Tagarchief: openbaring

Ezechiël 38: Mensenkind, richt uw blik op Gog, het land van Magog

Standaard

Categorie: religie

 

 

When will Ezekiel's Chapters 38 and 39 prophecies be fulfilled? | Mission Venture Ministries

.

.

.

Ezechiël 38: Mensenkind, richt uw blik op Gog, het land van Magog

.

Ezechiël 38:1 “Het woord van de Heer kwam tot mij: 2. Mensenkind, richt uw blik op Gog, het land van Magog, de oppervorst van Mesech en Tubal, en profeteer tegen hem.

3. Zeg: Zo zegt de Heere: Zie, Ik zál u, Gog, oppervorst van Mesech en Tubal! 4. Ik zal u omkeren, Ik zal haken in uw kaken slaan en Ik zal u doen uittrekken: u, met heel uw leger, paarden en ruiters, allen uitmuntend gekleed, een grote strijdmacht met grote en kleine schilden, die allen het zwaard hanteren.”
.
Als we heel dit en het volgende hoofdstuk lezen dan wordt steeds duidelijker dat het hier om Rusland gaat, het land in het uiterste Noorden van Israël, samen met landen als Iran, het vroegere Perzië, Turkije en vele anderen. God richt zich telkens in het boek Ezechiël tot de profeet met de woorden: Mensenkind. Daarmee weten we dat wat gezegd wordt niet moeilijk te begrijpen zal zijn voor de betreffende mensen.
.
In vers 4 lezen we dan: Ik zal u omkeren…..Uit het vervolg blijkt dat God de blik van Rusland zal richten naar Israël.
.
.
.

Waarop is hun blik dan eerst gericht, en waarom?

 

.Na de val van het Sovjet Rijk kwamen steeds meer landen van het Oostblok in de invloedsfeer van het Westen. Sommigen werden zelfs lid van de NAVO en de EU.

En nadat Poetin de macht naar zich toegetrokken had in Rusland tracht hij die opmars van de NAVO tegen te gaan. Immers als ook de Oekraïne tot dat bondgenootschap zou toetreden, dan is er geen buffer meer tussen Rusland en het Westen. Voor hen is dat mogelijk een gevaarlijke situatie.
.
Uit de troepen opbouw van dit jaar blijkt dat Poetin op z’n minst een ernstige waarschuwing wil afgeven aan de NAVO. De blik van Rusland is nu dus op de ontwikkelingen met de NAVO gericht!
.
En dan zegt God: Ik zal u omkeren en die blik een andere richting geven. Daarna slaat God haken in de leider van Rusland om hem naar Israël te trekken. Hoe wordt je blik van een onderwerp afgewend en op iets heel anders gericht?
.
De vraag is wat er gaat gebeuren met de NAVO/ Amerika waardoor Rusland zijn blik wordt afgewend van die dreiging? Let wel! Er staat dat God dat gaat doen. Een grote natuurramp zal Amerika en Europa treffen en zo een einde maken aan de wereldmacht van Amerika en tevens aan de macht van de NAVO. Tsunami’s zullen die gebieden treffen. Dan is de blik van Rusland niet meer op het westen gericht !
.
Maar waarom dan de blik gericht op Israël? Omdat God dat wil, om daar die grote legers van Rusland en anderen te vernietigen en zo aan Israël te tonen dat Hij hun God is die voor hen strijd. Dat ze niet meer op Amerika en het Westen moeten vertrouwen maar op hun God. Dat lezen we in Ezechiël 38/39. Daarom zal God haken in Rusland slaan en hen zuidwaarts trekken. Het is alsof je daar helemaal niet naar toe wilt, maar je moet wel want God maakt dat je daarheen gaat. Het is Gods wil !
.
Als we Openbaring 6 de eerste vier zegels die geopend worden nader bezien, dan blijkt dat het tweede zegel te maken heeft met een grote oorlog in Israël. Het zwaard van de één zal tegen de ander zijn lezen we hier en in Ezechiël 38/39. Dat is wat er ook in de tijd van Gideon gebeurde: God zorgde voor de overwinning.
.
Het eerste zegel is een grote natuurramp waardoor Amerika verwoest wordt. Het tweede zegel is die oorlog in Israël., waarin afgerekend wordt met Rusland en vele Islamitische landen zoals Turkije en Iran. Grote armoede en pestziekten zijn het gevolg.
Maar voor die tijd is de Opname van de Bruid van Christus.
.
.
.
.

Het enige, universele geloof

Standaard

categorie : spirituele prenten van John Astria

 

 

 

Geloof

spirituele pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 John Astria

John Astria

Waar zijn de doden?

Standaard

Categorie: religie

 

1. Het paradijs

 

Vlak voor zijn sterven vroeg een van de misdadigers die met Jezus gekruisigd werd aan hem: ‘Jezus, denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt’ (Luc.23:42). De man krijgt van Jezus een duidelijk antwoord: ‘Ik beloof je, vandaag nog zul je bij Mij zijn in het paradijs’  Nog op deze dag, de dag van hun kruisiging, zal het verzoek van de misdadiger ingewilligd worden.

De uitdrukking ‘het paradijs’ doet denken aan Gen.2: 8: maar die aardse hof, die zich ergens in Mesopotamië bevond, is er niet meer. Nu leefde onder de joden de gedachte dat door de overtreding van Adam het paradijs verplaatst was naar een verborgen plek, ver buiten het bereik van mensen. Meestal dacht men dan aan de hemel, soms zelfs aan de derde hemel.

We lezen in het joodse boek 2 Baruch: ‘Ik (God) toonde haar (het hemels Jeruzalem) aan Adam, voordat hij zondigde, maar toen hij het gebod overtreden had, werd zij aan hem onttrokken, evenals het paradijs. En zie, nu blijft zij bij mij bewaard, evenals ook het paradijs.’

Ook Paulus spreekt over dit paradijs en ook hij lokaliseert het in de derde hemel. Dit blijkt uit de beschrijving van de bijzondere ervaring die hij meemaakte en waarvan hij in 2 Kor.12: 2-4 vertelt: ‘Ik weet van een mens in Christus dat die persoon weggevoerd werd tot in de derde hemel. En ik weet van die persoon dat hij weggevoerd werd naar het paradijs en onuitsprekelijke woorden gehoord heeft’.

Het paradijs als plaats van harmonie en vrede was voor de joden een aanduiding voor de tijdelijke rustplaats, waar de zielen van de rechtvaardigen na hun dood verblijven tot de opstanding der doden.

Tegen deze achtergrond kunnen we stellen dat Jezus de moordenaar die naast hem aan het kruis hing, belooft dat hij direct na zijn dood met Hem naar deze paradijselijke rustplaats mag gaan. En in deze verblijfplaats heeft Paulus door Gods genade een blik mogen werpen.

 

 

Paradijs

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

2. Het dodenrijk is geen ‘hel’

 

Als verblijfplaats van de goddelozen tussen dood en opstanding noemt het Nieuwe Testament de hades. Het is van belang op te merken dat er verschil is tussen dodenrijk (hades) en hel (gehenna). Het is erg verwarrend dat sommige oudere vertalingen beide woorden met ‘hel’ vertalen. Dit is onjuist en hierdoor ontstaat er verwarring. Hades en gehenna zijn in het Nieuwe Testament als ook in het voorchristelijk jodendom geen synoniemen.

Het Griekse hades is een synoniem van het Hebreeuwse sjeool en kan het beste vertaald worden met ‘dodenrijk’. Het is in het Nieuwe Testament (als ook op vele plaatsen in de voorchristelijke joodse literatuur)  een tijdelijk verblijf, waar de zielen van de goddelozen zich na hun lichamelijke dood bevinden in afwachting van de opstanding van de doden. We zien dit in het Nieuwe Testament het duidelijkst in de gelijkenis van Jezus over de rijke man en de arme Lazarus. ‘Toen hij [de rijke] in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde’ (Luc. 16:23).

De hades staat in nauw verband met de eerste dood, de dood van het lichaam, en heeft een tijdelijke functie. Bij het laatste oordeel geeft zij haar inwoners over om geoordeeld te worden. Zo lezen we in Openbaring 20: 13 ‘De dood en het dodenrijk gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken.’

De gehenna daarentegen is de plaats die beschreven wordt als een ‘poel van vuur’ (Openb. 20: 14) en een ‘vurige oven’ (Mat. 13: 42), waartoe men veroordeeld kan worden aan het einde van de tijd (bv. in Mat.13:40-42). In het boek Openbaring beschrijft de apostel Johannes wanneer dit zal gebeuren, namelijk na de opstanding en het laatste oordeel (Openb.20: 12,15).

Aansluitend bij de moderne vertalingen moeten we concluderen dat het begrip ‘hel’ beperkt dient te worden tot deze gehenna. Uitgaande van de verschillende betekenis van beide woorden kunnen we vervolgens stellen dat de gehenna-hel momenteel nog ‘leeg’ is. Deze definitieve plaats van veroordeling krijgt pas een functie bij en na het laatste oordeel.

 

 

Satan, de tegenstander ,bestemd voor gehenna

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

3.‘Eeuwige tenten’ en ‘veel woningen’

 

Wanneer Jezus de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester verteld heeft, zegt Hij vervolgens: ‘En Ik zeg u: Maakt u vrienden met behulp van de onrechtvaardige Mammon, opdat, wanneer deze u ontvalt, men u opneme in de eeuwige tenten.’ (Luc.16:9) De woorden ‘wanneer deze u ontvalt’ spreken over het moment van sterven. Sommige handschriften hebben zelfs ‘wanneer jullie sterven.’ Dan zal het er voor hen op aan komen, dat zij worden opgenomen in de eeuwige tenten.

 

 

Wat bedoelt Jezus hier met ‘eeuwige tenten’? 

 

In Johannes 14: 2 zegt Jezus: ‘In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken.’

Met de aanduiding ‘het huis van Mijn Vader’ doelde Hij in dit verband op de hemel. Maar wanneer zullen de discipelen die ‘vele woningen’ mogen betrekken? Ook hier helpen geschriften uit de joodse apocalyptiek ons verder. In het Testament van Abraham, een joods geschrift uit de eerste eeuw, zegt God bij de dood van Abraham het volgende: ‘Draag dan mijn vriend Abraham naar het paradijs, waar de tenten  van mijn rechtvaardigen zijn en de woningen  van mijn heiligen, in diens schoot; waar geen moeite is, geen verdriet, geen gezucht, maar vrede en gejubel en leven zonder einde.’ (20: 10-14).

De ‘woningen’ die de heiligen direct na hun dood betrekken worden, evenals de ‘tenten’ van de rechtvaardigen gelokaliseerd in de ‘schoot van Abraham. En Jezus maakt duidelijk dat de ‘woningen’ zich bevinden in het ‘huis van de Vader’, de hemel.

 

 

Schoot van Abraham

 

Het beeld van de ‘boezem’ of ‘schoot’ (deel van het menselijk lichaam) komen we in het NT tegen in het gezegde ‘aanliggen aan iemands boezem’ of ‘in iemands schoot’, d.w.z. aan de maaltijd naast iemand aanliggen. Zo lag de discipel welke Jezus liefhad bij het Avondmaal aan Zijn boezem aan (Joh.13: 23), en lezen we in Luc.16: 22 hoe de arme door de engelen in Abrahams schoot of aan Abrahams boezem werd gedragen, d.w.z. hij mag met Abraham aanliggen aan het feestmaal van de rechtvaardigen. Het is in de eerste eeuw een vaste term geworden voor de plaats van vrede en geluk, waar de rechtvaardigen na hun dood heengaan.

 

 

Intrekken bij de Heer

 

Als Paulus over zijn dood spreekt in Filippenzen 1: 23-24 zegt hij het volgende: ‘van beide zijden word ik gedrongen; ik verlang heen te gaan en met Christus te zijn, want dit is verreweg het beste; maar nog in het vlees te blijven is nodiger om uwentwil’. Sterven is voor Paulus ‘met Christus zijn’. Deze eenheid met Hem beleeft hij nu al, maar hij verwacht dat deze band nog veel intenser zal worden na zijn dood. Daarom zegt hij: sterven en met Christus zijn is vergeleken bij blijven leven op aarde, verreweg het beste.

In 2Kor.5: 8 zegt hij: ‘Wij begeren te meer ons verblijf in het lichaam te verlaten en bij de Here onze intrek te nemen.’ Dit leven bij Christus, dat op de dood volgt, noemt Paulus een thuiskomen of ‘intrekken’ bij de Heer. De tegenwoordige tijd ‘wij hebben’ (2Kor.5:1) wijst op de zekerheid dat dit nieuwe bestaan gereed ligt op het moment dat het oude, aardse zal worden afgebroken.

 

 

Een tweefasenstructuur

 

Paulus spreekt zowel over een geborgenheid bij God direct na de dood, als over een latere opstanding van de doden (1Kor.15). De twee lijken temporeel gezien in elkaars verlengde te liggen. Men noemt dit een ‘tweetrapsverwachting.’  Een tijdelijke geborgenheid in de hemel bij Christus, die direct na het sterven ingaat zal gevolgd worden door een opstanding uit de doden aan het einde der tijden. We hoeven hier dus niet te denken aan een ontwikkeling in het denken van Paulus over dit thema, zoals vaak gezegd is.

Ook bij Jezus en de evangelist Lucas vinden we deze tweefasenstructuur. Er wordt enerzijds over de hades, het paradijs en de ‘eeuwige tenten’ gesproken, waar men direct na de dood zal verblijven, en anderzijds over een opstanding uit de doden aan het einde der tijden (Luc.20: 27-40). In de joodse apocalyptiek komen we dezelfde tweetrapsverwachting ook tegen (bv. in 4Ezra en 2Baruch; De Vries, 83-101).

 

 

 

4. Herinnering en herkenning

 

Zijn de gestorvenen tussen dood en opstanding al volmaakt? Zijn zij in die tussentijd bij volle bewustzijn en is hun aardse identiteit herkenbaar?

‘Wanneer de rijke in het dodenrijk zijn ogen opslaat, ziet hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot’ (Luc. 16: 23). Zowel de rijke als Lazarus leven na hun dood voort, de een in een gezegende paradijselijke geborgenheid bij Abraham, de ander in een voorlopig verblijf bestemd voor onrechtvaardigen. Beide zijn gescheiden door een ‘grote kloof’ (vs.26). De gestorvenen blijken elkaar te herkennen (vs.23, ‘ziet hij Abraham en Lazarus’), lichamelijk te functioneren (vs.24, ‘mijn tong verkoele’) en herinneringen te hebben aan het aardse leven (vs.25 en 27). Jezus vertelt een gelijkenis, maar dat betekent niet dat wat Hij hier vertelt geen werkelijkheid is. Gelijkenissen zijn geen fabels, maar reële voorbeelden uit het dagelijks leven met een geestelijke les.

Het duidelijkst echter spreekt het boek Openbaring zich uit over de hemelse situatie van de gelovigen tussen dood en opstanding. In Openbaring 7 mag Johannes een blik werpen in de hemel en mag in een gezicht het moment zien dat een grote schare uit alle volk, stammen en natiën en talen daar staat voor de troon en voor het Lam. De hemelse tolk zegt dan tegen Johannes dat deze mensen uit de grote verdrukking komen en we lezen het volgende in vers 15-17: ‘zij zijn voor de troon van God en zij vereren Hem dag en nacht in zijn tempel; en Hij die op de troon gezeten is zal Zijn tent over hen uitspreiden. Zij zullen niet meer hongeren en niet meer dorsten, ook zal de zon niet op hen vallen, noch enige hitte, want het Lam dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen des levens; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.’

In de eerste plaats merken we op dat er gezegd wordt dat deze mensen uit de grote verdrukking komen; hun aardse identiteit is dus bekend. Verder zien we hier dat er activiteit is in de hemel (‘ze vereren Hem’). Het dienen van God gaat door. Hoewel de genoemde zegeningen sterk overeenkomen met die in het hemels Jeruzalem op de nieuwe aarde (Op.22:1-5) is de hemelse situatie toch een voorlopige. De opstanding van het lichaam en de nieuwe aarde liggen nog in het verschiet.

 

 

Openbaring hoofdstuk 6 : De ruiters van de apocalyps en de martelaren onder de troon van God

 

 

 

5. Voorlopige heerlijkheid

 

Het voorlopige van het hemelse leven tussen dood en opstanding wordt ook benadrukt in Openbaring 6: 9-11 waar we lezen dat Johannes onder het altaar in de hemel ‘zielen’ van mensen ziet. Hij zegt: ‘Ik zag onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren om het Woord van God en om het getuigenis, dat zij hadden. En zij riepen met luider stem en zeiden: tot hoe lang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt u ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen? En aan elk hunner werd een wit gewaad gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het getal vol zou zijn van hun mededienstknechten’

Johannes spreekt hier over zielen die in de hemel zijn, maar het zijn wel zielen die kunnen roepen en bidden. Ze zijn dus blijkbaar bij hun volle bewustzijn. Ook hebben ze deel aan de zegeningen en de bestaanswijze van het hemelse leven, wat blijkt uit het witte kleed dat ze ontvangen. Maar nergens blijkt tegelijk duidelijker dan hier dat zij nog niet de uiteindelijke volmaaktheid genieten. De zielen vragen hoelang ze nog moeten wachten totdat Gods gerechtigheid op aarde geopenbaard zal worden. Er wordt hen gezegd dat ze nog een korte tijd moeten wachten, namelijk totdat het getal van hun broeders vol zal zijn. Hun hemelse heerlijkheid is voorlopig. Het volmaakte komt pas met de opstanding van het lichaam en de nieuwe aarde.

 

 

 

 

 

 

De zes zegels uit Openbaring 6

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De zes zegels uit Openbaring 6 van het Nieuwe Testament

 

Vanaf Openbaring 6 begint in de Apocalyps de oordeelstijd. Dan breekt er een periode aan waarin Christus deze aarde zal gaan terugvorderen, om deze publiekelijk in bezit te gaan nemen. Hoewel de overwinning op de wereld reeds door Christus is behaald (Johannes 3:16; 16:11), ziet men dit nu nog niet. Dat zal pas openbaar worden bij Zijn Openbaring in de toekomst, wanneer de Here Jezus wederkomt.

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5

 

Pasteltekening van John astria

 

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 7 ; het breken van zegel 6

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Het eerste zegel: de ruiter op het witte paard

 

Sommigen denken dat de eerste ruiter Christus is, maar het is de antichrist. Het Lam opent het eerste zegel en kan daarom niet op het witte paard zitten. Eén van de vier wezen geeft bevel aan de ruiter op het witte paard. Zou Christus zich door iemand laten bevelen?  Hem werd een kroon gegeven. In hoofdstuk 19 zien wij dat Christus vele kronen heeft. De antichrist draagt een boog en een zegekrans, hij verovert de wereld. Velen zullen hem volgen en als hun leider goedkeuren. Eens hij veel macht bezit zal hij zich aansluiten bij de duivel.

 

 

 

Het tweede zegel: de ruiter op het rode paard

 

Deze ruiter heeft een groot zwaard in zijn hand, dat staat voor: afslachtingen, terreur en bloedvergieten. Hij kreeg opdracht om de vrede op aarde weg te nemen (Matteüs 24:6). Dit is een duidelijk bewijs dat de antichrist eerst komt met schijnvrede. Het rode paard staat voor de bloedige doden, het zwaard voor wat goed en kwaad scheidt.

 

 

 

Het derde zegel: de ruiter op het zwarte paard

 

Daarna zag de ziener een ruiter op een zwart paard met een weegschaal in zijn hand. Zwart is de kleur van rouw. Waarschijnlijk zal er een voedselschaarste door oorlogen en economische problemen komen. Een gezin zal dan moeten leven van het voedsel voor 1 persoon per dag (Openbaring 6:6 en Matteüs 20:2). De ontberingen die er op de wereld zullen komen zijn het gevolg van hebzucht. De weegschaal is de balans die volledig overhelt naar de machtigen der aarde.

 

 

 

Het vierde zegel: de ruiter op een vaal paard

 

De ruiter van dit lijkkleurig paard (‘chloros’ is vaalgroen) zal een vierde deel van de aarde doden (dat zou in de huidige tijd om ongeveer 1,5 miljard mensen gaan). Dan zal de aarde geteisterd worden met oorlogen, hongersnoden, de pest en wilde dieren. De ruiter met de zeis in zijn handen is de dood. Hij krijgt de macht om fysieke levens te nemen maar niet de ziel van de mens. Het paard brengt verschrikkelijke ziektes, ook door chemische- en biologische wapens.

 

 

 

Het vijfde zegel: de zielen onder het altaar

 

De aardse tabernakel was een afschaduwing van het hemelse. Zo zag Johannes bij de ingang van de hemel onder het altaar zielen. Zij zijn aan het de beginperiode van de oordeelstijd tot bekering gekomen en omgebracht vanwege hun getuigenis. Het zijn de martelaren die om wille van hun trouw aan God en Christus het leven gelaten hebben.

 

 

 

Het zesde zegel: een hevige natuurramp

 

Het Griekse woord ‘seismos’ betekent aardschudding. Het gaat hier om een krachtige schok die de gehele planeet treft. Niet onwaarschijnlijk is dat de stand van de aarde gewijzigd zal worden. Jesaja profeteerde: ‘De aarde waggelt zeer als een beschonkene’ (24:19-20). Dan zullen alle bergen en eiland van hun plaats worden gerukt. Grote kosmische brokstukken (meteorieten) zullen de aarde treffen. De gehele aarde zal bang zijn als de planeet waggelt!”

Bij Christus’ wederkomst zal iedereen zich tevergeefs proberen te verbergen. De mensen die trouw zijn aan Christus zullen de dag des oordeels doorstaan.  Anderen, die hardnekkig vasthouden aan aardse systemen, worden niet gered.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Vijfentwintigste Miniatuur : vierde Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

.

.

.

.

Vijfentwintigste Miniatuur: Vierde Visioen van het Derde Boek

.

Scivias%20T%2025_Boek%20III,4

.

Een lieflijke, vergulde vrouwenfiguur staat hier omgeven door zes engelen. Rechts van haar naderen zes welwil-lende gelovigen terwijl zich links van haar drie personen vijandig gedragen. Deze mensen over wie we reeds spra-ken, komen vanuit het noordrijk van de duivel en het ongeloof de Stad Gods binnen door de poort die zich be-vindt tussen de toren van Gods raadsbesluiten en de zuil van Gods Woord. Hier gebeurt eigenlijk iets heel be-langrijks in de geschiedenis van de Verlossing. Hildegard geeft deze Godskracht of deugd de naam Scientia Dei wat betekent het ‘Weten of kennen van God’. Maar dit begrip van kennen wordt in dubbele zin gebruikt.

In de eerste zin heeft men het over de mens die aan Zijn uitnodiging gehoor geeft en geloof schenkt aan de openbaring. In de tweede zin heeft men het over diegene die kennis wil vergaren over God. Hier komt de schei-ding der geesten.  Zij die goed willen, ontvangen als bij het bruiloftsmaal het feestkleed. Zij die zonder kleed wil-len binnen dringen worden teruggedreven. Het is waar dat de Heer de armen van de straat door zijn dienaars liet ophalen opdat zijn feestzaal vol zou raken. Van ieder wordt echter geëist dat hij zich presenteert in een feest-kleed. De uitnodiging is een genadegeschenk, maar men moet er gevolg aan willen geven.

Nog een ander belangrijk aspect van de roeping tot het koninkrijk Gods komt hier naar voren. Velen zijn geroe-pen maar weinigen uitverkoren, om deel te nemen aan de uitvoering van Gods plannen. God heeft enkelen uit-verkoren om zijn medewerkers te worden in de verwerkelijking van het grote bouwplan. Als God, in zijn godde-lijke ijver om de vijand te verslaan, gaat beginnen samen met de gelovigen de drie gemetselde muren op te trek-ken, dan heeft Hij bijzondere medewerkers nodig. Aanvankelijk roept hij het joodse volk en oefent het in strenge discipline.

Met de gegevens van de vorige miniaturen is de kleurencombinatie hier gemakkelijk te ontleden. Dat zilveren driehoekje is een gedeelte van de lichtgevende muur, welke we opgetrokken weten van het oosten naar het noorden. De overeenkomst tussen de vergulde vrouwenfiguur en een Maria-voorstelling is zeker niet toevallig.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

JOHN ASTRIA

Wat is Reiki?

Standaard

categorie : Reiki en de aura

 

 

 

Het Reikisymbool

 

Reiki is een Japanse oude esoterische heelkunst die in de negentiende eeuw door een Christelijke monnik, Dr Mikao Usui, opnieuw ontdekt is. De Reiki traditie is echter al te vinden in 2500 jaar oude Sanskriet teksten. Rei is “de universele liefdesenergie”. Ki is een deel van dit Rei en stroomt door alles wat leeft, waardoor ze dus ook onze eigen vitale levensenergie is. Het is kosmische energie (afkomstig van God) die de Reiki-ingewijde kan ontvangen en doorgeven via handoplegging aan een mens, dier, of plant om het natuurlijk genezingsproces te bevorderen.

 

 

reiki_teken

 

 

 

Wat is Reiki

 

Reiki wordt in de eerste plaats beschouwd als een manier om het lichaam te helen, maar Reiki is ook een methode voor spirituele en geestelijke heling. Reiki heeft de kracht om ziel, lichaam en geest weer bijeen te brengen in een optimale toestand van harmonie. Wij dienen allemaal een begin te maken met de terugkeer naar die toestand van harmonie. Door de kracht en de eenvoud waarmee zij ons en de anderen kan helen, biedt Reiki ons de gelegenheid om de eerste stap te zetten op de weg die ik “de reis naar huis” noem.

Een Reikihandoplegging werkt lichamelijk en geestelijk ontgiftend en bevrijdend. Reiki neemt de pijn weg en ondersteunt op een krachtige maar natuurlijke wijze het proces van genezing. Reiki kan worden toegepast bij chronische ziekten maar evengoed bij griep, ontstekingen, verwondingen en breuken. De energie werkt op al de niveaus van ons leven in. Zij geneest ook onze emotionele pijn, zodat de oorzaken van onze lichamelijke problemen verdwijnen.

 

 

 

 

 

De Reiki-gever en de Reiki-ontvanger

 

De universele liefdesenergie wordt via het ruggenkanaal (van het hoofd naar beneden) geleid naar de handen en doorgegeven aan de ontvanger die rustig op een zachte ondergrond ligt. Om deze energie te kunnen doorgeven moet men “ingewijd ” zijn door een Reikimaster. Dit is iemand die via een ritueel het energiekanaal in de rug opent van de kandidaat ingewijde, waardoor de universele liefdesenergie (komend van God uit de kosmos) kan stromen als hij zijn handen op een levend wezen legt. Zo kan de Reiki-gever zowel aan de voorkant als de achterkant van een menselijk lichaam de helende energie laten stromen. Steeds begint hij aan het hoofd en gaat zo naar beneden.

 

 

Handoplegging: de tweede graad

 

 

 

Na de inwijding

 

Bij het openen van het Reikikanaal zal de ingewijde veranderingen in lichaam en geest gaan ondervinden die enkele weken kunnen aanhouden. De Reikimaster onderhoudt gedurende deze periode contact met de ingewijde om eventueel bij te sturen. De ingewijde wordt als het ware naar een hogere trilling getransformeerd. Zijn bewustzijn wordt ruimer, inzichten komen plots. Na die periode van ‘inwendig zuiveren’ mag de ingewijde in eerste instantie zichzelf de handen opleggen, hij is in het bezit van de eerste graad Reiki. Wenst de ingewijde na veel oefenen op zichzelf anderen de handen op te leggen, dan kan hij een inwijding krijgen in de tweede graad. In deze fase leert hij de Reikisymbolen te gebruiken.

 

 

Universele liefdesenergie

 

 

 

De hogere Reikigraden

 

Vanaf de derde graad kan de Reikigever afstandsbehandelingen doen en de universele liefdesenergie sturen naar het verleden en de toekomst. Diegenen (zeer weinigen) die kiezen voor het een Master Opleiding, onder leiding van een Reikimaster, zijn in staat door hun ervaring en hun contacten met onzichtbare helpende entiteiten om een levend wezen op elk domein raad te geven en bij te staan.

 

 

 

 

 

De valkuilen van Reiki

 

De grote fout van vele ingewijden is dat ze denken dat zij zelf de universele energie opwekken. De handoplegger is slechts een doorgeefkanaal tussen entiteiten, onder het gezag van God, en de hulpbehoevende. Wat de persoon ontvangt is wat hij op dat moment nodig heeft zowel op het lichamelijke als op het mentale vlak. Het is wel zo dat een ingewijde van een hogere graad energie kan geven van een hogere orde, maar toch geeft hij niets.

 

 

 

Het ontstaan van Reiki

 

 

De zoektocht naar de waarheid

 

De grondlegger van Reiki was Dr Mikao Usui, een priester die leefde in het Japanse Kyoto eind vorige eeuw. Op zoek naar de waarheid gaat hij naar de Verenigde Staten waar hij de Christelijke geschriften bestudeert. Hij probeert de geheimen van de genezingen van Christus en zijn apostelen te achterhalen maar vindt ze daar niet.

Hij keert naar Japan terug en zoekt naar een antwoord in de Boeddhistische geschriften, de soetra’s. Zowel in de Japanse als de Chinese vertaling van de soetra’s vindt hij geen aanwijzingen. Hij geeft niet op en leert ook nog de teksten die in het oude Sanskriet opgetekend zijn. Eindelijk vindt hij, na zeven jaar van intensieve studie, de symbolen waarmee Boeddha de genezingen verrichtte. Nu hij de kennis ervan heeft wil hij ook de kracht om te kunnen genezen. Hij besluit om 3 weken vastend en mediterend op een heilige berg door te brengen. Hij legt 21 steentjes voor zich neer als kalender en iedere dag haalt hij er eentje af.

Tijdens dit verblijf op de berg mediteert hij op de soetra’s maar niets gebeurt. In de midden van de nacht op de 21 ste dag smeekt hij God om het licht te mogen zien. Plotseling ziet hij een licht aan de hemel dat snel op hem afkomt. Het wordt groter en treft hem in het midden van het voorhoofd. Hij verliest het bewustzijn en komt in een trance terecht. In deze toestand van hoger bewustzijn ziet hij vele luchtbelletjes in alle kleuren van de regenboog. Dan verschijnen hem de symbolen in een gouden handschrift die hij eerder in de Sanskriete soetra’s tegenkwam of de sleutel voor de genezingen die Boeddha en Jezus verricht hebben. De Reikisymbolen worden door God aan Usui geopenbaard.

 

 

Ohm: de vierde graad

 

 

 

De eerste genezingen door Reiki

 

Wanneer Usui weer bij bewustzijn gekomen is, staat de zon weer hoog aan de hemel. Hij stelt vast dat hij helemaal opgeladen is en niet meer uitgeput en hongerig. Usui gaat op pad en verwondt zich aan zijn grote teen. Hij legt zijn hand erop, het bloeden stopt en de pijn trekt weg. Onderweg gaat hij een herberg binnen en bestelt wat om te eten. Terwijl hij daarop wacht verschijnt de dochter van de waard die weent van de tandpijn. Usui vraagt of hij zijn handen op haar gezicht mag leggen. Ze stemt toe. Usui legt zijn handen enkele minuten op haar wang en de zwelling trekt samen met de pijn weg.

In het klooster gekomen ziet hij dat de oude abt een aanval van artritis heeft. Usui legt zijn helende handen op de pater en de pijn wordt verlicht. Dan trekt hij naar de bedelaarswijken van Kyoto en geneest vele zieken! Hij merkt dat hij het fysieke lichaam kan genezen, maar hij wil ook dat de mensen een nieuwe levenswijze bewerkstelligen die vele ziektes kunnen voorkomen. Usui trekt weg uit de bedelaarswijk en begint les te geven hoe de mensen zichzelf kunnen genezen en respect hebben voor bepaalde leefregels.

 

 

 

De Reikileefregels

 

ik ben vrij en gelukkig, juist vandaag
alles is perfect, juist vandaag
ik leef bewust in het nu
ik ben dankbaar voor alles wat op mijn pad komt
ik heb respect voor mijn ouders, mijn leraren en al de ouderen]ik verdien mijn brood op een eerlijke manier
ik hou van mijn naaste gelijk ik van mezelf hou

 

 

 

De eerste volgelingen van Reiki

 

De eerste leerling van Usui is Hayashi Chujiro, een gepensioneerd marineofficier, die hij ontmoet tijdens zijn vele reizen van dorp tot dorp. Hayashi komt onder de indruk van Usui, blijft hem volgen en krijgt een opleiding. Na de dood van Usui in 1926 richt Hayashi zijn eigen Reikikliniek op in Tokyo.

Eén van zijn patiënten in 1936 is de Hawaïaanse vrouw van Japanse afkomst Hawayo Takata. Tijdens een bezoek aan haar ouders wordt ze onwel en men neemt haar op in een gewoon ziekenhuis. Daar constateert men galstenen, een tumor en een blindedarmontsteking. Klaar om geopereerd te worden hoort ze op de operatietafel een stem tot drie maal toe dat een operatie niet nodig is. Na navraag verlaat ze het ziekenhuis onmiddellijk en gaat naar de Reikikliniek van Hayashi Chujiro. Ze krijgt er vier maanden lang een Reikibehandeling en geneest.

Onder de indruk daarvan vraagt ze Hayashi om haar Reiki te leren. Hij stemt toe, geeft haar een opleiding van een jaar en in 1938 wordt ze de 13de en laatste Reikimaster die hij inwijdt. Hayashi pleegt harakiri in 1940 omdat hij weigert te vechten in de tweede wereldoorlog. In 1970 introduceert Hawayo Takata Reiki in Noord-Amerika. In totaal wijdt ze 22 Reikimasters in tot haar dood in 1980. Vanaf 1984 krijgt Reiki voet aan de grond in Europa.

 

Bronnen en referenties:

*Müller, Brigitte en Horst Günther, Reiki: heel jezelf en anderen. Den Haag, 1992 (vertaling van Reiki,

*heile dich selbst. München, 1991). Het oorspronkelijke Reiki handboek van Dr Mikao Usui en Frank

*Arjava Petter Licht op de aura -healing via het menselijk energieveld – een werkboek -Barbara Ann Brennan

 

 

          Mikao Usui

 

Reiki mikao usui

 

 

 

            Hayachi  Chujiro
Hayashi Chukiro
.
.
.
.
.
        Hawayo Takata
hawayo-takata3
.
.
.
.
.
voorpagina openbaring a4
.
.
.
3d-gouden-pijl-5271528
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Zeven grootse waarheden over Jezus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Openbaring hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring aan Johannes

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 Openbaring 1:4-8

 

Johannes aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: Genade zij u en vrede, van Hem Die is en Die was en Die komt, en van de zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn, en van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden en de Vorst van de koningen der aarde, Hem Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed, en Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God en Zijn Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid, amen. Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen. ‘Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige’.

 

 

Titels


Jezus Christus, de Tweede Persoon van de Drie-eenheid, wordt met een aantal titels genoemd, waar we een voor een naar kunnen kijken (Openbaring 1:5).

“Getrouwe Getuige” verwijst naar de absolute betrouwbaarheid van onze Heer met betrekking tot de beloften die Hij heeft gedaan.

“De Eerstgeborene uit de doden” verwijst naar Hem als de Eerste mens die de dood overwonnen heeft en voorgoed opstond uit het graf. Anderen, die eerder door Hem uit de doden waren opgewekt, stierven later weer. Nu Jezus permanent de dood overwonnen heeft, hoeven we nooit meer bang te zijn voor ziekte of dood.

Jezus wordt ook wel aangeduid als ‘de Vorst van de koningen der aarde’. Onze Heer is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Hij heerst ook in de harten van aardse machthebbers. “Het hart van een koning is in de hand van de Here als waterbeken, Hij neigt het tot alles wat Hem behaagt” (Spreuken 21:1).

Onze Heer wordt verder aangeduid als die Ene “Die ons eeuwig liefheeft en Die ons voor eens en voor altijd verlost en bevrijd heeft van onze zonden door Zijn Eigen bloed” (vers 5 ). Zijn liefde voor ons is eeuwig. En Hij vergoot Zijn bloed niet alleen om ons onze zonden te vergeven, maar ook om ons voor eens en voor altijd te bevrijden van onze zonden. De eerste belofte in het Nieuwe Testament is dat Jezus ‘Zijn volk zalig zal maken van hun zonden’ (Mattheus 1:21). Bevrijd te worden van de macht van de zonde is het grote thema van het hele Nieuwe Testament. Geen zonde kan nu de heerschappij over ons hebben, als wij leven onder de genade (Romeinen 6:14).

 

 

Allemaal priesters

 

Ons wordt verder verteld dat de Here Jezus ons heeft gevormd tot “koningen en priesters voor God en Zijn Vader” (vers 6). Het koninkrijk van God is het domein waarin God absolute autoriteit uitoefent. De kerk is een afspiegeling van het koninkrijk van God op aarde – dat wil zeggen, een groep mensen die een koninkrijk zijn geworden, omdat ze zich op elk gebied van hun leven aan het gezag van God onderworpen hebben.

De Heer heeft een ongedisciplineerde menigte omgezet in een ordelijke koninkrijk – een volk dat nu wordt geregeerd door God. We zijn ook gemaakt tot priesters. Elke gelovige – man of vrouw – is tot een priester voor de Heer gemaakt. In Gods ogen is er niet zoiets als een speciale klasse van mensen in de kerk, die priesters genoemd worden. Dat is een oudtestamentisch concept.

Wanneer er zoiets bestaat in een kerk van vandaag, dan leidt het mensen terug naar de tijden voor Christus! We zijn ALLEMAAL priesters.

Als priesters zijn wij geroepen om offers te brengen aan God. Bedenk hierbij dat in het Oude Testament de lichamen van dieren als offer werden aangeboden, en vandaag de dag bieden we ons eigen lichaam aan God als een levend offer aan (Romeinen12:1).

De uitdrukking Zijn God en Vader is vergelijkbaar met de uitdrukking die Jezus gebruikte na Zijn opstanding, Mijn Vader en uw Vader, Mijn God en uw God (Johannes 20:17). Zijn Vader is inmiddels ook onze Vader geworden. We kunnen nu onze veiligheid vinden in God als onze Vader, net zoals Jezus Zijn bescherming daarin vond. Amen, zegt Johannes (vers 6). En ook wij zeggen: het zal zo zijn. Hem alleen “zij de heerlijkheid en kracht in alle eeuwigheid”.

In vers 7, wordt de terugkeer van Christus naar de aarde voorspeld.

Het laatste dat deze wereld zag van onze Heer was toen Hij in schaamte aan het kruis van Golgotha hing. Maar een van deze dagen, zal de wereld Hem zien komen met de wolken in heerlijkheid. Elk oog zal Hem zien. Degenen (het volk Israël en wij) die Hem doorboord hebben zullen Hem ook zien. De stammen van de aarde zullen huilen wanneer Hij komt. Maar wij zullen ons verheugen. Nogmaals zegt Johannes: Amen. En wij zeggen ook: Het zal zo zijn!

 

 

De eindstrijd tussen God, (de Alfa en de Omega) en Satan

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Geen angst voor de toekomst

 

In vers 8 verwijst God naar Zichzelf als de Alfa en de Omega, de Almachtige en altijd bestaande God. Hij was er meteen aan het begin, toen er niets bestond. Hij zal er direct zijn aan het einde der tijden. Er is niets dat ooit kan gebeuren, ongeacht het moment of de plaats, dat God zal verrassen. Onze Vader weet niet alleen het einde vanaf het begin, omdat Hij de Almachtige God is, Hij beheerst alles ook. Daarom moeten we in geen enkel opzicht angst hebben voor de toekomst.

Aan het einde van het boek Openbaring, wordt God weer aangeduid als de Almachtige en de Alfa en de Omega (hoofdstuk 19:6; 22:13). We zouden kunnen zeggen dat het hele boek Openbaring dan ook is ingeklemd tussen deze twee uitspraken die verwijzen naar de alwetende, almachtige kracht van onze God en Vader. Dit is wat ons perfecte veiligheid geeft, als we hier lezen over de beproevingen die Gods volk zal overkomen, en de rampen die in de laatste dagen over de wereld om ons heen zullen komen.

In het hele Nieuwe Testament wordt God slechts 10 keer “de Almachtige” genoemd. Negen van deze 10 verwijzingen staan in Openbaring. De reden hiervoor is dat God wil dat wij weten dat Hij de Almachtige is en dat Hij alles onder controle heeft.

De enige andere verwijzing staat in 2 Corinthiërs 6:17 en 18, waar God Zijn volk roept om te worden gescheiden van alles wat onrein is. Dit toont aan dat God Zichzelf alleen als “de Almachtige” openbaart aan degenen die willen worden gescheiden van alles dat onrein is en in strijd met het Woord van God. Het boek Openbaring is vooral voor die mensen geschreven.

Enkele van de grootste waarheden die waarvan we het nodig hebben om in te worden vastgesteld in deze dagen, zijn die waarheden met betrekking tot onze Heer en onze relatie met Hem:

 

 

1)  De absolute betrouwbaarheid van de beloften van onze Heer;

2) Zijn triomf over de grootste vijand van de mens (de dood);

3) Zijn totale macht over alles in de hemel en de aarde;

4) Zijn eeuwige en onveranderlijke liefde voor ons;

5) Zijn ons te bevrijden uit de macht van de zonde;

6) Zijn Vader nu wordt onze Vader ook;

7) Zijn komst terug naar zijn koninkrijk op aarde te vestigen.

 

 

We moeten geworteld en gegrond zijn in deze waarheden als we standvastig en onbeweeglijk willen blijven staan in de tijden die gaan komen.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Daniël : voorspelling van de komst van de Messias en zijn geboortejaar

Standaard

categorie : religie

.

.

.

.

Daniël en zijn profetie over de komst van de Messias

.

Tot op het jaar nauwkeurig over de komst van Jezus

.

Een opvallende profetie in Daniel 9:24-26 geeft ons het exacte jaar wanneer een gezalfde zou verschijnen. De engel Gabriel gaf deze profetie aan Daniël, ongeveer 580 jaar voor het vervullen daarvan. In het onderstaande artikel zullen we de volgende profetie en zijn vervulling nader bekijken:

24 Zeventig weken zijn vastgesteld voor je volk
en je heilige stad, voordat aan de overtredingen
een einde komt en de zonden zijn afgesloten,
voordat het wangedrag is vergolden en eeuwige
gerechtigheid is gebracht, voordat het profetisch
visioen bezegeld is en het allerheiligste gewijd.
25 Je moet weten en begrijpen: Vanaf het ogenblik
waarop het woord is uitgegaan dat Jeruzalem
hersteld en weer opgebouwd zal worden tot
het tijdstip waarop een gezalfde vorst verschijnt,
zullen zeven weken verstrijken; en het herstel en
de wederopbouw van de stad, met pleinen
en wallen en al, zal tweeënzestig weken duren,
en het zal een tijd van verdrukking zijn.
26 Na de tweeënzestig weken zal een gezalfde
worden vermoord, zonder dat iemand het voor
hem opneemt. Het volk van een toekomstige vorst
zal verderf brengen over de stad en het heiligdom.
Hij zal zijn einde vinden in een overstroming.
Tot aan het einde van de strijd zullen er
verwoestingen zijn, zoals is vastgesteld.

.

Zeven Weken

.

Het hebreeuwse woord shevu’ah wordt in de meeste vertalingen vertaald in weken. Shevu’ah komt van het woord sheva’ wat letterlijk zeven betekent. Terwijl dit kan betekenen dat hier een zevendaagse week bedoeld wordt, is dat duidelijk niet het geval, omdat in de tekst gekozen is voor de mannelijke vorm en niet de doorgaans gehanteerde vrouwelijke naamval van het woord.

Daarnaast komt de bedoelde betekenis van zeven onder meer naar voren, nadat Daniel eerder in het Bijbelboek heel specifiek spreekt over een profetische periode van 70 jaren. In het antwoord op dit gebed, wordt hem geprofeteerd over een periode van 70 zevens, aangevende een periode van 70 maal zevens in jaren (kijkende naar de context), daarmee doelende op 70 maal een zevenjarige periode.

Het toevoegen van 7 keer 7 jaar (49 jaren vanaf het decreet tot aan de verschijning van een vorst) aan 62 van deze zeven jaarperiodes (434 jaar aangevende de duur van de wederopbouw), brengt het totaal op 483 jaar

Simpel gezegd: het optellen van de weken (tot het aangegeven totaal van 69 weken), dat zal ingaan vanaf het moment dat er bij decreet besloten wordt om de muren van Jeruzalem te herbouwen, geeft ons het jaar waarop de Messias (de Gezalfde) in Zijn hoedanigheid zou verschijnen.

Nadat de Babylonieërs in 586 v. Chr. Jeruzalem hadden verwoest, werd het Babylonische rijk verdrongen door het rijk van de Meden en Perzen. Gedurende de heerschappij van de Perzische koningen zijn er enkele malen decreten uitgevaardigd die zowel in de Bijbel (o.a. in Ezra 1:1-2 en Ezra 6:8) als in de geschiedenisboekjes beschreven worden.

Maar het duurde tot 457 v. Chr. voordat een officieel decreet werd uitgevaardigd door de Perzische koning Artaxerxes I en zijn zeven raadgevers. In dit decreet werd het Joodse volk het recht gegeven om Jeruzalem weer op te bouwen.

Telt men de voorzegde 483 jaren op bij het jaartal 457 v. Chr., dan komt men op het jaartal 27 n. Chr. Omdat er geen jaar 0 bestaat is dit “jaar” zodoende niet meegenomen in de begroting. Het jaar 27 was het jaar waarin Jezus gedoopt werd en Hij zijn taak in / voor de wereld op Zijn schouders nam.

.

Maar het gaat nog verder

.

Profetische jaren zoals ze in de Bijbel worden gehanteerd bestaan uit 360 dagen. Zodoende zijn 483 profetische jaren in onze jaartelling (van 365,5 dagen) 476 jaren (483 x 360 : 365,5 = 476). Zodoende zouden we dan moeten verwachten dat er een decreet uitgegaan moet zijn 476 jaren voor de geboorte of komst van de Messias en inderdaad kunnen we deze ook aantreffen. Ten tijde van Esther is er (door de Perzische koning Xerxes) een zelfde soort decreet uitgevaardigd (Esther 2:8). Dit gebeurde in het jaar 480 v. Chr. (Thermopylae anyone ;-)) en door de eerder genoemde 476 jaren op te tellen komt men uit op het jaar 4 v. Chr. Hetzelfde jaar waarin Yeshua te Betlehem geboren werd.

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA