Tagarchief: Christus

Leviticus 14: 1 – 7

Standaard

categorie : religie

.

.

.

.

Leviticus 14: twee vogels-wet op de melaatsheid, huidvraat

.

 In de reinigingswet voor de melaatse zoals beschreven in het Bijbelboek Leviticus, zien we een type of verwijzing naar de dood en de opstanding van Christus. De twee vogels verwijzen naar de dood en de opstanding van de Heer Jezus Christus, gelijk er staat geschreven in Romeinen 4:25: “Hij heeft Jezus voor onze zonden laten sterven en Hem uit de dood laten terugkomen om ons rechtvaardig te verklaren.”

.

.

Leviticus 14: twee vogels - wet op de melaatsheid, huidvraat

.

Zoals beschreven in de Tenach, het Oude Testament, is de wet op de melaatsheid een verwijzing naar de dood en de opstanding van Christus

.

Leviticus 14:1-7

.

De Here gaf Mozes de volgende voorschriften voor iemand die van zijn melaatsheid genezen is verklaard: “De priester zal het kamp verlaten om hem te onderzoeken. Als hij ziet dat de melaatsheid is verdwenen, zal hij vragen om twee levende vogels die mogen worden gegeten, cederhout, scharlaken en hysop om die te gebruiken bij de reinigingsceremonie van de genezene.

De priester zal dan opdracht geven één van de vogels te slachten boven een raderwerken pot waarin zich fris bronwater bevindt. De andere vogel zal, samen met het cederhout, scharlaken en hysop in het bloed van de gedode vogel worden gedoopt. Vervolgens zal de priester zevenmaal bloed sprenkelen over de man die is genezen. Daarna zal hij hem rein verklaren. De levende vogel zal hij in het open veld laten vliegen.

In deze wet schuilt een metaforische verwijzing naar de opstanding en verheerlijking van Christus. Juist dit specifieke element,in het zoenoffer van Christus, is minder duidelijk aanwezig in de offerdienst van het Oude Testament, die zoals we weten vooruitwijst naar het ultieme offer dat Christus bracht aan het kruis. Dat maakt deze verwijzing zo bijzonder. Door het zoenoffer van Christus worden de zonden verzoend en worden mensen verzoend met God.

.

Het ritueel

.

Voor het reinigingsritueel zijn twee levende vogels nodig. Water heeft een helende, genezende en reinigende kracht. Cederhout staat voor duurzaamheid. Hysop die in scheuren van een muur groeit (1 Koningen 4 :33), is een soort huislook waarvan men een kwast kan maken en kan sprenkelen (Exodus 12:12). Met scharlaken wordt de hysop gebundeld, en herinnert aan het bloed (Numeri 19:6).

De ene vogel wordt geslacht boven een pot met levend water, waar vervolgens het bloed invalt. Hiermee verkrijgt men reinigingswater, waarin de andere vogel gedoopt wordt die daarna de onreinheid weg zal dragen. De vogel laat men in het open veld wegvliegen als symbool van de ontkoming aan de dood.

.

Melaatsheid staat voor zonde

.

Melaatsheid is in de Bijbel een type voor zonde, zoals tot uitdrukking komt in het reinigingsritueel door de priester en doordat er een schuldoffer gebracht moet worden (Leviticus 14:12,21). Zonde is het kwaad dat in de mens aanwezig is en zich uit door middel van boze daden. Het afschuwelijke van melaatsheid of huidvraat, beeldde aan Gods volk de door Hem gehate, verfoeilijke zonde uit. De melaatse wordt door het bloed van het offerdier als het ware gereinigd, net zoals de zondaar wordt gereinigd door het bloed van Christus (1 Johannes 1:7).

.

.

Helend bloed aan het kruis

Pasteltekening van John Astria

.

De twee vogels

.

Net zoals de twee bokken op Grote Verzoendag tezamen wijzen op twee aspecten van het ene offer van Christus, zo wijzen de twee vogels in de wet op de melaatsheid ook op het ene offer van Christus, maar op een geheel andere wijze. De twee vogels verwijzen naar de dood en de opstanding van de Heer Jezus Christus, gelijk er staat geschreven in Romeinen 4:25: “Hij heeft Jezus voor onze zonden laten sterven en Hem uit de dood laten terugkomen om ons rechtvaardig te verklaren.”

De vogel die geslacht wordt verwijst naar de plaatsvervangende dood van Christus die voor onze zonden stierf. De tweede vogel die is bedekt met het bloed van de eerste vogel, mag vervolgens in het open veld wegvliegen. Dit verwijst naar de Heer die is opgestaan uit de doden.

 De zondige mens is gereinigd door het bloed van Christus, die plaatsvervangend voor ons aan het kruis stierf en opstond uit de dood. Als Jezus niet zou zijn gestorven, dan zou zijn werk niet volbracht zijn en als Hij niet zou zijn opgestaan uit de doden, dan zou het geloof geen betekenis hebben en zouden onze zonden niet vergeven zijn (1 Korintiërs 15:17).
.
.

Het volkomen offer van Christus

.

In Leviticus 14 vers 7 kunnen we lezen dat de priester zevenmaal bloed sprenkelt over de man die is genezen. Zeven is het getal van de volheid. Het wijst daarmee vooruit op het volkomen offer dat Christus bracht. Het bloed van Christus reinigt ons en heeft de weg tot God de Vader die door de zonde was versperd, weer vrijgemaakt.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Het Angelus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het angelus (voluit Angelus Domini; Nederlands de Engel des Heren) is een katholiek gebed dat van oudsher driemaal daags gebeden wordt: om zes uur ’s morgens, twaalf uur ’s middags en zes uur ’s avonds. Waar voorheen de gelovigen hun werkzaamheden stopten om te bidden is dit gebruik grotendeels in onbruik geraakt.

 

 

Christus, de Engel des Heren

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het gebed wordt aangekondigd door het luiden van een kleine klok, het angelusklokje. Hierbij worden drie slagen op de klok gegeven waarna een aanroep met Weesgegroet Maria wordt gebeden. Nog tweemaal volgen drie slagen op de klok met een nieuwe aanroep en Weesgegroet. Ten slotte wordt de klok gedurende twee minuten geluid en wordt een afsluitend gebed gebeden.

De benaming ‘angelus’ is afgeleid van de Latijnse beginwoorden ‘Angelus Domini nuntiavit Mariae’ (‘De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt’). In zijn huidige vorm bestaat het angelus sinds 1571. In de Paastijd wordt het angelus vervangen door het regina coeli.

Sinds paus Johannes XXIII bestaat het gebruik dat de paus iedere zondag, om 12 uur ’s middags, voorgaat in het angelusgebed. Dat doet hij vanuit het raam van zijn appartement in het Apostolisch Paleis. ’s Zomers doet hij dat vanuit het raam van zijn studeerkamer in Castel Gandolfo. Na het angelus spreekt de paus een kort stichtelijk woord en begroet de pelgrims.

 

 

Angelusklok luidt

 

 

 

         Latijnse tekst

 

    • Angelus Domini nuntiavit Mariae

 

    • Et concepit de spiritu sancto
    • .Ave Maria, Gratia plena,

 

    • Dominus tecum.

 

    • Benedicta tu in mulieribus

 

    et benedictus Fructus ventris tui, Iesus.
    • Sancta Maria, Mater Dei,

 

    • Ora pro nobis peccatoribus

 

    • Nunc et in hora mortis nostrae. Amen.Ecce, Ancilla Domini.

 

    • Fiat mihi secundum verbum Tuum.Ave Maria…Et Verbum caro factum est

 

    • Et habitavit in nobis.Ave Maria…Ora pro nobis, Sancta Dei Genetrix,ut digni efficiamur promissionibus Christi.Oremus. Gratiam Tuam, quaesumus, Domine, mentibus nostris infunde,ut, qui angelo nuntiante, Christi, Filii Tui, incarnationem cognovimus,per

 

passionem eius et

 

crucem ad resurrectionis

 

    gloriam perducamur.Per eundem Christum, Dominum nostrum.Amen.

 

 

 

              Nederlandse tekst

 

    De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt,En ze heeft ontvangen van de Heilige Geest.

Wees gegroet, Maria…

    Zie de Dienstmaagd des Heren,Mij geschiede naar Uw woord.

Wees gegroet, Maria…

    En het Woord is vlees geworden;En Het heeft onder ons gewoond.

Wees gegroet, Maria…

    Bid voor ons, Heilige Moeder van God,Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
    Laat ons bidden.Heer, wij hebben door de boodschap van de Engel de menswording van Christus uw Zoon leren kennen;Wij bidden U, stort Uw genade in onze harten,Opdat wij door Zijn lijden en kruis gebracht worden tot de heerlijkheid van de verrijzenis.Door Christus, onze Heer.
    • Amen.

 

 

 

Engel des Heren

 

 

 

Bode van God

 

De Engel des Heren in het Oude Testament is de eeuwige Christus zelf. We kunnen ook vertalen: bode van de Here.

We lezen van Mozes in Ex. 3: 2 : Daar verscheen hem de Engel des Heren als een vuurvlam midden uit een brandende braamstruik.

 

 

 

Braamstruik verteert niet

 

Opvallend is dat de bremstruik niet verteerd wordt. Het vuur manifesteert de Heilige die al wat zondig is verteert. De bremstruik is Gods heilig volk.

Gods presentie betekent oordeel.

Gods vlammen slaan door zijn eigen volk. Er moet heel wat worden weggebrand.

Toch is de braam groen gebleven. God is een verterend vuur, maar toch genadig.

De God van Abraham Izaäk en Jakob openbaart zich hier als Jahweh: ik ben die Ik ben. De beste vertaling is de Getrouwe. Het brandend braambos is Christus symbool.

Voor Vaders eigen zoon werd Vaders minnevuur tot hellebrand.

Het is in Exodus 3 geen beeld van de ruimte van de kerk, een stralingsveld, waarvan je niet kunt zeggen waar de grens is. Integendeel het vuur heeft hier een doorlichtende functie.

 

 

 

God als een meervoud

 

Het vuur heeft in Exodus een openbaringskarakter. God openbaart zich als Elohim. Dit Hebreeuwse woord is een meervoud waarin je de Levensstroom hoort klotsen.

De Engel des Heren zegt vervolgens :  ‘Kom niet dichterbij, doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop ge staat is heilige grond’.

Toen verborg Mozes zijn gelaat want hij vreesde God te aanschouwen.

Het vuur van de brandende braamstruik veronderstelt niet ruimte, gezelligheid maar eerbied en distantie-besef.

Het Bijbelse beeld van ruimte in de kerk is niet het kampvuur, maar het in Christus zijn. Dat is ook de bodem waarin we geworteld zijn.

 

 

 

 

.

Ook in Zacharia

 

Ook in het boek Zacharia kom je de Engel des Heren tegen.

Zacharia 3: 1 > ‘Vervolgens deed Hij mij de hogepriester Jozua zien, staande vóór de Engel van Jahweh, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen. Jozua nu had vuile kleren aan terwijl hij voor de Engel stond’.

Hier is duidelijk dat deze Engel geen gewone engel is. Welke engel zal kunnen zeggen ‘Hierbij reinig ik je van alle ongerechtigheid’ ? Dit is Christus in eigen Persoon.

Die vuile kleren van Jozua kon Hij niet achteloos aan de kant gooien, Hij moest ze zelf aantrekken wat Hij gedaan heeft op Golgotha.

En toen satan Jezus erom aanklaagde, was er niemand die het voor Hem opnam. Ondertussen liep Jozua allang in feestgewaad.

 

 

Feestkleed cadeau

 

Op zijn beurt ontvangt Jozua dan een feestelijk gewaad. Hier zie je ook de gedachte van de eeuwige ruil, waarover Augustinus schreef: Christus zegt: geef mij van wat van u is, Ik geef u wat van Mij is.

 

De kerk is ontstaan uit Joodse schokeffecten bij de opstanding van Jezus. De ongelovige Thomas was er helemaal onderste boven van. Als hij Jezus de verrezene ontmoet , kan hij alleen maar uitbrengen “Mijn Here en mijn God.”

Uit de vroegste brieven van Paulus die dateren rond het jaar 50, blijkt dat allerlei vormen van verering van Jezus al zijn ingeburgerd en dat zijn naam wordt uitgesproken bij de doop. De vroeg-christelijke hymnen die we in de teksten ontdekten, prijzen Jezus als God.

Vanaf het vroegste begin van de christenheid wordt Jezus al als God aanbeden. Jezus is ook niet geschapen als de engelen, luidt de kerkelijke belijdenis, maar gegenereerd, voortkomen uit de Vader. God is niet denkbaar zonder Jezus Christus. God heeft nooit geleefd zonder Hem.

Als we in Christus God zelf niet ontmoeten, kennen we God niet werkelijk. Zonder Christus denken we dat God in wezen zo is als wij, dat het Hem om macht gaat. Buiten Christus kunnen we God niet kennen. We kunnen zeggen “Als Christus niet helemaal God is, is Hij helemaal niet God.

 

 

Christus is helemaal God of Hij is het helemaal niet.

 

Als Christus niet helemaal God is, worden we niet door God verlost.

 

de ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

Pretribulationisme

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het pretribulationisme is de leer dat de Heer Jezus zijn gemeente van de aarde wegneemt aan het begin of vóór de verdrukking ofwel de laatste jaarweek van Daniël. Zij die deze leer houden worden pretribulationisten genoemd.

 

 

Christus’ oordeel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het woord pretribulationisme komt van ‘pre’ (= voor) en het Latijnse woord ‘tribulatio’ (= verdrukking). Het pretribulationisme hangt samen met het prechiliasme, dat is de leer dat de Heer Jezus terugkomt vóór het toekomstig, duizendjarig vrederijk. Prechiliasten hebben altijd geloofd dat er vlak vóór Christus’ wederkomst een tijd van verdrukking en benauwdheid zal wezen.

 

 

 

Argumenten

 

Voor de stelling dat de gemeente vóór de grote verdrukking wordt verwijderd van de aarde zijn onder meer de volgende argumenten aangevoerd:

 

 

Niet bestemd tot toorn

 

De Grote Verdrukking is de tijd dat de toorn van God over de aarde wordt uitgegoten. De aarde zal worden getroffen door rampen en plagen. De Grote Verdrukking is zwaarder en omvangrijker dan vroegere verdrukkingen. Hoewel de Gemeente verdrukking en vervolging heeft ondervonden en in veel landen nog ondervindt, zal zij niet worden blootgesteld aan de Grote Verdrukking. Want God heeft de Gemeente niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de behoudenis.

De Grote Verdrukking is een tijd van goddelijke toorn, waarvoor de Gemeente, bestaande uit mensen die met God verzoend zijn, niet bestemd is (1Th1:10; 5:9; Op6:16v.: 11:18).

1Th 1:9 want zelf vertellen zij van ons welke ingang wij bij u hadden, en hoe u zich van de afgoden tot God hebt bekeerd om de levende en waarachtige God te dienen 1Th 1:10 en zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, die Hij uit de doden heeft opgewekt, Jezus, die ons redt van de komende toorn

1Th 5:9 want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de behoudenis door onze Heer Jezus Christus.

Ro 5:9 Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn.

Ro 5:10 Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van zijn Zoon, veel meer zullen wij, nu wij verzoend zijn, behouden worden door zijn leven. 

In de gemeenten zijn sterken en zwakken, rijken en armen, meesters en slaven. De wereldlingen zullen zich verbergen in de holen en de rotsen voor het aangezicht van God en voor de toorn van het Lam. Daar kunnen de gelovigen van de gemeente van Christus niet bij zijn, want de toorn van God en van het Lam zal hen niet treffen.

Opb 6:15 En de koningen van de aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de sterken en elke slaaf en vrije verborgen zich in de holen en in de rotsen van de bergen; Opb 6:16 en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam; Opb 6:17 want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan

 

 

Openbaring hoofdstuk 7 ; het breken van zegel 6

 

Pasteltekening van John Astria

 

Opb 11:15 En de zevende engel bazuinde, en er kwamen luide stemmen in de hemel die zeiden: Het koninkrijk van de wereld van onze Heer en van zijn Christus is gekomen, en Hij zal regeren tot in alle eeuwigheid. Opb 11:16 En de vierentwintig oudsten die voor God zitten op hun tronen, vielen op hun gezichten en aanbaden God Opb 11:17 en zeiden: Wij danken U, Heer, God de Almachtige, die is en die was, dat U uw grote kracht hebt aangenomen en uw koningschap hebt aanvaard. Opb 11:18 En de naties zijn toornig geworden, en uw toorn is gekomen en de tijd van de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan uw slaven de profeten, en aan de heiligen en aan hen die uw naam vrezen, de kleinen en de groten, en om te verderven hen die de aarde verderven

 

 

Openbaring hoofdstuk 8 ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Herstel van Israël na de bedeling van de gemeente

 

Wij leven nu in de tijd van de gemeente, waarin geen onderscheid is tussen Jood en heiden. Het volk Israël, dat zijn Messias niet kent, miskent of afwijst, is terzijde gesteld. Israël heeft echter niet afgedaan. Gods heilsbeloften aan het volk zijn definitief. Zo zal God Israël als volk terug winnen als Christus Zijn gemeente tot Zich genomen heeft. Duidelijk handelt God weer met Israël ten tijde van de oordelen over het aardrijk. Zo zondert Hij uit dit volk 144.000 dienstknechten af, beschermt hij een vrouw (symbool van het gelovig overblijfsel van Israël) en laat Hij in Jeruzalem twee getuigen optreden. Dat gebeurt allemaal als de bedeling van de gemeente voorbij is en de gemeente verwijderd is van de aarde.

 

 

Openbaring hoofdstuk 21 : het nieuwe Jeruzalem

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

Pasteltekeningen uit het boek ” De Openbaring ” van John Astria

Standaard

categorie : spirituele prenten van John Astria

 

 

 

hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring aan Johannes

    hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring aan Johannes                                                                                                                                                         

 

 

hoofdstuk 4 ; de troonsheerlijkheid van God

                 hoofdstuk 4 ; de troonsheerlijkheid van God                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 hoofdstruk 5 ; de heerlijkheid van de verzoening door Christus

                                                 hoofdstuk 5 ; de heerlijkheid van de verzoening door Christus                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                       

hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5

                 hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      

hoofstuk 7 ; het breken van zegel 6

                          hoofdstuk 7 ; het breken van zegel 6                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                

hoofdstuk 8 (a) ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen

                                                hoofdstuk 8 (a) ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          

hoofdstuk 8 (b) ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen

               hoofdstuk 8 (b) ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                     

hoofstuk 9 ; de vijfde en zesde bazuin

                          hoofdstuk 9 ; de vijfde en zesde bazuin                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                    

hoofdstuk 10 ; de blijde boodschap

                             hoofdstuk 10 ; de blijde boodschap                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  

hoofdstuk 11 ; Gods tempel en de zevende bazuin

                      hoofdstuk 11 ; Gods tempel en de zevende bazuin                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                    

hoofdstuk 12 ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel

              hoofdstuk 12 ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         

hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

         hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      

hoofdstuk 14 (a) ; Gods wegen in genade en oordeel

                hoofdstuk 14 (a) ; Gods wegen in genade en oordeel                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              

hoofdstuk 14 (b) ; Gods wegen in genade enh oordeel

                   hoofdstuk 14 (b) ; Gods wegen in genade en oordeel                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           

hoofdstuk 15 ; de 7 offerschalen van God

                          hoofdstuk 15 ; de 7 offerschalen van God                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  

hoofdstuk 16 ; de 7 offerschalen worden uitgegeoten

                      hoofdstuk 16 ; de 7 offerschalen worden uitgegoten                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         

hoofdstuk 17 ; Babylon wordt geoordeeld

                             hoofdstuk 17 ; Babylon wordt geoordeeld                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             

hoofdstuk 18 ; de economische vernietiging van Babylon

                   hoofdstuk 18 ; de economische vernietiging van Babylon                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                    

hoofdstuk 19 ; oordeel over het politieke Babylon

                       hoofdstuk 19 ; oordeel over het politieke Babylon                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             

hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

                    hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood                                                                                                                                                          

 

 

hoofdstuk 21 ; een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

                    hoofdstuk 21 ; een nieuwe hemel en een nieuwe aarde                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 

hoofdstuk 22 ; de Alfa en de Omega

                                 hoofdstuk 22 ; de Alfa en de Omega                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         

Uitleg over de eindtijden door John Astria

Uitleg over de eindtijden door John Astria

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De dag van de terugkomst van de Heer

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Dag van de HEER is de toekomstige periode die begint met zware Godsgerichten en de verschijning van de Zoon des mensen en die eindigt met de laatste gerichten en de vernietiging van de kosmos. Tussen het begin en het einde ligt een lange tijd van duizendjarige vrede en geluk onder de regering van Christus Jezus. In engere zin is de het de dag waarop God in Christus aan de wereld geopenbaard wordt.

 

 

Openbaring hoofdstuk 20 : de dag van de Heer

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat voorafgaat aan de dag

 

De dag van de Heer komt na de afval (een massaal zich afkeren van God) en de openbaring van de zondige mens, de Wetteloze.

 

2Th 2:1  Wij vragen u echter, broeders, in verband met de komst van onze Heer Jezus Christus en onze bijeenvergadering tot Hem, 2Th 2:2 dat u niet zo snel in uw denken geschokt of verschrikt wordt, noch door geest, noch door woord, noch door brief als van ons, alsof de dag van de Heer al aangebroken zou zijn. 2Th 2:3  Laat niemand u op enigerlei wijze bedriegen, want die komt niet als niet eerst de afval gekomen is en de mens van de zonde geopenbaard is, de zoon van het verderf, 2Th 2:4 die zich verzet en zich verheft tegen al wat God heet of een voorwerp van verering is, zodat hij in de tempel van God gaat zitten en zichzelf vertoont dat hij God is.

 

Aan de dag van de Heer gaat een tijd van vrede en veiligheid vooraf.

 

1Th 5:2 Want u weet zelf nauwkeurig dat de dag van de Heerkomt als een dief in de nacht. 1Th 5:3 Wanneer zij zullen zeggen: Vrede en veiligheid, dan zal een plotseling verderf over hen komen zoals de barensnood over een zwangere, en zij zullen geenszins ontkomen. 

 

Voordat deze dag komt, zal de zon veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, waardoor zij hun schijnsel niet kunnen geven. Zij maken plaats voor het ware Licht der wereld.

 

Joe 2:31 De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat die grote en vreselijke dag des HEEREN komt

 

Vergelijk:

Mt 24:29 Terstond nu na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen wankelen. Mt 24:30 En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen in de hemel; en dan zullen alle stammen van het land weeklagen en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken van de hemel met kracht en grote heerlijkheid. 

 

de reïncarnatie van de antichrist

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Komst van de dag

 

De Dag van de Heer komt onverwachts, als een dief in de nacht (1 Thess. 5:2), als een strik (Luc. 21:34), en brengt een plotseling verderf (1 Thess. 5:3).

 

1Th 5:2 Want u weet zelf nauwkeurig dat de dag van de Heer komt als een dief in de nacht. 1Th 5:3 Wanneer zij zullen zeggen: Vrede en veiligheid, dan zal een plotseling verderf over hen komen zoals de barensnood over een zwangere, en zij zullen geenszins ontkomen. 

2Pe 3:10 Maar de dag van de Heer zal komen als een dief, waarop de hemelen met gedruis zullen voorbijgaan en de elementen brandend vergaan en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden.

Opb 3:3 Bedenk dan hoe u het ontvangen en gehoord hebt en bekeer u. Als u dan niet waakt, zal Ik komen als een dief, en u zult geenszins weten op wat voor uur Ik tot u zal komen. 

Opb 16:15 Zie, Ik kom als een dief. Gelukkig hij die waakt en zijn kleren bewaart, opdat hij niet naakt wandelt en men zijn schaamte niet ziet. 

Lu 21:34 Past echter op uzelf, dat uw harten niet misschien worden bezwaard door roes en dronkenschap en zorgen van het leven, en die dag u plotseling overvalt als een strik. Lu 21:35 Want hij zal komen over allen die gezeten zijn op het hele aardoppervlak. 

 

tekenen van de laatste dag

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Aanvang van de dag

 

Volgens sommigen begint deze dag met de nederwerping van de satan (Opb. 12).

 

Opb 12:7 En er kwam oorlog in de hemel: Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, en de draak voerde oorlog en zijn engelen; Opb 12:8 en hij was niet sterk genoeg, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. Opb 12:9 En de grote draak werd neergeworpen, de oude slang, die genoemd wordt duivel en de satan, die het hele aardrijk misleidt; hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen. Opb 12:10 En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is de behoudenis gekomen en de kracht en het koninkrijk van onze God en het gezag van zijn Christus; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht voor onze God aanklaagde, is neergeworpen. Opb 12:11 En zijzelf hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot de dood toe. Opb 12:12 Daarom weest vrolijk, hemelen en die daarin woont. Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u neergekomen met grote grimmigheid, daar hij weet dat hij weinig tijd heeft. Opb 12:13 En toen de draak zag dat hij op de aarde neergeworpen was, vervolgde hij de vrouw die de mannelijke zoon gebaard had. 

De nederwerping vindt volgens sommigen plaats halverwege de laatste jaarweek van Daniël.

 

 

Gericht

 

De Dag van de Heer wordt in de Heilige Schrift vaak gekenmerkt door gericht voor de goddelozen en wordt aangeduid als ‘groot en vreselijk’ (Joel 2:11, 31). Ontzagwekkend en geducht is deze dag. Hij brengt verderf en verdelging van de goddelozen.

 

De Heer Jezus vergelijkt dat met de tijd van Noach en die van Lot.

 

Lu 17:27 zij aten, zij dronken, zij trouwden, zij huwelijkten uit, tot op de dag dat Noach in de ark ging en de zondvloed kwam en hen allen verdelgde. Lu 17:28 Evenzo, zoals het gebeurde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden; Lu 17:29 op de dag echter dat Lot uit Sodom ging, regende het vuur en zwavel van de hemel en verdelgde hen allen. 

1Th 5:2 Want u weet zelf nauwkeurig dat de dag van de Heer komt als een dief in de nacht. 1Th 5:3 Wanneer zij zullen zeggen: Vrede en veiligheid, dan zal een plotseling verderf over hen komen zoals de barensnood over een zwangere, en zij zullen geenszins ontkomen. 

Joe 2:1 Blaast de bazuin te Sion, en roept luide op den berg Mijner heiligheid; laat alle inwoners des lands beroerd zijn, want de dag des HEEREN komt, want hij is nabij. Joe 2:2 Een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en dikke duisterheid, … (…) Joe 2:11 En de HEERE verheft Zijn stem voor Zijn heir henen; want Zijn leger is zeer groot, want Hij is machtig, doende Zijn woord; want de dag des HEEREN is groot en zeer vreselijk, en wie zal hem verdragen? (…) Joe 2:30 En Ik zal wondertekenen geven in den hemel en op de aarde: bloed, en vuur, en rookpilaren. Joe 2:31 De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat die grote en vreselijke dag des HEEREN komt. Joe 2:32 En het zal geschieden, al wie den Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden worden; want op den berg Sions en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, gelijk als de HEERE gezegd heeft; en dat, bij de overgeblevenen, die de HEERE zal roepen. Joe 3:1  Want ziet, in die dagen en te dier tijd, als Ik de gevangenis van Juda en Jeruzalem zal wenden; Joe 3:2 Dan zal Ik alle heidenen vergaderen, en zal hen afvoeren in het dal van Josafat; en Ik zal met hen aldaar richten, vanwege Mijn volk en Mijn erfdeel Israël, dat zij onder de heidenen hebben verstrooid, en Mijn land gedeeld;

Mal 4:1 Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE der heirscharen, Die hun noch wortel, noch tak laten zal.

 

Openbaring hoofdstuk 13 : de komst van de antichrist en de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

De Zoon des mensen komt in heerlijkheid, op de wolken van de hemel. Hij komt in zijn volle heerlijkheid gezien als de ‘Zon der gerechtigheid’ (Mal. 4:2). De Verlosser van Israël zal zijn voeten planten op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt. Deze dag van de komst van de Almachtige wordt impliciet aangeduid door de woorden ‘die komt’ in de omschrijving ‘die is en die was en die komt, de Almachtige’ (Opb. 1:4, 8; 4:8).

 

Zac 14:3 En de HEERE zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds.  Zac 14:4 En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeën gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden. Zac 14:5 Dan zult gijlieden vlieden door de vallei Mijner bergen (want deze vallei der bergen zal reiken tot Azal), en gij zult vlieden, gelijk als gij vloodt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, den koning van Juda; dan zal de HEERE, mijn God, komen, en al de heiligen met U, o HEERE! Zac 14:6 En het zal te dien dage geschieden, dat er niet zal zijn het kostelijk licht, en de dikke duisternis. Zac 14:7 Maar het zal een enige dag zijn, die den HEERE bekend zal zijn; het zal noch dag, noch nacht zijn; en het zal geschieden, ten tijde des avonds, dat het licht zal wezen. 

Mal 4:2 Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren.

Opb 1:8 Ik ben de alfa en de omega, zegt de Heer, God, Hij die is en die was en die komt, de Almachtige. 

 

De komst in de wereld van de Heer Jezus zal zijn als de bliksem, die plotseling de hemel verlicht en door ieder gezien wordt.

 

Mt 24:26 Als zij dan tot u zeggen: Zie, Hij is in de woestijn, gaat er niet heen. Zie, Hij is in de binnenkamers, gelooft het niet. Mt 24:27 Want zoals de bliksem uitgaat van het oosten en schijnt tot het westen, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn.

 

 

Einde

 

De Dag van de Heer  begint en eindigt met vuur (Mal. 4:1; 2 Pe 3:10). De Dag eindigt met de ondergang van de huidige hemelen en aarde, de vernietiging van de kosmos (2 Petr. 3:10). ‘Dit alles vergaat’ (2 Petr. 3:11). Op dit einde van de dag van de Heer volgt de dag van God (2 Petr. 3:12), die begint met de schepping van nieuwe hemelen en een nieuwe aarde (2 Petr. 3:13), een nieuwe wereld waarin gerechtigheid woont (2 Petr. 3:13).

 

2Pe 3:10 Maar de dag van de Heer zal komen als een dief, waarop de hemelen met gedruis zullen voorbijgaan en de elementen brandend vergaan en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden. 2Pe 3:11 Daar dit alles dus vergaat, hoe behoort u te zijn in heilige wandel en godsvrucht, 2Pe 3:12 terwijl u de komst van de dag van God verwacht en verhaast, ter wille waarvan de hemelen in vuur gezet zullen vergaan en de elementen brandend zullen wegsmelten. 2Pe 3:13 Wij echter verwachten naar zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont. 2Pe 3:14 Daarom, geliefden, daar u deze dingen verwacht, beijvert u onbesmet en onberispelijk voor Hem te worden gevonden in vrede. 2Pe 3:15 En houdt de lankmoedigheid van onze Heer voor behoudenis, zoals ook onze geliefde broeder Paulus naar de hem gegeven wijsheid u heeft geschreven.

 

Openbaring hoofdstuk 22 : schepping van een nieuwe hemel en aarde

 

Pasteltekening van John Astria

 

Het is belangrijk om de grote en vreselijke Dag van God te onderscheiden van de Dag van Jezus Christus, die begint met de wederkomst van de Heer Jezus om zijn heiligen op te halen. De grote Dag van God kan pas na de openbaring van de zoon van het verderf komen. Op de Dag van God wordt de Heer Jezus geopenbaard en wij, de eerder opgenomen en verheerlijkte heiligen, met Hem.

 

Col 3:4 Wanneer Christus, uw leven, geopenbaard wordt, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid. 

Er zullen oordelen vóór en ná het duizendjarig vrederijk zijn, zodat we de Dag van de Heer zo ruim kunnen nemen als insluitende het millenium. Het zal de Dag van de Heer zijn in tegenstelling tot de dag van de mens. God heeft het voor het zeggen. De dag van de Heer is volgens sommigen de periode van de Grote Verdrukking (= de tweede helft, de tweede 3,5 jaar, van de laatste jaarweek van Daniël) en het daaropvolgende duizendjarige Vrederijk.

 

 

De dag van de Heer in Opb. 1:10

 

In Openb. 1 : 10 lezen wij: “Ik was in de Geest op de dag van de Heer.” Deze dag van de Heer is een andere dan de toekomstige dag van de Heer, die gekenmerkt wordt door oordeel en de openbaring van Christus.  Hier is de uitdrukking ontleend aan de naam van onze Heer Jezus Christus en door de apostel Johannes, de schrijver van het laatste Bijbelboek, gebruikt om Christus te eren.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Eeuwig leven in 10 minuten

Standaard

categorie : religie    

.

Eeuwig leven in  10 minuten.

 

Heb je ooit gedroomd om eens te kunnen vliegen? Niet enkel uit een vliegtuig maar uit eigen kracht. Gedroomd om te zweven door de lucht net zoals een zwemmer glijdt door het water. God belooft ons dat de dag zal komen waar deze droom van vliegen voor jou werkelijkheid wordt.

 

 

Keuze tussen eeuwig leven of de vuurpoel

Pasteltekening van John Astria

 

 

Volgens de bijbel komt de zoon van God, Jezus Christus, spoedig terug naar de aarde om gerechtigheid te doen geschieden. Iedereen zal Hem op de laatste dag in de wolken zien met grote kracht en glorie om de wereld van de ondergang te redden ( Mat 24: 31). Vanaf dat moment zullen de kinderen van God hun lichamen onmiddellijk transformeren.

Zij krijgen superlichamen die naar Christus kunnen vliegen om Hem in de wolken te ontmoeten (1Thessa 4: 16-17). De dood bestaat plots niet meer. De mens komt onder andere Goddelijke natuurwetten te staan. Alles zal perfect worden zoals het ooit was bedoeld in het begin van de schepping.

Wij, die Jezus Christus kennen en beminnen, zullen zijn zoals Hem na zijn verrijzenis ( Fil 3: 31 en 1 Joh 3: 2 ). Christus was in staat om te komen en plots te verdwijnen. Hij kon door muren wandelen, gesloten deuren openen en zich voort bewegen met de snelheid van gedachten ( Luc 24: 30,31,51 en Joh 20:26 ). Wij zullen dat ook kunnen.

Desondanks wij onsterfelijke superlichamen zullen krijgen, blijven er gelijkenissen met onze hedendaagse vergankelijke lichamen. De bovennatuurlijke lichamen zullen blijven eten en drinken. De mens zal net zoals nu huwen, plezier maken, de liefde bedrijven en genieten van het leven. De ervaringen zullen gewoon veel intenser zijn.

Na de wederkomst van Christus daalt het nieuwe Jeruzalem vanuit de hemel naar de aarde neer. Iedereen zal zien dat God in Jeruzalem bij de mensen komt wonen ( Openb 21: 1-3 ). De Bijbel geeft een gedetailleerde beschrijving van de neerdalende stad. Ze is kubusvormig met een lengte, breedte en hoogte van 12000 stadie wat overeenkomt met 2304 km. Wie in Jeruzalem woont krijgt een woning door Christus zelf toebereid.

De volledige aarde zal gezuiverd en hersteld worden zoals ze was ten tijde van het begin met Eeuwig leven( Openb 21: 1). De vloek die op de mens kwam door de zonde zal God volledig verwijderen. De vroegere dingen zijn voorbij. Zij worden niet opgeroepen en komen nooit meer terug in de harten van de mens. Er zal geen geklaag en geschrei meer zijn. Wie niet in Jeruzalem woont zal een huis bouwen en het zelf bewonen.

Men zal zijn eigen vruchten eten. Er zal nooit meer gezwoegd worden. De mensen en de dieren leven in harmonie met elkaar. De wolf en het lam weiden samen en de leeuw eet stro als de stier. Er zal nooit geen kwaad meer geschieden op de heilige berg van God.

Wil jij deel uitmaken van de nieuwe geweldloze wereld waar alles berust op liefde en rechtvaardigheid onder leiding van Jezus Christus, bid dan dit simpele gebed. Jezus Christus zal dan onmiddellijk in je hart komen.

 

“ Heer Jezus Christus, vergeef me al mijn zonden. Ik geloof dat u de zoon van God bent en dat u voor mij op het kruis stierf. Ik open nu de deur van mijn hart en vraag u om erin te komen wonen waardoor ik eeuwig leven bekom. Help me van u te houden en anderen over u en uw liefde te vertellen. In Christus naam bid ik . Amen”.

 

God zegene u met zijn liefde in de eeuwigheid. Amen

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

                                                      

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

De gevolgen van ongeloof

Standaard

categorie : religie

.

.

.Ondanks de wondertekenen die hij voor hun ogen gedaan had,

geloofden de mensen niet in Christus.

.

Zo gingen de woorden van de profeet Jesaja in vervulling, die zei:

‘Heer, wie heeft onze boodschap geloofd?
Aan wie is de macht van de Heer geopenbaard?’

Ze konden niet tot geloof komen, want Jesaja heeft ook gezegd:

‘Hij heeft hun ogen verblind
en hun hart gesloten,
anders zouden zij met hun ogen zien
en met hun hart begrijpen,
zij zouden zich omkeren
en ik zou hen genezen.’
.
Jesaja doelde op Jezus toen hij dit zei, omdat hij zijn majesteit zag. Toch waren er ook veel leiders die wel in hem geloofden, maar vanwege de farizeeën kwamen ze daar niet openlijk voor uit, omdat ze niet uit de synagoge gezet wilden worden. Ze stelden meer prijs op de eer van mensen dan op de eer van God.
.
.
.

jesaja-40-31

.

.

Jezus had luid en duidelijk gezegd

.

‘Wie in mij gelooft, gelooft niet in mij, maar in hem die mij gezonden heeft, en wie mij ziet, ziet hem die mij gezonden heeft. Ik ben het licht dat naar de wereld is gekomen, opdat iedereen die in mij gelooft niet meer in de duisternis is. Als iemand mijn woorden hoort maar ze niet bewaart, zal ik niet over hem oordelen. Ik ben immers niet gekomen om over de wereld te oordelen, maar om de wereld te redden.

Wie mij afwijst en mijn woorden niet aanneemt heeft al een rechter: alles wat ik gezegd heb zal op de laatste dag over hem oordelen. Ik heb niet namens mezelf gesproken, maar de Vader die mij gezonden heeft, heeft me opgedragen wat ik moest zeggen en hoe ik moest spreken. Ik weet dat zijn opdracht eeuwig leven betekent. Alles wat ik zeg, zeg ik zoals de Vader het mij verteld heeft.’

.

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

John Astria

De Drievuldigheid van God

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De enige ware God

 

De bijbel is het oudste boek dat er bestaat en bevat het woord van God. Hij openbaart zichzelf via profeten en geschriften, die zelf door Hem zijn geïnspireerd. Elk woord in de bijbel is beschermd door God. Hij zal niet toelaten dat er één woord of letter wordt veranderd.

 

-Heer, voor eeuwig staat uw woord in de hemel vast ( Ps119: 89).

-Het levende en blijvende woord van God blijft eeuwig bestaan ( 1Pe1: 23 ).

 

 

 

Er is maar één God

 

Volgens het Oude Testament

 

-Wees u ervan bewust en laat goed tot u doordringen dat de Heer de enige God is, boven in de hemel en hier beneden op aarde. Een andere is er niet ( Deuteronium 4: 39 ).

-Ik ben de Heer, er is geen ander, buiten mij is er geen God ( Jesaja 45: 5 ).

-Hebben wij niet allemaal dezelfde Vader, heeft niet één en dezelfde God ons geschapen ( Maleachi 2 : 10 ).

 

Volgens het Nieuwe Testament

-Aanbid de Heer uw God, en vereer alleen Hem ( Mat 4 : 10 ).

-Wat u zegt is waar: hij alleen is God en er is geen andere God dan Hij ( marc12: 32 ).

-U gelooft dat God de enige is? Daar doet u goed aan ( Jacob2: 19 ).

-Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en de mensen, Jezus Christus ( 1Ti2: 5 ).

 

God is de Almachtige en heeft alles geschapen. Hij heeft geen beperkingen zoals de mens. In zijn eenheid kan hij tegelijk op zijn troon zitten in de hemel en op aarde aanwezig zijn. Voor Hem is dat niet moeilijk. Het menselijk verstand kan dat niet begrijpen. God weet dat de mens zijn geest beperkt is om Hem te doorgronden. De mens probeert de meetbare en zichtbare dingen te doorgronden maar heeft het moeilijk te aanvaarden dat er veel meer geschapen is.

 

 

God is in de hemel en schiep Jezus als eerste.

 

-We hebben iemand als hoge priester (Jezus) die zit aan de rechterhand van de troon van de Goddelijke majesteit in de hemel ( Heb8: 1 ).

-God kende Hem al voor het bestaan van de wereld, maar heeft Hem pas in deze laatste tijd ter wille van ons bekendgemaakt (1Pe1: 20-21).

-De Heer heeft mij als eerste geschapen, lang geleden, voor al het andere. 23  Ik ben gemaakt in het begin van de tijd, ik was er al voor de aarde bestond. 24  Toen er nog geen oceanen waren, geen bronnen met een overvloed aan water, toen was ik al geboren.
25  Voor de bergen een plaats hadden gevonden, voor er heuvels waren, was ik er al;
26  voordat de Heer de wijde wereld had gemaakt, voordat hij een zandkorreltje had geschapen. 27  Ik was erbij, toen Hij de hemel zijn plaats gaf, om de oceaan een horizon trok. 28  Toen Hij de wolken aan de hemel zette en de bronnen van de oceaan liet stromen, 29  toen Hij het water de wet stelde, de zeeën hun grenzen gaf, toen Hij de fundamenten voor de aarde legde, 30  was ik aan Zijn Zijde, ik was zijn  vertrouweling. Ik was verrukt, elke dag opnieuw, steeds verheugd in Zijn Aanwezigheid,
31  ik schiep vreugde in de aarde, ik was blij met de mensen. ( Sp8: 22-31 ).

 

 

 

 

God schiep alles door Jezus

 

-Voor ons is er toch slecht één God, de Vader, uit wie alles komt, en wij zijn geschapen tot zijn gemeenschap; en slechts één Heer, Jezus Christus, door wie alles is geworden, en wij zijn door Hem ( 1Kor8: 6 ).

-Want God heeft door Hem alles geschapen in de hemel en op aarde, het zichtbare en het onzichtbare, zoals tronen en heerschappijen, overheden en machten. Alles is door Hem en voor Hem geschapen (kol1: 16 ).

 

 

De Vader, de Zoon en de Heilige Geest zijn één en dezelfde God

 

God is een geest en staat boven de natuurwetten. Christus zei tegen zijn discipelen voordat hij naar de hemel ging; “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Ga dus op weg een maak alle volken tot mijn leerlingen door hen te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.” ( Mat28: 18-19 ). Hij zei ‘in de naam’ en niet ‘ in de namen’. Alle drie zijn dus één en dezelfde God.

 

-De Vader en ik zijn één ( joh10: 30 ).

-Geloof je niet dat in de Vader ben en dat de Vader in mij is? Maar de Vader die in mij blijft doet zijn werk door mij ( Joh14: 10 ).

-Jezus zei tot hen: “maar als ik door de geest van God demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij jullie gekomen: dit wil zeggen dat de Zoon in de Vader is, de Vader in de Zoon en dat de Heilige Geest de geest is van God en Christus” ( Mat12: 28 ).

Door deze voorbeelden zien we dat zowel de Vader als de Zoon en de Heilige Geest God zijn. Men noemt dit het mysterie van de Heilige Drievuldigheid van God.

 

 

De Heilige Drievuldigheid

Pasteltekening van John Astria

 

 

De Vader en de Zoon

 

God werd vlees op aarde. Hij liet zijn Zoon geboren worden zonder het resultaat van voortplanting. Deze Goddelijke verbondenheid gaat het menselijk verstand te boven. De geboorte van Christus in een sterfelijk lichaam was nodig om ons te verlossen van de zonde. Christus werd de Messias voor alle volkeren op aarde.

 

-Hij zal een groot man worden en  Zoon van de Allerhoogste worden genoemd ( Luc1: 32 ).

-Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde ( Mat3: 17 / Luc3: 22 / Marc1: 11 ).

-En dat heb ik ,Johannes de Doper, gezien en ik getuig dat hij de Zoon van God is ( Joh1: 34 ).

 

 

De verlossing van de mens door Christus

 

Door een groot geestelijk wezen ( Lucifer) werd de eerste mens om de tuin geleid. De zonde kwam in de wereld door de leugen. De goede band met God werd doorbroken. Gods oneindige rechtvaardigheid en grootsheid kan geen zonden dulden; niet in woorden ,daden en gedachten. Het gevolg was dat iedereen zou sterven en veroordeeld worden tot de hel. Maar God bedacht een oplossing voor de mens door zijn wijsheid en macht. Hij stuurde zijn zoon Jezus om ons te verlossen van de straf door zonden. Christus zou voor ons sterven.

-Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft (Joh3: 16 ).

Geloven in Christus’ dood als zoenoffer is wat God wenst. Goede daden wissen de overtredingen niet uit. Wie deze denkfout maakt is voor eeuwig verloren.

 

 

 

De twee redenen waarom alleen Christus ons zou kunnen redden

 

  • De verlosser moest iemand zijn die nog nooit zondigde. Christus was God trouw en bleef zondeloos tot zijn kruisdood. Hij werd het geslachte lam of de losprijs voor ons allen.

 

-Christus is heilig en zuiver, van de zonden afgescheiden en ver boven de hemel verheven (Heb7: 26 ).

-Die (Christus) geen enkele  zonden beging en over wiens lippen geen leugen kwam (1Pe2: 22 ).

 

  • Jezus is verschenen om de zonden weg te nemen, er is in Hem geen zonde (2Kor5: 21 ).Christus is God zelf. Hij is de Zoon van God en de Zoon des mensen. Door zijn lijden en opstand uit de dood overwon hij alles enwerd een brug tussen God en de mens. Satan, de vader van de leugen, werd zo definitief verslagen.

 

De bijbel vertelt ons in Joh3: 16 dat God de wereld zo heeft lief gehad dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven opdat iedereen die in Hem gelooft nooit verloren zou gaan,maar eeuwig leven krijgt. God heeft de mens gered zonder zijn heiligheid en rechtvaardigheid aan te tasten. Wie niet in het zoenoffer van Christus gelooft is voor eeuwig verloren door die rechtvaardigheid.

 

God is een geest en werkt via zijn geest. Hij is samen met Christus in de hemel die aan zijn rechterhand zit. Christus is in de hemel onze Hogepriester en bemiddelaar voor onze zonden. Maar omdat God ons niet alleen wil laten heeft Hij ons zijn geest gezonden. De geest is de persoonlijkheid van God op aarde die staat voor Zijn wil, macht, zegen, kracht en glorie. Wie door de doop Jezus heeft aangenomen is in verbinding met de Heilige Geest wanneer  hij er beroep wil op doen.

 

-Wie weet wat er in een mens omgaat? Dat weet alleen zijn eigen Geest. Zo weet er ook niemand wat er in God omgaat dan alleen Gods eigen geest (1Kor2: 11 ).

-De Heilige Geest zal over u komen, de kracht van de Allerhoogste zal u als een schaduw bedekken (Luc1: 35 ).

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

De vier dieren uit de Openbaring van hoofdstuk 4

Standaard

categorie : religie

 

De vier dieren

 

“En het eerste dier leek op een leeuw, het tweede dier leek op een kalf, het derde dier had het gezicht als van een mens, en het vierde dier leek op een vliegende arend. En de vier dieren hadden elk voor zich zes vleugels rondom, en van binnen waren die vol ogen. Ze hadden geen rust en zeiden dag en nacht: Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige, Die was, Die is, en Die komt!” (Op 4:7,8)

 

 

 

 

Deze vier dieren zijn vier cherubs. Koning Salomo vervaardigde twee cherubs die hij vervolgens in de tempel van God plaatste. Dit kan je lezen in 1 Koningen hoofdstuk 6.  Maar deze cherubs komen ook voor in Ezechiël 1 en in 10. In Ezechiël hoofdstuk 1 krijgt Ezechiël het visioen van de levende wezens. Deze wezens vertonen veel gelijkenissen met die van Openbaringen.

“Hun gezicht leek op het gezicht van een mens, bij alle vier van rechts op de kop van een leeuw, bij alle vier van links op de kop van een rund, en alle vier hadden zij de kop van een arend.” (Ez 1:10)

 

 

Openbaring hoofdstuk 4 ; de troonsheerlijkheid van God

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De Cherubs hebben allemaal een symbolische betekenis en wijzen ons naar Christus zelf

 

De eerste was als een leeuw, wat zijn koningschap symboliseert. Christus wordt ook vergeleken met een leeuw. Hij is een brullende leeuw (Amos 1:2), (Jl 3:16).

De tweede was als een kalf wat zijn priesterschap symboliseert. In Leviticus 9 kunnen we lezen dat Aaron een kalf moest offeren als zonde-offer toen hij als priester ging dienen. Dat kalf wat geslacht moest worden als zonde-offer staat ook weer symbool voor het offer die Christus heeft gegeven voor de zonde van de mens aan het kruis.

De derde was als een mens. Wat Christus als mens symboliseert toen hij hier was als onze zaligmaker, dienaar, herder, onze leermeester, De zoon des mensen, Het vlees geworden woord.

En het vierde was als een arend, wat bescherming symboliseert. In Openbaringen 12:14 lezen we de vrouw die vleugels als van een arend krijgt en de woestijn in vliegt om buiten het bereik van de slang te blijven.

“En aan de vrouw werden twee vleugels van een grote arend gegeven, opdat zij naar de woestijn zou vliegen, naar haar plaats, waar zij gevoed wordt, een tijd en tijden en een halve tijd, buiten het gezicht van de slang.” (Op 12:14)

Deze vrouw symboliseert de kerk die beschermt wordt tegen de duivel.
Deze vier Cherubs vertonen karakter eigenschappen van Christus. Namelijk Koning, Priester, Zaligmaker en Beschermer.

 

 

 

De 4 cherubs en de 4 evangelisten

 

Er zit zelfs parallellisme tussen deze vier karakter eigenschappen en de vier evangelies.

Mattheüs schrijft vooral over zijn koningschap en het koninkrijk der hemelen,

Markus legt de nadruk meer op zijn priesterlijke kant. Als dienaar van de mens. De taak van de aardse priesters was om het volk te dienen als ze hadden gezondigd.

Lukas beschreef vooral zijn menselijke kant. De zoon des mensen.

En Johannes beschrijft vooral zijn Goddelijke kant. God als beschermer.

In de laatste drie verzen uit Openbaringen 4 lezen we hoe deze vier dieren en de 24 ouderlingen God aanbidden, hun kronen voor zijn troon neergooien, en Christus vereren als schepper van alle dingen.

“U bent het waard, Heere, te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de kracht, want U hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil bestaan zij en zijn zij geschapen.” (Op 4:11)

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Getallen met betekenis

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

We zien Christus als een leeuw die waakt over twee gegooide dobbelstenen. De linker dobbelsteen heeft 4 ogen en de rechter dobbelsteen heeft 3 ogen.

 

Het getal 4 in de Bijbel verwijst naar een boodschap die alom bekend zal gemaakt worden. Zo hebben we bijvoorbeeld de 4 evangelisten die de boodschap van het Nieuwe Testament wereldwijd zouden verspreiden. Nog een voorbeeld zijn de 4 ruiters van de Apocalyps in de Openbaring die de eindtijden wereldwijd zullen aankondigen.

Het getal 3 staat symbool voor de éénheid en goedkeuring van de Heilige Drievuldigheid.

Samen maken de dobbelstenen het heilige getal 7 dat symbool staat voor het einde van een periode met vernieuwing. Zo hebben we in de Bijbel de 7 plagen van Egypte, de 7 zegels in de Openbaring, de 7 bazuinen in de Openbaring enz.

 

 

De uitleg over het gehele tafereel 

 

De persoon aan wie de tekening is toegewezen zal voor een periode met het getal 4 (dagen, maanden of jaren) op zichzelf toegewezen zijn om bepaalde spirituele ervaringen in zich op te nemen onder controle van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Dan komt een nieuwe fase van spirituele groei die leidt tot hereniging met een spiritueel leider die onomkeerbaar zal zijn. De persoon zal, na een inwijding, zonder angst onzichtbare entiteiten kunnen aanroepen om Satan af te weren en om Gods plan te verwezenlijken.

 

 

Pasteltekening van John Astria