Categorie archief: Religie

Is de paus onfeilbaar?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De 10 geboden voor de eeuwigheid

De 10 geboden voor de eeuwigheid

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

 

De Katholieke Kerkleer betreffende de pauselijke onfeilbaarheid wordt door mensen buiten de Kerk vaak verkeerd begrepen. Fundamentalisten  verwarren het charisma van de pauselijke onfeilbaarheid vaak met foutloosheid.

.

Velen denken dat de Katholieken geloven dat de paus niet kan zondigen. Anderen, die deze elementaire blunder weten te vermijden, denken dat de paus een soort amulet of magische kracht bezit wanneer er een onfeilbare uitspraak gedaan wordt.

Gezien deze veel voorkomende misverstanden over de basisbeginselen van de pauselijke onfeilbaarheid, is het noodzakelijk om uit te leggen wat deze onfeilbaarheid niet is. Onfeilbaarheid is niet de afwezigheid van zonden.

Het is geen charisma dat alleen aan de Paus toebehoort. Onfeilbaarheid behoort ook toe aan het gehele orgaan van bisschoppen, wanneer ze in dogmatische eenheid met de Paus, in alle ernst een bepaalde doctrine als waar bestempelen. We weten dit van Jezus zelf, toen hij zijn apostelen en hun opvolgers beloofdt:

“Wie u hoort, die hoort Mij” (Luc. 16: 10), en

“Al wat gij op de aarde binden zult, zal in de hemel gebonden wezen” (Matt. 18: 18).

 

.

Uitleg van het tweede Vaticaanse Concilie

.

Het tweede Vaticaans Concilie legt de onfeilbaarheid als volgt uit:

“De afzonderlijke bisschoppen bezitten weliswaar niet het privilege der onfeilbaarheid; wanneer zij echter, ook al zijn zij verspreid over heel de wereld, maar in gemeenschap leven met elkaar en met de opvolger van Petrus, een officiële leer geven over geloof en zeden en hierbij gezamenlijk komen tot één definitief te aanvaarden uitspraak, dan verkondigen zij op onfeilbare wijze de leer van Christus. Dit is nog duidelijker het geval, wanneer zij, in een oecumenische concilie bijeen, voor geheel de Kerk optreden als leraars en rechters van geloof en zeden; dan moet men aan hun uitspraken de instemming geven van het geloof.”

Onfeilbaarheid behoort op een speciale wijze toe aan de paus als hoofd van de bisschoppen (Matt. 16:17-19; Joh. 21:15-17). Zoals Vaticanum II opmerkt is het een charisma van de paus om :

“krachtens zijn ambt, wanneer hij als opperste herder en leraar van alle gelovigen, die zijn broeders versterkt in het geloof, een leer omtrent geloof of zeden door een definitieve act proclameert. Daarom worden zijn definitieve uitspraken terecht onveranderlijk genoemd uit zichzelf en niet krachtens de instemming van de Kerk, omdat ze zijn geschied onder de bijstand van de Heilige Geest, die hem in de persoon van de heilige Petrus is beloofd”.

De onfeilbaarheid van de paus is niet een doctrine die plotseling in de leer van de Kerk verscheen, het is een doctrine die impliciet ook al in de vroegchristelijke Kerk aanwezig was. Het is alleen ons begrip van de onfeilbaarheid die ontwikkeld is en die in de loop van de tijd duidelijker begrepen werd. In feite is de leer van de onfeilbaarheid impliciet beschreven in de Petrus-teksten:

Joh. 21: 15-17 : “Weid Mijn schapen. . .

Luc. 22: 32 : “Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude”

Matt. 16: 18 : “dat gij zijt Petrus. . . “.

 

 

pope_francis_in_march_2013

 

.

 

Gebaseerd op Christus mandaat

.

Christus instrueert de Kerk om alles te leren wat Hij geboden had (Matt. 28: 19-20) en beloofde de bescherming van de Heilige Geest die zal “u in al de waarheid leiden” (Joh. 16: 13). Dat mandaat en die belofte garanderen dat de Kerk nooit zal falen in het verkondigen van Zijn leer (Matt. 16: 18, 1 Tim. 3: 15), zelfs wanneer dit wel het geval is bij een individuele Katholiek.

Toen de christenen een duidelijker zicht kregen op het leergezag van de Kerk en op het primaat van de paus, ontwikkelden ze een duidelijker begrip van de onfeilbaarheid van de paus. De ontwikkeling van het gelovig begrijpen heeft haar wortels duidelijk in het vroege begin van de Kerk.

Cyprianus van Carthago stelde bijvoorbeeld, in ongeveer 256 na Christus, de volgende vraag: “Durven de ketters te naderen tot de stoel van Petrus, waar vandaan het apostolische geloof is ontstaan, en waar vandaan geen fouten komen?“ (Brieven 59 [55], 14). In de vijfde eeuw vatte Augustinus de vroegchristelijke houding kort samen toe hij zei: “Rome heeft gesproken, de zaak is beslist” (Preken 131, 10).

.

 

Opheldering

.

Een onfeilbare uitspraak, gedaan door de paus alleen of door een oecumenisch concilie, wordt gewoonlijk gedaan wanneer een bepaalde doctrine in twijfel getrokken wordt. De meeste doctrines zijn nooit in twijfel getrokken door de grote meerderheid van Katholieken.

Neem nu de catechismus en kijk eens naar het grote aantal doctrines, de meeste hiervan zijn niet formeel gedefinieerd. Maar veel punten zijn in het verleden al eens gedefinieerd, en dat niet alleen door de paus. Er zijn in feite veel belangrijke onderwerpen waarover de paus onmogelijk een onfeilbare uitspraak kan doen, zonder gevaar te lopen om vroegere onfeilbare verklaringen van oecumenische concilies en het gewone magisterium van de kerk te herhalen.

Ten minste de hoofdlijn van het zojuist geciteerde zal bekend voorkomen voor belezen Katholieken, voor wie het duidelijke taal is. Maar dat ligt geheel anders voor ‘Bijbelchristenen’. Voor hen lijkt de pauselijke onfeilbaarheid eerder een warboel, omdat naar hun idee veel van wat deze pauselijke onfeilbaarheid inhoud onjuist is.

Sommigen vragen hoe het kan dat pausen onfeilbaar kunnen zijn, terwijl sommigen van hen een schandelijk leven hebben geleid. Dit bezwaar illustreert de veel voorkomende verwarring tussen onfeilbaarheid en foutloosheid. Er is geen garantie dat een paus geen zonde zou doen of een slecht voorbeeld geven. Het is opmerkelijke dat er door de eeuwen heen een grote mate van heiligheid gevonden wordt onder de pausen; slechte pausen vallen op, juist omdat ze zo zeldzaam zijn.

Andere mensen vragen zich af hoe deze onfeilbaarheid mogelijk is wanneer de ene paus het soms niet eens is met de andere paus. Ook dit laat zien dat er een verkeerd beeld is van de onfeilbaarheid die alleen betrekking heeft op officiële leerstukken van geloof en moraal, niet op disciplinaire maatregelen en zelfs niet op onofficiële commentaren op geloof en moraal. De theologische privéopvattingen van een paus zijn niet onfeilbaar.

Zelfs fundamentalisten en evangelisten die deze misvattingen niet hebben, denken toch vaak dat de onfeilbaarheid betekent dat de paus een speciaal soort genade heeft gekregen die hem toestaat te leren wat hij maar voor nodig acht, maar dat is eveneens niet correct. Onfeilbaarheid is niet een vervanging voor de theologische studie door de paus.

Wat de onfeilbaarheid betekent is dat de paus bewaard wordt om formele leerstellingen als de ‘waarheid’ te verkondigen, die in de ogen van sommige gelovigen in feite dwalingen zijn. De paus moet de waarheid leren door studie, hoewel hij hiervoor natuurlijk wel een voordeelt kent, door zijn bijzondere positie.

.

 

Was Petrus niet onfeilbaar?

.

Als Bijbels bewijs voor de feilbaarheid wijzen fundamentalisten graag op Petrus leiding in Antiochië, waar hij weigert om met de heidense christenen te eten, om de Joden uit Palestina maar niet tegen het hoofd te stoten (Gal. 2: 11-16). Paulus vermaant Petrus ervoor. Dit toont niet aan dat de pauselijke onfeilbaarheid niet bestaat, omdat Petrus’ handeling had te maken met een disciplinaire kwestie, niet met zaken omtrent geloof en moraal.

Verder waren het Petrus handelingen die problemen veroorzaakten, niet zijn leer. Paulus erkent dat Petrus de juiste leer zeer goed kende (Gal. 2: 12-13). Het probleem was dat hij niet leefde volgens hetgeen hij zelf leerde. In dit geval leerde Petrus dus niet iets, en er is al helemaal geen sprake van gezaghebbend definiëren van geloofs- of morele kwesties.

Fundamentalisten moet ook erkennen dat Petrus een bepaalde onfeilbaarheid had. Ze kunnen immers niet ontkennen dat hij twee Bijbelboeken heeft geschreven waarbij hij bewaard werd voor het schrijven van een fout. Het gedrag van Petrus in Antiochië was verkeerd, wat niet in strijd is met de vorm van onfeilbaarheid. Daarom hoeft het verkeerde gedrag van een paus dus ook niet in strijd te zijn met zijn onfeilbaarheid.

Kijkend naar de geschiedenis citeren sommige critici van de Kerk bepaalde fouten van een paus. Hun argumentatie heeft betrekking op de drie pausen Liberius, Vergilius en Honorius.  Het heeft geen zin om alle details te noemen omdat elke goede kerkgeschiedenisbeschrijving de feiten kan weergeven. Het is genoeg om te zeggen dat geen van deze zaken voldoet aan de eisen omtrent pauselijke onfeilbaarheid zoals gegeven in Vaticanum I.

.

 

Hun favoriete zaak

.

Volgens de fundamentalistische commentatoren is hun beste zaak die van paus Honorius. Ze zeggen dat hij de dwaalleer verkondigde dat Christus alleen een goddelijke en geen menselijke wil had, zoals alle orthodoxe christenen wel geloven.

Maar dat is niet wat Honorius deed. Zelfs een snelle blik op de geschiedkundige stukken toont aan dat hij simpelweg helemaal geen beslissing wilde nemen. Zoals Ronald Knox uitlegt:

“naar zijn beste weten dacht hij dat het beter was om in deze zaak geen beslissende uitspraak te doen, dit voor de vrede in de Kerk. Wij vinden dat hij verkeerd gehandeld heeft, maar achteraf is dat gemakkelijk te zeggen. Maar niemand zal toch claimen dat de paus onfeilbaar is, in het niet verdedigen van een doctrine.”

De ontkenning van de pauselijke onfeilbaarheid bij ‘Bijbelchristenen’ komt voort uit hun visie op de Kerk. Ze geloven niet dat Christus een zichtbare Kerk heeft geïnstitueerd, wat ook betekent dat ze niet geloven in een hiërarchie van bisschoppen met de paus aan het hoofd.

Het is eenvoudig om te wijzen naar het Nieuwe Testament waar de apostelen een zichtbare organisatie opzetten, volgens bevel van hun Meester. Alle christelijke schrijvers vanaf de eerste eeuwen hebben ten volle erkend dat Christus een voortdurende organisatie opgezet heeft.

Een voorbeeld van dit aloude geloof vinden we bij de persoon van Ignatius van Antiochië. In zijn brief uit de tweede eeuw aan de Kerk te Smyrma schrijft hij:

“Waar de bisschop verschijnt, laten de mensen daar zijn, net als overal waar Christus is, daar is de Katholieke Kerk” (Brieven aan de Smyrnarezen 8 ).

Wanneer Christus een dergelijke organisatie opzet, moet Hij toch ook voorzien hebben in:

de continuering ervan,

de zichtbaarheid om gevonden te kunnen worden en

in een methode om Zijn leer getrouw te bewaren.

Dit alles is bereikt door de apostolische successie van de paus als individu samen met de bisschoppen. Zij, te samen met alle gelovigen, vormen de kerk die de bewaring van de christelijke boodschap, in zijn volheid en onfeilbaarheid garandeert.

Het is de Heilige Geest die de paus bewaart voor het officieel leren van fouten. Wanneer, zoals Christus zelf leert, de poorten van de hel de Kerk niet zullen overweldigen, dan moet ze ook beschermd worden tegen het vallen in dwalingen en daarmee het afvallen van Christus. Ze moet blijken een perfecte en vaste gids te zijn in zaken van onze zaligheid.

De onfeilbaarheid geeft geen garantie dat een bepaalde paus niet nalaat om de waarheid te prediken, of dat hij zonder zonde is, of dat een enkele disciplinaire beslissing niet op verstandige wijze gemaakt wordt. Het zou natuurlijk prettig zijn wanneer hij foutloos en alwetend zou zijn, maar dat hij dat niet is wil nog niet zeggen dat de vernietiging van de Kerk op handen is.

De paus moet in staat zijn om goed te leren, aangezien het onderwijs tot redding van de mens, de primaire taak van de Kerk is. Mensen moeten, om gered te worden, weten wat ze moeten geloven omtrent de zaligheid. Ze moeten een volledig betrouwbare rots hebben om op te bouwen en hierop te kunnen vertrouwen als bron van de enige christelijke leer. En dat is waarom de pauselijke onfeilbaarheid bestaat.

Aangezien Christus gezegd heeft dat de poorten van de hel de Kerk niet zullen overweldigen (Matt. 16: 18b), betekent dit dat Zijn Kerk nooit kan ophouden te bestaan. Daarom kan de Kerk geen dwaling leren, wat betekent dat alles wat ze als volkomen waar definieert de waarheid is. Deze realiteit wordt ook weerspiegeld in wat de apostel Paulus zegt over de Kerk als “pilaar en vastigheid der waarheid” (1 Tim. 3: 15).

Wanneer de Kerk het fundament van de religieuze waarheid in deze wereld is, dan is ze Gods eigen woordvoerder. Zoals Christus zijn discipelen leerde:

Wie u hoort, die hoort Mij; en wie u verwerpt, die verwerpt Mij; en wie Mij verwerpt, die verwerpt Dengene, Die Mij gezonden heeft.” (Luc. 10: 16).

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

De primaire heiligen

Standaard

categorie : religie

.

.

Primaire heiligen is een term die gebruikt wordt voor de zeven heiligen die specifiek vernoemd worden in de eerste Romeinse Canon. Deze zeven heiligen zijn allemaal vrouwen en leefden bijna allemaal in Italië, de meesten tussen 200 en 400 na Christus. Deze heiligen zijn allemaal de marteldood gestorven omwille van de christenvervolgingen, met uitzondering van Maria Magdalena.

 

 

Dit zijn de zeven primaire heiligen. Deze zeven vrouwen worden allemaal genoemd in de eerste Romeinse Canon.

 

 

Heilige Maria Magdalena 

.

 

Maria Magdalena, Giovanni Girolamo Savoldo
.
Maria Magdalena, Giovanni Girolamo Savoldo
.
.
.

Maria Magdalena, of Maria van Magdala is een Bijbelse  figuur uit het Nieuwe Testament, waarin wordt vermeld dat zij behoorde tot de groep van vrouwen die aanwezig waren bij de kruisiging van Christus, zijn graflegging en zijn opstanding. Haar feestdag valt op 22 juli.

Magdalena betekent: van, uit Magdala. Magdala of Magadan was een stadje op de westelijke oever van het Meer van Tiberias. Lucas noemt haar niet gewoon Maria Magdalena, maar zegt “Maria, die Magdalena genoemd wordt”.

De Bijbel geeft niet veel informatie over haar. Ze wordt reeds vermeld in Lucas 8:2, waar staat dat Jezus haar bevrijdde van zeven duivelse geesten.

Zij volgde Jezus vanuit Galilea naar Jeruzalem en was aanwezig bij de kruisiging (Marcus  15:40, Mattheüs 27:56, 61 en Johannes  19:25) en de graflegging (Marcus 15:47 en Mattheus 27:61). In Johannes 20:1-18 staat dat zij de opstanding van Jezus heeft meegemaakt en dat zij de eerste was die hem zag na zijn opstanding.

.

.

Traditie in de christelijke kerken

.

In de loop van de geschiedenis werd zij door de gevestigde waarden soms aangezien als een vrouw van lichte zeden; dit berustte echter niet op de Bijbel. Zij zou door paus Gregorius de Grote in 591 verwisseld zijn met Maria van Bethanië (Johannes 12:1-8) en met de boetvaardige zondares uit Lucas 7:36-50 (die moeilijk dezelfde persoon kunnen zijn).

In de zesde eeuw stelde paus Gregorius Maria Magdalena expliciet gelijk aan de boetvaardige vrouw van lichte zeden uit Lucas 7. In die hoedanigheid is zij vaak voorgesteld in legendes en kunstwerken. Het standpunt over Maria Magdalena als zondige vrouw is door de Katholieke kerk in 1969 nader gepreciseerd.

Deze vermenging van verschillende figuren in de persoon van Maria Magdalena is een ontwikkeling in de Latijnse Kerk, die in de oosterse traditie niet heeft plaatsgevonden. De eerste bestrijder van de onjuiste voorstelling van Maria Magdalena als zondige vrouw was Jacob Faber, die zijn bezwaren neerschreef in zijn in 1517 verschenen De Maria Magdalena et triduo Christi disceptatio. Sinds 1969 wordt Maria Magdalena niet meer als boetvaardige zondares opgenomen in de heiligenkalender.

 

.

Maria Magdalena in gnostieke apocriefen 

.

Behalve in het Nieuwe Testament, komt Maria Magdalena ook voor in een viertal gnostieke geschriften:

  • het Evangelie van Thomas
  • het Evangelie van Filippus
  • het evangelie van Maria Magdalena
  • het Gesprek met de verlosser

 

Lady Hamilton as The Magdalene, George Romney
The Magdalene, George Romney
.
.
.
Geknielde Maria Magdalena en staande vrouw, beiden wenend omhoog kijkend, Brussel ca. 1475, Catharijneconvent, Utrecht
.
Geknielde Maria Magdalena en staande vrouw, beiden wenend omhoog kijkend, Brussel ca. 1475..
.
.
.
.
.
.

Het Evangelie volgens Filippus

.

In dit apocriefe Evangelie staat dat drie vrouwen altijd met Jezus optrokken: zijn moeder, zijn zuster en Maria Magdalena. In dit geschrift wordt Maria Magdalena als bijzondere leerlinge van Jezus voorgesteld. De authenticiteit van de overlevering is onduidelijk, aangezien een repliek daarop door de historische orthodoxie ontbreekt. Een fragment uit het apocriefe geschrift:

 

.

Jezus hield op een andere wijze van Maria
dan van de andere leerlingen,
en hij kuste haar vaak.
De overige leerlingen zagen hoe hij van Maria hield
en vroegen hem:
“Waarom houdt u meer van haar
dan van ons allemaal?”
De Heer antwoordde hen met de woorden:
“Waarom houd ik niet van jullie
zoals van haar?
Wel, als een blinde
en iemand die kan zien
samen in het donker zijn,
verschillen ze niet van elkaar.
Maar als het licht wordt,
zal de ziende het licht zien
en de blinde in het donker blijven.”

.

.

Het Evangelie van Maria van Magdalena

.

In 1896 werd in Caïro het evangelie ontdekt. De eerste zes pagina’s ontbreken en het te lezen deel begint in het midden van een gesprek tussen de opgestane Jezus en zijn leerlingen. Maria Magdalena treedt hierin op als een van de leerlingen, die in conflict geraakt met de apostelen Petrus en Andreas. In het evangelie betwisten Petrus en Andreas dat Maria Magdalena door Jezus toegang gehad zou hebben tot bijzondere kennis.

.

.

Schilderij van Titiaan
.
Schilderij van Titiaan
.
.
.
De landing van Maria op een Frans strand is een negende-eeuwse legende, die in Frankrijk nog jaarlijks met een processie wordt herdacht. Dat er een huwelijk zou hebben plaatsgevonden tussen Jezus en Maria wordt door de Kerk beschouwd als negentiende-eeuwse fictie.

 

 

 

Heilige Agatha

.

 

"Martelaarschap van de heilige Agatha", door Giovanni Battista Tiepolo (ca 1756).
.
“Martelaarschap van de heilige Agatha”, door Giovanni Battista Tiepolo (ca 1756).
.
.
.

De heilige Agatha van Sicilië, ook wel Agaat of Agathe, is een martelares. Ze stierf in de christenvervolgingen  ten tijde van keizer Decius. De heilige Agatha is één van de bekendste heiligen in Europa. De naam Agatha is Grieks en betekent de goede.

Agatha werd geboren in Catania op het eiland Sicilië als dochter van welvarende christelijke ouders. Ze werd gedoopt  en als vroom christen opgevoed. In het jaar 251 had de Romeinse keizer Decius de landvoogd Tiberius Claudius Quintianus  het bevel gegeven de christenen te vervolgen.
.
.
Deze Quintianus was verliefd op de mooie Agatha, maar zij wees hem af. Hij liet haar gevangennemen. Omdat zij niet wilde offeren voor de heidense  afgodsbeelden, maar trouw bleef aan haar doopbeloften en haar geloof in Christus, plaatste Quintianus haar in een bordeel.
.
.
Hij wist dat ze veel waarde hechtte aan een zuivere levenswandel. Met een onwankelbaar hart hield Agatha vast aan haar geloof in Jezus Christus. Toen ze voor de rechter moest verschijnen, vroeg deze haar, hoe het kwam dat zij, die van adel was, slavin van Christus wilde zijn. Ze antwoordde: “Voor mij is ten dienste van Christus staan de hoogste adeldom. Mijn heil, mijn geluk is Christus.”
.
Daarop werd ze gemarteld, haar beide borsten werden afgesneden en over heel haar lichaam verminkt werd ze in de gevangenis geworpen. Volgens de legende verscheen daar een oude man (in wie men de apostel Petrus meende te herkennen) die haar wonden verzorgde en genas.
.
Een paar dagen later werd ze weer voor de rechter gebracht. Die vroeg haar: “Wie heeft je genezen?” Zij antwoordde:“Het was Christus, de Zoon van God.” En weer werd ze gefolterd. Ze werd over een bed van glasscherven en hete kolen gerold.  Hierna stierf Agatha aan de gevolgen van de marteling. Ze werd in Catania begraven. Sindsdien wordt ook tot haar gebeden bij brandgevaar, tegen brandwonden en lichaamskwalen als borstkanker.
.
.
.
.

 Verschijningen

.

Tot nu toe zijn er vier verschijningen bekend van de heilige Agatha, waarvan twee in Nederland. Ze zou meestal verschijnen in de nabijheid van vrome vrouwen. Agatha zou verschenen zijn rond 300 bij Lucia van Syracuse (later heilig verklaard) om te zeggen dat ze haar leven in dienst van God moest stellen.
.
.
.
.
Icoon van de heilige Agatha met haar borsten op een schaal.
.
Icoon van de heilige Agatha met haar borsten op een schaal.
.
.
2 )Agatha zou verschenen zijn in de 9e eeuw op de plek waar later Beverwijk gesticht zou worden. Een maagd uit Velsen zou vurig tot haar gebeden hebben omdat ze achterna werd gezeten door op seks beluste Noormannen. Agatha zou deze toen verjaagd hebben door de aarde te laten beven.3 )Agatha zou op het eiland Malta  verschenen zijn in 1551. Volgens het verhaal heeft ze Malta gered van een Turkse invasie. Sindsdien wordt ze als de patroonheilige van Malta beschouwd.4 )Rond de 16e eeuw zou Agatha verschenen zijn op een berg, eigenlijk een heuvel, dichtbij het dorp Leidschendam, in Zuid Holand. Ze zou zich enkele ogenblikken getoond hebben aan toevallige voorbijgangers..
De heilige Agatha wordt vaak met een tang (voorstelling van haar marteling) en een palmtak (voorstelling van haar geloof in Christus) voorgesteld. Soms wordt ze afgebeeld met haar borsten op een schaal. Tot haar wordt gebeden bij borstkanker of andere borstkwalen, dit omdat tijdens haar marteling haar borsten werden geamputeerd. Haar feestdag is 5 februari.
.
.
.
.
24
.
.
.
.
.

Beschermheilige

.

Zoals vele heiligen is ook Agatha van vele personen en ambten de patrones. Agatha is primair de beschermheilige tegen vuur en alles wat hieraan vast hangt: brand, vulkanische erupties en andere natuurrampen. Vele brandwondencentra in Europa zijn dan ook naar haar genoemd.
.
 Ook haar marteling had met vuur te maken, de tangen en andere foltertuigen werden verwarmd zodat ze meer pijn zou hebben. Ze werd ook over een hoop hete kolen gemengd met potscherven gerold. Ook bij aardbevingen wordt tot haar gebeden. Ook is ze beschermheilige van enkele beroepen zoals de klokkenmakers omdat haar afgesneden borsten op een schaal gelijken op 2 klokken.
.
.
.
.
.

 Heilige Agnes

.

 

0109_Ragnes

 

De heilige Agnes  stierf als dertienjarige martelares  voor het christelijk geloof in Rome in jet jaar 254 of 304. Agnes werd als dertienjarige aan heidense goden gewijd en was het slachtoffer van verkrachting. Toen zij naar de tempel van Minerva werd gebracht, maakte zij een kruisteken en weigerde zich tegen God te keren. Vele jonge mannen vroegen haar ten huwelijk, maar zij weigerde en zei dat ze al verloofd was met Jezus Christus.
.

Zij werd vervolgens bedreigd en gemarteld en vond ten slotte de dood doordat haar een zwaard in de keel gestoken werd. Acht dagen nadat ze was begraven in de catacomben aan de via Nomentana, werd zij gezien in een gouden kleed, met een verlovingsring van Jezus Christus aan haar vinger en haar rechterzijde een wit lam.

.

Haar naamdag is op 21 januari. Zij is de beschermheilige van de verloofde paren, van de kuisheid, van de jonge meisjes en maagden en van de slachtoffers van verkrachting.

.

 

Agnietenorde

.

Naar Agnes werden ook nonnenkloosterordes, de “Agnieten”, genoemd, die ontstonden rond het begin van de 15e eeuw. Deze zusterordes verenigden zich in het convent der susteren van Sinte Agnieten. Tegenwoordig komt de naam Agnieten veelvuldig voor in de aanduiding van kapellen, christelijke scholen en straatnamen.
.
.
.
.
.

Heilige Anastasia

.

 

0e3d25896f90659f4634e8648b656c1e anaqtasia

 

Sint Anastasia  was een christelijke heilige en martelaar die stierf in Sirmium ca 250 na Christus. Over Anastasia is weinig bekend, behalve dat ze stierf bij de vervolgingen van Diocletianus. De meeste verhalen over haar zijn enkele eeuwen na haar dood geschreven en zijn verschillend van inhoud. In de verhalen is ze een Romeinse of een Sirmiaanse.
.
In een legende wordt ze beschreven als de dochter van een zekere Praetextus en de leerling van Sint-Chrysogonus. Haar moeder was de H. Fausta van Sirmium. Anastasia wordt al lang vereerd als genezer en exorcist. Zij kreeg de titel van ‘Apothekeres’ of ‘Farmaceut’.
.
Men tast in het duister over de vraag hoe zij aan deze eretitel kwam. Weliswaar wordt er van haar verteld dat zij de wonden van gefolterde christenen verzorgde. Tezamen met nog een groot aantal gezellen zou zij in Sirmium de marteldood gestorven zijn omdat zij tegen het uitdrukkelijk gebod van de overheid heilige boeken afschreven hadden en in huis bewaarden.
.
Haar lichaam ligt in de Kathedraal van Sint Anastasia in Zadar, Kroatië. Ze is een van de zeven vrouwen,  exclusief de Heilige Maagd Maria, die worden herdacht bij hun naam in de canon van de mis. haar feestdag is de 12 oktober.
.
.
.
,
,

Heilige Cecilia

 

d61b9910-fabc-11e2-b607-ef066e0ae1e2_original

.

 

Cecilia  (? – omstreeks 230) is een Romeinse martelares en heilige in de Rooms-Katholieke kerk. Volgens de legende kwam ze uit een Romeinse voorname familie. Ze zou zeer jong zijn gedwongen te huwen met iemand uit een andere Romeinse adellijke familie. Ze vond troost in de muziek en stierf de marteldood omstreeks 230. Ze werd patrones van muziek, instrumentenmakers en zangers.

Dit patronaatschap is gebaseerd op een opvatting  van de vespers van haar feestdag, die luidt:

Cantantibus organis Caecilia virgo in corde suo soli domino decantabat dicens fiat domine cor meum et corpus meum immaculatum ut non confundar.

.

De verwijzing naar het orgel (organis) en de zang (cantantibus) hebben te maken met het feestgedruis op haar bruiloft. De zin wil zeggen dat zij zich “te midden van de feestmuziek” in haar hart enkel richt tot God in de hoop ook in haar bruidsnacht haar maagdelijkheid (corpus immaculatum) te kunnen bewaren.

Dit lukt. Ze vertelt haar echtgenoot, Valerianus, dat ze een beschermengel heeft. Valerianus komt tot inzicht en bekering. Beiden sterven vervolgens als martelaren onder een hernieuwde vlaag van christenvervolging.

De feestdag van de heilige is 22 november. Als patrones van muzikanten werden talrijke muziekverenigingen, koren, fanfares en orkesten naar haar genoemd.  De heilige Cecilia wordt doorgaans voorgesteld met het orgel. In de Nederlanden wordt ze ook vaak met een valk afgebeeld, typisch attribuut om op haar adellijke afkomst te wijzen.

.

.

Heilige Catharina

 

220px-Michelangelo_Caravaggio_060

 

Catharina kwam volgens de oudste overlevering uit een roemrijk patriciërsgeslacht en was de dochter van Costus, de gouverneur van Alexandriê. Ze kende alle werken van Plato uit haar hoofd toen ze nog maar vijftien was. Ze was Jezus met hart en ziel toegedaan, en beloofde hem haar maagdelijkheid.
Nauwelijks had ze dat gedaan, of keizer Maxentius werd verliefd op haar.
.
Op haar weigering om na zijn echtgenote de tweede dame aan het hof te worden, wilde hij haar dwingen haar geloof af te zweren onder bedreiging met gruwelijke folteringen. Ook stuurde hij veertig heidense filosofen op haar af om haar te bekeren, maar in plaats van Catharina te bekeren tot het heidendom werden de geleerden tijdens de discussie met Catharina bekeerd tot het christendom.
.
Daarop wilde de keizer haar laten verpletteren met een rad waarop scherpe ijzeren punten waren gemonteerd. In plaats van Catharina brak echter het rad, getroffen door de bliksem. Hij wilde haar laten verbranden, maar het vuur waaide uiteen en verbrandde de beulen. Uiteindelijk lukte het dan toch haar te onthoofden. Uit haar halswond stroomde melk die de stad van de pest bevrijdde.
.
Haar lichaam werd door engelen naar de Sinaïberg gebracht, waar het rond het jaar 800  door pelgrims teruggevonden werd. Het was nog steeds in goede staat. Naast de berg werd later het Catharinaklooster gebouwd. 
.
.
.
.

 Wetenswaardigheden

.

  • De naamdag  van Catharina is 25 november.
  • Sint-Catharina is ook een merkeldag. Hierbij hoort de weerspreuk Vriest het op Sint-Katrien, dan vriest het nog zes weken nadien.
  • De strijdster Jeanne d’arc beweerde dat de heilige Catharina vaak aan haar verschenen was.
  • De plaats Sint-Katrien in West-Vlaanderen is vernoemd naar deze heilige.
  • Het begijnhof van Tongeren is vernoemd naar deze heilige.
  • In de christelijke kunst is een rad het vaste attribuut waarmee deze heilige wordt afgebeeld.
  • De marteldood van Catharina is het onderwerp van een schilderij van Jan Provoost (1462/5–1529).
  • De Marteldood van de Heilige Catharina is het onderwerp van een schilderij van Karel van Mander in de Sint-Maartenskerk in Kortrijk.

 

 

Heilige Lucia

 

220px-SantaLuccia

.
.
Lucia van Syracuse (volgens traditie 283-304) is een christelijke martelares, die vereerd wordt als een heilige. Ze is de patroonheilige  van de blinden.
.
.
.

Bronnen en historiciteit

.

De heiligenlevens van Sint Lucia vertonen gelijkenissen met die van Sint Agatha en staan vol met aan haar toegeschreven wonderen. De mogelijkheid dat de heiligenlevens berusten op een historisch personage wordt groot geacht.

.

Sint Lucia komt namelijk in vrijwel alle middeleeuwse verzamelingen van heiligenlevens voor. Ook is er in de catacomben van Syracuse een graftekst van rond het jaar 400 ontdekt, die waarschijnlijk werd aangebracht als herkenningspunt voor pelgrims. Rond het jaar 600 waren er al kloosters in Syracuse en Rome aan haar gewijd.

.

 

Legende

.

Volgens de legende leefde Sint Lucia in de tijd van de christenvervolgingen door keizer Diocletianus. Ze was de dochter van een Romeins burger in Syracuse, die haar vader op jonge leeftijd had verloren. Haar moeder, Eutychia, leed al vier jaar aan dysenterie. Beide vrouwen brachten een nacht biddend bij de tombe van de christelijke heilige Sint Agatha door.

 

.

Aan het einde van de nacht verscheen de heilige voor Lucia in een visioen. De heilige voorspelde Lucia daarin dat zij de glorie van Syracuse zou worden, zoals Agatha dat van Catania was. Ook was haar moeder terstond op wonderbaarlijke  wijze genezen.

.

Eutychia regelde een heidense echtgenoot voor haar dochter, maar Lucia haalde haar moeder over het huwelijk niet door te laten gaan en de bruidsschat als aalmoezen onder de armen te verdelen. Lucia had Christus  als bruidegom gekozen en wilde eeuwig maagd blijven. De beoogde echtgenoot kwam op de hoogte van het uitdelen van de bruidsschat.

.

Hij gaf Lucia daarop als christen aan bij de magistraat Paschasius. Deze verzocht haar een offer aan de keizer te brengen, wat ze weigerde. Daarop werd ze veroordeeld tot tewerkstelling in een bordeel. Zij bleef Christus trouw en werd op de brandstapel gezet.

.

Men probeerde haar levend te verbranden, maar zij leek er geen last van te hebben. Daarop werd ze met zwaardsteken om het leven gebracht. De fatale wond zou zijn toegebracht door met een zwaard door haar hals te steken.

.

 

961301d5-d15d-48f1-9754-f624a1a9258d lucia nek

 

Een andere legende verhaalt hoe Lucia haar ogen verloor. Eén versie van dit verhaal is dat een heidense minnaar naar haar hand dong. Hij maakte haar een compliment over haar mooie ogen, waarna ze haar ogen uitstak en hem deze toezond op een schaal, met de boodschap haar verder met rust te laten.
.
Op wonderbaarlijke wijze bleef ze echter in staat te zien. In andere versies van de legende worden haar ogen uitgestoken bij haar marteldood. Beide versies komen in heiligenlevens ouder dan de 14e eeuw niet voor en zijn daarom waarschijnlijk een latere toevoeging.
.
.
.
.

Symboliek

.

Vanwege de legende over de uitgestoken ogen is Sint Lucia de beschermheilige van blinden en opticiens. Daarnaast is ze de beschermheilige van electriciens, prostituees en zieke kinderen. Ze wordt door katholieken aangeroepen voor genezing van slechtziendheid, halspijnen, blindheid en bloedingsneigingen.

.

De oudste afbeeldingen  van Sint Lucia zijn 6e-eeuwse fresco’s uit Ravenna. Sinds de 14e eeuw wordt Sint-Lucia vaak afgebeeld met een schaal waarop een paar ogen ligt. De heilige wordt ook wel met een kelk of een dolk door haar nek afgebeeld.

.

.

Feestdag

.

In Syracuse, de geboortestad van de heilige, begint de viering ter ere van Sint Lucia op de vooravond van 13 december. Het zilveren beeld van de heilige wordt dan uit haar kapel naar het altaar van de kathedraal verplaatst en er wordt cuccìa gegeten, een zoete Siciliaanse soep.
.
In het noorden van Italië is in sommige streken een traditie ontstaan die lijkt op het Sinterklaasfeest uit Nederland en België. Sint Lucia brengt kinderen cadeaus in de nacht op 13 december, vergezeld van haar ezel en haar koetsier. Kinderen kunnen Sint Lucia een verlanglijst schrijven en laten bij het naar bed gaan sinaasappels, koekjes en rode wijn voor de heilige achter, of hooi voor de ezel.

 

De kinderen wordt verteld vroeg naar bed te gaan omdat de heilige anders as in hun ogen komt strooien, waardoor ze verblind kunnen raken. De volgende dag zoeken de kinderen hun cadeaus, die in het huis verstopt zijn.

 

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

John Astria

 

 

De Bergrede

Standaard

categorie : religie

.

.

De Bergrede van Jezus met de Zaligsprekingen

.

.

.

.

.

Mattheüs 5 vers 1-12

.

Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der Hemelen,

Zalig zij die treuren, want zij zullen vertroost worden,

Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven,

Zalig zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.

Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden,

Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.

Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden,

Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen

Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt, om mijnentwil.

.

.

De omstandigheden van de Bergrede

.

De introductie is heel kort, maar een aantal overeenkomsten en verschillen met andere plaatsen, mensen en gebeurtenissen zijn van belang. De eerste is de plaats. Anders dan de schriftgeleerden en de Farizeeёn, die op de stoel van Mozes zaten en in mooie aula’s onderwezen, gaf Jezus deze belangrijke toespraak op een onbekende berg.

Het was niet één van de “heilige” bergen zoals de berg Sinaï, de berg Sion, de berg Moria of de Olijfberg, maar een gewone, niet met name bekende berg, buiten Jeruzalem, zonder enige heiligheid of geschiedenis die hem van andere bergen onderscheidde.

Er zijn meer tegenstellingen dan overeenkomsten als we deze gebeurtenis vergelijken met Mozes en Israël bij de berg Sinaï. Hier gaat Christus de berg op en geeft een preek die werkelijk een uiteenzetting is van de wet.

Toen de wet werd gegeven, daalde de Heer af naar de berg. Toen God de wet uitsprak, ging dat gepaard met donderslagen, bliksemen en aardbevingen, terwijl het volk — dat de opdracht had op afstand te blijven — ineenkromp van angst. Deze keer spreekt Hij met een zwakke, rustige stem en wordt het volk uitgenodigd naderbij te komen.

Toch kan Zijn beklimmen van de berg een diepere betekenis hebben door de aandacht te vestigen op het onderwerp van Mattheüs. Bij andere gelegenheden geeft hij ook veel aandacht aan de plaats vanwaar Jezus onderwees. In Mattheüs 13:36 spreekt Jezus “vanuit Zijn huis”. In hoofdstuk 17:1 wordt Hij voor de ogen van Petrus, Jacobus en Johannes “op een hoge berg” verheerlijkt.

.

In hoofdstuk 24:3 geeft Hij Zijn rede over de laatste dingen op de Olijfberg.

.

Tenslotte in hoofdstuk 28:16 geeft de opgestane Christus, de Overwinnaar van de dood, Zijn apostelen hun opdracht vanaf een berg. In elk geval trekt God door Hem op een verhoogde plaats te laten zien, op subtiele wijze de aandacht naar de koninklijke autoriteit van Christus.

Een ander feit is niet helemaal onbelangrijk: Hij zat toen Hij de wetten van Zijn Koninkrijk verkondigde. Dit was de algemene gewoonte van joodse leraars.

Jezus zegt in Mattheüs 23:2: “De schriftgeleerden en de Farizeeёn hebben zich gezet op de stoel van Mozes.” Zijn zitten laat echter iets meer blijken dan alleen maar een zich aanpassen aan de in die tijd heersende gebruiken van onderwijs. Marcus 1:22, slaande op een heel vroeg moment in Christus’ werk, zegt: “En zij stonden versteld over zijn leer, want Hij leerde hen als gezaghebbende, en niet als de schriftgeleerden.”

In Mattheüs staat dit commentaar als afsluitende opmerking bij de bergrede (7:28-29). Terwijl Jezus de wetten van Zijn Koninkrijk verkondigt, spreekt Hij met een autoriteit die ver uitgaat boven die van de joodse leiders. Daarom is het beter Zijn houding te zien als symbolisch voor de Koning die op Zijn troon zit en “de wetten bekendmaakt”.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 

John Astria

 

 

Bijbelse getallen en hun betekenis in de Schrift

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

bible and numbers

 

.

 

 

1

.

Het getal 1 wijst ons op de volmaaktheid en éénheid van God:

.

een enig Here, Deut. 6:4; 1 Kor. 8:6.

Wij hebben één God, Gal. 3:20.

1 Tim. 2:5 zegt: Er is één God en één Middelaar.

Ef. 4:4-6 zegt: één Heer, één geloof, één doop, en één God en Vader.

Matt. 23:8, één Meester.

Hebr. 10:14, één offer.

Kol. 1:18 en Openb. 1:5: de eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in alles de Eerste zou zijn.

1 Kor. 15:23, Christus als Eersteling.

.

 

2

.

Het getal 2 spreekt van gemeenschap en getuigenis:

.

Gen. 1:27; 2:24; Ps. 85:11-12; Pred. 4:9-12; Matt. 18:16, 20; Marc. 6:7; Joh. 8:17.

Verder 2 cherubim, 2 zuilen, 2 Kron. 3:15.

het reukofferaltaar 2 ellen hoog; 2 grote lichten, Gen. 1:16 enz.

 

 

 

3

.

God = Vader , Zoon , Heilige Geest. Drie-eenheid!

.

Noach had drie zonen: Sem, Cham en Jafet.

Er zijn drie aartsvaders: Abraham, Izak en Jakob.

En er zijn drie grote feesten: Paasfeest, Pinksterfeest en Loofhuttenfeest.

Het getal 3 is dat van de goddelijke Drie-eenheid: Matt. 28:16; 1 Kor. 12:4-6; 1 Petr. 1:2; 1 Joh. 5:6-10; Hebr. 13:8; Openb. 1:8.

Driemaal heilig, Jes. 6:3; Rom. 11:36.

Drievoudige zegen, Neh. 6:24-26; 2 Kor. 13:13; Openb. 1:5.

De tabernakel was 3-delig, Ex. 26-27.

1 Kon. 6. Drie verzoekingen, Matt. 4.

Drie gebeden, Marc. 14; Matt. 26:44.

Drie gelijkenissen, Luc. 15.

Drie gaven in Ef. 4: evangelisten, herders en leraars.

Het derde deel: Openb. 8:9; 12:4.

Het derde uur: begin van de kruisiging, Marc. 15:25;

het uur van het gebed, Hand. 2:15.

 

 

.

4

.

Het getal van de aarde: vier einden of de vier hoeken. Je zou ook kunnen zeggen de vier windstreken: oost, west, noord en zuid.

.

Het getal 4 duidt op de volheid in de schepping van deze wereld: de vier einden der aarde en de vier hoeken des hemels, Jes. 11:12; Jer. 49:36; Openb. 20:8.

Vier windstreken, Matt. 24:31; Ezech. 37:9; Zach. 6:5.

Vier hemelrichtingen, Ps. 107:3.

Vier evangeliën.

Vier levende wezens, Openb. 4.

Vier wereldrijken, Dan. 7; Zach. 1:18.

Oordeel over het vierde deel van de aarde, Openb. 6:8.

 

.

 

Openbaring 6 : het breken van de eerste zegels

Openbaring 6 : het breken van de eerste zegels

pasteltekening van John Astria

 

.

 

5

.

Het getal 5 ziet op de behoeften en de verantwoordelijkheid van de mens: 5 vingers en 5 tenen.

.

Het brandofferaltaar was 5 maal 5 ellen groot, Ex. 27:1.

Het gordijn voor de ingang van de tabernakel hing aan 5 pilaren op 5 koperen voetstukken, Ex. 26:37.

Er waren 5 wijze en 5 dwaze maagden, Matt. 25:2.

Vijf broden, Marc. 6:38.

Vijf woorden, 1 Kor. 14:19 enz.

 

 

.

6

.

Het getal 6 is het getal van de mens in zijn onvolmaaktheid, moeite en arbeid.

.

zes dagen het land bewerken; zes watervaten, Joh. 2:6.

 

 

.

7

.

Het getal zeven duidt een afgesloten periode aan met een nieuw begin als gevolg.

.

De scheppingsweek van zeven dagen.

Om een afgesloten periode aan te duiden lezen we ook van: 7 weken, 7 maanden, 7 jaren.

Het 7e jaar is het sabbatsjaar.

Besprenkeling van 7x bij zoenoffers en reiniging.

Zeven armen aan de kandelaar.

De 7 geesten voor Gods troon.

Brieven aan 7 gemeenten in het boek Openbaringen en ook 7 lampen voor de troon van God.

Het getal 7 spreekt van de volmaaktheid in Gods wegen en handelen:

7 dagen in de week, Ex. 12:15; Lev. 23:8.

Zeven weken, Lev. 23:15.

Zeven maanden, Ezech. 39:12.

Zeven jaar, Ezech. 39:9; Dan. 4:32.

Na 7 maal 7 jaar een jubeljaar, Lev. 25:8-13.

Zeven zendbrieven, Openb. 2-3.

Kandelaar met 7 armen, Ex. 25:37.

Zeven gouden kandelaars, Openb. 1:20.

Zeven Geesten, Openb. 1:4, 5:6; Jes. 11:2.

In het boek Openbaring ook 7 engelen, 7 zegels, 7 bazuinen, 7 schalen, 7 plagen.

Verder 7 diakenen in Hand. 6:3; 7 gelijkenissen in Matt. 13; 7 hoogtijden des Heren in Lev. 23, enz.

 

.

 

Openbaring 1 : de zeven kandelaren

Openbaring 1 : de zeven kandelaren

pasteltekening van John Astria

 

 

 

.

Voorbeelden waar het getal 7 een rol speelt in de Bijbel

.

Genesis
God schiep de wereld in 6 dagen, waarbij de zevende dag (de sjabbat) een heilige dag is. Gen. 2:2.

Van de reine dieren gingen er 7 paartjes in de ark van Noach. Gen 7:2

Zeven dagen later begon de zondvloed. Gen 7:4-10

Er waren in de droom van Farao twee keer zeven koeien en twee keer zeven korenaren. Die betekenden twee keer 7 jaren. Gen 41

 

.

Exodus
Het water van de Nijl veranderde 7 dagen in bloed. Ex. 7:25

De Israëlieten aten 7 dagen ongezuurd brood. Ex. 12-13, 34:18, Ezechiël 45:21-23

De menora heeft 7 lampen. Ex. 25:37, 37:23, Zacharia 4:2-10

 

.

Mattheüs

De boze geest haalt er 7 demonen bij. Mat. 12:45, Lukas 11:26

We moeten een zondaar 70 keer 7 maal vergeven. Mat. 18:22

Er waren 7 broden bij de wonderbare spijziging en er werden 7 manden met brokken opgehaald. Mat. 15:34-37, Markus 8:5-8

 

.

Markus
Maria Magdalena had 7 demonen. Markus 15:9, Lukas 8:2

 

.

Lukas
Hanna was 7 jaar getrouwd geweest. Lukas 2:36

 

.

Handelingen
De apostelen kozen 7 diakenen. Hand 6:3-6, Hand. 20:8

God onderwierp in Kanaän 7 volken. Hand. 13:19

 

.

Openbaring
Er zijn 7 gemeenten in Asia. Op. 1-3

Er staan 7 geesten voor Gods troon. Op. 1:4, Op 4:5, Op. 5:6

De boekrol had 7 zegels. Op. 5

Er waren 7 bazuinen. Op. 8-9

Er waren 7 donderslagen. Op 10:3-4

De draak had 7 koppen. Op. 12:3, Op. 17:3-7

Er waren 7 engelen met 7 fiolen. Op. 15-17, 21

 

.

 

Openbaring 7 : de zeven bazuinen

Openbaring 7 : de zeven bazuinen

 

pasteltekening van John Astria

 

.

 

8

.

Het getal 8 stelt het begin van een nieuw tijdperk voor.

.

Ex. 22:30; Lev. 22:27; Neh. 8:18; Joh. 7:37.

Het is de opstandingsdag, Matt. 28:1; Joh. 20:1.

de Pinksterdag, Lev. 23:16, Hand. 2. Noach, 1 Petr. 3:20.

 

 

 

.

9

.

Het getal 9 is een drievoudige drie-eenheid:

.

de negenvoudige vrucht van de Geest, Gal. 5:22;

het uur van het gebed en van het avondoffer, Dan. 9:21;

het sterfuur van de Heer, Marc. 15:34;

9 zaligsprekingen, Matt. 5:3-12.

 

 

.

 

10

.

Het getal 10 drukt de verantwoordelijkheid van de mens uit tegenover God:

.

de tien woorden van de wet, Ex. 20 en 34;

Deut. 4:13; het geven van de tienden, Gen. 14:20: 28:22; 1 Sam. 8:15;

tien dagen op de proef, Dan. 1:12;

tien slaven en tien ponden, Luc. 19:13;

tien horens, Openb. 17:3 enz.
Waar zich 10 Israëlieten bevinden kan een synagoge gevormd worden. We kennen allemaal de Tien Geboden. Zie ook de 10 maagden op weg naar een bruiloft.

 

 

.

 

Openbaring 10 : de 10 horens van het beest

Openbaring 17 : de 10 horens van het beest

 

.

 

 

12

.

Het getal 12 geeft aan volmaaktheid in het goddelijk bestuur.

.

Er stonden 12 toonbroden in het heiligdom. Het nieuwe Jeruzalem heeft 12 poorten. Er waren 12 discipelen.
12 uren, Joh. 11:9;

12 maanden, 1 Kon. 4:7;

12 stammen, Ex. 24:4 en Ezech. 48:31 en Openb. 21:12;

12 edelstenen, Ex. 28:10 en  Openb. 21:19-20;

12 toonbroden, Lev. 24:5:

12 fonteinen, Ex. 15:27;

12 discipelen, Luc. 6:13; Openb. 21:14;

12 manden, Marc. 6:43;

12 legioenen, Matt. 26:53;

12 poorten, Openb. 21:12.

.

 

 

Openbaring 21 : de 12 poorten

Openbaring 21 : de 12 poorten

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Er waren 2 x 12 = 24 priesterklassen. In het boek Openbaringen 2 x 12 = 24 oudsten voor Gods troon. Komt veel voor als tijds-aanduiding

 

.

 

40

.

Het getal 40 is de tijd van opvoeding, beproeving en regering

.

Het volk was 40 jaar in de woestijn. Mozes was 40 dagen op de berg Horeb. De profeet Elia 40 dagen/nachten in afzondering. Jezus was eveneens 40 dagen in de woestijn.

de woestijnreis duurde 40 jaar;

Elia’s 40 dagen en veertig nachten, 1 Kon. 19:8;

de verzoeking in de woestijn was 40 dagen, Matt. 4;

er waren 40 dagen tussen Christus’ opstanding en hemelvaart.

De beproeving in het leven van :

Mozes, Hand. 7:13; Deut. 2:7;

Jozua, Joz. 14:7;

David, 2 Sam. 5:4;

Salomo, 1 Kon. 11:42;

Zie verder Gen. 7:4; 8:6; 25:20; 26:34; Ex. 2:16; 24:18; Num. 14:34; 33:38; 1 Sam. 4:18; 1 Kon. 6:17; Ezech. 4:6; Jona 3:4.

 

 

.

48

.

Er waren 4 x 12 = 48 steden voor de Levieten.

 

 

 

.

50

.

Na 7 x 7 jaren werd het 50e jaar als Jubeljaar gevierd.

.

Het jubeljaar was een echt Israëlische instelling. Het werd gevierd in elk 50e jaar, gerekend van herfst tot herfst en greep diep in in het sociale leven. Het kende vooral twee bepalingen. De eerste was dat een Israëliet (en diens wettige erfgenamen) het erfgoed van zijn familie weer terugkreeg, indien hij gedwongen was geweest het te verkopen of het op een andere wijze verloren had. De tweede bepaling regelde dat iemand, als hij zichzelf en zijn gezin als slaaf had moeten verkopen, in het Jubeljaar de vrijheid terugkreeg.

 

 

.

 

70

.

Het getal 70 is dat van de verantwoordelijkheid gedurende het hele leven:

.

Ps. 90:10; Jes. 23:15; Jer. 25:11; 29:10; Zach. 1:12; 7:5; Dan. 9:24; Ezra 6:15; Ex. 1:5; Richt. 8:30; 2 Kon. 10:1; Ex. 24:1; Num. 11:16; Ezech. 8:11; Luc. 10:1.

 

 

.

 

153

.

Het getal 153 spreekt van oordeel en genade.

.

Het aantal grote vissen dat door de discipelen gevangen werd na de opstanding van Jezus in de zee van Tiberias.
Zoals het kruis een schaduw- en een lichtzijde heeft, en het evangelie een reuk van het leven ten leven en een reuk uit de dood ten dode is. Zie 2 Kon. 1; Joh. 21:11.

 

 

 

 

666

.

Dit is het getal van 3 keer de onperfekte mens, symbool van de duivel (de antichrist en de valse profeet)

.

Het beest in Openbaring 13:18 -Hier is de wijsheid: wie verstand heeft, berekene het getal van het beest, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zeshonderd zesenzestig.

 

 

 

 

Uitgebreide studie over -Getallen – in de Bijbel

.

A)  De grootste getallen in de Bijbel vinden wij in Dan. 7:10 en Opb. 5:11; 9:16.

B) Bijna alle volken ontwikkelden het tientallig stelsel door het gebruik van de tien vingers. Het tientallig stelsel was van oudsher bij de Hebreeën in gebruik, wat blijkt uit het feit dat er voor 1, 10, 100, 1000 en 10.000 afzonderlijke woorden waren. De andere getallen werden aangegeven door meervoudsvormen of door optelling en vermenigvuldiging.

Ook de Israëlieten vonden natuurlijk de optelling, deling en vermenigvuldiging met 5 en 10 het gemakkelijkst.

De rekenkunde van de oude Israëlieten ging niet verder dan het dagelijks leven: het meten van akkers, het bouwen van huizen, de vervaardiging van maten en gewichten. Zij hadden voorliefde voor symmetrische verhoudingen tussen getallen, vooral in geslachtsregisters .

Net als wij gebruikte men voor het gemak graag een rond getal zoals 10, 100, 1000 of 10.000, maar ook 40 en 70. Een onbepaald begrip werd als enige door 1 en 2 (Ex. 21:21; Deut. 32:30; Job 33:29; Am. 4:9) maar ook wel door 2 en 3 uitgedrukt (Job 33:29; Am. 4:8), of door 4 en 5 (Jes. 17:6). Voor een onbepaalde veelheid gebruikte men 3 en 4 (Ex. 20:5; Am. 1:3,6), 6 en 7 (Job 5:19), 7 en 8 (Micha 5; Pred. 11:2).

.

 

de 10 geboden

de 10 geboden

 

pasteltekening van John Astria

 

.

C) Om getallen weer te geven gebruikte men de letters van het alfabet; de eerste negen letters van het alfabet duidden de eenheden, de volgend letters de tientallen en de vier eerste honderdtallen aan. De overige honderdtallen ontstonden door samenstelling van 400 met andere honderdtallen en verder door de vijf eindletters. De duizendtallen werden aangeduid met de letters die de eenheden uitdrukten, met twee punten daarboven. Bij samengestelde getallen staat het grotere getal vóór (rechts van) het kleinere.

D) De symbolische betekenis van getallen was bij allerlei volken bekend. Maar de Bijbelse getallensymboliek staat helemaal op zichzelf, bepaald door Israëls godsdienst en door Israëls geschiedenis.

.

 

 

Het getal 7

 

In de eredienst had het getal zeven een religieuze betekenis. Op de vraag waarom de 7e dag de heilige dag is, zou de Israëliet antwoorden dat God in 6 dagen de wereld geschapen heeft en op de 7e dag rustte. Volgens kritische uitleggers is het juist omgekeerd: de instelling van de week en van de zevende dag is op het scheppingsverhaal overgedragen.

.

.

We komen nu bij de afleidingen van zeven:

.

  • de eenvoudige verdubbeling is 14 (Gen. 46:22; Lev. 12:5; 13:4,6,31,33,50,54; Num. 29:13v; 1 Kon. 8:65; Matt.1:17).
  • Vaker vinden wij het getal 70 als aanduiding van een afgesloten periode van langere duur: het gericht van God was op 70 jaar bepaald (Jes. 23:15; Jer. 25:11v; 29:10; Zach. 1:12; 7:5).
  • De leeftijd van de mens is zeventig jaar (Ps. 90:10).
  • Daniël spreekt over 70 weken (Dan. 9:2, 24vv).
  • Voorbeelden van het gebruik van 70 als aanduiding van een bepaalde veelheid zijn de 70 palmen te Elim (Ex. 15:27; Num. 33:9), de 70 verminkte koningen (Richt. 1:7), de 70 zoons van Gideon (Richt. 8:30; 9:18) en van Achab (2 Kon. 10:1), en de 70 zoons en kleinzoons van Abdon (Richt. 12:14).

 

.

E) Ter aanduiding van een grote menigte gebruikte men als rond getal 1000 (Ex. 20:6; 34:7) en 10.000 (Deut. 32:30; Ps. 91:7; Matt. 18:24; 1 Kor. 4:15; 14:19); een heel lange periode werd spreekwoordelijk 1000 jaar genoemd (Ps. 90:4; 2 Petr. 3:8; Opb. 20:2vv).

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

John Astria

Wat betekent ”amen ”?

Standaard

categorie : religie

 

 

.

Amen is een Hebreeuwse uitdrukking die aan het eind van een gebed betekent ‘ja, zo is het …’ of ‘moge het zo zijn’. Oorspronkelijk is amen een Hebreeuws bijvoeglijk naamwoord dat letterlijk “vast, zeker, getrouw” betekent. Het duidt op wat vaststaand, zeker, waar is. Vandaar dat het in gebruik kwam om iets te bevestigen.

.

 

amen-300x249

.

 

Het woord is ontleend aan het Hebreeuwse woord Amam, dat ‘geloven’ betekent. In de Bijbel betekent “amen”: “het zij zo” of “voorwaar”. De Heer Jezus is ‘de Amen’ (Opb. 3:14). In verzwakte zin is het woord ‘amen’, buiten het Bijbelse woordgebruik, ook “einde van deze woorden” of “mee eens” gaan betekenen. ‘Amen’ is in vele talen overgenomen.

 

 

 

“Voorwaar”

.

Aan het begin van een verklaring stond het woord “Amen” om die met nadruk te doen uitkomen. In dit geval wordt “Amen” door “Voorwaar” vertaald. Dit kom in het Evangelie van Johannes herhaalde malen voor. Amen kan dan betekenen “voorwaar”, “waarlijk”, “zeker”, “stellig”. In deze betekenis wordt het gebezigd als een inleidend woord door de Heer Jezus die zijn toehoorders verzekert dat Zijn woord zeker zal uitkomen.

Mt 5:18 Want voorwaar, Ik zeg u: totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal niet een jota of een tittel van de wet voorbijgaan totdat alles is gebeurd.

In het evangelie van Johannes, dat de Heer Jezus als de Zoon van God wordt voorgesteld, spreekt Hij dikwijls een dubbel “Amen”: “Voorwaar, voorwaar.“

Joh 1:51 (1-52) En Hij zei tot hem: Voorwaarvoorwaar, Ik zeg je: Je zult van nu aan de hemel geopend zien en de engelen van God opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen.

 

.

 

“Het zij zo”

.

Aan het einde van een gebed komt “Amen” als een soort van uitgesproken ondertekening, waardoor de spreker of hoorder  bevestigt en aanneemt wat er gezegd is.

Amen betekent dan “het zij zo”, “zo zij het”, “het moge zo gebeuren. In deze betekenis wordt het gebezigd als een uitroep door een of meer toehoorders die instemmen met het zoëven gesproken woord (een bevel, een belofte, een voorzegging, een beschikking, een vervloeking, een dankzegging). Door ‘amen’ op het gesprokene te zeggen wordt het ‘beaamd’.

Amen in de zin van “het zij zo” kan niet alleen door een toehoorder als antwoord, maar ook door een spreker zelf als slotwoord worden gebezigd.

 

 

 

“Het zij zo” als antwoord

.

In de eerste plaats wordt ‘amen’ in de zin van ‘het zij zo’ in de Bijbel gebruikt als antwoord op wat gesproken is. Voorbeelden:

De 27:26 Vervloekt zij, die de woorden dezer wet niet zal bevestigen, doende dezelve! En al het volk zal zeggen: Amen.

Ps 106:47 en 48  Verlos ons, Heere, onze God! en verzamel ons uit de heidenen, opdat wij den Naam Uwer heiligheid loven, ons beroemende in Uw lof. Geloofd zij de Heere, de God Israëls, van eeuwigheid en tot in eeuwigheid; en al het volk zegge: Amen, Hallelujah!

1Co 14:16 Anders, als u looft met de geest, hoe zal hij die de plaats van de onkundige inneemt, Amen zeggen op uw dankzegging? Hij weet immers niet wat u zegt?

.

Ook in de hemel wordt ‘amen’ geroepen, zoals door de vierentwintig oudsten en de vier levende wezens:

Opb 5:11-14  En ik zag, en hoorde een stem van vele engelen rond de troon en de levende wezens en de oudsten, en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen, en zij zeiden met luider stem: Het Lam dat geslacht is, is waard te ontvangen de kracht en rijkdom en wijsheid en sterkte en eer en heerlijkheid en lof.
En elk schepsel dat in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem die op de troon zit, en het Lam, zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de macht tot in alle eeuwigheid.
En de vier levende wezens zeiden: Amen. En de oudsten vielen neer en aanbaden.

Opb 19:4 En de vierentwintig oudsten en de vier levende wezens vielen neer en aanbaden God die op de troon zat en zeiden: Amen, halleluja!

 

.

Openbaring 5 : de troonsheerlijkheid van God

Openbaring 5 : de troonsheerlijkheid van God

 

pasteltekening van John Astria

.

 

 

Openbaring 19 : oordeel over het politieke Babylon

Openbaring 19 : oordeel over het politieke Babylon

 

pasteltekening van john Astria

 

 

.

Het laatste antwoord aan de Heer Jezus in de Bijbel begint met amen:

Opb 22:20  Hij die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig! Amen, kom, Heer Jezus!

 

.

Openbaring 22 : de Alfa en de Omega

Openbaring 22 : de Alfa en de Omega

 

pasteltekening van John Astria

 

 

.

“Het zij zo” als slotwoord

.

‘Amen’ wordt niet alleen als antwoord geroepen, maar ook als slotwoord door de spreker zelf gebezigd. “Amen” wordt enkele malen in de Bijbel gebruikt ter afsluiting, bekrachtiging en bede door de spreker of schrijver zelf, dus niet door anderen. Zo in:

Ps 41:13 (41–14) Geloofd zij de Heere, de God Israëls, van eeuwigheid en tot in eeuwigheid! Amen, ja, amen.

Ps 72:19 En geloofd zij de Naam Zijner heerlijkheid tot in eeuwigheid; en de ganse aarde worde met Zijn heerlijkheid vervuld. Amen, ja, amen.

Ps 89:52 (89–53) Geloofd zij de Heere in eeuwigheid! Amen, ja, amen.

Enkele voorbeelden van zulk gebruik van “amen” in het Nieuwe Testament, door Paulus:

Ro 9:5 tot hen behoren de vaderen, en uit hen is naar het vlees de Christus, die God is over alles, gezegend tot in eeuwigheid. Amen.
Ro 11:36 Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen! Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen.
Ro 15:33 De God nu van de vrede zij met u allen! Amen.

Voorbeelden van zulk afsluitend “amen” door Petrus:

1Pe 5:14 Groet elkaar met een liefdekus. Vrede zij u allen die in Christus Jezus bent. Amen.


2Pe 3:18 maar groeit op in de genade en kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als tot de dag van de eeuwigheid. Amen.

Zulk gebruik van “amen” door Judas:

Jds 1:25 de enige God onze Heiland, door Jezus Christus onze Heer, zij heerlijkheid, majesteit, kracht en macht, voor alle eeuwen, en nu, en tot in alle eeuwigheid! Amen.

.

 

Verzwakte betekenissen

.

Het gebruik van “amen” in de zin van “het zij zo” heeft ook meer beperkte betekenissen gekregen: “einde” of “mee eens”. Eén element van de oorspronkelijk betekenis van amen is de hele betekenis gaan uitmaken.

.

“Einde”

“Amen” in de zin van “het zij zo” werd en wordt gebruikt aan het eind, als antwoord op of afsluiting van het gesprokene. Buiten de Bijbel heeft het ook de afgezwakte of beperkte zin gekregen van ‘einde’ van een gebed of toespraak. Het betekent dan in de mond van de spreker dat het gebed beëindigd is: “einde van dit woord”. Toehoorders kunnen vervolgens met hun ‘amen’ hun instemming betuigen , het gebed bevestigen.

“Mee eens”

“Amen” in de zin van “het zij zo” werd en wordt gebruikt om instemming te betuigen en de wens uit te drukken dat het gesprokene zo zal gebeuren of zo zal zijn. Buiten de Bijbel heeft het ook de afgezwakte of beperkte betekenis gekregen van “mee eens”. In sommige kringen van gelovigen verzoekt de spreker na het gesprokene met een vragend ‘Amen?’ om instemming van de toehoorders. Het antwoord ‘amen’ kan dan gewoon betekenen: “mee eens”, dus zonder de betekenis “het zij zo”.

.

 

 

Universeel woord

.

Het Hebreeuwse woord Amen is in de loop der eeuwen een universeel woord geworden. Het woord is letterlijk uit het Hebreeuws overgenomen in het Grieks van het Nieuwe Testament, daarna in het Latijn en in het Engels en vele andere talen. Arabisch: Amin. Er is wel gezegd dat amen het best bekende woord in de menselijke spraak is.

 

 

Amen_Urban_Calligraphy_Simon_Silaidis06-800x533

.

.

 

De Amen en de God van Amen

.

De Heer Jezus noemt Zichzelf bij de naam of titel “de Amen”.

Opb 3:14  En schrijf aan den engel van de Gemeente der Laodicensen: Dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige, het Begin der schepping Gods:

Hij is als De Amen de Waarachtige en Betrouwbare die Zijn woord gestand zal doen en Gods beloften zal vervullen.

Volgens Matthew Henry betekent “De Amen”: “Hij, die standvastig en onveranderlijk is in al Zijn voornemens en beloften; wiens ja ja en wiens neen neen is.” “De Amen” verwijst naar de getrouwheid en standvastigheid van Christus in het volvoeren van al Zijn  beloften.

Hengstenberg zegt: “De “Amen” of “Waarachtig is Hij,” die bij alles wat Hij zegt steeds met volle recht het “voorwaar” kan voegen, terwijl bij alles wat een kortzichtig mens spreekt overal een vraagteken moet worden gezet. Deze benaming staat in verband met het vele keer voorkomende “voorwaar” of “Amen” in de redenen van de Heere. Dit wijst evenals het predikaat hier op de volheid van de waarheid, die in Hem als in de Waarachtige woont.”

In de toekomst zal men zich zegenen in de God van Amen.

Jes 65:16-17  Zodat, wie zich zegenen zal op aarde, die zal zich zegenen in de God van Amen; en wie zal zweren op aarde, die zal zweren bij de God van Amen, omdat de vorige benauwdheden zullen vergeten zijn, en omdat zij voor Mijn ogen verborgen zijn.
Want ziet, Ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde; en de vorige dingen zullen niet meer gedacht worden, en zullen in het hart niet opkomen.

Lett. staat er in het Hebreeuws: Elohim van Amen, de God van Amen. Gewoonlijk worden deze woorden vertaald door “de God der waarheid”.

Wanneer het zover is dat men zich zal zegenen in de God van Amen is intussen openbaar geworden dat Jezus Christus de God van Amen is, de God der waarheid.

De Heer Jezus heeft van Zichzelf gezegd dat Hij de Waarheid is.

Joh 14:6 Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij.

Vergelijk:

1Jo 5:20 En wij weten dat de Zoon van God gekomen is en ons het verstand gegeven heeft, opdat wij de Waarachtige kennen; en wij zijn in de Waarachtige, in zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God en het eeuwige leven.

In Jezus Christus is het Ja, door Hem is het Amen, tot heerlijkheid van God.

2Co 1:18-22  Maar God is getrouw, dat ons woord tot u niet is ja en nee!
Want de Zoon van God, Jezus Christus, die onder u door ons gepredikt is, door mij en Silvanus en Timotheus, was niet ja en nee, maar in Hem is het ja.
Want hoeveel beloften van God er ook zijn, in Hem is het ja; daarom is ook door Hem het Amen, tot heerlijkheid van God door ons.
Hij nu die ons met u bevestigt in Christus en ons heeft gezalfd, is God,
die ons ook verzegeld en het onderpand van de Geest in onze harten gegeven heeft.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

 

John Astria

Bijbelteksten over angst

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Geloof redt de ziel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Wees niet bang, want ik ben bij je,
vrees niet, want ik ben je God.
Ik zal je sterken, ik zal je helpen,
je steunen met mijn onoverwinnelijke rechterhand.

 

In mijn bangste uur vertrouw ik op u.

 

Ik gebied je dus: wees vastberaden en standvastig, laat je door niets weerhouden of ontmoedigen, want waar je ook gaat, de Heer, je God, staat je bij.

 

Want ik ben de HEER, je God,
ik neem je bij je rechterhand en zeg je:
Wees niet bang, ik zal je helpen.

 

Met de Heer aan mijn zijde heb ik niets te vrezen,
wat kunnen mensen mij doen?

 

Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank hem in al uw gebeden. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.

 

De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden.

 

Al gaat mijn weg
door een donker dal,
ik vrees geen gevaar,
want u bent bij mij,
uw stok en uw staf,
zij geven mij moed.

 

U mag uw zorgen op hem afwentelen, want u ligt hem na aan het hart.

 

Angst voor mensen is een valstrik,
wie op de Heer vertrouwt, wordt beschermd.

 

De Heer is mijn licht, mijn behoud,
wie zou ik vrezen?
Bij de Heer is mijn leven veilig,
voor wie zou ik bang zijn?

 

God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.

 

Ik zocht de Heer en hij gaf antwoord,
hij heeft mij van alle angst bevrijd.

.

Wees vastberaden en standvastig. Er is geen enkele reden om bang voor hen te zijn, want het is de Heer, uw God, die met u meegaat. Hij zal niet van uw zijde wijken en u niet verlaten.

 

Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij.

 

U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’.

 

Wat kosten twee mussen? Zo goed als niets. Maar er valt er niet één dood neer als jullie Vader het niet wil. Bij jullie zijn zelfs alle haren op je hoofd geteld. Wees dus niet bang, jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen.

 

Zodat we vol vertrouwen kunnen zeggen: ‘De Heer is mijn helper, ik heb niets te vrezen. Wat zouden mensen mij kunnen doen?’

 

Maar zelfs als u zou lijden omwille van de gerechtigheid, dan bent u toch gelukkig te prijzen. Wees daarom niet bang voor de mensen en laat u door niets in verwarring brengen.

.

Toen ze hem over het water zagen lopen, dachten ze dat hij een geestverschijning was en ze schreeuwden het uit. Ze hadden hem allemaal gezien en raakten in paniek. Maar hij sprak hen meteen aan en zei: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang.’

 

Op God, wiens woord ik prijs,
op God vertrouw ik, angst ken ik niet,
wat kan een sterveling mij aandoen?

 

Vrees niet, kleine kudde, want jullie Vader heeft jullie het koninkrijk willen schenken.

 

Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen,
zo liefdevol is de Heer voor wie hem vrezen.

 

Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen.’

 

Hoe groot is het geluk
dat u hebt weggelegd voor wie u vrezen,
dat u bereid hebt voor wie schuilen bij u,
heel de wereld zal het zien.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

.

 

De uittocht uit Egypte

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Na onderzoek van de weg die de Israëlieten zouden kunnen hebben gevolgd bij hun uittocht uit Egypte vond Ron Wyatt dat de Bijbelse beschrijving goed past bij een diepe kloof genaamd Wadi Watir. Het boek Exodus legt uit hoe de kinderen van Israël door God geleid werden “niet langs de weg naar het land van de Filistijnen maar door de Wildernis van de Rode zee.” Exodus 13:17,18.

 

 

Exodus van de Israëlieten uit Egypte

Exodus van de Israëlieten
uit Egypte

 

.

 

Plaats van de overtocht aan de golf van Aqaba

Plaats van de overtocht aan de golf van Aqaba

 

.

 

 De exodus

.

Toen de farao het volk had laten vertrekken, leidde God hen niet langs de weg die door het gebied van de Filistijnen loopt (langs de Middellandse Zee), ook al was dat de kortste route. God dacht namelijk: Als ze strijd zouden moeten leveren, konden ze wel eens spijt krijgen en terug willen gaan naar Egypte. Daarom liet hij het volk een omweg maken en door de woestijn naar de Rietzee trekken.

 

.

Route via de Rietzee

Route via de Rietzee

.

 

 

Hier is een grote open woestijn (Wildernis van de Rode Zee). Dan zegt God in Exodus 14:1,2:

 ‘Zeg tegen de Israëlieten dat ze omkeren en hun kamp opslaan voor Pi-Hachirot, tussen Migdol en de zee; jullie moeten je kamp recht tegenover Baäl-Sefon opslaan, vlak bij de zee.

 

.

turnback

 

.

 

Ron vond deze weg die naar een kloof leidde die nu Wadi Watir heet. De Bijbel vertelt de reactie van de farao toen hij hoorde van de afslag die de Israëlieten hadden genomen, in Exodus 14:3

.

 

nuweiba_labelled

 

.

 

 

De farao zal denken dat jullie de weg kwijt zijn geraakt en de woestijn niet meer uit kunnen komen. Ik zal ervoor zorgen dat hij onverzettelijk blijft, zodat hij jullie achtervolgt, en dan zal ik mijn majesteit tonen door de farao en zijn hele leger ten val te brengen. Dan zullen de Egyptenaren beseffen dat ik de Heer ben.’ De Israëlieten gehoorzaamden.

.

Wadi Watir is een lange diep kloof die goed overeenkomt met de beschrijving van Exodus.

Volgens traditie vond de Doortocht plaats door de Golf van Suez. Maar daar zijn geen bergen. Het gebied is volkomen vlak, niet zoals in de Bijbelse beschrijving. Een andere reden waarom de Golf van Suez populair was in de gedachtegang, was, omdat men volgens de traditie dacht dat de berg Sinaï op het Sinaï schiereiland ligt.

De Bijbel verteld ons echter dat de berg Sinaï in Arabië ligt. (Galaten 4:25 Hagar staat voor het verbond van de berg Sinaï in Arabië, dat slaven baart.) Na enkele kilometers opent Wadi Watir in een breed strand, aan de westkust van de Golf van Akaba, het enige strand dat groot genoeg was om de ongeveer 2 miljoen mensen en hun vee te herbergen.

De Israëlieten konden niet naar het noorden omdat daar de weg verspert was door een Egyptisch fort. Nog steeds vinden we aan de noordkant van het strand een versterking. Kon dit het Bijbelse Migdol zijn? (Exodus 14:2) Aan de zuidkant is geen strand, maar lopen de bergen tot aan zee, zodat daar niemand langs kan. Zij konden ook niet terug, omdat het Egyptische leger hen achtervolgden. God had ze bij een punt gebracht waar alleen Hij ze kon brengen. Exodus 14: 13, 21, 22:

.

Maar Mozes antwoordde het volk: ‘Wees niet bang, wacht rustig af. Dan zult u zien hoe de Heer vandaag voor u de overwinning behaalt. De Egyptenaren die u daar nu ziet, zult u hierna nooit meer terugzien.

 

En:

Toen hield Mozes zijn arm boven de zee, en de Heer liet de zee terugwijken door gedurende de hele nacht een krachtige oostenwind te laten waaien. Hij veranderde de zee in droog land. Het water spleet, en zo konden de Israëlieten dwars door de zee gaan, over droog land; rechts en links van hen rees het water op als een muur.

De Egyptenaren achtervolgden hen, alle paarden en wagens van de farao en al zijn ruiters gingen achter hen aan de zee in. Maar in de morgenwake keek de Heer vanuit de vuurzuil en de wolk kolom neer op het Egyptische leger en zaaide paniek onder hen. Hij liet de wielen van de wagens vastlopen, zodat de Egyptenaren de grootste moeite hadden om vooruit te komen. ‘Laten we vluchten!’ riepen ze. ‘De Heer steunt de Israëlieten, hij strijdt tegen ons!

Ron vond een stenen pilaar op het strand. Aan de Saudische zijde vond hij precies zo één met een oud hebreeuwse inscriptie: “MIZRAIM (Egypte), SOLOMON, EDOM, DEATH, PHARAOH, MOSES, YAHWEH.” Hij leidde hieruit af, dat zij door Salomo waren opgericht om de doortocht te herdenken.

 

 

Pilaar die de oversteekplek markeerde

Pilaar die de oversteekplek markeerde

.

 

De inscripties op de kolom die op het strand lag waren weg geërodeerd. De kolom werd door de autoriteiten in beton vastgezet. In 1978 doken Ron en twee van zijn zonen naar de bodem van de Rode Zee en vonden daar – en fotografeerden – talloze met koraal bedekt delen van strijdwagens. Hoe vaker zij doken, hoe meer bewijsmateriaal zij vonden. Een van zijn vondsten was een strijdwagen wiel met acht spaken, dat hij bij de directeur van de Egyptische Oudheidkunde bracht, Dr Nassif Mohammed Hassan.

Na onderzoek verklaarde hij het afkomstig uit de 18de dynastie en dateerde de exodus in 1446 v.Chr. Toen hem werd gevraagd hoe hij dit wist, verklaarde hij dat het wiel met 8 spaken alleen in de 18de dynastie werd gebruikt, de tijd van Ramses II en Tutmoses (Moses). Strijdwagen kisten, menselijke skelet restanten, 4, 6 en 8 spaken-wielen liggen er als stille getuigen van het wonder van het splitsen van de Rode Zee.

 

.

doortocht-rode-zee-20-638

 

.

 

exo14-25

 

.

Het meest verbazingwekkende is de aanwezigheid van een onderzees pad. Langs de lengte van de Golf van Akaba zijn de diepten ongeveer 1,6 km en de Egyptische kust valt weg onder een hoek van 450. Als de Israëlieten elders hadden moeten oversteken, dat hadden zij een steile helling van 450 moeten afdalen tot 1600 m diepte en aan de andere kant weer opklimmen. Met al hun wagens, dieren en kinderen zou dat absoluut onmogelijk zijn. Alleen hier aan het strand van Nuweiba, daalt de bodem met een helling van 1:14 tot een diepte van slechts 850 m om aan de Saudische kant te stijgen met een helling van 1:10. De Bijbel beschrijft het als volgt:

Dit zegt de Heer, die een weg baande door de zee en een pad door machtige wateren, die paarden en wagens liet uitrukken, een heel leger van geweldenaars – daar lagen ze, en ze stonden niet meer op, ze zijn vergaan, als een kwijnende vlam gedoofd”

.

De afstand van Nuweiba tot Saudi Arabië is ongeveer 15,6 km. De breedte van de onderwater brug is geschat op 900 m.

.

 

 

Slide1165

 

.

 

 

 De berg Sinaï “

.

En de berg brandde met vuur tot het midden van de hemel, met duisternis, wolken, en dikke duisternis .”…… Deuteronomium 4:11

“En de Here sprak tot u vanuit het midden van het vuur: gij hoorde de stem van de woorden, maar zag geen gelijkenis, alleen hoorde gij een stem. En hij verkondigde aan u zijn verbond, dat hij u gebood om uit te voeren, als tien geboden, en hij schreef ze op twee stenen tafelen .”…… Deuteronomium 4:12-13

 

 

De Sinaï in het vroege ochtendlicht.

De Sinaï in het vroege ochtendlicht.

 

 

 

f11ca08827eef273e11036adcce6bbc1

 

.

In 1978 vond Ron Wyatt strijdwagendelen in de Golf van Akaba vlak bij de Egyptische kust. Op dat moment, wist hij dat de berg Sinaï op de andere oever moest zijn.  Aangezien het Bijbelse verslag vertelt hoe het volk bij de berg Sinaï aankwam nadat ze de Rode Zee overgestoken waren, en aangezien de Golf van Akaba het schiereiland Sinaï (Egypte) van en Saoedi-Arabië scheidde, was er geen twijfel over m.b.t. de locatie van de berg Sinaï in Arabië.

Maar waar in Arabië? Ron bestudeerde het Bijbelse verslag en zag op de vluchtkaarten van het gebied dat er een bergketen was in het noordwestelijke deel van Saudi dat naar zijn aanvoelen het potentieel had om de berg Sinaï te zijn.

 

“De Here, onze God, sprak tot ons in Horeb, zeggende: Gij hebt lang genoeg gewoond bij deze “berg ….. Deuteronomium 1:6

 

Deze beschrijving betekende voor Ron dat de mensen “in” een bergketen waren . Op de kaart was Jebel el Lawz de hoogste piek in de hele NW Saoedi-Arabische regio, en het lag in een gebergte met daarbinnen talrijke brede wadi’s, of canyons, die voldoende ruimte zouden hebben geboden voor een enorm aantal mensen, samen met hun kudden, om “in” het gebied te kamperen en de bescherming van de bergen rondom hen te hebben.

 

.

 

De locatie van de berg Sinaï in Midian

.

 

midian-arabia

 

.

Als we naar de Bijbel gaan is de locatie van de berg Sinaï niet zo moeilijk te achterhalen. Toen God voor het eerste tot Mozes sprak met betrekking tot het grote werk van het volk uit hun Egyptische slavernij te leiden, zei Hij tot Mozes:

 

“Zeker zal Ik met u zijn, en dit zal een teken voor u zijn, dat Ik u gezonden heb: Wanneer gij het volk uit Egypte hebt gebracht, zult gij God op deze berg dienen. “……. Exodus 3:12 2

 “Nu hoede Mozes de kudde van Jethro zijn schoonvader, de priester van Midian, en hij leidde de kudde naar de achterkant van de woestijn, en kwam bij de berg van God, (zelfs) bij Horeb. En de engel van de HEER verscheen hem in een vlam van vuur vanuit het midden van een struik, en hij zag, en zie, de struik brande met vuur, en de struik werd niet verbrand. “…. Exodus 3:1-2

 

Mozes werd zelfs gezegd zijn schoenen te verwijderen, omdat hij op “heilige grond” stond. Dus weten we nu dat Mozes in Midian was, in de “achterzijde van de woestijn”, dat ons het gebied lijkt te impliceren tegenover het grootste deel van de woestijn of de andere kant van de berg die de grens van de woestijn afbakende.  Er was maar één kandidaat naar zijn mening, en dit was Jebel el Lawz.

 

.

Marmeren Zuilen in de buurt van het Altaar te Jebel el Lawz

.

“Twaalf Zuilen Volgens de twaalf stammen van Israël”  En Mozes schreef al de woorden van de HEER, en stond vroeg in de ochtend op, en bouwde een altaar onderaan de heuvel, en twaalf pilaren, volgens de twaalf stammen van Israël …… Exodus 24:4

De volgende morgen bouwde hij aan de voet van de berg een altaar en richtte hij twaalf gedenkstenen op, voor elk van de twaalf stammen van Israël één.

 

.

restanten van de zuilen

restanten van de zuilen

.

Ron geloofde dat deze stukken van een ‘heiligdom’ waren die nabij het altaar gezeten hadden. Er waren ten minste 10 stukken gebroken, ronde kolommen, bijna 59 centimeter in diameter. Ze varieerden in hoogte van 20 tot 66 cm. Daarnaast waren er een groot aantal rechthoekige marmeren stenen 21 bij 42 cm, 25-66 cm lang. Deze stukken zijn gevonden rond het altaar, terwijl anderen op grotere afstand verspreid lagen en in onze telling niet zijn opgenomen.

Hij geloofde dat dit de site van de berg Sinaï moest zijn en hij zag de hele top van de berg geblakerd als verkoold. Hij merkte verschillende kenmerken van de site op die het gebied identificeerden. Als Ron de streek rond de berg overzag, zag hij dat hier een ruimte was die perfect bij de beschrijving van de berg Sinaï (Horeb) paste.

 

.

 

Bewijzen te Jebel el Lawz

.

Vanaf de berg zag Ron de resten van een wit marmeren structuur die was opgericht in de buurt van de altaar aan de voet van de berg. Dit waren de witte zuilen die Ron op zijn eerste reis in 1984 gezien had. De structuur was vernietigd, maar restanten van de kolommen lagen er nog verspreid in het gebied. Aan Ron werd door Bedoeïenen in het gebied verteld dat het stenen “heiligdom” ontmanteld is en gebruikt werd in een moskee te Hagl.

.

 

Zicht op het “Heilige gebied” aan de voet van de berg Sinai

 

Image136 bewijs

.

.

 

A= Saoedi-bewakershuis

B = Altaar met rotstekeningen

C = Overblijfsels van 12 pilaren

D = Groot altaar aan de voet van de berg Sinaï

e = Rode Lijnen merken bronnen

e = Aqua Lijnen merken stenen omheiningen

 

.

Altaar van Mozes

.

-Een altaar van aarde, zult gij t.b.v. mij maken, en zult daarop uw brandoffer, en uw vrede offer offeren, uw schapen, en uw ossen: op alle plaatsen waar Ik mijn naam aan verbind zal Ik tot u komen, en Ik zal u zegenen. 25 En indien gij mij een altaar van steen maakt, zult gij het niet bouwen van gehouwen steen: want als gij uw gereedschap er op heft, hebt gij het verontreinigd. 26 Noch zult gij met trappen tot mijn altaar omhoog gaan, opdat uw naaktheid daarop niet ontdekt worde…. Exodus 20:24

En Mozes schreef al de woorden van de HEER, en stond vroeg in de ochtend op, en bouwde een altaar onder aan de heuvel, en twaalf pilaren, volgens de twaalf stammen van Israël … Exodus 24:4

 

.

altaar van Mozes

altaar van Mozes

 

 

 

wpe72 altaar van, mozes

 

.

 

Het Gouden Kalf Altaar

.

De archeologische ontdekking van het altaar was erg belangrijk. Men vond rotstekeningen op het altaar. Het altaar ligt, naar beneden kijkend naar het heilige gebied,  bijna meteen rechtdoor. Maar het is zowat 1,5 km of meer van de voet van de berg.

 

.

altaar van het gouden kalf

altaar van het gouden kalf

 

 

 

12 afbeeldingen van kalveren naar Egyptische stijl

12 afbeeldingen van kalveren naar Egyptische stijl

.

 

Exodus 32:5 vertelt het verhaal van Aaron hoe hij het altaar voor het gouden kalf bouwt, en Ron vond een altaar met 12 kalf tekeningen naar Egyptische stijl:

Toen Aäron besefte wat er gebeurde, bouwde hij een altaar voor het beeld en kondigde hij aan dat er de volgende dag een feest voor de Heer zou zijn.

Een archeoloog van de Universiteit van Riadh raakte opgewonden toen hij de kalveren zag, hij vertelde dat de tekeningen van Egyptische stijl waren, men trof ze nergens anders in Saoedi Arabië aan.

 

 

.

Mozes ontvangt op de Sinaï de 10 geboden van God

.

Mozes trekt alleen  de berg op. Hij blijft een lange tijd weg. Het volk denkt daarom dat hij gestorven is en vraagt aan Aäron of hij van hun sieraden een gouden stierkalf kan maken. Dan hebben ze een nieuwe God om te aanbidden. Aäron geeft toe aan de druk en doet dit. Net op het moment dat er een feest gaande is voor het gouden stierkalf keert Mozes terug met de stenen tafelen. Hij gooit de stenen tafelen kapot en vernietigt ook het beeld.

Daarna keert Mozes terug de berg op. Hij vraagt aan God of hij hem mag zien. God geeft hier gehoor aan, maar laat alleen zijn achterkant zien. Als Mozes God van aangezicht tot aangezicht zou zien zou hij sterven. Ook maakt God nieuwe stenen tafelen voor hem met de tien geboden erop.

Ook ontvangt Mozes de opdracht om een heiligdom, de tabernakel, te bouwen. Hij ontvangt aanwijzingen voor de inrichting van deze tabernakel. Zo moet hij onder andere een gouden ark en een brandoffer altaar maken.

 

 

de 10 geboden

de 10 geboden

 

pasteltekening van John Astria

 

 

.

De Rots te Horeb

.

Na hun tocht door de Sinaï woestijn  komen de Israëlieten zonder water te zitten  water en begonnen tegen Mozes  te morren, hij was zelfs bang dat ze hem zouden stenigen (Exodus 17:4). God gaf dan aan Mozes de opdracht om met zijn staf op een rots te slaan om een bron te laten ontspringen. Mozes deed dit en er vloeide het water uit de rots.

In Numeri 20:2-13 wordt het verhaal enigszins anders verteld. Daar moet Mozes tot de rots spreken nadat hij eerst het volk heeft bijeengeroepen. Maar in plaats van tot de rots te spreken sloeg Mozes er twee keer op met zijn staf, wat de bron deed ontspringen. En omdat Mozes niet gehoorzaamd had aan God kreeg hij de boodschap dat hij het Beloofde Land niet zou bereiken.

.

Zie, Ik zal daar voor u op de rots in Horeb staan, en gij zult de rots slaan, en er zal daar water uitkomen, opdat het volk kan drinken. En Mozes deed zo voor de ogen van de oudsten van Israël. …. Exodus 17:6

.

Net over de westzijde van de bergketen, tegenover het Heilige Gebied, is een gebied dat over een ongelooflijke, vijf tot zes verdiepingen hoge rots beschikt hoog op een heuvel die ongeveer 60 meter hoog is. Deze rots is doormidden gesplitst en vertoont het patroon van water-erosie en het bewijs dat vele beken van daaruit vertrokken, in verschillende richtingen.

 

 

horeb

De splitsing in de rots waar water uitkwam

.

 

.

Elim Twaalf waterbronnen, en zeventig palmbomen; en zij legerden daar.

.

Hierna kwamen ze in Elim, een plaats met twaalf waterbronnen en zeventig dadelpalmen. Daar sloegen ze bij het water hun tenten op. Exodus 15: 27

.

Tijdens het verkennen van de site in 1985 met Samran en zijn werkvolk, vonden ze zeer grote putten, die maar een paar centimeter boven de grond uitkwamen. Ze vormden een lijn die zich langs het meer uitstrekte, het “heilige gebied” begrenzend.

 

 

12 waterbronnen van Elim

12 waterbronnen van Elim

.

Mozes terug keert roept hij het volk bijeen en legt hij hun de regels uit die hij van God ontvangen heeft. Deze gaan onder andere over de sabbatsrust. Ook bevatten deze hoofdstukken een uitleg van de bouw en inkleding van de tabernakel en de manier waarop de priesters zich moesten kleden.

Toen de tabernakel af was werd deze gevuld door de majesteit van God. Dit was zichtbaar door een wolk. Als de wolk stilstond, dan sloegen de Israëlieten daar hun kamp op. Als de wolk verder trok, dan ging het volk daar achteraan. Alzo ging de Exodus verder noordwaarts naar het Beloofde Land Kanaän te Israël.

 

 

.

Manna

.

Manna, ook genoemd man, is het voedsel waarmee God zijn volk spijsde tijdens de veertigjarige reis door de woestijn, op weg van Egypte naar het Beloofde Land. Het woord manna betekent letterlijk “Wat is dat?”, omdat de Israëlieten dat vroegen toen ze de spijs voor het eerst zagen.

.

Ex 16:4 Toen zei de HEERE tegen Mozes: Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen. Het volk moet eropuit gaan en de per dag benodigde [hoeveelheid] verzamelen, zodat Ik het op de proef kan stellen of het naar Mijn wet wandelt of niet.

Ex 16:15 Toen de Israëlieten dat zagen, zeiden zij tegen elkaar: Wat is dat? Want zij wisten niet wat het was. Mozes zei tegen hen: Dit is het brood dat de HEERE u te eten gegeven heeft.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

John Astria

De twaalf apostelen.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De twaalf Apostelen

.

Het is een welsprekende getuigenis van de bekoring en de rechtschapenheid van het aardse leven van Jezus dat, hoewel hij de verwachtingen van zijn apostelen herhaaldelijk de bodem insloeg en niets heel liet van enig eerzuchtig streven naar persoonlijke verheffing, slechts één hem heeft verlaten. De apostelen leerden van Jezus over het koninkrijk des hemels. Deze twaalf mannen vertegenwoordigden vele verschillende typen menselijk temperament, en zij waren niet eender geworden door hun scholing.

Men mag zich niet vergissen door de apostelen als volkomen onwetend en onontwikkeld te beschouwen. Met uitzondering van de tweelingbroers Alfeüs ( Jacobus  en Judas, zonen van Alfeüs ) hadden zij allen de synagoge scholen doorlopen, waar zij grondig waren opgeleid in de Hebreeuwse geschriften en in veel van de gangbare kennis van die tijd.

Zeven van hen hadden de synagoge scholen in Kafarnaüm afgelopen, en betere Joodse scholen waren er in heel Galilea niet. Als in uw geschriften over deze boodschappers van het koninkrijk gesproken wordt als ‘onwetenden en onder ontwikkelden,’ was dit om het idee over te brengen dat ze leken waren, niet onderricht in de traditionele kennis van de rabbijnen en niet opgeleid in de methoden van de rabbijnse interpretatie van de Schrift.

Het ontbrak hun aan zogenaamd hoger onderwijs. In de moderne tijd zouden ze zeker als onontwikkeld worden beschouwd, en in bepaalde kringen van de samenleving zelfs als onbeschaafd.

 

.

 

De namen en bijnamen van de apostelen,

hieronder in alfabetische volgorde genoemd,

hebben de volgende betekenissen.

 

.

  • 1: Andreas = mannelijk, dapper: broer van Simon Petrus
  • 2: Bartholomeüs = zoon van Tolmai : wordt ook Nathanaël genoemd
  • Didymus = tweeling
  • 3: Filippus = liefhebber van paarden
  •  Iskariot = man van de stad Kerioth.
  • Jacobus – 4: zoon van Zebedeüs en broer van Johannes                                                                                 Jacobus – 5: zoon van Alfeüs,tweelingbroer van Judas; wordt                                                                                             ook Lebbeüs of Thaddeüs genoemd
  • Jacobus= hij die de hielen vasthoudt
  • 6: Johannes = Jahweh is genadig: broer van Jacobus
  • Judas – 7 : zoon van Alfeüs, tweelingbroer van Jacobus                                                                               Judas – 8 : Judas Iskariot
  • Judas = Godlof, hij zal geprezen worden
  • Kananiet = ijveraar
  • Lebbeüs = een man met hart
  • Levi = verbonden, ‘gehecht ben ik’ (Gen. 29:34)
  • 9: Mattheüs = gave van Jahweh: ook Levi genoemd
  • Nathanaël = door God gegeven, gave van God
  • 10:Simon Petrus = rotsblok: broer van Andreas
  • 11: Simon de Zeloot
  • 12: Thomas de twijfelaar
  • Simon = gehoord
  • Thaddeüs = ruimhartig, moedig
  • Thomas = tweeling
  • Zeloot = ijveraar

 

nota :

1:) De evangelist Lucas was  een Syriër uit Antiochië en was van beroep arts. Hij werd leerling van de apostelen en later volgde hij Paulus in het martelaarschap. Na de Heer voortdurend, ongehuwd en kinderloos, te hebben gediend, stierf hij, vervuld van de Heilige Geest op 84-jarige leeftijd.

2:) Marcus de evangelist is volgens de traditie de auteur van het evangelie van Marcus. Hij is ook de stichter van de Kerk van Alexandrië, één van de vier oorspronkelijke zetels in het christendom. Hij was oorspronkelijk geen apostel.

 

 

.

1. Andreas, de eerst gekozene

.

Andreas, het hoofd van het korps der apostelen van het koninkrijk, was in Kafarnaüm geboren. Hij was de oudste uit een gezin met vijf kinderen – hijzelf, zijn broer Simon en drie zusters. Toen hij apostel werd, was Andreas ongetrouwd, maar hij woonde bij zijn getrouwde broer Simon Petrus. Beiden waren vissers en compagnons van Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs.

Toen hij in het jaar 26 als apostel werd gekozen, was Andreas drie en dertig jaar en de oudste der apostelen. Hij was de begaafdste van de twaalf. In bijna alle denkbare bekwaamheden kon hij het opnemen tegen zijn mede-apostelen, behalve op het punt van welsprekendheid.

Jezus heeft Andreas nooit een bijnaam gegeven die ze onder elkaar gebruikten. Maar zoals de apostelen Jezus al spoedig Meester gingen noemen, gaven ze Andreas een naam die overeenkwam met Baas. Andreas was een goed organisator, maar een nog beter bestuurder. Hij was een van de vier apostelen die tot de kring van vertrouwelingen behoorden.

Tot het laatst toe bleef Andreas de deken van het korps der apostelen. Andreas was nooit een indrukwekkend prediker was, maar hij bracht als de eerst gekozen apostel onmiddellijk zijn broer Simon bij Jezus, die later één van de grootste predikers van het koninkrijk werd.

Of Jezus nu persoonlijk onderricht gaf aan de apostelen of dat hij predikte tot de menigte, Andreas was gewoonlijk goed op de hoogte van wat er zich om hem heen afspeelde.Hij besliste prompt in alle zaken die hem voorgelegd werden, tenzij hij vond dat het probleem zijn bevoegdheid te boven ging, in welk geval hij het rechtstreeks aan Jezus voorlegde.

Andreas en Petrus waren zeer verschillend van karakter en temperament, maar tot hun blijvende eer dient gezegd te worden dat ze het voortreffelijk samen konden vinden. Andreas was nooit jaloers op de welsprekendheid van Petrus. Zelden ziet men een oudere man van Andreas’ type zulk een diepgaande invloed uitoefenen op een jongere, getalenteerde broer.

Andreas en Petrus gaven nooit het minste blijk van jaloezie op elkaars gaven of prestaties. Andreas en Petrus vormden de uitzondering op de regel, en bewezen dat zelfs broers in vrede kunnen samenleven en effectief kunnen samenwerken.

Na Pinksteren was Petrus een beroemdheid, maar de oudere Andreas ergerde zich er nooit aan dat hij gedurende zijn gehele verdere leven aan anderen werd voorgesteld als ‘de broer van Simon Petrus.’ Van alle apostelen had Andreas de beste kijk op mensen. Hij wist dat er problemen broeiden in het hart van Judas Iskariot, ook toen geen van de anderen nog vermoedde dat er iets mis was met hun penningmeester.

De grote dienst die Andreas aan het koninkrijk bewees, was dat hij Petrus, Jakobus en Johannes van advies diende bij het uitkiezen van de eerste zendelingen die uitgezonden werden om het evangelie te verkondigen,

Al heel spoedig na de hemelvaart van Jezus begon Andreas een persoonlijk verslag te schrijven van veel van de uitspraken en handelingen van zijn vertrokken Meester. Na de dood van Andreas werden er meerdere afschriften van dit persoonlijke verslag gemaakt en deze circuleerden vrijelijk onder de eerste leraren van de christelijke kerk.

Andreas was een man met een helder inzicht, een logisch denker, die vastberaden was in zijn beslissingen en wiens grote sterkte van karakter bestond in zijn buitengewone stabiliteit. De handicap van zijn temperament was zijn gebrek aan enthousiasme.

Alle apostelen hielden van Jezus, maar het blijft een feit dat elk van de twaalf zich tot hem aangetrokken voelden vanwege een bepaalde trek van zijn persoonlijkheid die die betrokken apostel in het bijzonder aansprak. Andreas bewonderde Jezus omdat hij altijd oprecht was, om zijn ongekunstelde waardigheid.

Toen de apostelen uiteindelijk uit Jeruzalem verdreven en verstrooid werden door de latere vervolgingen, reisde Andreas door Armenië, Klein-Azië en Macedonië, en werd, nadat hij vele duizenden het koninkrijk had binnengeleid, ten slotte gevangen genomen en gekruisigd in Patrai in Achaea.

Twee volle dagen duurde het voordat deze stoere man aan het kruis de geest gaf en al deze tragische uren bleef hij op indrukwekkende wijze de blijde boodschap van het heil van het koninkrijk des hemels verkondigen.

.

 

Andreas

Andreas

 

.

 

2. Simon Petrus

.

Toen Simon Petrus zich bij de apostelen aansloot, was hij dertig jaar. Hij was getrouwd, had drie kinderen, en woonde in Betsaïda, dicht bij Kafarnaüm. Zijn broer Andreas en zijn schoonmoeder woonden bij hem in. Petrus en Andreas waren beiden vissers en compagnons van de zonen van Zebedeüs.

De Meester kende Simon al enige tijd voordat Andreas hem als de tweede apostel voorstelde. Toen Jezus Simon de naam Petrus gaf, glimlachte hij daarbij: hij was een beetje als bijnaam bedoeld. Simon stond bij al zijn vrienden immers bekend als een veranderlijk en impulsief mens.

Simon Petrus was een impulsief man, een optimist. Hij raakte voortdurend in moeilijkheden omdat hij steeds sprak zonder eerst na te denken. Dit soort onbezonnen optreden bracht ook al zijn vrienden en metgezellen telkens weer in moeilijkheden, en maakte ook dat de Meester hem vele malen mild berispte.

Petrus sprak zeer gemakkelijk, welsprekend en indrukwekkend. Hij was van nature ook een inspirerend leider van mensen, iemand die snel, doch niet diep kon denken. Hij stelde vele vragen, meer dan alle apostelen samen, en hoewel deze vragen merendeels goed en ter zake waren, waren vele andere ondoordacht en dwaas. Petrus’ denken ging niet erg diep, maar hij wist tamelijk goed wat er in hemzelf omging.

De eigenschap die Petrus het meest in Jezus bewonderde, was zijn verheven mildheid. Petrus kreeg er nooit genoeg van om na te denken over de verdraagzaamheid van Jezus. Nimmer vergat hij de les over het vergeven van degene die tegen u zondigt, niet slechts zeven keer, maar zevenenzeventig keer.

Het was bedroevend dat Simon Petrus zo wisselvallig was: hij kon plotseling van het ene uiterste in het andere vervallen. Eerst weigerde hij om Jezus zijn voeten te laten wassen en toen hij het antwoord van de Meester gehoord had, smeekte hij om helemaal gewassen te worden.

Maar alles bij elkaar genomen, wist Jezus dat de fouten van Petrus slechts met zijn hoofd te maken hadden, niet met zijn hart. Petrus hield werkelijk en waarlijk van Jezus. En toch, ondanks deze enorm sterke toewijding, was hij zo onstandvastig en veranderlijk, dat hij door de plagerijen van een dienstmeisje zijn Heer en Meester verloochende.

Hij was de eerste van de apostelen die van ganser harte beleed dat Jezus een menselijke en een goddelijke natuur in zich verenigde, en de eerste – op Judas na – die hem verloochende. Petrus was niet zozeer een dromer, maar het kostte hem moeite af te dalen uit de wolken van zijn vervoering en enthousiasme.

In het volgen van Jezus, zowel letterlijk als figuurlijk, liep hij òf aan het hoofd van de stoet òf hij sleepte zich achteraan voort. Hij deed meer voor de vestiging van het koninkrijk en het uitzenden van de boodschappers van het koninkrijk naar de einden der aarde dan enig ander mens in het tijdsbestek van één generatie.

Na zijn onbezonnen verloocheningen van de Meester hervond hij zichzelf en was de eerste om weer terug te keren naar de visnetten, terwijl de apostelen nog talmden en trachtten te bedenken wat er na de kruisiging diende te gebeuren.

Toen hij er geheel van verzekerd was dat Jezus hem had vergeven brandde het vuur van het koninkrijk met zo’n gloed in zijn ziel, dat hij een groot, reddend lichtbaken werd voor duizenden die in duisternis wandelden.

Nadat Petrus Jeruzalem had verlaten maakte hij vele, verre reizen, waarbij hij alle kerken bezocht, van Babylon tot Korinte toe. Hij bezocht en diende zelfs vele kerken die door Paulus waren gesticht. Hoewel Petrus en Paulus veel verschilden in temperament en opleiding, en zelfs in hun theologische opvattingen, werkten zij in latere jaren harmonisch samen ten behoeve van de opbouw van de kerken.

Petrus volhardde echter in de fout dat hij trachtte de Joden ervan te overtuigen dat Jezus per slot van rekening toch de werkelijke, ware Joodse Messias was.

De echtgenote van Petrus was een zeer bekwame vrouw. Toen Petrus uit Jeruzalem werd verdreven, vergezelde zij hem op al zijn reizen naar de kerken, alsmede op al zijn zendingstochten. En op de dag dat haar vermaarde echtgenoot stierf, werd zij in de arena van Rome voor de wilde dieren geworpen.

Zo trok deze man, Petrus, er vanuit Jeruzalem op uit om met kracht en glorie de blijde boodschap van het koninkrijk te verkondigen, totdat zijn dienst was volbracht; en hij achtte zich hogelijk geëerd toen zijn overweldigers hem mededeelden dat hij moest sterven zoals zijn Meester was gestorven – aan het kruis. En aldus werd Simon Petrus in Rome gekruisigd.

.

 

Simon Petrus

Simon Petrus

.

.

 

3. Jakobus Zebedeüs

.

Jakobus, de oudste van de twee apostel-zonen van Zebedeüs, aan wie Jezus de bijnaam ‘zonen des donders’ gaf, was dertig jaar toen hij apostel werd. Hij was getrouwd, had vier kinderen en woonde dichtbij zijn ouders in Betsaïda, aan de rand van Kafarnaüm. Hij was visser en oefende samen met zijn jongere broer Johannes dit beroep uit .

Deze bekwame apostel had een tegenstrijdig temperament. Hij kon opvliegend zijn wanneer daarvoor een goede aanleiding was, en wanneer de storm voorbij was, rechtvaardigde en verontschuldigde hij zijn boosheid steeds door voor te wenden dat zij niet meer dan een manifestatie van gerechtvaardigde verontwaardiging was geweest.

Afgezien van deze periodieke uitbarstingen van woede, kwam de persoonlijkheid van Jakobus veel overeen met die van Andreas. Hij bezat niet de tact van Andreas, maar hij was een veel beter redenaar. Na Petrus was Jakobus de beste spreker van de twaalf.

Hoewel Jakobus zeker niet humeurig was, kon hij de ene dag stil en zwijgzaam zijn en de volgende dag een vlot prater en verteller. Met Jezus sprak hij gewoonlijk vrijuit, maar te midden van de twaalf was hij soms dagenlang zwijgzaam.

Van alle twaalf had hij het meeste begrip van de werkelijke draagwijdte en betekenis van Jezus’ onderricht. In het eerst duurde het ook bij hem lang eer hij de bedoeling van de Meester begreep, doch voordat hun opleiding was voltooid, had hij zich een uitstekend begrip van de boodschap van Jezus verworven.

Ofschoon Jakobus en Johannes ook hun moeilijkheden hadden wanneer zij trachtten samen te werken, was het inspirerend te zien hoe goed zij met elkaar overweg konden. Maar hoe vreemd het ook moge lijken, deze twee zonen van Zebedeüs waren veel verdraagzamer jegens elkander dan jegens vreemden.

Het waren deze ‘zonen des donders’, die vuur uit de hemel wilden laten neerdalen om de Samaritanen te vernietigen die de euvele moed hadden geen respect voor hun Meester te tonen. Doch de vroegtijdige dood van Jakobus veranderde het opvliegende temperament van zijn jongere broer Johannes in sterke mate.

De kenmerkende eigenschap die Jakobus het meest in Jezus bewonderde, was de meevoelende genegenheid van de Meester. De belangstelling en het begrip van Jezus voor klein en groot, voor rijk en arm, oefenden een sterke aantrekkingskracht op hem uit.

Jakobus Zebedeüs  behoorde met Andreas tot de nuchtersten van de apostolische groep. Hij was een energiek man, maar nooit gehaast. Hij was een uitstekend tegenwicht voor Petrus.

Hij was bescheiden en niet theatraal, was dagelijks tot dienen bereid, werkte zonder pretenties en streefde geen bijzondere beloning na toen hij eenmaal iets van de werkelijke betekenis van het koninkrijk begreep.

Jacobus en zijn broer Johannes waren zich bewust van de gevaren die met de veronderstelde opstand van de Meester tegen het Romeinse gezag gepaard gingen, en zij waren ook bereid de prijs daarvoor te betalen. Toen Jezus hun vroeg of zij bereid waren de beker te drinken, antwoordden zij bevestigend.

Jakobus was de eerste der apostel die het martelaarschap onderging, en werd al vroeg door Herodes Agrippa met het zwaard ter dood gebracht. Herodes vreesde de vastberadenheid van Jacobus. Aldus werd Jakobus de eerste van de twaalf die zijn leven gaf in de nieuwe frontlinie van het koninkrijk.

Jakobus had een lang en rijk leven, en toen het einde kwam, gedroeg hij zich zo waardig en standvastig, dat zelfs degene die hem had beschuldigd en aangebracht en bij zijn veroordeling en terechtstelling aanwezig was, daar zo door werd getroffen, dat hij heensnelde van de plaats waar Jakobus was gestorven, om zich bij de discipelen van Jezus aan te sluiten.

.

 

Jacobus Zebedeüs

Jacobus Zebedeüs

 

.

 

4. Johannes Zebedeüs

.

Toen hij apostel werd, was Johannes vierentwintig jaar en de jongste van de twaalf. Hij was ongetrouwd en woonde bij zijn ouders in Betsaïda; hij was visser en werkte samen met zijn broer Jakobus.  Zowel voordat hij apostel werd als nadien, trad Johannes op als de persoonlijke zaakwaarnemer van Jezus bij de zorg voor de familie van de Meester, en hij bleef deze verantwoordelijkheid dragen zolang Maria, de moeder van Jezus, leefde.

Aangezien Johannes de jongste van de twaalf was en zo nauw verbonden met Jezus in diens familie-aangelegenheden, was de Meester zeer op hem gesteld, maar wij kunnen niet naar waarheid zeggen dat Johannes ‘de discipel was dien Jezus liefhad.’ Jezus hield van elke apostel evenveel.

Petrus, Jakobus en Johannes waren spoedig nadat zij apostelen waren geworden, aangesteld als persoonlijke adjudanten en helpers van Jezus. Om  te zorgen voor de dagelijkse behoeften van Jezus koos Andreas daarvoor de drie apostelen, die direct na hem tot apostel waren gekozen. Daarom wees hij onmiddellijk Petrus, Jakobus en Johannes aan om voortaan voor Jezus beschikbaar te zijn.

Johannes Zebedeüs had vele beminnelijke karaktertrekken, maar een niet zo beminnelijke trek was zijn goed verborgen gehouden eigendunk. Zijn lange omgang met Jezus bracht vele en grote veranderingen in zijn karakter teweeg. Zijn eigenwaan nam aanzienlijk af, doch toen hij oud en min of meer kinds was geworden, keerde deze zelfachting in zekere mate terug.

Johannes beschouwde zichzelf als de ‘discipel dien Jezus liefhad’, want hij wist heel zeker dat hij de discipel was op wie Jezus zo dikwijls rekende.         Misschien was hij een klein beetje verwend omdat hij de jongste in het gezin van zijn vader en de jongste van de groep der apostelen was.

De kenmerkende eigenschappen van Jezus die Johannes het meest waardeerde, waren de liefde en onzelfzuchtigheid van de Meester; deze eigenschappen maakten zulk een indruk op hem, dat zijn gehele verdere leven werd beheerst door het gevoel van liefde en broederlijke toewijding. Deze ‘zoon des donders’ werd de ‘apostel der liefde’. Zijn bekende woorden waren: ‘Kinderkens, hebt elkander lief.’

Johannes was een man van weinig woorden, behalve wanneer men hem boos maakte. Hij dacht veel na maar zei weinig.  Johannes had nog een andere kant die men niet bij deze stille, introspectieve man zou verwachten aan te treffen. Hij was enigszins dweepziek en buitengewoon onverdraagzaam. Toen Johannes enige vreemdelingen ontmoette die in Jezus’ naam onderrichtten, verbood hij hun dit prompt.

Johannes was moedig, koelbloedig en dapper, zoals weinigen van de andere apostelen. Hij was de apostel die in de nacht van de arrestatie aldoor met Jezus meeging en zijn Meester waagde te vergezellen, zelfs tot in de kaken van de dood. Johannes zat gewoonlijk aan de rechterhand van Jezus wanneer de twaalf samen aten.

Hij was de eerste van de twaalf die werkelijk en ten volle in de opstanding geloofde, en hij was de eerste die de Meester herkende toen deze na de opstanding aan de oever van het meer bij hen kwam. Jaren na de marteldood van Jakobus trouwde Johannes met de weduwe van zijn broer. De laatste twintig jaar van zijn leven werd hij verzorgd door een liefdevolle kleindochter.

Johannes werd meermalen gevangen gezet en werd voor een periode van vier jaar verbannen naar het eiland Patmos, tot er een andere keizer in Rome aan de macht kwam. Tijdens zijn tijdelijke ballingschap op Patmos schreef Johannes het Boek der Openbaring, dat men nu in sterk verkorte en verminkte vorm kent.

Dit Boek der Openbaring bevat de overgebleven fragmenten van een grote openbaring, waarvan grote gedeelten verloren gingen en andere gedeelten werden weggelaten, nadat Johannes haar op schrift had gesteld. Het is slechts in fragmentarische en verminkte vorm bewaard gebleven.

Johannes gaf zijn medewerker Natan in Efeze de opdracht om het zogeheten ‘Evangelie naar Johannes’ te schrijven toen hij negenennegentig jaar oud was. Van alle twaalf apostelen werd Johannes Zebedeüs uiteindelijk de eminente theoloog. Hij stierf een natuurlijke dood in a.d. 103 in Efeze, toen hij honderd en één jaar oud was.

 

.

Johannes Zebedeüs

Johannes Zebedeüs

 

.

 

5. Filippus de weetgierige

.

Filippus was de vijfde die tot apostel gekozen werd, daartoe geroepen toen Jezus en zijn eerste vier apostelen onderweg waren van de verzamelplaats van Johannes bij de Jordaan naar Kana in Galilea. Jezus zei: ‘Volg mij,’ en  Filippus werd zo een apostel.

Filippus was zevenentwintig jaar toen hij zich bij de apostelen aansloot.Kort daarvoor was hij getrouwd, maar kinderen had hij nog niet. De bijnaam die de apostelen hem hadden gegeven betekende ‘weetgierigheid’. Hij was niet zozeer onintelligent, maar het ontbrak hem aan verbeeldingskracht. Dit gebrek aan verbeeldingskracht was de grote zwakheid in zijn karakter.

Toen de apostelen zich organiseerden en ieder een speciale taak kreeg toegewezen, werd Filippus tot hofmeester aangesteld. Het was zijn taak te zorgen dat zij altijd voldoende proviand hadden.

De verwanten van Filippus waren vissers. Filippus was niet een man van wie men grote dingen kon verwachten, maar hij was iemand die gewone dingen op grootse wijze kon doen, goed en op bevredigende wijze. Slechts enkele malen in die vier jaar slaagde hij er niet in voldoende voedsel voorhanden te hebben om in aller behoeften te voorzien.

De sterke kant van Filippus was zijn methodische betrouwbaarheid; de zwakke kant van zijn natuur was zijn volslagen gebrek aan verbeeldingskracht. Er waren zeer velen van zulke mannen en vrouwen onder de menigten, die naar het onderricht en de prediking van Jezus kwamen luisteren, en zij werden zeer bemoedigd als zij zagen dat iemand zoals zijzelf tot zulk een eervolle positie onder de raadslieden van de Meester was verheven.

De eigenschap van Jezus die Filippus speciaal en voortdurend bewonderde, was zijn onuitputtelijke generositeit. Nooit vond Filippus iets in Jezus dat benepen, vrekkig of inhalig was, en hij had een diepe verering voor deze steeds aanwezige en onuitputtelijke vrijgevig heid.

De persoonlijkheid van Filippus was weinig indrukwekkend. Vaak aarzelde hij niet om de Meester midden in een van zijn meest diepgaande verhandelingen te onderbreken, om een ogenschijnlijk dwaze vraag te stellen. Jezus berispte hem echter nooit voor zo’n onbedachtzaamheid; hij had geduld met hem Boven alles stelde Jezus belang in mensen, mensen van allerlei aard.

Filippus kwam door de moeilijke tijd van de dood van de Meester heen, nam deel aan de reorganisatie van de twaalf, en was de eerste die uittrok om buiten de onmiddellijk Joodse gelederen zielen te winnen voor het koninkrijk, waarbij hij zeer veel resultaat had in zijn werk voor de Samaritanen en ook in al zijn latere arbeid ten behoeve van het evangelie.

De vrouw van Filippus raakte actief betrokken in het evangelisatiewerk van haar echtgenoot nadat zij uit Jeruzalem waren gevlucht vanwege de vervolgingen. Zijn vrouw kende geen vrees. Zij stond aan de voet van het kruis van Filippus om hem aan te moedigen de blijde boodschap zelfs aan zijn moordenaars te verkondigen.

Toen zijn krachten het begaven, begon zij te verhalen van de verlossing door het geloof in Jezus, en werd pas tot zwijgen gebracht toen de woedende Joden op haar aanstormden en haar stenigden. Hun oudste dochter, Leah, zette hun arbeid voort en werd later de vermaarde profetes van Hiërapolis.

.

 

Filippus

Filippus

 

.

 

6. De eerlijke Natanael ( Bartholomeüs )

.

Natanael, de zesde en laatste van de apostelen die door de Meester zelf waren uitgekozen, werd door zijn vriend Filippus naar Jezus gebracht.

Toen Natanael zich bij de apostelen aansloot, was hij vijfentwintig jaar en op één na de jongste van de groep. Hij was de jongste uit een gezin van zeven, ongetrouwd, en de enige kostwinner voor zijn bejaarde, zwakke ouders, bij wie hij woonde te Kana. Van de twaalf hadden Natanael en Judas Iskariot de beste opleiding genoten.

Jezus zelf gaf Natanael geen bijnaam, doch de twaalf duidden hem al spoedig aan met termen die eerlijkheid en oprechtheid aangaven. Hij kende ‘geen bedrog’. De zwakte van zijn karakter school in zijn trots: hij was zeer trots op zijn familie, zijn stad, zijn reputatie en zijn volk, hetgeen allemaal prijzenswaardig is als het niet te ver gaat.

Natanael evenwel had de neiging om in zijn persoonlijke vooroordelen in uitersten te vervallen. Hij was geneigd zich een voorbarig oordeel te vormen over de mensen, gebaseerd op zijn eigen persoonlijke opinies. Hij veranderde snel van mening toen hij eenmaal Jezus in de ogen had gezien.

In veel opzichten was Natanael het excentrieke talent van de twaalf. Hij was de filosoof en dromer onder de apostelen. Jezus genoot er zeer van Natanael te horen praten zowel over ernstige zaken als over meer luchtige aangelegenheden. Natanael nam Jezus en het koninkrijk steeds ernstiger, maar zichzelf nam hij nooit serieus.

De apostelen hielden allen van Natanael en hadden respect voor hem, en hij kon uitstekend met hen overweg, behalve met Judas Iskariot. Judas vond dat Natanael zijn apostelschap niet serieus genoeg nam. Jezus wist dat en zei tegen Judas: ‘Judas, bedenk wat je doet; overschat je ambt niet. Wie van ons is competent een oordeel te vellen over zijn broeder? Het is niet de wil van de Vader dat zijn kinderen zich alleen maar met de ernst des levens bezig houden.’

Het was Natanaels taak om voor de gezinnen van de twaalf te zorgen. Het was voor de twaalf een hele geruststelling te weten dat het welzijn van hun gezinnen bij Natanael in veilige handen was. Natanael vereerde Jezus het meest om zijn verdraagzaamheid. Hij werd nooit moede de ruimheid van opvatting en het grootmoedig medegevoel van de Zoon des Mensen te overdenken.

De apostel ging naar Mesopotamië en India, waar hij de blijde boodschap van het koninkrijk verkondigde en gelovigen doopte. Zijn broeders hebben nooit te horen gekregen wat er van hun voormalige filosoof, dichter en humorist is geworden.  Natanael stierf in India.

.

 

Bartholomeüs

Bartholomeüs

 

.

 

7. Matteüs Levi

.

Matteüs, de zevende apostel, was door Andreas gekozen. Matteüs kwam uit een familie van belastingontvangers, of tollenaars, maar zelf was hij ontvanger bij de douane in Kafarnaüm, waar hij ook woonde. Hij was eenendertig jaar, getrouwd, en had vier kinderen. Hij was de enige van het korps der apostelen die enigszins bemiddeld was.

Andreas stelde Matteüs aan als de financiële vertegenwoordiger van de apostelen. Hij was een goed mensenkenner en een zeer doeltreffend propagandist. Men kan zich moeilijk een beeld vormen van zijn persoonlijkheid, doch hij was een zeer ernstig discipel.  Jezus gaf Levi nooit een bijnaam, maar zijn mede-apostelen spraken gewoonlijk over hem als ‘degene die het geld binnen kreeg.’

Levi’s sterkste punt was dat hij de beweging met geheel zijn hart was toegewijd. Dat hij, een tollenaar, door Jezus en zijn apostelen in hun midden was opgenomen, stemde de voormalige belastingontvanger geweldig dankbaar. De zwakheid van Matteüs was zijn kortzichtige en materialistische kijk op het leven. Doch naarmate de maanden verstreken, boekte hij in al deze zaken grote vooruitgang.

Het was de vergevensgezindheid van de Meester die Matteüs het meest waardeerde. Steeds opnieuw vertelde hij dat geloof het enig noodzakelijke was in de zaak van het vinden van God. Hij sprak bij voorkeur over het koninkrijk als ‘deze zaak van het vinden van God.’

Hij was een van de apostelen die uitvoerig aantekeningen maakte van de uitspraken van Jezus, en deze aantekeningen vormden de basis voor het verslag dat Isador later maakte van de woorden en handelingen van Jezus, welk verslag bekend is geworden onder de naam van het Evangelie naar Matteüs.

Matteüs was werkelijk een scherpzinnig politicus, doch hij was intens trouw aan Jezus, en ten volle toegewijd aan zijn taak om te zorgen dat de boodschappers van het komende koninkrijk over voldoende financiële middelen konden beschikken.

Matteüs ontving vrijwillige bijdragen van de gelovige discipelen en de rechtstreekse toehoorders bij het onderricht van de Meester, doch hij vroeg nooit openlijk om geld bij de menigten. Hij schonk praktisch heel zijn bescheiden vermogen aan het werk van de Meester en diens apostelen, maar zij hebben nooit iets van deze vrijgevigheid geweten, behalve Jezus die er alles van wist.

Als er wel eens een blijk van minachting voor de tollenaar aan de dag trad, voelde hij een vurig verlangen om zijn vrijgevigheid aan hen te onthullen, doch hij slaagde er altijd in zich stil te houden. Wanneer de geldmiddelen voor de lopende week minder waren dan de geschatte behoefte, sprak Levi dikwijls zijn eigen, persoonlijke middelen fors aan.

Hij besefte niet in het minst dat de Meester dit alles wist. De apostelen stierven allen zonder te weten dat Matteüs in zulk een aanzienlijke mate hun weldoener was geweest, dat hij praktisch geen cent meer bezat toen hij, nadat de vervolgingen waren begonnen, uittrok om het evangelie van het koninkrijk te verkondigen.

Toen deze vervolgingen de gelovigen dwongen Jeruzalem te verlaten, reisde Matteüs naar het noorden, en predikte het evangelie van het koninkrijk en doopte hen die geloofden. Het was  in Tracië, te Lysimachia, dat zekere ongelovige Joden samenspanden met de Romeinse soldaten om hem ter dood te brengen.

.

 

Mattheüs

Mattheüs

 

.

 

8. Tomas , de twijfelaar

.

Tomas was de achtste apostel, gekozen door Filippus. In latere tijden is hij bekend geworden als ‘Tomas de twijfelaar’, maar zijn mede-apostelen beschouwden hem helemaal niet als een chronische twijfelaar.

Toen Tomas zich bij de apostelen aansloot, was hij negenentwintig jaar, getrouwd, en had vier kinderen. Eerst was hij timmerman en metselaar geweest, maar sinds kort was hij visser geworden. Hij had weinig onderwijs genoten, doch hij had een scherp, logisch denkend verstand. Tomas was de enige van de apostelen die echt analytisch kon denken.

Tomas had thuis een niet erg gelukkige jeugd gehad. Bij het opgroeien ontwikkelde zich bij hem een zeer onaangename en twistzieke gezindheid. Tomas had ook een achterdochtige trek, die het zeer moeilijk maakte de vrede met hem te bewaren.

Hij was volkomen oprecht en ontegenzeggelijk waarheidlievend, maar hij was iemand die van nature altijd iets aan te merken had, en toen hij volwassen was, was hij een echte zwartkijker geworden. Zijn analytisch denken ging gebukt onder de vloek van achterdocht.

Door de omgang met de Meester begon de gehele gemoedsgesteldheid van Tomas te transformeren en dat had een grote verandering in zijn mentale reacties op zijn medemensen tot gevolg. In de organisatie van de twaalf was aan Tomas het opzetten en de organisatie van het reisplan toegewezen. Hij kon goed leiding geven en was een uitstekend zakenman, doch hij werd gehinderd doordat hij onderhevig was aan vele stemmingen.

Jezus had veel plezier in Tomas en voerde vele lange, persoonlijke gesprekken met hem. Zijn aanwezigheid onder de apostelen was een grote steun voor vele eerlijke twijfelaars en moedigde vele piekeraars aan om het koninkrijk binnen te gaan. Het feit dat Tomas tot de twaalf behoorde, gaf permanent te kennen dat Jezus zelfs oprechte twijfelaars liefhad.

Tomas vereerde zijn Meester vanwege diens buitengewoon evenwichtig karakter. Tomas ging steeds meer bewondering en verering voelen voor iemand die zo vol liefde en mededogen was en toch zo onbuigzaam rechtvaardig en fair. Van alle twaalf apostelen had hij waarschijnlijk het diepste verstandelijke inzicht in, en waardering voor de persoonlijkheid van Jezus.

In de beraadslagingen van de twaalf was Tomas altijd behoedzaam en bepleitte hij een beleid van veiligheid vóór alles, doch indien zijn voorzichtige houding verworpen of overstemd werd, was hij steeds de eerste om erop uit te gaan om het plan waartoe besloten was uit te voeren. Hij kon goed tegen zijn verlies. Hij wist van geen rancune en koesterde geen gevoelens van gekrenktheid.

Steeds weer verzette hij er zich tegen dat Jezus zich aan gevaar zou blootstellen, maar wanneer de Meester toch besloot zulke risico’s te nemen, was het altijd Tomas die de apostelen op de been bracht met zijn dappere woorden: ‘Kom kameraden, laten we gaan en met hem sterven.’

Tomas kende enkele zeer moeilijke dagen; hij was bij tijden melancholisch en terneergeslagen. Wanneer hij het diepst in de put zat, trachtte hij jammer genoeg steeds het rechtstreeks contact met Jezus te ontlopen. De Meester wist hier echter alles van en had begrip en medegevoel voor zijn apostel wanneer deze zo aan neerslachtigheid leed en door twijfel werd gekweld.

Tomas is het grote voorbeeld van een mens die twijfelt, deze twijfel onder ogen ziet en overwint. Hij had een groot verstand; hij was niet een kleingeestige haarklover. Hij was een logisch denker; hij was als het ware de lakmoesproef voor Jezus en zijn mede-apostelen.

Tomas maakte een tijd van beproeving door in de dagen van het proces en de kruisiging. Een tijdlang was hij diep wanhopig, doch hij vermande zich, bleef bij de apostelen, en was met hen aanwezig om Jezus aan het meer van Galilea te verwelkomen.

Na Pinksteren gaf hij wijze raad aan de apostelen en toen de vervolgingen de gelovigen verstrooiden, ging hij naar Cyprus, Kreta, de kust van Noord-Afrika, en Sicilië, waar hij de blijde boodschap van het koninkrijk predikte en hen die geloofden doopte.

Tomas ging voort met prediken en dopen tot hij door de agenten van het Romeinse bestuur gevangen werd genomen en op Malta ter dood werd gebracht. Nog maar enkele weken voor zijn dood was hij begonnen het leven en de leer van Jezus op schrift te stellen.

.

 

Thomas

Thomas

 

.

 

9. en 10. Jakobus en Judas Alfeüs

.

Jakobus en Judas, de zonen van Alfeüs, de tweelingbroers die vissers waren en dicht bij Keresa woonden, waren de negende en tiende apostelen. Zij werden uitgekozen door Jakobus en Johannes Zebedeüs. Ze waren zesentwintig jaar en getrouwd; Jakobus had drie kinderen en Judas twee.

Er valt niet veel over deze twee alledaagse vissers te vertellen. Zij hielden van hun Meester en Jezus hield van hen, maar zij onderbraken zijn verhandelingen nooit met vragen. Zij begrepen maar heel weinig van de filosofische discussies of de theologische debatten van hun mede-apostelen, doch zij verheugden er zich in dat zij bij deze groep machtige lieden behoorden.

Andreas gaf hun de taak om toezicht op de menigten te houden en de orde te handhaven. Tijdens de uren van prediking waren zij de voornaamste plaatsaanwijzers, en in feite deden zij in het algemeen alle dingen die voor de twaalf gedaan moesten worden en waren zij hun loopjongens.

De menigten van het gewone volk voelden zich zeer bemoedigd door het feit dat twee mannen zoals zijzelf de eer genoten een plaats te hebben onder de apostelen. Door het feit dat deze middelmatige tweelingbroers als apostelen waren aangenomen, waren zij het middel waardoor een schare van beschroomde gelovigen het koninkrijk binnenging.

Jakobus en Judas, die ook Taddeüs en Lebbeüs genoemd werden waren ‘de minsten van alle apostelen’; zij wisten dit en voelden zich er wel bij.

Jakobus Alfeüs hield speciaal van Jezus om de eenvoud van de Meester. Deze tweelingbroers konden het denken van de Meester niet begrijpen, maar zij voelden de warme band tussen henzelf en het hart van hun Meester.

Zij geloofden in Jezus. De tweelingbroers waren goedhartige, eenvoudige helpers, en iedereen hield van hen. Jezus heette deze jonge mannen met slechts één talent welkom en gaf hun ereposities in zijn persoonlijke staf in het koninkrijk, omdat er talloze miljoenen van zulke eenvoudige zielen op de wereld zijn, die hij evenzo wil verwelkomen in de actieve geloofsgemeenschap. Jezus ziet niet neer op het kleine, alleen maar op het kwaad en de zonde.

De tweelingbroers dienden getrouw tot aan het einde toe, tot aan de donkere dagen van het proces, de kruisiging, en de wanhoop. In hun hart verloren zij nooit het geloof in Jezus, en zij waren (op Johannes na) de eersten die in zijn wederopstanding geloofden. Zij konden echter de vestiging van het koninkrijk niet begrijpen. Kort nadat hun Meester was gekruisigd, keerden zij terug naar hun gezinnen en visnetten: hun werk was afgelopen.

.

 

Jacobus Alpheüs

Jacobus Alpheüs

 

.

 

Judas Alpheüs

Judas Alpheüs

 

.

 

11. Simon de Zeloot

.

Simon Zelotes, de elfde apostel, was door Simon Petrus uitgekozen. Hij was een bekwaam man van goede afkomst en woonde bij zijn familie in Kafarnaüm. Hij was achtentwintig jaar toen hij zich bij de apostelen aansloot. Hij was een vurig agitator en ook een man die veel sprak zonder erbij na te denken.

Simon Zelotes werd belast met de afleiding en ontspanning van de groep der apostelen, en hij was een zeer doeltreffend organisator van spelen en ontspanningsactiviteiten voor de twaalf.

Simons sterke zijde was zijn inspirerende trouw. Wanneer de apostelen een man of vrouw tegenkwamen die onzeker was en aarzelde het koninkrijk binnen te gaan, riepen zij gewoonlijk Simon erbij.

Simons grote zwakte was zijn materiële gezindheid. Van een Joodse nationalist kon hij niet snel veranderen in een geestelijk gezinde internationalist. Vier jaar was een te korte periode om een zulk een intellectuele en emotionele transformatie te bewerkstelligen, maar Jezus had altijd geduld met hem.

Wat Simon vooral zo in Jezus bewonderde was de kalmte van de Meester, zijn zekerheid, zijn rustige evenwichtigheid, en zijn onbegrijpelijke zelfbeheersing.

Ofschoon Simon een fanatiek revolutionair was, een onbevreesde stokebrand en agitator, beteugelde hij geleidelijk zijn vurige aard, totdat hij een krachtig en doeltreffend prediker werd van ‘Vrede op aarde en welgezindheid onder de mensen.’ Simon hield werkelijk van debatteren.

En wanneer het legalistische soort denken van de ontwikkelde Joden of de intellectuele spitsvondigheden van de Grieken aangepakt moesten worden, werd deze taak steeds aan Simon toegewezen.

Hij was rebels van nature,  maar Jezus won hem voor de hogere begrippen van het koninkrijk des hemels. Hij had zich altijd vereenzelvigd met de partij van het protest, maar nu sloot hij zich aan bij de partij van de vooruitgang, onbeperkte, eeuwige vooruitgang van geest en waarheid.

Simon was een man met sterke loyaliteiten en warme, persoonlijke gevoelens van toewijding, en hij koesterde een diepe genegenheid voor Jezus. De Meester had vele gesprekken met Simon, doch hij slaagde er nooit geheel in van deze vurige Joodse nationalist een internationalist te maken.

Jezus zei dikwijls tegen Simon dat het juist was om de sociale, economische en politieke orde te willen verbeteren, maar hij voegde er steeds aan toe: ‘Dit is niet de zaak van het koninkrijk des hemels. Wij moeten ons wijden aan het doen van de wil van de Vader.’ Dit alles was voor Simon moeilijk te begrijpen, maar geleidelijk begon hij iets te verstaan van de betekenis van het onderricht van de Meester.

Na de verstrooiing vanwege de vervolgingen in Jeruzalem, trok Simon zich tijdelijk terug. Hij was letterlijk verpletterd. Als een nationalistische patriot had hij zich uit respect voor de leer van Jezus overgegeven: nu was alles verloren. Hij was wanhopig, maar na enkele jaren vatte hij de moed weer op en ging uit om het evangelie van het koninkrijk te verkondigen.

Hij ging naar Alexandrië en trok stroomopwaarts langs de Nijl, tot in het hart van Afrika; overal verkondigde hij het evangelie van Jezus en doopte hij de gelovigen. Zo arbeidde hij verder totdat hij oud en zwak was geworden. En hij stierf en werd begraven in het hart van Afrika.

 

.

Simon de Zeloot

Simon de Zeloot

 

.

 

12. Judas Iskariot

.

Judas Iskariot, de twaalfde apostel, was door Natanael uitgekozen. Hij was geboren in Keriot, een klein stadje in het zuiden van Judea. Toen hij nog een jongen was, verhuisden zijn ouders naar Jericho, waar hij bleef wonen en gewerkt had in de verschillende commerciële ondernemingen van zijn vader, totdat hij zich ging interesseren in de prediking en het werk van Johannes de Doper.

Toen Natanael Judas te Tarichea tegenkwam, was hij bezig werk te zoeken bij een visdrogerij aan het uiteinde van het meer van Galilea. Hij was dertig jaar en ongetrouwd toen hij zich bij de apostelen aansloot.

Hij had waarschijnlijk de beste opleiding gehad van alle twaalf, en was de enige man uit Judea in de apostolische familie van de Meester. Judas had geen opmerkelijke karaktertrek van persoonlijke kracht, ofschoon hij naar buiten de indruk wekte beschaafd en goed opgevoed te zijn.

Andreas stelde Judas aan als penningmeester van de twaalf, een post waarvoor hij uitstekend geschikt was en tot de tijd dat hij zijn Meester verried, kweet hij zich eerlijk, trouw en zeer efficiënt van zijn taak.

Er was geen speciale karaktertrek van Jezus die Judas meer bewonderde dan de algeheel aantrekkelijke en bijzonder innemende persoonlijkheid van de Meester. Judas kon de vooroordelen die hij als man uit Judea koesterde jegens zijn metgezellen uit Galilea nooit achter zich laten: in gedachten keurde hij zelfs veel in Jezus af.  Hij was werkelijk van mening dat Jezus beschroomd was en enigszins bang om zijn macht en autoriteit te laten gelden.

Judas was een goed zakenman. Hij was werkelijk een uitmuntend administrateur, een vooruitziend en bekwaam financier. En hij was een vurig voorstander van organisatie. Geen van de twaalf had ooit kritiek op Judas. Voor zover zij konden zien was Judas Iskariot een penningmeester zonder weerga, een ontwikkeld man, een loyale (ofschoon soms kritische) apostel en in alle opzichten een groot succes.

De apostelen hielden van Judas. Hij moet geloofd hebben in Jezus, doch wij betwijfelen of hij de Meester werkelijk met geheel zijn hart liefhad. Geld zou nooit het motief geweest kunnen zijn voor zijn verraad van de Meester.

Judas was de enige zoon van onverstandige ouders. Hij was een verwend kind. Toen hij groter werd, had hij overdreven ideeën van zijn eigen belangrijkheid. Hij kon slecht tegen zijn verlies. Hij had eigenaardige, verwrongen ideeën over wat fair was: hij gaf zich over aan gevoelens van haat en achterdocht.

Hij was zeer bedreven in het verkeerd uitleggen van de woorden en daden van zijn vrienden. Zijn hele leven had Judas de gewoonte gekoesterd om het de mensen betaald te zetten als hij dacht dat ze hem slecht hadden behandeld. Aan zijn gevoel voor waarden en loyaliteit ontbrak het een en ander.

Voor Jezus was Judas een geloofsavontuur. Vanaf het begin begreep de Meester ten volle de zwakheid van deze apostel en besefte hij heel goed de gevaren die de opname van Judas in de gemeenschap met zich meebracht.

Doch het ligt in de natuur van de Zoon van God om ieder geschapen wezen de volle en gelijke kans te geven op behoud en overleving. Er zijn geen beperkingen en geen voorwaarden behalve het geloof van degene die komt.

Dit is nu juist de reden waarom Jezus Judas toestond tot aan het einde toe door te gaan, waarbij hij steeds al het mogelijke deed om deze zwakke, verwarde apostel te transformeren en te redden. Wanneer het licht echter niet in oprechtheid wordt ontvangen en er niet naar geleefd wordt, heeft het de neiging tot zielen duisternis te worden.

Judas slaagde er niet in voldoende persoonlijke vooruitgang te boeken in geestelijke ervaring. Judas ging steeds meer piekeren over zijn persoonlijke teleurstellingen en ten slotte viel hij ten prooi aan wrok. Zijn gevoelens waren dikwijls gekwetst en hij werd abnormaal achterdochtig ten aanzien van zijn beste vrienden, zelfs de Meester.

Weldra werd hij geobsedeerd door de gedachte het hun betaald te moeten zetten, zich, hoe dan ook, te moeten wreken, ja zelfs zijn metgezellen en zijn Meester te moeten verraden. Deze kwaadaardige en gevaarlijke gedachten namen echter pas vaste vorm aan, toen op een dag een dankbare vrouw een kostbare kruik wierook aan de voeten van Jezus uitstortte.

Dit vond Judas verspilling en toen zijn openlijk protest door Jezus zo radicaal werd afgewezen ten aanhoren van allen, werd het hem teveel. Vele malen had de Meester Judas zowel onder vier ogen als openlijk gewaarschuwd dat hij afgleed, doch goddelijke waarschuwingen zijn gewoonlijk vruchteloos in de aanpak van de verbitterde menselijke natuur.

Jezus deed al het mogelijke om te voorkomen dat Judas zou verkiezen de verkeerde weg te gaan. De grote proef kwam ten slotte. De zoon van wrok faalde. Hij gaf toe aan de verzuurde, lage ingevingen van een trots en wraakzuchtig innerlijk dat zijn eigen belangrijkheid schromelijk overschatte en stortte zich snel in verwarring, wanhoop en verdorvenheid.

Judas begon toen heimelijk met het verachtelijke, schaamteloze gekonkel om zijn Heer en Meester te verraden, om spoedig daarna dit infame plan ten uitvoer te brengen. Tijdens het uitwerken van zijn in woede ontworpen plannen van trouweloos verraad, had hij momenten van spijt en schaamte en in deze heldere tussenpozen bedacht hij lafhartig, als verdediging in zijn eigen denken, dat Jezus misschien wel op het laatste ogenblik zijn kracht zou laten gelden en zichzelf zou bevrijden.

Toen het  zondige karwei achter de rug was, stormde deze afvallige sterveling, die er zo gemakkelijk toe kwam zijn vriend voor dertig zilverlingen te verkopen ter bevrediging van zijn dorst naar wraak, naar buiten en pleegde zelfmoord.

De elf apostelen waren van afschuw vervuld, met stomheid geslagen. Jezus bezag de verrader slechts met medelijden. Het is de werelden moeilijk gevallen Judas te vergeven en in heel een uitgestrekt universum schuwt men zijn naam.

 

 

Judas Iskariot

Judas Iskariot

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 John Astria

John Astria

Bijbelteksten over Liefde

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

liefde tussen man en vrouw

 

Pasteltekening van John Astria

.

De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan.

1 Korintiërs 13:4-5 |

.

.
.

Alles wat u doet, moet u met liefde doen.

1 Korintiërs 16:14 |

.

.
.
Laat mij in de morgen uw liefde horen,
in u stel ik mijn vertrouwen,
wijs mij de weg die ik gaan moet,
mijn ziel verlangt naar u.
.
.
.
.
Mogen liefde en trouw je nooit verlaten,
wind ze om je hals,
schrijf ze in je hart.
God en de mensen zullen je genegen zijn
en je zult waardering ondervinden.
.
.
.

En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt.

.
.
.

Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem.

.
.
.

Wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde.

.
.
.

Wij hebben lief omdat God ons het eerst heeft liefgehad.

.
.
.

Heb elkaar vóór alles innig lief, want liefde bedekt tal van zonden.

.
.
.

Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.

.
.
.

Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde.

.
.
.

Laat uw liefde oprecht zijn. Verafschuw het kwaad en wees het goede toegedaan.

.
.
.

Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn.

.
.
.
Maar kan een vrouw haar zuigeling vergeten
of harteloos zijn tegen het kind dat zij droeg?
Zelfs al zou zij het vergeten,
ik vergeet jou nooit.
Ik heb je in mijn handpalm gegrift,
je muren staan mij steeds voor ogen.
.
.
.
.

Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals ik jullie heb liefgehad.

.
.
.

Mannen, heb uw vrouw lief, zoals Christus de kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven om haar te heiligen, haar te reinigen met water en woorden.

.
.
.

Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf.

.
.
.

Moge de Heer uw wil en verlangen richten op de liefde voor God en de standvastige trouw aan Christus.

.
.
.

Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden.

.
.
.

Als iemand zegt: ‘Ik heb God lief,’ maar hij haat zijn broeder of zuster, is hij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij nooit gezien heeft, liefhebben als hij de ander, die hij wel ziet, niet liefheeft.

.
.
.

Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.

.
.
.
Jij bent zo kostbaar in mijn ogen,
zo waardevol, en ik houd zo veel van je
dat ik de mensheid geef in ruil voor jou,
ja alle volken om jou te behouden.
.
.
.
.

Maar het is zoals geschreven staat: ‘Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie hem liefheeft.’

.
.
.
 .
 Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld.
.
.
.

De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden.

.
.
.

Moge de Heer uw liefde voor elkaar en ieder ander groter maken, zodat uw liefde even overvloedig wordt als onze liefde voor u.

.
.
.
Wie rechtvaardigheid en trouw nastreeft,
ontvangt leven, rechtvaardigheid en eer.
.
.
.
.

Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus.

.
.
.
Haat brengt ruzie voort,
liefde dekt alle fouten toe.
.
.
.
.

Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.

.
.
.

Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde.

.
.
.
.

Eenheid in de liefde

.

 

Pasteltekening van John Astria

.

.
.

Het op een na belangrijkste is dit: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.

.
.
.
Draag mij als een zegel op je hart,
als een zegel op je arm.
Sterk als de dood is de liefde,
beklemmend als het dodenrijk de hartstocht.
De liefde is een vlammend vuur,
een laaiende vlam.
.
.
.
.
De Heer heb ik lief, hij hoort
mijn stem, mijn smeken,
hij luistert naar mij,
ik roep hem aan, mijn leven lang.
.
.
.
.

Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.

.
.
.

Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal.

.
.
.
Zijn woede duurt een oogwenk,
zijn liefde een leven lang,
met tranen slapen we ’s avonds in,
’s morgens staan we juichend op.
.
.
.
.

Immers: Wie het leven liefheeft en gelukkig wil zijn, moet geen laster of leugens over zijn lippen laten komen, hij moet het kwaad uit de weg gaan en het goede doen, en voortdurend vrede nastreven.

.
.
.

Wees niet op uzelf gericht, maar op de ander.

.
.
.

Sta niemand toe dat hij vanwege je jeugdige leeftijd op je neerkijkt, maar wees voor de gelovigen een voorbeeld in wat je zegt, in je levenswijze, in liefde, geloof en zuiverheid.

.
.
.
Genadig is de Heer: wij zijn nog in leven! Zijn ontferming kent geen grenzen.
Elke morgen schenkt hij nieuwe weldaden. Veelvuldig blijkt uw trouw!
.
.
.
.

God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.

.
.
.
Liefdevol en genadig is de Heer,
hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.
.
.
.
.

Wees niet haatdragend. Als je iemand iets te verwijten hebt, roep hem dan ter verantwoording en laad niet omwille van een ander schuld op je door je te wreken of wrok te blijven koesteren. Heb je naaste lief als jezelf. Ik ben de Heer.

.
.
.

Barmhartigheid zij u, vrede en liefde, in overvloed.

.
.
.

Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden.

.
.
.

En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen.

.
.
.
Wat zal ons scheiden van de liefde van Christus? Tegenspoed, ellende of vervolging, honger of armoede, gevaar of het zwaard?
.
.
.
.

Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn – had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.

.
.
.
Maar jij, een dienaar van God, moet je hier verre van houden. Streef naar rechtvaardigheid, vroomheid, geloof, liefde, volharding en zachtmoedigheid.
.
.
.
.

De liefde berokkent uw naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde.

.
.
.
Overdag bewijst de Heer mij zijn liefde,
’s nachts klinkt een lied in mij op,
een gebed tot de God van mijn leven.
.
.
.
.

En ga de weg van de liefde, zoals Christus, die ons heeft liefgehad en zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God.

.
.
.
Toen ik dacht: Mijn voet glijdt weg,
hield uw trouw mij staande, Heer.
.
.
.
.

De wetgeleerde antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’

.
.
.

Dit is immers wat u vanaf het begin hebt horen verkondigen: dat we elkaar moeten liefhebben.

.
.
.

Houd de onderlinge liefde in stand en houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen.

.
.
.

Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft mij lief. Wie mij liefheeft zal de liefde van mijn Vader en mij ontvangen, en ik zal mij aan hem bekendmaken.

.
.
.

Geliefde broeders en zusters, als God ons zo heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben.

.
.
.

En hierin is Gods liefde ons geopenbaard: God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door hem zouden leven.

.
.
.

Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben.

.
.
.
.
.

De zondeloze Adam en Eva

 

Pasteltekening van John Astria

.

.
.

Heb de wereld en wat in de wereld is niet lief. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem.

.
.
.
Uw liefde is meer dan het leven,
mijn lippen zingen uw lof.
U wil ik prijzen, mijn leven lang,
roepend uw naam, de handen geheven.
.
.
.
.
U, Heer, bent goed en tot vergeving bereid,
uw trouw is groot voor ieder die u aanroept.
.
.
.
.

Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft.

.
.
.

Maar omdat God zo barmhartig is, omdat de liefde die hij voor ons heeft opgevat zo groot is, heeft hij ons, die dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt. Ook u bent nu door zijn genade gered.

.
.
.

Want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’

.
.
.

En wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede.

.
.
.

Broeders en zusters, wij moeten God altijd voor u danken. Het past ons dit te doen, omdat uw geloof sterk groeit en uw liefde voor elkaar groter wordt.

.
.
.

Iedereen die ik liefheb wijs ik terecht en bestraf ik. Zet u dus volledig in en breek met het leven dat u nu leidt.

.
.
.
Mijn zoon, een berisping van de Heer
mag je nooit terzijde schuiven,
zijn bestraffing moet je zonder afschuw ondergaan,
want de Heer straft wie hij liefheeft,
zoals een vader die houdt van zijn zoon.
.
.
.
.

‘Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.’

.
.
.

Jezus antwoordde: ‘Wanneer iemand mij liefheeft zal hij zich houden aan wat ik zeg, mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en ik zullen bij hem komen en bij hem wonen.’

.
.
.

Want: ‘Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, zet uw zinnen niet op wat van een ander is’ – deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’

.
.
.
Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen,
zo liefdevol is de Heer voor wie hem vrezen.
.
.
.
.

Als je mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden.

.
.
.

Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde.

.
.
.

Span daarom al uw krachten in om uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, uw deugdzaamheid met kennis, uw kennis met zelfbeheersing, uw zelfbeheersing met volharding, uw volharding met vroomheid, uw vroomheid met liefde voor uw broeders en zusters, en uw liefde voor uw broeders en zusters met liefde voor allen.

.
.
.
Hij heeft recht en gerechtigheid lief,
van de trouw van de Heer is de aarde vervuld.
.
.
.
.
Luister, Israël: de Heer, onze God, de Heer is de enige!
Heb daarom de Heer, uw God, lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten.
.
.
.
.
Ik vraag aan de Heer één ding,
het enige wat ik verlang:
wonen in het huis van de Heer
alle dagen van mijn leven,
om de liefde van de Heer te aanschouwen,
hem te ontmoeten in zijn tempel.
.
.
.
.

‘Ik heb hun uw naam bekendgemaakt en dat zal ik blijven doen, zodat de liefde waarmee u mij liefhad in hen zal zijn en ik in hen.’

.
.
.

We hebben dan ook dit gebod van hem gekregen: wie God liefheeft, moet ook de ander liefhebben.

.
.
.

Geliefde broeders en zusters, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God.

.
.
.

Wat ons drijft is de liefde van Christus, omdat we ervan overtuigd zijn dat één mens voor alle mensen is gestorven, waardoor alle mensen zijn gestorven, en dat hij voor allen is gestorven opdat de levenden niet langer voor zichzelf zouden leven, maar voor hem die voor de levenden is gestorven en is opgewekt.

.
.
.
Niet ons, Heer, niet ons,
geef uw naam alle eer,
om uw liefde, uw trouw.
.
.
.
.
Zij verkregen het land niet met het zwaard,
niet hun eigen kracht heeft hen gered,
maar uw rechterhand, uw arm,
het licht van uw gelaat. U had hen lief.
.
.
.
.
Halleluja!
Gelukkig de mens met ontzag voor de Heer en met liefde voor zijn geboden.
.
.

Maar wij zegevieren in dit alles glansrijk dankzij hem die ons heeft liefgehad.

.
.
.

Wat liefde is, hebben we geleerd van hem die zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters.

.
.
.

Je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf.

.
.
.
U, Heer,
u weigert mij uw ontferming niet,
uw liefde en uw trouw
zullen mij steeds bewaren.
.
.
.
.

Deze hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige Geest, die ons gegeven is.

.
.
.

Niet je kleren moet je scheuren, maar je hart. Keer terug tot de HEER, jullie God, want hij is genadig en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid.

.
.
.

In Christus Jezus is het volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is. Belangrijk is dat men gelooft en de liefde kent, die het geloof zijn kracht verleent.

.
.
.
Laat het licht van uw gelaat over mij schijnen,
toon uw trouw en red uw dienaar.
.
.
.
.

Tot slot, broeders en zusters, groet ik u. Beter uw leven, neem mijn vermaningen ter harte, wees eensgezind, leef in ​vrede​ met elkaar – dan zal de God van de ​liefde​ en de ​vrede​ met u zijn.

.
.
.

Hoe kan Gods ​liefde​ in iemand blijven die meer dan genoeg heeft om van te bestaan, maar zijn ​hart​ sluit voor een broeder of zuster die hij gebrek ziet lijden?

.
.
.

‘Pleeg geen ​moord, pleeg geen ​overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, toon eerbied voor uw vader en moeder, en ook: heb uw naaste lief als uzelf.’

.
.
.
.
.
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 

Leerstellingen in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 17 Grote leerstellingen van de bijbel

.

In dit hoofdstuk zullen we enkele grote leerstellingen van de Bijbel onderzoeken. Al deze woorden komen dikwijls voor in de Bijbel en in Bijbelstudies. Soms lezen we ze zo dikwijls, dat we niet meer gaan nadenken over wat ze betekenen. En het kan gevaarlijk zijn te vertrekken van een verkeerd of onduidelijk begrip van wat ze betekenen. Zelfs als we denken nogal goed te weten wat sommige van die woorden betekenen, is het geen slecht idee deze termen af en toe eens opnieuw van nabij te onderzoeken.. Het is altijd mogelijk iets meer erover te leren of ons huidig begrip ervan te verrijken.

 

.

A. HET AVONDMAAL

Zoals een officiële feestdag herinnert aan bijzondere gebeurtenissen, is het Avondmaal een herinneringsmaaltijd, waarbij de Christenen belangrijke gebeurtenissen uit het verleden herdenken (1 Korintiërs 11:23-26). Vandaag gebruiken Christenen het Avondmaal om te gehoorzamen aan Jezus’ verzoek en aldus Zijn dood op het kruis te herdenken. Het brood stelt het lichaam van Jezus voor en de wijn of druivensap Zijn bloed. Die gebeurtenissen worden herdacht, omdat het daardoor is dat God ons vergeven heeft en de Gemeente heeft opgericht. Drie andere punten zijn belangrijk.

  • Ten eerste, het Avondmaal is niet alleen een terugblik op Jezus’ dood. We eten het op de eerste dag van de week (Handelingen 20:7), de dag waarop Jezus uit het graf werd opgewekt (zie Opstanding). We weten dat Jezus opgewekt werd en nog altijd leeft en met die maaltijd verheerlijken we Zijn opstanding, zowel als Zijn dood.
  • Ten tweede, gebruiken de Christenen het Avondmaal samen. Wij zijn Gods familie en hebben elkaar lief (1 Korintiërs 10:17).
  • Ten derde, wanneer we het Avondmaal eten kijken we verlangend uit naar de tijd, wanneer Jezus zal terugkeren en bij Zijn familie zal zijn (1 Korintiërs 16:22).

 

 

laatste-avondmaal-pascha

 

.

 

B. CHRISTUS

Het woord ‘Christus’ komt van het Grieks, ‘christos’, dat betekent ‘gezalfde’ (zie Messias). Vroeger werden koningen en andere belangrijke mensen ‘gezalfd’ (1 Samuël 10:1, 16:1-13) om aan te tonen dat ze speciaal werden uitgekozen door God. Jezus wordt de Christus genoemd, omdat Hij Gods uitverkoren Zoon is, door wie God de wereld redt (Handelingen 10:38).

 

 

christus-de-gerechtigte

 

.

 

C. DE DOOP

Het woord ‘doop’ is de vertaling van het Grieks ‘baptizo’, dat betekent iets of iemand ‘in of onderdompelen in water.’ De eerste Christenen werden gedoopt – ondergedompeld in water – omdat ze Jezus Christus aanvaardden als Gods Zoon. De doop wordt toegepast om te gehoorzamen aan Jezus’ gebod te dopen (Mattheus 28:16-20 en Marcus 16:15-16). Door de doop, schenken we onszelf aan God en door onze daden bevestigen we dat we niet zelfzuchtig willen leven, maar zoals Christus het wil. Bij het dopen gebeuren er 4 belangrijke dingen.

  • Ten eerste, worden onze zonden door God weggenomen. De schuld van voorbije slechte daden wordt vergeven – weggewassen – door de doop (Handelingen 2:38).
  • Ten tweede, komt de Heilige Geest van God, dezelfde Geest die Jezus uit het graf liet opstaan, in ons wonen (Romeinen 8:11 en Handelingen 2:28) (zie ook ‘Opstanding’ en ‘Heilige Geest’}. De Geest die in de Christen leeft, helpt hem in zijn dagelijkse leven, geeft hem de sterkte niet te zondigen en helpt hem tot God te bidden (Romeinen 8:26).
  • Ten derde, wordt de gedoopte persoon bij de doop bij de Gemeente gevoegd. Het wordt zijn nieuwe familie van broeders en zusters.
  • Ten vierde, wordt de doop de ‘nieuwe geboorte’ genoemd en de Christen ‘een nieuwe schepping’ (2 Korintiërs 5:17) niet alleen omdat de gedoopte persoon in een nieuwe familie wordt geboren, maar ook omdat hij bij de doop zijn leven herbegint. In die zin is het belangrijk in te zien dat de doop geen einde, maar een begin is van het nieuwe opwindende leven van de Christen met God en de mensen.

 

.

doop%20van%20een%20kind

 

.

 

D. EREDIENST

Eren is dienen. Wanneer we God eren, dienen we Hem. We eren God op twee manieren.

  • Ten eerste eren we God, wanneer we elke dag leven zoals God het wil en Hem welgevallig zijn (Romeinen 12:1-2).
  • Ten tweede, eren we God wanneer we met onze familie en anderen samenkomen om God te eren met het zingen van liederen, het lezen uit de Bijbel en door tot Hem te bidden.

.

.

642595045erdienst

 

.

 

E. HET EVANGELIE

Dit woord betekent ‘goed nieuws’. Het Christelijke Evangelie is het goede nieuws van wat God voor ons gedaan heeft door Zijn Zoon, Jezus. Jezus heeft ons Gods liefde getoond door Zijn leven en Zijn dood op het kruis, waaraan Hij stierf  voor onze zonden (zie ‘Kruisiging’). Verder toont Zijn opstanding (zie ‘Opstanding’) ons Gods macht en liefde, die de dood en de zonde overwint. Het Evangelie is goed nieuws, omdat het ons vertelt dat God ons liefheeft, ons vergeving schenkt, en ons ook uit net graf zal opwekken, om voor eeuwig met Hem te leven.

 

 

cuthbert-evangelie-gr

 

.

 

F. GEBED

Bidden is communicatie hebben met God. Dikwijls denken mensen dat het gebed vooral bedoeld is om God gunsten te vragen. Vragen is echter slechts een deel van het gebed, net zoals het maar een deel is van gesprekken met onze vrienden. Bidden omvat ook God eren, Hem bedanken, ons onderwerpen aan Zijn wil en Hem onze vergissingen vertellen. Omdat Hij ons liefheeft wenst God dat we met Hem zouden praten. En omdat Hij ons liefheeft, beantwoordt Hij onze gebeden ook.

 

 

112-f2887f53731ad3cb1633570407d90979gebed

 

.

 

G. GELOOF

Geloof is een van de hoofdthema’s in de Bijbel. Geloof betekent ongeveer hetzelfde als ‘vertrouwen.’ Wanneer we in iemand geloven, vertrouwen we die persoon. Kinderen geloven in hun ouders, omdat ze weten dat hun ouders hen liefhebben. Zo ook geloven we in God en vertrouwen we Hem, zowel als Jezus, omdat we Gods liefde voor ons kennen. De Bijbel vertelt ons over Gods liefde voor ons en dat Hij wil dat we in Hem vertrouwen zouden hebben.

Dat betekent echter niet dat we God altijd zullen begrijpen. Een klein kind verstaat misschien niet waarom het niet op straat mag spelen. En wij verstaan misschien ook niet altijd Gods wil, maar we weten dat Hij ons liefheeft en we vertrouwen Hem. We vertrouwen erop, dat Hij voor ons zal zorgen en de beloften zal houden, die Hij ons deed. Wanneer we spreken over ‘het geloof’ dan bedoelen we daarmee de waarheid die God ons gegeven heeft (Judas 3).

 

 

Ik Geloof

 

.

 

H. DE GEMEENTE

De Gemeente is een groep mensen, die door God werden samengebracht. De Gemeente is geen gebouw, alhoewel we soms spreken van ‘de Gemeente’ om het gebouw aan te duiden waar Christenen samenkomen voor de eredienst. De Gemeente werd door Christus gesticht en ze dient Hem (en ook God) door het Evangelie te prediken, erediensten te houden, anderen te helpen en een liefdevol leven te leiden.

 

 

bbs2gemeente

 

.

 

I. GENADE

Het woord ‘genade’ mag verstaan worden als liefhebbende goedheid. Genade beschrijft de wijze, waarop God ons liefheeft. Gods genade moet duidelijk begrepen worden als een liefde tot de mensen die blijft bestaan, ook wanneer de mensen ondankbaar zijn en zich tegen Hem keren. We zouden kunnen zeggen dat Gods genade onverdiende liefde is. God heeft ons lief, ook al verdienen we Zijn liefde niet. Gods genade is nog verbazender, wanneer we vaststellen dat Hij ons niet liefheeft omdat we goed of verdienstelijk zijn.

Hij houdt van ons opdat we goed zouden worden. De hele Bijbel is het verhaal van Gods genade, van Zijn trouwe, liefhebbende goedheid. Het hoogtepunt van dit verhaal is de dood van Jezus, (zie ‘Kruisiging’) waar Gods genade heel duidelijk word: “Want alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft” (Johannes 3:16).

 

 

genade-kruis-zondaar

 

.

 

J. DE HEILIGE GEEST

De Heilige Geest is de kracht, waardoor God vele van Zijn grote daden verricht. Het was door de Geest dat God het heelal schiep (Genesis 1:2). De grote leiders van Israël – Richters, Koningen en Profeten – kregen allen kracht en instructies van Gods Heilige Geest. De Heilige Geest was echter vooral werkzaam in het leven van Jezus, in Zijn onderricht en Zijn vele grote mirakels. Het was Gods Geest, die Jezus uit het graf heeft opgewekt (Romeinen 8:11) .

Vandaag doet de Geest vele dingen in de Gemeente. Hij werkt wanneer het goed nieuws (zie ‘evangelie’) word gepredikt (1 Thessalonissenzen 1:5 en 1 Korintiërs 2:4). De Geest is ook werkzaam wanneer iemand gedoopt wordt, (zie ‘doop’). De Geest komt in de gedoopte wonen. De Gemeente ontvangt sterkte en wijsheid van de Geest en Hij woont in de Christenen om hen te helpen te leven, zoals God het wil (Efeziërs 3:16).

 

 

De-Heilige-Geest3

 

.

 

K. DE KRUISIGING

Het woord ‘kruisiging’ komt natuurlijk van het woord ‘kruis.’ De kruisiging is de wijze, waarop Jezus vrijwillig de straf voor de zonden van alle mensen op Zich nam. De Kruisiging toont ons de liefde van God en Christus tot ons, een liefde die zo groot was, dat Hij bereid was onverdiende pijn en de dood te lijden. De kruisiging is een onderdeel van het Christelijke goede nieuws (zie ‘Evangelie’), omdat daaruit Gods grote liefde en vergevingsgezindheid blijkt.

 

 

kruisiging

 

.

 

L. LIEFDE

Liefde is de basis van het Christelijke geloof. God zelf is liefde (1 Johannes 4:8) en heeft door het leven en de dood van Jezus Christus bewezen dat Hij ons liefheeft (1 Johannes 4:9-10). Jezus toont Gods liefde, omdat Hij bereid was iets te geven, tot Zijn leven toe, voor ons welzijn (Romeinen 5:6-8). Omdat God en Jezus ons zo lief hebben gehad, moeten we de andere mensen liefhebben (1 Johannes 4:11). In feite is dit onze belangrijkst taak (Romeinen 13:8-10 en 1 Korintiërs 1:1-13).

Liefde is echter niet gewoonweg een gevoel, zoals de vreugde, die we ervaren met onze familie en onze vrienden. Liefde is de manier, waarop we handelen tegenover andere mensen. In die betekenis is liefde vriendelijk en hulpvaardig zij: voor andere mensen doen, wat we zouden willen dat zij voor ons doen (Lucas 10:25-37).

 

 

liefde

 

.

 

M. MESSIAS

‘Messias’ is het Hebreeuwse woord dat, betekent ‘de gezalfde (zie ‘Christus’). In het Oude Testament werden priesters, profeten en koningen allen door God gezalfd voor hun opdracht. De term ‘Messias’ kwam echter later om diegene aan te duiden, die verwacht werd om Gods vrede en redding voor alle mensen te brengen. Het Nieuwe Testament vertelt ons de komst van de langverwachte gezalfde of Messias. Hij is Jezus van Nazareth (Lucas 4:16-21 en Handelingen 4:17).

 

 

jezus-the-messias

 

.

 

N. DE OPSTANDING

Het Nieuwe Testament vertelt ons dat God Jezus uit het graf opwekte na de kruisiging. Het woord ‘opstanding’ duidt deze gebeurtenis aan. De opstanding van Jezus gebeurde op een zondag en daarom vergaderen de Christenen op zondag, de eerste dag van de week, om God te eren. Opstanding is ook de gebeurtenis, waar alle Christenen naar uitkijken: hun eigen opstanding uit de dood. Omdat Christus uit de dood opstond, weten ze dat God ook hen na hun dood zal opwekken om eeuwig met Hem te leven.

 

 

2013-03-31-18-36-53_jezus%20opgestaan%2004

 

.

 

O. DE SCHEPPING

De bijbel vertelt ons dat God de hemel en de Aarde schiep en alles wat erop is en ook de mensen (Genesis 1 en 2). De aarde is goed omdat God ze schiep. Zolang ze gebruikt wordt op de manier, die God bedoelde, blijft ze goed. Het feit dat God alles geschapen heeft leert ons ook dat God niet Aanwezig is in de sterren of in de bergen zoals vele primitieve volkeren geloofden.

God heeft alles gemaakt en daarom is Hij gescheiden van de Schepping. Daarbij komt nog dat alles God toebehoort. God heeft de mens gemaakt om Hem te helpen zorg te dragen voor de Schepping, om ze te gebruiken en te beschermen op de wijze, waarop God dit wil.

 

 

296ffe83ecff7ba1e6d1dbcf432ff83aschepping

 

.

 

P. VERBOND

‘Verbond’ betekent een overeenkomst tussen twee partijen. De personen die bij een verbond betrokken zijn, beloven elkaar trouw te zijn, maar ook de andere persoon altijd te eren, in gedachten, woorden en daden. Het huwelijk bijvoorbeeld is een verbond tussen twee mensen, die elkaar iets beloven voor het leven. Net zoals man en vrouw elkaar een ring geven om te tonen dat ze een verbond gesloten hebben, gebruiken mensen, die in de Bijbel een verbond gesloten hebben ook uiterlijke tekens om te tonen, dat er een overeenkomst, gesloten werd.

In Genesis 31:16-17 lezen we dat een grote steenhoop werd aangelegd om te tonen dat er een verbond of overeenkomst werd gesloten tussen twee mannen. Verbonden worden niet alleen tussen mensen gesloten, maar ook tussen de mensen en God. Een verbond met God ging ook gepaard met uiterlijke tekens. Zo werden er bijvoorbeeld dikwijls speciale maaltijden gegeten om te kennen te geven, dat er een verbond of overeenkomst met God werd gesloten (Exodus 24:3-11).

De twee delen van de Bijbel – het Oude en het Nieuwe Testament – verwijzen naar twee verschillende verbonden, die God met de mensen gesloten heeft (2 Korintiërs 3:6-18). Door Mozes sloot God een verbond met de joden. Door Jezus heeft God een nieuw verbond gesloten met ons. Daardoor vergeeft Hij onze zonden en roept Hij ons op Hem lief te hebben en te gehoorzamen. Tekenen van dit verbond zijn het Avondmaal en de doop.

 

 

Calice-HLverbond

 

.

 

Q. ZONDE

Zonde is zich tegen God keren en weigeren Zijn wil te doen. God, die ons geschapen heeft, weet wat goed is voor ons. Hij houdt van ons en wenst alleen het beste voor ons. Zondigen is dit ontkennen of vergeten. Net zoals bloemen zonder water verwelken, doen we ons schade aan wanneer we ons afkeren van God, de bron van het leven, en voor de zonde kiezen.

 

 

zondesgo

 

 

.

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

mijne kop a4  JOHN ASTRIA