Tagarchief: aarde

God schiep de Maya’s

Standaard

categorie : religie

.

.

ec819cccc0130b5adeceea1b20c3e592 (1)

.

.

Met arendsogen speuren wij naar wat onze voorouders geloofden en wat ons tot op vandaag met hen verbindt.


Darío Caal Xi

.

De Maya’s zijn Gods eigen schepping. Als volk, als man en vrouw zijn wij door hem geschapen. Wij zijn deel van zijn lichaam, de tenen van zijn voeten, de vingers van zijn handen. God heeft ons gemaakt, hij is de Schepper en Vormgever. Als mannen en vrouwen werken wij met God mee; samen vervolmaken wij de schepping.

Ons leven is beweging en actie. Samen met anderen spannen wij ons in. Ons zweet valt op de aarde. Wij bewerken de grond tot we blaren op onze handen hebben. Ons werk, onze gedachten en woorden vormen een eenheid. Ons leven is zinvol en gelukkig wanneer er harmonie bestaat tussen de beweging van onze handen en ons hart.

De aarde is onze moeder. Zij voedt ons, beschermt ons en houdt ons in leven. Op de aarde is onze hoop gesteld. Talloze broeders en zusters, oude mannen en kinderen, volwassenen en jongeren hebben de aarde bewerkt, haar liefgehad en verdedigd. Hun inspanningen, hun zweet en bloed hebben de aarde tot onze aarde gemaakt.

Ons leven en onze spiritualiteit vinden hun oorsprong in de blijdschap. Blijdschap bij het zaaien van de maïs, wanneer de eerste plantjes opkomen, bij de oogst en bij het eten van de jonge maïs. Blijdschap wanneer een kind geboren wordt of wanneer een kind opgroeit en zelf aan het werk gaat. Blijdschap wanneer we nieuwe grond ontginnen of een nieuw huis bouwen. De blijdschap die we beleven aan onze dieren. De vreugde die we ondervinden bij het gemeenschappelijk werk voor ons dorp of ons volk.

Wij zijn een volk met een eigen geschiedenis. Wij zijn de vrucht van de ervaringen en inspanningen van onze voorouders. Wij geloven in onze eigen scheppende kracht, die zijn wortels heeft in onze eeuwenoude Maya-cultuur.

Onze cultuur is een cultuur van het leven. Wij voelen ons verbonden met de hemel en de aarde, met alle mannen en vrouwen, met God die Vader en Moeder is. Door ons werk herscheppen wij het aangezicht van Moeder Aarde. Door middel van symbolen zoeken wij gemeenschap met alles wat bestaat. Wij ervaren God op onze eigen Maya-wijze.

Onze cultuur vormt ons en voedt ons op. Onze cultuur verschaft ons medicijnen voor onze gezondheid. Wij leven in gemeenschap. Door te delen zijn wij rijk, door onze eenheid staan wij sterk bij conflicten.

Wij geloven in de God van het leven die recht zal verschaffen. Hij zal een einde maken aan honger en ellende, aan onrecht en ongelijkheid, aan bedrog, discriminatie en uitbuiting. Voor de Maya’s bestaat de zonde erin dat wij de Schepper en Vormgever beledigen, dat wil zeggen, dat wij ons afsluiten voor Hart van de Hemel, Hart van de Aarde. Elke scheiding tussen woord en daad, tussen gedachte en werk is bedrog en verbreekt het evenwicht. Onze idealen zijn goedheid, vrede, geluk, blijdschap, gemeenschapszin en vrijheid.

Voor ons is politiek dienst aan de gemeenschap. Wie dient, heeft gezag. De dienst bestaat in concrete actie tegen alles wat ons als persoon of als volk bedreigt. Wie dient, is trouw en houdt zich aan zijn woord. De wijze oude mannen en vrouwen zijn onze gids, omdat zij zijn gevormd in de harde leerschool van het leven. Dienstbaarheid van mannen en vrouwen en van heel ons volk hoort tot het wezen van ons bestaan.

Het juiste evenwicht in de wereld en in het leven van ieder mens is de vrucht van onze gezamenlijk inspanning. Harmonie kenmerkt ook het leven van God zelf. Al onze menselijke verlangens stemmen wij af op Gods eigen hart.

.

.

Afbeelding (15)

éénheid van man en vrouw

pasteltekening van John Astria

.

.

Een mens is nooit alleen, wij zijn altijd een paar. Omdat wij een paar zijn is er nieuw leven mogelijk, is er geschiedenis, vindt er verandering plaats, zijn wij gemeenschap en volk. Als paar, als man en vrouw, hebben wij eerbied voor elkaar en beminnen wij elkaar.

Personen, families en volken kunnen alleen maar bestaan wanneer er wederkerigheid is tussen man en vrouw, tussen hemel en aarde, de mens en de schepping. Wederkerigheid tussen God en mens, tussen vaders en moeders, grootouders en kleinkinderen, ouders en kinderen, tussen water en vuur, zon en maan, wind en bergen, maïs en regen, tussen zaaien en oogsten.

Man en vrouw zijn samen als een boom die leven geeft. “Ik kijk naar jou en jij kijkt naar mij; ik zorg voor jou en jij zorgt voor mij, zodat wij samen groeien. Ik geef jou schaduw en jij geeft mij schaduw. Alleen samen zijn wij compleet. Samen zijn wij een boom; wij hebben hetzelfde vlees en bloed, dezelfde wortels, dezelfde tronk, dezelfde takken en bladeren. Alleen samen brengen wij bloesem en vruchten voort.”

Wij zijn deel van de schepping, van de wereld, van de kosmos. Vader Zon beschermt ons, geeft ons licht, warmte en gezondheid. Grootmoeder Maan ontvangt ons wanneer wij geboren worden en ons eigen licht ontstoken wordt. De maan is het symbool van de oude mannen en vrouwen die ons met wijsheid richting geven. Onze Vader Regen verwekt het leven door Moeder Aarde te bevruchten. De regen is een zegen van God.

Moeder Aarde is het symbool van de vruchtbaarheid en van het heilige karakter van iedere vrouw. In haar schoot worden wij gevormd; zij voedt ons, zij geeft ons beschutting. Op de aarde lopen wij, zij is onze woonplaats. Moeder Aarde is heilig omdat zij ons leven geeft. Wanneer wij sterven, keren wij naar haar terug. Als maïskorrels worden wij in Moeder Aarde gezaaid. Liefdevol neemt zij ons op, in haar rusten wij. Moeder Aarde is Gods eigen gezicht.

Moeder Water zuivert ons, geeft ons leven en gezondheid. Het water is het bloed van Moeder Aarde. Vader Vuur is het symbool van verbondenheid en eenheid binnen de gemeenschap. Vuur nodigt uit onze ervaringen met elkaar te delen. Vuur brengt ons samen en wijst ons de weg. Vader Wind geeft ons levenskracht. Wind is beweging en adem. In de wind klinkt ons lachen en ons schreien. Wind is kracht en actie; wind bemiddelt tussen God en mens.

Moeder Maïs is ons voedsel, het leven dat door onze aders stroomt. De maïs is heilig; zij is als een moeder die haar leven geeft voor haar kinderen. Onze vaders en moeders de bergen zijn de plek waar God aanwezig is, daar treden wij met hem in contact. De bergen zijn het aangezicht van de aarde; op de bergen ervaren wij Gods eigen vrede en rust. De bergen beschermen ons; bij alles wat wij ondernemen zijn zij onze getuigen.

Wij mensen horen bij elkaar, hoe verschillend wij ook zijn. Alleen samen zijn wij vruchtbaar. In gemeenschap werken wij, vieren wij feest, beleven wij ons geloof. Samen vormen wij de tijd, samen trekken wij voort tot de dageraad aanbreekt.

Wij zijn zonen en dochters van God, die Vader en Moeder is. God is het Hart van de Hemel, het Hart van de Aarde. Aan God behoren de dag en de nacht, de bergen en de dalen, alle dieren en ook wijzelf. God is het hart van het water, van de zee en van de rivieren. God is onze oorsprong, de eigenaar van alles wat dichtbij en veraf is. God is een heilige Vader en een heilige Moeder, het middelpunt van de gemeenschap en van de vier hoeken van de wereld. God leeft en waakt zonder ophouden over ons. God is de bron van alle leven.

Onze gebeden richten zich spontaan tot God wanneer wij de dageraad aanschouwen of de ondergang van de zon, wanneer wij een berg bestijgen of de aarde bewerken, bij het zien van de bloemen en de vruchten die de aarde voortbrengt. God eren wij met muziek en zang, met dansen en met feesten. Tot God bidden wij om maïs, grond en water. Hem vragen wij kracht om als volk te groeien en onze cultuur te verdedigen. Onze Maya-priesters en zieners, onze ouderen en vroedvrouwen gaan ons daarbij voor

De vier hoeken van de wereld zijn het huis dat wij bewonen. Daar groeien wij op en bewegen wij ons; het is de ruimte waar wij lachen en huilen. Op de wereld worden wij geboren, op de wereld sterven wij. De wereld is heilig, want hij is doordrongen van het leven van God. De wereld is het middelpunt, het begin van de weg die ons naar God zelf voert.

Wij zijn verbonden met alle volken, in het oosten en het westen, in het noorden en het zuiden. Wij zijn het leven van wie reeds gestorven zijn, wij zijn de dood van wie na ons komen. Wij verenigen in ons verleden, heden en toekomst. De dood is een deel van ons leven; door de dood worden de levenden en de voorouders met elkaar verbonden.

Ook al sterven wij, wij leven voort in onze kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. De doden zijn vertrokken, maar zij zijn niet weg; wij zetten hun bestaan voort. In de dood ervaren wij de eenheid van levenden en doden. Daarom verandert ons verdriet om de dood in vreugde. Wij huilen om het leven omdat het ons zo dierbaar is.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 John Astria

John Astria

De Maya’s en de schepping.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

DE SCHEPPING

 

 

Uit de Pop Wuj, het heilige boek van de Maya’s

.

 

Maya San bart

 

.

Scene uit het scheppingsverhaal, Maya, – ca. 100v. Chr. De maisgod Hun Hunapah (midden) deelt gaven uit. Hij staat op de rug van een machtige slang.

.

In het begin was er alleen maar stilte en rust. Niets bewoog, niets gaf geluid. Er waren nog geen mensen, geen dieren, geen vogels of vissen, geen bomen, geen stenen, geen grotten of ravijnen, geen struiken en geen bossen. Er was alleen de hemel, de aarde was nog niet zichtbaar. Al wat bestond was de kalme zee en de uitgestrekte hemel.

In de stilte van de donkere nacht bevond de Schepper en Vormgever zich in het water, omgeven door licht en bedekt met groene en blauwe veren. ‘Hart van de Hemel’ is zijn naam.

Daarop sprak de Schepper en Vormgever: “Laat de ruimte zich vullen, laat het water terugtreden, zodat de aarde verschijnt. Laat het licht worden, laat de dag aanbreken in de hemel en op aarde. Onze schepping mist luister en glans zolang er geen mensen zijn.”

Zo werd de aarde geschapen. Gehuld in nevels en wolken rezen de bergen op uit het water. Als door een wonder werden de bergen en dalen gevormd, en terstond schoten cipressen en pijnbomen op.

De Schepper en Vormgever was verrukt over zijn werk en sprak: “Nu zal ons werk tot voltooiing worden gebracht.” Zo werden eerst de aarde, de bergen en de dalen gevormd. Het water werd gescheiden en vrij stroomden de rivieren tussen de bergen door.

Aldus vond de schepping van de aarde plaats. Zij werd gevormd door Hart van de Hemel, Hart van de Aarde, toen de hemel nog leeg was en de aarde gedompeld was in water. Een schitterend werk was het, waar diep over was nagedacht.

 

 

De dieren

.

Vervolgens werden de dieren geschapen, herten, vogels, leeuwen, tijgers en allerlei soorten slangen. Ieder kreeg zijn eigen plaats toegewezen, de herten langs de rivieren en in de dalen, de vogels in de bomen en de struiken.

Toen de schepping van de vogels en de viervoeters was voltooid, sprak de Schepper en Vormgever: “Laat alle dieren spreken, roepen en fluiten, ieder op zijn eigen manier en naar best vermogen. Roep onze naam, prijs ons die jullie vader en moeder zijn, aanbid Hart van de Hemel, Hart van de Aarde.” Maar de dieren konden niet spreken zoals de mensen. Ze krijsten, krasten en kakelden, ieder op zijn eigen wijze, maar spreken was er niet bij.

Toen sprak de Schepper en Vormgever: “Jullie hebben onze naam niet kunnen uitspreken. Daarom zullen wij menselijke wezens scheppen die ons kunnen aanbidden. Jullie woonplaats zal voorgoed in de bossen en dalen zijn, en jullie vlees zal worden opgegeten.”

“Laten wij een nieuwe poging doen”, sprak de Schepper en Vormgever. “Het wordt al licht, de dageraad is al nabij. Laten we wezens maken die ons gehoorzamen, ons onderhouden en voeden, die ons aanroepen en onze herinnering op aarde levend houden. Want onze eerste poging is jammerlijk mislukt.”

.

 

.

 

 

Van aarde en hout

.

Daarop werd de mens gevormd en geschapen. Uit aarde, uit slijk werd het vlees van de mens gemaakt. Maar de Schepper en Vormgever zag dat het niet goed was. De mens van aarde was zacht en viel uit elkaar. Hij kon niet bewegen en had geen kracht. Zijn hoofd zakte naar opzij, zijn ogen waren zwak en hij kon niet omkijken. Aanvankelijk praatte hij wel, maar hij begreep zijn eigen woorden niet. Al gauw werd de mens van aarde nat en toen was het snel met hem gedaan.

De Schepper en Vormgever zei: “De mens die we hadden gemaakt, kon niet lopen of zichzelf voortplanten. We moeten ons werk verbeteren om goede schepsels te maken die ons aanbidden en aanroepen, die ons onderhouden en voeden en de herinnering aan ons levend houden.”

Daarop riep de Schepper en Vormgever de hulp in van de grootvader en grootmoeder. Die wierpen het lot met de maïskorrels en zeiden: “Er komen goede schepsels als ze gesneden worden uit hout.” Aldus geschiedde. Met zorg sneed de Schepper en Vormgever beeldjes uit hout. Het leken echte mensen en ze bevolkten de aarde. Ze kregen zonen en dochters, maar ze hadden geen ziel en geen verstand. Op handen en voeten liepen ze doelloos rond.

Omdat zij zich hun Schepper en Vormgever niet herinnerden, vielen de mensen van hout in ongenade. Zij waren slechts een proef, een poging om mensen te maken. In het begin spraken zij wel, maar hun gezicht was dor en droog. Hun handen en voeten waren krachteloos. Zij hadden geen bloed en hun lijf was mager en vormloos. Ze hadden ingevallen wangen en hun vlees was geel van kleur. Daarom waren zij niet in staat aan hun Schepper en Vormgever te denken, die hun het leven had geschonken en over hen waakte. Zo waren de eerste mensen en zij waren zeer talrijk.

Daarop veroorzaakte Hart van de Hemel een overstroming die alle mensen van hout verzwolg. Duisternis daalde over de aarde neer en overdag en ’s nachts viel er een zwarte regen. Dat was de straf omdat de mensen van hout zich hun vader en moeder, Hart van de Hemel, niet herinnerden.

.

 

maya

 

.

 

De wraak

.

Toen kwamen de grote en kleine dieren in opstand tegen de mensen van hout en ook de potten en pannen, heel de huisraad, het pluimvee en de honden. Zij sloegen de mensen van hout in het gezicht. “Jullie hebben ons schandalig behandeld, jullie hebben ons opgegeten en nu is het onze beurt de tanden in jullie te zetten”, zeiden de honden en het pluimvee.

“Jullie hebben ons pijn gedaan”, zeiden de maalstenen. “Dag na dag, bij nacht en ontij hebben jullie al malend ons gezicht bekrast, en wat konden wij er tegen doen? Maar nu jullie geen mensen meer zijn, is het onze beurt. Jullie vlees zullen we tot poeder fijn malen.”

En de honden spraken: “Waarom hebben jullie ons geen eten gegeven? We hoefden maar jullie kant uit te kijken of we werden al weggejaagd. En wie ons wilde slaan, vond altijd wel een stok. Slecht hebben jullie ons behandeld, en wij konden niet praten. Hebben jullie er nooit aan gedacht dat zoiets ook jullie zou kunnen overkomen? Nu zijn wij aan de beurt, nu zullen jullie onze tanden voelen.” En meteen beten de honden de mensen van hout in het gezicht.

En de potten en pannen zeiden: “Jullie hebben ons veel pijn en ellende veroorzaakt. Onze mond en ons gezicht zitten vol roet. Wij werden op het vuur geplaatst alsof we geen gevoel hadden. Maar nu gaan wij jullie verbranden.” Daarop wierpen de gloeiende potten en pannen zich op hun slachtoffers.

De mensen van hout renden wanhopig alle kanten uit. Ze probeerden op de daken te klimmen, maar de huizen zakten in. Ze zochten hun toevlucht in bomen, maar die schudden hen van zich af. Ze vluchtten grotten in, maar die sloten zich als vanzelf.

Dat was de ondergang van de mensen die waren geschapen en gevormd. Ze werden verwoest en vernietigd, hun mond en gezicht werden vermorzeld. Er wordt beweerd dat de apen afstammen van de mensen die werden gesneden uit hout. Daarom lijken apen op mensen.

 

 

 

 

 

Mensen van maïs

.

Dit is het begin van de schepping van de mens, toen werd besloten hoe het vlees van de mens moest worden gemaakt. De Schepper en Vormgever sprak: “De tijd van de dageraad is aangebroken, ons werk moet worden voltooid. De mens moet verschijnen die ons onderhoudt en voedt, de verlichte mens, de beschaafde dienaar op deze aarde.” Het moment was nabij waarop de zon, de maan en de sterren zouden verschijnen boven het hoofd van de Schepper en Vormgever.

Toen kwamen er vier dieren, die gele en witte maïskolven brachten. Uit het deeg van de gele en witte maïs werden vlees en bloed gemaakt. Uit maïs schiep de Schepper en Vormgever de eerste mensen.

De aarde was prachtig toen de eerste mensen werden gemaakt, vol gele en witte maïskolven, cacao, allerlei vruchten en honing. Er was een overvloed aan de lekkerste spijzen, overal stonden grote en kleine planten. De dieren wezen de weg naar de witte en gele maïskolven. Die werden gemalen en uit de krachtige drank van de maïs werden de spieren gemaakt, die het lichaam stevig en sterk maken.

Uit gele en witte maïs werd het vlees van de eerste mensen gemaakt, uit het deeg van de maïs hun armen en benen. Alleen uit maïs bestond het vlees van onze vaders, van de vier mannen die als eersten werden geschapen.

De eerste mensen die werden gevormd en geschapen, hadden geen vader of moeder. Zij werden niet uit een vrouw geboren, noch verwekt door de Schepper en Vormgever. Door een wonder, door toverkracht werden zij geschapen en gevormd. Zij leken op mensen en het waren mensen. Zij spraken, zagen, hoorden, liepen en pakten al het geschapene vast. Het waren goede en prachtige mensen, mannen waren het.

 

 

 

.

 

Een waas over de ogen

.

De eerste mensen waren begiftigd met verstand en hun blik was zo scherp dat ze alles zagen wat er op aarde was. Alles wat zij bekeken, was meteen dichtbij. Met hun scherpe blik aanschouwden zij het gewelf van de hemel en de wijde omtrek van de aarde. Er bestond voor hen geen afstand, en er waren geen geheimen. Groot was hun wijsheid. Hun blik reikte tot aan de bossen, de rotsen, de meren de zeeën, de bergen en de dalen. Het was werkelijk een wonder.

Daarop vroeg de Schepper en Vormgever aan de eerste mensen: “Wat vinden jullie ervan? Zien jullie, horen jullie? Zijn jullie spraak en tred goed? Kijk naar de wereld, naar de bergen en dalen, probeer goed te kijken!”

Toen de eerste mensen alles zagen wat er op de wereld was dankten zij de Schepper en Vormgever. “Wij danken u uit heel ons hart. Wij zijn geschapen, wij hebben een mond en een gezicht ontvangen. Wij spreken, wij horen, wij denken en wij lopen. Wij zien en kennen alles wat veraf en wat dichtbij is, de grote en de kleine dingen. Wij danken u, Schepper en Vormgever, omdat u ons hebt geschapen en ons het zijn hebt gegeven.”

Maar de Schepper en Vormgever maakte zich zorgen. “Het is niet goed dat onze schepsels alles weten, al het grote en het kleine. Wat moeten wij doen? Het is beter dat zij alleen maar aanschouwen wat dichtbij is, dat ze alleen maar een stukje van de aarde zien. Het zijn immers maar eenvoudige schepsels. Moeten zij ook nog goden zijn? Misschien willen zij zich niet voortplanten wanneer de dageraad aanbreekt. Laten wij hun verlangens een beetje beteugelen, want het is niet goed dat zij alles zien. Misschien willen zij wel gelijk worden aan ons, die hun Schepper zijn, wij die grote afstanden kunnen overbruggen en alles weten en zien.”

Zo sprak Hart van de Hemel, de Schepper en Vormgever. Daarop legde hij een waas over hun ogen, zoals wanneer je over een spiegel ademt. Hun ogen raakten verduisterd en zij konden alleen nog helder zien wat dichtbij was. Zo werden de wijsheid en kennis van de vier eerste mensen vernietigd. Zo werden onze grootouders geschapen en gevormd door Hart van de Hemel, Hart van de Aarde.

Vervolgens werden ook de vier echtgenoten gemaakt. God zelf vormde ze met grote zorg. Terwijl de mannen sliepen, naderden de vrouwen en zij waren werkelijk heel mooi. Toen de mannen wakker werden en de vrouwen zagen, waren zij zeer verheugd.

De eerste mensen plantten zich voort. Uit hen werden grote en kleine stammen geboren. Ook wij stammen van hen af. Veel priesters en offeraars brachten zij voort.

 

.

De dageraad

.

Veel mensen werden geboren en in de duisternis plantten zij zich voort. De zon was nog niet opgegaan en er was nog geen licht. Zij waren talrijk en trokken rond in het oosten. Maar God vereerden zij niet. Zij richtten enkel hun gelaat naar de hemel en wisten niet wat zij zo ver waren gaan zoeken.

Zij spraken met elkaar en vol ongeduld wachtten zij op de komst van de dageraad. Met hun gelaat naar de hemel gekeerd richtten zij hun smeekbeden tot God:

 

“Zie ons, hoor ons,
laat ons niet alleen, vergeet ons niet.
God, die in de hemel en op aarde bent,
Hart van de Hemel, Hart van de Aarde.

Geef ons kinderen,
geef ons nakomelingen,
zolang de zon haar baan aflegt en het licht is.

Laat het licht worden,
laat de dageraad aanbreken.

Geef ons goede, vlakke wegen.
Dat de volken vrede kennen, veel vrede en geluk.
Geef ons een goed en nuttig leven”.

 

Zo spraken zij, terwijl zij baden om de opgang van de zon en de komst van de dageraad. En tegelijk met de opkomende zon aanschouwden zij de morgenster, die aan de komst van de zon voorafgaat, die de hemel en de aarde beschijnt en de voetstappen verlicht van de mensen die gevormd zijn en geschapen.

.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 John Astria

John Astria

Gebed van Maya-priester don Ambrosio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

GEEF ONS EEN NIEUWE DAG

 

.

Gebed van Maya-priester don Ambrosio

 

.

ec819cccc0130b5adeceea1b20c3e592 (1)

 

.

In de naam van Hart van de Hemel
en Hart van de Aarde.

U allen heet ik welkom.
Kort wil ik tot u spreken over het woord van onze God,
met u wil ik tot God bidden.

U, Schepper en Vormgever,
kijk naar ons, luister naar ons.
Verlaat ons niet, laat ons niet in de steek.
Laat het licht worden, laat de dageraad aanbreken.

Stralende dag,
Hart van de Hemel, Hart van de Aarde.
U die alle rijkdom geeft:
schenk mijn kinderen leven.
Dat zij groeien en zich voortplanten.
U zullen zij onderhouden en aanroepen,
op velden en wegen,
bij rivieren, in ravijnen en bossen.

Schenk onze kinderen zonen en dochters.
Dat hen geen ongeluk treft.
Dat zij geen slachtoffer worden van bedrog.
Dat zij niet vallen of gewond raken.
Dat zij geen overspel plegen,
of veroordeeld worden vanwege misdaden.

Dat zij niet struikelen
op stijgende wegen, op dalende wegen.
Laat hun weg vrij zijn van hindernissen,
geef hun goede, vlakke wegen.
Bespaar hen ongeluk en tegenslag.

Hart van de Aarde, schitterend hemelgewelf
en heel het aardoppervlak:
laat enkel vrede en rust heersen in uw aanwezigheid.
God van de Hemel, God van de Aarde.


Met deze woorden hebben onze voorouders gebeden,
vroeg in de morgen, wanneer de zon opkomt.
Zij hebben zich gericht tot God,
die Morgenster wordt genoemd.
Steeds hebben zij gesmeekt:
“God, geef ons een nieuwe dag.”

Zo moeten ook wij blijven bidden,
onze Vormgever smeken om kracht.
Hij die de bergen en dalen heeft gemaakt
en heel de wereld.
Zo is onze godsdienst, zo is het.

Met Gods hulp is er geen armoede of honger.
De God van de Hemel, God van de Aarde
is steeds bij ons,
soms voor ons, soms achter ons.
Hij is de God van verre en van korte reizen.
Hij luistert naar ons, hij kent alle Maya-talen.

Luister naar God, geloof in hem,
stel onze God niet op de proef.
God toont zich aan mij, hij toont zich aan u.
Denk niet: alleen priesters en ouderlingen hebben macht,
want ieder van ons is macht gegeven.

Laten wij het kwaad mijden
dat zich tussen ons wil nestelen.
Laten wij onze echtgenoten liefhebben,
want God zelf heeft hen gemaakt.
God zei: het is niet goed dat er enkel mannen zijn.

U weet dat God de eerste mensen heeft gestraft
omdat zij God niet kenden, zijn naam niet uitspraken.
Zij vergaten de goede God,
die onze handen en voeten heeft gemaakt.

Wanneer u op reis gaat,
sta dan vroeg op en haast u niet.
Wie laat opstaat, denkt niet aan God.

Mogen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest
ons leiden op alle onze wegen.

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 John Astria

John Astria

Openbaring les 4: Wat is een nieuwe hemel en nieuwe aarde?

Standaard

Categorie: religie

 

 

ACHTERGROND

 

Gelovigen zijn “allen die Zijn verschijning hebben liefgehad” (2 Tim.4:8). Het is niet logisch dat iemand zou beweren Jezus lief te hebben en daarbij niet zou verlangen naar Zijn terugkeer. Daarom is het eind van het boek Openbaring net zo bemoedigend. Gelovigen zijn, zowel in de tijd van Johannes als vandaag de dag, voorbestemd om voor eeuwig met Hem te leven en de verwachting van die gemeenschap met Hem zou hun grootste vreugde moeten zijn. De Gemeente zal nooit bevredigd zijn totdat ze “zonder smet of rimpel of iets dergelijks, heilig en smetteloos” voor God zal staan (Ef.5:27). Tegelijkertijd staat er een andere realiteit te wachten voor degenen die niet verlost zijn. Hun komende eeuwige toestand is net zo echt als die van de verloste mensen. Om die reden geeft Jezus nog een laatste uitnodiging tot berouw in inkeer voor Hij Zijn openbaring doorheen de apostel Johannes afsluit.

 

 

Openbaring hoofdstuk 21: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De nieuwe hemel en de nieuwe aarde (Openbaring 21:1-8)

 

Bij het openen van het 21ste hoofdstuk zijn alle zondaren uit alle tijden, en satan en zijn demonen, veroordeeld tot de poel van vuur (20:10-15). Nadat God alle goddeloze mensen en engelen verbannen heeft en het huidige universum vernietigd is (20:11), zal God een nieuwe plaats scheppen waar de verlosten en de heilige engelen voor eeuwig kunnen wonen. De openbaring van Christus aan de apostel Johannes is een beschrijving van deze woonplaats. Dat op een dag alles nieuw zal worden gemaakt is om verschillende redenen een bemoedigende boodschap van zekerheid aan de gelovigen, zowel uit de tijd van Johannes als die van vandaag de dag.

Ten eerste zullen gelovigen geroepen worden om met Christus in een glorieuze plaats te wonen. Dit zal een gloednieuwe, nooit eerder geziene weergave zijn van Gods kracht. God schiep de aarde oorspronkelijk als een geschikte woonplaats voor de mensheid. De ingang van de zonde besmette echter de aarde en het universum waardoor God deze uiteindelijk zal vernietigen (20:11). Omdat door dit oordeel de eerste hemel en de eerste aarde heen zullen gaan, moet God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde scheppen. Binnen in deze nieuwe schepping zal er een centrale plaats of hoofdstad zijn.

Deze zal het nieuwe Jeruzalem genoemd worden en zal heel anders zijn dan het Jeruzalem dat Johannes of wijzelf kennen. Het oude Jeruzalem, dat toen Johannes dit visioen kreeg al 25 jaar in puin lag, is ook bevlekt met zonde en maakt daardoor deel uit van de oude schepping. De nieuwe plaats zal een heilige stad zijn voor God, omdat iedereen die er zal wonen heilig zal zijn (20:6). Wanneer God deze nieuwe hemel en nieuwe aarde zal maken zal het nieuwe Jeruzalem uit het heilig universum neerdalen (21:10) en dienen als de eeuwige woonplaats voor alle verlosten. Dat zulk een plaats zal dienen als een huis voor de verlosten, blijkt uit de beschrijving die Johannes geeft over het nieuwe Jeruzalem als zijnde “een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is” (21:2).

Johannes zag een bruid die voor haar man sierlijk is gemaakt, omdat het tijd was voor de voltooiing van alle dingen. Tegen deze tijd zal de Gemeente bewaard zijn in een waar geloof en zij die God vrezen, zich bekeerd hebben van hun zonden en hem in dit leven trouw hebben gevolgd, zullen het voorrecht genieten om voor eeuwig met Hem te mogen leven in het komend leven. Wanneer er een einde zal zijn gekomen aan alle aardse dingen, zal de inleiding van de hemel verwelkomd worden met Gods Gemeente die voor Hem gepresenteerd wordt als een mooie bruid die gereserveerd is voor haar echtgenoot.

In deze nieuwe schepping zal de “de tent (tabernakel) van God” bij de mensen zijn “en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn” (21:3). Dit zal in de verlossingsgeschiedenis een nooit eerder geziene demonstratie zijn van Gods glorieuze aanwezigheid bij Zijn volk. God zal letterlijk Zijn tent opzetten onder het volk. Hij zal niet langer transcendent, op verre afstand van hun wonen. Hier zal de gelovige genieten van volmaakte gemeenschap met God. De onvolmaakte, door zonde gehinderde gemeenschap die gelovigen nu in dit leven hebben met God (1 Joh.1:3) zal dan volkomen, volledig en onbegrensd zijn in de hemel. Daar zullen ze de majesteit van Gods buitengewone bestaan zien en kennen, terwijl ze hun Schepper volmaakt zullen aanbidden.

Gelovigen zouden ook bemoedigd moeten zijn omdat dat de hemel (de nieuwe schepping) dramatisch anders zal zijn dan deze huidige wereld. Dit wordt duidelijk in de omschrijvingen van Johannes. Daar in de hemel zullen de gelovigen ervaren dat God “alle tranen van hun ogen” zal afwissen (21:4). Omdat er “geen verdoemenis” is “voor hen die in Christus Jezus zijn” (Rom.8:1) zal er niets zijn om spijt van te hebben – geen rouw, geen jammerklacht en geen moeite. Hierom zullen zij die bij God wonen niet één traan meer laten in de hemel. De dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn” (21:4). De grootste vloek in het menselijk bestaan zal er niet meer zijn! “De dood is verslonden” beloofde Paulus (1 Kor.15:54).

Zowel satan, die de macht had over de dood (Heb.2:14) als de dood zelf, zullen in de poel van vuur geworpen worden (20:10, 14). Deze volmaakte heiligheid en afwezigheid van zonde die de hemel zullen kenmerken, vertalen zich in een wereld die vrij is van alle pijn, verdriet en gejammer. Al deze veranderingen die de nieuwe hemel en nieuwe aarde zullen kenmerken, geven aan dat “de eerste dingen zijn voorbijgegaan” (21:4). De oude menselijke ervaring die betrekking heeft op de gevallen schepping is voor eeuwig voorbij samen met alle rouw, leed, verdriet, ziekte, pijn en dood die de zondeval kenmerkte. Christus zal in die dagen wonderbaarlijk “alle dingen nieuw” maken (21:5).

 

 

De inwoners van de nieuwe hemel

en de nieuwe aarde (Openbaring 21:6-8; 22-27)

 

De gehele geschiedenis is gegroeid naar dat goddelijk moment waarin alles nieuw wordt gemaakt. Bij haar voltooiing zal alles volbracht zijn. Daarom zei de majestueuze stem van Degene die op de troon in de hemel zit tegen Johannes: “Het is geschied” (21:6). God begon de geschiedenis en Hij zal die voleindigen en alles ervan verloopt volgens Zijn plan. Zij die zullen wonen in de nieuwe hemel en nieuwe aarde worden met twee zinnen hier in hoofdstuk 21 beschreven. Als eerste wordt een inwoner van de hemel omschreven als iemand die “dorst heeft” (21:6). Zij zullen “hongeren en dorsten naar de gerechtigheid” (Matt.5:6).

De belofte aan de oprechte zoeker is dat zijn dorst bevredigd zal worden. God zal “voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens” (21:6). Doorheen de Bijbel symboliseert dit water het eeuwige leven (Joh.4:34-14; 7:37-38; Op.22:17). Zij die dorsten en oprecht zoeken naar verlossing zijn degenen die het zullen ontvangen en de eeuwige hemelse gelukzaligheid zullen genieten.

Ten tweede behoort de hemel ook aan “wie overwint” (21:7). Deze overwinnaars zullen zij zijn die gedurende dit leven trouw hun reddend geloof in de Here Jezus Christus hebben versterkt. Overwinnend en volhard in het geloof zullen deze personen “alles beërven” (21:7). Zij zullen “een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare erfenis, die in de hemelen bewaard wordt” ontvangen (1 Pet.1:4).

Ze zullen in de gelukzaligheid van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde voor altijd genieten van een volmaakte ziel (Heb.12:23) en volmaakt lichaam (20:6; Rom.8:23; 1 Kor.15:34-44; 2 Kor.5:2; Fil.3:21). Maar het meest geweldige voor degene die overwinnen en dorsten naar rechtvaardigheid is Gods belofte: “Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn” (21:7). Ondanks dat de gelovige in dit leven al het voorrecht geniet om geadopteerd te zijn als Gods zoon, zal het pas bij het binnengaan van de hemel de volledige werkelijkheid van deze adoptie ervaren (Joh.1:12; Rom.8:14-17; 2 Kor.6:18; Gal.4:5; Ef.1:5).

Zij die het eeuwig geluk zal ontzegd worden, worden omschreven als “de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars” (21:8). Degenen wiens leven gekenmerkt wordt door zulke dingen geven blijk dat zij niet gered zijn en nooit de hemelse stad zullen betreden. ”Hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (21:8). In contrast met de eeuwige gelukzaligheid van de rechtvaardigen in de hemel zullen de zondaars voor eeuwig gekweld worden in de hel. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde staan enkel gelovigen te wachten, terwijl de uiteindelijke hel al de verrezen ongelovigen te wachten staat. Daarom bepalen de tegenwoordige keuzes van mannen en vrouwen in welke plaats ze voor eeuwig zullen leven.

 

 

De glorie van het nieuwe Jeruzalem (Openbaring 21:22-27)

 

Eenmaal in de nieuwe hemel en aarde zullen de verlosten onmiddellijk met glorieus ontzag staan in de nieuwe stad Jeruzalem. Daarbinnen in de stad zal er “geen tempel” zijn, want “de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam” (21:22). De goddelijke aanwezigheid zal de gehele nieuwe hemel doordringen en nergens begrensd zijn tot één plaats. Daarom zullen gelovigen nooit naar een ander huis moeten gaan om te bidden. Tot in de eeuwigheid zullen gelovigen voortdurend in de aanwezigheid van God zijn. Nooit zal er een moment zijn dat ze niet in de volmaakte heilige aanwezigheid van “de almachtige God en het Lam” leven (21:22). Het leven van de gelovigen zal louter bestaan uit aanbidding van God.

Al deze aanbidding zal in Gods glorie gebeuren. Anders dan deze aarde, die volledig afhankelijk is van de zon en de maan, zal de nieuwe hemel en nieuwe aarde niet afhankelijk zijn van zulk licht. De zon en de maan zullen niet nodig zijn om licht te voorzien, “want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp” (21:23). Onder zulk licht zullen alle gelovigen uit elke taal, stam en natie samengebracht worden – zowel Joden als heidenen (21:24). Al de verlosten zullen verenigd worden als Gods volk waarbij eenieder gelijkwaardig is in de eeuwige hoofdstad.

Zulk een gelijkwaardigheid onder de verlosten zal ook ervaren worden in complete veiligheid. Er zal in de eeuwigheid geen nacht meer zijn en de poorten van Jeruzalem zullen nooit meer gesloten moeten worden (21:25). Het zal een plaats van rust, veiligheid en verfrissing zijn waar Gods volk zal “rusten van hun inspanningen” (14:13). Ook zal alles in de hemel heilig zijn. Er zal in het nieuwe Jeruzalem dus niets onrein zijn en “ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens” (21:27). De enigen die daar zullen verblijven zijn degenen wiens naam in het boek des levens geschreven staan.

 

 

Openbaring hoofdstuk 22: de Alfa en de Omega

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De laatste uitnodiging (Openbaring 22:12-17)

 

De hemel zal slechts een selecte groep mensen huisvesten. Enkel de verlosten zullen dit beërven en voor eeuwig met God regeren. En omdat Christus geduldig is en niet wil dat er niemand verloren gaat (2 Pet.3:9) verlangt Hij ernaar om de ongelovigen hier in de verzen 12-17 nog een laatste oproep tot berouw en inkeer te geven. De volledige canon van de Bijbel eindigt daarom op dit punt met een dringende oproep voor zondaren om tot Jezus Christus te komen en voor het te laat is de vrije gift van eeuwig leven te ontvangen. Want Christus komt spoedig (22:12) en wanneer Hij komt zal het zijn als een dief in de nacht (2Pet. 3:10). Voor de verlosten is dit een grote bemoediging. “De Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde” zal komen met beloningen in Zijn hand “om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (22:12-13).

Iedere gelovige zal door trouw aan Christus eeuwige beloningen ontvangen. De beloningen waar de gelovigen van zullen mogen genieten in de hemel, bestaan uit de mogelijkheden om God te dienen. Dus hoe groter hun trouw is geweest in dit leven, hoe meer mogelijkheden ze zullen krijgen om God in de hemel te dienen (cf. Matt.25:14-30). Wat een vreugdevolle gelegenheid zal dat zijn. De verlosten zullen voor eeuwig gezegend worden en een volledige en voor altijddurende toegang hebben tot God. Wanneer ze door de poorten van het nieuwe Jeruzalem willen gaan, zullen ze dat eender wanneer kunnen doen en wanneer ze van de boom des levens willen nemen zullen ze dat dus kunnen doen wanneer ze maar willen (22:14).

Al deze personen zullen op zulk een wijze gezegend worden, omdat God hun gehoorzaam tot aan het eind heeft bevonden, gewassen en gereinigd door het bloed van Christus (1:5; 5:9; 7:14). Dat zulk een glorieuze toestand staat te wachten op de terugkeer van Christus is de reden waarom de Geest en de bruid (de Gemeente) zeggen, “Kom!” (22:17). Beiden zien ze uit naar de terugkeer van Christus om de verlosten te verzamelen. De Gemeente wordt vermoeid door de strijd tegen zonde en verlangt er, samen met de Geest, naar om Jezus Christus verheerlijkt, verhoogd en geëerd te zien worden. Zoals men kan zien is de hemel erg exclusief en huisvest ze enkel degenen die gereinigd zijn van hun zonden door geloof in Jezus Christus. Daarentegen zullen alle anderen buiten het nieuwe Jeruzalem in de poel van vuur verblijven (20:15; 21:8). Omdat “wat onrein is” niet de mogelijkheid zal hebben om in te komen zullen “alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam” het voorrecht gegeven worden om het nieuwe Jeruzalem toe te treden (21:27).

De personen die buitengesloten zullen worden beschrijft Christus als honden en worden verder omschreven als “de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet” (22:15). Iemand die een van deze zonden liefheeft en herhaaldelijk een van deze zonden doet, koppig eraan vastklampt en Christus’ uitnodiging tot verlossing afslaat, zal in de poel van vuur geworpen worden. Toch laat Christus Zijn schepping niet los. De zin: “Laat hij die het hoort, zeggen: Kom!” nodigt al degenen die de Geest en de bruid horen uit om hen te vergezellen in hun verlangen naar Christus’ terugkeer. Degene die met geloof hoort en vertrouwd is degene die gered zal worden.

Door hun gehoorzaamheid aan het Evangelie zullen zij die zich bekeren samen met de Geest en de bruid, omdat ze verlangen naar Zijn glorie – en hun eigen verlossing van zonden – in een volmaakte heilige omgeving, uitzien naar Christus’ terugkeer. Aan degenen die de oproep van Christus gehoorzamen, dorsten naar vergeving en zich bekeren van hun zonden biedt Christus “voor niets” “het water des levens” aan (22:17). Dit eeuwig leven wordt vrij aangeboden aan al degenen die horen en geloven dat Jezus de prijs voor hun zonden betaalde door Zijn opofferende dood aan het kruis (Rom.3:24).

 

Conclusie

 

Dat Christus spoedig zal terugkeren, is een uiterst zekere waarheid. Ondanks dat “de hemel en de aarde zullen voorbijgaan” zal Gods Woord “beslist niet voorbijgaan” (Luk.21:33). Of de mensen nu wel of niet deze komende realiteit begrijpen en geloven, toch zal ze gaan gebeuren omdat deze woorden “betrouwbaar en waarachtig” zijn (22:6). Voor degenen die Gods geboden bewaren, overwinnen en trouw blijven tot aan het eind ligt er een eeuwige onbeschrijflijke beloning te wachten in de hemel. Anderzijds zullen zij die geen aandacht geven aan Christus’ uitnodiging tot berouw en inkeer buitengesloten worden van het nieuwe Jeruzalem en daardoor dus ook voor eeuwig de aanwezigheid van God missen. Daarom zou iedere gelovige ernaar moeten streven om iedere dag godvruchtig te leven en voortdurend bemoedigd te zijn door Christus’ belofte: “zie, Ik kom spoedig” (22:12).

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wat moest Christus nog doen met betrekking tot de eindtijd?

 

Als de les begint, zullen alle zondaren van alle tijden, als wel satan en zijn demonen, veroordeelt zijn naar de poel van vuur (20:10-15). Na alle goddeloze mensen en engelen verwijderd te hebben en het huidige universum vernietigd (20:11), is alles wat nog gedaan moet worden door God, het maken van een nieuwe plaats voor Zijn kinderen en de heilige engelen om voor eeuwig te wonen. Christus’ openbaring aan de apostel Johannes is een beschrijving van zulk een woonplaats. Deze plaats zal gekend worden als de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

 

 

 Waarom wordt het nieuwe Jeruzalem de heilige stad genoemd?

 

Wanneer God deze nieuwe hemel en de nieuwe aarde maakt, zal een nieuw Jeruzalem in het midden van dat heilige universum neerdalen (21:10) en dienen als een woonplaats voor degene die in alle eeuwigheid verlost zijn. Niet als het oude Jeruzalem van vandaag, die besmet is door zonde als de rest van de wereld, zal die nieuwe Jeruzalem een heilige stad voor God zijn, omdat iedereen die er in leeft heilig zal zijn (20:6). Alles wat schoongewassen is of nieuw gemaakt is, zal toegestaan worden in de nieuwe schepping te blijven. Aangezien niets dat onrein is toegestaan zal worden om binnen te gaan, zal de gehele hemel volmaakt heilig zijn.

 

 

 Wie zal er in de nieuwe hemel en nieuwe aarde mogen wonen?

 

Als God de nieuwe schepping maakt en de huidige schepping tot een einde brengt, zullen alleen degene die trouw op het evangelie gereageerd hebben binnen mogen gaan. Aan het einde van Openbaring verwijst Christus naar deze individuen als degene die dorst hadden en overwonnen hebben. Degene die hun hopeloosheid en verloren toestand apart van Christus realiseren, hongeren naar de rechtvaardigheid die alleen door Hem voorzien wordt, zullen met eeuwig leven gezegend worden. God zal hen vinden met berouw over hun zonden, God vrezende en trouw Hem tijdens dit leven volgende. Omdat ze vol passie verlossing zoeken en bewijzen loyaal aan Gods Zoon te zijn, zullen ze de eeuwige zegen van de hemel ontvangen.

 

 

 Hoe zal de relatie van de gelovige met God in de nieuwe schepping zijn?

 

Het zal een zegen zijn om in de hemel te mogen zijn, omdat gelovigen steeds in de aanwezigheid van God zullen zijn. Er zal geen moment zijn dat ze niet in een volmaakt heilige relatie staan met de “de Heere, de almachtige God, en het Lam” (21:22). De “tent van God” zal “bij de mensen” zijn, “en zij zullen Zijn volk zijn” en Hij zal “hun God zijn” (21:3). God zal letterlijk Zijn tent onder Zijn mensen opzetten; Hij zal niet langer ver weg zijn. Hier zal de gelovige in staat zijn van om volmaakte gemeenschap met God te genieten.

 

 

 Hoe zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde anders zijn van deze huidige aarde?

 

Gelovigen zouden ook bemoedigd moeten zijn door het feit dat de hemel enorm zal verschillen met de huidige wereld. Christus zal in die dagen “alle dingen nieuw” maken (21:5). Hij zal alle tranen afwissen, omdat er niets is waarvoor we bang moeten zijn of spijt van zullen hebben. Alles zal volmaakt gemaakt worden en de wereld zal volledig vrij van zonde zijn. Omdat satan en de dood in de poel van vuur geworpen waren (20:10, 14), zal de wereld vrij van alle pijn, leed en huilen zijn.

 

 

 Wie zal er niet de nieuwe hemel en de nieuwe aarde binnen mogen gaan?

 

Degene die afgewezen worden om van dit heelal van eeuwige blijdschap te genieten, worden hier beschreven als de “lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars” (21:8). Hun levens die zo gekenmerkt werden met zulk een herhaaldelijke zonde, geeft bewijs dat ze niet verlost zijn en nooit de hemelse stad zullen binnengaan. Integendeel, “hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (21:8). In tegenstelling tot de eeuwige zaligheid van de gerechtigheid in de hemel, zullen de goddelozen eeuwige kwelling in de hel te verdragen hebben.

 

 

 Hoe zal aanbidding zijn in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde?

 

Omdat ze in Gods aanwezigheid blijven, zal alle aanbidding ook voortdurend gedaan worden in het stralende licht van Gods heerlijkheid. Niet zoals de huidige aarde, zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde geen nood hebben aan licht van de zon en de maan. Zulk een licht zal niet nodig zijn, omdat de heerlijkheid van God het nieuwe Jeruzalem zal verlichten en zijn lamp zal het Lam zijn (21:23). Onder dat licht zullen alle verlosten verenigd zijn als Gods kinderen, waarbij iedereen volledig gelijk is en van volledige rust en veiligheid kan genieten. Daar zullen zij de grote majesteit van Gods wonderlijk wezen zien en kennen, terwijl zij volmaakt aanbidden en hun Maker dienen.

 

 

 Waarom is de komst van Christus bemoedigend voor de gelovige?

 

Voor degene die ware gelovigen zijn is dit bemoedigend. “De Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde,” komt met een beloning in de hand, gereed om “aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (22:12-13). Iedere gelovige zal eeuwige beloningen gegeven worden, gebaseerd op hun trouw in het dienen van Christus in hun leven. Zulke individuen zullen op deze manier gezegend worden, omdat God hen gehoorzaam achtte tot het einde, schoongewassen door het bloed van Christus (1:5; 5:9; 7:14).

 

 

 Waarom wilden de Geest en de Bruid Christus verlangend uitnodigen om te komen?

 

Dat zo een glorieuze staat wacht op de komst van Christus, is waarom de Geest als de Bruid (welke de kerk is) roepen, “Kom!” (22:17). Beide verwelkomen de gedachte van Christus’ terugkomst om degene te verzamelen die hun vertrouwen op Hem gesteld hebben. De gemeente wordt moe van de strijd tegen de zonde en verlangd, met de Geest, om Christus verhoogt, verheerlijkt en geëerd te zien.

 

 

 Wat biedt Christus aan degene die zich aansluiten bij de

Geest en de Bruid en wachten op Zijn komst?

 

Aan degene die gehoorzaam zijn aan Christus roeping, dorsten naar vergeving en bekeren van hun zonden, biedt Christus het “het water des levens” aan (22:17). Doorheen de hele Schrift symboliseert het water eeuwig leven (Joh.4:14-34; 7:37-38; Op.22:17). Daarom is degene die in geloof hoort en gelooft, degene die verlost zal zijn. Dit eeuwig leven wordt vrij aangeboden aan degene die hoort en gelooft, omdat Jezus de prijst betaald heeft door Zijn offerdood aan het kruis (Rom. 3:24).

 

 

SAMENVATTING

 

Eens zal onze wereld er niet meer zijn, en de sterren die we ’s nachts zien zullen niet langer aan de hemel staan. Ook de maan niet. Vanwege de zonde zal God deze wereld vernietigen, samen met de hemelen. In plaats daarvan zal God nieuwe hemelen en een nieuwe aarde scheppen. God zal een stad scheppen die het nieuwe Jeruzalem zal heten. God is deze stad voor alle gelovigen aan het voorbereiden, om op een dag er in te leven en er van te genieten. Omdat er niet langer zonde zal zijn, zal er geen gevolgen van zonde meer zijn. Op deze nieuwe aarde zal er geen geween meer zijn, noch dood of pijn. We zullen ons niet langer zorgen hoeven maken dat mensen onze dingen willen stelen of onze familie pijn willen doen. God zal de volmaakte leider zijn van Zijn kinderen. En Gods kinderen zullen volmaakte volgelingen zijn. Maar een ieder die niet voor zijn sterven zijn vertrouwen op Christus stelde, zullen niet de nieuwe hemel en de nieuwe aarde binnengaan, noch het nieuwe Jeruzalem. In plaats daarvan zullen ze voor eeuwig in de poel van vuur gedaan worden.

Er zijn gevolgen voor zonde. Er zijn ook beloningen voor gehoorzaamheid en geloof waarvan gelovigen eens zullen genieten. Vanwege de zonde van Adam, heeft de mensheid geleefd met de gevolgen van Adams zonde. De straf voor die zonde is de dood en eeuwige scheiding van God. Degene die zich niet aan God heeft onderworpen en zijn vertrouwen op Christus gesteld heeft, zullen nooit een kans hebben om hun gedachten te veranderen. Zij zullen voor eeuwig in de hel zijn. Terwijl degene die in het werk van Christus vertrouwd hebben en hun leven aan Hem hebben onderworpen, de wonderbaarlijke zegen zullen hebben van eeuwig bij God in de hemel te zijn. Wanneer gelovigen op een dag het nieuwe Jeruzalem zullen binnengaan om eeuwig bij God te zijn, zal Gods volmaakte plan van verlossing volbracht zijn.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De Rama- Zonnemeditatie

Standaard

categorie : yoga en meditatie

.

.

Rama-Zonnemeditatie van Aartsengel Michaël

.

.

7eb9cffe88e2674bb3d867ae4e0bfefd

.

.

Ga in een makkelijke houding zitten, of liggen. 

Indien mogelijk kan je dit in de open lucht doen en bij stralend weer in de zonneschijn. 

Ik raad je aan de lus van 8 of de oneindigheidsademhaling minimaal 12 maal te doen. Telkens vertrekkende vanuit je zonnevlecht, of je hartchakra. 

Vraag mij om bescherming tijdens deze meditatie. 

Je kunt ook de Violette Vlam van St Germain vragen. 

Maak eerst verbinding met het kristalhart van moeder aarde. 

.

Verbind je.

Ga met je aandacht naar je ademhaling.

Je hoeft niets te doen, alleen maar je ademhaling te volgen.

Diep naar binnen via je neus en krachtig naar buiten, via je mond.

Blijf je ademhaling volgen.

Laat alle geluiden buiten je, en laat ze waar ze zijn. Je aandacht is bij je ademhaling.

Visualiseer nu een 8 vanuit je geestesoog, of je derde oog.

Beeld je de 8 in of de lus van de oneindigheidsademhaling.

Je plaatst jezelf in de kruising van de lussen, deze lus loopt als het ware doorheen je zonnevlecht.

Zie dit voor je.

Je ademt met lange en diepe teugen, via de lus van 8, langs je zonnevlecht in en uit.

Je krijgt bij inademing kosmisch licht binnen welke je bij uitademing doorgeeft aan moeder aarde.

Adem langzaam en diep in via de voorzijde van je zonnevlecht en laat de energie langs de achterzijde van je zonnevlecht langs je ruggengraat naar boven toe gaan, dan bij je nekwervels  naar buiten, en zo van achter over je hoofd terug naar voren in een cirkel de voorzijde van je zonnevlecht weer in.

Adem langzaam uit via je zonnevlecht en laat de energie langs je ruggengraat naar je wortelchakra of voetchakra’s gaan, buig dan de energie in een lus weer terug naar je voorkant, naar je zonnevlecht.

Al ademend maak je de cirkels groter en groter waarbij jij in het midden van het kruispunt van de cirkels, de 8, blijft.

Bij inademing maak je verbinding met je hogere zelf en vader/moeder zon.

Bij uitademing maak je verbinding met het kristalhart van moeder aarde.

Al ademend neem je de energie mee, door je zonnevlecht, naar boven waar je hogere zelf is, en je neemt het kosmisch licht terug naar beneden door je zonnevlecht,  naar het kristalhart van moeder aarde. (Via de lus van 8)

Oefen dit een paar keer en maak dan minstens 12 hele lussen. 

.

Adem in en adem uit.

Adem in en adem uit.

De lussen worden bij elke inademing groter en groter.

Adem in en adem uit.

Adem in en adem uit.

Zie hoe het gouden licht van vader/moeder zon je instraalt.

Kom met je adem terug op jou normale ritme.

Verbind je met je eigen zon op de plek van je zonnevlecht (je zonnecentrum, je Godscelkern, je Heilige Hart)

Zie vanuit je zonnevlecht het gouden zonlicht zich uitstrekken,

uitstralen

naar boven toe

en zo terug vanaf je kruin naar beneden toe

neem hier de tijd voor op normaal ademend ritme.

Zak met je aandacht lager in je lichaam,

de gouden lichtstralen van vader/moeder zon meenemend,

naar je cellen,

ga in je cellen en zie het licht je cellen indringen.

Ga vervolgens naar je bloedbaan en zie het licht binnendringen,

in je zenuwbanen,

in je endocriene stelsel.

Je straalt verder in naar je spieren,

straal in

straal in al je spieren van je lichaam,

zie dit stralen

straal in kinderen van de zon,

straal in met je gouden licht

zie dit licht naar en  in je organen gaan

zie het naar alle delen van je lichaam gaan

daar waar je behoefte aan verlichting voelt

Laat gebeuren

Als je ergens spanning of weerstand voelt, breng je het zonnelicht er naar toe, totdat het ontspant of jij het loslaat,

Het licht verlicht je hoofd,  ogen, oren, neus, mond,  keel,

het vult je hals,  schouders, bovenlichaam,  armen,  handen en vingers.

Laat alles instralen met dit gouden helende licht,

je borst, middenrif, je buik.

Laat je aandacht gaan naar je onderlichaam: je heupen, bekkengordel,  geslachtsorganen, bovenbenen, knieën, onderbenen, voeten en tenen.

Straal vervolgens, geliefde harten, dit stralende goudgele licht naar je aura en  chakra’s.

Vervolgens richt je jouw zonnelicht vanuit je hartchakra naar je omgeving.

Alles wordt in jouw zonnelicht gezet,

alles om je heen wordt ingestraald met jouw hartenergie en de zonne-energie die door je heen stroomt, komende vanuit het vader/moeder Gods Licht,

Straal naar buiten toe,

op deze manier kan jij jouw zonne-energie sturen naar alle mensen, dieren en bomen,

naar je voeding en drinkwater wat jij nuttigt en verder naar al wat leeft,

zie hoe dit gouden liefdes zonlicht alles instraalt.

Vervolgens straal je verder omhoog naar het nieuwe aarderaster boven moeder aarde.

Verbind je met dit aarderaster,

zie hoe jou zonlicht zicht verbindt in dit aarderaster,

zie de helderheid, de glans en de fonkeling in dit aarderaster,

het is jouw kristalhelder licht in verbinding met dit aarderaster.

Aanschouw dit heerlijke moment.

Blijf een tijd in deze schittering en geniet.

Kom nu langzaam terug in je zonnevlecht via je ademhaling.

Doe de oneindigheidsademhaling  nog 4 maal vanuit je hartcentrum bij inademing naar vader/moeder God toe en bij uitademing naar moeder aarde toe.

Herhaal de lus van 8, de oneindigheidsademhaling of lemniscaat en de bijkomende verrichtingen zoveel en zo dikwijls als jij verkiest.

Blijf dit doen zolang het goed voor je voelt.

Kom nu langzaam terug in het nu.

Beweeg je ledematen, adem diep in via je neus en uit via je mond.

Wrijf in je handen en met je handen wrijf je in je ogen.

Open nu je ogen en kom terug in het hier en het nu.

Geliefde harten,

Dit is een vrij intense meditatie die je ook op verscheidene tijdstippen kunt opbouwen.

Even oefenen lijkt mij wel praktisch, geef niet te snel op.

Ik Aartsengel Michaël heb gesproken.

Succes! Geliefden.

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

John Astria

Openbaring les 3: Gods oordeel aan de witte troon!

Standaard

Categorie: religie

 

Achtergrond

 

Beeld je een wereld in die geregeerd wordt door een volmaakte Heerser die onmiddellijk en vastberaden afrekent met zonden. Wanneer de vloek van de zonde verwijderd is en alles terug naar haar oorspronkelijke zuiverheid als in de tuin van Eden wordt gebracht, zou de wereld gedomineerd worden door rechtvaardigheid en goedheid. Zo een aarde is nog ver te zoeken, maar het is  toch de juiste beschrijving van hoe de aarde er zal uitzien tijdens het komende aardse rijk van Jezus Christus. Gods volk heeft naarstig uitgezien naar deze tijd wanneer Christus zou terugkeren en Zijn vijanden zal verslaan om een aards koninkrijk op te zetten.

Deze verwachting blijft aanhouden omdat Christus’ aardse koninkrijk het hoogtepunt is van Gods verlossingsplan en de verwezenlijking van de hoop die de gelovigen doorheen de eeuwen hebben gekoesterd. De Gemeente wordt opgenomen en naar de hemel geleid, een grote verdrukking van zeven jaar zal de aarde overkomen en alles wat er nog overblijft, is weggelegd om afgehandeld te worden bij het oordeel. In hoofdstuk 20 schrijft Johannes zijn visioen over dit oordeel. Christus, het waardige Lam van God en de Heerser van de aarde, zal Zijn duizendjarig rijk oprichten en rechtvaardig afrekenen met al degenen die zich tegen Hem verzetten.

 

 

Openbaring hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Het binden van de dienaren van satan in het aardse

koninkrijk van Christus (Openbaring 20:1-6)

 

Het eerste waar de Koning aandacht aan zal schenken wanneer hij Zijn koninkrijk opzet is de opsluiting van de verzetsleider. Tegen deze tijd zal God alle menselijke tegenstanders hebben vernietigd (Op.19:11-21) en het beest (antichrist) en de valse profeet zullen in de poel van vuur geworpen worden (19:20). De laatste stap, in de voorbereiding van het koninkrijk, zal het wegnemen van satan en zijn demonische garde zijn zodat Christus kan regeren zonder de tegenstand van bovennatuurlijke vijanden.

God kiest ervoor om satan door een van Zijn engelen te verwijderen van de aarde. Ondanks dat we niet weten wie deze engel zal zijn, kunnen we wel zeggen dat hij grote krachten zal bezitten; “met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand” (20:1). Doordat hij de sleutel bezit, is hij alleen degene die de macht heeft om deze geschapen plaats van straf te openen en te sluiten. Terwijl hij nederdaalt uit de hemel merkt Johannes op dat hij slechts met één agendapunt is gestuurd: om satan (ook wel de draak, oude slang en de duivel genoemd) te grijpen, te binden en weg te werpen in de afgrond (bodemloze put) voor een periode van duizend jaar. Omwille van zijn verzet tegen Gods Zoon, dat wordt afgebeeld door de verschillende benamingen die hem hier worden gegeven, zou satan gedurende de duizend jaar dat Christus Zijn aardse rijk zal regeren worden gebannen. Gedurende deze tijd zal satan niet in staat zijn om volkeren te misleiden (20:3), wat wil zeggen dat hij op geen enkele manier invloed zal hebben op de wereld.

Met satan, zijn demonische garde en alle God verwerpende zondaren uit de weg geruimd, zal het duizendjarig koninkrijk opgericht worden. De Here Jezus zal in dit koninkrijk natuurlijk de voornaamste Heerser zijn (Luk.1:32; Op.19:16). Toch heeft Jezus beloofd dat Zijn heiligen met Hem zullen regeren (Dan.7:27; Matt.19:28;1 Kor.6:2; 2 Tim.2:12; Op.2:26; 3:21; 5:10). Dat deze belofte vervuld zal worden is duidelijk in de rest van Johannes’ visioen. Johannes ziet Gods volk verheerlijkt worden en beloond en heersend met Christus. Hij “zag tronen”, wat duidt op gezag en Gods uitverkorenen “gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven” (Op.20:4). Genietend van een ondergeschikte heerschappij onder leiding van Christus zullen de heiligen Gods wil volledig tot stand doen komen in ieder aspect van het koninkrijk.

Daarna ziet Johannes de laatste groep gelovigen die samen met Christus zullen regeren in Zijn koninkrijk. In dit visioen ziet Johannes “tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God, die het beest en zijn beeld niet hadden aangebeden, die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en  hand” (Op.20:4). Dit zijn de gemartelde gelovigen uit de grote verdrukking (6:9; 7:9-17; 12:11). Tijdens dit rijk zal de antichrist gelovigen tijdens de jaren van verdrukking omwille van verschillende redenen uitroeien:

(1) hun getuigenis van Jezus (19:10)

(2) ze zullen trouw Gods Woord verkondigen (6:9)

(3) ze zullen het beeld en zijn beeld niet vereren en ze zullen het teken niet op hun voorhand of hand dragen (19:20).

Net als koning Nebukadnessar in de dagen van Daniël zal de antichrist anderen door bevel oproepen om hem te vereren. Zij die zullen weigeren om het beeld van de antichrist te aanbidden zullen de doodstraf krijgen (13:15). In feite zijn van de vele martelaars die eerder in Openbaring genoemd worden mensen die in deze tijd van verdrukking zijn omgekomen.

Als deel van zijn plan om aanbidding van de antichrist af te dwingen, zal de valse profeet vereisen dat iedereen een teken op zijn voorhoofd of rechterhand zal dragen (13:16). Dit teken zal de personen die dit dragen kenmerken als aanbidders en trouwe volgelingen van de antichrist. Zij die weigeren om zulk een teken te dragen zullen geëxecuteerd worden. Omdat deze gelovigen tijdens deze jaren van verdrukking trouw zullen blijven tot aan de dood, en hiermee getuigen van hun ware verlossing, zullen ook zij terug tot leven komen en samen met Christus gedurende duizend jaar regeren.

Deze opstanding van de gelovigen noemt Johannes de eerste opstanding en degenen die er deel van uitmaken worden gezegend en heilig beschouwd (20:5). Zij die zullen horen bij de tweede opstanding zijn de dode ongelovigen uit de geschiedenis, waarvan de opstanding tot oordeel en verdoemenis in de volgende verzen 11-15 beschreven worden. Zij die deel uitmaken van de eerste opstanding zijn eerst en vooral gezegend omdat “de tweede dood geen macht” heeft over hen (20:6). Deze tweede dood die in vers 14 beschreven wordt als “de poel van vuur” is de eeuwige hel. De geruststellende waarheid is dat geen enkel kind van God ooit Gods toorn zal ondergaan (Rom.5:9; 1Thess.1:10; 5:9). Zij die deel hebben aan de eerste opstanding zijn ook gezegend omdat ze “priesters van God en van Christus zijn” (1:6; 5:10; 20:6). De gelovigen dienen nu als priesters door het aanbidden van God en het leiden van anderen in het kennen van Hem (1 Pet.2:9) en zullen op gelijkaardige wijze gaan dienen in het duizendjarig rijk.

 

 

De bevrijding en het einde van satan (Openbaring 20:7-10)

 

Zoals eerder werd aangehaald zullen satan en zijn demonen tijdens het duizendjarig rijk gevangen worden gehouden in de afgrond (of bodemloze put), zodat Jezus Christus soeverein zonder verzet zal kunnen regeren. Hen zal niet toegelaten worden om zich op een of andere manier te moeien met zaken die betrekking hebben op het duizendjarig rijk. Maar de opsluiting van satan zal ongedaan worden gemaakt “wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn” en hij “uit zijn gevangenis (zal) worden losgelaten” om een laatste opstand van zondaars te leiden. Ondanks de persoonlijke heerschappij van Christus op aarde en ondanks de hoge moraal die de aarde zal kennen zullen vele nakomelingen van hen die het duizendjarig rijk met hun fysieke lichamen zijn binnengetreden hun zonden toch gaan liefhebben en Christus verwerpen (cf. Rom.8:7). Zelfs de geweldige omgeving van het duizendjarig rijk zal de trieste realiteit van de menselijke verdorvenheid niet veranderen. Het loslaten en terugkeren naar de aarde van satan zal het bovennatuurlijke leiderschap voorzien dat nodig is om alle rebellie die er nog steeds leeft op aarde naar de oppervlakte te brengen (20:8).

Verwonderlijk ziet Johannes dat het aantal van deze rebellerende mensen “als het zand van de zee” is – een beeldspraak die in de Bijbel gebruikt wordt om een massale ontelbare groep aan te geven (Gen.22:17; Joz.11:4; Heb.11:12). Deze rebellen zullen de gelovigen omsingelen, die op dat moment allen in “de geliefde stad” Jeruzalem zullen verblijven (cf. Ps.78:68; 87:2). Alle gelovigen zullen daar zijn samengekomen, omdat het de plaats zal zijn waar de troon van de Messias zal staan en dit het centrum ts van het duizendjarig rijk (cf. Jes.24:23; Ezech.38:12; 43:7; Zach.14:9-11).

Omdat de rebellen zullen vergaderen om zich te verzetten tegen Christus, zal de oorlog eerder een terechtstelling worden. Volgens het visioen van Johannes komt er, wanneer de rebellen ten strijde willen trekken, “vuur van God neer uit de hemel en dat verslindt hen” (20:9). Ze worden snel, onmiddellijk en volledig uitgeroeid, een manier die God dikwijls gebruikt om zondaren te oordelen (cf. Gen.19:24; Lev.10:2; Luk.9:54). Satans strijdmachten worden fysisch gedood en hun zielen zullen naar het dodenrijk keren waar ze wachten op hun straf, de eeuwige hel, die gauw zal voltrokken worden (20:11-15). Johannes geeft ook weer hoe hun kwaadaardige leider zijn lot niet zal kunnen ontlopen. “De duivel, die hen misleidde, wordt in de poel van vuur en zwavel geworpen” (20:10). Daar zal hij het beest en de valse profeet vergezellen die tegen die tijd al duizend jaren hebben doorgebracht in deze plaats van tuchtiging (19:20). Eenmaal in deze verschrikkelijke plek zullen ze “dag en nacht gepijnigd worden” (20:10). Er zal “in alle eeuwigheid” geen moment van opluchting zijn (20:10) in de hel als een blijvende plaats (Matt.25:46; 2 Thess.1:9; Op.14:10-11) van onuitblusbaar vuur (Mark.9:43).

 

 

666 en de antichrist

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De grote witte troon van het oordeel (Openbaring 20:11-15)

 

Na getuige te zijn van het eeuwige einde van satan samen met de inluiding van het duizendjarig rijk van Christus krijgt Johannes een visioen over een grote witte troon. Het is op deze plaats dat de berouwloze zondaren die Gods genade en barmhartigheid tijdens hun leven hebben verworpen onvermijdbaar Gods rechtvaardigheid tegen zullen komen. Daarom is dit gedeelte de meest ernstige, ontnuchterende en tragische passage van heel de Bijbel. Hierna zal rechtspraak nooit meer nodig zijn en zal God niet meer als Rechter moeten optreden.

De apostel krijgt de Rechter gezeten op Zijn rechterstoel en al de beschuldigden voor Hem te zien. Deze Rechter is niemand anders dan de verheven Here Jezus Christus. Het hele Nieuwe Testament onderwijst dat het God in de persoon van Zijn verheerlijkte Zoon zal zijn, die zal uiteindelijk over alle ongelovigen zal oordelen (Joh.5:22, 26-27; Hand.10:42; 17:31;Rom.2:16; 2 Tim.4:1). Johannes vermeldt ook de opzienbarende realiteit dat “voor Zijn aangezicht” de aarde en de hemel wegvluchtten, “zodat er geen plaats meer voor hen te vinden was” (20:11).

Dit is niets anders dan het plotse stormachtige einde van het universum (cf. Ps.102:25-26; Jes.51:6; Matt.5:18; 24:35; Heb.1:11-12; 12:26-27). Ondanks dat de aarde hersteld wordt tijdens Christus’ heerschappij in het duizendjarig rijk, zal hij toch nog steeds met zonden besmeurd en onderworpen zijn aan de gevolgen van de zondeval – verval en dood. Daarom moet de aarde uiteindelijk vernietigd worden, omdat niets dat besmet is met zonde voor eeuwig kan bestaan (2 Pet.3:13). Dit is ook de reden waarom God een nieuwe hemel en nieuwe aarde zal scheppen.

De doden die hier voor de witte troon staan zijn niet enkel die uit het duizendjarig rijk, maar alle ongelovigen die ooit hebben geleefd. Na hun dood zijn hun zielen in een plaats van pijn en marteling geweest die Hades wordt genoemd. Nu is voor hen de tijd gekomen om voor eeuwig veroordeeld te worden tot de hel. De alomvattende natuur van dit oordeel vereist dat de zee, de dood en Hades (het dodenrijk) “de doden die in hen waren” gaven. Op deze dag zullen al degenen die in ongeloof zijn gestorven voor Christus komen te staan – de Grote Rechter. Het oordeel over deze goddelozen zal niet aanvangen zonder goddelijke maatstaf.

De boeken die geopend werden voor de grote witte troon bevatten iedere gedachte, ieder woord en ieder daad van iedere ongelovige die ooit had geleefd. God heeft ieders leven volmaakt, precies en uitgebreid bijgehouden. Omdat Gods rechtvaardigheid vereist dat ieder zonde beboet wordt, zal iemand  die niet voldoet aan Gods volmaakte en heilige maatstaf “overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, naar hun werken” geoordeeld worden (20:12-13). Terwijl Christus de straf voor de gelovigen droeg (en hen dus dit oordeel deed ontkomen) zullen de ongelovigen Christus’ rechtvaardigheid niet toegerekend krijgen (Fil.3:9). Zij zullen zelf de straf voor het overtreden van Gods wet moeten dragen– eeuwige ondergang in de hel (2 Thess.1:9).

Nadat de boeken met de slechte daden van mensen werden geopend werd “nog een ander boek geopend, namelijk het boek des levens”(Op.20:12). Dit boek bevat de namen van allen wiens “burgerschap… in de hemelen” is (Fil.3:20). Het boek des levens is dus een register van al degenen die in geloof Jezus Christus hebben gevolgd en zich van hun zonden hebben bekeerd. Zij die hier op aarde weigerden om hun zondeschuld te erkennen, weigerden zich te bekeren en God om vergeving te vragen op basis van het plaatsvervangend offer van Jezus zullen niet in het boek des levens gevonden worden. Zulke personen zullen schuldig bevonden worden op de dag van het oordeel en voor eeuwig moeten lijden om willen van hun zonden.

Dat zulk een einde voor ongelovigen bestaat, wordt duidelijk aan het eind van Johannes’ visioen aan de grote witte troon. Volgens zijn verslag zal, eenmaal het oordeel is voltrokken, het heel gauw ten uitvoer worden gebracht. Terwijl de gezegende en heilige deelhebbers aan de eerste opstanding de tweede dood niet zullen meemaken (20:6), zal de rest van de doden die geen deelhebben aan de eerste opstanding (20:5) de tweede dood of hel tegemoet treden – hier omschreven als de poel van vuur (20:15). Hoe vreselijk en pijnlijk deze plaats ook zal zijn, toch zullen zij die in hun zonden sterven hier op deze wereld nogmaals een tweede dood ondergaan, veroordeling tot een eeuwigheid in de poel van het vuur.

 

 

Rechtvaardig oordeel

Pasteltekening van John Astria

 

 

Conclusie

 

Er is slechts één manier om de schrikwekkende werkelijkheid van de hel te ontkomen. Zij die hun zonden belijden en God vragen om hen te vergeven op basis van Christus’ plaatsvervangende dood voor hen zullen Gods eeuwige toorn ontkomen (Rom.5:9; 1 Thess.1:10; 5:9). Terwijl dit Bijbelgedeelte geschreven is als een waarschuwing voor de ongelovige wereld, moedigt het eveneens de gelovige aan om zorgzaam, opmerkzaam en godsvruchtig te leven en daarbij te evangeliseren naar een hopeloze verloren wereld die op weg is naar verwoesting. Gelovigen moeten daarom trouw het reddende Evangelie van de Here Jezus verkondigen en daardoor de zielen van de mannen en vrouwen redden van het onheil dat hun te wachten staat.

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wat wordt er aan het begin van de tekst voorbereidt?

 

Het boek Openbaring bevat hetgeen wat er in de toekomst plaats zal vinden. Voor gelovigen wordt dit zeer verwelkomd als we uitzien om bij Christus in de hemel te zijn. Voor dit gebeurt komt Christus naar de aarde en vestigt er Zijn koninkrijk. Dit zal gekend zijn als het duizendjarig rijk, want het voor duizend jaren zal duren.

 

 

 Welke rol speelt de engel in de voorbereiding voor dit koninkrijk?

 

De laatste fase in de voorbereiding van het koninkrijk zal een verwijdering van satan en zijn demonen zijn, zodat Christus zonder tegenstand kan regeren. Dit is het moment dat de engel komt. In zijn visioen ziet Johannes de engel nederdalen uit de hemel naar de aarde, de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn handen houdende. Hij is voor een reden gekomen: om satan te grijpen, te binden en hem voor duizend jaar in de afgrond te werpen. Vanwege zijn positie tot Gods Zoon, zal satan worden weg verzegeld voor de gehele duizend jaar dat Christus heersen zal in Zijn aards koninkrijk. Gedurende deze periode zal satan niet in staat zijn om de volken te misleiden (Op.20:3); wat betekend dat hij de wereld op geen enkele wijze meer kan beïnvloeden. Christus zal kunnen regeren in Zijn aardse rijk, zonder enige tegenstand of opstand. Wanneer de duizend jaar voorbij zijn wordt satan bevrijdt en toegestaan om terug te keren op aarde voor een hele korte tijd.

 

 

 Wie zal nog met Christus regeren zoals we in Johannes’ visioen kunnen zien?

 

Nu satan, zijn demonen en alle zondaren die God afgewezen hebben, weg zijn, zal het duizendjarig rij van vrede en rechtvaardigheid gevestigd worden. De soevereine Heerser in dat koninkrijk is natuurlijk de Here Jezus Christus. Maar Christus had ook Zijn heiligen beloofd om met Hem te regeren. (Dan.7:27;Matt.19:28; 1 Kor.6:2; 2 Tim.2:12; Op.2:26; 3:21; 5:10). Deze belofte wordt duidelijk gezien in de rest van Johannes’ visioen. Johannes ziet Gods kinderen (i.e. gelovigen) als herrezen, beloonde en regerende met Christus.

 

 

 Wie zal deel hebben aan de eerste opstanding?

 

Degenen die deel hebben aan de eerste opstanding, zullen degene zijn die geloofd hebben en ware verlossing hebben ontvangen door Jezus Christus. Deze individuen zijn getrouw gebleven, sommigen zelfs tot de dood. Omdat ze bewijs van ware verlossing hebben gegeven, zullen ze ook tot leven komen en met Christus voor duizend jaar regeren. Ze worden als gezegend beschouwd, omdat de “tweede dood geen macht” over hen heeft (20:6). Deze tweede dood is “de poel van vuur”, welke de hel is. Omdat ze Gods kinderen zijn, zullen ze nooit Gods eeuwige toorn onder ogen zien.

 

 

 Wie zal deel hebben aan de tweede opstanding?

 

Degene die deel hebben aan de tweede opstanding, zullen degene zijn die gefaald hebben om in hun leven te geloven in en zich te onderwerpen aan Christus. Deze individuen zullen uit de dood voortgebracht worden om niets anders dan oordeel en veroordeling te treffen. Hun einde zal hetzelfde zijn als die van satan en de rest van Gods vijanden.

 

 

 Wat zal er aan het einde van Christus’ duizendjarige regering op aarde plaatsvinden?

 

Als de duizend jaar om zijn, zal satan vrijgelaten worden uit de afgrond, om de laatste rebellie van de zondaren te leiden. Degene die op aarde zijn en hun zonden blijven liefhebben en Christus afwijzen tijdens Zijn duizendjarig heersen (wat een groot aantal zal zijn), zullen verleid en gelokt worden om satan te volgen in zijn laatste en definitieve rebellie tegen God.

 

 

 Op welke manier zullen de vijanden van God plannen om tegen Hem rebelleren?

 

Als alle opstandelingen zich rond de hoofdvijand satan verzamelen, zal hij hen in een strijd tegen God en Zijn volk leiden. Alle goddelozen zullen de heiligen insluiten, die dan verzameld zijn in de “geliefde stad” van Jeruzalem. Alle heiligen zullen hier verzameld zijn, omdat het een plaats van de Messias’ troon zal zijn en het middelpunt van het duizendjarig rijk.

 

 

 Hoe zal God de rebellie eindigen?

 

Volgens Johannes’ visioen zal er, als de opstandelingen zich verplaatsen voor de aanval, vuur uit de hemel neerdalen en hen verslinden (20:9). Ze zullen snel, direct en volledig uitgeroeid worden, wat vaak de manier is waarop God zondaren oordeelt. Alle strijdkrachten van satan zullen fysiek gedood worden.

 

 

 Hoe zal God tenslotte op het einde met satan afrekenen?

 

Johannes vermeldt ook dat hun slechte leider zijn lot niet zal kunnen ontlopen. “En de duivel, die hen misleidde” zal “in de poel van vuur en zwavel geworpen” worden (20:11). Daar zal hij zich bij de rest van Gods vijanden voegen. Eenmaal naar die vreselijke plaats geleid te zijn, zullen ze “dag en nacht gepijnigd worden” (20:10). Daar zal geen moment van verlichting zijn “in alle eeuwigheid” (20:10); want de hel is een eeuwige plaats van onuitblusbaar vuur.

 

 

 Nadat God de rebellie beëindigt, waar worden de opstandigen onmiddellijk heengebracht?

 

Na getuige geweest te zijn van het eeuwige einde van satan, samen met het inluiden van Christus’ duizendjarig rijk, ontvangt Johannes een visioen van een grote witte troon. De apostel krijgt de Rechter te zien die op Zijn troon van oordeel zit en alle beschuldigden staan voor Hem. Deze Rechter is niemand minder dan de verhoogde Here Jezus Christus. Op deze dag zal elke ongelovige die ooit geleefd heeft, voor Christus moeten staan – de Grote Rechter.

 

 

 Wat zal er in de laatste dagen met de aarde gebeuren?

 

Johannes schrijft dat van de Rechters’ “aangezicht vluchtten de aarde en de hemel weg” en dat “er geen plaats meer voor hen te vinden was” (20:11). Dit is niets anders dan de plotselinge, hevige beëindiging van het universum. Hoewel de aarde herstelt zal zijn tijdens Christus’ duizendjarig rijk, zal hij nog steeds besmet zijn met zonde en daarom onderworpen aan de gevolgen van verval en dood. Vandaar dat hij vernietigd moet worden, aangezien er niets wat bedorven is door zonde toegestaan kan worden om in de eeuwige staat te blijven bestaan. Dit is waarom God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal maken.

 

 

 Waardoor zullen ongelovigen veroordeeld worden?

 

De boeken die geopend voor de grote witte troon liggen, bevatten de vermelding van iedere gedachte, woord en daad van iedere niet verloste persoon die ooit geleefd heeft. God heeft een perfecte en nauwkeurige vermelding van het leven van iedere persoon. Aangezien Gods rechtvaardigheid een betaling vereist voor elke zonde van iedereen, zal elke persoon die Gods volmaakte heilige standaard niet haalt, geoordeeld worden “overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, naar hun werken” (20:12-13). Terwijl Christus de straf voor gelovigen betaald heeft (en daarmee hen van oordeel bevrijd heeft), zullen ongelovigen, die Christus’ gerechtigheid niet hebben, zelf de straf moeten betalen voor het schenden van Gods wet. Deze straf is eeuwige vernietiging in de hel.

 

 

 Wat zal er uiteindelijk gebeuren met degene wiens naam

niet in het boek des levens geschreven staan?

 

Nadat het boek met de slechte daden van de gevangenen geopend was, werd “nog een ander boek geopend, namelijk het boek des levens” (20:12). Dit boek bevat de namen van al degene die hun “burgerschap … in de hemelen” hebben (Fil.3:20). Zo is het boek des levens een verslag van degene die geloof in Christus hebben  en berouw getoond hebben van hun zonden en zich hebben bekeerd. Degene die weigeren om in deze wereld van hun zonden schuld te bekennen, berouw tonen en God om vergeving te vragen, zullen niet in het boek des levens gevonden worden. Deze individuen zullen schuldig verklaard worden op de dag van het oordeel en zullen in alle eeuwigheid lijden voor hun zonden. Deze straf zal snel uitgevoerd worden, want alle ongelovigen zullen onmiddellijk in de poel van het vuur geworpen worden (i.e., de hel).

 

 

SAMENVATTING

 

In Johannes’ visioen zag hij een engel vanuit de hemel komen die een sleutel en een grote ketting in zijn hand vasthield. De engel nam satan en bond hem vast en wierp hem in de afgrond en deed het op slot. Satan werd daar voor duizend jaar gebonden, zodat hij niemand meer kon misleiden. Johannes zag ook tronen en de zielen van mensen die voor hun geloof onthoofd waren. Deze mannen en vrouwen zullen voor duizend jaar met Christus regeren. Na de duizend jaar zal satan voor een korte tijd bevrijdt worden. Gedurende deze tijd zal satan een opstand tegen God en Gods volk houden. God zal deze opstandelingen verslinden en zal satan in de poel van het vuur werpen. Daarna zag Johannes een grote witte troon waar God met grote, geopende boeken
zat. De doden die voor God stonden, werden vanwege hun daden veroordeeld en als hun namen niet in het boek des levens stonden, werden ze in de poel van het vuur geworpen.

Dit tekstgedeelte dient als een grote waarschuwing voor een ieder die blijft rebelleren tegen God. Degene die falen om hun zonden te belijden, om God om vergeving te vragen en aan Christus te onderwerpen, zullen een hevige straf ondervinden. Daarom zou iedere gelovige bezorgd moeten zijn om te zien of zijn of haar leven blijk geeft van ware verlossing. Terwijl we nog op deze aarde zijn, zouden we een groot verlangen moeten hebben om de reddende genade te brengen aan degene die in ongeloof wandelen en tegen God in opstand komen.

 

 

Chronologie Johannes’ visioen

 

Johannes zit nog steeds op het eiland Patmos. God wil hem daar meer vertellen over wat er in de toekomst gaat gebeuren. Hij geeft Johannes een droom waarin Hij hem meeneemt naar die tijd die nog moet komen. In deze droom ziet Johannes een hele sterke engel uit de hemel neerdalen. Hij heeft een sleutel en een ketting vast. De engel komt om satan gevangen te nemen. Hij neemt satan beet en maakt hem met de ketting vast. Daarna gooit hij satan in een put waar hij zelf niet uit kan. Duizend jaar zal hij in die put moeten blijven. Maar wat ziet Johannes nu? Op de troon in Jeruzalem zit een man die hij heel goed kent. Het is Jezus! Hij zit op een troon. Ziet hij dat goed? Er staan nog heel veel tronen met mensen erop. Het lijken wel allemaal koningen. Dit zijn alle mensen die in Jezus hebben geloofd. Zij mogen nu samen met Hem als koningen regeren over de aarde voor wel duizend jaar.

Tijdens die duizend jaar is bijna iedereen gelukkig want Jezus is de grote Koning. Na de duizend jaar wordt satan weer losgelaten. Hij vlucht vliegensvlug naar de aarde. Heel veel mensen kiezen om met hem te gaan vechten tegen Jezus en Zijn leger. Maar God laat dit niet gebeuren. Wanneer de troepen van satan bijeen komen laat God vuur uit de hemel komen om hen allemaal te doden. Satan wordt nu voorgoed in de hel geworpen. Johannes zijn droom gaat verder. Nu ziet hij een grote witte troon staan met een hele strenge Rechter erop. Voor de troon staan een heleboel mensen. Het zijn alle mensen die niet hebben geloofd in God en niet vertrouwden op Jezus. Ze dachten: “Ik heb Jezus niet nodig, ik zorg wel voor mezelf!” Hier staan ze nu, niemand om hun te helpen. De Grote Rechter, die eigenlijk Jezus is, doet een heel dik boek open.

In dit boek staat alles wat iedereen heeft gedacht, gezegd en gedaan. Een heleboel dingen. De Rechter kijkt naar het boek en wanneer hij één zonde vindt, spreekt Hij daarover de straf uit. Alle mensen voor de troon blijken schuldig te zijn. Niemand staat er zonder zonden. Ze hebben allemaal gezondigd en gedaan wat God slecht vindt. De Rechter schudt met Zijn hoofd en zegt tegen elk van hen: “Je hebt niet gedaan wat Ik wilde, je verdient
straf. Je zult voor eeuwig in de hel blijven en daar gestraft worden omwille van je zonden.” Dit is de meest triestige dag van de geschiedenis, want die dag zullen er heel veel mensen zijn die voorgoed in de hel zullen blijven. Jezus, de Rechter, doet dit niet graag. Maar Hij moet het doen, want bij zonde hoort straf. Daarom geeft Jezus nu nog iedereen de kans om op Hem te vertrouwen. Vraag God vergeving van je zonden en vertrouw erop dat Jezus de straf voor jouw zonden droeg aan het kruis! Haat zonden en vecht ertegen! En vertel ander mensen over Jezus die van hen houdt en voor zonden stierf aan het kruis.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Boodschap 225 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

.

.

Het einde van de geldgod

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

SATAN WEET DAT ZIJN HEERSCHAPPIJ OP

.

AARDE SPOEDIG ZAL EINDIGEN.

.

WERK AAN UW GELOOF IN GOD DAT EEUWIG LEVEN GEEFT

.

.

SATAN KNOWS THAT HIS RULE ON EARTH WILL SOON END.

.

WORK ON YOUR FAITH IN GOD THAT  GIVES ETERNAL LIFE

.

.

Het aanbidden van de Mammon

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

.

.

 

 

Boodschap 223 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

.

.

Hoofdstuk zes van de Apocalyps: het breken van de eerste zegels

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

ER IS GEEN BEKERING MEER MOGELIJK TIJDENS DE 

.

DRIE LAATSTE JAREN VOOR DE WEDERKOMST  VAN CHRISTUS OP AARDE

.

WEES OP UW HOEDE WANT HET EINDE KOMT SNEL.

.

.

THERE IS NO LONGER REPENTANCE POSSIBLE DURING

.

THE THREE LAST YEARS BEFORE THE SECOND COMING OF CHRIST ON EARTH.

.

BE WARNING FOR THE END IS COMING SOON.

.

.

 

.

.

.

.

Herkennen van een valse leer

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Hoe valse leren herkennen?

 

 

De ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John

 

Hoe ethisch of moreel hoogstaand een leer ook mag zijn, hoe liefdevol, mooi en aantrekkelijk deze mag lijken, hoe vredevol, logisch, vol van goede bedoelingen hij overkomt: als ze Jezus Christus niet brengt als dé goddelijke Zoon van de Vader die als mens op aarde kwam, voor onze zonden aan het kruis stierf en zo Zijn heilige bloed vergoot voor de vergeving van onze zonden en lichamelijk uit de doden is opgestaan en ten hemel is gevaren, kun je er zeker van zijn dat je te maken hebt met een valse leer.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Waarom de Openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus ‘’.

Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij ‘’.

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt ‘’.

 

Dit zijn enkele citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar. In het eerste en het laatste hoofdstuk  van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

De scheppingsverhalen in Genesis 1 en 2

Standaard

categorie : religie

.

.

Vraag: “Waarom zijn er twee verschillende

Scheppingsverhalen hoofdstukken 1 en 2 van

het boek Genesis?”

.

.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

.

.

Antwoord

.

Genesis 1:1 zegt: “In het begin schiep God de hemel en de aarde.” Verderop in Genesis 2:4 lijkt er een tweede, afwijkend verhaal over de schepping verteld te worden. Het idee dat er twee verschillende scheppingsverhalen zijn is een veelgehoorde foutieve interpretatie van deze twee passages die in werkelijkheid dezelfde schepping beschrijven. Ze zijn het niet met elkaar oneens wat betreft de volgorde waarin dingen geschapen werden en spreken elkaar niet tegen.

Genesis 1 beschrijft “zes scheppingsdagen” (en een zevende rustdag) terwijl Genesis 2 slechts één dag van die scheppingsweek beslaat — de zesde dag— en er is geen tegenstrijdigheid.

In Genesis 2 grijpt de schrijver terug op de temporele volgorde van de zesde dag, toen God de mens schiep. In het eerste hoofdstuk zet de schrijver van Genesis de schepping van de mens op de zesde dag neer als het hoogtepunt van de schepping. Daarna geeft de schrijver in het tweede hoofdstuk meer details over de schepping van de mens.

In hoofdlijnen zijn er twee zienswijzen die tegenstrijdigheid veronderstellen tussen Genesis 1 en 2. De eerste betreft het plantenleven. In Genesis 1:11 staat opgetekend dat God het groen op de derde dag schiep. Volgens Genesis 2:5 groeide er vóór de schepping van de mens “op de aarde nog geen enkele struik en was er geen enkele plant opgeschoten, want God, de HEER, had het nog niet laten regenen op de aarde, en er waren geen mensen om het land te bewerken.” Dus, hoe zit het nu? Schiep God de flora op de derde dag voordat Hij de mens schiep (Genesis 1) of nadat Hij de mens schiep (Genesis 2)?

De Hebreeuwse woorden voor “vegetatie” verschillen in de beide tekstdelen. Genesis 1:11 gebruikt een term die slaat op vegetatie in het algemeen. Genesis 2:5 gebruikt een meer specifieke term die refereert aan vegetatie ten behoeve waarvan landbouwactiviteiten uitgevoerd moeten worden, dat wil zeggen er is iemand die er voor zorgt, een tuinman. De passages spreken elkaar niet tegen. Genesis 1:11 heeft het er over dat God vegetatie maakt, en Genesis 2:5 zegt dat God pas “agrarische” vegetatie liet groeien nadat Hij de mens gemaakt had.

De tweede veronderstelde tegenstrijdigheid betreft het dierlijke leven. In Genesis 1:24-25 staat opgetekend dat God de fauna op de zesde dag creëerde, voordat Hij de mens maakte. In sommige vertalingen lijkt Genesis 2:19 te zeggen dat God de dieren maakte nadat hij de mens geschapen had. Een goede en aannemelijke vertaling van Genesis 2:19-20 luidt echter:

“Uit aarde vormde Hij alle dieren op het land en alle vogels in de lucht. Hij bracht ze bij de mens om te zien hoe die ze zou noemen; elk dier zou de naam krijgen die de mens hem gaf. Toen gaf de mens namen aan alle tamme dieren, alle vogels en alle wilde dieren.”

Deze tekst uit de Groot Nieuws Bijbel zegt niet dat God eerst de mens schiep, daarna de dieren schiep en deze vervolgens bij de mens bracht, maar dat de Heer “uit aarde alle dieren op het land en alle vogels in de lucht” (al) gevormd had. Er is geen tegenstrijdigheid. Op de zesde dag schiep God de dieren, daarna de mens en daarna bracht hij de dieren bij de mens zodat de mens ze kon benoemen.

Door de twee scheppingsverhalen individueel te beoordelen en ze daarna met elkaar in overeenstemming te brengen, zien we dat God de volgorde van de schepping in Genesis 1 beschrijft, en dan de belangrijkste details, in het bijzonder die van de zesde dag, nader toelicht in Genesis 2. Er is geen sprake van een tegenstrijdigheid, maar van een vaak gebruikte literaire wijze om een gebeurtenis eerst in zijn algemeenheid en dan specifiek te beschrijven.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA