Tagarchief: zonde

De oorsprong van demonen

Standaard

Categorie : religie

 

 

Satan, de opperbevelhebber van de demonen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De oorsprong van demonen

 

In Genesis 6:2 wordt gesproken over de ‘zonen Gods’. De Septuaginta vertaalt hier in het Hebreeuws voor ‘zonen Gods’ met het Griekse woord voor engelen. De Hebreeuwse term ‘zonen Gods’ komt zes maal in het Oude Testament voor:

* 2x in Genesis – Hs. 6: 2 en 4;
* 3x in het boek Job – Hs. 1:6, 2:1 en 38:7, waar het heel duidelijk betrekking heeft op engelen;
* 1x in Daniel – Hs. 3:25 in het enkelvoud, waar koning Nebukadnezar tot zijn ontzetting constateert, dat er geen drie, maar vier mannen wandelen in de brandende oven. Het uiterlijk van de vierde geleek op dat van een zoon der goden.

Dat de zonen Gods van Genesis 6:2 engelen waren, wordt in het Nieuwe Testament bevestigd door 1 Pet. 2:4-5 en Judas, vers 6:

“…en dat Hij engelen, die aan hun oorsprong ontrouw werden en hun eigen woning verlieten, voor het oordeel van de grote dag met eeuwige banden onder donkerheid heeft bewaard gehouden; zoals Sodom en Gomorra en de steden in hun nabijheid, die op gelijke wijze als genen haar hoererij hebben botgevierd en ander vlees achternagelopen zijn, daar liggen als voorbeeld, onder een straf van eeuwig vuur.”

 

Judas laat in zijn brief (geheel in lijn met Gen. 6:1-4) zien, dat de engelen hun oorsprong ontrouw werden en dat zij ander (menselijk) vlees achterna liepen. Zij vierden hun hoererij bot op dezelfde wijze als Sodom en Gomorra. Deze engelen werden hun oorsprong ontrouw, ja, zij verlieten hun eigen woning. Het woord voor ‘woning’ komt slechts twee keer in de Bijbel voor. Hier in Judas, vers 6 en in 2 Korinthe 5, vers 2:

“Want wij weten, dat, indien de aardse tent, waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt; een eeuwig huis. Want hierom zuchten wij: wij haken ernaar met onze woonstede uit de hemel overkleed te worden, als wij maar bekleed, en niet naakt, zullen bevonden worden.”

 

Deze tekst leert ons, wat Judas precies bedoelde. Deze ‘eigen woning’ was geen gebouwd huis ergens in de hemel, maar een woonstede in de betekenis van 2 Korinthe 5:2. Het was een geestelijk lichaam, behorende tot lichamen van een hogere orde dan de aardse lichamen, die Paulus hier vergelijkt met een aardse tent. Paulus verlangt hier in 2 Korinthe 5:2-3 met zo’n geestelijk lichaam overkleed te worden.

Het was Bullinger die aantoonde dat de engelen, en dus ook de zonen Gods van Genesis 6, hun geestelijke woning, hun lichaam, verlieten. Zij materialiseerden zich op aarde, werden aards, om zo seksuele omgang met de dochters der mensen te kunnen hebben. Vrijwillig verlieten deze engelachtige wezens hun geestelijk lichaam en gaven al de privileges en kenmerken op die aan deze hogere lichamen verbonden zijn. Zij gebruikten hun intrinsieke macht om te materialiseren en zich hierna op ongerijmde wijze te verenigen met de vrouwen op aarde.

Uit de verbintenis tussen deze engelen en de dochters der mensen kwamen de Gibbor, de geweldigen, de machtigen, voort: ‘mannen van naam’. Het was een geslacht van reuzen, van half-goden: half engel, half mens.
De Griekse mythologie vertelt uitvoerig, hoe de ‘zonen Gods’ Zeus en de goden van de Olympus zich op aarde gedroegen. Zij worden afgeschilderd als wezens belust op seks en genot. Met name Zeus gaat de andere goden hierin voor . Zijn seksuele avonturen en uitspattingen zijn talrijk, evenals die van zijn mede-goden.

De beroemde Griekse schrijvers, Sophocles, Plutarchus, Euripides, Homerus, enz., informeren ons uitvoerig over welke intriges, moord, overspel tussen de goden van de Olympus en hun nakomelingen de ‘halfgoden’ voorkwamen. De wereld van de voortijd, de wereld van Noach, was zo boos en zo verdorven (Gen. 6:5, 11-13), dat God die wereld oordeelde door de zondvloed. Petrus maakt hier melding van en laat ons zien, dat God de engelen (2 Pet. 2:4) en de mensen (vers 5) niet spaarde:

“Want indien God engelen, die gezondigd hadden, niet gespaard heeft, maar hen, door hen in de afgrond te werpen, aan krochten der duisternis heeft overgegeven om hen tot het oordeel te bewaren; en de wereld van de voortijd niet gespaard heeft, maar Noach, de prediker der gerechtigheid, met zeven anderen bewaard heeft, toen Hij de zondvloed over de wereld der goddelozen bracht…”

 

Dit houdt in dat alle mensen de dood vonden, behalve de acht mensen in de ark. De engelen, die hun oorsprong ontrouw geworden waren, werden volgens Petrus en Judas niet gedood! Hun nakomelingen, de Gibbor, de geweldige mannen van naam (half engel, half mens) vonden de dood evenals de (gewone) mensen, maar zij niet. De Griekse mythologie vertelt ons, dat deze nakomelingen sterfelijk waren, maar de goden van de Olympus zelf waren onsterfelijk. Dat engelen inderdaad onsterfelijk zijn, laat ook de Here Jezus zien in Lukas 20, waar Hij in een gesprek is met de Sadduceeën over de opstanding:

“…maar die waardig gekeurd zijn deel te verkrijgen aan die eeuwen aan de opstanding uit de doden, huwen niet en worden niet ten huwelijk genomen. Want zij kunnen niet meer sterven; immers, zij zijn aan de engelen gelijk…”

 

 

 

 

De engelen die geheel vrijwillig hun geestelijke lichaam verlaten hadden stierven niet bij de zondvloed. Er is niets in de tekst van 2 Petrus 2:4 dat daarop wijst. Petrus laat ons zien dat God hen niet spaarde, maar zij vonden niet de dood. Petrus zegt in hoofdstuk 2:4 dat zij verwezen werden naar de afgrond.

Het normale woord voor ‘afgrond’ is in het Grieks: ‘Abyss’. Het komt vele malen voor in de Bijbel. Het woord dat hier echter gebruikt wordt is: ‘Tartarus’. Dit woord komt maar één keer in de Bijbel voor en wel hier in 2 Petrus 2:4.
In de Griekse mythologie is de Tartarus de gevangenis van Cronos en de Titanen. Het is een verschrikkelijke, duistere afgrond.

Volgens theologen duidt het woord Tartarus op de laagste delen in de atmosfeer, die de aardbol omhult, namelijk de lucht. De engelen, die hun oorsprong ontrouw waren geworden en die hun geestelijk lichaam uit eigen beweging verlaten hadden (vermoedelijk verleid door satan, dat zij door verbintenis met de mens ‘de boom des levens’ op de cherubs konden veroveren), zaten nu voortaan gekluisterd op aarde.

Hun geestelijk lichaam hadden zij eens zelf verlaten door zich aards te materialiseren, en hun vernederd lichaam waar zij nu in verbleven, verloren zij door de zondvloed, hoewel zij niet – zoals de mens – konden sterven. Het gevolg was dat zij nu als geesten, demonen (Grieks: Daimonion, Hebreeuws: Seirim en Shedhim) gekluisterd waren in de tartarus, waar er voor hen geen ontkomen is.

In de tartarus, de lucht om deze aarde, wachten deze gevallen engelen, deze Nephilim, nu ontlichaamd, als geesten, boze geesten, demonen, op het oordeel van de grote Dag. Als gevolg van het verlies van hun lichaam zoeken zij belichaming, zoals de Here Jezus o.a. in Mattheüs 12:43-45 laat zien en in al die gevallen waarin Hij demonen uitdrijft.

De demonen vormen met elkaar de boze geesten in de lucht, de wereldbeheersers dezer duisternis (Efe. 6:12). Hun overste is satan, die hen aanvoert als de overste van de macht der lucht (Efe. 2:2). Zij bezetten de lucht en verontreinigen als demonen de nederste delen van de atmosfeer rond de aarde. Hun aantal is onbekend. In de dagen van de rondwandeling van Christus op aarde zien wij herhaaldelijk hoe Christus hun werken verbreekt en hen uitwerpt als zij belichaming in mensen hebben gezocht. Zij zijn zich ervan bewust dat hen het oordeel wacht op de grote Dag, maar desondanks zullen zij in de toekomst onder aanvoering van hun overste zich verenigen in Babylon (Openb. 18:2) en tegen het Lam oorlog voeren.

 

 

demon in de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De Geesten in de Gevangenis

 

In verband met het oordeel t.a.v. de gevallen engelen en t.a.v. het verdorven menselijk ras, is het goed om stil te staan bij de moeilijke vraag, wie toch de geesten in de gevangenis zijn, waarover Petrus spreekt in 1 Petrus 3, vers 19 en 20:

“Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen: Hij, Die gedood is naar het vlees, maar levend gemaakt naar de geest, in welke Hij ook heengegaan is en gepredikt heeft aan de geesten in de gevangenis, die eertijds ongehoorzaam geweest waren, toen de lankmoedigheid Gods bleef afwachten, in de dagen van Noach, terwijl de ark in gereedheid werd gebracht, waarin weinigen, dat is acht zielen, door het water heen gered werden.”

De verklaring die gewoonlijk gegeven wordt van 1 Petrus 3:18-20 is dat de Geest van Christus na Zijn sterven het Evangelie in het dodenrijk gepredikt heeft aan de geesten van mensen uit Noachs dagen, die eertijds het Evangelie ongehoorzaam waren. Deze verklaring is gebaseerd op de veronderstelling, dat de geest van vers 18 de Geest van Christus is in het graf en dat de geesten in de gevangenis van vers 19 de geesten van mensen zijn uit de dagen van Noach. Dit dit is niet correct.

In de eerste plaats is het duidelijk in de tekst dat het woord geest tegenover het woord ‘vlees’ wordt gebruikt. Christus kwam in het vlees als het vleesgeworden Woord met het doel om te sterven voor de zonde. En Hij stierf ook in het vlees. Echter Hij werd opgewekt uit de dood en verrees in een geestelijk lichaam en Hij is nu een levendmakende Geest (1 Kor. 15:44-45). De geest van vers 18 slaat niet op de Geest van Christus in het graf, maar op de levendmakende Geest, waarin Hij opstond.
Uit de tekst van 1 Petrus 3:18-19 wordt dus duidelijk dat Christus niet, toen Hij in de dood was, ‘in het graf’ gepredikt heeft, maar dat Hij gepredikt heeft nadat Hij levend gemaakt is in een geestelijk lichaam, “in welke Hij ook heengegaan is” naar de hemel. Uit de tekst blijkt dat onze Heiland werkelijk “heenging” naar een andere plaats.

 

In de tweede plaats lijkt niets te staven dat de geesten in de gevangenis (vers 19) geesten van mensen zijn. Het woord pneuma wordt gebruikt voor demonen (zie Matt. 8:16; Luk. 10:20; 11:18) en engelen (Hebr. 1:7,14), maar nooit voor de geesten van mensen, als dit er niet uitdrukkelijk bij wordt vermeld. En er is geen enkele aanwijzing dat dit het geval is in 1 Petrus 3:19. Wij hebben hier niet te maken met geesten van mensen uit de dagen van Noach, maar met de gevallen engelen uit de dagen van Noach, die nu als “geesten in hun gevangenis” begrensd zijn tot de lagere delen in de atmosfeer rond de aarde.

 

In de derde plaats wordt hier in 1 Petrus 3:18-20 niet gezegd, dat Christus een Evangelie (een blijde boodschap van verlossing) predikte. De boodschap, die de opgestane Heer richtte tot de gedetineerde geesten, die wegens hun ongehoorzaamheid gestraft waren, was niet een boodschap van genade en vergeving, maar één van berisping en oordeel. Satanisch geïnspireerde engelen hadden een misdaad begaan van zo’n enorme omvang in Gods ogen, dat zij als geesten (demonen) gekluisterd werden in de laagste delen van onze atmosfeer.

 

 

Aanbidding van de geldgod, de mammon

 

 

De Gevangenis gevangen genomen

 

Aan deze geesten, aldus gevangen in onze atmosfeer, wordt ook gerefereerd in Efeziërs 4, vers 8-10:

“Daarom heet het: opgevaren naar den hoge voerde Hij krijgsgevangenen mede, gaven gaf Hij aan de mensen. Wat betekent dit: Hij is opgevaren, anders dan dat Hij ook nedergedaald is naar de lagere, aardse gewesten? Hij, die nedergedaald is, Hij is het ook, die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen.”

 

Ook dit is een tekst, waar vaak vragen over zijn. Meestal leert men dat Christus in het dodenrijk is nedergedaald en dat hij bij Zijn opstanding zielen heeft vrijgemaakt uit de banden des doods en deze heeft meegevoerd naar den hoge. Met de uitdrukking ‘de lagere aardse gewesten’ (NBG) of ‘de nederste delen der aarde’(SV) wordt niet het dodenrijk, maar de aarde bedoeld.

Verder is er niets in deze tekst of in Psalm 68:19, waaruit deze tekst geciteerd is, om aan te nemen dat de krijgsgevangenen verloste zielen zijn die vastzaten in het dodenrijk. Deze krijgsgevangenen zijn vijanden van Christus. Zij zijn door Christus gevangen genomen, net zoals zij in de psalm gevangen genomen waren door de God van Israël. De Statenvertaling heeft: “Daarom zegt Hij: Als Hij opgevaren is in de hoogte, heeft Hij de gevangenis gevangen genomen, en heeft den mensen gaven gegeven.” Dit staat veel dichter bij de grondtekst.

Christus is op aarde gekomen om het werk, dat de Vader Hem te doen had gegeven, te volbrengen. Hij kwam niet alleen om de zonde weg te doen op het kruishout, maar Hij kwam ook om de dood te overwinnen, de werken des duivels te verbreken en de duivel teniet te doen. Christus heeft met Zijn opstanding bewezen, dat de dood Hem niet kon houden en dat Hij de zonde en de dood overwonnen had. Hij bracht onvergankelijk leven aan het licht.

Met Zijn hemelvaart toonde Hij aan dat Hem alle macht gegeven was in de hemelen en op aarde, en dat de duivel en zijn werken absoluut teniet gedaan zullen worden. Dit was de boodschap, die Hij proclameerde aan “de geesten in de gevangenis”, de demonen die gevangen en gekluisterd zijn aan deze aarde ( 1 Pet. 3:19). Christus overwon en Hij heeft hun gevangenis gevangen genomen, wat zeggen wil in het licht van Kolossenzen 2:15 “Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd.”

Christus heeft bij Zijn opstanding en bij Zijn hemelvaart laten zien dat niet satan alle macht heeft, maar dat Hij alle macht bezit in de hemelen en op aarde. Hij bezit de sleutels van de dood en het dodenrijk, en de overheden en de machten der duisternis zullen hun oordeel niet ontlopen. De “Meesters der Wijsheid” waar Satanisten, Kabbalisten, Gnostici, Mystici, New Agers, enz., zo lovend over spreken, zijn niets anders dan gevallen engelen, die als boze geesten, demonen, op aarde gekluisterd, wachten op hun oordeel.

Bij de hemelvaart van Christus konden ze de Here Jezus niets doen. Hij zegevierde openlijk over hen toen Hij de vijandelijke linies doorging. Zij doen zich voor als “Verhoogde Meesters”, maar er is niets verhogends aan. Zij zijn geworpen op de grond, op de aardbodem en wachten op hun definitief oordeel op de grote oordeelsdag. Dit oordeel zullen zij niet kunnen ontlopen.

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De realiteit van demonen

 

De hogere geestelijke wereld, waar New Agers over spreken, is in werkelijkheid een demonische wereld, die zich dicht om ons heen bevindt. Deze demonische wereld is een realiteit. De invloed van demonen door middel van valse leer en met behulp van geestesmanifestaties in de New Age Beweging, de Oecumenische Beweging en Charismatische kringen is enorm. De realiteit van demonen kan men niet zomaar wegredeneren, zoals sommigen doen.

Demonen zijn boze geesten die in feite achter elke vorm van afgoderij staan. De afgod is van zichzelf niets. Die is gemaakt van hout, steen of edelmetaal. Maar achter de aanbidding van deze beelden staan wel degelijk demonen, die mensen tot afgoderij verleiden met als uiteindelijk doel: de aanbidding van hun overste, satan (1 Kor. 10:19-21; Openb. 9:20; Deut. 32:17).

Waar de NBG ‘boze geesten’ vertaalt in 1 Korinthe 10, daar staat letterlijk ‘demonen’:

“Wat wil ik hiermede dan zeggen? Dat een afgodenoffer iets is, of dat een afgod iets is? Integendeel, dat hun offeren een offeren is aan demonen en niet aan God en ik wil niet, dat gij in gemeenschap komt met de demonen. Gij kunt niet de beker des Heren drinken en de beker der demonen, gij kunt niet aan de tafel des Heren deel hebben en aan de tafel der demonen.”

 

Deze demonen zijn een realiteit achter de afgodendienst. Als zij niet zouden bestaan, dan had de apostel Paulus dit hier ongetwijfeld aan de Korintiërs gezegd. Maar hij waarschuwt met nadruk voor het gevaar, dat gelovigen in gemeenschap met de demonen kunnen komen, als zij niet oppassen. De Schrift verbiedt het de demonen te raadplegen (Lev. 19:31; 20:6; Deut. 18:9-14). Onder Israël stond daar de doodstraf op (Lev. 20:27). Demonen sidderen voor God (Jak. 2:19): “Gij gelooft, dat God één is? Daaraan doet gij wel, maar dat geloven de demonen ook en zij sidderen.”

Zij erkennen Christus als Heer en zien Hem als hun toekomstige Rechter: “Van velen voeren ook demonen uit, roepende en zeggende: Gij zijt de Zoon van God. En Hij bestrafte hen en liet hun niet toe te spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was.” (Luk. 4:41) “En zie, zij schreeuwden, zeggende: Wat hebt Gij met ons te maken, Zoon van God? Zijt Gij hier gekomen om ons voor de tijd te pijnigen?” (Matt. 8:29)

Deze demonen zijn reëel en hun bestaan berust niet op fictie. De wereld om ons heen is een demonische wereld, die wij niet kunnen waarnemen. God heeft die aan ons oog onttrokken na de zondeval, maar dat wil nog niet zeggen dat die wereld niet bestaat. Helaas kan de mens die wereld wel binnentreden, ook al heeft God dit verboden (Exod. 20:3-5; Lev. 19:31; 20:6,27; Jes. 8:19-22; 2 Kron. 33:6).

In de Schrift maken demonen deel uit van het rijk der duisternis. Er is sprake van een hiërarchie binnen dit rijk bestaande uit: demonen, engelen, en luchtvorsten. Satan staat aan het hoofd als de ‘overste van de macht der lucht” (Efe. 2:2; Matt. 25:41; Openb. 12:7). Satan is dus overste van een luchtmacht. Alle aardse overheden, machten en koninkrijken worden door deze luchtmacht gecontroleerd.

Het rijk der duisternis is in hoge mate georganiseerd (Matt. 12:26; Joh. 18:36; Matt. 4:8-11; Luk. 4:5-8; Joh. 14:30). Het staat achter de aardse overheden en beïnvloedt die (2 Sam. 24: 1; 1 Kron. 21: 11; 1 Kon. 22:19-23; Job 1:6-7; 2:1-2). Dit is Satans engelen- en demonenwereld. De apostel Paulus spreekt hen gezamenlijk aan als: ‘de overheden, de machten, de wereldbeheersers dezer duisternis, de boze geesten in de hemelse gewesten’. (Efe. 6) Hun machtsgebied is de duisternis. De wereld bevindt zich in die duisternis en satan is “de overste van deze wereld.” Alleen God kan de mens uit deze macht der duisternis verlossen en hem overbrengen in het Koninkrijk van de Zoon Zijner liefde (Hand 26:18, Kol. 1:13).

 

 

De wapenuitrusting van God

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De geestelijke strijd

 

De vijanden waartegen wij hebben te worstelen zijn niet van bloed en vlees, maar geestelijk:

“…want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.” (Efe. 6:12)

 

Deze worsteling is een geestelijke strijd. Het is de goede strijd des geloofs. De inzet is hierbij altijd de verkondiging van het Evangelie (Efe. 6:19-20), de gezonde leer (2 Tim. 4:3-5), het Woord der Waarheid (2 Tim. 2:15-26), waarin Christus overwint en satan teniet gedaan wordt:

“En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad, dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.” (Gen. 3:15)

 

Tegen deze boodschap brengen de boze geesten, de demonen, altijd hun valse leringen in. Zij verspreiden dwalingen onder de mensen en trachten de gelovigen te verleiden met valse leringen over God en Zijn Woord, over satan en het kwaad, over de mens en de dood, over Christus en Zijn verlossing, enzovoort (1 Tim. 4:1-2).

“Maar de Geest zegt nadrukkelijk, dat in latere tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, doordat zij dwaalgeesten en leringen van demonen volgen,  door de huichelarij van leugensprekers, die in hun eigen geweten gebrandmerkt zijn.” (1 Tim. 4)

 

De demonen vinden altijd leugensprekers door wie zij heen kunnen spreken. Als wij niet blijven staan in de volle wapenrusting Gods met o.a. het zwaard des Geestes in de hand (dat is het Woord van God, Efe. 6:17), dan lijden wij de nederlaag. Dan raken wij verstrikt in valse leer. Dan raken wij het spoor des geloofs bijster. Ons geloof kan daardoor zelfs schipbreuk lijden (1 Tim. 1:19). Maar wij hoeven niet te vrezen. Wij mogen de wapenrusting Gods aandoen om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels. En wij mogen er verzekerd van zijn, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch machten, noch krachten, noch enig ander schepsel, ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here.” (Rom. 8:38-39)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Waarom doopte God Christus niet zelf ?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Antwoord : om Satan te vernederen 

.

.

Provincie_Antwerpen_Validatoren_DuivelAlleen

.

.

Lucifer kwam in de onzichtbare wereld in opstand tegen God omdat hij de mens op aarde niet wilde dienen. Hij was de hoogste entiteit in de hemel die moest waken over het uitvoeren van Gods plannen. Zijn naam betekende ” de morgenster ” wat  zijn uitzonderlijke positie benadrukte.

Door de mens te doen geloven dat zij als God konden zijn door controle te hebben over goed en kwaad, bracht Lucifer de eerste zonde in de wereld. De hoogmoed van Lucifer maakte van hem de Satan, wat tegenstrever van God betekent.

God verdoemde Satan en de engelen die Gods soevereiniteit in twijfel brachten door Christus, zijn enig geboren zoon, naar de wereld te sturen om de losprijs te betalen voor de zonden van de mens. Christus werd door Satan meerdere keren op de proef gesteld tijdens zijn leven maar bleef God trouw tot op het kruis. Vanaf toen wisten de duivel en zijn demonen dat zij ooit, op de laatste dag van dit samenstel der dingen, in de vuurpoel zouden geworpen worden voor eeuwig.

 

.

De mens is voor God de bekroning van de schepping tot in de eeuwigheid. Hij liet en zal Satan meerdere keren vernederen door de mens zelf:

.

1 : Christus zwichtte niet voor de duivel tijdens zijn 40 dagen van vasten in de woestijn. Satan bood hem alle koninkrijken ter wereld aan indien hij naar hem luisterde, maar Christus bezweek niet en bleef God trouw.

2 : Christus liet zich dopen door Johannes de Doper waardoor hij de Heilige Geest ontving om                           zijn missie als de messias te beginnen. God gaf dus aan een mens de macht om zijn zoon de Heilige Geest te geven, die hem zou bijstaan tot de dood toe bij het vervullen van zijn taak op aarde.

3 : God nam de moeder van Jezus op in de hemel en kroonde haar tot de moeder Gods. Maria kreeg                daardoor alle macht over elke entiteit in de hemel en op aarde. Wat een vernedering moet dat niet geweest zijn voor de duivel. Maria die uit een zondige vrouw geboren werd, vervolgens door God de titel kreeg van Onbevlekte Ontvangenis met daarop als bekroning de heerseres over alles wat leeft in de zichtbare en onzichtbare wereld.

4 : Christus heeft Satan overwonnen. Bij zijn terugkomst op de laatste dag zal Maria, de moeder Gods, hem en zijn demonen letterlijk verpletteren en haar doen aanbidden alvorens zij zullen geworpen worden in de eeuwige vuurpoel samen met de zondige mens die het zoenoffer van Christus niet hebben aanvaard. Wat huivering- wekkend moet dat niet voor Satan zijn om door Maria, die ooit mens was, vernietigd te worden.

 

.

Maria Domina Animarum

Pasteltekening van John Astria

 

 

Conclusie : God gebruikt de mens in zijn plan om de duivel en zijn demonen zo erg mogelijk te vernederen voor de tijd dat hun nog geven wordt. Wanneer iemand de naam van God, Christus of de Moeder Gods uitspreekt in een gebed om de verzoeking van Satan te kunnen weerstaan, dan zal de duivel onmiddellijk wijken.

 

.

..

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

 

 John Astria

John Astria

Openbaring les 4: Wat is een nieuwe hemel en nieuwe aarde?

Standaard

Categorie: religie

 

 

ACHTERGROND

 

Gelovigen zijn “allen die Zijn verschijning hebben liefgehad” (2 Tim.4:8). Het is niet logisch dat iemand zou beweren Jezus lief te hebben en daarbij niet zou verlangen naar Zijn terugkeer. Daarom is het eind van het boek Openbaring net zo bemoedigend. Gelovigen zijn, zowel in de tijd van Johannes als vandaag de dag, voorbestemd om voor eeuwig met Hem te leven en de verwachting van die gemeenschap met Hem zou hun grootste vreugde moeten zijn. De Gemeente zal nooit bevredigd zijn totdat ze “zonder smet of rimpel of iets dergelijks, heilig en smetteloos” voor God zal staan (Ef.5:27). Tegelijkertijd staat er een andere realiteit te wachten voor degenen die niet verlost zijn. Hun komende eeuwige toestand is net zo echt als die van de verloste mensen. Om die reden geeft Jezus nog een laatste uitnodiging tot berouw in inkeer voor Hij Zijn openbaring doorheen de apostel Johannes afsluit.

 

 

Openbaring hoofdstuk 21: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De nieuwe hemel en de nieuwe aarde (Openbaring 21:1-8)

 

Bij het openen van het 21ste hoofdstuk zijn alle zondaren uit alle tijden, en satan en zijn demonen, veroordeeld tot de poel van vuur (20:10-15). Nadat God alle goddeloze mensen en engelen verbannen heeft en het huidige universum vernietigd is (20:11), zal God een nieuwe plaats scheppen waar de verlosten en de heilige engelen voor eeuwig kunnen wonen. De openbaring van Christus aan de apostel Johannes is een beschrijving van deze woonplaats. Dat op een dag alles nieuw zal worden gemaakt is om verschillende redenen een bemoedigende boodschap van zekerheid aan de gelovigen, zowel uit de tijd van Johannes als die van vandaag de dag.

Ten eerste zullen gelovigen geroepen worden om met Christus in een glorieuze plaats te wonen. Dit zal een gloednieuwe, nooit eerder geziene weergave zijn van Gods kracht. God schiep de aarde oorspronkelijk als een geschikte woonplaats voor de mensheid. De ingang van de zonde besmette echter de aarde en het universum waardoor God deze uiteindelijk zal vernietigen (20:11). Omdat door dit oordeel de eerste hemel en de eerste aarde heen zullen gaan, moet God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde scheppen. Binnen in deze nieuwe schepping zal er een centrale plaats of hoofdstad zijn.

Deze zal het nieuwe Jeruzalem genoemd worden en zal heel anders zijn dan het Jeruzalem dat Johannes of wijzelf kennen. Het oude Jeruzalem, dat toen Johannes dit visioen kreeg al 25 jaar in puin lag, is ook bevlekt met zonde en maakt daardoor deel uit van de oude schepping. De nieuwe plaats zal een heilige stad zijn voor God, omdat iedereen die er zal wonen heilig zal zijn (20:6). Wanneer God deze nieuwe hemel en nieuwe aarde zal maken zal het nieuwe Jeruzalem uit het heilig universum neerdalen (21:10) en dienen als de eeuwige woonplaats voor alle verlosten. Dat zulk een plaats zal dienen als een huis voor de verlosten, blijkt uit de beschrijving die Johannes geeft over het nieuwe Jeruzalem als zijnde “een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is” (21:2).

Johannes zag een bruid die voor haar man sierlijk is gemaakt, omdat het tijd was voor de voltooiing van alle dingen. Tegen deze tijd zal de Gemeente bewaard zijn in een waar geloof en zij die God vrezen, zich bekeerd hebben van hun zonden en hem in dit leven trouw hebben gevolgd, zullen het voorrecht genieten om voor eeuwig met Hem te mogen leven in het komend leven. Wanneer er een einde zal zijn gekomen aan alle aardse dingen, zal de inleiding van de hemel verwelkomd worden met Gods Gemeente die voor Hem gepresenteerd wordt als een mooie bruid die gereserveerd is voor haar echtgenoot.

In deze nieuwe schepping zal de “de tent (tabernakel) van God” bij de mensen zijn “en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn” (21:3). Dit zal in de verlossingsgeschiedenis een nooit eerder geziene demonstratie zijn van Gods glorieuze aanwezigheid bij Zijn volk. God zal letterlijk Zijn tent opzetten onder het volk. Hij zal niet langer transcendent, op verre afstand van hun wonen. Hier zal de gelovige genieten van volmaakte gemeenschap met God. De onvolmaakte, door zonde gehinderde gemeenschap die gelovigen nu in dit leven hebben met God (1 Joh.1:3) zal dan volkomen, volledig en onbegrensd zijn in de hemel. Daar zullen ze de majesteit van Gods buitengewone bestaan zien en kennen, terwijl ze hun Schepper volmaakt zullen aanbidden.

Gelovigen zouden ook bemoedigd moeten zijn omdat dat de hemel (de nieuwe schepping) dramatisch anders zal zijn dan deze huidige wereld. Dit wordt duidelijk in de omschrijvingen van Johannes. Daar in de hemel zullen de gelovigen ervaren dat God “alle tranen van hun ogen” zal afwissen (21:4). Omdat er “geen verdoemenis” is “voor hen die in Christus Jezus zijn” (Rom.8:1) zal er niets zijn om spijt van te hebben – geen rouw, geen jammerklacht en geen moeite. Hierom zullen zij die bij God wonen niet één traan meer laten in de hemel. De dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn” (21:4). De grootste vloek in het menselijk bestaan zal er niet meer zijn! “De dood is verslonden” beloofde Paulus (1 Kor.15:54).

Zowel satan, die de macht had over de dood (Heb.2:14) als de dood zelf, zullen in de poel van vuur geworpen worden (20:10, 14). Deze volmaakte heiligheid en afwezigheid van zonde die de hemel zullen kenmerken, vertalen zich in een wereld die vrij is van alle pijn, verdriet en gejammer. Al deze veranderingen die de nieuwe hemel en nieuwe aarde zullen kenmerken, geven aan dat “de eerste dingen zijn voorbijgegaan” (21:4). De oude menselijke ervaring die betrekking heeft op de gevallen schepping is voor eeuwig voorbij samen met alle rouw, leed, verdriet, ziekte, pijn en dood die de zondeval kenmerkte. Christus zal in die dagen wonderbaarlijk “alle dingen nieuw” maken (21:5).

 

 

De inwoners van de nieuwe hemel

en de nieuwe aarde (Openbaring 21:6-8; 22-27)

 

De gehele geschiedenis is gegroeid naar dat goddelijk moment waarin alles nieuw wordt gemaakt. Bij haar voltooiing zal alles volbracht zijn. Daarom zei de majestueuze stem van Degene die op de troon in de hemel zit tegen Johannes: “Het is geschied” (21:6). God begon de geschiedenis en Hij zal die voleindigen en alles ervan verloopt volgens Zijn plan. Zij die zullen wonen in de nieuwe hemel en nieuwe aarde worden met twee zinnen hier in hoofdstuk 21 beschreven. Als eerste wordt een inwoner van de hemel omschreven als iemand die “dorst heeft” (21:6). Zij zullen “hongeren en dorsten naar de gerechtigheid” (Matt.5:6).

De belofte aan de oprechte zoeker is dat zijn dorst bevredigd zal worden. God zal “voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens” (21:6). Doorheen de Bijbel symboliseert dit water het eeuwige leven (Joh.4:34-14; 7:37-38; Op.22:17). Zij die dorsten en oprecht zoeken naar verlossing zijn degenen die het zullen ontvangen en de eeuwige hemelse gelukzaligheid zullen genieten.

Ten tweede behoort de hemel ook aan “wie overwint” (21:7). Deze overwinnaars zullen zij zijn die gedurende dit leven trouw hun reddend geloof in de Here Jezus Christus hebben versterkt. Overwinnend en volhard in het geloof zullen deze personen “alles beërven” (21:7). Zij zullen “een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare erfenis, die in de hemelen bewaard wordt” ontvangen (1 Pet.1:4).

Ze zullen in de gelukzaligheid van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde voor altijd genieten van een volmaakte ziel (Heb.12:23) en volmaakt lichaam (20:6; Rom.8:23; 1 Kor.15:34-44; 2 Kor.5:2; Fil.3:21). Maar het meest geweldige voor degene die overwinnen en dorsten naar rechtvaardigheid is Gods belofte: “Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn” (21:7). Ondanks dat de gelovige in dit leven al het voorrecht geniet om geadopteerd te zijn als Gods zoon, zal het pas bij het binnengaan van de hemel de volledige werkelijkheid van deze adoptie ervaren (Joh.1:12; Rom.8:14-17; 2 Kor.6:18; Gal.4:5; Ef.1:5).

Zij die het eeuwig geluk zal ontzegd worden, worden omschreven als “de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars” (21:8). Degenen wiens leven gekenmerkt wordt door zulke dingen geven blijk dat zij niet gered zijn en nooit de hemelse stad zullen betreden. ”Hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (21:8). In contrast met de eeuwige gelukzaligheid van de rechtvaardigen in de hemel zullen de zondaars voor eeuwig gekweld worden in de hel. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde staan enkel gelovigen te wachten, terwijl de uiteindelijke hel al de verrezen ongelovigen te wachten staat. Daarom bepalen de tegenwoordige keuzes van mannen en vrouwen in welke plaats ze voor eeuwig zullen leven.

 

 

De glorie van het nieuwe Jeruzalem (Openbaring 21:22-27)

 

Eenmaal in de nieuwe hemel en aarde zullen de verlosten onmiddellijk met glorieus ontzag staan in de nieuwe stad Jeruzalem. Daarbinnen in de stad zal er “geen tempel” zijn, want “de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam” (21:22). De goddelijke aanwezigheid zal de gehele nieuwe hemel doordringen en nergens begrensd zijn tot één plaats. Daarom zullen gelovigen nooit naar een ander huis moeten gaan om te bidden. Tot in de eeuwigheid zullen gelovigen voortdurend in de aanwezigheid van God zijn. Nooit zal er een moment zijn dat ze niet in de volmaakte heilige aanwezigheid van “de almachtige God en het Lam” leven (21:22). Het leven van de gelovigen zal louter bestaan uit aanbidding van God.

Al deze aanbidding zal in Gods glorie gebeuren. Anders dan deze aarde, die volledig afhankelijk is van de zon en de maan, zal de nieuwe hemel en nieuwe aarde niet afhankelijk zijn van zulk licht. De zon en de maan zullen niet nodig zijn om licht te voorzien, “want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp” (21:23). Onder zulk licht zullen alle gelovigen uit elke taal, stam en natie samengebracht worden – zowel Joden als heidenen (21:24). Al de verlosten zullen verenigd worden als Gods volk waarbij eenieder gelijkwaardig is in de eeuwige hoofdstad.

Zulk een gelijkwaardigheid onder de verlosten zal ook ervaren worden in complete veiligheid. Er zal in de eeuwigheid geen nacht meer zijn en de poorten van Jeruzalem zullen nooit meer gesloten moeten worden (21:25). Het zal een plaats van rust, veiligheid en verfrissing zijn waar Gods volk zal “rusten van hun inspanningen” (14:13). Ook zal alles in de hemel heilig zijn. Er zal in het nieuwe Jeruzalem dus niets onrein zijn en “ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens” (21:27). De enigen die daar zullen verblijven zijn degenen wiens naam in het boek des levens geschreven staan.

 

 

Openbaring hoofdstuk 22: de Alfa en de Omega

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De laatste uitnodiging (Openbaring 22:12-17)

 

De hemel zal slechts een selecte groep mensen huisvesten. Enkel de verlosten zullen dit beërven en voor eeuwig met God regeren. En omdat Christus geduldig is en niet wil dat er niemand verloren gaat (2 Pet.3:9) verlangt Hij ernaar om de ongelovigen hier in de verzen 12-17 nog een laatste oproep tot berouw en inkeer te geven. De volledige canon van de Bijbel eindigt daarom op dit punt met een dringende oproep voor zondaren om tot Jezus Christus te komen en voor het te laat is de vrije gift van eeuwig leven te ontvangen. Want Christus komt spoedig (22:12) en wanneer Hij komt zal het zijn als een dief in de nacht (2Pet. 3:10). Voor de verlosten is dit een grote bemoediging. “De Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde” zal komen met beloningen in Zijn hand “om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (22:12-13).

Iedere gelovige zal door trouw aan Christus eeuwige beloningen ontvangen. De beloningen waar de gelovigen van zullen mogen genieten in de hemel, bestaan uit de mogelijkheden om God te dienen. Dus hoe groter hun trouw is geweest in dit leven, hoe meer mogelijkheden ze zullen krijgen om God in de hemel te dienen (cf. Matt.25:14-30). Wat een vreugdevolle gelegenheid zal dat zijn. De verlosten zullen voor eeuwig gezegend worden en een volledige en voor altijddurende toegang hebben tot God. Wanneer ze door de poorten van het nieuwe Jeruzalem willen gaan, zullen ze dat eender wanneer kunnen doen en wanneer ze van de boom des levens willen nemen zullen ze dat dus kunnen doen wanneer ze maar willen (22:14).

Al deze personen zullen op zulk een wijze gezegend worden, omdat God hun gehoorzaam tot aan het eind heeft bevonden, gewassen en gereinigd door het bloed van Christus (1:5; 5:9; 7:14). Dat zulk een glorieuze toestand staat te wachten op de terugkeer van Christus is de reden waarom de Geest en de bruid (de Gemeente) zeggen, “Kom!” (22:17). Beiden zien ze uit naar de terugkeer van Christus om de verlosten te verzamelen. De Gemeente wordt vermoeid door de strijd tegen zonde en verlangt er, samen met de Geest, naar om Jezus Christus verheerlijkt, verhoogd en geëerd te zien worden. Zoals men kan zien is de hemel erg exclusief en huisvest ze enkel degenen die gereinigd zijn van hun zonden door geloof in Jezus Christus. Daarentegen zullen alle anderen buiten het nieuwe Jeruzalem in de poel van vuur verblijven (20:15; 21:8). Omdat “wat onrein is” niet de mogelijkheid zal hebben om in te komen zullen “alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam” het voorrecht gegeven worden om het nieuwe Jeruzalem toe te treden (21:27).

De personen die buitengesloten zullen worden beschrijft Christus als honden en worden verder omschreven als “de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet” (22:15). Iemand die een van deze zonden liefheeft en herhaaldelijk een van deze zonden doet, koppig eraan vastklampt en Christus’ uitnodiging tot verlossing afslaat, zal in de poel van vuur geworpen worden. Toch laat Christus Zijn schepping niet los. De zin: “Laat hij die het hoort, zeggen: Kom!” nodigt al degenen die de Geest en de bruid horen uit om hen te vergezellen in hun verlangen naar Christus’ terugkeer. Degene die met geloof hoort en vertrouwd is degene die gered zal worden.

Door hun gehoorzaamheid aan het Evangelie zullen zij die zich bekeren samen met de Geest en de bruid, omdat ze verlangen naar Zijn glorie – en hun eigen verlossing van zonden – in een volmaakte heilige omgeving, uitzien naar Christus’ terugkeer. Aan degenen die de oproep van Christus gehoorzamen, dorsten naar vergeving en zich bekeren van hun zonden biedt Christus “voor niets” “het water des levens” aan (22:17). Dit eeuwig leven wordt vrij aangeboden aan al degenen die horen en geloven dat Jezus de prijs voor hun zonden betaalde door Zijn opofferende dood aan het kruis (Rom.3:24).

 

Conclusie

 

Dat Christus spoedig zal terugkeren, is een uiterst zekere waarheid. Ondanks dat “de hemel en de aarde zullen voorbijgaan” zal Gods Woord “beslist niet voorbijgaan” (Luk.21:33). Of de mensen nu wel of niet deze komende realiteit begrijpen en geloven, toch zal ze gaan gebeuren omdat deze woorden “betrouwbaar en waarachtig” zijn (22:6). Voor degenen die Gods geboden bewaren, overwinnen en trouw blijven tot aan het eind ligt er een eeuwige onbeschrijflijke beloning te wachten in de hemel. Anderzijds zullen zij die geen aandacht geven aan Christus’ uitnodiging tot berouw en inkeer buitengesloten worden van het nieuwe Jeruzalem en daardoor dus ook voor eeuwig de aanwezigheid van God missen. Daarom zou iedere gelovige ernaar moeten streven om iedere dag godvruchtig te leven en voortdurend bemoedigd te zijn door Christus’ belofte: “zie, Ik kom spoedig” (22:12).

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wat moest Christus nog doen met betrekking tot de eindtijd?

 

Als de les begint, zullen alle zondaren van alle tijden, als wel satan en zijn demonen, veroordeelt zijn naar de poel van vuur (20:10-15). Na alle goddeloze mensen en engelen verwijderd te hebben en het huidige universum vernietigd (20:11), is alles wat nog gedaan moet worden door God, het maken van een nieuwe plaats voor Zijn kinderen en de heilige engelen om voor eeuwig te wonen. Christus’ openbaring aan de apostel Johannes is een beschrijving van zulk een woonplaats. Deze plaats zal gekend worden als de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

 

 

 Waarom wordt het nieuwe Jeruzalem de heilige stad genoemd?

 

Wanneer God deze nieuwe hemel en de nieuwe aarde maakt, zal een nieuw Jeruzalem in het midden van dat heilige universum neerdalen (21:10) en dienen als een woonplaats voor degene die in alle eeuwigheid verlost zijn. Niet als het oude Jeruzalem van vandaag, die besmet is door zonde als de rest van de wereld, zal die nieuwe Jeruzalem een heilige stad voor God zijn, omdat iedereen die er in leeft heilig zal zijn (20:6). Alles wat schoongewassen is of nieuw gemaakt is, zal toegestaan worden in de nieuwe schepping te blijven. Aangezien niets dat onrein is toegestaan zal worden om binnen te gaan, zal de gehele hemel volmaakt heilig zijn.

 

 

 Wie zal er in de nieuwe hemel en nieuwe aarde mogen wonen?

 

Als God de nieuwe schepping maakt en de huidige schepping tot een einde brengt, zullen alleen degene die trouw op het evangelie gereageerd hebben binnen mogen gaan. Aan het einde van Openbaring verwijst Christus naar deze individuen als degene die dorst hadden en overwonnen hebben. Degene die hun hopeloosheid en verloren toestand apart van Christus realiseren, hongeren naar de rechtvaardigheid die alleen door Hem voorzien wordt, zullen met eeuwig leven gezegend worden. God zal hen vinden met berouw over hun zonden, God vrezende en trouw Hem tijdens dit leven volgende. Omdat ze vol passie verlossing zoeken en bewijzen loyaal aan Gods Zoon te zijn, zullen ze de eeuwige zegen van de hemel ontvangen.

 

 

 Hoe zal de relatie van de gelovige met God in de nieuwe schepping zijn?

 

Het zal een zegen zijn om in de hemel te mogen zijn, omdat gelovigen steeds in de aanwezigheid van God zullen zijn. Er zal geen moment zijn dat ze niet in een volmaakt heilige relatie staan met de “de Heere, de almachtige God, en het Lam” (21:22). De “tent van God” zal “bij de mensen” zijn, “en zij zullen Zijn volk zijn” en Hij zal “hun God zijn” (21:3). God zal letterlijk Zijn tent onder Zijn mensen opzetten; Hij zal niet langer ver weg zijn. Hier zal de gelovige in staat zijn van om volmaakte gemeenschap met God te genieten.

 

 

 Hoe zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde anders zijn van deze huidige aarde?

 

Gelovigen zouden ook bemoedigd moeten zijn door het feit dat de hemel enorm zal verschillen met de huidige wereld. Christus zal in die dagen “alle dingen nieuw” maken (21:5). Hij zal alle tranen afwissen, omdat er niets is waarvoor we bang moeten zijn of spijt van zullen hebben. Alles zal volmaakt gemaakt worden en de wereld zal volledig vrij van zonde zijn. Omdat satan en de dood in de poel van vuur geworpen waren (20:10, 14), zal de wereld vrij van alle pijn, leed en huilen zijn.

 

 

 Wie zal er niet de nieuwe hemel en de nieuwe aarde binnen mogen gaan?

 

Degene die afgewezen worden om van dit heelal van eeuwige blijdschap te genieten, worden hier beschreven als de “lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars” (21:8). Hun levens die zo gekenmerkt werden met zulk een herhaaldelijke zonde, geeft bewijs dat ze niet verlost zijn en nooit de hemelse stad zullen binnengaan. Integendeel, “hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (21:8). In tegenstelling tot de eeuwige zaligheid van de gerechtigheid in de hemel, zullen de goddelozen eeuwige kwelling in de hel te verdragen hebben.

 

 

 Hoe zal aanbidding zijn in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde?

 

Omdat ze in Gods aanwezigheid blijven, zal alle aanbidding ook voortdurend gedaan worden in het stralende licht van Gods heerlijkheid. Niet zoals de huidige aarde, zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde geen nood hebben aan licht van de zon en de maan. Zulk een licht zal niet nodig zijn, omdat de heerlijkheid van God het nieuwe Jeruzalem zal verlichten en zijn lamp zal het Lam zijn (21:23). Onder dat licht zullen alle verlosten verenigd zijn als Gods kinderen, waarbij iedereen volledig gelijk is en van volledige rust en veiligheid kan genieten. Daar zullen zij de grote majesteit van Gods wonderlijk wezen zien en kennen, terwijl zij volmaakt aanbidden en hun Maker dienen.

 

 

 Waarom is de komst van Christus bemoedigend voor de gelovige?

 

Voor degene die ware gelovigen zijn is dit bemoedigend. “De Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde,” komt met een beloning in de hand, gereed om “aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (22:12-13). Iedere gelovige zal eeuwige beloningen gegeven worden, gebaseerd op hun trouw in het dienen van Christus in hun leven. Zulke individuen zullen op deze manier gezegend worden, omdat God hen gehoorzaam achtte tot het einde, schoongewassen door het bloed van Christus (1:5; 5:9; 7:14).

 

 

 Waarom wilden de Geest en de Bruid Christus verlangend uitnodigen om te komen?

 

Dat zo een glorieuze staat wacht op de komst van Christus, is waarom de Geest als de Bruid (welke de kerk is) roepen, “Kom!” (22:17). Beide verwelkomen de gedachte van Christus’ terugkomst om degene te verzamelen die hun vertrouwen op Hem gesteld hebben. De gemeente wordt moe van de strijd tegen de zonde en verlangd, met de Geest, om Christus verhoogt, verheerlijkt en geëerd te zien.

 

 

 Wat biedt Christus aan degene die zich aansluiten bij de

Geest en de Bruid en wachten op Zijn komst?

 

Aan degene die gehoorzaam zijn aan Christus roeping, dorsten naar vergeving en bekeren van hun zonden, biedt Christus het “het water des levens” aan (22:17). Doorheen de hele Schrift symboliseert het water eeuwig leven (Joh.4:14-34; 7:37-38; Op.22:17). Daarom is degene die in geloof hoort en gelooft, degene die verlost zal zijn. Dit eeuwig leven wordt vrij aangeboden aan degene die hoort en gelooft, omdat Jezus de prijst betaald heeft door Zijn offerdood aan het kruis (Rom. 3:24).

 

 

SAMENVATTING

 

Eens zal onze wereld er niet meer zijn, en de sterren die we ’s nachts zien zullen niet langer aan de hemel staan. Ook de maan niet. Vanwege de zonde zal God deze wereld vernietigen, samen met de hemelen. In plaats daarvan zal God nieuwe hemelen en een nieuwe aarde scheppen. God zal een stad scheppen die het nieuwe Jeruzalem zal heten. God is deze stad voor alle gelovigen aan het voorbereiden, om op een dag er in te leven en er van te genieten. Omdat er niet langer zonde zal zijn, zal er geen gevolgen van zonde meer zijn. Op deze nieuwe aarde zal er geen geween meer zijn, noch dood of pijn. We zullen ons niet langer zorgen hoeven maken dat mensen onze dingen willen stelen of onze familie pijn willen doen. God zal de volmaakte leider zijn van Zijn kinderen. En Gods kinderen zullen volmaakte volgelingen zijn. Maar een ieder die niet voor zijn sterven zijn vertrouwen op Christus stelde, zullen niet de nieuwe hemel en de nieuwe aarde binnengaan, noch het nieuwe Jeruzalem. In plaats daarvan zullen ze voor eeuwig in de poel van vuur gedaan worden.

Er zijn gevolgen voor zonde. Er zijn ook beloningen voor gehoorzaamheid en geloof waarvan gelovigen eens zullen genieten. Vanwege de zonde van Adam, heeft de mensheid geleefd met de gevolgen van Adams zonde. De straf voor die zonde is de dood en eeuwige scheiding van God. Degene die zich niet aan God heeft onderworpen en zijn vertrouwen op Christus gesteld heeft, zullen nooit een kans hebben om hun gedachten te veranderen. Zij zullen voor eeuwig in de hel zijn. Terwijl degene die in het werk van Christus vertrouwd hebben en hun leven aan Hem hebben onderworpen, de wonderbaarlijke zegen zullen hebben van eeuwig bij God in de hemel te zijn. Wanneer gelovigen op een dag het nieuwe Jeruzalem zullen binnengaan om eeuwig bij God te zijn, zal Gods volmaakte plan van verlossing volbracht zijn.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De kruisiging van Christus.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

jezus-christus-lam-gods

 

 

 

De dood van Jezus Christus

 

De kruisiging van Jezus Christus en Zijn opstanding zijn de twee belangrijkste gebeurtenissen in de geschiedenis van de mensheid. Waarom dat zo is? Omdat de mensheid door de dood van Jezus een kans heeft gekregen op eeuwige redding.

Alle vier Evangeliën in het Nieuwe Testament spreken over de kruisiging van Jezus Christus. Deze schrijvers geven ons krachtige verslagen over dit oude Romeinse gebruik. Hier volgen enkele hoofdpunten in de tijdbalk van de kruisiging:

 

  • Jezus werd in de hof van Getsemane gearresteerd (Marcus 14:43-52).
  • Jezus werd in drie rechtszaken aangeklaagd; drie voor Joodse leiders en drie voor Romeinse leiders (Johannes 18:12-14, Marcus 14:53-65, Marcus 15:1a, Marcus 15: 1b-5, Lucas 23:6-12, Marcus 15:6-15).
  • Jezus overleefde pijnlijke afranselingen, geselingen en bespottingen (Marcus 15:16-20).
  • Pilatus probeerde met de geestelijke leiders een compromis te sluiten door Jezus te laten geselen, maar dat stelde hen niet tevreden. Pilatus overhandigde Jezus vervolgens om gekruisigd te worden (Marcus 15:6-15).
  • Jezus werd door de soldaten bespot toen zij Hem in een paars gewaad kleedden en een doornen kroon op Zijn hoofd plaatsten (Johannes 19:1-3).
  • Jezus werd gekruisigd op Golgotha, wat “de Plaats van de Schedel” betekent (Marcus 15:22).
  • Het bleef toen drie uur lang donker (Marcus 15:33).
  • Jezus riep uit: “Vader, in uw handen leg ik mijn geest”, en Hij stierf (Lucas 23:46).

 

 

Schrijver Arthur W. Pitt beschrijft het op de volgende manier:

“Met een bebloede rug, met daarop Zijn kruis in de hitte van wat nu bijna een middagzon was, vervolgde Hij [Jezus] Zijn tocht op de ruwe hellingen van Golgota. Toen hij de aangewezen executieplaats bereikte, werden Zijn handen en voeten aan de boom geslagen.

Drie uur lang hing Hij daar, terwijl de genadeloze zonnestralen insloegen op Zijn hoofd, met daarop de doornen kroon. Dit werd gevolgd door een duisternis die drie uur duurde. Die nacht en die dag waren uren waarin een eeuwigheid werd samengeperst.”

 

De Redder van de wereld kwam te voorschijn uit drie donker uren, waarin Hij van God de Vader werd afgezonderd. Waarom keerde de Vader zich van Hem af? Het ligt niet in de aard van God om de zonde aan te zien. Daarom brak Hij de communicatie met Zijn Zoon af, toen Jezus de schuld van de zonden van de wereld op zich droeg.

 

 

Het helende bloed van Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Jezus Christus,  Zijn begrafenis en opstanding

 

Na de kruisiging van Jezus Christus vroeg Jozef van Arimatea Pilatus om het lichaam van Christus. Jozef kreeg toestemming om Jezus te begraven en dus bracht hij een groot stuk linnen, wikkelde het lichaam hierin, legde Jezus in een graf en rolde een grote steen voor de toegang tot het graf. Jezus bevond zich drie dagen lang in het graf.

Na de Sabbat bereidden Maria uit Magdala, Maria (de moeder van Jezus) en Salome olie om Jezus’ lichaam te balsemen. Toen ze bij het graf aankwamen, bleek dat de steen al weggerold was. Ze gingen het graf binnen, waar een engel tegen hen zei: “Wees niet bang. U zoekt Jezus, de man uit Nazareth die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, hij is niet hier; kijk, dat is de plaats waar hij was neergelegd. Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: ‘Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd.’ (Marcus 16:6-7)

 

 

De verrijzenis

De verrijzenis

 

 

 

Jezus Christus, Zijn eeuwige geschenk

 

Wat heeft de kruisiging van Jezus Christus met jou te maken? God, die precies weet hoe jij in elkaar zit, wist dat jij nooit het zondeloze leven zou kunnen leiden dat noodzakelijk is voor de hemel. Daarom besloot Hij om Zichzelf in jouw plaats op te offeren. Hij deed dit door een mens te worden in de persoon van Jezus Christus, Zijn enige Zoon. Jezus leefde een zondeloos leven op aarde.

God had gezegd dat de dood de straf voor de zonde is. Omdat wij allemaal hebben gezondigd (Romeinen 3:23, 6:23), hebben wij iemand nodig die zonder zonden is om in onze plaats te sterven. Jezus, die zondeloos was, stierf in onze plaats en werd zo de reddende genade voor de hele wereld.

Hij stierf voor jou! Romeinen 5:10: “Werden we in de tijd dat we nog Gods vijanden waren al met hem verzoend door de dood van zijn Zoon, des te zekerder is het dat wij, nu we met hem zijn verzoend, worden gered door diens leven!”

 

 

De Bijbel zegt: “Geloof in de Heer Jezus en u zult gered worden…”

 

(Handelingen 16:31). Kerkbezoek of goede werken zullen niet bijdragen aan jouw verlossing. God redt jou, omdat Hij jou genadig is.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Wie is Lucifer?

Standaard

categorie : religie

 

 

.

Het verhaal van Lucifer

.

.

lucifer

.

.

.

De oorsprong van Lucifer

.

Om de oorsprong van Lucifer te kunnen vinden, richten we ons tot het Oude Testament. De naam Lucifer is vertaald uit het Hebreeuwse woord “helel”, wat “helderheid” betekent. Deze aanduiding, die dus op Lucifer betrekking heeft, is de uitlegging van de “morgenster” of “zoon des dageraads” die in Jesaja wordt voorgesteld.

“O morgenster, zoon van de dageraad, hoe diep ben je uit de hemel gevallen. Overwinnaar van alle volken, hoe smadelijk lig je daar geveld. Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon. Ik zetel op de toppen van de Safon, de berg waar de goden bijeenkomen. Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de Allerhoogste” (Jesaja 14:12-14).

De context van deze passage slaat op de koning van Babylon zoals hij in zijn trots, zijn pracht en zijn val wordt voorgesteld. Maar de tekst is feitelijk gericht aan de macht die achter de boosaardige Babylonische koning steekt. Geen enkele sterfelijke koning zou beweren dat zijn troon zich boven die van God bevindt of dat hij de Allerhoogste evenaart. De boze macht achter de Babylonische koning is Lucifer, de “zoon des dageraads”.

 

.

.

De geschiedenis van Lucifer

.

Lucifer is gewoon een andere naam voor Satan, die als hoofd van het boosaardige wereldbestel de werkelijke, maar onzichtbare macht is achter de opeenvolgende heersers van Tyrus, Babylon, Perzië, Griekenland, Rome en alle andere kwaadaardige heersers die we in de geschiedenis van de wereld hebben zien komen en gaan. Deze passage gaat verder dan de menselijke geschiedenis en markeert het begin van de zonde in het universum en de val van Satan in het reine, zondeloze firmament vóór de schepping van de mens.

We zien ditzelfde thema in Ezechiël: “De HEER richtte zich tot mij: ‘Mensenkind, hef over de koning van Tyrus een dodenklacht aan:

“Dit zegt God, de HEER: Eens was jij een toonbeeld van perfectie, vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid. Je leefde in Eden, in de tuin van God, en je was bekleed met een keur van edelstenen: met robijn, topaas en aquamarijn, met turkoois, onyx en jaspis, met saffier, granaat en smaragd, gevat in gouden zettingen. Op de dag dat je geschapen werd lagen ze klaar. Je was een cherub, je vleugels beschermend uitgespreid, je was door mij neergezet op de heilige berg van God, waar je wandelde tussen vurige stenen.

Je was onberispelijk in alles wat je deed, vanaf de dag dat je was geschapen tot het moment dat het kwaad vat op je kreeg. Door al het handeldrijven raakte je verstrikt in onrecht en geweld, en je zondigde; daarom, beschermende cherub, verbande ik je van de berg van God en verdreef ik je van je plaats tussen de vurige stenen. Je schoonheid had je hoogmoedig gemaakt, je had je wijsheid en luister verkwanseld.

Daarom heb ik je op de aarde neergeworpen, als een schouwspel voor andere koningen. Door je grote schuld, door je oneerlijke handel, waren je heiligdommen ontwijd. Daarom liet ik een vuur in je oplaaien dat je heeft verteerd, ik maakte van jou een hoop as op de grond, voor ieder die het wil zien. Alle volken die je kenden staan verbijsterd; je bent een schrikbeeld geworden, tot in eeuwigheid zul je er niet meer zijn.”‘” (Ezechiël 28:11-19).

.

Deze passage lijkt gericht tot de “koning van Tyrus”. In werkelijk is het echter gericht aan degene die achter de boosaardige koning van Tyrus schuilgaat. Deze passage bevat profetieën over Lucifer/Satan, omdat zijn laatste einde nog niet heeft plaatsgevonden en pas na het laatste oordeel zal plaatsvinden (Openbaring 20:7-10), ook al is het zeker dat dit einde op deze manier zal plaatsvinden.

Deze passages in Jesaja en Ezechiël hebben beide niet zozeer betrekking op Lucifer/Satan zelf, maar op zijn werk en zijn planning via aardse koningen en heersers die zichzelf een goddelijke eer toekennen. Zij heersen, bewust of onbewust, feitelijk in de geest van Satan en voor de doelen van Satan.

“Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen” (Efeziërs 6:12).

Satan is de vorst achter de machten van dit bedorven wereldbestel.

Let vooral eens op de volgende uitspraak in de passage uit Ezechiël: “de gezalfde cherub”. Een dergelijke uitspraak zou nooit van toepassing kunnen zijn op een menselijke koning. Nee, deze heeft betrekking op Lucifer/Satan die achter de menselijke koning zit. Deze engel is het hoogste wezen dat de HEER ooit heeft geschapen. De HEER zegt over hem: “Eens was jij een toonbeeld van perfectie, vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid”.

Satan was het meest wijze schepsel dat God ooit had geschapen. Geen enkele andere engel en geen enkel ander wezen werd geschapen met de intelligentie die God aan dit schepsel had gegeven. God zegt dat dit schepsel “volmaakt van schoonheid” is. Na de Heilige Drie-eenheid – de Vader, de Zoon en de Heilige Geest – is dit wezen tegenwoordig het hoogste wezen.

In Ezechiël 28:14 lezen we:

“Gij waart een gezalfde, overdekkende cherub”. Dit vertelt ons dat we het niet over een menselijke koning hebben.

Het woord cherub is enkelvoud voor cherubim. De cherubim zijn een symboliek voor Gods Heilige aanwezigheid en Zijn onbereikbare grootheid. Deze cherubim nemen een unieke positie in. De “gezalfde, overdekkende cherub” is het beeld dat in de Hof van Eden voor ons geschetst wordt, nadat Adam en Eva waren weggestuurd en God de cherubim had opgesteld om de weg naar de levensboom te bewaken.

Ook toen Mozes de verzoeningsplaat maakte en deze in het Allerheiligste van de tabernakel plaatste, kwam Gods heerlijkheid er naartoe en ontmoette Hij Mozes tussen de cherubim. Zij “overdekten” de verzoeningsplaat met hun vleugels.

We zien dus dat Satan een cherub was en dat zijn taak bestond uit het bewaken van de troon van God Zelf. Zijn taak was de bescherming van Gods heiligheid. Satan nam de hoogste van alle posities in, een positie die hij verachtte en verloor.

We zien hier in Ezechiël een beschrijving van de hoogste van Gods schepsels, een musicus met perfecte wijsheid en onbeschrijflijke schoonheid, en bovendien met een verheven functie. Maar, dit schepsel met al zijn prachtige eigenschappen had ook een vrije wil. Op een dag zei God tegen dit schepsel:

“Er is ongerechtigheid in jou gevonden”.

 

.

.

De status van Lucifer

 

Wat voor ongerechtigheid werd er in hem gevonden? In het boek Ezechiël laat God ons in het prille begin als het ware over Zijn schouder meekijken, zodat we de oorsprong en de schepping van Satan kunnen zien. Maar waarom zegt God dit? Wat is deze ongerechtigheid?

We moeten naar Jesaja 14:13-14 teruggaan, de verzen die ons over de keuze van Lucifer/Satan vertellen. “Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon. Ik zetel op de toppen van de Safon, de berg waar de goden bijeenkomen. Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de Allerhoogste.” Heb je gemerkt hoe vaak Satan in deze passage eigenlijk “ik zal” zegt? Hij zegt dat hij zijn troon boven Gods sterren zal plaatsen. Het woord “sterren” verwijst hier niet naar de sterren die we ’s nachts kunnen waarnemen. Hiermee worden de engelen van God bedoeld. Met andere woorden: “Ik zal de hemel overnemen, ik zal God zijn”.

Dat is de zonde van Lucifer/Satan en dat is de ongerechtigheid die er in hem werd gevonden. Hij wil geen dienaar van God zijn. Hij wil de dingen niet doen waar hij voor geschapen werd. Hij wil zelf gediend worden en er zijn miljoenen mensen die ervoor gekozen hebben om juist dat te doen: hem dienen. Zij hebben naar zijn leugens geluisterd en ervoor gekozen om hem te volgen. Eva geloofde de leugen dat zij net als God zou zijn. De reden dat Lucifer/Satan haar met die leugen verleidde was dat dit precies datgene is wat hij zelf wil: God zijn.

 

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

 

 John Astria

John Astria

 

Waarom worden mensen ziek?

Standaard

categorie : religie

 

 

 Er zijn drie hoofdredenen waarom mensen ziek worden

 

 

Zonde

 

Eén daarvan is zonde. Jezus zei in Johannes 5:14, nadat Hij de man bij het bad Betesda had genezen: ‘Zie, gij zijt gezond geworden; zondig niet meer, opdat u niet iets ergers overkome.’ Hij maakte het hier dus heel duidelijk dat deze ziekte en het terugkeren van deze ziekte of zelfs iets nog ergers dan de verlamming die deze man had, hem kon overkomen als hij zondigde. Jezus verbond hier dus ziekte aan zonde. Dat is niet de enige reden dat mensen ziek worden, maar het is één reden.

Als iemand bijvoorbeeld alcoholist is en hij drinkt zich een leverziekte, dan heeft Hij zichzelf dat aangedaan. Ik bedoel dat satan zijn handelingen gebruikte om zich toegang tot hem te verschaffen. Hij heeft een leverziekte, niet omdat God hem dat heeft aangedaan, of doordat de duivel dat rechtstreeks deed, maar het is gewoon zonde. Hij oogst de vruchten van zijn zonde; druggebruikers lopen hersenbeschadigingen op, en ziekten die door gedeelde naalden worden overgebracht. Seksueel actieve personen krijgen seksueel overdraagbare ziekten. Dat komt niet doordat satan hen oordeelt of aanvalt. Zij doen het zichzelf aan. Zij zetten de deur open door zonde.

 

 

 

 

 

Oorlog met de duivel

 

De tweede hoofdreden dat mensen ziek worden, komt doordat wij in een oorlog zijn met de duivel. Sommige mensen zijn zich dat niet bewust, maar niet alles wat er gebeurt is maar fysiek. Er woedt een geestelijke oorlog. Er zijn goddelijke engelen die Gods wil uitvoeren en er zijn demonische geesten die satans wil uitvoeren. Er is een veldslag gaande. Je kunt op een bepaalde manier wel stellen dat het op zonde is gebaseerd, omdat satan door zonde op deze aarde is losgelaten, maar dat is niet per se jouw individuele zonde.

Dit is waar Jezus het over had in het 9e hoofdstuk van Johannes toen er een man aan de poort van de tempel zat. Hij was blind vanaf zijn moeders schoot. En de discipelen vroegen: ‘Wie heeft gezondigd, deze man of zijn ouders dat hij blind geboren is.’ En Jezus zei: ‘Geen van beide.’ Je weet heus wel dat Hij niet zegt dat deze man of zijn ouders niet gezondigd hadden. Want de Schrift zegt in Romeinen 3:23: ‘Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods.’

Er was dus wel degelijk zonde in hun leven, maar hier zegt Hij dat het niet hun zonde was die de oorzaak was dat deze jongen blind werd geboren. Dat gebeurde gewoon. Er is een geestelijke oorlog gaande en satan gaat rond, zoekende wie hij kan verslinden. Zonde is dus één reden dat mensen ziek worden. En een andere reden is dat het niet een zonde is, maar dat je gewoon leeft in een gevallen wereld, dat er geestelijke veldslagen zijn en satan je soms gewoon met dingen aanvalt.

 

 

 

 

Door natuurlijke processen

 

De derde hoofdoorzaak dat mensen ziek worden, is de gewoon natuurlijke dingen. Dat is iets waar veel christenen geen rekening mee houden. Zij erkennen wel dat zonde een toegang is van satan in ons leven, en dat dit hem in staat stelt dingen aan te richten. Ze erkennen ook dat we in een geestelijke oorlog zijn en dat satan ons aanvalt. Maar soms vergeestelijken christenen alles zozeer dat ze niet beseffen dat er ook dingen zijn die gewoon natuurlijk gebeuren.

Bijvoorbeeld, als jij gewoon niet oplet en van de trap afloopt en struikelt en valt, kun je een been breken. Je kunt je sleutelbeen breken, je kunt je nek breken. Allerlei dingen kunnen je overkomen en het is niet de duivel, het is niet zonde, het is gewoon een natuurproces, je hebt jezelf bezeerd. Je kunt ook bepaalde ziekten oplopen, een infectie, een zwelling en allerlei dingen. Als mensen van een klip in een waterplas zijn gedoken en een rotsblok hebben geraakt en hun rug hebben gebroken en nu verlamd zijn, is het helemaal niet noodzakelijk de duivel was die hen dat aandeed.

De duivel heeft hen misschien verleid om iets te doen wat niet verstandig was. Of ze hebben iets tegen beter weten in gedaan, maar het is een natuurlijk verschijnsel. Als je bij een auto-ongeluk betrokken raakt en je arm wordt eraf gerukt, dan kun je niet zeggen dat het per se de duivel is. Het is gewoon iets natuurlijks. Vanaf de zondeval zijn er allerlei dingen, bacteriën, virussen, schimmels, dingen die nu verdorven zijn, maar die van oorsprong niet verdorven waren. En die vallen het menselijke lichaam aan. En sommige dingen zijn gewoon natuurlijk. Mensen zijn niet volmaakt en maken fouten.

 

 

 

Conclusie

 

Dit zijn dus drie hoofdgebieden. Je kunt een ingang voor ziekte geven door zonde. En je kunt door satan aangevallen worden wat niet jouw schuld is. Vaak is het feit dat satan je aanvalt en je dingen aandoet het bewijs dat je met iets goeds bezig bent. Satan probeert mensen die gevoelig voor God zijn te belemmeren, evenals mensen die hem bestrijden. Je weet pas dat je in het beloofde land loopt als je de reuzen tegenkomt.

Als er reuzen zijn, als je tegen problemen aanloopt, is dat vaak een indicatie dat je de dingen goed doet in plaats van verkeerd. En ten derde gebeuren er soms dingen die natuurlijk zijn. Als je van het dak valt, kun je jezelf bezeren, je kunt iets breken of beschadigen. Maar dat is niet noodzakelijk demonisch, dat is geen zonde, dat is gewoon iets natuurlijks dat plaatsvindt.

Maar er is altijd iets wat wij eraan kunnen doen. Omdat wij zijn verlost van ziekte en gebrek, kunnen wij onze autoriteit nemen en ons geloof gebruiken en een genezing bewerken of het nu een demonische aanval is, of iets wat gewoon natuurlijk is gebeurd. En zelfs als het onze eigen zonde is die het heeft veroorzaakt, kunnen wij ons daarvan bekeren, ons ervan afkeren en de vergeving van God in ons leven vrijzetten. Ongeacht hoe deze ziekten en gebreken zijn veroorzaakt, er is altijd iets dat wij er aan kunnen doen.

 

 

 

 

Waarom geneest niet iedereen?

 

Jezus ging dus verder, nadat Hij in vers 17 zijn discipelen had bestraft. Vers 18: ‘En Jezus bestrafte hem en de boze geest ging van hem uit, en de knaap was genezen van dat ogenblik af. 19 Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen zij met Hem alleen waren: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven?’

Dit is de vraag waar wij ons nu mee bezig houden. Als het Gods wil was om hem te genezen en Jezus genas deze jongen, waarom konden de discipelen deze jongen dan niet genezen? Als wij geloven dat het Gods wil is dat iedereen geneest, hoe komt het dat wij niet altijd iedereen zien genezen? Wat zijn de oorzaken waarom iemand niet geneest?

Je moet begrijpen dat deze discipelen die deze vraag stelden, ‘waarom konden wij hem niet uitdrijven’, geloofden dat het Gods wil was, én geloofden dat zij de macht van God in hun leven hadden ontvangen om deze demonen uit te drijven. Zij hadden al macht en autoriteit ontvangen om demonen uit te drijven. In het tiende hoofdstuk van Matteüs, en ook in Lukas 9 en andere plaatsen, staat dat Jezus hen macht gaf over alle onreine geesten, over alle ziekte en gebreken. En zij gingen er op uit en ze kwamen terug en verheugden zich dat de demonen zich aan hen onderwierpen in de naam van Jezus.

Ze hadden toen geen enkele vraag. Dit betekent dat nu de discipelen die deze vraag stelden, ‘waarom konden wij hem niet uitdrijven?’ dit niet deden omdat ze niet geloofden. Zij geloofden wel degelijk en ze hadden die macht al uitgeoefend. En ze hadden ook resultaten geboekt. Maar dát was juist de reden waarom ze in de war waren. Als deze discipelen hadden gezegd: ‘Nou, wij geloven niet dat je een maanzieke jongen, iemand met toevallen, kunt genezen,’ dan hadden zij deze vraag nooit gesteld. Het feit alleen al dat zij deze vraag stelden, toont aan dat zij wel degelijk geloofden, maar toch niet de resultaten verkregen die zij verlangden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Waarom vasten christenen niet op dezelfde manier als moslims?

Standaard

categorie : religie

.

.

.

.

.Waarom vasten christenen niet op

dezelfde manier als moslims?

.

.

Antwoord

.

Zowel moslims als christenen vasten, maar hun doelen voor het vasten verschillen. Een moslim is verplicht om tijdens de Ramadan te vasten, om de Vijf Zuilen te onderhouden. Veel moslims streven tijdens hun vastentijd oprecht naar de zegen en vergeving van Allah.

.

.

.

.

Voor christenen is vasten geen plicht, maar een genot. Het overslaan van maaltijden geeft hen de gelegenheid om hun voldoening in God uit te drukken, in plaats van in voedsel. Hoewel met vasten noch Gods genade noch een plaats in het paradijs kan worden verdiend, vasten veel christenen toch en wel om de volgende redenen:

• om hun tevredenheid in God alleen uit te drukken (Lucas 4:4)
• om zichzelf voor God te vernederen (Daniël 9:310:12)
• om God om hulp te vragen (2 Samuël 12:16Ester 4:16Ezra 8:23)
• om naar Gods wil op zoek te gaan (Handelingen 13:2-3)
• om zich van de zonde af te keren (Jona 3:5-101 Koningen 21:25-29)
• om God zonder afleidingen te aanbidden (Lucas 2:36-38)

.

.

.

.

.Hoewel Jezus (Isa) het vasten aanmoedigde, zei Hij niet wanneer of hoe lang gevast moest worden. De religieuze leiders uit de tijd van Isa waren er trots op dat zij twee keer per week vastten, maar Jezus twijfelde aan hun oprechtheid. Christenen volgen Zijn voorbeeld.

.

.

Isa’s voorbeeld van het vasten

.

Aan het begin van Isa’s openbare bediening, vóór Zijn grote wonderen en onderricht, vastte Hij veertig dagen lang. Daarna stelde de duivel Jezus op de proef, toen Hij hongerig en zwak was:

“Nadat hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, had hij grote honger… De duivel nam hem opnieuw mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij toonde hem alle koninkrijken van de wereld in al hun pracht en zei: ‘Dit alles zal ik u geven als u voor mij neervalt en mij aanbidt.’ Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”’ Daarna liet de duivel hem met rust, en meteen kwamen er engelen om voor hem te zorgen.” (Matteüs 4:28-11)

Satan probeerde Jezus tot de zonde te verleiden, maar Jezus bleef perfect – in tegenstelling tot alle andere mensen in de geschiedenis.

.

.

.

.

.

Isa’s waarschuwing tegen hoogmoedig vasten 

.

Vast niet om godsdienstig te lijken in de ogen van andere mensen

.
“Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars, want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.” (Matteüs 6:16-18)

.

.

Vast niet om vergeving van je zonden te verdienen

.
(Farizeeër = iemand die bij een zekere religieuze, fundamentele Joodse sekte behoorde) 
“De farizeeër stond daar rechtop en bad bij zichzelf:

‘God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.’ De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: ‘God, wees mij zondaar genadig.’ Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden” (Lucas 18:11-14).

Jezus leerde ons dat we met vasten geen toegang tot de hemel kunnen verdienen. Onze zonden maken onze beste religieuze daden onwaardig.

.

.

.

.

Isa’s transformatie van het vasten (Marcus 2:18-22)

.
Jezus onderwees dat het volgen van Gods heilige wil meer voldoening zal brengen dan eten:

“Intussen zeiden de leerlingen tegen Jezus: ‘Rabbi, u moet iets eten.’ Maar hij zei: ‘Ik heb voedsel dat jullie niet kennen.’ ‘Zou iemand hem iets te eten gebracht hebben?’ zeiden ze tegen elkaar. Maar Jezus zei: ‘Mijn voedsel is: de wil doen van hem die mij gezonden heeft en zijn werk voltooien’.” (Johannes 4:31-34)

.

.

Wat zijn Gods wil en werk dan?

.

“‘Ik ben het brood dat leven geeft,’ zei Jezus. ‘Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben. Maar ik heb u al gezegd dat u niet gelooft, ook al hebt u me gezien. Iedereen die de Vader mij geeft zal bij mij komen, en wie bij mij komt zal ik niet wegsturen, want ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat ik wil, maar om te doen wat hij wil die mij gezonden heeft. Dit is de wil van hem die mij gezonden heeft: dat ik niemand van wie hij mij gegeven heeft verloren laat gaan, maar dat ik hen allen laat opstaan op de laatste dag. Dit wil mijn Vader: dat iedereen die de Zoon ziet en in hem gelooft, eeuwig leven heeft, en dat ik hen op de laatste dag uit de dood zal opwekken.’” (Johannes 6:35-40)

Net zoals we zullen sterven als we niet eten, zo zullen we ook geestelijk sterven (dat wil zeggen: eeuwig van God afgescheiden worden in de hel) als we Jezus niet ontvangen. Hij is het Brood van het Leven. Omdat Hij “uit de hemel neerdaalde” en uit een maagd geboren werd, noemde Jezus God Zijn Vader. Jezus bewees met Zijn perfecte leven, dood en opstanding dat Hij Goddelijk is; Hij is Gods Zoon. Jezus Christus voerde de wil van Zijn Vader uit: Hij redde zondaars door hun straf aan het kruis op Zich te nemen. Door Jezus uit de dood op te wekken toonde God dat de offergave van Jezus aanvaard werd.

Heb jij het Brood van het Leven ontvangen? Jij moet je van je zonden afkeren en op de dood en de opstanding van Jezus vertrouwen om je te redden – niet op je eigen goedheid en daden, zoals vasten.

Nadat Hij je van jouw zonden verlost, geeft Jezus jou het verlangen en de kracht om God door middel van goede daden te eren:

“Maar nu, bevrijd van de zonde en in dienst van God, oogst u toewijding aan hem en zelfs het eeuwige leven. Het loon van de zonde is de dood, maar het geschenk van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer.” (Romeinen 6:22-23)

.

.

Helend bloed

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

.

.

Waar haalde Kaïn zijn vrouw vandaan?

Standaard

categorie : religie

.

Waar haalde Kaïn zijn vrouw vandaan ?

.

adamevaparadijsrnd

.

Sceptici hebben telkens weer de vrouw gebruikt om het boek Genesis in discrediet te brengen als waargebeurde historische gebeurtenis. Triest genoeg waren de meeste christenen niet in staat om een adequaat antwoord te geven op deze vraag. Met als gevolg, dat de wereld denkt, dat christenen de autoriteit van de Bijbel niet kunnen aantonen, net zo min als van het christelijke geloof. En toch is er een antwoord op te geven. Maar aangezien de meeste kerken geen apologetiek leren, (dat is de leer van de geloofsverdediging) speciaal met het oog op Genesis, zijn veel kerkgangers niet “bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop, die in u is.” (1 Petr. 3:15). 

.

Waarom is het belangrijk?

.

Verdedigers van het evangelie moeten kunnen aantonen, dat alle mensen afstammen van één man en één vrouw (Adam en Eva), want alleen afstammelingen van Adam en Eva kunnen gered worden. Dus moeten gelovigen ervan overtuigd zijn, dat Kaïns vrouw een nakomelinge van Adam was. ( Het Bijbelgedeelte dat hier op slaat is Genesis 4:1-5:5 ).

.

.

De eerste mens

.

Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben (Rom. 5:12). We lezen in 1 Kor. 15:45 dat Adam de eerste mens was.De Bijbel stelt heel duidelijk, dat alleen de nakomelingen van Adam gered kunnen worden. Rom. 5 leert ons, dat we zondaars zijn, omdat Adam zondigde. De doodstraf, die Adam kreeg als oordeel over zijn opstandigheid, ging over op al zijn nakomelingen. Omdat één mens zonde en dood in de wereld bracht, hebben alle nakomelingen van Adam een zondeloos mens nodig om de straf te betalen voor de zonde en het oordeel van de dood te ondergaan.

.

.

De laatste Adam

.

God voorzag in een oplossing. Hij opende een weg om de mens te bevrijden uit zijn verloren staat. De zoon van God nam de menselijke natuur aan, toegevoegd aan zijn volle goddelijkheid. Hij wordt “de laatste Adam” genoemd (1 Kor. 15:45), omdat Hij de plaats innam van de eerste Adam. Hij werd het nieuwe hoofd en omdat hij zonder zonde was, was Hij in staat te prijs te betalen voor de zonde:

Want, dewijl de dood er is door één mens, is ook de opstanding der doden door één mens. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. (1 Kor. 15:21-22).

Christus stierf op het kruis. Hij stortte zijn bloed want “zonder bloedstorting is er geen vergeving.” Hebr. 9:22. Daardoor kunnen degenen die spijt hebben van hun zonde en hun vertrouwen in zijn werk aan het kruis stellen, verzoend worden met God.

Zodoende kunnen slechts nakomelingen van Adam gered worden.

.

.

Allen verwant

.

Zodoende was er slechts een man aan het begin—gemaakt uit het stof der aarde (Genesis 2:7).

Dit betekent ook, dat Kaïns vrouw een nakomelinge was van Adam.

.

.

De eerste vrouw

.

In Genesis 3:20 lezen we, “En Adam noemde zijn vrouw Eva, omdat ze de moeder was van alle levenden.”

Eva werd gemaakt uit een rib van Adam (of zijde) (Genesis 2:21-24).

Ook lezen we in Genesis 2:20, dat toen Adam naar de dieren keek, hij geen hulp voor zichzelf kon vinden—er was er geen een van zijn soort.

Dit alles maakt het duidelijk dat er in het begin maar één vrouw was, Adams vrouw. Er waren geen andere vrouwen aanwezig, die niet van Eva afstamden.

.

.

Kaïns broers en zusters

.

Kaïn was het eerste kind van Adam en Eva, dat staat in (Genesis 4:1). Zijn broers, Abel (Genesis 4:2) en Set (Genesis 4:25), waren een gedeelte van de eerste generatie kinderen, die ooit op aarde geboren waren.

Hoewel slechts deze drie bij name vermeld staan, hadden Adam en Eva meer kinderen. In Genesis 5:4 staat dat Adam zonen en dochteren verwierf—”En de dagen van Adam, nadat hij Set verwekt had, waren achthonderd jaar, en hij verwekte zonen en dochteren.”

De Bijbel vertelt ons niet hoeveel kinderen Adam en Eva kregen. Het lijkt ons redelijk om aan te nemen, dat het er velen waren! Denk er wel aan, God had hen het bevel gegeven: “Weest vruchtbaar en wordt talrijk” (Genesis 1:28).

.

.

De vrouw

.

Als we nu echt puur afgaan op wat de Bijbel zegt, dan moesten in het begin broers met zusters trouwen, of er zou geen volgende generatie meer zijn geweest!

Er wordt ons niet gezegd wanneer Kaïn trouwde, maar het ding staat vast dat enkele broers bij de aanvang der geschiedenis met hun zusters zijn getrouwd.

De bedoeling van God was dat één man met één vrouw zou trouwen voor het leven (gebaseerd op Genesis 1 en 2). Het was in die begintijd geen ongehoorzaamheid aan God als naaste verwanten met elkaar huwden (zelfs broers en zusters).

Lang geleden huwde Abraham zijn halfzuster huwde. (Genesis 20:12). God zegende deze verbinding, want door Isaäk en Jakob werd het hele Joodse volk geboren. Pas 400 jaar later gaf God aan Mozes wetten, die zulke huwelijken verbood.

.

.

Biologische Afwijkingen

.

Vandaag de dag is het volgens de wet voor broers en zusters (en halfbroers en halfzusters) niet toegestaan om te trouwen, omdat de kinderen uit deze verbintenis een onacceptabel risico lopen om mismaakt te worden. Hoe meer de ouders aan elkaar verwant zijn, hoe groter het risico dat hun nageslacht afwijkingen zal krijgen.

Adam and Eva hadden geen opeenstapeling van afwijkingen. Toen de eerste twee mensen werden geformeerd, waren ze lichamelijk perfect. Alles wat God maakte was erg goed (Genesis 1:31). Maar toen de zonde in de wereld kwam (vanwege Adam—Genesis 3:6, Rom. 5:12), vervloekte God de wereld. zodat de perfecte creatie begon te degenereren.

Kaïn behoorde bij de eerste generatie kinderen. Hij, zowel als zijn broers en zusters, hebben geen imperfecte genen van Adam en Eva overgeërfd en de vloek op de schepping was nog maar minimaal doorgedrongen. In dat geval kunnen broers en zusters wel met elkaar huwen met Gods toestemming, zonder dat mogelijke afwijkingen in het nageslacht ontstaan.

In de tijd van Mozes, een paar duizend jaar later, zouden degeneratie fouten zich al hebben opgebouwd in het menselijke ras. Daardoor vond God het nodig om het broeder-zuster huwelijk ter verbieden (en tussen nauw verwanten) (Leviticus 18-20). Er waren destijds ook genoeg mensen op de aarde en er was dus geen dringende reden meer om binnen het gezin met elkaar te trouwen.

.

.

.

De afstammelingen van Kaïn en Abel

.

De nakomelingen van Kaïn en Abel waren erg intelligente mensen. Jubal maakte muziekinstrumenten zoals de harp en het orgel (Genesis 4:21), en Tubal-Kaïn werkte met koper en ijzer (Genesis 4:22).

Omdat men erg beïnvloed is door het evolutiedenken menen veel mensen vandaag de dag dat onze generatie de intelligentste is die ooit bestaan heeft op deze planeet. Moderne technologie is het resultaat van een opeenstapeling van kennis uit vroegere tijden. We staan op de schouders van hen die ons voorgegaan zijn.

Onze hersens hebben geleden van het 6.000 jaar ondergaan van de vloek sinds Adam. We zijn flink gedegenereerd vergeleken met mensen uit vele generaties voor ons. Aan de intelligentie van Adam en Eva en de inventiviteit van hun kinderen, kunnen we bij lange na niet tippen.

.

.

Conclusie

.

Vele Christenen proberen Genesis te interpreteren vanuit onze huidige situatie, veel meer dan de Bijbelse waarheid te aanvaarden van de veranderingen die ontstaan zijn door de zonde. Omdat ze hun wereldvisie niet bouwen op de Schrift, maar een seculiere manier van denken hebben aangenomen ten aanzien van de Bijbel, zijn ze blind voor simpele antwoorden.

Genesis geeft een verslag van God, die er was toen de geschiedenis een aanvang nam. Het is het woord van die Ene, die alles weet en Die een getrouwe getuige is van het verleden. Als we dus Genesis nemen als basis voor ons historische begrip, dan kunnen we de zingeving ontdekken van zaken die anders een mysterie voor ons zouden blijven.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Is er een onvergeeflijke zonde?

Standaard

categorie : religie

.

.

.

overflow-5-onze-identiteit-in-christus-5-638

.

.

Waar staat dat in de Bijbel?

.

De Bijbelpassages over de onvergeeflijke zonde worden hier beneden opgesomd:

Matteüs 12:31-32 zegt: “Daarom zeg ik u: elke zonde en elke godslastering kan de mensen worden vergeven, maar wie de Geest lastert kan niet worden vergeven. En iedereen die iets ten nadele van de Mensenzoon zegt, zal worden vergeven. Maar wie kwaadspreekt van de Heilige Geest zal niet worden vergeven, noch in deze wereld, noch in de komende.”

En Lucas 12:10 stelt: “En iedereen die iets ten nadele van de Mensenzoon zegt, zal worden vergeven. Maar wie lastertaal spreekt tegen de Heilige Geest zal niet worden vergeven.

.

Wat is een onvergeeflijke zonde ?

.

De onvergeeflijke zonde wordt soms ook wel de “lastering van of tegen de Heilige Geest” genoemd. Laten we eens beginnen met de definitie van het woord “lastering”. Dit kan gedefinieerd worden als een “hoogmoedige oneerbiedigheid” en zou kunnen bestaan uit het vervloeken of ontaarden van God. Ook wanneer er een relatie wordt gelegd tussen God en het kwaad, wordt dit “lastering” genoemd.

Matteüs 12:31-32 heeft betrekking op de wonderen die Jezus in de macht van de Heilige Geest verricht. Door deze wonderen is het duidelijk dat Jezus de beloofde Messias is. In deze passage beweren de Farizeeën dat Jezus deze macht had gekregen van een demon met de naam Beëlzebub (Matteüs 12:24).

Zij legden op deze manier een verband tussen Jezus en de macht van de Heilige Geest en de hel, en niet met de hemel. Jezus zei feitelijk dat dit de lastering van de Heilige Geest was, deze zonde was onvergeeflijk. Zij hadden hem afgewezen.

.

.

Kan ik een onvergeeflijke zonde begaan?

.

Het idee van de onvergeeflijke zonde heeft al veel mensen in de geschiedenis bedroefd. Misschien is het schuldgevoel en de angst wel onnodig. Als jij bang bent dat je de onvergeeflijke zonde hebt begaan, dan is dat ongetwijfeld bewijs voor het feit dat je dat niet hebt gedaan! De mensen die de onvergeeflijke zonde begingen hadden hiervan geen berouw zoals God het wil. Ze waren niet geïnteresseerd in Gods vergeving. Vergeet niet dat Petrus tot drie maal toe ontkende dat hij Jezus kende, maar toch door Jezus werd vergeven.

Het lijkt zo te zijn dat deze onvergeeflijke zonde tegen de Heilige Geest alleen mogelijk was in de tijd waarin Christus Zijn bediening op aarde uitvoerde. De onvergeeflijke zonde, die in Matteüs 12 wordt beschreven, kan tegenwoordig niet meer worden begaan. We zijn niet in staat om de wonderen van God, die door Jezus Christus werden verricht, aan Satan toe te schrijven.

Maar wanneer mensen Jezus Christus en Zijn geschenk van het eeuwige leven afwijzen, dan begaan zij in zekere zin de onvergeeflijke zonde van het ongeloof. Ieder die ernaar verlangt om door Gods genade gered te worden heeft de onvergeeflijke zonde niet begaan. Maar, iemand die tot aan zijn dood in ongeloof leeft en Jezus altijd heeft afgewezen, zal niet vergeven worden. Een dergelijk mens zal de eeuwigheid in de hel doorbrengen, afgezonderd van God.

2 Korintiërs 7:10 zegt: “Verdriet dat God geeft leidt tot inkeer die men nooit berouwt en tot redding; verdriet dat de wereld geeft leidt alleen maar tot de dood.” Mensen die oprecht naar Gods vergeving verlangen zullen deze vergeving ook ontvangen!

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

voorpagina openbaring a4

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

 John Astria

John Astria

Het verhaal van Lucifer

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

.

Het verhaal van Lucifer – Zijn oorsprong

 

Om de oorsprong van Lucifer te kunnen vinden, richten we ons tot het Oude Testament. De naam Lucifer is vertaald uit het Hebreeuwse woord “helel”, wat “helderheid” betekent. Deze aanduiding, die dus op Lucifer betrekking heeft, is de uitlegging van de “morgenster” of “zoon des dageraads” die in Jesaja wordt voorgesteld.

Jesaja 14:12-14 :

“O morgenster, zoon van de dageraad, hoe diep ben je uit de hemel gevallen. Overwinnaar van alle volken, hoe smadelijk lig je daar geveld. Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon. Ik zetel op de toppen van de Safon, de berg waar de goden bijeenkomen. Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de Allerhoogste” 

De context van deze passage slaat op de koning van Babylon zoals hij in zijn trots, zijn pracht en zijn val wordt voorgesteld. Maar de tekst is feitelijk gericht aan de macht die achter de boosaardige Babylonische koning steekt. Geen enkele sterfelijke koning zou beweren dat zijn troon zich boven die van God bevindt of dat hij de Allerhoogste evenaart. De boze macht achter de Babylonische koning is Lucifer, de “zoon des dageraads”.

 

 

LUCIFER-BOOK-FOUR-Cv_534f20ce29ac55.68373294 (1)

 

 

 

Het verhaal van Lucifer – Zijn geschiedenis

 

Lucifer is gewoon een andere naam voor Satan, die als hoofd van het boosaardige wereldbestel de werkelijke, maar onzichtbare macht is achter de opeenvolgende heersers van Tyrus, Babylon, Perzië, Griekenland, Rome en alle andere kwaadaardige heersers die we in de geschiedenis van de wereld hebben zien komen en gaan. Deze passage gaat verder dan de menselijke geschiedenis en markeert het begin van de zonde in het universum en de val van Satan in het reine, zondeloze firmament vóór de schepping van de mens.

We zien ditzelfde thema in : Ezechiël 28:11-19

“De HEER richtte zich tot mij: ‘Mensenkind, hef over de koning van Tyrus een dodenklacht aan: “Dit zegt God, de HEER: Eens was jij een toonbeeld van perfectie, vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid. Je leefde in Eden, in de tuin van God, en je was bekleed met een keur van edelstenen: met robijn, topaas en aquamarijn, met turkoois, onyx en jaspis, met saffier, granaat en smaragd, gevat in gouden zettingen. Op de dag dat je geschapen werd lagen ze klaar. Je was een cherub, je vleugels beschermend uitgespreid, je was door mij neergezet op de heilige berg van God, waar je wandelde tussen vurige stenen. Je was onberispelijk in alles wat je deed, vanaf de dag dat je was geschapen tot het moment dat het kwaad vat op je kreeg. Door al het handeldrijven raakte je verstrikt in onrecht en geweld, en je zondigde; daarom, beschermende cherub, verbande ik je van de berg van God en verdreef ik je van je plaats tussen de vurige stenen. Je schoonheid had je hoogmoedig gemaakt, je had je wijsheid en luister verkwanseld. Daarom heb ik je op de aarde neergeworpen, als een schouwspel voor andere koningen. Door je grote schuld, door je oneerlijke handel, waren je heiligdommen ontwijd. Daarom liet ik een vuur in je oplaaien dat je heeft verteerd, ik maakte van jou een hoop as op de grond, voor ieder die het wil zien. Alle volken die je kenden staan verbijsterd; je bent een schrikbeeld geworden, tot in eeuwigheid zul je er niet meer zijn.”

Deze passage lijkt gericht tot de “koning van Tyrus”. In werkelijk is het echter gericht aan degene die achter de boosaardige koning van Tyrus schuilgaat. Deze passage bevat tevens profetieën – op zowel de korte als de lange termijn – over Lucifer/Satan, omdat zijn laatste einde nog niet heeft plaatsgevonden en pas na het laatste oordeel zal plaatsvinden ( zie Openbaring 20), ook al is het zeker dat dit einde op deze manier zal plaatsvinden. Deze passages in Jesaja en Ezechiël hebben beide niet zozeer betrekking op Lucifer/Satan zelf, maar op zijn werk en zijn planning via aardse koningen en heersers die zichzelf een goddelijke eer toekennen. Zij heersen, bewust of onbewust, feitelijk in de geest van Satan en voor de doelen van Satan.  Satan is de vorst achter de machten van dit bedorven wereldbestel.

Efeziërs 6:12 :

“Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen” . Satan is de vorst achter de machten van dit bedorven wereldbestel ”.

Let vooral eens op de volgende uitspraak in de passage uit Ezechiël: “de gezalfde cherub”. Een dergelijke uitspraak zou nooit van toepassing kunnen zijn op een menselijke koning. Nee, deze heeft betrekking op Lucifer/Satan die achter de menselijke koning zit. Deze engel is het hoogste wezen dat de Heer ooit heeft geschapen.

De Heer zegt over hem:

“Eens was jij een toonbeeld van perfectie, vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid”.

Satan was het meest wijze schepsel dat God ooit had geschapen. Geen enkele andere engel en geen enkel ander wezen werd geschapen met de intelligentie die God aan dit schepsel had gegeven. God zegt dat dit schepsel “volmaakt van schoonheid” is. Na de Heilige Drie-eenheid – de Vader, de Zoon en de Heilige Geest – is dit wezen tegenwoordig het hoogste wezen.

Ezechiël 28:14 :

“Gij waart een gezalfde, overdekkende cherub”.

Dit vertelt ons dat we het niet over een menselijke koning hebben. Het woord cherub is enkelvoud voor cherubim. De cherubim zijn een symboliek voor Gods Heilige aanwezigheid en Zijn onbereikbare grootheid. Deze cherubim nemen een unieke positie in. De “gezalfde, overdekkende cherub” is het beeld dat in de Hof van Eden voor ons geschetst wordt, nadat Adam en Eva waren weggestuurd en God de cherubim had opgesteld om de weg naar de levensboom te bewaken.

Ook toen Mozes de verzoeningsplaat ( de Arc van het Verbond ) maakte en deze in het Allerheiligste van de tabernakel plaatste, kwam Gods heerlijkheid er naartoe en ontmoette Hij Mozes tussen de cherubim. Zij “overdekten” de verzoeningsplaat met hun vleugels. We zien dus dat Satan een cherub was en dat zijn taak bestond uit het bewaken van de troon van God Zelf. Zijn taak was de bescherming van Gods heiligheid. Satan nam de hoogste van alle posities in, een positie die hij verachtte en verloor.

We zien hier in Ezechiël een beschrijving van de hoogste van Gods schepsels, een musicus met perfecte wijsheid en onbeschrijflijke schoonheid, en bovendien met een verheven functie. Maar, dit schepsel met al zijn prachtige eigenschappen had ook een vrije wil. Op een dag zei God tegen dit schepsel: “Er is ongerechtigheid in jou gevonden”.

 

 

lucifer_embrace_by_jdelnido-d6d1en8

 

 

 

Het verhaal van Lucifer – Zijn status

 

Wat voor ongerechtigheid werd er in hem gevonden? In het boek Ezechiël laat God ons in het prille begin als het ware over Zijn schouder meekijken, zodat we de oorsprong en de schepping van Satan kunnen zien. Maar waarom zegt God dit? Wat is deze ongerechtigheid?

Jesaja 14:13-14 :

“Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon. Ik zetel op de toppen van de Safon, de berg waar de goden bijeenkomen. Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de Allerhoogste.”

Heb je gemerkt hoe vaak Satan in deze passage eigenlijk “ik zal” zegt? Hij zegt dat hij zijn troon boven Gods sterren zal plaatsen. Het woord “sterren” verwijst hier niet naar de sterren die we ’s nachts kunnen waarnemen. Hiermee worden de engelen van God bedoeld. Met andere woorden: “Ik zal de hemel overnemen, ik zal God zijn”. Dat is de zonde van Lucifer/Satan en dat is de ongerechtigheid die er in hem werd gevonden. Hij wil geen dienaar van God zijn. Hij wil de dingen niet doen waar hij voor geschapen werd. Hij wil zelf gediend worden en er zijn miljoenen mensen die ervoor gekozen hebben om juist dat te doen: hem dienen. Zij hebben naar zijn leugens geluisterd en ervoor gekozen om hem te volgen. Eva geloofde de leugen dat zij net als God zou zijn. De reden dat Lucifer/Satan haar met die leugen verleidde was dat dit precies datgene is wat hij zelf wil: God zijn.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA