Tagarchief: satan

Boodschap 297 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodchappen uit de kosmos

.

.

afbeelding 15

Pasteltekening van John Astria

.

.

JEZUS CHRISTUS IS ALMACHTIG

.

EN WEET ALLES OVER HET

.

VERLEDEN, HEDEN EN TOEKOMST

.

VAN EEN ZIEL

.

.

SATAN IS MACHTIG

.

EN WEET ALLEEN HET VERLEDEN, HEDEN EN

.

TOEKOMST VAN ZIJN EIGEN ZIEL

.

.

JESUS CHRIST IS ALMIGHTY AND KNOWS EVERYTHING

.

ABOUT THE PAST, PRESENT, AND FUTURE OF A SOUL.

.

SATAN IS POWERFUL AND ONLY KNOWS

.

THE PAST, PRESENT, AND FUTURE OF HIS OWN SOUL

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

 

Is het God die ons in verzoeking leidt?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De verzoeking van Jezus door de duivel

De verzoeking van Jezus door de duivel

 

Het Griekse woord voor ‘verzoeking’ is peirasmos, verwant aan het werkwoord peirazo. In de allereerste plaats heeft het woord peirazo de betekenis hebben van ‘op de proef stellen’. We moeten leren God te gehoorzamen en niet onze eigen wil te doen, maar we moeten dat dan ook waarmaken op momenten en in situaties die in die zin ter zake doen. Dat zijn als het ware de proefwerken van onze opleiding.

Wanneer wij aan zo’n beproeving worden blootgesteld vraagt God ons in feite te laten zien waar onze prioriteiten liggen: bij Hem of bij onszelf. Dit kan met een voorbeeld aangetoond worden door een citaat uit de toespraak van Mozes in Deuteronomium 8:14-16:

 

U mag straks in het beloofde land de heer, uw God, niet vergeten. Was Hij het niet die u veilig door die grote, verschrikkelijke woestijn leidde om u op de proef te stellen, zodat hij u later zou kunnen zegenen?

 

Zo wordt ook de gelovige van het Nieuwe Verbond op de proef gesteld, want geloof moet blijken. Maar waarom leert Jezus ons dan bidden ‘breng ons alstublieft niet in zo’n situatie van beproeving’? Het enige antwoord daar op is dat wij daarmee erkennen dat de kans groot is dat wij die beproeving niet zullen doorstaan, hoewel dat eigenlijk wel zou moeten. Dus ja, het is God die ons aan die beproeving onderwerpt, maar het is niet Hij die er de oorzaak van is dat wij vervolgens falen en zondigen. Die oorzaak zijn wij echt zelf!

De apostel Paulus vermaant de gelovigen te Korinte:

 

U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u met de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan (1 Korintiërs 10:12-13).

 

Als we toch falen ligt dat dus helemaal aan onszelf. Ook Jezus zelf is zo op de proef gesteld; onmiddellijk na zijn doop, in de woestijn, maar ook voortdurend gedurende zijn leven. Hij verwijst daarnaar wanneer Hij in de bovenzaal tegen zijn discipelen zegt:

 

‘Jullie zijn in al mijn beproevingen steeds bij mij gebleven’ (Lucas 22:28).

 

Op grond daarvan belooft Hij hen overigens een plaats in zijn komende Koninkrijk (vs 29). Maar tegelijkertijd moet Hij Petrus waarschuwen:

 

Simon, Simon, weet dat Satan jullie voor zich heeft opgeëist om jullie als graan te mogen zeven. Maar ik heb voor je gebeden opdat je geloof niet zou bezwijken. En als jij eenmaal tot inkeer bent gekomen, moet jij je broeders sterken (vs 31-32).

 

Uiteindelijk leidt er geen weg om beproeving heen. Jezus zelf is, in Getsemane, zo op de proef gesteld, en dat geldt ook voor wie Hem willen volgen. Maar we moeten ons er wel van bewust zijn dat we dat niet zomaar even doen. Petrus reageerde in de bovenzaal met de verzekering dat, zelfs al mochten alle anderen falen, hem dat niet zou overkomen (Matteüs 26:33), en die zelfverzekerdheid kreeg nog diezelfde nacht een harde les te leren. En zo liggen de kaarten ook voor een ieder van ons. Later zou diezelfde Petrus schrijven:

 

Verheug u over de erfenis die u beloofd is ook al moet u nu allerlei beproevingen verduren. Zo kan de echtheid blijken van uw geloof – zoveel kostbaarder dan vergankelijk goud, dat toch ook in het vuur wordt getoetst (1 Petrus 1:6-7).

 

Want daar tegenover staat de zekerheid dat :

 

De Heer vromen uit de beproeving redt en onrechtvaardigen gevangen houdt tot de dag van het oordeel, om hen dan te straffen (2 Petrus 2:9).

 

En het is Jezus zelf, die deze taak namens God uitvoert:

 

Omdat u trouw bent gebleven aan mijn gebod om stand te houden, zal ik u ook trouw zijn wanneer binnenkort de tijd van de beproeving aanbreekt, als heel de aarde en de mensen die er leven op de proef worden gesteld (Openbaring 3:10).

 

Er zal een tijd van beproeving zijn, maar wanneer wij trouw blijven, zullen we geholpen worden die te doorstaan. Maar we doen er goed aan ons te realiseren dat we dat uit onszelf niet zouden redden.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

Zuster Faustina’s visie van de toekomst 

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

Zuster Faustina’s visie van de toekomst

 

 

Zuster Faustina Kowalska van de Goddelijke Barmhartigheid was door Jezus verteld dat het volgende zou gebeuren in de toekomst:

 

Vooraleer Ik kom als de Rechtvaardige Rechter zal Ik eerst komen als Koning van Barmhartigheid. Vooraleer de dag van Gerechtigheid aanbreekt zal aan het volk een teken aan de hemel van dit soort gegeven worden. Alle lichten aan de hemel zullen uitgeblust zijn en er zal een grote duisternis over de hele aarde zijn.

Dan zal het teken van het kruis aan de hemel gezien worden. En van de openingen waar de handen en voeten van de Redder waren genageld zullen grote lichten voortkomen die zullen lichten op de aarde voor een periode van tijd. Dit zal plaatsvinden kort voordat de laatste dag aanbreekt.

 

 

Jezus vertelde Zr Faustina op een andere keer :

 

Je zal de wereld voorbereiden op Mijn Tweede Komst. Het visioen dat Zr Faustina had kan refereren naar de komende Verlichting die de Grote Kastijding voorhad (de dag van Gerechtigheid). Zr Lucia van Fatima had een gelijkaardig visioen in juni 1929. 4 maanden vooraleer de aandelenmarkt ineenstortte in oktober 1929. Jezus vertelde Zr Faustina dat een vonk zou komen die de wereld zou voorbereiden op Zijn Tweede Komst.

Dat was Paus Johannes Paulus II, de tweede Elia. Paus Johannes Paulus II gaf de wereld de boodschap van de Goddelijke Barmhartigheid, die Jezus aan de wereld brengt als de Koning van Barmhartigheid. Het einde van het tijdperk begon in 2005, die de dood van de tweede Elia – Paus Johannes Paulus II – aankondigde zegt ons dat de dag van gerechtigheid nabij is.

 

 

 

14-11-2014, 18:39 Geschreven door Claudia

 

Het Vagevuur

 

 

De zieneres van Gods Barmhartigheid, Zuster Faustina onthult :

 

Ik zag mijn beschermengel. Hij zei me hem te volgen. In een ogenblik bevond ik mij in een bewolkte plaats, vol vuur. Er was een menigte van lijdende zielen. Ze waren fervent aan het bidden maar zonder effect voor zichzelf. Wij alleen kunnen hen helpen. De vlammen die hen verbrandden raakten me niet. Mijn beschermengel liet me geen ogenblik in de steek. Ik vroeg aan deze zielen: wat is jullie grootste kwelling?

Eenparig antwoordden ze: we verlangen naar God! Ik zag de Moeder van God deze zielen bezoeken. Ze noemen haar ‘Sterre der Zee’. Zij brengt hen verlichting. Ik verlangde meer met hen te praten maar mijn beschermengel deed teken om deze gevangenis van lijden te verlaten. Toen hoorde ik een innerlijke stem die zei: Mijn barmhartigheid verlangt dit niet maar gerechtigheid wel.

 

14-11-2014, 18:16 Geschreven door Claudia

 

De Hel

 

De legende vertelt dat wetenschappers in Sibeire een gat boorden van 14,5 km diep voor ze een hol complex aantroffen. Geïntrigeerd door deze onverwachte ontdekking lieten ze een extreem hitte-tolerante microfoon naar beneden samen met andere sensoren in de holte. De temperatuur was een 1100 graden celsius hitte van een vuurput waarvan het geschreeuw van de vervloekten gehoord kon worden. Wat volgt is een radioprogramma van de Amerikaanse presentator Art Bell over de Siberische Geluiden van de Hel.

 

 

De realiteit van de hel  genomen uit het dagboek van Zuster Faustina nr 741 :

 

Ik, Zuster Faustina, heb de Hel bezocht op bevel van God, zodat Ik de zielen erover kon vertellen en getuigen van zijn bestaan. Vandaag werd ik geleid door een Engel naar de afgrond van de Hel. Het is een plaats van veel marteling, hoe groot en uitgebreid is de Hel! Daar waren de grote martelingen die ik zag.

  • De eerste marteling bestaat erin dat men God verliest.
  • De tweede marteling is de eeuwige wroeging van het geweten.
  • De derde is de realisatie dat zijn conditie nooit zal veranderen, het is voor eeuwig.
  • De vierde is het vuur dat de ziel binnendringt zonder de ziel te vernietigen. Een verschrikkelijk lijden omdat het puur spiritueel vuur is, aangestoken door Gods Woede.
  • De vijfde marteling is de voortdurende duisternis en een verschrikkelijke verstikkende stank, en ondanks de duisternis zien de duivels en de zielen van de vervloekten elkaar en al het kwaad van anderen en dat van hen.
  • De zesde marteling is de constante aanwezigheid van Satan.
  • De zevende marteling is de verschrikkelijke wanhoop, haat van God, vloeken en godslasteringen, maar dat is niet het einde van het lijden. Er is speciaal lijden voor bepaalde zielen. Dit zijn de kwellingen van de zintuigen. Elke ziel ondergaat verschrikkelijk en onbeschrijflijk lijden dat afhangt van de manier waarop de ziel heeft gezondigd. Er zijn holten en putten van marteling waar de ene vorm van foltering verschilt van de andere.

 

Ik zou gestorven zijn van de aanblik van deze folteringen als Gods Almacht me niet had ondersteund. Laat de zondaar weten dat hij voor eeuwig gemarteld zal worden in de zintuigen die hij gebruikt heeft om te zondigen. Ik schrijf dit op, op bevel van God, zodat geen ziel een excuus kan vinden door te zeggen dat er geen hel is of dat er niemand geweest is, en dat niemand kan zeggen hoe het er is.

Maar ik stelde een ding vast: dat de meeste zielen die in de hel zijn niet geloven in het bestaan van de hel. Hoe verschrikkelijk lijden de zielen daar. Wanneer ik bij bewustzijn kwam kon ik bijna niet bewegen van angst. Daarom bid ik nog ferventer voor de bekering van zondaars. Ik smeek ononderbroken om Gods barmhartigheid over hen.

O mijn Jezus, ik zou liever in doodsstrijd zijn tot het einde van de wereld te midden het grootste lijden, dan U te beledigen met de kleinste zonde!

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Astrologie en de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Astrologie en de Bijbel

 

 

600_woordenboek_7_1

 

 

 

Astronomie of sterrenkunde is een wetenschap, die zich bezighoudt met het bestuderen van de hemellichamen. Daarbij kunnen exacte voorzeggingen van zonsverduisteringen, enz. gedaan worden.

 

Astrologie of sterrenwichelarij heeft niets met wetenschap te doen, maar is een bijgeloof. Met gaat er vanuit dat er een verband bestaat tussen de stand en de bewegingen van de sterren (of alg. hemellichamen) en het lot van de wereld en van de mens individueel.

 

Verschillende meningen van astrologen:

-de sterren beïnvloeden het mensenleven niet, er is slechts een parallel;
-er valt geen toekomst uit te voorspellen, alleen karakterbeschrijving;
-er is wel toekomstvoorspelling mogelijk.

 

 

 

Oorsprong en geschiedenis

 

De astrologie stamt uit het Midden-Oosten, uit het gebied van Babylon en heeft zich van daaruit na de tijd van Alexander de Grote naar het westen verspreid. In Egypte had ze al veel eerder vaste voet gekregen. Volgens ver-schillende egyptologen kan de plaatsing van de piramiden in verband gebracht worden met de stand van de sterren.

Tot de 18 e eeuw was er geen scheiding tussen astronomie en astrologie. Men berekende nauwkeurig zonsverduisteringen e.d. Daarnaast hield men zich bezig met voorspellingen van de toekomst. Men legde een verband tussen de planeten en de afgoden, denk maar aan de namen die men aan diverse planeten gaf.

Keizers en de gewone man gingen bij beslissingen af op ‘een gunstig gesternte’. In de Middeleeuwen kreeg de astrologie veel ingang in islamitische landen. In de 13 e,14 e eeuw was er ingang in christelijke landen met een bloeiperiode in de 15 e en 16 e eeuw. v De leer van Copernicus deed de invloed afnemen. In onze tijd neemt de invloed weer toe.

 

 

 

Grondbeginselen

 

Men gelooft niet in een transcendente God die boven de schepping staat. Astrologen geloven dat God met de schepping verbonden is. Er vindt een vergoddelijking van het heelal plaats. Men huldigt het parallelliteitsbeginsel wat een parallel trekt tussen het hemelgebeuren en het leven op aarde.

Of men huldigt het synchroniteitsbeginsel dat een overeenkomst zoekt tussen de micro- en macro kosmos. De mens is een micro-afspiegeling van het universum. Vervolgens beschouwt men oog, hand, voet als een micro-afspiegeling van het hele lichaam.. Men onderscheid wereld-astrologie, geboorte-astrologie en hecht waarde aan iriscopie, handleeskunde en dergelijke.

 

 

 

Horoscoop

 

De dierenriem of zodiak bevat 12 sterrenbeelden welke aangeven hoe de persoon is die onder dat gesternte is geboren. De indeling van de dierenriem is vast en onveranderlijk. Men acht het gesternte ook van belang voor de situatie van de mensheid als geheel.

Aanhangers van de New Age stellen dat we geleefd hebben in het tijdperk van de ‘vissen’ en dat we overgaan in het tijdperk van de ‘Waterman’. Dit heeft te maken met het zogenaamde Lentepunt wat bepaald wordt door de stand van de zon op 21 maart. Het doorlopen van een teken duurt 21411/2 jaar.

De zonnebaan heeft men ook in twaalf gedeelten verdeeld en die delen worden huizen genoemd. Dit is geen vas-te indeling. Het eerste huis heette horoscoop. Dat gedeelte zag het uur. De 12 huizen heetten: Leven, rijkdom, broeders, ouders, kinderen, gezondheid, vrouw, dood, godsdienst, koninkrijk, weldaden en gevangenis.

 

a) Uitgangspunt is het het teken waarin de zon stond op de dag van de geboorte, het zonneteken.

b) Tweede belangrijke zaak is het dierenriemteken dat op het punt staat boven de horizon te rijzen, op het moment en de plaats van geboorte, men noemt dat de ascendant.

c) Lokalisering van de maan en de vijf dichtstbijzijnde planeten. Elk heeft zijn karakter, maar wordt verder bepaald door het huis waarin ze zich bevinden.

d) Ook houdt men rekening met de onderlinge posities van de planeten uitgedrukt in de hoek die ze samen ten opzichte van de de aarde maken, de aspekten.

Op zichzelf is er wel verband tussen de hemellichamen en het leven op aarde, denk aan eb en vloed, invloed van zonnevlekken en dergelijke. Maar dat is heel wat anders. Dat is mathematisch en wetenschappelijk na te gaan. Het heeft niets met de theorieën van de astrologie te maken.

 

 

sterrenbeelden

 

 

 

Wetenschappelijke weerlegging

 

Er zijn diverse argumenten aan te dragen die de astrologie naar het rijk van de fabels verwijzen, zoals :

a. het is onwaarschijnlijk dat een toevallige constellatie van hemellichamen van invloed zou zijn op het reilen en zeilen van de mens individueel en van de mensheid als totaal.

b. het leven van twee personen geboren onder hetzelfde gesternte verloopt niet gelijk. In de wetenschap geldt dat een zaak pas vaststaat als je ze onder dezelfde omstandigheden moet kunnen ‘nadoen’.

c. de stand van planeet Venus acht men van invloed op het huwelijksleven en dat puur omdat mensen deze planeet de godin van de liefde hebben gewijd.

d. de stand van de planeten ten opzichte van de dierenriem verandert. Het lentepunt verplaatst zich van Ram, via Vissen naar Waterman. Er is dus in de loop van de tijden geen vastigheid.

e. er zijn in latere tijden drie planeten bij ontdekt, die vroeger dus geen rol speelden en nu ook vaak nog niet. Pure willekeur dus.

f. men gaat uit van een geocentrisch wereldbeeld waarbij de aarde als het middelpunt van het heelal werd gezien waarom alles draaide (zon , maan en sterren) terwijl we dat allang hebben losgelaten. Wetenschappelijk gezien is de aarde slechts een van de planeten.

g. men heeft het gesternte puur subjectief geprojecteerd tegen de denkbeeldige hemelkoepel terwijl de sterren waaruit zo’n beeld ‘bestaat’ totaal geen eenheid vormen.

 

 

 

De Bijbel

 

Belangrijk voor ons als christenen is wat de Bijbel over de schepping en dus ook over de sterrenhemel zegt. Wat dat laatste betreft kunnen we stellen dat de Schrift heel wat over de sterren zegt, maar dan in heel andere zin dan de astrologie dat doet.

Astrologie houdt de vergoddelijking van het heelal in, maar volgens de Bijbel is de schepping het werk van God en dat tot zijn eer ( Zie Js.43: 7 en  Op 4: 11).

a. Zon, maan en sterren als scheppingen verkondigen Gods eer:  Ps. 8: 4,5 / Ps.19: 1,5/ Ps.33: 6/ Ps.148: 3 /Ps.150: 1. De sterren worden als vergelijkingsmateriaal gebruikt: Gn 15: 5 / Dt. 28: 62. Nooit wordt de sterrenhemel als een soort profetisch materiaal voorgesteld.

 

b. God gebruikt zon, maan en sterren maar dan als beelden (zie Gn 37: 9 / Op 12: 1). Christus wordt aangekondigd als de Morgenster (Nm 24: 17) en de Zon van de Gerechtigheid. Hij wordt aangewezen door een ster (Mt 2: 2). Engelen worden als sterren voorgesteld (Jb 38: 7 / Ri 5: 20 / Op 9: 1). Er wordt gesproken over het heir des hemels (Js 34: 4 / Js 40: 26; zie ook Op 1: 16.

 

c. De Bijbel spreekt over sterrenbeelden zoals men die kende en benoemd had, bijvoorbeeld: Pleiaden (Zevengesternte) en Orion (Am 5: 8); De Beer; de Orion, de Pleiaden; de kamers van het Zuiden (Jb 9: 9); De Pleiaden; Orion; tekens v.d. Dierenriem, de Beer o.a. in Jb 38: 31,32 vgl. Js 13: 10 voor de uitdrukking ‘sterrenbeelden’.

 

d. De Schrift sluit daarbij aan bij het bekende spraakgebruik en gebruikt slechts de benamingen, maar meer ook niet.  God gebruikt de opvatting van de wijzen uit het Oosten (Mt 2: 10) om zijn Zoon te doen huldigen, (vgl. Ps. 72: 10,11). Een opvatting die mogelijk nog verband houdt met de profetie van Bileam (Nm 24: 17).

 

e. De Schrift waarschuwt tegen afgoderij met het heir des hemels (Dt 4: 15-19) en veroordeelt deze afgoderij : Am 5: 26 / Hd 7: 43 / 2 Kn 17: 16 / Jr 7: 16-20 / Zf 1: 5 /Ez. 8: 16.

 

f.De Bijbel waarschuwt voor sterrenwichelarij ( Jr 10: 2), veroordeelt die (Jb 31: 26-28 / Js 47) evenals de waarzeggerij ( Lv 19: 32,26; 20: 6; Dt 18: 10-13; Js 44: 25)

 

 

heilige-schrift-0a0b29fe-3cf7-4528-8208-9c33823f3cb3

 

 

Gevaren van het raadplegen van een horoscoop

 

Het trekken van een horoscoop is dus baarlijke nonsens, maar het raadplegen ervan is beslist geen onschuldige zaak. Er zijn gevaren aan verbonden, zoals:

a. het gevaar van zelfvervulling van de horoscoop. Als de horoscoop inhoudt dat men zich op een bepaalde tijd niet goed zal gaan voelen dan gaat men zich dat ook inbeelden. Men gaat minder eten, wordt slapeloos en dergelijke. Het kan dus kwalijke lichamelijke en geestelijke gevolgen hebben.

b. in plaats van zijn vertrouwen op God te stellen doet men dat op de leugen van de sterrenwichelarij . Zo zet men een deur open voor satan.

c. het kan leiden tot het komen in een occulte sfeer en daardoor kan men occult belast worden en onder invloed komen van satan.

 

 

Onze toekomst

 

Niet de sterrenwichelarij, niet de een of andere horoscoop bepaalt onze toekomst maar God doet dat. Bedenk wat er staat in Js 46: 9, 10 : ‘ Ik immers ben God, en er is geen ander God, en niemand is Mij gelijk: Ik die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is’. Laten we ons aan die God toevertrouwen voor dit leven en voor de eeuwigheid.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

 

 

Openbaring les 2: Johannes ziet het waardige lam

Standaard

Categorie: religie

 

 

Achtergrond

 

Na trouw alles te hebben opgeschreven wat Christus bekend wilde maken aan de zeven gemeenten (Op.1:1, 19), ontving de apostel Johannes onmiddellijk daarna een ander visioen van God (Op.4:1). Alsof het eerste visioen waarin hij de verheerlijkte Christus mocht zien nog niet voldoende was, krijgt Johannes nu het niet met woorden te vatten voorrecht om de hemel te bezoeken. Dit bezoek kenmerkt een overgang in het boek Openbaring, gaande van de Gemeente op aarde naar “wat hierna zal geschieden” (1:19). God staat op punt om satan, demonen en zondaars te oordelen en Zijn schepping terug tot Zichzelf te nemen. Wachtend op die dag kunnen de levende wezens en de 24 oudsten rondom de troon enkel in eerbied aanbidden en zich verwonderen naarmate God de Schepper alles voorbereid voor deze glorieuze dag.

Terwijl Johannes getuige mag zijn van deze schitterende aanbidding, komt er een figuur in het beeld dat de apostel Johannes maar al te goed kent. In hoofdstuk 5 van Openbaring gaat de aanbidding van de Schepper nu naar de Verlosser. Weer opnieuw is Johannes hier getuige van de Here Jezus Christus. Christus, die hier wordt gezien als het waardige Lam van God, is de rechtmatige Heerser van de aarde. Enkel Hij heeft het recht, de macht en het gezag om over de gehele aarde te heersen. Hoewel al degenen die Hem liefhebben wachten op Zijn heerschappij, zal iedereen ook wachten wanneer de gehele schepping het lam dat alle lof waardig is zal aanbidden.

 

 

Openbaring hoofdstuk 4 ; de troonsheerlijkheid van God

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het werk van het Lam (Openbaring 5:1-6)

 

Nadat Johannes de glorieuze troon van God en de onverwoordbare majesteit van Degene die op de troon zit zag (Op.4), kijkt hij naar wat overblijft in Gods hand. Daar op Zijn troon gezeten houdt God in Zijn rechterhand iets wat Johannes omschrijft als “een boekrol, van binnen en van buiten beschreven, verzegeld met zeven zegels” (5:1). Deze boekrol die Johannes zag in Gods hand is de eigendomsakte van de gehele aarde. Voor de grondlegging van de wereld had God Iemand gekozen die de gehele aarde zou beërven. In deze boekrol was iedere detail hoe deze Gekozene Zijn rechtmatig eigendom terug zou verwerven. Hij zou dit doen door de oordelen van God die uitgegoten gingen worden over de aarde.

Het geeft ons weer hoe de Gekozene de wereld zal verlossen van de satan en de mensen en demonen die met hem hebben samengewerkt. Nu dat God alles op aarde bereid heeft om haar oordeel te geven, is alles wat er overblijft voor de Gekozenen om te onthullen. Brandend van verlangen om dit allemaal te weten te komen ziet Johannes nog iemand anders die evenzeer op zoek is naar de Gekozene die de boekrol zal openen. Johannes schrijft dat hij “een sterke engel” zag, “die met luide stem uitriep: Wie is het waard de boekrol te openen en zijn zegels te verbreken?” (5:2). De engel was op zoek naar Iemand die zowel de boekrol kon openen als haar zegels kon verbreken. Enkel iemand die waardig genoeg was zou de macht hebben om satan en zijn demonen te verslaan, de zonde en haar gevolgen weg te vagen en de vloek op de gehele schepping teniet te doen.

Op het eerste zicht leek niemand in aanmerking te komen. Johannes schrijft: “Niemand in de hemel en ook niet op de aarde of onder de aarde die de boekrol kon openen of hem inzien” (5:3). Na een zoektocht doorheen het hele universum, van de hel tot de hemel en alle plaatsen tussenin, bleek er niemand te zijn die waardig was om de boekrol te openen. Niemand had het waardig karakter en het goddelijk recht om in aanmerking te komen om de zegels te verbreken. Op dit moment overmand door verdriet en verbijstering, begint Johannes te wenen omdat er niemand was die waardig was om de boekrol te openen, noch deze in te kijken (5:4). Dit is de enige keer dat de Bijbel aangeeft dat er tranen waren in de hemel. Johannes weende omdat hij de wereld verlost wilde zien worden van het kwade, de zonde en de dood. Hij wilde satan zien verslagen worden en Gods Koninkrijk op aarde zien gevestigd worden. Johannes wist dat de Messias gedood was en dat Zijn Gemeente enorme verdrukking kende en besmet was met zonde (Hfdstn.2-3). Alles leek vanaf dit gezichtspunt slecht te gaan.

Ook al was het geween van Johannes oprecht, toch was het voorbarig. Hij moest niet wenen, omdat de zoektocht naar Degene die waardig was om de boekrol te openen zou gaan eindigen. Omdat zijn tranen ongepast waren, zei een van de 24 oudsten rondom de troon van God dat hij moest stoppen met wenen. Daarna trok hij de aandacht van Johannes naar een nieuwe Persoon die in beeld kwam, “de Leeuw Die uit de stam van Juda is” (Op.5:5). Geen mens, noch een engel, kan het universum verlossen, maar er is wel Iemand anders die dit kan. Deze Persoon is natuurlijk de verheerlijkte Heer Jezus Christus, hier beschreven met twee messiaanse titels.

De benaming “de Leeuw Die uit de stam van Juda” vindt haar oorsprong bij de zegen die Jakob gaf aan de stam van Juda in Genesis 49: 8-10. Uit de leeuwachtige stam van Juda zou een sterke, krachtige en dodelijke heerser komen – de Messias, Jezus Christus (Heb.7:14). Net als een leeuw zou Christus Degene zijn die Gods vijanden zou verscheuren en verwoesten. Zijn leeuwachtig oordeel over Zijn vijanden wacht op de nog komende dag die Hij gekozen heeft – de dag die zich hier begint te ontvouwen in Openbaring hoofdstuk 5. Jezus wordt hier ook gezien als “de Wortel van David”. Deze messiaanse benaming vinden we terug in Jesaja 11:1, 10.

Naar de genealogie in Mattheüs 1 (zie ook Lukas 3), was Jezus de afstammeling van David. Door naar Christus op deze manier te verwijzen bevestigde de oudste dat Jezus Degene was die waardig was om de boekrol te openen. Hij was waardig om:

wie Hij is – de rechtmatige Koning uit het geslacht van David

wat Hij is – de Leeuw uit de stam van Juda met de macht om Zijn vijanden te vernietigen

wat Hij heeft gedaan – Hij heeft “overwonnen” (5:5). Aan het kruis versloeg Hij de zonde (Rom.8:3), de dood (Heb.2:14-15) en al de machten van de hel (Kol.2:15; 1 Pet.3:19).

De gelovigen zijn nu overwinnaars door Zijn overwinning (Kol.2:13-14; 1Joh.5:5).

Dat Christus had overwonnen en niet overwonnen was, is duidelijk in het feit dat Johannes Hem ziet als het Lam van God (5:6). De Here Jezus kon niet de Leeuw van het oordeel, noch de glorieuze Koning zijn, tenzij Hij als eerst “het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt” zou zijn (Joh.1:29). Dat Johannes nu het lam ziet is het bewijs dat Christus dit laatste heeft gedaan. Het Lam staat nu levend, op Zijn voeten voor de troon van God, maar kijkt nog steeds alsof Het geslacht is geweest. Het littekens van de dodelijke wond die dit Lam kreeg waren duidelijk zichtbaar; maar toch leefde Hij nog. Ook al beraamden demonen en kwaadaardige mensen plotten tegen Hem en vermoordden ze Hem aan het kruis, toch verrees Hij uit de doden, versloeg dus Zijn vijanden en overwon hen.

 

 

Openbaring hoofdstuk 5 ; de heerlijkheid van de verzoening door Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De waardigheid van het Lam (Op.1: 7-10)

 

De verschijning van het Lam dat naar voren gaat om de boekrol te openen, maakte dat de vier wezens en de 24 oudsten Hem verheerlijkten (5:7-8). Net zoals ze in het eerdere visioen van Johannes hadden gedaan (Op.4) vielen alle levende wezens en oudsten neer voor het Lam. Zulk een houding is een van eerbiedige aanbidding, een natuurlijke reactie op de majestueuze, heilige, eerbied prikkelende glorie van Christus. Deze spontane uitbarsting van aanbidding komt voor uit het besef dat de lang verwachte overwinning van de zonde, dood en satan volledig volbracht zou worden en dat de Here Jezus terug naar de aarde zou keren om te zegevieren. De vloek over de zonde zou teniet gedaan worden en de Gemeente geëerd, verheven en het voorrecht gegeven worden om met Christus te regeren. Het nieuwe lied dat uitgaat van de oudsten herbevestigd dat Christus het waard is “om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen” (5:9). Hij is waardig omdat Hij het Lam is, de Leeuw uit de stam van Juda, de Koning der koningen en Heer der Heren.

Daarna gaat het lied verder met het versterken van Christus’ waardigheid met de woorden “want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie” (5:9). Het lied van de oudsten bevestigde het belang van Christus’ dood aan het kruis. Het was Christus’ opofferende dood die “ons voor God” kocht. Aan het kruis betaalde God de prijs die nodig was (Zijn eigen bloed; 1 Pet.1:18-19) om mensen te bevrijden uit de slavenmarkt van de zonde. Het moet voor Johannes aangrijpend en opbeurend zijn dat mensen van over de hele wereld tot de verlosten zouden behoren. De wetenschap dat vervolging en zonde de verspreiding van het Evangelie niet zouden belemmeren, moet vreugde en hoop gebracht hebben in het hart van de apostel.

De liederen gaan verder met weergeven van de gevolgen van de verlossing: “U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde” (5:10). Dat het verlossend werk van Christus zovelen op aarde zou treffen is niet het enige dat lovenswaardig is. De gevolgen van deze verlossing geven ook reden tot lofzang. De verlosten maken deel uit van Gods Koninkrijk, een gemeenschap van gelovigen onder Gods soevereine heerschappij. Ze zijn ook priesters voor onze God, wat hun volledige toegang tot aanbidding en dienstbaarheid in Gods aanwezigheid benadrukt. Het huidige priesterschap van gelovigen is een voorbode van de toekomstige dag waarop we allemaal toegang zullen krijgen tot God en volmaakte gemeenschap met God.

 

 

De aanbidding van het Lam (Op.1:11-14)

 

Onmiddellijk na de vier levende wezens en de 24 oudsten de waardigheid van het Lam te hebben zien bevestigen, ziet Johannes nog meer van wat zal plaatsvinden in de toekomst. Een visioen van degenen die het Lam aanbidden. Het is door Christus’ waardigheid dat de gehele schepping Hem zal aanbidden. Hierop volgend schrijft Johannes dat toen hij keek hij “een geluid van vele engelen rondom de troon, van de dieren en van de ouderlingen“ hoorde. “En hun aantal bedroeg tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen” (Op.5:11). De stemmen van de vier levende wezens en de 24 oudsten werden nu aangevuld met die van ontiegelijk veel engelen. Dit stemt overeen met Hebreeën 12:1 waarin staat dat het aantal heilige engelen niet geteld kan worden.

Deze kolossale groep begint dan zeggende met een luide stem met het loflied waarmee het hoofdstuk eindigt: “Het Lam Dat geslacht is, is het waard om de kracht te ontvangen, en rijkdom, wijsheid, sterkte, eer, heerlijkheid en dankzegging” (Op.5:12). Weer opnieuw ligt de nadruk op Christus’ dood die voorzag in een volmaakte verlossing. Het is in het licht van deze verlossing dat Christus lof, aanbidding en verering hoort gegeven te worden. Doorheen deze lofzang erkennen de engelen dat Christus erkend hoort te worden omwille van Zijn grote kracht, rijkdom en wijsheid. Christus weet alles, bezit alles en kan alles. Door al deze dingen en al Zijn andere eigenschappen is Jezus het waard om alle “eer, heerlijkheid en dankzegging” te ontvangen” (5:12).

Niet enkel deze kolossale groep engelen zullen lofzingen tot Christus in die komende dagen. Onmiddellijk na het horen van deze glorieuze stemmen van deze engelen hoort Johannes dat de gehele schepping meegaat in de lofzang. Het is op dit punt dat de schepping haar vreugde over haar nabije verlossing niet zal kunnen bevatten. “Elk schepsel dat in de hemel, op de aarde, onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is” (Op.5:13) zal op een dag het Lam loven. Eindeloze eer, eindeloze heerlijkheid, eindeloze glorie en eindeloze aanbidding komt enkel aan God de Vader en de Here Jezus toe.

 

 

Conclusie

 

In de vroege kerkgeschiedenis werden gelovigen voortdurend vervolgd door degenen die over hen wilde regeren. Bemoedigend voor de Gemeente is dan te weten dat slechts één Persoon zulk een heerschappij toekomt – het Lam van God. God had al van vooraf ingesteld dat Zijn Zoon de gehele aarde zou beërven. Omdat Hij de zonde heeft overwonnen door Zijn dood, is Hij alleen bekwaam oordeel te brengen over de aarde en een volk te verlossen voor God. Wanneer deze dag komt en het oordeel ten uitvoer wordt gebracht zal de gehele schepping voortdurend eer betuigen aan Degene die alle eerbied waardig is – het Lam, dat was geslacht.

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Welke visioen zien we dat Johannes heeft?

 

Als zijn eerste visioen van het zien van de verheerlijkte Christus nog niet genoeg was, wordt Johannes deze keer het meest wonderlijke privilege gegeven in het bezoeken van de hemel. Daar ziet Johannes God als Hij op Zijn troon zit. Hij staat op het punt om satan, demonen en zondaren te oordelen en Zijn schepping terug te nemen. Terwijl ze wachten op dag dat deze zal komen, kunnen degenen rond de troon, de levende wezens en 24 oudsten, alleen maar in eerbied en verwondering aanbidden wanneer God de Schepper de totstandbrenging van deze glorieuze dag voorbereid. Terwijl Johannes deze magnifieke aanbidding aanschouwt, gaat de lofprijzing die opgaat naar God door.

 

 

 Wat houdt God vast als Hij op de troon zit?

 

Zittende op Zijn troon, houdt God in Zijn rechterhand wat Johannes beschrijft als “een boekrol, van binnen en van buiten beschreven, verzegeld met zeven zegels” (5:1). Deze boekrol is de eigendomsakte voor de gehele aarde. Voordat de fundamenten van de aarde gelegd waren, had God Een gekozen die de gehele aarde zou erven. Binnen in de rol was elk detail beschreven van hoe deze gekozen Een zijn rechtmatige erfdeel zou herkrijgen. Het verteld hoe de Gekozene de wereld zal verlossen van satan, zijn demonen en slechte mensen. Nu dat God gereed is dat de aarde zijn oordeel zal ontvangen, is alles wat overblijft voor de Een om geopenbaard te worden.

 

 

 Wie heeft er net als Johannes een gretig verlangen om

te zien wie de rechtmatige erfgenaam is van de aarde?

 

Johannes ziet iemand anders die net zo graag er achter wil komen wie de Een is die de boekrol kan openen. Johannes schrijft dat hij een “sterke engel” zag, die “met luide stem uitriep: Wie is het waard de boekrol te openen en zijn zegels te verbreken?” (5:2). De engel zocht iemand die waard was en de boekrol kon openen en de zegels kon breken. Alleen degene die waardig genoeg was, zou de macht hebben om satan en zijn demonen te verslaan, zonde en zijn gevolgen weg te vagen en de vloek over de gehele schepping ongedaan te maken.

 

 

 Waarom begint de apostel Johannes te wenen tijdens zijn visioen?

 

Op het eerste gezicht leek het dat niemand geschikt was. Johannes schrijft, “niemand in de hemel en ook niet op de aarde of onder de aarde die de boekrol kon openen of hem inzien” (5:3). Overweldigd met droefheid, begint Johannes in tranen los te barsten, omdat niemand gevonden werd die waard was om de boekrol te openen of in te zien (5:4). Johannes weende, omdat hij wilde dat de wereld van het kwaad, de zonde en dood ontdaan werd. Hij wilde zien dat satan overwonnen werd en Gods koninkrijk op aarde gestalte kreeg. Johannes wist dat de Messias terechtgesteld was en dat Zijn gemeente intense vervolging onderging en besmet was met zonde (hfdst.2-3). Alles leek vanuit zijn perspectief slecht te gaan.

 

 

 Bij het troosten van de apostel richt een van de oudsten de aandacht

van Johannes naar een Persoon, wie is deze Persoon?

 

Johannes hoefde niet te huilen, want de zoektocht voor de Een die waard was de boekrol te openen was bijna ten einde. Omdat zijn tranen ongepast waren, verteld een van de 24 oudsten rond Gods troon dat hij stoppen moet met wenen. Daarna trekt hij de aandacht van Johannes naar een nieuw Persoon, die de oudste noemt als “de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen” (5:5). Geen mens en geen engel kunnen het universum verlossen, maar er is Een die het wel kan. Deze Persoon is natuurlijk de verheerlijkte, verhoogde Here Jezus Christus. Als een leeuw zal Christus de Een zijn die zijn vijand verscheuren en vernietigen. En zoals het geslachtregister in Mattheüs 1 onthult, was Jezus ook een nakomeling (of de wortel) van David. Hij was waard, omdat Hij de rechtmatige Koning uit Davids lijn is en ook omdat vanwege wat Hij gedaan heeft – Hij heeft overwonnen. Op het kruis heeft Hij de zonde, dood en alle macht van de dood verslagen. Gelovigen zijn nu overwinnaars door Zijn overwinning.

 

 

 Op welke manier wordt aan de apostel Johannes de Here Jezus bekend gemaakt?

 

Dat Christus overwonnen had wordt duidelijk als Johannes Hem ziet als Lam van God (5:6). Het Lam staat voor de troon van God, levend, op Zijn voeten, maar kijkende alsof Hij geslacht was. De littekens van de dodelijke wond die deze Lam ontving, waren duidelijk zichtbaar; doch Hij was levend. Hoewel demonen en slechte mensen zweerden samen tegen Hem en Hem doden aan het kruis, stond Hij op uit de dood, daarmee Zijn vijanden verslaand en zegevierende.

 

 

 Hoe reageren de oudsten en vier levende wezens in de hemel op het Lam van God?

 

Het voorkomen van het Lam, als Hij beweegt om de boekrol te nemen, veroorzaakt lofprijzen van de vier levende wezens en de 24 oudsten (5:7-8). Als ze neervallen voor Zijn voeten, realiseren ze zich dat de langverwachte vernietiging van zonde, dood en satan op het punt staat te gebeuren en dat de Here Jezus triomferend zal terugkeren naar de aarde. Gelet op het kruis blijft een ieder van hen Christus’ waardigheid herbevestigen, door te zeggen, “want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie” (5:9).

 

 

 Wat heeft volgens Johannes’ visioen het geslachte Lam volbracht?

 

Aan het kruis heeft Jezus Christus de prijs betaald om de mens te redden / verlossen van de slavenmarkt van zonde. Door deze aankoop, worden gelovigen die eens van God gescheiden waren, nu deel van Gods koninkrijk. Ze zouden ook priesters tot onze God zijn, wat betekend dat ze in de mogelijkheid zijn om God voor altijd te kunnen aanbidden.

 

 

 Wie reageert er ook in lofprijs naar het Lam?

 

Gelijk na het zien van de bevestiging van de waardigheid van het Lam door de vier levende wezens en de vierentwintig oudsten, ziet Johannes meer van wat er in de toekomst zal gebeuren. Door Christus’ waardigheid, zal de hele schepping eens Hem aanbidden. Hierop volgend schrijft Johannes dat toen hij keek, hij een ontelbare menigte engelen zag en dat de hele schepping de Heer prees. Wat een wonderlijke zicht dat dit voor Johannes geweest moet zijn. Om wie Christus is en wat Hij gedaan heeft, behoort alle eer, glorie en zegen aan de Here Jezus Christus.

 

 

Openbaring hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring van Christus’ heerlijkheid aan Johannes

 

 

SAMENVATTING

 

Nadat Johannes het visioen van Christus ziet en dan alles getrouw opschrijft, waar hij opdracht toe had gekregen om aan de zeven gemeenten te schrijven, ontvangt Johannes nog een visioen. Dit maal gaat het over de hemel en het middelpunt God zittende op Zijn troon. Wanneer de vier levende wezens en de vierentwintig oudsten allen God blijven prijzen, is er veel commotie over wie er waard is om de boekrol te openen die God in Zijn rechterhand houdt. Net wanneer niemand waard is om de boekrol te openen, om naar zonde te handelen en de aarde te herstellen, komt de Leeuw van de stam van Juda, de Wortel van David. Daar tussen de troon en de vier levende wezens wordt Christus gezien als het geslachte Lam, maar niet verslagen. Hij leeft en staat op Zijn voeten. Aangezien het duidelijk is dat Hij degene is die de dood heeft overwonnen, breekt de hemel uit in lofprijzing. De vier levende wezens, de vierentwintig oudsten, een ontelbare menigte engelen en heel de schepping geven alle glorie, eer en zegen aan het Lam. Hij die de mens vrijkocht van hun zonden, het Lam van God, is de enige die waard is om de boekrol te openen.

Johannes’ visioen van de hemel en wat er plaats vindt in de toekomst, geeft ons een wonderbaarlijk voorbeeld. Christus die de zonde en de dood overwon en ons zo verloste tot kinderen Gods, zou ons moeten aansporen om lof te offeren en Hem te danken. Dat Hij voortleeft en regeert, zou een bemoediging voor de gelovigen moeten zijn. Helaas kent en volgt niet iedereen dit lam. Ieder van ons zou met groot verlangen anderen over het Lam van God moeten vertellen.

 

 

Chronologie Johannes’ visioen

 

God wilde de apostel Johannes iets laten zien dat nog niet echt gebeurd was. Hij gaf Johannes een droom waarin Hij hem meenam naar de hemel. Het was een heel speciale droom. Alles wat hij in die droom zag, zou ooit echt gaan gebeuren. Omdat God wilde dat alle mensen dit zouden weten, moest Johannes alles wat hij in die droom zag opschrijven. “Ik zag iemand op een troon met in zijn rechterhand een boekrol. Deze boekrol was van binnen en van buiten beschreven, en verzegeld met zeven zegels. Ook zag ik een machtige engel. Hij riep luid: ‘Wie mag de zegels verbreken en de boekrol te openen?’ Maar niemand in de hemel, op aarde of onder de aarde was in staat de boekrol te openen en te lezen. Ik brak in tranen uit, omdat niemand de boekrol kon openen of lezen. Toen zei iemand tegen hem: ‘Huil niet! De leeuw van Juda heeft overwonnen: hij kan de zeven zegels verbreken en de boekrol openen.’

Toen zag ik midden voor de troon een Lam dat heel veel pijn had gehad. Het Lam kwam naar voren en nam de boekrol aan. Toen het de boekrol nam, viel iedereen die voor de troon stond neer. En ze zongen een nieuw lied: ‘U komt de eer toe de boekrol te nemen en haar zegels te verbreken. Want u bent geslacht en met uw bloed hebt u voor God mensen gekocht uit elke stam en taal, uit elk volk en ras. U hebt hen tot koningen gemaakt, tot priesters voor onze God en zij zullen heersen op aarde.’ Toen hoorde en zag ik vele engelen rondom de troon, met de vier wezens en de oudsten. Zij waren met duizenden en duizenden, ja met miljoenen. En zij riepen luid: ‘Het Lam dat geslacht werd, komt de eer toe om de macht te ontvangen, de rijkdom, de wijsheid en de kracht, de eer, de glorie, de lof.’

En ik hoorde iedereen die God had gemaakt in de hemel en op de aarde, onder de aarde en in de zee, ja echt echt iedereen zingen: ‘Aan God op de troon, en aan het Lam komen toe: lof en eer, glorie en kracht voor altijd, voor eeuwig!’ “

Johannes mocht een stukje zien van wat er in de hemel bij God gebeuren zal. God heeft aan Jezus beloofd dat Hij de Koning van de aarde mag zijn. Alleen Hij mag de echte Koning zijn! Wat een dag zal dat zijn als iedereen Jezus de grote Koning zal zien. Dan zal iedereen voor Hem buigen. Want Hij alleen is het waard om aanbeden te worden.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het begin en einde van de zonde.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Beste lezer, God wil dat u weet hoe de zonden in de wereld kwamen en dat de gevolgen daarvan zijn het lijden en de dood. Lucifer, een zeer vooraanstaande engel, wilde niet buigen voor Gods kroon op de schepping, de mens. Hij misleidde de eerste bewoners op aarde door middel van de leugen en de zonde werd geboren. Daardoor zon-derde de mens zich af van God. De perfecte relatie tussen God en de mens was niet meer. De zonde is dus ont-staan door een geestelijk schepsel dat de het eerste mensenpaar Adam en Eva verleidde met een leugen.

Omdat uit een onvolkomen mens geen zondeloos iemand kan geboren worden, noemt men het de erfzonde. De mens stond op zijn eigen benen en Lucifer werd de duivel, ook  Satan de tegenstrever genoemd. Hij kreeg vrij spel en door zijn steeds groeiende macht op de mens werd de aarde een plek geteisterd door oorlogen, ziektes, hongersnood, moord en andere ellende. Satan beweerde in de hemel, voor de troon van God, dat geen mens ooit zondeloos zou kunnen leven, wat een kapitale inschattingsfout bleek. God stuurde zijn eigen Zoon Christus naar de aarde om zoenoffer te worden als losprijs voor de zonden. Indien Christus zondeloos bleef tot het einde van zijn leven, was de duivel verslagen.

Christus, De Messias kwam naar de aarde, predikte het woord van God, liet door mirakels zien wie hij was en bleef zondeloos tot op het kruis. Onmiddellijk wist Satan dat het einde van zijn bestaan in zicht was. Daarom raast hij nu als een wild monster over de aarde om zoveel mogelijke zielen met zich mee te sleuren in de toekomstige, eeuwige vuurpoel. Door zijn overwinning op het kwade is Christus de advocaat van de gelovigen voor de troon van God. Wie in Hem gelooft en zijn zonden belijdt zal nooit sterven. Hij verplicht u tot niets, zijn wens is dat u tot Hem komt in vrije wil.

Het kwade zal ooit letterlijk vernietigd worden. In de Openbaring staat waar het met deze wereld en de mens naartoe gaat. Via zijn laatste hoofdstuk in de Bijbel geeft God signalen van het begin van de eindtijden als waar-schuwing. God wil dat geen enkele ziel verloren gaat. Het is nooit te laat om te geloven in de kruisdood van Christus als zoenoffer voor onze zonden en dat te belijden .

 

 

De eindstrijd tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het is duidelijk dat God een plan heeft voor de toekomst van de mens, de aarde en het kwade. Zolang echter de strijd tussen Satan en God over de soevereiniteit van het universum niet volledig afgehandeld is moeten wij ster-ven. Toch reikt God ons nu al de hand om in alle omstandigheden het leven door te komen, ook in lijden en dood. Hij wil ons nu reeds een tipje van eeuwig geluk laten ervaren.

De liefde van God en Christus voor de mens was zo groot dat één van de machtigste engelen in de hemel, Lucifer, moest wijken. God weet dat enkele duizenden jaren van lijden niet zullen opwegen tegen de oneindigheid van later hemels geluk. Ooit zal er een nieuwe hemel en aarde komen waarop de mens in een volkomen liefdevolle omgeving woont in harmonie met plant en dier. Voor ons gelovigen zal de toekomst zo groot zijn dat het nu met menselijk verstand niet te vatten is.

De dag dat Satan definitief verslagen is wordt het zaad van de zonde uit ons hart verwijderd en zal het verleden, met al zijn pijn en verdriet, uit onze herinneringen verdwijnen. Laten wij niet vergeten dat wij nu reeds elke dag beroep kunnen doen op Christus door gebed. Indien u Hem roept is hij er. U zal zelfs binnen deze onvolkomen wereld bijgestaan worden al zijn de resultaten niet direct merkbaar. Voor alles is er een tijd. Roep Hem, en u zal verhoord worden.

 

 

De keuze tussen goed en kwaad door de vrije wil, met een eindoordeel tot gevolg.

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Genesis 3 : 15

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

Maria Domina Animarum / Maria Meesteres van alle zielen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Genesis 3: 15

 

Toen zei de Heer God tegen de slang: “Omdat je dit hebt gedaan, ben je voortaan zwaar vervloekt. Je hele leven zul je op je buik kruipen en stof eten. 15 En jij en de vrouw zullen elkaars vijanden zijn. En jouw kinderen en haar kind zullen elkaars vijanden zijn. Haar kind zal jouw kop verpletteren en jij zal de hiel van haar kind verpletteren.  ”

 

Al op de eerste bladzijden van Genesis lezen we over de VROUW, die verenigd met haar Zoon de kop van de slang verplettert:

“Vijandschap sticht ik tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en het hare. Het zal uw kop bedreigen en gij zijn hiel.”  (Gen. 3,15)

De katholieke bijbelwetenschap heeft nooit geaarzeld in deze VROUW Maria te zien, die in vereniging met haar Zoon satan overwint. En ook in Amsterdam wijst Maria daarop: “Ik heb met mijn voet de slang verpletterd. Ik ben verenigd geworden met de Zoon, zoals ik altijd verenigd was met Hem.” (15-8-1951)
“Zij zal, zoals voorzegd is, satan verslaan. Zij zal haar voeten zetten op de kop van satan.” (31-5-1955). God sprak dus al van in het begin van de Bijbel over de latere geboorte van de maagd Maria, waaruit Christus zou geboren worden.

Jezus Christus heeft op het kruis te Golgotha Satan overwonnen. Satan heeft de mens Eva verslaan in de hof van Eden en zal als vergelding door een mens, de Maagd Maria, de kop vermorzeld worden. Een grote vernedering voor Satan! 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

De Heilige Maagd Maria.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 De leer van de Rooms-katholieke Kerk

 

De gezegende maagd Maria was de moeder van Jezus Christus. Naast haar Bijbelse biografie bestaan er drie pri-maire doctrines die de Rooms-katholieke Kerk over Maria onderwijst:

(1) De Onbevlekte Ontvangenis,

(2) Maria als mede-middelaar co-mediatrix naast Jezus Christus, en

(3) De Maria-Tenhemelopneming.

 

 

Christendom ; pasteltekening van John Astria

het één zijn van Maria en haar zoon Christus

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

De leer van de Onbevlekte Ontvangenis

 

De leer van de Onbevlekte Ontvangenis stelt dat de gezegende maagd Maria zonder erfzonde werd geboren. Zij was een maagd toen ze in de kracht van de Heilige Geest zwanger werd van Christus. In 1854, vier jaar voor de Mariaverschijningen in Lourdes, definieerde Paus Pius IX het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis. Dit dogma stelde “dat de allerzaligste Maagd Maria in de eerste stand van haar Ontvangenis door een enige bijzondere ge-nade en bevoorrechting van de almachtige God, om de wille van de verdiensten van Christus Jezus de Behouder van het mensdom, van alle smet van de erfschuld vrij is bewaard.”

De Bijbel leert ons dat alleen Jezus Christus, de laatste Adam, zonder erfzonde werd geboren en dat alle andere mannen en vrouwen geboren worden met een zondige natuur, die wordt geërfd van Adam (Romeinen 5:12). Ver-der onderwijst de Rooms-katholieke Kerk dat Maria haar hele leven lang maagd bleef. En toch noemt Matteüs, een Jood die voor Joden schreef, Jezus “haar eerstgeboren zoon” (Matteüs 1:25), een uitdrukking die door Joden alleen werd gebruikt als er na het eerste kind nog andere kinderen werden geboren. Anders zou “eni-ge zoon” zijn gebruikt.

Schriftgeleerden geloven dat Matteüs zijn evangelie ongeveer 35 jaar na de wonderbaarlijke maagdelijke geboorte van Christus schreef. Matteüs had dus kunnen weten of Maria na Jezus wel of geen andere kinderen meer had. De Bijbel stelt uitdrukkelijk dat Jezus broers had en Matteüs geeft ons zelfs hun namen: Maria is toch zijn moeder, en Jakobus en Josef en Simon en Judas, dat zijn toch zijn broers? En wonen zijn zusters niet allemaal bij ons? (Matteüs 13:55-56).

Rooms-katholieke Schriftgeleerden beweren dat Matteüs, Lucas en Paulus (1 Korintiërs 9:5) niet echt “broer” bedoelden toen zij het woord “broer” gebruikten, maar dat zij hiermee “neef” bedoelden. Dit standpunt is gebaseerd op het Griekse woord adelphos, dat met “broer” of “neef” vertaald kan worden. Maar in een poging om de geldigheid van Zijn bediening in twijfel te trekken vergeleken de Joden Jezus met Zijn gewone broers; het zou veel minder overtuigend zijn geweest als Jezus met Zijn neven was vergeleken.

 

 

 

 De leer van Maria als een mede-middelaar naast Jezus Christus

 

De meest verontrustende leer geeft de gezegende maagd Maria een rol als mede-middelaar (co-mediatrix) naast Jezus Christus. Om met de woorden van Paus Johannes Paulus II te spreken:

In eenheid met Christus en in onderwerping aan Hem heeft zij samen met Hem de genade der verlossing voor de hele mensheid veilig gesteld… In Gods plan is Maria de ‘vrouw’ , de Nieuwe Eva, verenigd met de Nieuwe Adam om de mensheid te herstellen tot haar oorspronkelijke waardigheid. Haar samenwerking met haar Zoon gaat door tot in de eeuwigheid in het universele moederschap, dat zij in de genadige rangorde vervult. Laten wij ons, in vertrouwen op deze moederlijke samenwerking, tot Maria wenden en in onze nood haar hulp vragen.

In de Schriftteksten kan geen basis worden gevonden voor het idee dat Maria een mede-middelaar zou zijn voor de kerk op aarde. De woorden van Christus waren op dit gebied ook erg duidelijk: Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.'” (Johannes 14:6). De grote rol van de hei-lige Maria is dat men, wanneer men tot haar bidt, voorspraak kan krijgen bij Jezus Christus omdat Hij de gunsten van zijn moeder nooit weigert. Ook blijft zij bidden voor de zonden van de zondaars die om vergiffenis smeken. Wanneer Maria verschijnt aan Catherine Labouré in Parijs eist ze dat er een medaille gemaakt moet worden met de volgende tekst:

 

 

“Oh, Maria zonder zonden ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot u nemen”.

 

 

 

voorzijde van de medaille

voorzijde van de medaille

 

.

achterzijde van de medaille

achterzijde van de medaille

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De leer van de Maria-Tenhemelopneming

 

De Maria-Tenhemelopneming is een leer die stelt dat de gezegende maagd Maria lichamelijk en geestelijk naar de hemel werd opgenomen. Dit proces wordt in de Bijbel opname genoemd. De schriftteksten bevatten hiervan twee bekende voorbeelden: Henoch (Hebreeën 11:5) en Elia (2 Koningen 2:11). Tijdens het Concilie van Chalcedon in 451 na Christus, toen bisschoppen vanuit het hele Middellandse Zeegebied in Constantinopel bijeen kwamen, vroeg keizer Marcianus de Patriarch van Jeruzalem om de relieken van Maria naar Constantinopel te brengen, zodat deze daar in het Capitool konden worden bijgezet.

De Patriarch legde aan de keizer uit dat er in Jeruzalem geen relieken van Maria bestonden, dat Maria in de aanwezigheid van de apostelen was gestorven, maar dat haar graf, toen dat later werd geopend, leeg werd aangetroffen en dus concludeerden de apostelen dat het lichaam naar de hemel was opgenomen. Er bestaat in de schriftteksten geen bewijs om de toepassing van deze leer op Maria te ondersteunen of te ontkennen.

 

 

 

 Zij is een model voor geloof, geen afgod

 

Maria kan een model voor ons geloof zijn (net als Paulus of Petrus), maar zij kan ons niet redden. Alleen Jezus Christus is God en Hij is de Enige die de redding van de hele mensheid tot stand kan brengen. Het Woord van God is bijzonder duidelijk over dit onderwerp. Maria is door God zelf tot koningin in de hemel gekroond en zal de slang, de Satan, verpletteren. Door een vrouw is de zonde in de wereld gekomen en door een vrouw zal de Satan overwonnen worden. Dit is de grootste vernedering van Satan die er mogelijk is. Zij heeft een grote macht in de hemel en op aarde die zij enkel zal benutten als het past in het Goddelijke plan tot in de eeuwigheid.

 

 

Maria Domina Animarum

Maria Domina Animarum : Maria, meesteres van alle zielen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Men mag “bidden” tot Maria om een gunst die zij, mits toestemming van haar zoon Jezus, kan gerealiseerd wor-den. Het “aanbidden” van iemand behoort enkel God toe.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Strijd in de Hemelse gewesten

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Ef. 6:12 “want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten”.

 

 

Dit gedeelte leert ons dat we als gelovigen moeten worstelen tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. Wat zo vreemd is, is dat vele gelovigen niet eens weten waartegen ze moeten vechten laat staan hoe ze moeten vechten. Niemand trekt ten strijde zonder de strijd te kennen.

 

 

maxresdefault

 

 

 

1. De strijd tussen God en satan

 

Satan was, de vader der leugen, de misleider, de mensenmoordenaar vanaf den beginne. Er kwam hoogmoed in het hart van satan. Hoogmoed en trots liggen aan de basis van de strijd in de hemelse gewesten. Satan wilde niet langer God aanbidden en Hem alle lof eer en glorie geven, hij wilde als God zijn. Hij wilde zich verheffen boven God.  Vervolgens werd satan uit de hemel geworpen en is er een strijd aan de gang tussen de satan en God.

 

Lees  Openbaringen 12:4. Vele uitleggers geloven dat deze tekst erop wijst dat satan een derde deel van de engelenschare met zich meesleepte in de val. Een deel van deze gevallen engelen is met satan actief in de hemelse gewesten en de wereld.  Een ander gedeelte wordt door God bewaard tegen ‘de dag des oordeels’.

Openbaringen 12:1-17 beschrijft op een indrukwekkende manier de strijd tussen God en de satan. De vrouw: Israël. Het kind: Christus. De draak: satan.

 

 

openbaring 12 : de vrouw en de draak

openbaring 12 : de vrouw en de draak

 

pasteltekening van John Astria

 

 

Al vanaf het allereerste begin van de geschiedenis zien we dat de satan probeert om het reddingsplan dat God met de wereld heeft te dwarsbomen. (Gen. 6: zonen Gods hebben gemeenschap met de vrouwen). De strijd wordt ten top gevoerd wanneer Jezus geboren wordt.

  • Satan wilde Jezus doden als baby onder Herodes.
  • Verzoeking in de woestijn.
  • In de tuin van Getsémané.
  • Aan het kruis.
  • In het graf.

In de onzichtbare wereld is er een strijd aan de gang tussen God en de satan.

 

 

 

2. Strijd tussen de engelen en de demonen.

 

Er is niet alleen een strijd tussen God en satan. Er is ook een strijd tussen engelen en demonen. Laten we hier e-ven bij stil staan.

 

 

2.1. Engelen


De natuur van de engelen

 

Het woord engel betekent ‘bode’, ‘boodschapper’.  God is de Here der Heerscharen (1 Sam. 17:45). Hij regeert en heeft heerschappij over de engelen.

 

Engelen zijn geestelijke wezens en zijn als geestelijk wezen niet gebonden aan de fysische wetten die gelden voor de menselijke natuur:

( Hand. 12:6-8 )engelen kunnen gesloten gevangenissen binnenkomen

( Hand. 5:19) ze kunnen gevangenisdeuren openzetten

( Rich.13: 19-20) ze kunnen nederdalen onder vorm van een vuurvlam

 

Engelen zijn in staat om grote afstanden op korte tijd af te leggen.

 

Engelen zijn wijzer dan mensen. 

(2 Sam. 14:20)  “Om uw zaak een ander aanzien te geven, heeft uw dienaar Job dit gedaan. Maar mijn heer is zo wijs als een engel Gods: hij weet alles wat op aarde geschiedt” .

 

Engelen hebben veel kracht.

 (Ps. 103:20) “Looft de Heer, gij zijn engelen, gij krachtige helden die zijn volk volvoert, luisterend naar de klank van zijn woord.”

  1. Eén engel doodde 185.000 Assyrische soldaten : 2 Kon. 19:35.
  2. Eén engel sloeg 70.000 Israëlieten ten gevolge van Davids zonde :  2 Sam. 24:15-16.
  3. Eén engel veroorzaakte een grote aardbeving en rolde de steen weg bij het graf van Jezus : Mat. 28:2-4.
  4. Eén engel zal de duivel gedurende 1000 jaar vastbinden en gevangen houden : Op.20:1-3.

 

Er is een hiërarchie tussen de engelen.

( Judas 9) Michaël wordt een aartsengel genoemd.

( Kol. 1:16, Dan; 10:12-21, l Thes. 4:16, l Pet. 3:22) De Bijbel spreekt over aartsengelen, over engelen, over tronen, over machten en heerschappijen.

 

Engelen zijn onsterfelijk

( Luc. 20:35-36), ze hebben geen stoffelijke lichamen en kennen geen tekenen van veroudering en dood.

 

Engelen zijn geslachtsloos en onhuwbaar

( Luc. 20:35-36 en Mat. 22:30)

 

Engelen kunnen zichtbaar worden en menselijk voedsel eten

(Luc. 2:9, Gen; 32:1-2 Gen. 18:5)

 

 

battleofgoodandevil

 

 

 

Het aantal engelen

 

Er zijn oneindig, ontelbaar veel engelen.

(Op.5: 11) “en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen…”.

(Heb. 12:22) “…tot de stad van de levende god, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen engelen…”.

(Mat. 26:53)  Jezus zei “of meent gij dat Ik Mijn Vader niet kan aanroepen en Hij zal Mij terstond meer dan 12 legioenen engelen terzijde stellen”( 3.000 tot 6.000 elk).

(2 Kon.6:17) de knecht van Elisa zag, nadat God hem de ogen opende als antwoord op gebed van Elisa, dat de berg vol vurige paarden en wagens was rondom Elisa.

 

 

 

Het werk van de engelen

 

In de hemel:

 

1.de opdracht van de engelen is in eerste instantie het loven, prijzen en dienen van God. 

(Openbaring 5:11-12; 8:3-4).

 

Op aarde :

 

2.  hier vervullen ze opdrachten voor God.

Hagar de bron tonen, verschijnen voor Jozua met een getrokken zwaard, de ketenen van Petrus losmaken, de deuren van gevangenissen openen en het voeden, versterken en verdedigen van Gods kinderen.

 

3. Ze voeren de oordelen en doelstellingen van God uit.

(Num. 22:22) ” Maar de toorn Gods ontbrandde toen hij ging , en de Engel des Heren stelde zich op de weg als zijn tegenstander…”

(Hand. 12:23) “en terstond sloeg hem een engel des Heren, omdat hij (Herodes) God de eer niet gaf…” zo werd Herodes door een engel gedood.

 

 

4. Ze moeten uit het Koninkrijk verzamelen al wat tot zonde verleidt en hen die ongerechtigheid bedrijven en zij zullen in het vuur geworpen worden

( Mat. 13:41-42).

 

 

5. Engelen zijn dienende geesten.

(Heb.1:14) “Ze zijn uitgezonden ter wille van hen die het heil zullen beërven”.

 

 

6. Ze begeleiden gelovigen.

(Hand: 8:26) Een engel leidde Phillipus tot bij de Ethiopiër. Ze beschermen, helpen en versterken de gelovigen.

(Mat.4:1 1) Bij de verzoeking van Jezus in de woestijn.

(Luc.22:43) Op Gethsemane  “en Hem verscheen een engel uit de hemel om Hem kracht te geven”.

 

 

7. Ze zullen onze Heer begeleiden bij Zijn wederkomst

(Mat. 25:31, 2 Thes;1:7-8).

 

 

8. De engelen zijn betrokken bij het geven van Gods wetten.

(Heb. 2:2) “want indien het woord, dat door bemiddeling van engelen is gesproken, van kracht is gebleken, en elke overtreding en gehoorzaamheid rechtmatige vergelding heeft ontvangen…

(Hand; 7:53 )“gij, die de wet ontvangen hebt op beschikking van de engelen, doch haar niet hebt onderhouden.”

 

 

9. Als gelovigen mogen we de engelen niet loven en eer bewijzen.

(Openbaringen 22:8-9).

 

 

 

Rangorde onder de engelen.

 

Aartsengelen:

  • Michaël die een speciale beschermengel is voor het volk Israël. Hij wordt omschreven als vorst.
  • Gabrieël: boodschapper van God. Dan. 8:16, Dan. 9:21, Luc. 1:19, 26

 

Cherubijnen: Bewakers van Gods heiligheid.

  • Gen. 3:24, Bij de hof van eden.
  • Ezech 1:15-25, Onder Gods troon.
  • Ex. 25:17:22, Op de ark.
  • Ex. 26:1, 31, Op het voorhangsel

 

Serafs: Jes. 6:2-7,  Gods heiligheid aankondigen.

 

Gewone engelen: beschermengelen, spirituele begeleiders, dienaren van God.

 

 

angels

 

 

 

De superioriteit van de mens ten opzichte van de engelen

 

Engelen zijn net als Adam en Eva volmaakt geschapen. Engelen als geestelijke wezens en Adam en Eva als men-selijke, vleselijke wezens. Niettegenstaande zijn we toch superieur aan de engelen omdat:

  1. Engelen mogen het evangelie niet verkondigen, deze opdracht is door Jezus aan ons gegeven.
  2. Op zekere dag zullen we oordelen over de engelen ( l Kor. 6:3). Waarschijnlijk gaat het enkel over de gevallen engelen (Judas 6).

Niettegenstaande we in zonde gevallen zijn, zijn we heilig voor God door het bloed van Christus. Ja, Christus heeft ons de positie boven de engelen gegeven.

 

 

 

2.2. De demonen.

 


Gevallen engelen

 

Engelen worden door Christus omschreven als heilig (Marc.8:38), engelen zijn heilig van bij hun schepping. Ook engelen worden door God op de proef gesteld. Wanneer ze niet volharden in hun dienstbaarheid aan God wor-den ze verworpen, degenen die wel aan Gods wil beantwoorden, worden bevestigd in hun heiligheid.

(Ps. 89:7 ) “God is zeer ontzagwekkend in de raad der heiligen, geducht boven allen die met hem zijn”.

(2 Pet. 2:4)  spreekt over de gevallen engelen, als de engelen die gezondigd hebben. Het is onduidelijk wanneer de val van de engelen juist plaats vond, vanuit de Bijbel worden verschillende hypothesen gemaakt:

  1. Ze rebelleerden tegen God wanneer satan probeerde te zijn zoals God. (Jes. 14:12, Ezech. 28:16 en Op. 12:7).
  2. De zonde van de “gevallen engelen” was de zonde van trots en ongehoorzaamheid t.a.v. God.
  3. Het was de zonde van seksuele gemeenschap met de kinderen der mensen (Gen:1-4).

 

De toekomstige plek van de gevallen engelen :

(Mat. 25: 41) “Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen bereid is”. Ten gevolge van hun val wachten ze op het oordeel.

 

 

maxresdefault (1)

 

 

 

Rangorde

 

Overheden en machten

Opperbevelhebbers en bevelhebbers

Wereldbeheersers

 

 

 

Macht

 

Ziekte toebrengen.

 

Math. 9:32-33, Doofstomme die bezeten is.

Math. 12:22, Blind, stom.

Luc. 13:11, Geest van zwakheid: verkromde vrouw.

Hand.: Waarzeggende geest. Meisje die voorspellingen doet.

 

 

Invloed in deze wereld door occultisme, hekserij, muziek, enz.

Gelovigen en de gemeente doen wankelen en aanvallen door leugens

Misbruik maken van de zwakten van de mens

Ongelovigen doen uitschijnen dat ze goed bezig zijn

Laten uitschijnen dat zij niet bestaan. Daardoor bevestigen ze dat God ook niet bestaat

Gods plannen dwarsbomen en Hem bespotten

 

Heel praktisch voorbeeld van de strijd in de hemelse gewesten. Daniël 10 beschrijft de strijd in die gebieden, waar een engel van God en de engelenvorst Michaël het moeten opnemen tegen de demonische vorst die over het koninkrijk der Perzen heerst. Deze strijd duurde 21 dagen. Later zouden ze moeten strijden tegen de vorst van Griekenland, een andere demonische machthebber. We zien ook hier heel duidelijk een strijd om Gods heilsplan met de wereld te verijdelen.

 

 

 

3. Strijd gelovigen en de hemelse gewesten.

 

We hebben gezien dat er een duidelijke strijd gaande is tussen de satan en God. De satan haat God. Dat is het uitgangspunt van alle strijd. Hij wil Gods aanbidding en Gods glorie vernietigen. Dat is ook de reden waarom sa-tan de gemeente aanvalt, waarom hij de gelovigen aanvalt. De strijd is een strijd om de glorie van God. Ook wij worden opgeroepen als gelovigen om te strijden, om te strijden voor de glorie van God,  (2 Tim. 2:3-4).

 

 

 

4. Hoe strijdt satan?

 

  • Mensen te verblinden. 2 Kor. 4:3-4
  • Satan probeert door ongeloof, onverschilligheid, valse getuigenissen, leugens, valse religies, enz. de mensheid te verblinden. Daarom zegt Paulus in Efeze 6: 18-19, bid!
  • Gelovigen aan te vallen, ontmoedigen, aftrekken. Lucas 22:31, 1 Petrus 5:8, Job. 1:6-12, 2:1-10.  > Staan op Gods beloften: 1 Kor. 10:13
  • Verdeeldheid te zaaien, huwelijk verbreken. 1 Kor. 7:3-5
  • Leiders vernietigen. 1 Tim. 3:2-6
  • Valse religies en dwaalleraars. 2 Kor. 11:13-14
  • In ons denken en ons handelen en door middel van begeerten.

 

 

derren-brown-tricks-of-the-mind

 

 

 

5. Samenvatting.

 

Er is een grote strijd aan de gang, een onzichtbare strijd in de hemelse gewesten. Een strijd tussen satan en God, een strijd tussen engelen en demonen, een strijd tussen licht en duisternis, een strijd om de gelovigen, een strijd om de gemeente. Het is een strijd om de glorie van God. God zet Zijn engelen in om Zijn glorie te bewerken. God wil ook ons gebruiken om Zijn glorie te weerspiegelen.

Hoe kunnen we standhouden in deze strijd?

  • Staan op Gods beloften. (1 Kor. 10:13), niet boven vermogen verzocht worden.
  • Strijden in gebed.
  • De weg van gehoorzaamheid aan Gods woord bewandelen. (2 Kor. 10:3-6)
  • Vlucht naar God toe! (Jacobus 4:7-8)

Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden. Nader tot God, en Hij zal tot u naderen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

999 of 666?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Vraag: “Wat is het merkteken van het beest (666)?”

 

 

 

 

Antwoord: De voornaamste passage in de Bijbel die het “merkteken van het beest” noemt is Openbaring 13:15-18. Andere verwijzingen kunnen gevonden worden in Openbaring 14:9, 11; 15:2; 16:219:20en 20:4. Dit merkteken dient als zegel voor de aanhangers van de Antichrist en de valse profeet (de woordvoerder van de Antichrist). De valse profeet (het tweede beest) is degene die ervoor zorgt dat de mensen dit merkteken nemen. Het merkteken wordt letterlijk in de hand of het voorhoofd geplaatst en is niet gewoon een pasje dat iemand bij zich heeft.

In Openbaring hoofdstuk staat dat het getal 666 een mens identificeert. In Openbaring 13:1 staat: “Hier komt het aan op wijsheid. Laat ieder die inzicht heeft het getal van het beest ontcijferen; er wordt een mens mee aange-duid. Het getal is zeshonderdzesenzestig.” Op de een of andere manier identificeert het getal 666 de Antichrist . De Antichrist zal een wereldleider zijn die men gaat aanbidden, omdat hij voor een tijd grote problemen zal oplossen.

Dan zal de duivel in die persoon incarneren en de koning van de aarde worden. Doordat hij in staat zal zijn won-deren te doen, keren velen zich van het ware geloof af. Zij die niet de Antichrist aanbidden zullen vervolgd wor-den en niet meer kunnen deelnemen aan de handel, zij worden uit de maatschappij verbannen. Na een korte periode zal Christus, voor de ogen van iedereen, uit de hemel nederdalen en de eindtijden volbrengen. Satan wordt dan voor  1000 jaar geketend en kan geen invloed meer hebben op de mens.

 

 

 

De getallenuitleg van 999 en 666

 

 

999

 

999-300x300

 

 

9 is een heilig getal dat verwijst naar Goddelijke perfectie.

999 symboliseert de Goddelijke drieëenheid ; 9 voor God de Vader, 9 voor God de zoon en 9 voor de Heilige Geest.

9+9+9 is 18 :1+8 is 9 > De heiligheid van God in al zijn hoedanigheden.

 

 

 

666

.

666_logo

.

 

6 is een getal dat verwijst naar de zondige, onperfecte mens.

666 symboliseert de totale verwerping van God.

6+6+6 is 18 : 1+8 is 9 > in dit geval een valse drieëenheid gebaseerd op de waarden van de duivel.

 

.

Keuze tussen goed en kwaad met alle gevolgen voor eeuwig

Keuze tussen goed en kwaad met alle gevolgen voor eeuwig

.

pasteltekening van John Astria

 

 

.

 

 

voorpagina openbaring a4

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

mijne kop a4                                                                                   JOHN ASTRIA