Tagarchief: God

Heilige Woorden van Maria aan een zieneres

Standaard

categorie : religie

.

.

Maagd Maria: ” Niemand zal verhinderen dat het

Boek der Waarheid aan de wereld

geopenbaard wordt “

.

20.15 u

.

Mary-Mother-of-the-Divine-Love

.

.

Mijn kind, wanneer je werkt voor Mijn Zoon, Jezus Christus, moet je te allen tijde gehoorzaamheid betonen.

Trek Zijn heilig woord nooit in twijfel want hij spreekt de waarheid en niets dan de waarheid.

Vanaf het begin trekken zo veel van Mijn kinderen elk woord dat Hij zegt in twijfel. Voor eenieder die Zijn heilig woord gehoorzaamt, zoals vervat in Mijn Vaders Boek, is er altijd een ander die Zijn woord op een andere manier interpreteert.

Jij moet onder de leiding van Mijn Zoon alles doen wat van jou gevraagd wordt. Zwicht nooit voor diegenen die verlangen dat Zijn woorden aangepast worden aan hun interpretatie.

Mijn kind, ga nu met spoed te werk om de boodschappen over te brengen die door Mijn Zoon aan de wereld gegeven worden om de zondaars, die verdwaald zijn, te redden.

Mijn Zoon heeft maar één bedoeling en dat is zielen redden.

Heb geen angst, Mijn kind, want alles wat Mijn Zoon jou vertelt, is niet strijdig met de Leer van Zijn Allerheiligste Kerk op aarde.

Zijn geschenken aan Mijn kinderen zijn zeer bijzonder en worden in deze tijd, de eindtijd, gegeven voor alle zielen.

Mijn Zoon is zo edelmoedig en barmhartig dat Hij de zondaars wil overspoelen met bijzondere genaden om hun redding te verzekeren.

Iedereen die probeert Mijn Zoon te stoppen in Zijn missie om de wereld voor te bereiden op Zijn Tweede Komst, zal door de hand van Mijn Eeuwige Vader tegengehouden worden.

Dit werk, om het Boek der Waarheid te onthullen zodra de zegels verbroken worden, is voor Mijn Vader één van de belangrijkste missies op aarde.

De waarheid werd aan de wereld beloofd in deze tijd.

De waarheid moet aan alle zielen, gelovigen en niet-gelovigen, verteld worden want zij zijn zo ver verwijderd van de Kerk dat het hen op deze manier gegeven moet worden.

Alle engelen werden naar de aarde gestuurd om de mensheid te beschermen tegen de Bedrieger en de leugens die hij over de waarheid van de eeuwige redding verspreid.

De mensheid wil de waarheid misschien niet horen en er zullen veel hindernissen op je weg gelegd worden, Mijn kind, maar het zal nutteloos zijn.

Niemand zal verhinderen dat het Boek der Waarheid aan de wereld geopenbaard wordt want als zij zouden proberen om dit te doen, zal de kracht van Mijn Vader ontketend worden als vlammen van vuur die uit de Hemel stromen.

Mijn kind, twijfel nooit aan deze boodschappen zoals ze jou gegeven worden.

Verander nooit één woord om ze te schikken naar diegenen die proberen ervoor te zorgen dat jij het woord van God wijzigt.

Er kan slechts één meester zijn en dat is God, in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Ga nu voort met de zekerheden die je nodig hebt.

Denk eraan dat deze boodschappen van Mijn Zoon voor al de kinderen van God zijn en niet enkel voor Zijn Katholieke Kerk of voor Zijn uitverkoren volk, de Joden. Zij zijn voor iedereen!

Elke ziel wordt door Mijn Vader evenzeer bemind. Geen enkele ziel wordt belangrijker geacht dan een andere.

Jullie Hemelse Moeder

Moeder van de Verlossing

.

Maria spreekt over het boek der Openbaring in het Nieuwe testament waarin de eindtijden worden verkondigd. Zij bevestigt dat deze zeer nabij zijn

.

.

voorpagina openbaring a4

 

.


3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 John Astria

John Astria

De scheppingsverhalen in Genesis 1 en 2

Standaard

categorie : religie

.

.

Vraag: “Waarom zijn er twee verschillende

Scheppingsverhalen hoofdstukken 1 en 2 van

het boek Genesis?”

.

.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

.

.

Antwoord

.

Genesis 1:1 zegt: “In het begin schiep God de hemel en de aarde.” Verderop in Genesis 2:4 lijkt er een tweede, afwijkend verhaal over de schepping verteld te worden. Het idee dat er twee verschillende scheppingsverhalen zijn is een veelgehoorde foutieve interpretatie van deze twee passages die in werkelijkheid dezelfde schepping beschrijven. Ze zijn het niet met elkaar oneens wat betreft de volgorde waarin dingen geschapen werden en spreken elkaar niet tegen.

Genesis 1 beschrijft “zes scheppingsdagen” (en een zevende rustdag) terwijl Genesis 2 slechts één dag van die scheppingsweek beslaat — de zesde dag— en er is geen tegenstrijdigheid.

In Genesis 2 grijpt de schrijver terug op de temporele volgorde van de zesde dag, toen God de mens schiep. In het eerste hoofdstuk zet de schrijver van Genesis de schepping van de mens op de zesde dag neer als het hoogtepunt van de schepping. Daarna geeft de schrijver in het tweede hoofdstuk meer details over de schepping van de mens.

In hoofdlijnen zijn er twee zienswijzen die tegenstrijdigheid veronderstellen tussen Genesis 1 en 2. De eerste betreft het plantenleven. In Genesis 1:11 staat opgetekend dat God het groen op de derde dag schiep. Volgens Genesis 2:5 groeide er vóór de schepping van de mens “op de aarde nog geen enkele struik en was er geen enkele plant opgeschoten, want God, de HEER, had het nog niet laten regenen op de aarde, en er waren geen mensen om het land te bewerken.” Dus, hoe zit het nu? Schiep God de flora op de derde dag voordat Hij de mens schiep (Genesis 1) of nadat Hij de mens schiep (Genesis 2)?

De Hebreeuwse woorden voor “vegetatie” verschillen in de beide tekstdelen. Genesis 1:11 gebruikt een term die slaat op vegetatie in het algemeen. Genesis 2:5 gebruikt een meer specifieke term die refereert aan vegetatie ten behoeve waarvan landbouwactiviteiten uitgevoerd moeten worden, dat wil zeggen er is iemand die er voor zorgt, een tuinman. De passages spreken elkaar niet tegen. Genesis 1:11 heeft het er over dat God vegetatie maakt, en Genesis 2:5 zegt dat God pas “agrarische” vegetatie liet groeien nadat Hij de mens gemaakt had.

De tweede veronderstelde tegenstrijdigheid betreft het dierlijke leven. In Genesis 1:24-25 staat opgetekend dat God de fauna op de zesde dag creëerde, voordat Hij de mens maakte. In sommige vertalingen lijkt Genesis 2:19 te zeggen dat God de dieren maakte nadat hij de mens geschapen had. Een goede en aannemelijke vertaling van Genesis 2:19-20 luidt echter:

“Uit aarde vormde Hij alle dieren op het land en alle vogels in de lucht. Hij bracht ze bij de mens om te zien hoe die ze zou noemen; elk dier zou de naam krijgen die de mens hem gaf. Toen gaf de mens namen aan alle tamme dieren, alle vogels en alle wilde dieren.”

Deze tekst uit de Groot Nieuws Bijbel zegt niet dat God eerst de mens schiep, daarna de dieren schiep en deze vervolgens bij de mens bracht, maar dat de Heer “uit aarde alle dieren op het land en alle vogels in de lucht” (al) gevormd had. Er is geen tegenstrijdigheid. Op de zesde dag schiep God de dieren, daarna de mens en daarna bracht hij de dieren bij de mens zodat de mens ze kon benoemen.

Door de twee scheppingsverhalen individueel te beoordelen en ze daarna met elkaar in overeenstemming te brengen, zien we dat God de volgorde van de schepping in Genesis 1 beschrijft, en dan de belangrijkste details, in het bijzonder die van de zesde dag, nader toelicht in Genesis 2. Er is geen sprake van een tegenstrijdigheid, maar van een vaak gebruikte literaire wijze om een gebeurtenis eerst in zijn algemeenheid en dan specifiek te beschrijven.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De normen en waarden van moslims

Standaard

categorie : religie

.

.

Hebben moslims andere normen en waarden?

Geloven moslims in de 10 Geboden?

.

MasJid-kubah-Emas-islam-34673287-750-724

.

.Toen Mohamed zijn eerste openbaring kreeg was hij danig van slag van deze indrukwekkende, overweldigende ervaring. Zijn vrouw Khadija besloot met hem bij haar oom aan vaders kant te gaan, Waraqa bin Nawfal, die een christene was. Deze luisterde naar wat Mohamed overkomen was, en zei aan Mohamed dat hij de stem van aartsengel Gabriël gehoord had en dat hij net als andere profeten geen sant in eigen land zou zijn. De eerste persoon die het profeetschap van Mohamed erkende was dus een christen.

De officiële christelijke instanties erkenden het profeetschap van Mohamed niet. Ze vonden hem een valse profeet en besloten dat hij het bijgevolg niet over dezelfde God kon hebben. Daarom begonnen zij te spreken over “Allah, de god van de moslims”, terwijl Allah het Arabische woord is voor dezelfde Ene God als die welke in het Hebreeuws Jahweh genoemd wordt of in het Frans Dieu.

Maar door te zeggen “Allah, de god van de moslims”, wilde men zich van hen distantiëren (en zo misschien ook hun eigen ledenaantal veilig stellen want een profeet van dezelfde God was natuurlijk een concurrent).

Vermits onze kennis over de islam vele eeuwen lang en tot zeer recent alleen afkomstig was van christelijke bronnen, had de christelijke overtuiging dat moslims niet in dezelfde God geloofden erg verstrekkende gevolgen. Men leidde daar bijvoorbeeld uit af dat die andere god minderwaardig was en ook andere definities van goed en kwaad zou hebben. Daarmee legde men de grondslag van de opvatting dat moslims gans andere en inferieure waarden en normen hanteren.

Volgens de islam echter geloven joden, christenen en moslims allemaal in dezelfde ene God en kunnen zij ook allemaal naar het paradijs gaan als zij zich goed gedragen.

Mensen die in dezelfde God geloven, kijken allemaal naar diezelfde God voor de bepaling van wat goed en slecht is. Zij delen dus allemaal dezelfde normatieve basis, delen essentieel dezelfde waarden en normen. Dit is niet verwonderlijk, want moslims geloven ook in alle profeten (zoals David, Mozes, enz.) en in de boodschap die zij brachten (het Boek der Psalmen, de Evangeliën enz) :

“Aan jou (Mohammed) wordt slechts gezegd wat aan al de gezanten voor jouw tijd gezegd werd.” (Koran, 41:43)

“Zeg: “Wij geloven in God, in wat naar ons is neergezonden en in wat naar Abraham, Isma’iel, Isaak, Jacob en de stammen is neergezonden en in wat aan Mozes en Jezus is gegeven en in wat aan de Profeten door hun Heer is gegeven. Wij maken geen verschil tussen één van hen en wij hebben ons aan Hem overgegeven.” (Koran, 2:136)

Dit betekent inderdaad dat moslims ook in de Tien Geboden geloven. De Tien Geboden zoals zij in het boek Deuteronomium (Oud Testament) staan, worden trouwens in de Koran bevestigd. Het islamitisch waardenstelsel sluit bijgevolg zeer nauw aan bij het joods en christelijk waardenstelsel.

Merk op dat ‘Oud Testament’ een christelijke benaming is voor wat in essentie het joodse gedeelte van de Bijbel is. Joden zijn het met die benaming niet eens omdat het impliceert dat zij het niet eens zijn met wat christenen als de nieuwe boodschap beschouwen maar wat joden als een dwaling beschouwen. Volgens joden was Jezus noch profeet, noch messias.

Moslims erkennen wel dat Jezus een profeet en de messias was. Zij denken echter niet dat hij de zoon van God was omdat God volgens moslims geen ‘kinderen’ heeft maar geheel uniek is. Moslims erkennen ook de openbaringen van Christus, zij noemen dit niet het ‘nieuw testament’ maar de ‘evangeliën’. Ook de naam ‘oud testament’ hanteren moslims niet, zij verwijzen naar de specifieke boeken van de profeten (die overigens ook door moslims erkend worden), zoals het ‘Boek der Psalmen’ (geopenbaard aan profeet Mozes), de Thora (geopenbaard aan profeet Abraham) enz.

.

.

.Hierna volgt een overzicht van de Tien Geboden zoals ze

in het Boek Deuteronium en in de Koran staan

.

.

De Tien Geboden
(Oud Testament, Deuteronomium 5: 6-21)
Bevestiging in de Koran
(Koran, hoofdstuk en vers)
1. “Gij zult geen andere goden hebben dan Mij” (Deut. 5:7) 1. “Weet dat er geen god is dan God” (Koran 47:19)
2. “Gij zult geen beelden maken om als god te vereren” (Deut. 5:8) 2. “Niets is aan Hem gelijk” (Koran 42:11)
3. “Gij zult de naam van uw God niet ijdel gebruiken” (Deur. 5:11) 3. “Maak God niet tot een excuus bij jullie eden” (Koran 2:224)
4. “Eer uw vader en uw moeder” (Deut. 5:16) 4. “En jouw Heer heeft bepaald dat jullie alleen Hem zullen dienen en dat men goed moet zijn voor de ouders, of nu een van beiden of allebei bij jou de ouderdom bereiken, zeg dan niet “Foei” tegen hen, bejegen hen niet onheus en spreek op een hoffelijke manier tot hen”(Koran 17:23)
5. “Ge zult niet stelen” (Deut. 5:19) 5. “… met als verplichting niet te stelen… (Koran 60:12 ; 5:38-39)
6. “Ge zult tegen uw naaste geen valse getuigenis afleggen.” (Deut. 5:20) 6. “… dat de vloek van God op hem zal rusten als hij een leugenaar is” (24:7) “Jullie moeten de getuigenis niet achterhouden”(Koran 2:283)
7. “Ge zult niet doden” (Deut. 5:17) 7. “wie iemand anders doodt… het is alsof hij de hele mensheid heeft gedood”(Koran 5:32)
8. “Ge zult geen overspel plegen” (Deut. 5:18). 8. “En jullie mogen geen ontucht benaderen. Dat is iets gruwelijks en een slechte manier van doen. (Koran 17:32)
9. “Ge zult de vrouw van uw naaste niet begeren, ge zult het huis van uw naaste niet verlangen, noch zijn akker, noch zijn slaag of slavin, noch zijn os of zijn ezel, noch iets wat uw naaste toebehoort” (Deut. 5:21) 9. “En wees goed voor de ouders en ook voor de verwant, de wezen, de behoeftigen, de verwante buur, de niet-verwante buur, de niet-verwante medeburger, … (Koran 4:36)
Uitspraak van Profeet Mohammed: “Een van de grootste zonden is onwettige sexuele betrekkingen hebben met de vrouw van uw naaste”.
10. “Onderhou de Sabbatdag en heilig hem” (Deut. 5:12) 10. “Jullie die geloven! Wanneer jullie tot de salaat op vrijdag (als dag van de samenkomst) worden opgeroepen, haast jullie dan om God te gedenken en laat het zakendoen. (Koran 62:9)

.

DE ISLAM IS DE 

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

.

.


3d-gouden-pijl-5271528

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Is er een onvergeeflijke zonde?

Standaard

categorie : religie

.

.

.

overflow-5-onze-identiteit-in-christus-5-638

.

.

Waar staat dat in de Bijbel?

.

De Bijbelpassages over de onvergeeflijke zonde worden hier beneden opgesomd:

Matteüs 12:31-32 zegt: “Daarom zeg ik u: elke zonde en elke godslastering kan de mensen worden vergeven, maar wie de Geest lastert kan niet worden vergeven. En iedereen die iets ten nadele van de Mensenzoon zegt, zal worden vergeven. Maar wie kwaadspreekt van de Heilige Geest zal niet worden vergeven, noch in deze wereld, noch in de komende.”

En Lucas 12:10 stelt: “En iedereen die iets ten nadele van de Mensenzoon zegt, zal worden vergeven. Maar wie lastertaal spreekt tegen de Heilige Geest zal niet worden vergeven.

.

Wat is een onvergeeflijke zonde ?

.

De onvergeeflijke zonde wordt soms ook wel de “lastering van of tegen de Heilige Geest” genoemd. Laten we eens beginnen met de definitie van het woord “lastering”. Dit kan gedefinieerd worden als een “hoogmoedige oneerbiedigheid” en zou kunnen bestaan uit het vervloeken of ontaarden van God. Ook wanneer er een relatie wordt gelegd tussen God en het kwaad, wordt dit “lastering” genoemd.

Matteüs 12:31-32 heeft betrekking op de wonderen die Jezus in de macht van de Heilige Geest verricht. Door deze wonderen is het duidelijk dat Jezus de beloofde Messias is. In deze passage beweren de Farizeeën dat Jezus deze macht had gekregen van een demon met de naam Beëlzebub (Matteüs 12:24).

Zij legden op deze manier een verband tussen Jezus en de macht van de Heilige Geest en de hel, en niet met de hemel. Jezus zei feitelijk dat dit de lastering van de Heilige Geest was, deze zonde was onvergeeflijk. Zij hadden hem afgewezen.

.

.

Kan ik een onvergeeflijke zonde begaan?

.

Het idee van de onvergeeflijke zonde heeft al veel mensen in de geschiedenis bedroefd. Misschien is het schuldgevoel en de angst wel onnodig. Als jij bang bent dat je de onvergeeflijke zonde hebt begaan, dan is dat ongetwijfeld bewijs voor het feit dat je dat niet hebt gedaan! De mensen die de onvergeeflijke zonde begingen hadden hiervan geen berouw zoals God het wil. Ze waren niet geïnteresseerd in Gods vergeving. Vergeet niet dat Petrus tot drie maal toe ontkende dat hij Jezus kende, maar toch door Jezus werd vergeven.

Het lijkt zo te zijn dat deze onvergeeflijke zonde tegen de Heilige Geest alleen mogelijk was in de tijd waarin Christus Zijn bediening op aarde uitvoerde. De onvergeeflijke zonde, die in Matteüs 12 wordt beschreven, kan tegenwoordig niet meer worden begaan. We zijn niet in staat om de wonderen van God, die door Jezus Christus werden verricht, aan Satan toe te schrijven.

Maar wanneer mensen Jezus Christus en Zijn geschenk van het eeuwige leven afwijzen, dan begaan zij in zekere zin de onvergeeflijke zonde van het ongeloof. Ieder die ernaar verlangt om door Gods genade gered te worden heeft de onvergeeflijke zonde niet begaan. Maar, iemand die tot aan zijn dood in ongeloof leeft en Jezus altijd heeft afgewezen, zal niet vergeven worden. Een dergelijk mens zal de eeuwigheid in de hel doorbrengen, afgezonderd van God.

2 Korintiërs 7:10 zegt: “Verdriet dat God geeft leidt tot inkeer die men nooit berouwt en tot redding; verdriet dat de wereld geeft leidt alleen maar tot de dood.” Mensen die oprecht naar Gods vergeving verlangen zullen deze vergeving ook ontvangen!

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

voorpagina openbaring a4

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

 John Astria

John Astria

Vijfentwintigste Miniatuur : vierde Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

.

.

.

.

Vijfentwintigste Miniatuur: Vierde Visioen van het Derde Boek

.

Scivias%20T%2025_Boek%20III,4

.

Een lieflijke, vergulde vrouwenfiguur staat hier omgeven door zes engelen. Rechts van haar naderen zes welwil-lende gelovigen terwijl zich links van haar drie personen vijandig gedragen. Deze mensen over wie we reeds spra-ken, komen vanuit het noordrijk van de duivel en het ongeloof de Stad Gods binnen door de poort die zich be-vindt tussen de toren van Gods raadsbesluiten en de zuil van Gods Woord. Hier gebeurt eigenlijk iets heel be-langrijks in de geschiedenis van de Verlossing. Hildegard geeft deze Godskracht of deugd de naam Scientia Dei wat betekent het ‘Weten of kennen van God’. Maar dit begrip van kennen wordt in dubbele zin gebruikt.

In de eerste zin heeft men het over de mens die aan Zijn uitnodiging gehoor geeft en geloof schenkt aan de openbaring. In de tweede zin heeft men het over diegene die kennis wil vergaren over God. Hier komt de schei-ding der geesten.  Zij die goed willen, ontvangen als bij het bruiloftsmaal het feestkleed. Zij die zonder kleed wil-len binnen dringen worden teruggedreven. Het is waar dat de Heer de armen van de straat door zijn dienaars liet ophalen opdat zijn feestzaal vol zou raken. Van ieder wordt echter geëist dat hij zich presenteert in een feest-kleed. De uitnodiging is een genadegeschenk, maar men moet er gevolg aan willen geven.

Nog een ander belangrijk aspect van de roeping tot het koninkrijk Gods komt hier naar voren. Velen zijn geroe-pen maar weinigen uitverkoren, om deel te nemen aan de uitvoering van Gods plannen. God heeft enkelen uit-verkoren om zijn medewerkers te worden in de verwerkelijking van het grote bouwplan. Als God, in zijn godde-lijke ijver om de vijand te verslaan, gaat beginnen samen met de gelovigen de drie gemetselde muren op te trek-ken, dan heeft Hij bijzondere medewerkers nodig. Aanvankelijk roept hij het joodse volk en oefent het in strenge discipline.

Met de gegevens van de vorige miniaturen is de kleurencombinatie hier gemakkelijk te ontleden. Dat zilveren driehoekje is een gedeelte van de lichtgevende muur, welke we opgetrokken weten van het oosten naar het noorden. De overeenkomst tussen de vergulde vrouwenfiguur en een Maria-voorstelling is zeker niet toevallig.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

JOHN ASTRIA

Oorlog in de onzichtbare wereld

Standaard

categorie ; religie

.

.

Geestelijke oorlogvoering – Wat is dat?

.

Geestelijke oorlogvoering vindt plaats in de onzichtbare, bovennatuurlijke dimensie, waar God almachtig is en Satan in opstand is gekomen. Zoals iedere christen al snel ontdekt, is geestelijke oorlogvoering een absolute werkelijkheid, ook al is deze onzichtbaar. De Bijbel spreekt op vele plaatsen over geestelijke oorlogvoering, maar het duidelijkst in Efeziërs 6:12, waarin Paulus schrijft over het aantrekken van de wapenrusting van God:

“Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen.”

.

.

.

geestelijke-strijd

.

.

.

Geestelijke oorlogvoering – Hoe gaan wij als christenen

de strijd aan?

.

Geestelijke oorlogvoering is een idee dat velen onder ons liever zouden afwijzen. Maar omdat de Bijbel spreekt in termen van oorlogvoering, kunnen we Gods beeldspraken maar beter gewoon aanvaarden, zodat we voldoende zijn uitgerust voor het echte gevecht. Als christenen hebben we hier op aarde met meer te kampen dan slechts “worstelingen”; de voorstelling van een geestelijke oorlogvoering is waarschijnlijk de beste beeldspraak voor deze realiteit. Omdat het om oorlogvoering gaat, draagt God ons in Efeziërs 6:14-18op om een heel specifieke verzameling wapentuig te gebruiken:

Houd stand, met de waarheid als gordel om uw heupen, de gerechtigheid als harnas om uw borst, de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten, en draag bovenal het geloof als schild waarmee u alle brandende pijlen van hem die het kwaad zelf is kunt doven. Draag als helm de verlossing en als zwaard de Geest, dat wil zeggen Gods woorden. Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend voor alle heiligen…”

Gods wapenrusting is uniek: het zijn “wapens van de vrede”.

.

.

Geestelijke oorlogvoering – Ben sterk in de Heer

.

Geestelijke oorlogvoering is een realiteit in het christelijke leven. Maar vergeet niet dat we de afloop kennen: Gods leger wint. Omdat de duivel al heeft verloren, heeft hij niets te verliezen in zijn pogingen om zoveel mogelijk mensen met zich mee te sleuren in zijn val. Daarom lezen we:

“Ten slotte, zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht. Trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel. Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen.” (Efeziërs 6:10-11)

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 John Astria

John Astria

Wie is de Heilige Geest?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Heilige Geest is de Geest van God die zich openbaart in de wedergeboren volgelingen van Jezus Christus. Hij is de geestelijk plaatsvervanger van Jezus hier op aarde, nadat Jezus zelf uit de dood is opgestaan en opgevaren is naar de hemel.

 

 

De Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De Heilige Geest is geen vage afschaduwing van Jezus, evenmin een tastbare kracht. Hij is een onderdeel van de Enige, naast God de Vader en God de Zoon. Het is aan een niet-gelovige praktisch onmogelijk uit te leggen wat Hij bewerkstelligd en hoe Hij werkt door volgelingen van Jezus heen. Wanneer je zelf Gods Geest ervaart weet je hoe Zijn Geest werkt, Hij geeft je op een onvatbare manier rust, zekerheid, onderricht, vrijmoedigheid en blijdschap. Maar hoe dat nu uit te leggen? Hoe iets uit te leggen wat niet van deze wereld is? Iets wat niet bedoeld is om tastbaar te zijn voor deze wereld?

 

Jezus legde het als volgt aan Zijn discipelen:

“Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere
pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn:
de Geest van de waarheid. De wereld kan hem
niet ontvangen, want ze ziet hem niet en kent
hem niet. Jullie kennen hem wel, want hij woont
in jullie en zal in jullie blijven. Ik laat jullie niet als
wezen achter, ik kom bij jullie terug.”
Johannes 14:16-18

 

De Geest leert je het onderscheid te maken tussen wat goed en wat fout is. Hij geeft je inzicht in je eigen zonden en Hij doet je beseffen dat er zonder Jezus geen weg naar de hemel is. Dat er buiten Jezus geen enkele rechtvaardiging is dat wij met onze zonden maar in de buurt kunnen komen van God de Vader. En de Heilige Geest is het die jou vrijmoedig maakt om openlijk, en in blijdschap en zonder schaamte, over Jezus te kunnen getuigen.

 

Jezus kwam dichterbij en zei tegen hen:

Ik heb
alle macht in hemel en op aarde gekregen.Ga
er daarom op uit om alle volken tot mijn discipelen
te maken. Doop hen in de naam van de Vader en
van de Zoon en van de Heilige Geest. Leer hen
altijd te doen wat Ik u heb gezegd. En vergeet dit
niet: Ik ben altijd bij u, tot het einde van de tijd.”

Mattheüs 28:18-20

 

 

God is Vader, Zoon en Heilige Geest. En toch is Hij 1, Hij is echat (het hebreeuwse woord voor één). Ter verduidelijking: je kunt het misschien enigzinds vergelijken met de zon. Hij is werkelijk daar, te zien voor iedereen: groot en rond, met andere menselijke woorden: de bron van het leven op aarde. Daarnaast geeft deze bron licht en warmte af. In dit vergelijk kun je het zien als de bron / zon = God de Vader, het licht = Jezus de Zoon en de warmte = de Heilige Geest. Wanneer iemand wedergeboren wordt door het geloven in Jezus als de Messias, zal God door Zijn Geest, de Heilige Geest, in hem of haar komen wonen.

 

 

 

 

 

 

Maar allen die Hem wel aanvaard hebben,
heeft Hij het recht gegeven kinderen van God
te worden. Door geloof in Zijn naam worden
zij opnieuw geboren, natuurlijk niet als mens,
maar geestelijk uit God.
Johannes 1:12-13

 

 

Zoals Jezus het zelf zegt is het zelfs een bittere noodzaak om wederomgeboren te worden:

 

“Toch is het zoals Ik zeg. Als iemand na
zijn natuurlijke geboorte niet ook
geestelijk geboren wordt, kan hij
onmogelijk in het Koninkrijk van God
komen. Uit mensen komt menselijk
leven voort, maar uit de Geest van God
komt geestelijk leven voort.”

Johannes 3:5-6

 

De Heilige Geest heeft kennis over God
die wij alleen via de Heilige Geest te
weten kunnen komen: Zoals alleen de
geest van een mens weet wat in een
mens omgaat, weet ook alleen de
Geest van God wat er in God is.
1 Corinthiërs 2:11

 

 

Een belangrijke taak van de Heilige Geest is dat Hij getuigt over Jezus Christus. Hij getuigt, onderwijst en geeft inzicht over de waarheid van Jezus de Messias:

 

Als Ik bij de Vader ben, zal Ik mijn
Plaatsvervanger sturen. Dat is de Heilige
Geest, de bron van alle waarheid. Hij komt
uit de Vader en zal u alles over Mij vertellen.”
Johannes 15:26

Maar als de Heilige Geest komt, zal Hij u
de weg wijzen naar de volledige waarheid.
Wat Hij u zal zeggen, heeft Hij niet uit
Zichzelf, maar Hij geeft door wat Hij hoort.
Hij zal vertellen wat er in de toekomst gaat gebeuren.
Door u te vertellen wat Hij van Mij hoort, zal Hij Mij groot maken.
Johannes 16:14

Dat staat ook in de Boeken: “Wat niemand heeft
gezien, niemand heeft gehoord en wat niemand
ooit bedacht, dat heeft God allemaal klaar voor
hen, die Hem liefhebben.”

God heeft het ons door de Geest duidelijk gemaakt.
Want voor de Geest is niets verborgen, zelfs het
diepste wezen van God niet.
Zoals alleen de geest van een mens weet wat in een
mens omgaat, weet ook alleen de Geest van God
wat er in God is.

En wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen,
maar de Geest van God om zo te weten wat God ons
in genade gegeven heeft. Daarover spreken wij dan
ook niet met menselijke welsprekendheid, maar met
woorden die de Geest ons ingeeft.

Wij gebruiken dus de woorden van de Geest om de
gedachten van de Geest over te brengen. Maar iemand
die niet gelovig is (de natuurlijke mens) heeft geen oog
voor wat de Geest van God doet. Voor hem is dat allemaal
onzin. Hij begrijpt er niets van, omdat het alleen geestelijk
te doorzien is.
1 Corinthiërs 2:9-14

 

 

 

 

 

De Geest onthult Gods wil en Gods waarheid voor een christen, met als doel Gods karakter in toenemende mate door het leven van een gelovige heen te laten schijnen. En wel op zo’n manier dat duidelijk blijkt dat we dat onmogelijk zelf kunnen doen. De Heilige Geest geeft het karakter van een wedergeboren christen liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, mildheid, trouw, tederheid en zelfbeheersing.
Galaten 5:22

In plaats van proberen liefdevol en geduldig te zijn, vraagt God ons om volledig op Hem te vertrouwen teneinde Hij zelf deze kwaliteiten en eigenschappen in ons leven kan geven. Ons volledig, in vertrouwen, open te stellen voor Hem, onze Schepper die zoveel liefde voor ons heeft. Daarom wordt, o.a. in Galaten 5:25, ons christenen gezegd ons te laten leiden door, en zodoende vol te zijn van, de Geest (Efeze 5:18).

De Heilige Geest heeft ook een belangrijke taak ten opzichte van niet-gelovigen. Hij is het die de harten van de mensen overtuigt van eigen zonde. Dat wij Gods vergeving nodig hebben en dat dit alleen te vinden is door het offer van Jezus. Dat Hij voor onze plaats gestorven is, voor onze zonden en voor het oordeel dat anders ieder mens had getroffen. Dit oordeel dat nu voorbijgaat aan een ieder die zijn vertrouwen op de Messias Jezus gesteld heeft.

De Heilige Geest klopt op onze harten en vraagt ons elke keer weer, met een liefdevol geduld, om ons te bezinnen, onze zonden te belijden en ons te keren naar God onze Vader voor vergeving van onze fouten en een nieuw leven met Hem te beginnen. Een leven die eeuwigdurend en vol van Zijn liefde zal zijn.

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Zeven grootse waarheden over Jezus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Openbaring hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring aan Johannes

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 Openbaring 1:4-8

 

Johannes aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: Genade zij u en vrede, van Hem Die is en Die was en Die komt, en van de zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn, en van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden en de Vorst van de koningen der aarde, Hem Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed, en Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God en Zijn Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid, amen. Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen. ‘Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige’.

 

 

Titels


Jezus Christus, de Tweede Persoon van de Drie-eenheid, wordt met een aantal titels genoemd, waar we een voor een naar kunnen kijken (Openbaring 1:5).

“Getrouwe Getuige” verwijst naar de absolute betrouwbaarheid van onze Heer met betrekking tot de beloften die Hij heeft gedaan.

“De Eerstgeborene uit de doden” verwijst naar Hem als de Eerste mens die de dood overwonnen heeft en voorgoed opstond uit het graf. Anderen, die eerder door Hem uit de doden waren opgewekt, stierven later weer. Nu Jezus permanent de dood overwonnen heeft, hoeven we nooit meer bang te zijn voor ziekte of dood.

Jezus wordt ook wel aangeduid als ‘de Vorst van de koningen der aarde’. Onze Heer is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Hij heerst ook in de harten van aardse machthebbers. “Het hart van een koning is in de hand van de Here als waterbeken, Hij neigt het tot alles wat Hem behaagt” (Spreuken 21:1).

Onze Heer wordt verder aangeduid als die Ene “Die ons eeuwig liefheeft en Die ons voor eens en voor altijd verlost en bevrijd heeft van onze zonden door Zijn Eigen bloed” (vers 5 ). Zijn liefde voor ons is eeuwig. En Hij vergoot Zijn bloed niet alleen om ons onze zonden te vergeven, maar ook om ons voor eens en voor altijd te bevrijden van onze zonden. De eerste belofte in het Nieuwe Testament is dat Jezus ‘Zijn volk zalig zal maken van hun zonden’ (Mattheus 1:21). Bevrijd te worden van de macht van de zonde is het grote thema van het hele Nieuwe Testament. Geen zonde kan nu de heerschappij over ons hebben, als wij leven onder de genade (Romeinen 6:14).

 

 

Allemaal priesters

 

Ons wordt verder verteld dat de Here Jezus ons heeft gevormd tot “koningen en priesters voor God en Zijn Vader” (vers 6). Het koninkrijk van God is het domein waarin God absolute autoriteit uitoefent. De kerk is een afspiegeling van het koninkrijk van God op aarde – dat wil zeggen, een groep mensen die een koninkrijk zijn geworden, omdat ze zich op elk gebied van hun leven aan het gezag van God onderworpen hebben.

De Heer heeft een ongedisciplineerde menigte omgezet in een ordelijke koninkrijk – een volk dat nu wordt geregeerd door God. We zijn ook gemaakt tot priesters. Elke gelovige – man of vrouw – is tot een priester voor de Heer gemaakt. In Gods ogen is er niet zoiets als een speciale klasse van mensen in de kerk, die priesters genoemd worden. Dat is een oudtestamentisch concept.

Wanneer er zoiets bestaat in een kerk van vandaag, dan leidt het mensen terug naar de tijden voor Christus! We zijn ALLEMAAL priesters.

Als priesters zijn wij geroepen om offers te brengen aan God. Bedenk hierbij dat in het Oude Testament de lichamen van dieren als offer werden aangeboden, en vandaag de dag bieden we ons eigen lichaam aan God als een levend offer aan (Romeinen12:1).

De uitdrukking Zijn God en Vader is vergelijkbaar met de uitdrukking die Jezus gebruikte na Zijn opstanding, Mijn Vader en uw Vader, Mijn God en uw God (Johannes 20:17). Zijn Vader is inmiddels ook onze Vader geworden. We kunnen nu onze veiligheid vinden in God als onze Vader, net zoals Jezus Zijn bescherming daarin vond. Amen, zegt Johannes (vers 6). En ook wij zeggen: het zal zo zijn. Hem alleen “zij de heerlijkheid en kracht in alle eeuwigheid”.

In vers 7, wordt de terugkeer van Christus naar de aarde voorspeld.

Het laatste dat deze wereld zag van onze Heer was toen Hij in schaamte aan het kruis van Golgotha hing. Maar een van deze dagen, zal de wereld Hem zien komen met de wolken in heerlijkheid. Elk oog zal Hem zien. Degenen (het volk Israël en wij) die Hem doorboord hebben zullen Hem ook zien. De stammen van de aarde zullen huilen wanneer Hij komt. Maar wij zullen ons verheugen. Nogmaals zegt Johannes: Amen. En wij zeggen ook: Het zal zo zijn!

 

 

De eindstrijd tussen God, (de Alfa en de Omega) en Satan

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Geen angst voor de toekomst

 

In vers 8 verwijst God naar Zichzelf als de Alfa en de Omega, de Almachtige en altijd bestaande God. Hij was er meteen aan het begin, toen er niets bestond. Hij zal er direct zijn aan het einde der tijden. Er is niets dat ooit kan gebeuren, ongeacht het moment of de plaats, dat God zal verrassen. Onze Vader weet niet alleen het einde vanaf het begin, omdat Hij de Almachtige God is, Hij beheerst alles ook. Daarom moeten we in geen enkel opzicht angst hebben voor de toekomst.

Aan het einde van het boek Openbaring, wordt God weer aangeduid als de Almachtige en de Alfa en de Omega (hoofdstuk 19:6; 22:13). We zouden kunnen zeggen dat het hele boek Openbaring dan ook is ingeklemd tussen deze twee uitspraken die verwijzen naar de alwetende, almachtige kracht van onze God en Vader. Dit is wat ons perfecte veiligheid geeft, als we hier lezen over de beproevingen die Gods volk zal overkomen, en de rampen die in de laatste dagen over de wereld om ons heen zullen komen.

In het hele Nieuwe Testament wordt God slechts 10 keer “de Almachtige” genoemd. Negen van deze 10 verwijzingen staan in Openbaring. De reden hiervoor is dat God wil dat wij weten dat Hij de Almachtige is en dat Hij alles onder controle heeft.

De enige andere verwijzing staat in 2 Corinthiërs 6:17 en 18, waar God Zijn volk roept om te worden gescheiden van alles wat onrein is. Dit toont aan dat God Zichzelf alleen als “de Almachtige” openbaart aan degenen die willen worden gescheiden van alles dat onrein is en in strijd met het Woord van God. Het boek Openbaring is vooral voor die mensen geschreven.

Enkele van de grootste waarheden die waarvan we het nodig hebben om in te worden vastgesteld in deze dagen, zijn die waarheden met betrekking tot onze Heer en onze relatie met Hem:

 

 

1)  De absolute betrouwbaarheid van de beloften van onze Heer;

2) Zijn triomf over de grootste vijand van de mens (de dood);

3) Zijn totale macht over alles in de hemel en de aarde;

4) Zijn eeuwige en onveranderlijke liefde voor ons;

5) Zijn ons te bevrijden uit de macht van de zonde;

6) Zijn Vader nu wordt onze Vader ook;

7) Zijn komst terug naar zijn koninkrijk op aarde te vestigen.

 

 

We moeten geworteld en gegrond zijn in deze waarheden als we standvastig en onbeweeglijk willen blijven staan in de tijden die gaan komen.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Waarover gaat Psalm 78?

Standaard

categorie : religie

.

.

Psalm 78

.

Inleiding

.

Net als psalm 105 en psalm 106 is psalm 78 een historische psalm. De dichter spreekt over de wonderen in Egypte en in de woestijn tot aan Israëls verlossing. Doel van de psalm is op te wekken tot vertrouwen op God en het bewaren van zijn geboden. De dichter wil met zijn lied niet alleen een onderwijzing meegeven, maar ook hoop geven voor de toekomst, op grond van het nieuwe begin, waarmee de psalm eindigt.

.

.

.

.

Literaire kenmerken

.

De psalmdichter maakt gebruik van oude tradities binnen het volk Israël die met name in verhalende vorm bekend zijn. In de weergave van deze oude tradities lijkt de dichter de werkwoordsvormen van het proza toe te passen. Tegelijk voorziet hij deze tradities van zijn eigen commentaar, waarbij hij meer dichterlijke vormen gebruikt. Niet altijd is duidelijk wanneer de dichter tradities doorgeeft en wanneer hij zijn eigen commentaar naar voren brengt.

De psalm bestaat uit een korte inleiding ( deel 1) gevolgd door zes delen, waarvan er drie ( deel 2,3 en 7) inzetten met een ‘positief’ handelen van de Here God ten opzichte van Israël en drie met een ‘ negatieve’ reactie van de mensen die daarbij betrokken zijn (deel 4, 5 en 6). Vanwege de lengte van deze psalm zal hij per deel worden besproken in plaats van per vers.

.

Datering

.

De psalm kan worden gedateerd na de bouw van de tempel, op grond van vers 69. Over de precieze datering van deze psalm wordt verschillend gedacht. Sommige uitleggers gaan ervan uit dat de psalm inderdaad door Asaf is geschreven. In dat geval is de psalm kort na de tempelbouw ontstaan. Anderen menen dat de psalm van later datum is, uit de tijd na de ballingschap.

.

Commentaar

.

[1-4] 

De dichter richt zich tot een breed publiek, hij spreekt tot het hele volk. Men moet de berichten over het handelen van de Here God doorgeven aan het nageslacht, zodat de kennis daarover blijft bestaan. Dit doet denken aan de opdracht die God geeft in Exodus 10:2 en Exodus 13:14. De dichter noemt zijn psalm een ‘spreuk’, een ‘leerdicht’. Het belangrijkste onderwerp zijn de wonderen die de Heer verricht heeft. De dichter bezingt zijn grootheid.

[ 5-11]

De dichter verwijst naar het initiatief van God om een relatie aan te gaan met het volk waaraan de namen ‘Jakob’ en ‘Israël’ verbonden zijn. Het is belangrijk dat Gods betrokkenheid met het volk wordt doorgegeven aan de volgende generatie, zodat zij niet worden zoals hun vaders: opstandig, weerspannig, onbetrouwbaar. In vers 9-11 noemt de dichter hier een voorbeeld van: de Efraïmieten bleven in gebreke ten dage van de strijd. Dit is ontrouw jegens de Here en Zijn verbond. De verwerping van Efraïm komt later in deze psalm nog ter sprake (vs. 60,67).

[12-29]

De dichter onderstreept dat de ‘ vaderen’ Gods wonderen wel moesten zien, het kon ze niet ontgaan. De plaats Soan ligt in Egypte, in het uiterste Noordoosten van de delta van de Nijl. Opvallend is dat de Here God enerzijds het water in bedwang hield (vers 13) en anderzijds het water juist deed stromen, in de woestijn. (vers 15-16). Vervolgens beschrijft de dichter de reactie van de Israëlieten: ze vragen om nog meer voedsel: brood en vlees. Ze vertrouwen God niet en stellen Hem op de proef. Ze vragen zich af of God wel in staat zou zijn om hen ‘brood en vlees te kunnen geven’. (vs. 20) Deze vragen roepen Gods boosheid op. Eerst komt Hij aan hun wensen tegemoet, maar daarna straft Hij hen. Duidelijk is dat de dichter zich in deze psalm niet houdt aan de chronologische volgorde. Het zenden van de kwakkels en het manna (Exodus 16) gaat vooraf aan het waterwonder van Exodus 17. Het manna wordt ‘engelenbrood’ genoemd. Met deze uitdrukking wil de dichter het wonderlijke karakter van het manna accentueren. Het is brood dat bedoeld is voor hemelbewoners.

[30-41]

In dit deel van de psalm staat de relatie tussen God en Zijn volk centraal. In vers 30 en 31 wordt verteld dat de Here een slachting onder het volk aanrichtte. De meeste uitleggers denken dat de dichter hier verwijst naar Numeri 11:33-35. Het volk bekeert zich, maar valt opnieuw in zonde. Hun bekering is niet echt: hun hart was niet aan God gehecht. (vs. 37) Tegenover de ontrouw van het volk, staat de barmhartigheid en vergevingsgezindheid van God.

[42-55]

De dichter geeft een opsomming van de tekenen die God in Egypte deed. In tegenstelling tot wat in vers 38 staat, brengt God nu Zijn toorn tot uitdrukking, wat leidt tot dood en vernietiging. Zijn volk blijft Hij echter leiden en brengt hen tot Zijn ‘heilig gebied’, het land rondom de tempel te Jeruzalem. De dichter veroorlooft zich een grote mate van vrijheid: van de tien plagen uit Egypte laat hij er vier weg. Bij de door hem genoemde zes volgt hij een eigen orde. Met de ‘tenten van Cham’ worden de Egyptenaren bedoeld, die van Cham afstammen. (zie Gen. 10:6)

[56-64]

Het volk volhardt echter in de ontrouw van hun vaders. Ze dienen andere goden en vergeten de Here God. De ‘hoogten’ zijn de in het land verspreide offerplaatsen, vaak van Kanäanitische oorsprong. Daarom straft God hen, het heiligdom te Silo gaat ten onder. In 1 Samuel 5 wordt dit heiligdom uitgebreid beschreven. Het lijkt erop dat er een einde is gekomen aan de relatie tussen God en Zijn volk. (vs. 62 e.v.) Over de verwerping van Silo wordt ook gesproken in Jeremia 7: 12, 14.

[65-72]

In dit laatste deel beschrijft de dichter dat dit niet het geval is. God komt opnieuw in actie en verslaat zijn tegenstanders. God verwerpt de stammen Jozef en Efraïm. Waarschijnlijk speelt hier op de achtergrond de spanning tussen het Zuiden (Juda) en het Noorden van Israël (waarvan de stam Efraïm de belangrijkste is) een rol.
De dichter beschouwt het optreden van David als een nieuw initiatief van de kant van de Here God, dat perspectieven opent voor de toekomst van heel het volk Israël.

.

.

.

.

Psalm 78

.

1 Een lied van Asaf, om iets van te leren.

Luister, mijn volk, naar wat ik jullie leer.
Luister naar mijn woorden.
2 Ik wil jullie vertellen over het verleden.
Ik wil jullie laten weten welke wijsheid daarin verborgen is.
3 We hebben de verhalen gehoord van onze vaders.
Zij hebben ons alles verteld.
4 Nu moeten wij het ook aan onze kinderen vertellen.
We moeten hun laten weten
welke geweldige dingen de Heer heeft gedaan.
We zullen hun vertellen over zijn kracht en zijn wonderen.

5 Hij sloot een verbond met het volk van Jakob.
Hij gaf het volk Israël een wet.
Onze voorvaders moesten die wet aan hun kinderen leren
en hun vertellen wat God had gedaan.
6 Zo zouden ook zij zijn wet kennen
en weten wat Hij heeft gedaan.
En ook zij moesten het weer vertellen aan hún kinderen.
7 Zo zouden ze leren om op de Heer te vertrouwen.
Zo zouden ze niet vergeten wat God had gedaan
en ze zouden zich aan zijn wetten houden.
8 Zo zouden ze niet hetzelfde doen als hun voorouders,
die aldoor koppig en ongehoorzaam waren.
Zij waren nooit lang trouw aan God.
9 Want toen er oorlog kwam,
kwam Israël niet opdagen,
ook al waren ze goed bewapend.
10 Ze hielden zich niet aan Gods verbond.
Ze weigerden zich aan zijn wetten te houden.
11 Ze vergaten wat Hij had gedaan,
vergaten de wonderen die Hij hun had laten zien.

12 Want Hij had wonderen gedaan
voor hun voorouders in Egypte.
13 Hij spleet de zee in tweeën en leidde hen er doorheen.
Hij hield het water tegen zodat het als een muur bleef staan.
14 Overdag leidde Hij hen met een wolk,
’s nachts met grote vuurvlam.
15 Hij spleet rotsen in de woestijn
zodat er water uit stroomde en ze konden drinken.
16 Hij liet een beek ontstaan uit de rots:
water stroomde als een rivier.

17 Toch werden ze Hem weer ongehoorzaam.
Daar in de woestijn waren ze koppig tegen de Allerhoogste God.
Ze maakten Hem boos.
18 Ze daagden Hem uit
door om eten te vragen.
19 Ze zeiden:
“Kan God soms eten geven in de woestijn?
20 Toen Hij op de rots sloeg, stroomde er water uit.
Maar kan Hij ook zorgen voor brood en vlees voor zijn volk?”
21 Toen de Heer dat hoorde, werd Hij vreselijk boos.
Hij werd woedend op het volk van Jakob.
22 Want ze geloofden Hem niet.
Ze vertrouwden er niet op dat Hij hen wilde redden.
23 Toch gaf Hij de wolken een bevel.
Hij opende de deuren van de hemel.
24 Toen regende het manna! ‘Manna’ betekent: ‘Wat is dat nou toch?’ Lees Exodus 16.
Hij gaf hun hemels graan.
25 Zo aten ze engelenbrood.
Ze konden eten zoveel als ze wilden.
26 Hij zorgde ervoor dat er een oostenwind ging waaien.
Ook zorgde Hij voor een sterke zuidenwind.
27 De wind bracht vogels mee,
zo ontelbaar als het zand langs de zee.
28 Het regende vogels in het kamp,
rondom hun tenten.
29 Ze aten zoveel ze wilden.
Hij gaf hun waar ze om hadden gevraagd.
30 Nog tijdens het eten
– ze hadden het eten nog in hun mond –
31 werd God vreselijke boos op hen
omdat ze zich vol zaten te schrokken.
Hij doodde veel van de jonge mannen.

32 Toch bleven ze Hem ongehoorzaam.
Ze vertrouwden niet op zijn wonderen.
33 Toen maakte Hij hun leven zinloos.
Hun leven werd één en al ellende, jarenlang.
34 Steeds als Hij een aantal van hen doodde,
kwam het volk weer bij Hem terug
en wilden ze God weer dienen.
35 Dan wisten ze weer
dat God de rots onder hun voeten was,
dat Hij de Allerhoogste God was,
de enige die hen kon redden.
36 Maar ze bedrogen Hem.
Ze beloofden Hem dingen die ze niet meenden.
37 Ze hielden niet echt van Hem.
Ze waren niet trouw aan zijn verbond.
38 Maar omdat Hij medelijden met hen had,
vergaf Hij hun steeds hun ongehoorzaamheid
en vernietigde Hij hen niet.
Elke keer hield Hij zich in.
39 Hij dacht er aan dat ze maar mensen waren,
een zuchtje wind dat langswaait en nooit meer terugkomt.

40 Wat waren ze Hem toch vaak ongehoorzaam!
Steeds weer deden ze Hem verdriet daar in de woestijn.
41 Steeds weer daagden ze God uit.
Steeds weer dachten ze dat Hij hen niet zou kunnen redden.
42 Ze vergaten zijn macht.
Ze vergaten hoe Hij hen had gered van hun vijand Egypte.
43 Ze vergaten de wonderen
die Hij in Egypte had gedaan.
44 Daar had Hij het Nijlwater veranderd in bloed.
En niet alleen de Nijl, maar ook de andere rivieren.
Niemand kon het water nog drinken.
45 Hij had allerlei ongedierte laten komen dat hen verslond.
Daarna kikkers die hun het leven onmogelijk maakten.
46 Hij liet sprinkhanen komen
die de planten en de oogst op-aten.
47 Met hagel en ijzel
vernielde Hij de wijnstruiken en vijgenbomen.
48 Hij doodde hun vee door de hagel,
hun kudden door de bliksem.
49 Woedend was Hij.
Hij strafte Egypte met een leger doods-engelen.
50 Hij strafte hen zwaar. Hij ontzag niets en niemand.
Hij liet hun dieren door de pest doden.
51 Ook doodde Hij alle oudste zonen in Egypte,
alle eerstgeboren mannen in de huizen van Cham. Cham was één van de zonen van Noach. Hij was de voorvader van het volk van Egypte.
52 Maar zijn eigen volk nam Hij mee,
zoals een herder zijn schapen meeneemt.
Hij leidde zijn kudde door de woestijn.
53 Bij Hem waren ze veilig.
Ze hoefden nergens bang voor te zijn.
Want hun vijanden waren verdronken in de zee.
54 Hij bracht hen naar zijn eigen gebied,
naar de berg die zijn eigendom was.
55 Hij joeg de volken voor hen weg.
Hij gaf het gebied van die volken aan zijn eigen volk.
Het werd hun eigendom, hun eigen land.

56 Maar ze daagden God weer uit.
Ze waren koppig tegen de Allerhoogste God.
Ze hielden zich niet aan zijn bevelen.
57 Net als hun voorouders waren ze ontrouw aan Hem.
Ze gingen de verkeerde kant op,
zoals kromme pijlen uit een slechte boog.
58 Ze maakten Hem kwaad met hun altaren voor de afgoden.
Ze maakten Hem jaloers met hun godenbeelden.
59 God zag hoe ontrouw ze waren.
In zijn woede liet Hij Israël in de steek.
60 Hij verliet zijn heiligdom in Silo, De kist van het verbond van God was als buit meegenomen door de Filistijnen. Lees 1 Samuel 4.
de plaats waar Hij bij de mensen woonde.
61 Hij liet de kist van zijn verbond
– de plaats waar Hij woonde –
door de vijanden meenemen als buit.
62 Hij liet zijn volk door de vijand doden,
omdat Hij vreselijk boos op hen was.
63 De jonge mannen werden gedood.
De meisjes hadden niemand meer om mee te trouwen.
64 De priesters werden vermoord.
De weduwen hadden geen tranen meer over.

65 Toen werd de Heer wakker,
zoals iemand die diep heeft geslapen,
zoals een held die overmoedig roept door de wijn.
66 En Hij doodde zijn vijanden terwijl ze vluchtten.
Hij versloeg hen volkomen.

67 Hij koos niet voor de stam van Jozef.
Hij wilde niet meer wonen bij de stam van Efraïm. Vóórdat de kist van het verbond door de Filistijnen werd veroverd, stond hij in Silo, in het gebied van de stam van Efraïm.
68 Maar Hij koos de berg Sion uit
in het gebied van de stam van Juda,
de berg Sion waar Hij zoveel van houdt.
69 Daar bouwde Hij zijn heiligdom,
indrukwekkend als de hoogste bergen,
stevig en vast als de aarde.
70 En Hij koos zijn dienaar David uit.
Hij haalde hem weg bij de schapen.
71 David zou niet langer voor de schapen zorgen,
maar voor Gods eigen volk, het volk van Jakob.
72 David was een goede herder.
Hij leidde het volk rechtvaardig en wijs.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.