Tagarchief: geel

Goud, koning der metalen

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

.

 

Goud is een scheikundig element met symbool Au en atoomnummer 79. Het is een geel metalliek overgangsmetaal. Het is al sinds de stroomculturen (Nabije Oosten van 3500 v.Chr. tot 800 v.Chr.) zeer gewaardeerd en is roestvrij, daarom wordt goud soms “de koning der metalen” genoemd.

 

 

 

 

 

Eigenschappen

.

Goud behoort tot de edelmetalen en is een dicht maar zacht metaal, net iets harder dan zink. Voor het gebruikt kan worden, moet het gezuiverd worden en voor de meeste doeleinden wordt het gelegeerd met andere materialen om het harder te maken. De zuiverheid van goud voor sieraden wordt gemeten in karaat; zuiver goud is 24 karaat. Veel voorkomende zuiverheidsgraden zijn 14 karaat (58,3% goud), 18 karaat (75%) en 22 karaat (91,7%). Goud wordt al lange tijd als waardevol metaal gezien.

.

 

.

 

 

Geschiedenis van goud

 

Gebruik van goud stamt (vermoedelijk) al uit de 26e Eeuw V. Chr. In Egyptische hiërogliefen wordt al aangegeven dat goud als betaalmiddel werd gebruikt. Goud is een edelmetaal en ontstaat uit (vloeibaar) magma, daarom wordt goud vaak gevonden op plaatsen waar vulkanen waren. Als we vervolgens even een grote stap maken, belanden we in 1848. In dat jaar vonden Amerikanen goudklompjes (goldnuggets) tussen grind in rivieren. De zogenaamde “goldrush” of “goudkoorts” was begonnen.

In Australië en Amerika werden verschillende goudbronnen ontdekt. Goud wordt vooral gevonden en gewonnen tussen steenlagen in rivieren. Wie kent de afbeeldingen niet van mensen langs rivieren met een grote zeef. Door rivierzand en grind te zeven hoopt men klompjes goud te vinden. Naast goudklompjes bestaat er ook stofgoud en kan goud voorkomen in zogenaamde goudaderen. Goud dat in rivieren en mijnen gevonden wordt is een zacht geel-kleurig metaal, we spreken dan van zuiver goud (24/24 of 24 karaat).

In de Lage Landen mag edelmetaal nog “goud” worden genoemd als het een zuiverheid van 14 karaat heeft. De scheikundige benaming voor goud is Au. Het is de afkorting van het Latijnse Aurum. Goud wordt ook steeds meer als belegging gezien. Doordat over heel de wereld de mensen steeds rijker worden neemt onder andere de vraag naar Gouden sieraden erg toe. Ook is economische onzekerheid vaak een factor van stijging van koersen.

.

 

 

 

.

.

opmerkelijke eigenschappen

 

Metallisch goud heeft een gele glanzende kleur. Zeer fijn verdeeld kan het ook andere kleuren zoals zwart of donkerpaars aannemen. Van alle bekende metalen die bij kamertemperatuur vast zijn, is goud, na lood, het makkelijkst te buigen en te vervormen. Een blokje goud van 1 gram (een kubusje met zijden van 3,73 mm) kan worden geplet en gewalst tot een plaat bladgoud met een oppervlakte van 1 vierkante meter.

Bladgoud kan gelijmd worden op voorwerpen waardoor ze verguld worden. Het is tevens mogelijk om goud door middel van elektrolyse op voorwerpen aan te brengen. Goud is een zeer goede elektrische en thermische geleider en vrijwel inert. De dichtheid van goud (19.320 kg/m3) is bijna tweemaal zo groot als die van lood (11.300 kg/m3).

 

 

.

 

 

Goud
Algemeen
Naam Goud / Aurum
Symbool Au
Atoomnummer 79
Groep Kopergroep
Periode Periode 6
Blok D-blok
Reeks Overgangsmetalen
Kleur Geel metalliek
Chemische eigenschappen
Atoommassa (u) 196,9665
Elektronenconfiguratie [Xe]4f14 5d10 6s1
Oxidatietoestanden +1, +3
Elektronegativiteit (Pauling) 2,45
Atoomstraal (pm) 144
1e ionisatiepotentiaal (kJ·mol−1) 890,13
2e ionisatiepotentiaal (kJ·mol−1) 1977,96
Fysische eigenschappen
Dichtheid (kg·m−3) 19320
Hardheid (Mohs) 2,5
Smeltpunt (K) 1337
Kookpunt (K) 3081
Aggregatietoestand Vast
Smeltwarmte (kJ·mol−1) 12,55
Verdampingswarmte (kJ·mol−1) 334,40
Van der Waalse straal (pm) 166
Kristalstructuur k.v.g. (bij kamertemp.)
Molair volume (m3·mol−1) 10,21 · 10−6
Geluidssnelheid (m·s−1) 2030 (dunne staaf)
Specifieke warmte (J·kg−1·K−1) 128
Elektrische weerstand (μΩ·cm) 2,35
Warmtegeleiding (W·m−1·K−1) 317

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

Wilde weit : Melampyrum arvense

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de prachtige helder roze aarvormige bloeiwijzen met paars/gele bloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wilde weit is een eenjarig plantje, dat helaas zeer sterk in aantal is afgenomen en op de rode lijst staat als ernstig bedreigd. Ze groeit op droge, enigszins omgewerkte kalkrijke grond. Wilde weit is een halfparasiet net als de ratelaars. Ze is voor water en mineralen afhankelijk van andere planten. Daardoor kan ze in een paar weken volledig uitgroeien en zich handhaven in droge milieus.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met augustus met prachtige bloemen die schuin omhoog gericht in dichte trossen bij elkaar staan en ze wordt 15 tot 50 cm hoog. De bloemen zijn aan de top paars met daar onder een geel of geel/witte rand.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn lancetvormig, de bovenste bladeren hebben priemvormige tanden. De helder roze schutbladen hebben lijnvormige tanden en donkere klierpuntjes aan de onderkant. Ze verkleuren naar groen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– bremraapfamilie (Orobanchaceae)
– eenjarig
– zeer zeldzaam
– 15 tot 50 cm

Bloem
– helder roze met geel/wit
– vanaf juni t/m augustus
– aarvormige tros
– lipbloem
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lijnlancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– kort behaard

Stengel
– rechtop
– vierkant
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Waterkruiskruid : Jacobaea aquatica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de voor kruiskruid kenmerkende gele bloemhoofdjes en
– de liervormige middelste stengelbladeren met grote eindslip

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Waterkruiskruid is een 1- of 2-jarige plant van 0,3 tot 1,20 meter hoog. Ze groeit op natte, matig voedselrijke grond in wei- en hooilanden, in bermen, aan waterkanten, in lichte loofbossen en grienden. Ze is algemeen voor komend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Waterkruiskruid bloeit vanaf juni tot en met augustus met de voor kruiskruid bekende gele bloemhoofdjes. De kleur van de straalbloemen is mat dooier-geel, warmer van kleur dan van vergelijkbare kruiskruiden als jakobskruiskruid en viltig kruiskruid. De hoofdjes staan aan het einde van de stengels in losse pluimen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn kaal of bovenaan en in de bloeiwijze spinnenwebachtig behaard, onderaan vaak rood aangelopen en meestal al onder het midden vertakt. De zijtakken staan redelijk wijd uit, waardoor waterkruiskruid een omgekeerd pyramidevormig uiterlijk heeft, vaak niet zichtbaar omdat ze tussen andere vegetatie staat.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Waterkruiskruid is van alle andere soorten binnen de geslachten Jacobaea en Senecio (jakobskruid en kruiskruid) te onderscheiden door de naar verhouding grote eindslip van de bladeren, die bij de middelste stengelbladeren ongeveer gelijk is aan de helft van de bladlengte.

 

 

 

 

 

 

Herkennen vergelijkbare kruiskruiden
blad (dubbel) geveerd

 

 

blad langwerpig

bezemkruiskruid

1 jakobskruiskruid
2 viltig kruiskruid
3 duinkruiskruid
4 waterkruiskruid

 

5schaduwkruiskr.
6 rivierkruiskruid
7moeraskruiskruid

blad vlezig en zeer smal

1 omwindselbladen met zwarte punt
2 omwindselbladen zonder zwarte punt
3 zonder straalbloemen
4 blad met grote eindslip (ongeveer de helft van het blad)

 

5 tanden bladrand opzij gericht
6 tanden bladrand naar de top gericht
7 onderkant grijs viltig behaard, bladeren staan ook vaak omhoog gericht

 

 

 

bezemkruiskruid

 

 

 

jacobskruiskruid

 

 

 

viltig kruiskruid

 

 

 

duinkruiskruid

 

 

 

schaduwkruiskruid

 

 

 

Rivierkruiskruid

 

 

 

moeraskruiskruid

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– 1- of 2-jarig
– algemeen tot zeer zeldzaam
– 30 tot 120 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m augustus
– hoofdje
– buis- en straalbloemen
– 25 tot 30 mm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– geveerd of liervormig
– top stomp
– rand gekarteld, gezaagd of gelobd
– voet gevleugeld
– veernervig

Stengel
– rechtop
– sterk vertakt
– kaal of
– bovenaan spinnenwebachtig behaard
– onderaan vaak rood aangelopen
– geribd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Vlasbekje : Linaria vulgaris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de lichtgele bloemen, die lijken op de bloemen van leeuwenbekjes
– en de opvallend lange spoor aan de bloemen gevuld met nectar

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Vlasbekje is zeer algemeen voorkomende overblijvende plant van 30-90 cm hoog, die bloeit vanaf juni tot de herfst. De bloemen staan in dichte trossen aan het einde van de rechtop groeiende stengel. Ze groeit in pollen, meestal in omgewerkte grond op droge tot voedselrijke grond op grazige plaatsen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemen zijn lichtgeel, uitgezonderd de donkergeel tot oranje gekleurde verdikkingen op de onderlip. De onderlip wordt door een soort gewricht tegen de bovenlip gedrukt, zodat alleen zware insecten, zoals hommels en bijen, toegang hebben tot de bloem.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Vlasbekje heeft wortels die wel een meter diep de grond in gaan. Als de plant verwijderd wordt, blijft er vaak een deel van de wortel achter, waaruit zich een nieuwe plant kan ontwikkelen. Daarnaast produceert een plant een groot aantal zaden. Dat aantal kan oplopen tot 32.000 per plant!

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

In de volksgeneeskunde werd de plant gebruikt als laxeermiddel. In de middeleeuwen werd zij beschouwd als afweer tegen ziekten, die door tovenarij waren veroorzaakt.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 30 tot 90 cm

Bloem
– lichtgeel met geel tot oranje   verdikkingen
– vanaf juni tot de herfst
– aarvormige tros
– gespoorde lipbloem
– 2 tot 3 cm lang
– kroon vergroeid
– kroon langer dan kelk
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid, onderste kransstandig
– enkelvoudig
– lijn- tot lintvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– 1-nervig

Stengel
– rechtop
– glad of met weinig klierharen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

De kracht van gember

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Gember. Een waar wondermiddel

 

 

gember

 

 

Aromatisch, scherp en kruidig. Zo wordt de smaak van gember omschreven. Gember geeft een specifieke smaak aan soepen, wokgerechten en fruitsalades. Gember groeit onder de grond. Het is de wortelstok van een gemberplant. Het vlees van de gemberplant kan rood, wit of geel zijn. De huid is bruin en wordt dikker naarmate de plant ouder is. Gember is het hele jaar te koop en is relatief goedkoop.

 

 

Geneeskrachtig

Gember is lekker, maar zeker ook geneeskrachtig. Zo staat het bekend als middel tegen wagenziekte, indigestie, te lage bloeddruk, reumatische klachten en een lage bloeddruk. Hoe is het mogelijk dat een wortelstok zo veel therapeutische mogelijkheden heeft?

De officiële naam van gember is Zingiber Officinale. Gember is rijk aan 17 verschillende soorten etherische oliën, anti-oxidanten, vitaminen B1, B2, B3, B6, C, betacaroteen, calcium, magnesium, fosfor, kalium, selenium en vezels.

 

 

Maag

Gember prikkelt de warmtegevoelige receptoren. Het geeft een verwarmd gevoel. De productie van het maagsap wordt gestimuleerd. Gember heeft een beschermende tegen maagzweren. Gember kan helpen bij:
• Maagpijn
• Ter voorkoming van maagzweren
• Spijsverteringsklachten door verminderde productie maagsap

 

 

Misselijkheid

Misselijk zijn is een naar gevoel. Gember werkt uitstekend tegen alle soorten van misselijkheid. Dus tegen wagenziekte, misselijkheid door chemokuren, misselijkheid als gevolg van alcohol, door zwangerschap of door verkeerde voeding.

Gember stilt de braakneiging. De peristaltiek van de darmen wordt verhoogd, waardoor de passage van voeding sneller zal gaan. De opname van gifstoffen en zuren wordt verbeterd door het gebruik van gember, waardoor klachten zullen verminderen.

 

 

Ontstekingsremmend

De etherische oliën in gember werken antiseptisch. Ongewenste bacteriën worden gedood. Tevens is er een verhoogde opname van gifstoffen en zuren, waardoor gember uitstekend ingezet kan worden bij bestrijding van infecties.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Vlasbekje : Linaria vulgaris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de lichtgele bloemen, die lijken op de bloemen van leeuwenbekjes
– en de opvallend lange spoor aan de bloemen gevuld met nectar

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Vlasbekje is zeer algemeen voorkomende overblijvende plant van 30-90 cm hoog, die bloeit vanaf juni tot de herfst. De bloemen staan in dichte trossen aan het einde van de rechtop groeiende stengel. Ze groeit in pollen, meestal in omgewerkte grond op droge tot voedselrijke grond op grazige plaatsen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemen zijn lichtgeel, uitgezonderd de donkergeel tot oranje gekleurde verdikkingen op de onderlip. De onderlip wordt door een soort gewricht tegen de bovenlip gedrukt, zodat alleen zware insecten, zoals hommels en bijen, toegang hebben tot de bloem.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Vlasbekje heeft wortels die wel een meter diep de grond in gaan. Als de plant verwijderd wordt, blijft er vaak een deel van de wortel achter, waaruit zich een nieuwe plant kan ontwikkelen. Daarnaast produceert een plant een groot aantal zaden. Dat aantal kan oplopen tot 32.000 per plant!

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

In de volksgeneeskunde werd de plant gebruikt als laxeermiddel. In de middeleeuwen werd zij beschouwd als afweer tegen ziekten, die door tovenarij waren veroorzaakt.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 30 tot 90 cm

Bloem
– lichtgeel met geel tot oranje   verdikkingen
– vanaf juni tot de herfst
– aarvormige tros
– gespoorde lipbloem
– 2 tot 3 cm lang
– kroon vergroeid
– kroon langer dan kelk
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid, onderste kransstandig
– enkelvoudig
– lijn- tot lintvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– 1-nervig

Stengel
– rechtop
– glad of met weinig klierharen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Golden healer

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

.

 

Algemene informatie

.

Golden healer kristal is een kristal met insluitsels van gele hematiet of limoniet. Naast de eigenschappen van hematiet bevat het zijn eigen specifieke werking. Golden healer is een heldere kwarts met een natuurlijke goudgele laag.

 

 

Kleur : geel doorschijnend

Vindplaats : wordt onder andere in Brazilië gevonden.

 

 

 

.

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

Samenstelling SiO2

hardheid: 7

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Viltganzerik : Potentilla argentea

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– een wijd, rijkbloemig bijscherm
– met gele, 5-tallige, 1 tot 1,5 cm grote bloemen en
– de handvormige samengestelde bladeren, onderkant wit viltig

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Viltganzerik is een overblijvende plant van 15 tot 30 cm hoog. Ze is vrij algemeen voorkomend in de Lage Landen. Ze groeit op min of meer open, droge, meestal kalkarme, vaak omgewerkte zandgrond.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Viltganzerik bloeit in juni en juli met gele, 5-tallige bloemen, die een wijd vertakt, rijkbloemig scherm vormen aan het einde van de stengel en in de oksels van de bladeren. De kroonbladen zijn iets uitgerand, langer dan de kelkbladen en bij een volledig geopende bloem raken ze elkaar niet.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn handvormig samengesteld, meestal 5-tallig. Aan de bovenkant zijn ze groen, de onderkant is wit viltig. De deelblaadjes zijn gelobd met hooguit 9 lobjes. Evenals de bladeren zijn ook de kelk- en bijkelkbladen, de bloemstelen en de stengel wit viltig. De wit viltige beharing kan na verloop van tijd wat slijten. De stengel is opstijgend, op betreden terrein liggend.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Het geslacht Potentilla kent ongeveer 500 soorten. In de Lage Landen komen 12 soorten voor, om ze van elkaar te kunnen onderscheiden zie “Sleutel ganzerik“.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– rozenfamilie (Rosaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot zeer zeldzaam
– 15 tot 30 cm hoog

Bloem
– geel
– juni en juli
– wijd vertakt eindelings bijscherm
– 1 tot 1,5 cm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 bijkelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– handvormig samengesteld
– meestal 5-tallig
– top spits
– rand getand of gelobd
– voet wigvormig
– handnervig
– onderkant wit viltig behaard
– bovenkant groen
– bladrand soms iets omlaag gebogen

Stengel
– opstijgend of liggend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Veldlathyrus : Lathyrus pratensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de lang gesteelde trossen in de oksels van de bladeren met
– met gele, licht geurende vlinderbloemen en
– de samengestelde bladeren, die bestaan uit 1 paar deelbladeren en eindigen in een vertakte of onvertakte rank

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Veldlathyrus is een overblijvende, klimmende plant van 30 tot 120 cm hoog. Ze is zeer algemeen voorkomend in de Lage Landen. Ze groeit op vochtige, voedselrijke grond in graslanden en bermen, in klei- en leemgroeven, in grazige duinvalleien en aan bosranden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Veldlathyrus bloeit vanaf juni tot en met augustus met gele vlinderbloemen. De vlag van de bloemen heeft donkere lijntjes.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn samengesteld en bestaan uit 2 deelblaadjes en een vertakte of onvertakte rank.
De deelblaadjes zijn langwerpig tot elliptisch, hebben een gave rand en de nerven lopen parallel. De bladeren staan verspreid aan de vierkante ongevleugelde stengel. Zowel bladeren als stengel zijn kort behaard en grijsgroen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Andere planten met vergelijkbare gele vlinderbloemen zijn gele wikke en de klaversoorten, gewone rolklaver, moerasrolklaver en sikkelklaver.

 

 

gewone rolklaver

 

 

 

moerasrolklaver

 

 

 

sikkelklaver

 

 

 

Algemeen

 

– vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 30 tot 120 cm hoog

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m augustus
– tros
– 10 tot 16 mm
– vlinderbloem
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– even veervormig
– top rankend
– deelblaadjes :
– langwerpig tot elliptisch
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– parallelnervig

Stengel
– opstijgend of klimmend
– behaard
– scherp vierkant

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wagneriet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemeen

.

.Wagneriet is een vrij onbekend mineraal. Het komt voor in verschillende tinten geel, bruin, roze, oranje of groen, met her en der glanzende metalige vlakken. Wagneriet is verwant aan apatiet; door verwering verandert wagneriet langzaam in dat mineraal. Wagneriet wordt gevonden in verschillende landen, onder meer Verenigde Staten, Noorwegen, Duitsland, Oostenrijk, Italië, Spanje, Portugal en Rusland.

Het is een fluorfosfaat, waardoor het een belangrijke rol speelt in de edelsteentherapie. Het gaat daarbij vooral om de rozerode variant. We schrijven wagneriet graag voor bij stress en burn-out, omdat deze steen je terugbrengt bij jezelf.

.

.

.

.

Herkomst van de naam

.

Wagneriet is vernoemd naar de Duitse mijndirecteur F.M. von Wagner (1768-1851). De steen was al eerder bekend, maar werd pas erkend als zelfstandig mineraal toen het in 1821 in Duitsland en Oostenrijk werd gevonden. In Noorwegen staat het mineraal bekend als kjerulfin, een vernoeming naar de Noorse geoloog Theodoor Kjerulf (1825-1888).

.

.

.

.

Wagneriet door de eeuwen heen

.

Als fosfaat werd en wordt wagneriet in Scandinavië gebruikt als kunstmest. In de Noorse provincie Telemark ligt de Kjerulfin-mijn, waar vanaf ca 1850 wagneriet (of kjerulfin, zoals de Noren zeggen) wordt gewonnen voor gebruik in de landbouw. Als heelsteen is de wagneriet pas een tiental jaren bekend.

.

.

.

.

Fysische eigenschappen

.

Wagneriet is een fluorhoudend magnesiumfosfaat. De precieze samenstelling varieert per vindplaats. Wagneriet uit de Verenigde Staten bevat mangaan en is daardoor rozerood. Wagneriet uit Noorwegen echter bevat geen mangaan en is daardoor geel-bruin.

.

.

 

Samenstelling: (Mg, Fe2+)2(PO4)F + (OH, Fe, Mn)
Hardheid: 5 – 5,5
Glans: glasachtig tot vettig
Transparantie: doorzichtig, doorschijnend tot
halfdoorschijnend (opaque)
Breuk: schelpvorming, oneffen
Splijtbaarheid: onvolkomen
Dichtheid: 3,07 – 3,14
Kristalstelsel: monoklien

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.