Tagarchief: aarde

Het duizendjarig vrederijk

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

de ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

Het duizendjarig vrederijk

 

Inleiding

 

Jezus Christus neemt 7 jaar voor de grote verdrukking, met de eindstrijd ‘Armageddon ‘ als gevolg, de gemeente op in de hemel. De gelovige, bekeerde doden staan op uit hun graf en gaan samen met de levende gelovigen Hem tegemoet in de wolken. Men noemt dit de eerste opstanding. God bespaart de gelovige gemeente de gruwel van de grote verdrukking. Na 7 jaar van geweldige miserie daalt Jezus met zijn gemeente af uit de hemel en vestigt zijn wereldwijd Koninkrijk met als centrum Jeruzalem. Satan, zijn demonen en ongelovigen worden opgesloten in de hel.

Een nieuwe tijd breekt aan door het wederkomen van Jezus Christus en zijn overwinnen op de antichrist. Jezus gaat alom als Koning en Heer regeren, vanuit zijn positie op Gods troon. Samen met zijn verheerlijkte gemeente, die naast Hem plaatsneemt op zijn troon (Op.20:4, BS 58/11), begint de wederoprichting aller dingen.

Deze periode duurt ‘duizend jaar’ (Op.20:6). Het NBG zet boven deze perikoop in Openbaring 20: Het duizendjarig rijk. Jesaja en Micha profeteren ook over deze heilstijd. Boven die Bijbelgedeelten staat in het NBG: het komende vrederijk (Jes.2, Mic.4), de Messias en het vrederijk (Jes.11).

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Nieuwe wereld

 

Na ‘Harmagedon’ verandert de wereld. De mensen op aarde die de grote verdrukking overleven, komen in totaal andere levensomstandigheden terecht. Zij ontmoeten de verheerlijkte mensen van de gemeente die met Christus uit de hemel neerdaalden. Zij zijn vol van liefde en goedheid, genade en waarheid, bekleed met goddelijk gezag en werkend met hemelse kracht. Zij zien deze koningen als priesters rondgaan: dienend, verzoenend, genezend. In volmaakte eenheid en verbondenheid. Zij ontmoeten het hoofd van deze verheerlijkte gemeente: Jezus Christus, de grote Priester- Koning in hemel en op aarde. Zien Hem alom heil en vrede teweeg brengen.

Doordat het rijk der duisternis van Satan zich niet of nauwelijks meer kan manifesteren, verdwijnen wetteloosheid en verderf, onrecht en geweld, onrust en verdriet uit het wereldbeeld. De duivel wordt voor 1000 jaar geketend. Recht en gerechtigheid, vrede en vreugde treden hiervoor in de plaats. Door het werk van Jezus Christus en zijn gemeente ontstaat een nieuwe wereld. Met een geheel andere wereldorde en een ongekend leefklimaat. Op dit moment nog nauwelijks voor te stellen.

 

 

Theocratie

 

Vanuit zijn positie op Gods troon stelt Jezus op aarde de theocratie in: de orde waarin God centraal staat en regeert, zijn wil geschiedt en zijn gerechtigheid openbaart komt, de wetten van zijn Koninkrijk het leven bepalen, zijn klimaat alles omhult en allen vervult.

Op alle niveaus van besturen en regeren pakken leden van Jezus’ verheerlijkte gemeente taken op. Zij functioneren hierin op volkomen ‘nieuwe’ wijze. Zodoende komt er een einde aan alle ‘oude’ orden en staatsvormen. Republieken, monarchieën, dictaturen, democratieën verdwijnen uit het wereldbeeld. En daarmee alle verdeeldheid, apartheid, isolatie, discriminatie, etc. Alle vormen van bezetting, onderdrukking, geweld en oorlog. Alle tegenstellingen tussen mensen, stammen, rassen, naties en volken.

Jezus laat deze wereldomvattende omwenteling zonder enig geweld plaatsvinden. Hij volvoert Gods raadsbesluit in volle vrede. Samen met zijn gemeente. Een ongekende ervaring voor allen die op aarde leven. Een verademing voor mens en schepping.

 

 

Reddend bloed van Christus op het kruis te Golgotha

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Van den beginne

 

Theocratie kenmerkt Gods Koninkrijk van den beginne. Alle (trouwe) engelen geven er mee gestalte aan. Serafs en cherubs. Eenieder op zijn eigen, door God gegeven plaats, harmonieus passend in het grote geheel. Eenieder behartigt zijn eigen, door God bedoelde taak, met inzet van al zijn vermogens. In staat alles te doen waartoe God hem roept. Niemand heerst, iedereen dient. De groteren dragen de kleineren. De grootste is het meest tot dienen in staat: hij is aller dienaar (zie Mar.10: 44-45). Alles vindt plaats in volmaakte harmonie, eenheid en saamhorigheid, onderlinge erkenning en waardering. Zonder verwarring, onduidelijkheid, afgunst of eigenbelang. Theocratie functioneert in vrede, blijdschap en gerechtigheid (naar Rom.14:17).

 

 

Gemeente

 

Jezus geeft op aarde mee vorm en inhoud aan deze theocratische orde. Hij neemt als Christus en Heer de plaats in die God Hem geeft. Als Lam van God behartigt Hij het werk dat God Hem opdraagt. Als bouwer van zijn gemeente brengt Hij deze orde ook aan in allen die Hem aannemen en volgen. Er ontstaat een welsluitend geheel, een lichaam onder één hoofd. Op verheerlijkte wijze geeft dit met Jezus gestalte aan Gods Koninkrijk in hemel en op aarde. In staat te doen waartoe God roept: de hele aarde vol maken van de kennis van des Heren heerlijkheid, gelijk de wateren die de bodem der zee bedekken (Hab.2:14). Dit gebeurt in het duizendjarig vrederijk: de theocratische orde krijgt alom zijn beslag. Met alle heerlijke gevolgen van dien.

 

 

Voorzien

 

Jesaja voorziet het functioneren van Jezus en zijn gemeente in die komende heilstijd: Zie, een koning zal regeren in gerechtigheid en vorsten zullen heersen naar het recht; en ieder van hen zal zijn als een beschutting tegen de wind en als een toevlucht tegen de stortbui, als waterstromen in een dorre streek, als de schaduw van een machtige rots in een dorstig land. Dan zullen de ogen der zienden niet meer verblind zijn en de oren der horenden zullen opmerken; het hart der onbezonnenen zal inzicht en kennis verkrijgen, en de tong der stamelaars zal in staat zijn tot duidelijk spreken. Dan zal een dwaas niet meer edel genoemd worden en de bedrieger niet meer aanzienlijk heten (Jes.32:1-5).

 

 

Uitnodigen

 

De gemeente van Jezus gaat opnieuw op aarde rond om het evangelie te verkondigen aan de overblijvers van de strijd te Armageddon en aan de mensen die Christus niet kennen. In alle volheid en heerlijkheid. Nu zonder tegenspreken of tegenwerken door de antichrist en de zijnen. Met de onbeperkte mogelijkheden die bij haar verheerlijkte bestaansvorm horen. Ieder mens op aarde kan zien wat Gods woord in het leven van mensen vermag. Mensen gaan beseffen wat Jezus ook in hem of haar wil bewerken.

De gemeente nodigt alle mensen op aarde uit tot Jezus te komen en zich voor Hem te openen. Deel te nemen aan het bruiloftsmaal van het Lam (naar Op.19:9). Het feestmaal dat de Heer van de hemelse machten voor alle volken aanricht: uitgelezen gerechten en belegen wijnen, een feestmaal rijk aan merg en vet, met pure, rijpe wijnen (Jes.25:6 NBV).

 

 

 

Bruiloft van het Lam

 

Dit bruiloftsmaal omvat de hele periode van het vrederijk. Duurt ‘duizend’ jaar. Lang genoeg om ieder mens op aarde te bereiken en uit te nodigen. Iedereen tijd en ruimte te geven op deze uitnodiging in te gaan, zich met Jezus te verbinden, bij zijn gemeente te voegen. Opdat eenieder volledig deel krijgt aan al het goede dat God voor hem bedoelt.

Dit bruiloftsfeest leidt tot het huwelijk van Jahweh (bruidegom) met de partner (bruid) die Hij reeds van den beginne wenst: de mensheid onder één hoofd samengevat, Christus (Ef.1: 10). De gemeente van Jezus Christus. De vrouw van Lam, één met het Lam, en samen mét Jezus de bruid van Jahweh. Opdat God alles in allen wordt (1Cor.15:28).

 

 

Jeruzalem: woonplaats van God en centrum van het Vredesrijk

 

 

 

Jesaja

 

Jesaja spreekt over deze heilstijd: Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de Heer rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Alle volken zullen daar samenstromen, machtige naties zullen zeggen: Laten we optrekken naar de berg van de Heer, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen. Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht, vanuit Jeruzalem spreekt de Heer. Hij zal rechtspreken tussen de volken, over machtige naties een oordeel vellen. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is (Jes.2:2-4 NBV).

 

 

Vrede en harmonie in het Vredesrijk

 

 

 

Zacharia

 

Zacharia sluit bij deze woorden aan. Dit zegt de Heer van de hemelse machten: Er zullen opnieuw mensen komen uit allerlei landen en steden. De inwoners van de ene stad zullen naar de volgende stad gaan en zeggen: Ga met ons mee. Wij zijn op weg om eer te bewijzen aan de Heer van de hemelse machten en zijn gunst af te smeken. Grote en machtige volken zullen naar Jeruzalem komen om daar de Heer van de hemelse machten te vereren en zijn gunst af te smeken. En dit zegt de Heer van de hemelse machten: Als die tijd is gekomen, zullen tien mannen uit volken met verschillende talen een Joodse man bij de slip van zijn mantel grijpen met de woorden: Wij willen ons bij u aansluiten, want we hebben gehoord dat God bij u is (Zac.8:20-23 NBV).

 

 

Sefanja

 

Sefanja ziet in de geest mensen op afstand staan: bedroefd, beangst, gekweld. Nog niet gelovend dat ook zij tot dit bruiloftsfeest mogen ingaan, ook bij Jezus’ gemeente mogen horen. Hij verzekert hen van Gods heil. Dit zegt de Heer: Wie bedroefd zijn, ver van de feestvergadering, zal Ik samenbrengen; zij behoren toch bij u. Als een last drukt de smaad op hen. Zie, Ik zal te dien tijde afrekenen met al uw verdrukkers, maar Ik zal het hinkende verlossen en het verstrooide zal Ik verzamelen; Ik zal tot een lof en tot een naam stellen hen, wier schande was over de gehele aarde (Sef.3:18-19).

 

 

Kom!

 

De gemeente benadert de wereldbevolking in volle liefde. Zonder aanzien des persoons. Kom tot Jezus, geef je aan Hem. Hij vergeeft je zonden, verzoent je met God. Breek met je oude leven in duisternis en dood. Krijg door Jezus deel aan het nieuwe leven, vol van licht en heerlijkheid. Hij verlost je van de machten der duisternis, vervult je met Gods Geest. Je mag toetreden tot zijn gemeente, mee vorm gaan geven aan de theocratische orde die God bedoelt. En mét alle heiligen de liefde van Christus leren kennen, opdat ook jij zult volstromen met Gods volkomenheid (naar Ef.3:18-19 NBV).

 

 

Duidelijkheid

 

Ieder mens op aarde krijgt gelegenheid zich van zijn situatie bewust te worden en op deze nieuwe mogelijkheden in te gaan. Iedereen krijgt zicht op de werkelijkheid. Klaarheid over geestelijke sluiers, bedekkingen en bindingen. Duidelijkheid over de boze geesten die dit bewerken. Iedereen wordt geroepen tot Gods heerlijkheid en macht.

Onder leiding van Jezus spoort de gemeente alle resterende machten der duisternis op. Zij kunnen zich lange tijd in mensen schuilhouden, maar blijven geen duizend jaar verborgen. Als zij zich in mensen manifesteren, worden ze gearresteerd en afgevoerd. Uiteindelijk allemaal.

 

 

Keuze

 

Voor ieder mens op aarde breekt dan het beslissende moment aan. Wat wil ik? Waar kies ik voor? Ga ik op de uitnodiging van Jezus in of sla ik die af? Breek ik met de duisternis en kies ik voor een leven in het licht? Of volhard ik in mijn zonden, heb ik de duisternis liever dan het licht? Iedereen mag ten overstaan van Jezus Christus en zijn gemeente in alle vrijheid kiezen.

 

 

Keuze tussen goed en kwaad en de eeuwige gevolgen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Positief

 

Velen bekeren zich tot Jezus, sluiten zich aan bij zijn gemeente. Zij zijn zalig omdat zij deel krijgen aan het bruiloftsmaal van het Lam (naar Op.19:9). Zij worden wederom geboren, door Jezus gedoopt in heilige Geest. De gemeente maakt hen los van al hun vijanden. Verwijst deze machten in de naam van Jezus naar de afgrond.

Het zoonsleven begint in hen. Het herstel naar geest, ziel en lichaam komt op gang. In een louter positieve omgeving. Zonder strijd of achtervolging. Zonder lijden of verdrukking. Met een verheerlijkte gemeente rondom hen. Met Jezus Christus als Heer en Koning in hemel en op aarde. Een ‘zalige’ situatie.

Deze mensen groeien naar geestelijke volwassenheid in een gezond, natuurlijk lichaam. Zij leren werken met de krachten van Gods Koninkrijk. Ziekten krijgen geen vat meer op hen. Bij het ouder worden takelen zij niet af, sterven zij niet. Zij blijven gedurende deze hele heilsperiode vol van Gods kracht leven. Met hun nageslacht vormen zij een volk dat de Heer zegent (Jes.65:23b NBV).

 

 

Negatief

 

Als iemand op zo’n beslissende moment Jezus Christus bij volle bewustzijn afwijst en de machten der duisternis die in hem werken vasthoudt, treft hem de vloek. Hij sterft op hetzelfde moment en deelt in het lot van de geesten waarmee hij verbonden wil blijven. Deze machten kunnen na hun confrontatie met Jezus en zijn gemeente niet werkzaam blijven. De Heer verwijst ze naar de afgrond, de hel. De mens die de duisternis liever heeft dan het licht, komt daar dan ook. Op grond van zijn eigen keuze.

 

 

Honderd jaar

 

Jesaja voorzegt het bovenstaande: Daar zal niet langer een zuigeling zijn, die slechts weinige dagen leeft, noch een grijsaard, die zijn dagen niet voleindigt, want de jongeling zal als honderdjarige sterven, zelfs de zondaar zal eerst als honderdjarige door de vloek getroffen worden (Jes.65:20).

Niemand wordt tegen zijn wil door de vloek getroffen. Dat ‘overkomt’ de mensen op aarde niet. En zeker geen kleine kinderen of (nog) onvolwassen jongelingen. De profeet spreekt over honderd jaar: ruim voldoende om volledig de geestelijke situatie te beseffen en bij vol bewustzijn te kiezen. Vóór of tégen Jezus. Voor licht of duisternis. Voor leven of dood.

 

 

Onbekwaam

 

Ook in die heilstijd leven er mensen op aarde die door ziekten, geestelijke beperkingen of afwijkingen niet in staat zijn zo’n bewuste keuze te maken. Zij hebben in de ontmoeting met Jezus allereerst genezing nodig. Met zijn gemeente treedt de Heer deze mensen vol ontferming tegemoet. Hij bevrijdt ze van hun geestelijke belagers en herstelt de schade die de boze geesten hebben aangebracht. Christus bewerkt een situatie waarin ook zij besef krijgen van de nieuwe werkelijkheid, zij kunnen dan ingaan op de uitnodiging die ‘in goede orde’ tot hen komt. En persoonlijk kiezen voor Jezus Christus en zijn evangelie. Wat een vreugde voor deze mensen: een nieuwe tijd breekt aan. Vol geloof en blijdschap gaan zij Gods Koninkrijk binnen.

 

 

Christus bevrijdt bekeerde van de eeuwige hel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Vrij!

 

Gedurende het vrederijk komt de mensheid vrij van zijn eeuwenoude belagers, van alle werkingen van de boze geesten uit het rijk van Satan en van iedere claim van de doodsmachten uit het rijk van Dood. Ieder mens mag gaan leven in het volle licht voor Gods aangezicht. Hem leren dienen in heiligheid en gerechtigheid. Zonder vrees, uit de hand van zijn vijanden verlost (zie Luc.1:74-75). Daarin geestelijk volwassen worden.

 

 

Kinderen

 

Tijdens het duizendjarig vrederijk gaat het natuurlijke leven op aarde gewoon door. Er worden kinderen geboren die de ‘oude’ wereld niet kennen. Deze jongeren groeien op in aanwezigheid van Jezus en zijn gemeente, in afwezigheid van machten der duisternis. Zij worden opgevoed met het evangelie. Bekend gemaakt met de werkelijkheid van Christus. Zij beleven van jongs af aan het klimaat van Gods Koninkrijk.

Ook deze nieuwe generatie dient Jezus Christus aan te nemen, door een persoonlijke keuze zich bewust toe te wijden aan Jezus en God. Waarna ook zij – samen met alle andere mensen die daarvoor kiezen – kunnen uitgroeien tot geestelijke volwassenheid. Wat dat inhoudt en teweegbrengt zien zij concreet voor zich: in de verheerlijkte zonen Gods. In Jezus Christus, de Heer van hemel en aarde.

 

 

Onderricht

 

De gemeente onderwijst de mensen die in Jezus gaan geloven in alle dingen die Gods Koninkrijk betreffen (vgl. Hand.1:3). Eenieder krijgt zicht op Gods plan met mensen, op de weg die tot verheerlijking leidt, op wat God wil bewerken en op wat Satan en Dood aan het einde van het duizendjarig vrederijk daar tegenoverstellen. Op het laatste oordeel en de voleinding aller dingen.

Aan het einde van deze heilstijd geldt: Allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des Heren (Jer.33:34). Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van kennis des Heren, zoals de wateren de bodem der zee bedekken (Jes.11:9). Een paradijselijke situatie!

 

 

Goddelijk redding van de duivel na bekering der zonden

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Dieren

 

Ook in de natuur komt het ‘paradijselijke’ naar voren. De demonische beïnvloeding van dieren houdt op. Al het verscheurende, roofzuchtige en angstaanjagende verdwijnt uit hun karakter en hun gedrag. Evenzo het wanstaltige en afzichtelijke uit hun gestalte. De oorspronkelijke aard en originele vorm keert terug. Alle dieren zullen het groene kruid weer tot spijze hebben­. Zo schept God hen in den beginne (Gen.1:30). Tot die orde herschept Jezus hen in het duizendjarig vrederijk. Wolf en lam zullen samen weiden, een leeuw en een rund eten beide stro en een slang zal zich voeden met stof. Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg, zegt de Heer (Jes.65:25 NBV).

 

 

Planten

 

Voor de plantenwereld geldt hetzelfde: Doornstruiken maken plaats voor cipressen, distels voor mirtestruiken. Zo zal de Heer Zich roem verwerven, het is een eeuwig en onvergankelijk teken (Jes.55: 13 NBV). De oorspronkelijke glorie van het paradijs en de wereld vóór de zondvloed keert terug. Ongezonde mutanten van planten en dieren sterven uit. Genetisch gemanipuleerde soorten eveneens. Ziekteverwekkers verdwijnen uit de atmosfeer. Hetzelfde geldt voor alle gedegenereerde vormen van leven, zoals virussen. De hele levende natuur gaat weer beantwoorden aan de goddelijke normen.

 

 

Levenloze natuur

 

Jezus herschept niet alleen de levende natuur. Ook de levenloze natuur ondergaat de heilzame werking vanuit Gods Koninkrijk. Al eerder spraken we over het terugzetten van de aarde in zijn oorspronkelijke stand en het herstel van het uitspansel, waardoor het oorspronkelijke, paradijselijke klimaat op aarde terugkeert. Jezus herstelt alle verwoestingen en vervormingen die de machten der duisternis tijdens de zondvloed op aarde aanbrengen, laat de goddelijke orde en regelmaat terugkeren in alle delen van de schepping en brengt het hele milieu op orde zonder moeizame klimaatconferenties en actievoerende milieugroeperingen.

Extreme weersomstandigheden blijven voortaan uit. Hitte en droogte komen niet meer voor. Evenals stormen, orkanen, stortregens, overstromingen, aard- en zeebevingen, vloedgolven, vulkaanuitbarstingen en elk ander natuurgeweld. Poolkappen en ijsvlakten smelten. Onvruchtbare woestijnen en ondoordringbare oerwouden verdwijnen. Evenals de woeste berggebieden met hun hoge bergtoppen en de ‘eindeloze’ oceanen met hun diepe troggen. De hele aarde wordt weer bewoonbaar gemaakt, geschikt gemaakt voor het realiseren van Gods plan met mensen.

 

 

Perfecte natuur in het Vredesrijk

 

 

 

Vernieuwen

 

Jezus maakt alle dingen nieuw (Op.21:7) samen met zijn gemeente. Naar het woord van de profeet: Zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Wat er vroeger was raakt in vergetelheid, het komt niemand ooit nog voor de geest. Er zal alleen maar blijdschap zijn en groot gejuich om wat Ik schep. Ik herschep Jeruzalem in een jubelende stad en schenk haar bevolking vreugde. Geen geween of geweeklaag wordt daar nog gehoord. Zij zullen, met heel hun nageslacht, een volk zijn dat door de Heer is gezegend. Ik zal hun antwoorden nog voor ze Mij roepen, Ik zal hen verhoren terwijl ze nog spreken. Wolf en lam zullen samen weiden, een leeuw en een rund eten beide stro en een slang zal zich voeden met stof. Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg (uit Jes 65:17-25 NBV).

De eerste hemel en de eerste aarde gaan voorbij. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde komen te voorschijn (Op.21:1-2). Jezus geeft de aarde een nieuw gelaat (Ps.104:30 NBV). Hij maakt haar vol van kennis des Heren (Jes.11:9).

 

 

Motivatie

 

Laat je motiveren door dit heerlijke toekomstbeeld. Geef Jezus gelegenheid om hier en nu zijn werk in jou te doen. Om zijn gemeente toe te rusten voor de tijd die komt. Beleef nu reeds het doorgaande herstel in eigen leven, opdat de wederoprichting aller dingen gestalte krijgt. Vertrouw je aan Hem toe. Volg Hem, waar Hij ook heen gaat. Hij is onze leidsman en de voleinder van het geloof. Glorie voor Jezus Christus, onze Heer!

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

God schiep de Maya’s

Standaard

categorie : religie

.

.

ec819cccc0130b5adeceea1b20c3e592 (1)

.

.

Met arendsogen speuren wij naar wat onze voorouders geloofden en wat ons tot op vandaag met hen verbindt.


Darío Caal Xi

.

De Maya’s zijn Gods eigen schepping. Als volk, als man en vrouw zijn wij door hem geschapen. Wij zijn deel van zijn lichaam, de tenen van zijn voeten, de vingers van zijn handen. God heeft ons gemaakt, hij is de Schepper en Vormgever. Als mannen en vrouwen werken wij met God mee; samen vervolmaken wij de schepping.

Ons leven is beweging en actie. Samen met anderen spannen wij ons in. Ons zweet valt op de aarde. Wij bewerken de grond tot we blaren op onze handen hebben. Ons werk, onze gedachten en woorden vormen een eenheid. Ons leven is zinvol en gelukkig wanneer er harmonie bestaat tussen de beweging van onze handen en ons hart.

De aarde is onze moeder. Zij voedt ons, beschermt ons en houdt ons in leven. Op de aarde is onze hoop gesteld. Talloze broeders en zusters, oude mannen en kinderen, volwassenen en jongeren hebben de aarde bewerkt, haar liefgehad en verdedigd. Hun inspanningen, hun zweet en bloed hebben de aarde tot onze aarde gemaakt.

Ons leven en onze spiritualiteit vinden hun oorsprong in de blijdschap. Blijdschap bij het zaaien van de maïs, wanneer de eerste plantjes opkomen, bij de oogst en bij het eten van de jonge maïs. Blijdschap wanneer een kind geboren wordt of wanneer een kind opgroeit en zelf aan het werk gaat. Blijdschap wanneer we nieuwe grond ontginnen of een nieuw huis bouwen. De blijdschap die we beleven aan onze dieren. De vreugde die we ondervinden bij het gemeenschappelijk werk voor ons dorp of ons volk.

Wij zijn een volk met een eigen geschiedenis. Wij zijn de vrucht van de ervaringen en inspanningen van onze voorouders. Wij geloven in onze eigen scheppende kracht, die zijn wortels heeft in onze eeuwenoude Maya-cultuur.

Onze cultuur is een cultuur van het leven. Wij voelen ons verbonden met de hemel en de aarde, met alle mannen en vrouwen, met God die Vader en Moeder is. Door ons werk herscheppen wij het aangezicht van Moeder Aarde. Door middel van symbolen zoeken wij gemeenschap met alles wat bestaat. Wij ervaren God op onze eigen Maya-wijze.

Onze cultuur vormt ons en voedt ons op. Onze cultuur verschaft ons medicijnen voor onze gezondheid. Wij leven in gemeenschap. Door te delen zijn wij rijk, door onze eenheid staan wij sterk bij conflicten.

Wij geloven in de God van het leven die recht zal verschaffen. Hij zal een einde maken aan honger en ellende, aan onrecht en ongelijkheid, aan bedrog, discriminatie en uitbuiting. Voor de Maya’s bestaat de zonde erin dat wij de Schepper en Vormgever beledigen, dat wil zeggen, dat wij ons afsluiten voor Hart van de Hemel, Hart van de Aarde. Elke scheiding tussen woord en daad, tussen gedachte en werk is bedrog en verbreekt het evenwicht. Onze idealen zijn goedheid, vrede, geluk, blijdschap, gemeenschapszin en vrijheid.

Voor ons is politiek dienst aan de gemeenschap. Wie dient, heeft gezag. De dienst bestaat in concrete actie tegen alles wat ons als persoon of als volk bedreigt. Wie dient, is trouw en houdt zich aan zijn woord. De wijze oude mannen en vrouwen zijn onze gids, omdat zij zijn gevormd in de harde leerschool van het leven. Dienstbaarheid van mannen en vrouwen en van heel ons volk hoort tot het wezen van ons bestaan.

Het juiste evenwicht in de wereld en in het leven van ieder mens is de vrucht van onze gezamenlijk inspanning. Harmonie kenmerkt ook het leven van God zelf. Al onze menselijke verlangens stemmen wij af op Gods eigen hart.

.

.

Afbeelding (15)

éénheid van man en vrouw

pasteltekening van John Astria

.

.

Een mens is nooit alleen, wij zijn altijd een paar. Omdat wij een paar zijn is er nieuw leven mogelijk, is er geschiedenis, vindt er verandering plaats, zijn wij gemeenschap en volk. Als paar, als man en vrouw, hebben wij eerbied voor elkaar en beminnen wij elkaar.

Personen, families en volken kunnen alleen maar bestaan wanneer er wederkerigheid is tussen man en vrouw, tussen hemel en aarde, de mens en de schepping. Wederkerigheid tussen God en mens, tussen vaders en moeders, grootouders en kleinkinderen, ouders en kinderen, tussen water en vuur, zon en maan, wind en bergen, maïs en regen, tussen zaaien en oogsten.

Man en vrouw zijn samen als een boom die leven geeft. “Ik kijk naar jou en jij kijkt naar mij; ik zorg voor jou en jij zorgt voor mij, zodat wij samen groeien. Ik geef jou schaduw en jij geeft mij schaduw. Alleen samen zijn wij compleet. Samen zijn wij een boom; wij hebben hetzelfde vlees en bloed, dezelfde wortels, dezelfde tronk, dezelfde takken en bladeren. Alleen samen brengen wij bloesem en vruchten voort.”

Wij zijn deel van de schepping, van de wereld, van de kosmos. Vader Zon beschermt ons, geeft ons licht, warmte en gezondheid. Grootmoeder Maan ontvangt ons wanneer wij geboren worden en ons eigen licht ontstoken wordt. De maan is het symbool van de oude mannen en vrouwen die ons met wijsheid richting geven. Onze Vader Regen verwekt het leven door Moeder Aarde te bevruchten. De regen is een zegen van God.

Moeder Aarde is het symbool van de vruchtbaarheid en van het heilige karakter van iedere vrouw. In haar schoot worden wij gevormd; zij voedt ons, zij geeft ons beschutting. Op de aarde lopen wij, zij is onze woonplaats. Moeder Aarde is heilig omdat zij ons leven geeft. Wanneer wij sterven, keren wij naar haar terug. Als maïskorrels worden wij in Moeder Aarde gezaaid. Liefdevol neemt zij ons op, in haar rusten wij. Moeder Aarde is Gods eigen gezicht.

Moeder Water zuivert ons, geeft ons leven en gezondheid. Het water is het bloed van Moeder Aarde. Vader Vuur is het symbool van verbondenheid en eenheid binnen de gemeenschap. Vuur nodigt uit onze ervaringen met elkaar te delen. Vuur brengt ons samen en wijst ons de weg. Vader Wind geeft ons levenskracht. Wind is beweging en adem. In de wind klinkt ons lachen en ons schreien. Wind is kracht en actie; wind bemiddelt tussen God en mens.

Moeder Maïs is ons voedsel, het leven dat door onze aders stroomt. De maïs is heilig; zij is als een moeder die haar leven geeft voor haar kinderen. Onze vaders en moeders de bergen zijn de plek waar God aanwezig is, daar treden wij met hem in contact. De bergen zijn het aangezicht van de aarde; op de bergen ervaren wij Gods eigen vrede en rust. De bergen beschermen ons; bij alles wat wij ondernemen zijn zij onze getuigen.

Wij mensen horen bij elkaar, hoe verschillend wij ook zijn. Alleen samen zijn wij vruchtbaar. In gemeenschap werken wij, vieren wij feest, beleven wij ons geloof. Samen vormen wij de tijd, samen trekken wij voort tot de dageraad aanbreekt.

Wij zijn zonen en dochters van God, die Vader en Moeder is. God is het Hart van de Hemel, het Hart van de Aarde. Aan God behoren de dag en de nacht, de bergen en de dalen, alle dieren en ook wijzelf. God is het hart van het water, van de zee en van de rivieren. God is onze oorsprong, de eigenaar van alles wat dichtbij en veraf is. God is een heilige Vader en een heilige Moeder, het middelpunt van de gemeenschap en van de vier hoeken van de wereld. God leeft en waakt zonder ophouden over ons. God is de bron van alle leven.

Onze gebeden richten zich spontaan tot God wanneer wij de dageraad aanschouwen of de ondergang van de zon, wanneer wij een berg bestijgen of de aarde bewerken, bij het zien van de bloemen en de vruchten die de aarde voortbrengt. God eren wij met muziek en zang, met dansen en met feesten. Tot God bidden wij om maïs, grond en water. Hem vragen wij kracht om als volk te groeien en onze cultuur te verdedigen. Onze Maya-priesters en zieners, onze ouderen en vroedvrouwen gaan ons daarbij voor

De vier hoeken van de wereld zijn het huis dat wij bewonen. Daar groeien wij op en bewegen wij ons; het is de ruimte waar wij lachen en huilen. Op de wereld worden wij geboren, op de wereld sterven wij. De wereld is heilig, want hij is doordrongen van het leven van God. De wereld is het middelpunt, het begin van de weg die ons naar God zelf voert.

Wij zijn verbonden met alle volken, in het oosten en het westen, in het noorden en het zuiden. Wij zijn het leven van wie reeds gestorven zijn, wij zijn de dood van wie na ons komen. Wij verenigen in ons verleden, heden en toekomst. De dood is een deel van ons leven; door de dood worden de levenden en de voorouders met elkaar verbonden.

Ook al sterven wij, wij leven voort in onze kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. De doden zijn vertrokken, maar zij zijn niet weg; wij zetten hun bestaan voort. In de dood ervaren wij de eenheid van levenden en doden. Daarom verandert ons verdriet om de dood in vreugde. Wij huilen om het leven omdat het ons zo dierbaar is.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 John Astria

John Astria

De Maya’s en de schepping.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

DE SCHEPPING

 

 

Uit de Pop Wuj, het heilige boek van de Maya’s

.

 

Maya San bart

 

.

Scene uit het scheppingsverhaal, Maya, – ca. 100v. Chr. De maisgod Hun Hunapah (midden) deelt gaven uit. Hij staat op de rug van een machtige slang.

.

In het begin was er alleen maar stilte en rust. Niets bewoog, niets gaf geluid. Er waren nog geen mensen, geen dieren, geen vogels of vissen, geen bomen, geen stenen, geen grotten of ravijnen, geen struiken en geen bossen. Er was alleen de hemel, de aarde was nog niet zichtbaar. Al wat bestond was de kalme zee en de uitgestrekte hemel.

In de stilte van de donkere nacht bevond de Schepper en Vormgever zich in het water, omgeven door licht en bedekt met groene en blauwe veren. ‘Hart van de Hemel’ is zijn naam.

Daarop sprak de Schepper en Vormgever: “Laat de ruimte zich vullen, laat het water terugtreden, zodat de aarde verschijnt. Laat het licht worden, laat de dag aanbreken in de hemel en op aarde. Onze schepping mist luister en glans zolang er geen mensen zijn.”

Zo werd de aarde geschapen. Gehuld in nevels en wolken rezen de bergen op uit het water. Als door een wonder werden de bergen en dalen gevormd, en terstond schoten cipressen en pijnbomen op.

De Schepper en Vormgever was verrukt over zijn werk en sprak: “Nu zal ons werk tot voltooiing worden gebracht.” Zo werden eerst de aarde, de bergen en de dalen gevormd. Het water werd gescheiden en vrij stroomden de rivieren tussen de bergen door.

Aldus vond de schepping van de aarde plaats. Zij werd gevormd door Hart van de Hemel, Hart van de Aarde, toen de hemel nog leeg was en de aarde gedompeld was in water. Een schitterend werk was het, waar diep over was nagedacht.

 

 

De dieren

.

Vervolgens werden de dieren geschapen, herten, vogels, leeuwen, tijgers en allerlei soorten slangen. Ieder kreeg zijn eigen plaats toegewezen, de herten langs de rivieren en in de dalen, de vogels in de bomen en de struiken.

Toen de schepping van de vogels en de viervoeters was voltooid, sprak de Schepper en Vormgever: “Laat alle dieren spreken, roepen en fluiten, ieder op zijn eigen manier en naar best vermogen. Roep onze naam, prijs ons die jullie vader en moeder zijn, aanbid Hart van de Hemel, Hart van de Aarde.” Maar de dieren konden niet spreken zoals de mensen. Ze krijsten, krasten en kakelden, ieder op zijn eigen wijze, maar spreken was er niet bij.

Toen sprak de Schepper en Vormgever: “Jullie hebben onze naam niet kunnen uitspreken. Daarom zullen wij menselijke wezens scheppen die ons kunnen aanbidden. Jullie woonplaats zal voorgoed in de bossen en dalen zijn, en jullie vlees zal worden opgegeten.”

“Laten wij een nieuwe poging doen”, sprak de Schepper en Vormgever. “Het wordt al licht, de dageraad is al nabij. Laten we wezens maken die ons gehoorzamen, ons onderhouden en voeden, die ons aanroepen en onze herinnering op aarde levend houden. Want onze eerste poging is jammerlijk mislukt.”

.

 

.

 

 

Van aarde en hout

.

Daarop werd de mens gevormd en geschapen. Uit aarde, uit slijk werd het vlees van de mens gemaakt. Maar de Schepper en Vormgever zag dat het niet goed was. De mens van aarde was zacht en viel uit elkaar. Hij kon niet bewegen en had geen kracht. Zijn hoofd zakte naar opzij, zijn ogen waren zwak en hij kon niet omkijken. Aanvankelijk praatte hij wel, maar hij begreep zijn eigen woorden niet. Al gauw werd de mens van aarde nat en toen was het snel met hem gedaan.

De Schepper en Vormgever zei: “De mens die we hadden gemaakt, kon niet lopen of zichzelf voortplanten. We moeten ons werk verbeteren om goede schepsels te maken die ons aanbidden en aanroepen, die ons onderhouden en voeden en de herinnering aan ons levend houden.”

Daarop riep de Schepper en Vormgever de hulp in van de grootvader en grootmoeder. Die wierpen het lot met de maïskorrels en zeiden: “Er komen goede schepsels als ze gesneden worden uit hout.” Aldus geschiedde. Met zorg sneed de Schepper en Vormgever beeldjes uit hout. Het leken echte mensen en ze bevolkten de aarde. Ze kregen zonen en dochters, maar ze hadden geen ziel en geen verstand. Op handen en voeten liepen ze doelloos rond.

Omdat zij zich hun Schepper en Vormgever niet herinnerden, vielen de mensen van hout in ongenade. Zij waren slechts een proef, een poging om mensen te maken. In het begin spraken zij wel, maar hun gezicht was dor en droog. Hun handen en voeten waren krachteloos. Zij hadden geen bloed en hun lijf was mager en vormloos. Ze hadden ingevallen wangen en hun vlees was geel van kleur. Daarom waren zij niet in staat aan hun Schepper en Vormgever te denken, die hun het leven had geschonken en over hen waakte. Zo waren de eerste mensen en zij waren zeer talrijk.

Daarop veroorzaakte Hart van de Hemel een overstroming die alle mensen van hout verzwolg. Duisternis daalde over de aarde neer en overdag en ’s nachts viel er een zwarte regen. Dat was de straf omdat de mensen van hout zich hun vader en moeder, Hart van de Hemel, niet herinnerden.

.

 

maya

 

.

 

De wraak

.

Toen kwamen de grote en kleine dieren in opstand tegen de mensen van hout en ook de potten en pannen, heel de huisraad, het pluimvee en de honden. Zij sloegen de mensen van hout in het gezicht. “Jullie hebben ons schandalig behandeld, jullie hebben ons opgegeten en nu is het onze beurt de tanden in jullie te zetten”, zeiden de honden en het pluimvee.

“Jullie hebben ons pijn gedaan”, zeiden de maalstenen. “Dag na dag, bij nacht en ontij hebben jullie al malend ons gezicht bekrast, en wat konden wij er tegen doen? Maar nu jullie geen mensen meer zijn, is het onze beurt. Jullie vlees zullen we tot poeder fijn malen.”

En de honden spraken: “Waarom hebben jullie ons geen eten gegeven? We hoefden maar jullie kant uit te kijken of we werden al weggejaagd. En wie ons wilde slaan, vond altijd wel een stok. Slecht hebben jullie ons behandeld, en wij konden niet praten. Hebben jullie er nooit aan gedacht dat zoiets ook jullie zou kunnen overkomen? Nu zijn wij aan de beurt, nu zullen jullie onze tanden voelen.” En meteen beten de honden de mensen van hout in het gezicht.

En de potten en pannen zeiden: “Jullie hebben ons veel pijn en ellende veroorzaakt. Onze mond en ons gezicht zitten vol roet. Wij werden op het vuur geplaatst alsof we geen gevoel hadden. Maar nu gaan wij jullie verbranden.” Daarop wierpen de gloeiende potten en pannen zich op hun slachtoffers.

De mensen van hout renden wanhopig alle kanten uit. Ze probeerden op de daken te klimmen, maar de huizen zakten in. Ze zochten hun toevlucht in bomen, maar die schudden hen van zich af. Ze vluchtten grotten in, maar die sloten zich als vanzelf.

Dat was de ondergang van de mensen die waren geschapen en gevormd. Ze werden verwoest en vernietigd, hun mond en gezicht werden vermorzeld. Er wordt beweerd dat de apen afstammen van de mensen die werden gesneden uit hout. Daarom lijken apen op mensen.

 

 

 

 

 

Mensen van maïs

.

Dit is het begin van de schepping van de mens, toen werd besloten hoe het vlees van de mens moest worden gemaakt. De Schepper en Vormgever sprak: “De tijd van de dageraad is aangebroken, ons werk moet worden voltooid. De mens moet verschijnen die ons onderhoudt en voedt, de verlichte mens, de beschaafde dienaar op deze aarde.” Het moment was nabij waarop de zon, de maan en de sterren zouden verschijnen boven het hoofd van de Schepper en Vormgever.

Toen kwamen er vier dieren, die gele en witte maïskolven brachten. Uit het deeg van de gele en witte maïs werden vlees en bloed gemaakt. Uit maïs schiep de Schepper en Vormgever de eerste mensen.

De aarde was prachtig toen de eerste mensen werden gemaakt, vol gele en witte maïskolven, cacao, allerlei vruchten en honing. Er was een overvloed aan de lekkerste spijzen, overal stonden grote en kleine planten. De dieren wezen de weg naar de witte en gele maïskolven. Die werden gemalen en uit de krachtige drank van de maïs werden de spieren gemaakt, die het lichaam stevig en sterk maken.

Uit gele en witte maïs werd het vlees van de eerste mensen gemaakt, uit het deeg van de maïs hun armen en benen. Alleen uit maïs bestond het vlees van onze vaders, van de vier mannen die als eersten werden geschapen.

De eerste mensen die werden gevormd en geschapen, hadden geen vader of moeder. Zij werden niet uit een vrouw geboren, noch verwekt door de Schepper en Vormgever. Door een wonder, door toverkracht werden zij geschapen en gevormd. Zij leken op mensen en het waren mensen. Zij spraken, zagen, hoorden, liepen en pakten al het geschapene vast. Het waren goede en prachtige mensen, mannen waren het.

 

 

 

.

 

Een waas over de ogen

.

De eerste mensen waren begiftigd met verstand en hun blik was zo scherp dat ze alles zagen wat er op aarde was. Alles wat zij bekeken, was meteen dichtbij. Met hun scherpe blik aanschouwden zij het gewelf van de hemel en de wijde omtrek van de aarde. Er bestond voor hen geen afstand, en er waren geen geheimen. Groot was hun wijsheid. Hun blik reikte tot aan de bossen, de rotsen, de meren de zeeën, de bergen en de dalen. Het was werkelijk een wonder.

Daarop vroeg de Schepper en Vormgever aan de eerste mensen: “Wat vinden jullie ervan? Zien jullie, horen jullie? Zijn jullie spraak en tred goed? Kijk naar de wereld, naar de bergen en dalen, probeer goed te kijken!”

Toen de eerste mensen alles zagen wat er op de wereld was dankten zij de Schepper en Vormgever. “Wij danken u uit heel ons hart. Wij zijn geschapen, wij hebben een mond en een gezicht ontvangen. Wij spreken, wij horen, wij denken en wij lopen. Wij zien en kennen alles wat veraf en wat dichtbij is, de grote en de kleine dingen. Wij danken u, Schepper en Vormgever, omdat u ons hebt geschapen en ons het zijn hebt gegeven.”

Maar de Schepper en Vormgever maakte zich zorgen. “Het is niet goed dat onze schepsels alles weten, al het grote en het kleine. Wat moeten wij doen? Het is beter dat zij alleen maar aanschouwen wat dichtbij is, dat ze alleen maar een stukje van de aarde zien. Het zijn immers maar eenvoudige schepsels. Moeten zij ook nog goden zijn? Misschien willen zij zich niet voortplanten wanneer de dageraad aanbreekt. Laten wij hun verlangens een beetje beteugelen, want het is niet goed dat zij alles zien. Misschien willen zij wel gelijk worden aan ons, die hun Schepper zijn, wij die grote afstanden kunnen overbruggen en alles weten en zien.”

Zo sprak Hart van de Hemel, de Schepper en Vormgever. Daarop legde hij een waas over hun ogen, zoals wanneer je over een spiegel ademt. Hun ogen raakten verduisterd en zij konden alleen nog helder zien wat dichtbij was. Zo werden de wijsheid en kennis van de vier eerste mensen vernietigd. Zo werden onze grootouders geschapen en gevormd door Hart van de Hemel, Hart van de Aarde.

Vervolgens werden ook de vier echtgenoten gemaakt. God zelf vormde ze met grote zorg. Terwijl de mannen sliepen, naderden de vrouwen en zij waren werkelijk heel mooi. Toen de mannen wakker werden en de vrouwen zagen, waren zij zeer verheugd.

De eerste mensen plantten zich voort. Uit hen werden grote en kleine stammen geboren. Ook wij stammen van hen af. Veel priesters en offeraars brachten zij voort.

 

.

De dageraad

.

Veel mensen werden geboren en in de duisternis plantten zij zich voort. De zon was nog niet opgegaan en er was nog geen licht. Zij waren talrijk en trokken rond in het oosten. Maar God vereerden zij niet. Zij richtten enkel hun gelaat naar de hemel en wisten niet wat zij zo ver waren gaan zoeken.

Zij spraken met elkaar en vol ongeduld wachtten zij op de komst van de dageraad. Met hun gelaat naar de hemel gekeerd richtten zij hun smeekbeden tot God:

 

“Zie ons, hoor ons,
laat ons niet alleen, vergeet ons niet.
God, die in de hemel en op aarde bent,
Hart van de Hemel, Hart van de Aarde.

Geef ons kinderen,
geef ons nakomelingen,
zolang de zon haar baan aflegt en het licht is.

Laat het licht worden,
laat de dageraad aanbreken.

Geef ons goede, vlakke wegen.
Dat de volken vrede kennen, veel vrede en geluk.
Geef ons een goed en nuttig leven”.

 

Zo spraken zij, terwijl zij baden om de opgang van de zon en de komst van de dageraad. En tegelijk met de opkomende zon aanschouwden zij de morgenster, die aan de komst van de zon voorafgaat, die de hemel en de aarde beschijnt en de voetstappen verlicht van de mensen die gevormd zijn en geschapen.

.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 John Astria

John Astria

Gebed van Maya-priester don Ambrosio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

GEEF ONS EEN NIEUWE DAG

 

.

Gebed van Maya-priester don Ambrosio

 

.

ec819cccc0130b5adeceea1b20c3e592 (1)

 

.

In de naam van Hart van de Hemel
en Hart van de Aarde.

U allen heet ik welkom.
Kort wil ik tot u spreken over het woord van onze God,
met u wil ik tot God bidden.

U, Schepper en Vormgever,
kijk naar ons, luister naar ons.
Verlaat ons niet, laat ons niet in de steek.
Laat het licht worden, laat de dageraad aanbreken.

Stralende dag,
Hart van de Hemel, Hart van de Aarde.
U die alle rijkdom geeft:
schenk mijn kinderen leven.
Dat zij groeien en zich voortplanten.
U zullen zij onderhouden en aanroepen,
op velden en wegen,
bij rivieren, in ravijnen en bossen.

Schenk onze kinderen zonen en dochters.
Dat hen geen ongeluk treft.
Dat zij geen slachtoffer worden van bedrog.
Dat zij niet vallen of gewond raken.
Dat zij geen overspel plegen,
of veroordeeld worden vanwege misdaden.

Dat zij niet struikelen
op stijgende wegen, op dalende wegen.
Laat hun weg vrij zijn van hindernissen,
geef hun goede, vlakke wegen.
Bespaar hen ongeluk en tegenslag.

Hart van de Aarde, schitterend hemelgewelf
en heel het aardoppervlak:
laat enkel vrede en rust heersen in uw aanwezigheid.
God van de Hemel, God van de Aarde.


Met deze woorden hebben onze voorouders gebeden,
vroeg in de morgen, wanneer de zon opkomt.
Zij hebben zich gericht tot God,
die Morgenster wordt genoemd.
Steeds hebben zij gesmeekt:
“God, geef ons een nieuwe dag.”

Zo moeten ook wij blijven bidden,
onze Vormgever smeken om kracht.
Hij die de bergen en dalen heeft gemaakt
en heel de wereld.
Zo is onze godsdienst, zo is het.

Met Gods hulp is er geen armoede of honger.
De God van de Hemel, God van de Aarde
is steeds bij ons,
soms voor ons, soms achter ons.
Hij is de God van verre en van korte reizen.
Hij luistert naar ons, hij kent alle Maya-talen.

Luister naar God, geloof in hem,
stel onze God niet op de proef.
God toont zich aan mij, hij toont zich aan u.
Denk niet: alleen priesters en ouderlingen hebben macht,
want ieder van ons is macht gegeven.

Laten wij het kwaad mijden
dat zich tussen ons wil nestelen.
Laten wij onze echtgenoten liefhebben,
want God zelf heeft hen gemaakt.
God zei: het is niet goed dat er enkel mannen zijn.

U weet dat God de eerste mensen heeft gestraft
omdat zij God niet kenden, zijn naam niet uitspraken.
Zij vergaten de goede God,
die onze handen en voeten heeft gemaakt.

Wanneer u op reis gaat,
sta dan vroeg op en haast u niet.
Wie laat opstaat, denkt niet aan God.

Mogen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest
ons leiden op alle onze wegen.

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 John Astria

John Astria

Boodschap 225 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

.

.

Het einde van de geldgod

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

SATAN WEET DAT ZIJN HEERSCHAPPIJ OP

.

AARDE SPOEDIG ZAL EINDIGEN.

.

WERK AAN UW GELOOF IN GOD DAT EEUWIG LEVEN GEEFT

.

.

SATAN KNOWS THAT HIS RULE ON EARTH WILL SOON END.

.

WORK ON YOUR FAITH IN GOD THAT  GIVES ETERNAL LIFE

.

.

Het aanbidden van de Mammon

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

.

.

 

 

Boodschap 223 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

.

.

Hoofdstuk zes van de Apocalyps: het breken van de eerste zegels

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

ER IS GEEN BEKERING MEER MOGELIJK TIJDENS DE 

.

DRIE LAATSTE JAREN VOOR DE WEDERKOMST  VAN CHRISTUS OP AARDE

.

WEES OP UW HOEDE WANT HET EINDE KOMT SNEL.

.

.

THERE IS NO LONGER REPENTANCE POSSIBLE DURING

.

THE THREE LAST YEARS BEFORE THE SECOND COMING OF CHRIST ON EARTH.

.

BE WARNING FOR THE END IS COMING SOON.

.

.

 

.

.

.

.

Herkennen van een valse leer

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Hoe valse leren herkennen?

 

 

De ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John

 

Hoe ethisch of moreel hoogstaand een leer ook mag zijn, hoe liefdevol, mooi en aantrekkelijk deze mag lijken, hoe vredevol, logisch, vol van goede bedoelingen hij overkomt: als ze Jezus Christus niet brengt als dé goddelijke Zoon van de Vader die als mens op aarde kwam, voor onze zonden aan het kruis stierf en zo Zijn heilige bloed vergoot voor de vergeving van onze zonden en lichamelijk uit de doden is opgestaan en ten hemel is gevaren, kun je er zeker van zijn dat je te maken hebt met een valse leer.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Waarom de Openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus ‘’.

Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij ‘’.

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt ‘’.

 

Dit zijn enkele citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar. In het eerste en het laatste hoofdstuk  van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

De scheppingsverhalen in Genesis 1 en 2

Standaard

categorie : religie

.

.

Vraag: “Waarom zijn er twee verschillende

Scheppingsverhalen hoofdstukken 1 en 2 van

het boek Genesis?”

.

.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

.

.

Antwoord

.

Genesis 1:1 zegt: “In het begin schiep God de hemel en de aarde.” Verderop in Genesis 2:4 lijkt er een tweede, afwijkend verhaal over de schepping verteld te worden. Het idee dat er twee verschillende scheppingsverhalen zijn is een veelgehoorde foutieve interpretatie van deze twee passages die in werkelijkheid dezelfde schepping beschrijven. Ze zijn het niet met elkaar oneens wat betreft de volgorde waarin dingen geschapen werden en spreken elkaar niet tegen.

Genesis 1 beschrijft “zes scheppingsdagen” (en een zevende rustdag) terwijl Genesis 2 slechts één dag van die scheppingsweek beslaat — de zesde dag— en er is geen tegenstrijdigheid.

In Genesis 2 grijpt de schrijver terug op de temporele volgorde van de zesde dag, toen God de mens schiep. In het eerste hoofdstuk zet de schrijver van Genesis de schepping van de mens op de zesde dag neer als het hoogtepunt van de schepping. Daarna geeft de schrijver in het tweede hoofdstuk meer details over de schepping van de mens.

In hoofdlijnen zijn er twee zienswijzen die tegenstrijdigheid veronderstellen tussen Genesis 1 en 2. De eerste betreft het plantenleven. In Genesis 1:11 staat opgetekend dat God het groen op de derde dag schiep. Volgens Genesis 2:5 groeide er vóór de schepping van de mens “op de aarde nog geen enkele struik en was er geen enkele plant opgeschoten, want God, de HEER, had het nog niet laten regenen op de aarde, en er waren geen mensen om het land te bewerken.” Dus, hoe zit het nu? Schiep God de flora op de derde dag voordat Hij de mens schiep (Genesis 1) of nadat Hij de mens schiep (Genesis 2)?

De Hebreeuwse woorden voor “vegetatie” verschillen in de beide tekstdelen. Genesis 1:11 gebruikt een term die slaat op vegetatie in het algemeen. Genesis 2:5 gebruikt een meer specifieke term die refereert aan vegetatie ten behoeve waarvan landbouwactiviteiten uitgevoerd moeten worden, dat wil zeggen er is iemand die er voor zorgt, een tuinman. De passages spreken elkaar niet tegen. Genesis 1:11 heeft het er over dat God vegetatie maakt, en Genesis 2:5 zegt dat God pas “agrarische” vegetatie liet groeien nadat Hij de mens gemaakt had.

De tweede veronderstelde tegenstrijdigheid betreft het dierlijke leven. In Genesis 1:24-25 staat opgetekend dat God de fauna op de zesde dag creëerde, voordat Hij de mens maakte. In sommige vertalingen lijkt Genesis 2:19 te zeggen dat God de dieren maakte nadat hij de mens geschapen had. Een goede en aannemelijke vertaling van Genesis 2:19-20 luidt echter:

“Uit aarde vormde Hij alle dieren op het land en alle vogels in de lucht. Hij bracht ze bij de mens om te zien hoe die ze zou noemen; elk dier zou de naam krijgen die de mens hem gaf. Toen gaf de mens namen aan alle tamme dieren, alle vogels en alle wilde dieren.”

Deze tekst uit de Groot Nieuws Bijbel zegt niet dat God eerst de mens schiep, daarna de dieren schiep en deze vervolgens bij de mens bracht, maar dat de Heer “uit aarde alle dieren op het land en alle vogels in de lucht” (al) gevormd had. Er is geen tegenstrijdigheid. Op de zesde dag schiep God de dieren, daarna de mens en daarna bracht hij de dieren bij de mens zodat de mens ze kon benoemen.

Door de twee scheppingsverhalen individueel te beoordelen en ze daarna met elkaar in overeenstemming te brengen, zien we dat God de volgorde van de schepping in Genesis 1 beschrijft, en dan de belangrijkste details, in het bijzonder die van de zesde dag, nader toelicht in Genesis 2. Er is geen sprake van een tegenstrijdigheid, maar van een vaak gebruikte literaire wijze om een gebeurtenis eerst in zijn algemeenheid en dan specifiek te beschrijven.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Wie is de Heilige Geest?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Heilige Geest is de Geest van God die zich openbaart in de wedergeboren volgelingen van Jezus Christus. Hij is de geestelijk plaatsvervanger van Jezus hier op aarde, nadat Jezus zelf uit de dood is opgestaan en opgevaren is naar de hemel.

 

 

De Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De Heilige Geest is geen vage afschaduwing van Jezus, evenmin een tastbare kracht. Hij is een onderdeel van de Enige, naast God de Vader en God de Zoon. Het is aan een niet-gelovige praktisch onmogelijk uit te leggen wat Hij bewerkstelligd en hoe Hij werkt door volgelingen van Jezus heen. Wanneer je zelf Gods Geest ervaart weet je hoe Zijn Geest werkt, Hij geeft je op een onvatbare manier rust, zekerheid, onderricht, vrijmoedigheid en blijdschap. Maar hoe dat nu uit te leggen? Hoe iets uit te leggen wat niet van deze wereld is? Iets wat niet bedoeld is om tastbaar te zijn voor deze wereld?

 

Jezus legde het als volgt aan Zijn discipelen:

“Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere
pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn:
de Geest van de waarheid. De wereld kan hem
niet ontvangen, want ze ziet hem niet en kent
hem niet. Jullie kennen hem wel, want hij woont
in jullie en zal in jullie blijven. Ik laat jullie niet als
wezen achter, ik kom bij jullie terug.”
Johannes 14:16-18

 

De Geest leert je het onderscheid te maken tussen wat goed en wat fout is. Hij geeft je inzicht in je eigen zonden en Hij doet je beseffen dat er zonder Jezus geen weg naar de hemel is. Dat er buiten Jezus geen enkele rechtvaardiging is dat wij met onze zonden maar in de buurt kunnen komen van God de Vader. En de Heilige Geest is het die jou vrijmoedig maakt om openlijk, en in blijdschap en zonder schaamte, over Jezus te kunnen getuigen.

 

Jezus kwam dichterbij en zei tegen hen:

“Ik heb
alle macht in hemel en op aarde gekregen.Ga
er daarom op uit om alle volken tot mijn discipelen
te maken. Doop hen in de naam van de Vader en
van de Zoon en van de Heilige Geest. Leer hen
altijd te doen wat Ik u heb gezegd. En vergeet dit
niet: Ik ben altijd bij u, tot het einde van de tijd.”

Mattheüs 28:18-20

 

 

God is Vader, Zoon en Heilige Geest. En toch is Hij 1, Hij is echat (het hebreeuwse woord voor één). Ter verduidelijking: je kunt het misschien enigzinds vergelijken met de zon. Hij is werkelijk daar, te zien voor iedereen: groot en rond, met andere menselijke woorden: de bron van het leven op aarde. Daarnaast geeft deze bron licht en warmte af. In dit vergelijk kun je het zien als de bron / zon = God de Vader, het licht = Jezus de Zoon en de warmte = de Heilige Geest. Wanneer iemand wedergeboren wordt door het geloven in Jezus als de Messias, zal God door Zijn Geest, de Heilige Geest, in hem of haar komen wonen.

 

 

 

 

 

 

Maar allen die Hem wel aanvaard hebben,
heeft Hij het recht gegeven kinderen van God
te worden. Door geloof in Zijn naam worden
zij opnieuw geboren, natuurlijk niet als mens,
maar geestelijk uit God.
Johannes 1:12-13

 

 

Zoals Jezus het zelf zegt is het zelfs een bittere noodzaak om wederomgeboren te worden:

 

“Toch is het zoals Ik zeg. Als iemand na
zijn natuurlijke geboorte niet ook
geestelijk geboren wordt, kan hij
onmogelijk in het Koninkrijk van God
komen. Uit mensen komt menselijk
leven voort, maar uit de Geest van God
komt geestelijk leven voort.”

Johannes 3:5-6

 

De Heilige Geest heeft kennis over God
die wij alleen via de Heilige Geest te
weten kunnen komen: Zoals alleen de
geest van een mens weet wat in een
mens omgaat, weet ook alleen de
Geest van God wat er in God is.
1 Corinthiërs 2:11

 

 

Een belangrijke taak van de Heilige Geest is dat Hij getuigt over Jezus Christus. Hij getuigt, onderwijst en geeft inzicht over de waarheid van Jezus de Messias:

 

“Als Ik bij de Vader ben, zal Ik mijn
Plaatsvervanger sturen. Dat is de Heilige
Geest, de bron van alle waarheid. Hij komt
uit de Vader en zal u alles over Mij vertellen.”
Johannes 15:26

Maar als de Heilige Geest komt, zal Hij u
de weg wijzen naar de volledige waarheid.
Wat Hij u zal zeggen, heeft Hij niet uit
Zichzelf, maar Hij geeft door wat Hij hoort.
Hij zal vertellen wat er in de toekomst gaat gebeuren.
Door u te vertellen wat Hij van Mij hoort, zal Hij Mij groot maken.
Johannes 16:14

Dat staat ook in de Boeken: “Wat niemand heeft
gezien, niemand heeft gehoord en wat niemand
ooit bedacht, dat heeft God allemaal klaar voor
hen, die Hem liefhebben.”

God heeft het ons door de Geest duidelijk gemaakt.
Want voor de Geest is niets verborgen, zelfs het
diepste wezen van God niet.
Zoals alleen de geest van een mens weet wat in een
mens omgaat, weet ook alleen de Geest van God
wat er in God is.

En wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen,
maar de Geest van God om zo te weten wat God ons
in genade gegeven heeft. Daarover spreken wij dan
ook niet met menselijke welsprekendheid, maar met
woorden die de Geest ons ingeeft.

Wij gebruiken dus de woorden van de Geest om de
gedachten van de Geest over te brengen. Maar iemand
die niet gelovig is (de natuurlijke mens) heeft geen oog
voor wat de Geest van God doet. Voor hem is dat allemaal
onzin. Hij begrijpt er niets van, omdat het alleen geestelijk
te doorzien is.
1 Corinthiërs 2:9-14

 

 

 

 

 

De Geest onthult Gods wil en Gods waarheid voor een christen, met als doel Gods karakter in toenemende mate door het leven van een gelovige heen te laten schijnen. En wel op zo’n manier dat duidelijk blijkt dat we dat onmogelijk zelf kunnen doen. De Heilige Geest geeft het karakter van een wedergeboren christen liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, mildheid, trouw, tederheid en zelfbeheersing.
Galaten 5:22

In plaats van proberen liefdevol en geduldig te zijn, vraagt God ons om volledig op Hem te vertrouwen teneinde Hij zelf deze kwaliteiten en eigenschappen in ons leven kan geven. Ons volledig, in vertrouwen, open te stellen voor Hem, onze Schepper die zoveel liefde voor ons heeft. Daarom wordt, o.a. in Galaten 5:25, ons christenen gezegd ons te laten leiden door, en zodoende vol te zijn van, de Geest (Efeze 5:18).

De Heilige Geest heeft ook een belangrijke taak ten opzichte van niet-gelovigen. Hij is het die de harten van de mensen overtuigt van eigen zonde. Dat wij Gods vergeving nodig hebben en dat dit alleen te vinden is door het offer van Jezus. Dat Hij voor onze plaats gestorven is, voor onze zonden en voor het oordeel dat anders ieder mens had getroffen. Dit oordeel dat nu voorbijgaat aan een ieder die zijn vertrouwen op de Messias Jezus gesteld heeft.

De Heilige Geest klopt op onze harten en vraagt ons elke keer weer, met een liefdevol geduld, om ons te bezinnen, onze zonden te belijden en ons te keren naar God onze Vader voor vergeving van onze fouten en een nieuw leven met Hem te beginnen. Een leven die eeuwigdurend en vol van Zijn liefde zal zijn.

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA