Tagarchief: apostel

Waarom vier evangeliën?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

Waarom vier evangeliën?

 

De Bijbel is niet een enkel boek maar een verzameling van verschillende boeken en geschriften. Als je de Bijbel openslaat kom je al gauw tot de ontdekking dat dit ‘boek’ uit twee hoofddelen bestaat, te weten: het Oude Testament en het Nieuwe Testament

 

 

Het Oude Testament

 

Het eerste deel, vaak afgekort tot OT, omvat de boeken die het Joodse volk heeft bewaard en ons heeft overgeleverd. De apostel Paulus zegt dat het voorrecht van de Jood o.a. is dat “hun de woorden van God zijn toevertrouwd” (Rm 3:1,2). Dit eerste deel omvat de boeken Genesis tot en met Maleachi.

 

 

 

Het Nieuwe Testament

 

Het tweede deel, vaak afgekort tot NT, omvat de geschriften na

(1) de komst van Jezus Christus op aarde,

(2) zijn dood op het kruis,

(3) de opstanding uit de doden,

(4) zijn hemelvaart en

(5) de uitstorting van de Heilige Geest op aarde, zijn opgesteld.

 

Dit tweede deel omvat de boeken Mattheüs tot en met Openbaring.

 

 

 

Het Nieuwe Testament begint met de vier Evangeliën

 

– het evangelie opgesteld door Mattheüs;
– het evangelie opgesteld door Markus;
– het evangelie opgesteld door Lukas en
– het evangelie opgesteld door Johannes.

 

Natuurlijk komt dan de vraag op waarom er vier evangeliën zijn. Kon dat niet met één? Dat zou het geval zijn als de vier slechts herhalingen waren van wat Jezus Christus gedaan heeft. Nu kan men bij de eerste drie wel aan herhalingen denken want ze beschrijven veel dezelfde gebeurtenissen. Dat geldt niet voor het vierde evangelie want dat is totaal verschillend van de andere drie, maar ook de eerste drie vertonen toch wel kenmerkende verschillen.  Deze verschillen hebben te maken met het doel dat de schrijvers voor ogen stond bij het opstellen van hun boek.

 

 

 

Door verschillende uitleggers uit het verleden is dat doel als volgt aangegeven

 

– Mattheüs heeft als doel de Heer Jezus voor te stellen als de koning;
– Markus beschrijft Hem als de profeet / dienstknecht;
– Lukas schildert de Heer als de Mensenzoon en
– Johannes tekent hem als de Zoon van God.

Johannes geeft het doel dat hij heeft met zoveel woorden aan in Jh 20:31. Bij de anderen moet men het afleiden uit de inhoud.

 

 

 

De vier evangeliën worden elk gekenmerkt door een bepaalde uitdrukking die er regelmatig in voorkomt

 

– bij Mattheüs is dat de uitdrukking “opdat vervuld zou worden”;
– bij Markus komen we regelmatig de uitdrukking “terstond” tegen (ruim
40 maal);
– bij Lukas zijn het de woorden “en het gebeurde”;
– bij Johannes is de kenmerkende uitdrukking “gezonden”

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Openbaring les 1: Johannes ontmoet een bruisende Christus

Standaard

Categorie: religie

 

 

Openbaring les 1: Johannes ontmoet een bruisende Christus

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

ACHTERGROND

 

Bij het benaderen van het boek Openbaring komen we aan bij het laatste hoofdstuk uit Gods verlossingsverhaal dat ons vertelt hoe alles eindigt. Van in het Oude Testament tot aan dit punt hebben we God Zijn verlossingsplan zien uitwerken doorheen Adam, de aartsvaders, de profeten en uiteindelijk Zijn geliefde Zoon Jezus Christus. Nu dat we aan het einde van dit verlossingsplan zijn geraakt, zien we deze Jezus weer opnieuw. Eigenlijk is het deze Jezus die het centrale thema vormt van het gehele boek. Het boek Openbaring onthult bovenal de majesteit en glorie van de Here Jezus. Doorheen het boek Mattheüs lezen we van Zijn geboorte als de Zoon van David, Zijn onderwijs en onderwijs, terwijl Hij hier op aarde verbleef en evenzeer Zijn dood en opstanding. Al deze dingen bevestigen Zijn goddelijkheid en dat Hij de Messias is. Maar waar het boek Mattheüs Christus presenteerde in Zijn eerste nederige komst, geeft het boek Openbaring Hem nu in Zijn tweede komst hoog en verheven weer. Ieder visioen en beschrijving van Hem in het boek Openbaring is vol van majesteit, macht en glorie. In dit boek worden de hemelen geopend en kunnen de lezers net zoals Stefanus (Hand.7:56) vooruitziende beelden zien van de opgestane verheerlijkte Zoon van God.

De context geeft aan dat we in het jaar 96n.C. zitten, tijdens de regeerperiode van Domitianus van Rome. De Gemeente onderging in deze periode een grote vervolging. Johannes was verbannen naar een eiland dat gekend stond als Patmos (Op.1:9). Ondanks deze vervolging groeide de Gemeente verder en verspreidde ze zich op een snel tempo doorheen de provincie Asia (niet beperkt tot de steden die genoemd worden in Openbaring). Het is aan deze lijdende gemeente in Asia dat het boek Openbaring is geschreven (1:4). Dit getuigenis over de komende heerlijkheid van Jezus Christus werd opgeschreven en de wereld in gestuurd door de apostel Johannes om Zijn lijdende gemeente aan te moedigen om te volharden te midden van deze vervolging. Hun harten en gedachten werden bepaald bij de bevestigende waarheid dat Christus op een dag zal komen en voor eens en altijd zal overwinnen, regeren en de zijnen tot Zichzelf nemen.

 

Christus’ openbaring ingeleid (Openbaring 1:1-3)

 

De discipel Johannes had een speciale plaats in het hart van Jezus. Hij had veel met Hem gewandeld en gepraat hier op aarde en wordt in de Evangeliën verschillende keren beschreven als de discipel die de Here liefhad (Joh.13:23; 20:2; 21:7,20). In het Evangelie van Johannes zien we veel van deze speciale relatie. Vele jaren zijn nu voorbij gegaan sinds de dood en opstanding van de Here Jezus en Johannes blijft trouw zijn Heer volgen (Joh.19:35; 21:24; 1 Joh.1:2; 4:14). Johannes is nu zelfs zijn oudere dagen al lijdend aan het doorbrengen omwille van zijn getuigenis van Christus (1:9). Doordat hij het onderwijs en de wonderen van Jezus van dichtbij had kunnen mee volgen, is Johannes nu een trouwe getuige van Gods Woord en Zijn Zoon Jezus Christus (Op.1:2). Met dit allemaal in gedachten is het haast vanzelfsprekend dat Jezus nu net hem, Zijn geliefde vriend en discipel, verkiest om deze openbaring van de komende dingen bekend te maken.

Johannes begint het weergeven van deze openbaring met een erg informatieve inleiding en vermaning. Deze brief is de openbaring die God heeft gegeven aan Zijn Zoon Jezus betreffende de dingen die in de toekomst nog staan te gebeuren. Christus, die reeds gekruisigd en opgestaan was, zit nu op Zijn plaats bij de Vader in de hemel (Heb.1:3). Het eerste bewijs dat de Vader het gehoorzaam leven van Zijn Zoon behaagde was Zijn opstanding; het tweede de hemelvaart en het derde was het sturen van de Heilige Geest. Doordat Hij Zijn Vader op elk mogelijke manier had behaagd, had God Jezus nu een openbaring gegeven om bekend te maken aan Zijn dienaren op aarde. Jezus had Zijn geliefde vriend Johannes gekozen om deze boodschap aan Zijn volk te delen.

Na deze boodschap door een engel van de Heer te hebben ontvangen, schreef Johannes trouw op wat hij over de verrezen Christus had gehoord en gezien. Omdat de gebeurtenissen die hierin beschreven staan spoedig zullen plaatsvinden, vermaant Johannes anderen die Christus volgen om deze woorden luidop te lezen, er gehoor naar te geven en ze te bewaren tot de wederkomst van Christus. De wetenschap dat de gebeurtenissen die worden weergegeven in het boek Openbaring spoedig zullen plaatsvinden zou iedere christen moeten motiveren (zowel nu als toen) om voor de Heer een heilig en gehoorzaam leven te leiden (2Pet.3:14). Degenen die gehoorzaam zijn aan zulk een waarschuwing worden in de ogen van God als gezegend aanschouwd.

 

 

Christus die verheerlijkt hoort te worden onder de 7 gemeenten te Asia (Openb1: 4-8)

 

Na de verzen 1-3 gaat Johannes verder met het uitbreiden van de inleiding van zijn brief. Het is in deze uitbreiding dat we aanwijzingen vinden over de verdere inhoud van de brief. Dat Johannes zo uitbreidt over de rol van Jezus in 1:5-6 suggereert de centrale plaats die Christus inneemt in dit boek en in de eindtijd. Een deel van die rol zal bestaan uit het meedelen van genade en vrede aan de zeven gemeenten van de Romeinse provincie Asia. Johannes herkende hier de vervolging die die Gemeente destijds meemaakte. Omwille van die vervolging begreep de apostel hoe nodig de zegen van zowel genade als vrede was in moeilijke tijden als deze. Nog interessanter is dat deze zegen van de complete drie-eenheid komt.

Hij “Die is en Die was en Die komt” omkadert de bron van de gehele zegen (1:4, 8). Dit was een punt dat Johannes graag benadrukte door dit gedeelte van het hoofdstuk in te kapselen met deze zin. “De zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn” verwijst mogelijk naar de zevenvoudige Geest uit Jesaja 11:2 of een andere analogie voor de Geest van God. De interpretatie laat ons toe om de “zeven Geesten” hier te zien als de derde persoon van de Drie-eenheid; het werk van de Heilige Geest in de 7 gemeenten!  Als we de zeven Geesten hier lezen als Gods Geest houden de verzen 4 en 5 een zegening in van de Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Ongeacht of Johannes al dan niet hiernaar verwijst, hij sluit op zijn minst af met Jezus omdat Zijn rol het centrale element is. Uiteindelijk is het ook net door hun trouw aan Jezus dat de lezers van Johannes tegenstand ondervinden uit de synagoge en van Rome.

Johannes geeft hier in vers 5 drie benamingen die weer die de persoon van Jezus beschrijven en in verzen 5-6 drie uiteenzettingen over Zijn werk. Iedere benaming van Jezus in vers 5 geeft een speciale bemoediging aan de lijdende Gemeente: Jezus had getuigd, was uit de dood verrezen en regeert nu. Dat Jezus “de Eerstgeborene uit de doden” wordt genoemd wil zeggen dat Hij de eerste was die ooit verrezen is uit de doden, en dat Hij van al degenen die ooit uit de dood zullen zijn verrezen Hij de grootste plaats inneemt. Deze opstanding was vooral relevant voor de christenen die weldra omwille van Zijn Naam de dood tegemoet zouden treden.

Als de “Eerstgeborene was Jezus’ opstanding een garantie dat degenen die Hem volgden in de dood ook verrezen zouden worden (1 Kor.15:20) – daarom hadden ze niets te vrezen, zelfs niet de dood (Op.1:17-18). Dat Christus ook heerst over de koningen van de aarde was ook verfrissend voor de Gemeente. Dit taalgebruik zinspeelt op Psalm 89:27 waar Gods “eerstgeboren zoon” regeert over “de koningen van de aarde.” Voor de gelovigen die leden onder de vertegenwoordigers van de machtige Caesar was deze benaming van Jezus inderdaad een grote bemoediging!

Bij het opsommen van drie benamingen van Jezus somt Johannes ook drie daden van Jezus op in verzen 5-6: Hij heeft ons lief; Hij bevrijdde ons van onze zonden; en Hij maakte ons tot koningen en priesters. Jezus’ liefde voor ons komt tot uiting in Zijn plaatsvervangende dood. Deze zekerheid van de liefde van Christus zou de lijdende gelovigen bemoedigen; Zijn dood geeft ook een voorbeeld aan degenen die geroepen werden om deel te hebben aan het offer van het Lam in dienst voor Gods missie in de wereld (Op.6:9).

In de verklaring dat Jezus ons tot koningen en priesters heeft gemaakt, herinnert Johannes zijn publiek aan wat God voor hen bewaard heeft; dat is om vertegenwoordigers en aanbidders te zijn (1:6). Als priesters zullen de volgelingen van Jezus aanbidden (Op.4:10-11, 5:8-10) en offeren, zowel de geur van gebed (5:8; 8:4) als het offer van hun eigen levens (6:9). Het plaatsvervangend werk van Jezus voor alle gelovigen gaf dat Johannes los barstte in lofzang voor de verrezen Christus. Door Zijn daad aan het kruis hadden Johannes en zijn lezers alle reden om zich te verheugen. Christus’ vergoten bloed had hun uiteindelijk verlost van hun zonden. Nu waren ze door het offer van Christus door God vergeven zondaren, bevrijd van zonden, dood en hel.

Johannes eindigt zijn groet aan de zeven gemeenten met een bemoedigende belofte (1:7), nog een andere bevestiging van Gods karakter (1:8). De belofte, dat Jezus komt! Dat Jezus zou terugkomen op de wolken geeft Daniël 7:13 en dat degenen die Hem doorstoken hebben rouw zullen hebben weerspiegelt Zacharia 12:10. Jezus zal komen om alles terug recht te zetten en de vervolgers van de Gemeente zullen dat moeten erkennen. Deze hoop dat Christus op een dag terug zal keren en de gelovigen mee zal nemen naar de hemel om voor eeuwig in Zijn nabijheid te leven geeft hoop en troost (Joh.14:1-3; Thess.4:18).

Aan het einde bevestigd Johannes nogmaals dat de gehele geschiedenis in de handen van de Heer is – zowel de toekomst als het heden (1:8). Zijn volk moeten dus niet vrezen dat er ook maar iets zal gebeuren dat buiten Gods plan valt. Hun God is “de Alfa en de Omega” een benaming die zinspeelt op het boek Jesaja waar God wordt aangegeven als de Eerste en de Laatste (Jes.41:4; 44:6; 48:12). Net als “Die is en Die was en Die komt”, is voor God de gehele geschiedenis van begin tot aan het einde hetzelfde.

God is niet enkel Heer over de tijd, maar regeert ook over het universum: Hij is “de Almachtige”, in dit boek een gebruikelijke naam voor God (1:8; 4:8; 11:17; 15:3; 16:7, 14; 19:6, 15; 21:22). Voor de christenen die leden onder Caesar, was de wetenschap dat ze “de Almachtige” dienden iets wat hun kracht verleende. Caesar mag dan wel zijn rijk voor een bepaalde periode hier op aarde regeren, maar God regeert zowel de wereld als haar verloop in de geschiedenis.

 

 

 

 

Christus voorzien (Openbaring 1:9-16)

 

Onmiddellijk na zijn groeten aan de zeven gemeenten begint Johannes met het beschrijven van zijn visioen van de verrezen Christus. Hier identificeert de apostel zichzelf nederig als iemand die het lijden van de Gemeente op dat moment deelde. Om wille van de getuigenis van Jezus was het christendom binnen het Romeinse Rijk een gehate en verachte religieuze sekte geworden. Johannes nam deel aan dit lijden is duidelijk omdat hij door de Romeinen verbannen werd op het het eiland Patmos. De leiders uit Johannes’ gemeenschap hadden hem verstoten uit alles wat hem bekend was.

Terwijl hij op de dag des Heren aanbad hoorde Johannes een luide stem hem instrueren: “Wat u ziet, schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea.” Johannes moest de openbaring van Jezus Christus op een strategische wijze bezorgen aan deze gemeenten, omdat dit zou zorgen voor een snelle en efficiënte verspreiding van de boodschap. Toen Johannes zich omkeerde en een stem “als van een bazuin” hoorde, zag hij ook “zeven gouden kandelaren” (1:12), die in vers 20 benoemt worden als de zeven gemeenten.

Deze kandelaren waren van goud, omdat goud het meest kostbare metaal was. De Gemeente is voor God de meest prachtige en waardevolle entiteit op aarde – zo waardevol dat Jezus bereid was om het te kopen met Zijn eigen bloed (Hand.20:28). Terwijl dit wezenlijke gemeenten waren op echte locaties, staan de zeven kandelaren symbool voor de soorten gemeenten doorheen de gehele kerkgeschiedenis.

In het midden van de gouden kandelaren zag Johannes “Iemand Die op de Zoon des mensen leek” (1:13). Dit is niemand anders dan de verheerlijkte Heer van de Gemeente, Jezus Christus. Wat het meest van belang is hier is dat Jezus verschijnt tussen de kandelaren (1:12-13; 2:1). Omdat Christus deze kandelaren uitlegt als zijnde de Gemeente in haar volheid (1:20), is Zijn verschijning in het visioen tussen de kandelaren een belangrijke bemoediging voor degenen die leden omwille van Zijn Naam. De bemoediging zit in het feit dat Hij hun niet verlaten heeft. Hij is trouw gebleven aan Zijn belofte die Hij maakte in het Evangelie naar Mattheüs: “Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matth.28:20; Heb.13:5).

Het eerste wat Johannes meedeelde was dat Christus gekleed was “in een gewaad tot op de voeten, en op de borst omgord met een gouden gordel” (1:13b). Het gewaad en de gordel verwijzen terug naar de hogepriester in de tempel in het Oude Testament (Ex.28:4; 39:29; Lev.8:7) en suggereert dat Jezus de Hogepriester is van Zijn volk (Rom.8:33-34). De wetenschap dat hun Hogepriester zich medelevend begaf in hun midden om hun te beschermen en verzorgen gaf extra hoop en troost aan de vervolgde gemeenten.

De rest van Johannes’ visioen van de Mensenzoon licht de goddelijkheid van de verrezen Christus toe, waarvan veel was voorzegd in het boek Daniël. Daniël 7:13-14 verwijst naar een figuur die lijkt op een “zoon des mensen” die zou regeren als Gods vertegenwoordiger. De haren als wol en vergelijking met witte sneeuw (1:14) zinspeelt op God zelf, de “Oude van Dagen” uit hetzelfde gedeelte in Daniël. De stem “als het geluid van vele wateren” (1:15; 19:6) verwijst naar de stem van God zelf als vele wateren in Ezechiël 1:24; 43:2.

Het punt van Jezus’ vlammende ogen, witte haar en bronzen voeten (1:14-15) was dat Hij licht of vuur straalde – enorm gelijkaardig aan vele andere visioenen van God in de Bijbel (Ez.1:27; Dan.7:9-10; Op.21:33; 22:5). Om die reden kon Johannes zijn gezicht enkel beschrijven “zoals de zon schijnt in haar kracht” (1:16c). Johannes’ visioen van de verheerlijkte Heer van de Gemeente bereikte haar hoogtepunt in deze beschrijving van de stralende heerlijkheid van Zijn gezicht. De verschijning van Jezus in Zijn verheerlijkte staat was van groot belang voor christenen van eender welke afkomst.

De verrezen Heer is machtig, zelfs goddelijk en kan Zijn volk daarom beschermen en kracht geven voor hun vervolgers. Dit is duidelijk in het zwaard dat uit Zijn mond kwam (1:16b) en dat Hij in Zijn rechterhand zeven sterren vasthoudt (of boodschappers/leiders van de Gemeente) (1:16a, 20a). Het doel van Jezus’ omschrijving was niet om aan de gemeenten Zijn voorkomen mee te delen, maar om Zijn macht te verkondigen. Hij was de regerende Heer van het universum, Degene met de macht over leven en dood (1:18). Johannes schreef naar de vervolgde christenen om hen eraan te herinneren dat God groter dan hun verzoekingen was.

 

 

Christus’ boodschap (Openbaring 1:17-20)

 

Terwijl het vooruitzicht van Christus bemoedigend zal zijn geweest voor de gemeenten, was Zijn boodschap van nog groter belang. Op een wijze gelijk aan zijn ervaring met de verheerlijking van Jezus op de berg (cf. Matt.7:6) werd Johannes opnieuw met schrik overweldigd bij de verschijning van Christus’ glorie en viel hij “als dood aan Zijn voeten” (1:17). Jezus “legde Zijn rechterhand op” Johannes en sprak tot de bange apostel de rustgevende woorden “wees niet bevreesd” (1:17). Overweldigd door de glorie en majesteit van Christus kon Johannes rust vinden in de zekerheid van Gods genadevolle liefde en barmhartige vergeving. Deze rustgevende boodschap en zekerheid die Jezus gaf is gebaseerd op zowel wie Hij is en het gezag dat Hij bezit.

Allereerst noemt Jezus Zichzelf “Ik ben” – de verbondsnaam van God (Ex.3:14). Het was met deze naam dat Hij de bevreesde discipelen die Hem op het meer van Galilea zagen lopen geruststelde (Mattheüs. 14:27). Daarna noemt Jezus Zichzelf “de Eerste en de Laatste” wat nog een andere benaming is die in het Oude Testament gebruikt wordt voor God (Jes.44:6; 48:12). Deze benaming bevestigd opnieuw aan Johannes en zijn lezers de goddelijkheid van Christus. Afgeleid van deze naam is het feit dat Jezus al bestond voor alle dingen er waren en zal blijven bestaan tot in de eeuwigheid. Jezus is veel groter en hoger verheven dan eender welke valse god van de omliggende volkeren. Wanneer deze allen zijn gekomen en gegaan, zal enkel Hij nog overblijven.

De hele boodschap van 1:18 heeft ook betrekking op Jezus’ overwinning van de dood. In de Bijbel en Joodse traditie is God de “Levende.” Jezus wordt hier specifiek de “Levende” genoemd omdat Hij, ondanks dat Hij stierf, Hij voor eeuwig leeft. Paulus schreef zelfs dat “Christus, nu Hij is opgewekt uit de doden, niet meer sterft. De dood heerst niet meer over Hem” (Rom.6:9). Door uit de dood op te staan garandeerde Jezus eeuwig leven aan al Zijn volgelingen, ook al zagen ze omwille van Zijn naam de dood in de ogen (20:4). Omdat Christus nu “altijd leeft om voor hen (Zijn volk) te pleiten,” “kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan” (Heb.7:25). Ondanks zijn zondigheid in de aanwezigheid van de glorieuze hemelse Heer had Johannes (en al degenen die in Hem geloofden) niets te vrezen, omdat diezelfde Heer de straf voor zijn zonden had betaald met Zijn dood en verrezen was om nu voor eeuwig zijn advocaat te zijn.

Door Zijn overwinning over de dood heeft Jezus ook “de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf” (Op.1:18). Dat Jezus de sleutels van het dodenrijk bezit geeft aan dat Hij alle macht heeft over de dood. Het zien van zulk een visioen van Christus moet voor Johannes en de Gemeente in de eerste eeuw van grote waarde zijn geweest. In de oude paleizen destijds waren degenen die de sleutels in handen hadden voorname gezagsdragers die konden bepalen of mensen al dan niet in de aanwezigheid van de koning mocht vertoeven. Christus heeft op gelijkaardige wijze het gezag om te beslissen wie sterft en wie leeft; Hij regeert over leven en dood. Door dit te bevatten hadden Johannes en al de verlosten niets te vrezen, omdat Christus hun al van de dood en het dodenrijk had bevrijd door Zijn eigen dood. Wetende dat Christus gezag heeft over de dood gaf aan hen die tot de Gemeente behoren rust en zekerheid, omdat gelovigen niets meer te vrezen hebben.

Aan het eind van het visioen wordt aan Johannes een herinnering gegeven van Zijn goddelijkheid. Op het eerdere gebod van Christus om te schrijven (Op.1:11), wordt nu verder gegaan en aan Johannes wordt gevraagd om drie aspecten op te schrijven. Als eerst “wat u (Johannes) hebt gezien”, het visioen dat hij dus net al gezien en opgeschreven had in verzen 10-16. Ten tweede “wat is”, wat een verwijzing is naar de brieven naar de zeven gemeenten die de toestand van de gemeenten weergaf. En als laatst moest Johannes opschrijven “wat hierna zal geschieden”, de profetische openbaring van de toekomstige dingen die zich ontvouwden in komende visioenen. Christus sluit hier het visioen met Zijn geliefde volgeling door hem te herinneren aan zijn plicht, om de waarheid die hij had geleerd door de visioenen, door te geven.

 

 

Conclusie

 

In het boek Openbaring heeft Christus Zijn Gemeente een erg bemoedigende, maar ook ontnuchterende boodschap gegeven. Doordat de apostel Johannes deze openbaring trouw heeft opgeschreven heeft de vervolgde Gemeente uit die tijd veel rust en zekerheid mogen ontvangen in het feit dat Christus, hun Messias, nu verheerlijkt is. Terwijl ze tegenstand ondervonden, of zelfs de dood door de hand van Caesar, werden ze bemoedigd in het feit dat Christus nog steeds leeft en regeert met Zijn Vader. Hij heeft de dood overwonnen door Zijn leven te geven voor de zonden van mensen. Nu de dood verslagen is blijft enkel de uiteindelijke dag over dat Hij voor de zijnen zal terugkeren. “Maar die dag en dat moment is aan niemand bekend” (Mc.13:32- 37; 1 Thess.5:2).

Om die reden roept Christus allen uit die tijd op om op Hem te wachten, wat zelfs de dag zelf kan betekenen. De terugkeer van Jezus zal uiteindelijk een einde brengen aan de rebellie van mensen – een gelukkig einde voor Gods volk, maar een tragisch einde voor allen die er voor kiezen om Hem te verwerpen. Omdat deze specifieke tijd onbekend en dichtbij is, mag niemand zijn bekering uitstellen. Er is nooit een goede gelegenheid voor de christenen om zich te hechten aan wereldse bezittingen of voorkomens, omdat Christus op eender welk moment kan terugkeren om rekenschap te vragen voor onze keuzes.

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wie kiest Christus om Zijn openbaring te geven?

 

Christus had van Zijn Vader een openbaring gekregen om aan de gemeente te geven. De boodschapper die Jezus koos om Zijn openbaring te geven, was niemand minder dan Zijn geliefde apostel Johannes. Hem zou de taak toevertrouwd worden van het brengen van deze openbaring van de dingen die zouden gebeuren aan de kerk. Wie in de toekomst deze openbaring luidop zou lezen, ernaar zou luisteren en het gehoorzaamt, zou in de ogen van God gezegend geacht worden.

 

 

 Wat ervoeren Johannes en de kerkelijke gemeente gedurende deze tijd?

 

Terwijl hij deze openbaring ontving, leed Johannes gevangenschap op een klein eiland, genaamd Patmos. Daar hielde de Romeinse overheid hem, omdat hij getuigenis had gegeven van Jezus Christus. Net als Petrus en Paulus voor hem, leed Johannes voor zijn toewijding aan Christus de Messias. De kerk ervoer een gelijke vervolging. Net als Stefanus jaren daarvoor, bleef de kerk te maken hebben met de tegenstand wegens hun trouw aan de Messias. Over de gehele wereld werden gelovigen gehaat voor het volgen van Jezus Christus.

 

 

 Naar waar stuurt de apostel Johannes de openbaring van Jezus Christus?

 

Terwijl Johannes op de dag des Heren aan het lofprijzen was, hoort Johannes een luide stem die tegen hem zegt: “Schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea” (1:11). Deze zeven gemeenten waren gekozen, omdat ze in de zeven belangrijkste steden gelegen waren waarin Asia verdeeld was. Johannes moest de Openbaring van Jezus Christus strategisch aan de gemeenten brengen, omdat dit een doeltreffende en snelle manier was om de boodschap te sturen.

 

 

 Met welke boodschap groet Johannes de zeven gemeenten?

 

Aan het begin van de brief stuurt Johannes een zeer bemoedigende groet van God en Jezus zelf. De Heer God almachtig, de Alfa en Omega wilde dat ze wisten dat Hij nog de eeuwige Soevereine was. Hij had alles nog in Zijn hand, ongeacht de situatie. Christus wilde dat ze wisten dat Hij van hen hield, Hij hen van zonde bevrijdt had en hen koningen en priesters voor God maakte. Vanwege Zijn werk aan het kruis, hadden Johannes en zijn lezers de grootste reden om verheugd te zijn. Het gevloeide bloed van Christus had hen tenslotte bevrijd van hun zonden. Zij stonden nu als zondaren vergeven voor God, vrijgemaakt van zonden, dood en hel door het offer van Jezus Christus. Daarbij zou Jezus terugkomen voor Zijn volgelingen. Geen andere zekerheid zou een betere bemoediging geweest zijn voor de lijdende gelovigen, dan de wetenschap dat Jezus zou komen om dingen recht te zetten en dat de verdrukkers van de kerk tot de erkenning zullen komen van het verkeerde dat zij gedaan hebben aan Gods dienaren. Deze hoop, dat Christus op een dag zal terugkeren en gelovigen mee naar de hemel zal nemen om voor altijd in Zijn aanwezigheid te zijn, voorzag hen zowel van hoop als wel troost gedurende hun lijden.

 

 

 Wat zag Johannes toen hij zich naar de stem, die sprak, keerde?

 

Toen Johannes zich keerde naar de stem die was als een bazuin, zag hij een als “de Zoon des mensen” die te midden van zeven gouden kandelaren was. Dit is niemand anders dan de verheerlijkte Heer van de gemeente, Jezus Christus. Wat veelbetekenend hier is, is dat Jezus te midden van de kandelaars verschijnt (1:12-13; 2:1). Aangezien Christus uitlegt dat deze kandelaars zijn als de gemeenten in hun volheid (1:20), is Zijn verschijning te midden van de kandelaren Jezus aanwezigheid bij Zijn kerk (Joh.20:19). Dat Jezus in dit visioen aanwezig was bij de kerken, zou een geweldige bemoediging geweest zijn voor degene die lijden voor Zijn naam. De bemoediging hier is dat Christus hen niet verlaten had. Hij was getrouw geweest aan Zijn belofte die Hij in het evangelie van Mattheüs gemaakt had, “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matt.28:20; ook Heb.13:5).

 

 

 Hoe zag de Zoon des mensen er uit in het visioen van Johannes?

 

De verschijning van Jezus in Zijn verheerlijkte toestand, zou voor iedere christen van groot belang zijn. De Een die wij dienen is de Een wiens haar als wit wol is en wiens stem is als geluid van vele wateren. Alles van Hem, van Zijn vurige ogen tot Zijn bronzen voeten straalde Zijn heerlijkheid af. Dat zulk een heerlijkheid gezien kon worden, betekende dat de verrezen Heer machtig is, zelfs God zelf en daarom kan Hij zijn kinderen beschermen en in staat stellen te midden van hun verdrukkers. Dit wordt zichtbaar bij het zwaard dat uit Zijn mond kwam (1:16b) en dat Hij de zeven sterren in Zijn rechterhand vasthoudt (of boodschappers/leiders van de kerk) (1:16a, 20a). Het punt van Jezus’ beschrijving hier was niet om de gemeenten van Zijn verschijning te vertellen, maar om Zijn macht te bekent te maken. Hij was de heersende Heer van het heelal, de Een met macht over leven en dood (1:18). Johannes schreef over de vervolgde christenen, hen eraan herinnerende dat God groter was dan hun beproevingen.

 

 

 Hoe reageert de apostel Johannes wanneer hij de Zoon des mensen ziet?

 

Op een manier gelijk aan zijn ervaring met de heerlijkheid van Jezus op de berg van de verheerlijking (cf. Matt.17:6), was Johannes weer overweldigd door angst bij de voorstelling van Gods heerlijkheid. De apostel Johannes schrijft dat hij als dood neerviel voor Zijn magnifieke Verlosser Jezus Christus. En net als Hij lang geleden gedaan had bij de verheerlijking op de berg (Matt.17:7), plaatste Jezus Zijn rechterhand op Johannes en gaf de bange apostel de bemoedigende woorden “Wees niet bevreesd” (1:17). Terwijl hij overweldigd is door de glorie en majesteit van Christus, kreeg Johannes de troost in de zekerheid van Gods genadevolle liefde en barmhartige vergeving.

 

 

 Hoe laat Christus weten wie Hij is, terwijl Hij troost schenkt aan de apostel Johannes?

 

Om Johannes te troosten zegt Jezus, “Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid” (1:17-18). Jezus maakt zichzelf bekend als de Een die de dood heeft overwonnen. Hoewel Hij aan het kruis stierf, kon het graf Hem niet vasthouden. Christus, die uit de doden is opgestaan, zal nooit weer sterven. Dus door op te staan uit de dood heeft Christus niet alleen de dood verslagen, maar garandeerde Hij eeuwig leven aan al Zijn volgelingen, ook al zagen zij de dood tegemoet vanwege Zijn naam. Dus ondanks Zijn zondeloosheid in de aanwezigheid van de glorieuze Heer van de hemel, hoefde Johannes niet bang te zijn, omdat dezelfde Heer de straf voor zijn zonden had gedragen (en voor degene die in Hem geloofden) en opgestaan was om zijn eeuwige Verlosser te zijn.

 

 

 Wat zegt de verheerlijkte Christus nu over wat Hij nu in bezit heeft?

 

Door Zijn overwinning over de dood, houdt Jezus ook de “sleutels van de dood en van het dodenrijk zelf” in handen (1:18). De mensen in die dagen geloofden dat het dodenrijk (Hades) een Griekse god was die heerste over het rijk van de dood, “het huis van Hades.” “Dood en Hades” vertegenwoordigen daarom de macht van de dood over de schepping. Dat Jezus de sleutel van het dodenrijk had, duidt het feit aan dat Hij alle macht en gezag over de dood heeft. Door dit begrepen te hebben, had Johannes geen angst, evenals al de verlosten, aangezien Christus hem al verlost had van de dood en het dodenrijk door Zijn eigen dood. Wetende dat Christus gezag heeft over de dood, voorzag grote zekerheid voor degene van de gemeenten, aangezien gelovigen niet langer een reden hebben om bang te zijn.

 

 

SAMENVATTING

 

Voordat God de Bijbel eindigde, verlangde Hij dat er nog een openbaring gegeven werd over de dingen die in de toekomst zouden plaatsvinden. Voor degenen uit de vroege gemeenten, zou zijn boodschap een grote bemoediging zijn tijdens de vervolging. Ondanks hun moeilijke omstandigheden blijft God over alle dingen de controle houden. Hij is de Almachtige, de Alfa en Omega, het begin en het einde. Zelfs Christus Zijn Zoon is daar om een bemoediging te geven. Hij die Hem liefheeft en hen bevrijdt heeft van zonden, blijft bij hen. Dit wordt gezien in het visioen van Johannes van de Mensenzoon. Christus, in Zijn volle glorie, verschijnt aan de apostel. In deze ontmoeting bevestigd Christus dat Hij de Levende is, die zonde en dood heeft overwonnen. Johannes schrijft alles wat Christus hem openbaart over de toekomst, getrouw en in gehoorzaamheid op. Van groot belang is het feit dat Christus spoedig zal komen om alle dingen nieuw te maken. Wat er nog rest is de openbaring van Jezus Christus zoals we kunnen zien in het laatst vermelde boek van het Nieuwe Testament.

Dat Christus stierf, is opgestaan en nu leeft blijft een wonderbare waarheid voor vele christenen vandaag. Ieder van ons zou dankbaar moeten zijn dat Christus ons heeft vrijgemaakt van onze zonden door Zijn bloed en dat Hij zijn gemeente blijft liefhebben en er zorg voor draagt. Nu dat de dood is verslagen, is de laatste dag dat Hij voor de Zijnen zal terugkomen, alles wat overblijft. Deze tijd komt spoedig en zal onverwacht zijn. Het is om die reden dat Christus degene oproept om gereed te zijn, want het kan vandaag zijn. Voor degene die niet bij Gods familie behoren, raakt het moment, om zich naar God te keren, op. Christus zal komen en snel, wanneer Hij komt terwijl men Hem nog afwijst, zal hun einde tragisch zijn. Omdat die tijd onbekend is en nader, zou niemand berouw moeten uitstellen.

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

 

De verschijning van Maria in Tre Fontane

Standaard

categorie : religie

.

.

Tre Fontane, Rome, Italië

.

.

.

.

Enkele eeuwen geleden is buiten Rome een beroemde Cisterciënzerabdij ontstaan. Zij heet nu San Paolo Tre Fontane, ‘St-Paulus van de drie bronnen.’ De grote Apostel Paulus werd er volgens een oude overlevering onthoofd en toen zijn hoofd driemaal op de grond viel ontsprongen er drie bronnen, die er nog steeds zijn. De abdij met haar oude donkere romaanse kerk zonder opschik, was vroeger een oase van rust buiten de stad.Nu heeft Rome zich uitgebreid om haar heen. Niet ver van de kortste weg die toegang tot de abdij biedt is in 1947 een bedevaartsoord ontstaan. Het terrein voor de grot is nu tot een open plein gemaakt. In de grot staat een Mariabeeld en talrijke ex-voto’s hangen er in het rond. In deze grot is aan drie kleine kinderen en hun vader op 12 april 1947 de H. Maagd verschenen en op 6 en 23 mei aan de vader alleen.

.

.

.
Waarom Maria weent

Waarom Maria weent

Pasteltekening van John Astria

.

.

Het ging als volgt:

.

Op 9 mei 1913 werd te Rome, uit arme en weinig voorbeeldige ouders Bruno Cornacchiola geboren. Hij had twee broers en twee zusters en werd in een niet gelukkige jeugd onkerkelijk opgevoed. Op 7 maart 1936 huwde hij Iolanda Lo Gatto. Hij was eerst katholiek, maar “bekeerde” zich tijdens zijn verblijf in Spanje tot het protestantisme. Hij sloot zich aan bij de adventisten en begon het katholieke geloof te bestrijden.

Van 1936-1939 was hij als vrijwilliger actief in Spanje en keerde daarna terug naar Rome. Hij ging verder met het bestrijden van de Katholieke Kerk, in het bijzonder de leer over de H. Maagd Maria. Hij was tramconducteur en kreeg drie kinderen. In zijn huisgezin gingen de zaken niet al te best, tot de H. Maagd plots een omkeer teweeg bracht.

Op 12 april 1947, de zaterdag na Pasen, was Bruno met zijn drie kinderen, Isola (10), Carlo (7) en Gianfrancesco (4) een uitstapje gaan maken buiten Rome. Hij had naar het strand van Ostia willen gaan, maar had de trein gemist. Dan maar naar Tre Fontane, dat was niet ver buiten de stad. Hij was op dat moment bezig met het opstellen van een preek tegen de Heilige Maagd. Daar, te Tre Fontane speelden de kinderen met een bal, die op zeker ogenblik in het struikgewas was verdwenen bij een kleine, ondiepe grot.

Toen gingen Bruno en zijn jongste zoon de bal zoeken. Het was kort na 4 uur in de namiddag. Toen de vader hem na enige tijd riep en hij niet antwoordde, ging hij hem halen. Hij vond het kleine kind op de knieën voor de grot, de handen gevouwen (wat hij nooit had geleerd) en in een bewegingloze extase voortdurend herhalend: “Bella Signora! Bella Signora! (Mooie Dame!). Bruno was versteld en riep Isola en Carlo. Toen die bij hun kleine broertje kwamen vielen zij ook op hun knieën en herhaalden: “Bella Signora!…”

Bruno was volkomen verbaasd toen hij zijn drie kinderen in extase zag en bad vol schrik: ‘O signore, salvaci tu! (O Heer, wil Gij ons redden!). Wat er toen gebeurde wordt door Bruno zelf als volgt verhaald.

“Nauwelijks had ik “O Heer, red Gij ons” gezegd of ik zag plotseling twee zeer witte doorschijnende handen, die zich naar me toe bewogen. Daarop voelde ik dat deze twee handen, licht als de vleugels van een vogel, mijn ogen aanraakten en er als het ware een sluier van afnamen, die mij eerst had belet te zien. Toen werden mijn ogen door zulk een licht overstroomd, dat alles voor mij enkele ogenblikken verdween, kinderen en grot, en ik mij licht, etherisch voelde, als was mijn geest bevrijd van de stof.

In die toestand van vervoering hoorde ik mijn kinderen niet meer de woorden spreken ‘Bella Signora’. Toen ik na enkele ogenblikken van verblinding het gezicht terugkreeg, zag ik op de meest lichte plaats van de grot, omgeven door een krans van erg verblindend gouden licht – o verbijstering en ontroering voor onze arme menselijke natuur! – de gestalte van een paradijselijke vrouw, wier trekken en hemelse schoonheid diep in mijn ogen gegrift blijven, maar niet in menselijke woorden kunnen worden uitgedrukt.

De gestalte van deze hemelse Vrouw had zwarte haren, samengehouden op het hoofd en een weinig naar voor komend, voor zover de mantel van grasgroene kleur, die van het hoofd tot de voeten langs de zijden van haar afhing, het toelieten. Onder de groene mantel droeg zij een lichtend wit kleed en om de lendenen een roze gordel. De hemelse Vrouw droeg geen schoeisel en haar blote voeten stonden op de tufsteen.

Het gezicht van de mooie Dame had een uitdrukking van moederlijke welwillendheid, vermengd met serene droefheid; in de rechterhand droeg zij een niet al te groot boek van asgrijze kleur, dat zij tegen de borst hield, terwijl de linkerhand op het boek rustte.”

“Mijn eerste instinctieve aandrang was te spreken, een kreet te slaken, maar omdat ik voelde dat ik niet kon beschikken over mijn lichamelijke vermogens, stokte mijn stem in mijn keel. Ondertussen had zich in heel de geheimzinnige grot een heerlijke bloemengeur verspreid. Ook merkte ik dat ik naast mijn lieve kinderen op de knieën zat met gevouwen handen. Plotseling klonk een paradijselijke stem in mijn arme oren en ving een lang gesprek aan.”

.

.

Zij sprak:

.

“Ik ben diegene die in de Goddelijke Drie-eenheid is. ik ben de Maagd der Openbaring. Gij vervolgt mij, nu is het genoeg! Ga binnen in de heilige schaapskooi, het hemels hof op aarde. De belofte van God is en blijft onveranderlijk: de negen eerste vrijdagen die gij gevierd hebt om uw trouwe echtgenote plezier te doen alvorens de weg van de dwaling te volgen, hebben u gered!”

Ze vermaande hem dus om weer terug te keren tot de Katholieke Kerk. Zijn hart werd aanstonds geraakt en hij bekeerde zich. Ze vertelde enkele woorden die voor de paus bestemd waren (Paus Pius XII) en sprak verder over al haar zorgen voor de zondige mensheid en dat ze graag zou zien dat alle zondaars zouden gered worden.

.

.

Maria Domina Animarum

Maria Domina Animarum

Pasteltekening van John Astria

.

.

Als middel tot bekering beval zij aan:

.

“Men moet veel bidden en dagelijks het rozenhoedje zeggen voor de bekering der zondaars en de ongelovigen en voor de eenheid der christenen De Weesgegroeten die ge met geloof en liefde zegt, zijn evenveel pijlen die het Hart van Jezus raken.”

Ook beloofde de H. Maagd op de plaats waar zij verscheen wonderen te zullen doen. Ze zei ook dat haar lichaam na haar dood niet had kunnen vergaan, maar door haar Zoon en de Engelen van de aarde is weggenomen. Hiermee werd de leer van Maria’s Tenhemelopneming aangeduid, die drie jaar later als dogma plechtig aan heel de wereld zou worden voorgehouden (1950).

Tot slot voorspelde de H. Maagd aan Bruno harde beproevingen en vervolging, hem voorzeggende dat hij niet zou geloofd worden. Om eventuele twijfels bij hem te voorkomen gaf zij hem een teken: na veertien dagen zou hij een hem onbekende priester ontmoeten op een wijze die zij hem voorspelde. Dit gebeurde inderdaad, op 28 april. Alvorens naar huis te gaan bevestigde Bruno een papier in de grot met de mededeling:

»Op 12 april 1947 is hier in deze grot aan de protestant Bruno Cornacchiola en zijn kinderen de Maagd der Openbaring verschenen, en hij heeft zich bekeerd.«

Onderweg naar huis vroegen de kinderen om een beloofde reep chocola. Bruno zei:

»De schone dame in de grot heeft ons gezegd dat Jezus bij ons is. Ik heb jullie altijd geleerd niet daarin te geloven en jullie verboden om te bidden. Nu zeg ik jullie: laten we bidden, laten we de Heer aanbidden.«

Isola: »Welk gebed?« Bruno: »Mijn dochter, ik weet het niet.« Isola: »Ik wel. Ik heb het op school geleerd.« Zij baden Bruno herhaalde de woorden van het Weesgegroet. Bruno bad en weende.

Thuisgekomen konden de kinderen zich niet inhouden en de hele buurt wist binnen de kortst mogelijke tijd wat er gebeurd was. Toen de kinderen hadden gegeten en in bed lagen viel Bruno voor zijn vrouw op de knieën neer en vertelde haar alles. Hij vroeg haar om vergeving. Iolanda geloofde onmiddellijk in het wonder. Tot dusver was zij het, die op haar knieën lag voor haar man om hem te smeken haar niet meer te slaan. Bij zijn thuiskomst had Iolanda hem gevraagd waar de heerlijke geur vandaan kwam die haar van zijn kleren tegemoet stroomde. Tot in de vroege ochtend bleven zij samen, ontroerd, in gebed, in vreugde en in vrede.

»De priester is de brug tussen de zondaar en God, met de hulp van Maria.«

Op deze woorden van Maria ging Bruno biechten en verzoende zich met de Kerk. Hij deed dat bij de zijn parochiepriester, Ognissanti, die hij een aantal jaren daarvoor van zijn deur had gejaagd.

Op 6 mei 1947 ontving Bruno een tweede verschijning van Maria, terwijl hij alleen was. Maria zweeg en glimlachte slechts. Het was de vreugde van Maria om zijn bekering.

Op 23 mei volgde de derde verschijning in aanwezigheid van de priester don Mario Sfoggi, die Bruno later bij de paus zou brengen.

Op 30 mei vond de vierde verschijning plaats voor de zusters Maestre Pie Filippini, die in de buurt een kloostergemeenschap vormen. Zij ontvingen de opdracht om te bidden voor de wijk.

Tijdens de audiëntie van 1949 gaf Bruno de dolk waarmee hij hem had willen vermoorden aan paus Pius XII. De grot werd voorafgaand aan de verschijningen gebruikt als plaats van zonde. Het stonk er naar ontucht! Door de aanwezigheid van Maria werd de grot gezuiverd en geheiligd:

»Met deze aarde van de zonde zal ik machtige wonderen bewerken voor de bekering van de ongelovigen.«

En inderdaad zijn er reeds vele wonderen geschied door het vertrouwensvol gebruik van de aarde uit de grot. Enige weken na de eerste verschijningen ontdekte Bruno tot zijn ontgoocheling, aan de hand van enkele sporen, dat de grot opnieuw gebruikt was als plaats van ontucht. Bedroefd schreef hij op een vel papier de volgende oproep, die hem door Maria werd ingegeven:

»Ontwijd deze grot niet met de zonde van de onreinheid. Wie in de wereld van de zonde een ongelukkig schepsel is geweest werpe zijn last voor de voeten van de Maagd der Openbaring, bekenne zijn zonden en drinke aan deze bron van barmhartigheid. Maria is de tedere Moeder van alle zondaars. Zie, wat zij gedaan heeft voor mij, die als zondaar streed in het leger van de satan, een protestantse adventistensekte aanhing en een vijand van de Kerk en van de H. Maagd was.

Hier is mij en mijn kinderen op 12 april 1947 de Maagd der Openbaring verschenen. Zij heeft mij uitgenodigd tot de Rooms Katholieke Kerk terug te keren. Zij heeft mij boodschappen toevertrouwd en mij tekenen gegeven. De oneindige barmhartigheid van God heeft deze vijand overwonnen, die nu aan haar voeten om vergiffenis smeekt. Bemin Maria, zij is onze tedere Moeder. Bemin de Kerk met al haar kinderen. Zij is de mantel, die ons bedekt in deze wereld waarin de demonen woeden. Bid veel en vermijd de zonden van het vlees.«

Deze boodschap van Bruno, door vele kranten gepubliceerd, veroorzaakte een golf van verontwaardiging. De politie beloofde twee agenten naar Tre Fontane te sturen voor een dagelijkse ordedienst.

De Kerk erkende de facto de verschijningen en boodschappen van Tre Fontane en vertrouwde de zorg van de bedevaartplaats toe aan de paters Franciscanen Conventuelen. Burgemeester Salvatore rebecchini zorgde voor de civilisatie van het park rondom. Hij was zelf een pelgrim. Ook paus Johannes Paulus II ging er bidden.

.

.

de-perfecte-adam-en-eva

Pasteltekening van John Astria

.

.

Op 23 februari 1982 gaf Maria aan Bruno de volgende boodschap:

.

»Hier wil ik een huisheiligdom met de nieuwe titel Maagd der Openbaring – Moeder van de Kerk. Mijn huis moet voor allen openstaan, opdat allen het Huis van de Redding betreden en zich er bekeren. Zij die dorst lijden en verdwaald zijn zullen hierheen komen om te bidden. Hier zullen zij liefde, begrip en troost vinden: de ware zin van het leven.

Hier, op deze plaats van de grot, waar ik meermalen ben verschenen, zal het Heiligdom van de Verzoening zijn als een vagevuur op aarde. Daar zal een poort met de betreffende naam ‘Poort van de Vrede’ zijn. Allen zullen door deze poort moeten binnentreden om met de groet van de vrede en van de eenheid te groeten: “God zegen ons, Maagd Maria bescherm ons”.«

Op 12 april 1980 en op 12 april 1982 deden er zich in Tre Fontane zonnewonderen voor die door respectievelijk 3000 en 10.000 mensen werden waargenomen en die ruim een half uur aanhielden. Door talrijke mensen werden in de zon vele tekenen waargenomen, voor ieder verschillend. Het zijn symbolen die betrekking hebben op de geloofswaarheden: de H. Hostie, de Allerheiligste Drievuldigheid, Maria, een duif, de Vader op de troon, Maria gekroond met twaalf sterren, het Onbevlekt Hart van Maria, de letter ‘M’, de letters ‘IHS’, de letter ‘J’ enz.

.

.

.

.

JOHN ASTRIA

 

De ontmoeting met Petrus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

pope-peter_pprubens

 

 

Een van de bekendste personen in het Nieuwe Testament is de apostel Petrus. Met hem kunnen we ons vaak zo goed vereenzelvigen, vooral in zijn menselijkheid herkennen we onszelf. We vinden hem beschreven als een emotionele en impulsieve man.

Iemand die heel direct was in zijn reacties, die eerst sprak en dan dacht. Maar ook een man die worstelde met zijn geloof, en al worstelend in zijn leven met Jezus zowel hoogtepunten als dieptepunten kende.

Zijn geboortenaam was Simon. Hij was opgegroeid in Betsaïda en ging – evenals zijn broer Andreas – wonen in Kapernaüm, een stadje aan het meer van Galilea waar ook Jezus woonde. Ze waren vissers van beroep en volgelingen van Johannes de Doper, tot het moment dat Jezus hen riep tot zijn dienst:

“Toen Hij (Jezus) langs het meer liep, zag hij twee broers, Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas. Ze wierpen hun net uit in het meer, het waren vissers. Hij zei tegen hen: ‘Kom, volg mij, ik zal van jullie vissers van mensen maken, zij lieten meteen hun netten achter en volgden hem” (Matteüs 4:18-20).

 

In het parallelle verslag in Lucas 5 zien we dat Petrus Jezus aansprak met de koninklijke titel Heer, nadat hij op aanwijzing van Jezus veel vissen had gevangen. Toen Simon Petrus dat zag viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei:

‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.”.

 

Zijn vertrouwen in Jezus was zo groot dat hij tijdens een storm, toen Jezus lopend over het water op weg was naar hun boot, Jezus tegemoet wilde gaan. Petrus antwoordde:

‘Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.

 

Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. (Matteüs 14: 28-29). Vol vertrouwen liep hij over het water naar Jezus. Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit:

‘Heer, red me!’

 

Meteen strekte Jezus zijn hand uit, hij greep hem vast en zei:

‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld’?” (vs.30-31).

 

Deze vraag was niet alleen voor Petrus bedoeld, maar voor alle volgelingen van de Here. Jezus bestrafte hier niet de golven, maar Petrus. Pas toen zij in de boot waren, kwam de storm tot rust. Jezus wilde duidelijk maken dat in geloof alles mogelijk is, wat of de omstandigheden ook zijn.

Eens vroeg Jezus zijn discipelen:

“Wie zeggen de mensen dat ik ben?” (Matteüs 16:13).

 

De discipelen noemden op: Johannes de Doper, Elia, een van de profeten. Jezus keek hen daarna aan en stelde de vraag waar het eigenlijk om ging:

“En wie ben ik volgens jullie?”

 

Petrus antwoordde direct:

“U bent de messias, de Zoon van de levende God”.

 

Hier toonde hij groot geloof. Op deze belijdenis kreeg hij twee grote beloften. Daarin zien we waarom Jezus aan Simon de naam Petrus – wat rots betekent – gaf.

De eerste is: “en Ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen” (Matteüs 16:18). 

De tweede is: “Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven, en al wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn.”

 

In zijn rede in Lucas 11:52 vinden we het antwoord op wat Jezus bedoelde:

“Wee jullie wetgeleerden, want jullie hebben de sleutel tot de kennis weggenomen; zelf zijn jullie niet binnengegaan, en anderen die wel binnen wilden gaan hebben jullie tegengehouden”.

 

Petrus kreeg geen macht om mensen wel of niet toe te laten tot het eeuwig leven. Die macht heeft alleen Jezus van Zijn Vader gekregen. In deel twee zullen we een vervulling van deze sleutelbelofte zien. Maar toen Jezus zijn lijden aankondigde, liet Petrus merken dat hij dit niet begreep. Ook toen nam hij direct het woord, dacht het beter te weten dan zijn Heer en was heel opgewonden:

“Petrus nam hem ter zijde en begon hem fel terecht te wijzen: ‘God verhoede het, Heer! Dat zal u zeker niet gebeuren!”

 

De woorden die Jezus daarop sprak waren een schok voor Petrus: Maar Jezus keerde hem de rug toe met de woorden:

‘Ga terug, achter mij, Satan! Je zou me nog van de goede weg afbrengen. Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen’ (Matteüs 16:22-23).

 

Hij wordt hier satan, een tegenstander genoemd. Niet alleen moest Jezus zelf naar het kruis gaan, maar ieder die zijn discipel wil zijn moet hetzelfde doen.

Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en mij volgen.”

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Matt. 24:12 ; de liefde van velen zal verkouden- Brussel 22/03/2016

Standaard

categorie : religie

 

 

Jezus zei: Matt. 24:12   

 

En omdat de ongerechtigheid vermenigvuldigd zal worden,

zo zal de liefde van velen verkouden.

 

 

ikben

 

 

Hier, in het 24e hoofdstuk van Mattheüs, houdt Jezus Zijn langste betoog over het einde van dit tijdperk en van de tekenen van Zijn komst. Tussen al de profetieën over aardbevingen, plagen, valse profeten en roerige politieke situaties is hier deze ene korte stelling over een VERMINDEREN van LIEFDE.

Deze vermindering van liefde  moet, noodzakelijkerwijs, een vermindering van Ware Geestelijke Inhoud betekenen, want, zoals de Bijbel zegt: Die niet liefheeft, heeft God niet gekend; want God is liefde (1 Joh. 4:8).

Ongerechtigheid heeft zich nu bijna 2000 jaar vermenigvuldigd. Geen wonder dan dat, aan het einde, de liefde van velen zo koud zal worden, dat het uiteindelijk een TEKEN van de GROTE en LAATSTE AFVAL wordt, die is voorspeld door de Apostel Paulus in 2 Thessalonisenzen 2:3.

Je herinnert je misschien dat onze Heer zei: Hieraan zullen zij allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander (Joh. 13:35). Het woord dat vertaald wordt met liefde is AGAPE, wat betekent “aktieve toewijding aan het welzijn en het geluk van degene die geliefd wordt”. Dit is die liefde, die geeft zonder kosten of beloning te berekenen en naar God kijkt voor erkenning.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Wij zouden een levend offer moeten zijn

Standaard

categorie : religie

 

 

 

slide_1

 

 

 

Een Bijbelse waarheid

 

Als christenen worden wij opgeroepen om onszelf als een “levend offer” aan God te geven. De Apostel Paulus helpt ons in zijn brief aan de gelovigen in Rome om deze waarheid te begrijpen:

Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u. U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en hem welgevallig is. (Romeinen 12:1-2)

 

 

 

Je oude “ik” Laten sterven

 

Onszelf presenteren aan God als een levend offer is onze oude “ik” laten sterven. Dit concept wordt in het volgende anonieme gedicht prachtig uitgedrukt.

 

  • Wanneer je vergeten, verwaarloosd of met opzet genegeerd wordt, en je voelt geen stekende pijn door deze onachtzaamheid, maar je hart is gelukkig omdat je waardig gevonden wordt om voor Christus te lijden;

Dat is je oude “ik” laten sterven.

 

  • Wanneer er kwaad wordt gesproken over je goede daden, wanneer je wensen worden doorkruist, je advies genegeerd, je mening belachelijk gemaakt, en je weigert om woede in je hart te laten opkomen of om jezelf te verdedigen, maar dit allemaal geduldig in liefdevolle stilte over je heen laat komen;

Dat is je oude “ik” laten sterven.

 

  • Wanneer je liefdevol en geduldig elke wanorde, elke onregelmatigheid, elke irritatie weet te verdragen; wanneer je oog in oog kunt staan met verkwisting, dwaasheid, extravagantie, geestelijke ongevoeligheid, en dit kunt verdragen zoals Jezus deed;

Dat is je oude “ik” laten sterven.

 

  • Wanneer je tevreden bent met elk voedsel, elke offergave, elk kledingstuk, elk klimaat, elke samenleving, elke eenzaamheid, elke onderbreking door de wil van God;

Dat is je oude “ik” laten sterven.

 

  • Wanneer je in een gesprek niet graag over jezelf of over je eigen goede daden praat, wanneer je niet snakt naar schouderklopjes, wanneer je er oprecht van houdt om onbekend te zijn;

Dat is je oude “ik” laten sterven.

 

  • Wanneer je kunt toezien hoe je naaste gedijt en er in al zijn behoeften is voorzien, en in je geest eerlijk blij voor hem kunt zijn zonder jaloezie te voelen, zonder aan God te twijfelen, terwijl je eigen behoeften veel groter zijn en eigen situatie wanhopig is;

Dat is je oude “ik” laten sterven.

 

  • Wanneer je in staat bent om gecorrigeerd en berispt te worden door iemand met minder aanzien dan jezelf en jij jezelf nederig kan onderwerpen, zowel innerlijk als uiterlijk, en ontdekt dat er geen opstandigheid of rancune in je hart opkomt;

Dat is je oude “ik” laten sterven.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

Is het God die ons in verzoeking leidt?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De verzoeking van Jezus door de duivel

De verzoeking van Jezus door de duivel

 

Het Griekse woord voor ‘verzoeking’ is peirasmos, verwant aan het werkwoord peirazo. In de allereerste plaats heeft het woord peirazo de betekenis hebben van ‘op de proef stellen’. We moeten leren God te gehoorzamen en niet onze eigen wil te doen, maar we moeten dat dan ook waarmaken op momenten en in situaties die in die zin ter zake doen. Dat zijn als het ware de proefwerken van onze opleiding.

Wanneer wij aan zo’n beproeving worden blootgesteld vraagt God ons in feite te laten zien waar onze prioriteiten liggen: bij Hem of bij onszelf. Dit kan met een voorbeeld aangetoond worden door een citaat uit de toespraak van Mozes in Deuteronomium 8:14-16:

 

U mag straks in het beloofde land de heer, uw God, niet vergeten. Was Hij het niet die u veilig door die grote, verschrikkelijke woestijn leidde om u op de proef te stellen, zodat hij u later zou kunnen zegenen?

 

Zo wordt ook de gelovige van het Nieuwe Verbond op de proef gesteld, want geloof moet blijken. Maar waarom leert Jezus ons dan bidden ‘breng ons alstublieft niet in zo’n situatie van beproeving’? Het enige antwoord daar op is dat wij daarmee erkennen dat de kans groot is dat wij die beproeving niet zullen doorstaan, hoewel dat eigenlijk wel zou moeten. Dus ja, het is God die ons aan die beproeving onderwerpt, maar het is niet Hij die er de oorzaak van is dat wij vervolgens falen en zondigen. Die oorzaak zijn wij echt zelf!

De apostel Paulus vermaant de gelovigen te Korinte:

 

U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u met de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan (1 Korintiërs 10:12-13).

 

Als we toch falen ligt dat dus helemaal aan onszelf. Ook Jezus zelf is zo op de proef gesteld; onmiddellijk na zijn doop, in de woestijn, maar ook voortdurend gedurende zijn leven. Hij verwijst daarnaar wanneer Hij in de bovenzaal tegen zijn discipelen zegt:

 

‘Jullie zijn in al mijn beproevingen steeds bij mij gebleven’ (Lucas 22:28).

 

Op grond daarvan belooft Hij hen overigens een plaats in zijn komende Koninkrijk (vs 29). Maar tegelijkertijd moet Hij Petrus waarschuwen:

 

Simon, Simon, weet dat Satan jullie voor zich heeft opgeëist om jullie als graan te mogen zeven. Maar ik heb voor je gebeden opdat je geloof niet zou bezwijken. En als jij eenmaal tot inkeer bent gekomen, moet jij je broeders sterken (vs 31-32).

 

Uiteindelijk leidt er geen weg om beproeving heen. Jezus zelf is, in Getsemane, zo op de proef gesteld, en dat geldt ook voor wie Hem willen volgen. Maar we moeten ons er wel van bewust zijn dat we dat niet zomaar even doen. Petrus reageerde in de bovenzaal met de verzekering dat, zelfs al mochten alle anderen falen, hem dat niet zou overkomen (Matteüs 26:33), en die zelfverzekerdheid kreeg nog diezelfde nacht een harde les te leren. En zo liggen de kaarten ook voor een ieder van ons. Later zou diezelfde Petrus schrijven:

 

Verheug u over de erfenis die u beloofd is ook al moet u nu allerlei beproevingen verduren. Zo kan de echtheid blijken van uw geloof – zoveel kostbaarder dan vergankelijk goud, dat toch ook in het vuur wordt getoetst (1 Petrus 1:6-7).

 

Want daar tegenover staat de zekerheid dat :

 

De Heer vromen uit de beproeving redt en onrechtvaardigen gevangen houdt tot de dag van het oordeel, om hen dan te straffen (2 Petrus 2:9).

 

En het is Jezus zelf, die deze taak namens God uitvoert:

 

Omdat u trouw bent gebleven aan mijn gebod om stand te houden, zal ik u ook trouw zijn wanneer binnenkort de tijd van de beproeving aanbreekt, als heel de aarde en de mensen die er leven op de proef worden gesteld (Openbaring 3:10).

 

Er zal een tijd van beproeving zijn, maar wanneer wij trouw blijven, zullen we geholpen worden die te doorstaan. Maar we doen er goed aan ons te realiseren dat we dat uit onszelf niet zouden redden.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

De mammoetboom in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

De mammoetboom

 

U zult in de Bijbel tevergeefs naar een vermelding van mammoetbomen zoeken, maar omdat zij tot de groep hoogste bomen ter wereld behoren, mogen wij ze niet over het hoofd zien. Trouwens, dat zou ook heel moeilijk zijn; want hun toppen zijn bijna niet te zien vanaf de grond. Mammoetbomen kunnen namelijk 90 meter hoog worden en de stam kan een doorsnede van 7 meter hebben. Zij zijn inheems in Californië, maar zijn in Europa vaak als straat- of parkboom aangeplant. Hoe kan een boom van zo’n enorme omvang voortkomen uit een mi-nuscuul zaadje? Is dit niet één van de merkwaardigste wonderen van de schepping?

 

 

zaadje van de mammoetboom

 

De apostel Paulus gebruikte dit fenomeen als illustratie, toen hij de opstanding uit de doden wilde verklaren. In 1 Korintiërs 15 nam hij het op tegen de Griekse opvatting, dat een opstanding van het lichaam onzin is (zie Hande-lingen 17:32); en als antwoord op de sceptische vraag: “Hoe worden de doden opgewekt? Hoe zou hun lichaam eruit moeten zien?”, wees hij naar het enorme verschil tussen zaad en plant (1 Korintiërs 15:35-38). Wat in dit le-ven onaanzienlijk en van geen betekenis lijkt te zijn, krijgt bij de wederkomst van Christus een verandering tot heerlijkheid, waarvan de mogelijkheden onze stoutste verwachtingen te boven gaan.

 

 

handelingen17: 32

 

32 Toen de mensen hoorden over een opstanding uit de dood, lachten sommigen hem uit. Anderen zeiden: “We komen een andere keer nog wel eens naar je luisteren.”

 

 

geestelijk lichaam

 

 

1 Korintiërs 15

 

Hoe worden de doden weer levend gemaakt?

 

35 Jullie zeggen misschien: “Maar hóe worden de doden dan weer levend gemaakt? En wat voor lichaam hebben ze dan?” 36 Maar dat is een dwaze vraag! Alles wat je zaait, moet eerst sterven. Pas dan kan er nieuw leven uit ontstaan. 37 En wat je zaait, ziet er niet hetzelfde uit als wat er later uitkomt. Wat je zaait is maar een simpele korrel, bijvoorbeeld graan. 38 Maar God laat er een bepaalde plant uit groeien. Uit elke soort zaad groeit een bepaalde soort plant.

39 Ook zijn niet alle levende wezens hetzelfde. Het lichaam van mensen is anders dan van dieren. En het lichaam van vogels is weer anders dan van vissen. 40 En aardse lichamen zoals mensen, dieren en planten, zijn weer an-ders dan de hemellichamen zoals zon, maan en sterren. Ze zijn verschillend van schoonheid. 41 En het licht van de zon is ook weer anders dan het licht van de maan of van de sterren. En de ene ster schijnt helderder dan de andere ster.

42 Zo is het ook met de opstanding uit de dood. Wat wordt gezaaid, is sterfelijk. Maar wat opstaat uit de dood, is onsterfelijk. 43 Wat wordt gezaaid is niet mooi. Wat opstaat uit de dood is prachtig. Wat wordt gezaaid, is zwak. Maar wat opstaat uit de dood, is vol kracht. 44 Er wordt een aards lichaam gezaaid, maar er staat een geestelijk lichaam op. Want net zoals er een aards lichaam bestaat, bestaat er ook een geestelijk lichaam. 45 Dat staat ook in de Boeken: “De eerste mens, Adam, werd een levend wezen.” Maar de laatste Adam (= Jezus) werd een levendmakende Geest.

46 Maar het geestelijke was er niet het eerst. Eerst kwam het aardse. Daarna pas het geestelijke. 47 De eerste mens werd uit het stof van de aarde gemaakt. Maar de tweede Mens is uit de hemel. 48 Alle aardse mensen lij-ken op de eerste aardse mens. En alle hemelse mensen lijken op de hemelse Mens. 49 En net zoals we eerst lijken op die aardse mens, zo zullen we later lijken op die hemelse Mens.

50 Maar ik zeg jullie, broeders en zusters: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk van God niet binnengaan. Ster-felijke dingen kunnen geen onsterfelijkheid binnengaan. 51 Kijk, ik vertel jullie een goddelijk geheim. We zullen niet allemaal eerst sterven. Als de laatste trompet klinkt, zullen we allemaal in één ogenblik veranderd worden. 52 Want op een dag zal er op de trompet worden geblazen. Dan zullen de doden als onsterfelijke mensen uit de dood opstaan. En wij zullen op dat moment veranderd worden.

53 Want dit sterfelijke lichaam moet onsterfelijkheid aantrekken. 54 En op het moment dat dit sterfelijke li-chaam onsterfelijkheid heeft aangetrokken, is werkelijkheid geworden wat in de Boeken staat: “De dood is opge-slokt door de overwinning. 55 Dood, wat wil je nu nog? Waar is nu je macht?” 56 De dood heeft macht door het kwaad, en het kwaad heeft macht door de wet van Mozes. 57 Maar prijs God, Hij heeft ons de overwinning gegeven door onze Heer Jezus Christus.

58 Wees daarom altijd sterk in het geloof, lieve broeders en zusters. Houd vol en doe altijd je best voor de Heer. Jullie moeten weten dat álles wat je voor de Heer doet, beloond zal worden.

 

 

Met een ander beeld gaf de engel Daniël te kennen, dat de rechtvaardigen in Gods Koninkrijk “zullen stralen als de glans van het uitspansel … als de sterren, voor eeuwig en altoos” (Daniël 12: 1 – 3, NBG‘51). Als wij openstaan voor de warmte van Gods liefde kan dat ook met ons gebeuren.

 

 

De mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Daniël 12: 1 – 3

 

1 In die tijd zal de engel Michaël komen, de machtige beschermer van je volk. Hij zal je volk helpen in de vre-selijke tijd die komt. Want zulke verschrikkelijke tijden zijn er nog nooit geweest sinds er mensen bestaan. Maar iedereen van jouw volk wiens naam in het Boek van het Leven is bijgeschreven, zal worden gered. 2 Veel van de mensen die allang dood zijn, zullen opstaan. Sommigen zullen het eeuwige leven krijgen, anderen de eeuwige, vreselijke straf. 3 De wijze mensen zullen stralen als de sterren aan de hemel. Zij die andere mensen hebben geleerd hoe ze God moeten dienen, zullen schitteren als de sterren, voor altijd en eeuwig.”

 

 

 

 

 

 

 

De legende van de kruisen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

1   Grieks kruis

 

Het Grieks kruis is de naam voor een kruis met vier armen van gelijke lengte. Het wordt veel gebruikt in de Or-thodoxe Kerk en vormt de grondvorm van een aantal protestantse- en  katholieke kerken, bijvoorbeeld de Onze Lieve Vrouwe kerk in Trier.

 

 

DSC07289 grieks kruis

 

 

 

2. Latijns kruis

 

Het christelijke of Latijnse kruis () is een kruisvorm  waarvan de verticale arm langer is dan de horizontale. Dit in tegenstelling tot het Grieks kruis, dat gelijke armen heeft. Het Latijnse kruis geldt als het symbool bij uitstek van het christendom.

 

 

ed674b50-33ff-11e4-8428-9c5f243cdf6b latijns kruis

 

 

 

3. Petruskruis

 

Dit is een omgekeerd kruis. Oorspronkelijk vertegenwoordigde dit (in de katholieke kerk) de nederigheid van de apostel Petrus in zijn martelaarschap. Hij zou erop gestaan hebben dat hij ondersteboven werd gekruisigd, omdat hij zich niet waardig achtte te sterven in dezelfde positie als Jezus. Maar vandaag – in het bijzonder in de rock-cultuur – vertegenwoordigt dit het Satanisme en zijn bespotting van Christus.

 

 

petruskors_stpeter150petruskruis

 

 

 

4. Filippuskruis

 

Filippus sterft de kruisdood aan een T-vormig kruis nadat hij in Frygië het evangelie verkondigt samen met Bar-tholomeus.

 

 

José_de_Ribera_054 filippuskruis

 

 

 

5. Andreaskruis

 

Een andreaskruis, andrieskruis of schuinkruis is een heraldisch symbool, een kruis dat schuin staat. Het bestaat uit de twee diagonalen van een rechthoek. Het andreaskruis dankt zijn naam aan de apostel Andreas, die aan een dergelijk kruis zou zijn gekruisigd.

 

 

DSCF0005andreas

 

 

 

6. Cruxmonogrammatica

 

Dit is vereenvoudiging van het Christusmonogram (chi-ro): twee eerste letters van het Griekse Chrestos (= He-breeuwse Messias).

 

chrismon-symbool-betekenis

 

 

.

7. Keltisch kruis

 

Het Keltisch kruis is een standaardkruis met een cirkel over de twee lijnen. De sectie binnen de (heilige) cirkel is identiek met de “cirkel in vier delen” bij de Wicca of het “medicine wheel” van de Amerikaanse indiaanse inboor-lingen. Vele christenen dragen dit kruis en weten niet dat het heidens is.

 

 

fb8_keltisch_kruis

 

 

.

8. Patriarchale kruis

 

Een patriarchaal kruis is in de heraldiek een verhoogd kruis of trappenkruis met lange voet en dubbele dwarsbalk, waarvan de bovenste balk korter is dan de onderste. Deze korte balk staat voor het plakkaat met het opschrift “INRI” op het kruis van Jezus. De aartsbisschopen met bijzondere voorrechten, zoals die van Venetië en Lissabon dragen het patriarchaal kruis in hun wapen.

 

 

Patriarchal-Cross-of-Lorraine-Pewter-Pendant-Key-Chain-th.jpg_220x220

 

 

 

9. Pauselijk kruis

 

Het pauselijk kruis geeft de drie gebieden aan waarover het gezag wordt uitgeoefend, zijnde de kerk, de wereld en de hemel.

 

 

a73e3230-3793-012f-da4b-00505694738d

 

 

 

10. Taukruis of Antoniuskruis

 

Het Tau-kruis, Sint-Anthoniuskruis of kortweg “Tau” is het symbool van de religieuze ridderorde van Sint Anto-nius(de Antonieten). Het heeft de vorm van een grote T. Zij droegen het in blauwe kleur op hun habijt. De heilige Antonius van Egypte  wordt in de iconografie vaak met het tau-kruis als attribuut afgebeeld.

 

 

11780-9205-0711132016-TAUkruis-1-

 

 

 

11. Taukruis van de Antonieten

 

Aangezien de Antonieten pest- en lepralijders verzorgden, werd er onder het kruis vaak een belletje afgebeeld. Dit verwees naar de bel die de pest- en lepralijders luidden om anderen te waarschuwen voor hun besmettelijke aanwezigheid.

 

 

 

200px-Tau-kruis

 

 

.

12. Gaffelkruis, is ook een runeteken

 

Het gaffelkruis is een kruis dat de vorm heeft van een gaffel ( een vork met twee tanden ) waarbij vaak het li-chaam van Christus afgebeeld wordt met de armen omhoog gestoken langs de armen van de gaffel. Het kruis komt vooral voor in de late middeleeuwen.

 

 

ABM t2142a_1.jpg.1200x630_q95_crop-smart

 

 

 

13. Krukkenkruis, ook Bourgondisch kruis

 

Het krukkenkruis is een heraldisch element in de vorm van een gewoon kruis waarvan elk uiteinde van een dwars-balk is voorzien. Indien de dwarsbalken niet tegen de wapenrand aanleunen spreekt men van een verkort kruk-kenkruis. Het krukkenkruis is vooral door de kruistochten bekend geworden. Er bestaat een variant die men het Jeruzalem kruis  noemt, waarin in iedere hoek nog een kruis aangebracht is.

 

 

potent (1) krukkenkruis

 

 

.

14. Hakenkruis of swastica

 

De swastica is een oud occult symbool van de zon en de vier windstreken. Terug tot leven gebracht door Hitler vertegenwoordigt dit racisme en de blanke suprematie bij neo-nazi’s. Zoals andere occulte symbolen wordt de swastika dikwijls in een cirkel geplaatst.

 

 

 

 

.

15. Ankerkruis of muurkruis.

 

Symbool van standvastigheid, vastberadenheid en trouw. Het is ook het symbool voor zeelieden. Als christelijke symbool wordt er de band met Christus mee aangegeven.

 

 

dscf1728

 

 

.

16. Maltezerkruis: embleem ‘Orde van Malta’

 

Het Maltezerkruis is het kenteken van de ridders van Malta, een geestelijke ridderorde uit de Middeleeuwen. Dit type kruis komt ook veel voor in eretekens, zoals bij het Belgische “Ridder in de Leopoldsorde”.

 

 

109961659.nNXQGnhC.DSC_2406

 

 

.

17. Hengselkruis of anchkruis

 

Soms ook koptisch kruis genoemd. Het is een Egyptisch kruis dat een mythisch eeuwig leven, wederge- boorte en leven gevende macht van de zon symboliseert.

 

 

Ankh

 

 

 

18. Rozenkruis

 

Het Rozenkruis is het symbool van eenheid tussen man en vrouw, tussen Jezus en Maria.

 

 

 

 

.

19. Jeruzalemkruis

 

Dit is een embleem voor de  ‘Orde van het Heilig Graf’ en wapenschild van de stad Jeruzalem. Het kruis is voor de Ridderorde van het Heilig Graf het symbool en tegelijkertijd het embleem. Het kruis kent in de christelijke ico-nografie een lange traditie. Toch is die traditie pas in de 4e eeuw als symbool in de christelijke liturgie, kunst en architectuur ontstaan. Het Jeruzalemkruis is een variant van het zogeheten “krukkenkruis” (een kruis waarvan de vier armen een dwarsstuk dragen).

 

 

200px-Kruis_van_Jeruzalem_(rood)

 

 

 

20. Herkruiste kruis

 

Een herkruist kruis is een kruis  waarvan drie of vier armen ieder een kruis zijn. Het herkruist kruis met spitse voet komt veel voor in Engelse heraldiek. Men gebruikt het kruis veel in Roemenië. Het kruis wordt daarom ook wel “Roemeens kruis” genoemd.

 

 

225

 

.

.

21. Russisch kruis

 

Dit is het zogenaamde achtarmige kruis  dat gebruikt wordt in de Russische Orthodoxie en oorspronkelijk uit Byzantium komt. Vaak is dit kruis afgebeeld op een driehoekig heuveltje, al dan niet met een schedel daarin af-gebeeld. Het symboliseert Golgotha en er worden aan dit kruis respectievelijk ter linker- en ter rechterzijde een lans en een rietstengel met spons toegevoegd, de lijdenssymbolen van Christus.

 

 

icoonplank_russisch_kruis

 

 

 

22. Kruisnimbus

 

Dit kruis wordt enkel gebruikt als nimbus voor Jezus. Christus is heel wat méér dan een heilige, hij moet dus direct herkenbaar zijn voor de beschouwer van een religieuze afbeelding. Het antwoord van de kunstenaar ligt voor de hand: Christus draagt zijn kruis ook in zijn nimbus, die daarom kruisnimbus heet.

 

 

Kruisnimbus

 

 

.

23. Prefatiekruis

 

Dit kruis wordt gevormd door twee letters van Vere Dignum (V=menselijke natuur van Christus en D=Goddelijke natuur). Veelal gebruikt op missaal- en communieprentjes.

 

 

2fab9344-8ef0-11e5-9e2d-49c8a95746de

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

 

De attributen van de apostelen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

Petrus: wordt afgebeeld met als attributen een sleutel, haan en omgekeerd kruis. Soms gekleed in pauselijk ornaat.

 

.

4._petrus

 

 

 

.

Johannes: zonder baard, kelk waaruit draak of slang die wegvlucht

 

 

johannes

 

 

 

.


Paulus:
zwaard

 

 

Paulus 0005(h600)

 

 

 

.


Andreas:
Andreaskruis en zwaard, soms met schaap aan de voeten

 

.

HDRtist HDR Rendering - http://www.ohanaware.com/hdrtist/

 

 

 

.


Jacobus de Meerdere
: zwaard en pelgrimskledij: Jacobschelpen, staf, hoed, veldfles, knapzak

 

 

300px-Jozefkerk_Jacobus01 de meerdere

 

 

.


Jacobus de Mindere:
lijkt zeer goed op Jezus: afgebeeld met knots en vollerstang (vollen: wollen vezels tot dichte massa bewerken.)

 

 

Jacobus de mindere 0007(h600)

 

 

 

 


Philippus:
zwaard en lans

 

 

philippus_1_m

 

 

 

 


Bartholomeüs:
mes en afgestroopte huid

 

 

bartholomeus_1_m

 

 

 

 


Matheüs:
zwaard en soms met schaap aan de voeten

 

 

Rubens_apostel_mattheus_grt

 

 

 


Simon:
zaag en (soms) schaap

 

 

1600. Houtsculptuur Nederland, Venray, St-Petrus’ Bandenkerk.” width=”249″ height=”439″>

 

 

 

 

Judas Thaddeüs: knots en (soms) schaap

 

 

image_phpRpwBkU njudas thaddeus

 

 

 

 


Thomas:
zwaard en winkelhaak

 

 

1600. Houtsculptuur Nederland, Venray, St-Petrus’ Bandenkerk.” width=”244″ height=”452″>

 

 

 

 

Matthias: bijl

 

 

mattias apostel

 

 

 

 


Judas Iskarioth:
meestal zwartharig en in het geel gekleed (kleur van de afgunst) en met geld, geldbeugel of strop in de hand

 

 

judasiskariot

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

John Astria