Tagarchief: verlossing

Openbaring les 2: Johannes ziet het waardige lam

Standaard

Categorie: religie

 

 

Achtergrond

 

Na trouw alles te hebben opgeschreven wat Christus bekend wilde maken aan de zeven gemeenten (Op.1:1, 19), ontving de apostel Johannes onmiddellijk daarna een ander visioen van God (Op.4:1). Alsof het eerste visioen waarin hij de verheerlijkte Christus mocht zien nog niet voldoende was, krijgt Johannes nu het niet met woorden te vatten voorrecht om de hemel te bezoeken. Dit bezoek kenmerkt een overgang in het boek Openbaring, gaande van de Gemeente op aarde naar “wat hierna zal geschieden” (1:19). God staat op punt om satan, demonen en zondaars te oordelen en Zijn schepping terug tot Zichzelf te nemen. Wachtend op die dag kunnen de levende wezens en de 24 oudsten rondom de troon enkel in eerbied aanbidden en zich verwonderen naarmate God de Schepper alles voorbereid voor deze glorieuze dag.

Terwijl Johannes getuige mag zijn van deze schitterende aanbidding, komt er een figuur in het beeld dat de apostel Johannes maar al te goed kent. In hoofdstuk 5 van Openbaring gaat de aanbidding van de Schepper nu naar de Verlosser. Weer opnieuw is Johannes hier getuige van de Here Jezus Christus. Christus, die hier wordt gezien als het waardige Lam van God, is de rechtmatige Heerser van de aarde. Enkel Hij heeft het recht, de macht en het gezag om over de gehele aarde te heersen. Hoewel al degenen die Hem liefhebben wachten op Zijn heerschappij, zal iedereen ook wachten wanneer de gehele schepping het lam dat alle lof waardig is zal aanbidden.

 

 

Openbaring hoofdstuk 4 ; de troonsheerlijkheid van God

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het werk van het Lam (Openbaring 5:1-6)

 

Nadat Johannes de glorieuze troon van God en de onverwoordbare majesteit van Degene die op de troon zit zag (Op.4), kijkt hij naar wat overblijft in Gods hand. Daar op Zijn troon gezeten houdt God in Zijn rechterhand iets wat Johannes omschrijft als “een boekrol, van binnen en van buiten beschreven, verzegeld met zeven zegels” (5:1). Deze boekrol die Johannes zag in Gods hand is de eigendomsakte van de gehele aarde. Voor de grondlegging van de wereld had God Iemand gekozen die de gehele aarde zou beërven. In deze boekrol was iedere detail hoe deze Gekozene Zijn rechtmatig eigendom terug zou verwerven. Hij zou dit doen door de oordelen van God die uitgegoten gingen worden over de aarde.

Het geeft ons weer hoe de Gekozene de wereld zal verlossen van de satan en de mensen en demonen die met hem hebben samengewerkt. Nu dat God alles op aarde bereid heeft om haar oordeel te geven, is alles wat er overblijft voor de Gekozenen om te onthullen. Brandend van verlangen om dit allemaal te weten te komen ziet Johannes nog iemand anders die evenzeer op zoek is naar de Gekozene die de boekrol zal openen. Johannes schrijft dat hij “een sterke engel” zag, “die met luide stem uitriep: Wie is het waard de boekrol te openen en zijn zegels te verbreken?” (5:2). De engel was op zoek naar Iemand die zowel de boekrol kon openen als haar zegels kon verbreken. Enkel iemand die waardig genoeg was zou de macht hebben om satan en zijn demonen te verslaan, de zonde en haar gevolgen weg te vagen en de vloek op de gehele schepping teniet te doen.

Op het eerste zicht leek niemand in aanmerking te komen. Johannes schrijft: “Niemand in de hemel en ook niet op de aarde of onder de aarde die de boekrol kon openen of hem inzien” (5:3). Na een zoektocht doorheen het hele universum, van de hel tot de hemel en alle plaatsen tussenin, bleek er niemand te zijn die waardig was om de boekrol te openen. Niemand had het waardig karakter en het goddelijk recht om in aanmerking te komen om de zegels te verbreken. Op dit moment overmand door verdriet en verbijstering, begint Johannes te wenen omdat er niemand was die waardig was om de boekrol te openen, noch deze in te kijken (5:4). Dit is de enige keer dat de Bijbel aangeeft dat er tranen waren in de hemel. Johannes weende omdat hij de wereld verlost wilde zien worden van het kwade, de zonde en de dood. Hij wilde satan zien verslagen worden en Gods Koninkrijk op aarde zien gevestigd worden. Johannes wist dat de Messias gedood was en dat Zijn Gemeente enorme verdrukking kende en besmet was met zonde (Hfdstn.2-3). Alles leek vanaf dit gezichtspunt slecht te gaan.

Ook al was het geween van Johannes oprecht, toch was het voorbarig. Hij moest niet wenen, omdat de zoektocht naar Degene die waardig was om de boekrol te openen zou gaan eindigen. Omdat zijn tranen ongepast waren, zei een van de 24 oudsten rondom de troon van God dat hij moest stoppen met wenen. Daarna trok hij de aandacht van Johannes naar een nieuwe Persoon die in beeld kwam, “de Leeuw Die uit de stam van Juda is” (Op.5:5). Geen mens, noch een engel, kan het universum verlossen, maar er is wel Iemand anders die dit kan. Deze Persoon is natuurlijk de verheerlijkte Heer Jezus Christus, hier beschreven met twee messiaanse titels.

De benaming “de Leeuw Die uit de stam van Juda” vindt haar oorsprong bij de zegen die Jakob gaf aan de stam van Juda in Genesis 49: 8-10. Uit de leeuwachtige stam van Juda zou een sterke, krachtige en dodelijke heerser komen – de Messias, Jezus Christus (Heb.7:14). Net als een leeuw zou Christus Degene zijn die Gods vijanden zou verscheuren en verwoesten. Zijn leeuwachtig oordeel over Zijn vijanden wacht op de nog komende dag die Hij gekozen heeft – de dag die zich hier begint te ontvouwen in Openbaring hoofdstuk 5. Jezus wordt hier ook gezien als “de Wortel van David”. Deze messiaanse benaming vinden we terug in Jesaja 11:1, 10.

Naar de genealogie in Mattheüs 1 (zie ook Lukas 3), was Jezus de afstammeling van David. Door naar Christus op deze manier te verwijzen bevestigde de oudste dat Jezus Degene was die waardig was om de boekrol te openen. Hij was waardig om:

wie Hij is – de rechtmatige Koning uit het geslacht van David

wat Hij is – de Leeuw uit de stam van Juda met de macht om Zijn vijanden te vernietigen

wat Hij heeft gedaan – Hij heeft “overwonnen” (5:5). Aan het kruis versloeg Hij de zonde (Rom.8:3), de dood (Heb.2:14-15) en al de machten van de hel (Kol.2:15; 1 Pet.3:19).

De gelovigen zijn nu overwinnaars door Zijn overwinning (Kol.2:13-14; 1Joh.5:5).

Dat Christus had overwonnen en niet overwonnen was, is duidelijk in het feit dat Johannes Hem ziet als het Lam van God (5:6). De Here Jezus kon niet de Leeuw van het oordeel, noch de glorieuze Koning zijn, tenzij Hij als eerst “het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt” zou zijn (Joh.1:29). Dat Johannes nu het lam ziet is het bewijs dat Christus dit laatste heeft gedaan. Het Lam staat nu levend, op Zijn voeten voor de troon van God, maar kijkt nog steeds alsof Het geslacht is geweest. Het littekens van de dodelijke wond die dit Lam kreeg waren duidelijk zichtbaar; maar toch leefde Hij nog. Ook al beraamden demonen en kwaadaardige mensen plotten tegen Hem en vermoordden ze Hem aan het kruis, toch verrees Hij uit de doden, versloeg dus Zijn vijanden en overwon hen.

 

 

Openbaring hoofdstuk 5 ; de heerlijkheid van de verzoening door Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De waardigheid van het Lam (Op.1: 7-10)

 

De verschijning van het Lam dat naar voren gaat om de boekrol te openen, maakte dat de vier wezens en de 24 oudsten Hem verheerlijkten (5:7-8). Net zoals ze in het eerdere visioen van Johannes hadden gedaan (Op.4) vielen alle levende wezens en oudsten neer voor het Lam. Zulk een houding is een van eerbiedige aanbidding, een natuurlijke reactie op de majestueuze, heilige, eerbied prikkelende glorie van Christus. Deze spontane uitbarsting van aanbidding komt voor uit het besef dat de lang verwachte overwinning van de zonde, dood en satan volledig volbracht zou worden en dat de Here Jezus terug naar de aarde zou keren om te zegevieren. De vloek over de zonde zou teniet gedaan worden en de Gemeente geëerd, verheven en het voorrecht gegeven worden om met Christus te regeren. Het nieuwe lied dat uitgaat van de oudsten herbevestigd dat Christus het waard is “om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen” (5:9). Hij is waardig omdat Hij het Lam is, de Leeuw uit de stam van Juda, de Koning der koningen en Heer der Heren.

Daarna gaat het lied verder met het versterken van Christus’ waardigheid met de woorden “want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie” (5:9). Het lied van de oudsten bevestigde het belang van Christus’ dood aan het kruis. Het was Christus’ opofferende dood die “ons voor God” kocht. Aan het kruis betaalde God de prijs die nodig was (Zijn eigen bloed; 1 Pet.1:18-19) om mensen te bevrijden uit de slavenmarkt van de zonde. Het moet voor Johannes aangrijpend en opbeurend zijn dat mensen van over de hele wereld tot de verlosten zouden behoren. De wetenschap dat vervolging en zonde de verspreiding van het Evangelie niet zouden belemmeren, moet vreugde en hoop gebracht hebben in het hart van de apostel.

De liederen gaan verder met weergeven van de gevolgen van de verlossing: “U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde” (5:10). Dat het verlossend werk van Christus zovelen op aarde zou treffen is niet het enige dat lovenswaardig is. De gevolgen van deze verlossing geven ook reden tot lofzang. De verlosten maken deel uit van Gods Koninkrijk, een gemeenschap van gelovigen onder Gods soevereine heerschappij. Ze zijn ook priesters voor onze God, wat hun volledige toegang tot aanbidding en dienstbaarheid in Gods aanwezigheid benadrukt. Het huidige priesterschap van gelovigen is een voorbode van de toekomstige dag waarop we allemaal toegang zullen krijgen tot God en volmaakte gemeenschap met God.

 

 

De aanbidding van het Lam (Op.1:11-14)

 

Onmiddellijk na de vier levende wezens en de 24 oudsten de waardigheid van het Lam te hebben zien bevestigen, ziet Johannes nog meer van wat zal plaatsvinden in de toekomst. Een visioen van degenen die het Lam aanbidden. Het is door Christus’ waardigheid dat de gehele schepping Hem zal aanbidden. Hierop volgend schrijft Johannes dat toen hij keek hij “een geluid van vele engelen rondom de troon, van de dieren en van de ouderlingen“ hoorde. “En hun aantal bedroeg tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen” (Op.5:11). De stemmen van de vier levende wezens en de 24 oudsten werden nu aangevuld met die van ontiegelijk veel engelen. Dit stemt overeen met Hebreeën 12:1 waarin staat dat het aantal heilige engelen niet geteld kan worden.

Deze kolossale groep begint dan zeggende met een luide stem met het loflied waarmee het hoofdstuk eindigt: “Het Lam Dat geslacht is, is het waard om de kracht te ontvangen, en rijkdom, wijsheid, sterkte, eer, heerlijkheid en dankzegging” (Op.5:12). Weer opnieuw ligt de nadruk op Christus’ dood die voorzag in een volmaakte verlossing. Het is in het licht van deze verlossing dat Christus lof, aanbidding en verering hoort gegeven te worden. Doorheen deze lofzang erkennen de engelen dat Christus erkend hoort te worden omwille van Zijn grote kracht, rijkdom en wijsheid. Christus weet alles, bezit alles en kan alles. Door al deze dingen en al Zijn andere eigenschappen is Jezus het waard om alle “eer, heerlijkheid en dankzegging” te ontvangen” (5:12).

Niet enkel deze kolossale groep engelen zullen lofzingen tot Christus in die komende dagen. Onmiddellijk na het horen van deze glorieuze stemmen van deze engelen hoort Johannes dat de gehele schepping meegaat in de lofzang. Het is op dit punt dat de schepping haar vreugde over haar nabije verlossing niet zal kunnen bevatten. “Elk schepsel dat in de hemel, op de aarde, onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is” (Op.5:13) zal op een dag het Lam loven. Eindeloze eer, eindeloze heerlijkheid, eindeloze glorie en eindeloze aanbidding komt enkel aan God de Vader en de Here Jezus toe.

 

 

Conclusie

 

In de vroege kerkgeschiedenis werden gelovigen voortdurend vervolgd door degenen die over hen wilde regeren. Bemoedigend voor de Gemeente is dan te weten dat slechts één Persoon zulk een heerschappij toekomt – het Lam van God. God had al van vooraf ingesteld dat Zijn Zoon de gehele aarde zou beërven. Omdat Hij de zonde heeft overwonnen door Zijn dood, is Hij alleen bekwaam oordeel te brengen over de aarde en een volk te verlossen voor God. Wanneer deze dag komt en het oordeel ten uitvoer wordt gebracht zal de gehele schepping voortdurend eer betuigen aan Degene die alle eerbied waardig is – het Lam, dat was geslacht.

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Welke visioen zien we dat Johannes heeft?

 

Als zijn eerste visioen van het zien van de verheerlijkte Christus nog niet genoeg was, wordt Johannes deze keer het meest wonderlijke privilege gegeven in het bezoeken van de hemel. Daar ziet Johannes God als Hij op Zijn troon zit. Hij staat op het punt om satan, demonen en zondaren te oordelen en Zijn schepping terug te nemen. Terwijl ze wachten op dag dat deze zal komen, kunnen degenen rond de troon, de levende wezens en 24 oudsten, alleen maar in eerbied en verwondering aanbidden wanneer God de Schepper de totstandbrenging van deze glorieuze dag voorbereid. Terwijl Johannes deze magnifieke aanbidding aanschouwt, gaat de lofprijzing die opgaat naar God door.

 

 

 Wat houdt God vast als Hij op de troon zit?

 

Zittende op Zijn troon, houdt God in Zijn rechterhand wat Johannes beschrijft als “een boekrol, van binnen en van buiten beschreven, verzegeld met zeven zegels” (5:1). Deze boekrol is de eigendomsakte voor de gehele aarde. Voordat de fundamenten van de aarde gelegd waren, had God Een gekozen die de gehele aarde zou erven. Binnen in de rol was elk detail beschreven van hoe deze gekozen Een zijn rechtmatige erfdeel zou herkrijgen. Het verteld hoe de Gekozene de wereld zal verlossen van satan, zijn demonen en slechte mensen. Nu dat God gereed is dat de aarde zijn oordeel zal ontvangen, is alles wat overblijft voor de Een om geopenbaard te worden.

 

 

 Wie heeft er net als Johannes een gretig verlangen om

te zien wie de rechtmatige erfgenaam is van de aarde?

 

Johannes ziet iemand anders die net zo graag er achter wil komen wie de Een is die de boekrol kan openen. Johannes schrijft dat hij een “sterke engel” zag, die “met luide stem uitriep: Wie is het waard de boekrol te openen en zijn zegels te verbreken?” (5:2). De engel zocht iemand die waard was en de boekrol kon openen en de zegels kon breken. Alleen degene die waardig genoeg was, zou de macht hebben om satan en zijn demonen te verslaan, zonde en zijn gevolgen weg te vagen en de vloek over de gehele schepping ongedaan te maken.

 

 

 Waarom begint de apostel Johannes te wenen tijdens zijn visioen?

 

Op het eerste gezicht leek het dat niemand geschikt was. Johannes schrijft, “niemand in de hemel en ook niet op de aarde of onder de aarde die de boekrol kon openen of hem inzien” (5:3). Overweldigd met droefheid, begint Johannes in tranen los te barsten, omdat niemand gevonden werd die waard was om de boekrol te openen of in te zien (5:4). Johannes weende, omdat hij wilde dat de wereld van het kwaad, de zonde en dood ontdaan werd. Hij wilde zien dat satan overwonnen werd en Gods koninkrijk op aarde gestalte kreeg. Johannes wist dat de Messias terechtgesteld was en dat Zijn gemeente intense vervolging onderging en besmet was met zonde (hfdst.2-3). Alles leek vanuit zijn perspectief slecht te gaan.

 

 

 Bij het troosten van de apostel richt een van de oudsten de aandacht

van Johannes naar een Persoon, wie is deze Persoon?

 

Johannes hoefde niet te huilen, want de zoektocht voor de Een die waard was de boekrol te openen was bijna ten einde. Omdat zijn tranen ongepast waren, verteld een van de 24 oudsten rond Gods troon dat hij stoppen moet met wenen. Daarna trekt hij de aandacht van Johannes naar een nieuw Persoon, die de oudste noemt als “de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen” (5:5). Geen mens en geen engel kunnen het universum verlossen, maar er is Een die het wel kan. Deze Persoon is natuurlijk de verheerlijkte, verhoogde Here Jezus Christus. Als een leeuw zal Christus de Een zijn die zijn vijand verscheuren en vernietigen. En zoals het geslachtregister in Mattheüs 1 onthult, was Jezus ook een nakomeling (of de wortel) van David. Hij was waard, omdat Hij de rechtmatige Koning uit Davids lijn is en ook omdat vanwege wat Hij gedaan heeft – Hij heeft overwonnen. Op het kruis heeft Hij de zonde, dood en alle macht van de dood verslagen. Gelovigen zijn nu overwinnaars door Zijn overwinning.

 

 

 Op welke manier wordt aan de apostel Johannes de Here Jezus bekend gemaakt?

 

Dat Christus overwonnen had wordt duidelijk als Johannes Hem ziet als Lam van God (5:6). Het Lam staat voor de troon van God, levend, op Zijn voeten, maar kijkende alsof Hij geslacht was. De littekens van de dodelijke wond die deze Lam ontving, waren duidelijk zichtbaar; doch Hij was levend. Hoewel demonen en slechte mensen zweerden samen tegen Hem en Hem doden aan het kruis, stond Hij op uit de dood, daarmee Zijn vijanden verslaand en zegevierende.

 

 

 Hoe reageren de oudsten en vier levende wezens in de hemel op het Lam van God?

 

Het voorkomen van het Lam, als Hij beweegt om de boekrol te nemen, veroorzaakt lofprijzen van de vier levende wezens en de 24 oudsten (5:7-8). Als ze neervallen voor Zijn voeten, realiseren ze zich dat de langverwachte vernietiging van zonde, dood en satan op het punt staat te gebeuren en dat de Here Jezus triomferend zal terugkeren naar de aarde. Gelet op het kruis blijft een ieder van hen Christus’ waardigheid herbevestigen, door te zeggen, “want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie” (5:9).

 

 

 Wat heeft volgens Johannes’ visioen het geslachte Lam volbracht?

 

Aan het kruis heeft Jezus Christus de prijs betaald om de mens te redden / verlossen van de slavenmarkt van zonde. Door deze aankoop, worden gelovigen die eens van God gescheiden waren, nu deel van Gods koninkrijk. Ze zouden ook priesters tot onze God zijn, wat betekend dat ze in de mogelijkheid zijn om God voor altijd te kunnen aanbidden.

 

 

 Wie reageert er ook in lofprijs naar het Lam?

 

Gelijk na het zien van de bevestiging van de waardigheid van het Lam door de vier levende wezens en de vierentwintig oudsten, ziet Johannes meer van wat er in de toekomst zal gebeuren. Door Christus’ waardigheid, zal de hele schepping eens Hem aanbidden. Hierop volgend schrijft Johannes dat toen hij keek, hij een ontelbare menigte engelen zag en dat de hele schepping de Heer prees. Wat een wonderlijke zicht dat dit voor Johannes geweest moet zijn. Om wie Christus is en wat Hij gedaan heeft, behoort alle eer, glorie en zegen aan de Here Jezus Christus.

 

 

Openbaring hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring van Christus’ heerlijkheid aan Johannes

 

 

SAMENVATTING

 

Nadat Johannes het visioen van Christus ziet en dan alles getrouw opschrijft, waar hij opdracht toe had gekregen om aan de zeven gemeenten te schrijven, ontvangt Johannes nog een visioen. Dit maal gaat het over de hemel en het middelpunt God zittende op Zijn troon. Wanneer de vier levende wezens en de vierentwintig oudsten allen God blijven prijzen, is er veel commotie over wie er waard is om de boekrol te openen die God in Zijn rechterhand houdt. Net wanneer niemand waard is om de boekrol te openen, om naar zonde te handelen en de aarde te herstellen, komt de Leeuw van de stam van Juda, de Wortel van David. Daar tussen de troon en de vier levende wezens wordt Christus gezien als het geslachte Lam, maar niet verslagen. Hij leeft en staat op Zijn voeten. Aangezien het duidelijk is dat Hij degene is die de dood heeft overwonnen, breekt de hemel uit in lofprijzing. De vier levende wezens, de vierentwintig oudsten, een ontelbare menigte engelen en heel de schepping geven alle glorie, eer en zegen aan het Lam. Hij die de mens vrijkocht van hun zonden, het Lam van God, is de enige die waard is om de boekrol te openen.

Johannes’ visioen van de hemel en wat er plaats vindt in de toekomst, geeft ons een wonderbaarlijk voorbeeld. Christus die de zonde en de dood overwon en ons zo verloste tot kinderen Gods, zou ons moeten aansporen om lof te offeren en Hem te danken. Dat Hij voortleeft en regeert, zou een bemoediging voor de gelovigen moeten zijn. Helaas kent en volgt niet iedereen dit lam. Ieder van ons zou met groot verlangen anderen over het Lam van God moeten vertellen.

 

 

Chronologie Johannes’ visioen

 

God wilde de apostel Johannes iets laten zien dat nog niet echt gebeurd was. Hij gaf Johannes een droom waarin Hij hem meenam naar de hemel. Het was een heel speciale droom. Alles wat hij in die droom zag, zou ooit echt gaan gebeuren. Omdat God wilde dat alle mensen dit zouden weten, moest Johannes alles wat hij in die droom zag opschrijven. “Ik zag iemand op een troon met in zijn rechterhand een boekrol. Deze boekrol was van binnen en van buiten beschreven, en verzegeld met zeven zegels. Ook zag ik een machtige engel. Hij riep luid: ‘Wie mag de zegels verbreken en de boekrol te openen?’ Maar niemand in de hemel, op aarde of onder de aarde was in staat de boekrol te openen en te lezen. Ik brak in tranen uit, omdat niemand de boekrol kon openen of lezen. Toen zei iemand tegen hem: ‘Huil niet! De leeuw van Juda heeft overwonnen: hij kan de zeven zegels verbreken en de boekrol openen.’

Toen zag ik midden voor de troon een Lam dat heel veel pijn had gehad. Het Lam kwam naar voren en nam de boekrol aan. Toen het de boekrol nam, viel iedereen die voor de troon stond neer. En ze zongen een nieuw lied: ‘U komt de eer toe de boekrol te nemen en haar zegels te verbreken. Want u bent geslacht en met uw bloed hebt u voor God mensen gekocht uit elke stam en taal, uit elk volk en ras. U hebt hen tot koningen gemaakt, tot priesters voor onze God en zij zullen heersen op aarde.’ Toen hoorde en zag ik vele engelen rondom de troon, met de vier wezens en de oudsten. Zij waren met duizenden en duizenden, ja met miljoenen. En zij riepen luid: ‘Het Lam dat geslacht werd, komt de eer toe om de macht te ontvangen, de rijkdom, de wijsheid en de kracht, de eer, de glorie, de lof.’

En ik hoorde iedereen die God had gemaakt in de hemel en op de aarde, onder de aarde en in de zee, ja echt echt iedereen zingen: ‘Aan God op de troon, en aan het Lam komen toe: lof en eer, glorie en kracht voor altijd, voor eeuwig!’ “

Johannes mocht een stukje zien van wat er in de hemel bij God gebeuren zal. God heeft aan Jezus beloofd dat Hij de Koning van de aarde mag zijn. Alleen Hij mag de echte Koning zijn! Wat een dag zal dat zijn als iedereen Jezus de grote Koning zal zien. Dan zal iedereen voor Hem buigen. Want Hij alleen is het waard om aanbeden te worden.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Religie en spiritualiteit

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wat is het verschil tussen religie en spiritualiteit?

 

 

Religie kan gedefinieerd worden als :

 

geloof in God

komt tot uitdrukking in gedrag en rituelen

een bepaalde geloofswijze nastreven

een manier van aanbidding beoefenen

ethische regels van een God volgen

 

 

Spiritualiteit kan gedefinieerd worden als :

 

de eigenschap of het feit spiritueel, niet-fysiek te zijn

voornamelijk spiritueel karakter dat tot uiting komt in denkwijze

een spirituele neiging of klank

 

 

Het ware geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

In het kort is religie een verzameling geloofsstandpunten en rituelen die beweren een persoon in de juiste verhouding tot God te plaatsen, en is spiritualiteit een focus op spirituele dingen en de geestenwereld in plaats van fysieke/aardse dingen.

 

De meest voorkomende misvatting over religie is dat het christendom gewoon weer de zoveelste religie is zoals de islam, het Jodendom, het hindoeïsme enzovoorts. Helaas benaderen christenen het christendom inderdaad alsof het een religie is. Voor velen is het christendom niet meer dan een verzameling regels en rituelen die een persoon moet uitvoeren om naar de hemel te gaan na de dood.

Dat is niet het ware christendom, het is geen religie. Christendom is het hebben van een goede relatie met God door Jezus Christus te ontvangen als de Verlosser-Messias, via genade door geloof. Het christendom heeft “ri-tuelen” zoals de doop en het avondmaal waar men zich aan houdt. Er zijn ook “regels” om te volgen, bijvoorbeeld niet moorden, elkaar liefhebben, enzovoorts.

Deze rituelen en regels vormen echter niet de essentie van het christendom. De rituelen en de regels zijn het re-sultaat van verlossing. Wanneer we verlossing ontvangen door Jezus Christus, worden we gedoopt als verkon-diging van dat geloof. We houden het heilig avondmaal waarbij we het offer van Christus gedenken. We volgen een lijst van dingen die we wel en niet moeten doen uit liefde voor God en uit dankbaarheid voor wat Hij heeft gedaan.

 

 

Helend bloed van Christus, de Messias

 

Pasteltekening van John Astria

 

De meest voorkomende misvatting over spiritualiteit is dat er vele vormen van spiritualiteit zijn, en dat ze allemaal even veel gezag hebben. Mediteren in ongewone lichamelijke posities, één worden met de natuur, contact zoe-ken met de geestenwereld enzovoorts, lijken misschien “geestelijk”, maar zijn in feite een valse vorm van spiritualiteit. Ware spiritualiteit is het bezitten van de Heilige Geest van God door het ontvangen van verlossing door Jezus Christus.

Ware spiritualiteit is de vrucht die de Heilige Geest voorbrengt in iemands leven door middel van  liefde, geluk, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing (Galaten 5: 22 – 25).  Bij spiri-tualiteit gaat het erom meer als God te worden, die geest is (Johannes 4 : 23 – 24) en het omvormen van ons karakter zodat het meer naar Zijn beeld wordt (Romeinen 12: 1 – 2).

 

 

Galaten 5: 22 – 25

 

22 Maar door de Geest ontstaan liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, hulpvaardig-heid, zelfbeheersing. 23 Tegen zulke dingen heeft de wet van Mozes niets. 24 De mensen die van Christus zijn, hebben hun ‘ik’ met alles wat daarbij hoort gekruisigd. 25 Laat je dus leiden door Gods Geest. Dan zul je ook door de Geest op het rechte pad blijven.

 

 

Johannes 4 : 23 – 24

 

23 Nu is de tijd begonnen dat echte aanbidders de Vader zullen aanbidden met hun geest en vol van waarheid. Want dat is het soort aanbidders waar de Vader naar verlangt. 24 God is een geest. Als je Hem wil aanbidden, moet je Hem aanbidden met je geest en vol van waarheid.

 

 

Romeinen 12: 1 – 2

 

1 God is liefdevol en goed. Daarom moedig ik jullie aan, broeders en zusters, om jezelf aan God te geven. Geef jezelf als een levend en heilig offer waar God blij mee is. Het is goed om God op die manier te dienen. 2 Jullie moeten niet meer op dezelfde manier leven als de ongelovige mensen. Maar leef als nieuwe mensen, doordat jullie op een nieuwe manier gaan denken, namelijk op Gods manier. Dan zullen jullie ook anders gaan leven. Dan zullen jullie weten wat Gods wil is. En alles wat Hij wil is goed, mooi en volmaakt.

 

 

Wat religie en spiritualiteit wel met elkaar gemeen hebben, is dat ze allebei verkeerde manieren kunnen zijn om een ware relatie met God te hebben. Religie heeft de neiging om een ware relatie met God te vervangen door het harteloos volgen van rituelen. Spiritualiteit heeft de neiging om een ware relatie met God te vervangen door con-tact met de geestenwereld. Beide kunnen verkeerde wegen naar God zijn, en ze zijn dat dan ook vaak.

Tegelijkertijd kan religie waardevol zijn door het feit dat deze wel naar God wijst en dat we op de een of andere manier verantwoording moeten afleggen aan Hem. De enige werkelijke waarde van religie is het feit dat deze ons kan wijzen op ons tekortkomen, en op het feit dat we een Verlosser nodig hebben. Spiritualiteit kan waardevol zijn doordat deze ons laat zien dat de stoffelijke wereld niet het enige is dat er is. Mensen bestaan niet slechts uit materie, maar bezitten ook een ziel-geest.

Er is een geestelijke wereld om ons heen waar we ons bewust van dienen te zijn. De echte waarde van spiritua-liteit is dat deze laat zien dat er iets en iemand is achter deze fysieke wereld; iemand waarmee wij in contact zou-den moeten staan. Jezus Christus is de vervulling van zowel religie als spiritualiteit. Jezus is Degene aan wie wij verantwoording moeten afleggen en waar ware religie naartoe wijst. Jezus is Degene waar wij mee in contact dienen te staan en Degene naar wie ware spiritualiteit wijst.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De psalmen.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

.

Psalmen

 

 

Het boek der Psalmen is in de loop der tijd een inspiratiebron geweest voor gelovigen. Het zijn niet alleen maar lofzangen voor de Heer, maar ook leerdichten waarin een rijke boodschap is neergelegd.

 

 

De naam

 

De naam die door de Joden aan het boek van de Psalmen is gegeven is Tehillim. Onze Nederlandse naam ‘Psal-men’ is de vertaling van de Griekse titel uit de Septuaginta (Griekse vertaling van het Oude Testament) Psalmoi, dat eenvoudig ‘liederen’ betekent. Het woord ‘Psalm’ is van het Griekse Woord ‘Psalterion’ dat kan worden ver-taald met ‘harp’ of een ander snaarinstrument. Vanuit het Grieks betekent ‘Psalmen’ dus liederen bij snarenspel. Tehillim wordt meestal vertaald met ‘lofzangen’. Het boek Psalmen bevat 150 liederen/lofzangen die begeleid kunnen worden met snarenspel.

 

 

 

De structuur

Het boek is onderverdeeld in vijf hoofddelen

1.      Psalm 1-41
2.      Psalm 42-72
3.      Psalm 73-89
4.      Psalm 90-106
5.      Psalm 107-150

Hoewel niemand precies weet hoe deze indeling is ontstaan, is het wel opvallend, dat de vijf hoofddelen van de boeken der Psalmen nauwe verwantschap hebben met de vijf boeken van Mozes.

 

 

 

 

 

 

De structuur van het boek der Psalmen

 

 

1. Psalm 1-41: Het boek GENESIS, aangaande de mens

 

De raad van God aangaande de mens. Alle zegeningen komen voort uit gehoorzaamheid (vg.Psalm 1: 1 met Gen. 1: 28). Gehoorzaamheid is ‘de boom des levens’ voor de mens (vg. Psalm 1: 3 met Gen.2: 16). Ongehoorzaamheid leidt tot de val van de mens (vg. Psalm 2 met Gen.3). Het herstel kan alleen plaatsvinden door de Zoon van Adam (Zoon des mensen) in Zijn verzoenend werk als het ‘zaad van de vrouw (vgl. Psalm 8 met Gen.3: 15). Dit Psalmen-boek eindigt met een doxologie (een soort lofprijzing) en een dubbel Amen.

 

 

 

2. Psalm 42-72: Het boek EXODUS, aangaande Israël als een volk

 

De raad van God aangaande de val van Israël, Israëls Verlosser en Israëls verlossing (Ex.15: 13). Vergelijk Psalm 68: 5 met Exodus 15: 3 waar beide keren staat dat JAHWEH Zijn naam is. Dit boek begint met Israëls roepen om be-vrijding en eindigt met de Koning van Israël die regeert over het verloste volk. Het boek eindigt met een doxo-logie en een dubbel Amen.

 

 

 

3. Psalm 73-89: Het boek LEVITICUS, aangaande het heiligdom

 

De raad van God aangaande het heiligdom in relatie tot de mens en het heiligdom in relatie tot God. Het heilig-dom, de gemeente (Israël) en Sion zijn woorden die in bijna elke Psalm voorkomen in dit boek. Het boek eindigt met een doxologie en een dubbel Amen.

 

 

 

4. Psalm 90-106: Het boek NUMERI, aangaande Israël en de volkeren van de aarde

 

De raad van God aangaande de aarde. Het laat zien dat er is geen hoop en rust is voor de aarde, los van JAHWEH. De wereld wordt voorgesteld als een woestijn. Het begint met het gebed van Mozes (Psalm 90) en het eindigt met een herhaling van Israëls rebellie in de woestijn (Psalm 106). Let op het nieuwe lied voor de ganse aarde in Psalm 96: 1. Het boek eindigt met een doxologie en een Amen.

 

 

 

5. Psalm 107-150: Het boek DEUTERONOMIUM, aangaande God en Zijn Woord

 

De raad van God aangaande Zijn Woord, laat zien dat alle zegeningen voor de mens (boek 1), alle zegeningen voor Israël (boek 2), alle zegeningen voor de aarde en de volkeren (boek 5) verbonden zijn aan het kennen van het Woord van God.

Deut.8: 3 > De mens leeft van al wat uit de mond van de Heer uitgaat. Het niet luisteren naar het Woord van de Heer is de oorzaak voor de moeiten van de mens, de verwerping van Israël, de val van het heiligdom en de ellen-de van de aarde. De zegeningen komen van de Heer wanneer Zijn Woord in het hart wordt geschreven (Jeremia 31: 33 – 34  ;   Hebr.8: 10 -12 en 10: 16 – 17).

We vinden in Psalm 119 de Psalm van het Woord net zoals in Johannes 1:1. Het boek begint met Psalm 107. In vers 20 lezen we dat Hij Zijn woord zond en hen genas. Het eindigt met vijf Psalmen (naar de vijf Psalmenboeken). Iedere Psalm begint en eindigt met ‘Halleluja’.

 

 

 

De auteurs van de Psalmen

 

De meeste Psalmen (73) zijn geschreven door David:

     37 in boek 1 (3,4,5,6,7,8,9,11-32,34-41); 
18 in boek 2 (51-65, 68-70); 
1 in boek 3 (86); 
2 in boek 4 (101,103) en 
15 in boek 5 (108-110, 122,124,131, 133,138-145).

Verder zijn er Psalmen van Asaf , de Zonen van Korach, Salomo, Heman de Ezrachiet, Etan de Ezrachiet en Mozes.

 

 

 

 

 

 

Het onderwijs in de Psalmen

 

De Psalmen blijven een bron van geestelijke steun voor alle gelovigen. Hun woorden raken ons in het hart, net zoals ze het hart hebben geraakt van mensen sinds de tijd dat ze werden geschreven. Hoe we ons ook voelen en hoe onze omstandigheden ook zijn, de stemmen uit dat verre verleden nodigen ons uit naar hen te luisteren. Ook zij hebben de vreugde, het verdriet, de rouw, de zonde, de woede, de belijdenis van schuld en al die andere ding-en ervaren die ons zo diepe raken. Ze roepen ons op van hen te leren wanneer de Heilige Geest hun woorden ge-bruikt om ons dichter bij de Heer te brengen.

Toch zijn de Psalmen niet in de eerste plaats om ons geschreven en ze gaan ook niet over ons, de leden van het Lichaam van Christus. Het onderwijs in de Psalmen gaat verder dan het verlenen van geestelijke steun. De Psal-men laten ons zien wie Christus is en wat Gods weg is met Israël en de volkeren. In dit alles moeten we weten dat de heilige Geest de auteur is, die de schrijvers inspireerde (Zie Hand. 1: 16; 2: 25 en 30; Hebr.3: 7).

We moeten in gedachten houden wat Petrus schreef in 2 Petrus 1: 21: “Dit moet gij vooral weten, dat geen profe-tie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken.” Hierin ligt een aanwij-zing hoe wij de Psalmen moeten leren lezen.

 

 

Lees de Psalmen Christocentrisch

 

De Here Jezus zei tegen de Emmaüsgangers: “En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had” (Luk. 24: 27). Daarom is het goed de Psalmen Christocentrisch te lezen. Dit is onderzoeken wat in de Psalmen betrekking heeft op Christus. Het boek Psalmen geeft een duidelijk beeld van Jezus als Zoon van God, offer voor onze zonden, de grote Hogepriester, verrezen uit de dood. Koning der koningen en Here der Heren”.

We lezen in de Evangeliën dat de Here Jezus vaak bad. De Psalmen laten ons de inhoud van Zijn gebeden zien. Wanneer we de Psalmen lezen, moeten we dus beseffen dat het geschreven is met het oog op Christus (de Mes-sias), Israël, als Zijn volk en de volkeren als Zijn bezit. De toepassing is voor iedereen die besef dat hij/zij een Red-der nodig heeft om bevrijd te kunnen worden van de macht van de zonde.

In het boek Psalmen wordt ook de grote tegenstelling beschreven tussen de ware en de valse Messias. De valse Messias wordt de ‘man van de aarde’ genoemd (Psalm 10:18)en de ware Messias de wel-gelukzalige Man (Ps. 1: 1). De Psalmen vertellen de ondergang van de valse Messias en zijn volgelingen en de glorie van de ware Messias en Zijn volgelingen. De Psalmen getuigen dat de wraak God toebehoort en de uitoefening van de wraak ligt in handen van de ware Messias, daarin bijgestaan door Zijn volk en Zijn engelen.

 

 

 

 

 

 

Lees de Psalmen profetisch en met onderscheid

 

De confrontatie tussen de ware Messias en de valse Messias vindt plaats gedurende de wederkomst van Christus. De Psalmen moeten daarom ook gelezen worden met het oog op deze wederkomst. Deze wederkomst is voor de gelovigen van nu ook nog toekomstig. De Psalmen beschrijven echter niet de toekomst van de Gemeente, als het Lichaam van Christus. De Gemeente was ten tijde van de Psalmen nog een verborgenheid. Een belangrijk, zo niet het voornaamste, onderscheid wat in de Bijbel naar voren komt is dat tussen profetie en verborgenheid. Wij leven nu in een periode, die de Bijbel omschrijft als ‘de bedeling van het geheimenis. Met ‘geheimenis’ bedoelen we ei-genlijk dat verborgen aspect van de wil van God.

Tegenover verborgenheid of geheimenis staat profetie, het aspect van Gods wil dat openbaringen bekend maakt aan de mensheid omtrent de toekomst van gelovigen en ongelovigen. De Psalmen zijn voor een groot deel pro-fetisch. In de Psalmen gaat het over een zichtbaar volk (Israël), dat op de eerste plaats staat in Gods handelen met de wereld. In de Psalmen gaat het over zichtbaar heiligdom (de tempel). We vinden Psalmen over een zichtbare Koning van een koninkrijk dat zichtbaar wordt op aarde. Er ligt een verwachting in van een toekomstige oordeel periode in de zogenaamde ‘Dag des Heren’ (verg. Psalm 2).

De zegeningen die in de Psalmen worden beschreven zijn aards en hebben betrekking op een welzijn op aarde. Israël wordt in de Psalmen gezien als de Bruid van de Koning (verg. Psalm 45). De hoop van Israël richt zich op de aarde waar zij haar aardse roeping en opdracht zal vervullen. In de huidige fase van Gods plan, door Paulus ge-noemd als de ‘huishouding van het geheimenis’ gaat het over een onzichtbaar volk (het Lichaam van Christus). Er is nu geen onderscheid tussen Israël en de volkeren. Er is sprake van een onzichtbaar heiligdom (God woont door Zijn Geest in ons hart). Het Koninkrijk is verborgen.

Onze verwachting richt zich op de verschijning van Christus, met wie wij zullen verschijnen in heerlijkheid (Kol. 3: 4, Titus 2: 13). De Gemeente wordt door Paulus gezien als ‘het Lichaam van Christus’. De hoop van de Gemeente richt zich op de hemel, waarin zij nu al door geloof mag genieten van de hemelse zegeningen. Wanneer we bo-venstaand onderscheid tussen Israël en de Gemeente niet meenemen in het lezen van de Psalmen, kunnen tek-sten in de Psalmen ons in verwarring brengen. Wanneer we als voorbeeld de wraakpsalmen nemen met teksten als ‘Welgelukzalig zal hij zijn, die uw kinderen grijpen en aan de steenrots verpletteren zal’ (Uit Psalm 137) dan kunnen we dit maar moeilijk rijmen met de genade en de liefde van God zoals het wordt beschreven in het Nieu-we Testament.

In de huidige fase van Gods plan regeert God in het verborgene in genade, terwijl de volgende fase er één zal zijn waarin Hij zal regeren en optreden als Rechter. We kunnen daarom de wraakpsalmen niet lezen vanuit het stand-punt van genade. We zullen het moeten lezen vanuit het standpunt van de Wet en het toekomstig oordeel. Wan-neer we in de Psalmen lezen over zegeningen onder het Koningschap van de Messias, moeten we beseffen dat deze zegeningen aardse zegeningen zijn voor Israël en de volkeren op aarde. Deze zegeningen kunnen we dus niet zomaar meenemen naar de huidige tijd. Lees de Psalmen daarom ook heilshistorisch met het oog op de ont-wikkeling van de openbaring van het heil voor Israël en de Gemeente.

 

 

 

 

 

 

Lees de Psalmen persoonlijk

 

Wanneer we Psalm 139 echter in de eerste plaats Christocentrisch lezen, met het oog dus op de Messias, verstaan we dat het Zijn woorden zijn. Psalm 139 spreekt over de Messias, Zijn geboorte, Zijn leven, Zijn bestaan. Nooit zou Hij aan de aandacht kunnen ontsnappen van Zijn Vader. Hij was zowel in de hemel als in het dodenrijk. Alleen Hij die zonder zonde is, kan oordelen over goddelozen. En alleen Hij die volmaakt is in heiligheid en reinheid kan alles wat niet volmaakt is haten. Dit zal ook gebeuren in de toekomstige oordeelsperiode, de Dag des Heren. Zo is Psalm 139 ook profetisch.

Voor ons betekent Psalm 139 dat wij onze identiteit mogen verbinden aan de Here Jezus. Wij als gelovigen zijn immers ‘in Hem’, zoals Paulus dat dikwijls verwoord. Nooit zullen wij, vanuit deze positie, aan de aandacht van de hemelse Vader ontsnappen. Waar wij zijn is Christus! Hij omsluit ons, van achter en van voren. Zijn hand rust op ons in Zijn zegeningen die ons bezit mogen zijn. Daar waar van de Here Jezus wordt gezegd dat Zijn groei in de buik van Maria een wonderbaarlijk gebeuren is en Hij kunstig werd geweven in Maria’s schoot, mogen wij nu ook zeggen dat God ons in Christus als een volmaakte nieuwe schepping ziet. Dit ondanks dat er naar de mens ge-sproken weeffouten kunnen zijn in ons menselijk lichaam.

Als wij dus moeite hebben om te danken en te loven voor het ontzaglijke wonder van ons bestaan, omdat we al lang worstelen met ziekte en onvolmaaktheid, kan deze Psalm ons toch troosten vanwege onze door God geziene verbondenheid met Christus. Zo krijgt Psalm 139 een diepgang doordat we het in de eerste plaats Christocentrisch lezen en vervolgens profetisch en daarna persoonlijk.

 

 

Soorten Psalmen

 

Niet iedere Psalm is volgens eenzelfde patroon geschreven. Er zijn verschillende typen Psalmen.

 

 

Hymnen

 

Gezangen van lof en dank aan God voor Wie Hij is en wat Hij heeft gedaan (o.a. Ps.8).

 

 

 

Boetepsalmen

 

Betuigen berouw over zonde, vragen om genade en vergeving (o.a. Ps.38).

 

 

 

Wijsheidspsalmen

 

Algemene observaties over het leven, vooral over God en de relatie tussen de mens en God (o.a. Ps. 1).

 

 

 

Koningspsalmen

 

Refereren aan David (of Salomo), maar in het bijzonder aan de Zoon van David, de Messias, als Gods instrument om Zijn volk te regeren (o.a. Ps.45).

 

 

 

Messiaanse Psalmen

 

Beschrijven aspecten van de persoon of de bediening van de Messias (o.a. Ps.22)

 

 

 

Wraakpsalmen

 

Roepen om Gods oordeel over Gods vijanden en/of de vijanden van Zijn volk (o.a. Ps.69)

 

 

 

Klaagpsalmen

 

De dichter beklaagt zich over zijn situatie; de Psalm bevat meestal een klacht, een uiting van geloofsvertrouwen en een lofprijzing aan God (o.a. Psalm 3)

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

De kruisiging van Christus.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

jezus-christus-lam-gods

 

 

 

De dood van Jezus Christus

 

De kruisiging van Jezus Christus en Zijn opstanding zijn de twee belangrijkste gebeurtenissen in de geschiedenis van de mensheid. Waarom dat zo is? Omdat de mensheid door de dood van Jezus een kans heeft gekregen op eeuwige redding.

Alle vier Evangeliën in het Nieuwe Testament spreken over de kruisiging van Jezus Christus. Deze schrijvers geven ons krachtige verslagen over dit oude Romeinse gebruik. Hier volgen enkele hoofdpunten in de tijdbalk van de kruisiging:

 

  • Jezus werd in de hof van Getsemane gearresteerd (Marcus 14:43-52).
  • Jezus werd in drie rechtszaken aangeklaagd; drie voor Joodse leiders en drie voor Romeinse leiders (Johannes 18:12-14, Marcus 14:53-65, Marcus 15:1a, Marcus 15: 1b-5, Lucas 23:6-12, Marcus 15:6-15).
  • Jezus overleefde pijnlijke afranselingen, geselingen en bespottingen (Marcus 15:16-20).
  • Pilatus probeerde met de geestelijke leiders een compromis te sluiten door Jezus te laten geselen, maar dat stelde hen niet tevreden. Pilatus overhandigde Jezus vervolgens om gekruisigd te worden (Marcus 15:6-15).
  • Jezus werd door de soldaten bespot toen zij Hem in een paars gewaad kleedden en een doornen kroon op Zijn hoofd plaatsten (Johannes 19:1-3).
  • Jezus werd gekruisigd op Golgotha, wat “de Plaats van de Schedel” betekent (Marcus 15:22).
  • Het bleef toen drie uur lang donker (Marcus 15:33).
  • Jezus riep uit: “Vader, in uw handen leg ik mijn geest”, en Hij stierf (Lucas 23:46).

 

 

Schrijver Arthur W. Pitt beschrijft het op de volgende manier:

“Met een bebloede rug, met daarop Zijn kruis in de hitte van wat nu bijna een middagzon was, vervolgde Hij [Jezus] Zijn tocht op de ruwe hellingen van Golgota. Toen hij de aangewezen executieplaats bereikte, werden Zijn handen en voeten aan de boom geslagen.

Drie uur lang hing Hij daar, terwijl de genadeloze zonnestralen insloegen op Zijn hoofd, met daarop de doornen kroon. Dit werd gevolgd door een duisternis die drie uur duurde. Die nacht en die dag waren uren waarin een eeuwigheid werd samengeperst.”

 

De Redder van de wereld kwam te voorschijn uit drie donker uren, waarin Hij van God de Vader werd afgezonderd. Waarom keerde de Vader zich van Hem af? Het ligt niet in de aard van God om de zonde aan te zien. Daarom brak Hij de communicatie met Zijn Zoon af, toen Jezus de schuld van de zonden van de wereld op zich droeg.

 

 

Het helende bloed van Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Jezus Christus,  Zijn begrafenis en opstanding

 

Na de kruisiging van Jezus Christus vroeg Jozef van Arimatea Pilatus om het lichaam van Christus. Jozef kreeg toestemming om Jezus te begraven en dus bracht hij een groot stuk linnen, wikkelde het lichaam hierin, legde Jezus in een graf en rolde een grote steen voor de toegang tot het graf. Jezus bevond zich drie dagen lang in het graf.

Na de Sabbat bereidden Maria uit Magdala, Maria (de moeder van Jezus) en Salome olie om Jezus’ lichaam te balsemen. Toen ze bij het graf aankwamen, bleek dat de steen al weggerold was. Ze gingen het graf binnen, waar een engel tegen hen zei: “Wees niet bang. U zoekt Jezus, de man uit Nazareth die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, hij is niet hier; kijk, dat is de plaats waar hij was neergelegd. Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: ‘Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd.’ (Marcus 16:6-7)

 

 

De verrijzenis

De verrijzenis

 

 

 

Jezus Christus, Zijn eeuwige geschenk

 

Wat heeft de kruisiging van Jezus Christus met jou te maken? God, die precies weet hoe jij in elkaar zit, wist dat jij nooit het zondeloze leven zou kunnen leiden dat noodzakelijk is voor de hemel. Daarom besloot Hij om Zichzelf in jouw plaats op te offeren. Hij deed dit door een mens te worden in de persoon van Jezus Christus, Zijn enige Zoon. Jezus leefde een zondeloos leven op aarde.

God had gezegd dat de dood de straf voor de zonde is. Omdat wij allemaal hebben gezondigd (Romeinen 3:23, 6:23), hebben wij iemand nodig die zonder zonden is om in onze plaats te sterven. Jezus, die zondeloos was, stierf in onze plaats en werd zo de reddende genade voor de hele wereld.

Hij stierf voor jou! Romeinen 5:10: “Werden we in de tijd dat we nog Gods vijanden waren al met hem verzoend door de dood van zijn Zoon, des te zekerder is het dat wij, nu we met hem zijn verzoend, worden gered door diens leven!”

 

 

De Bijbel zegt: “Geloof in de Heer Jezus en u zult gered worden…”

 

(Handelingen 16:31). Kerkbezoek of goede werken zullen niet bijdragen aan jouw verlossing. God redt jou, omdat Hij jou genadig is.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

De leer van Boeddha : deel 4

Standaard

categorie : religie

 

 

.

De leer van de Boeddha is geen godsdienstige leer maar is in wezen een levensleer of religie. Het boeddhisme is geen godsdienst omdat de vraag of God of een hogere macht bestaat niet relevant is in het boeddhisme. Het boeddhisme is met andere woorden ‘non-theïstisch’. Het kan wel een religie worden genoemd omdat er naast een aantal praktische levensadviezen sprake is van metafysische en mystieke elementen. In dit document zijn een aantal begrippen van de leer van de Boeddha, de Boeddha Dharma, uitgelegd. Van de Vier Edele Waarheden is zowel een verkorte versie als een verdieping gegeven.

 

.

 

trancedans-01-groot

 

.

 

 

Wedergeboorte en verlossing

.

Welke opvatting heeft het boeddhisme over wedergeboorte, verlossing en een hiernamaals?

.

Bij zijn prediking legde de Boeddha steeds sterk de nadruk op het pad van heiliging. Wijsgerige kwesties liet hij met opzet onaangeroerd. Wel kwamen nu en dan jongeren tot hem met de vraag: Is de wereld eindig of niet-eindig, tijdelijk, of eeuwig; zijn ziel en lichaam verschillend of niet verschillend? Maar hierop gaf hij geen antwoord, want een uitspraak daaromtrent bevorderde zijns inziens niet de wandel in heiligheid. Hij vergeleek dergelijke vragers met iemand, die getroffen was door een vergiftige pijl en zijn wond niet wou laten behandelen voor hij alle bijzonderheden wist omtrent de schutter en het schot. “Wat zou het einde zijn? Dat de man aan zijn wond zou sterven.” Al de aandacht van zijn volgelingen drong hij samen op dit ene punt: hoe komt de mens tot verlossing uit deze wereld van lijden. En daartoe gaf hij als weg aan:

.

de zuivering van gemoed en denken.

 

“Er is, o jongeren, een plaats, waar geen aarde is, noch water, noch vuur, noch lucht, noch ruimte-oneindigheid, noch denk-oneindigheid, noch nergens-iets-zijn, noch de opheffing tegelijk van voorstelling en niet-voorstelling, noch deze noch gene wereld, beiden zon en maan. Dit noem ik, o jongeren, noch komen, noch gaan, noch blijven staan, noch sterven, noch geboorte. Zonder grond, zonder beweging, zonder stilstand is dit, het is des lijdens einde.”

“Er is, o jongeren, iets ongeborens, ongewordens, ongeschapens, ongevormds. Bestond er, o jongeren, dit ongeborene, ongewordene, ongeschapene, ongevormde niet, dan zou er geen uitweg zijn uit deze wereld van het geborene, gewordene, geschapene, gevormde.”

Uit de eerste prediking van de Boeddha: ” Na dit leven van lijden komt wel een voortbestaan in hemel of hel, maar zelfs de hemelse vreugden zijn voorbijgaande. Dan volgt een nieuw bestaan op aarde, dat even vergankelijk, even vervloeiende is als al het voorafgaande. Vreugde en leed wisselen elkaar door de eeuwen heen af, zolang het wiel van geboorte en dood wentelt.” (Woorden van Boeddha, Ir. J.A. Blok)

“De gedachte die aan het boeddhisme ten grondslag ligt, luidt kortweg, dat het al ijdelheid is. Het aardse is een ijdel spel, de hemel een ijdele beloning!” Op de drempel van een hoger, meer werkelijk bestaan komen slechts de zoekenden, zij die tot erkenning der leegte van het tijdelijke zijn gekomen, die de betekenis der woorden doorgronden:

.

“Al wat onderworpen is aan de wet van ontstaan, is onderworpen aan de wet van vergaan.”

 

Het zijn zij, die iets van het eeuwige in zichzelf hebben doorleefd en naar dat licht heenworstelen om boven de onbestendigheid der dingen uit te komen.” (zendeling Beal in zijn Catena of Buddhist Scriptures)

Tijdens het leven van de Boeddha was het hindoeïsme de belangrijkste godsdienst in Zuid-Oost Azië. Veel ideeën van het hindoeïsme zijn in het boeddhisme terug te vinden. Kenmerkend voor zowel hindoeïsme als boeddhisme is het geloof in de wedergeboorte van de ziel (reïncarnatie), evenals het geloof dat alle goede en slechte daden tezamen (karma) bepalend zijn voor de plaats die je na de wedergeboorte zult innemen. Er is echter een belangrijk verschil tussen het hindoeïsme en het boeddhisme.

.

In het hindoeïsme kunnen alleen diegenen die tot de hoge priesterkaste behoren uit de kringloop van de wedergeboorte verlost worden. In het boeddhisme daarentegen is verlossing voor iedereen bereikbaar.

.

Door deze stellingname kreeg de Boeddha in korte tijd een massa volgelingen en kon het boeddhisme zich snel uitbreiden over grote delen van Azië.

 

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Vijfentwintigste Miniatuur : vierde Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

.

.

.

.

Vijfentwintigste Miniatuur: Vierde Visioen van het Derde Boek

.

Scivias%20T%2025_Boek%20III,4

.

Een lieflijke, vergulde vrouwenfiguur staat hier omgeven door zes engelen. Rechts van haar naderen zes welwil-lende gelovigen terwijl zich links van haar drie personen vijandig gedragen. Deze mensen over wie we reeds spra-ken, komen vanuit het noordrijk van de duivel en het ongeloof de Stad Gods binnen door de poort die zich be-vindt tussen de toren van Gods raadsbesluiten en de zuil van Gods Woord. Hier gebeurt eigenlijk iets heel be-langrijks in de geschiedenis van de Verlossing. Hildegard geeft deze Godskracht of deugd de naam Scientia Dei wat betekent het ‘Weten of kennen van God’. Maar dit begrip van kennen wordt in dubbele zin gebruikt.

In de eerste zin heeft men het over de mens die aan Zijn uitnodiging gehoor geeft en geloof schenkt aan de openbaring. In de tweede zin heeft men het over diegene die kennis wil vergaren over God. Hier komt de schei-ding der geesten.  Zij die goed willen, ontvangen als bij het bruiloftsmaal het feestkleed. Zij die zonder kleed wil-len binnen dringen worden teruggedreven. Het is waar dat de Heer de armen van de straat door zijn dienaars liet ophalen opdat zijn feestzaal vol zou raken. Van ieder wordt echter geëist dat hij zich presenteert in een feest-kleed. De uitnodiging is een genadegeschenk, maar men moet er gevolg aan willen geven.

Nog een ander belangrijk aspect van de roeping tot het koninkrijk Gods komt hier naar voren. Velen zijn geroe-pen maar weinigen uitverkoren, om deel te nemen aan de uitvoering van Gods plannen. God heeft enkelen uit-verkoren om zijn medewerkers te worden in de verwerkelijking van het grote bouwplan. Als God, in zijn godde-lijke ijver om de vijand te verslaan, gaat beginnen samen met de gelovigen de drie gemetselde muren op te trek-ken, dan heeft Hij bijzondere medewerkers nodig. Aanvankelijk roept hij het joodse volk en oefent het in strenge discipline.

Met de gegevens van de vorige miniaturen is de kleurencombinatie hier gemakkelijk te ontleden. Dat zilveren driehoekje is een gedeelte van de lichtgevende muur, welke we opgetrokken weten van het oosten naar het noorden. De overeenkomst tussen de vergulde vrouwenfiguur en een Maria-voorstelling is zeker niet toevallig.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

JOHN ASTRIA

Uitverkiezing

Standaard

categorie : religie

.

.

Uitverkiezing

.

.

.

De definitie van uitverkiezing

.

Uitverkiezing wordt ook wel voorbeschikking, predestinatie of voorbestemming genoemd. Het kan gedefinieerd worden als een handeling: de uitverkiezing is een actie van God; Hij Die eeuwig is en voorbeschikt wat er op aarde zal geschieden.

.

Sommigen vinden dit idee weerzinwekkend. Het idee dat een zekere entiteit het recht heeft om te bepalen wat er op aarde zal gebeuren, is iets waartegen de mens al sinds het begin der tijden in opstand is geweest. Maar het Oude Testament begint met: In het begin schiep God wat een ondubbelzinnige uitspraak is .

God bestond vóór de schepping, bestaat nog steeds en zal altijd bestaan (Openbaring 1:4). God heeft tevens het oppermachtige recht van de schepping over de aarde en de mens. Hij zal zich dan ook niet verontschuldigen wanneer Hij zegt: “Zo spreekt de Heer” Deze uitspraak vereist geen begrip of aanvaarding van de mens om waar te zijn.

De waarheid van de uitverkiezing kan in het karakter van God zelf worden gevonden.

  • God is oppermachtig. Dit betekent dat Hij een absoluut gezag heeft over alles wat Hij heeft geschapen en dat Hij alle dingen heeft geschapen (Genesis 1:1).
  • God is alwetend. Dit betekent dat Hij alle kennis bezit en dat er zonder Hem geen kennis kan bestaan (Job 37:16).
  • God is alomtegenwoordig. Dit geeft Hem het vermogen om overal tegelijkertijd aanwezig te zijn (Psalm 139:1-12).
  • God is almachtig. Dit betekent dat Hij alle macht heeft, met een vastberadenheid om Zijn doelen en Zijn plan tot in de eeuwigheid uit te voeren (1 Kronieken 29:11).

Er bestaan geen geschapen wezens die deze eigenschappen hebben; alleen de grote “Ik ben die Ik ben” (Exodus 3:14) heeft deze. God, die soeverein heerst en alle kennis bezit, is overal aanwezig en heeft macht over alle dingen. Hij houdt van Zijn schepping en heeft ons Zijn genade aangeboden, ondanks de onophoudelijke opstandigheid van de mens.

.

.

.

.

Een onderscheid

.

Wanneer we de uitverkiezing bestuderen, moeten we een onderscheid maken tussen twee verschillende soorten verordende gebeurtenissen. De eerste omvat gebeurtenissen die door God zijn veroorzaakt, zoals de verlossing van de uitverkorenen. Het tweede soort verordende gebeurtenissen wordt door God toegestaan.

God bepaalt de boosaardige daden van mensen niet van te voren, noch veroorzaakt Hij deze. Deze toegestane handelingen geven aan dat God al van te voren weet hoe mensen in elke omstandigheid zullen reageren. Hij staat mensen toe om zelfstandige beslissingen te nemen, om te kiezen voor goed of kwaad.

Gods voorkennis van het kwaad dat mensen elkaar aandoen zorgde ervoor dat Hij in mensen het vermogen schiep om dat kwaad te overwinnen. En de goede dingen die mensen kunnen doen zijn door God vooraf bepaald, zodat zij gezegend kunnen zijn wanneer de juiste keuzes worden gemaakt. Deze zegens stellen mensen in staat om het kwaad te overwinnen terwijl zij Gods grotere plan volbrengen.

.

.

.

.

Een verordening

.

Uitverkiezing is de verordening van God waardoor bepaalde zielen voorbeschikt zijn om gered te worden; deze mensen worden de uitverkorenen genoemd. Nogmaals, dit is een concept dat velen als oneerlijk beschouwen. Maar alle eigenschappen van God stellen Hem in staat om de geschiedenis van te voren te kennen.

Daarom kan gezegd worden dat wij door voorkennis voorbestemd of uitverkoren zijn, omdat God niet door de tijd beheerst wordt. God gaf de mens een vrije wil, maar omdat God alwetend is, weet Hij al welke keuzes de mensen zullen maken en Hij zal deze keuzes gebruiken om zijn doel te bereiken.

Romeinen 8 : 28-30 > “En wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede. Wie hij al van tevoren heeft uitgekozen, heeft hij er ook van tevoren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn Zoon, die de eerstgeborene moest zijn van talloze broeders en zusters. Wie hij hiertoe heeft bestemd, heeft hij ook geroepen; en wie hij heeft geroepen, heeft hij ook vrijgesproken; en wie hij heeft vrijgesproken, heeft hij nu al laten delen in zijn luister.”

God heeft de verlossing mogelijk gemaakt voor ieder die ernaar verlangt. Hij weet al wie zijn reddingsplan zal aanvaarden. Dit maakt de vrije keuzemogelijkheid van de mens niet ongedaan; het is juist een bevestiging van Gods genade dat sommigen zijn reddende hand aannemen. Uitverkiezen betekent iets vooraf uitzetten of bepalen.

Een dergelijke voorbeschikking kan inderdaad enkele intellectuele problemen oproepen, maar dit komt doordat de mens probeert om in zijn eindige verstand een oneindige God te bevatten. Mensen die het geschenk der verlossing aanvaarden worden de uitverkorenen van God.

Efeziërs 1 : 11 > ”In Hem hebben wij ook ons erfdeel ontvangen, daartoe voorbestemd door de beslissing van Hem die alles tot stand brengt naar zijn wilsbesluit”

1 Korintiërs 2 : 14 > “Van nature aanvaardt de mens niet wat komt van de Geest van God; het is dwaasheid voor hem, hij kan het niet vatten, want het kan alleen beoordeeld worden in het licht van de Geest”.

.

 WAT DENK JIJ?

.

Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen.
Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: Jezus is Heer, dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.
.
.
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Deuteronomy 29-30 / Vernieuwing en verlossing

Standaard

Category, categorie:  The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

 

 

Deuteronomium 29 1 – 29 Vernieuwing van Gods verbond
Deuteronomium 30 1 – 20 Beloften van verlossing

 

 

Deuteronomy, Deuteronomium  29-30 – Skip Heitzig

 

 

 

 

 

 

 

Exodus 5-6 / Mozes en Aäron voor de farao, Gods belofte en wonderen

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

 

Exodus 5: 1-21 > Mozes en Aäron voor de farao

                 22-23 > God belooft verlossing

Exodus 6: 1-12 > Gods bevelen aan Mozes

                13-26 > geslachtsregister van Mozes en Aäron

                 27-30 > Gods wonderen

 

 Skip Heitzig

 

 

 

 

 

1 Peter, Petrus 1 : 10-25 (part4) • Concerning this salvation / Wat betreft deze verlossing

Standaard

Category, categorie :  The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

1 Peter 1 : 10-25 (part4) • Concerning this salvation

.

1 Petrus 1 : 10-25 (deel4) . Wat betreft deze verlossing

.

Paul LeBoutillier

.

.