Tagarchief: duivel

Satan nog steeds actief

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Satan nog steeds actief

 

 

c1d3e09d51a53d4a7b7bf124d6f0cf5aactief

 

In Hebreeën 2: 8 lezen we dat Jezus de machten der duisternis aan Zich onderworpen heeft, doch dat wij thans nog niet zien dat alles Hem onderworpen is. Het Nieuwe Testament en in het bijzonder de brieven van Paulus, Petrus, Jakobus en Johannes tonen ons dat er nog strijd en tegenstand is die de gelovige zal moeten weerstaan.

Uitdrukkingen zoals standhouden, weerstaan, overwinnen, lijden, vervolging zijn allemaal bewijs dat de duisternis nog altijd actief is. Lees bijvoorbeeld Efeze 6: 10-20; 1 Petrus 5: 8 en Openbaring 12: 11.

 

 

Efeze 6: 10-12

.

10 Voorts, mijn broeders, wordt krachtig in den Heere, en in de sterkte Zijner macht.
11 Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels.
12 Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht.
.
.
.

1Petrus5: 8-9

.

8Zijt nuchteren, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verslinden;
9Denwelken wederstaat, vast zijnde in het geloof, wetende, dat hetzelfde lijden aan uw broederschap, die in de wereld is, volbracht wordt.
.
.
.

Openbaring12: 11

.

11En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad, tot in de dood.
.
In Handelingen 4 ontdekken we dat de eerste gelovigen reeds geconfronteerd werden met duidelijke tegenstand nadat ze getuigd hadden van de opstanding van Jezus Christus. Zie Handelingen 4: 23-31. Paulus, toen nog Saulus, was een vervolger van de gemeente maar na zijn bekering is Paulus zelf degene die veel tegenstand ervoer en zelfs in 2 Corinthiërs 12 verklaarde hij dat een engel des satans hem met vuisten sloeg.

 

 

Handelingen4: 23-31

 

23 En zij, losgelaten zijnde, kwamen tot de hunnen, en verkondigden al wat de overpriesters en de ouderlingen tot hen gezegd hadden.
24 En als dezen dat hoorden, hieven zij eendrachtelijk hun stem op tot God, en zeiden: Heere! Gij zijt de God, Die gemaakt hebt den hemel, en de aarde, en de zee, en alle dingen, die in dezelve zijn.
25 Die door den mond van David Uw knecht, gezegd hebt: Waarom woeden de heidenen, en hebben de volken ijdele dingen bedacht?
26 De koningen der aarde zijn te zamen opgestaan, en de oversten zijn bijeenvergaderd tegen den Heere, en tegen Zijn Gezalfde.
27Want in der waarheid zijn vergaderd tegen Uw heilig Kind Jezus, Welken Gij gezalfd hebt, beiden Herodes en Pontius Pilatus, met de heidenen en de volken Israels;
28 Om te doen al wat Uw hand en Uw raad te voren bepaald had, dat geschieden zou.
29 En nu dan, Heere, zie op hun dreigingen, en geef Uw dienstknechten met alle vrijmoedigheid Uw woord te spreken;
30Daarin, dat Gij Uw hand uitstrekt tot genezing, en dat tekenen en wonderen geschieden door den Naam van Uw heilig Kind Jezus.
31 En als zij gebeden hadden, werd de plaats, in welke zij vergaderd waren, bewogen. En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en spraken het Woord Gods met vrijmoedigheid.
,
,

 

2 Corinthiërs 12: 6-10

 

6En zelfs al zou ik hoog van mezelf willen opgeven, dan nog zou ik geen dwaas zijn, want ik zou de waarheid spreken. Maar ik zie ervan af, want ik wil worden beoordeeld op grond van wat men van mij hoort en ziet, 7niet op grond van de uitzonderlijke openbaringen die ik heb gekregen. Om te verhinderen dat ik mezelf zou verheffen, werd mij een doorn in het vlees gestoken: ik word gekweld door een engel van Satan. 8Ik heb de Heer driemaal gesmeekt mij van hem te bevrijden, 9maar hij zei: ‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.’ Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid, zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt. 10Omdat Christus mij kracht schenkt, schep ik vreugde in mijn zwakheid: in beledigingen, nood, vervolging en ellende. In mijn zwakheid ben ik sterk.

Petrus waarschuwt dat de duivel rondgaat als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden, doch die wij moeten weerstaan in het geloof. In 1 Petrus 2: 21 en verder leert Petrus ons dat Jezus ons een voorbeeld heeft nagelaten opdat wij in Zijn voetsporen zouden wandelen. Hij spreekt daar in de context van het lijden.

 

 

1 Petrus 2: 21

 

21Want hiertoe zijt gij geroepen, dewijl ook Christus voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijn voetstappen zoudt navolgen;

In 1 Petrus 5: 8-9 stelt Petrus dat hetzelfde lijden aan de broederschap in de wereld wordt toegemeten. Het is de duivel die dit lijden toemeet, want God geeft genade en heerlijkheid aan al diegenen die lijden vanwege het Evangelie. 1 Petrus 5: 10 staat in tegenstelling tot vers 9 “doch de God van alle genade”. Het is dus duidelijk dat God niet de auteur is van het lijden doch de Boze en zijn machten die ons trachten te hinderen in onze opdracht om het Koninkrijk van God te vestigen op aarde.

 

 

1 Petrus 5: 8-9

 

8 Zijt nuchteren, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verslinden;
9 Denwelken wederstaat, vast zijnde in het geloof, wetende, dat hetzelfde lijden aan uw broederschap, die in de wereld is, volbracht wordt.
.
.
.

1 Petrus 5: 10

.

10 Onze God is een en al ontferming. Hij heeft u allen geroepen om deel te hebben aan dezelfde eeuwige heerlijkheid als Christus. Nadat het een korte tijd heel moeilijk is geweest, zal Hij u persoonlijk overeind helpen op de plaats waar u hoort te staan. Hij zal u zo sterk maken dat u nooit meer hoeft te wankelen.

Door de eeuwen heen hebben we steeds hetzelfde patroon gezien waar mensen die opstonden voor de naam van de Here Jezus Christus onder zware vervolging kwamen te staan. De tijd van de reformatie is daar een voorbeeld van en velen hebben zelfs hun leven gegeven vanwege de verkondiging van hun geloof.

Matteüs 11: 12 verklaart dat sinds de dagen van Johannes de Doper, het Koninkrijk van God zich aanbreekt met geweld en geweldenaars grijpen ernaar. Het Koninkrijk van God lijdt aan geweld; de boze is niet blij met de prediking van Jezus en het Koninkrijk en tracht de boodschap te stoppen. Het vraagt dus geweldenaars, mannen en vrouwen met vastberadenheid en moed om ondanks tegenstand door te breken en het licht van God te vestigen, waardoor duisternis moet wijken.

 

 

Matteüs 11: 11-12

 

11 Onthoud dit: Van alle mensen die ooit geboren zijn, is niemand groter dan Johannes de Doper. Toch is de kleinste in het Koninkrijk van de hemelen groter dan hij!

12 Sinds de dag dat Johannes de Doper zijn werk begon tot nu toe proberen talloze mensen het Koninkrijk van de hemelen binnen te dringen.

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528.

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Eenentwintigste Miniatuur : tweede visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

.

.

.

.

Eenentwintigste Miniatuur: Tweede visioen van het Derde Boek

.

.

Scivias%20T%2021_Boek%20III,2

.

.

Deze miniatuur biedt ons het algemeen overzicht van de Stad Gods. Vóór de tweede Persoon van God, de Lichtende Gezetelde van wie al het licht uitgaat, strekt zich de plattegrond uit van een stad. De stad heeft een vestingwerk, is viervoudig ommuurd en verstevigd met torens.Trouw aan de tekst van Hildegard heeft de miniaturist gepoogd een overzicht te geven van zijn geheel en zijn onderdelen.

De figuur in het rood is Christus, de Lucidens Sedens of de lichtende gezetelde in het Oosten. Rechts van de Lucidens Sedens begint een muur die de meest lichtgevende van de vier is. Hij wordt dan ook in het zilver weergegeven. Deze muur, die de lucida pars genoemd wordt (het deel dat licht uitstraalt), loopt van het oosten naar het noorden.

Ongeveer in het midden ervan staat een brede toren met kantelen, die Hildegard de toren van het plan van het werk Gods ( de Turris praecursus voluntatis Dei ) noemt. Verderop verheft zich de kolom van het Woord Gods, een soort boom waarvan op iedere tak een menselijk hoofd is afgebeeld. Tussen deze twee torens zullen we straks een poort, die toegang geeft tot de stad zelf, zien open gaan.

Waar de lichtgevende muur in het noorden de driedelige muur welke naar het westen loopt raakt, zien we een hoogst merkwaardige kop omgeven door drie blauwwitte vleugels. Een zeer opvallend symbool van de Zelus Dei, de vurige ijver Gods, die met haar brandende ogen de duivel in het noorden bedreigt.

Op de plattegrond zien we, vanaf de Zelus Dei aan de noordzijde, in westelijke richting een schans opgeworpen van drie evenwijdige muren. Het gaat om muren die door de gelovige mensen opgetrokken worden. In de westhoek zien we een rode kolom uitgebeeld. Deze rode zuil is een zinnebeeldige weergave van de openbaring van het mysterie van de H. Drievuldigheid op het einde der tijden.

Immers toen de zon in het westen reeds onderging en de avond aanbrak, is dit grote geheim door het mensgeworden Woord geopenbaard. Tussen het westen en het zuiden zien we twee torens in aanbouw. De eerste is de toren van de Mensheid van het Woord en is bijna voltooid. Verderop in de zuidhoek wordt de grote toren van de Kerk van het Godsvolk opgetrokken door de gelovigen zelf, die langs ladders stenen naar boven brengen.

Zo vinden we in het zuiden, pal tegenover het noorden waar de duivel woont, de plaats waar de Kerk wordt opgetrokken. De torens worden in het zuiden gebouwd omdat daar de plaats gedacht werd van het oorspronkelijke aardse paradijs.

De laatste muur, nog in aanbouw,  is die van het zuiden terug naar het oosten, waar de Lichtende zetelt. Als deze voltooid is, zal de volledige openbaring van de wederkomst van de verrezen Heer plaats vinden. In de tien volgende visioenen en miniaturen wordt de symboliek van al die onderdelen van de Stad Gods verder uitgewerkt. We zien dat héél het bouwwerk gaat om een verdedigingswerk in de strijd tussen God en de duivel.

God wil de mensheid, door de duivel uit het paradijs geroofd en weggevoerd naar diens rijk der duisternis in het noorden, terugleiden naar het zuiden. Daar wil God samen met de mensen van goede wil het nieuwe paradijs, n.l. de Kerk, opbouwen. De gelovigen die vanuit het noorden naar het zuiden komen om de slottoren van de Kerk te bouwen, moeten evenwel verdedigd worden tegen de aanvallen van de vorst der duisternis, die in het noorden heerst.

.

De voorstelling van de miniatuur

.

God woont in het oosten, rechts van Hem in het noorden zetelt de duivel en links in het zuiden is het nieuwe paradijs gedacht. Het eerste wat God doet is een zware verdedigingsmuur bouwen in noordelijke richting om de eerste aanvallen van de duivel daaruit op te vangen.

Dan dreigt een dubbel groot gevaar vanuit de open westkant. Op dat ogenblik nodigt God de mens uit Hem te helpen en een driedubbele muur op te trekken van het noorden naar het westen.

In het westen komt de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid zelf als mens ons te hulp. Hij voltooit, samen met hen die hiertoe geroepen zijn, de muur van het westen naar het zuiden. Daartussen rijst de hoge toren van Zijn Mensheid op.

Zo komen we in het zuiden, waar door alle gelovigen steentje voor steentje de grote slottoren van de Kerk wordt opgetrokken. Daar kunnen de gelovigen van het Nieuwe Testament, grotendeels beschermd tegen de aanvallen uit het noorden, doorwerken.

Maar het einddoel, de afronding en voltooiing van het bouwwerk liggen in het oosten. Deze nieuwe muur van het zuiden naar dat eindpunt wordt even als de noordwest muur door de gelovigen zelf opgetrokken. Het Rijk Gods is tenslotte als een bouwwerk tot stand gekomen in een samenwerking van God met de vrije wil van de mens.

Deze hoofdgedachte van een samenspel tussen God en mens tegen duivel en zonde is eigenlijk de leidraad van heel het betoog van Hildegard over de wegen des Heren. Maar zij wil, in dit samengaan van God en mens tegen de duivel, graag de alles overtreffende grootheid van God naar voren brengen.Daarom zullen we bij de uitwerking van de vierkante plattegrond een grote afwijking ontdekken.

De eerste muur, die door God de almachtige Vader en de derde die door Gods Zoon in Zijn Mensheid worden opgetrokken, zijn beide twee maal zo lang als de tweede en vierde muur die de gelovigen mogen op metselen.

.

De dynamiek in de symboliek van het bouwwerk

.

Nog andere grondgedachten spelen mee in de symboliek van dit bouwwerk. De dynamiek van de uitvoering komt helemaal overeen met de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis.Eerst de openbaring aan Abraham en de profeten van oost naar noord. Dan de hiërarchie en de ascese van de joodse wet van noord naar west, welke uiteindelijk verwijzen naar de grote openbaring van Christus over het mysterie van de H. Drievuldigheid.

Het is de bekering tot het geloof in het geheim van Gods Zoon dat dan verder de drijfveer uitmaakt van de bouw van de Kerk in het zuiden. En het is het verlangen naar de wederkomst van de Heer, dat de gelovigen de wilskracht geeft om de laatste muur te voltooien van het zuiden naar het oosten.

Deze drijfveer naar de voltooiing is toch weer een werk van God en mens samen. God geeft hiertoe de genade en de mens ontleent er zijn kracht, zijn deugd aan. Dit laatste begrip van deugdbeoefening vormt één van de grondideeën van de hele verhandeling van Scivias, speciaal van het derde Boek.

.

Verband tussen de macro- en de micro-ecclesia

.

Door dit thema van de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis krijgen we te maken met een merkwaardig parallellisme tussen wat we zouden kunnen noemen de macro- en micro-ecclesia. De geschiedenis van de kerkopbouw, gezien vanuit het Oude Testament over het Nieuwe Testament naar de parousia (de wederkomst des Heren), herhaalt zich in het klein voor iedere mensenziel.

Dezelfde ontwikkeling, welke Hildegard ons schildert van de krachten Gods in de macro-ecclesia, kan elke gelovige ontdekken in zijn eigen geloofs- en deugdenleven. Het is omwille van deze les dat Hildegard zo uitvoerig ingaat op de deugdenleer. Zij ziet bij die opbouw van de grote Kerk, waarin God en mens samenwerken, zes groepen van deugden die de mens tot steeds grotere rijpheid helpen brengen.

.

De deugden in Scivias

.

In de volgende miniaturen 22 tot en met 31 trekt een stoet van gepersonifieerde deugden aan ons voorbij, die samen een moraliteit in beelden vormen.In de tekst van de visioenen worden we overstelpt met lange allegorische verklaringen van de kleding en de gebaren van deze personificaties. Hildegard zelf moet deze uitleg als onbevredigend ervaren hebben.

Na de voltooiing van Scivias heeft zij immers een echte moraliteit (toneelstuk) geschreven en muziek ervoor gecomponeerd. Deze draagt als titel ‘Ordo Virtutum’, wat men zou kunnen vertalen met ” De ontwikkeling van het deugdenleven”. Deze moraliteit liet Hildegard bij bijzondere gelegenheden door haar monialen op het plein voor haar kerk spelen, waarschijnlijk voor de toegestroomde pelgrims.

Bij de verdere uitleg van de miniaturen gaan we nog dieper in op deze deugdengroepen, waarbij men zal merken dat de beeldspraak erg gecompliceerd is. Daarmee hebben de miniaturisten zeker moeite gehad wat waarschijnlijk de reden is waarom de miniaturen van het derde boek, artistiek gesproken, niet de kwaliteit hebben van de voorafgaande.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

De kracht van de draak!

Standaard

categorie : religie

 

 

 

hoofdstuk 12 ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel

de zwangere vrouw en de draak; Openbaring 12

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

job 40

 

20 Kunt u de krokodil met een haak en een vislijn vangen? Of een lasso om zijn tong leggen?

21 Kunt u hem met een touw door zijn neus in bedwang houden of zijn kaak met een pin doorboren?

22 Zal hij u smeken om medelijden of u door vleiende woorden proberen om te praten?

23 Zal hij zich er bij neerleggen dat u hem voor zijn verdere leven tot slaaf maakt?

24 Kunt u hem net als een vogel in een huisdier veranderen en uw kleine dochtertjes met hem laten spelen?

25 Zullen de mannen die samen vissen hem aan de vishandelaren verkopen en zullen deze hem onder zich verdelen?

26 Zal zijn huid worden doorboord met pijlen of kan iemand een harpoen in zijn kop planten?

27 Als u hem met de hand wilt aanraken, zal het gevecht dat volgt u nog lang heugen en u zult dat geen tweede maal proberen.

28 Nee, het is onmogelijk hem te vangen. Alleen al wanneer je naar hem kijkt, deins je terug.”

 

 

Job 41 : Het Boek 

 

41 “Er is niemand die het waagt hem op te hitsen, laat staan dat er iemand is die wil proberen hem te overwinnen. En als niemand tegen hem is opgewassen,

zou er dan wel iemand bestaan die het tegen Mij kan opnemen? Ik ben niemand iets schuldig. Alles onder de hemelen is van Mij.

Ik mag niet vergeten de geweldige kracht van zijn ledematen en zijn elegante lichaamsbouw te noemen.

4-5 Wie durft zijn huid af te stropen en met een bit binnen het bereik van zijn machtige kaken te komen, laat staan ze open te trekken? Want zijn tanden zijn vreselijke wapens.

6-8 De overlappende schubben op zijn rug vormen een ondoordringbaar pantser, zodat er geen lucht tussen kan komen en niemand erin slaagt ze te doorboren.

Wanneer hij snuift, schieten lichtflitsen naar buiten. Zijn ogen gloeien als de eerste zonnestralen.

10 Vuur springt uit zijn muil.

11 Er komt rook uit zijn neusgaten, net als uit een kookpot die op een fel brandend vuur staat.

12 Ja, zijn adem kan kolen laten ontbranden; vlammen schieten op uit zijn bek.

13 In zijn nek schuilt een angstaanjagende kracht, die overal verschrikking zaait.

14 Zijn vlees is hard en stevig, niet zacht en vet.

15 Zijn hart is zo hard als rots, als een molensteen.

16 Als hij opstaat, slaat zelfs de sterkste mannen de angst om het hart. Zij vluchten weg voordat ze door hem worden verpletterd.

17 Een zwaard is een nutteloos wapen tegen hem en ook andere wapens halen niets uit.

 

 

De strijd van goed tegen kwaad op de laatste dag

De strijd van goed tegen kwaad op de laatste dag

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Gods Woord: het enige wapen dat de duivel aan kan!

 

“Zal hij ook voor zijn gezicht neergeslagen worden?” (Job 40 : 28). Het is een sterk wezen. In Job 41 : 6 – 8 en 14 leest u over zijn schilden en zijn vlees. Het is met aardse wapens niet te verslaan, maar, zoals Hebr. 4 : 12 zegt: “het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling van de ziel; en van de geest, en van de samenvoegselen, en van het merg”. De Heere Zelf zal hem verslaan!

Maar hierin ziet u ook het enige wapen wat wij in de geestelijke wapenrusting ter beschikking hebben (Ef. 6 : 17): Het Woord van God. Wanneer Jezus Christus door de duivel, een wezen dat ook Gods Woord citeert, in de woestijn verzocht wordt, weerlegt de Heere Jezus hem met het Woord (Luk. 4 : 1 – 15): “Er is geschreven…” Het Woord is zeer vast, en niet van eigen uitlegging. Alleen het Woord van God kan de vijand aan, kan de vijand weerleggen, en uiteindelijk verslaan. Maar dat laatste zal het Vleesgeworden Woord Zelf doen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

 

De verering van de draak

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De verering van de duivel en de mammon, de geldgod

De verering van de duivel en de mammon, de geldgod

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Gods Woord: het enige wapen dat de duivel aan kan!

 

“Zal hij ook voor zijn gezicht neergeslagen worden?” (Job 40 : 28). Het is een sterk wezen. In Job 41 : 6 – 8 en 14 leest u over zijn schilden en zijn vlees. Het is met aardse wapens niet te verslaan, maar, zoals Hebr. 4 : 12 zegt: “het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling van de ziel; en van de geest, en van de samenvoegselen, en van het merg”. De Heere Zelf zal hem verslaan!

Maar hierin ziet u ook het enige wapen wat wij in de geestelijke wapenrusting ter beschikking hebben (Ef. 6 : 17): Het Woord van God. Wanneer Jezus Christus door de duivel, een wezen dat ook Gods Woord citeert, in de woestijn verzocht wordt, weerlegt de Heere Jezus hem met het Woord (Luk. 4 : 1 – 15): “Er is geschreven…” Het Woord is zeer vast, en niet van eigen uitlegging. Alleen het Woord van God kan de vijand aan, kan de vijand weerleggen, en uiteindelijk verslaan. Maar dat laatste zal het Vleesgeworden Woord Zelf doen.

Het Woord is ZEER VAST!  De Heere heeft beloofd Zijn Woord voor ons te bewaren! En dat heeft Hij gedaan! De vijand heeft het voor elkaar gekregen dat er vele valse vertalingen op de markt zijn, vermengd met de filosofie die mensen niet bij Jezus Christus brengt, maar bij de wereld.

 

(Kol. 2 : 8)!

Ziet toe, dat niemand u medeslepe door zijn wijsbegeerte en door ijdel bedrog in overeenstemming met de overlevering der mensen, met de wereldgeesten en niet met Christus.

 

 

 

De draak wil verering!

 

Als we naar de wereldreligies kijken dan zien we opmerkelijke dingen. De satan, als gevallen cherub, heeft het gezicht van een os. Toen het Joodse volk bij de Uittocht uit de woestijn een afgod ging maken, werd het een gouden kalf! In India vereert men de heilige koe! In China is het een rode draak die in het religieuze leven een duidelijke rol speelt. Ziet u hoe de satan allerlei religies in het leven roept om de mens van de Schepper van hemel en aarde weg te houden. De satan is maar op één ding uit: hij wil vereerd worden.

 

(2 Thess. 2 : 4)!

Hij zal God uitdagen en alles omverwerpen wat de mensen vereren. Hij zal zelfs in de tempel van God gaan zitten en beweren dat hij God is.

 

De vijand heeft het voor elkaar gekregen om vervalsingen van Gods Woord uit te brengen, waarin de Naam van de Heere Jezus stelselmatig gedegradeerd wordt, en waarin zijn eigen identificatie (die van de duivel dus) is weggewist. Dat is waar de Theologie zich in deze wereld mee bezig houdt. En langzamerhand gelooft de mens niet meer in het feit dat de Heere gesproken heeft en dat er een duivel bestaat.

De Heere legt Zijn Woord Zelf uit. Door Schrift met Schrift te vergelijken mogen we Zijn Woord leren kennen, en laten we ons niet door een zogenaamde ‘christelijke’ wetenschap met een kluitje in het riet sturen! Geloven wij de Heere op Zijn Woord? Dan zijn wij geen christenen van een bepaalde denominatie, maar dan mogen we Bijbelgelovigen zijn, wederom geboren christenen die staan op het Woord van God!

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Eenentwintigste Miniatuur : tweede visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

.

.

.

.

Eenentwintigste Miniatuur: Tweede visioen van het Derde Boek

.

.

Scivias%20T%2021_Boek%20III,2

.

.

Deze miniatuur biedt ons het algemeen overzicht van de Stad Gods. Vóór de tweede Persoon van God, de Lichtende Gezetelde van wie al het licht uitgaat, strekt zich de plattegrond uit van een stad. De stad heeft een vestingwerk, is viervoudig ommuurd en verstevigd met torens.Trouw aan de tekst van Hildegard heeft de miniaturist gepoogd een overzicht te geven van zijn geheel en zijn onderdelen.

De figuur in het rood is Christus, de Lucidens Sedens of de lichtende gezetelde in het Oosten. Rechts van de Lucidens Sedens begint een muur die de meest lichtgevende van de vier is. Hij wordt dan ook in het zilver weergegeven. Deze muur, die de lucida pars genoemd wordt (het deel dat licht uitstraalt), loopt van het oosten naar het noorden.

Ongeveer in het midden ervan staat een brede toren met kantelen, die Hildegard de toren van het plan van het werk Gods ( de Turris praecursus voluntatis Dei ) noemt. Verderop verheft zich de kolom van het Woord Gods, een soort boom waarvan op iedere tak een menselijk hoofd is afgebeeld. Tussen deze twee torens zullen we straks een poort, die toegang geeft tot de stad zelf, zien open gaan.

Waar de lichtgevende muur in het noorden de driedelige muur welke naar het westen loopt raakt, zien we een hoogst merkwaardige kop omgeven door drie blauwwitte vleugels. Een zeer opvallend symbool van de Zelus Dei, de vurige ijver Gods, die met haar brandende ogen de duivel in het noorden bedreigt.

Op de plattegrond zien we, vanaf de Zelus Dei aan de noordzijde, in westelijke richting een schans opgeworpen van drie evenwijdige muren. Het gaat om muren die door de gelovige mensen opgetrokken worden. In de westhoek zien we een rode kolom uitgebeeld. Deze rode zuil is een zinnebeeldige weergave van de openbaring van het mysterie van de H. Drievuldigheid op het einde der tijden.

Immers toen de zon in het westen reeds onderging en de avond aanbrak, is dit grote geheim door het mensgeworden Woord geopenbaard. Tussen het westen en het zuiden zien we twee torens in aanbouw. De eerste is de toren van de Mensheid van het Woord en is bijna voltooid. Verderop in de zuidhoek wordt de grote toren van de Kerk van het Godsvolk opgetrokken door de gelovigen zelf, die langs ladders stenen naar boven brengen.

Zo vinden we in het zuiden, pal tegenover het noorden waar de duivel woont, de plaats waar de Kerk wordt opgetrokken. De torens worden in het zuiden gebouwd omdat daar de plaats gedacht werd van het oorspronkelijke aardse paradijs.

De laatste muur, nog in aanbouw,  is die van het zuiden terug naar het oosten, waar de Lichtende zetelt. Als deze voltooid is, zal de volledige openbaring van de wederkomst van de verrezen Heer plaats vinden. In de tien volgende visioenen en miniaturen wordt de symboliek van al die onderdelen van de Stad Gods verder uitgewerkt. We zien dat héél het bouwwerk gaat om een verdedigingswerk in de strijd tussen God en de duivel.

God wil de mensheid, door de duivel uit het paradijs geroofd en weggevoerd naar diens rijk der duisternis in het noorden, terugleiden naar het zuiden. Daar wil God samen met de mensen van goede wil het nieuwe paradijs, n.l. de Kerk, opbouwen. De gelovigen die vanuit het noorden naar het zuiden komen om de slottoren van de Kerk te bouwen, moeten evenwel verdedigd worden tegen de aanvallen van de vorst der duisternis, die in het noorden heerst.

.

De voorstelling van de miniatuur

.

God woont in het oosten, rechts van Hem in het noorden zetelt de duivel en links in het zuiden is het nieuwe paradijs gedacht. Het eerste wat God doet is een zware verdedigingsmuur bouwen in noordelijke richting om de eerste aanvallen van de duivel daaruit op te vangen.

Dan dreigt een dubbel groot gevaar vanuit de open westkant. Op dat ogenblik nodigt God de mens uit Hem te helpen en een driedubbele muur op te trekken van het noorden naar het westen.

In het westen komt de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid zelf als mens ons te hulp. Hij voltooit, samen met hen die hiertoe geroepen zijn, de muur van het westen naar het zuiden. Daartussen rijst de hoge toren van Zijn Mensheid op.

Zo komen we in het zuiden, waar door alle gelovigen steentje voor steentje de grote slottoren van de Kerk wordt opgetrokken. Daar kunnen de gelovigen van het Nieuwe Testament, grotendeels beschermd tegen de aanvallen uit het noorden, doorwerken.

Maar het einddoel, de afronding en voltooiing van het bouwwerk liggen in het oosten. Deze nieuwe muur van het zuiden naar dat eindpunt wordt even als de noordwest muur door de gelovigen zelf opgetrokken. Het Rijk Gods is tenslotte als een bouwwerk tot stand gekomen in een samenwerking van God met de vrije wil van de mens.

Deze hoofdgedachte van een samenspel tussen God en mens tegen duivel en zonde is eigenlijk de leidraad van heel het betoog van Hildegard over de wegen des Heren. Maar zij wil, in dit samengaan van God en mens tegen de duivel, graag de alles overtreffende grootheid van God naar voren brengen.Daarom zullen we bij de uitwerking van de vierkante plattegrond een grote afwijking ontdekken.

De eerste muur, die door God de almachtige Vader en de derde die door Gods Zoon in Zijn Mensheid worden opgetrokken, zijn beide twee maal zo lang als de tweede en vierde muur die de gelovigen mogen op metselen.

.

De dynamiek in de symboliek van het bouwwerk

.

Nog andere grondgedachten spelen mee in de symboliek van dit bouwwerk. De dynamiek van de uitvoering komt helemaal overeen met de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis.Eerst de openbaring aan Abraham en de profeten van oost naar noord. Dan de hiërarchie en de ascese van de joodse wet van noord naar west, welke uiteindelijk verwijzen naar de grote openbaring van Christus over het mysterie van de H. Drievuldigheid.

Het is de bekering tot het geloof in het geheim van Gods Zoon dat dan verder de drijfveer uitmaakt van de bouw van de Kerk in het zuiden. En het is het verlangen naar de wederkomst van de Heer, dat de gelovigen de wilskracht geeft om de laatste muur te voltooien van het zuiden naar het oosten.

Deze drijfveer naar de voltooiing is toch weer een werk van God en mens samen. God geeft hiertoe de genade en de mens ontleent er zijn kracht, zijn deugd aan. Dit laatste begrip van deugdbeoefening vormt één van de grondideeën van de hele verhandeling van Scivias, speciaal van het derde Boek.

.

Verband tussen de macro- en de micro-ecclesia

.

Door dit thema van de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis krijgen we te maken met een merkwaardig parallellisme tussen wat we zouden kunnen noemen de macro- en micro-ecclesia. De geschiedenis van de kerkopbouw, gezien vanuit het Oude Testament over het Nieuwe Testament naar de parousia (de wederkomst des Heren), herhaalt zich in het klein voor iedere mensenziel.

Dezelfde ontwikkeling, welke Hildegard ons schildert van de krachten Gods in de macro-ecclesia, kan elke gelovige ontdekken in zijn eigen geloofs- en deugdenleven. Het is omwille van deze les dat Hildegard zo uitvoerig ingaat op de deugdenleer. Zij ziet bij die opbouw van de grote Kerk, waarin God en mens samenwerken, zes groepen van deugden die de mens tot steeds grotere rijpheid helpen brengen.

.

De deugden in Scivias

.

In de volgende miniaturen 22 tot en met 31 trekt een stoet van gepersonifieerde deugden aan ons voorbij, die samen een moraliteit in beelden vormen.In de tekst van de visioenen worden we overstelpt met lange allegorische verklaringen van de kleding en de gebaren van deze personificaties. Hildegard zelf moet deze uitleg als onbevredigend ervaren hebben.

Na de voltooiing van Scivias heeft zij immers een echte moraliteit (toneelstuk) geschreven en muziek ervoor gecomponeerd. Deze draagt als titel ‘Ordo Virtutum’, wat men zou kunnen vertalen met ” De ontwikkeling van het deugdenleven”. Deze moraliteit liet Hildegard bij bijzondere gelegenheden door haar monialen op het plein voor haar kerk spelen, waarschijnlijk voor de toegestroomde pelgrims.

Bij de verdere uitleg van de miniaturen gaan we nog dieper in op deze deugdengroepen, waarbij men zal merken dat de beeldspraak erg gecompliceerd is. Daarmee hebben de miniaturisten zeker moeite gehad wat waarschijnlijk de reden is waarom de miniaturen van het derde boek, artistiek gesproken, niet de kwaliteit hebben van de voorafgaande.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

Eenentwintigste Miniatuur : tweede visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

.

.

.

.

Eenentwintigste Miniatuur: Tweede visioen van het Derde Boek

.

.

Scivias%20T%2021_Boek%20III,2

.

.

Deze miniatuur biedt ons het algemeen overzicht van de Stad Gods. Vóór de tweede Persoon van God, de Lichtende Gezetelde van wie al het licht uitgaat, strekt zich de plattegrond uit van een stad. De stad heeft een vestingwerk, is viervoudig ommuurd en verstevigd met torens.Trouw aan de tekst van Hildegard heeft de miniaturist gepoogd een overzicht te geven van zijn geheel en zijn onderdelen.

De figuur in het rood is Christus, de Lucidens Sedens of de lichtende gezetelde in het Oosten. Rechts van de Lucidens Sedens begint een muur die de meest lichtgevende van de vier is. Hij wordt dan ook in het zilver weergegeven. Deze muur, die de lucida pars genoemd wordt (het deel dat licht uitstraalt), loopt van het oosten naar het noorden.

Ongeveer in het midden ervan staat een brede toren met kantelen, die Hildegard de toren van het plan van het werk Gods ( de Turris praecursus voluntatis Dei ) noemt. Verderop verheft zich de kolom van het Woord Gods, een soort boom waarvan op iedere tak een menselijk hoofd is afgebeeld. Tussen deze twee torens zullen we straks een poort, die toegang geeft tot de stad zelf, zien open gaan.

Waar de lichtgevende muur in het noorden de driedelige muur welke naar het westen loopt raakt, zien we een hoogst merkwaardige kop omgeven door drie blauwwitte vleugels. Een zeer opvallend symbool van de Zelus Dei, de vurige ijver Gods, die met haar brandende ogen de duivel in het noorden bedreigt.

Op de plattegrond zien we, vanaf de Zelus Dei aan de noordzijde, in westelijke richting een schans opgeworpen van drie evenwijdige muren. Het gaat om muren die door de gelovige mensen opgetrokken worden. In de westhoek zien we een rode kolom uitgebeeld. Deze rode zuil is een zinnebeeldige weergave van de openbaring van het mysterie van de H. Drievuldigheid op het einde der tijden.

Immers toen de zon in het westen reeds onderging en de avond aanbrak, is dit grote geheim door het mensgeworden Woord geopenbaard. Tussen het westen en het zuiden zien we twee torens in aanbouw. De eerste is de toren van de Mensheid van het Woord en is bijna voltooid. Verderop in de zuidhoek wordt de grote toren van de Kerk van het Godsvolk opgetrokken door de gelovigen zelf, die langs ladders stenen naar boven brengen.

Zo vinden we in het zuiden, pal tegenover het noorden waar de duivel woont, de plaats waar de Kerk wordt opgetrokken. De torens worden in het zuiden gebouwd omdat daar de plaats gedacht werd van het oorspronkelijke aardse paradijs.

De laatste muur, nog in aanbouw,  is die van het zuiden terug naar het oosten, waar de Lichtende zetelt. Als deze voltooid is, zal de volledige openbaring van de wederkomst van de verrezen Heer plaats vinden. In de tien volgende visioenen en miniaturen wordt de symboliek van al die onderdelen van de Stad Gods verder uitgewerkt. We zien dat héél het bouwwerk gaat om een verdedigingswerk in de strijd tussen God en de duivel.

God wil de mensheid, door de duivel uit het paradijs geroofd en weggevoerd naar diens rijk der duisternis in het noorden, terugleiden naar het zuiden. Daar wil God samen met de mensen van goede wil het nieuwe paradijs, n.l. de Kerk, opbouwen. De gelovigen die vanuit het noorden naar het zuiden komen om de slottoren van de Kerk te bouwen, moeten evenwel verdedigd worden tegen de aanvallen van de vorst der duisternis, die in het noorden heerst.

.

De voorstelling van de miniatuur

.

God woont in het oosten, rechts van Hem in het noorden zetelt de duivel en links in het zuiden is het nieuwe paradijs gedacht. Het eerste wat God doet is een zware verdedigingsmuur bouwen in noordelijke richting om de eerste aanvallen van de duivel daaruit op te vangen.

Dan dreigt een dubbel groot gevaar vanuit de open westkant. Op dat ogenblik nodigt God de mens uit Hem te helpen en een driedubbele muur op te trekken van het noorden naar het westen.

In het westen komt de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid zelf als mens ons te hulp. Hij voltooit, samen met hen die hiertoe geroepen zijn, de muur van het westen naar het zuiden. Daartussen rijst de hoge toren van Zijn Mensheid op.

Zo komen we in het zuiden, waar door alle gelovigen steentje voor steentje de grote slottoren van de Kerk wordt opgetrokken. Daar kunnen de gelovigen van het Nieuwe Testament, grotendeels beschermd tegen de aanvallen uit het noorden, doorwerken.

Maar het einddoel, de afronding en voltooiing van het bouwwerk liggen in het oosten. Deze nieuwe muur van het zuiden naar dat eindpunt wordt even als de noordwest muur door de gelovigen zelf opgetrokken. Het Rijk Gods is tenslotte als een bouwwerk tot stand gekomen in een samenwerking van God met de vrije wil van de mens.

Deze hoofdgedachte van een samenspel tussen God en mens tegen duivel en zonde is eigenlijk de leidraad van heel het betoog van Hildegard over de wegen des Heren. Maar zij wil, in dit samengaan van God en mens tegen de duivel, graag de alles overtreffende grootheid van God naar voren brengen.Daarom zullen we bij de uitwerking van de vierkante plattegrond een grote afwijking ontdekken.

De eerste muur, die door God de almachtige Vader en de derde die door Gods Zoon in Zijn Mensheid worden opgetrokken, zijn beide twee maal zo lang als de tweede en vierde muur die de gelovigen mogen op metselen.

.

De dynamiek in de symboliek van het bouwwerk

.

Nog andere grondgedachten spelen mee in de symboliek van dit bouwwerk. De dynamiek van de uitvoering komt helemaal overeen met de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis.Eerst de openbaring aan Abraham en de profeten van oost naar noord. Dan de hiërarchie en de ascese van de joodse wet van noord naar west, welke uiteindelijk verwijzen naar de grote openbaring van Christus over het mysterie van de H. Drievuldigheid.

Het is de bekering tot het geloof in het geheim van Gods Zoon dat dan verder de drijfveer uitmaakt van de bouw van de Kerk in het zuiden. En het is het verlangen naar de wederkomst van de Heer, dat de gelovigen de wilskracht geeft om de laatste muur te voltooien van het zuiden naar het oosten.

Deze drijfveer naar de voltooiing is toch weer een werk van God en mens samen. God geeft hiertoe de genade en de mens ontleent er zijn kracht, zijn deugd aan. Dit laatste begrip van deugdbeoefening vormt één van de grondideeën van de hele verhandeling van Scivias, speciaal van het derde Boek.

.

Verband tussen de macro- en de micro-ecclesia

.

Door dit thema van de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis krijgen we te maken met een merkwaardig parallellisme tussen wat we zouden kunnen noemen de macro- en micro-ecclesia. De geschiedenis van de kerkopbouw, gezien vanuit het Oude Testament over het Nieuwe Testament naar de parousia (de wederkomst des Heren), herhaalt zich in het klein voor iedere mensenziel.

Dezelfde ontwikkeling, welke Hildegard ons schildert van de krachten Gods in de macro-ecclesia, kan elke gelovige ontdekken in zijn eigen geloofs- en deugdenleven. Het is omwille van deze les dat Hildegard zo uitvoerig ingaat op de deugdenleer. Zij ziet bij die opbouw van de grote Kerk, waarin God en mens samenwerken, zes groepen van deugden die de mens tot steeds grotere rijpheid helpen brengen.

.

De deugden in Scivias

.

In de volgende miniaturen 22 tot en met 31 trekt een stoet van gepersonifieerde deugden aan ons voorbij, die samen een moraliteit in beelden vormen.In de tekst van de visioenen worden we overstelpt met lange allegorische verklaringen van de kleding en de gebaren van deze personificaties. Hildegard zelf moet deze uitleg als onbevredigend ervaren hebben.

Na de voltooiing van Scivias heeft zij immers een echte moraliteit (toneelstuk) geschreven en muziek ervoor gecomponeerd. Deze draagt als titel ‘Ordo Virtutum’, wat men zou kunnen vertalen met ” De ontwikkeling van het deugdenleven”. Deze moraliteit liet Hildegard bij bijzondere gelegenheden door haar monialen op het plein voor haar kerk spelen, waarschijnlijk voor de toegestroomde pelgrims.

Bij de verdere uitleg van de miniaturen gaan we nog dieper in op deze deugdengroepen, waarbij men zal merken dat de beeldspraak erg gecompliceerd is. Daarmee hebben de miniaturisten zeker moeite gehad wat waarschijnlijk de reden is waarom de miniaturen van het derde boek, artistiek gesproken, niet de kwaliteit hebben van de voorafgaande.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

De nederlaag van satan

Standaard

categorie : religie

.

.

De nederlaag van de draak ( satan met symbool 666 ) door het kruis

Pasteltekening van John Astria

.

De nederlaag van satan

.

Over de grootste strijd, die ooit heeft plaatsgevonden op deze aarde, is niet in een van de geschiedenisboeken ter wereld geschreven. Het was op Golgotha​​, toen Jezus door Zijn dood satan, de prins van deze wereld, versloeg. Een vers dat we nooit in ons hele leven mogen vergeten is Hebreeën 2:14, 15. Het is zeker dat satan niet zal willen dat we dit vers kennen.

Niemand vindt het leuk om van zijn eigen nederlaag of falen te horen en satan is hierop geen uitzondering. Hier is het vers:

“Omdat nu die kinderen van vlees en bloed zijn, heeft Hij (Jezus) eveneens daaraan deel gehad om door de dood (Zijn dood aan het kruis van Golgotha) hem die de macht over de dood had – dat is de duivel – teniet te doen, en allen te verlossen die door angst voor de dood gedurende heel hun leven aan slavernij onderworpen waren.”

.

De boze is machteloos

.

Toen Jezus stierf, maakte hij de duivel machteloos. Waarom? Omdat we voor altijd vrij zouden zijn van satan en van de slavernij van de angst die hij op ons gedurende ons hele leven had gebracht. Er zijn vele soorten van angsten die mensen in de wereld hebben, maar de grootste van alle angsten is de angst voor de dood.

.
Elke andere angst is minder dan de angst voor de dood. De angst voor de dood leidt naar de angst voor wat er zal gebeuren na de dood. De Bijbel leert ons heel duidelijk dat degenen die in zonde leven uiteindelijk naar de hel zullen gaan – de plaats die God heeft gereserveerd voor degenen die zich niet bekeren. De duivel zal ook de eeuwigheid doorbrengen in de poel van vuur, samen met degenen die hij bedrogen heeft en op deze aarde tot zonde leidde.
.
Jezus kwam naar de aarde om ons te redden van de eeuwige hel door de straf voor onze zonden op Zich te nemen. Hij heeft ook de macht van satan over ons teniet gedaan, zodat hij ons nooit meer kan schaden. Vergeet deze waarheid je leven lang niet:
.
.
GOD ZAL ALTIJD AAN JOUW KANT STAAN TEGEN SATAN.
.
De Bijbel zegt:
.
.
.
” Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten.” (Jakobus 4:07).
.
.
De naam van Jezus is de Naam waardoor satan altijd zal vluchten. Het beeld dat de meeste christenen in hun gedachten hebben is die van de satan die achter hen jaagt waardoor ze moeten rennen voor hun leven. Maar dat is precies het tegenovergestelde van wat de Bijbel ons leert. Satan was en is bang voor Jezus die het Licht van de wereld is waardoor de vorst der duisternis voor Hem moet verdwijnen.
.
Jezus vertelde Zijn discipelen over hoe Hij de val van satan in de hemel had gezien. En daar, zei Jezus, was de val van satan geweest “als de bliksem” (Lukas 10:18), toen God hem uit wierp. Toen Jezus tegen satan in de woestijn zei, “Ga weg, satan,” verdween hij ook met de snelheid van de bliksem uit de aanwezigheid van Jezus. En wanneer we ons vandaag in de naam van Jezus verzetten tegen de satan, dan zal hij ons ook met de snelheid van het licht ontvluchten. De duisternis vlucht voor licht.
.
Satan is bang voor de Naam van Jezus. Hij is bang om te worden herinnerd aan het feit dat Jezus Heer is. Mensen die door demonen bezeten zijn, zullen niet belijden dat Jezus Christus Heer is, ook zullen zij niet bekennen dat satan werd verslagen aan het kruis. Er is kracht in de Naam van Jezus Christus om elke demon uit te werpen en elke duivel van u weg te laten vluchten – met de snelheid van de bliksem. Vergeet dat nooit.
.
.

Keuze tussen eeuwig leven of de vuurpoel

Pasteltekening van John Astria

.

Moeilijkheden in je leven

.

Als je op enig moment in je leven in moeilijkheden zit, of je wordt geconfronteerd met een onoverkomelijk probleem, iets waarvoor er geen menselijk antwoord lijkt te zijn, beroep je dan op de Naam van de Here Jezus. Zeg tegen Hem:

.

“Heer Jezus, U staat aan mijn kant tegen de duivel. Help me nu”.
.
.
En spreek dan tegen satan en zeg hem:
.
.
“In Jezus Naam weersta ik je​​, satan”.
.
.
Ik kan je zeggen dat satan dan onmiddellijk van je weg zal gaan, omdat Jezus hem versloeg aan het kruis. Satan is machteloos tegen jou, wanneer je hem in het licht van God en in Jezus‘ naam weerstaat.
.
Satan wil uiteraard niet dat je van zijn nederlaag af weet en dat is waarom hij je zo lang heeft verhinderd hierover te horen. Dat is de reden waarom hij ook de meeste predikers heeft gestopt om te preken over zijn nederlaag. Ik wil dat jullie dit allemaal duidelijk weten dat satan eens en voor altijd door de Heer Jezus Christus werd verslagen aan het kruis.
Je hoeft nooit meer bang voor satan te zijn. Hij kan je niet lastig vallen. Hij kan je geen kwaad doen. Hij kan je verleiden. Hij kan je aanvallen. Maar de genade van God in Christus zal je altijd over hem laten zegevieren, als je jezelf vernedert, aan God onderwerpt en te allen tijde wandelt in Zijn licht. Er is een enorme kracht in het licht.
.
Satan, de vorst der duisternis, kan nooit het rijk van het licht binnen gaan. Als Satan macht heeft over vele gelovigen, dan is dat omdat ze in de duisternis wandelen, leven in een geheime zonde, anderen niet vergeven, of jaloers zijn op iemand, of een aantal zelfzuchtige zaken in hun leven najagen, etc. Dan krijgt de satan macht over hen. Anders kan hij ze niet aanraken.
.
.
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

De nederlaag van satan

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De nederlaag van de draak ( satan met symbool 666 ) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De nederlaag van satan

.

.

Over de grootste strijd, die ooit heeft plaatsgevonden op deze aarde, is niet in een van de geschiedenisboeken ter wereld geschreven. Het was op Golgotha​​, toen Jezus door Zijn dood satan, de prins van deze wereld, versloeg. Een vers dat we nooit in ons hele leven mogen vergeten is Hebreeën 2:14, 15. Het is zeker dat satan niet zal willen dat we dit vers kennen.

 

Niemand vindt het leuk om van zijn eigen nederlaag of falen te horen en satan is hierop geen uitzondering. Hier is het vers:

 

“Omdat nu die kinderen van vlees en bloed zijn, heeft Hij (Jezus) eveneens daaraan deel gehad om door de dood (Zijn dood aan het kruis van Golgotha) hem die de macht over de dood had – dat is de duivel – teniet te doen, en allen te verlossen die door angst voor de dood gedurende heel hun leven aan slavernij onderworpen waren.”

 

 

 

De boze is machteloos

.

.

Toen Jezus stierf, maakte hij de duivel machteloos. Waarom? Omdat we voor altijd vrij zouden zijn van satan en van de slavernij van de angst die hij op ons gedurende ons hele leven had gebracht. Er zijn vele soorten van angsten die mensen in de wereld hebben, maar de grootste van alle angsten is de angst voor de dood.
.
.
Elke andere angst is minder dan de angst voor de dood. De angst voor de dood leidt naar de angst voor wat er zal gebeuren na de dood. De Bijbel leert ons heel duidelijk dat degenen die in zonde leven uiteindelijk naar de hel zullen gaan – de plaats die God heeft gereserveerd voor degenen die zich niet bekeren. De duivel zal ook de eeuwigheid doorbrengen in de poel van vuur, samen met degenen die hij bedrogen heeft en op deze aarde tot zonde leidde.
.
.
Jezus kwam naar de aarde om ons te redden van de eeuwige hel door de straf voor onze zonden op Zich te nemen. Hij heeft ook de macht van satan over ons teniet gedaan, zodat hij ons nooit meer kan schaden. Vergeet deze waarheid je leven lang niet:
.
.
GOD ZAL ALTIJD AAN JOUW KANT STAAN TEGEN SATAN.
.
.
De Bijbel zegt:
.
.
” Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten.” (Jakobus 4:07).
.
.
De naam van Jezus is de Naam waardoor satan altijd zal vluchten. Het beeld dat de meeste christenen in hun gedachten hebben is die van de satan die achter hen jaagt waardoor ze moeten rennen voor hun leven. Maar dat is precies het tegenovergestelde van wat de Bijbel ons leert. Satan was en is bang voor Jezus die het Licht van de wereld is waardoor de vorst der duisternis voor Hem moet verdwijnen.
.
.
Jezus vertelde Zijn discipelen over hoe Hij de val van satan in de hemel had gezien. En daar, zei Jezus, was de val van satan geweest “als de bliksem” (Lukas 10:18), toen God hem uit wierp. Toen Jezus tegen satan in de woestijn zei, “Ga weg, satan,” verdween hij ook met de snelheid van de bliksem uit de aanwezigheid van Jezus. En wanneer we ons vandaag in de naam van Jezus verzetten tegen de satan, dan zal hij ons ook met de snelheid van het licht ontvluchten. De duisternis vlucht voor licht.
.
.
Satan is bang voor de Naam van Jezus. Hij is bang om te worden herinnerd aan het feit dat Jezus Heer is. Mensen die door demonen bezeten zijn, zullen niet belijden dat Jezus Christus Heer is, ook zullen zij niet bekennen dat satan werd verslagen aan het kruis. Er is kracht in de Naam van Jezus Christus om elke demon uit te werpen en elke duivel van u weg te laten vluchten – met de snelheid van de bliksem. Vergeet dat nooit.
.
.
.

Keuze tussen eeuwig leven of de vuurpoel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

.

Moeilijkheden in je leven

.

Als je op enig moment in je leven in moeilijkheden zit, of je wordt geconfronteerd met een onoverkomelijk probleem, iets waarvoor er geen menselijk antwoord lijkt te zijn, beroep je dan op de Naam van de Here Jezus. Zeg tegen Hem:
.
.
“Heer Jezus, U staat aan mijn kant tegen de duivel. Help me nu”.
.
.
En spreek dan tegen satan en zeg hem:
.
.
“In Jezus Naam weersta ik je​​, satan”.
.
.
Ik kan je zeggen dat satan dan onmiddellijk van je weg zal gaan, omdat Jezus hem versloeg aan het kruis. Satan is machteloos tegen jou, wanneer je hem in het licht van God en in Jezus‘ naam weerstaat.
.
.
Satan wil uiteraard niet dat je van zijn nederlaag af weet en dat is waarom hij je zo lang heeft verhinderd hierover te horen. Dat is de reden waarom hij ook de meeste predikers heeft gestopt om te preken over zijn nederlaag. Ik wil dat jullie dit allemaal duidelijk weten dat satan eens en voor altijd door de Heer Jezus Christus werd verslagen aan het kruis.
.
.
Je hoeft nooit meer bang voor satan te zijn. Hij kan je niet lastig vallen. Hij kan je geen kwaad doen. Hij kan je verleiden. Hij kan je aanvallen. Maar de genade van God in Christus zal je altijd over hem laten zegevieren, als je jezelf vernedert, aan God onderwerpt en te allen tijde wandelt in Zijn licht. Er is een enorme kracht in het licht.
.
.
Satan, de vorst der duisternis, kan nooit het rijk van het licht binnen gaan. Als Satan macht heeft over vele gelovigen, dan is dat omdat ze in de duisternis wandelen, leven in een geheime zonde, anderen niet vergeven, of jaloers zijn op iemand, of een aantal zelfzuchtige zaken in hun leven najagen, etc. Dan krijgt de satan macht over hen. Anders kan hij ze niet aanraken.
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 

De geschiedenis van Satan.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De geschiedenis van Satan

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Waar kwam hij vandaan?

 

De geschiedenis van Satan, de duivel, wordt in de Bijbel beschreven in Jesaja 14:12-15 en Ezechiël 28:12-19. Deze twee passages bevatten ook verwijzingen naar de koning van Babylon, de koning van Tyrus en de geestelijke kracht die achter deze koningen zat.

Waarom werd Satan uit de hemel verstoten? Zijn val werd veroorzaakt door hoogmoed. Deze hoogmoed kwam voort uit zijn verlangen om zelf God te zijn in plaats van een dienaar van God te zijn. Satan was de hoogste van alle engelen, maar hij was niet gelukkig. Hij verlangde ernaar om zelf God te zijn en over het universum te heersen. God wierp Satan uit de hemel, als een gevallen engel.

 

 

Helend bloed door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 Wie is Satan?

 

De duivel wordt vaak als een karikatuur afgeschilderd: een stripboekachtige boef met rode horentjes en een drietand; het is daarom niet verwonderlijk dat mensen de geschiedenis van Satan in twijfel trekken. Maar, zijn bestaan is niet op fantasie gebaseerd. Het wordt bevestigd door hetzelfde boek dat het leven en dood van Jezus beschrijft (Genesis 3:1-16Jesaja 14:12-15Ezechiël 28:12-19Matteüs 4:1-11).

Christenen geloven dat Satan de leider is van de gevallen engelen. Deze demonen, die in de onzichtbare geestenwereld bestaan maar toch op onze stoffelijke wereld inwerken, kwamen tegen God in opstand, maar staan uiteindelijk toch onder Zijn heerschappij. Satan vermomt zichzelf als een “engel van het licht” en bedriegt zo de mensheid, net zoals hij in het begin Eva bedroog (Genesis 3).

Jezus getuigde zelf van het bestaan van Satan. Tijdens Zijn bediening kwam Hij persoonlijk oog in oog te staan met de verleidingen van de duivel (Matteüs 4:1-11), dreef Hij demonen uit die mensen hadden bezeten (Lucas 8:27-33), en versloeg hij deze kwaadaardige engel en zijn legioen demonen aan het kruis. Christus hielp ons ook om de voortdurende geestelijke strijd tussen God en Satan te begrijpen; de strijd tussen goed en kwaad (Jesaja 14:12-15Lucas 10:17-20).

Met Jezus Christus aan onze zijde hoeven we niet bang te zijn voor de beperkte macht die Satan heeft (Hebreeën 2:14-15). Maar we moeten wijs zijn en zijn tactieken weerstaan:

 

 

2 Korintiërs 10 : 3-5 

 

    • “We leven wel in deze wereld, maar vechten niet met de wapens van deze wereld. De wapens waarmee wij ten strijde trekken dienen niet ons eigen belang, maar zijn er om met hun kracht bolwerken te slechten voor God. We halen spitsvondigheden neer en iedere verschansing die wordt opgetrokken tegen de kennis van God, we maken iedere gedachte krijgsgevangene om haar aan Christus te onderwerpen.”

 

 

 Wat is zijn tegenwoordige plaats?

 

Door de geschiedenis van Satan heen is hij geïdentificeerd met het kwaad, omdat hij het tegenovergestelde is van Gods karakter. Gods heilige standaard, die we in de Bijbel kunnen vinden, brengt kwaad aan het licht. Als we niet op de waarheid van de Bijbel vertrouwen, dan kunnen we gemakkelijk gaan dwalen:

  • Eén fout bestaat uit het ontkennen van het bestaan van Satan.
  • Een andere fout is om je angstig op Satan te concentreren in plaats van op Jezus Christus; Hij die Satan heeft overwonnen.
  • Anderen doen openlijk aan duivelsaanbidding en geven de voorkeur aan de duisternis van het kwaad in plaats van het licht dat de zonde blootlegt (Johannes 3:192 Korintiërs 11:14-15).

Elk van deze benaderingen behaagt de duivel. Hij wil dat we hem ontkennen, vrezen, gehoorzamen of aanbidden. Tenzij we de betrouwbare bron, de Bijbel, volgen, zal hij ons bedriegen (Efeziërs 6:10-11).

 

 

 

Satans verleidingen tegenover de werkelijkheid

 

In ons wetenschappelijk, rationeel tijdperk worden geestelijke overtuigingen als bespottelijke mythen van de hand gewezen. Maar Satan heeft absoluut geen moeite met mensen die de realiteit van gevallen engelen of demonen ontkennen. Door zichzelf te vermommen kan hij mensen verleiden en bedriegen zonder herkend te worden. De wijzen onder ons zullen nooit vergeten dat Satan en zijn demonen vastberaden zijn om mensen te bedriegen en een werkelijke strijd aan te gaan met de hemelse engelen.

Satan overtuigt of verleidt zijn prooi om hem te volgen, of zij zich dat nu realiseren of niet. Misschien zijn ze wel gewoon onwetend of verward. Velen geloven liever menselijke theorieën dan de Goddelijke openbaring en de natuurwetten. Ongeacht of ze blind, bedrogen of bereidwillig zijn, ze volgen Satan allemaal naar een fatale bestemming. Ze veroordelen zichzelf tot een eeuwigheid in de hel.

Hoewel Satan machtiger is dan wij mensen, laat God ons niet hulpeloos aan hem over (Efeziërs 6:10-11). Toen de Heer hem terechtwees, sidderden Satan en zijn demonen en zij ontvluchtten Hem (Jakobus 2:19Judas 1:9). Toen Jezus stierf, overwon Hij hen (Kolossenzen 2:15).

Alleen onder het gezag van Jezus heeft een mens de macht om zich tegen de duivel te verweren. Mensen die van hun zonden gered zijn, door de dood van Jezus aan het kruis, worden beschermd; mensen die niet van Satans macht zijn gered zullen met hem vergaan (Johannes 3:161 Petrus 5:8-10).

 

 

WAT DENK JIJ?

Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen.
Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: Jezus is Heer, dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.
.
.
.
.
.
.
.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

.