen over Jezus.

 

 

De ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John astria

 

 

Daarom is elke mogelijke intellectuele compromis die Jezus een “goed mens” noemt logisch gezien inconsequent. Waarom? Omdat er feitelijk slechts drie werkelijke alternatieven zijn voor de identiteit van Jezus Christus. Hij is een leugenaar, een gek of onze Heer en God. Omdat Jezus beweerde God te zijn, zijn Zijn beweringen of waar, of onwaar. Als ze onwaar zijn, dan moet Hij dus een leugenaar zijn geweest, die de massa’s met opzet misleidde. Of Hij was een gek die oprecht geloofde dat Hij zelf God was, maar in werkelijk slechts een gewoon mens was.

Maar als Jezus een “goed mens” was, wat volgens de meeste mensen waar is, hoe kon Hij dan tegelijkertijd goed en gek zijn, of goed en een leugenaar? Er bestaat maar één logisch consequent alternatief: Hij moet de waarheid verteld hebben over Zijn identiteit. Naast de logische onverenigbaarheid toont het opmerkelijke historische en archeologische bewijs, samen met het bewijs uit de manuscripten, dat Jezus geen leugenaar en ook geen gek was. Nogmaals, de enige overgebleven positie is dat Zijn bewering waar was. Jezus is Heer en God.

 

 

De mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het enige nog resterende alternatief is dat Jezus slechts een legende of een mythe was. Het is erg onwaarschijn-lijk dat de beweringen van Jezus slechts legendarisch van aard zijn. Er was gewoonweg niet voldoende tijd voor de ontwikkeling van fabelachtige verhalen die de werkelijkheid konden vervangen. We weten nu bijvoorbeeld dat de Evangeliën zo’n 30 tot 50 jaar na de kruisiging van Jezus werden geschreven. We kunnen nu zelfs enkele van de vroege christelijke geloofsbelijdenissen, waarin het leven, de dood en de opstanding van Jezus worden ver-kondigd, dateren tot ongeveer 3 tot 10 jaar na Zijn kruisiging. Hieronder bevinden zich de brieven van Paulus aan de Korintiërs, de Romeinen en de Galaten.

Tenslotte, als de bewering van Jezus dat Hij God was slechts een mythe was, dan zouden de vroege Joodse tegenstanders van het christendom zeer zeker gebruik hebben gemaakt van het simpele feit dat deze dingen nooit werkelijk hadden plaatsgevonden. Maar in tegenstelling tot moderne sceptici ontkenden de Joodse rabbijnen nooit de bewering van Jezus dat Hij God was. In plaats daarvan noemden zij Hem een leugenaar en berechtten zij Hem wegens godslastering.

 

 

 Het enige mogelijke antwoord

 

Als jij jezelf al deze vragen hebt gesteld, al het bewijs hebt gewogen en alle argumenten hebt beproefd, zul je ui-teindelijk oog in oog staan met deze vraag. In Matteüs 16:15 zei Jezus het als volgt, “‘En wie ben ik volgens jullie?’ ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God,’ antwoordde Simon Petrus.” Wat is jouw antwoord?

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Vele namen van God

Standaard

categorie : religie

 

 

Een manier om Zijn aard en karakter te begrijpen

 

De namen die in de Bijbel voor God gebruikt worden dienen als een wegenkaart om het karakter van God te kunnen ontwaren. Omdat de Bijbel Gods Woord aan ons is, zijn de namen die Hij voor zichzelf in de Bijbel heeft gekozen bedoeld om Zijn ware aard aan ons te openbaren.

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Zijn titels in de Schriftteksten

 

ELOHIM

 

“ELOHIM” (of Elohay) is de allereerste naam voor God in de Bijbel. Deze wordt door het Oude Testament heen meer dan 2.300 keer gebruikt. Elohim komt van het Hebreeuwse stamwoord dat “sterkte” of “macht” betekent en heeft de ongewone eigenschap dat het een meervoudsvorm is.

In Genesis 1: 1 lezen we: “In het begin schiep Elohim de hemel en de aarde.” Meteen vanaf het begin wordt deze meervoudsvorm voor de naam van God gebruikt om de Ene God te beschrijven, een mysterie dat in de rest van de Bijbel wordt geopenbaard. Door de Schriftteksten heen wordt Elohim gecombineerd met andere woorden om bepaalde karakteristieken van God te beschrijven.

Enkele voorbeelden:

Elohay Kedem – God van het begin (Deuteronomium 33:27).

Elohay Mishpat – God van rechtvaardigheid (Jesaja 30:18).

Elohay Selichot – God van vergeving (Nehemia 9:17).

Elohay Marom– God van hoogten (Micha 6:6).

Elohay Mikarov – God Die dichtbij is (Jeremia 23:23).

Elohay Mauzi – God van mijn kracht (Psalmen 43:2).

Elohay Tehilati – God van mijn aanbidding (Psalm 109:1).

Elohay Yishi – God van mijn redding (Psalm 18:4725:5).

Elohim Kedoshim – Heilige God (Leviticus 19:2Jozua 24:19).

Elohim Chaiyim – Levende God (Jeremia 10:10).

Elohay Elohim – God der goden (Deuteronomium 10:17).

 

.

GODS NAMEN ELOHIM DE GODHEID 2500 x

 

 

 

EL

 

“EL” is een andere naam die in de Bijbel voor God gebruikt wordt. Deze naam kun je meer dan 200 keer in het Oude Testament vinden. El is een vereenvoudiging van Elohim en wordt vaak met andere woorden gecombineerd om een beschrijvende nadruk te leggen.

Enkele voorbeelden:

El HaNe’eman – De trouwe God (Deuteronomium 7:9).

El HaGadol – De grote God (Deuteronomium 10:17).

El HaKadosh – De heilige God (Jesaja 5:16).

El Yisrael – De God van Israël (Psalm 68:35).

El HaShamayim – De God van de hemel (Psalm 136:26).

El De’ot – De God van kennis: (1 Samuël 2:3).

El Emet – De God van de waarheid (Psalm 31:6).

El Yeshuati – De God van mijn verlossing (Jesaja 12:2).

El Elyon – De allerhoogste God (Genesis 14:18).

Immanu El – God is met ons (Jesaja 7:14).

El Olam – De God van oneindigheid (Genesis 21:33).

El Echad – De Ene God (Maleachi 2:10).

 

 

 

 

.

ELAH

 

“ELAH” is een andere naam voor God die ongeveer 70 keer in het Oude Testament voorkomt. Ook wanneer deze naam wordt gecombineerd met andere woorden zien we verschillende eigenschappen van God.

Enkele voorbeelden:

Elah Yerush’lem – De God van Jeruzalem (Ezra 7:19).

Elah Yisrael – God van Israël (Ezra 5:1).

Elah Sh’maya – God van de hemel (Ezra 7:23).

Elah Sh’maya V’Arah – God van hemel en aarde (Ezra 5:11).

 

 

 

 

.

YHVH

 

“YHVH” is het Hebreeuwse woord dat vertaald wordt als “HEER”. Deze titel wordt in het Oude Testament vaker aangetroffen dan enige andere naam voor God (ongeveer 7.000 keer). Deze naam wordt ook vaak het “Tetra-grammaton” genoemd, wat “de vier letters” betekent.

YHVH vindt zijn oorsprong in het Hebreeuwse woord “zijn” en is de bijzondere naam die God aan Mozes open-baarde bij de brandende struik. “Ik ben die er zijn zal. Zeg daarom tegen de Israëlieten: ‘IK ZAL ER ZIJN heeft mij naar u toe gestuurd.’ Ook zei hij tegen Mozes: ‘Zeg tegen hen: De HEER heeft mij gestuurd, de God van uw voor-ouders, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.

En hij heeft gezegd: Zo wil ik voor altijd heten, met die naam wil ik worden aangeroepen door alle komende ge-neraties.'” (Exodus 3:14-15). Daarom staat YHVH voor het absolute wezen van God; de bron van alles, zonder be-gin en zonder einde. Hoewel sommigen YHVH uitspreken als “Jehova” of “Jahweh”, weten geleerden eigenlijk niet wat de juiste uitspraak van het woord is.

De Joden spraken deze naam na ongeveer 200 na Christus niet meer uit, uit vrees voor het gebod in Exodus 20:7: “Misbruik de naam van de HEER, uw God, niet, want wie zijn naam misbruikt laat hij niet vrijuit gaan” (de rabbijnen gebruiken tegenwoordig meestal “Adonai” in plaats van YHVH).

Hier zijn enkele voorbeelden van het gebruik van YHVH in de Bijbel:

YHVH Elohim – HEER God (Genesis 2:4).

YHVH M’kadesh – De HEER Die heilig maakt (Ezechiël 37:28).

YHVH Yireh – De HEER Die ziet/voorziet (Genesis 22:14).

YHVH Nissi – De HEER mijn vaandel (Exodus 17:15).

YHVH Shalom – De HEER van vrede (Rechters 6:24).

YHVH Tzidkaynu – De HEER van gerechtigheid (Jeremia 33:16).

YHVH O’saynu – De HEER onze Schepper (Psalm 95:6).

 

 

.

.

 

 

 De Heer geopenbaard in YHVH is de Heer geopenbaard in Yeshua (Jezus)

 

De HEER die Zichzelf in het Oude Testament heeft geopenbaard als YHVH, wordt in het Nieuwe Testament geo-penbaard als Yeshua (Jezus). Jezus heeft dezelfde eigenschappen als YHVH en beweert duidelijk YHVH te zijn. In Johannes 8:56-59 laat zien dat Jezus Zichzelf presenteert als de “IK BEN”.

Toen Jezus door enkele Joodse leiders werd uitgedaagd, omdat Hij beweerde Abraham gezien te hebben (die zo’n 2.000 jaar eerder leefde), antwoordde Hij: “Waarachtig, ik verzeker u, van voordat Abraham er was, ben ik er.” Die Joodse leiders begrepen dat Jezus beweerde YHVH te zijn. Dit wordt duidelijk wanneer zij Hem proberen te stenigen vanwege godslastering onder de Joodse Wet.

In Romeinen 10:9 schrijft Paulus: “Als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is en uw hart gelooft dat God hem uit de dood heeft opgewekt, zult u worden gered.” Meteen daarop, in Romeinen 10:13, zet Paulus deze woorden kracht bij door uit het Oude Testament te citeren: “Ieder die de naam van de Heer (YHVH) aanroept, zal worden gered” (Joël 3:5). Yeshua (Jezus) aanroepen is dus hetzelfde als YHVH (HEER) aanroepen; Hij is de Messias die door het hele Oude Testament heen wordt voorspeld.

 

 

 

.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

Tekstuitleg bij Mattheüs 24

Standaard

categorie : religie

 

 

 

de_toe68

.

 

.

Inleiding

.

Weinig christenen begrijpen de ‘rede over de laatste dingen’ van de Heer Jezus vermeld in Mattheüs 24 en 25. Vooral de dingen die onmiskenbaar op Israël slaan, worden dikwijls geldig geacht voor de Gemeente. In de Bijbel wordt het woord gemeente weergegeven als een algemene benaming voor de wereldwijde gemeenschap van ware christengelovigen.

Het is belangrijk dat wij een goed inzicht hebben in de verschillen in de eindtijd tussen enerzijds die van Israël en anderzijds die van de Gemeente. Als we het profetische Schriftwoord in wijsheid naspeuren, dan krijgen deze pro-fetieën een geheel ander aanzien. De ‘laatste dagen’ voor de Gemeente zijn namelijk niet die van Israël. De ‘laat-ste dagen’ van Israël liggen in het tijdvak van de zevenjarige verdrukking en hebben op hun beurt helemaal niets met de Gemeente te maken.

 

.

De context

.

Om een juiste uitleg van hoofdstuk 24 te kunnen garanderen is het noodzakelijk ten opzichte van de andere Evangeliën na te gaan welke de plaats van het Evangelie naar Mattheüs inneemt in het Nieuwe Testament. Niet alleen de opname was een geheimenis dat pas later door Paulus geopenbaard is maar ook de Gemeente was nog niet ontstaan. Dit gebeurde in Handelingen 2 met de uitstorting van de Heilige Geest.

Door het vermelden van het geslachtsregister van de Heer Jezus aan het begin van het Evangelie zien we dat Mattheüs het erom te doen geweest is om de Heer Jezus voor te stellen als de beloofde Messias, de Zoon van Abraham en Zoon van David. Hij is Degene in Wie de beloften en profetieën vervuld zijn, de Emmanuël (‘God met ons’) van God gekomen. Te midden van zijn volk heeft Hij de tekenen verricht die zijn Messiasschap bewijzen en het koninkrijk aankondigen.

De andere Evangeliën benadrukken een ander kenmerk van de Heer Jezus. Markus laat ons de Heer Jezus zien als de ‘dienstknecht’, Lukas als ‘de Zoon des mensen’ en Johannes tenslotte als ‘Zoon van God’.

.

 

Een overzicht van het Evangelie naar Mattheüs maakt dat duidelijk:

.

1. De afkomst van de Messias van David (1:1)

2. De wijzen uit het oosten zoeken de Koning (2:2)

3. De Christus wordt geboren in Bethlehem (2:5)

4. Johannes de Doper kondigt het koninkrijk aan (3:1)

5. Er is sprake van Jeruzalem, de heilige stad (4:5)

6. De zogenaamde Bergrede – de grondbeginselen van het Koninkrijk (hfdst.5-7.)

7. Uitzending van de discipelen gepaard gaande met de krachten van het Koninkrijk (10:1-15)

8. Heil in beginsel alleen voor Israël (10:5; 15:34)

9. Verwerping van de Koning. (11:2; 14:1) (In principe is dit al gebeurd door de arrestatie en moord op Johannes de Doper)

10. De verwerping van Koning Jezus definitief (12:22-32, 46; 13:2)

11. Koninkrijk in verborgen vorm word aangekondigd (Mt13)

12. Aankondiging van de (toekomstige) Gemeente (Mt16:18)

13. Daaropvolgend de aankondiging van Jezus lijden en sterven (16:21)

14. Intocht in Jeruzalem (21:5) gevolgd door de vervloeking van de vijgenboom en de terzijde stelling van Israël (21:43)

15. Weeklacht over Jeruzalem (23:37)

16. Rede over de laatste dingen waarin het oordeel over Israël, Christendom en de volkeren (Mt24-25)

17. Tenslotte de daadwerkelijke verwerping en kruisiging van de Koning (27:29, 38)

18. De opstanding, hemelvaart en de opdracht en uitzending van Jezus’ discipelen (Mt28)

 

 

.

We kunnen het evangelie naar Mattheüs dan ook als volgt indelen:

.

Hoofdstuk 1-10   – De aankondiging en openbaring van de Koning.

Hoofdstuk 11-13 – De tegenstand van de Koning.

Hoofdstuk 14-20 – De terugtrekking van de Koning.

Hoofdstuk 21-27 – De verwerping van de Koning.

Hoofdstuk 28      –  De opstanding van de Koning.

 

.

.

De sleutel tot begrip

.

Een eerste maar beperkte vervulling van de ‘profetie over de laatste dingen’ kwam tot stand in 70 n.Chr., toen de Romeinen Jeruzalem verwoestten en de Joden over de hele wereld werden verspreid (diaspora). In die tijd werd echter het gedeelte van Mt24:29-31 (Mk13:24-27; Lk21:25-27) niet vervuld, namelijk: de wederkomst van de Heer.

Wij die vlak voor de wederkomst leven moeten deze profetische schriftplaatsen nu bezien in de grotere dimensie die ze hebben, namelijk de uiteindelijke en algehele vervulling. Ze hebben nu een betekenis voor enerzijds de Gemeente, die door haar Heer vóór de zevenjarige verdrukking in de lucht zal opgenomen worden naar het vaderhuis, en anderzijds de Joden die tijdens deze verdrukking tot bekering zullen komen en daarna hun Messias op aarde zullen zien verschijnen.

Nu is het beslist zo dat de periode van de Gemeente niets van doen heeft met het Joodse tijdperk, en omgekeerd. In de verdrukkingstijd neemt God de draad met Israël terug op en dan is het gemeente- en genadetijdperk afgesloten. Israël en de Gemeente staan op totaal verschillende verbondsgronden.

Christenen verwachten hun Heer altijd, de Heer komt voor de belijdende kerk op een uur dat niemand kent. Christenen moeten beslist geen tekenen afwachten en zij zullen de komende Antichrist en de verdrukking geenszins meemaken. Joden echter krijgen tekenen waarnaar zij in de verdrukkingstijd zullen uitkijken als bakens van waarschuwing, attentie en bemoediging.

 

 

De Openbaring hoofdstuk 13 : de opkomst van de valse profeet en de antichrist

De Openbaring hoofdstuk 13 : de opkomst van de valse profeet en de antichrist

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Joden, christenen en volken

.

In deze bespreking volgen wij ‘de rede over de laatste dingen’ in de versie volgens Mattheüs. Mattheüs 24-25 laat zich opsplitsen in drie thematische delen die toepasselijk zijn voor Joden, christenen en de volken:

.

  1. Joden: in Mt24:1-35 zijn alle kenmerken Joods en van toepassing op de Joden.
  2. Christenen: in Mt24:36 tot Mt25:30 gaat het over waakzaamheid voor ‘de dag des Heren’ en de voorafgaande komst van de Heer tot zijn bruid, de Gemeente.
  3. Volken: in Mt25:31-46 gaat het over het oordeel over de volken, aan het begin van het vrederijk.

.

.

 

De vraag over de laatste dingen

.

Als we naar Mattheüs 24 kijken, dan zien we in de eerste drie verzen de behandelde onderwerpen van de profetie en dat zijn:

  1. Het tijdstip waarop de tempel zal afgebroken worden.
  2. Het teken van Christus’ komst
  3. Het teken van de voleinding van de “eeuw”

De tempel en de vraag naar tekenen zijn eigen aan de Joden (1Kor1:22; Mat12:38; Joh4:48). Dit heeft niets met de Gemeente te maken, maar alles met Israël. De Gemeente kan er wel wat uit leren, zoals uit de gehele Schrift trou-wens (Rm15:4), maar dat is wat anders dan de profetie rechtstreeks op haar toepassen.

In 70 n.Chr. werd de profetie betreffende de tempel vervuld. Deel II en III van de profetie echter werden toen niet vervuld. Dit komt omdat het gemeentetijdperk nog tussen de Israëltijdperken in geschoven moest worden. Maar dat was op het moment van de profetie nog een ‘verborgenheid’ (Rm11:16-25; Ef3:3-6; Kol1:24-27).

 

.

Het begin van de weeën: de eerste 3,5 jaren

van de zeventigste jaarweek.

.

Dit gedeelte is niet voor de Gemeente bedoeld want zij moet geen tekenen afwachten maar hun Heer altijd ver-wachten. Ook de uitdrukking ‘wie zal volharden tot het einde zal behouden worden’ (Mt24:13) kan niet op de Gemeente slaan, want voor hen is behoud geen zaak van eigen volharding. Nergens in het Nieuwe Testament wordt tot christen-gelovigen gezegd dat zij voor hun behoud moeten volharden. God is hun volharding (Rm15:5; 1Kor1:11). De kerk, gezien als christelijk getuigenis op aarde, wordt gevraagd te waken.

De Gemeente wordt ook niet misleid door het optreden van valse christussen. De Gemeente verwacht geen op aarde verschijnende Christus, maar een opname, ‘de Heer tegemoet in de lucht’ (1Thes4:17), naar het Vaderhuis (Jh14:3). Het gaat hier over Israëlieten die zullen leven ná de opname van de Gemeente. Zij zullen dan pas tot be-kering komen en gaan uitkijken naar de (weder)komst van hun Messias. Zij krijgen waarschuwingen te horen opdat zij, in de verdrukkingstijd die dan is losgebarsten, zouden ‘volharden tot het einde’.

Zij krijgen te horen dat dit nog maar een ‘begin van de weeën is’ die over de aarde komen. Deze periode is de eerste halve jaarweek, naar analogie met de tweede helft van deze profetische ‘week’ in Dn9:27. Daarna moet de verschrikkelijke ‘grote verdrukking’ komen. Wat hier wordt beschreven komt overeen met Openbaring 6: de ver-breking van de eerste zes zegels. In die tijd wordt niet meer het evangelie van de genade gepredikt, maar ‘het evangelie van het koninkrijk’ (Mt24:14) door de Joden (zie de ‘twee getuigen’ in Op11).

 

 

De Openbaring hoofdstuk 6 : het breken van de eerste vijf zegels

De Openbaring hoofdstuk 6 : het breken van de eerste vijf zegels

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

 

De grote verdrukking: de laatste 3,5 jaren

van de zeventigste jaarweek

.

Bemerk goed de Joodse kenmerken: ‘heilige plaats’ (de herbouwde tempel!), ‘Jeruzalem’, ‘zij die in Judea zijn’ en ‘sabbat’. Deze passage heeft geheel niets met de Gemeente van doen, maar alles met de Joden, die in hun land zijn teruggekeerd. Zoals hierboven reeds werd opgemerkt wordt de Gemeente niet misleid door valse christussen. Zij ziet niet uit naar een op aarde verschijnende Christus en zij verwacht een plotselinge, hemelse opname die zij altijd moet verwachten, onafgezien gebeurtenissen of tijden.

Hier begint de ‘grote verdrukking’. De Joden kunnen het tijdstip ervan gemakkelijk berekenen zodat het hen niet onverwachts overvalt. Ze omvat de tweede helft van de ‘week’ in Dn9:27. Deze is 1260 dagen (Op11:3; 12:6), 42 maanden (Op11:2; 13:5) of ‘een tijd, tijden en een halve tijd’ (Dn7:25; 12:7; Op12:14) lang. Dit zijn 3,5 profetische jaren. De grote verdrukking begint onzichtbaar met het neerwerpen van de duivel uit de hemel (Op12:7-9).

In Dn12:11 lezen we dat aan het begin van de laatste halve week het dagelijks offer zal worden gestaakt en dat daarvoor in de plaats een ‘gruwel’ zal worden opgericht (Dn9:27 en 12:11; Mt24:15; Mk13:14). Dit is het zichtbare begin van de ‘grote verdrukking’ (Mt24:21; Mk13:19; Op7:14). Dit is de ‘tijd van benauwdheid voor Jakob’ (Jr30:7; zie ook Dn12:1).

 

.

De Openbaring hoofdstuk 16 : de 7 offerschalen worden uitgegoten

De Openbaring hoofdstuk 16 : de 7 offerschalen worden uitgegoten

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

De wederkomst van Christus op aarde terstond

ná de grote verdrukking

.

De Heer verschijnt nu zichtbaar voor iedereen die op aarde leeft. Dit is niet bedoeld voor de Gemeente, want hun opname is reeds achter de rug. Bij de opname verschijnt de Heer voor de Gemeente alléén, zijn bruid, wanneer ze wordt opgenomen, ‘de Heer tegemoet in de lucht’ (1Th 4:17). Hier in Mt 24:30 komt de Heer fysisch terug op aarde, op dezelfde wijze als dat hij van zijn discipelen was vertrokken, bij de hemelvaart: ‘En alzo zij hun ogen naar de hemel hielden, terwijl Hij heen voer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding; Welke ook zeiden: Gij Galilése mannen, wat staat gij en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar de hemel hebt zien heen varen’ (Hd1:10-11).

De tijdslijn maakt nu een sprong en loopt verder in Mat25:31, waar het oordeel over de volkeren begint. Eerst echter zijn er nog een paar excursies die betekenis hebben voor Israël én de Gemeente.

 

.

 

De gelijkenis van de vijgenboom

.

‘Wanneer gij al deze dingen zult zien’ (vs. 33): zoals betoogd moet de Gemeente geen tekenen afwachten, maar in alle tijden en omstandigheden haar Heer verwachten (Tt2:13; 1Th1:10; Fil 3:20). De Schriftplaatsen over de Opna-me spreken nooit over voorafgaande tekenen: Mt24:36-44; Jh14:1-3; 1Kor15:51-55; 1Th1:9, 10. Deze gelijkenis heeft daarom weer niets van doen met de Gemeente.

De vijgenboom is Israël (vgl. Lk13:6-9). Uit de vijgenboom-gelijkenis mag Israël leren, dat wanneer zij ‘al deze dingen’ zullen zien gebeuren, de zomer nabij is, en dat betekent dat de komst van de Messias en zijn vrederijk ‘nabij is, voor de deur’ (vs. 33). Het uitlopen van de vijgenboom is in de eerste plaats een beeld van ‘deze dingen’, namelijk de ontwikkelingen die precies gebeuren zoals de Heer ze in zijn rede heeft voorzegd.

Als de takken van de vijgenboom zacht worden en de bladeren uitlopen, dan betekent dit dat Israël aan een gees-telijk ontwaken is begonnen. Dat zal niet gebeuren vóór maar wel ná de opname van de Gemeente. Het gaat hierover niets anders dan ontwikkelingen vlak ná het Gemeentetijdperk, wanneer God de draad met Israël weer opneemt en zij ‘ontwaken’ zullen als een vijgenboom in de lente.

In Lk21:29-31 spreekt de Heer niet enkel over de vijgenboom maar ook over alle bomen: ook de naties van de eindtijd komen tot ontwaken. Wij zien in onze tijd dat Israël aan een nationale heropstanding bezig is sinds 1948, maar dat is niet de eigenlijke vervulling van Jezus’ woorden. De woorden van de Heer betreffen het Israël van de eindtijd, ná het Gemeentetijdperk, in de zeventigste jaarweek. In Jezus’ rede van de laatste dingen is eerder een geestelijk ontwaken bedoeld.

Wij kunnen in de huidige nationale ontwikkelingen wel een voorbode zien, namelijk dat ook de geestelijke herop-standing niet meer veraf kan zijn, maar de tempel is nog niet herbouwd, de eredienst is nog niet hersteld en de Joden zijn nog steeds ‘verhard’ (Rm11:25).

 

 

bijbel40

 

.

 

Dit geslacht

.

‘Dit geslacht’ (vs. 34) is het Joodse volk, zowel de tijdgenoten van Jezus als, in bredere zin, het Joodse volk tot aan de volledige vervulling van de profetie en de wederkomst van de Heer (vs. 30). ‘Dit geslacht’ is niet een periode van één generatie, zoals sommige christenen denken (en ook sekten, zoals de Jehovah-getuigen). De Heer Jezus bedoelt hiermee de Christus-verwerpende Joden, die er altijd zouden zijn, doorheen de eeuwen, tot aan Zijn wederkomst. Zij blijven als volk bestaan totdat ‘Al deze dingen zullen geschied zijn’ (vs. 34).

Dit is de hele periode van de verwerping van Israël en gelijk ook de tussenvoeging van de Gemeente (Rm11). Al die tijd zou de Heer Israël bewaren: ‘Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen zou barmhartig zijn. O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!’ (Rm11:32-33).

.

 

.

Geen berekeningen maken

.

Een belangrijk argument hierbij is hetgeen staat in M24:36: ‘Doch van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen.’ Deze Schriftplaats mogen we niet uithollen door te gaan bewe-ren dat één geslacht gelijk staat aan één generatie, of nog erger: één geslacht = 40 jaar. Het is wel zo dat de verwoesting van Jeruzalem in 70 n.Chr. binnen zo’n tijdvak is te plaatsen, achteraf bekeken, maar dat betekent niet dat wij zo mogen berekenen. Trouwens, in 70 n.Chr. werd de profetie niet vervuld want ‘die dag’, of ‘de dag des Heren’, en ‘de wederkomst des Heren’ is toen niet gebeurd.

Het woord van de Heer in Mt24:36 laat zeker niet toe van 30 of 40 jaar af te tellen tot alles zou zijn geschied. Slechts in de verdrukkingstijd zullen de Joden twee keer 3,5 jaar of 1260 dagen kunnen aftellen, daarnaast ge-holpen door zichtbare tekenen. Tekenen en berekenen is voor de Joden, en de Joods bedelingen, maar de Gemeente heeft daar helemaal niets mee te maken.

 

 

 

De Zoon des mensen komt op een onbekend tijdstip

.

Dit gedeelte kan onmogelijk op Israël van toepassing zijn. Hier is geen sprake meer van uitkijken naar tekenen, maar van een onbekend tijdstip waarop de Heer komt. Dit is de komst voor de Gemeente. Daarachter ligt er nog een bekend tijdstip waarop de Heer komt, voor Israël en de overblijvende volken, aan het eind van de grote verdrukking. Daartussen liggen de zeven jaren van de 70e. jaarweek of de ‘Dag des Heren’. Van die onbekende dag waarop de Heer zijn Gemeente ophaalt en aanstonds de ‘Dag des Heren’ begint, staat er: ‘Doch van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen’ (Mt24:36).

Dit is niet Jezus’ zichtbare komst op het einde van de grote verdrukking, want dat is een bekende dag. Men kan na de opname zeven jaren op de kalender uitzetten. Als de ‘gruwel der verwoesting’ (Mt24:15) in de tempel komt te staan, dan kan men beslist 3,5 jaar (Dn7:25; 12:7; Op12:14), of 1260 dagen (Op11:3; 12:6), of 42 maanden (Op11:2; 13:5) op de kalender uitzetten om precies te weten wanneer de Heer komt.

Het onbekende tijdstip van Jezus’ komst (Mt24:36), is niet alleen onbekend voor ongelovigen maar ook voor ge-lovigen, ja zelfs voor de Zoon des mensen. Dit moeten we goed onderscheiden van Jezus’ komen ‘als een dief’ (1Th5:2; 2Pet 3:10; Op3:3; 16:15), namelijk voor degenen die niet waakzaam zouden zijn of in ongeloof vertoeven. Voor dezen komt de Heer altijd als een dief, gelovigen zijn altijd waakzaam: zij houden er altijd rekening mee dat de Heer vandaag nog kan komen, en zij leven er helemaal naar toe, ook al weten zij ‘dag nog uur’.

De wereld zal erg verrast worden door de plotselinge opname van de Gemeente. In die tijd zullen zij hun gewone gangetje gaan en eten, drinken, huwen … alsof er niets aan de hand is. Er is in de passage geen sprake van een grote verdrukking maar eerder van een relatieve vrede. Niemand had ermee gerekend dat er zo’n ingrijpende ge-beurtenis zou plaatsvinden. Als gevolg daarvan worden zij nu verrast door de plotselinge wegname (opname) van vele mensen, waarbij zelfs familieleden. Daarop komt de hele wereld in beroering en de verdrukkingstijd begint.

Voor alle duidelijkheid, in Mt24:40-41 staat er (tweemaal): ‘de een zal aangenomen en de ander zal verlaten wor-den. Dit wegnemen betekent de opname, en de overige mensen worden gelaten waar zij zijn om overge-leverd te worden aan de verdrukkingstijd. De dag des Heren begint dus wanneer Hij Zijn gemeente onverwachts opneemt (1Kor15:51-52), vóór alle oordelen die over de wereld komen. De opname op zich is reeds een oordeel voor de naamchristenen en ongelovigen die achtergelaten worden. De Heer redt zijn Gemeente echter van de komende toorn (1Th1:10; 5:9), de grote verzoeking (Op3:10,11).

In Op 4 en 5 zien we de opgenomen Gemeente vertegenwoordigd in de 24 oudsten. Wanneer in Op 6 de ver-drukkingstijd losbarst is er geen sprake meer van de Gemeente. In Op 1 tot 3 komt de naam ‘Gemeente’ 19 maal voor; daarna niet meer, dan is alles terug kenmerkend Joods: het Gemeentetijdperk is voorbij. Deze komende ‘toorn’ is niet de hel. De toorn begint met het verbreken van de zegels van het oordelenboek (zie Op 5) vanaf Op 6. Wanneer die verbroken worden zien we in Openbaring de uitbarsting van het ene oordeel na het andere, steeds krachtiger. Voortdurend is er sprake van Gods toorn.

Het verschijnen van de Antichrist is een van de grootste uitingen van Gods wraak (Dn9:27; 2Th2:9-12; Op6:1, 2). Deze toorn duurt de volle zeven jaar, de zeventigste jaarweek. Dit alles is de “Dag des Heren” (2Th2) en dat wordt de Gemeente bespaard. De opname van de Gemeente (2Th2), de tempel van de Heilige Geest, geeft aanleiding tot het uitbreken van de verdrukkingstijd die overeenkomt met de laatste jaarweek in Daniël 9. God neemt dan de draad weer op met Israël (Rm11).

Israël zal geestelijk opstaan en alle gebeurtenissen voltrekken zich zoals de Heer die heeft voorzegd. Uit die vervullingen kan Israël opmaken dat de Messias en Zijn vrederijk nabij is, voor de deur. Met het boek Daniël of Openbaring kunnen zij dan zelfs precies berekenen wanneer hun Heer komt.

 

 

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

 

Het oordeel over de volken

.

Dit gedeelte vindt rechtstreeks aansluiting bij Mt24:31 alwaar sprake is van het bijeen vergaderen van de uitver-koren, de getrouwe Joden. Hier echter worden de volken verzameld en gescheiden als schapen en bokken. De troon die we hier zien is deze van bij het begin van het duizendjarig vrederijk. Alle nog levende volken worden ervoor verzameld. Zij worden beoordeeld over de manier waarop zij de predikers van het Koninkrijk hebben behandeld (Mt24:14). Dit mogen we niet verwarren met de ‘grote witte troon’ uit Op20:11, die helemaal aan het eind van het duizendjarig vrederijk komt, en dan zullen ook de doden geoordeeld worden.

 

 

.

 Conclusie

 

.De Schriftuurlijke conclusie kan niet anders zijn dan dat de uitdrukking ‘dit geslacht’ (Mt24:34, Mk13:30 en Lk21:32), enkel te maken heeft met het Joodse volk als zodanig en niet een bepaald tijdperk van één generatie. Pas ná het Gemeentetijdperk, en niet ervóór, zal God de draad met Israël terug opnemen in de verdrukking. Dan pas wordt Israël geestelijk hersteld en komen zij tot bekering. Vóór deze verdrukking moeten wij niet ‘één gene-ratie’ van Israël afmeten. Pas in de verdrukking zullen de tekenen der tijden duidelijk worden.

Vóór de verdrukking is er slechts één belangrijke gebeurtenis, en gelijk ook een teken voor Israël en de wereld: de opname van de Gemeente. Dit zal als een totale verassing komen en aanleiding geven tot de verdrukking. Wel is het waar dat het ‘wereldtoneel’ voor de aanstaande gebeurtenissen in onze tijden wordt opgezet, zowel met be-trekking tot de volken, de (moslim)vijanden van Israël, de oprichting van de staat Israël, de terugkeer van Joden, het gedeeltelijke bezit van Jeruzalem, enz.

Maar dit is niet het ‘begin van de weeën’ (‘beginsel der smarten’ ) van Mt24:8, waarbij de tekenen der tijden duidelijk worden voor de Joden, en die hen ook tot bekering zullen leiden. Vóór de verdrukking is er beslist geen tijdperk van ‘één generatie’ van Joden waarop ook maar iets van de rede der laatste dingen van de Heer van toepassing is. De Gemeente heeft die tekenen niet nodig, en Israël zou ze in haar onbekeerde toestand niet kun-nen zien. Er zijn wel twee perioden met tekenen over de laatste dingen: 1e. de periode 33-70 n. Chr, en 2e. de ‘zeventigste jaarweek’ (de verdrukking).

Wij moeten vóór de Opname geen tekenen der tijden verwachten, noch voor de Gemeente, noch voor Israël. De Schrift wijst eerder op het tegendeel, het leven gaat zijn gewone gangetje totdat plots de Gemeente wordt opgenomen (Mt24:38). Daarna zal het Joodse volk de tekenen zien die haar toebehoren, en tot bekering komen.

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

 

Tekenen van de eindtijd

Standaard

categorie : religie

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

.

.

Inleiding

.

Dat de wereld na de Tweede Wereldoorlog ingrijpend veranderd is zal wel niemand ontkennen, daarvoor zijn er voorbeelden in overvloed te noemen. Maar er zullen weinig mensen zijn die beseffen dat wij leven in de voorlaatste fase van de geschiedenis die God met deze wereld schrijft.

.

 

Ook onder christenen is het besef dat we leven in de eindtijd jammer genoeg vaak niet of nauwelijks meer aan-wezig. Veel gebeurtenissen die in relatie staan met voorzeggingen in de Bijbel betreffende de eindtijd hebben intussen plaatsgevonden of zijn bezig zich verder te ontwikkelen.

In de zeventiger jaren was er over de eindtijd en de komst van de Heer Jezus veel aandacht, maar de belang-stelling in de ‘dingen die spoedig gebeuren moeten’ is daarna echter geleidelijk aan weggeëbd. Vandaar dat het goed is om die belangstelling weer eens aan te wakkeren want de tekenen zijn te duidelijk om ze te negeren.

.

 

1. Babylon, de grote hoer

 

Veel Bijbeluitleggers zijn van mening dat de beschrijving van de zeven gemeenten in Openbaring 2 en 3 de profetische geschiedenis is van de christelijke kerk. Het begint met de gemeente te Efeze die haar eerste liefde heeft verlaten (2:4) en eindigt met de gemeente te Laodicea waar de Heer Jezus buiten de deur staat (3:20).

De opname van de Gemeente maakt een einde aan de geschiedenis van de Gemeente op aarde en wordt vanaf hoofdstuk 4 gezien in de hemel. Maar daarmee eindigt het christendom niet want Laodicea zal overgaan in het grote Babylon van de eindtijd. In Openbaring 17 zien we dat daar nog een geestelijke macht is die heerschappij voert over de koningen van de aarde.

Is het mogelijk dat de Wereldraad van Kerken opgericht in 1948 een voorloper is van dit grote Babylon? Het hoofddoel van de oecumenische beweging is om kerken van alle denominaties en sekten, en alle religieuze organisaties samen te brengen in één Oecumenische Kerk of Wereldkerk.

Het streven naar deze (valse) eenheid, gebaseerd op Johannes 17:21, en de oprichting in 1948 van de Wereldraad van Kerken kunnen we uniek in de geschiedenis van de Christenheid noemen en kan in verband met de eindtijd en de wederkomst van Christus gebracht worden.

Nooit eerder is er na de Reformatie zulk een streven en organisatie geweest.

 

.

De Openbaring hoofdstuk 17: Babylon wordt geoordeeld

De Openbaring hoofdstuk 17: Babylon wordt geoordeeld

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

2. Ontstaan van Europa

 

Na de Tweede Wereldoorlog beperkte het streven naar eenheid zich niet alleen tot het christendom. Het streven van de Wereldraad van Kerken naar eenheid gebeurde naar het voorbeeld van de Verenigde Naties. Deze orga-nisatie, opgericht in 1945, streefde naar het samenbrengen van alle volken op deze aarde.

Daarnaast was er in Europa ook een streven naar eenheid ontstaan na de Tweede Wereldoorlog. Veel eerder waren daartoe al pogingen ondernomen o.a. door Karel de Grote, Napoleon en Hitler maar allen faalden. Het verschil met hun pogingen en die van na de Tweede Wereldoorlog verschilt niet in hun doelstelling om alle landen van Europa verenigen, maar wel in hun manier.

Het Verdrag van Rome in 1953, was een verdrag waarmee de Europese Economische Gemeenschap gevestigd werd. Om te begrijpen wat dat met de eindtijd te maken heeft moeten we teruggrijpen op het boek Daniël en in het bijzonder zijn beschrijving van het zgn. statenbeeld in hoofdstuk 2. Kort samengevat zien we daar dat, nadat Israël terzijde is gesteld, er vier wereldmachten opkomen waaraan God gezag verleend.

Dit zijn respectievelijk: het Babylonische, het Medische-Perzische, het Griekse en het Romeinse rijk.

Dat laatste rijk zal dan teniet gedaan worden door de komst van Christus die Zijn Rijk zal stichten. Dat betekent dan ook dat er voor de komst van Christus weer een ‘Romeins rijk’ aanwezig moet zijn. Vele uitleggers zien in de huidige Europese Unie de herleving van het Romeins rijk.

Treffend is de profetie van Daniël: ‘Dat gij gezien hebt ijzer vermengd met kleiachtig leem, betekent: zij zullen zich door huwelijksgemeenschap vermengen, maar met elkander geen samenhangend geheel vormen, zoals ijzer zich niet vermengt met leem’ (Daniël 2:43).

.

.

 

2993f8b7bf0ba9bd7256b7c957dfca4c

 

 

.

 

3. Ontstaan van de staat Israël

 

De staat Israël werd voorzegd door God: ‘Zo zegt de Here: Zie, Ik zal uw graven openen en Ik zal u uit uw graven doen oprijzen, Mijn volk, en Ik zal u brengen in het land van Israël’ (Ez.37:12).

Misschien is de stichting van de staat Israël door de gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog versneld. Hoe dan ook in 1948 was het zover en riep David Ben-Goerion op 14 mei in Tel-Aviv de staat Israël uit.

In het jaar 70 n.Chr. werd Jeruzalem door de Romeinse bevelhebber Titus verwoest en werden de joden in bal-lingschap gevoerd. Maar het Oude en het Nieuwe Testament getuigen namelijk dat er voor Israël herstel is.

‘Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis, dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan. En zo zal heel Israël zalig worden, zoals geschre-ven staat: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob’ (Rom.11:25-26).

In de 19e eeuw ontstond er onder seculiere Joden van Oost-Europa een ideologie, zionisme genaamd, die streefde naar het stichten van een nationale Joodse staat. Het zionisme was een antwoord op de voortdurende antisemitische vervolgingen waaraan Joden in Europa blootstonden. Sinds de oprichting van de zionistische be-weging verhuisde een steeds groter deel van de Joodse wereldbevolking naar Israël.

In 2000 woonde ongeveer 40% van alle Joden in Israël. Het huidige volk Israël verkeert nog in een staat van ongeloof maar daarin zal verandering komen. ‘Zo zegt de Heere tegen deze beenderen: Zie, Ik ga geest in u brengen en u zult tot leven komen. En ik zag, en zie, er kwamen pezen op, er kwam vlees op en Hij trok er een huid overheen, maar er was geen geest in hen’ (Ez.37:5, 8).

 

.

 

46946201309191543pal

 

 

.

 

4. Het jaar 1967

 

De Zesdaagse Oorlog was een oorlog die tussen 5 en 10 juni 1967 werd uitgevochten tussen Israël en zijn Arabische buurlanden Egypte, Jordanië en Syrië. De term ‘Zesdaagse Oorlog’ is kort na de gebeurtenissen verzonnen door Moshe Dayan in een bewuste toespeling op de zes dagen der schepping in het Bijbelboek Genesis.

Door het innemen van de Gazastrook, het schiereiland Sinaï, de Westelijke Jordaanoever (inclusief oostelijk Jeru-zalem) en de Hoogten van Golan, verviervoudigde het door Israël gecontroleerde gebied tot 88.000 vierkante kilometer. Na felle gevechten werd heel Jeruzalem door het Israëlische leger veroverd. Allon en Begin stelden voor om de Oude Stad, het historische centrum, van Jeruzalem in te nemen.

De bevelhebber van het Centrale Commando Uzi Narkiss, Moshe Dayan en Yitzak Rabin gingen op 7 juni 1967 om 13:00 uur de Oude Stad binnen via de Leeuwenpoort. Ze zullen toen wel niet beseft hebben dat ze daarmee de profetie van de Heer Jezus vervulden zoals vermeld in Lukas 21:24:  ‘Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden, totdat de tijden van de heidenen vervuld zullen zijn’.

 

 

 

5. De Messias-belijdende gelovigen

 

Na de gebeurtenissen van de Zesdaagse Oorlog kregen vele Joden de overtuiging dat ze leefden in bijzondere tijden. In 2014 waren er 35 Messias-belijdende gemeenten in Israël met ruim 10.000 gelovigen. Deze beweging is niet meer te stoppen en ook wereldwijd neemt het aantal Messias belijdende Joden toe.

God wil door deze Joden het nieuwe volk Israël gaan vormen. Dat er weer Joden in het land Israël zullen zijn blijkt overduidelijk uit de verzen 15-22 van de eindtijd rede in Mattheüs 24. Daarbij zijn er nog de 144000 verzegelden uit alle stammen van de Israëlieten (Openb.7:4;141, 3).

Op de bekering van Israël is het nog wachten maar Gods Woord is daar duidelijk over: ‘de tijden van verkwikking komen niet eerder dan dat Zij  over Hem, Die zij doorstoken hebben rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene (Zach.12:10).

 

 

 

6. De komende tempel

 

In Jeruzalem staat  het Visitors Center van het Temple Institute. In dit centrum kun je kennis nemen van de voort-gang van de voorbereidingen tot de bouw van een tempel. Dit centrum biedt gasten de mogelijkheid om een video te bekijken waarin de geschiedenis van de Heilige Tempel wordt vertoond.

De taak van het Temple Institute is om in de profetische tijd waarin wij leven en als leden van het menselijk ras te proberen de herbouw van de Heilige Tempel te voltooien om daarmee de woorden van de profeet Jesaja in ver-vulling te doen gaan: ‘Want mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden voor alle volken’ (Jes.56:7).

Uit de brief aan de Thessalonicenzen blijkt dat er vlak voor de komst van de Heer Jezus weer een tempel zal zijn want: ‘de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet’ (2 Thes.2:4).

Ook in het boek Openbaring wordt er gesproken over een tempel: ‘En mij werd een meetlat gegeven, die op een staf leek. En de engel was erbij komen staan en zei: Sta op en meet de tempel van God, het altaar en hen die daarin aanbidden. Maar laat de buitenste voorhof van de tempel erbuiten en meet die niet, want die is aan de heidenen gegeven. En zij zullen de heilige stad vertrappen, tweeënveertig maanden lang’ (Openb.11:1-2).

De ‘derde tempel’ zoals het door orthodoxe Joden genoemd word zal niet de tempel zijn die in het boek Ezechiël beschreven wordt (Ez.40-42) maar de tempel waarin de Antichrist zich zal vertonen.

 

.

 

hoofdstuk-21-een-nieuwe-hemel-en-een-nieuwe-aarde

Openbaring hoofdstuk 21 : Het nieuwe Jeruzalem

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

7. De wederkomst van de Heer

 

De eerste komst van de Heer Jezus, geboren als kind in Betlehem, kon aan de hand van de profetie van Daniël vrij nauwkeurig bepaald worden want: ‘Vanaf de tijd dat het woord uitgaat om te laten terugkeren en om Jeruzalem te herbouwen tot op de Messias, de Vorst, verstrijken er zeven weken en tweeënzestig weken.

Na de tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden’ (Dan.9:25-27). 445 (voor Chr) +483 (69×7) = 38 (na Chr). Houden we nog rekening met een verschil van 3-4 jaar bij de vaststelling, dan komen we ongeveer op 33 naChr. Let wel het gaat hier niet om het tijdstip van zijn geboorte maar van het sterven van de Messias! Het NT vermeld dat er in die tijd joden waren die de Messias verwachten (Luk.2:25, 38; 23:51; Joh.4:25).

Een profetie voor wat betreft de tijdstip voor de  tweede komst van de Heer Jezus voor Israël en de volken is ons niet gegeven, eerder het tegenovergestelde. ‘En Hij zei tegen hen: Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft’ (Hand.1:7). En: ‘Maar die dag en dat moment is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, ook aan de Zoon niet, maar alleen aan de Vader’ (Mark.13:32).

Ondanks deze woorden van de Heer Jezus zijn er in het verleden maar ook nu nog, veel pogingen gedaan om dat tijdstip te berekenen maar ze faalden allen. Op de vraag van de discipelen: ‘Wat is het teken van Uw komst en van de voleinding van de wereld?’ geeft de Heer Jezus in algemene zin wel een antwoord op de dingen die zullen ge beuren maar vermeld er gelijk bij dat, ook al gebeuren deze dingen, dat dat het einde nog niet is.

(Matth.24:3-7). Voor de Opname van de Gemeente kan de Heer Jezus elk moment komen. Aan het volk Israël zijn er tekenen gegeven die in hoofdstuk 24 van het Mattheüs evangelie vermeld zijn en in de Openbaring van Johan-nes.

De zes gebeurtenissen, hierboven vermeld, zijn dan ook geen tekenen maar signalen die aangeven dat we in de eindtijd leven vlak voor de komst van de Heer Jezus.

‘Wij hebben het profetische woord, dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart’ (2 Petr.1:19).

 

.

 

Het oordeel van Christus op zijn witte troon

Het oordeel van Christus op zijn witte troon

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

.

JOHN ASTRIA

De stad Bethlehem

Standaard

categorie : religie

.

.

.

Bethlehem

Bethlehem in Juda

.

.

Bethlehem is in de Bijbel:

1. een stad in het stamgebied van Juda, ook Bethlehem Juda en Bethlehem Ephrata genoemd

2. een stad in het stamgebied van Zebulon. De naam “Bethlehem” (Hebr. Beit Lechem) betekent ‘huis des broods”. In Bethlehem Juda kwam de Zaligmaker, het ware Hemelbrood, ter wereld. Eerder was daar koning David geboren.

Bethlehem Juda ligt 2 uur gaans van Jeruzalem zuidwaarts. Een Bethlehemiet is iemand afkomstig van Bethlehem.

Uit Bethlehem kwamen Elimelech en Naomi, die met hun zonen naar Moab trokken, omdat er in Bethlehem hongersnood was. Nadat ze haar man en zonen had verloren, keerde ze met haar Moabietische schoondochter Ruth terug naar Bethlehem. Ruth huwt er met de vermogende Boaz, de overgrootvader van koning David, een voorvader van Christus Jezus.

In Bethlehem werd David geboren en tot koning gezalfd.

.

.

De ster van Bethlehem: de geboorteplek van Christus in de Geboortekerk

De ster van Bethlehem: de geboorteplek van Christus in de Geboortekerk

.

.

De Geboortekerk van Christus

De Geboortekerk van Christus

.

.

In Bethlehem werd later de Messias, de beloofde Verlosser van Israël, de zoon van David geboren. Nadat de wijzen uit het oosten, geleid door een ster, de woning van de pasgeboren koning (Jezus) gevonden hadden en hun geschenken hadden aangeboden, gingen ze langs een andere weg terug, zonder koning Herodes in te lichten over de verblijfplaats van het kind. Daarop liet de koning alle jongetjes tot twee jaar oud in Bethlehem vermoorden, met het oogmerk van de geboren Koning der Joden uit de weg te ruimen.

.

.

Foto: Hoofdstraat in Bethlehem 

.

.

In 1917 kwam Bethlehem met heel het land van Israël onder Brits bestuur. De eeuwen durende heerschappij van de Turken was voorbij.

In 1948 werd Bethlehem veroverd door de Jordaniërs. Jordanië regeerde over Bethlehem en de westelijke Jordaanoever tot 1967, toen het gebied door Israël werd veroverd.

In 1995 droeg Israël, krachtens de Oslo-akkoorden, Bethlehem over aan de Palestijnse Autoriteit.

.

.


Foto: kersttijd  in Bethlehem 

.

.

In Bethlehem staat de Geboortekerk ter nagedachtenis aan de geboorte van de Heiland. De basiliek werd gebouwd in 339 n.C. door de christenkoning Constantijn de Grote en zijn moeder Helena, boven de grot die men voor de plaats van Jezus’ geboorte hield. In de loop der eeuwen werd de kerk verwoest en/of herbouwd door verschillende veroveraars: de Samaritanen, Perzen, Arabieren, Kruisvaarders, Mammelukken, Turken (Ottomanen) en Britten.

Bethlehem was van ouds een dorp met een christelijke meerderheid, gebouwd rond de Geboortekerk. Toerisme was de belangrijkste industrie. Echter, het percentage christenen in Bethlehem is gedaald van 85 procent in 1948 tot 54 procent in 1967 en tot circa 30 procent in 2013. Een belangrijke oorzaak is de druk van de zijde van agressieve Islamisten, waar ook andere christelijke gemeenschappen in het Midden-Oosten onder lijden, behalve in Israël.

.

.

.

DE ISLAM IS DE 

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

John Astria

John Astria