Categorie archief: Kamerplanten en bloemen

Donkersporig bosviooltje : Viola reichenbachiana

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

bosviooltje-bloem

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de paarse bloemen,
– waarvan de zijdelingse kroonbladen de bovenste niet bedekken en
– de kelkbladen met spitse top en aanhangsel korter dan 1 mm en
– de donker roodpaarse spoor

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Donkersporig bosviooltje is een overblijvend plantje van 5 tot 25 cm hoog, dat groeit op vochtige, kalkrijke of lemige grond in loofbossen. Ze is vrij zeldzaam in de Lage Landen. De bloeitijd is vanaf begin april tot en met begin mei, soms in september weer.

 

 

Macro opname van een groep Donkersporig bosviooltje; Close-up from a group Early Dog-violet.

Macro opname van een groep Donkersporig bosviooltje

 

 

 

Bloemen

 

De niet geurende bloemen zijn paars met een iets roodachtige tint. Naar het midden toe worden ze iets donker-der van kleur. Het onderste kroonblad heeft een donker roodpaars spoor en donkere lijntjes (honingmerk). De zijdelingse kroonbladen wijzen schuin naar beneden en raken de bovenste niet.

 

 

 

 

 

Bladeren

 

De kelkbladen hebben een spitse top en een aanhangsel korter dan 1 mm, dat na de bloei niet uitgroeit. Dit in tegenstelling tot de kelkaanhangsels van bleeksporig bosviooltje, waarvan de onderste na de bloei wel uitgroeien.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Donkersporig bosviooltje wordt gebruikt in de natuurgeneeskunde vanwege de slijmstoffen en vluchtige oliën die de bladeren en bloemen bevatten.

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

In de Lage Landen komen 12 soorten viooltjes voor. Ze zijn te verdelen in twee groepen; de ene groep heeft schuin naar boven wijzende zijdelingse kroonbladen. Tot die groep horen akkerviooltje, zinkviooltje, driekleurig viooltje en duinviooltje. De overige viooltjes hebben schuin naar beneden wijzende zijdelingse kroonbladen.

 

 

 

 

 

 

akkerviooltje

 

 

 

zinkviooltje

 

 

 

driekleurig viooltje

 

 

 

duinviooltje

 

 

 

Algemeen

 

viooltjesfamilie (Violaceae)
– overblijvend
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– 5 tot 25 cm

Bloem
– lichtpaars
– vanaf begin april t/m begin mei
– gesteeld alleenstaand
– 13 tot 15 mm
– donker roodpaars spoor
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen met spitse top
– kelkaanhangsels korter dan 1 mm
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– hartvormig
– top stomp
– rand gekarteld
– voet hartvormig
– veernervig

Stengel
– opstijgend
– kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

154011

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

 Duinviooltje : Viola curtisii

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

.

 

 

 

Goed te herkennen aan
– (meestal) drie verschillende kleuren kroonbladen en
– de groeiplaats; in de duinen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Duinviooltje is een overblijvend plantje van 10 tot 25 cm hoog. Ze komt algemeen voor in de duinen, vaak enigszins op verstuivende, voedselarme zandgrond. De plekken waar konijnen actief zijn hebben de voorkeur; ze doet het erg goed op konijnenmest. Komt ze buiten de duingebieden voor dan is ze aangevoerd met duinzand of je hebt een driekleurig viooltje gevonden.

Duinviooltje heeft een dunne, verticale, zich vertakkende wortelstok, waaruit meestal veel opstijgende stengels groeien. De penwortels gaan tot 1 meter diep. Bij droogte kan duinviooltje zo nog aan water komen. Tevens kan duinviooltje goed tegen vorst.

 

 

driekleurig viooltje

 

 

 

BLoem

 

Duinviooltje bloeit vanaf april tot in de herfst. De hoofdbloei valt in april en mei. De bloemen zijn blauw- of roodpaars met wit en lichtgeel. Soms zijn ze geheel paars, geelachtig of wittig. In de herfst zijn de bloemen vaak wat kleiner. De onderste kroonbladen zijn altijd lichter van kleur dan de bovenste. De gele vlek aan de basis van het onderste kroonblad vormt samen met de donkerpaarse streepjes het honingmerk.

De spoor reikt ongeveer 1,5 tot 3 mm verder dan de kelkbladen, duidelijk langer dan de spoor van driekleurig viooltje, dat hoogstens tot 1 mm voorbij de kelkbladen steekt.

.

 

 

 

 

Blad

De bladeren zijn donkergroen. In de winter zijn ze paars verkleurd. De bovenste zijn lancet- tot lijnlancetvormig; smal in vergelijking met die van driekleurig viooltje. De onderste bladeren zijn eirond tot rond, meestal vlezig. De steunblaadjes (de blaadjes aan de voet van de bladsteel) zijn veervormig met lange smalle eindslip.

.

 

 

 

 

Algemeen

 

viooltjesfamilie (Violaceae)
– overblijvend
– algemeen in de duinen
– (5) 10 tot 25 cm

Bloem
– combinatie van paars, wit en geel
– vanaf april tot in de herfst
– gesteeld alleenstaand
– 15 tot 20 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– onderste rond of eirond
– bovenste lancet- tot lijnlancetvormig
– top stomp
– rand gekarteld
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig

Stengel
– opstijgend of bovengronds liggend
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deens lepelblad : Cochlearia danica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Cochlearia danica - Deens lepelblad-03

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de kleine, witte, 4-tallige bloemetjes in een tros en
– de lang gesteelde enkelvoudige, vlezige rozetbladeren en
– de (meestal) kort gesteelde, vlezige stengelbladeren en
– haar zoutminnende eigenschap

.

 

 

 

.

 

Algemeen

 

Deens lepelblad is een eenjarig plantje van 5 tot 25 cm hoog, dat groeit op open, droge tot vrij vochtige, voed-selrijke, zilte grond in de duinen, op groene stranden, op dijken in het kustgebied en langs wegen waarop ’s winters gestrooid wordt. Ze is vrij algemeen in de duingebieden en het maritieme gebied en zeer algemeen langs bepekelde wegen.

 

 

00342Deens lepelblad Lange land Ziekenhuis 1 copy

 

 

 

Bloemen

 

Deens lepelblad bloeit vanaf april tot en met juni met kleine witte bloemetjes, die in een trosje aan het einde van de stengel en zijstengels staan. De kelkbladen zijn roodbruin aangelopen. De rest van de plant is donkergroen of sterk roodbruin aangelopen. Hoe droger de standplaats hoe sterker de roodbruine verkleuring.

 

 

 

 

.

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– vrij tot zeer algemeen
– 5 tot 25 cm

Bloem
– wit
– vanaf april t/m juni
– tros
– stervormig
– 4 tot 5 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid en rozet
– enkelvoudig
– rozetbladeren :
– lang gesteeld
– top stomp
– rond tot driehoekig
– voet hartvormig
– bovenste bladeren :
– kort gesteeld
– top spits
– 3- tot 5-lobbig
– voet aflopend
– veernervig
– vlezig

Stengel
– rechtop of opstijgend
– glad en kaal
– groen tot rood aangelopen
– meerkantig

zie wilde bloemen

.

 

scurvy5

 

.

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

De narcis

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

.

.

.

De narcis

 

Van twee gekochte broden door een mens, is er één bestemd voor een Narcis. Immers, brood is voedsel voor het lichaam, de Narcis is voedsel voor de ziel.

De Arabische profeet Mohammed

.

Algemeen

 

Voor veel westerlingen is de symboliek van de narcis gekoppeld aan ijdelheid en zelfzucht. Niet voor niets noemen we iemand die overloopt van zelf liefde een narcist. In oosterse landen heeft de narcis echter een geheel andere betekenis. Daar staat de bloem symbool voor een treurige liefde. Om elkaar eeuwige liefde te betuigen, sturen van elkaar gescheiden minnaars en geliefden dan ook een narcis, om zo het liefdesleed te verzachten.

.

.

Soorten

 

De narcis (Narcissus) behoort tot het plantengeslacht Amaryllidaceae. Er bestaan narcissen zonder blad (“potloodjes”), narcissen met vast blad (“pootjes”) en narcissen met los blad. De naam is afkomstig uit de Griekse mythologie. In totaal zijn er ongeveer dertig soorten narcissen. Een paar bekende soorten zijn de trompetnarcis, de grootkronige en kleinkronige narcis, de dubbele narcis en de Narcis Poeticus.

 

.

10171trompet

trompetnarcis

 

 

 

16657ghrootkronige

grootkronige narcis

 

 

 

kleinkronige_narcis

kleinkronige narcis

 

 

 

323220__double-daffodil_p

 dubbele narcis

 

 

 

MINOLTA DIGITAL CAMERA

narcis poeticus

.

.

 

Kenmerken

 

De bloemen van de narcis hebben een licht hangende kop met een zogeheten bijkroon. Het bekendste voorbeeld daarvan is de trompetvormige bijkroon van de trompetroos. De meest voorkomende kleuren bij de narcis zijn geel en wit, maar er komen steeds meer kleurvariaties op de markt door het kweken van nieuwe soorten.

.

.

 

Bijzonderheden

 

De oudste gekweekte narcis (sinds 1601) is de Dubbele Kampernelle, ook wel Narcissus Alba Odorus Plenus genoemd. Deze is te bezichtigen in Hortus Bulborum in Limmen. Het bekende verhaal uit de Griekse mythologie van Narcissus maakt duidelijk hoe de narcis aan zijn naam komt en ook waarom de bloem licht voorover buigt.

.

.

Narcissen

.

 

Narcissus was een zeer knappe jongeman die door de aanblik van zijn eigen spiegelbeeld in een meertje zo verliefd werd op zichzelf, dat hij zich niet meer los kon maken van het urenlang staren naar deze onbereikbare schoonheid en langzaam wegkwijnde. Uiteindelijk veranderde de wraakgodin Nemesis veranderde hem in een narcis. Het voorovergebogen hoofd van de narcis lijkt op het voorovergebogen hoofd van Narcissus.

.

 

.

Verzorgingstips

 

  • Snijd de stelen schuin af en zet de narcissen in een schone vaas met schoon water
  • Zet geen andere bloemen in het water waar de narcissen in staan. Narcissen scheiden namelijk een voor andere bloemen schadelijk slijm af. Het gevolg is bladverbranding bij de toegevoegde bloemen.
  • Na een aantal uren scheiden de stelen geen slijm meer af en kunnen er eventueel wel andere bloemen in de vaas geschikt worden. Opnieuw afsnijden van de stelen zal geen nieuw slijm veroorzaken en kan probleemloos gedaan worden.
  • Schoon water met een druppel chloor zorgt voor het langste bloeiresultaat.

 

 

voorpagina openbaring a4.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “:

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

De Rapis of de bamboepalm

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

Rhapis palmen groeien van oorsprong in Zuid-Oost-Azië en China. De palm heeft een kenmerkende stam, vandaar de Nederlandse naam: Bamboepalm of stokpalm. De plantenfamilie is Araceae (Palmea).

 

 

4778686794b236cdf3d092

.

 

Water geven

 

.

vochtig houden

.

Vochtig houden

 

Rhapis palmen verbruiken matig water wanneer deze kamerplanten op een schaduw locatie staan. Naarmate de Rhapis meer licht ontvangt, zal de waterbehoefte toenemen. Hetzelfde geldt voor de temperatuur. Alhoewel deze palmen niet veel water nodig hebben, dient de grond wel altijd vochtig te blijven. De sierwaarde zal dalen indien de grond meerdere keren droog is geweest. Geef opnieuw water als de grond begint met opdrogen.

De hoeveelheid is afhankelijk meerdere factoren. Er mag nooit meer water worden gegeven dan de grond kan absorberen. Anders staan de wortels in het water, dit kan leiden tot wortelrot. Hoe groter de pot, hoe meer water erin kan. Begint de grond na 3 dagen al droog aan te voelen, geef dan iets meer. Is de grond na een week nog steeds erg nat, geef dan iets minder.

 

.

.

 

 

Sproeien

.

Alhoewel sproeien niet noodzakelijk is zal het wel de gezondheid bevorderen. Ook werkt het preventief tegen ongedierte. Verwen de Rhapis in de zomer eens op een regenbuitje. Dit verwijderd stof waardoor de palm meer licht kan ontvangen en het blad mooier glanst.

 

 

 

Standplaats

 

Schaduw of donker

.

Er is geen kamerplant welke donkerder kan staan als de Rhapis. De Rhapis heeft diep donkergroen blad. Dit betekent dat deze plant veel bladgroenkorrels aanmaakt. Deze bladgroenkorrels zetten het zonlicht om in energie voor de plant. Maar hou er rekening mee dat ook de Rhapis zonlicht nodig heeft. Ook zal de Rhapis sneller groeien indien er meer licht aanwezig is.

Een ruimte zonder ramen is dus niet geschikt. Plaats een Rhapis niet verder verder dan 5 meter van een raam. Bij een raam op het zuiden kan deze afstand nog iets verder worden vergroot tot 7 meter. Word het blad van een Rhapis lichter van kleur dan staat de palm op een lichtere standplaats. Wordt het blad zelfs geel dan ontvangt de palm teveel licht.

Verplaats de Rhapis in dit geval verder van het raam. De Rhapis staat te donker indien de kamerplant geen nieuwe bladeren aanmaakt. Zet de palm in dit geval dichterbij het raam. Rhapis palmen hebben minder dan 5 uur direct zonlicht nodig.

.

 

 

Minimale temperatuur

.

Overdag:  +/- 15 °C
‘S nachts: +/- 8 °C

 

 

 

Verpotten

.

Een Rhapis verpotten kan direct na de aankoop, maar bij voorkeur in de lente. Bij hogere temperaturen groeien wortels sneller, dit is de reden dat de lente het ideale moment is om te verpotten. Gebruik universele potgrond of palmgrond. Voeg alleen hydrokorrels toe indien er een drainage gat aanwezig is. Gebruik een sierpot waarbij de diameter minimaal 20% breder is als de vorige. Hoe groter hoe beter, omdat meer grond ook meer water kan vasthouden. Daarnaast komt een grotere wortelkluit komt de gezondheid ten goede.

 

 

 

Voeding

.

Geef eens per week vloeibare voeding voor palmen in de groei periode. Geef nooit een overdosis, ook niet na een periode dat de palm geen voeding heeft gehad. Bemesten is niet nodig in de rustperiode (winter) en niet noodzakelijk in de herfst. Lees de gebruiksaanwijzing van de kamerplantenvoeding voor de juiste dosering.

 

 

 

Verkleurende bladeren

.

Bruine of gele bladeren (of bladpunten) zijn vaak de onderste bladeren van een palm. Meestal is er niets mis met de gezondheid van de palm, maar is dit het natuurlijke proces. Bovenin vormen zich weer mooie verse groene bladeren. Indien veel bladeren en niet alleen de onderste bruin of geel worden. Kan dit het gevolg zijn van teveel of te weinig water. Teveel of te weinig water zal het zelfde effect hebben op de bladeren. Ook kan een overgang naar teveel (direct) zonlicht de oorzaak zijn.

 

.

 

 

 

Snoeien

.

Knip bruine bladpuntjes weg met een kartelschaar, dit komt het meest overeen met de natuurlijke bladpunten. Verwijder de onderste bladeren indien deze lelijk worden. Knip de bladeren zo dicht mogelijk bij de stam af. De stam kan niet gesnoeid worden bij een palm, hierdoor zal de palm sterven.

 

 

 

Vermeerderen

.

Het vermeerderen van palmen kan alleen door middel van zaaien. Verhoog de temperatuur tot rond de 24 gra-den.

 

 

Bloemen

.

Het is zeldzaam dat de Rhapis in de woonkamer bloeit. Bijna onmogelijk omdat de palmen alleen bloeien in een volwassen stadium.

 

 

Giftig?

 

De Rhapis niet giftig. Volkomen veilig voor dieren en kinderen.

 

 

Ziektes

 

Rhapis is niet gevoelig voor specifieke ziekten. Toch is het verstandig regelmatig tussen de bladeren te zoeken naar luis. Hoe eerder deze wordt bestreden hoe groter de kans dat je hierin slaagt.

 

 

.

 

voorpagina openbaring a4

.

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Stinkend nieskruid

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

helleborusfoetidusbloeiwijzen

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de vroege bloei en
– de lichtgroene bloemen met rode rand en
– de grote wintergroene onderste bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Stinkend nieskruid is een zeer zeldzame overblijvende plant in de Lage Landen. Oorspronkelijk komt de plant uit Zuid- en West-Europa. Ze wordt ook gekweekt als tuinplant. Stinkend nieskruid groeit in bossen op vochtige, kalkrijke plaatsen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit van december tot en met maart met lichtgroene bloemen en wordt 30 tot 80 cm hoog. De bloemen geven bij aanraking een onaangename geur. De bloemdekbladen hebben vaak een paarsrode rand. De bloemen groeien trosvormig, ze zijn klokvormig en knikkend.

 

.

 

.

 

Blad 

 

De bladeren geven dezelfde onaangename geur als de bloemen, alleen sterker als ze worden fijngewreven. De onderste enigszins leerachtige bladeren zijn donkergroen en winterhard.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Naast onaangenaam geurend is de plant ook giftig. Vroeger werd het helleborine vaak gebruikt als medicijn voor het hart. Tegenwoordig wordt de plant alleen nog medicinaal gebruikt door veeartsen. Naast onaangenaam geurend is de plant ook giftig. Vroeger werd het helleborine vaak gebruikt als medicijn voor het hart. Tegenwoordig wordt de plant alleen nog medicinaal gebruikt door veeartsen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam voorkomend in
Zuid-Limburg
– ook als tuinplant
– 30 tot 80 cm

Bloem
– groen
– vanaf december t/m maart
– gesteeld alleenstaand
– tros van 3 tot 8
– klokvormig
– 1 tot 3 cm
– 5 bloemdekbladen
– meer dan 20 meeldraden
– onaangenaam ruikend

Blad
– bovenste :
– verspreid
– enkelvoudig
– ei-rond
– top spits
– rand gaaf
– veernervig
– geelgroen
– onaangenaam ruikend
– onderste :
– wortelstandig
– enkelvoudig
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand gezaagd
– handnervig
– leerachtig
– wintergroen

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

John Astria

Aardpeer : Helianthus tuberosus

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine zonnebloem-achtige bloemenhoofdjes met
– omwindsel bladen langer dan de breedte van het omwindsel én
– de late bloeiperiode; oktober – november én
– de hoogte van de plant; tot wel 2,40 meter

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Aardpeer is een opvallende, hoge, behaarde plant van het najaar. Ze komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika. In de Lage Landen is ze ingeburgerd tussen 1900 en 1924, waar ze sinds jaren dichte bestanden vormt. Ze is zeld-zaam, maar wel toenemend. Ze groeit op natte, zeer voedselrijke grond in oever ruigten en in bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Aardpeer bloeit laat in de herfst; in oktober en november. De alleenstaande bloemenhoofdjes lijken wat op kleine zonnebloemen. Ze hebben gele straalbloemen. Het hart is ook geel, maar wat donkerder. Dat komt ook door de donkerbruine, bijna zwarte meeldraden, die om de stijl zitten als een kokertje. De lancetvormige omwindsel blaadjes zijn even lang als of langer dan het omwindsel breed is en ze staan geheel of gedeeltelijk af.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Volgens Heukels zijn de bovenste bladeren niet veel kleiner dan de onderste. Toch vind ik de allerbovenste bladeren wel veel kleiner. De bladeren staan verspreid langs de stengel en zijn kort behaard. Ook de stengels zijn kort behaard en rolrond, soms bovenaan gegroefd.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De ondergrondse knollen van aardpeer hebben een nootachtige smaak, die zoeter wordt als het een keer gevroren heeft. Ze hebben een dunne schil, hoeven daarom niet geschild te worden. Ze kunnen zowel rauw als gekookt gegeten worden. De knollen bevatten verschillende stoffen, waardoor aardpeer toepasbaar is bij suikerziekte, prikkelbare darmsyndroom, obstipatie en diarree.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Aardpeer wordt ook wel topinamboer, knolzonnebloem of Jeruzalem-artisjok genoemd.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Slipbladige rudbeckia heeft gedeelde bladeren en een kegelvormig hart. Stijve rudbeckia is geheel ruw behaard, zoals aardpeer, maar wordt half zo hoog én de bloemenhoofdjes hebben een donkerbruin hart. Stijve zonne-bloem bloeit eerder en heeft kortere omwindsel bladeren.

 

 

slipbladige rubeckia

.

 

 

stijve rubeckia

.

 

 

stijve zonnebloem

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)

– overblijvend
– zeldzaam
– 1,20 tot 2,40 meter

Bloem
– geel
– oktober en november
– hoofdje
– lang gesteeld, alleenstaand
– 4 tot 8 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand getand
– voet aflopend
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– ruw behaard
– bovenaan vertakt
– rolrond

zie wilde bloemen

 

.

 

.

 

 

 

Klein kruiskruid : Senecio vulgaris

Standaard

kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

Goed te herkennen aan

.
– de gele bloemhoofdjes zonder straalbloemen en
– de glanzende geveerde bladeren

.

.

.

.

Algemeen

.

Klein kruiskruid is zeer algemeen voorkomende eenjarige plant. Ze kan tot 50 cm hoog worden. Vooral omge-werkte grond heeft de voorkeur, maar ook tussen stoeptegels kom je klein kruiskruid tegen.

.

.

.

.

Bloem

.

Klein kruiskruid bloeit bijna het hele jaar, behalve bij strenge vorst, met kleine gele bloemhoofdjes, die meer hoog dan breed zijn met zwart gepunte omwindsel blaadjes. De bloemhoofdjes staan in losse pluimen aan het einde van de stengel. Ze bestaan uitsluitend uit gele buisbloemen, straalbloemen ontbreken. De hoofdjes blijven lang gesloten en gaan ook nooit erg ver open.

.

.

.

.

Blad

.

De bladeren van klein kruiskruid zijn glanzend groen.

.

.

.

.

Bijzonderheden

.

Voor de bestuiving zorgt de plant zelf. Dus ook bij ongunstig weer, wanneer het nog te koud is voor de insecten, produceert ze veel zaadjes. De zaden groeien in zeer korte tijd uit tot volwaardige planten. Ook die produceren weer opnieuw zaden, die door het vruchtpluis makkelijk door de wind verspreid worden. Al met al een plantje dat je niet snel uit je tuin krijgt.

.

.

.

.

Vergelijkbare soorten

.

boskruiskruid : heeft een aantal naar buiten omgerolde straalbloemen, sterk ruikend, niet kleverig.

kleverig kruiskruid : kleverig door talrijke klierharen.

.

boskruiskruid :

.

  •  heeft een aantal naar buiten omgerolde straalbloemen, sterk ruikend, niet kleverig.

.

Boskruiskruid Senetio sylvaticus 5

.

kleverig kruiskruid : 

.

  • kleverig door talrijke klierharen
  • De bovenkant van de bladeren is glanzend groen en enigszins behaard, soms ook kaal.
  • De omwindselblaadjes hebben een zwarte punt.
  • De buitenste (onderste) omwindselblaadjes zijn voor de helft zwart.
  • De hoofdjes bestaan enkel uit buisbloemen, straalbloemen ontbreken.

.


01191Kruiskruid klerverig bloem 1copy

.

.

Algemeen

composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig
– zeer algemeen voorkomend
– 7 tot 50 cm hoog

Bloem
– geel
– hele jaar, behalve bij strenge vorst
– hoofdje
– 1 cm lang, 4 à 5 mm breed
– buisbloemen
– omwindselbladeren zwarte top

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig
– veervormig ingesneden tot de helft
– top spits
– rand getand of gelobd
– voet onderste bladeren steelvormig   versmald
– voet bovenste al dan niet   stengelomvattend
– veernervig
– vlezig
– bovenkant glanzend
– kaal of gedeeltelijk spinnenwebachtig   behaard

Stengel
– rechtop
– licht behaard

zie wilde bloemen

.

.

.

.

.

.

.

Zegekruid : Nicandra physalodes

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

Goed te herkennen aan

.
– de grote, klokvormige, blauw-paarse bloemen (2 tot 4 cm) en
– de prachtig gevormde kelk, later als ballonnetje om de vrucht

.

.

.

.

Algemeen

.

Zegekruid hoort van nature niet thuis in ons land. Ze is oorspronkelijk afkomstig uit Peru en zal waarschijnlijk per abuis met andere zaden in Europa ingevoerd zijn. Ze is een eenjarige, sterk vertakte plant, kan tot 1,20 meter hoog worden en groeit op open, vrij droge, voedselrijke, omgewerkte grond in bermen, op braakliggende terreinen, aardappelakkers en moestuinen. Ze is op veel plaatsen ingeburgerd met name in stedelijke gebieden.

.

.

.

.

Bloem

.

Zegekruid bloeit vanaf juli tot en met oktober met opvallende, klokvormige, iets knikkende, blauw-paarse bloemen. De bloemen hebben een wit hart soms met 5 donkere blauw-paarse vlekken. De plant staat maanden in bloei, maar elke bloem bloeit meestal 1 dag en verwelkt snel.

.

.

.

.

Blad

.

De gesteelde bladeren zijn vrij groot (tot 15 cm lang), onregelmatig getand en hebben verspreid zwarte bultjes met haren. De voet is wigvormig en loopt assymmetisch af langs de bladsteel.

.

.

.

.

Vrucht

.

Na de bloei vormen de netvormig geaderde kelkbladen een hangend, eerst groen, later lichtbruin ballonnetje, waarin de vrucht zich ontwikkelt. Het ballonnetje blijft open; de kelkbladen sluiten zich wel, maar vergroeien niet. De vrucht is een giftige bes vol met kleine bruine zaden, die jarenlang hun kiemkracht behouden. Heb je zegekruid eenmaal in je tuin, dan heb je er lang plezier van. De plant zaait zich vanzelf uit.

.

.

.

.

Toepassingen

.

De decoratieve waarde van takken met verdroogde ballonnetjes is hoog; ze zijn zeer geschikt voor droogbloem boeketten. Zegekruid wordt in de tuinbouw toegepast als biologisch bestrijdingsmiddel tegen de schadelijke witte vliegen. Haar geur schijnt de vliegen te verjagen.

.

.

.

.

Vergelijkbare soorten

.

Door de mooie bloemen, het formaat van de plant en de prachtige vruchten is zegekruid niet te verwarren met een andere plant.

.

.

.

.

Algemeen

– nachtschadefamilie (Solanaceae)
– eenjarig
– ingeburgerd, stadsplant
– 0,3 tot 1,20 meter

Bloem
– blauwpaars met wit hart
– vanaf juli t/m oktober
– gesteeld alleenstaand
– 2 tot 4 cm
– klokvormig
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 bijkelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand onregelmatig gerand
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– vaak zwart
– stomp vier-of meerkantig

zie wilde bloemen

.

.

.

.

.

.

.

Tuinbingelkruid : Mercurialis annua

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de bossig vertakte stengels en
– de aarvormige kluwens mannelijke bloemen

 

.

 

.

 

.

Algemeen

 

Tuinbingelkruid is een eenjarig plantje van 20 tot 40 cm hoog, dat algemeen voorkomt in de Lage Landen. Ze groeit op open vochtige, voedselrijke, kalkhoudende grond in moestuinen, akkers, bermen, plantsoenen en tus-sen bestrating.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot de eerste vorst met lichtgroene bloemetjes. De plant is tweehuizig, dat wil zeggen dat er planten zijn met alleen mannelijke bloemen en planten met alleen vrouwelijke bloemen. De vrouwelijke bloemen zitten met 1 tot 3 in de oksels van de bladeren. De mannelijke bloemen vormen aarvormige kluwens.

 

 

.

 

 

Blad en stengel

 

De stengel is vierkantig en bossig vertakt. De bladeren zijn glanzend groen.

 

 

.

 

 

Vergelijkbare soort

 

Bosbingelkruid heeft onvertakte stengels, bladeren zijn donkerder groen en bloeit in april en mei.

.

 

bosbingelkruid

.

 

 

Algemeen

 

– wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae)
– eenjarig
– algemeen tot niet voorkomend
– 20 tot 40 cm hoog

Bloem
– licht groen
– vanaf juni tot de eerste vorst
– stervormig
– 3 tot 4 mm
– 3 bloemdekbladen
– 8 tot 12 of meer meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand gekarteld
– voet afgerond
– veernervig
– glanzend
– gewimperd

Stengel
– rechtop
– kaal
– vierkant

zie wilde bloemen

 

 

.