Tagarchief: roze

Adamiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

Het mineraal adamiet is een zink-arsenaat met de

chemische formule Zn2(AsO4)(OH).

 

 

Eigenschappen

 

Het gele, groene of roze adamiet heeft een witte streepkleur en een glasglans. De splijting is goed volgens het kristalvlak [101] en slecht volgens [010], adamiet heeft een gemiddelde dichtheid van 4,4 en de hardheid is 3,5. Het kristalstelsel is orthorombisch en het mineraal is niet radioactief.

Adamiet uit de Ojuela mijn in Durango, Mexico vertoont vaak sterke, groene fluorescentie. Adamiet wordt meestal samen met andere mineralen gevonden, bijvoorbeeld met limoniet, hemimorfiet, calciet, malachiet, azuriet en smithsoniet.

 

 

verzameling_010

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geschiedenis

 

Het mineraal adamiet is genoemd naar de Frande mineraloog Gilbert Joseph Adam (1795 – 1881). De naam werd in 1899 ingevoerd door Charles Friedel, die destijds hoogleraar mineralogie was aan de Sorbonne in Parijs.

 

 

93036369802

 

 

 

 

.

Voorkomen

 

De typelocatie van adamiet is Chanarcillo in de Chileense regio Atacama en komt in bijna alle kleuren voor.

 

 

Chemische formule Zn2(AsO4)(OH)
Kleur Geel tot violet, ook kleurloos
Streepkleur Wit
Hardheid 3,5
Gemiddelde dichtheid 4,4 kg/dm3
Glans Glas- tot harsglans
Opaciteit Subdoorzichtig
Breuk Bros
Splijting Goed, [101] ; slecht [010]
Kristaloptiek
Kristalstelsel orthorombisch
Brekingsindices nα = 1708 – 1.722
nβ = 1742 – 1.744
nγ = 1763 – 1.773
Dubbele breking 0,0150 – 0,0550
Bijzondere kenmerken Sterk fluoriserend in uv-licht

 

 

adamiet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

mijne kop a4

 

De 7 stralen van het Goddelijke bewustzijn

Standaard

categorie : reiki en de aura

.

.

7 stralen van het Goddelijke bewustzijn

.

De eindeloze stroom van kosmische energie die vanuit de Bron des Levens het hele Universum overspoelt manifesteert zich in de vorm van 7 verschillende stralen. Iedere straal vertegenwoordigt een bepaald aspect van een Goddelijk bewustzijn. Alle 7 stralen bevinden zich op een uniek trillingsniveau van het kleurenspectrum. Dat wil zeggen dat 7 verschillende kleuren de dragers zijn van spirituele informatie over iedere straal. Als je op de juiste manier de kleur van een Goddelijke Straal in je leven gebruikt, activeer je de geestelijke kwaliteiten van de desbetreffende straal.

.

.

.

.

Dit zijn de kleuren en de kwaliteiten van de 7 Goddelijke Stralen:

.

 

De 1ste straal is blauw van kleur en vertegenwoordigt de volgende aspecten van het leven: bescherming, kracht, macht, leiderschap, geloof, missie, Goddelijke plan, blauwdruk, Goddelijke wil, wilskracht, gehoorzaamheid aan de wil van God.

De 2de straal is goud-geel van kleur en vertegenwoordigt de volgende aspecten: verlichting, wijsheid, Goddelijke bewustzijn, zelfkennis, zelfonderzoek, begrip, psychologie, open bewustzijn, persoonlijke overwinning over het massabewustzijn.

De 3de straal is roze van kleur en vertegenwoordigt de volgende aspecten: schoonheid, kunst, Goddelijke liefde, creativiteit, inspiratie, devotie naar de goddelijke kant in het leven, adoratie, liefde en respectnaar alles wat heilig in het leven is.

De 4de straal is wit van kleur, het is de witte vuurkern die binnenin alle stralen te vinden is. De witte straal is het middelpunt van de goddelijke creatie, de kern van het zijn. Witte straal vertegenwoordigt de spirituele vlam van de Goddelijke Moeder, van Kundalini – levensenergie, en de Hemelvaartsvlam, die de ziel terug naar haar spirituele oorsprong brengt. De kwaliteiten van de witte straal zijn: zuiverheid, zelfdiscipline, zelfbeheersing, geduld, perfectie, orde, structuur, respect, balans, harmonie en eer.

De 5de straal is groen van kleur en vertegenwoordigt de volgende aspecten van het leven: wetenschap, analyse, concentratie, onderzoek, genezing, geluid, klank, muziek, natuur, goddelijke waarheid, kristallisatie van de spirituele energie in de materie, Goddelijke visie, overvloed.

De 6de straal is purper met gouden tintellingen, donkerpaars van kleur en vertegenwoordigt de volgende kwaliteiten: vrede, broederschap, dienstbaarheid, goddelijke oordeel, nederigheid, altruïsme, overgave, naastenliefde, praktische spiritualiteit.

7de straal is violet-magenta van kleur. Symbolisch gezien is het de kleur van de samensmelting van de 1ste blauwe straal met de 3de roze straal. De smelting van de energieën van Goddelijke kracht en Goddelijke liefde manifesteert violette straal, de straal van vergeving en bevrijding van de ziel. De kwaliteiten van de violette straal zijn: vrijheid,vergeving, compassie, rechtvaardigheid, genade, transmutatie vanverleden, zuivering van heden, verbetering van de kansen in de toekomst, vernieuwing, verandering, alchemie, geheime leer, magie,priesterschap, mysticisme, ritueel.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Robertskruid : Geranium robertianum.

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

img_6473-geranium-robertianum

.

.

Goed te herkennen aan

.
– de drie witte strepen op de rond getopte kroonbladen en
– het donkergeel tot oranje stuifmeel en
– de onaangename geur bij wrijving

.

.

plantengroep-robertskruid

.

.

Algemeen

.

Robertskruid is een een- of tweejarige plant, die weinig licht nodig heeft en daarom te vinden is op schaduwrijke plaatsen met vochtige, voedselrijke grond en op stenige plaatsen. Ze wordt 10 tot 60 cm hoog en is algemeen voorkomend.

.

.

.

.

.

.

Bloem

.

Robertskruid bloeit van mei tot in de herfst met kleine helder roze (zelden witte) bloemen, meestal twee bij elkaar. De kroonbladen hebben een ronde top.

.

.

.

.

.

Blad en stengel

.

De stengel is dichtbehaard en bij de bladaanhechtingen enigszins verdikt. Als de plant gewreven wordt, verspreidt ze een onaangename geur. De stengel kan op droge plaatsen en in de herfst rood verkleuren. De bladeren zijn in omtrek driehoekig en kunnen verschillende kleuren hebben. De bladsteel heeft een scharnier, waarmee de bla-deren optimaal in het licht gehouden kunnen worden. De wortelbladeren zijn lang gesteeld en verdorren vrij snel.

.

.

.

.

.

vergelijkbare soorten

.

: robertskruid : top kroonbladen rond (niet ingesneden), donkergeel tot oranje stuifmeel.

klein robertskruid : heeft kleinere bloemen, geel stuifmeel, wortelbladeren verdorren niet snel, stadsplant en daar zeldzaam.

klein robertskruid

zachte ooievaarsbek : kroonbladen hebben top-insnijding, bladeren zijn rond en tot halverwege ingesneden.

zachte ooievaarsbek

slipbladige ooievaarsbek : bladeren zijn diep gedeeld in lijnvormige slippen, de kroonbladen zijn even lang als de kelkbladen en ingesneden.

slipbladige ooievaarsbek

kleine ooievaarsbek : bloemen zijn bleek blauw-paars met drie donker paarse strepe

kleine ooievaarsbek

glanzige ooievaarsbek : glanzend blad.

glanzige ooievaarsbek

.

.

.

Algemeen

ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– een- of tweejarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 10 tot 60 cm

Bloem
– helder roze (zelden wit)
– vanaf mei tot in de herfst
– gesteeld, met 2 bij elkaar
– stervormig
– 12 tot 15 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen, behaard
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– dubbel geveerd
– top toegespitst
– rand gaaf
– veernervig
– behaard

Stengel
– liggend, opstijgend of rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

.

.

.

robertskruid1

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

JOHN ASTRIA

Lavendel anhydriet / angeliet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Anhydriet is een calciumsulfaat. De steen kan kleurloos of blauw, paars, roze en bruin van kleur zijn. De lichtblau-we variant heet angeliet en de paarse variant heet lavendel anhydriet.

 

 

 

 

 

 

 

 

angeliet

 

 

angeliet

 

 

lavendel anhydriet

 

 

lavendel anhydriet

 

 

 

Etymologie

 

Anhydriet komt van het Griekse woord anhydros of zonder water.

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: CaSO4

hardheid: 3,5

dichtheid: 2,97

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Gewone engelwortel : Angelica sylvestris

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

Goed te herkennen aan 

.
– de witte of enigszins roze schermen bestaande 15 tot 40 bolvormige deelschermen
– de bedauwde roze tot paars-bruine, rolronde, gegroefde stengels
– en de gootvormige bladstelen van de onderste bladeren

.

.

.

.

Algemeen

.

Gewone engelwortel is een zeer algemeen voorkomende, overblijvende, donkergroene, niet sterk ruikende plant van natte, voedselrijke grond aan waterkanten, in graslanden en lichte loofbossen. Ze wordt 90 tot 180 cm hoog. Vaak staan er vele planten bij elkaar.

.

.

.

.

Bloem

.

De bloeiperiode is vanaf juli tot in de herfst, soms tot het begin van de winter. De bloeiwijze is een scherm van 3 tot 15 cm breed, bestaande uit 15 tot 40 ronde deelschermen met kleine witte of rozeachtige bloemetjes. De bloemetjes hebben 5 even grote kroonbladen. Onder het samengestelde scherm zitten 3 omwindselbladen, die snel afvallen. Onder elk deelscherm zitten talrijke omwindselblaadjes. De schermstralen zijn zacht behaard.

.

.

.

.

Blad

.

De grote bladeren zijn 2- tot 3-voudig geveerd. De deelblaadjes zijn langwerpig, scherp gezaagd. De bovenste bladeren zijn vergroeid tot een bolvormige schede rond de jonge bloeiwijze. De wortelbladeren hebben een gootvormige steel, 1 van de verschillen met grote engelwortel.

.

.

.

.

Toepassingen

.

Gewone engelwortel werd vroeger gebruikt voor het maken van een slijmoplossend middel. Ook werden de jonge stengels en bladeren gekookt in zout water en als groente gegeten.

.

.

.

.

Vergelijkbare soorten  

.

gewone engelwortel

– scherm 3 tot 15 cm breed, 15 tot 40 stralen
– bloemen zijn 2 mm, wit of roze
– plant donkergroen, nauwelijks ruikend
– eindblaadjes ongedeeld, voet niet aflopend
– tot 1,8 meter hoog
– wortelbladeren met gootvormige stengel 

.

.

 grote engelwortel

– scherm tot 20 cm breed, 20 tot 40 stralen
– bloemen zijn 3 tot 4 mm, groenachtig wit
– plant lichtgroen, bij kneuzing sterk ruikend
– eindblaadjes vaak 3-delig met aflopende voet
– tot 2,5 meter hoog
– wortelbladeren met rolronde stengel

.

.

grote engelwortel

.

.

Naast de twee bovengenoemde soorten zijn er nog een aantal (zeer) algemeen voorkomende planten met witte schermbloemen, zoals fluitenkruid en gewone berenklauw.

.

fluitenkruid

.

.

Gewone berenklauw

.

.

Algemeen

– schermbloemenfamilie (Apiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 90 tot 180 cm

Bloem
– wit of roze
– vanaf juli tot in de herfst
– meervoudig scherm
– 2 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– 2- of 3-voudig oneven veervormig
– deelblaadjes eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gezaagd
– voet afgerond
– veernervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– bedauwd roze tot paarsbruin
– rond en gegroefd

zie wilde bloemen

.

.

.

.

.

.

Zeepkruid : Saponaria officinalis

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

.

Goed te herkennen aan

.
– roze (soms witte), grote, 5-tallige, iets geurende bloemen in eindelingse trossen en
– de groepsgewijze groei

.

.

.

.

Algemeen

.

Zeepkruid is een overblijvende plant van 40 tot 70 cm hoog. Ze komt vrij algemeen voor in de Lage Landen. Ook wordt ze aangeboden als tuinplant, dan vaak met gevulde bloemen. Je vindt zeepkruid op open, vochtige tot droge, veelal kalkrijke, omgewerkte zandgrond in de duinen, langs de rivieren en op spoordijken. Door kruipende wortels met ondergrondse uitlopers groeit zeepkruid in groepen.

.

.

.

.

Bloem

.

Zeepkruid bloeit vanaf juli tot en met september met zachte roze (soms witte), iets zoet geurende bloemen, die in eindelingse, 5-10 bloemige trossen staan. De kroonbladen zijn niet of iets uitgerand en elk kroonblad heeft 2 witte keelschubben. De kelkbladen zijn vergroeid tot een groen, soms rood aangelopen kelkbuis. Bestuiving vindt voornamelijk plaats door nachtvlinders. De nectar ligt namelijk heel diep in de bloem, waardoor alleen insecten met een lange tong die kunnen bereiken. Hommels plegen vaak inbraak door een gat in de kelkbuis te bijten.

.

.

.

.

Toepassingen

.

Wanneer men de groene delen of de wortelstok kneust en in water kookt, ontstaat een schuimende vloeistof, die vroeger veel voor het wassen van wol of wollen kleding werd gebruikt. Voor dit doel werd de plant zelfs in de buurt van wol verwerkende bedrijven aangeplant. De plant werd medicinaal gebruikt voor het oplossen van slijm, het opwekken van braken en het reinigen van de huid.

.

.

.

.

Algemeen

– anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen in het duingebied,
elders zeldzamer
– 40 tot 70 cm

Bloem
– roze, soms wit
– vanaf juli t/m september
– dichtbloemige tros
– stervormig
– 2,5 tot 4 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet doorgegroeid
– 3- tot 5-nervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

.

.

.

.

.

.

Basilicum CT linalol : etherische olie

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Basilicum CT linalol

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Een echte klassieker onder de etherische oliën is de etherische olie van citroen (Citrus limonum). Citroenolie is omwille van zijn verfrissende en ontsmettende aspect trouwens niet alleen gegeerd in de aromatherapie, ook in verschillende takken van de industrie wordt ze graag toegepast. Vermits deze olie wordt verkregen door het persen van de verse citroenschil, is het om te beginnen al zeer belangrijk enkel gebruik te maken van een biologische kwaliteit voor een therapeutische werking. Onder meer de tonifiërende werking op lever en pancreas, de immuunstimulerende werking en de bescherming van de bloedvaten, wettigen de goede reputatie van deze etherische olie.

 

 

 

Botanische aspecten

 

De citroenboom is een kleine, groenblijvende boom, die 6 meter hoog kan worden. Hij is vermoedelijk afkomstig uit het oosten van India, maar is nu wijd verspreid en is onder meer in het ganse Middellandse Zeegebied aan te treffen. Naast donkergroene, glanzende bladeren en de witte tot roze bloemen, draagt deze boom de wel gekende gele vruchten. Omdat de boom het jaar door bloeit, draagt hij doorlopend vruchten in allerlei groei- stadia. Er is meer dan 100 kg citroenschillen nodig voor de productie van 1 liter essentiële olie met een gele tot donkergele (bij verouderen) kleur. De geur van citroenolie kan het best omschreven worden als helder, levendig en fris.

 

 

 

Belangrijke inhoudsstoffen

 

Vooral monoterpenen met tot 54 à 80 % limoneen, alfa- en gammaterpineen (resp. 0,7 % en 2,9 à 14 %), paracymeen (0,3 à 1,1 %), alfa- en bètafellandreen (0,2 en 0,8 %), terpinoleen (0,6 à 1,2 %); sesquiterpenen met 2,4 à 5 % bètabisaboleen; alifatische alcoholen met hexanol, octanol, nonanol, decanol, 3-hexeen-1-ol, n-heptanol; aldehyden (> 3 %) met geranial, neral, nonalal, octanal en heptanal; Coumarines en furocoumarines (> 1,5 %) met scopoletine, umbelliferon, bergamoteen, bergaptol, bergapteen, citropteen, psoralenen.

 

 

 

Belangrijkste eigenschappen en indicaties; toepassingen

 

– Vooral verse citroenolie heeft een sterke antiseptische of ontsmettende werking. Om die reden wordt ze heel graag ingezet om de atmosfeer te ontsmetten in periodes van besmettelijke ziekten door middel van verstuiving of voor het desinfecteren van onder meer medische kabinetten, klinieken en crèches. Overigens kan ze ook gewoon gebruikt worden om een frisse en lichte geur aan een ruimte te geven of kan ze vermengd worden met andere etherische oliën om daarvan de geur te verzachten. Je kan via verstuiving ook dankbaar gebruik maken van de concentratieverhogende en verhelderende werking van citroenolie, bijvoorbeeld tijdens een lange autorit of bij geestelijke vermoeidheid.

 

– Citroenolie is ook vermaard om haar weerstandsverhogende eigenschappen: ze stimuleert de werking van de witte bloedcellen met een antibacterieel en antiviraal effect. Bij verkoudheden, keelpijn en griep kan men naast verstuiven ook driemaal per dag een druppel citroenolie in een lepeltje honing of op een suikerklontje innemen.

– Maar waarschijnlijk de interessantste werking van citroenolie is haar werking op de spijsvertering: vooral de lever, gal en de pancreas worden in hun functie gesteund bij aandoeningen als zwakke leverfunctie, zwakke pancreasfunctie, pancreasontsteking, indigestie, spijsverteringszwakte, misselijkheid en braken, eczema, nood aan ontgifting, diabetes (steun), ziekte van Cröhn (steun), colitis (dikke darmontsteking) en een slecht ruikende adem.

Drie maal per dag een druppel e.o. of ’s morgens voor het ontbijt 2 druppels op een lepeltje honing of een suikerklontje innemen, wordt hierbij aangeraden.

– Van citroenolie claimt men ook een litholytische of steenoplossende werking. Vooral bij nierstenen en de daardoor veroorzaakte nierkolieken wordt ze soms aangeraden.

– Citroenolie heeft ook een uitgesproken vitamine P-werking. Dat wil zeggen dat ze de abnormale permeabiliteit van de haarvaten vermindert en daardoor de doorstroming erin verbetert. De bloedsomloop stimulerende werking wordt dan ook graag gebruikt om vaataccidenten bij diabetes en hypertensie (hoge bloeddruk) te helpen voorkomen, alsook bij couperose (verwijde bloedvaatjes) en slechte doorbloeding van de huid. Samen met bijvoorbeeld cipresolie (van elk 25 dr op een vochtig warm compres) is ze ook prima bij een slechte aderlijke circulatie zoals spataderen, aambeien en flebitis. Ook in de lymfedrainage en bij de aanpak van cellulitis en zwaarlijvigheid kan citroenolie lokaal ingezet worden.

– Aan te stippen is nog de balancerende werking van citroenolie op de huid, waarbij ze de talgafscheiding helpt te regelen bij zowel een droge als een vette huid : 3 à 5 druppels citroenolie op een vochtig, warm compres kunnen hierbij ingezet worden.

 

 

 

Opgepast

 

De olie van de citroenschil is potentieel foto-sensibiliserend. Dat wil zeggen dat ze na toepassing op de huid bij blootstelling aan UVlicht aanleiding kan geven tot huidirritatie. Vermijd daarom blootstelling aan de zon na lokaal gebruik. In combinatie met niet foto-sensibiliserende oliën, valt deze nevenwerking minder te vrezen. Ook kan citroenolie, zeker als ze verouderd en geoxideerd is, de huid prikkelen. Ze vooraf eventjes testen op de binnenkant van de pols of de elleboog is daarom aangeraden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wilde marjolein : Origanum vulgare

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

.

Goed te herkennen aan

.
– de vertakte bloeiwijze van talrijke kleine roze bloemetjes met donker rood-paarse schutbladen en
– de sterk geurende bladeren, waarvan de nerven aan de onderkant duidelijk zichtbaar zijn

.

.

.

.

Algemeen

.

Wilde marjolein is een beschermde, sterk geurende, stevige, overblijvende plant van 30 tot 60 cm hoog. Ze is vrij algemeen voor komend in de Lage Landen  en in verwilderde (moes)tuinen. Wilde marjolein groeit op min of meer droge, matig voedselrijke, kalkrijke grond op hellingen, dijken, langs bermen en bosranden.

.

.

.

.

.

Bloem

.

De bloeitijd is vanaf juli tot en met september. De bloeiwijze van wilde marjolein is vertakt en bestaat uit een aantal pluimen met talrijke kleine roze bloemetjes, waarvan de meeldraden ver buiten de bloem steken. In weze bestaan de pluimen uit kleine schijnaren, die op hun beurt weer opgebouwd zijn uit schijnkransen van 2 tot 6 bloemen.

.

.

.

.

Bladeren

.

De schutbladen tussen de bloemetjes zijn donker rood-paars gekleurd, waardoor de bloeiwijzen in het begin van de bloei een afwisselend roze/donker rood-paars uiterlijk krijgen. Vanwege de nectar en in mindere mate het stuifmeel worden de bloemetjes door veel vlinders, vliegen, bijen en hommels bezocht.

.

.

.

.

Toepassingen

.

Wilde marjolein bevat vluchtige oliën, die gebruikt worden voor de behandeling van verkoudheid, krampen, astma, reuma en gewrichtspijnen. Bovendien is ze, naast de verschillende kweekvormen, ook in gebruik als keukenkruid.

.

.

.

.

Vergelijkbare soorten

.

wilde marjolein : kelk met vijf tanden, bladeren alleen aan de onderkant behaard.

echte marjolein : ongetande kelk, bladeren aan beide kanten grijs-viltig.

echte marjolein

.

.

Algemeen

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot zeldzaam
– beschermd
– ook als tuinplant
– 30 tot 60 cm

Bloem
– roze, zelden wit
– vanaf juli t/m september
– pluim
– lipbloem
– 4 tot 7 mm
– kelk vijftandig
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gaaf of gekarteld
– veernervig
– voet afgerond of wigvormig
– onderkant zacht behaard

Stengel
– rechtop
– vierkantig
– behaard

zie wilde bloemen

.

.

.

.

.

.

Tweekleurig springzaad : Impatiens balfourii

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan 
tweekleurige (wit en roze/lila), hangende, typische balsemien-bloemen met nagenoeg recht spoor langer dan 1 cm.

 

 

 

 

.

Algemeen

 

Tweekleurig springzaad is eenjarige tuinplant, oorspronkelijk afkomstig uit de Himalaya. Ze ontsnapt regelmatig uit tuinen en kan zich dan goed handhaven. Op dit moment mag ze als ingeburgerd beschouwd worden in stedelijke gebieden en een aantal duingebieden. Ze word 40 tot 80 cm hoog en groeit het liefst in vochtige grond op beschaduwde plekken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Tweekleurig springzaad bloeit vanaf juni tot in de herfst. De bloeiwijze is een tros van 4 tot 8 bij elkaar staande tweekleurige bloemen. Ze zijn wit en roze of lila. Ze hebben een nagenoeg recht spoor, dat aan het onderste kelkblad zit. Dat kelkblad is zakvormig vergroeid en is wit/roze van kleur. De overige 2 kelkbladen zijn kleiner en wit en zitten bovenop aan de zijkant van de bloem. Het bovenste kroonblad is wit.

De middelste twee (veel kleinere) kroonbladen zijn ook wit en de onderste twee zijn roze of lila. Op de twee onderste kroonbladen en wat dieper in de bloem zitten donkergele vlekken en streepjes (honingmerk). De spoor van de knoppen is nog terug gekromd, maar strekt zich later bijna recht uit.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn eirond tot langwerpig en hebben een regelmatig fijn gezaagde rand. Ze staan verspreid aan de stengel.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Net als de andere springzaad soorten zaait tweekleurig springzaad zich heel gemakkelijk uit. Bij aanraking van de plant springen de rijpe zaaddozen open en worden de zaden er met kracht uitgeslingerd.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

klein springzaad : ichtgele kleine bloemen, nagenoeg recht spoor (niet teruggekromd), rechtopstaande bloemstelen.

 

 

 

 

 

 

 

groot springzaad : gele bloemen, krom spoor, hangende bloemstelen.

 

 

 

 

 

 

 

oranje springzaad : oranje bloemen met roodachtige vlekken, krom spoor, hangende bloemstelen.

 

 

 

 

 

 

 

reuzenbalsemien : bloemkleur is een combinatie van roze/lila/paars en wit, krom spoor.

 

 

 

 

 

 

 

tweekleurig springzaad : bloemkleur is een combinatie van roze/lila en wit, nagenoeg recht spoor, recent ingeburgerd in stedelijke gebieden.

 

 

 

 

Algemeen

 

– balsemienfamilie (Balsaminaceae)
– eenjarig
– recent ingeburgerd
– 40 tot 80 cm

Bloem
– wit en roze of lila
– vanaf juli tot in de herfst
– tros, 4 tot 8 bloemen
– gespoord
– incl. spoor tot 3 cm lang
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 3 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top toegespits
– rand fijn gezaagd
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– kantig

zie wildebloemen

 

 

 

.

 

 

 

 

 

Struikhei : Calluna vulgaris

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

Goed te herkennen aan

.

rijk-bloemige trossen roze tot lichtpaarse, kleine, iets knikkende bloemen aan lage, struikvormige, altijd groene planten

Struikhei groeit op vochtige tot droge, zure grond in heiden, schrale graslanden en lichte bossen.

.

.

.

.

Algemeen

.

Struikhei is een sterk vertakte, altijd groene, overblijvende plant van 30 tot 100 cm hoog. Ze is algemeen voorkomend in de Lage Landen maar vrij zeldzaam in duingebieden. Tevens wordt ze verkocht als tuinplant, dan ook in wit.

.

.

.

.

Bloem

.

Struikhei bloeit vanaf juli tot in de herfst. De iets knikkende, roze tot lichtpaarse bloemen staan in een (meestal) eenzijdige tros, elke bloem aan het einde van een korte steel. De kroon- en kelkbladen hebben nagenoeg dezelfde kleur. De kelk wordt gevormd door de 4 buitenste bladen; de kroon door de 4 binnenste. De kroonbladen zijn smaller en korter dan de kelkbladen.

De binnenste bladen regelen het opengaan van de bloem. Zij zwellen aan de onderkant op en drukken zo de buitenste bladen naar buiten. Dat gebeurt op een zodanige manier dat de bovenkant van de bloem wat afgesloten is en zo een dakje vormt ter bescherming van het stuifmeel en de onderkant van de bloem meer open is, waardoor insecten een betere toegang hebben tot de nectar en zo de bestuiving tot stand brengen.

.

.

.

.

Blad

.

De kleine bladeren zijn mooi helder groen, staan in 4 rijen langs de stengel en bedekken elkaar dakpansgewijs. Elk blaadje eindigt aan de voet in 2 priemvormige oortjes.

.

.

.

.

Toepassingen

.

Thee van gedroogde bladeren en bloemen heeft een mild urine-drijvende werking en werkt ontsmettend, samentrekkend en kalmerend op de urinewegen.

.

.

.

.

Algemeen

– heifamilie (Ericaceae)
– overblijvend
– algemeen tot vrij zeldzaam
– ook als tuinplant
– 30 tot 100 cm

Bloem
– roze, lichtpaars
– vanaf juli tot in de herfst
– tros
– stervormig
– 3 tot 4 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 8 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– in 4 rijen
– enkelvoudig
– schubvormig
– top spits
– rand gaaf
– geoorde voet
– 1-nervig

Stengel
– liggend of opstijgend
– oudere takken verhout

zie wilde bloemen

.

.

.

.

.

.