Tagarchief: schepping

Het duizendjarig vrederijk

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

de ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

Het duizendjarig vrederijk

 

Inleiding

 

Jezus Christus neemt 7 jaar voor de grote verdrukking, met de eindstrijd ‘Armageddon ‘ als gevolg, de gemeente op in de hemel. De gelovige, bekeerde doden staan op uit hun graf en gaan samen met de levende gelovigen Hem tegemoet in de wolken. Men noemt dit de eerste opstanding. God bespaart de gelovige gemeente de gruwel van de grote verdrukking. Na 7 jaar van geweldige miserie daalt Jezus met zijn gemeente af uit de hemel en vestigt zijn wereldwijd Koninkrijk met als centrum Jeruzalem. Satan, zijn demonen en ongelovigen worden opgesloten in de hel.

Een nieuwe tijd breekt aan door het wederkomen van Jezus Christus en zijn overwinnen op de antichrist. Jezus gaat alom als Koning en Heer regeren, vanuit zijn positie op Gods troon. Samen met zijn verheerlijkte gemeente, die naast Hem plaatsneemt op zijn troon (Op.20:4, BS 58/11), begint de wederoprichting aller dingen.

Deze periode duurt ‘duizend jaar’ (Op.20:6). Het NBG zet boven deze perikoop in Openbaring 20: Het duizendjarig rijk. Jesaja en Micha profeteren ook over deze heilstijd. Boven die Bijbelgedeelten staat in het NBG: het komende vrederijk (Jes.2, Mic.4), de Messias en het vrederijk (Jes.11).

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Nieuwe wereld

 

Na ‘Harmagedon’ verandert de wereld. De mensen op aarde die de grote verdrukking overleven, komen in totaal andere levensomstandigheden terecht. Zij ontmoeten de verheerlijkte mensen van de gemeente die met Christus uit de hemel neerdaalden. Zij zijn vol van liefde en goedheid, genade en waarheid, bekleed met goddelijk gezag en werkend met hemelse kracht. Zij zien deze koningen als priesters rondgaan: dienend, verzoenend, genezend. In volmaakte eenheid en verbondenheid. Zij ontmoeten het hoofd van deze verheerlijkte gemeente: Jezus Christus, de grote Priester- Koning in hemel en op aarde. Zien Hem alom heil en vrede teweeg brengen.

Doordat het rijk der duisternis van Satan zich niet of nauwelijks meer kan manifesteren, verdwijnen wetteloosheid en verderf, onrecht en geweld, onrust en verdriet uit het wereldbeeld. De duivel wordt voor 1000 jaar geketend. Recht en gerechtigheid, vrede en vreugde treden hiervoor in de plaats. Door het werk van Jezus Christus en zijn gemeente ontstaat een nieuwe wereld. Met een geheel andere wereldorde en een ongekend leefklimaat. Op dit moment nog nauwelijks voor te stellen.

 

 

Theocratie

 

Vanuit zijn positie op Gods troon stelt Jezus op aarde de theocratie in: de orde waarin God centraal staat en regeert, zijn wil geschiedt en zijn gerechtigheid openbaart komt, de wetten van zijn Koninkrijk het leven bepalen, zijn klimaat alles omhult en allen vervult.

Op alle niveaus van besturen en regeren pakken leden van Jezus’ verheerlijkte gemeente taken op. Zij functioneren hierin op volkomen ‘nieuwe’ wijze. Zodoende komt er een einde aan alle ‘oude’ orden en staatsvormen. Republieken, monarchieën, dictaturen, democratieën verdwijnen uit het wereldbeeld. En daarmee alle verdeeldheid, apartheid, isolatie, discriminatie, etc. Alle vormen van bezetting, onderdrukking, geweld en oorlog. Alle tegenstellingen tussen mensen, stammen, rassen, naties en volken.

Jezus laat deze wereldomvattende omwenteling zonder enig geweld plaatsvinden. Hij volvoert Gods raadsbesluit in volle vrede. Samen met zijn gemeente. Een ongekende ervaring voor allen die op aarde leven. Een verademing voor mens en schepping.

 

 

Reddend bloed van Christus op het kruis te Golgotha

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Van den beginne

 

Theocratie kenmerkt Gods Koninkrijk van den beginne. Alle (trouwe) engelen geven er mee gestalte aan. Serafs en cherubs. Eenieder op zijn eigen, door God gegeven plaats, harmonieus passend in het grote geheel. Eenieder behartigt zijn eigen, door God bedoelde taak, met inzet van al zijn vermogens. In staat alles te doen waartoe God hem roept. Niemand heerst, iedereen dient. De groteren dragen de kleineren. De grootste is het meest tot dienen in staat: hij is aller dienaar (zie Mar.10: 44-45). Alles vindt plaats in volmaakte harmonie, eenheid en saamhorigheid, onderlinge erkenning en waardering. Zonder verwarring, onduidelijkheid, afgunst of eigenbelang. Theocratie functioneert in vrede, blijdschap en gerechtigheid (naar Rom.14:17).

 

 

Gemeente

 

Jezus geeft op aarde mee vorm en inhoud aan deze theocratische orde. Hij neemt als Christus en Heer de plaats in die God Hem geeft. Als Lam van God behartigt Hij het werk dat God Hem opdraagt. Als bouwer van zijn gemeente brengt Hij deze orde ook aan in allen die Hem aannemen en volgen. Er ontstaat een welsluitend geheel, een lichaam onder één hoofd. Op verheerlijkte wijze geeft dit met Jezus gestalte aan Gods Koninkrijk in hemel en op aarde. In staat te doen waartoe God roept: de hele aarde vol maken van de kennis van des Heren heerlijkheid, gelijk de wateren die de bodem der zee bedekken (Hab.2:14). Dit gebeurt in het duizendjarig vrederijk: de theocratische orde krijgt alom zijn beslag. Met alle heerlijke gevolgen van dien.

 

 

Voorzien

 

Jesaja voorziet het functioneren van Jezus en zijn gemeente in die komende heilstijd: Zie, een koning zal regeren in gerechtigheid en vorsten zullen heersen naar het recht; en ieder van hen zal zijn als een beschutting tegen de wind en als een toevlucht tegen de stortbui, als waterstromen in een dorre streek, als de schaduw van een machtige rots in een dorstig land. Dan zullen de ogen der zienden niet meer verblind zijn en de oren der horenden zullen opmerken; het hart der onbezonnenen zal inzicht en kennis verkrijgen, en de tong der stamelaars zal in staat zijn tot duidelijk spreken. Dan zal een dwaas niet meer edel genoemd worden en de bedrieger niet meer aanzienlijk heten (Jes.32:1-5).

 

 

Uitnodigen

 

De gemeente van Jezus gaat opnieuw op aarde rond om het evangelie te verkondigen aan de overblijvers van de strijd te Armageddon en aan de mensen die Christus niet kennen. In alle volheid en heerlijkheid. Nu zonder tegenspreken of tegenwerken door de antichrist en de zijnen. Met de onbeperkte mogelijkheden die bij haar verheerlijkte bestaansvorm horen. Ieder mens op aarde kan zien wat Gods woord in het leven van mensen vermag. Mensen gaan beseffen wat Jezus ook in hem of haar wil bewerken.

De gemeente nodigt alle mensen op aarde uit tot Jezus te komen en zich voor Hem te openen. Deel te nemen aan het bruiloftsmaal van het Lam (naar Op.19:9). Het feestmaal dat de Heer van de hemelse machten voor alle volken aanricht: uitgelezen gerechten en belegen wijnen, een feestmaal rijk aan merg en vet, met pure, rijpe wijnen (Jes.25:6 NBV).

 

 

 

Bruiloft van het Lam

 

Dit bruiloftsmaal omvat de hele periode van het vrederijk. Duurt ‘duizend’ jaar. Lang genoeg om ieder mens op aarde te bereiken en uit te nodigen. Iedereen tijd en ruimte te geven op deze uitnodiging in te gaan, zich met Jezus te verbinden, bij zijn gemeente te voegen. Opdat eenieder volledig deel krijgt aan al het goede dat God voor hem bedoelt.

Dit bruiloftsfeest leidt tot het huwelijk van Jahweh (bruidegom) met de partner (bruid) die Hij reeds van den beginne wenst: de mensheid onder één hoofd samengevat, Christus (Ef.1: 10). De gemeente van Jezus Christus. De vrouw van Lam, één met het Lam, en samen mét Jezus de bruid van Jahweh. Opdat God alles in allen wordt (1Cor.15:28).

 

 

Jeruzalem: woonplaats van God en centrum van het Vredesrijk

 

 

 

Jesaja

 

Jesaja spreekt over deze heilstijd: Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de Heer rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Alle volken zullen daar samenstromen, machtige naties zullen zeggen: Laten we optrekken naar de berg van de Heer, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen. Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht, vanuit Jeruzalem spreekt de Heer. Hij zal rechtspreken tussen de volken, over machtige naties een oordeel vellen. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is (Jes.2:2-4 NBV).

 

 

Vrede en harmonie in het Vredesrijk

 

 

 

Zacharia

 

Zacharia sluit bij deze woorden aan. Dit zegt de Heer van de hemelse machten: Er zullen opnieuw mensen komen uit allerlei landen en steden. De inwoners van de ene stad zullen naar de volgende stad gaan en zeggen: Ga met ons mee. Wij zijn op weg om eer te bewijzen aan de Heer van de hemelse machten en zijn gunst af te smeken. Grote en machtige volken zullen naar Jeruzalem komen om daar de Heer van de hemelse machten te vereren en zijn gunst af te smeken. En dit zegt de Heer van de hemelse machten: Als die tijd is gekomen, zullen tien mannen uit volken met verschillende talen een Joodse man bij de slip van zijn mantel grijpen met de woorden: Wij willen ons bij u aansluiten, want we hebben gehoord dat God bij u is (Zac.8:20-23 NBV).

 

 

Sefanja

 

Sefanja ziet in de geest mensen op afstand staan: bedroefd, beangst, gekweld. Nog niet gelovend dat ook zij tot dit bruiloftsfeest mogen ingaan, ook bij Jezus’ gemeente mogen horen. Hij verzekert hen van Gods heil. Dit zegt de Heer: Wie bedroefd zijn, ver van de feestvergadering, zal Ik samenbrengen; zij behoren toch bij u. Als een last drukt de smaad op hen. Zie, Ik zal te dien tijde afrekenen met al uw verdrukkers, maar Ik zal het hinkende verlossen en het verstrooide zal Ik verzamelen; Ik zal tot een lof en tot een naam stellen hen, wier schande was over de gehele aarde (Sef.3:18-19).

 

 

Kom!

 

De gemeente benadert de wereldbevolking in volle liefde. Zonder aanzien des persoons. Kom tot Jezus, geef je aan Hem. Hij vergeeft je zonden, verzoent je met God. Breek met je oude leven in duisternis en dood. Krijg door Jezus deel aan het nieuwe leven, vol van licht en heerlijkheid. Hij verlost je van de machten der duisternis, vervult je met Gods Geest. Je mag toetreden tot zijn gemeente, mee vorm gaan geven aan de theocratische orde die God bedoelt. En mét alle heiligen de liefde van Christus leren kennen, opdat ook jij zult volstromen met Gods volkomenheid (naar Ef.3:18-19 NBV).

 

 

Duidelijkheid

 

Ieder mens op aarde krijgt gelegenheid zich van zijn situatie bewust te worden en op deze nieuwe mogelijkheden in te gaan. Iedereen krijgt zicht op de werkelijkheid. Klaarheid over geestelijke sluiers, bedekkingen en bindingen. Duidelijkheid over de boze geesten die dit bewerken. Iedereen wordt geroepen tot Gods heerlijkheid en macht.

Onder leiding van Jezus spoort de gemeente alle resterende machten der duisternis op. Zij kunnen zich lange tijd in mensen schuilhouden, maar blijven geen duizend jaar verborgen. Als zij zich in mensen manifesteren, worden ze gearresteerd en afgevoerd. Uiteindelijk allemaal.

 

 

Keuze

 

Voor ieder mens op aarde breekt dan het beslissende moment aan. Wat wil ik? Waar kies ik voor? Ga ik op de uitnodiging van Jezus in of sla ik die af? Breek ik met de duisternis en kies ik voor een leven in het licht? Of volhard ik in mijn zonden, heb ik de duisternis liever dan het licht? Iedereen mag ten overstaan van Jezus Christus en zijn gemeente in alle vrijheid kiezen.

 

 

Keuze tussen goed en kwaad en de eeuwige gevolgen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Positief

 

Velen bekeren zich tot Jezus, sluiten zich aan bij zijn gemeente. Zij zijn zalig omdat zij deel krijgen aan het bruiloftsmaal van het Lam (naar Op.19:9). Zij worden wederom geboren, door Jezus gedoopt in heilige Geest. De gemeente maakt hen los van al hun vijanden. Verwijst deze machten in de naam van Jezus naar de afgrond.

Het zoonsleven begint in hen. Het herstel naar geest, ziel en lichaam komt op gang. In een louter positieve omgeving. Zonder strijd of achtervolging. Zonder lijden of verdrukking. Met een verheerlijkte gemeente rondom hen. Met Jezus Christus als Heer en Koning in hemel en op aarde. Een ‘zalige’ situatie.

Deze mensen groeien naar geestelijke volwassenheid in een gezond, natuurlijk lichaam. Zij leren werken met de krachten van Gods Koninkrijk. Ziekten krijgen geen vat meer op hen. Bij het ouder worden takelen zij niet af, sterven zij niet. Zij blijven gedurende deze hele heilsperiode vol van Gods kracht leven. Met hun nageslacht vormen zij een volk dat de Heer zegent (Jes.65:23b NBV).

 

 

Negatief

 

Als iemand op zo’n beslissende moment Jezus Christus bij volle bewustzijn afwijst en de machten der duisternis die in hem werken vasthoudt, treft hem de vloek. Hij sterft op hetzelfde moment en deelt in het lot van de geesten waarmee hij verbonden wil blijven. Deze machten kunnen na hun confrontatie met Jezus en zijn gemeente niet werkzaam blijven. De Heer verwijst ze naar de afgrond, de hel. De mens die de duisternis liever heeft dan het licht, komt daar dan ook. Op grond van zijn eigen keuze.

 

 

Honderd jaar

 

Jesaja voorzegt het bovenstaande: Daar zal niet langer een zuigeling zijn, die slechts weinige dagen leeft, noch een grijsaard, die zijn dagen niet voleindigt, want de jongeling zal als honderdjarige sterven, zelfs de zondaar zal eerst als honderdjarige door de vloek getroffen worden (Jes.65:20).

Niemand wordt tegen zijn wil door de vloek getroffen. Dat ‘overkomt’ de mensen op aarde niet. En zeker geen kleine kinderen of (nog) onvolwassen jongelingen. De profeet spreekt over honderd jaar: ruim voldoende om volledig de geestelijke situatie te beseffen en bij vol bewustzijn te kiezen. Vóór of tégen Jezus. Voor licht of duisternis. Voor leven of dood.

 

 

Onbekwaam

 

Ook in die heilstijd leven er mensen op aarde die door ziekten, geestelijke beperkingen of afwijkingen niet in staat zijn zo’n bewuste keuze te maken. Zij hebben in de ontmoeting met Jezus allereerst genezing nodig. Met zijn gemeente treedt de Heer deze mensen vol ontferming tegemoet. Hij bevrijdt ze van hun geestelijke belagers en herstelt de schade die de boze geesten hebben aangebracht. Christus bewerkt een situatie waarin ook zij besef krijgen van de nieuwe werkelijkheid, zij kunnen dan ingaan op de uitnodiging die ‘in goede orde’ tot hen komt. En persoonlijk kiezen voor Jezus Christus en zijn evangelie. Wat een vreugde voor deze mensen: een nieuwe tijd breekt aan. Vol geloof en blijdschap gaan zij Gods Koninkrijk binnen.

 

 

Christus bevrijdt bekeerde van de eeuwige hel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Vrij!

 

Gedurende het vrederijk komt de mensheid vrij van zijn eeuwenoude belagers, van alle werkingen van de boze geesten uit het rijk van Satan en van iedere claim van de doodsmachten uit het rijk van Dood. Ieder mens mag gaan leven in het volle licht voor Gods aangezicht. Hem leren dienen in heiligheid en gerechtigheid. Zonder vrees, uit de hand van zijn vijanden verlost (zie Luc.1:74-75). Daarin geestelijk volwassen worden.

 

 

Kinderen

 

Tijdens het duizendjarig vrederijk gaat het natuurlijke leven op aarde gewoon door. Er worden kinderen geboren die de ‘oude’ wereld niet kennen. Deze jongeren groeien op in aanwezigheid van Jezus en zijn gemeente, in afwezigheid van machten der duisternis. Zij worden opgevoed met het evangelie. Bekend gemaakt met de werkelijkheid van Christus. Zij beleven van jongs af aan het klimaat van Gods Koninkrijk.

Ook deze nieuwe generatie dient Jezus Christus aan te nemen, door een persoonlijke keuze zich bewust toe te wijden aan Jezus en God. Waarna ook zij – samen met alle andere mensen die daarvoor kiezen – kunnen uitgroeien tot geestelijke volwassenheid. Wat dat inhoudt en teweegbrengt zien zij concreet voor zich: in de verheerlijkte zonen Gods. In Jezus Christus, de Heer van hemel en aarde.

 

 

Onderricht

 

De gemeente onderwijst de mensen die in Jezus gaan geloven in alle dingen die Gods Koninkrijk betreffen (vgl. Hand.1:3). Eenieder krijgt zicht op Gods plan met mensen, op de weg die tot verheerlijking leidt, op wat God wil bewerken en op wat Satan en Dood aan het einde van het duizendjarig vrederijk daar tegenoverstellen. Op het laatste oordeel en de voleinding aller dingen.

Aan het einde van deze heilstijd geldt: Allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des Heren (Jer.33:34). Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van kennis des Heren, zoals de wateren de bodem der zee bedekken (Jes.11:9). Een paradijselijke situatie!

 

 

Goddelijk redding van de duivel na bekering der zonden

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Dieren

 

Ook in de natuur komt het ‘paradijselijke’ naar voren. De demonische beïnvloeding van dieren houdt op. Al het verscheurende, roofzuchtige en angstaanjagende verdwijnt uit hun karakter en hun gedrag. Evenzo het wanstaltige en afzichtelijke uit hun gestalte. De oorspronkelijke aard en originele vorm keert terug. Alle dieren zullen het groene kruid weer tot spijze hebben­. Zo schept God hen in den beginne (Gen.1:30). Tot die orde herschept Jezus hen in het duizendjarig vrederijk. Wolf en lam zullen samen weiden, een leeuw en een rund eten beide stro en een slang zal zich voeden met stof. Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg, zegt de Heer (Jes.65:25 NBV).

 

 

Planten

 

Voor de plantenwereld geldt hetzelfde: Doornstruiken maken plaats voor cipressen, distels voor mirtestruiken. Zo zal de Heer Zich roem verwerven, het is een eeuwig en onvergankelijk teken (Jes.55: 13 NBV). De oorspronkelijke glorie van het paradijs en de wereld vóór de zondvloed keert terug. Ongezonde mutanten van planten en dieren sterven uit. Genetisch gemanipuleerde soorten eveneens. Ziekteverwekkers verdwijnen uit de atmosfeer. Hetzelfde geldt voor alle gedegenereerde vormen van leven, zoals virussen. De hele levende natuur gaat weer beantwoorden aan de goddelijke normen.

 

 

Levenloze natuur

 

Jezus herschept niet alleen de levende natuur. Ook de levenloze natuur ondergaat de heilzame werking vanuit Gods Koninkrijk. Al eerder spraken we over het terugzetten van de aarde in zijn oorspronkelijke stand en het herstel van het uitspansel, waardoor het oorspronkelijke, paradijselijke klimaat op aarde terugkeert. Jezus herstelt alle verwoestingen en vervormingen die de machten der duisternis tijdens de zondvloed op aarde aanbrengen, laat de goddelijke orde en regelmaat terugkeren in alle delen van de schepping en brengt het hele milieu op orde zonder moeizame klimaatconferenties en actievoerende milieugroeperingen.

Extreme weersomstandigheden blijven voortaan uit. Hitte en droogte komen niet meer voor. Evenals stormen, orkanen, stortregens, overstromingen, aard- en zeebevingen, vloedgolven, vulkaanuitbarstingen en elk ander natuurgeweld. Poolkappen en ijsvlakten smelten. Onvruchtbare woestijnen en ondoordringbare oerwouden verdwijnen. Evenals de woeste berggebieden met hun hoge bergtoppen en de ‘eindeloze’ oceanen met hun diepe troggen. De hele aarde wordt weer bewoonbaar gemaakt, geschikt gemaakt voor het realiseren van Gods plan met mensen.

 

 

Perfecte natuur in het Vredesrijk

 

 

 

Vernieuwen

 

Jezus maakt alle dingen nieuw (Op.21:7) samen met zijn gemeente. Naar het woord van de profeet: Zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Wat er vroeger was raakt in vergetelheid, het komt niemand ooit nog voor de geest. Er zal alleen maar blijdschap zijn en groot gejuich om wat Ik schep. Ik herschep Jeruzalem in een jubelende stad en schenk haar bevolking vreugde. Geen geween of geweeklaag wordt daar nog gehoord. Zij zullen, met heel hun nageslacht, een volk zijn dat door de Heer is gezegend. Ik zal hun antwoorden nog voor ze Mij roepen, Ik zal hen verhoren terwijl ze nog spreken. Wolf en lam zullen samen weiden, een leeuw en een rund eten beide stro en een slang zal zich voeden met stof. Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg (uit Jes 65:17-25 NBV).

De eerste hemel en de eerste aarde gaan voorbij. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde komen te voorschijn (Op.21:1-2). Jezus geeft de aarde een nieuw gelaat (Ps.104:30 NBV). Hij maakt haar vol van kennis des Heren (Jes.11:9).

 

 

Motivatie

 

Laat je motiveren door dit heerlijke toekomstbeeld. Geef Jezus gelegenheid om hier en nu zijn werk in jou te doen. Om zijn gemeente toe te rusten voor de tijd die komt. Beleef nu reeds het doorgaande herstel in eigen leven, opdat de wederoprichting aller dingen gestalte krijgt. Vertrouw je aan Hem toe. Volg Hem, waar Hij ook heen gaat. Hij is onze leidsman en de voleinder van het geloof. Glorie voor Jezus Christus, onze Heer!

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

God schiep de Maya’s

Standaard

categorie : religie

.

.

ec819cccc0130b5adeceea1b20c3e592 (1)

.

.

Met arendsogen speuren wij naar wat onze voorouders geloofden en wat ons tot op vandaag met hen verbindt.


Darío Caal Xi

.

De Maya’s zijn Gods eigen schepping. Als volk, als man en vrouw zijn wij door hem geschapen. Wij zijn deel van zijn lichaam, de tenen van zijn voeten, de vingers van zijn handen. God heeft ons gemaakt, hij is de Schepper en Vormgever. Als mannen en vrouwen werken wij met God mee; samen vervolmaken wij de schepping.

Ons leven is beweging en actie. Samen met anderen spannen wij ons in. Ons zweet valt op de aarde. Wij bewerken de grond tot we blaren op onze handen hebben. Ons werk, onze gedachten en woorden vormen een eenheid. Ons leven is zinvol en gelukkig wanneer er harmonie bestaat tussen de beweging van onze handen en ons hart.

De aarde is onze moeder. Zij voedt ons, beschermt ons en houdt ons in leven. Op de aarde is onze hoop gesteld. Talloze broeders en zusters, oude mannen en kinderen, volwassenen en jongeren hebben de aarde bewerkt, haar liefgehad en verdedigd. Hun inspanningen, hun zweet en bloed hebben de aarde tot onze aarde gemaakt.

Ons leven en onze spiritualiteit vinden hun oorsprong in de blijdschap. Blijdschap bij het zaaien van de maïs, wanneer de eerste plantjes opkomen, bij de oogst en bij het eten van de jonge maïs. Blijdschap wanneer een kind geboren wordt of wanneer een kind opgroeit en zelf aan het werk gaat. Blijdschap wanneer we nieuwe grond ontginnen of een nieuw huis bouwen. De blijdschap die we beleven aan onze dieren. De vreugde die we ondervinden bij het gemeenschappelijk werk voor ons dorp of ons volk.

Wij zijn een volk met een eigen geschiedenis. Wij zijn de vrucht van de ervaringen en inspanningen van onze voorouders. Wij geloven in onze eigen scheppende kracht, die zijn wortels heeft in onze eeuwenoude Maya-cultuur.

Onze cultuur is een cultuur van het leven. Wij voelen ons verbonden met de hemel en de aarde, met alle mannen en vrouwen, met God die Vader en Moeder is. Door ons werk herscheppen wij het aangezicht van Moeder Aarde. Door middel van symbolen zoeken wij gemeenschap met alles wat bestaat. Wij ervaren God op onze eigen Maya-wijze.

Onze cultuur vormt ons en voedt ons op. Onze cultuur verschaft ons medicijnen voor onze gezondheid. Wij leven in gemeenschap. Door te delen zijn wij rijk, door onze eenheid staan wij sterk bij conflicten.

Wij geloven in de God van het leven die recht zal verschaffen. Hij zal een einde maken aan honger en ellende, aan onrecht en ongelijkheid, aan bedrog, discriminatie en uitbuiting. Voor de Maya’s bestaat de zonde erin dat wij de Schepper en Vormgever beledigen, dat wil zeggen, dat wij ons afsluiten voor Hart van de Hemel, Hart van de Aarde. Elke scheiding tussen woord en daad, tussen gedachte en werk is bedrog en verbreekt het evenwicht. Onze idealen zijn goedheid, vrede, geluk, blijdschap, gemeenschapszin en vrijheid.

Voor ons is politiek dienst aan de gemeenschap. Wie dient, heeft gezag. De dienst bestaat in concrete actie tegen alles wat ons als persoon of als volk bedreigt. Wie dient, is trouw en houdt zich aan zijn woord. De wijze oude mannen en vrouwen zijn onze gids, omdat zij zijn gevormd in de harde leerschool van het leven. Dienstbaarheid van mannen en vrouwen en van heel ons volk hoort tot het wezen van ons bestaan.

Het juiste evenwicht in de wereld en in het leven van ieder mens is de vrucht van onze gezamenlijk inspanning. Harmonie kenmerkt ook het leven van God zelf. Al onze menselijke verlangens stemmen wij af op Gods eigen hart.

.

.

Afbeelding (15)

éénheid van man en vrouw

pasteltekening van John Astria

.

.

Een mens is nooit alleen, wij zijn altijd een paar. Omdat wij een paar zijn is er nieuw leven mogelijk, is er geschiedenis, vindt er verandering plaats, zijn wij gemeenschap en volk. Als paar, als man en vrouw, hebben wij eerbied voor elkaar en beminnen wij elkaar.

Personen, families en volken kunnen alleen maar bestaan wanneer er wederkerigheid is tussen man en vrouw, tussen hemel en aarde, de mens en de schepping. Wederkerigheid tussen God en mens, tussen vaders en moeders, grootouders en kleinkinderen, ouders en kinderen, tussen water en vuur, zon en maan, wind en bergen, maïs en regen, tussen zaaien en oogsten.

Man en vrouw zijn samen als een boom die leven geeft. “Ik kijk naar jou en jij kijkt naar mij; ik zorg voor jou en jij zorgt voor mij, zodat wij samen groeien. Ik geef jou schaduw en jij geeft mij schaduw. Alleen samen zijn wij compleet. Samen zijn wij een boom; wij hebben hetzelfde vlees en bloed, dezelfde wortels, dezelfde tronk, dezelfde takken en bladeren. Alleen samen brengen wij bloesem en vruchten voort.”

Wij zijn deel van de schepping, van de wereld, van de kosmos. Vader Zon beschermt ons, geeft ons licht, warmte en gezondheid. Grootmoeder Maan ontvangt ons wanneer wij geboren worden en ons eigen licht ontstoken wordt. De maan is het symbool van de oude mannen en vrouwen die ons met wijsheid richting geven. Onze Vader Regen verwekt het leven door Moeder Aarde te bevruchten. De regen is een zegen van God.

Moeder Aarde is het symbool van de vruchtbaarheid en van het heilige karakter van iedere vrouw. In haar schoot worden wij gevormd; zij voedt ons, zij geeft ons beschutting. Op de aarde lopen wij, zij is onze woonplaats. Moeder Aarde is heilig omdat zij ons leven geeft. Wanneer wij sterven, keren wij naar haar terug. Als maïskorrels worden wij in Moeder Aarde gezaaid. Liefdevol neemt zij ons op, in haar rusten wij. Moeder Aarde is Gods eigen gezicht.

Moeder Water zuivert ons, geeft ons leven en gezondheid. Het water is het bloed van Moeder Aarde. Vader Vuur is het symbool van verbondenheid en eenheid binnen de gemeenschap. Vuur nodigt uit onze ervaringen met elkaar te delen. Vuur brengt ons samen en wijst ons de weg. Vader Wind geeft ons levenskracht. Wind is beweging en adem. In de wind klinkt ons lachen en ons schreien. Wind is kracht en actie; wind bemiddelt tussen God en mens.

Moeder Maïs is ons voedsel, het leven dat door onze aders stroomt. De maïs is heilig; zij is als een moeder die haar leven geeft voor haar kinderen. Onze vaders en moeders de bergen zijn de plek waar God aanwezig is, daar treden wij met hem in contact. De bergen zijn het aangezicht van de aarde; op de bergen ervaren wij Gods eigen vrede en rust. De bergen beschermen ons; bij alles wat wij ondernemen zijn zij onze getuigen.

Wij mensen horen bij elkaar, hoe verschillend wij ook zijn. Alleen samen zijn wij vruchtbaar. In gemeenschap werken wij, vieren wij feest, beleven wij ons geloof. Samen vormen wij de tijd, samen trekken wij voort tot de dageraad aanbreekt.

Wij zijn zonen en dochters van God, die Vader en Moeder is. God is het Hart van de Hemel, het Hart van de Aarde. Aan God behoren de dag en de nacht, de bergen en de dalen, alle dieren en ook wijzelf. God is het hart van het water, van de zee en van de rivieren. God is onze oorsprong, de eigenaar van alles wat dichtbij en veraf is. God is een heilige Vader en een heilige Moeder, het middelpunt van de gemeenschap en van de vier hoeken van de wereld. God leeft en waakt zonder ophouden over ons. God is de bron van alle leven.

Onze gebeden richten zich spontaan tot God wanneer wij de dageraad aanschouwen of de ondergang van de zon, wanneer wij een berg bestijgen of de aarde bewerken, bij het zien van de bloemen en de vruchten die de aarde voortbrengt. God eren wij met muziek en zang, met dansen en met feesten. Tot God bidden wij om maïs, grond en water. Hem vragen wij kracht om als volk te groeien en onze cultuur te verdedigen. Onze Maya-priesters en zieners, onze ouderen en vroedvrouwen gaan ons daarbij voor

De vier hoeken van de wereld zijn het huis dat wij bewonen. Daar groeien wij op en bewegen wij ons; het is de ruimte waar wij lachen en huilen. Op de wereld worden wij geboren, op de wereld sterven wij. De wereld is heilig, want hij is doordrongen van het leven van God. De wereld is het middelpunt, het begin van de weg die ons naar God zelf voert.

Wij zijn verbonden met alle volken, in het oosten en het westen, in het noorden en het zuiden. Wij zijn het leven van wie reeds gestorven zijn, wij zijn de dood van wie na ons komen. Wij verenigen in ons verleden, heden en toekomst. De dood is een deel van ons leven; door de dood worden de levenden en de voorouders met elkaar verbonden.

Ook al sterven wij, wij leven voort in onze kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. De doden zijn vertrokken, maar zij zijn niet weg; wij zetten hun bestaan voort. In de dood ervaren wij de eenheid van levenden en doden. Daarom verandert ons verdriet om de dood in vreugde. Wij huilen om het leven omdat het ons zo dierbaar is.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 John Astria

John Astria

De Maya’s en de schepping.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

DE SCHEPPING

 

 

Uit de Pop Wuj, het heilige boek van de Maya’s

.

 

Maya San bart

 

.

Scene uit het scheppingsverhaal, Maya, – ca. 100v. Chr. De maisgod Hun Hunapah (midden) deelt gaven uit. Hij staat op de rug van een machtige slang.

.

In het begin was er alleen maar stilte en rust. Niets bewoog, niets gaf geluid. Er waren nog geen mensen, geen dieren, geen vogels of vissen, geen bomen, geen stenen, geen grotten of ravijnen, geen struiken en geen bossen. Er was alleen de hemel, de aarde was nog niet zichtbaar. Al wat bestond was de kalme zee en de uitgestrekte hemel.

In de stilte van de donkere nacht bevond de Schepper en Vormgever zich in het water, omgeven door licht en bedekt met groene en blauwe veren. ‘Hart van de Hemel’ is zijn naam.

Daarop sprak de Schepper en Vormgever: “Laat de ruimte zich vullen, laat het water terugtreden, zodat de aarde verschijnt. Laat het licht worden, laat de dag aanbreken in de hemel en op aarde. Onze schepping mist luister en glans zolang er geen mensen zijn.”

Zo werd de aarde geschapen. Gehuld in nevels en wolken rezen de bergen op uit het water. Als door een wonder werden de bergen en dalen gevormd, en terstond schoten cipressen en pijnbomen op.

De Schepper en Vormgever was verrukt over zijn werk en sprak: “Nu zal ons werk tot voltooiing worden gebracht.” Zo werden eerst de aarde, de bergen en de dalen gevormd. Het water werd gescheiden en vrij stroomden de rivieren tussen de bergen door.

Aldus vond de schepping van de aarde plaats. Zij werd gevormd door Hart van de Hemel, Hart van de Aarde, toen de hemel nog leeg was en de aarde gedompeld was in water. Een schitterend werk was het, waar diep over was nagedacht.

 

 

De dieren

.

Vervolgens werden de dieren geschapen, herten, vogels, leeuwen, tijgers en allerlei soorten slangen. Ieder kreeg zijn eigen plaats toegewezen, de herten langs de rivieren en in de dalen, de vogels in de bomen en de struiken.

Toen de schepping van de vogels en de viervoeters was voltooid, sprak de Schepper en Vormgever: “Laat alle dieren spreken, roepen en fluiten, ieder op zijn eigen manier en naar best vermogen. Roep onze naam, prijs ons die jullie vader en moeder zijn, aanbid Hart van de Hemel, Hart van de Aarde.” Maar de dieren konden niet spreken zoals de mensen. Ze krijsten, krasten en kakelden, ieder op zijn eigen wijze, maar spreken was er niet bij.

Toen sprak de Schepper en Vormgever: “Jullie hebben onze naam niet kunnen uitspreken. Daarom zullen wij menselijke wezens scheppen die ons kunnen aanbidden. Jullie woonplaats zal voorgoed in de bossen en dalen zijn, en jullie vlees zal worden opgegeten.”

“Laten wij een nieuwe poging doen”, sprak de Schepper en Vormgever. “Het wordt al licht, de dageraad is al nabij. Laten we wezens maken die ons gehoorzamen, ons onderhouden en voeden, die ons aanroepen en onze herinnering op aarde levend houden. Want onze eerste poging is jammerlijk mislukt.”

.

 

.

 

 

Van aarde en hout

.

Daarop werd de mens gevormd en geschapen. Uit aarde, uit slijk werd het vlees van de mens gemaakt. Maar de Schepper en Vormgever zag dat het niet goed was. De mens van aarde was zacht en viel uit elkaar. Hij kon niet bewegen en had geen kracht. Zijn hoofd zakte naar opzij, zijn ogen waren zwak en hij kon niet omkijken. Aanvankelijk praatte hij wel, maar hij begreep zijn eigen woorden niet. Al gauw werd de mens van aarde nat en toen was het snel met hem gedaan.

De Schepper en Vormgever zei: “De mens die we hadden gemaakt, kon niet lopen of zichzelf voortplanten. We moeten ons werk verbeteren om goede schepsels te maken die ons aanbidden en aanroepen, die ons onderhouden en voeden en de herinnering aan ons levend houden.”

Daarop riep de Schepper en Vormgever de hulp in van de grootvader en grootmoeder. Die wierpen het lot met de maïskorrels en zeiden: “Er komen goede schepsels als ze gesneden worden uit hout.” Aldus geschiedde. Met zorg sneed de Schepper en Vormgever beeldjes uit hout. Het leken echte mensen en ze bevolkten de aarde. Ze kregen zonen en dochters, maar ze hadden geen ziel en geen verstand. Op handen en voeten liepen ze doelloos rond.

Omdat zij zich hun Schepper en Vormgever niet herinnerden, vielen de mensen van hout in ongenade. Zij waren slechts een proef, een poging om mensen te maken. In het begin spraken zij wel, maar hun gezicht was dor en droog. Hun handen en voeten waren krachteloos. Zij hadden geen bloed en hun lijf was mager en vormloos. Ze hadden ingevallen wangen en hun vlees was geel van kleur. Daarom waren zij niet in staat aan hun Schepper en Vormgever te denken, die hun het leven had geschonken en over hen waakte. Zo waren de eerste mensen en zij waren zeer talrijk.

Daarop veroorzaakte Hart van de Hemel een overstroming die alle mensen van hout verzwolg. Duisternis daalde over de aarde neer en overdag en ’s nachts viel er een zwarte regen. Dat was de straf omdat de mensen van hout zich hun vader en moeder, Hart van de Hemel, niet herinnerden.

.

 

maya

 

.

 

De wraak

.

Toen kwamen de grote en kleine dieren in opstand tegen de mensen van hout en ook de potten en pannen, heel de huisraad, het pluimvee en de honden. Zij sloegen de mensen van hout in het gezicht. “Jullie hebben ons schandalig behandeld, jullie hebben ons opgegeten en nu is het onze beurt de tanden in jullie te zetten”, zeiden de honden en het pluimvee.

“Jullie hebben ons pijn gedaan”, zeiden de maalstenen. “Dag na dag, bij nacht en ontij hebben jullie al malend ons gezicht bekrast, en wat konden wij er tegen doen? Maar nu jullie geen mensen meer zijn, is het onze beurt. Jullie vlees zullen we tot poeder fijn malen.”

En de honden spraken: “Waarom hebben jullie ons geen eten gegeven? We hoefden maar jullie kant uit te kijken of we werden al weggejaagd. En wie ons wilde slaan, vond altijd wel een stok. Slecht hebben jullie ons behandeld, en wij konden niet praten. Hebben jullie er nooit aan gedacht dat zoiets ook jullie zou kunnen overkomen? Nu zijn wij aan de beurt, nu zullen jullie onze tanden voelen.” En meteen beten de honden de mensen van hout in het gezicht.

En de potten en pannen zeiden: “Jullie hebben ons veel pijn en ellende veroorzaakt. Onze mond en ons gezicht zitten vol roet. Wij werden op het vuur geplaatst alsof we geen gevoel hadden. Maar nu gaan wij jullie verbranden.” Daarop wierpen de gloeiende potten en pannen zich op hun slachtoffers.

De mensen van hout renden wanhopig alle kanten uit. Ze probeerden op de daken te klimmen, maar de huizen zakten in. Ze zochten hun toevlucht in bomen, maar die schudden hen van zich af. Ze vluchtten grotten in, maar die sloten zich als vanzelf.

Dat was de ondergang van de mensen die waren geschapen en gevormd. Ze werden verwoest en vernietigd, hun mond en gezicht werden vermorzeld. Er wordt beweerd dat de apen afstammen van de mensen die werden gesneden uit hout. Daarom lijken apen op mensen.

 

 

 

 

 

Mensen van maïs

.

Dit is het begin van de schepping van de mens, toen werd besloten hoe het vlees van de mens moest worden gemaakt. De Schepper en Vormgever sprak: “De tijd van de dageraad is aangebroken, ons werk moet worden voltooid. De mens moet verschijnen die ons onderhoudt en voedt, de verlichte mens, de beschaafde dienaar op deze aarde.” Het moment was nabij waarop de zon, de maan en de sterren zouden verschijnen boven het hoofd van de Schepper en Vormgever.

Toen kwamen er vier dieren, die gele en witte maïskolven brachten. Uit het deeg van de gele en witte maïs werden vlees en bloed gemaakt. Uit maïs schiep de Schepper en Vormgever de eerste mensen.

De aarde was prachtig toen de eerste mensen werden gemaakt, vol gele en witte maïskolven, cacao, allerlei vruchten en honing. Er was een overvloed aan de lekkerste spijzen, overal stonden grote en kleine planten. De dieren wezen de weg naar de witte en gele maïskolven. Die werden gemalen en uit de krachtige drank van de maïs werden de spieren gemaakt, die het lichaam stevig en sterk maken.

Uit gele en witte maïs werd het vlees van de eerste mensen gemaakt, uit het deeg van de maïs hun armen en benen. Alleen uit maïs bestond het vlees van onze vaders, van de vier mannen die als eersten werden geschapen.

De eerste mensen die werden gevormd en geschapen, hadden geen vader of moeder. Zij werden niet uit een vrouw geboren, noch verwekt door de Schepper en Vormgever. Door een wonder, door toverkracht werden zij geschapen en gevormd. Zij leken op mensen en het waren mensen. Zij spraken, zagen, hoorden, liepen en pakten al het geschapene vast. Het waren goede en prachtige mensen, mannen waren het.

 

 

 

.

 

Een waas over de ogen

.

De eerste mensen waren begiftigd met verstand en hun blik was zo scherp dat ze alles zagen wat er op aarde was. Alles wat zij bekeken, was meteen dichtbij. Met hun scherpe blik aanschouwden zij het gewelf van de hemel en de wijde omtrek van de aarde. Er bestond voor hen geen afstand, en er waren geen geheimen. Groot was hun wijsheid. Hun blik reikte tot aan de bossen, de rotsen, de meren de zeeën, de bergen en de dalen. Het was werkelijk een wonder.

Daarop vroeg de Schepper en Vormgever aan de eerste mensen: “Wat vinden jullie ervan? Zien jullie, horen jullie? Zijn jullie spraak en tred goed? Kijk naar de wereld, naar de bergen en dalen, probeer goed te kijken!”

Toen de eerste mensen alles zagen wat er op de wereld was dankten zij de Schepper en Vormgever. “Wij danken u uit heel ons hart. Wij zijn geschapen, wij hebben een mond en een gezicht ontvangen. Wij spreken, wij horen, wij denken en wij lopen. Wij zien en kennen alles wat veraf en wat dichtbij is, de grote en de kleine dingen. Wij danken u, Schepper en Vormgever, omdat u ons hebt geschapen en ons het zijn hebt gegeven.”

Maar de Schepper en Vormgever maakte zich zorgen. “Het is niet goed dat onze schepsels alles weten, al het grote en het kleine. Wat moeten wij doen? Het is beter dat zij alleen maar aanschouwen wat dichtbij is, dat ze alleen maar een stukje van de aarde zien. Het zijn immers maar eenvoudige schepsels. Moeten zij ook nog goden zijn? Misschien willen zij zich niet voortplanten wanneer de dageraad aanbreekt. Laten wij hun verlangens een beetje beteugelen, want het is niet goed dat zij alles zien. Misschien willen zij wel gelijk worden aan ons, die hun Schepper zijn, wij die grote afstanden kunnen overbruggen en alles weten en zien.”

Zo sprak Hart van de Hemel, de Schepper en Vormgever. Daarop legde hij een waas over hun ogen, zoals wanneer je over een spiegel ademt. Hun ogen raakten verduisterd en zij konden alleen nog helder zien wat dichtbij was. Zo werden de wijsheid en kennis van de vier eerste mensen vernietigd. Zo werden onze grootouders geschapen en gevormd door Hart van de Hemel, Hart van de Aarde.

Vervolgens werden ook de vier echtgenoten gemaakt. God zelf vormde ze met grote zorg. Terwijl de mannen sliepen, naderden de vrouwen en zij waren werkelijk heel mooi. Toen de mannen wakker werden en de vrouwen zagen, waren zij zeer verheugd.

De eerste mensen plantten zich voort. Uit hen werden grote en kleine stammen geboren. Ook wij stammen van hen af. Veel priesters en offeraars brachten zij voort.

 

.

De dageraad

.

Veel mensen werden geboren en in de duisternis plantten zij zich voort. De zon was nog niet opgegaan en er was nog geen licht. Zij waren talrijk en trokken rond in het oosten. Maar God vereerden zij niet. Zij richtten enkel hun gelaat naar de hemel en wisten niet wat zij zo ver waren gaan zoeken.

Zij spraken met elkaar en vol ongeduld wachtten zij op de komst van de dageraad. Met hun gelaat naar de hemel gekeerd richtten zij hun smeekbeden tot God:

 

“Zie ons, hoor ons,
laat ons niet alleen, vergeet ons niet.
God, die in de hemel en op aarde bent,
Hart van de Hemel, Hart van de Aarde.

Geef ons kinderen,
geef ons nakomelingen,
zolang de zon haar baan aflegt en het licht is.

Laat het licht worden,
laat de dageraad aanbreken.

Geef ons goede, vlakke wegen.
Dat de volken vrede kennen, veel vrede en geluk.
Geef ons een goed en nuttig leven”.

 

Zo spraken zij, terwijl zij baden om de opgang van de zon en de komst van de dageraad. En tegelijk met de opkomende zon aanschouwden zij de morgenster, die aan de komst van de zon voorafgaat, die de hemel en de aarde beschijnt en de voetstappen verlicht van de mensen die gevormd zijn en geschapen.

.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 John Astria

John Astria

Engelen, boodschappers van de Here

Standaard

categorie : religie

.

.

Bijbelse engelen – boodschappers

.

.

MIN19_004

.

.

Jezus Christus – De engel (boodschapper) van de Here

.

Hij sprak tot Hagar ivm haar nakomelingen (Genesis 16:10-12). Zij erkende Zijn Persoon (v 13) –

Hij volgde de Joden in de wildernis (1 Korintiërs 10:4) –

Hij bereidde de weg voor de inname van Kanaän (Exodus 23:20-33) –

Hij werd “Ik zelf” genoemd (verwijzend naar God) (Exodus 32:34; 33:14; Jesaja 63:9) –

Hij sprak tot Mozes vanuit de brandende braamstruik (Exodus 3:2,4,14; Johannes 8:58) –

Hij was de boodschapper (engel) van het verbond (Maleachi 3:1) –

Jezus was niet slechts een mens, hij bestond voor zijn incarnatie (vleeswording Johannes 1:14; 1 Timoteus 3:16), Hij was met God en in de gedaante van God (Johannes 1:1-3; Filippenzen 2:5-8). –

Hij spreekt nu voor de Vader tot de mens (Hebreeën 1:3; Johannes 12:49-50; 1:1,14)

.

.

Engelen (hemelse wezens) – Engelen (boodschappers) van de Here

.

.

1. Wie zijn zij?

.

a) geestelijke wezens (Matteus 22:30) – hemelse/onsterfelijke wezens

b) Geschapen wezens (Kolossenzen 1:16)

c) Bestonden als “zonen” voor de schepping van de wereld (Job 38:4-7); ze zijn niet de geesten van dode mensen.

d) Bezitten verschillende ranken en rollen (1 Tessalonissenzen 4:16; Judas 9; Daniël 8:16; Lukas 1:19,26)

e) Hebben een hogere rank dan de mens (Psalm 8:5 en hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen – SVV)

f) Bezitten: intellect (1 Petrus 1:12); wil (Galaten 1:8; 2 Petrus 2:4; Judas 6); emotie (zoals de mens) (Lukas 15:10)

g) Sommigen zondigden lang geleden en kregen een straf van God (2 Petrus 2:4)

.

.

2. Welke boodschappen van God brachten zij? 

.

Sommige voorbeelden zijn:

a) Eén engel: Elia moest zijn eigen leven bewaren (1 Koningen 19:5)

b) Twee engelen: Lot moest vluchten van Sodom (Genesis 19:15)

c) Drie engelen: Abraham zou een zoon en een volk krijgen (Genesis 18:10,18) Merk op: wie was de derde engel? (Genesis 18:2-4,17,22; 32:1-2)

d) Vele engelen: Bemoedigden Jacob op 2 verschillende momenten (Genesis 28:12; 32:1-2)

.

.

Mensen – Engelen (boodschappers) van de Here

.

1. Johannes de Doper (Maleachi 3:1)

2. Paulus (Galaten 4:14 maar gij naamt mij aan als een engel Gods )

3. Boodschappers van de plaatselijke gemeenten (Openbaring 2:1,8,…)

.

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

  

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Openbaring les 4: Wat is een nieuwe hemel en nieuwe aarde?

Standaard

Categorie: religie

 

 

ACHTERGROND

 

Gelovigen zijn “allen die Zijn verschijning hebben liefgehad” (2 Tim.4:8). Het is niet logisch dat iemand zou beweren Jezus lief te hebben en daarbij niet zou verlangen naar Zijn terugkeer. Daarom is het eind van het boek Openbaring net zo bemoedigend. Gelovigen zijn, zowel in de tijd van Johannes als vandaag de dag, voorbestemd om voor eeuwig met Hem te leven en de verwachting van die gemeenschap met Hem zou hun grootste vreugde moeten zijn. De Gemeente zal nooit bevredigd zijn totdat ze “zonder smet of rimpel of iets dergelijks, heilig en smetteloos” voor God zal staan (Ef.5:27). Tegelijkertijd staat er een andere realiteit te wachten voor degenen die niet verlost zijn. Hun komende eeuwige toestand is net zo echt als die van de verloste mensen. Om die reden geeft Jezus nog een laatste uitnodiging tot berouw in inkeer voor Hij Zijn openbaring doorheen de apostel Johannes afsluit.

 

 

Openbaring hoofdstuk 21: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De nieuwe hemel en de nieuwe aarde (Openbaring 21:1-8)

 

Bij het openen van het 21ste hoofdstuk zijn alle zondaren uit alle tijden, en satan en zijn demonen, veroordeeld tot de poel van vuur (20:10-15). Nadat God alle goddeloze mensen en engelen verbannen heeft en het huidige universum vernietigd is (20:11), zal God een nieuwe plaats scheppen waar de verlosten en de heilige engelen voor eeuwig kunnen wonen. De openbaring van Christus aan de apostel Johannes is een beschrijving van deze woonplaats. Dat op een dag alles nieuw zal worden gemaakt is om verschillende redenen een bemoedigende boodschap van zekerheid aan de gelovigen, zowel uit de tijd van Johannes als die van vandaag de dag.

Ten eerste zullen gelovigen geroepen worden om met Christus in een glorieuze plaats te wonen. Dit zal een gloednieuwe, nooit eerder geziene weergave zijn van Gods kracht. God schiep de aarde oorspronkelijk als een geschikte woonplaats voor de mensheid. De ingang van de zonde besmette echter de aarde en het universum waardoor God deze uiteindelijk zal vernietigen (20:11). Omdat door dit oordeel de eerste hemel en de eerste aarde heen zullen gaan, moet God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde scheppen. Binnen in deze nieuwe schepping zal er een centrale plaats of hoofdstad zijn.

Deze zal het nieuwe Jeruzalem genoemd worden en zal heel anders zijn dan het Jeruzalem dat Johannes of wijzelf kennen. Het oude Jeruzalem, dat toen Johannes dit visioen kreeg al 25 jaar in puin lag, is ook bevlekt met zonde en maakt daardoor deel uit van de oude schepping. De nieuwe plaats zal een heilige stad zijn voor God, omdat iedereen die er zal wonen heilig zal zijn (20:6). Wanneer God deze nieuwe hemel en nieuwe aarde zal maken zal het nieuwe Jeruzalem uit het heilig universum neerdalen (21:10) en dienen als de eeuwige woonplaats voor alle verlosten. Dat zulk een plaats zal dienen als een huis voor de verlosten, blijkt uit de beschrijving die Johannes geeft over het nieuwe Jeruzalem als zijnde “een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is” (21:2).

Johannes zag een bruid die voor haar man sierlijk is gemaakt, omdat het tijd was voor de voltooiing van alle dingen. Tegen deze tijd zal de Gemeente bewaard zijn in een waar geloof en zij die God vrezen, zich bekeerd hebben van hun zonden en hem in dit leven trouw hebben gevolgd, zullen het voorrecht genieten om voor eeuwig met Hem te mogen leven in het komend leven. Wanneer er een einde zal zijn gekomen aan alle aardse dingen, zal de inleiding van de hemel verwelkomd worden met Gods Gemeente die voor Hem gepresenteerd wordt als een mooie bruid die gereserveerd is voor haar echtgenoot.

In deze nieuwe schepping zal de “de tent (tabernakel) van God” bij de mensen zijn “en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn” (21:3). Dit zal in de verlossingsgeschiedenis een nooit eerder geziene demonstratie zijn van Gods glorieuze aanwezigheid bij Zijn volk. God zal letterlijk Zijn tent opzetten onder het volk. Hij zal niet langer transcendent, op verre afstand van hun wonen. Hier zal de gelovige genieten van volmaakte gemeenschap met God. De onvolmaakte, door zonde gehinderde gemeenschap die gelovigen nu in dit leven hebben met God (1 Joh.1:3) zal dan volkomen, volledig en onbegrensd zijn in de hemel. Daar zullen ze de majesteit van Gods buitengewone bestaan zien en kennen, terwijl ze hun Schepper volmaakt zullen aanbidden.

Gelovigen zouden ook bemoedigd moeten zijn omdat dat de hemel (de nieuwe schepping) dramatisch anders zal zijn dan deze huidige wereld. Dit wordt duidelijk in de omschrijvingen van Johannes. Daar in de hemel zullen de gelovigen ervaren dat God “alle tranen van hun ogen” zal afwissen (21:4). Omdat er “geen verdoemenis” is “voor hen die in Christus Jezus zijn” (Rom.8:1) zal er niets zijn om spijt van te hebben – geen rouw, geen jammerklacht en geen moeite. Hierom zullen zij die bij God wonen niet één traan meer laten in de hemel. De dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn” (21:4). De grootste vloek in het menselijk bestaan zal er niet meer zijn! “De dood is verslonden” beloofde Paulus (1 Kor.15:54).

Zowel satan, die de macht had over de dood (Heb.2:14) als de dood zelf, zullen in de poel van vuur geworpen worden (20:10, 14). Deze volmaakte heiligheid en afwezigheid van zonde die de hemel zullen kenmerken, vertalen zich in een wereld die vrij is van alle pijn, verdriet en gejammer. Al deze veranderingen die de nieuwe hemel en nieuwe aarde zullen kenmerken, geven aan dat “de eerste dingen zijn voorbijgegaan” (21:4). De oude menselijke ervaring die betrekking heeft op de gevallen schepping is voor eeuwig voorbij samen met alle rouw, leed, verdriet, ziekte, pijn en dood die de zondeval kenmerkte. Christus zal in die dagen wonderbaarlijk “alle dingen nieuw” maken (21:5).

 

 

De inwoners van de nieuwe hemel

en de nieuwe aarde (Openbaring 21:6-8; 22-27)

 

De gehele geschiedenis is gegroeid naar dat goddelijk moment waarin alles nieuw wordt gemaakt. Bij haar voltooiing zal alles volbracht zijn. Daarom zei de majestueuze stem van Degene die op de troon in de hemel zit tegen Johannes: “Het is geschied” (21:6). God begon de geschiedenis en Hij zal die voleindigen en alles ervan verloopt volgens Zijn plan. Zij die zullen wonen in de nieuwe hemel en nieuwe aarde worden met twee zinnen hier in hoofdstuk 21 beschreven. Als eerste wordt een inwoner van de hemel omschreven als iemand die “dorst heeft” (21:6). Zij zullen “hongeren en dorsten naar de gerechtigheid” (Matt.5:6).

De belofte aan de oprechte zoeker is dat zijn dorst bevredigd zal worden. God zal “voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens” (21:6). Doorheen de Bijbel symboliseert dit water het eeuwige leven (Joh.4:34-14; 7:37-38; Op.22:17). Zij die dorsten en oprecht zoeken naar verlossing zijn degenen die het zullen ontvangen en de eeuwige hemelse gelukzaligheid zullen genieten.

Ten tweede behoort de hemel ook aan “wie overwint” (21:7). Deze overwinnaars zullen zij zijn die gedurende dit leven trouw hun reddend geloof in de Here Jezus Christus hebben versterkt. Overwinnend en volhard in het geloof zullen deze personen “alles beërven” (21:7). Zij zullen “een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare erfenis, die in de hemelen bewaard wordt” ontvangen (1 Pet.1:4).

Ze zullen in de gelukzaligheid van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde voor altijd genieten van een volmaakte ziel (Heb.12:23) en volmaakt lichaam (20:6; Rom.8:23; 1 Kor.15:34-44; 2 Kor.5:2; Fil.3:21). Maar het meest geweldige voor degene die overwinnen en dorsten naar rechtvaardigheid is Gods belofte: “Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn” (21:7). Ondanks dat de gelovige in dit leven al het voorrecht geniet om geadopteerd te zijn als Gods zoon, zal het pas bij het binnengaan van de hemel de volledige werkelijkheid van deze adoptie ervaren (Joh.1:12; Rom.8:14-17; 2 Kor.6:18; Gal.4:5; Ef.1:5).

Zij die het eeuwig geluk zal ontzegd worden, worden omschreven als “de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars” (21:8). Degenen wiens leven gekenmerkt wordt door zulke dingen geven blijk dat zij niet gered zijn en nooit de hemelse stad zullen betreden. ”Hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (21:8). In contrast met de eeuwige gelukzaligheid van de rechtvaardigen in de hemel zullen de zondaars voor eeuwig gekweld worden in de hel. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde staan enkel gelovigen te wachten, terwijl de uiteindelijke hel al de verrezen ongelovigen te wachten staat. Daarom bepalen de tegenwoordige keuzes van mannen en vrouwen in welke plaats ze voor eeuwig zullen leven.

 

 

De glorie van het nieuwe Jeruzalem (Openbaring 21:22-27)

 

Eenmaal in de nieuwe hemel en aarde zullen de verlosten onmiddellijk met glorieus ontzag staan in de nieuwe stad Jeruzalem. Daarbinnen in de stad zal er “geen tempel” zijn, want “de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam” (21:22). De goddelijke aanwezigheid zal de gehele nieuwe hemel doordringen en nergens begrensd zijn tot één plaats. Daarom zullen gelovigen nooit naar een ander huis moeten gaan om te bidden. Tot in de eeuwigheid zullen gelovigen voortdurend in de aanwezigheid van God zijn. Nooit zal er een moment zijn dat ze niet in de volmaakte heilige aanwezigheid van “de almachtige God en het Lam” leven (21:22). Het leven van de gelovigen zal louter bestaan uit aanbidding van God.

Al deze aanbidding zal in Gods glorie gebeuren. Anders dan deze aarde, die volledig afhankelijk is van de zon en de maan, zal de nieuwe hemel en nieuwe aarde niet afhankelijk zijn van zulk licht. De zon en de maan zullen niet nodig zijn om licht te voorzien, “want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp” (21:23). Onder zulk licht zullen alle gelovigen uit elke taal, stam en natie samengebracht worden – zowel Joden als heidenen (21:24). Al de verlosten zullen verenigd worden als Gods volk waarbij eenieder gelijkwaardig is in de eeuwige hoofdstad.

Zulk een gelijkwaardigheid onder de verlosten zal ook ervaren worden in complete veiligheid. Er zal in de eeuwigheid geen nacht meer zijn en de poorten van Jeruzalem zullen nooit meer gesloten moeten worden (21:25). Het zal een plaats van rust, veiligheid en verfrissing zijn waar Gods volk zal “rusten van hun inspanningen” (14:13). Ook zal alles in de hemel heilig zijn. Er zal in het nieuwe Jeruzalem dus niets onrein zijn en “ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens” (21:27). De enigen die daar zullen verblijven zijn degenen wiens naam in het boek des levens geschreven staan.

 

 

Openbaring hoofdstuk 22: de Alfa en de Omega

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De laatste uitnodiging (Openbaring 22:12-17)

 

De hemel zal slechts een selecte groep mensen huisvesten. Enkel de verlosten zullen dit beërven en voor eeuwig met God regeren. En omdat Christus geduldig is en niet wil dat er niemand verloren gaat (2 Pet.3:9) verlangt Hij ernaar om de ongelovigen hier in de verzen 12-17 nog een laatste oproep tot berouw en inkeer te geven. De volledige canon van de Bijbel eindigt daarom op dit punt met een dringende oproep voor zondaren om tot Jezus Christus te komen en voor het te laat is de vrije gift van eeuwig leven te ontvangen. Want Christus komt spoedig (22:12) en wanneer Hij komt zal het zijn als een dief in de nacht (2Pet. 3:10). Voor de verlosten is dit een grote bemoediging. “De Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde” zal komen met beloningen in Zijn hand “om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (22:12-13).

Iedere gelovige zal door trouw aan Christus eeuwige beloningen ontvangen. De beloningen waar de gelovigen van zullen mogen genieten in de hemel, bestaan uit de mogelijkheden om God te dienen. Dus hoe groter hun trouw is geweest in dit leven, hoe meer mogelijkheden ze zullen krijgen om God in de hemel te dienen (cf. Matt.25:14-30). Wat een vreugdevolle gelegenheid zal dat zijn. De verlosten zullen voor eeuwig gezegend worden en een volledige en voor altijddurende toegang hebben tot God. Wanneer ze door de poorten van het nieuwe Jeruzalem willen gaan, zullen ze dat eender wanneer kunnen doen en wanneer ze van de boom des levens willen nemen zullen ze dat dus kunnen doen wanneer ze maar willen (22:14).

Al deze personen zullen op zulk een wijze gezegend worden, omdat God hun gehoorzaam tot aan het eind heeft bevonden, gewassen en gereinigd door het bloed van Christus (1:5; 5:9; 7:14). Dat zulk een glorieuze toestand staat te wachten op de terugkeer van Christus is de reden waarom de Geest en de bruid (de Gemeente) zeggen, “Kom!” (22:17). Beiden zien ze uit naar de terugkeer van Christus om de verlosten te verzamelen. De Gemeente wordt vermoeid door de strijd tegen zonde en verlangt er, samen met de Geest, naar om Jezus Christus verheerlijkt, verhoogd en geëerd te zien worden. Zoals men kan zien is de hemel erg exclusief en huisvest ze enkel degenen die gereinigd zijn van hun zonden door geloof in Jezus Christus. Daarentegen zullen alle anderen buiten het nieuwe Jeruzalem in de poel van vuur verblijven (20:15; 21:8). Omdat “wat onrein is” niet de mogelijkheid zal hebben om in te komen zullen “alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam” het voorrecht gegeven worden om het nieuwe Jeruzalem toe te treden (21:27).

De personen die buitengesloten zullen worden beschrijft Christus als honden en worden verder omschreven als “de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet” (22:15). Iemand die een van deze zonden liefheeft en herhaaldelijk een van deze zonden doet, koppig eraan vastklampt en Christus’ uitnodiging tot verlossing afslaat, zal in de poel van vuur geworpen worden. Toch laat Christus Zijn schepping niet los. De zin: “Laat hij die het hoort, zeggen: Kom!” nodigt al degenen die de Geest en de bruid horen uit om hen te vergezellen in hun verlangen naar Christus’ terugkeer. Degene die met geloof hoort en vertrouwd is degene die gered zal worden.

Door hun gehoorzaamheid aan het Evangelie zullen zij die zich bekeren samen met de Geest en de bruid, omdat ze verlangen naar Zijn glorie – en hun eigen verlossing van zonden – in een volmaakte heilige omgeving, uitzien naar Christus’ terugkeer. Aan degenen die de oproep van Christus gehoorzamen, dorsten naar vergeving en zich bekeren van hun zonden biedt Christus “voor niets” “het water des levens” aan (22:17). Dit eeuwig leven wordt vrij aangeboden aan al degenen die horen en geloven dat Jezus de prijs voor hun zonden betaalde door Zijn opofferende dood aan het kruis (Rom.3:24).

 

Conclusie

 

Dat Christus spoedig zal terugkeren, is een uiterst zekere waarheid. Ondanks dat “de hemel en de aarde zullen voorbijgaan” zal Gods Woord “beslist niet voorbijgaan” (Luk.21:33). Of de mensen nu wel of niet deze komende realiteit begrijpen en geloven, toch zal ze gaan gebeuren omdat deze woorden “betrouwbaar en waarachtig” zijn (22:6). Voor degenen die Gods geboden bewaren, overwinnen en trouw blijven tot aan het eind ligt er een eeuwige onbeschrijflijke beloning te wachten in de hemel. Anderzijds zullen zij die geen aandacht geven aan Christus’ uitnodiging tot berouw en inkeer buitengesloten worden van het nieuwe Jeruzalem en daardoor dus ook voor eeuwig de aanwezigheid van God missen. Daarom zou iedere gelovige ernaar moeten streven om iedere dag godvruchtig te leven en voortdurend bemoedigd te zijn door Christus’ belofte: “zie, Ik kom spoedig” (22:12).

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wat moest Christus nog doen met betrekking tot de eindtijd?

 

Als de les begint, zullen alle zondaren van alle tijden, als wel satan en zijn demonen, veroordeelt zijn naar de poel van vuur (20:10-15). Na alle goddeloze mensen en engelen verwijderd te hebben en het huidige universum vernietigd (20:11), is alles wat nog gedaan moet worden door God, het maken van een nieuwe plaats voor Zijn kinderen en de heilige engelen om voor eeuwig te wonen. Christus’ openbaring aan de apostel Johannes is een beschrijving van zulk een woonplaats. Deze plaats zal gekend worden als de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

 

 

 Waarom wordt het nieuwe Jeruzalem de heilige stad genoemd?

 

Wanneer God deze nieuwe hemel en de nieuwe aarde maakt, zal een nieuw Jeruzalem in het midden van dat heilige universum neerdalen (21:10) en dienen als een woonplaats voor degene die in alle eeuwigheid verlost zijn. Niet als het oude Jeruzalem van vandaag, die besmet is door zonde als de rest van de wereld, zal die nieuwe Jeruzalem een heilige stad voor God zijn, omdat iedereen die er in leeft heilig zal zijn (20:6). Alles wat schoongewassen is of nieuw gemaakt is, zal toegestaan worden in de nieuwe schepping te blijven. Aangezien niets dat onrein is toegestaan zal worden om binnen te gaan, zal de gehele hemel volmaakt heilig zijn.

 

 

 Wie zal er in de nieuwe hemel en nieuwe aarde mogen wonen?

 

Als God de nieuwe schepping maakt en de huidige schepping tot een einde brengt, zullen alleen degene die trouw op het evangelie gereageerd hebben binnen mogen gaan. Aan het einde van Openbaring verwijst Christus naar deze individuen als degene die dorst hadden en overwonnen hebben. Degene die hun hopeloosheid en verloren toestand apart van Christus realiseren, hongeren naar de rechtvaardigheid die alleen door Hem voorzien wordt, zullen met eeuwig leven gezegend worden. God zal hen vinden met berouw over hun zonden, God vrezende en trouw Hem tijdens dit leven volgende. Omdat ze vol passie verlossing zoeken en bewijzen loyaal aan Gods Zoon te zijn, zullen ze de eeuwige zegen van de hemel ontvangen.

 

 

 Hoe zal de relatie van de gelovige met God in de nieuwe schepping zijn?

 

Het zal een zegen zijn om in de hemel te mogen zijn, omdat gelovigen steeds in de aanwezigheid van God zullen zijn. Er zal geen moment zijn dat ze niet in een volmaakt heilige relatie staan met de “de Heere, de almachtige God, en het Lam” (21:22). De “tent van God” zal “bij de mensen” zijn, “en zij zullen Zijn volk zijn” en Hij zal “hun God zijn” (21:3). God zal letterlijk Zijn tent onder Zijn mensen opzetten; Hij zal niet langer ver weg zijn. Hier zal de gelovige in staat zijn van om volmaakte gemeenschap met God te genieten.

 

 

 Hoe zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde anders zijn van deze huidige aarde?

 

Gelovigen zouden ook bemoedigd moeten zijn door het feit dat de hemel enorm zal verschillen met de huidige wereld. Christus zal in die dagen “alle dingen nieuw” maken (21:5). Hij zal alle tranen afwissen, omdat er niets is waarvoor we bang moeten zijn of spijt van zullen hebben. Alles zal volmaakt gemaakt worden en de wereld zal volledig vrij van zonde zijn. Omdat satan en de dood in de poel van vuur geworpen waren (20:10, 14), zal de wereld vrij van alle pijn, leed en huilen zijn.

 

 

 Wie zal er niet de nieuwe hemel en de nieuwe aarde binnen mogen gaan?

 

Degene die afgewezen worden om van dit heelal van eeuwige blijdschap te genieten, worden hier beschreven als de “lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars” (21:8). Hun levens die zo gekenmerkt werden met zulk een herhaaldelijke zonde, geeft bewijs dat ze niet verlost zijn en nooit de hemelse stad zullen binnengaan. Integendeel, “hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (21:8). In tegenstelling tot de eeuwige zaligheid van de gerechtigheid in de hemel, zullen de goddelozen eeuwige kwelling in de hel te verdragen hebben.

 

 

 Hoe zal aanbidding zijn in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde?

 

Omdat ze in Gods aanwezigheid blijven, zal alle aanbidding ook voortdurend gedaan worden in het stralende licht van Gods heerlijkheid. Niet zoals de huidige aarde, zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde geen nood hebben aan licht van de zon en de maan. Zulk een licht zal niet nodig zijn, omdat de heerlijkheid van God het nieuwe Jeruzalem zal verlichten en zijn lamp zal het Lam zijn (21:23). Onder dat licht zullen alle verlosten verenigd zijn als Gods kinderen, waarbij iedereen volledig gelijk is en van volledige rust en veiligheid kan genieten. Daar zullen zij de grote majesteit van Gods wonderlijk wezen zien en kennen, terwijl zij volmaakt aanbidden en hun Maker dienen.

 

 

 Waarom is de komst van Christus bemoedigend voor de gelovige?

 

Voor degene die ware gelovigen zijn is dit bemoedigend. “De Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde,” komt met een beloning in de hand, gereed om “aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (22:12-13). Iedere gelovige zal eeuwige beloningen gegeven worden, gebaseerd op hun trouw in het dienen van Christus in hun leven. Zulke individuen zullen op deze manier gezegend worden, omdat God hen gehoorzaam achtte tot het einde, schoongewassen door het bloed van Christus (1:5; 5:9; 7:14).

 

 

 Waarom wilden de Geest en de Bruid Christus verlangend uitnodigen om te komen?

 

Dat zo een glorieuze staat wacht op de komst van Christus, is waarom de Geest als de Bruid (welke de kerk is) roepen, “Kom!” (22:17). Beide verwelkomen de gedachte van Christus’ terugkomst om degene te verzamelen die hun vertrouwen op Hem gesteld hebben. De gemeente wordt moe van de strijd tegen de zonde en verlangd, met de Geest, om Christus verhoogt, verheerlijkt en geëerd te zien.

 

 

 Wat biedt Christus aan degene die zich aansluiten bij de

Geest en de Bruid en wachten op Zijn komst?

 

Aan degene die gehoorzaam zijn aan Christus roeping, dorsten naar vergeving en bekeren van hun zonden, biedt Christus het “het water des levens” aan (22:17). Doorheen de hele Schrift symboliseert het water eeuwig leven (Joh.4:14-34; 7:37-38; Op.22:17). Daarom is degene die in geloof hoort en gelooft, degene die verlost zal zijn. Dit eeuwig leven wordt vrij aangeboden aan degene die hoort en gelooft, omdat Jezus de prijst betaald heeft door Zijn offerdood aan het kruis (Rom. 3:24).

 

 

SAMENVATTING

 

Eens zal onze wereld er niet meer zijn, en de sterren die we ’s nachts zien zullen niet langer aan de hemel staan. Ook de maan niet. Vanwege de zonde zal God deze wereld vernietigen, samen met de hemelen. In plaats daarvan zal God nieuwe hemelen en een nieuwe aarde scheppen. God zal een stad scheppen die het nieuwe Jeruzalem zal heten. God is deze stad voor alle gelovigen aan het voorbereiden, om op een dag er in te leven en er van te genieten. Omdat er niet langer zonde zal zijn, zal er geen gevolgen van zonde meer zijn. Op deze nieuwe aarde zal er geen geween meer zijn, noch dood of pijn. We zullen ons niet langer zorgen hoeven maken dat mensen onze dingen willen stelen of onze familie pijn willen doen. God zal de volmaakte leider zijn van Zijn kinderen. En Gods kinderen zullen volmaakte volgelingen zijn. Maar een ieder die niet voor zijn sterven zijn vertrouwen op Christus stelde, zullen niet de nieuwe hemel en de nieuwe aarde binnengaan, noch het nieuwe Jeruzalem. In plaats daarvan zullen ze voor eeuwig in de poel van vuur gedaan worden.

Er zijn gevolgen voor zonde. Er zijn ook beloningen voor gehoorzaamheid en geloof waarvan gelovigen eens zullen genieten. Vanwege de zonde van Adam, heeft de mensheid geleefd met de gevolgen van Adams zonde. De straf voor die zonde is de dood en eeuwige scheiding van God. Degene die zich niet aan God heeft onderworpen en zijn vertrouwen op Christus gesteld heeft, zullen nooit een kans hebben om hun gedachten te veranderen. Zij zullen voor eeuwig in de hel zijn. Terwijl degene die in het werk van Christus vertrouwd hebben en hun leven aan Hem hebben onderworpen, de wonderbaarlijke zegen zullen hebben van eeuwig bij God in de hemel te zijn. Wanneer gelovigen op een dag het nieuwe Jeruzalem zullen binnengaan om eeuwig bij God te zijn, zal Gods volmaakte plan van verlossing volbracht zijn.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Jezus weende ; Johannes 11:34

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

Jezus weende (Johannes 11:34)

.

.

.

jezus-weende

 

.

Slechts twee woorden, maar wel heel bijzondere, omdat ze zijn uitgesproken door onze Heiland. Jezus Christus weende. God Zelf, de Schepper van hemel en aarde, de Almachtige en Allerhoogste weende. Het zal moeilijk zijn een tekst te vinden in Gods Woord waarin onze Heiland zo herkenbaar en ‘dichtbij’ komt als bij het graf van Lazarus. Juist door deze emotie van het huilen is Hij als mens voor ons zo herkenbaar.

Er kunnen verschillende redenen zijn geweest waarom Hij dat deed. Was het omdat Hij zo weinig geloof aantrof bij Maria, Martha en de Joden? Er staat immers ‘Hij werd verbolgen in de geest’. Óf had Hij verdriet omdat Zijn vriend Lazarus gestorven was? Kwam het doordat Hij bepaald werd bij het contrast tussen hoe het bij de schepping oorspronkelijk bedoeld was en wat de mensen er van gemaakt hadden met de verwoestende uitwerking van de dood als climax?

Óf was het omdat Maria en Martha zo verdrietig waren? Misschien waren het tranen, omdat Hij wist dat God de Vader binnenkort zou lijden als Hij, de Zoon, aan het kruis genageld zou worden. Of was hij bedroefd om het ongeloof van de mens in Hem terwijl Hij in hun midden stond? Was Zijn hart daarom diep ontroerd? De liefde zoekt zichzelf immers niet. Misschien was het een combinatie van bovenstaande gedachten.

Hoe dan ook, Jezus weende. We kunnen hier uit leren, dat het hebben van verdriet een bijbels gegeven is. God heeft geen robotten geschapen, maar mensen van vlees en bloed met vele gevoelens. Verdriet en tranen horen er bij in periodes van lijden, daar hoeven we ons niet voor te schamen. Het woord dat gebruikt is voor ‘weende’, betekent zachtjes wenen. Waarschijnlijk huilde de Here Jezus zachtjes, terwijl de tranen over Zijn wangen stroomden.

De Heer weende op aarde met de wenenden. Het vers spreekt van Zijn grote bewogenheid en medeleven met Zijn kinderen die lijden, maar Hij was er ook om te troosten: ‘Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven’, Joh. 11:25. Hij leed mee met Maria en Martha en Hij troostte hen.

De reacties van de omstanders op het huilen van de Heer waren heel uiteenlopend. Er werd gezegd ‘zie hoe lief Hij hem had’, anderen spotten met Hem, Joh.11:36/7. Er is niet veel veranderd in al die jaren. Nog steeds reageren mensen over het algemeen op 2 manieren als ze met Christus geconfronteerd worden, óf ze worden in hun hart geraakt door Zijn liefde óf men bespot Hem.

In Hebreen 4:15 staat ‘Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan meevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze als wij is verzocht geweest, doch zonder te zondigen’. Dat gaat over dezelfde Heiland, die nu als Mens in de hemel is en ons kan en wil troosten in ons lijden zoals niemand dat kan. Hij kan in het lijden a.h.w. meehuilen, want Hij begrijpt ons verdriet ten volle, omdat Hij Zelf als Mens geleden heeft.

Hij wil onze pijn verzachten door Zijn Heilige Geest en Hij troost ons ook vandaag nog met de woorden: Ik ben de opstanding en het leven. Lazarus werd opgewekt uit de dood, zó zullen ook onze gestorven geliefden eens lichamelijk worden opgewekt. Wat zal dat een heerlijk moment zijn, als we allen, gestorven en nog levende gelovigen, voor altijd bij de Heer zullen zijn, Hem zullen zien zoals Hij is, zelfs Hem gelijk zullen zijn in Zijn opstandingslichaam en Hem op een volmaakte wijze zullen eren.

 

.

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

De duur van de scheppingsdagen

Standaard

categorie : religie

.

.

De zes scheppingsdagen waren dagen

.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

.

.

Ik ben mening dat eenieder die de Bijbel serieus wil nemen wel gedwongen is de evolutietheorie af te wijzen. Het is niet de eerste poging schepping en evolutie met elkaar te verbinden en het zal ook zeker niet de laatste zijn. Voor christenen die willen vasthouden aan het gezag van de Schrift is dit echter een doodlopende weg.

Er is niets nieuws onder de zon. De afgelopen anderhalve eeuw is op verschillende manieren geprobeerd Genesis 1 te harmoniseren met de evolutietheorie. Een van de bekendste is wel de opvatting dat het Hebreeuwse woord voor dag niet een dag van 24 uur zou zijn, maar vertaald dient te worden met tijdperk.

Een dergelijk tijdperk zou dan overeenkomen met een geologisch tijdperk van lange duur, waarbinnen de evolutie heeft plaatsgevonden. Immers, als bij God een dag als duizend jaar is, waarom kan een dag dan ook niet miljoenen jaren duren?

.

.

Aaneensluiten

.

Een variant van dit voorstel is de opvatting dat het in Genesis 1 wel om dagen van 24 uur gaat, maar dat deze dagen van de schepping niet aaneensluitend zijn. Ze zijn van elkaar gescheiden door perioden van lange duur. De zes dagen van de schepping zouden dan niet de dagen van de scheppingsarbeid van God zijn geweest, als wel van de scheppingsopenbaring. Mozes zou bijvoorbeeld in een visioen, dat in totaal zes dagen heeft geduurd, hebben gezien hoe God de hemel en de aarde heeft geschapen. Genesis 1 zegt dus niets over de duur van de schepping.

Volgens weer een totaal andere opvatting is Genesis 1 slechts een beschrijving van de scheppingswerken die volgens literaire principes kunstmatig over zes dagen zijn verdeeld. De joden die na de verwoesting van de tempel in Jeruzalem in ballingschap aan de stromen van Babel zaten, werden geconfronteerd met Babylonische scheppingsverhalen.

Als reactie daarop zouden de joodse priesters een eigen versie hebben bedacht. De aarde is niet ontstaan uit het lichaam van een dode godheid, zoals de Babyloniërs aannemen, maar is geschapen door de God van Israël. Of dit in de juiste volgorde van de schepping is gebeurd en hoe lang deze ”dagen” duurden, is niet van belang. Het gaat slechts om de boodschap.

Hoe aantrekkelijk deze opvattingen ook mogen klinken, ze hebben één groot manco. Wanneer je onbevooroordeeld Genesis 1 leest, kun je niet anders dan concluderen dat God de hemel en de aarde in zes letterlijke dagen heeft geschapen.

Er wordt gesproken over dag en nacht en over „en het was avond, en het was morgen…”

Het Hebreeuwse woord voor dag (jom), als losstaand woord, is in alle gevallen ”dag” in de gewone betekenis van het woord (zie onder meer Genesis 8:22 en 29:7, als tegenstelling tot ”nacht”).

.

.

Draaiing

.

Hoelang zo’n dag precies heeft geduurd, valt natuurlijk niet meer na te gaan. Wij weten niet of de tijdsduur van de draaiing van de aarde ten tijde van de schepping verschilde van die heden ten dage. Maar daaruit mag niet de conclusie worden getrokken dat de duur van zo’n dag dan wel gelijk moet zijn geweest aan die van een tijdperk. Evenmin kun je uit Genesis 1 opmaken dat het de beschrijving van een visioen is.

Velen zitten met het vraagstuk van schepping en evolutie. Maar voor mij is de keuze niet zo moeilijk, ook al betekent het dat je ingaat tegen een meerderheid van het volk (en helaas ook van een groeiend aantal christenen).

Volgens Zijn Woord heeft God de hemel en de aarde in zes dagen geschapen. Hij had dat (bij wijze van spreken) ook in een vingerknip kunnen doen, maar Hij heeft ervoor gekozen het in zes dagen te doen. Dat is een kwestie van geloof: je gelooft het of je gelooft het niet!

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 John Astria

John Astria

Dierenrechten volgens de Islam

Standaard

 categorie : religie

.

.

Volgens de wetenschap en de evolutietheorie is de mens niet superieur aan de andere soorten, maar is de mens slechts een soort tussen de soorten. Ook de Koran is deze mening toegedaan en beklemtoont de absurditeit en onwenselijkheid van het antropocentrisme:

“De schepping van de hemel en van de aarde is groter dan de schepping van de mens, maar de meeste mensen weten het niet.” (Koran 40:57)

.

.

hond

.

.In de Koran Notities “”Dierenrechten in de Islam” wordt  een uitgebreide analyse gemaakt van de dierenrechten op grond van de Koran en de Sunna. Daaruit citeren we volgende besluiten :

.

Islam over de plaats van de dieren en hun rechten

.

  • Dieren aanbidden en verheerlijken God.
  • Zoals de mensen een gemeenschap vormen, vormen ook dieren gemeenschappen op zich, en hebben zij dus alle daarmee geassocieerde rechten (recht op gezonde voeding, op beschutting tegen slecht weer, op sociaal leven, op recreatiemogelijkheden, op het zelf grootbrengen van de eigen kinderen, enz).
  • Dieren hebben een bewustzijn (geest en verstand), handelen intelligent en doelgericht en hebben gevoelens; hun gevoelens mogen niet gekwetst worden.
  • Dieren hebben een waardigheid en een schoonheidsgevoel. Zij moeten daarin gerespecteerd worden.
  • Dieren hebben een geboorterecht op hun deel van de natuurlijke rijkdommen, zelfs als er onder de mensen schaarste heerst aan voedsel en water.
  • Dieren hebben recht op waardig fysisch, psychisch en sociaal leven.
  • Dieren hebben recht op aandacht en op een zorgzame behandeling.
  • Goede daden tegenover een dier worden beloond, voor slechte daden tegenover een dier zal men op Oordeelsdag verantwoording moeten afleggen en mogelijks gestraft worden, mogelijks zelfs met eeuwige verbanning naar de hel.

.

.

Islam staat volgende zaken NIET toe

.

  • het slaan van een dier in het aangezicht;
  • het brandmerken van een dier op gevoelige plaatsen zoals het gezicht;
  • het overbelasten van een lastdier;
  • het doden van een dier in het bijzijn van een ander dier (om de gevoelens van het ander dier niet te kwetsen);
  • het doden van een dier op een wrede manier of voor het plezier;
  • het doodmartelen of nodeloos doen lijden van dieren (zelfs al gaat het om de meest schadelijk geachte soorten, zoals schorpioenen enz);
  • het klaarmaken van slachtgerief (scherpen van mes) in bijzijn van het te slachten dier;
  • een dier laten wachten om gedood te worden;
  • een dier vastbinden en dan doden;
  • het versnijden van een voor voedsel gedood dier alvorens lijkstijfheid is ingetreden (door de verplichting zolang te wachten, verzekert Islam dat een dier dat dood lijkt maar waar nog een sprankeltje leven in zit, zeker geen pijn zou toegebracht worden);
  • het tegen elkaar opzetten van dieren en dierengevechten (hanengevechten, stieren- gevechten, …);
  • jachtsporten (vossenjacht,…);
  • het verminken van dieren en verwijderen van een deel van een dier terwijl het in leven is (met als uitzondering wanneer het nodig is om het leven van een dier in nood te redden – vb amputatie is toegestaan en is zelfs een goede daad wanneer dit het leven van een dier in nood kan redden);
  • het vangen van vogels en hen in kooien stoppen zonder enig speciaal doel (dit wordt aanzien als abominabel);
  • het opsluiten van dieren zonder voedsel;
  • het toebrengen van lichamelijke of emotionele schade aan een dier tijdens leven of gedurende de slacht;
  • het begaan van lichamelijke of geestelijke wreedheden tegenover dieren;
  • factory farming (dwz het grootschalig kweken van dieren volgens industriëe veehouderijmethodes)
  • experimenten op dieren;
  • afmaken van dieren voor hun vacht (Islam laat enkel gebruik toe van huiden of pels van gedomesticeerde dieren die een natuurlijke dood stierven of van dieren die gedood werden voor voedsel);
  • het doden van een dier zonder rechtvaardigbare reden (dit is zelfs één van de hoofdzonden);
  • verspilling in het algemeen, en in het bijzonder van producten waarvoor dieren gedood werden;
  • het doden van dieren tijdens oorlog behalve wanneer dit nodig is voor voedsel;
  • het doden van dieren voor voedsel zonder “In de Naam van God” te zeggen (en dit om de mens er nogmaals aan te herinneren dat het leven heilig is en men geen andere reden  mag hebben om het leven van het dier te beëindigen, dan de nood om voedsel;
  • het consumeren van producten van dieren die niet correct geslacht  of tijdens het leven mishandeld werden, vermits die producten daardoor onwettig werden voor consumptie. Dit laatste zou men kunnen aanzien als een preventieve maatregel die er voor zorgt dat muslimboeren hun dieren goed behandelen.

.

.

DE ISLAM IS DE 

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De scheppingsverhalen in Genesis 1 en 2

Standaard

categorie : religie

.

.

Vraag: “Waarom zijn er twee verschillende

Scheppingsverhalen hoofdstukken 1 en 2 van

het boek Genesis?”

.

.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

.

.

Antwoord

.

Genesis 1:1 zegt: “In het begin schiep God de hemel en de aarde.” Verderop in Genesis 2:4 lijkt er een tweede, afwijkend verhaal over de schepping verteld te worden. Het idee dat er twee verschillende scheppingsverhalen zijn is een veelgehoorde foutieve interpretatie van deze twee passages die in werkelijkheid dezelfde schepping beschrijven. Ze zijn het niet met elkaar oneens wat betreft de volgorde waarin dingen geschapen werden en spreken elkaar niet tegen.

Genesis 1 beschrijft “zes scheppingsdagen” (en een zevende rustdag) terwijl Genesis 2 slechts één dag van die scheppingsweek beslaat — de zesde dag— en er is geen tegenstrijdigheid.

In Genesis 2 grijpt de schrijver terug op de temporele volgorde van de zesde dag, toen God de mens schiep. In het eerste hoofdstuk zet de schrijver van Genesis de schepping van de mens op de zesde dag neer als het hoogtepunt van de schepping. Daarna geeft de schrijver in het tweede hoofdstuk meer details over de schepping van de mens.

In hoofdlijnen zijn er twee zienswijzen die tegenstrijdigheid veronderstellen tussen Genesis 1 en 2. De eerste betreft het plantenleven. In Genesis 1:11 staat opgetekend dat God het groen op de derde dag schiep. Volgens Genesis 2:5 groeide er vóór de schepping van de mens “op de aarde nog geen enkele struik en was er geen enkele plant opgeschoten, want God, de HEER, had het nog niet laten regenen op de aarde, en er waren geen mensen om het land te bewerken.” Dus, hoe zit het nu? Schiep God de flora op de derde dag voordat Hij de mens schiep (Genesis 1) of nadat Hij de mens schiep (Genesis 2)?

De Hebreeuwse woorden voor “vegetatie” verschillen in de beide tekstdelen. Genesis 1:11 gebruikt een term die slaat op vegetatie in het algemeen. Genesis 2:5 gebruikt een meer specifieke term die refereert aan vegetatie ten behoeve waarvan landbouwactiviteiten uitgevoerd moeten worden, dat wil zeggen er is iemand die er voor zorgt, een tuinman. De passages spreken elkaar niet tegen. Genesis 1:11 heeft het er over dat God vegetatie maakt, en Genesis 2:5 zegt dat God pas “agrarische” vegetatie liet groeien nadat Hij de mens gemaakt had.

De tweede veronderstelde tegenstrijdigheid betreft het dierlijke leven. In Genesis 1:24-25 staat opgetekend dat God de fauna op de zesde dag creëerde, voordat Hij de mens maakte. In sommige vertalingen lijkt Genesis 2:19 te zeggen dat God de dieren maakte nadat hij de mens geschapen had. Een goede en aannemelijke vertaling van Genesis 2:19-20 luidt echter:

“Uit aarde vormde Hij alle dieren op het land en alle vogels in de lucht. Hij bracht ze bij de mens om te zien hoe die ze zou noemen; elk dier zou de naam krijgen die de mens hem gaf. Toen gaf de mens namen aan alle tamme dieren, alle vogels en alle wilde dieren.”

Deze tekst uit de Groot Nieuws Bijbel zegt niet dat God eerst de mens schiep, daarna de dieren schiep en deze vervolgens bij de mens bracht, maar dat de Heer “uit aarde alle dieren op het land en alle vogels in de lucht” (al) gevormd had. Er is geen tegenstrijdigheid. Op de zesde dag schiep God de dieren, daarna de mens en daarna bracht hij de dieren bij de mens zodat de mens ze kon benoemen.

Door de twee scheppingsverhalen individueel te beoordelen en ze daarna met elkaar in overeenstemming te brengen, zien we dat God de volgorde van de schepping in Genesis 1 beschrijft, en dan de belangrijkste details, in het bijzonder die van de zesde dag, nader toelicht in Genesis 2. Er is geen sprake van een tegenstrijdigheid, maar van een vaak gebruikte literaire wijze om een gebeurtenis eerst in zijn algemeenheid en dan specifiek te beschrijven.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De scheppingsdagen en hun symboliek

Standaard

categorie : religie

.

.

.

.

Symboliek van de scheppingsdagen

.

“De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed…” (Genesis 1:2)

God heeft in zes dagen deze mistroostig uitziende aarde van Genesis 1:2 tot een prachtige, volmaakte schepping gemaakt.

“God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was.” (Genesis 1:31)

De zes scheppingsdagen, zoals beschreven in Genesis 1, vertonen een bepaalde structuur.

.

.

voorbereiding vervulling
1 licht 4 zon (+ maan + sterren)
2a atmosfeer 5a vogels
2b zeeën 5b vissen
3a vasteland 6a landdieren
3b eerste leven: planten 6b hoogste leven: mens

 

.

Scheppingsdagen

.

  1. De eerste drie dagen hebben te maken met het wegdoen van de duisternis en het opruimen van de chaos, kortom met het klaarmaken van de aarde om bewoond te worden.
  2. Tijdens de tweede serie van drie dagen wordt het land, de zee en de lucht gevuld met allerlei soorten levende wezens.

De manier waarop God de puinhoop aarde van Genesis 1:2 in zes dagen tot iets moois heeft geschapen of herschapen, is een afbeelding van de manier waarop God een ontluisterd mensenleven wil herscheppen tot een nieuwe schepping.

1 : De voorbereidingfase (scheppingsdagen 1-3) kan worden vergeleken met de beginfase van het        christenleven: wedergeboorte, de eerste leerperiode en een begin van geloofsgroei en vruchtdragen.

2 : De vervullingfase (scheppingsdagen 4-6) kan worden vergeleken met groeiende geestelijke volwassenheid. In de geestelijke betekenis van de begrippen is er natuurlijk een geleidelijke overgang van de eerste naar de tweede fase.

.

.

plaat2 (1)

.

.

Scheppingsdag 1 – licht

.

Het licht van scheppingsdag 1 wijst op de komst van Jezus, die zichzelf terecht het licht voor de wereld noemde.

“Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, gaat zijn weg niet in de duisternis, maar zal het ware levenslicht hebben.” (Johannes 8:12)

Evenals licht de belangrijkste energiebron is voor de aarde en de belangrijkste voorwaarde voor leven, zo heeft het licht in geestelijke zin alles te maken met het nieuwe leven. God wil dit leven geven aan ieder mens die het van Hem wil ontvangen. Zodoende is de doorbraak van het licht op de eerste scheppingsdag een beeld van bekering en wedergeboorte, het begin van de wandel in het licht:

“Dezelfde God die gesproken heeft: Uit de duisternis zal het licht schijnen, heeft zijn licht doen schijnen in ons hart…” (2 Korintiërs 4:6)

Daarna gaat God verder met zijn herscheppingswerk in de mens. Onder invloed van het licht van de eerste scheppingsdag volgt een levenslang proces van geloofsgroei en vernieuwing. Door de zegenrijke werk van Gods Geest in het hart van de gelovige dringt dit licht steeds verder door tot in alle aspecten van het leven.

.

Scheppingsdag 2a – atmosfeer (verstand)

.

Het geschikt maken van de atmosfeer is een illustratie van het verstandsaspect van geloofsgroei of kort gezegd: groei in geloofszekerheid. De nadruk ligt daarbij op de nieuwe inzichten die je als gelovige krijgt door de werking van de Heilige Geest in je verstand.

Gezonde lucht is de eerste levensbehoefte van de mens. Zo heeft de gelovige het nodig dat hij zich dagelijks laat inspireren door de Bijbel om een krachtig fundament van waarheid te ontwikkelen en een gezonde manier van denken. Hoe meer de gelovige zijn verstand laat verlichten door de ‘adem van Gods Geest’, hoe beter zicht hij heeft op God en zijn bedoelingen met zijn leven.

De wind zorgt voor zuivering van de atmosfeer, doordat schadelijke dampen en gassen worden weggevoerd en verspreid. De Heilige Geest wil ons helpen de leugens van de wereld te ontmaskeren en af te wijzen, zodat onze gedachten er niet door vergiftigd worden. Zodoende is de atmosfeer ook een beeld van ons geweten dat ons bovendien helpt om rein te leven volgens Gods leefregels.

.

Scheppingsdag 2b – water (gevoel)

.

Het scheiden van het water is een illustratie van het gevoelsaspect van geloofsgroei of kort gezegd: groei in geloofsvertrouwen. De nadruk ligt daarbij op de geloofsbeleving die je als gelovige krijgt door de werking van de Heilige Geest in je gevoelsleven. Behalve lucht is ook water noodzakelijk voor leven op aarde. Water is het beeld van het beweeglijke element in de mens, zijn gevoelsleven.

Op scheppingsdag 2 ontstaat er een evenwicht tussen de atmosfeer (boven) en de watermassa’s (beneden). Evenzo moet je verstand in evenwicht komen met het gevoel, waarvan water een beeld is. Hoe meer je verstand zich laat verlichten door het Woord van God, hoe beter je als gelovige leert om te gaan met beproevingen en verleidingen. Hierdoor en door je persoonlijke omgang met God en wat je leert door omgang met medegelovigen leer je steeds meer op God te vertrouwen. Zo leer je te genieten van een gelukkig leven vanuit de verbondenheid met God, ook onder moeilijke omstandigheden.

Het leerproces van scheppingsdag 2 gaat vaak gepaard met veel innerlijke strijd en dat wordt eigenlijk pas op scheppingsdag 3 afgerond, als het vasteland tevoorschijn komt, ofwel als de overwinning in die innerlijke strijd zich begint af te tekenen. Dit heeft ook te maken met het feit dat het verslag van scheppingsdag 2 niet wordt afgesloten met de gebruikelijke woorden: “God zag dat het goed was”. Aan het einde van scheppingsdag 2 is er immers nog geen ‘eindproduct’. De strijd is nog niet geheel gestreden…

.

Scheppingsdag 3a – vasteland (wil)

.

Het ontstaan van het vasteland is een illustratie van het wilsaspect van geloofsgroei of kort gezegd: groei in geloofskracht. Daarbij gaat het vooral om je toewijding aan Jezus en de nieuwe kracht die je als gelovige krijgt door de werking van de Heilige Geest ten opzichte van je wil. Het oprijzen van vaste grond boven het wateroppervlak, doet denken aan de opstanding van Jezus. Zoals het vasteland het heeft gewonnen van de zee, zo heeft Jezus aan het kruis de grootste overwinning van alle tijden behaald. Het leven heeft eens en voorgoed gewonnen van de dood.

“… Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven …” (Johannes 11:25)

Het ontstaan van het vasteland symboliseert ook de overwinning in de innerlijke strijd van scheppingsdag 2, tegen leugens, overweldigende levensomstandigheden, zondige verlangens, enzovoort. Die overwinning komt tot stand doordat je met je wil kiest om te doen wat God in zijn woord zegt (geloofsgehoorzaamheid). Dan krijg je in geestelijke zin vaste grond onder je voeten. Je leert bouwen op God, de Rots, waardoor je niet meer zo snel wankelt. Telkens wanneer je gedurende de innerlijke strijd tot overwinning komt, ontstaat er geestelijk gezien een stuk vasteland.

“En dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof.” (1 Johannes 5:4)

Tijdens scheppingsdag 2 PROBEER je uit geloof te leven; op scheppingsdag 3a LEEF je uit geloof.

.

Scheppingsdag 3b – plantengroei (gedrag)

.

Het ontstaan van plantengroei is een illustratie van het gedragsaspect van geloofsgroei of kort gezegd: groei in geloofspraktijk. De nadruk ligt daarbij op de nieuwe levensstijl die je als gelovige ontwikkelt door de werking van de Heilige Geest ten opzichte van je gedrag.

Plantengroei is de eerste geschapen levensvorm op aarde. Een levend geloof is een vruchtdragend geloof ofwel een geloof dat zich uit in de praktijk van het dagelijks leven. Geestelijke vrucht is wat God wil doen in en door elke wedergeboren gelovige. Evenals vruchten aan een boom groeien door het sap dat via wortels en takken wordt aangevoerd, zo groeien geestelijke vruchten in de gelovige door het levende water. Dat is de Heilige Geest die door en uit de gelovige stroomt.

“De Schrift zegt over wie in mij gelooft: Zijn hart zal een bron zijn waaruit stromen levend water vloeien.” (Johannes 7:38)

De meeste planten groeien op de vaste grond. Eerst ontwikkelt zich het gedeelte ONDER de grond en vervolgens het bovengrondse deel. Het wortelgestel zorgt onder meer voor de stabiliteit van de plant en de opname van voedingsstoffen uit de grond. Het zorgt ervoor dat de boom onder alle weersomstandigheden kan overleven en vrucht dragen. Dat voorbeeld wordt uitgewerkt in Psalm 1, waarin een gehoorzame gelovige wordt vergeleken met een boom die bij het water geplant is. Daardoor is die boom in staat om vrucht te dragen, terwijl zelfs de bladeren bij droogte niet verpieteren.

.

Scheppingsdag 4 – zon, maan en sterren (vol van Jezus)

.

Met scheppingsdag 4 begint de vervullingsfase van de schepping en die staat symbool voor het volwassen stadium van de gelovige. Het gaat daarbij om een verdere, diepere uitwerking van wat er tijdens het jeugdstadium is geleerd. In de normale betekenis van het woord betekent volwassen worden dat je leven niet meer alleen om jezelf draait, maar dat je ook verantwoordelijkheid neemt voor anderen. Geestelijke volwassenheid betekent in de eerste plaats: niet zozeer eigen welzijn en zegeningen nastreven, maar gericht zijn op Jezus (de zon) en op het zegenen van je medemensen.

De zon kunnen we zien als een beeld van Jezus, die op de aarde is gekomen om het licht van God te laten schijnen in de harten van de mensen als het ‘licht van de wereld’. De maan kan gezien worden als het beeld van zijn Gemeente, terwijl individuele gelovigen kunnen worden vergeleken met sterren.

“opdat u zuiver en smetteloos bent, onberispelijke kinderen van God te midden van een verdorven en ontaarde generatie, waartussen u schittert als sterren aan de hemel.” (Filippenzen 2:15)

Zon en maan hebben beide als taak licht te geven op aarde. De maan en de sterren verrichten hun taak wanneer de zon onzichtbaar is, ofwel in de nacht, in afwachting van de wederkomst van de Heer. Daarom heeft de Gemeente als geheel en afzonderlijk de opdracht om licht in de wereld te verspreiden. Jezus zei:Ik ben het licht der wereld (Johannes 8:12) maar ook: jullie zijn het licht der wereld (Johannes 5:13) om Jezus te laten zien.

.

Scheppingsdagen 5-6 – steeds meer op Jezus gaan lijken

.

Op scheppingsdag 5a, 5b en 6a heeft God de dieren geschapen die een beeld zijn van een verdere vervulling van je verstand, gevoel en wil: verdieping van inzicht, geloofsbeleving en geloofskracht.

Op scheppingsdag 6b heeft God de mens geschapen als de hoogste scheppingsvorm en het meest op God gelijkende evenbeeld. Deze scheppingsdag is een overduidelijk beeld van wat er gebeurt als iemand met God wandelt: er groeit een levensstijl van zegenen , echte liefde en offerbereidheid in navolging van Jezus. Als een gevolg van het proces van geloofsgroei gaat het karakter van de gelovige steeds meer op dat van Jezus lijken. En dat is het hoogste doel voor de mens tijdens zijn leven op aarde.

.

Scheppingsdag 7: rusten in Jezus

.

De diepere bedoeling van deze dag is dat mensen de rust ontdekken die bij Jezus te vinden is: rust om je geestelijke bestemming te vinden bij de wedergeboorte, rust om tijdens het leven te blijven vertrouwen op Gods hulp, en de rust in het hiernamaals als je aardse taak als gelovige is afgelopen en je Jezus op een nieuwe manier zal mogen dienen in het hiernamaals.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA