Tagarchief: wit

Akkerhoornbloem : Cerastium arvense

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

Goed te herkennen aan

.
– de grote witte bloemen met 5 ingesneden kroonbladen
– met 5 stijlen en
– de behaarde stengels en behaarde bladeren

.

.

.

.

Algemeen

.

Akkerhoornbloem is een overblijvende plant van 5 tot 25 cm hoog, die algemeen voorkomt in de Lage Landen. Ze groeit op vrij open of grazige plaatsen met droge, al of niet kalkrijke zandgrond, zoals (rivier)duinen, bermen en braakliggende grond en niet op akkers, zoals haar naam doet vermoeden.

.

.

.

.

Bloem

.

Ze bloeit vanaf april tot en met juli met zuiver witte bloemen van 1 tot 2 cm groot. Ze hebben 5 kroonbladen, die voor 1/3 ingesneden zijn. De kroonbladen zijn 2x zo lang als de behaarde kelkbladen.

.

.

.

.

Blad en stengel

.

Akkerhoornbloem heeft twee soorten stengels, opstijgende bloeiende stengels en liggende op de knopen worte-lende stengels. Door middel van die liggende stengels kan de plant zich over een grote oppervlakte uitbreiden.

.

.

.

.

Vergelijkbare soorten 

.

akkerhoornbloem : 5 kroonbladen voor 1/3 ingesneden en 5 stijlen.

gewone hoornbloem : de bloemen van gewone hoornbloem vallen veel minder op, de kroonbladen zijn ongeveer even lang als de kelkbladen.

.

.

akkerhoornbloem

.

.

akkerhoornbloem

.

.

gewone hoornbloem

.

.

gewone hoornbloem

.

.

Akkerhoornbloem lijkt veel op viltige hoornbloem. Viltige hoornbloem is geen inheemse plant, maar een uit tuinen verwilderde cultuurplant, die in het wild lang stand kan houden.

.

.

viltige hoornbloem

.

.

Algemeen

.

– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 5 tot 25 cm

Bloem
– wit
– vanaf april t/m juli
– bijscherm
– stervormig
– 1 tot 2 cm
– 5 ingesneden kroonbladen
– kroonbladen niet vergroeid
– 5 kelkbladen, behaard
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet vergroeid
– 1-nervig
– behaard

Stengel
– opstijgend of bovengronds kruipend
– behaard met klierharen

zie wilde bloemen

.

.

.

.

.

.

 Gewone engelwortel : Angelica sylvestris

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

Goed te herkennen aan 

.
– de witte of enigszins roze schermen bestaande 15 tot 40 bolvormige deelschermen
– de bedauwde roze tot paars-bruine, rolronde, gegroefde stengels
– en de gootvormige bladstelen van de onderste bladeren

.

.

.

.

Algemeen

.

Gewone engelwortel is een zeer algemeen voorkomende, overblijvende, donkergroene, niet sterk ruikende plant van natte, voedselrijke grond aan waterkanten, in graslanden en lichte loofbossen. Ze wordt 90 tot 180 cm hoog. Vaak staan er vele planten bij elkaar.

.

.

.

.

Bloem

.

De bloeiperiode is vanaf juli tot in de herfst, soms tot het begin van de winter. De bloeiwijze is een scherm van 3 tot 15 cm breed, bestaande uit 15 tot 40 ronde deelschermen met kleine witte of rozeachtige bloemetjes. De bloemetjes hebben 5 even grote kroonbladen. Onder het samengestelde scherm zitten 3 omwindselbladen, die snel afvallen. Onder elk deelscherm zitten talrijke omwindselblaadjes. De schermstralen zijn zacht behaard.

.

.

.

.

Blad

.

De grote bladeren zijn 2- tot 3-voudig geveerd. De deelblaadjes zijn langwerpig, scherp gezaagd. De bovenste bladeren zijn vergroeid tot een bolvormige schede rond de jonge bloeiwijze. De wortelbladeren hebben een gootvormige steel, 1 van de verschillen met grote engelwortel.

.

.

.

.

Toepassingen

.

Gewone engelwortel werd vroeger gebruikt voor het maken van een slijmoplossend middel. Ook werden de jonge stengels en bladeren gekookt in zout water en als groente gegeten.

.

.

.

.

Vergelijkbare soorten  

.

gewone engelwortel

– scherm 3 tot 15 cm breed, 15 tot 40 stralen
– bloemen zijn 2 mm, wit of roze
– plant donkergroen, nauwelijks ruikend
– eindblaadjes ongedeeld, voet niet aflopend
– tot 1,8 meter hoog
– wortelbladeren met gootvormige stengel 

.

.

 grote engelwortel

– scherm tot 20 cm breed, 20 tot 40 stralen
– bloemen zijn 3 tot 4 mm, groenachtig wit
– plant lichtgroen, bij kneuzing sterk ruikend
– eindblaadjes vaak 3-delig met aflopende voet
– tot 2,5 meter hoog
– wortelbladeren met rolronde stengel

.

.

grote engelwortel

.

.

Naast de twee bovengenoemde soorten zijn er nog een aantal (zeer) algemeen voorkomende planten met witte schermbloemen, zoals fluitenkruid en gewone berenklauw.

.

fluitenkruid

.

.

Gewone berenklauw

.

.

Algemeen

– schermbloemenfamilie (Apiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 90 tot 180 cm

Bloem
– wit of roze
– vanaf juli tot in de herfst
– meervoudig scherm
– 2 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– 2- of 3-voudig oneven veervormig
– deelblaadjes eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gezaagd
– voet afgerond
– veernervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– bedauwd roze tot paarsbruin
– rond en gegroefd

zie wilde bloemen

.

.

.

.

.

.

Wolfspoot : Lycopus europaeus

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

.

Goed te herkennen aan

.
de kleine witte aan de binnenkant rood-paars gestipte lipbloemen, die in een schijnkrans in de bladoksels staan

.

.

.

.

Algemeen

.

Wolfspoot is een overblijvende plant van 30 tot 90 cm hoog met een rechtopstaande stevige vierkantige stengel. Ze is zeer algemeen voorkomend in de Lage Landen. Wolfspoot groeit op natte, voedselrijke grond aan water-kanten, in moerasbossen en langs sloten, ook op sluismuren.

.

.

.

.

Bloem

.

Ze bloeit in juli en augustus. De kleine bloemen zijn wit met van binnen rood-paarse stippen. Ze staan in schijn-kransen rond de stengel in de bladoksels.

.

.

.

.

Toepassingen

.

Uit wolfspoot kunnen etherische oliën worden gemaakt tegen aandoeningen van de schildklier.

.

.

.

.

Algemeen

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 30 tot 90 cm

Bloem
– wit
– binnenkant roodpaars gestipt
– juli en augustus
– lipbloem
– schijnkrans
– 4 tot 6 mm
– 5-tandige kelk
– 2 meeldraden

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot lancetvormig
– top spits
– rand diep en grof gezaagd
– onderste stengelbladeren veerspletig
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– vertakt
– rijk bebladerd
– behaard
– vierkantig

zie wilde bloemen

.

.

.

.

.

.

Witte honingklaver : Melilotus albus

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

.

Goed te herkennen aan

.
de witte vlinderbloemen, die los gerangschikt zitten in smalle langgerekte trossen

.

.

.

.

.

Algemeen

.

Ze houdt van zon en groeit op open, droge tot vochtige, omgewerkt grond in bermen, langs spoorwegen, indus-trieterreinen en braakliggende terreinen. Witte honingklaver is een tweejarige plant, die tot 1,5 meter hoog kan worden. Ze wordt ook uitgezaaid en is algemeen voorkomend in de Lage Landen.

.

.

Witte honingklaver

.

.

Bloem

.

De bloeitijd is vanaf juli tot en met september. Witte honingklaver heeft witte geurende vlinderbloemen, die gerangschikt staan in een losse, langgerekte, smalle tros. De vlag van de bloemen is duidelijk langer dan de zwaarden, die ongeveer even lang zijn als de kiel.

.

.

.

.

Blad en stengel

.

De meerkantige stengels zijn wijd vertakt, waardoor witte honingklaver een struikachtig uiterlijk kan krijgen. De bladeren zijn samengesteld en bestaan uit drie lancetvormige scherp getande deelblaadjes.

.

.

.

.

.

.

vergelijkbare soorten

.

Vergelijkbare soorten zijn kleine honingklaver, goudgele honingklaver en citroengele honingklaver. Witte honing-klaver is de enige met witte bloemen, de andere drie hebben gele bloemen.

.

.

.

kleine honingklaver

.

.

goudgele honingklaver

.

.

citroengele honingklaver

.

.

.

Algemeen

– vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– tweejarig
– algemeen tot zeldzaam
– 30 tot 150 cm

Bloem
– wit
– vanaf juli t/m september
– losse langgerekte tros
– vlinderbloem
– 4 tot 5 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– handvormig
– deelblaadjes lancetvormig
– top stomp
– rand getand
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– meerkantig

zie wilde bloemen

.

.

.

.

.

.

.

Zandhoornbloem : Cerastium semidecandrum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

artikel45014-3_gewone_hoornbloem

.

.

Goed te herkennen aan

– de kleine, witte, 5-tallige bloemetjes, waarvan
– de kroonbladen onregelmatig getand zijn of ondiep gespleten en
– de vaak teruggeslagen vruchtstelen

.

.

zandhoorn

.

.

Algemeen 

.

Zandhoornbloem is een eenjarig, kleverig (door klierharen), klein plantje, dat 2 tot 15 cm hoog wordt en groeit op open, droge, voedselarme tot matig voedselrijke, al of niet kalkrijke zandgrond. Ze komt zeer algemeen voor in de Lage Landen, vooral in de duinen. Elders is ze aangevoerd met duinzand.

.

.

.

.

.

.

Bloemen

.

Zandhoornbloem bloeit vanaf maart tot en met mei met zeer kleine, witte, 5-tallige bloemetjes. De kroonbladen zijn meestal onregelmatig 2-tandig of tot hoogstens voor 1/8 van de lengte ingesneden. Kelkbladen en schutbladen hebben een vliezige rand.

.

.

.

.

.

Algemeen

– anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 2 tot 15 cm

Bloem
– wit
– vanaf maart t/m mei
– bijscherm
– stervormig
– 5 tot 7 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen

– 5, soms 4 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– (kruisgewijs) tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top meestal stomp, soms spits
– rand gaaf
– voet gevleugeld
– 1-nervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard en beklierd
– rolrond

zie wildebloemen

.

.

.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

John Astria

Klinoptiloliet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Klinoptiloliet is een natuurlijke zeoliet. Het komt veel voor als product van vulkanisch glas in turfsteen. Het ge-steente wordt in de moderne techniek toegepast als ion-verwisselaar en katalysator. In pure kristalvorm is het een kleurloos doorzichtig mineraal, maar komt vaker voor als mat wit gekleurd gesteente.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Etymologie

 

De naam klinoptiloliet is afgeleid van de Griekse woorden klinos (=schuin), ptylon (=veer) en lithos (=steen).

 

 

poedervorm

 

 

 

Vindplaats

 

Klinoptiloliet word onder meer gevonden in Canada, Japan, Duitsland, Chili, Turkije, Madagascar en de VS.

 

 

 

.

.

Chemische eigenschappen

 

Samenstelling: (Na,K,Ca)2-3Al3(Al,Si)2Si13O36·12H2O

hardheid: 3,5 – 4

dichtheid: 2,15

 

 

Clinoptiloliet
Clinoptilolite-Na-269082.jpg
Mineraal
Chemische formule (Na,K,Ca)2-3Al3(Al,Si)2Si13O36·12(H2O)
Kleur Kleurloos, wit of rood
Streepkleur Wit
Hardheid 3,5 – 4
Gemiddelde dichtheid 2,14 kg/dm3
Glans Glasglans
Opaciteit Doorzichtig
Splijting [010] Perfect
Kristaloptiek
Kristalstelsel monoklien
Overige eigenschappen
Radioactiviteit Nauwelijks meetbaar; gamma ray-waarde tussen 21,89 en 95,03 API

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Struikhei : Calluna vulgaris

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

.

.

.

.

Goed te herkennen aan

.

rijk-bloemige trossen roze tot lichtpaarse, kleine, iets knikkende bloemen aan lage, struikvormige, altijd groene planten

Struikhei groeit op vochtige tot droge, zure grond in heiden, schrale graslanden en lichte bossen.

.

.

.

.

Algemeen

.

Struikhei is een sterk vertakte, altijd groene, overblijvende plant van 30 tot 100 cm hoog. Ze is algemeen voorkomend in de Lage Landen maar vrij zeldzaam in duingebieden. Tevens wordt ze verkocht als tuinplant, dan ook in wit.

.

.

.

.

Bloem

.

Struikhei bloeit vanaf juli tot in de herfst. De iets knikkende, roze tot lichtpaarse bloemen staan in een (meestal) eenzijdige tros, elke bloem aan het einde van een korte steel. De kroon- en kelkbladen hebben nagenoeg dezelfde kleur. De kelk wordt gevormd door de 4 buitenste bladen; de kroon door de 4 binnenste. De kroonbladen zijn smaller en korter dan de kelkbladen.

De binnenste bladen regelen het opengaan van de bloem. Zij zwellen aan de onderkant op en drukken zo de buitenste bladen naar buiten. Dat gebeurt op een zodanige manier dat de bovenkant van de bloem wat afgesloten is en zo een dakje vormt ter bescherming van het stuifmeel en de onderkant van de bloem meer open is, waardoor insecten een betere toegang hebben tot de nectar en zo de bestuiving tot stand brengen.

.

.

.

.

Blad

.

De kleine bladeren zijn mooi helder groen, staan in 4 rijen langs de stengel en bedekken elkaar dakpansgewijs. Elk blaadje eindigt aan de voet in 2 priemvormige oortjes.

.

.

.

.

Toepassingen

.

Thee van gedroogde bladeren en bloemen heeft een mild urine-drijvende werking en werkt ontsmettend, samentrekkend en kalmerend op de urinewegen.

.

.

.

.

Algemeen

– heifamilie (Ericaceae)
– overblijvend
– algemeen tot vrij zeldzaam
– ook als tuinplant
– 30 tot 100 cm

Bloem
– roze, lichtpaars
– vanaf juli tot in de herfst
– tros
– stervormig
– 3 tot 4 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 8 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– in 4 rijen
– enkelvoudig
– schubvormig
– top spits
– rand gaaf
– geoorde voet
– 1-nervig

Stengel
– liggend of opstijgend
– oudere takken verhout

zie wilde bloemen

.

.

.

.

.

.

Clinochloor

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Clinochloor is een groep edelstenen welke groen, grijs, geel, paars, wit of kleurloos kunnen zijn. Een aantal varian-ten van clinochloor zijn serafiniet  (diep groen met zilverkleurige patronen die het licht weerkaatsen en dus een glanzend effect geven), kammereriet (paars), cookeiet en chloriet.

 

 

chlinochloor ruw

 

 

 

clinochloor bewerkt

 

 

 

 

serafiniet ruw

 

 

 

serafiniet bewerkt

 

 

 

 

kammereriet ruw

 

 

 

 

hanger kammereriet

 

 

 

 

cookeiet ruw

 

 

 

 

kwarts met cookeiet

 

 

 

 

chloriet ruw

 

 

 

 

chloriet bewerkt

 

 

 

Etymologie

 

Clinochloor komt van de Griekse woorden klino, wat schuin, en chloros, wat groen betekent.

 

 

clinochloor grijs

 

 

 

clinochloor paars

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

Samenstelling: (Mg,Fe++)5Al(Si3Al)O10(OH)8

hardheid: 2- 2,5

dichtheid: 2,55 – 2,75

 

 

chloriet in kwarts

 

 

 

chloriet in bergkristal

 

 

 

 

 

 

Kattenoog

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Er zijn twee edelstenen die kattenoog genoemd worden: een zilvergrijze kwarts variant en een geelgroene chryso-beryl soort. Kattenoog lijkt op tijgeroog en valkenoog. Maar de insluitsels bestaan uit amfiboliet of serpentien-asbest, dit geeft de steen na het slijpen het fraaie kattenoogeffect met een kleurschakering van wit, grijs en groen

 

 

 

 

 

 

 

tijgroog

 

 

valkenoog

 

 

 

Geschiedenis

 

De namen van deze kwartsen zijn sinds 1876 gangbaar. Ze zijn gebaseerd op de karakteristieke kleur en de glin-sterende glans. Kattenogen, werden beschouwd als de beschermers van landbouwers en boeren en dienden als talisman. In vroegere eeuwen waren kattenogen geliefde edelstenen, die men combineerde met diamanten. Na de ontdekking van de grote afzettingen in Zuid-Afrika nam de waarde snel af.

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

De afzetting van katten- en valkenogen in Zuid-Afrika zijn wereldberoemd. De mineralen worden hier sinds 1876 gewonnen in de omgeving van Griaquatown. Ook in Mexico en West-Australië zijn tijgerogen gevonden, maar hier zijn de insluitsels goethiet of hematiet en worden ze tijgerijzer genoemd. Recentelijk zijn tijgerogen ook ge-vonden in China, India en Myanmar. Afzettingen zijn gevonden in Sri Lanka, India,  de VS, Brazilië en Duitsland.

 

 

 

 

 

 

Kattenoog
Oorknoppen met kattenoog
Oorknoppen met kattenoog
Mineraal
Chemische formule SiO2
Kleur Wit, grijs, groenachtig
Streepkleur Wit
Hardheid 6-7
Glans Zijdeglans, vetglans
Breuk Vezelig
Splijting Geen
Kristaloptiek
Kristalvlakken Orthorombisch – dikke platen, doordringingsdrielingen
Brekingsindices Ne 1,553 No 1,554
Dubbele breking 0,009
Overige eigenschappen
Veredeling Verhitten verandert de kleur
Bijzondere kenmerken Kattenoogeffect

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Katoensteen of mesoliet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstene

.

.

 

Algemene informatie

 

Mesoliet kan kleurloos, wit of grijs van kleur zijn en kristalliseert vaak uit als dunne naalden. Het behoort tot de groep van de zeolieten en vertoont veel overeenkomsten met natroliet. Mesoliet wordt vanwege haar uiterlijk ook wel katoensteen genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

Verzorging

 

Mesoliet kan beter niet met water gereinigd worden omdat het een vrij kwetsbare structuur heeft waardoor er stukjes van het kristal afgebroken kunnen worden als het onder stromend water gehouden wordt.

 

 

 

 

 

Etymologie

 

Mesoliet is een samenvoeging van de Griekse woorden meso (midden) en lithos (steen) omdat de steen wat be-treft samenstelling tussen natroliet en scoleciet in ligt.

 

 

natroliet

 

 

 

Vindplaats

 

Mesoliet wordt o.a. gevonden in de Verenigde Staten, Australië, Argentinië, Canada, Denemarken, Frankrijk, Oos-tenrijk, Groenland en India.

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

chemische samenstelling: Na2Ca2(Al2Si3O10)3·8H2O,

hardheid: 5

dichtheid: 2,26