Tagarchief: boodschap

Het grote wonder van Garabandal

Standaard

categorie : religie

.

.

De Mariaverschijningen in Garabandal bleven niet bij eenvoudige gesprekjes en liefkozingen tussen Maria en de kinderen. Maria was gekomen om een twee kernboodschappen door te geven,namelijk van 18 okt. 1961 en 18 juni 1965

.

.

.
.
.

De 1e Boodschap van 18 oktober 1961

.

“Breng vele offers,
Doe veel boete,
We moeten vaak het H. Sacrament bezoeken,
Maar vooral moeten we zeer goed zijn,
Als men dat niet doet,
Dan zal een straf ons treffen,
De beker vult zich reeds,
Als wij niet veranderen zullen wij gestraft worden.”

.

.

.

De 2e Boodschap van 18 juni 1965

.

“Omdat men mijn Boodschap van 18 oktober 1961 niet vervuld heeft, en men er geen grote bekendheid aan heeft gegeven in de wereld, wil ik U zeggen dat de nu volgende de laatste Boodschap is. Eerder vulde de beker zich. Nu loopt hij over (red.: de beker van Gods toorn). Vele kardinalen, bisschoppen en priesters gaan het pad van het verloren gaan op en nemen vele zielen met zich mede.

Aan de Eucharistie wordt steeds minder waarde gehecht. Wij moeten alle nodige pogingen in het werk stellen om Gods toorn, die zwaar op ons drukt, te ontwijken. Als gij Hem vergiffenis vraagt, met een oprecht gemoed, dan zal Hij U vergeven. Ik, uw moeder, wil U zeggen, door de bemiddeling van de H. Michaël, dat ge U moet bekeren.

Gij zijt al in de tijd der laatste waarschuwingen. Ik hou veel van U en ik wil uw veroordeling niet. Vraag ons oprecht en Wij zullen het U geven. (red.: ons/wij is God en Maria). Gij zult U opofferen. Mediteer het Lijden van Jezus.”

.

.

Interviews met de kinderen

.

Jacinta-15jaar

.

.

Loli-16-jaar

.

.

Conchita

.

.

Zieneres Jacinta

.

Februari 1977

.

De H. Maagd had Jacinta nooit over het Wonder verteld. Jacinta zei, dat wanneer zij Onze Lieve Vrouw ook vragen stelde over het Wonder, de H. Maagd eenvoudig antwoordde: “Iedereen zal geloven”.

.

.

Mari-Loli

.

Februari 1977

.

Vraag: Heeft u over het Wonder gehoord tijdens een verschijning en zo ja, door wie?

Antwoord: De Allerheiligste Maagd heeft het mij verteld

Vraag: Wat weet u over het Wonder?

Antwoord: Alles wat ik weet is dat het zal plaatsvinden binnen een jaar na de Waarschuwing.

.

Conchita

.

1973

.

Vraag: Wat gaat er gebeuren op die dag [van het Wonder]?

Antwoord: Ik zal u alles vertellen wat ik kan zeggen, precies zoals de H. Maagd het mij gezegd heeft. Zij vertelde mij dat God een groot Wonder zou verrichten en dat er geen twijfel zou bestaan over het feit dat het een wonder was. Het zal rechtstreeks van God komen zonder menselijke tussenkomst. Die dag zal komen en zij vertelde mij welke dag, de maand en het jaar; dus ik weet de exacte datum.

Vraag: Wanneer is die dag?

Antwoord: Het komt spoedig, maar ik kan het pas acht dagen vóór de datum bekendmaken.

Vraag: Wat gaat er die dag precies gebeuren?

Antwoord: Het is mij niet toegestaan om precies zeggen wat er gaat gebeuren. Wat ik wel mag zeggen is dat de H. Maagd zei, dat iedereen die daar aanwezig zal zijn [in Garabandal] het zal zien. De zieken die daar zijn zullen genezen worden, wat hun ziekte of hun godsdienst ook is. Zij moeten er echter aanwezig zijn.

Vraag: Heeft u gezegd dat degenen die op de dag van het Wonder aanwezig zijn, bekeerd zouden worden?

Antwoord: De H. Maagd heeft gezegd dat iedereen, die aanwezig is, zou geloven. Zij zouden zien dat dit rechtstreeks van God kwam. Alle aanwezige zondaars zouden bekeerd worden. Zij heeft ook gezegd dat men er foto’s van kon maken en het via de televisie zou kunnen uitzenden. Verder heeft zij gezegd, dat er van dat ogenblik af bij de pijnbomen een blijvend teken zou zijn, dat iedereen zal kunnen zien en aanraken, maar niet kunnen voelen. Ik kan het niet uitleggen.

Vraag: Zal er op de dag van het Wonder een uitzonderlijk teken zijn, dat niet door mensenhanden is gemaakt?

Antwoord: Ja. En dit teken zal daar blijven tot het einde der tijden.

Vraag: Wat betreft de zieke mensen, de H. Maagd heeft in het bijzonder iemand genoemd, een blinde man, Joey Lomangino. Wat zei zij over hem?

Antwoord: Zij zei dat Joey op het ogenblik van het Wonder nieuwe ogen zal hebben en dat hij vervolgens blijvend zal kunnen zien. Zij sprak ook over een jongen die verlamd is, wiens ouders uit mijn dorp komen [Garabandal]. Deze jongen zal ook genezen worden. Dit zijn de enige twee mensen die zij heeft genoemd.

Vraag: Kunt u ons iets vertellen over Pater Luis Andreu?

Antwoord: Ja. Deze priester kwam vaak naar ons dorp om te zien of de verschijningen echt waren of niet. Na enige tijd geloofde hij erin. Op zekere dag, terwijl wij in extase waren bij de pijnbomen, begon hij te schreeuwen: ‘Een wonder, een wonder, een wonder.’ Toen dit gebeurde zei de H. Maagd: ‘Op dit ogenblik ziet de priester mij en het Wonder dat zal gebeuren.’

Vraag: Zag Pater Luis werkelijk het Wonder?

Antwoord: Ja. Diezelfde dag, op de terugweg naar huis zei hij tot zijn vrienden: ‘Dit is de gelukkigste dag van mijn leven. Wat een geweldige moeder hebben wij in de hemel. De verschijningen zijn echt.’ Terwijl hij deze woorden sprak stierf hij.

Vraag: Zei de H. Maagd niet iets betreffende Pater Andreu, dat zou gebeuren op de dag van het Wonder?

Antwoord: Ja, zij zei dat op de dag van het Wonder zijn lichaam ongeschonden zou worden gevonden (Conchita verduidelijkte, dat het graf de dag na het Wonder zou worden geopend).

.

7 februari 1974

.

Vraag: U heeft gezegd dat het Wonder in Garabandal zou samenvallen met een grote gebeurtenis binnen de Kerk. Heeft Onze Lieve Vrouw u verteld wat die gebeurtenis zal zijn en kunt u iets toevoegen aan wat u reeds heeft gezegd over deze zaak?

Antwoord: Ja. Ik weet wat de gebeurtenis is. Het is een unieke gebeurtenis in de Kerk, die zeer zelden voorkomt en tijdens mijn leven niet is voorgekomen. Het is niet nieuw of ontzagwekkend, alleen zeldzaam, zoiets als de verklaring van een dogma, iets wat de hele Kerk aangaat. Het zal gebeuren op dezelfde dag als het Wonder, maar niet als gevolg van het Wonder, slechts bij toeval.

Vraag: Hoe zult u het Wonder aankondigen?

Antwoord: Dat weet ik niet precies. Ik zal zeer zeker om middernacht (acht dagen voor het Wonder) Joey [Lomangino] opbellen, maar ook de radio, de televisie en iedereen in de wereld die ik in staat acht te helpen om het nieuws snel te verspreiden. Ik maak me daar geen zorgen over. Ik weet dat als de H. Maagd wil dat u daar bent, u er dan zult zijn.

Vraag: Joey heeft gezegd dat hij onmiddellijk na de Waarschuwing naar Garabandal zal gaan. Weet u hoeveel tijd er zal verlopen tussen de Waarschuwing en het Wonder?

Antwoord: Het is een goed idee dat Joey na de Waarschuwing naar Garabandal gaat, maar ik weet niet hoeveel tijd er zal verlopen tussen de Waarschuwing en het Wonder.

Vraag: Denkt u vaak aan de dag van het Wonder en kijkt uit met spanning uit naar de komst van de Waarschuwing en het Wonder?

Antwoord: Soms denk ik dat het heel dichtbij is, soms ver weg. Wanneer ik eraan denk, dat de mensen de Boodschap niet naleven lijkt het zo dichtbij, omdat na het Wonder misschien de straf komt. Ik kijk er met spanning naar uit, ja. Ik wacht. De H. Maagd liegt nooit. De Waarschuwing en het Wonder moeten gebeuren, opdat de woorden van de H. Maagd in vervulling gaan. Het is alles tezamen één boodschap.

.

Februari 1977

.

Vraag: Heeft u het Wonder gezien of werd het u verteld?

Antwoord: De H. Maagd heeft me erover gesproken en heeft mij precies doen begrijpen hoe het zal zijn.

Vraag: Was u alleen of met de andere meisjes toen Onze Lieve Vrouw u over het Wonder vertelde?

Antwoord: Ik kan het mij niet meer herinneren.

Vraag: Hoe zal het Wonder eruitzien?

Antwoord: Zelfs al zou ik het proberen uit te leggen, ik zou niet in staat zijn om het goed te doen. Het is beter dat u het afwacht.

Vraag: Zou u nog eens kunnen zeggen tijdens welke maanden wij het Wonder zouden kunnen verwachten?

Antwoord: Van maart tot mei.

Vraag: Sommige mensen zeggen, dat de manier waarop u het Wonder zult aankondigen op zichzelf al een ‘wonder’ zal zijn. Kunt u dit uitleggen?

Antwoord: Ik geloof dat de manier waarop het gezegd zal worden ook een wonder zal zijn, omdat het voor mij een zeer grote verantwoordelijkheid is en ik een wonder nodig heb om het te zeggen.

Commentaar van Wim Langeveld: In 1977 kon niemand bevroeden wat voor een vlucht het Internet zou nemen. Dit wereldwijde informatie net brengt razendsnel alle gebeurtenissen uit diverse landen en plaatsen in de huiskamer. Per email wordt vanuit New-York de dag van het Grote wonder aangekondigd. Alle Garabandal sites en centra zullen deze aankondiging van Conchita bekendmaken. Daarin heeft Conchita gelijk dat het Internet een soort wetenschappelijk wonder is om op de meest snelle wijze de datum van het Grote Wonder bekend te maken.

Vraag: Als ik ver van het dorp in de bergen ben, maar ik kan wel de pijnbomen zien, zal ik dan het Wonder duidelijk kunnen zien? Als ik ziek ben, zal ik vanaf die afstand genezen worden?

Antwoord: U zult het Wonder duidelijk kunnen waarnemen, en als God het wil zult u worden genezen.

Vraag: Sommige mensen hebben gezegd dat op andere plaatsen in de Verenigde Staten en Europa mensen Maria heiligdommen zouden kunnen bezoeken en op die dag genezen kunnen worden. Wat weet u hierover?

Antwoord: De H. Maagd heeft mij hierover niets verteld.

Vraag: Zullen degenen, die sterk geloven in het komende Wonder, maar niet in staat zijn om het bij te wonen, vanwege hun levensstaat, bijvoorbeeld kloosterlingen, die dag speciale genaden ontvangen?

Antwoord: Dat weet ik persoonlijk niet. Het hangt af van deze mensen, van hun wensen, van hun geloof, van hun opoffering of hun gehoorzaamheid.

Vraag: Heeft Onze Lieve Vrouw ooit iets gezegd over de grote menigte mensen, die van plan is om enige dagen tevoren in Garabandal te zijn? Velen vragen zich bezorgd af hoe zij het zullen klaarspelen wat betreft het eten en de sanitaire voorzieningen. Kunt u daarover iets zeggen?

Antwoord: Laat dat in handen van God. Doe wat u kunt en wat het overige betreft, denk eraan: ‘God doet wonderen.’

Meer informatie van Conchita over het Wonder:

  • Het zal plaatsvinden bij de Pijnbomen in Garabandal op een donderdag om half negen ’s avonds.
  • Het zal gebeuren tussen de 8e en de 16e van de maanden maart, april of mei.
  • Het zal vallen op de feestdag van een jonge martelaar.
  • Het zal ongeveer 15 minuten duren.
  • De Paus zal het zien van waar hij zich ook bevindt, en Pater Pio zal het ook zien.*

In oktober 1968 in Lourdes vertelde Pater Bernardino Cennamo O.F.M. aan Conchita in Lourdes, dat Pater Pio het Wonder had gezien, voordat hij op 23 september 1968 stierf. Hij zei, dat Pater Pio hem dat zelf had verteld.

.

.

.

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Drie waardevolle lessen uit Openbaring 1-5

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

Drie waardevolle lessen uit Openbaring 1-5

 

Hoe verderop in de Bijbel, hoe wonderlijker de boeken lijken te zijn. Schrijft Judas al over een strijd tussen de aartsengel Michaël en de duivel, en heeft Johannes het over de antichrist, het boek Openbaring staat vol met engelen, angstaanjagende beesten en vreemde gebeurtenissen.

 

 

Openbaring hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring aan Johannes

.
.
.

1. Wat voor beeld geven de eerste vijf hoofdstukken van Jezus Christus?

 

In het eerste hoofdstuk ziet Johannes Jezus Christus als verrezen Heer in al zijn goddelijk glorie, de vervulling van vele profetieën. Hij is betrokken bij zijn kerk (Hij staat te midden van de lampenstandaards, die de zeven gemeenten symboliseren, 1:12), en heeft het recht om elke gemeente te waarschuwen en andere profetische boodschappen te geven.

In het vijfde hoofdstuk lezen we dat Johannes over Jezus hoort als de leeuw uit de stam Juda, de telg van David. Alleen Hij kan de zeven zegels van de boekrol verbreken. Maar wat Johannes vervolgens ziet is een lam, dat eruitzag of het geslacht was. De combinatie van wat Johannes hoort en ziet vormt samen een nieuw symbool: Jezus, de krachtige Messiaanse heerser, heeft overwonnen door te worden als een lam, dat zich opoffert. Kortom, God overwint in Jezus niet door machtsvertoon, maar door opoffering en kwetsbaarheid.

 

 

Openbaring 4 ; de troonsheerlijkheid van God

 

 

2. Wat is de boodschap van de eerste vijf hoofdstukken van Openbaring?

 

Deze Jezus geeft Johannes boodschappen voor de kerk (Opb. 2 en 3). Die boodschappen bevatten bijna allemaal zowel bemoediging als waarschuwing. Jezus complimenteert de christenen die veel te verdragen hebben om Hem, zoals gevangenschap, laster, en zelfs de dood. Daarnaast waarschuwt Jezus de christelijke gemeenschappen die compromissen sluiten en/of veel te tolerant in hun cultuur en maatschappij staan. Elke kerk moet goede keuzes maken in de strijd tussen goed en kwaad en Jezus belooft hen overwinning als zij zich radicaal blijven toewijden aan Hem.

Die overwinning kan Hij de kerken toezeggen, omdat Hij zelf de overwinning heeft behaald, zoals Openbaring 4 en 5 laten zien: God is de werkelijke heerser van de kosmos en Jezus heeft de dood en de duivel overwonnen. De eindbeslissing van de strijd die in Openbaring wordt beschreven, staat al vast: God heerst en heeft alle macht, ook al lijkt het misschien nog niet zo. Hij beschermt zijn kinderen. Voor alle hemelbewoners is dit aanleiding voor eindeloze aanbidding.

God overwint in Jezus niet door machtsvertoon, maar door opoffering en kwetsbaarheid.
.
.
.

Openbaring hoofdstuk 5 ; de heerlijkheid van de verzoening door Christus

 

Pasteltekeningen van John Astria

 

.

3. Hoe kunnen we Openbaring beter begrijpen?

 

We kunnen Openbaring beter begrijpen als we ons de volgende zaken voor ogen houden:

• Openbaring is een boek om te bestuderen met tijd en aandacht. Het boek is beter te begrijpen als je het in één keer achter elkaar uit leest: dan krijg je zicht op de thema’s en ontwikkelingen in het boek, en daarmee meer begrip.
• Openbaring wil zijn lezers gelukkig maken, dat staat tenminste in het begin van het boek: Gelukkig is wie dit voorleest, en gelukkig zijn zij die deze profetie horen en zich houden aan wat hier gezegd wordt (1:3). Vraag je bij het lezen af, hoe Openbaring die claim realiseert: welke boodschap komt in het boek naar voren, die ons als gelovigen gelukkig maakt?
• Openbaring is een hybride van genres. In het boek worden zowel het apocalyptisch als het profetisch genre gebruikt. En deze apocalyptische profetie wordt in de eerste eeuw ook nog eens als brief naar zeven concrete bestaande gemeenten gestuurd. Dit betekent onder andere dat de boodschap van Openbaring voor de kerk in die tijd actueel was. De kerk werd vervolgd, maar er stonden christenen nog ernstiger vervolgingen te wachten. Dit besef helpt om het boek beter te begrijpen.

Kortom, het boek Openbaring roept op om naar het Lam te kijken en te horen wat de Geest tot de gemeente zegt. Aanbid God en het Lam en getuig van hem in woord in daad. Ook als het je alles kost, is het vooruitzicht fantastisch: altijd bij God zijn en heersen met Hem in de nieuwe schepping!

 

 

 

.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

De drie dagen van duisternis.

Standaard

categorie  : religie

.

.

Binnen de profetische waarschuwingen die in de tijd na Christus aan de mensen zijn meegedeeld, komt geen andere toekomstige gebeurtenis zo herhaaldelijk voor en wordt zo vaak gelijkluidend beschreven als de wereldramp van ‘Drie Dagen Duisternis’.

.

.

.

.

Als een rode draad loopt de aankondiging ervan door de talrijke boodschappen en visioenen, tot in de middeleeuwen toe. Het is verbazingwekkend dat de Kerk en de theologen zich tot nu toe zo weinig ingelaten hebben met een zo dikwijls voor de toekomst aangekondigd ingrijpen Gods. Immers, dat het zal gaan om een handelen van God, dat wordt gewaarborgd door de woorden van Christus en de Moeder Gods.

Van bijzondere betekenis zijn de waarschuwende woorden van Jezus, gericht tot de gestigmatiseerde Pater Pio, die in de geur van heiligheid is gestorven en wiens uitspraken boven iedere redelijke twijfel staan. Tot hem sprak Christus over de ‘toorn van Mijn Vaderdie ‘heilig is’. Dankzij latere boodschappen en visioenen weten wij dat de ‘Drie Dagen Duisternis’ tevens het einde zal betekenen van een wereldwijde oorlog, vermoedelijk op een moment dat een atoomvernietiging de aarde bedreigt.

.

Boodschap aan Pater Pio

.

.

.

De boodschap van de Heer Jezus Christus aan Pater Pio luidt letterlijk als volgt:

‘Uit de wolken zullen zich orkanen van vuurstromen over de aarde verspreiden. Storm en noodweer, donderslagen en aardbevingen zullen zonder ophouden elkaar opvolgen; ononderbroken zal de vuurregen neerkomen. Opdat men zich op de gebeurtenis zal kunnen voorbereiden, geef Ik u het volgende teken:

De nacht is zeer koud, er zal een hevige wind staan en na enige tijd zullen de donderslagen beginnen. Sluit dan alle deuren en ramen goed af en spreekt met niemand buiten uw huis. Knielt neer voor het kruis en hebt berouw over uw zonden. Bidt Mijn Moeder om haar bescherming. Kijkt dan niet naar buiten zolang de aarde beeft, want de toorn van Mijn Vader is heilig. In de derde nacht zullen de aardbevingen en het vuur ophouden en de volgende dag zal de zon weer schijnen. De engelen zullen uit de hemel afdalen en de geest van vrede over de aarde brengen.’

Bij deze boodschap maakte Pater Pio nog een opmerking:

‘Jezus wil niet dat we naar de toorn van God kijken, want Gods toorn moet met angst en beven benaderd worden. Wie deze raad niet opvolgt zal ogenblikkelijk omkomen. De wind zal gif en gas met zich meevoeren die zich over de hele aarde zullen verspreiden.’

.

Alois Irlmayer

.

.

.

De bekende Beierse ziener Alois Irlmayer bleef tot zijn dood, op 26 juni 1959, bij zijn visioen omtrent een derde wereldoorlog, waarin de ‘Drie Dagen Duisternis’ op dezelfde manier worden weergegeven als in de boodschap van Pater Pio.

‘Tijdens de oorlog komt de grote duisternis die 72 uur duurt. Op een dag tijdens de oorlog zal het donker worden. Dan barst een hagelstorm los met bliksem en donder en een aardbeving schudt de aarde hevig. Ga dan niet buitenshuis. Geen licht zal er kunnen branden behalve dat van kaarslicht. De stroom valt uit. Wie de stof inademt krijgt kramp en sterft. Doe de ramen niet open, bedek ze met zwart papier.

Al het open water wordt giftig, ook alle open voedsel dat niet in afgesloten dozen is gedaan. Ook voedsel dat in glas zit blijft niet goed. Buiten heerst de stofdood, zeer veel mensen zullen sterven. Na 72 uur is alles weer voorbij. Maar nogmaals zeg ik het: Ga niet naar buiten, kijk ook niet door het raam naar buiten, laat de gewijde kaarsen of de waxinelichtjes branden en bid. In die nacht sterven meer mensen dan tijdens de beide wereldoorlogen samen.’

Op de vraag hoe de mensen voorzorgen kunnen nemen voor deze duisternis antwoordt Alois Irlmayer het volgende:

‘Koopt een paar conservenblikken met rijst en peulvruchten. Brood en meel blijven goed, vochtig voedsel bederft, behalve in conservenblikken. Leidingwater is drinkbaar, maar melk niet. Echt veel honger zullen de mensen zo niet krijgen tijdens deze catastrofe en duisternis. Het vuur zal branden, maar doet tijdens deze 72 uur geen raam open. De rivieren zullen zo weinig water bevatten dat men ze gemakkelijk zou kunnen doorwaden.

Het vee valt om, het gras wordt geel en dor, de dode mensen worden helemaal geel en zwart. De wind drijft de doodswolken naar het oosten weg. Hoelang de oorlog zal duren? Ik zie duidelijk het getal drie, maar of het drie dagen, drie weken of drie maanden zijn, dat weet ik niet’.

.

La Salette

.

Maximin en Melanie

.

De voor de hand liggende vraag, of de katholieke Kerk de boodschap van de drie donkere dagen – dus een strafgericht van God – ooit ter kennisneming heeft aangenomen en erkend, is eenvoudig te beantwoorden: Dit strafgericht en de ‘omwenteling’ van de aarde in drie dagen behoort tot de kern van de grote boodschap van La Salette, die door de Kerk is erkend. De Moeder Gods verscheen op 19 september 1846 op een helling van een steile berg in de Franse Alpen aan de herderskinderen Maximin en Melanie. Maria weende om de zonden en de goddeloosheid van de mensen.

‘Als mijn volk zich niet wil onderwerpen, ben ik gedwongen de arm van mijn Zoon te laten vallen…’

Letterlijk zei Maria toen over de toekomstige gebeurtenissen:

‘De Kerk zal verduisterd worden en de wereld zal in ontsteltenis verkeren. Wee de bewoners van de aarde! Er zullen bloedige oorlogen komen, hongersnood, pestaanvallen en besmettelijke ziekten. De hele wereld zal met ontzetting en verbijstering worden geslagen. De zon wordt verduisterd. Alleen het Geloof zal blijven leven. Water en vuur zullen de aarde dan reinigen en alle werken van menselijke hoogmoed verdelgen; alles zal vernieuwd worden.’

.

Anna Henle

.

.

.

Steeds weer heeft God aan daartoe uitgekozen zielen vingerwijzingen gegeven omtrent een komend strafgericht dat zich zou voordoen, als de mensheid zich niet zou bekeren. Zo kreeg ook de begenadigde zieneres Anna Henle (geb. 18 november 1871 in Aichstetten/Allgäu), die op zestienjarige leeftijd de wondetekens van Christus ontving, een behartenswaardige boodschap van Christus:

‘O laat Gods kinderen toch niet verloren gaan in de hevige verwarring van de strijd!’- ‘Drie dagen, waarin het nacht zal zijn, zullen er komen. Wanneer dan de dwaalleren verdwijnen, wanneer ze met de gesel van de strafroede gezuiverd worden en verstommen, dan zal het heerlijk zijn, dan zal er vrede zijn. De straf zal de gehele aarde treffen. De Drie Dagen Duisternis, te vergelijken met de drie uren van Jezus aan het Kruis, zullen spoedig komen. Het zal plotseling nacht worden en de aarde zal sidderen en beven zoals nooit tevoren.’

Anna Henle schrijft verder:

‘Gelooft u een zo zwak en ellendig mensenkind zoals ik: zou ik tientallen jaren lang hebben kunnen strijden, als Gods macht mij niet had gesterkt? Gelooft maar dat ik anders nu niet meer onder u geleefd zou hebben. Ik heb grote offers en zware strijd moeten doormaken met mensen en priesters die steeds met verwijten kwamen. Laten we toch uitroepen: Heer, zegen ons, want wij worden allen martelaren in de strijd van de Drie Dagen.

Heer, blijf bij ons, zullen wij moeten roepen, wanneer wij dat uur zien en het nacht zal zijn geworden, wanneer alle mensen tekeergaan. Heilige woorden heb ik vernomen omtrent deze ernstige straf die over de mensheid komt. Huiver en afschuw over deze wereld! Zo snel als de bron der eeuwigheid gekomen is, zo snel zal de wereld omvergeworpen worden.

Rekent het tot uw plicht er serieus werk van te maken naar Gods vermaning te luisteren! Ik heb de grote en geweldige omwenteling aanschouwd, het is vreselijk, verschrikkelijk! De vinger Gods tikt tegen de wereldbol! O laten we toch alles dragen, alles dulden, al het lijden dragen, zodat wij niet zullen versagen en goede vruchten zullen oogsten, wanneer de zware dagen aanbreken.

Hoezeer zullen wij dan als compensatie voor de uren van lijden, van nachtwaken, van strijd naar de verdiensten ervoor streven en verlangen. O, hoe gelukkig zijn wij, als we weten in welke tijd wij leven en wat ons te wachten staat!’

Juist zoals de Moeder Gods in La Salette, zo spreekt Anna Henle van de grote ‘omwenteling’ van de aarde tijdens de ‘Drie Dagen Duisternis’.

Dat komt wat de inhoud betreft overeen met vele andere visioenen en boodschappen, die nog concreter zijn. De wereld zal na het strafgericht niet meer zo zijn als nu. Door een kanteling (omkering) van de aardas zullen de klimaatzones zich verplaatsen. Afrika zal een Europees klimaat krijgen, Europa een Afrikaans. Dat wordt algemeen verklaard als een teken van Gods gerechtigheid: de overgebleven Europeanen zullen dan de hitte van Afrika te verduren krijgen.

Anna Henle heeft ook de Eerste Wereldoorlog en de communistische revoluties voorspeld. Als ze spreekt van ‘de vinger Gods die tegen de wereldbol tikt’, dan is dat iets zeer concreets, want volgens andere boodschappen zal de aarde door een inslag van een bol of kogel, een meteoor of planeet getroffen worden. In de boodschappen van Bayside (New York) is er steeds sprake van de ‘kogel van de verlossing’, van een ‘vuurbal’ die de aarde zal treffen en verschrikkelijke verwoestingen zal aanrichten.

In een van de allernieuwste boodschappen wordt als aanvulling vermeld dat de botsing met de ‘kogel’ zal leiden tot de explosie van talrijke depots van chemische wapens. De ‘gele gifwolken’, die over de aarde trekken en waarvan in bijna alle boodschappen sprake is, zijn het gevolg van deze explosies.

.

Anna Maria Taigi

.

.

.

Waardevolle informatie hebben we te danken aan de visioenen van de op 30 mei 1920 door de Kerk zaligverklaarde zieneres uit Rome Anna Maria Taigi (1769-1837), moeder van zeven kinderen. Na haar bekering was het haar gegeven als in een mysterieuze zon iedere gebeurtenis te herkennen waarop zij haar gedachten richtte. In de akten van haar zaligverklaringsproces is het volgende visioen opgetekend:

‘God zal twee strafgerichten voltrekken: het ene komt van de aarde (t.w. oorlogen en revoluties) en het andere kwaad, het andere strafgericht gaat van de hemel uit. Er zal over de hele aarde een diepe duisternis komen, die drie dagen en drie nachten zal duren. Deze duisternis zal het volkomen onmogelijk maken waar dan ook iets te zien. Verder zal de duisternis een verpesting van de lucht met zich meebrengen, die weliswaar niet uitsluitend maar wel hoofdzakelijk de vijanden van de godsdienst het leven zal ontnemen.

Zolang de duisternis duurt, zal het onmogelijk zijn om licht te maken. Uitsluitend gewijde kaarsen zullen aangestoken kunnen worden en licht geven. Wie tijdens deze duisternis uit nieuwsgierigheid het raam opendoet en naar buiten kijkt of uit zijn huis gaat, zal ter plekke dood neervallen. Tijdens deze drie dagen moeten de mensen binnenshuis blijven, de Rozenkrans bidden en Gods erbarming afsmeken.’

‘Alle openlijke en geheime vijanden van de Kerk zullen tijdens de duisternis omkomen. Slechts enkelen die God tot bekering wil brengen, zullen in leven blijven. De lucht zal verpest zijn door de demonen die in afgrijselijke gestalten zullen verschijnen. De gewijde kaarsen zullen bescherming bieden voor de dood, evenals de gebeden tot de allerheiligste Maagd Maria en tot de heilige Engelen.

Na deze duisternis zal de heilige Aartsengel Michaël naar de aarde komen en de duivel ketenen tot aan de tijden van de antichrist. In die tijd zal de godsdienst overal verspreid worden en het zal zijn: één Herder, ‘unus pastor’. De Russen bekeren zich, evenals Engeland en China; alles en iedereen zal jubelen om de triomf van de Kerk.’

Christus liet de zieneres (Anna Maria Taigi) in een bos vijf bomen zien en zei daarbij:

‘Voordat deze triomf van de Kerk kan komen, moeten van vijf bomen de wortels afgesneden worden. Deze bomen zouden “giftige wortels” hebben, waardoor alle andere planten bedorven zouden worden.’

Dit visioen toont ons de moderne Kerk van vandaag, die bedreigd wordt door vijf grote ketterijen. Iedere gelovige katholiek weet wat daarmee bedoeld wordt, als hij de strijd rondom bepaalde theologiën volgt. Christus liet ook geen twijfel bestaan aan het feit dat na de ‘Drie Dagen Duisternis’ niet alleen de afgescheiden christenen, maar dat gehele naties – d.w.z. dat wat er nog van zal zijn overgebleven – tot één katholieke Kerk zullen terugkeren.

Moderne bisschoppen en theologen beweren tegenwoordig: ‘Er bestaat geen terugkeer-oecumene!’ Er is overigens in alle andere belangrijke boodschappen aangaande dit thema altijd en alleen sprake van één herder en één kudde, die na het strafgericht God zullen verheerlijken en Hem dienen. De onveranderde leer van de katholieke Kerk heeft ook nooit iets anders verklaard.

.

Marie Julie Jahenni

.

.

.

Ontroerend en indringend is de klacht van Christus tot de gestigmatiseerde zieneres Marie Julie Jahenni, die leefde van 12 februari 1850 tot 4 maart 1941 in het kleine plaatsje Blain, in het zuiden van Bretagne. Op 15 maart 1873 verscheen Maria aan het doodzieke meisje en zei:

‘Mijn lieve kind, wil je de vijf  wonden van mijn goddelijke Zoon aannemen?’ – ‘Wat zijn dat, die vijf wonden?’- ‘Dat zijn de littekens van de spijkers die Zijn handen en voeten doorboord hebben en ook van de door de lans toegebrachte wond.’ – ‘Ja, van harte, als mijn Jezus het wil en Hij mij dat waardig acht.’- ‘Wil jij je hele leven lang lijden voor de bekering van de zondaars?’ – ‘Ja, mijn allerliefste Moeder, als Uw goddelijke Zoon dat wenst.’ – ‘Mijn lieve kind, dat is jouw bestemming.’ De Moeder Gods keek daarop naar de hemel en zei: ‘Mijn dierbare Zoon, zij biedt zich aan als zoenoffer. Neem haar als zodanig aan.’

Zes dagen later, op 21 maart 1873, ontving het meisje van Christus de wondetekens en leed voor de eerste keer de “passio” (het lijden van Christus). Tegen deze achtergrond moet men de vermanende boodschap zien die Christus in 1938 aan Marie Julie gaf:

‘De mensen hebben niet geluisterd naar de woorden van Mijn allerheiligste Moeder in Fatima. O wee, als ze nu geen gevolg geven aan Mijn woorden! Bidt, bidt, doet boete! Eens moeten alle mensen aan Mij rekenschap afleggen over de genaden, die Ik hun gegeven en aangeboden heb. De mensen moeten in het bijzonder bidden en boete doen voor de bekering van de zondaars, opdat Ik zoveel mogelijk mensen nog redden kan.

De zieken zal ik alleen genezen, als ze tot de juiste gezindheid komen. De mensen hebben de taal van de oorlog niet begrepen. Er leven zeer veel mensen in zonde en dagelijks beledigt men Mij opnieuw, het meest door de zonden van onkuisheid. Bidt nog meer voor de bekering van de zondaars. Wee de mensen die onschuldigen verleiden! U mag degenen die niet willen geloven, dat niet kwalijk nemen, want zij weten niet wat ze doen.

Maar wee degenen die zich een oordeel veroorloven, voordat zij zich voldoende hebben laten inlichten! Door hun woorden bederven zij heel veel en houden ze zo de genaden tegen die Ik aan de mensen wil geven. Maar Ik zal ervoor zorgen dat Mijn zaak doordringt en dat Mijn waarschuwingen tot de mensen doordringen. Indien de mensen zich niet bekeren en Mij en het Onbevlekte Hart van Mijn heilige Moeder blijven beledigen, zal een nog grotere straf over de mensheid komen dan alles wat tot nu toe gebeurd is. Bidt, bidt!

De straffen kunnen door gebed verzacht worden. De priesters, de lievelingen van Mijn Hart, mogen niet in trots en ongeloof datgene vernietigen wat de Liefde en Barmhartigheid in de schoot van de Allerheiligste Drievuldigheid heeft besloten tot de redding van de mensen. Bij twijfelachtige verschijningen moeten ze het exorcisme uitspreken, veel bidden en veel laten bidden. Zo zal de invloed van het kwaad tenietgedaan worden, het ware zal blijven, mensenwerk komt vanzelf wel ten val.

Zij zullen in geduld en heilige liefde beproefd moeten worden om het kwaad niet de gelegenheid te geven zijn woede bot te vieren op mijn begenadigden. Eerder zullen zijzelf zijn werktuig worden dan dat Mijn uitverkoren zielen in hun reine nederigheid en kinderlijk vertrouwen in Mij in verwarring zouden kunnen raken. Hoofdzaak is en blijft dat Mijn gebod, de Liefde, niet geschonden wordt.

De veelvuldige verschijningen van Mijn lieve Moeder Maria zijn werken van Mijn Barmhartigheid! Ik zend haar in de kracht van de Heilige Geest als Moeder van Barmhartigheid: om de mensen in het laatste uur te waarschuwen, om te redden wat er nog te redden valt. Ik moet dit alles over de wereld laten komen, opdat nog vele duizenden zielen gered zouden worden die anders verloren zouden gaan.

Voor alle kruis en lijden en voor alle andere vreselijke dingen die nog staan te gebeuren, mag u niet vloeken, maar Mijn hemelse Vader bedanken! Het is het werk van Mijn Liefde. U zult het later inzien. Omwille van Mijn Gerechtigheid, omwille van Mijn Naam zal Ik moeten komen, omdat de mensen de tijd van Mijn genade niet erkend hebben. De maat van de zonde is vol! Maar van Mijn getrouwen die Ik ken zal geen haar gekrenkt worden.

Als  in een koude winternacht de donder over de aarde raast zodat de bergen er van zullen sidderen, sluit dan de ramen en deuren, sluit het uitzicht naar buiten af, want uw ogen zullen het verschrikkelijke van al deze gebeurtenissen niet met nieuwsgierige blikken mogen onteren! Heilig is Gods  toorn die de aarde zal reinigen voor u, de kleine trouw gebleven kudde. Verzamelt u in gebed voor Mijn kruisbeeld en roept de beschermers van uw zielen aan.

Stelt u onder de bescherming van Mijn allerzaligste Moeder en weest onbevreesd! Wat u ook te zien of te horen krijgt, het is misleiding van de hel, die u niet schaden kan. Strijdt met vertrouwen op Mijn Liefde en laat geen twijfel aan uw redding in u opkomen. Hoe vaster en meer overtuigd u op Mijn Liefde vertrouwt, des te ondoordringbaarder is de muur waarmee Ik u kan omgeven.

Offert uw beproevingen, de grote verleidingen, de zichtbare en onzichtbare plagen op tot redding van de zielen. Mijn Liefde zal het u belonen. Brandt gewijde kaarsen en bidt de rozenkrans. Bidt, bidt, bidt, komt tot inkeer en doet boete! Slaapt niet zoals Mijn apostelen op de Olijfberg geslapen hebben, want Ik ben zeer nabij! De toorn van de Vader over dit mensengeslacht is meer dan groot!

Als niet het Rozenkransgebed en de opoffering van Mijn kostbaar Bloed de Vader zo aangenaam zouden zijn, dan was er allang veel eerder geleden naamloze ellende over de aarde gekomen. Maar Mijn Moeder bidt tot de Vader, tot Mij en tot de H.Geest steeds weer opnieuw om genade. Daarom laat de driemaal heilige God zich steeds weer verzoenen! Dankt het toch aan Mijn Moeder dat het mensengeslacht nog leeft!

Eert haar daarom met kinderlijke eerbied, zoals Ik u een voorbeeld heb gegeven, want zij is de Moeder van Barmhartigheid. Laat nooit na om altijd en steeds weer de opoffering van het kostbare Bloed te herhalen. Mijn Moeder bidt steeds weer tot Mij en met haar en langs haar veel offer- en boetezielen. Ik kan haar geen wens weigeren. Dus, dankt het aan Mijn Moeder als die dagen gekort worden omwille van Mijn uitverkorenen. Wees getroost, u allen die Mijn kostbaar Bloed vereert: er zal u niets overkomen!

Besteedt daarom ook aandacht aan de inhoud van de boeken die deze wereldramp van Drie Dagen Duisternis behandelen. Alleen door gebed, offers en boetedoening kunnen de rampen die de mensheid bedreigen, nog afgewend worden.

Auteur:Franz Speckbacher, Pr.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Boodschap van Moeder Maria.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Boodschap van Moeder Maria.

 

 

voorkant Catherine Laboure

 

de voorzijde van de medaille van de verschijning aan Catherin Labouré te Parijs door John Astria

 

 

 

Mijn geliefde zusters, Mijn geliefde broeders,

 

voel Mijn aanraking. Voel wie Ik Ben. Ervaar, want zoals de Engel ooit tot Mij sprak, spreek Ik tot u allen. Maar terwijl Ik spreek, spreek Ik niet met woorden maar wel met energie en met aanraking want Ik raak uw ziel aan. Uw ziel is een fantastisch wezen dat behoort tot de vrouwelijke kracht en vrouwelijke energie. Ik raak uw ziel aan want wanneer uw ziel groeit en in licht toeneemt, zult u als mens bezield worden.

En weet, uw ziel doet altijd haar best om u te bezielen en om u aan te raken in uw mens-zijn. Want een gesprek met Engelen of met Meesters is niet enkel voor een enkeling voorbehouden. Het is voor iedereen bestemd. Want telkenmale Wij tot u spreken, zult u aangeraakt worden in uw ziel en zal uw ziel het mens-zijn kunnen bereiken. Overstijg dan ook de betekenis van woorden maar ontwaak in uw zielenenergie.

Want vanuit uw ziel is alles aanwezig. En op deze manier wordt een ziel die verder ontwaakt in het mensenleven en bewustzijn steeds groter in licht. Ze integreert met de persoonlijkheid en hoewel veel mensen de persoonlijkheid dikwijls als iets slechts benaderen of bestempelen, is dit niet het geval. Het is juist uw persoonlijkheid die u duidelijk maakt hoe bepaalde zaken in het mensenleven in elkaar zitten.

Maar zij die groeien in hun zielenkracht en zielenlicht, zullen integreren met de persoonlijkheid en zo zal de kracht en de sterkte van de persoonlijkheid ten dienste komen van de ziel en het Hoger-Zijn. Zo wordt men krachtig en lichtvol als mens.

 

 

 

Mijn geliefde zusters, Mijn geliefde broeders,

voel Mijn aanraking. Hoor Mijn stem in het gezang van de vogels. Voel Mij in de zachte streling van de wind. Zie Mij in de schoonheid van de bloeiende bloesem met veel belovende vruchten nadien. Voel Mij en ervaar Mij. Leer Mij beter kennen zoals Ik Ben. Want werkelijk u kent Mij vanuit een oude tijd maar ook in deze nieuwe tijd. U kent Mij vanuit Mijn Lichtessentie.

U kent Mij als uw zuster. Want wanneer Ik u aanraak in uw ziel, maak Ik het verlangen naar de herinnering wakker. De herinnering van de oude weg, van de oude gnosis, van de oude wijsheid. Weet dan ook dat u allen hierin aangeraakt wordt en dat u zult ontwaken in uw zielenbewustzijn, in uw Hoger-Zijn en in uw mens-zijn. Voel dan ook de kracht in deze tijd en energie maar vooral ook voel Mijn aanraking.

 

 

 

Mijn geliefde zusters, Mijn geliefde broeders,

voel Mijn hand op uw aller schouder. Weet dat Ik naast u sta in Mijn hoedanigheid van de Moederenergie maar ook als uw Zuster Maria.

 

 

 

achterkant-catherine-laboure

 

de achterzijde van medaille van de verschijning aan Catherin Labouré te Parijs door John Astria

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De inhoud van de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

De Alfa en de Omega

De Alfa en de Omega

Pasteltekening van john Astria

 

 

 

1 : Het Bijbelboek Genesis – het begin

 

Het eerste Bijbelboek is Genesis, en het vormt ook de basis van de hele Bijbel.

Het woord Genesis komt van het Grieks en betekent oorsprong, omdat het de oorsprong van alles beschrijft, niet alleen de schepping, maar ook bijvoorbeeld hoe zonde in de wereld kwam en hoe God een verbond (Grieks: Testament) aanging en een verbondsvolk uitkoos (Israël).

 

 

 

2 : Het Bijbelboek Exodus – Uitgang

 

Auteur — Mozes

Globale tijd — ca. 1.600 – 1.400 v.Chr.

Samenvatting — De naam Exodus is Grieks en betekent “een uitgaan”. Het beschrijft dan ook het uitgaan van het volk Israël uit Egypte en het begin van hun reis naar het beloofde land. Men neemt aan dat Mozes de auteur is, al zegt de Bijbel hier niets over.

Het boek Exodus vertelt van de grote groei van het aantal Israëlieten tijdens hun slavernij in Egypte. Het stelt Mozes voor en beschrijft de plagen die God over Egypte heeft gebracht om de bevrijding van zijn volk uit slavernij te bewerkstelligen. Dan beschrijft het de uittocht zelf.

Daarna volgt de verkondiging van het verbond van de Wet te Sinaï. Het boek eindigt met een beschrijving van de eredienst rondom de tabernakel en de wet van Mozes. Dit is het tweede boek van de Pentateuch, de eerste vijf boeken van de Joodse Schriften.

 

 

3 : Het Bijbelboek Leviticus

 

Auteur — Mozes

Globale tijd — ca. 1.450 v.Chr.

Samenvatting — Het derde boek van de Pentateuch is genoemd naar één van de twaalf zonen van Jakob, Levi, wiens nakomelingen door God werden aangewezen om op te treden als dienaren voor de eredienst. Het boek omvat de Joodse wetten betreffende de eredienst zowel voor de individuele Israëliet als voor het volk als geheel, inclusief de Grote Verzoendag en de offers. Het bevat wetten voor reinheid, zeden, ethiek en hygiëne die voor Israël van dagelijkse betekenis zouden zijn. Dieroffers werden ingesteld als verzoening voor zowel individuele als nationale zonden.

 

 

 

4 : Het Bijbelboek Numeri

 

Auteur — Mozes

Globale tijd — ca. 1.450 –  1.400 v.Chr.

Samenvatting — Numeri is het vierde boek van de Pentateuch. Het is een historisch boek. De naam is afgeleid van het Griekse woord “Arithmoi”, dat telling betekent, omdat er twee volkstellingen in worden vermeld. De Hebreeuwse naam is “In de woestijn”, omdat het vertelt over de Israëlieten in de woestijn, na de uittocht uit Egypte.

Vanwege een opstand, konden er van de volwassen mannen die uit Egypte waren bevrijd uiteindelijk maar twee het beloofde land Kanaän binnengaan. Het boek beslaat een tijdsperiode van 38 jaar, maar handelt voornamelijk over het begin en het eind daarvan.

 

 

 

5 : Bijbelboek Deuteronomium

 

Auteur — Mozes

Globale tijd — ca. 1.400 v.Chr.

Samenvatting — Dit boek is het laatste van de Pentateuch (de vijf boeken van Mozes). De Griekse naam betekent “tweede wet”. Dit is afgeleid van een uitdrukking in de Griekse vertaling van dit boek:

Als de koning eenmaal over zijn rijk heerst moet hij een afschrift van dit wetboek laten maken, naar de tekst die bij de Levitische priesters berust (Deuteronomium 17:18). In het Grieks staat als “afschrift van de wet” letterlijk ‘deuteronomion touto’.

Het bevat een herhaling van de wet in Leviticus, maar nu toegespitst op het wonen in het beloofde land. Deze herhaling werd gegeven in de velden van Moab, vlak voordat het volk Israël onder Jozua het beloofde land Kanaän binnentrok. Dit was de laatste toespraak van Mozes – kort voor zijn dood – tot het gehele volk.

Er waren toen, buiten Mozes zelf, nog maar twee mannen over van de generatie die uitgetrokken was uit Egypte. Daarom was deze herhaling van de wet uiterst belangrijk voor het welzijn van de nieuwe generatie in een nieuwe situatie.

 

 

 

6 : Het Bijbelboek Jozua

 

Auteur — Jozua

Globale tijd — ca. 1400 – 1350 v.Chr.

Samenvatting — Jozua werd door God gekozen als Mozes’ opvolger, om het volk in het beloofde land te brengen. Het boek schetst de verovering en bezetting van het beloofde land door Israël onder Jozua’s militaire leiding. God bepaalt duidelijk dat alle inwoners van het land volkomen verdreven of vernietigd moeten worden om verzekerd te zijn van geestelijke reinheid en volledige toewijding aan God.

 

 

 

7 : Het Bijbelboek Richteren (Rechters)

 

Auteur — Mogelijk Samuel

Globale tijd — ca. 1350 – 1100 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Rechters (Richteren), dat hier ‘leiders’ betekent, handelt over de tijd vanaf de dood van Jozua tot de oprichting van de monarchie onder Saul. In die tijd waren de zeden zeer slecht omdat de Israëlieten geneigd waren om de zedeloosheid van de inwoners van het land over te nemen. God heeft ‘richters’ aangesteld die de zaken en het volk van Israël moesten leiden en moesten rechtspreken. Het boek Rechters eindigt met ons voor te bereiden op het verlangen van het volk naar een aardse koning.

 

 

 

8 : Het Bijbelboek Ruth

 

Auteur — Onbekend

Globale tijd — ca. 1100 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Ruth dateert uit de tijd van de richters. Het laat zien dat God in een tijd van nationaal verval en zedeloosheid een ‘overblijfsel’ in stand hield dat als kern van een toekomstig herstel zou dienen. Dit zou tot stand worden gebracht door een nakomeling van Ruth – David – uit wiens lijn de Messias zou stammen. Er wordt geen aanduiding gegeven van de auteur. Men neemt aan dat het boek na het tijdperk van de richters is geschreven en dat het de gewoonten uit die tijd beschrijft.

 

 

 

9 en 10 : De Bijbelboeken van Samuël 1 en 2

 

Auteurs — Samuel, Natan en Gad

Globale tijd — ca. 1150 – 1000 v.Chr.

Samenvatting — In de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst werden de boeken van Samuel door de Hebreeuwse schriftgeleerden als één boek beschouwd. 1 Samuel is het eerste van twee historische boeken die de overgang van Israël beschrijven van een los verband van stammen tot een sterke en verenigde natie.

Het beschrijft de zalving van Saul, de eerste koning van Israël, door een groot profeet, Samuel. Het vertelt over de neergang van Saul, en het voor zijn taak gereed maken van zijn opvolger David, een man naar Gods hart. Het tweede boek begint met Sauls dood en Davids troonsbestijging.

Het overige stelt de regering van David te boek zowel wat betreft zijn buitenlandse veroveringen als de binnenlandse politieke intriges. Het eindigt met de zegening van Salomo door David.

1 SAMUEL (In sommige oudere vertalingen 1 KONINGEN)

2 SAMUEL ( in sommige oudere vertalingen 2 KONINGEN )

 

 

 

11 en 12 : De Bijbelboeken van de Koningen

 

Auteur — Onbekend

Tijd — ca. 970 – 587 v. Chr.

Samenvatting — In de oorspronkelijke Joodse teksten, werden deze boeken als één boek beschouwd. De twee boeken bevatten de geschiedenis van de Israëlitische monarchie vanaf de dood van David (omstreeks 970 v.Chr.) tot aan de Babylonische ballingschap (587 v.Chr.) Zij schetsen de opsplitsing van de Israëlitische natie in twee delen.

Het zuiden wordt het koninkrijk Juda, het noorden het koninkrijk Israël. 1 en 2 Koningen geven de geschiedenis van Israël vanuit een godsdienstig standpunt, niet vanuit een politiek standpunt. Het geeft daarom de godsdienstige gang van zaken weer en is het een uiteenzetting van de verschillende stadia in de aanvankelijke morele groei, gevolgd door de achteruitgang van het koninkrijk.

1 Koningen opent met de ongedeelde natie in zijn volle heerlijkheid en 2 Koningen eindigt met de ondergang van het laatst overgebleven Juda. Het doel van het boek Koningen is om de levens en karakters van de leiders van het volk weer te geven als waarschuwing en vermaning voor alle komende geslachten die het verbond zullen voortzetten.

1 Koningen (in sommige oude vertalingen 3 Koningen )

2 Koningen ( in sommige oude vertalingen 4 Koningen)
.
.
.
.

13 en 14 : De Bijbelboeken van de Kronieken

 

Auteur — Mogelijk Ezra

Tijd — 1050 – 536 v.Chr.

Samenvatting — Net als het boek Koningen, vormden 1 en 2 Kronieken volgens de Joodse traditie oorspronkelijk één boek. De Kronieken zijn echter niet zomaar een herhaling van de geschiedenis die al in de boeken Samuel en Koningen staat opgeschreven. Het boek Kronieken werd geschreven om het volk te herinneren aan hun volledige geschiedenis, en hun positie onder de andere volken.

De nadruk ligt hier op de geschiedenis van de priesterlijke eredienst vanaf de dood van Saul tot en met het eind van de Babylonische ballingschap. Kronieken bevat meer detail over de organisatie van de eredienst, van godsdienstige plechtigheden, van Levieten en zangers, en over de relatie tussen koningen en godsdienst, dan het boek Koningen. De geschiedenis van het noordelijke rijk is uit de Kronieken weggelaten omdat die niet van belang was voor de ontwikkeling van de ware godsdienst te Jeruzalem.

 

 

 

15 : De wetsgeleerde Ezra

 

Auteur — Ezra

Tijd — 538 – 516 v.Chr.

Samenvatting —Het boek Ezra beschrijft twee fasen in de terugkeer van de Joden uit de Babylonische ballingschap. Na de val van het Babylonische rijk door de Perzen kregen de Joden in 538 v.Chr. van de Pers Kores verlof om naar Juda terug te keren om daar de tempel te herbouwen. Hulp van de Samaritanen bij deze herbouw werd door hen afgewezen.

Dit leidde tot tegenwerking en vertraging. Ondanks deze vertragingen werd de Tempel 20 jaar later, onder Darius, toch voltooid en ingewijd. De tweede terugkeer, onder Ezra, vond plaats in 458 v.Chr. Bij zijn aankomst in Jeruzalem trof hij ontoelaatbare praktijken aan, waar hij onmiddellijk maatregelen tegen nam.

 

 

 

16 : Het boek van Nehemia

 

Auteurs —Nehemia

Tijd — ca. 450 – 430 v.Chr.

Samenvatting — Het boek begint met Nehemia’s aanstelling tot landvoogd over het land Juda en over Jeruzalem. Hij reist daarheen en organiseert de herbouw van de stadsmuur, ondanks tegenwerking van de buurvolken en interne onenigheid onder het Joodse volk. Na het herstel van de muur vestigden meer teruggekeerde ballingen zich in Jeruzalem.

Zijn toewijding aan God is voor Nehemia aanleiding om een aantal godsdienstige hervormingen door te voeren zoals het in het openbaar voorlezen uit de wet. Na een periode van afwezigheid moet hij echter constateren dat veel van zijn hervormingen alweer zijn verwaarloosd.

 

 

 

17 : Ester aan het Perzisch hof

 

Auteur — Mordechai?

Tijd — ca. 450 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Ester is een historisch boek dat speelt in de tijd na de ballingschap, ten tijde van de Perzische koning Xerxes (485-465 v.Chr.). Het beschrijft het plan van Haman, de eerste minister van de Perzische koning, om de Joden uit te roeien. Dit plan wordt verijdeld door Esther, de koningin van Perzië, die zelf een Jodin is. Het boek verduidelijkt de achtergrond en de betekenis van het Joodse Purimfeest.

 

 

 

18 : Het Bijbelboek Job

 

Auteur — Onbekend

Globale tijd — Mogelijk rond 1.500 v.Chr.

Samenvatting — Job is waarschijnlijk het eerste poëtische boek van het Oude Testament. Het beschrijft het zieleleed van een rechtvaardig man als zijn drie vrienden proberen de oorzaak te verklaren van het onheil dat Job is overkomen en dat hem heeft beroofd van zijn rijkdom, familie en gezondheid.

In de dialoog tussen Job en zijn vrienden geeft ieder zijn mening over de oorzaken van zulke moeilijkheden. De les van het boek Job is dat de ‘beloning’ voor rechtvaardigheid niet altijd in dit leven komt, maar soms pas daarna. Dat is het inzicht dat Job al redenerende verwerft, maar dat zijn drie vrienden weigeren in te zien.

 

 

 

19 : Het Bijbelboek Psalmen

 

Auteurs — David en anderen

Globale tijd — ca. 1000 – 700 v.Chr.

Samenvatting — De Psalmen zijn verdeeld in vijf boeken, elk boek volgens zijn eigen indeling. De Psalmen zijn een vorm van Hebreeuwse poëzie, waarvan vele bestemd voor muzikale begeleiding. De inhoud van de Psalmen bevat Messiaanse profetie, lof aan God en visioenen van het komende Koninkrijk en de heerlijkheid daarvan. David wordt genoemd als auteur van ongeveer de helft van de Psalmen. Enkele anderen zijn verantwoordelijk voor nog eens vijftien Psalmen; de overige zijn anoniem.

 

 

 

20 : Het Bijbelboek Spreuken

 

Auteur — Salomo en anderen

Tijd — 1000 – 700 v.Chr.

Samenvatting — In het boek Spreuken, wordt de wijsheid beschreven als het kenmerk van wie God op de eerste plaats stelt, als de rechtvaardige gids en de heer over de mensheid. Door het gehele boek heen wordt het standpunt ingenomen dat de mensheid bestaat uit twee verschillende klassen: de wijzen en de dwazen. Wijsheid en dwaasheid worden ook regelmatig voorgesteld als twee vrouwen, die dingen om de gunst van de mens.

Beide klassen kenmerken zich door hun handel en wandel. Ze leven met of zonder God, zijn goed of kwaad. Er is een onderlinge spanning tussen de twee klassen die in alle aspecten van het leven duidelijk is. We kunnen veel leren door ons eigen gedrag te toetsen aan de normen en waarden en waarschuwingen die we vinden in de Spreuken.

 

 

 

21 : Het Bijbelboek Prediker

 

Auteur — Salomo

Tijd 960 v.Chr.

Samenvatting — Prediker is het laatste boek van de literatuur der wijsheid. De naam Prediker stamt van een woord met de betekenis „samenbrengen.” Het boek is dus een verzameling van vele wijze gezegdes en spreuken van Salomo. Meestal bevat het boek commentaar op het leven. Nadat hij een leven van geneugten heeft geleid, concludeert Salomo dat het leven ‘niets’ is, een leegte.

En wie zou beter over het leven kunnen spreken dan iemand aan wie alles werd gegeven. Zonder God heeft het leven geen betekenis. Al zijn bezit zou niets betekenen. Daarom zegt hij tot slot dat de mens God moet vrezen en zijn geboden moet onderhouden.

 

 

 

22 : Het Bijbelboek Hooglied – Het hoogste lied

 

Auteur — Salomo

Tijd — ongeveer 960 v. Chr.

Samenvatting — Het boek bevat dialogen in Hebreeuwse poëzie. Het illustreert de liefde tussen man en vrouw. De juiste uitleg is altijd een punt van controverse geweest. De Joden hebben hierin een beeld gezien van de verhouding tussen God en Israël, terwijl de christelijke kerk het heeft opgevat als een beeld van Christus’ liefde voor zijn bruid, de gemeente.

Weer anderen zien een directe uitleg in een poging van Salomo om een jonge vrouw uit Galilea tot de zijne te maken, terwijl zij trouw blijft aan haar jeugdliefde, een jonge herder uit haar omgeving. Ook dit laat zich echter opvatten als een beeld van de trouw van de gemeente aan haar Verlosser.

 

 

De Ware- en de Valse Drievuldigheid

De Ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

23 : De profetie van Jesaja

 

Auteur — Jesaja

Tijd — 740 – 690 v. Chr.

Samenvatting — Jesaja profeteerde tijdens de regeringen van Uzzia, Jotam, Achaz en Hizkia. Zijn boodschap ging over het komende oordeel over het zuidelijke rijk Juda wegens haar openlijke zonden. Juda’s problemen zijn een direct gevolg van haar afgoderij en afval van God. Maar zijn boodschap blijkt een veel bredere toepassing te hebben dan alleen de situatie in het Juda van zijn eigen tijd.

In wezen gaat het hier over de relatie tussen God en de mens in het algemeen. Het is Jesaja die het begrip ‘evangelie’ introduceert, waar Johannes de Doper zijn prediking mee aanvangt. En alleen al daarom staat Jesaja’s profetie aan de basis van Jezus’ verlossingswerk.

 

 

 

24 : De profetie van Jeremia

 

Auteurs — Jeremia en Baruch

Tijd — 630 – 575 v.Chr.

Samenvatting — Jeremia waarschuwt het volk dat Jeruzalem verwoest zal worden, en het volk zelf als slaven in ballingschap zal worden gevoerd, door de dreigende militaire macht van de Babyloniërs. Hij sluit daarbij aan bij het in die tijd teruggevonden ‘wetboek’, waar Gods oordelen in staan aangekondigd.

Hij tracht het volk van Jeruzalem ervan te doordringen dat zij zich van hun goddeloze leven moeten bekeren, maar zij luisteren niet. Hij waarschuwt verder tegen de valse profeten die het volk op de verkeerde weg leiden met hun bedrieglijke leer en leugens. Hij spoort de Israëlieten aan om zich te onderwerpen aan het Babylonische gezag omdat Babel Gods strijdwapen is.

Ze luisteren echter niet naar zijn waarschuwingen, en het volk gaat uiteindelijk in ballingschap naar Babel. Hij voorzegt tweemaal dat de ballingen na in totaal 70 jaar van Babylonische overheersing terug zullen keren om Jeruzalem en de Tempel te herbouwen.

 

 

 

25 : De klaagliederen van Jeremia

 

Auteur Jeremia

Tijd — ca. 580 v.Chr.

Samenvatting — klagen betekent “het lijden verwoorden”. In dit boek uit Jeremia zijn verdriet over de val van Jeruzalem en het wegvoeren van zijn volk. Het boek beschrijft en verklaart de bezoekingen die over de stad Jeruzalem zijn gekomen, en de spot van de omringende naties als het gevolg van Gods oordeel over de zonden van het volk. Hij onderstreept de lessen die Jeruzalem hieruit zou moeten leren, in het bijzonder de loosheid van glorie, macht en trots, teneinde die in de toekomst te kunnen overwinnen.

 

 

 

26 : De profetie van Ezechiël

 

Auteur — Ezechiël

Tijd 593 – 560 v.Chr.

Samenvatting — Dit boek beschrijft de werkzaamheden van de profeet Ezechiël tijdens de Babylonische ballingschap. Hij was een tijdgenoot van Jeremia, maar predikte onder de ballingen in Babylonië, die al daarheen waren gebracht onder de eerste wegvoering. Hij bestrijdt de misvatting dat deze ballingen de afvalligen zijn en dat zij die in het land zijn achtergebleven blijkbaar beter zijn.

Hij veroordeelt in soms felle beelden en bewoordingen de geloofsafval van de achtergeblevenen, maar spaart ook de ballingen niet. Toch zal God juist uit die ballingen een getrouwe ‘rest’ terugbrengen. Uiteindelijk zal dat uitlopen op de vestiging van Gods koninkrijk en een nieuwe tempel.

 

 

 

27 : De profetie van Daniël

 

Auteur — Daniël

Tijd — 605 – 535 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Daniël voorzegt de toekomst van twee tegenovergestelde machten: de koninkrijken der mensen en het Koninkrijk Gods. De nadruk ligt op het principe “De Allerhoogste heeft macht over het koningschap der mensen”. De profetieën van Daniël hebben in het algemeen minder met Israël te maken dan met de volken die Israël overheersen.

Het boek Daniël bevat profetieën die de periode overspannen vanaf zijn tijd tot het komende Koninkrijk Gods. Deze profetieën moeten worden gezien als waarschuwing (maar zeker ook als steun) aan de getrouwe gelovigen om te blijven volharden, want uiteindelijk loopt alles volgens Gods plan. Maar tegelijk is het boek een aanmoediging dat echt geloof in God nooit beschaamd wordt.

 

 

 

28 : De profetie van Hosea

 

Auteur — Hosea

Tijd — ca. 750 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Hosea beschrijft Gods geduld met het noordelijke rijk Israël dat opstandig en ontrouw is. Maar het maakt de Israëlieten wel duidelijk dat er uiteindelijk een oordeel zal zijn voor ieder die bewust opstandig blijft. Hosea’s eigen huwelijk met de ontrouwe Gomer wordt gebruikt als een symbolische voorstelling van Israëls ontrouw jegens God.

 

 

 

29 : De profetie van Joël

 

Auteur — Joël

Tijd — 618 – 608 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Joël begint met een beschrijving van een reeks natuurrampen (een sprinkhanenplaag, droogte en natuurbranden), die misoogsten en hongersnood veroorzaken, als beeld van een militaire aanval. Joël roept Juda op tot een dag van berouw wegens Gods komende oordeel.

Het laatste deel van het boek gaat over de gebeurtenissen in verband met “de dag des Heren”. De uitgebeelde boodschap luidt: als Juda zich bekeert, dan zal God hen rijkelijk zegenen en vergeven.

 

 

 

30 : De profetie van Amos

 

Auteur — Amos

Tijd — ca. 750 v.Chr.

Samenvatting —Amos profeteert tijdens een periode van voorspoed in Israël. Jerobeam II was koning over het noordelijke rijk dat zich in die periode in politieke en materiële zin kon meten met het rijk en het tijdperk van Salomo en David. Amos, zelf afkomstig uit Juda en van beroep veehouder, werd door God geroepen om een oordeel uit te spreken over dat noordelijke rijk.

Hij moest haar luxe leven, afgoderij en morele verdorvenheid aan de kaak stellen. Amos spoort het volk aan om zich te bekeren voordat Gods oordelen hen zou treffen. „Zoek God en leef” was de dringende raad van Amos aan de natie. Hij voorzegt ook de verstrooiing van de Israëlieten, maar wijst vooruit naar een dag wanneer God hen weer bijeen zal brengen in het land van hun voorvaderen.

 

 

 

31 : De profetie van Obadja

 

Auteur — Obadja

Tijd — kort na 587 v.Chr.

Samenvatting — Obadja’s naam betekent “Knecht van Jahwe”. Hij spreekt een oordeel uit over het volk Edom wegens hun vijandschap jegens Israël ten tijde van de Babylonische aanval op Israël. Zij hadden zich verheugd over het voordeel dat die aanval hen zou brengen. Op ‘de dag des Heren’ (de tijd van Gods oordeel) zal er echter juist alleen ontkoming zijn op Sion. Edom was het volk dat afstamde van Ezau, de tweelingbroer van Jakob (Israël).

 

 

 

32 : De profetie van Jona

 

Auteur — Onbekend

Globale tijd — Het verhaal speelt waarschijnlijk kort na 800 v.Chr., maar kan later te boek zijn gesteld

Samenvatting — Het boek gaat over de opdracht aan Jona om de stad Nineve, (de hoofdstad van Assyrië) te waarschuwen dat zij zich moet bekeren en Gods geboden gehoorzamen om de verwoesting, die God anders zal brengen, te voorkomen. Israël werd door Assyrië zwaar onderdrukt en Jona heeft geen zin om met zijn prediking Assyrië te redden van de ondergang.

Hij vlucht daarom de andere kant uit. Maar in een storm wordt hij door de scheepsbemanning overboord gegooid en verzwolgen door een grote vis. Na drie dagen wordt hij door de vis weer uitgespuugd. Vervolgens predikt hij toch de boodschap aan het volk van Nineve, dat zijn boodschap gelooft en zich bekeert van zijn zonden.

 

 

 

33 : De profetie van Micha

 

Auteur — Micha

Tijd 735 – 700 v.Chr.

Samenvatting — Micha was een voorloper en tijdgenoot van Jesaja. Zijn boodschap betekende hetzelfde voor het zuidelijke koninkrijk Juda als die van Amos voor het noordelijke koninkrijk Israël. Beiden bekritiseerden fel de rijken en machtigen die de armen onderdrukten.

Micha’s boodschap gaat over de vernieuwing van het ‘overblijfsel’ van het volk dat rest na het komende oordeel, de oprichting van het Koninkrijk Gods door het geslacht van David, en de bekering van de overige volken in dat Koninkrijk. Het besluit met een zegevierende uiting van geloof, die we moeten zien tegen de achtergrond van het materialisme en de corruptie van de regering van Achaz.

 

 

 

34 : De profetie van Nahum

 

Auteur — Nahum

Tijd — 620 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Nahum is geschreven ongeveer 140 jaar na de gebeurtenissen die in het boek Jona stonden beschreven. Gedurende die periode was Ninevé weer teruggekomen op zijn berouw en bekering. Assyrië had intussen het noordelijke koninkrijk Israël in ballingschap gevoerd.

Jona had een boodschap van barmhartigheid en bekering gepredikt, maar Nahum predikte een boodschap van ondergang tegen Ninevé, de hoofdstad van Assyrië. Hoewel God het had gebruikt als zijn werktuig tegen Israël en Jeruzalem, zou het nu vernietigd worden wegens zijn hoogmoed.

 

 

 

35 : De profetie van Habakuk

 

Auteur — Habakuk

Tijd — 620 – 605 v.Chr.

Samenvatting — Het boek begint met een klacht van Habakuk over het onrecht in Juda en zijn verbijstering dat God het boze en immorele volk van Babel niet oordeelt. God vertelt hem dan dat zijn volk moet blijven vertrouwen op zijn barmhartigheid zonder te letten op de omstandigheden om hen heen.

Het lijkt wel alsof de bozen voorspoed hebben terwijl de rechtvaardigen gekastijd worden. Maar deze voorspoed is slechts tijdelijk. God verlaat niet wie zijn geboden gehoorzamen en volgen: “De rechtvaardige zal door zijn geloof leven.” (vgl. Psalm 73)

 

 

 

36 : De profetie van Sefanja

 

Auteur — Sefanja

Tijd — 635 – 615 v. Chr.

Samenvatting — Sefanja profeteerde tijdens de regering van koning Josia van Judea, na de wegvoering van de bevolking van het noordelijke rijk Israël. Josia voerde een grote godsdienstige hervorming door. Dat gebeurde na de slechte regeringen van de koningen Manasse en Amon, die het volk tot allerlei vormen van afgoderij hadden gebracht.

Maar het volk volgde Josia niet in deze terugkeer tot God. Sefanja kondigt daarom een komend oordeel over Jeruzalem aan wegens hun zonden. Hij duidt dat aan als een ‘offermaaltijd’ van God, maar ook als ‘de dag des Heren’. Toch doet hij nog een dringend beroep op het volk om in berouw tot God terug te keren.  En hij besluit met een korte vooruitblik op het komende vrederijk van de Messias.

 

 

 

37 : De profetie van Haggai

 

Auteur — Haggai

Tijd — 520 – 505 v.Chr.

Samenvatting — Haggai spoort de uit ballingschap teruggekeerde Joden aan om God oprecht te dienen. Hij vermaant hen: “Welke weg zijn jullie ingeslagen? Denk toch na!”, en roept hen op de Tempel te voltooien waarvan de fundamenten al achttien jaar eerder waren gelegd. Hij wijst op het feit dat hun huidige problemen alles te maken hebben met hun houding die meer is geïnteresseerd in hun eigen huizen dan in Gods ‘huis’.

Het volk antwoordt positief en in 516 voor Christus komt de Tempel gereed. Ook zegt Haggai dat de heidense rijken door God vernietigd zullen worden, en als de Messias komt zal Juda verheven worden. Het is een korte profetie en de boodschap wordt verder uitgewerkt door Zacharia, een (vermoedelijk jongere) tijdgenoot.

 

 

 

38 : De profetie van Zacharia

 

Auteur — Zacharia

Tijd — 520 – 490 v.Chr.

Samenvatting — Zacharia was een jongere tijdgenoot van Haggai. Hij neemt Haggai’s oproep om de tempel te herbouwen, over. En ook hij benadrukt de noodzaak tot bekering. Een deel van zijn boodschap bestaat uit een serie visioenen over de toekomst. Het bevat aanwijzingen over de komst van de Messias. Het boek eindigt met beschrijvingen van het oordeel over de vijanden van Jeruzalem, en van de toekomstige heerlijkheid van het Koninkrijk Gods.

 

 

 

39 : De profetie van Maleachi

 

Auteur — Maleachi

Tijd ca. 430  v.Chr.

Samenvatting — De profetie van Maleachi stamt waarschijnlijk uit de tijd dat Nehemia terug was naar het hof van de Perzische koning. Het volk is weer laks geworden en heeft een steeds oppervlakkiger houding aangenomen tegenover God en de eredienst. Een eeuw na de herbouw van de tempel zijn hun verwachtingen van de komst van de Messias nog steeds niet vervuld. Maleachi schrijft dat hun offers onaanvaardbaar zijn voor God; mannen plegen echtbreuk, en de priesters verwaarlozen Gods verbond.

 

 

 

40 : Het evangelie van Matteüs

 

Auteur — Matteüs, ook genaamd Levi, een tollenaar

Tijd — 4 v.Chr. – 30 na Chr.

Samenvatting — Matteüs wil aantonen dat Jezus de beloofde Koning (Messias) uit het huis van David is, die zijn volk zou bevrijden. Er ligt veel nadruk op de vervulling van de messiaanse profetieën. Maar die bevrijding zou niet komen door militair geweld; de Messias kwam hen niet bevrijden van de Romeinen, maar van zonde en dood.

Hij zou de lijdende Knecht van Jesaja zijn. Matteüs begint met: “Geslachtsregister van Jezus Christus (= Jezus de ‘Messias’), de zoon van David, de zoon van Abraham” (Matt. 1:1). Daarmee introduceert hij Hem als de beloofde zoon van David en de beloofde nakomeling van Abraham. Het geslachtsregister identificeert Hem ook als de wettige troonopvolger. Matteüs is daarom ook de evangelist die de poging beschrijft van de zittende koning om deze ’concurrent’ uit de weg te ruimen.

Dit zet het toneel voor de voortdurende strijd tussen Gods koning en de politiek van de wereld. Daarnaast bevat dit evangelie veel van Jezus’ leer. Er ligt nadruk op het contrast met de Wet, en met de overlevering van de Joodse schriftgeleerden. Dit evangelie is waarschijnlijk in de eerste plaats geschreven voor Joodse lezers.

 

 

 

41 : Het evangelie van Marcus

 

Auteur Johannes Marcus, de neef van Barnabas

Tijd — 4 v. Chr. – 30 na Chr.

Samenvatting — Men denkt dat Marcus als eerste van de vier Evangeliën is geschreven. Het concentreert zich vooral op de laatste week van Jezus’ leven. Zes van de zestien hoofdstukken gaan over deze periode; de voorafgaande tien zijn vooral een inleiding daarop. Dat legt de nadruk heel sterk op zijn sterven en opstanding, en de gebeurtenissen daar omheen.

Marcus’ verhaal begint met een combinatie van een tweetal OT profetieën als inleiding op het werk van Johannes de Doper. Hij presenteert zijn verslag als de beschrijving van de vervulling van alles wat in dat OT stond aangekondigd. Dit evangelie volgt eenzelfde pad als dat van Matteüs. Het bevat echter weinig leer, maar wel een aantal genezingen.

Marcus tekent Jezus daarmee vooral als de genezer, in geestelijke zin, van zijn volk. Bij oppervlakkig lezen lijkt dit het meest simpele verhaal, maar het staat vol met verwijzingen naar het Oude Testament en van daarop gebaseerde symboliek.

 

 

Eer aan God in de Hoge

Eer aan God in de Hoge

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

42 : Het evangelie van Lucas

 

 

Auteur — Lucas, de geneesheer

Tijd— 4 v. Chr. – 30 na Chr.

Samenvatting — Lucas is de enige niet-Jood onder de vier evangelisten, en schrijft in de eerste plaats voor niet-Joden. Hij gebruikt veel minder typisch Joodse termen of legt die, waar nodig, uit. Ook Lucas introduceert Jezus als de nakomeling van David, nu via zijn moeder.

Tegelijkertijd noemt hij Hem de ‘zoon van God’, als een tweede Adam, maar nu een Adam die niet faalt. In dit Evangelie ligt de nadruk op de eisen van discipelschap. Het tweede deel van zijn prediking – tot aan de intocht – wordt beschreven als één lange reis naar Jeruzalem, waar Hij zijn verlossingswerk tot stand moet brengen, door Zich te laten terechtstellen aan een kruis.

 

 

 

43 : Het evangelie van Johannes

 

 

Auteur — Johannes, de geliefde discipel, neef van Jezus

Tijd — 4 v. Chr. – 30 na Chr.

Samenvatting — Dit evangelie is veel later geschreven dan de andere. Het veronderstelt de feitelijke gebeurtenissen inmiddels bekend, en gaat in op de diepere betekenis daarvan “opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam” (20:31). Hij geeft Jezus’ wonderen als ‘tekenen’ dat Hij de beloofde Messias is. In zijn toespraken gaat Jezus hier veel dieper.

Veel van Jezus’ toenmalig gehoor heeft die niet begrepen, omdat ze zijn woorden te letterlijk namen. Johannes begint met Jezus te beschrijven als de vervulling van al Gods beloften, en hij beschrijft dat als de schepping zelf. Dat is kenmerkend voor Johannes. Hij ziet voorbij aan de fysieke werkelijkheid, en zoekt naar de betekenis daarachter.

Niet de fysieke schepping van hemel en aarde is kenmerkend voor Gods activiteit, maar zijn plan daarmee: dat plan was als het ware God. ‘Het begin’ wordt niet gekenmerkt door het tot stand komen van hemel en aarde, maar door Gods openbaring van dat plan: “In den beginne was het Woord [nl. van Gods openbaring] en het Woord was bij God en het Woord was God” (1:1,).

Alles wat Hij daarbij had aangekondigd, is nu werkelijkheid geworden in zijn Zoon, de Verlosser: dat woord “is vlees geworden” [dwz. de Verlosser die eerst slechts als belofte bestond, is nu verschenen als reëel mens] “en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de enig geborene des Vaders, vol van genade en waarheid” (1: 14,).

 

 

 

44 : De handelingen van de apostelen

 

Auteur — De evangelist Lucas

Tijd — 30 – 62 na Chr.

Samenvatting — Het boek Handelingen beschrijft de uitvoering van Jezus’ opdracht aan de apostelen: “Ga op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen” (Matteüs 28:19). Maar Lucas maakt in zijn openingszin duidelijk dat we dit moeten zien als de voortzetting van het werk dat Jezus tijdens zijn dagen op aarde was begonnen, en dat Hij nu, door zijn apostelen, voortzet. We lezen over de vestiging van gemeenten overal in het Romeinse Rijk.

Die gemeenten steunen aanvankelijk nog steeds op Jeruzalem als hun ‘centrum’. Maar met de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 zal dat centrum wegvallen. Er is dus haast, want binnen 40 jaar zal die groep van afzonderlijke gemeenten gezamenlijk de christelijke kerk vormen en op eigen benen moeten kunnen staan.

In de begintijd is de christelijke gemeente nog een groep binnen het totale Joodse spectrum en blijft de prediking voornamelijk beperkt tot Joden. Maar al na enkele jaren begint er een scheiding te ontstaan tussen de gemeente en het Jodendom. En in de periode 40-45 na Chr. beginnen sommigen ook aan niet-Joden te prediken en ontstaat in het gebied van het huidige Syrië de term christenen.

Het verslag van de prediking van daaruit in de rest van het Rijk wordt ons verteld vanuit het werk van de apostel Paulus. Het boek eindigt in 62, kort voor het begin van de Joodse opstand die uiteindelijk zal leiden tot de val en verwoesting van Jeruzalem.

 

 

 

45 : De brief van Paulus aan de Romeinen

 

Auteur — Paulus

Tijd — 57/58 na Chr.

Samenvatting — Deze brief is geschreven kort voor Paulus’ vertrek naar Jeruzalem (Handelingen 20:3), waarschijnlijk vanuit Korinthe. Hij werd in zijn predikingswerk gehinderd door Joodse predikers die verkondigden dat de nieuwe bekeerlingen zich aan de Joodse wet moesten houden. Om die reden wil hij de gemeente te Rome bezoeken om ze daartegen te waarschuwen.

Maar omdat hij eerst de opbrengst van een collecte voor de armen van Jeruzalem moet afleveren, schrijft hij alvast een brief (Romeinen 15:22-26). Daarin zet hij de verschillen uiteen tussen het op de wet gebaseerde Oude Verbond en het Nieuwe Verbond in Christus. Het gaat om ‘leven naar de geest’ tegenover het ‘leven naar het vlees’ uit hun tijd van onwetendheid. In hoofdstuk 6 introduceert hij de term ‘medegekruisigd’ (zie bladzij 103).

Daarnaast gaat hij ook uitgebreid in op de vraag hoe zij met elkaar moeten omgaan en hoe de ‘sterken in geloof’ de ‘zwakken’ moeten ontzien. Niet wie er gelijk heeft is van belang, maar of zij de zwakken opbouwen. Tenslotte vermaant hij ze om zich niet te verzetten tegen de overheid; hun geloof is geen vrijbrief voor onwettig gedrag.

 

 

 

46 en 47 : De brieven van Paulus aan de Korintiërs

 

Deze twee brieven zijn waarschijnlijk de tweede en vierde brief die Paulus aan deze gemeente schreef. De overige twee zijn niet bewaard gebleven, blijkbaar omdat die voor ons niet nuttig zijn. De twee worden hieronder apart behandeld:

1 Korintiërs

Auteur — Paulus

Tijd — 55 – 57 na Chr.

Samenvatting — Paulus’ antwoord op een reeks vragen over de praktijk van het leven in Christus, die de gemeente van Korinte hem per brief heeft voorgelegd. Tevens reageert hij op wat hij van de brengers van die brief heeft gehoord. Net als de filosofenscholen vormen zij rivaliserende groepen; hij vermaant hen het evangelie niet te vermengen met elementen uit Griekse filosofie.

Ook moeten zij het evangelie niet zien als een vrijbrief voor een bandeloos leven. Korinte was een havenstad met veel zedeloosheid; daar moeten ze nu afstand van nemen. Evenmin moeten ze de geestesgaven zien als speeltjes: het spreken in tongen mag nog zo interessant zijn, het gaat erom je medegelovigen op te bouwen.

Tenslotte spreekt hij hen in felle bewoordingen aan op hun verwerping van de opstanding. In het slotwoord vraagt hij hun medewerking aan een collecte voor Jeruzalem.

 

 

2 Korintiërs

Auteur — Paulus

Tijd — 55 – 57 na Chr.

Samenvatting — Uit deze brief valt op te maken dat er problemen waren ontstaan in de gemeente. Er zijn Joodse predikers langsgekomen, die leren dat ook zij zich aan de wet moeten houden. Ze hebben kennelijk beweerd dat Paulus geen echte apostel is, en het alleen maar doet om het geld, en dat hij valse leer predikt.

Een kort bezoek van Paulus aan Korinte heeft geleid tot een ernstige confrontatie tussen hem en een aanhanger van die Joodse predikers. Terug in Efeze heeft hij hen door Titus een brief laten brengen, die hen tot inkeer heeft gebracht. Ze hebben de schuldige ter verantwoording geroepen. Van Titus heeft Paulus nu vernomen dat alles weer in orde is. Deze kwestie zal de reden zijn geweest voor zijn brief aan de Romeinen.

Toch heeft hij nog een probleem. Ze hebben de collecte voor Jeruzalem verwaarloosd. Andere gemeenten hebben wel hun best gedaan en hij wil het geld nu naar Jeruzalem brengen. Hij moet ze aansporen die zaak weer ter hand te nemen, zonder de schijn te wekken dat het hem inderdaad alleen maar om het geld is te doen.

 

 

 

48 : De brief van Paulus aan de Galaten

 

Auteur — Paulus

Tijd — 48 na Chr.

Samenvatting — Dit is feitelijk Paulus’ eerste brief die we in de Bijbel bezitten. Hij komt voort uit de gebeurtenissen van Handelingen 15:1-2. Bepaalde Joodse christenen predikten dat ook gelovigen uit de heidenen zich moesten laten besnijden en zich aan de bepalingen van de wet houden, om behouden te kunnen worden.

Met deze prediking hebben zij ook de gemeenten in Galatië, die Paulus en Barnabas op de eerste zendingsreis hadden gesticht, in verwarring gebracht en beïnvloed. De gemeente te Antiochië besluit Paulus en Barnabas naar de apostelen en oudsten te Jeruzalem te zenden voor een beslissing in deze zaak. Maar nog voordat hij daarheen vertrekt, zendt Paulus de gemeenten in Galatië alvast deze brief, waarin hij zijn zienswijze in deze zaak uiteenzet.

Zijn toon is emotioneel, omdat hij een dringend beroep op de gemeenten doet niet terug te vallen in het oude wettische denken. Hij noemt deze prediking ‘een ander evangelie’. Paulus redeneert dat zowel Jood als Griek beiden in Christus hun volledige behoudenis hebben. Paulus laat zien dat alle wettische afwijkingen van het evangelie afvalligheden zijn en zo gezien moeten worden.

 

 

 

49 : De brief van Paulus aan de Efeziërs

 

Auteur — Paulus

Tijd — 60 – 62 na Chr.

Samenvatting — Deze brief is waarschijnlijk een algemeen rondschrijven geweest aan alle gemeenten waar Paulus een relatie mee had. Dit blijkt o.a. uit het feit dat hij uitsluitend principiële zaken behandelt en niet in gaat op plaatselijke problemen. De brief kent twee delen. Het eerste deel schetst de zegeningen en de geestelijke rijkdom die zij in Christus hebben.

Onderdeel daarvan is dat zij niet langer afgescheiden zijn van het verbondsvolk, maar daar nu zelf deel van uitmaken. Het tweede deel schetst de aspecten van het navolgen van Christus. Zij moeten in hun levenswandel dat wat zij ontvangen hebben ook weer uitstralen en zo Christus tonen aan hun omgeving.

Zij zijn niet langer als de heidenen om hen heen, die God niet kennen, maar als kinderen des lichts, die liefde tonen en wier handel en wandel oprecht is tot aan de wederkomst van de Here Jezus.

 

 

 

50 : De brief van Paulus aan de Filippenzen

 

Auteur — Paulus

Tijd — 60- 62 na Chr.

Samenvatting —Deze brief zal zijn geschreven gedurende de gevangenschap van Paulus te Rome (Handelingen 28:30). Hij kan nu niet zelf rondtrekken, maar hij houdt contact met de door hem gestichte gemeenten door zijn medewerkers zoals Timoteüs en Titus. Hij verwacht echter zelf spoedig in vrijheid gesteld te worden, en dan wil hij hen ook zelf bezoeken (vers 24).

In bedekte termen waarschuwt hij opnieuw voor valse predikers die de besnijdenis prediken. Hij noemt dat ‘versnijdenis’ (verminking) en duidt de predikers aan als honden (verg. Matteüs 7:6 en Openbaring 22:15) en slechte arbeiders (verg. Lucas 13:27, werkers der ongerechtigheid).

 

 

 

51 : De brief van Paulus aan de Kolossenzen

 

Auteur — Paulus

Tijd — 60 – 62 na Chr.

Samenvatting — Deze brief stamt uit dezelfde tijd als die aan Filippi. Paulus heeft via zijn ‘netwerk’ informatie ontvangen over de gemeente te Kolosse, waar hij zich zorgen over maakt. Zij dreigen te vallen voor de aandrang van Joodse predikers, die hen leren dat zij zich aan de bepalingen van de wet moeten houden. Hij duidt die aan als drogredenen (Kolossenzen 2:4) en ‘grondbeginselen van de wereld’ (2:9 en 20).

Dat stadium zouden ze nu moeten zijn gepasseerd. Maar hij spreekt ook over wijsbegeerte (2:8), alsof er ook elementen van Grieks denken beginnen in te sluipen. In plaats daarvan spoort hij hen aan te zoeken naar dat wat van boven is, juist niet dat wat aards is (3:1-2, 5-7).

 

 

 

52 en 53 : De brieven van Paulus aan de Tessalonicenzen

 

Auteur — Paulus

Tijd — ca. 50 na Chr.

Samenvatting — Deze beide brieven zijn geschreven aan de jonge gemeente te Tessalonica, vanuit Korinte, waar Paulus 1 ½ jaar heeft gewerkt. Paulus had Tessalonica overhaast moeten verlaten nadat de Joodse gemeente daar hem had aangeklaagd bij de Romeinse autoriteiten. Hij had zijn prediking daarom niet af kunnen maken.

Na Tessalonica had hij nog enige tijd gepredikt in Berea, totdat de Joden uit Tessalonica hem ook dat onmogelijk maakten. Zie Handelingen 17:1-14. Vandaar was hij vertrokken naar Athene, totdat hij daar problemen kreeg met de Griekse autoriteiten en ook die stad moest verlaten.

Vandaar vertrok hij naar Korinte. Paulus is blij met het nieuws dat hij ontvangt, maar ziet in dat hij bepaalde dingen verder moet uitleggen, vooral met betrekking tot de wederkomst van Christus. Dat doet hij in de eerste van deze beide brieven.

 

 

De mens in geloof

De mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 54 en 55 : De brieven van Paulus aan Timoteüs

 

Auteur — Paulus

Tijd — ca. 63 – 64 na Chr.

Samenvatting — Timoteüs en Titus waren jonge medewerkers van Paulus tijdens zijn zendingswerk. Deze twee brieven – bekend staand als de pastorale brieven – zijn geschreven in de korte periode tussen Paulus’ eerste gevangenschap te Rome (Handelingen 28:16) en zijn dood. Paulus beseft dat de Joodse opstand, die zal leiden tot de vernietiging van Jeruzalem en de tempel, niet ver meer weg is, en dat hij dus weinig tijd meer heeft.

Uit de brief aan Titus blijkt dat hij na zijn vrijlating in 62 na Chr. met grote ijver bezig is te prediken in de streken ten oosten van Italië waar hij nog niet geweest was. Hij moet nu meer overlaten aan zijn jonge medewerkers die zijn taken binnenkort zullen moeten overnemen. Ten tijde van zijn tweede brief aan Timoteüs zit hij alweer opnieuw gevangen te Rome en hij verwacht binnenkort ter dood gebracht te zullen worden. Dit is de laatste brief die we van Paulus bezitten.

 

 

 

56 : De brief van Paulus aan Titus

 

Auteur — Paulus

Tijd — ca. 63 – 64 na Chr.

Samenvatting- Deze brief bevat veel dat we ook in de eerste brief aan Timoteüs vinden. Zo vinden we dezelfde opsomming van vereisten aan ambtsdragers. Ook Titus zou op korte termijn de taken van Paulus moeten overnemen. Titus zit nu op Kreta, waar hij de gemeente op orde moet brengen. Maar Paulus is van plan hem af te lossen door iemand anders (3:12), en vraagt Titus hem dan te komen helpen met de prediking in Nikopolis (een plaats aan de westkust van Griekenland).

 

 

 

57 : De brief van Paulus aan Filemon

 

Auteur — Paulus

Tijd — 62 na Chr.

Samenvatting —Een brief van Paulus aan een individuele gelovige, Filemon, te Kolosse. Deze Filemon was kennelijk een welgesteld man met huispersoneel en een huis dat groot genoeg was voor de wekelijkse bijeenkomst. Paulus prijst zijn gastvrijheid jegens zijn geloofsgenoten. Maar Onesimus, een slaaf van hem, is weggelopen en naar Rome gevlucht waar hij Paulus heeft ontmoet (die hij gekend zal hebben).

Hij is nu een broeder in het geloof en een ijverig assistent van Paulus. Maar Paulus zendt hem terug naar zijn meester. Paulus dringt er bij Filemon op aan hem niet te straffen (op weglopen stonden zware straffen) maar hem te ontvangen als een broeder. En mocht er financiële schade zijn dan verklaart Paulus zich bereid die te vergoeden. Paulus laat doorschemeren dat hij als apostel feitelijk het gezag heeft Filemon te bevelen, maar laat hem de keuze.

 

 

 

58 : De brief aan de Hebreeën

 

Auteur Een onbekende bekeerde schriftgeleerde

Tijd — rond 65 na Chr. (kort voor de Joodse opstand

Samenvatting — Deze brief heeft geen opschrift met schrijver of geadresseerden. Maar hij bevat aan het slot wel de aankondiging van een voorgenomen bezoek, dus hij moet wel degelijk zijn geschreven aan een specifieke gemeente; het is geen algemeen rondschrijven. Op grond van de inhoud en het slot is aan te nemen dat hij is geschreven aan Joodse christenen in Rome.

Uit de inhoud kan worden opgemaakt dat deze Joodse christenen dreigen af te vallen van de christelijk beginselen en terug te keren naar hun vroegere Jodendom, waarschijnlijk uit angst voor vervolging door keizer Nero. Het antwoord van de schrijver is een uitgebreide uitleg van de achterliggende boodschap van de Mozaïsche wet.

De wet ‘toont slechts een voorafschaduwing van al het goede dat nog komen moet en laat niet de gestalte zelf daarvan zien’ (10:1). De werkelijkheid waarnaar de wet verwijst duidt hij regelmatig aan met woorden als beter, groter of verhevener.

 

 

 

59 : De brief van Jakobus

 

Auteur — Jakobus

Tijd — 43 – 50 na Chr.

Samenvatting — De brief van Jakobus gaat vooral over de praktijk van het leven in Christus. Hij is gericht aan ‘de twaalf stammen in de verstrooiing’, dus aan de Joden buiten Juda en Galilea. Maar zijn voorbeeld van de boer die wacht op de ‘regens van het najaar en voorjaar’ (: de vroege en late regen) is duidelijk ontleend aan de situatie langs de oostkust van de Middellandse Zee.

Sommigen denken daarom dat de geadresseerden vooral de Joden in Syrië zullen zijn geweest. Maar waar Paulus veel moest strijden tegen de neiging terug te keren naar de letterlijke bepalingen van de wet, benadrukt Jakobus het belang van de principes achter die bepalingen. Geloof alleen is niet voldoende, geloof moet blijken uit je daden.

Velen zien daarom een tegenstelling tussen Paulus en Jakobus. Maar beiden hebben het wel degelijk over hetzelfde, alleen bestrijdt de een afwijking naar de ene kant en de ander een afwijking naar de andere kant. Verder geeft Jakobus een reeks van praktijkvoorbeelden om zijn betoog te illustreren.

 

 

 

60 en 61 : De brieven van Petrus

 

Auteur — Petrus

1 Petrus

Tijd — ca. 63-64 na Chr.

Samenvatting — Deze brief is geschreven aan de Christenen in Klein Azië om hen te waarschuwen dat zij zich niet moeten laten verleiden menselijke wegen te gaan. Petrus beseft dat de Joodse opstand (die zou beginnen in 66 na Chr.), die zou leiden tot de val van Jeruzalem en de verwoesting van de tempel, niet ver weg meer is.

Petrus vreest dat zijn lezers wellicht de zijde van de opstand zullen kiezen en dat zou een fatale fout zijn. Zij moeten geduld oefenen, en de gang van zaken aan God overlaten. Zij zullen zware vervolging moeten ondergaan, maar God weet wat hen overkomt, en ze zullen volharding moeten tonen.

 

2 Petrus

Tijd ca. 64-65 na Chr.

Samenvatting — De brief noemt geen geadresseerden, maar het ligt voor de hand dat dit dezelfden zijn als die van de eerste brief, waar hij ook naar verwijst (3:1). Hij verwacht spoedig om zijn geloof terecht gesteld te worden (1:14), en doet een laatste poging hen te waarschuwen voor de tijd die komen gaat. Hij dringt er opnieuw met alle kracht op aan standvastig te blijven in de tijd die er nu aankomt en niet af te vallen, net nu het er op aankomt.

Ze moeten vasthouden aan ‘de woorden van de profeten’, d.w.z. ons Oude Testament (1:19).   Hij verwijst naar zijn eigen aanwezigheid bij ‘Jezus’ verheerlijking op de berg’, die hem ten volle heeft overtuigd dat Jezus de beloofde Messias is. Hij herinnert hen aan Jezus’ waarschuwing dat ‘de dag des Heren’ (in de Bijbel: de dag van Gods oordeel) onverwacht zal komen (als een dief in de nacht), en dat ze niet moeten luisteren naar mensen die spotten dat hij niet gaat komen.

Tegenover het woord van de profeten zet hij de valse profeten die hen zullen proberen te misleiden; ook dat zijn woorden van Jezus. En hij wijst hen op de woorden van Paulus die hen heeft voorgehouden wat hun te wachten stond. Dit zou kunnen betekenen dat Paulus al terecht gesteld was.

 

 

 

62, 63 en 64 : De 3 brieven van Johannes

 

Auteur — Johannes

Tijd — 85 – 100 na Chr.

Samenvatting — Dit zijn waarschijnlijk de laatste geschriften van het Nieuwe Testament. De situatie verschilt nu sterk van die tijdens de periode van de andere brieven. Er is geen enkele tendens meer naar het houden van de Mozaïsche wet, maar wel wordt het zuivere geloof nu bedreigd door de invloed van Griekse filosofie. Die manifesteert zich het sterkst in leer van de zgn. gnostiek. Deze leert globaal een volledige scheiding tussen geest en materie, en ‘ingewijd’ zijn is er een belangrijk element van. De aspecten die Johannes in zijn eerste brief bestrijdt zijn:

  • De leer dat Jezus en ‘de Christus’ verschillende personen zouden zijn. De goddelijke Christus zou bezit hebben genomen van de mens Jezus bij diens doop, en hem weer verlaten hebben bij zijn kruisiging. Zie bijv. 1 Johannes 2:22 en 2 Johannes 7.
  • De leer dat een mens met zijn materiële lichaam niet zou kunnen zondigen, maar alleen met zijn geest. Wat hij met zijn lichaam doet zou dus nooit zonde kunnen zijn. Zie bijv. 1 Johannes 1:10.
  • De opvatting dat de ingewijden op een hoger plan zouden staan dan de oningewijden, waarop zij dus kunnen neerzien. Johannes noemt dit: ‘je broeder haten’ (1 Johannes 2:9).

Hij herinnert zijn lezers aan het feit dat Jezus zelf, in zijn rede op de Olijfberg (bijv. Matteüs 24) heeft gewaarschuwd voor valse profeten (mensen die ten onrechte beweren namens God te spreken) die de gelovigen zullen misleiden door een valse Christus te prediken.

Het begin van de eerste brief leest sterk als het begin van zijn Evangelie, en het feit dat hij van dat Evangelie zegt dat het is geschreven “opdat u gelooft dat Jezus de Messias (Christus) is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam” maakt het aannemelijk dat het in dezelfde tijd is geschreven, en met hetzelfde doel.

 

 

 

65 : De brief van Judas

 

Auteur — Judas, de broer van Jakobus

Tijd — ca. 70 – 80 na Chr.

Samenvatting — De brief noemt geen geadresseerden en zou een algemeen rondschrijven kunnen zijn geweest. Judas wil zijn lezers herinneren aan de waarschuwingen van Petrus in diens tweede brief. Hij geeft in het kort dezelfde boodschap en min of meer dezelfde voorbeelden. Hij zal zijn geschreven na de val van Jeruzalem in 70 na Chr. Ook Judas waarschuwt tegen valse leer.

Hij wijst op het thema in Petrus’ brief dat in Gods oordelen de weinige rechtvaardigen worden beschermd en gered, en voegt daar het voorbeeld van de exodus aan toe als waarschuwing dat niet allen die door God zijn geroepen ook daadwerkelijk het einddoel bereiken.

 

 

 

66 : De openbaring van Johannes

 

Auteur — Johannes

Tijd 70 na Chr.

Samenvatting — Openbaring is een directe boodschap van Jezus aan zijn volgelingen, gegeven in een reeks visioenen aan de apostel Johannes. Johannes dateert deze reeks op ‘de dag des Heren’. Dit moet logischerwijze slaan op de ondergang van Jeruzalem in 70 na Chr., een parallel van de eerdere verwoesting van Jeruzalem onder de Babyloniërs, waarbij de profeet Ezechiël een soortgelijke boodschap kreeg (Ezechiël 24:1).

Na de val van Jeruzalem zou het verbondsvolk bestaan uit plaatselijke gemeenten te midden van een andersdenkende wereld, soms getolereerd, maar vaak ook vervolgd. Jezus’ boodschap moet de gelovigen voorbereiden op de nieuwe situatie. Kenmerkend is dat het boek vrijwel uitsluitend spreekt in symbolen. Maar elk daarvan komt van elders in de Bijbel, meestal het Oude Testament, soms het Nieuwe.

De inhoud van Jezus’ boodschap is dat het volk van het nieuwe verbond het er niet beter vanaf zou brengen dan het volk van het oude verbond. Nieuw t.o.v. de situatie in het Oude Testament zou echter zijn dat de vervolging van de overgebleven trouwe gelovigen niet zou komen van de kant van een vijandige heidense overheid maar van een systeem dat zou claimen de enige ware kerk te zijn.

Dit is een echo van Jezus’ woorden aan zijn discipelen in de bovenzaal: “Er komt zelfs een tijd dat iedereen die jullie doodt, meent daarmee God te dienen” (Johannes 16:2). De brieven aan de zeven gemeenten, waar de boodschap mee begint, illustreren hoe zelfs gemeenten die op korte afstand van elkaar wonen sterk in karakter kunnen verschillen. Het boek eindigt dan met Gods oordeel over dit volk van het nieuwe verbond – zoals er op dat moment aan de gang was over het volk van het oude verbond – en de definitieve vervulling van Gods plan.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

 

De visionaire ervaring van Hildegard van Bingen

Standaard

categorie : Hildegard van Bingen

.

.

ac18a38cac095545fd0bb6dfb19413f3

.

.

.

De beste samenvatting van de betekenis der miniaturen van SCIVIAS is:

Visionaire ervaring van het christen zijn

.

.

De ervaring van Hildegard

.

 “De kracht en het mysterie van verborgen en wonderbare gezichten ondervind ik in mijn binnenste, reeds vanaf mijn kinderjaren, om precies te zijn vanaf mijn vijfde levensjaar, en ik ondervind ze nu nog (Hildegardis was, toen ze dit schreef, ongeveer 45 jaar). Hier sprak ik met niemand over, tot de tijd dat mij werd opgedragen dit alles te openbaren.

Deze gezichten die ik schouw, ontvang ik niet in droomtoestanden tijdens de slaap of in geestesgestoordheid, niet met de ogen van mijn lichaam of mijn uitwendige oren. Ik krijg ze ook niet op afgelegen plaatsen, maar wakend, heel bewust en met heldere geest, met ogen en oren van de innerlijke mens, en op voor iedereen toegankelijke plaatsen, al naar gelang God het wil.

Hoe dit allemaal gebeurt, is voor een aan het lichaam gebonden mens moeilijk te vatten. Toen ik drie en veertig jaar was zag ik een hemels gezicht. Ik zag een groot licht en een hemelse stem klonk daaruit en gaf mij deze boodschap: Maak de wonderen bekend welke ge ervaart. Schrijf ze op en spreek.”

.

Bij deze visioenbeschrijvingen kan men twee aspecten ontdekken:

de persoonlijke ervaring van de ziener en de poging om deze persoonlijke

ervaring aan anderen duidelijk te maken.

.

Alle teksten over ware visioenen zowel in de Bijbel als in de mystieke litteratuur vertonen gelijkenissen: kortheid, oproep, een omschrijving van het goddelijke en een gesprek. Maar men ontdekt bij iedere ziener individuele bijzonderheden.

In de visioenen van Hildegardis wordt op de eerste plaats gesproken van een hemels gezicht, dat onverwachts als een vurige bliksemstraal bezit neemt van haar hoofd, hart en zinnen, waardoor zij zich niet gekwetst weet, maar in haar totaliteit verwarmd voelt:

“Toen ontsloot zich voor mij plotseling de diepste zin van de H. Schrift, die van de psalmen zowel als die van het evangelie en ook die van de overige Katholieke Boeken van het Oude en Nieuwe Verbond.”

Zij noemt eerst de psalmen noemt waarin zij heel het Oude Testament samengevat weet en deze als voorbereiding ziet op de boodschap van het evangelie. “Maar,” voegt zij er toch heel nuchter aan toe,

“de tekst van die Bijbel, de taalregels en het schrijven zelf, daarvan leerde ik in dat hemelse gezicht niets.”

Hier maakt Hildegardis zelf een heel scherp onderscheid tussen de eigenlijke mystieke ervaring met God en de moeite welke zij zich daarna moet geven, om die ervaring onder woorden te brengen. Bij de visioenen is er sprake van een onmiddellijk kennen en een kennen waaruit de zieneres nadenken moet om ons die kennis proberen mede te delen.

De grote geopenbaarde geloofswaarheden zijn voor haar geloofswijsheid geworden, een weten tot in de diepste grond van haar bewustzijn. Maar wil zij ons die wijsheid meedelen, dan is zij gedwongen te putten uit haar geheugen, fantasie, onderbewustzijn en haar parapsychologisch vermogen.

Ieder van deze termen is bij Hildegardis’ werk verantwoord. Eerst roept zij haar geheugen te hulp: alles wat zij in haar jeugd tot haar vijfde jaar heeft meegemaakt in het ouderlijk huis, waarschijnlijk een ridderburcht. Dan wat zij beleefd heeft in de kluis van Zuster Jutta, haar tante. Vervolgens wat Hildegard meemaakte in de kluizenaressengemeenschap, waar zij tenslotte op 36 jarige leeftijd tot magistra gekozen werd. Zij put verder uit haar fantasie, waarin zij haar creatieve persoonlijkheid uitleefde, wat op latere leeftijd vruchten opleverde van poëtische en muzikale aard. Zeker werd haar verbeelding ook gevoed door haar onderbewustzijn. De erfenis van eeuwenoude verhalen en bijgelovige verklaringen van de raadsels der natuur.

.

.

Museum - Hildegard von Bingen

Museum – Hildegard von Bingen

.

.

Tenslotte is het bekend dat Hildegardis zeer merkwaardige parapsychologische vermogens bezat. Daarmee was zijzelf zozeer vertrouwd, dat zij er geen erg in had dat anderen die vermogens niet bezaten. De 35 miniaturen van Scivias zijn gemaakt naast de tekst van zesentwintig visioenen. Tekst en miniatuur steunen elkaar om de boodschap over te brengen die Hildegardis aan de mensen van haar tijd wilde mededelen. Onder de mensen van haar tijd dienen we vooral te denken aan clerici.

Al haar geschriften staan vol van verwijten en vermaningen gericht tot de hogere en lagere geestelijkheid en vervolgens tot hen die de wereldlijke bestuursmacht uitoefenen. In feite richt zij zich op de manier van de profeten van het Oude Verbond tot allen die een verantwoordelijkheid dragen. Zij denkt sterk hiërarchisch, maar niet zo, alsof de hiërarchie de kerk zou uitmaken.

We zullen dat duidelijk zien in het derde boek van Scivias, waar de opbouw van de kerk in de loop der geschiedenis wordt uitgelegd in beelden van een stadsbouw. De hiërarchie van het Oude- en Nieuwe Testament vormt daarvan wel de muren en de torens, maar het gaat voornamelijk om de grote massa van gelovigen, die samen de bouwstenen van het uiteindelijke kerkgebouw uitmaken.

Tijdens haar leven heeft zij enorme indruk gemaakt en werd zij ‘het orakel’ en de ‘profetes’ genoemd. Zuster Adelgundis Führkotter zegt in haar inleiding van Scivias:

“Van verre togen mensen van alle rangen en standen, leken en geestelijken, bisschoppen en monniken, zieken, gezonden of noodlijdenden naar het klooster op de Rupertusberg bij Bingen aan de Rijn, om haar raad in te winnen en hulp en troost te vinden. De briefwisseling die zij met de groten van de Kerk en het Rijk voerde, verspreidde zich over een gebied dat zich over vrijwel het gehele avondland uitstrekte: van Denemarken over Engeland en de Nederlanden naar Frankrijk en ltalië en tot in Griekenland.”

Dit was allemaal het gevolg van het boek Scivias in het jaar 1151, waaraan zij in latere jaren nog twee theologisch-wijsgerige werken toevoegde. Verder bestaan er van haar hand natuur- en geneeskundige verhandelingen en zij componeerde bovendien melodieën bij zelf-gedichte teksten. Al deze geschriften en brieven zijn tot op onze dagen bewaard gebleven in enkele manuscripten, die kort na haar dood door haar geestelijke dochters in enkele grote codices zijn bijeengebracht in het scriptorium van de Rupertusberg.

Van het boek Scivias bleven tot op heden negen manuscripten uit de 12e en 13e eeuw bewaard. De miniaturen behoren bij de tekst van Scivias. Deze miniaturen staan in de zogenaamde prachtcodex van Rupertusberg en zij zijn onder toezicht van Hildegardis zelf vervaardigd.

Volgens de monialen van Eibingen zouden de miniaturen door wel zeven verschillende monniken-kunstenaars ontworpen en geschilderd zijn. Toch is er, dank zij de regie van de heilige Hildegardis, een gesloten eenheid tot stand gekomen. Waarop nu de overtuiging steunt, dat deze verluchtingen door mannelijke miniaturisten tot stand zou zijn gekomen, is mij niet bekend. Men denkt aan monniken uit de abdij van H.H. Eucharius en Matthias te Trier. Het programma van het beeldhouwwerk en de ramen der kathedralen was volkomen afgestemd op de traditionele verkondiging van de Bijbel.

Iedereen kende de symbolen waarmede God, zijn heilswerk en de overbekende heiligen van het Oude en Nieuwe Testament werden afgebeeld. Een eenvoudige gelovige van die tijd kon de ramen van onder naar boven lezen als was het een boek. Zulke ramen kregen dan ook de naam van Biblia Pauperum. Maar de miniaturen bij Scivias bezitten naast de traditionele symbolen en beeldvormen ook verschillende volkomen nieuwe motieven.

Deze motieven zijn ingegeven door Hildegardis zelf en ze zijn belangrijk zijn om de oorspronkelijkheid en eigenheid van Hildegardis’ visioenen en boodschap te ontdekken.

De samenvattende zin van deze boodschap is :

.

‘het verleden, heden en toekomst van het Verlossingswerk’.  

“een eeuwigheidsdrama dat bij God begint en bij Hem eindigt en

waarbij Christus volledig in het middelpunt staat”.

.

Scivias bestaat uit drie boeken, wij zouden zeggen drie delen of drie hoofdstukken.

Eerste boek: Val van de mens en de gevolgen daarvan.

Tweede boek: De sacramentenleer.

Derde boek: Het bovennatuurlijke leven van de Kerk met als slot de uiteindelijke voltooiing na de Antichrist en de scheiding in hemel en hel.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

De communicatie tussen God en zijn profeten

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wanneer men de woorden leest van de machtige profeten van God – de woorden van Jesaja, Daniël, Jeremia – dan ontkomt men niet aan de vraag: Hoe sprak God tot Zijn profeten? Deze mannen, wier woorden met helderheid en kracht weerklinken, spraken en het werd bewaarheid. Maar hoe ontvingen zij hun boodschap? 

 

 

kevin-basconi-vision

 

 

God sprak op een directe manier tot Zijn profeten door middel van visioenen en dromen. Deze waren effectief, duidelijk en helder. Na hun ontwaken konden de profeten precies vastleggen wat zij hadden gezien en gehoord. Soms kan men zelfs zijn eigen dromen herinneren. Ze zijn vaak heel levendig en krachtig, maar nadat men wakker is geworden gaan ze meestal verloren in een waas of worden ze versnipperd.

Men beseft dan dat dromen thuishoorden in de nachtelijke wereld van slaap en rusteloosheid. Maar wanneer God tot Zijn profeten sprak, vond er geen versnippering plaats. Elk visioen was gevuld met een levendige helderheid, niet met verwarring; minutieuze details werden via duidelijke beelden en heldere woorden ontvangen.

 

 

Lees wat Jesaja schreef toen hij uit een droom ontwaakte:

 

(Jesaja 6:1) “Ik zag de Heer, gezeten op een hoogverheven troon. De zoom van zijn mantel vulde de hele tempel. Boven hem stonden serafs. Elk van hen had zes vleugels, twee om het gezicht en twee om het onderlichaam te bedekken, en twee om mee te vliegen. Zij riepen elkaar toe: ‘Heilig, heilig, heilig is de Heer van de hemelse machten. Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit.’”

Na zijn ontwaken was elke herinnering scherp en helder. De woorden hadden nog steeds een krachtige weerklank. Steeds weer, profeet na profeet, vond de communicatie tussen God en Zijn profeet volgens hetzelfde patroon plaats.

 

(Daniël 7:1“In het eerste jaar van koning Belsassar van Babylonië had Daniël een droom, beelden kwamen in hem op tijdens zijn slaap. Hij schreef die droom op en zijn verslag begon aldus…”. Hij schrijft verder:

 

(Daniel 8:1-2)“In het derde regeringsjaar van koning Belsassar kreeg ik, Daniël, na het visioen dat ik eerder had ontvangen weer een visioen. In dat visioen – ik bevond me op dat moment in de burcht van Susa, in de provincie Elam – stond ik bij het Ulaikanaal.”

Ongeacht wie de profeet was en ongeacht wat de boodschap was, God bleef tot Zijn profeten spreken via unieke visioenen en dromen waarin zij Gods stem hoorden, de ontvouwing van Gods plan zagen en vervolgens elk detail getrouw vastlegden, zodat wij ze konden lezen, zien en kennen.

Hoe sprak God tot Zijn profeten? Hij sprak met een liefde die verlangde om gehoord, gezien en gekend te worden. Deze zelfde liefdevolle woorden zijn tegenwoordig op de geschreven bladzijden van de Bijbel aangebracht en wensen tot jouw eigen hart te spreken.

 

 

visioen van Ezechiël

visioen van Ezechiël

 

 

 

WAAROM DROMEN ?


In Handelingen 2:16-18 spreekt de bijbel over profetie, visioenen en dromen:

 

” maar dit is het, waarvan gesproken is door de profeet Joel: En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen dromen: ja, zelfs op mijn dienstknechten en mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren.

Het is dus een van God gegeven gave, door de Heilige Geest, die we allemaal nodig hebben om het onderricht en de aanwijzingen van God, over ons persoonlijk leven, te kunnen ontvangen, naast het profetische woord, om in een directe relatie met Hem te kunnen leven.

 

  • Onze ratio (denken) staat er buiten, het verstand en onze gevoelens kunnen gepasseerd worden.
  • Dromen is iets wat je doet wanneer je slaapt.

(Job 33:14-18) ” Want God spreekt op een wijze, of op twee, maar men let daar niet op.

(15) In een droom, in een nachtgezicht, wanneer diepe slaap op de mensen valt, in sluimering op de legerstede;

(16) dan opent Hij het oor der mensen, en drukt het zegel op de vermaningen, tot hen gericht,

(17) om de mens van zijn doen af te brengen, om hoogmoed van de man te weren,

(18) om zijn ziel van de groeve te redden, zijn leven, dat het niet om komt door de spies.

 

God zegt:Ik, de Here, zal Mijzelf aan de profeten kenbaar maken in dromen.(Numeri 12:6)

 


Er zijn 129 referenties in de bijbel over dromen.

 

 


 VOORBEELDEN van DROMEN.

 

  • Genesis 31:11-12; Jacob ontvangt gerechtigheid in een droom waarin de Engel van God sprak.
  • Genesis 31:24; Laban werd in een droom gewaarschuwd op zijn woorden te letten t.o.v. Jacob.
  • Genesis 37:5; 9-10 en 20; Jozef had dromen over zijn toekomstige positie aan het hof van de Farao.

  • Genesis 47:13-14; Jozefs uitleg van de dromen van de Farao de Schenker en de Bakker.
  • Richteren 7:13-14; De droom van de man in het leger van de Midianieten over een gerstebrood koek.

  • 1 Koningen 3:5; God verscheen Salomo in een droom en zei: “Vraag wat Ik u zal geven.”

  • Daniel 2:1-4; 36; Nebukadnezar had een droom van een groot beeld van goud, zilver, koper etc.
  • Mattheüs 1:20; Droom van Jozef met de boodschap van een engel: neem Maria tot uw vrouw.
  • Mattheüs 1:21; Droom van Jozef met de boodschap van een engel over Jezus geboorte
  • Mattheüs 2:12; God gewaarschuwde de wijzen om niet langs Herodes terug te gaan.
  • Mattheüs 2:13-15; Jozef ontvangt van een engel de opdracht: vlucht naar Egypte
  • Mattheüs 2:19-21; Jozef ontvangt van een engel de opdracht: keer terug naar Israël
  • Mattheüs 2:22-23; Jozef kiest na de waarschuwing in de droom voor een verblijf in Nazareth

 

 

Opmerking: Geen van deze bovengenoemde mensen was een profeet.

 

 

Dromen zijn vaak symbolen


Tegen Daniel werd gesproken in dromen,dat lezen we door heel het boek Daniel. Hij zag bijvoorbeeld:

een Leeuw met adelaarsvleugels,

een beer met drie ribben in zijn muil,

een panter met vier vleugels en vier koppen,

een zeer sterk monster met tien horens,

een ram, 

een bok van een geit met meerdere koppen met meerder horens.

 

 

the-first-vision-82823-print

 

 

 

GEBIEDEN VAN DROMEN

 

 

A. Over onze gevoelens van binnen uit

 

We zijn met onze (innerlijke) persoonlijkheid betrokken bij onze droom.

(Genesis 37) De dromen van Jozef die betrekking hebben op zijn eigen (toekomstige) situatie komen mede voort uit de hoogmoedige houding (passen bij de gevoelens) die Jozef over zichzelf heeft. God gebruikt dat de droom die Hij tot twee keer toe aan Jozef geeft.

(Daniel 4) De droom van koning Nebukadnezar over zichzelf als een boom die met zijn top tot in de hemel reikt. Ook hier zijn het de eigen gedachten van de koning over zichzelf, die God gebruikt, in deze droom om Nebukadnezar duidelijk te maken hoe HIJ over zijn hoogmoed denkt.

(Mattheüs 27:19) De vrouw van Pilatus heeft in een droom veel om Jezus Christus geleden.

 

 

B. over situaties om ons heen

 

We observeren andere mensen, situaties of gebeurtenissen in onze droom.

(Richteren 7:9-15) De droom van de man van de Midianieten over een gerstebrood koek. Een droom over Gideon, maar Gideon was niet zelf bij het tot stand komen van deze droom betrokken.

soms wordt zo’n droom ook gegeven om voorbede te doen van voor mensen of situaties.

 

 

C. Gesprekken in dromen over onszelf of over iemand anders

 

(Genesis 20:3) God spreekt tot Abimelech. omdat hij de vrouw van Abraham genomen had.

(Genesis 28:12) Jacob werd door God aangesproken in de droom van een ladder naar de Hemel.

 

 

 

Visioenen, gezichten of beelden

 

 EEN VISIOEN


(Handelingen 2:17) “En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen dromen”.

  • Visioenen laten in ons vaak meer een letterlijk beeld van de boodschap van God achter dan dromen.
  • Zij graveren iets in je geest om te onthouden.
  • Soms is het moeilijk om het echte van een visioen te onderscheiden omdat je er vaak zelf deel van uitmaakt.
  • Visioenen gebeuren vaak terwijl we wakker zijn, vaak als we net wakker zijn.
  • Het komt in je gedachten, maar je ziet niets met je natuurlijke ogen.

Sommige profeten hadden helemaal geen visioenen zoals Hosea, Obadja, Jona, Micha, Nahum, Zefanja en Haggaï.
Sommige profeten hadden een mix van woorden en visioenen zoals Jesaja.

 

 

A. Intern visioen

 

Je ziet in een droom toestand gezichten die voor je ogen komen door je innerlijk oog ’s nachts.

(Daniël 4:5; 7:1)

(4:5) ” Ik, Nebukadnezar, bevond mij rustig in mijn huis en in goede welstand in mijn paleis; daar zag ik een droom, die mij verschrikte; en droombeelden op mijn legerstede en gezichten die mij voor ogen kwamen, verontrustten mij! “

(7:1) ” In het eerste jaar van Belsazar, de koning van Babel, zag Daniel een droom en gezichten die hem op zijn legerstede voor ogen kwamen. Toen schreef hij de droom op .”

 

 

B. Extern visioen

 

De knecht van Elisa zag met geopende ogen het leger van de God rondom de stad.

(2 Koningen 6:17) “In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Here zitten op een hoge en verheven troon en zijn zomen vulden de tempel”. 

(Danïel 10:7-8)  ” Alleen ik, Daniel, zag dat gezicht, maar de mannen die bij mij waren, zagen het niet; doch een grote schrik overviel hen, zodat zij vluchtten en zich verborgen; zo bleef ik alleen over. Toen ik dat grote gezicht zag, bleef er in mij geen kracht meer; alle kleur week van mijn gelaat, en ik had geen kracht meer over. “

 

 

C. Geestvervoering 

 

Een extase is een verandering van het bewustzijn van een persoon. Ook al is men wakker in deze toestand van vervoering, dan is de aandacht geheel afgetrokken van zijn omgeving en volledig gericht op goddelijke dingen, zodat men niets ziet dan de vormen en beelden die daar vandaan komen en meent men dat men met zijn lichamelijke ogen en oren werkelijkheden ziet die hem door God getoond worden.

(Handelingen 10:9-17) Petrus ontving een openbaring met behulp van engelen  tijdens een extase.

 

 

visoen van petrusd

 

 

In Hd. 10 lezen we dat Petrus een visioen krijgt waarin hem opgedragen wordt allerlei dieren, reine zowel als onreine te slachten en te eten.

 

(2 Corinthiërs. 12:1-7) Paulus werd opgetrokken tot in de derde hemel.

(Openbaring 4:1-2) Johannes schreef: ” Na deze dingen zag ik, en zie, er was een deur geopend in de hemel; en de eerste stem, die ik gehoord had, alsof een bazuin met mij sprak, zei: Klim hierheen op en ik zal u tonen, wat na dezen geschieden moet. Terstond kwam ik in geestvervoering en zie, er stond een troon in de hemel en iemand was op die troon gezeten.”
Johannes komt hier op de drempel van een geopende deur in de tegenwoordigheid van de toekomst, van de eeuwigheid.

 

In de geestvervoering zien we soms Engelen:

(Handelingen 10:3) ” Hij ( Cornelius) zag in een gezicht, omstreeks het negende uur van de dag, duidelijk een engel Gods bij zich binnenkomen en tot hem zeggen: Cornelius!

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

 

Boodschap van Lord Sanat Kumara

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Boodschap van Lord Sanat Kumara

 

 

sanat_kumara2

 

 

Mijn geliefde zusters, Mijn geliefde broeders,

voel Mijn hand op uw aller schouder en voel de inspiratie en de bezieling die Ik u aanreik. En weet, het is werkelijk een vreugdevolle tijd. Het is een vreugdevol jaar en een zeer vreugdevolle energie. En het is belangrijk dat u be-seft dat vele mensen en zielen in deze tijd werkelijk door een geboorte zijn gegaan. Een geboorte van licht, van bewustzijn, van energie. Maar zoals met vele geboortes, vraagt dit zeer veel inspanning vandaar dan ook dat sommigen zich bijzonder vermoeid voelen in deze tijd. Dit is normaal want uw lichtfrequentie verhogen, vraagt bijzonder veel energie van uw lichaam en dan kan dit vermoeiend zijn.

U kunt dit werkelijk vergelijken met een bevalling en u heeft dan ook even tijd nodig om aan de veranderingen van uw lichaam te wennen en om zo weer kracht en conditie op te bouwen. Want de lichtfrequentie van het li-chaam verandert in deze tijd werkelijk. Want velen hebben een initiatie gekregen in hun eigen hart. En dit voelen zij dan ook. En velen ervaren dit in hun hoofd en in hun buik. Dit komt omdat het hoofd- en buikgevoel voelen dat ze de macht aan het verliezen zijn.

Ze zijn terrein aan het verliezen want de energie van de afgelopen zonnewende was zo krachtig dat iedereen be-zield en geïnspireerd is door de stille stem van het hart die steeds luider wordt. En het hart zal terug regeren. Het hart zal terug het koning- en koninginnenschap opnemen. En de buik en het hoofd voelen dat het de macht en de kracht over de handen verliest. Dit ervaart u dan ook werkelijk in uw etherische lichamen. In uw energetische lichamen maar ook fysiek zult u dit op deze manier ervaren.

Weet dan ook dat dit allemaal hoort bij het transformatieproces. Want men heeft reeds lange tijd gesproken over het leven naar het hart, leven in het hart en zo verder. Maar in deze tijd, in deze tijd die bezield wordt door de Christusenergie, wordt men werkelijk geboren in het eigen hart. De transformatie wordt compleet dit jaar. En men gaat zich werkelijk manifesteren in het eigen zijn. Uw Hoger-Zijn, uw Ik Ben aanwezigheid wordt in uw eigen hart geboren.

 

 

Mijn geliefde zusters, Mijn geliefde broeders, Mijn zielenkinderen,

net zoals wanneer een baby geboren wordt, zal deze baby veel voeding, verzorging en liefde nodig hebben. Na verloop van tijd begint een baby te kruipen en naderhand begint deze baby de eerste stappen met vallen en op-staan te zetten. Zo is het ook met het opbouwen van uw lichtfrequentie. Zo is het ook met het opbouwen van uw lichtfrequentie in uw lichaam want in deze tijd gaan lichamen ook mee in deze lichtfrequenties en dit is voelbaar.

 

 

Mijn geliefde zusters, Mijn geliefde broeders,

het volgende reik Ik u aan om het u gemakkelijker te maken. Want een mens bestaat uit meer dan het fysieke lichaam. U heeft ook een gedachtenlichaam. U heeft ook een gevoelslichaam. Deze noemt u lagere lichamen omdat mensen dikwijls weinig voeling hebben met het hogere gevoelslichaam, met het hoger emotioneel li-chaam. Met het hoger denken, het werkelijk logoïsch intelligent denken. Toch is dit alles in u aanwezig. En in deze tijd voelen dan ook veel mensen dat ze hard gewerkt hebben om emoties en gedachten los te laten. En hoe stiller emoties en gedachten, hoe stiller dit alles is, hoe beter u zult kunnen zijn, wie u bent in uw hart. Want zo komt u van uw hoofd naar uw hart.

Zo komt u van uw buik naar uw hart en gaat u werkelijk leven in uw hart. In uw hart is uw Godsvlam aanwezig en deze vlam is van nature in evenwicht. Maar veel mensen weten niet goed hoe ze in dit evenwicht dienen te leven. Vandaar dat sommigen hun roze vlam groter zullen ervaren dan hun wijsheidsvlam of de vlam van macht. Wel is het zo dat het belangrijk is dat men door de wijsheid van onvoorwaardelijke liefde in het leven dient te staan om de kracht van de blauwe vlam ten volle te kunnen ervaren. Om zo werkelijk te kunnen regeren over uw eigen hart, uw eigen leven, uw energieën.

Om dit te leren, zullen vele mensen nog in de vijver van hun emoties en gedachten duiken en dit keer om het allemaal te transformeren. Want velen hebben dikwijls gedacht dat wanneer men emoties en gedachten onder-drukt dat ze weg zijn maar dit is niet het geval. Emoties zijn goed. Emoties mogen aanwezig zijn. Maar het is be-langrijk om te kiezen voor een emotie van ontroering, van blijdschap. Want deze emoties van verwondering, ont-roering en vreugde brengen u ook tot een diepe innerlijke vrede en vreugde. Daarom vraag Ik u, tracht emoties en gedachten niet te onderdrukken maar juist ermee aan de slag te gaan.

Transformeer ze. Transformeer ze naar werkelijk positieve eigenschappen want zo komt u in een positieve spiraal van energie en zult u leren dat u dit alles kunt beheersen. Onderdrukken is niet beheersen. Beheersen wil zeggen ermee om kunnen gaan, ze kunnen omvormen en ombuigen tot iets wat u wel wenst. Daarom vraag Ik u, onder-druk niet en probeer niet zomaar weg te duwen want dan wordt het moeilijker. Hoe meer u probeert weg te du-wen of te ontkennen dat het bestaat, hoe moeilijker het in de vorm ervaren wordt. Maar wanneer u aanvaardt en erkent, zult u merken dat u uw geesteskracht en wilskracht kunt gaan gebruiken om deze emoties te transforme-ren naar een zeer prachtig, goed gevoel.

Een gevoel van innerlijke vreugde, van innerlijke beleving, van innerlijke rijkdom maar vooral ook van blijdschap en van liefde. En in deze liefde ontplooit de wijsheid zich. Want op deze manier zult u wijs worden in uw eigen energie. U leert met uw energie als een emotie of een gedachte omgaan. Want besef goed dit zijn energieën. U leert hiermee omgaan en erover regeren als een koning en koningin. U leert troosten. U leert omvormen, zodanig dat u leeft zoals u wenst te leven. En hoe u wenst te leven, daarvan is het antwoord aanwezig in de wijsheidsvlam in uw hart.

En wanneer de wijsheid aanwezig is, leert men ook werkelijk naar het blauwe licht dat macht en kracht symboli-seert, te werken. Dan zult u merken dat u kunt gaan manifesteren door te oefenen in uw eigen lichamen. Door te oefenen met uw energieën zoals gedachten en emoties. Door te oefenen met energieën in en buiten uw lichaam zult u krachtig en machtig worden in uw liefde en in uw wijsheid. Want weet de kracht van de blauwe vlam ge-hoorzaamt enkel wanneer onvoorwaardelijke liefde en intrinsieke wijsheid aanwezig is. Enkel dan kan men de innerlijke kracht en macht aanspreken. Want dit is ook een kracht en een macht die niet over anderen wil heersen. Het is een kracht en een macht die juist wenst te dienen.

 

 

3FoldFlameflower

 

 

Mijn geliefde broeders, Mijn geliefde zusters,

dienstbaarheid is dan ook voor ingewijde zielen altijd bijzonder belangrijk geweest. Ook voor u is dit het geval. Wees dankbaar in alles. Want dankbaarheid laat de energiestroom van het universum 1000 maal sneller stromen. En wanneer u werkelijk vanuit uw hart gemeend kunt zeggen: ”Dank u wel om wat ik krijg maar nog meer dank om wat ik kan geven”, bent u werkelijk in staat om uw energieveld 1000 maal te vergroten en te versterken. Om 1000 maal meer energie naar u toe te krijgen. Want dankbaarheid om wat u kunt geven is door het universum in dankbaarheid onthaald en wordt dan ook 1000 maal met dank teruggegeven.

 

 

Mijn geliefde broeders, Mijn geliefde zusters,

voel werkelijk de zegening van deze tijd want het is belangrijk om te weten dat de winterzonnewende van 2012 werkelijk een zeer belangrijke tijd aankondigde. En in de eerste helft van dit jaar zal de energie in deze tijd, in de kracht van de avatarenergie staan. De avatarenergie die werkelijk het meesterschap op aarde aankondigt. Want zeer, zeer vele zielen, zeer vele mensen zijn in deze tijd klaar om in dit leven meesterschap te bereiken.

Zoals u weet zijn Wij met 144 000 zielen naar de aarde gekomen om terug ingewijde zielen en mensen op aarde te hebben die zich de Godsvlam weer herinneren. Maar die ook in staat zijn om via het mens-zijn naar meester-schap te groeien en zo verder naar de ascensie. Ook op dit moment zijn er op aarde 144 000 ingewijde zielen in mensenlevens aanwezig die de kracht hebben om naar meesterschap te groeien in dit leven. Dit aantal kan nog groeien, kan verdubbelen, kan verdriedubbelen, kan vertienvoudigen.

Want wanneer één iemand de kracht van de avatar, de kracht van het meester-zijn in het eigen hart terug neerzet, is dit als een uitdijende stroom. U zou dit kunnen zien alsof u een steen gooit in een rimpelloos meer dat alle sterren, de maan, de zon en alle planeten weerspiegelt, weerkaatst en laat zien en welke dan een rimpeling geeft. Wanneer u zo een mooie vijver vervuld van licht, klaar om het meesterschap op aarde te plaatsen, in het leven neerzet, geeft dit een zelfde uitstraling naar anderen toe.

Het zal anderen aanmoedigen, het zal anderen inspireren, het zal anderen ook ertoe aanzetten om de weg van het meesterschap, de weg van de avatar te bewandelen. En zo laten grote avatars hun voetafdrukken op de aarde achter zodanig dat het voor allen eenvoudiger wordt om hen te volgen. In deze tijd komen dan ook vele zielen en mensen in hun herinnering van hun avatar-energie. En deze avatar-energie zal werkelijk zeer sterk op de aarde en bij de mensheid aanwezig zijn en dit tot en met de zonnewende van de zomer. U zult dit ook werkelijk voelen en ervaren.

En Ik vraag u dan ook zie, voel en ervaar de zegening erin. Laat het zich aan u openbaren. Laat het werkelijk naar u toekomen want velen zijn klaar om te ontwaken in hun meesterlijk-zijn. Dit betekent dan ook dat velen klaar zijn om hun oude mantel, de associatie met hun mens-zijn maar vooral ook met hun persoonlijkheid los te laten. U zult herboren worden zoals het kind dat in u geboren is met een nieuw bewustzijn. Bewustzijn van uw eigen meester-zijn, bewustzijn van uw Godsvlam, bewustzijn van uw avatar-zijn. Dit alles vraagt inspanning. Het is niet omdat de energieën naar de aarde komen dat het allemaal vanzelf gaat.

Maar Ik vraag u wel, maak gebruik van de energieën want ze vereenvoudigen de weg. Ze vereenvoudigen en bieden werkelijk talloze mogelijkheden om dit in deze tijd in uzelf tot stand te brengen. En zoals gezegd deze 144 000 ingewijde zielen, klaar om aan hun avatar-weg te beginnen, zullen vele anderen inspireren, zullen vele anderen helpen. Want door dat wat zij geleerd hebben, door hun levenservaring kunnen zij vele anderen op het juiste spoor en de juiste weg brengen. Zodanig dat binnen afzienbare tijd dit aantal van 144 000 werkelijk verdubbeld, verdrievoudigd en zelfs vertienvoudigd kan worden.

Weet dan ook, Mijn geliefde broeders en zusters, vanaf het moment dat Wij vanaf de planeet Venus naar de aarde kwamen met 144 000 ingewijde vrijwilligers, zijn er sinds die tijd op aarde ook altijd 144 000 ingewijde vrijwilligers geweest. In iedere generatie, in iedere cultuur incarneren ingewijde zielen zodanig dat iedere cultuur, iedere ge-neratie leraren op aarde aanwezig heeft om hen te helpen. Zodanig dat deze ingewijde zielen die de weg naar het meesterschap en zelfs sommigen de weg naar de ascensie kennen, de aarde in de juiste trilling krijgen en anderen kunnen begeleiden op hun weg naar meesterschap en naar ascensie.

 

 

hearts_by_pixamight-d51wkuf

 

 

Mijn geliefde zusters, Mijn geliefde broeders,

met grote, diepe en innige vreugde mag Ik dan ook aankondigen dat dit jaar een zeer mooi en bijzonder jaar zal worden. Want vanaf de zomer zonnewende, vanaf de Solstice zal de aarde werkelijk onder een deken van ascen-sie-energie mogen slapen. De aarde zal hier onder mogen slapen om zo zij die klaar zijn te laten ontwaken in hun ascensie-energie. Want er zijn ingewijde meesters op aarde aanwezig. Ook al herkent u ze niet altijd als zijnde een avatar of meester, maar ze zijn aanwezig. Ze kennen de weg want zij hebben ooit op het punt van ascensie gestaan.

Maar in hun toegewijde dienstbaarheid hebben zij beslist om toch nog gedurende een periode van 2 000 jaar op aarde te incarneren. Om de mensheid te blijven dienen, om Ons te blijven dienen, om de Engelen, de Aartsen-gelen en alle Ascended Masters en Lichtwezens te dienen. Vanuit de liefde van hun hart hebben zij toen de ascen-sie voorbij laten gaan om zo een incarnatiewiel van 2 000 jaar toe te voegen. Maar zij zullen merken dat wanneer de aarde slaapt onder een deken van de ascensie-energie dat zij ontwaken, zeer snel ontwaken in hun bewustzijn.

En dit bewustzijn zal zich eerst in de geest manifesteren. Dit bewustzijn zal zich eerst in de geest laten ontwaken. Maar deze ingewijde zielen en mensen zijn klaar om dit alles te manifesteren in hun leven, in dit leven, in deze tijd. Voel dan ook Mijn vreugde. Voel dan ook Mijn verbondenheid want het is werkelijk een bijzondere tijd wan-neer zoveel ingewijde mensen en zielen op aarde aanwezig zijn. Daarom vraag Ik u, steun en ondersteun elkaar. Want u kunt met fysieke ogen niet altijd een avatar of een ascensie-meester in dit leven herkennen.

Steun en ondersteun want soms bewandelen zij wegen die voor u niet eenvoudig te zien of te aanvaarden zijn. U kunt niet altijd zien dat zij een weg bewandelen juist om er licht in te brengen, om er openheid in te brengen, om er verandering in te brengen. Weet dat iedereen zo meewerkt aan een eigen taak, aan een eigen energie, een eigen trilling. Ook u allen doet dit. U allen heeft ook een taak op u genomen. U allen heeft een opdracht in uw leven aangenomen.

Ik vraag u dan ook, geniet werkelijk van de zegening in deze tijd want ze zal u kracht en moed geven, de kracht van de transformatie, de kracht om u te herinneren wie u bent in uw Godsvlam, in uw eigen Ik Ben aanwezigheid, om uw eigen schoonheid terug te herinneren. Deze tijd gaande van de avatar-energie en de ascensie-energie zal de aarde onder een slapende mantel laten rusten. Dit is belangrijk. Het is belangrijk dat dit eigenlijk als het ware slapend ervaren wordt door de grote meerderheid. Want zeer veel mensen zijn nog niet klaar om deze bijzonder hoge ascensie-energie fysiek te ervaren.

Maar dankzij de pilaren van licht die zullen opstaan in deze tijd zal de energie en de kracht naar de aarde kunnen worden gebracht en kunnen worden verankerd. Zij zullen deze frequenties transformeren naar het menselijk leven toe zodanig dat na de midwinterzonnewende van dit jaar velen kunnen ontwaken in een bijzonder hoog bewust-zijn, in een andere trilling. Velen helpen hier aan mee en Ik vraag dan ook aan u allen, help mee om de aarde licht te maken. Help mee om de mensheid te verlichten door samen te werken maar vooral ook door in uw leven in, met en door uzelf te werken.

 

 

Mijn geliefde zusters, Mijn geliefde broeders,

hiertoe zullen dan ook zeer vele leringen worden aangereikt en doorgegeven. Velen zijn ontwaakt in hun leraar-schap. Velen zijn ontwaakt in hun groter bewustzijn en dit overal ter aarde zodanig dat iedere cultuur, iedere ge-neratie de mogelijkheden heeft om naar het eigen leven deze frequenties om te zetten en Onze leringen te ont-vangen. Ieder op een eigen manier en ieder vanuit een eigen inzicht. En dit is goed.

 

 

Mijn geliefde broeders, Mijn geliefde zusters,

U heeft gemerkt dat Ik de Zonnewendes verschillende keren heb aangehaald en dit komt omdat de Solstice altijd belangrijk is geweest voor de aarde en dit zal altijd zo zijn. De kracht van de Solstice, van de Zonnewende zal toe-nemen omdat de mensheid zich meer en meer bewust wordt van zonne-energie, van gouden licht, van alle mo-gelijkheden. Hij wordt zich meer en meer bewust van de liefde tussen de zon en de maan. De liefde van de zon en de maan voor de aarde en voor elkaar.

Men wordt zich meer en meer bewust van dit evenwicht en in onvoorwaardelijke liefde. Want de onvoorwaar-delijke liefdesvlam van de Godsvlam is op dit moment bij iedereen bijzonder groot. De inspiratie van de wijsheid, van de ware wijsheid volgt al snel. En zij die klaar zijn zullen hun blauwe vlam van kracht en macht in deze tijd werkelijk kunnen laten ontwaken om zo vanuit de geesteskracht alles te kunnen manifesteren in het leven, in de vorm.

 

 

Mijn geliefde broeders, Mijn geliefde zusters,

weet dan ook dat Wij u hier nooit in alleen laten staan. Wij zijn en Wij blijven bij u aanwezig. Weet dan ook dat Ik zeer dicht in het veld, in het etherisch veld van de aarde aanwezig ben. Dat Ik vele zaken terug zal openbaren en zo ook het bewustzijn zal overdragen aan zij die er klaar voor zijn. Voel dan ook werkelijk de vreugde en de ze-gening in deze tijd want het is een gezegende tijd die op aarde is aangebroken. En Ik vraag u dan ook, kom in de vreugde, kom in deze zegening ook al is het soms hard werken, ook al vraagt het soms veel aanpassing. Geef uw lichamen de tijd om de frequentie eigen te maken maar u zult merken dat dit werkelijk een prachtige tijd is voor iedereen. Voel dan ook Mijn armen om u allen heen want als een oude vriend en Broeder sta Ik u allen terzijde en dit als Sanat Kumara.

 

 

 

De Openbaring : door John Astria

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Jezus’ boodschap aan de gemeente in de eindtijd. Een trouwe gemeente te midden van afval en verval.

Standaard

Categorie: religie/video

Jezus’ boodschap aan de gemeente in de eindtijd.

Een trouwe gemeente te midden van afval en verval.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

 

De diepere betekenis van cijfers in de Bijbel

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

 

 

De symbolische betekenis van getallen in de Bijbel

 

In de verhalen van de Bijbel komen cijfers en getallen voor. Er wordt in veel verhalen geteld. De getallen en cijfers in het Oude en Nieuwe Testament van de Bijbel hebben soms een heel letterlijke en concrete betekenis, maar tegelijkertijd kunnen deze cijfers ook een symbolische, diepere betekenis hebben. Door het gebruik van getallen en cijfers hebben de Bijbelschrijvers een boodschap uit willen dragen. Tellen in de Bijbel heeft te maken met geloven. Getallen die veel gebruikt worden door de Bijbelschrijvers hebben hun eigen diepere betekenis voor de gelovigen.

 

 

De diepere betekenis van cijfers in de Bijbel

 

Veel getallen en cijfers die in de Bijbel voorkomen hebben een symbolische betekenis. Ze verwijzen naar een diepere geloofswerkelijkheid. Elk getal heeft zijn eigen betekenis.

 

 

Het getal één – 1

 

Het getal één is een kernwoord uit de geloofsbelijdenis van het volk van Israël: ‘Luister, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één!’ (Deutoronomium 6: 4). In het getal één wordt de volmaaktheid en uniciteit van God benadrukt. Ook voor de apostel Paulus is het duidelijk dat God één is. Bij hem krijgt de eenheid van God ook gestalte in Jezus Christus. In de brief die hij schrijft aan Timoteüs staat: ‘Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus’ (1 Timoteüs 2:5). In de brief aan de gemeente van Efeze schrijft Paulus: ‘één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop van uw roeping, één Heere, één geloof, één doop, één God en Vader van allen’ (Efeze 4: 4-6).

 

 

Het getal twee – 2

 

Het getal twee duidt op gemeenschap. Het is een aanduiding van het paarsgewijs voorkomen. Het getal twee is het symbool van de eenheid tussen twee mensen. Deze eenheid is te zien in het huwelijk, waarin in twee tot één worden: ‘Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en die twee zullen tot één vlees zijn, zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees’ (Marcus 10: 7-8). Twee is dan het getal van het contrast en de aanvulling: zon en maan, man en vrouw, dag en nacht, de dieren in de ark twee aan twee. Jezus zendt zijn leerlingen er paarsgewijs op uit om het Koninkrijk van God te verkondigen: ‘En Hij riep de twaalf bij Zich en begon hen twee aan twee uit te zenden’ (Marcus 6:7). Het getal twee komt ongeveer 564 keer voor in de Bijbel. Dat is het aantal verzen waarin het getal twee wordt genoemd. Het kan zijn dat dit getal hoger uitkomt, omdat bijvoorbeeld het getal twee meerdere malen gebruikt wordt in een Bijbelvers. Twee duidt ook in de Bijbel op getuigenis!

 

 

Het twee maal noemen van de naam

 

Op verscheidene plaatsen in de Bijbel wordt de naam van een persoon twee keer achter elkaar genoemd. Als dat gebeurt duidt dat een bijzondere roeping op een cruciaal moment aan. Toen Abraham zijn hand uitstrekte om zijn zoon met het mes te doden om hem zo te offeren, greep God in door het twee maal noemen van zijn naam: ‘Maar de Engel van de HEERE riep tot hem vanuit de hemel en zei: Abraham, Abraham!’ (Genesis 22:11). Mozes werd geroepen bij de brandende doornstruik: ‘Toen de HEERE zag dat hij ging kijken, riep God tot hem uit het midden van de doornstruik en zei: Mozes, Mozes!’ (Exodus 3: 6). Zo werd de naam geroepen van Samuël (1 Samuel 3:10), Martha (Lucas 10:41), Simon (Lucas 22:31) en Saul: ‘Saul, Saul, waarom vervolgt u Mij?’ (Handelingen 22:7).

 

 

 

Het getal drie – 3

 

Het getal drie wordt in de Bijbel op drie verschillende manieren gebruikt: als telwoord, als tijdsaanduiding en in de drievoudige herhaling als stijlfiguur. Als telwoord komt het getal drie het meest voor. Drie is het getal dat verwijst naar de drie personen die in God te onderscheiden zijn: de Drie-eenheid. Deze drie personen, Vader, Zoon en Heilige Geest noemt Jezus als hij zijn leerlingen uitzendt: ‘Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest’ (Matteüs 28:19). Het getal drie komt 305 keer voor in de Bijbel.

 

 

De kracht van de drievoud

 

In Prediker 4:12 staat: ‘En als iemand de één overweldigt, zullen die twee tegen hem standhouden. Een drievoudig snoer wordt niet snel gebroken’. Deze kracht van het drievoudige wordt in de Bijbel veelvuldig toegepast: ‘En nu blijven geloof, hoop en liefde, deze drie’ (1 Korinthe 13: 13). ‘Want drie zijn er die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze drie zijn één. En drie zijn er die getuigen op de aarde: de Geest, het water en het bloed; en deze drie zijn één’ (1 Johannes 5: 7,8). Met enige regelmaat komen er in de Bijbel groepen van drie personen genoemd: de drie zonen van Noach, de drie goddelijke bezoekers bij Abraham, de drie vrienden van Job, de drie vrienden in de brandende oven (Daniël 3).

 

 

 

De derde dag

 

In de derde dag wordt het getal drie gebruikt als tijdsaanduiding. De derde dag is in de Bijbel de dag van de ommekeer. Het is een bijzondere dag. Een dag waarop ‘het’ gaat gebeuren. De derde scheppingsdag was de enige scheppingsdag waarop God tweemaal zag dat het goed was (Genesis 1: 9-12). De derde dag is de dag waarop Abraham aankomt op de plaats om zijn zoon te offeren (Genesis 22:4). De derde dag is in de Bijbel de dag van het definitieve. Dan wordt een periode van wachten afgerond. Alles wordt dan ten goede gekeerd. De derde dag is de dag van de opstanding. ‘Na twee dagen zal Hij ons levend maken, op de derde dag zal Hij ons doen opstaan. Dan zullen wij voor Zijn aangezicht leven´ (Hosea 6:2). Jezus is op de derde dag opgestaan uit de dood. ‘Hij is ten derde dage opgewekt naar de Schriften’ (1 Korinthe 15:4).

Jezus heeft het zelf veelvuldig over die derde dag gehad (Matteüs 16:21, Matteüs 17:23, Matteüs 20:19, Lucas 9:22, Lucas 18:33). Hij verwijst daarin bijvoorbeeld naar de profeet Jona (Matteüs 12:39). ‘Jona was drie dagen en drie nachten in het binnenste van de vis’ (Jona 1: 17)’. Verder was het de derde dag dat Jezus in Kana van water wijn maakte (Johannes 2:1). Jezus zei: ´en op de derde dag word Ik voleindigd´ (Lucas 13:32). Paulus vast nadat Jezus hem verscheen toen op weg naar Damascus was. ‘En gedurende drie dagen kon hij niet zien, en at en dronk hij niet’ (Handelingen 9:9). Op de derde dag komt de voltooiing, de vervulling. De derde dag is in de Bijbel de dag der dagen.

 

 

 

De drievoudige herhaling als stijlfiguur

 

In de Bijbel komen vaak herhalingen voor. Herhalingen komen in de Bijbel vaker voor dan in moderne literatuur. Deze herhalingen kunnen soms wel eens saai overkomen, maar ze zijn wel van betekenis. In het verhaal van de roeping van Samuël wordt de jonge Samuël drie keer door God geroepen. De eerste twee keer gaat Samuël naar Eli. De derde keer luistert Samuël naar God (1 Samuël 3). Een ander voorbeeld is Bileam. Hij is op reis om het volk Israël te vervloeken. De ezelin waarop hij rijdt wil niet naar hem luisteren omdat zij een engel op de weg ziet. De eerste twee keer slaat Bileam de ezelin zodat zij verder gaat. De derde keer gaat het anders: ‘Toen opende de HEERE de mond van de ezelin en ze zei tegen Bileam: Wat heb ik u misdaan, dat u mij nu driemaal geslagen hebt?’ (Numeri 22:28).

Net als bij de derde dag is het bij de drievoudige herhaling de derde keer dat de omslag komt. Na drie keer Jezus te hebben verzocht in de woestijn laat de duivel hem met rust (Matteüs 4: 1-11, Lucas 4: 1-13). Jezus bad in de tuin Gethsemané drie keer of het lijden aan hem voorbij mocht gaan, daarna wist hij zeker welke weg God met hem wilde gaan (Matteüs 26:30, 36-46, Marcus 14:26, 32-42, Lucas 22:39-46). Nadat Petrus Jezus drie maal verloochende, kraaide de haan (Johannes 13:38; 18:26, 27). De stadhouder Pontius Pilatus verklaart drie keer dat Jezus onschuldig is (Johannes 18:38, 19: 4, 6). Jezus vraagt na zijn opstanding drie keer aan Petrus of hij van Hem houdt (Johannes 21:15 en verder). Petrus krijgt drie maal het zelfde visioen (Handelingen 10:9-16).

 

 

Het getal vier – 4

 

Vier is het getal dat verwijst naar volkomenheid en wereldwijde boodschap. In de joodse traditie wordt de naam van God met vier letters weergegeven, het tetragram ‘JHWH’. Vier wijst naar de vier windrichtingen, de vier evangeliën. In het Bijbelboek Daniël komen vier dieren voor die verwijzen naar vier perioden in de wereldgeschiedenis. ‘Die grote dieren, die vier in getal zijn, zijn vier koningen’ (Daniël 7:17). Deze vier dieren zijn door de vroege kerk ook verbonden met de vier evangelisten, Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Het getal vier wordt door de Bijbelschrijvers 177 keer gebruikt.

 

 

Het getal vijf – 5

 

Het getal vijf zou kunnen verwijzen naar de vijf boeken van Mozes, de Thora. De vijf broden en twee vissen (Johannes 6:1-15) die bij de wonderbaarlijke spijziging de mensen tot voedsel is, kan verwijzen naar de vijf boeken van Mozes en de twee stenen tafelen waar de Wet op geschreven staat. Het getal vijf wordt in de oudheid in verbinding gebracht met het huwelijk. De bruid en de bruidegom namen elk vijf vrienden mee naar het feest. Wellicht verwijst deze symboliek ook naar de gelijkenis van de vijf wijze en de vijf dwaze meisjes (Matteüs 25: 1-13). Het getal vijf komt in de Bijbel 131 keer voor.

 

 

Het getal zes – 6

 

Het getal zes staat symbool voor de mens als een onvolmaaktheid wezen. Zes staat in de Bijbel ook voor moeite en arbeid. God schiep de aarde in zes dagen (Genesis 1). In de tien geboden krijgt de mens de opdracht op zes dagen te werken. ‘Zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen’ (Exodus 20: 9). Of zoals in het evangelie van Lucas staat: ‘Er zijn zes dagen waarop men moet werken’ (Lucas 13: 14). De onvolmaaktheid van de mens in het getal zes komt ten volle tot uitdrukking in het Bijbelboek Openbaring. Daar krijgt Johannes een visioen waar in het gaat over het beest: ‘Wie verstand heeft, laat hij het getal van het beest berekenen, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zeshonderdzesenzestig’ (Openbaring 13:18). Het getal van het beest is drie zessen naast elkaar: 666. Het getal zes komt in de Bijbel 92 keer voor.

 

 

 

 

 

Het getal zeven – 7

 

Het getal zeven speelt een belangrijke rol in de Bijbel. Het getal zeven is een heilig getal. Het staat voor de volmaaktheid van Gods handelen: de zeven dagen van scheppingsweek (Genesis 1-2:3), de zeven dagen die er in een week zijn (Exodus 20: 15, Leviticus 23: 8). De zevende dag is heilig. Het is een dag voor gewijd aan God. Het zevende jaar is heilig en na zeven maal zeven jaar is er een jubeljaar (Leviticus 25: 7-13). Het feest van de ongezuurde broden duurt zeven dagen: ‘Eet zeven dagen lang ongedesemd brood, en vier op de zevende dag feest ter ere van de HEER’ (Exodus 13:6). Zeven is het aantal van de reine dieren die in de ark van Noach meegaan (Genesis 7: 2-9).

Simson de richter had zeven vlechten en hij liet zich boeien met zeven pezen (Rechters 16). Johannes krijgt als hij op Patmos is van Jezus de opdracht om zeven zendbrieven te schrijven (Openbaring 2-3). In datzelfde boek wordt gesproken over ‘de zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn’ (Openbaring 1: 4). Het getal zeven komt veelvuldig voor in het boek Openbaring. Zo schrijft Johannes over zeven engelen, zeven zegels, zeven bazuinen, zeven schalen, zeven plagen. Johannes ziet Jezus als het lam van God met zeven horens en zeven ogen (Openbaring 5:6-10) Veel van wat in de Bijbel zevenvoudig wordt voorgesteld is heilig en heeft een bijzondere betekenis. Het getal zeven komt vaak voor in de Bijbel: 294 keer.

 

 

Het getal acht – 8

 

In het licht van het voorgaande getal zeven, heeft het getal acht vaak een letterlijke betekenis. In het bijzonder als de dag na een belangrijke periode van zeven dagen is de achtste dag, de dag van de overgang tussen de geheiligde tijd en het normale gewone leven, de dagelijkse realiteit. Op de achtste dag na de geboorte moet een zoon besneden worden: ‘Elk kind bij u van acht dagen oud, al wie mannelijk is, moet besneden worden, al uw generaties door’ (Genesis 17: 12). Voor runderen en kleinvee geldt dat ze zeven dagen bij hun moeder mogen blijven. ‘Op de achtste dag moet u ze Mij geven’ (Exodus 22: 10). In de wetten voor de reiniging van de melaatsheid moet er op de achtste dag een offer worden gebracht (Leviticus 14: 10, 23). De achtste dag is een dag van heiliging: ‘Zij begonnen met het heiligen op de eerste dag van de eerste maand; op de achtste dag van de maand kwamen zij in de voorhal van de HEERE. Zij heiligden het huis van de HEERE in acht dagen, en op de zestiende dag van de eerste maand waren zij klaar’ (2 Kronieken 29: 17). Het getal acht wordt in de Bijbel 155 keer gebruikt.

 

 

Het getal negen – 9

 

Het getal negen heeft in de Bijbel nauwelijks een symbolische betekenis. Het komt in de hele Bijbel maar vijftien keer voor.

 

 

Het getal tien – 10

 

Het getal tien neem in de Bijbel een bijzondere plek in. Het is de som van drie en zeven, beide bijzondere getallen in de Bijbel. Het getal tien staat voor wet, veelheid, compleetheid en perfectie. God gaf tien geboden, de decaloog (Exodus 20:1-17, Deuteronomium 5: 6-21). Egypte kreeg tien plagen te verduren (Exodus 7 – 12). Verder zijn er verhalen over de tien maagden (Matteüs 25:1-13), de tien melaatsen (Lucas 17: 11-19), de vrouw met de tien penningen (Lucas 15: 8-10) of de herder met de tien keer tien, honderd schapen (Lucas 15: 4). Het getal tien komt 146 keer voor in de Bijbel.

 

 

Het getal elf – 11

 

Elf is twaalf min een. Elf staat voor het tekort. Het Bijbelse ideaal is twaalf. De elf zijn de leerlingen van Jezus als Judas, die Jezus verraden had, ontbreekt (Matteüs 28: 16, Lucas 24: 9, 33, Handelingen 1: 13). Het getal elf komt maar 19 keer voor in de Bijbel.

 

 

Het getal twaalf – 12

 

Het getal twaalf staat veelvuldig in de Bijbel en staat voor perfect bestuur onder de leiding van God. Het volk van God, Israël, is verdeeld in twaalf stammen. Als er in de Bijbel een twaalftal voorkomt, dan verwijst dit vaak naar de twaalf stammen van Israël. Bijvoorbeeld de twaalf opgerichte stenen (Jozua 4: 8), de twaalf stenen op het borstschild van de hogepriester (Exodus 28: 21), twaalf runderen (Numeri 7: 3). De twaalf stammen worden weerspiegeld in de twaalf discipelen van Jezus. Jezus kon beschikken over twaalf legioenen engelen (Matteüs 26: 53). Na de wonderbaarlijke spijziging raapten ze ‘het overschot van de stukken brood op, twaalf manden vol’ (Matteüs 14: 20).

In de toekomstige nieuwe wereld, beschreven in het Bijbelboek Openbaring, is het getal twaalf ook veel aanwezig: twaalf poorten van het nieuwe Jeruzalem met de twaalf namen van de twaalf stammen (Openbaring 21: 12), twaalf fundamenten met de namen van de twaalf apostelen (Openbaring 21: 14), de boom des levens die twaalf maal per jaar vrucht draag (Openbaring 22: 2). In het Bijbelboek Openbaring wordt het getal twaalf ook gebruikt om de volmaakte voltalligheid aan te duiden: twaalf maal twaalf maal duizend. Dit getal 144000 komt twee keer voor in Openbaring. In Openbaringen 7 vers 3 tot 8 worden deze 144000 genoemd als de twaalf stammen van Israël, uit elke stam twaalfduizend. Het getal twaalf komt 149 keer voor in de Bijbel.

 

 

 

 

 

Het getal vijftien – 15

 

Vijftien is product van drie en vijf. Het getal vijftien verwijst in de Bijbel vaak naar handelingen van God die Hij doet door zijn genade. God beschermde Noach en de zijnen door de ark werd door de zondvloed vijftien el hoger dan de bergen te brengen (Genesis 7:20). Koning Hizkia kreeg vijftien jaar uitstel van dood (2 Koningen 20: 6). Door het kloeke optreden van koningin Ester werden de joden op de vijftiende dag van de maand van de dood verlost (Ester 9: 18, 21). Op de vijftiende dag van de eerste maand werd het feest van de ongezuurde broden gevierd (Leviticus 23: 6). Op de vijftiende dag van de zevende maand vieren de joden het Loofhuttenfeest (Leviticus 23: 34). Het getal vijftien komt in de Bijbel 15 keer voor.

 

 

Het getal veertig – 40

 

Het getal veertig heeft voornamelijk een symbolische betekenis als het gebruikt wordt als tijdsaanduiding. Bij het verhaal over de zondvloed regent het veertig dagen en veertig nachten (Genesis 7: 4, 12, 17). Veertig jaar zwerft het volk van God door de woestijn (Deuteronomium 29: 5, Handelingen 7: 23-36). Veertig dagen, veertig jaar, is een aanduiding voor een crisis, een tijd van boetedoening, een tijd van bezinning, vasten of beproeving. De Filistijn Goliath daagt veertig dagen lang het leger van koning Saul uit (1 Samuël 17: 16). De boodschap van de profeet Jona aan de goddeloze stad Nineve was kort maar krachtig: ‘Nog veertig dagen, dan wordt Nineve weggevaagd!’ (Jona 3:4). Jezus verbleef veertig dagen in de woestijn (Marcus 1: 13; Matteüs 4: 2; Lucas 4: 1). In 83 verzen van de Bijbel komt het getal veertig voor. In sommige verzen, waarin het gaat over ‘veertig dagen en veertig nachten’, wordt veertig wel twee keer per vers gebruikt.

 

 

Het getal tweeënveertig – 42

 

Tweeënveertig is het product van zeven en zes. Zeven staat voor de heiligheid en volmaaktheid van God en zes voor de onvolmaaktheid van de mens. Tweeënveertig wordt in de Bijbel gebruikt waar deze twee elkaar raken, in elkaar overgaan of als straf als God of zijn profeet niet eervol worden behandeld. Tweeënveertig geslachten zijn er van de mens Abraham tot Jezus de zoon van God (Matteüs 1: 17). In de getallensymboliek van het geslachtsregister van Jezus presenteert Matteüs de tweeënveertig geslachten als drie keer veertien (twee keer zeven).

 

 

Tweeënveertig en de strijd om de eer van God

 

Het Beest, de Antichrist, de mens die god wil zijn, heerst tweeënveertig maanden over de aarde (Openbaring 13: 5). Slechts een korte tijd duurt zijn heerschappij. Als God overwint is alle eer voor Hem. In de brief van Jacobus staat dat het volk Israël ten tijde van koning Achab op het gebed van Elia drie en een half jaar (= 42 maanden) droogte heeft gekend omdat het volk de Baal diende (Jakobus 5:17 en 1 Koningen 17 en 18). Vanwege deze afgoderij beval Jehu de broers van Achazja te grijpen en te doden. Het ging om tweeënveertig man, en niet één bleef in leven (2 Koningen 10:14). Tweeënveertig staat dan voor de straf voor afgoderij omdat God niet de eer krijgt die Hem toekomt. In het Bijbelboek 2 Koningen 2: 23-25 staat nog een afschuwelijk voorbeeld van straf. Tweeënveertig jonge mannen maken de profeet van God, Elisa, uit voor kaalkop. Elisa vervloekt deze jonge mannen. Vervolgens worden ze allen door twee beren verscheurd. Waarschijnlijk moet hun aantal symbolisch worden geduid. Het getal tweeënveertig komt zes keer in de Bijbel voor.

 

 

Het getal vijftig – 50

 

Het getal vijftig staat voor het jubeljaar. Het jubeljaar was een bijzonder jaar in het Oude Testament. Dit heilige jaar moest de Israëlieten eraan herinneren het land waarin zij woonden en de opbrengst ervan van God zelf was. Het jubeljaar werd na 49 jaar (zeven maal zeven) jaar gevierd ( Leviticus 25 ). Elk vijftigste jaar is een jubel jaar. Het getal vijftig komt 76 keer voor in de Bijbel.

 

 

Vijftig jaar en Abraham zien

 

In het Nieuwe Testament staat dat veel tijdgenoten niet geloofde wat Jezus zei. Als Jezus spreekt over Abraham zeggen ze tegen Hem: ‘U bent nog geen vijftig jaar en hebt U Abraham gezien?’ (Johannes 8: 57). Aan deze tekst is onze traditie van vijftig worden en Abraham (of Sara voor de dames) zien ontleed.

 

 

Het getal vierentachtig – 84

 

Vierentachtig is het product van zeven en twaalf. Beide getallen verwijzen naar volheid en veelvuldigheid. De evangelist schrijft over de kleine Jezus die in de tempel wordt gebracht. Er was daar ook een profetes, Hanna. ‘Ze was hoogbejaard; vanaf haar huwbare leeftijd had ze zeven jaar met haar man geleefd, en ze was nu al vierentachtig jaar weduwe’ (Lucas 2: 36b-37, NBV). Vierentachtig jaar weduwe geeft aan dat ze een zeer lange tijd weduwe was.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget