Tagarchief: Jezus

Reïncarnatie en Christendom

Standaard

Categorie: religie

 

 

Het ware geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Is Reïncarnatie verenigbaar met Christendom?

 

Meer dan ooit accepteren de mensen in het Westen het idee van reïncarnatie, namelijk dat de ziel bij de dood het lichaam verlaat en in een nieuw geboren lichaam terechtkomt. Onderzoek toont aan dat bijna 60% van de Amerikanen geloven dat incarnatie mogelijk waar is. De brede acceptatie van de reïncarnatieleer kan toegeschreven worden aan verscheidene factoren. Men probeert ‘wetenschappelijke’ bewijzen aan te wenden; getuigenissen aan te voeren van prominente mensen, zoals Shirley MacLaine en acteur Glenn Ford, die over hun “voormalige levens” vertellen; er zijn bestsellers (zoals MacLaines Out on a Limb) die het leven hierna en de cirkel van de wedergeboorte beschrijven; en dan zijn er ook zulke ‘christelijke’ reïncarnatiegelovigen zoals Jeanne Dixon en wijlen Edgar Cayce.

Sensatiebladen, zoals de National Enquirer hebben ook bijgedragen tot de verspreiding van het reïncarnatie geloof door hun constante aandacht aan het onderwerp. In de late jaren 1960 en vroege 1970 werden boeken zoals ‘Jonathan Livingston Seagull’ (Richard Bach) en ‘A World Beyond’ (Ruth Montgomery) erg populair, en ze plantten in de geesten van lezers de zaden van de Hindoeïstische en occulte filosofie, waarvan de reïncarnatieleer afstamt. Tegen de late jaren 1970 werden de ideeën van Bach en Montgomery grotendeels vervangen door die van Elisabeth KublerRoss, schrijfster van boeken als ‘On death and Dying’ en ‘Questions and Answers on Death and Dying’, en Raymond Moody, schrijver van ‘Life After Life’ en ‘Reflections of Life After Life’.

Deze twee schrijvers brengen naar voor dat de fysische dood het begin is van een ander, geestelijk leven, en dat alle mensen rust en vrede vinden in dat nieuwe leven. Zowel Kubler-Ross als Moody verwerpen het christelijke begrip van een oordeel door God. Zij geloven ook beiden in reïncarnatie. Alhoewel sommige christenen een kritische reactie hebben geboden op de filosofie van reïncarnatie, blijven vele christenen onwetend over de implicaties ervan. Geconfronteerd met het algemene stilzwijgen van de Kerk en de schijnbaar overtuigende incarnatieleer, zijn vele christenen gaan concluderen dat reïncarnatie een werkelijkheid is, of dat ze tenminste de mogelijkheid ervan niet kunnen afwijzen.

 

 

de ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat is Reïncarnatie?

 

Reïncarnatie, de leer dat een ziel overgaat van lichaam tot lichaam door een geboorte-dood-wedergeboorte cyclus, is een voortvloeisel uit de Hindoe-Boeddhistische-leer van ziel-transmigratie. Transmigratie houdt de mogelijkheid in dat een ziel kan geboren worden in het lichaam van een dier. De status van het opnieuw geboren lichaam varieert van de huisvlieg tot een goed functionerend persoon, en geeft een indicatie van de levenskwaliteit van de ziel in zijn vorige lichaam. Een goed leven brengt wedergeboorte naar een hogere vorm; een slecht leven brengt wedergeboorte naar een lagere vorm. Deze opwaartse of neerwaartse promotie vervult de Wet van Karma, een centraal dogma van het Hindoeïsme.

Karma leert dat goede daden worden beloond en de slechte bestraft. Het Hindoeïstische doel van de ziel is om uit de karmacyclus te breken en één te worden met het universum. De westerse geest, die blijkbaar niet houdt van het idee dat men wedergeboren kan worden als een muskiet of slak, heeft de dieren uit de cyclus geweerd. Reïncarnationisten geloven ook dat zielen een eeuwig voorbestaan hadden. ‘A World Beyond’ van Ruth Montgomery, is een boek waarvan zij beweert dat het ontstond door ‘automatisch schrijven’ en dat het ingegeven werd door Arthur Ford, een medium, die in de geestelijke wereld wachtte om in een ander lichaam
te treden.

In dat boek staat blz. 7: “Laat ons beginnen met de premisse dat elk persoon een continuerende entiteit is doorheen alle eeuwigheid. Geen begin en geen einde, ondanks wat sommige moralisten zeggen over ons levensbegin in de fysische geboorte als baby en eindigend met het Laatste Oordeel. Onzin! Er is nooit een tijd geweest dat wij er niet waren, en wij zullen er altijd zijn, alhoewel in voortdurend veranderende levensvormen en niveaus, omdat wij net zoveel God zijn als dat God een deel is van ons”.

 

 

Satan, de tegenstrever

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat is haar aantrekkingskracht?

 

De klaarblijkelijke aantrekkingskracht die reïncarnatie uitoefent bij westerlingen is de belofte dat het leven verder gaat, en dat we zoveel kansen krijgen die we nodig hebben om alles in orde te brengen. Indien reïncarnatie juist is, dan voelt de mens geen dwingende behoefte om in dit leven vrede te maken met een rechtvaardige God, of zelfs om zijn naaste met liefde en respect te behandelen. Als een mens zoveel levens krijgt die hij nodig heeft om de perfectie te bereiken, zou hij wel eens kunnen denken: “Waarom niet vrijuit leven en de goede werken en vrede met God overlaten aan een volgend leven?”

De behoefte om met God vrede te maken zou eigenlijk nooit voorkomen bij échte reïncarnationisten, want die geloven niet in een persoonlijke God. Reïncarnatie gaat hand in hand met pantheïsme, het geloof dat alles God is en God alles is, elk mens inbegrepen. De doctrines van pantheïsme en reïncarnatie zijn de hoekstenen van het Hindoeïsme en occultisme, die erg populair geworden zijn in de westerse wereld. Op de pagina’s 84-85 van zijn boek “Mirakels”, zegt C.S. Lewis het volgende over de aantrekkingskracht van pantheïsme en reïncarnatie:
“Pantheïsme is verwant met onze geesten, niet omdat het het finale stadium is in een traag proces van verlichting, maar omdat het haast zo oud is als de mens. Het kan zelfs de meest primitieve van alle religies zijn … Pantheïsme is in feite de permanente, natuurlijke menselijke denkwijze; het permanente simpele niveau waarin de mens soms zinkt … en waarboven hij het op eigen kracht niet lang kan uithouden”.

 

Demon in de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Wat zijn de bewijzen?

 

Maar de moderne mens neemt niet aan dat zijn denken gezonken is tot deze kleinste gemene deler, en dus zoekt hij bewijzen om zijn geloof te rechtvaardigen. Zijn inspanningen hebben vele ‘bewijzen’ opgeleverd die de leer van reïncarnatie ondersteunen. De meest aangevoerde verdediging van de reïncarnatiegedachte is het fenomeen van “verleden-leven herinnering”: de bekwaamheid om zich details te herinneren van schijnbaar vroegere levens. Dit kan bereikt worden door hypnose en spontane of intuïtieve herinnering, dat soms ook “deja-vu” genoemd wordt. Sommige verledenleven verslagen die door personen onder hypnose opgedist worden, kunnen toegeschreven worden aan fantasie, of aan suggesties van de hypnotiseur. Maar en zijn ook twee andere verklaringen.

Het ene kan het “Bridey Murphy Effect” genoemd worden, dat besproken werd in het boek “The Search for Bridey Murphy”. Het boek spreekt van het verhaal van een vrouw die, wanneer onder hypnose gebracht, details kon geven van Ierland en zelfs Gaelic kon spreken, een taal waarmee zij niet vertrouwd was. Dit werd toegeschreven aan haar vorig leven in Ierland. Maar onderzoek bracht aan het licht dat zij opgevoed was door een Gaelic-sprekende grootmoeder die haar verhaaltjes vertelde over het oude Ierland. De ‘verleden-leven herinneringen’ bleken vergeten ervaringen te zijn uit de kinderjaren die naar boven gebracht werden door hypnose.

Sommige herinneringen echter doorstaan elke toetsing en zijn blijkbaar echt. Om deze te verstaan moeten wij ons realiseren dat een mens, die onder hypnose is, de controle van zijn of haar geest overgeeft aan iemand anders. De hypnotiseur zou de teugels kunnen overnemen. Hij of een andere entiteit zou suggesties in de geest kunnen planten. In zijn boek “Reincarnations and Christianity” zegt Dr. Robert Morey: “een hypnotische trance is de exacte mentale toestand die mediums en heksen al eeuwenlang bij zichzelf tot stand brengen, om zich open te stellen voor de invloed van geesten of demonen”.

Als zoiets gebeurt, dan is het niet moeilijk om te denken aan een demonische ‘taking over’ (overname) van de
wil van het gehypnotiseerde subject en dat er door hem of haar heen gesproken wordt. De demon, die de beschikking heeft over allerlei kennis uit het verleden, kan herinneringen aaneenrijgen en ze het gehypnotiseerde subject inplanten en laten uitspreken, en zo verleden-levens suggereren. Gezien de natuur van demonen, kunnen die plausibele verhalen inprenten die niet te weerleggen of te verifiëren zijn. Hoeveel plezier moeten die wel hebben wanneer ze goedgelovige mensen duperen met geschiedenissen van een dozijn verschillende personen die allemaal beweren dat zij eens Cleopatra waren!

Deja vu, het gevoel dat een persoon krijgt wanneer hij een vreemde plaats of omstandigheid komt, die hij nooit eerder gezien heeft, wordt dikwijls gebruikt als steunbeer voor de reïncarnatiegedachte. Haast iedereen kan zich zo’n ervaring herinneren. Dr. Walter Martin, citeert in een opgenomen toespraak “Het raadsel van reïncarnatie”, een ervaring die hij had terwijl hij in Zwitserland een berg zag. Hij wist dat hij dit bepaalde gezicht reeds eerder had gezien, alhoewel hij nog nooit in Zwitserland was geweest. In het naar huis gaan ontdekte Martin de oorzaak van zijn ervaring: een postkaart van dezelfde berg die hij had gezien. Een mens gebruikt slechts 10% van zijn hersenen, die voortdurend informatie opstapelen die nooit herinnerd worden tenzij men er plots mee geconfronteerd wordt door een ervaring zoals die van Martin.

Deja-vu-ervaringen kunnen ook geïnspireerd worden door de demonenwereld, en niet enkel door toedoen van menselijke oorzaken. De “god van deze wereld” (2 Kor 4:4), “de overste van de macht der lucht, de geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid” (Ef 2:2), tracht de mensen te bedriegen en te misleiden. Sommige mensen zijn ontvankelijker dan anderen voor de spirituele infiltraties van de geestenwereld. 2 Joh. 9:1-3: “En in het voorbijgaan zag Hij een mens die blind was van de geboorte af. En Zijn discipelen vroegen Hem: Rabbi, wie heeft er gezondigd, hij of zijn ouders, dat hij blind geboren zou worden? Jezus antwoordde: Hij heeft niet gezondigd en zijn ouders ook niet …” – de blinde was blind geboren en dus kon zonde-in-dit-leven niet de oorzaak zijn van zijn blindheid, maar sommigen hielden rekening met de valse karma-leer. SV kantt. 3 zegt: “Het schijnt dat de discipelen in deze dwaling waren, welke toen bij sommige Joden was, dat als de mens sterft, zijne ziel dan weder zou gaan in een ander lichaam, en dat derhalve de ziel des blindgeborenen in een ander lichaam zou gezondigd hebben”.

 

 

2 KORINTIËRS 4: 3-4

 

Toch zijn er altijd mensen bij wie er dan een ‘doek’ over hun hart blijft liggen. Daardoor kunnen ze het goede nieuws niet begrijpen. Maar dat gebeurt alleen bij de mensen die verloren gaan. 4 Dat zijn de ongelovige mensen. Zij zijn door de god van deze wereld  (Satan) blind gemaakt in hun denken. Daardoor kunnen ze het licht niet zien van het goede nieuws van Christus. Terwijl juist aan Christus precies te zien is wie God is. Hij is de afbeelding van God.

 

 

Keuze tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Leert de Bijbel reïncarnatie?

 

Mensen die in reïncarnatie geloven citeren soms de Schrift om hun geloof te ondersteunen. De 4 schriftplaatsen die zij het meest aanhalen zijn Johannes 3:3, Mattheüs 11:14, Hebreeën 7:2-3 en Johannes 9:2.

  • 1. In Johannes 3:3 zegt Jezus tot Nicodemus dat om het Koninkrijk van God te zien men opnieuw moet geboren worden. Jezus, de zo gezegde reïncarnationist, leert dat een reeks wedergeboorten noodzakelijk zijn om de volmaaktheid te bereiken. Deze interpretatie houdt echter geen steek. Nicodemus drukte zijn verwarring uit en sprak van een tweede fysische geboorte (niet exact hetzelfde als die waarvan men spreekt in de reïncarnatieleer, maar gelijkend). Jezus corrigeerde Nicodemus onmiddellijk en zei dat de wedergeboorte waarvan Hij sprak een geestelijke was (Johannes 3:4-6). Dus, Jezus verklaarde niet de Wet van Karma, maar weerlegde haar juist.

 

  • 2. Reïncarnationisten wijzen ook op Jezus’ verklaring in Mattheüs 11:14 dat Johannes de Doper Elia was. Maar men moet verder in de Schrift lezen. Lukas 1:17 zegt dat Johannes voor Christus zou heengaan “in de geest en de kracht van Elia”. Johannes de Doper, een man die vervuld was met de Heilige Geest van in de moederbuik, ontkende zelf dat hij Elia was (Johannes 1:21). De Schrift zegt ook dat Elia nooit de fysieke dood ondergaan heeft (Hebreeën 11:5) en tijdens de aardse bediening van Christus nog steeds bestond als Elia, zoals aangetoond werd door zijn verschijning, samen met Mozes op de berg van de transfiguratie (Mattheüs 17:3).

 

  • 3. Een andere geliefde Bijbelse passage bij reïncarnationisten is Hebreeën 7:2-3. Deze tekst, zo zeggen zij, leert ons dat Jezus in een vroegere incarnatie Melchizedek was. Maar men hoeft de geciteerde verzen maar te lezen om direct in te zien dat de oudtestamentische Melchizedek “de Zoon van God gelijk geworden” is als type, niet dat hij letterlijk Jezus (de Zoon van God) was. De schrijver van Hebreeën zegt enkel dat er geen verslag bestaat van Melchizedeks geboorte, dood of familie. Bovendien, Melchizedeks priesterschap was hierin uniek dat het niet werd overgedragen op een ander. Melchizedek was enkel gelijkend op Christus en wordt nooit een vroegere incarnatie van Hem genoemd.

 

  • 4. De vierde schriftplaats die dikwijls wordt geciteerd is Johannes 9:1-3, die gaat over een blind geboren man en de vraag van de discipelen wiens zonde deze blindheid veroorzaakt had. Deze vraag lijkt, oppervlakkig gezien, in overeenstemming te zijn met de Wet van Karma. Maar Christus’ antwoord dat de blindheid van deze man geenszins iets met zonde te maken had, maakt het standpunt van de reïncarnationisten onverdedigbaar. Nu we gezien hebben wat de Bijbel NIET zegt ter ondersteuning van de reïncarnatieleer, gaan wij ons nu richten tot wat de Bijbel WEL leert tegen reïncarnatie.
    De enige kans van de mens Met slechts één vers verwoest de Bijbel het concept van reïncarnatie.

Hebreeën 9:27 zegt: “En gelijk het de mensen gezet is, eenmaal te sterven, en daarna het oordeel …”

 

Meer schriftplaatsen:

Jakobus 4:14: “Gij, die niet weet, wat morgen geschieden zal, want hoedanig is uw leven? Want het is een damp, die voor een weinig tijd gezien wordt, en daarna verdwijnt”.

De Psalmen staan vol met referenties naar de tijdelijke natuur van het mensenleven. Psalmen 39:6, 103:15 en 144:4 zijn slechts enkele voorbeelden. Deze verzen weerleggen ook de theorie dat zielen eerder of eeuwig hebben bestaan, zoals ook het verslag in Genesis 2 over het ontstaan van de mens.

 

Psalm 39: 6: Mijn leven duurt voor U maar een ogenblik. Een mensenleven is voor U als één enkele zucht. Elk mens, hoe goed het ook met hem gaat, is uiteindelijk niets.

 

Psalm 103: 15/16: Ons leven duurt maar éven. Een mens lijkt op een bloem in het gras: 16 één windvlaag en hij is er niet meer, er is niets meer van hem over.

 

Psalm 144: 4: De mens is maar één zucht. Zijn leven is als een schaduw die voorbij glijdt.

 

 

Goddelijke bescherming

 

 

 

Het probleem van het kwaad

 

Alhoewel de Wet van Karma de kwestie van het kwaad lijkt te behandelen, met haar systeem van beloningen en straffen, blijft, op een bredere schaal, het probleem onopgelost. In zijn boek “Reincarnation: A Christian Appraisal”, schrijft Mark Albrect op blz. 119: “De eindeloze cycli van de reïncarnatie lossen nooit het probleem van het kwaad op; het kwaad is eeuwig, het idee dat het kwaad voor altijd voortduurt is ondenkbaar in het christendom. Het kwaad is overwonnen door de dood en opstanding van Jezus Christus, en het zal voor altijd
weggedaan worden wanneer Hij wederkomt om de wereld te oordelen”.

 

 

 

Reïncarnatie en spiritisme

 

Reïncarnatie-aanhangers overtreden ook dikwijls de Bijbelse bevelen tegen spiritisme. De Bijbel is erg duidelijk in zijn verbod contacten te leggen met de geesten van de doden, wat vele reïncarnationisten trachten te doen wanneer een ziel, naar bewering, zich “tussen” incarnaties in bevindt. Leviticus 20:6, 27, Deuteronomium 18:11, Jesaja 8:19 en 1 Kronieken 10:13 maken duidelijk dat God niet wil dat Zijn volk in zulke activiteiten betrokken is. Geen enkele nieuwtestamentische schrijver heeft ooit gezegd dat dit verbod werd opgeheven. Beroemde reïncarnationisten, zoals Ford, Cayce, Dixon, Montgomery en Kubler-Ross, geven openlijk hun spiritistische en mediamieke praktijken toe. Erger nog, sommige van deze auteurs, in het bijzonder Cayce en Dixon, beweren dat hun geloof in overeenstemming is met het christendom.

 

Leviticus 20: 6+27

Als iemand aan de geesten van gestorven mensen om raad vraagt, of naar waarzeggende geesten gaat en daarmee ontrouw aan Mij is, dan zal Ik zijn vijand zijn en hem doden. 7 Leef dus heilig, want Ik ben jullie Heer God. 8 Doe alles precies zoals Ik het jullie bevolen heb. Ik ben de Heer en Ik wil dat jullie alleen Mij dienen.

Als iemand de geest van een dode of een waarzeggende geest door zich heen laat spreken, moet hij worden gedood. Hij moet met stenen doodgegooid worden. Hij verdient de doodstraf.”

 

 

Deuteronomium 18:11

Jullie mogen ook geen geesten oproepen, met geesten praten of de geesten van gestorven mensen om raad vragen. 12 Want de Heer vindt het verschrikkelijk als jullie dat doen. De volken die nu in het land wonen, doen deze verschrikkelijke dingen wel. Juist daarom jaagt de Heer God hen voor jullie weg.

 

 

Jesaja 8:19-22

Mensen zullen aan jullie vragen: ‘Willen jullie voor ons aan waarzeggende geesten en aan de geesten van doden om raad vragen?’ Maar die mompelen en piepen alleen maar wat! We moeten toch alleen aan onze God om raad vragen? Waarom zou je aan de doden om raad vragen voor de levenden? 20 Luister naar wat de wet van God zegt. En luister naar wat ik namens God heb gezegd! Als mensen andere dingen zeggen, is er geen hoop meer voor hen. 21 Hopeloos en hongerig zullen ze door het land trekken. Ze zullen razend van de honger zijn. Woedend zullen ze hun koning vervloeken. Ze zullen omhoog kijken en hun God vervloeken. 22 Overal waar ze kijken, zullen ze alleen maar ellende zien. Ze zullen doodsbang en opgejaagd zijn. Het zal een donkere tijd zijn.

 

 

1 Kronieken 10:13

Zo stierf Saul, omdat hij ontrouw aan de Heer was geworden. Want hij had de Heer niet gehoorzaamd. Hij had zelfs een waarzegster om raad gevraagd, in plaats van aan de Heer. 14 Daarom doodde Hij hem en maakte David, de zoon van Isaï, koning in de plaats van Saul.

 

 

In Mattheüs 7 waarschuwde Christus Zijn volgelingen dat valse profeten zullen komen als wolven in schapenvacht. Deze zelfbenoemde ‘christenen’ vervullen Christus’ waarschuwing. Reïncarnatie is in geen enkel opzicht in overeenstemming met het christelijke geloof. De Bijbel leert dat het loon van de zonde de dood is (Romeinen 6:23).

 

De reïncarnatieleer is dezelfde leugen die Satan aan Eva vertelde in de Hof van Eden: “Gij zult de dood niet sterven” (Genesis 3:4).

 

De Bijbel leert dat redding van de zonde, en zijn eeuwige consequenties, een gave is die God vrijelijk geeft (Efeziërs 2:8-9); reïncarnatie leert dat redding er pas komt wanneer een mens zichzelf vervolmaakt. Christus, die ons schiep, weet dat wij slechts één leven hebben en Hij heeft gezien wat wij doen met deze enige kans. Daarom offerde Hij Zichzelf als een afbetaling voor onze zonden. Onze Redder nam onze ‘slechte Karma’ op Zichzelf. “Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht” zei Hij in Mattheüs 11:30. Zelfs indien wij zouden kunnen terugkomen, opnieuw en opnieuw, zou daar geen enkele zinnige reden voor kunnen zijn, vermits al onze schulden en tekortkomingen door Hem afbetaald werden. Laat ons u dan helpen om een nieuw leven te ontdekken, in gemeenschap met de Heer Jezus Christus!

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Jezus’ Hemelvaart en Wederkomst

Standaard

Categorie: religie/video

 

 

 

Jezus’ Hemelvaart en Wederkomst

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Engelen, boodschappers van de Here

Standaard

categorie : religie

.

.

Bijbelse engelen – boodschappers

.

.

MIN19_004

.

.

Jezus Christus – De engel (boodschapper) van de Here

.

Hij sprak tot Hagar ivm haar nakomelingen (Genesis 16:10-12). Zij erkende Zijn Persoon (v 13) –

Hij volgde de Joden in de wildernis (1 Korintiërs 10:4) –

Hij bereidde de weg voor de inname van Kanaän (Exodus 23:20-33) –

Hij werd “Ik zelf” genoemd (verwijzend naar God) (Exodus 32:34; 33:14; Jesaja 63:9) –

Hij sprak tot Mozes vanuit de brandende braamstruik (Exodus 3:2,4,14; Johannes 8:58) –

Hij was de boodschapper (engel) van het verbond (Maleachi 3:1) –

Jezus was niet slechts een mens, hij bestond voor zijn incarnatie (vleeswording Johannes 1:14; 1 Timoteus 3:16), Hij was met God en in de gedaante van God (Johannes 1:1-3; Filippenzen 2:5-8). –

Hij spreekt nu voor de Vader tot de mens (Hebreeën 1:3; Johannes 12:49-50; 1:1,14)

.

.

Engelen (hemelse wezens) – Engelen (boodschappers) van de Here

.

.

1. Wie zijn zij?

.

a) geestelijke wezens (Matteus 22:30) – hemelse/onsterfelijke wezens

b) Geschapen wezens (Kolossenzen 1:16)

c) Bestonden als “zonen” voor de schepping van de wereld (Job 38:4-7); ze zijn niet de geesten van dode mensen.

d) Bezitten verschillende ranken en rollen (1 Tessalonissenzen 4:16; Judas 9; Daniël 8:16; Lukas 1:19,26)

e) Hebben een hogere rank dan de mens (Psalm 8:5 en hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen – SVV)

f) Bezitten: intellect (1 Petrus 1:12); wil (Galaten 1:8; 2 Petrus 2:4; Judas 6); emotie (zoals de mens) (Lukas 15:10)

g) Sommigen zondigden lang geleden en kregen een straf van God (2 Petrus 2:4)

.

.

2. Welke boodschappen van God brachten zij? 

.

Sommige voorbeelden zijn:

a) Eén engel: Elia moest zijn eigen leven bewaren (1 Koningen 19:5)

b) Twee engelen: Lot moest vluchten van Sodom (Genesis 19:15)

c) Drie engelen: Abraham zou een zoon en een volk krijgen (Genesis 18:10,18) Merk op: wie was de derde engel? (Genesis 18:2-4,17,22; 32:1-2)

d) Vele engelen: Bemoedigden Jacob op 2 verschillende momenten (Genesis 28:12; 32:1-2)

.

.

Mensen – Engelen (boodschappers) van de Here

.

1. Johannes de Doper (Maleachi 3:1)

2. Paulus (Galaten 4:14 maar gij naamt mij aan als een engel Gods )

3. Boodschappers van de plaatselijke gemeenten (Openbaring 2:1,8,…)

.

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

  

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Welke invloed hebben geesten op de mens?

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

Satan, de leider van de demonen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Welke invloed hebben geesten op ons?

 

  • Helpen engelen mensen?

  • Hoe hebben boze geesten mensen beïnvloed?

  • Moeten we bang zijn voor boze geesten?

 

 

1. Waarom dienen we meer over engelen te willen weten?

 

Als we iemand echt willen leren kennen, moeten we meestal ook iets over zijn familie weten. Zo is het ook met God. Om hem te leren kennen, moeten we meer weten over zijn gezin van engelen. De Bijbel noemt de engelen „zonen Gods” (Job 38:7). Welke rol spelen ze eigenlijk in Gods voornemen? Hebben ze ook een rol gespeeld in de geschiedenis van de mensheid? Hebben engelen invloed op uw leven? En hoe dan wel?

 

 

 

2. Waar zijn de engelen vandaan gekomen, en hoeveel zijn het er?

 

In de Bijbel wordt honderden keren over engelen gesproken. We zullen een paar van die vermeldingen bekijken om meer over engelen te weten te komen. Waar zijn de engelen vandaan gekomen? Kolossenzen 1:16 zegt: „Door bemiddeling van hem [Jezus Christus] werden alle andere dingen in de hemelen en op de aarde geschapen.” Alle geestelijke schepselen die engelen worden genoemd, werden dus afzonderlijk door God geschapen door tussenkomst van zijn eerstgeboren Zoon. Hoeveel engelen zijn er? Uit de bijbel blijkt dat er honderden miljoenen engelen werden geschapen, die allemaal heel machtig zijn. — Psalm 103:20.*

 

 

 

3. Wat leren we uit Job 38:4-7 over engelen?

 

Gods Woord, de Bijbel, vertelt ons dat toen het fundament voor de aarde gelegd werd, „alle zonen Gods voorts juichend hun instemming betuigden” (Job 38:4-7). De engelen bestonden dus lang voordat de mensen geschapen werden en zelfs voordat de aarde gemaakt werd. Uit dit Bijbelgedeelte blijkt ook dat engelen gevoelens hebben, want er staat dat ze „te zamen een vreugdegeroep aanhieven”. Merk op dat „alle zonen Gods” zich samen verheugden. In die tijd maakten alle engelen deel uit van één groot gezin dat  God verenigd diende.

 

 

demon in de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

STEUN EN BESCHERMING VAN ENGELEN

 

4. Hoe laat de Bijbel zien dat getrouwe engelen zich voor de activiteiten van mensen interesseren?

 

Getrouwe geestelijke schepselen hebben vanaf het moment dat ze zagen hoe de eerste mensen geschapen werden, veel belangstelling getoond voor de groeiende menselijke familie en voor de vervulling van Gods voornemen (Spreuken 8:30, 31; 1 Petrus 1:11, 12). Maar de engelen zagen dat na verloop van tijd het grootste deel van de menselijke familie hun liefdevolle Schepper niet meer diende. Daar waren de getrouwe engelen ongetwijfeld bedroefd over. Als er daarentegen ook maar één mens tot God terugkeert, „ontstaat er vreugde bij de engelen” (Lukas 15:10). Engelen zijn heel bezorgd voor het welzijn van mensen die God dienen, dus is het geen wonder dat God vaak engelen gebruikt heeft om zijn getrouwe aanbidders op aarde aan te moedigen en te beschermen (Hebreeën 1:7, 14). We zullen daar een paar voorbeelden van bekijken.

 

 

Een engel beschermt Daniël in de leeuwenkuil

„Mijn eigen God heeft zijn engel gezonden en de muil der leeuwen gesloten.” — Daniël 6:22

 

 

5. Welke voorbeelden van hulp van engelen vinden we in de Bijbel?

 

Twee engelen hielpen de rechtvaardige man Lot en zijn dochters om de verwoesting van de verdorven steden Sodom en Gomorra te overleven door hen uit dat gebied te leiden (Genesis 19:15, 16). Eeuwen later werd de profeet Daniël in een leeuwenkuil geworpen, maar hij bleef ongedeerd. Hij zei daarover: „Mijn eigen God heeft zijn engel gezonden en de muil der leeuwen gesloten” (Daniël 6:22). In de eerste eeuw bevrijdde een engel de apostel Petrus uit de gevangenis (Handelingen 12:6-11). Engelen steunden ook Jezus aan het begin van zijn bediening op aarde (Markus 1:13). En kort voor Jezus’ dood verscheen er een engel „die hem sterkte” (Lukas 22:43). Wat moet dat Jezus goed hebben gedaan op die cruciale momenten in zijn leven!

 

 

 

6.  Hoe beschermen engelen Gods aanbidders in deze tijd? (b) Welke vragen gaan we nu bespreken?

 

Gods machtige engelen beschermen zijn volk nog steeds, vooral tegen dingen die in geestelijk opzicht schadelijk kunnen zijn. De Bijbel zegt: „De engel van God legert zich rondom degenen die hem vrezen, en hij verlost hen” (Psalm 34:7). Waarom is dat zo’n geruststellende gedachte? Omdat er gevaarlijke, slechte geesten zijn die op onze ondergang uit zijn! Wie zijn dat? Waar komen ze vandaan? En hoe proberen ze ons kwaad te doen? Om daarachter te komen, gaan we het kort hebben over iets dat aan het begin van de menselijke geschiedenis is gebeurd.

 

 

de ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

GEESTEN DIE VIJANDEN VAN ONS ZIJN

 

7. Hoeveel mensen wist Satan van God af te keren?

 

Éen engel kreeg het verlangen om over anderen te heersen en keerde zich daarom tegen God. Later kwam deze engel bekend te staan als Satan de Duivel (Openbaring 12:9). Nadat Satan Eva bedrogen had, lukte het hem 1600 jaar lang om bijna iedereen van God af te keren, met uitzondering van een paar getrouwe personen zoals Abel, Henoch en Noach. — Hebreeën 11:4, 5, 7.

 

8.  Hoe werden sommige engelen demonen en wat moesten de demonen

doen om de zondvloed te overleven?

 

In Noachs tijd kwamen nog meer engelen tegen God in opstand. Ze verlieten hun plaats in Gods hemelse gezin, kwamen naar de aarde en namen een menselijk lichaam aan. Waarom? In Genesis 6:2 staat „dat de zonen van de ware God de dochters der mensen gingen gadeslaan en bemerkten dat zij mooi waren; en zij gingen zich vrouwen nemen, namelijk allen die zij verkozen.” Maar God liet deze engelen niet hun gang gaan, zodat ze de mensheid niet nog verder konden verderven. Hij bracht een wereldomvattende vloed over de aarde, waardoor alle slechte mensen vernietigd werden. Alleen degenen die hem trouw dienden, bleven in leven (Genesis 7:17, 23). Op die manier werden de opstandige engelen, de demonen, gedwongen hun menselijke lichaam af te leggen en als geest naar de hemel terug te keren. Ze hadden de kant van de Duivel gekozen, die daardoor „de heerser der demonen” werd. — Mattheüs 9:34.

 

 

9. Wat gebeurde er met de demonen toen ze naar de hemel terugkeerden

en wat zullen we nu bespreken?

 

Toen de ongehoorzame engelen naar de hemel terugkeerden, werden ze verstoten, net als hun heerser, Satan (2 Petrus 2:4). Ze kunnen geen menselijk lichaam meer aannemen, maar ze hebben toch nog steeds een buitengewoon slechte invloed op mensen. Het is zelfs zo dat Satan met de hulp van deze demonen „de gehele bewoonde aarde misleidt” (Openbaring 12:9; 1 Johannes 5:19). Hoe? De demonen maken daarvoor gebruik van allerlei methoden die erop gericht zijn mensen op een dwaalspoor te brengen (2 Korinthiërs 2:11). We zullen nu enkele van die methoden bespreken.

 

 

Wie Christus erkent wordt gered uit de klauwen van Satan

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

HOE DEMONEN MENSEN MISLEIDEN

 

10. Wat is spiritisme?

 

De demonen gebruiken spiritisme om mensen te misleiden. Spiritisme is contact met de demonen, rechtstreeks of via een medium. De bijbel veroordeelt spiritisme en waarschuwt ons er niets mee te maken te hebben (Galaten 5:19-21). Spiritisme is te vergelijken met het aas van een visser. Een visser gebruikt verschillende soorten aas om verschillende soorten vis te vangen. Zo gebruiken boze geesten verschillende vormen van spiritisme om allerlei soorten mensen in hun macht te krijgen.

 

 

11. Wat is waarzeggerij, en waarom moeten we ons er niet mee bezighouden?

 

De demonen gebruiken bijvoorbeeld waarzeggerij als lokmiddel, omdat mensen graag de toekomst willen weten. Enkele vormen van waarzeggerij zijn astrologie, tarotkaarten, kristallen bollen, handlijnkunde en droomuitlegging. Veel mensen denken dat waarzeggerij geen kwaad kan, maar de Bijbel laat zien dat waarzeggers met boze geesten samenwerken. Zo staat in Handelingen 16:16-18 dat „een waarzeggende demon” een meisje in staat stelde „de kunst van het voorspellen te beoefenen”. Maar toen de demon uitgeworpen was, kon ze dat niet meer.

 

 

1) De dierenriem; 2) Een handlezer bestudeert de hand van een vrouw; 3) Een man gebruikt tarotkaarten; 4) Een kristallen bol

De demonen gebruiken allerlei manieren om mensen te bedriegen

 

12. Waarom is het gevaarlijk om contact te zoeken met de doden?

 

Nog een manier waarop de demonen mensen misleiden, is door hen aan te moedigen contact te zoeken met de doden. Mensen die treuren over iemand die ze in de dood verloren hebben, worden vaak misleid door verkeerde ideeën over degenen die gestorven zijn. Een medium vermeldt misschien specifieke details of spreekt met een stem die lijkt op die van de overledene. Als gevolg hiervan raken veel mensen ervan overtuigd dat de doden eigenlijk nog leven en dat contact met hen een hulp zal zijn om hun verdriet te verwerken. Maar dat is geen echte troost; het is bedrog en bovendien gevaarlijk. Waarom? Omdat de demonen de stem van een overledene kunnen nadoen en een medium informatie over hem of haar kunnen geven (1 Samuël 28:3-19). Bovendien zijn de doden, opgehouden te bestaan (Psalm 115:17). „Iemand die de doden ondervraagt” is dus door boze geesten misleid en doet iets wat tegen Gods wil is (Deuteronomium 18:10, 11; Jesaja 8:19). Dit gevaarlijke lokaas dat de demonen gebruiken, moeten we dan ook resoluut verwerpen.

 

 

 

13. Wat is velen die eens bang waren voor de demonen gelukt?

 

Boze geesten misleiden mensen niet alleen, maar ze proberen hen ook bang te maken. Satan en zijn demonen weten dat ze nu nog maar „een korte tijdsperiode” hebben voordat ze uitgeschakeld worden, en ze zijn dan ook wreder dan ooit (Openbaring 12:12, 17). Maar toch hebben duizenden mensen die eens dagelijks in angst voor zulke boze geesten leefden, zich daarvan weten los te maken. Hoe hebben ze dat gedaan? Wat kan iemand doen die zich al bezighoudt met spiritisme?

 

 

HOE WE BOZE GEESTEN KUNNEN WEERSTAAN

 

14. Hoe kunnen we ons net als de eerste-eeuwse christenen

in Efeze van boze geesten bevrijden?

 

De Bijbel vertelt ons hoe we boze geesten kunnen weerstaan en hoe we ons ervan kunnen bevrijden. Laten we het voorbeeld van de eerste-eeuwse christenen in de stad Efeze eens bekijken. Sommigen van hen hadden zich beziggehouden met spiritisme voordat ze christenen werden. Wat deden ze toen ze besloten met het spiritisme te breken? De Bijbel zegt: „Vrij velen van hen die magische kunsten hadden beoefend, brachten hun boeken bijeen en verbrandden ze ten aanschouwen van iedereen” (Handelingen 19:19). Door hun boeken over magie te vernietigen, gaven deze nieuwe christenen een voorbeeld aan degenen die in deze tijd boze geesten willen weerstaan. Mensen die God willen dienen, moeten alles wegdoen wat met spiritisme te maken heeft. Het zou kunnen gaan om boeken, tijdschriften, films, posters en muziek die tot spiritisme aanzetten en het aantrekkelijk en opwindend doen lijken. Ook amuletten en andere dingen die als bescherming tegen het kwaad worden gedragen, moeten worden weggedaan. — 1 Korinthiërs 10:21.

 

 

15. Wat moeten we doen om goddeloze geestenkrachten te weerstaan?

 

Enkele jaren nadat de christenen in Efeze hun boeken over magie hadden vernietigd, schreef de apostel Paulus hun dat ze nog steeds strijd moesten voeren „tegen de goddeloze geestenkrachten” (Efeziërs 6:12). De demonen hadden het niet opgegeven. Ze probeerden hen nog steeds in hun macht te krijgen. Wat moesten die christenen dus nog meer doen? Paulus zei: „Neemt bovenal het grote schild des geloofs op, waarmee gij alle brandende projectielen van de goddeloze [Satan] zult kunnen blussen” (Efeziërs 6:16). Hoe sterker ons „schild des geloofs” is, hoe beter we weerstand kunnen bieden aan boze geesten. — Mattheüs 17:20.

 

 

De wapenuitrusting van God tegen Satan

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

16. Hoe kunnen we ons geloof versterken?

 

Hoe kunnen we ons geloof dan versterken? Door de Bijbel te bestuderen. Hoe sterk een muur is, hangt vooral af van de stevigheid van het fundament. Zo is ook de kracht van ons geloof afhankelijk van de stevigheid van de basis ervan, namelijk nauwkeurige kennis van Gods Woord, de Bijbel. Als we elke dag de Bijbel lezen en bestuderen, zal ons geloof sterk worden. Zo’n geloof zal ons als een sterke muur beschermen tegen de invloed van boze geesten. — 1 Johannes 5:5.

 

 

17. Wat moeten we nog meer doen om boze geesten te weerstaan?

 

Wat moesten die christenen in Efeze nog meer doen? Ze hadden verdere bescherming nodig omdat ze in een stad woonden waar veel demonisme was. Daarom moedigde Paulus hen aan om ’met elke vorm van gebed en smeking bij elke gelegenheid in geest te blijven bidden’ (Efeziërs 6:18). Ook wij leven in een wereld vol demonisme, dus is het heel belangrijk dat we God dringend om zijn bescherming vragen zodat we boze geesten kunnen weerstaan. Natuurlijk moeten we in onze gebeden God’s naam gebruiken (Spreuken 18:10). We moeten God dus blijven vragen of hij ons wil ’bevrijden van de goddeloze’, Satan de Duivel (Mattheüs 6:13). God zal zulke dringende gebeden verhoren. — Psalm 145:19.

 

 

18 Waarom kunnen we zeker zijn van de overwinning in onze strijd tegen boze geesten?

 

Boze geesten zijn gevaarlijk, maar we hoeven niet bang voor ze te zijn zolang we de Duivel weerstaan en dicht tot God naderen door Zijn wil te doen (Jakobus 4:7, 8). De macht van boze geesten is beperkt. In Noachs tijd werden ze gestraft, en in de toekomst zullen ze hun uiteindelijke oordeel krijgen (Judas 6). Denk er ook aan dat we de bescherming hebben van God’s machtige engelen (2 Koningen 6:15-17). Deze engelen willen heel graag dat het ons lukt om boze geesten te weerstaan. De rechtvaardige engelen staan ons als het ware aan te moedigen. Laten we dus dicht bij God en zijn gezin van getrouwe geestelijke schepselen blijven. Laten we ook alle vormen van spiritisme vermijden en altijd de raad uit Gods Woord toepassen (1 Petrus 5:6, 7; 2 Petrus 2:9). Dan kunnen we zeker zijn van de overwinning in onze strijd tegen boze geesten.

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Jezus en Maria volgens de Islam

Standaard

categorie : religie

.

.

In deze bijdrage overlopen we hoe de drie monotheïstische godsdiensten (dwz de drie godsdiensten die in de Ene God geloven – het jodendom, chirstendom en de islam) denken over Jezus.

.

.

MariaIcoon

.

.

Islam

Volgens de islam is Jezus een machtig profeet van God. De islam leert dat er duizenden profeten geweest die allemaal hetzelfde geloof brachten, voor de noden van hun specifieke gemeenschap. Zo waren er bijvoorbeeld de profeten Abraham, Mozes, David en Jezus. Daarna kwam er volgens de islam nog één en meteen de laatste profeet, met name de profeet Mohammed. Met hem werden de openbaringen van God (in het Arabisch: Allah) aan de hele mensheid voltooid. Volgens de meeste moslims kunnen nu geen Profeten meer komen.

.

Eén van de geloofsartikelen van de islam, is het geloof in alle profeten van God en in de aan hen geopenbaarde Heilige Boeken. Dit betekent dat iemand die niet in het profeetschap van Jezus gelooft, dus ook geen moslim kan zijn. Moslims beschouwen Jezus echter niet als (zoon van) God. Volgens de islam is het onmogelijk dat een mens God kan zijn. Dat gaat in tegen het centrale geloofspunt dat er geen god is dan God.

.

Zeg: “Hij is God, als enige. God de bestendige. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt en nieti is aan Hem gelijkwaardig.” (Koran 112:1-4)
.

Net zoals de christenen, geloven moslims in de maagdelijke verwekking van Jezus. Beiden delen ook het geloof dat Jezus levend in de hemel is en van daar zal weerkeren. Volgens moslims is Jezus echter niet gekruisigd en is hij dus ook geen drie dagen dood geweest. Moslims geloven dat God ervoor gezorgd heeft dat iemand die op Jezus leek gekruisigd werd. Later is Jezus levend ten hemel opgenomen.

.

Zoals uit volgende voorbeelden blijkt, worden Jezus (Arabisch: Isa) en zijn Moeder Maria (Arabisch: Maryam, Mariam, Meriam) in de Koran vele malen eervol vermeld. Een hoofdstuk van de Koran draagt zelfs als titel de naam ‘Maryam’. En sommige moslims aanzien ook Maria als een Profeet.

.

“En toen de engelen zeiden: ‘ O Maria, God heeft jou uitverkoren en jou rein gemaakt en Hij heeft jou uitverkoren boven de vrouwen van de wereldbewoners. O Maria, wees jouw Heer onderdanig en buig je eerbiedig voor Hem neer (in gebed) en buig met de buigenden’ … Toen de engelen zeiden:
.
‘O Maria, God kondigt jou een woord van Hem aan, wiens naam zal zijn de Messias, Jezus zoon van Maria. Hij zal in het tegenwoordige leven en in het hiernamaals in hoog aanzien staan en behoren tot hen die in de nabijheid [van God] zijn. Als kind en als volwassene zal hij tot de mensen spreken en hij zal een van de rechtschapenen zijn’.
.
Zij zei ‘Mijn Heer, hoe zou ik een kind krijgen, terwijl geen mens mij aangeraakt heeft.’ Hij zei: ‘Zo is het. God schept wat Hij wil. Wanneer Hij iets beslist, dan zegt Hij er slechts tegen: “Wees! en het is.” En God zal hem het Boek, de Wijsheid, de Taura (de Wet) en de Bijbel onderwijzen. ‘ (Koran 3:42-48)
.
“En God zal hem als een gezant tot de Israëlieten zenden, om te zeggen: “Ik ben tot jullie gekomen met een teken van jullie Heer: dat ik voor jullie uit klei iets als de vorm van een vogel zal scheppen, er dan in zal blazen en dat het dan met Gods toestemming een vogel zal zijn. Dat ik blindgeborenen en melaatsen zal genezen en doden levend maak, met Gods toestemming…” (Koran 3:49)
.
“… Wij hebben Jezus, de zoon van Maria, de duidelijke bewijzen gegeven en hem gesterkt met de heilige geest. Maar telkens als er een gezant tot jullie komt met iets wat jullie niet zint, zijn jullie dan niet hoogmoedig? Dan betichten jullie sommigen van leugens en anderen doden jullie”(Koran 2:87)
.
“Zeg: ‘Wij geloven in God, in wat naar ons is neer gezonden en in wat naar Abraham, Ismaïl, Isaac, Jacob en de stammen is neer gezonden en in wat aan Mozes en Jezus is gegeven en in wat aan de profeten door hun Heer is gegeven. Wij maken geen verschil tussen één van hen, en wij hebben ons aan Hem overgegeven.'” (Koran 2:136)
.
.
.

Jodendom

Joden erkennen Jezus niet als zoon van God. Ze erkennen ook het Jezus als profeet niet. Volgens hen was Jezus ook geen Messias. Joden wachten nog altijd op de komst van de messias. Sommige Joden menen dat ze door eigen handelingen de komst van de messias kunnen bespoedigen, anderen menen dat dit niet het geval is.

.

.

Christendom

Na het leven van Jezus ontstonden er verschillende strekkingen in het christendom. In het jaar 325 na Christus behaalde de strekking van Paulus het overwicht en werd op het Concilie van Nicea beslist dat Jezus zelf God en Zoon van God was. Het Concilie vestigde meteen ook de doctrine van de Heilige Drievuldigheid. Het christendom vereerde Jezus voortaan tegelijk als God en Zoon van God. Maria wordt vereerd als de Moeder van Jezus, de Moeder van God.

.

.

DE ISLAM IS DE 

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Openbaring les 4: Wat is een nieuwe hemel en nieuwe aarde?

Standaard

Categorie: religie

 

 

ACHTERGROND

 

Gelovigen zijn “allen die Zijn verschijning hebben liefgehad” (2 Tim.4:8). Het is niet logisch dat iemand zou beweren Jezus lief te hebben en daarbij niet zou verlangen naar Zijn terugkeer. Daarom is het eind van het boek Openbaring net zo bemoedigend. Gelovigen zijn, zowel in de tijd van Johannes als vandaag de dag, voorbestemd om voor eeuwig met Hem te leven en de verwachting van die gemeenschap met Hem zou hun grootste vreugde moeten zijn. De Gemeente zal nooit bevredigd zijn totdat ze “zonder smet of rimpel of iets dergelijks, heilig en smetteloos” voor God zal staan (Ef.5:27). Tegelijkertijd staat er een andere realiteit te wachten voor degenen die niet verlost zijn. Hun komende eeuwige toestand is net zo echt als die van de verloste mensen. Om die reden geeft Jezus nog een laatste uitnodiging tot berouw in inkeer voor Hij Zijn openbaring doorheen de apostel Johannes afsluit.

 

 

Openbaring hoofdstuk 21: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De nieuwe hemel en de nieuwe aarde (Openbaring 21:1-8)

 

Bij het openen van het 21ste hoofdstuk zijn alle zondaren uit alle tijden, en satan en zijn demonen, veroordeeld tot de poel van vuur (20:10-15). Nadat God alle goddeloze mensen en engelen verbannen heeft en het huidige universum vernietigd is (20:11), zal God een nieuwe plaats scheppen waar de verlosten en de heilige engelen voor eeuwig kunnen wonen. De openbaring van Christus aan de apostel Johannes is een beschrijving van deze woonplaats. Dat op een dag alles nieuw zal worden gemaakt is om verschillende redenen een bemoedigende boodschap van zekerheid aan de gelovigen, zowel uit de tijd van Johannes als die van vandaag de dag.

Ten eerste zullen gelovigen geroepen worden om met Christus in een glorieuze plaats te wonen. Dit zal een gloednieuwe, nooit eerder geziene weergave zijn van Gods kracht. God schiep de aarde oorspronkelijk als een geschikte woonplaats voor de mensheid. De ingang van de zonde besmette echter de aarde en het universum waardoor God deze uiteindelijk zal vernietigen (20:11). Omdat door dit oordeel de eerste hemel en de eerste aarde heen zullen gaan, moet God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde scheppen. Binnen in deze nieuwe schepping zal er een centrale plaats of hoofdstad zijn.

Deze zal het nieuwe Jeruzalem genoemd worden en zal heel anders zijn dan het Jeruzalem dat Johannes of wijzelf kennen. Het oude Jeruzalem, dat toen Johannes dit visioen kreeg al 25 jaar in puin lag, is ook bevlekt met zonde en maakt daardoor deel uit van de oude schepping. De nieuwe plaats zal een heilige stad zijn voor God, omdat iedereen die er zal wonen heilig zal zijn (20:6). Wanneer God deze nieuwe hemel en nieuwe aarde zal maken zal het nieuwe Jeruzalem uit het heilig universum neerdalen (21:10) en dienen als de eeuwige woonplaats voor alle verlosten. Dat zulk een plaats zal dienen als een huis voor de verlosten, blijkt uit de beschrijving die Johannes geeft over het nieuwe Jeruzalem als zijnde “een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is” (21:2).

Johannes zag een bruid die voor haar man sierlijk is gemaakt, omdat het tijd was voor de voltooiing van alle dingen. Tegen deze tijd zal de Gemeente bewaard zijn in een waar geloof en zij die God vrezen, zich bekeerd hebben van hun zonden en hem in dit leven trouw hebben gevolgd, zullen het voorrecht genieten om voor eeuwig met Hem te mogen leven in het komend leven. Wanneer er een einde zal zijn gekomen aan alle aardse dingen, zal de inleiding van de hemel verwelkomd worden met Gods Gemeente die voor Hem gepresenteerd wordt als een mooie bruid die gereserveerd is voor haar echtgenoot.

In deze nieuwe schepping zal de “de tent (tabernakel) van God” bij de mensen zijn “en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn” (21:3). Dit zal in de verlossingsgeschiedenis een nooit eerder geziene demonstratie zijn van Gods glorieuze aanwezigheid bij Zijn volk. God zal letterlijk Zijn tent opzetten onder het volk. Hij zal niet langer transcendent, op verre afstand van hun wonen. Hier zal de gelovige genieten van volmaakte gemeenschap met God. De onvolmaakte, door zonde gehinderde gemeenschap die gelovigen nu in dit leven hebben met God (1 Joh.1:3) zal dan volkomen, volledig en onbegrensd zijn in de hemel. Daar zullen ze de majesteit van Gods buitengewone bestaan zien en kennen, terwijl ze hun Schepper volmaakt zullen aanbidden.

Gelovigen zouden ook bemoedigd moeten zijn omdat dat de hemel (de nieuwe schepping) dramatisch anders zal zijn dan deze huidige wereld. Dit wordt duidelijk in de omschrijvingen van Johannes. Daar in de hemel zullen de gelovigen ervaren dat God “alle tranen van hun ogen” zal afwissen (21:4). Omdat er “geen verdoemenis” is “voor hen die in Christus Jezus zijn” (Rom.8:1) zal er niets zijn om spijt van te hebben – geen rouw, geen jammerklacht en geen moeite. Hierom zullen zij die bij God wonen niet één traan meer laten in de hemel. De dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn” (21:4). De grootste vloek in het menselijk bestaan zal er niet meer zijn! “De dood is verslonden” beloofde Paulus (1 Kor.15:54).

Zowel satan, die de macht had over de dood (Heb.2:14) als de dood zelf, zullen in de poel van vuur geworpen worden (20:10, 14). Deze volmaakte heiligheid en afwezigheid van zonde die de hemel zullen kenmerken, vertalen zich in een wereld die vrij is van alle pijn, verdriet en gejammer. Al deze veranderingen die de nieuwe hemel en nieuwe aarde zullen kenmerken, geven aan dat “de eerste dingen zijn voorbijgegaan” (21:4). De oude menselijke ervaring die betrekking heeft op de gevallen schepping is voor eeuwig voorbij samen met alle rouw, leed, verdriet, ziekte, pijn en dood die de zondeval kenmerkte. Christus zal in die dagen wonderbaarlijk “alle dingen nieuw” maken (21:5).

 

 

De inwoners van de nieuwe hemel

en de nieuwe aarde (Openbaring 21:6-8; 22-27)

 

De gehele geschiedenis is gegroeid naar dat goddelijk moment waarin alles nieuw wordt gemaakt. Bij haar voltooiing zal alles volbracht zijn. Daarom zei de majestueuze stem van Degene die op de troon in de hemel zit tegen Johannes: “Het is geschied” (21:6). God begon de geschiedenis en Hij zal die voleindigen en alles ervan verloopt volgens Zijn plan. Zij die zullen wonen in de nieuwe hemel en nieuwe aarde worden met twee zinnen hier in hoofdstuk 21 beschreven. Als eerste wordt een inwoner van de hemel omschreven als iemand die “dorst heeft” (21:6). Zij zullen “hongeren en dorsten naar de gerechtigheid” (Matt.5:6).

De belofte aan de oprechte zoeker is dat zijn dorst bevredigd zal worden. God zal “voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens” (21:6). Doorheen de Bijbel symboliseert dit water het eeuwige leven (Joh.4:34-14; 7:37-38; Op.22:17). Zij die dorsten en oprecht zoeken naar verlossing zijn degenen die het zullen ontvangen en de eeuwige hemelse gelukzaligheid zullen genieten.

Ten tweede behoort de hemel ook aan “wie overwint” (21:7). Deze overwinnaars zullen zij zijn die gedurende dit leven trouw hun reddend geloof in de Here Jezus Christus hebben versterkt. Overwinnend en volhard in het geloof zullen deze personen “alles beërven” (21:7). Zij zullen “een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare erfenis, die in de hemelen bewaard wordt” ontvangen (1 Pet.1:4).

Ze zullen in de gelukzaligheid van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde voor altijd genieten van een volmaakte ziel (Heb.12:23) en volmaakt lichaam (20:6; Rom.8:23; 1 Kor.15:34-44; 2 Kor.5:2; Fil.3:21). Maar het meest geweldige voor degene die overwinnen en dorsten naar rechtvaardigheid is Gods belofte: “Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn” (21:7). Ondanks dat de gelovige in dit leven al het voorrecht geniet om geadopteerd te zijn als Gods zoon, zal het pas bij het binnengaan van de hemel de volledige werkelijkheid van deze adoptie ervaren (Joh.1:12; Rom.8:14-17; 2 Kor.6:18; Gal.4:5; Ef.1:5).

Zij die het eeuwig geluk zal ontzegd worden, worden omschreven als “de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars” (21:8). Degenen wiens leven gekenmerkt wordt door zulke dingen geven blijk dat zij niet gered zijn en nooit de hemelse stad zullen betreden. ”Hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (21:8). In contrast met de eeuwige gelukzaligheid van de rechtvaardigen in de hemel zullen de zondaars voor eeuwig gekweld worden in de hel. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde staan enkel gelovigen te wachten, terwijl de uiteindelijke hel al de verrezen ongelovigen te wachten staat. Daarom bepalen de tegenwoordige keuzes van mannen en vrouwen in welke plaats ze voor eeuwig zullen leven.

 

 

De glorie van het nieuwe Jeruzalem (Openbaring 21:22-27)

 

Eenmaal in de nieuwe hemel en aarde zullen de verlosten onmiddellijk met glorieus ontzag staan in de nieuwe stad Jeruzalem. Daarbinnen in de stad zal er “geen tempel” zijn, want “de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam” (21:22). De goddelijke aanwezigheid zal de gehele nieuwe hemel doordringen en nergens begrensd zijn tot één plaats. Daarom zullen gelovigen nooit naar een ander huis moeten gaan om te bidden. Tot in de eeuwigheid zullen gelovigen voortdurend in de aanwezigheid van God zijn. Nooit zal er een moment zijn dat ze niet in de volmaakte heilige aanwezigheid van “de almachtige God en het Lam” leven (21:22). Het leven van de gelovigen zal louter bestaan uit aanbidding van God.

Al deze aanbidding zal in Gods glorie gebeuren. Anders dan deze aarde, die volledig afhankelijk is van de zon en de maan, zal de nieuwe hemel en nieuwe aarde niet afhankelijk zijn van zulk licht. De zon en de maan zullen niet nodig zijn om licht te voorzien, “want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp” (21:23). Onder zulk licht zullen alle gelovigen uit elke taal, stam en natie samengebracht worden – zowel Joden als heidenen (21:24). Al de verlosten zullen verenigd worden als Gods volk waarbij eenieder gelijkwaardig is in de eeuwige hoofdstad.

Zulk een gelijkwaardigheid onder de verlosten zal ook ervaren worden in complete veiligheid. Er zal in de eeuwigheid geen nacht meer zijn en de poorten van Jeruzalem zullen nooit meer gesloten moeten worden (21:25). Het zal een plaats van rust, veiligheid en verfrissing zijn waar Gods volk zal “rusten van hun inspanningen” (14:13). Ook zal alles in de hemel heilig zijn. Er zal in het nieuwe Jeruzalem dus niets onrein zijn en “ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens” (21:27). De enigen die daar zullen verblijven zijn degenen wiens naam in het boek des levens geschreven staan.

 

 

Openbaring hoofdstuk 22: de Alfa en de Omega

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De laatste uitnodiging (Openbaring 22:12-17)

 

De hemel zal slechts een selecte groep mensen huisvesten. Enkel de verlosten zullen dit beërven en voor eeuwig met God regeren. En omdat Christus geduldig is en niet wil dat er niemand verloren gaat (2 Pet.3:9) verlangt Hij ernaar om de ongelovigen hier in de verzen 12-17 nog een laatste oproep tot berouw en inkeer te geven. De volledige canon van de Bijbel eindigt daarom op dit punt met een dringende oproep voor zondaren om tot Jezus Christus te komen en voor het te laat is de vrije gift van eeuwig leven te ontvangen. Want Christus komt spoedig (22:12) en wanneer Hij komt zal het zijn als een dief in de nacht (2Pet. 3:10). Voor de verlosten is dit een grote bemoediging. “De Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde” zal komen met beloningen in Zijn hand “om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (22:12-13).

Iedere gelovige zal door trouw aan Christus eeuwige beloningen ontvangen. De beloningen waar de gelovigen van zullen mogen genieten in de hemel, bestaan uit de mogelijkheden om God te dienen. Dus hoe groter hun trouw is geweest in dit leven, hoe meer mogelijkheden ze zullen krijgen om God in de hemel te dienen (cf. Matt.25:14-30). Wat een vreugdevolle gelegenheid zal dat zijn. De verlosten zullen voor eeuwig gezegend worden en een volledige en voor altijddurende toegang hebben tot God. Wanneer ze door de poorten van het nieuwe Jeruzalem willen gaan, zullen ze dat eender wanneer kunnen doen en wanneer ze van de boom des levens willen nemen zullen ze dat dus kunnen doen wanneer ze maar willen (22:14).

Al deze personen zullen op zulk een wijze gezegend worden, omdat God hun gehoorzaam tot aan het eind heeft bevonden, gewassen en gereinigd door het bloed van Christus (1:5; 5:9; 7:14). Dat zulk een glorieuze toestand staat te wachten op de terugkeer van Christus is de reden waarom de Geest en de bruid (de Gemeente) zeggen, “Kom!” (22:17). Beiden zien ze uit naar de terugkeer van Christus om de verlosten te verzamelen. De Gemeente wordt vermoeid door de strijd tegen zonde en verlangt er, samen met de Geest, naar om Jezus Christus verheerlijkt, verhoogd en geëerd te zien worden. Zoals men kan zien is de hemel erg exclusief en huisvest ze enkel degenen die gereinigd zijn van hun zonden door geloof in Jezus Christus. Daarentegen zullen alle anderen buiten het nieuwe Jeruzalem in de poel van vuur verblijven (20:15; 21:8). Omdat “wat onrein is” niet de mogelijkheid zal hebben om in te komen zullen “alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam” het voorrecht gegeven worden om het nieuwe Jeruzalem toe te treden (21:27).

De personen die buitengesloten zullen worden beschrijft Christus als honden en worden verder omschreven als “de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet” (22:15). Iemand die een van deze zonden liefheeft en herhaaldelijk een van deze zonden doet, koppig eraan vastklampt en Christus’ uitnodiging tot verlossing afslaat, zal in de poel van vuur geworpen worden. Toch laat Christus Zijn schepping niet los. De zin: “Laat hij die het hoort, zeggen: Kom!” nodigt al degenen die de Geest en de bruid horen uit om hen te vergezellen in hun verlangen naar Christus’ terugkeer. Degene die met geloof hoort en vertrouwd is degene die gered zal worden.

Door hun gehoorzaamheid aan het Evangelie zullen zij die zich bekeren samen met de Geest en de bruid, omdat ze verlangen naar Zijn glorie – en hun eigen verlossing van zonden – in een volmaakte heilige omgeving, uitzien naar Christus’ terugkeer. Aan degenen die de oproep van Christus gehoorzamen, dorsten naar vergeving en zich bekeren van hun zonden biedt Christus “voor niets” “het water des levens” aan (22:17). Dit eeuwig leven wordt vrij aangeboden aan al degenen die horen en geloven dat Jezus de prijs voor hun zonden betaalde door Zijn opofferende dood aan het kruis (Rom.3:24).

 

Conclusie

 

Dat Christus spoedig zal terugkeren, is een uiterst zekere waarheid. Ondanks dat “de hemel en de aarde zullen voorbijgaan” zal Gods Woord “beslist niet voorbijgaan” (Luk.21:33). Of de mensen nu wel of niet deze komende realiteit begrijpen en geloven, toch zal ze gaan gebeuren omdat deze woorden “betrouwbaar en waarachtig” zijn (22:6). Voor degenen die Gods geboden bewaren, overwinnen en trouw blijven tot aan het eind ligt er een eeuwige onbeschrijflijke beloning te wachten in de hemel. Anderzijds zullen zij die geen aandacht geven aan Christus’ uitnodiging tot berouw en inkeer buitengesloten worden van het nieuwe Jeruzalem en daardoor dus ook voor eeuwig de aanwezigheid van God missen. Daarom zou iedere gelovige ernaar moeten streven om iedere dag godvruchtig te leven en voortdurend bemoedigd te zijn door Christus’ belofte: “zie, Ik kom spoedig” (22:12).

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wat moest Christus nog doen met betrekking tot de eindtijd?

 

Als de les begint, zullen alle zondaren van alle tijden, als wel satan en zijn demonen, veroordeelt zijn naar de poel van vuur (20:10-15). Na alle goddeloze mensen en engelen verwijderd te hebben en het huidige universum vernietigd (20:11), is alles wat nog gedaan moet worden door God, het maken van een nieuwe plaats voor Zijn kinderen en de heilige engelen om voor eeuwig te wonen. Christus’ openbaring aan de apostel Johannes is een beschrijving van zulk een woonplaats. Deze plaats zal gekend worden als de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

 

 

 Waarom wordt het nieuwe Jeruzalem de heilige stad genoemd?

 

Wanneer God deze nieuwe hemel en de nieuwe aarde maakt, zal een nieuw Jeruzalem in het midden van dat heilige universum neerdalen (21:10) en dienen als een woonplaats voor degene die in alle eeuwigheid verlost zijn. Niet als het oude Jeruzalem van vandaag, die besmet is door zonde als de rest van de wereld, zal die nieuwe Jeruzalem een heilige stad voor God zijn, omdat iedereen die er in leeft heilig zal zijn (20:6). Alles wat schoongewassen is of nieuw gemaakt is, zal toegestaan worden in de nieuwe schepping te blijven. Aangezien niets dat onrein is toegestaan zal worden om binnen te gaan, zal de gehele hemel volmaakt heilig zijn.

 

 

 Wie zal er in de nieuwe hemel en nieuwe aarde mogen wonen?

 

Als God de nieuwe schepping maakt en de huidige schepping tot een einde brengt, zullen alleen degene die trouw op het evangelie gereageerd hebben binnen mogen gaan. Aan het einde van Openbaring verwijst Christus naar deze individuen als degene die dorst hadden en overwonnen hebben. Degene die hun hopeloosheid en verloren toestand apart van Christus realiseren, hongeren naar de rechtvaardigheid die alleen door Hem voorzien wordt, zullen met eeuwig leven gezegend worden. God zal hen vinden met berouw over hun zonden, God vrezende en trouw Hem tijdens dit leven volgende. Omdat ze vol passie verlossing zoeken en bewijzen loyaal aan Gods Zoon te zijn, zullen ze de eeuwige zegen van de hemel ontvangen.

 

 

 Hoe zal de relatie van de gelovige met God in de nieuwe schepping zijn?

 

Het zal een zegen zijn om in de hemel te mogen zijn, omdat gelovigen steeds in de aanwezigheid van God zullen zijn. Er zal geen moment zijn dat ze niet in een volmaakt heilige relatie staan met de “de Heere, de almachtige God, en het Lam” (21:22). De “tent van God” zal “bij de mensen” zijn, “en zij zullen Zijn volk zijn” en Hij zal “hun God zijn” (21:3). God zal letterlijk Zijn tent onder Zijn mensen opzetten; Hij zal niet langer ver weg zijn. Hier zal de gelovige in staat zijn van om volmaakte gemeenschap met God te genieten.

 

 

 Hoe zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde anders zijn van deze huidige aarde?

 

Gelovigen zouden ook bemoedigd moeten zijn door het feit dat de hemel enorm zal verschillen met de huidige wereld. Christus zal in die dagen “alle dingen nieuw” maken (21:5). Hij zal alle tranen afwissen, omdat er niets is waarvoor we bang moeten zijn of spijt van zullen hebben. Alles zal volmaakt gemaakt worden en de wereld zal volledig vrij van zonde zijn. Omdat satan en de dood in de poel van vuur geworpen waren (20:10, 14), zal de wereld vrij van alle pijn, leed en huilen zijn.

 

 

 Wie zal er niet de nieuwe hemel en de nieuwe aarde binnen mogen gaan?

 

Degene die afgewezen worden om van dit heelal van eeuwige blijdschap te genieten, worden hier beschreven als de “lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars” (21:8). Hun levens die zo gekenmerkt werden met zulk een herhaaldelijke zonde, geeft bewijs dat ze niet verlost zijn en nooit de hemelse stad zullen binnengaan. Integendeel, “hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (21:8). In tegenstelling tot de eeuwige zaligheid van de gerechtigheid in de hemel, zullen de goddelozen eeuwige kwelling in de hel te verdragen hebben.

 

 

 Hoe zal aanbidding zijn in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde?

 

Omdat ze in Gods aanwezigheid blijven, zal alle aanbidding ook voortdurend gedaan worden in het stralende licht van Gods heerlijkheid. Niet zoals de huidige aarde, zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde geen nood hebben aan licht van de zon en de maan. Zulk een licht zal niet nodig zijn, omdat de heerlijkheid van God het nieuwe Jeruzalem zal verlichten en zijn lamp zal het Lam zijn (21:23). Onder dat licht zullen alle verlosten verenigd zijn als Gods kinderen, waarbij iedereen volledig gelijk is en van volledige rust en veiligheid kan genieten. Daar zullen zij de grote majesteit van Gods wonderlijk wezen zien en kennen, terwijl zij volmaakt aanbidden en hun Maker dienen.

 

 

 Waarom is de komst van Christus bemoedigend voor de gelovige?

 

Voor degene die ware gelovigen zijn is dit bemoedigend. “De Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde,” komt met een beloning in de hand, gereed om “aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (22:12-13). Iedere gelovige zal eeuwige beloningen gegeven worden, gebaseerd op hun trouw in het dienen van Christus in hun leven. Zulke individuen zullen op deze manier gezegend worden, omdat God hen gehoorzaam achtte tot het einde, schoongewassen door het bloed van Christus (1:5; 5:9; 7:14).

 

 

 Waarom wilden de Geest en de Bruid Christus verlangend uitnodigen om te komen?

 

Dat zo een glorieuze staat wacht op de komst van Christus, is waarom de Geest als de Bruid (welke de kerk is) roepen, “Kom!” (22:17). Beide verwelkomen de gedachte van Christus’ terugkomst om degene te verzamelen die hun vertrouwen op Hem gesteld hebben. De gemeente wordt moe van de strijd tegen de zonde en verlangd, met de Geest, om Christus verhoogt, verheerlijkt en geëerd te zien.

 

 

 Wat biedt Christus aan degene die zich aansluiten bij de

Geest en de Bruid en wachten op Zijn komst?

 

Aan degene die gehoorzaam zijn aan Christus roeping, dorsten naar vergeving en bekeren van hun zonden, biedt Christus het “het water des levens” aan (22:17). Doorheen de hele Schrift symboliseert het water eeuwig leven (Joh.4:14-34; 7:37-38; Op.22:17). Daarom is degene die in geloof hoort en gelooft, degene die verlost zal zijn. Dit eeuwig leven wordt vrij aangeboden aan degene die hoort en gelooft, omdat Jezus de prijst betaald heeft door Zijn offerdood aan het kruis (Rom. 3:24).

 

 

SAMENVATTING

 

Eens zal onze wereld er niet meer zijn, en de sterren die we ’s nachts zien zullen niet langer aan de hemel staan. Ook de maan niet. Vanwege de zonde zal God deze wereld vernietigen, samen met de hemelen. In plaats daarvan zal God nieuwe hemelen en een nieuwe aarde scheppen. God zal een stad scheppen die het nieuwe Jeruzalem zal heten. God is deze stad voor alle gelovigen aan het voorbereiden, om op een dag er in te leven en er van te genieten. Omdat er niet langer zonde zal zijn, zal er geen gevolgen van zonde meer zijn. Op deze nieuwe aarde zal er geen geween meer zijn, noch dood of pijn. We zullen ons niet langer zorgen hoeven maken dat mensen onze dingen willen stelen of onze familie pijn willen doen. God zal de volmaakte leider zijn van Zijn kinderen. En Gods kinderen zullen volmaakte volgelingen zijn. Maar een ieder die niet voor zijn sterven zijn vertrouwen op Christus stelde, zullen niet de nieuwe hemel en de nieuwe aarde binnengaan, noch het nieuwe Jeruzalem. In plaats daarvan zullen ze voor eeuwig in de poel van vuur gedaan worden.

Er zijn gevolgen voor zonde. Er zijn ook beloningen voor gehoorzaamheid en geloof waarvan gelovigen eens zullen genieten. Vanwege de zonde van Adam, heeft de mensheid geleefd met de gevolgen van Adams zonde. De straf voor die zonde is de dood en eeuwige scheiding van God. Degene die zich niet aan God heeft onderworpen en zijn vertrouwen op Christus gesteld heeft, zullen nooit een kans hebben om hun gedachten te veranderen. Zij zullen voor eeuwig in de hel zijn. Terwijl degene die in het werk van Christus vertrouwd hebben en hun leven aan Hem hebben onderworpen, de wonderbaarlijke zegen zullen hebben van eeuwig bij God in de hemel te zijn. Wanneer gelovigen op een dag het nieuwe Jeruzalem zullen binnengaan om eeuwig bij God te zijn, zal Gods volmaakte plan van verlossing volbracht zijn.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Lucas 18: Jezus vertelt parabels

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

Christus

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het verhaal van de oneerlijke rechter

 

1 Jezus wilde de leerlingen uitleggen dat ze altijd moesten bidden en niet moesten opgeven. Hij vertelde hun dat in de vorm van een verhaal. 2 Hij zei: “Er woonde in een stad een rechter. Het was een man die zich van niemand iets aantrok – niet van God en niet van mensen. 3 En er woonde in die stad ook een weduwe. Ze kwam steeds naar hem toe en zei: ‘Spreek recht tussen mij en mijn tegenpartij, zodat ik krijg waar ik recht op heb.’ 4 Eerst wilde hij niet. Maar later zei hij bij zichzelf: ‘Ik trek mij van niemand iets aan. Niet van God en niet van mensen. Maar ik zal toch maar rechtspreken tussen haar en haar tegenpartij. 5 Want ze valt me aldoor lastig. En als ik niets doe, komt ze me straks nog in mijn gezicht slaan.’ ”
.
6 Jezus zei: “Luister naar wat de oneerlijke rechter zegt. 7 Dan zal God die rechtvaardig is er toch zéker voor zorgen dat de mensen die Hij heeft uitgekozen, krijgen waar ze recht op hebben? Want ze roepen dag en nacht tot Hem. Zal Hij hen laten wachten? 8 Nee, Ik zeg jullie dat Hij hen heel snel zal komen helpen. Maar als de Mensenzoon op aarde terugkomt, zal Hij dan dat geloof vinden op aarde?”

 

 

Het verhaal van de Farizeeër en de belasting-ontvanger

 

9 Jezus had gemerkt dat sommige mensen zichzelf heel godsdienstig vonden en op andere mensen neerkeken. Daarom vertelde Hij hun nog een verhaal. 10 Hij zei: “Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden. De één was een Farizeeër, de ander een belasting-ontvanger. 11 De Farizeeër ging breeduit staan en bad bij zichzelf: ‘God, ik dank U dat ik niet zo ben als de andere mensen. Want zij zijn hebzuchtig, oneerlijk en ontrouw, en ik niet. Dank U ook dat ik niet ben zoals die belasting-ontvanger daar. 12 Twee dagen per week sla ik het eten over. En ik geef U een tiende deel van alles wat ik heb.’ 13 Maar de belasting-ontvanger bleef op een afstand van de tempel staan en wilde zelfs niet naar de hemel opkijken. Hij wrong zijn handen van spijt en zei: ‘God, vergeef mij alstublieft de slechte dingen die ik heb gedaan!’ 14 Ik zeg jullie: deze belasting-ontvanger had van God vergeving gekregen toen hij weer naar huis ging. Maar de Farizeeër niet. Want als iemand zichzelf heel belangrijk vindt, zal hij worden vernederd. Maar als iemand heel bescheiden over zichzelf denkt, zal hij worden geëerd.”

 

 

 

 

 

Jezus zegent de kinderen

 

15 De mensen brachten ook hun kleine kinderen naar Jezus toe. Ze wilden dat Hij hun de handen op zou leggen. Toen de leerlingen dat zagen, stuurden ze hen weg. 16 Maar Jezus riep de kinderen naar Zich toe en zei: “Laat de kinderen naar Mij toe komen en houd ze niet tegen. Want het Koninkrijk van God is voor mensen die zijn zoals zij. 17 Luister goed! Ik zeg jullie: als je het Koninkrijk van God niet aanneemt zoals een kind dat doet, kun je het niet binnen gaan.”

 

 

De rijke man

 

18 Een rijk, belangrijk man vroeg aan Jezus: “Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te krijgen?” 19 Jezus zei tegen hem: “Waarom noem je Mij ‘goed’? Er is er maar Eén die goed is, en dat is God. 20 Je kent de leefregels van de wet van Mozes: ‘Wees trouw aan je vrouw, dood niemand, steel niet, vertel geen leugens over anderen, heb respect voor je vader en moeder en zorg voor hen.’ ” 21 De man zei tegen Hem: “Daar heb ik me mijn hele leven aan gehouden.” 22 Toen Jezus dat hoorde, zei Hij: “Je moet nog één ding doen: verkoop alles wat je hebt en geef het geld aan de arme mensen. Dan zul je een schat in de hemel hebben. Kom daarna hier en volg Mij.” 23 Toen de man dat hoorde, werd hij erg verdrietig. Want hij was heel erg rijk. 24 Jezus zag dat de man verdrietig was geworden. En Hij zei: “Wat is het voor rijke mensen toch moeilijk om het Koninkrijk van God binnen te gaan. 25 Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te kruipen, dan voor een rijk mens om het Koninkrijk van God binnen te gaan.” 26 De mensen die dit hoorden, zeiden tegen Hem: “Maar wie kan dán gered worden?” 27 Hij zei tegen hen: “Wat voor mensen niet mogelijk is, is voor God wél mogelijk.”

 

 

 

 

 

Wat is de beloning voor het volgen van Jezus?

 

28 Toen zei Petrus: “Heer, wij hebben alles achtergelaten wat we hadden en zijn U gevolgd.” 29 Jezus zei tegen hen: “Luister goed! Ik zeg jullie: als je je huis of vrouw of broers of ouders of kinderen verlaat voor het Koninkrijk van God, 30 zul je er heel veel andere voor terug krijgen in deze wereld. En in de wereld die nog komt krijg je het eeuwige leven.”

 

 

Jezus vertelt over zijn dood

 

31 Jezus nam de twaalf leerlingen apart en zei tegen hen: “Luister, we zijn op weg naar Jeruzalem. Alles wat de profeten hebben opgeschreven, zal met de Mensenzoon gaan gebeuren. 32 Want Hij zal gevangen worden genomen en aan de Romeinen worden uitgeleverd. Ze zullen Hem belachelijk maken en bespugen en uitlachen. 33 Ze zullen Hem zweepslagen geven en doden. Maar op de derde dag zal Hij uit de dood opstaan.” 34 Maar ze begrepen er niets van. Het waren onbegrijpelijke woorden voor hen. Ze hadden geen idee wat Hij bedoelde.

 

 

Jezus geneest een blinde man bij Jericho

 

35 Toen ze in de buurt van Jericho kwamen, zat er een blinde man langs de kant van de weg te bedelen. 36 Toen hij hoorde dat er een grote groep mensen voorbij kwam, vroeg hij wat er aan de hand was. 37 De mensen vertelden hem dat Jezus van Nazaret voorbij kwam. 38 Toen riep hij: “Jezus, Zoon van David , help mij alstublieft!” 39 De mensen die voorbij liepen, zeiden dat hij zijn mond moest houden. Toen schreeuwde hij nog harder: “Zoon van David, help mij alstublieft!” 40 Jezus stond stil en liet hem bij Zich brengen. Hij vroeg hem: 41 “Wat wil je dat Ik voor je doe?” Hij antwoordde: “Heer, ik wil zo graag kunnen zien!” 42 Jezus zei tegen hem: “Ik wil dat je kan zien! Je geloof heeft je gered.” 43 Onmiddellijk kon de man zien. Hij volgde Jezus en prees God. En alle mensen die het zagen, prezen God.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Jezus weende ; Johannes 11:34

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

Jezus weende (Johannes 11:34)

.

.

.

jezus-weende

 

.

Slechts twee woorden, maar wel heel bijzondere, omdat ze zijn uitgesproken door onze Heiland. Jezus Christus weende. God Zelf, de Schepper van hemel en aarde, de Almachtige en Allerhoogste weende. Het zal moeilijk zijn een tekst te vinden in Gods Woord waarin onze Heiland zo herkenbaar en ‘dichtbij’ komt als bij het graf van Lazarus. Juist door deze emotie van het huilen is Hij als mens voor ons zo herkenbaar.

Er kunnen verschillende redenen zijn geweest waarom Hij dat deed. Was het omdat Hij zo weinig geloof aantrof bij Maria, Martha en de Joden? Er staat immers ‘Hij werd verbolgen in de geest’. Óf had Hij verdriet omdat Zijn vriend Lazarus gestorven was? Kwam het doordat Hij bepaald werd bij het contrast tussen hoe het bij de schepping oorspronkelijk bedoeld was en wat de mensen er van gemaakt hadden met de verwoestende uitwerking van de dood als climax?

Óf was het omdat Maria en Martha zo verdrietig waren? Misschien waren het tranen, omdat Hij wist dat God de Vader binnenkort zou lijden als Hij, de Zoon, aan het kruis genageld zou worden. Of was hij bedroefd om het ongeloof van de mens in Hem terwijl Hij in hun midden stond? Was Zijn hart daarom diep ontroerd? De liefde zoekt zichzelf immers niet. Misschien was het een combinatie van bovenstaande gedachten.

Hoe dan ook, Jezus weende. We kunnen hier uit leren, dat het hebben van verdriet een bijbels gegeven is. God heeft geen robotten geschapen, maar mensen van vlees en bloed met vele gevoelens. Verdriet en tranen horen er bij in periodes van lijden, daar hoeven we ons niet voor te schamen. Het woord dat gebruikt is voor ‘weende’, betekent zachtjes wenen. Waarschijnlijk huilde de Here Jezus zachtjes, terwijl de tranen over Zijn wangen stroomden.

De Heer weende op aarde met de wenenden. Het vers spreekt van Zijn grote bewogenheid en medeleven met Zijn kinderen die lijden, maar Hij was er ook om te troosten: ‘Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven’, Joh. 11:25. Hij leed mee met Maria en Martha en Hij troostte hen.

De reacties van de omstanders op het huilen van de Heer waren heel uiteenlopend. Er werd gezegd ‘zie hoe lief Hij hem had’, anderen spotten met Hem, Joh.11:36/7. Er is niet veel veranderd in al die jaren. Nog steeds reageren mensen over het algemeen op 2 manieren als ze met Christus geconfronteerd worden, óf ze worden in hun hart geraakt door Zijn liefde óf men bespot Hem.

In Hebreen 4:15 staat ‘Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan meevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze als wij is verzocht geweest, doch zonder te zondigen’. Dat gaat over dezelfde Heiland, die nu als Mens in de hemel is en ons kan en wil troosten in ons lijden zoals niemand dat kan. Hij kan in het lijden a.h.w. meehuilen, want Hij begrijpt ons verdriet ten volle, omdat Hij Zelf als Mens geleden heeft.

Hij wil onze pijn verzachten door Zijn Heilige Geest en Hij troost ons ook vandaag nog met de woorden: Ik ben de opstanding en het leven. Lazarus werd opgewekt uit de dood, zó zullen ook onze gestorven geliefden eens lichamelijk worden opgewekt. Wat zal dat een heerlijk moment zijn, als we allen, gestorven en nog levende gelovigen, voor altijd bij de Heer zullen zijn, Hem zullen zien zoals Hij is, zelfs Hem gelijk zullen zijn in Zijn opstandingslichaam en Hem op een volmaakte wijze zullen eren.

 

.

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA