Tagarchief: paradijs

Profetische woorden van Jezus en God aan een vrouw

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Woorden van Jezus

 

Mijn zeer geliefde dochter, de tijd is aangebroken voor Mijn Eeuwige Vader om de blaam die duisternis over de zielen van de mens brengt weg te vagen van de aarde. Hij zal de goddelozen straffen en degenen in Zijn Heilige Armen nemen die het Ware Woord van God hoog houden. Zijn engelen zullen aanzwellen in een grote storm, en met machtige zeisen zullen ze de wortels van de ziekte die de zielen van de mens verwoest weghakken zodat de wereld terug rein wordt.

 

WEES BANG VOOR DE TOORN VAN GOD WANT WANNEER HIJ VOORTGESTUWD WORDT IN ZULK EEN WOEDE, ZULLEN DE MENSEN BEVEN VAN SCHRIK. DEGENEN DIE GELOVEN DAT GOD DE GODDELOZEN NIET STRAFT KENNEN HEM NIET.

 

Hun stemmen, luid en trots, die de aarde met valsheden vervuld hebben en degenen die zich waard achten van grote gunsten in Mijn Vaders Ogen, maar die de zachtmoedigen onder Mijn volk vervloeken zullen van de bodem geplukt worden en zullen geconfronteerd worden met de grootste kastijding die over de mensheid komt sinds de zondvloed.

 

DE ENGELEN VAN GOD ZULLEN NEERDALEN EN MET EEN ZEIS IN HUN RECHTERHAND HET KAF VAN HET KOREN SCHEIDEN.

 

Degenen die God vervloeken zullen tot zwijgen gebracht worden; degenen die de Mensenzoon ontheiligen zullen tot zwijgen gebracht worden; degenen die Zijn Lichaam bezoedelen zullen dwalen in verwarring, verloren en verbijsterd, voor ze ondergedompeld worden in de wildernis.

 

DE LIEFDE VAN GOD IS NOG NIET BEANTWOORD EN ZIJN BARMHARTIGHEID IS REEDS GEDAALD.

 

Ondankbare zielen, wiens ogen stevig gericht zijn op hun eigen pleziertjes – en hun vastberadenheid om handelingen uit te voeren in directe confrontatie met de Wil van de Heer – zullen de pijn van Gods bestraffing voelen. Zoals een gordijn van neerkomende bliksem zich uitstort, zal het zoals een grote storm, een grote omwenteling van de aarde zijn dat zal gevoeld worden in elk deel van de wereld.

Degenen die de Waarheid kennen zullen geen angst hebben want ze zullen de gewillige getuigen zijn van de beloften die neergelegd zijn in de Heilige Schrift, wat betreft de komende Grote Beproeving. Degenen die God uit hun leven gebannen hebben – zoals ze een ledemaat afsneden van hun eigen lichamen – zullen de gevolgen van God te vervloeken niet kennen tot het te laat is.

Jullie, die Mij verraden hebben zullen het meest lijden. Jullie, die stenen geslingerd hebben naar anderen, in de onjuiste overtuiging dat jullie Mij vertegenwoordigen, zullen niemand hebben tot wie zich te wenden. Want overal waar jullie proberen jullie te verbergen, zullen jullie naakt gevonden worden met niets om jullie schaamte te verbergen.

Ik zeg jullie dit want het geduld van Mijn Vader is uitgeput en op het slagveld zullen twee legers voortkomen – degenen die voor Mij zijn en degenen die tegen Mij zijn. Bid voor Gods Barmhartigheid. En aan degenen die Mijn Lichaam geselen weet dit. Jullie kunnen geloven dat Ik kan weggeveegd worden van Mijn Huis maar dat zou een ernstige fout zijn van jullie kant. Ga weg van Mij, want jullie behoren niet tot Mij. Jullie goddeloosheid zal jullie nederlaag zijn en door jullie toewijding aan de boze, hebben jullie je afgesneden van Mijn Glorierijke Koninkrijk.

 

 

Geloof

Pasteltekening van John Astria

 

 

Mijn zeer geliefde dochter, het Boek Openbaring is geopend en elke laag wordt onthuld aan de wereld. Elke kerk op aarde die God vereert worstelt vanbinnen om zijn geloof in God te behouden. Elke kerk wordt aangevallen en is ten schande gebracht door degenen die verschrikkelijke zonden plegen, van binnenuit en die dan hun daden door de vingers zien door te beweren dat ze de Wil van God zijn. Niet één kerk, die de Wil van God verdedigt is onaangetast gelaten. Het is een kerk waar goddeloosheid in het rond grijpt en waar de Waarheid vervangen wordt met elk excuus om God te ontkennen in al Zijn Glorie.

 

EENS VERWARRING DE KERK BINNENSLUIPT CREEERT ZE ONENIGHEID. WEET DAT DIT NIET VAN GOD KOMT. EENS VERSCHILLENDE INTERPRETATIES VAN DE WAARHEID WORDEN GEINTRODUCEERD ZAL HET PAD DAT LEIDT NAAR MIJN HEMELSE VADER BEZAAID WORDEN MET ONKRUID DAT SNEL VERMENIGVULDIGT. WANNEER DIT GEBEURT RESULTEERT DIT IN EEN MODDERIGE WEG, DIE ONOVERKOOMBAAR IS.

 

Het pad naar Mijn Hemelse Koninkrijk is aan de mens kenbaar gemaakt. Het is een eenvoudig pad en het is vrij van elke hinderpaal, eens je het bewandelt met vertrouwen in je hart. Mijn vijanden zullen altijd proberen je weg te blokkeren, en als je luistert naar hun bespottingen en je inlaat met hun leugens en toelaat dat twijfels je oordeel verduisteren, dan zullen jullie deze tocht een martelende tocht vinden.

Het Woord van God blijft nu zoals het altijd was, en de Tien Geboden zijn duidelijk – ze zullen nooit veranderen. De weg naar God is stevig vast te houden aan wat Hij heeft onderwezen. God sluit geen compromissen, noch ziet Hij elke poging van de mens om de Waarheid te veranderen, door de vingers.

Als je in God gelooft zul je Zijn Geboden volgen, het Woord aanvaarden zoals het in de Heilige Bijbel staat en op het ene ware pad naar Zijn Koninkrijk blijven. Gezegend is de mens die rechtvaardig is want hij zal door zijn onderdanigheid aan God de Sleutels naar het Paradijs ontvangen.

 

IEDER DIE PROBEERT JE OM TE PRATEN IN ALLES DAN DE WAARHEID KAN NIET VERTROUWD WORDEN. VERTROUW ENKEL IN GOD EN KOM NOOIT IN DE VERLEIDING OM VAN ZIJN WOORD AF TE WIJKEN, WANT ALS JE ONDER DEZE DRUK BEZWIJKT DAN ZUL JE VERLOREN ZIJN VOOR MIJ.

 

 

gevolg van het laatste oordeel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Mijn zeer geliefde dochter, euthanasie is een doodzonde en kan niet vergeven worden. Hij die helpt, assisteert of beslist zijn of haar leven te beëindigen, om welke reden ook, begaat een verschrikkelijke zonde in de Ogen van God. Het is een van de grootste zonden van al om een leven te nemen en dan te verklaren dat de weloverwogen dood van enige persoon een goede zaak is.

Onder de vele zorgvuldig geplande handelingen tegen God, die opzettelijk gepresenteerd worden aan de wereld momenteel, is door de zonde van euthanasie. Maak niet de fout: euthanasie is een afschuwelijke zonde in Mijn Ogen, en het draagt met zich ernstige gevolgen mee voor degenen die participeren in de daad.

 

HET IS EEN DOODZONDE OM EEN ZIEL TE DODEN EN DIT MET INBEGRIP VAN ZIELEN VAN HET MOMENT VAN HUN CONCEPTIE, TOT DEGENEN DIE LEVEN IN HUN LAATSTE MAANDEN OP AARDE.

 

Niets kan het nemen van een mensenleven rechtvaardigen, wanneer het uitgevoerd wordt in de volle wetenschap dat de dood zal intreden op een gegeven tijdstip. Wie de dood veroorzaakt aan een andere levende ziel ontkent het bestaan van God. Wanneer degenen die schuldig zijn aan deze dood het bestaan van God erkennen zullen ze door het uitvoeren van dergelijke daad het 5de gebod overtreden.

 

ER IS EEN PLAN OP DIT MOMENT OM MILJOENEN AAN TE MOEDIGEN HET LEVEN VAN DE MENS IN TE KORTEN – ZOWEL HET LEVEN VAN HET LICHAAM ALS HET LEVEN VAN DE ZIEL.

 

Wanneer jullie een gewillige deelnemer worden in een daad die de heiligheid van menselijk leven ontwijdt, dan zullen jullie geen leven hebben – geen Eeuwig Leven – en zal je niet kunnen gered worden.

 

 

De antichrist of de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Mijn zeer geliefde dochter, Ik verlang dat jullie allen, Mijn dierbare volgelingen, in alles vertrouwen dat Ik jullie onderwezen heb. Ik ben alles dat Ik jullie nu vertel, want al Mijn Plannen zijn volgens de Wil van Mijn Eeuwige Vader. Jullie mogen nooit bang zijn voor de toekomst want alles ligt in Zijn Heilige Handen.

Heb vertrouwen en jullie zullen vrede vinden. Mijn Plan zal uiteindelijk gerealiseerd worden en alle lijden zal vernietigd worden en er komt een einde aan alle kwaad. Het is tijd om de Waarheid te aanvaarden, hoewel het beangstigend kan zijn. Wanneer jullie al jullie vertrouwen in Mij stellen zal Ik jullie last verlichten en Mijn Genaden zullen jullie met Mijn Liefde vullen, wat jullie grote troost zal brengen in deze schrijnende tijden.

Ik zal komen op een tijdstip wanneer jullie het minst verwachten en tot dan moeten jullie bidden, bidden, bidden voor degenen die Mij niet kennen evenals degenen die Mij wel kennen maar weigeren te erkennen Wie Ik Ben. Ik blijf over jullie de Gave van de Parakleet (Heilige Geest) storten om ervoor te zorgen dat jullie niet van Mij weglopen. Elke Gave zal verleend worden aan degenen die Mij liefhebben met nederige en berouwvolle harten.

Mijn Liefde zal echter niet de zielen bereiken die ervoor kiezen Mij te vereren op hun gebrekkige manier. Noch zal het de harten van koppige zielen raken die geloven dat ze Mij kennen, maar wiens hoogmoed hen verblind voor de Waarheid, aan hen gegeven van in het begin.

De Waarheid komt van God. De Waarheid zal bestaan tot het einde der tijden. De Waarheid zal spoedig onthuld worden in zijn geheel, en dan zal het snijden door de harten van degenen die Mijn bemiddelende Hand hebben geweigerd. Dan zal Mijn Leger samen opstaan in de Glorie van God om het Ware Woord van God te verkondigen tot de laatste dag.

Ze zullen de zielen van heidenen met zich meebrengen die zullen beseffen dat er maar één God is. Het zullen niet de heidenen zijn die Mij niet zullen aanvaarden. In plaats daarvan zullen het de zielen van christenen zijn die de Waarheid hebben ontvangen maar die in ernstige fout zullen vallen. Het is naar deze christelijke zielen dat Ik het meest smacht en het is voor hen dat Ik vraag aan jullie om voor te bidden, elk uur van de dag.

 

 

De 10 geboden

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Mijn zeer geliefde dochter, let op voor degenen die de Goddelijkheid van Mijn Vader ontkennen.

 

HIJ, EN ENKEL HIJ, SCHIEP DE WERELD – ALLES KWAM VAN HEM. NIETS KAN UIT NIETS KOMEN. ALLES WAT IS, EN ZAL ZIJN KOMT VAN MIJN EEUWIGE VADER.

 

Het Woord kan niet verbroken worden. Aanvaard niets dat tegengesteld is aan de Waarheid. Jullie leven in een tijd dat alle bewijs van het bestaan van God, en alles dat Hij heeft geschapen, zal ontkend worden. Alles dat Hem dierbaar is zal vernietigd worden. Zijn Schepping wordt verscheurd door hen die Hem ontkennen. Leven, dat van Hem komt, wordt vernietigd en de Waarheid, die Hij aan Zijn kinderen gaf door Zijn Heilig Boek, die het Oude en Nieuwe Testament bevat, wordt nu in vraag gesteld.

Hoe weinig houden jullie van Hem die jullie Eeuwige Vader is en hoe weinig waarde hechten jullie aan jullie eigen lotsbestemming, want het pad dat je kiest is zorgvuldig uitgekozen om jullie eigen arrogantie en zelfbevrediging te voldoen. De mens die geobsedeerd is door zijn eigen intellect, kennis en ijdelheid zullen blijven een pad zoeken naar God, maar op hun eigen manier.

Dit zal hem op een dwaalspoor brengen en hij zal eindigen met een leugen te leven. Wanneer jullie dit leven leiden in een zoektocht naar de betekenis van jullie bestaan, dan zullen jullie het nooit vinden tenzij jullie de Waarheid van de Schepping erkennen.

 

GOD, MIJN EEUWIGE VADER, SCHIEP JULLIE. TENZIJ JULLIE DIT ERKENNEN ZULLEN JULLIE BLIJVEN VALSE GODEN VEREREN EN JULLIE HEIDENDOM ZAL JULLIE OP JULLIE KNIEEN BRENGEN IN WANHOOP.

 

De tijd is gekomen dat jullie alles zullen aanvaarden wat bewijst dat Mijn Vader niet bestaat. Jullie hebben de Waarheid ontvangen. Aanvaard het. Laat Me jullie bij de hand nemen en jullie naar Mijn Vader leiden zodat Ik jullie Eeuwige Redding kan brengen.

 

ALLES ANDERS DAN DE WAARHEID ZAL JULLIE LEIDEN OP DE WEG NAAR DE HEL.

 

 

de ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Mijn zeer geliefde dochter, Mijn Wil is in steen gebeiteld en al degenen die Mij werkelijk liefhebben zullen verstrengeld worden binnen de Goddelijke Wil van de Heer. Ontken Mijn Wil en jullie kunnen niet de Mijne worden. Ga tegen Mij in en Ik zal jullie niet toelaten Mijn Koninkrijk binnen te gaan, want enkel degenen die tot Mij komen, in uiteindelijke overgave van hun eigen vrije wil, kunnen werkelijk zeggen dat ze van Mij zijn.

Als je niet van Mij bent, hoe kan Ik dan jullie ondankbare harten overhalen? Degenen onder jullie die Mij vervloeken, degenen die Mijn Woord niet hoog houden of degenen die proberen de Heilige Wil van God te verstoren, zullen in de afgrond geworpen worden wanneer elke inspanning om jullie te redden uitgeput is.

Wanneer Ik geboren werd, maakten velen van Mijn vijanden wiens zielen geteisterd werden door boze geesten, het leven van Mijn Moeder zeer moeilijk. Degenen die haar vervolgden gedurende Mijn Tijd op aarde waren zich niet bewust, in vele gevallen, waarom ze dergelijke haat tegen haar voelden.

Maar ze leed, in Mijn Naam. Degenen die tegen Mijn Eerste Komst waren weigerden de Wil van God te aanvaarden, die hen gegeven was om hen te bevrijden van de ketenen die rond hun enkels hingen en daar geplaatst werden door demonen.

 

IK BRACHT VEEL VAN MIJN MISSIE OP AARDE DOOR MET HET UITDRIJVEN VAN BOZE GEESTEN IN DE ZIELEN VAN DE GEKWELDEN, TERWIJL IK OOK DEGENEN VERLICHTE DIE ONWETEND WAREN VAN GODS WIL. ALS IK MIJ NU VOORBEREID OM OPNIEUW TE KOMEN ZAL MIJN MISSIE ZELFS NOG MOEILIJKER ZIJN DEZE KEER.

 

Aan jullie allen met verharde harten die weigeren te luisteren naar Mij, zeg Ik dit. Tenzij jullie werkelijk toegewijd zijn aan mij, door een leven van gebed en toewijding, zullen jullie deze tocht naar het Eeuwig Leven niet voltooien door jullie geloof alleen. Jullie zijn niet gezegend met genoeg inzicht, of kennis van Mijn Woord, om Mijn Waarschuwing opzij te zetten op dit moment. Waarom minachten jullie Mij nu?

Wat denken jullie dat jullie waardig zal maken om voor Mij te staan, wanneer jullie Mij vragen voor eeuwig leven? Ik zeg jullie dat jullie koppigheid jullie verblindt voor de waarheid van de Goddelijke Openbaring, waarvan jullie getuige zijn door deze, Mijn Heilige Boodschappen voor de wereld.

Ondankbare zielen, jullie ontbreken in kennis die nauwgezet aan jullie werd gegeven in de Allerheiligste Bijbel. Van elke les die jullie onderwezen werd, hebben jullie niets geleerd.  Jullie hoogmoed en jullie jacht naar zelfvoldoening, frustreert Mij. Jullie ogen kunnen niet zien en jullie zullen als resultaat onvoorbereid voor Mij staan. Voor elke kleinering die jullie uitspreken tegen degenen die de Waarheid spreken, en die Mijn Heilig Woord hoog houden – ondanks tegenkanting van jullie – zullen jullie met Mij geconfronteerd worden.

Ik zal jullie dan vragen jullie woorden, jullie daden en jullie handelingen tegen Mij te rechtvaardigen. Je kunt nooit zeggen dat jullie voor Mij zijn wanneer jullie tegen Mij vechten door Mijn Woord, aan jullie gegeven uit de Barmhartigheid van God, Die nooit vermoeid is in Zijn Zoektocht om jullie zielen te redden.

 

WANNEER JULLIE DE GAVE VAN PRIVATE OPENBARING WERD GEGEVEN HEBBEN JULLIE HET RECHT OM DEZE TE ONDERSCHEIDEN. MAAR JULLIE HEBBEN NIET DE BEVOEGDHEID OM ANDEREN TE OORDELEN OF HEN SCHADE TE BEROKKENEN, ZELFS AL KOMEN ZE NIET VAN MIJ. IK, JEZUS CHRISTUS, HEB HET KENBAAR GEMAAKT DAT DE MENS NIET HET RECHT HEEFT ENIG ANDERE ZIEL TE OORDELEN.

ALS JULLIE MIJ TARTEN, EN ZELFS ALS JE WROK KOESTERT TEGEN VALSE PROFETEN, ZAL IK JULLIE OORDELEN EN JULLIE STRAFFEN, NET ALS JULLIE DEGENEN STRAFTEN DIE JULLIE HAATTEN. JULLIE KUNNEN GEEN ANDERE PERSOON HATEN IN MIJN NAAM. ALS JULLIE EEN ANDERE PERSOON HATEN DAN DOEN JULLIE DIT IN DE NAAM VAN SATAN.

IK ZAL JULLIE ONGERECHTIGHEDEN WEGWASSEN ENKEL WANNEER JULLIE KOMEN EN MIJ SMEKEN OM JULLIE TE VERLOSSEN VAN DERGELIJKE ZONDE. MAAR VELEN ONDER JULLIE ZULLEN DIT NOOIT DOEN WANT JULLIE HEBBEN JEZELF BOVEN MIJ GEPLAATST, EN DAARVOOR ZULLEN JULLIE LIJDEN.

LAAT NIET EEN PERSOON ONDER JULLIE VERKLAREN DAT EEN ANDERE ZIEL VAN DE BOZE KOMT, WANT HIJ, SATAN SCHEPT PLEZIER IN DEGENEN DIE ZICH SCHULDIG MAKEN AAN DEZE FOUT. NIET EEN ONDER JULLIE IS ZO VRIJ VAN ZONDE DAT JULLIE DERGELIJK OORDEEL KUNT VELLEN.

 

Hij die van Mij is en die Mij werkelijk kent, zou nooit een andere ziel minachten in Mijn Naam.

 

Jullie Jezus

 

 

De eindstrijd tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Woorden van God de Vader 

 

Mijn zeer geliefde dochter, houd van Mij en weet dat Ik al Mijn kinderen liefheb en koester. Weet echter ook dat Mijn Gerechtigheid moet gevreesd worden. Laat niet een mens onder jullie onwetend zijn van Mijn Gerechtigheid want het zal ontketend worden als een in angstaanjagende storm en het zal degenen die Mijn Barmhartigheid weigeren wegvagen.

 

MIJN WOEDE IS ONGEKEND DOOR VELEN, MAAR WEET DIT. ALS EEN MENS DIE MIJ KENT DE HEILIGE GEEST BELASTERT ZAL IK  HEM NOOIT VERGEVEN. NIETS KAN OF ZAL DIT FEIT VERANDEREN, WANT ZO’N MENS HEEFT ZIJN EIGEN LOT GEKOZEN EN ER KAN GEEN VERZOENING ZIJN. AAN DE MENS DIE TEGEN MIJ OPKOMT EN HET NEMEN VAN LEVEN RECHTVAARDIGT, WEET DAT ZIJN EIGEN LEVEN ZAL GENOMEN WORDEN DOOR MIJ.

ALS EEN MENS ZIJN ZIEL VERKOOPT AAN SATAN, KAN IK HET NIET TERUGNEMEN WANT HIJ WORDT EEN MET DE BOZE. WANNEER EEN MENS, DIE SPREEKT IN DE NAAM VAN MIJN ZOON JEZUS CHRISTUS, DE ZIELEN VAN DEGENEN DIE VAN MIJ ZIJN VERNIETIGT, ZAL HIJ DOOR MIJ VOOR EEUWIG VERWORPEN WORDEN. VREES NU MIJN TOORN, WANT IK ZAL ELKE ZIEL STRAFFEN DIE MIJN WIL TOT HET EINDE TART.

 

Jullie moeten niet de Tweede Komst van Mijn Zoon vrezen want dit is een Geschenk. Jullie moeten ook geen lijden vrezen dat jullie kunnen te doorstaan krijgen voor die dag want dit zal een kort leven beschoren zijn. Vrees enkel voor de zielen van degenen die Ik niet kan redden en die geen verlangen hebben om zich te redden. Zij zijn de zielen die weten dat Ik besta maar die in de plaats Mijn vijand over Mij kiezen. Ik zal tussen komen op vele manieren om degenen te redden die Mij helemaal niet kennen.

 

IK ZAL DE ZIELEN VAN DEGENEN UITKLEDEN DIE ELKE WET DIE IK INGESTELD HEB TARTEN EN ZE ZULLEN DE PIJN VAN DE HEL EN HET VAGEVUUR MOETEN VERDRAGEN OP DEZE AARDE.

 

Daardoor zullen ze gezuiverd worden en ze zullen Mij dankbaar zijn om hen nu deze Barmhartigheid te betonen. Ze kunnen dit veel beter nu te verdragen krijgen dan voor eeuwig te lijden in vereniging met de boze. Jullie moeten nooit Mijn Wegen in vraag stellen, omdat al wat Ik doe voor het goed van Mijn kinderen is, zodat ze bij Mij kunnen zijn voor een leven van Eeuwige Glorie.

Mijn straf die ik op de mens doe neerkomen, doet Mij pijn. Het breekt Mijn Hart maar het is noodzakelijk. Al deze pijn zal vergeten zijn en licht zal de duisternis vernietigen. De duisternis zal niet langer zijn vreselijke vloek op Mijn kinderen richten. Ik zeg jullie dit want jullie worden in een vreselijke duisternis geleid door het bedrog van de duivel. Tenzij Ik jullie informeer over de gevolgen zullen jullie geen toekomst hebben in Mijn Paradijs. Hoe vlug is alle herinnering aan Mijn Geboden vergeten. Hoe vlug valt de mens uit Genade wanneer hij Mijn Woord niet hoog houd.

 

 

Jullie geliefde Vader

 

God de Allerhoogste

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Zevende miniatuur : vierde visioen van het eerste boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Zevende miniatuur

 

 

Scivias%20T%207_Boek%20I,4

 

 

Deze miniatuur is eigenlijk heel eenvoudig en heeft vele traditionele motieven. De Stem uit de hemel zegt er dit bij:


”Wat nu het volgende betreft, ‘dat een andere bol (geest) zich losmaakte uit de omtrekken van zijn eigen vorm en haar eigen knopen losmaakte’: dat is omdat die ziel de lichamelijke leden van haar woonplaats (het lichaam) achter zich laat en ook de verbinding tussen deze ledematen verlaat, op het ogenblik dat de ontbinding van deze woonplaats is aangebroken;

en ‘dat zij zich … ervan losmaakte en haar woonplaats … aan ontbinding overliet’: dat is omdat zij, wanneer zij zich … uit haar lichaam verwijdert, de plek van haar woonplaats laat instorten, wat haar … vrees inboezemt, omdat zij … het naderende oordeel van de opperste rechter tegemoet moet zien, omdat zij dan de waarde van haar werken zal inzien, op basis van het rechtvaardige oordeel van God, (de afbeelding onderaan op de miniatuur).

En hierom ook is het dat, ‘wanneer de ziel aldus ontbonden is, dat zowel lichtgevende als duistere geesten naderbij treden, die de bol (menselijke geest) vergezeld hadden zolang zij zich nog in die woonplaats bevond’: omdat op het moment van die ontbinding, wanneer de menselijke ziel zijn woonplaats verlaat, engelachtige geesten, zowel goede als slechte, in overeenstemming met de rechtvaardige en juiste beschikking van God, aanwezig zijn;

en ‘ze wachten op de losmaking, zodat ze haar, zodra zij volledig ontbonden is, met zich kunnen meevoeren’: zij wachten immers eveneens op het oordeel van de rechtvaardige rechter over deze ziel op het ogenblik van de scheiding van de ziel van haar lichaam, zodat ze haar, gescheiden van haar lichaam, naar de plek kunnen voeren waar zij zal worden geoordeeld door de opperste rechter volgens de verdiensten van haar eigen werken, net zoals het u, o mens, hierboven waarheidsgetrouw werd getoond.” (namelijk naar de duistere gebieden, de middelste afbeelding op de miniatuur, of naar de lichte gebieden, de bovenste afbeelding).

 

De miniatuur laat onder meer zien, hoe de vijanden waken rond het sterfbed, uit angst dat deze prooi hun nog zal ontsnappen. De aanvoerder van de duivels grijpt al naar een voet en hand van de ziel die in de vorm van een klein kind door de mond van de stervende vrouw het lichaam verlaat. Maar één der engelen die uit de hemel komt ontvangt haar zuster, de ziel, met handen die bedekt zijn door een linnen doek: een antiek gebaar van eerbied.

Tellen we de engelen die de ziel staan op te wachten dan zijn het er negen, het symbolisch getal van de koren der engelen. Bij de duivels telt men er zeven die samen erg luguber aandoen met hun witte ogen en lippen. De bovenste helft van de miniatuur toont ons de hel en de hemel; naar een van beide gaat de ziel volgens haar verdiensten.

De hel is heel traditioneel voorgesteld. Lucifer is gezeten op een draak met opengesperde muil, terwijl zijn trawanten de veroordeelde zielen in de vlammen folteren. We ontmoeten deze motieven op de voorstellingen van het laatste oordeel in de portalen van de romaanse en vroeg-gothische kathedralen.

Er zijn achtentwintig figuurtjes (4 x 7) in de hel getekend. Het bovenste gedeelte beeldt de hemel uit in twee voorstellingen. De ene beeldt het hemels paradijs uit en de andere een driehoekige stad. De zeven in gouden gewaden geklede zielen in deze stad zijn de symbolische betekenis hebben van het volmaakte getal der scheppingsdagen en van de sacramenten. Bovenaan in het midden steekt de scheppende en zegenende hand van God uit de wolken.

Ook deze miniatuur is traditioneel, maar één nieuwe bijzonderheid valt op: voor het éérst is de metaalkleur zilver duidelijk aangewend, die, zoals we in het vervolg zullen zien, wijst op het geloofslicht zolang we nog hier op aarde zijn. Het zilver zal in de volgende miniaturen steeds méér voorkomen en op de duur ook aan betekenis winnen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

 

De verschijningen aan Pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De verschijningen

 

 

saint_padre_pio_postcard_004-p239242458678405622baanr_400

 

 

 

De kleine Francesco kende verschijningen van toen hij kind was. Hij geloofde dat het iedereen overkwam en sprak er niet over. Engelen, heiligen en zelfs Jezus en de Maagd Maria verschenen aan hem. Soms had hij ook verschijningen van duivels. In de laatste dagen van december 1902, terwijl hij mediteerde over zijn roeping, had Francesco weer een verschijning.

Zijn biechtvader beschreef vele jaren later deze verschijning als volgt: “Francesco had een verschijning, gevolgd door een echt gevecht met de duivel. Verschillende keren kon hij de vijand van de zielen verslaan, voorkomend dat deze zijn klauwen in de zielen zou slaan.” Op een avond had Francesco zich teruggetrokken in een kamer op het gelijkvloers van het convent. Hij lag uitgestrekt op een bed, toen een zeer mooie stralende man met koninklijke allures aan hem verscheen.

De man nam hem bij de hand en zei: “volg mij: het ogenblik is gekomen om de onvermoeibare strijder aan te vallen.” Francesco werd toen naar buiten gebracht, naar een plaats te midden van een menigte mensen verdeeld in twee groepen: een groep mannen met zeer mooie gezichten, in schitterend witte klederen getooid en een andere groep mannen die er afstotend uitzagen, gekleed in zwarte gewaden, donker als de duisternis.

Francesco zag een grote man komen met een verschrikkelijk afstotend gezicht en zo groot dat hij bijna tot aan de wolken kwam. De man die verschenen was aan Francesco, gaf hem het bevel het tegen het weerzinwekkende personage op te nemen. Francesco vroeg om beschermd te worden tegen de woede van dat monster, maar de man weigerde: “onmogelijk: je moet met hem vechten.

Heb moed, doe het in vertrouwen, vecht dapper, wetende dat ik vlak bij jou ben, dat ik je zal bijstaan en dat ik niet zal toestaan dat hij jou overwint.” Het gevecht was verschrikkelijk. Maar geholpen door de aan hem verschenen man, overwon Francesco het kwade. Verplicht te vluchten, trok het weerzinwekkende wezen zich terug achter de groep angstaanjagende mannen, onder luid geroep, gevloek, getier en oorverdovende kreten.

De groep in het wit gekleed applaudisseerde en loofde de man die Francesco bijgestaan had in dit vreselijke gevecht. De stralende man zette op het hoofd van Francesco een kroon van onbeschrijfelijke schoonheid. Maar bijna onmiddellijk nam hij hem de kroon weer af en zei: “ik heb voor jou een andere kroon, nog veel mooier dan deze, als je blijft strijden tegen diegene die je net overwonnen hebt.

Want hij zal altijd terugkomen. Je zult moedig vechten, zonder aan mijn hulp te twijfelen, zonder je bang te laten maken door zijn aanwezigheid. Ik zal vlak bij jou zijn en jou altijd bijstaan, zodat je over hem kunt triomferen.

 

 

 

Op zekere avond was pater Pio aan het rusten op de benedenverdieping van het klooster in een kamer die gebruikt werd als gastenverblijf. Hij was alleen en had zich pas op het veldbed neergelegd toen plots een man verscheen, gehuld in een zwarte cape. De verbaasde pater Pio stond op en vroeg de persoon wie hij was en wat hij wou. De onbekende antwoordde dat hij een ziel was uit het vagevuur.

“Ik ben Pietro Di Mauro. Ik ben omgekomen in een brand op 18 september 1908 in dit klooster, dat na de onteigening van de kerkelijke goederen als bejaardentehuis werd ingericht. Ik stierf in de vlammen op mijn strozak, verrast in mijn slaap, uitgerekend in deze kamer. Ik kom uit het vagevuur: de Heer heeft me toegestaan jullie te komen vragen jullie heilige mis van morgenochtend ter intentie van mij op te dragen.

Dankzij deze mis zal ik het paradijs kunnen binnengaan.” Pater Pio verzekerde de onbekende dat hij zijn mis voor hem zou opdragen… Pater Pio vertelt: “Ik wilde hem naar de poort van het klooster vergezellen. We kwamen buiten op het kerkplein en pas toen de man, die naast me liep, daar plotseling verdween werd ik me ervan bewust dat ik met een overledene gesproken had. Ik moet bekennen dat ik het klooster behoorlijk geschrokken terug ben binnengegaan.

Aan pater Paolino da Casacalenda, de overste van het klooster, voor wie mijn opwinding niet onopgemerkt was gebleven, vroeg ik de toelating om de mis op te dragen ter intentie van die ziel. Natuurlijk had ik hem eerst al het gebeurde verteld.” Enkele dagen later wilde de nieuwsgierig geworden pater Paolino het een en ander controleren en hij begaf zich naar het bevolkingsbureau van de gemeente San Giovanni Rotondo.

Hij vroeg en kreeg de toelating het overlijdensregister van het jaar 1908 te raadplegen. Het verhaal van pater Pio klopte met de werkelijkheid. In het register dat betrekking had op de overlijdens van de maand september vond pater Paolino de voornaam, de familienaam en de doodsoorzaak: “Op 18 september 1908 overleed Pietro di Mauro, zoon van wijlen Nicola, in de brand van het bejaardentehuis”.

 

 

 

Mevrouw Cleonice Morcaldi van San Giovanni Rotondo, een geestelijke dochter die de pater zeer dierbaar was, kreeg een maand vóór de dood van haar moeder, van pater Pio bij het einde van een biecht te horen: “Vanavond is je mama in de hemel, ik heb haar gezien terwijl ik de mis aan het lezen was”.

 

 

 

Ook werd het volgende voorval door pater Pio aan pater Anastasio verteld. “Op een avond, terwijl ik alleen in het koor aan het bidden was, hoorde ik het geritsel van een monnikspij en zag een jonge confrater druk doende aan het hoofdaltaar alsof hij de kandelaars afstofte en de bloemenvazen op hun plaats zette. Overtuigd dat het frater Leone was die het altaar in orde bracht en omdat het tijd was voor het avondeten ging ik aan de balustrade staan en zei hem: “Frater Leone, ga eten, het is nu niet het ogenblik om het altaar af te stoffen en in orde te brengen”.

Maar een stem die niet die van frater Leone was antwoordde me: “Ik ben frater Leone niet!” “Wie ben je dan?”, vroeg ik. “Ik ben een medebroeder van jullie die hier het noviciaat gedaan heeft. De gehoorzaamheid verplichtte me het hoofdaltaar zuiver en in orde te houden tijdens het proefjaar. Helaas, meerdere keren had ik te weinig eerbied tegenover Jezus in het heilig Sacrament door het Allerheiligste, dat in het tabernakel bewaard wordt, niet te groeten als ik voorbij het altaar kwam.

Door deze ernstige nalatigheid ben ik nog altijd in het vagevuur. Nu stuurt de Heer mij in zijn oneindige goedheid naar jullie omdat jullie moeten vaststellen tot wanneer ik zal moeten lijden in deze vlammen van liefde. Ik vertrouw op jullie…” – “Ik die dacht grootmoedig te zijn tegenover die lijdende ziel riep uit: “Je zal daar blijven tot aan de mis in het klooster morgenochtend.”

De ziel schreeuwde: “Wreedaard! Daarna slaakte ze een gil en verdween”. Deze jammerkreet veroorzaakte een wonde in mijn hart die ik mijn ganse leven zal voelen. Door de goddelijke volmacht had ik deze ziel onmiddellijk naar het paradijs kunnen zenden maar ik veroordeelde ze om nog een nacht in de vlammen van het vagevuur te blijven.”

 

 

 

Pater Pio had bijna dagelijks verschijningen, zoveel dat dit de kapucijner monnik toeliet tegelijkertijd in twee werelden te leven: een zichtbare en een onzichtbare bovennatuurlijke.

 

 

 

 

Pater Pio deelde in de brieven aan zijn geestelijke leider enkele van zijn ervaringen mee. In zijn brief van 7 april 1913 aan pater Agostino schreef hij: “Vrijdagmorgen was ik nog in bed toen Jezus aan mij verscheen. Hij was erg toegetakeld en verminkt. Hij toonde me een grote menigte reguliere en seculiere priesters waaronder verschillende kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders waarvan er een aan het celebreren was, een andere zijn priestergewaden aantrok en weer een andere zijn priestergewaden uitdeed.

Het zien van de kommervolle Jezus deed me veel pijn. Daarom wilde ik Hem vragen waarom Hij zoveel leed. Hij gaf geen antwoord. Echter, zijn blik leidde me naar de priesters en kort daarna, bijna met afschuw vervuld en alsof Hij vermoeid was van het kijken, wendde Hij zijn blik ervan af en wanneer Hij hem naar mij richtte zag ik twee tranen van zijn wangen rollen.

Hij verwijderde zich van deze bende priesters met een uitdrukking van grote walging op zijn gelaat en riep hen toe: “Beenhouwers!” En naar mij gekeerd zei Hij: “Geloof niet dat mijn doodsstrijd slechts drie uur geduurd heeft, nee. Ik zal omwille van de zielen, voor wie Ik zoveel gedaan heb, in doodsstrijd zijn tot het einde van de wereld. Gedurende de doodsstrijd, mijn zoon, is er geen behoefte aan slaap. Mijn ziel heeft dorst naar enkele druppels menselijk medelijden, maar ach, ze laten me alleen onder het gewicht van de onverschilligheid.

De ondankbaarheid en de apathie van mijn priesters maken mijn doodsstrijd nog zwaarder. Ach, ze beantwoorden mijn liefde zo slecht! Wat mij het meest bedroefd maakt is dat ze niet alleen onverschillig zijn maar bovendien ook minachting hebben en ongelovig zijn. Hoe vaak stond Ik niet op het punt hen neer te bliksemen als Ik niet was tegengehouden door de engelen en de zielen die heel veel van me houden…

Schrijf naar je vader en vertel hem wat je vanmorgen gezien hebt en van Mij gehoord hebt. Zeg hem dat hij je brief aan pater provinciaal toont…” Jezus sprak nog verder maar wat Hij zegde zal ik nooit kunnen onthullen aan een schepsel van deze wereld”.

 

 

Brief van 13 februari 1913 aan Pater Augustino: Jezus blijft mij herhalen: “…Vrees niet als ik je doe lijden, ik zal je ook de kracht geven. Ik verlang dat je ziel, dank zij het dagelijks martelaarschap in het verborgene, uitgezuiverd en op de proef gesteld wordt; schrik niet van mij als ik aan de duivel toelaat je te kwellen en aan de wereld toelaat je te doen walgen, want niets zal hen deren die zuchten onder het Kruis omwille van mijn liefde en hen die ik besloten heb te beschermen.

 

 

Brief van 18 november 1912 aan pater Augustino: “…Jezus, zijn geliefde Moeder, de kleine Engel met de anderen, gaan door mij te bemoedigen en laten niet na mij te herhalen, dat het slachtoffer al zijn bloed moet vergieten om slachtoffer genoemd te worden.”

 

 

Brief van 12 maart 1913 aan Pater Augustino: … Ik heb aanhoord, mijn vader, de gerechtvaardigde klachten van onze zoete Jezus: “Met hoe grote ondankbaarheid wordt Mijn liefde door de mensen vergolden! Ik zou door hen minder beledigd zijn, als Ik ze minder bemind had. Mijn Vader wil niet langer geduld met hen hebben. Ik zou willen ophouden hen te beminnen, maar… (en hier zwijgt Jezus en zucht, en daarna herneemt Hij) maar helaas, Mijn Hart is gemaakt om te beminnen!

Gemeen en lamlendig doen de mensen geen enkele inspanning om zichzelf te overwinnen in de bekoringen, ja, zij hebben zelfs plezier in hun ongerechtigheid. Mijn meest beminde zielen schieten tegenover Mij tekort, wanneer zij op de proef worden gesteld; de zwakken geven zich over aan ontmoediging en wanhoop, terwijl de sterken langzaam aan verslappen. Zij laten Mij in de kerken alleen in de nacht, alleen overdag.  Zij hebben geen zorg meer voor het sacrament van het altaar; men praat nooit meer over dit liefdessacrament; en zelfs diegenen die erover praten, doen het helaas met onverschilligheid en koudheid.

Mijn Hart wordt vergeten, niemand heeft nog zorg voor Mijn liefde; steeds wordt Mij leed aangedaan. Mijn huis is voor velen een theater van amusement geworden; ook Mijn bedienaren, die Ik altijd met voorkeursliefde beschouwd heb, die Ik bemind heb als Mijn oogappels; zij zouden Mijn Hart, dat vol bitterheid is, moeten vertroosten; zij zouden Mij moeten helpen bij de verlossing der zielen, in plaats daarvan, wie zou het kunnen geloven, moet Ik van hen ondankbaarheid en miskenning ontvangen.

Ik zie, mijn zoon, dat velen van hen… (en hier zweeg Hij, snikken snoerden Hem de keel dicht, Hij schreide in stilte)… Mij huichelachtig verraden met heiligschennende communies, terwijl zij het licht en de kracht, die Ik hun voortdurend geef, vertrappen.”

 

 

Brief aan pater Benedetto van 17 december 1917: … “Tijdens een van de bezoeken die Jezus mij dezer dagen heeft gebracht, vroeg ik Hem met nog meer aandrang dat Hij medelijden zou hebben met de arme landen die zó beproefd worden door de ellende van de oorlog en dat zijn rechtvaardigheid eindelijk zou wijken voor zijn barmhartigheid. Vreemd genoeg antwoordde Hij enkel met een handgebaar dat betekende: rustig, rustig… ‘Maar wanneer?’, voegde ik eraan toe. Zijn gelaat werd ernstig, om zijn mond verscheen een lichte glimlach, Hij richtte zijn blik even op mij en zonder een woord te zeggen nam Hij afscheid van mij.”

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

Waarom laat God de duivel mensen kwellen?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Als u het lijden van een ander kon verlichten, dan zou u dat vast doen. Reddingswerkers haasten zich vaak naar de plaats van een natuurramp om lijden te verlichten en het leven van volslagen onbekenden te redden. Iemand zou zich daarom kunnen afvragen: waarom bevrijdt God ons eigenlijk niet van de Duivel, die verantwoordelijk is voor onnoemelijk veel menselijk leed?

Die vraag zou beantwoord kunnen worden aan de hand van een illustratie over een belangrijke rechtszaak. De moordenaar, die wanhopig probeert het proces stil te leggen, beweert dat de rechter zijn gezag in de rechtbank op een oneerlijke manier uitoefent. Hij zegt zelfs dat de rechter getuigen heeft omgekocht. Daarom worden er talloze extra getuigen aan het woord gelaten.

De rechter weet dat de uitgebreide procedures veel moeite gaan kosten en hij wil graag dat de zaak zonder onnodig uitstel afgehandeld wordt. Tegelijkertijd beseft hij dat als hij tot een oordeel wil komen dat een precedent schept voor mogelijke toekomstige zaken, beide partijen voldoende tijd moeten krijgen om hun kant van het geschil te laten horen.

Om tot een oordeel te komen dat een moreel precedent schept, moeten beide partijen voldoende tijd krijgen om hun kant van het geschil te laten horen.

Wat heeft deze illustratie te maken met een beschuldiging die de Duivel, ook „draak”, „slang” en „Satan” genoemd, inbracht tegen God, ’de Allerhoogste over heel de aarde’? (Openbaring 12:9 ; Psalm 83:18) Wie is de Duivel eigenlijk? Waarvan heeft hij God beschuldigd? En wanneer zal God zich van hem ontdoen?

 

 

De Alfa en de Omega : strijd met de duivel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Er wordt een moreel precedent geschapen

 

Oorspronkelijk was degene die de Duivel werd een volmaakt geestelijk schepsel, een van Gods engelen (Job 1:6, 7). Hij maakte zichzelf tot de Duivel toen hij geobsedeerd raakte door een egoïstisch verlangen naar aanbidding door mensen. Daarom trok hij Gods recht om te regeren in twijfel en insinueerde hij zelfs dat God het niet verdient gehoorzaamd te worden. Hij beweerde dat mensen God alleen dienen wanneer ze met zegeningen omgekocht worden. Volgens Satan zouden alle mensen hun Schepper „vervloeken” als ze te maken kregen met moeilijkheden (Job 1:8-11; 2:4, 5).

Om die beschuldigingen van Satan te weerleggen, was een simpel machtsvertoon niet voldoende. Als Satan meteen was terechtgesteld, zou dat voor sommigen misschien zelfs een aanwijzing zijn geweest dat hij gelijk had. Daarom ondernam God, die absolute autoriteit bezit, gerechtelijke stappen om die kwesties in de geest van alle toeschouwers op te lossen.

God gaf aan dat er, in overeenstemming met zijn beginselen en met volmaakte gerechtigheid, door beide partijen getuigen zouden worden opgeroepen om een ondersteunende verklaring af te leggen van hun kant van de controverse. In de toegestane tijd hebben Adams nakomelingen de gelegenheid gekregen te leven en bij te dragen aan dit getuigenis ten gunste van God door hem uit liefde trouw te blijven ondanks moeilijkheden.

 

 

 

Hoe lang duurt het nog?

 

God is zich er sterk van bewust dat het lijden van mensen voortduurt terwijl deze gerechtelijke stappen plaatsvinden. Maar hij is vastbesloten de zaak zo snel mogelijk af te handelen. De Bijbel beschrijft hem als „de Vader der tedere barmhartigheden en de God van alle vertroosting” (2 Korinthiërs 1:3).

Het is duidelijk dat „de God van alle vertroosting” de Duivel niet langer zal laten leven dan nodig is, en ook niet zal toelaten dat de gevolgen van zijn invloed blijven bestaan. Aan de andere kant zal Hij de Duivel niet vroegtijdig vernietigen, dus niet voordat de universele rechtszaak volledig ten einde is.

Wanneer de kwesties ten slotte opgelost zijn, zal Gods recht om te regeren volledig gerechtvaardigd zijn. Het rechtsgeding tegen Satan zal tot in alle eeuwigheid als toetssteen dienen. Als iemand dat recht om te regeren ooit weer zou aanvechten, kan er naar Satans voorbeeld verwezen worden als een precedent dat niet herhaald hoeft te worden.

Te zijner tijd zal God zijn Zoon Jezus opdracht geven de Duivel te verwijderen en alles wat hij veroorzaakt heeft ongedaan te maken. De Bijbel heeft het over een tijd waarin Jezus „het koninkrijk aan zijn God en Vader overdraagt, wanneer hij alle regering en alle autoriteit en kracht heeft tenietgedaan. Want hij moet als koning regeren totdat God alle vijanden onder zijn voeten heeft gelegd. Als laatste vijand wordt de dood tenietgedaan” (1 Korinthiërs 15:24-26).

Gelukkig belooft de Bijbel dat er wereldwijd paradijselijke omstandigheden zullen zijn. In overeenstemming met Gods oorspronkelijke bedoeling zullen mensen in een vredig paradijs leven! Psalm 37:11 zegt: „De zachtmoedigen  zullen de aarde bezitten, en zij zullen inderdaad hun heerlijke verrukking vinden in de overvloed van vrede.” En in vers 29 staat: „De rechtvaardigen, die zullen de aarde bezitten, en zij zullen er eeuwig op verblijven.”

Sta eens stil bij het prachtige vooruitzicht dat de Bijbel schetst voor Gods aanbidders: „Zie! De tent van God is bij de mensen, en hij zal bij hen verblijven, en zij zullen zijn volken zijn. En God zelf zal bij hen zijn. En hij zal elke traan uit hun ogen wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn. De vroegere dingen zijn voorbijgegaan” (Openbaring 21:3, 4).

 

 

 

 

 

 

Vijfde miniatuur: vierde visioen van het eerste boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

.

.

Museum – Hildegard von Bingen

.

.

Vijfde miniatuur: vierde visioen van het eerste boek

.

Scivias%20T%205_Boek%20I,4
.
.
.
Het vierde visioen wordt geïllustreerd met de miniaturen vijf, zes en zeven. Het laat de schepping van de mensenziel zien, al haar moeilijkheden ten gevolge van de erfzonde en haar strijd om desondanks in het hemelse heil opgenomen te kunnen worden.

De vijfde en zevende miniatuur beslaan een volle pagina, de zesde slechts een kwart. Deze dient eigenlijk alleen als schakel tussen de twee grote voorstellingen en zij wordt ook niet vergezeld van een stem uit de hemel.

De vijfde en zevende miniatuur vormen samen de illustratie van de toespraak uit de hemel aan het begin van het vierde visioen van het eerste boek:

“De zalige en onuitsprekelijke Drieëenheid heeft zich geopenbaard als de Vader van Zijn eniggeboren Zoon, die naar de wereld werd gezonden, opdat de mensen, die ieder met een eigen karakter geboren worden en in veel schuld verstrikt dreigen te raken, door het mensgeworden Woord naar de weg der waarheid teruggevoerd zouden worden”.

Reeds bij de eerste blik op miniatuur vijf zien we twee helften. De linkerkant stelt de ontvangenis en de groei van een mensenkind in de moederschoot voor. De rechterkant stelt, in vijf tafereeltjes van onder naar boven, de levensloop voor van ieder mens in dit tranendal naar de top van het geestelijke leven.

In de linkerhelft van de miniatuur zien we de ontvangenis van de mens in de moederschoot en de instorting van de levenskiem door de Drieënige God. Onmiddellijk valt hier weer de eivorm op met groen als achtergrondkleur. Van de vorige miniatuur weten we dat zowel het ei als de groene kleur voor Hildegard tekens zijn voor de ‘viriditas’, de groeikracht.

We mogen niet de simpele conclusie trekken dat de eivorm alleen betrekking heeft op de vrouw en het moederschap want in dit ei zijn zowel de vrouw als de man uitgebeeld. Vader en moeder vormen dus samen het ontvangende vrouwelijke element, waar God, hier weergegeven als een gulden vierkant, als Vader tegenover staat.

De hele schepping, maar het ouderpaar in het bijzonder, heeft als roeping gekregen de ontvangende te zijn tegenover de almachtige Levensschenker. Eigenlijk wordt aan Hildegard de kringloop van de menselijke geest getoond. Deze begint in de Algeest (het vierkant dat zich naar alle zijden uitstrekt), van waaruit de menselijke geest door zijn moeder heen in een lichaam op aarde wordt geboren.

Daar moet de geest zich staande zien te houden in de druk die van de tijd als stroom van gebeurtenissen uitgaat. Als de mens erin slaagt bij zichzelf te komen en zich geestelijk te ontwikkelen, bereikt hij het doel: zelfverwerkelijking.

Bij het overlijden wordt hij opgevangen door geesten met wie hij nu overeenstemt door zijn ontwikkeling; door hen wordt hij naar zijn eigen wereld gevoerd. Is dat een lichte wereld, dan kan hij in het paradijs weer met God worden herenigd.

De woorden die de Stem aan  Hildegard mededeelt :

We lezen:

“En nadien zag ik een bijzonder grote en heldere schittering die leek op te vlammen (een kracht), met vele ogen (is alziend, m.a.w. een bewuste kracht), en die vier hoeken had die naar de vier uithoeken van de wereld (alomtegenwoordig) gekeerd waren (m.a.w. de vierhoek is de Algeest);in die schittering, die het geheim van de hoogste schepper aanduidde, werd me een heel groot geheim onthuld. 

En daar binnenin die schittering verscheen ook een andere schittering, gelijkend op die van de ochtendgloed en die de helderheid van een purperen schittering bevatte (en vele, vurige bollen: de wereld van de menselijke geesten in de Algeest).”

(De ‘ochtendgloed’ of ‘morgenrood’ is een beeld van Maria en haar zoon Jezus. Het hoofdje dat in de baan te zien is, is de geest van Jezus, de heilige geest, die als volmaakte geest naar de aarde afdaalt.)

“En zo zag ik … een vrouw (op aarde) die in haar buik … de volledige gestalte van een mens droeg. En zie, door een geheim raadsbesluit van de hoogste schepper begon deze gestalte hevige, leven gevende bewegingen te maken en wel zo dat een vurige bol (bol van licht en warmte, een menselijke geest uit de geestelijke wereld), die niet de vorm van een menselijk lichaam had, (door de verbinding afdaalde en) het hart van deze gestalte in bezit nam en diens hersenen bedekte, en zich in al zijn ledematen verspreidde (de indaling van de geest in het lichaam).


En daarna kwam diezelfde mensengestalte, die aldus tot leven werd gewekt, uit de schoot van deze vrouw en dit in overeenstemming met de bewegingen welke die bol (de geest) in diezelfde mensengestalte veroorzaakte; en in overeenstemming met die bewegingen veranderde die mensengestalte ook van kleur. 

En ik zag dat de vele wervelwinden (zintuiglijke ervaringen) die deze bol binnendrongen – de bol welke nog altijd in dat lichaam bleef – hem naar de aarde deden afbuigen (de onbewuste vereenzelviging); maar deze bol, die weer op krachten was gekomen, richtte zich moedig op en weerstond krachtig die wervelwinden en zei, al klagend: Waar ben ik, ik die verdwaald ben? In de schaduw van de dood.” (de zelfbewustwording). 

En zie, ik zag op aarde mensen die in hun kannen melk droegen en daar kazen van maakten (verwerking van ervaringen tot persoonlijkheidstrekken: de ‘kazen’ zijn ‘witte bollen’: de geest); één deel ervan was vet en dik, en daaruit werden sterke kazen (krachtige geest) gemaakt; het andere deel was licht en dun, en daaruit werden zwakke kazen gestremd (zwakke geest); en een deel was vermengd met vies slijm, het was besmet en daaruit werden bittere kazen gemaakt (kwaadaardige geest).”

“En jij nu mens, die dit ziet, sta er ook bij stil, want ‘de vele wervelwinden die deze bol binnendringen – de bol die nog altijd in dat lichaam blijft – doen hem naar de aarde afbuigen’ (maakt de geestesgesteldheid zintuiglijk: de onbewuste vereenzelviging): dit betekent dat de menselijke ziel, wanneer de mens nog … in zijn lichaam leeft, door vele onzichtbare verleidingen wordt geboeid, die haar door het genot van de zintuigen vaak doen afbuigen naar de zonden van de aardse genietingen.”

“Maar met herstelde krachten richt ze zich moedig op en verzet zich er krachtig tegen’: dat is omdat de gelovige en beproefde mens, ook al heeft hij gezondigd, vaak dankzij de gave Gods tot inkeer kan komen en zijn zonden verlaten (zelfbewustwording en zelfverwerkelijking); en omdat hij, door zijn hoop in God te stellen, de misleidende verlokkingen van zich af kan zetten, op voorwaarde dat hij zijn schepper trouw blijft zoeken – net zoals de gelovige mens, die hierboven aan het woord is, in haar klacht over haar beproeving heeft aangetoond.”

Deze voorstelling verwijst verder naar de oneindige hoogte en diepte van de goddelijke majesteit. In het vierkant loopt een gouden baan gevuld met oranje stippen en een mensengezichtje. Hier wordt volgens Hildegard aangegeven, dat in Gods alwetendheid de Menswording in Maria (graag aangeduid door de oranje kleur van de dageraad) een centrale plaats inneemt.

Met andere woorden: wanneer God niet slechts de mens schept in natuurlijke orde, maar in iedere mens tevens de kiem legt van zijn bovennatuurlijk leven, dan vormt voor God steeds het mysterie van de Menswording en de verlossing uit de zonde de voornaamste drijfveer. 

In de tegenstelling tussen het gouden vierkant en het groene ei ligt heel duidelijk uitgedrukt, hoe Hildegard het volkomen anders zijn van God, ten opzichte van alles wat geschapen is, ervaren heeft. Hij is de machtige Gever en het geschapene is de volkomen ontvangende. In die zin is God het mannelijk en de schepping in haar geheel het vrouwelijk element.

Tegelijkertijd ervoer Hildegard de oneindige Goedheid van God. Hij wil immers elke geest die van goede wil is en die zich in geloof en liefde voor Hem openstelt, opnemen in zijn innerlijk goddelijk leven, doch altijd langs de weg van de Mensheid van de Tweede Persoon.

Helaas, de onwil van de mens, verleid door de onwillige engel, de duivel, is de basis van het mysterie van de erfzonde. Deze invloed van de boze geest is hier heel realistisch weergegeven door het duivelsfiguurtje, dat het stremsel van het mannenzaad, gedragen als kaas uit melk vervaardigd (Job, 10-10) weet te bezoedelen.

Er wordt niet alleen gezinspeeld op de erfzonde, maar ook op de eventuele mindere kwaliteit van het menselijk zaad, wat misvormde en geestelijk gestoorde kinderen verwekken kan. Het natuurlijke, gezonde leven en  het geestelijk gezonde leven liggen volgens Hildegards gedachtegoed in elkaars verlengde. Ziekte en zonde zijn verstrengeld, zoals wij het ook leren uit de genezingsverhalen van Christus in het evangelie.

De vijf tafereeltjes aan de rechterzijde tonen ons in oplopende lijn de verschillende lijdensstormen welke ieder mensenkind, na zijn geboorte en tijdens de groei naar geestelijke volwassenheid, te verduren heeft. In de onderste drie taferelen zien we de naakte mens (hier geslachtsloos weergegeven) die gefolterd wordt door duivelsfiguren en wanstaltige dieren.

Vanaf het begin wordt de mens door zijn vleselijke begeerten neergetrokken wordt tot het peil van onreine varkens. Een ziel kan bloot staan aan hevige geestelijke druk en benauwdheden, hier door een wijnpers uitgebeeld. De duivel perst, in plaats van druivensap, het bloed uit de mens. Dat de mens door exotische dieren dreigt aangevallen en gebeten te worden, kan wijzen op de geestelijke kwellingen van twijfels welke de mens tot het uiterste kunnen uitputten.

Op het vierde tafereel gebeurt er iets wonderlijks in de mensenziel. Ja, zegt de uitleg van Hildegard, er komt een dag, dat het mensenkind zich de moeder Sion, de heilige stad Jeruzalem, herinnert en daarnaar terug wil keren. Om de ziel daarvan terug te houden, werpen de duivels een berg van moeilijkheden op. Tot groot leedvermaak van de duivels schreit de ziel in haar heimwee naar het paradijs, dat hier is voorgesteld door twee roodbruine varenachtige planten.

Maar dan geeft God de ziel vleugels, opdat zij alle beletselen kan overwinnen en zo gevoerd kan worden naar de mystieke tent van de onverwrikbare verbondenheid met God (zie bovenste tafereel). Op deze wijze wordt duidelijk aangegeven, dat de vereniging met God een genade is, vrijblijvend door Hem geschonken.

Middenin de stalen tent, volgens het beeld van Hildegard, bouwt de ziel een toren van vierkante stenen en hangt daar rode schilden en ivoren hoorns aan op. Hildegard is vol Bijbelse beeldspraak; alleen zij die daar goed in thuis zijn, kunnen de gedachten van onze zieneres volgen.

zie http://www.geestkunde.net

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

JOHN ASTRIA

Derde miniatuur: tweede visioen van het eerste boek

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

.

 

tweede visioen van het eerste boek

.

Met de voorstelling vóór ons, luisteren we eerst naar wat de Stem van boven aan Hildegard meedeelde.

“Wie met gelovige overgave en liefde God aanhangt, zal niet door de stormloop van de ongerechtigheid verschrikt raken en losgerukt worden van de hemelse zaligheid. Wie God slechts naar uiterlijke schijn dient, zal niet tot het hogere opstijgen, maar integendeel buitengeworpen worden en in de onderwereld terecht komen.”

Wat in deze miniatuur als eerste opvalt, is het opstijgende zwarte vlak, dat met grijpvingers naar de sterrenhemel reikt en dat donkerrode vlammen aan zijn voet laat zien. Naast dit zwart gegeven zien we het gelukkige paradijs, aangeduid door een vergulde achtergrond en twee rijk versierde bomen. Boven het paradijs prijken in de blauwe hemel naast kleine witte sterren nog negentien grote sterren van goud.

Hiermede is de engelenwereld bedoeld, maar deze is bevolkt met een niet volmaakt getal van sterren. Immers een derde deel der geesten heeft zich niet aan God wensen te onderwerpen en is in het hellevuur neergestort.

God heeft in Zijn Wijsheid de lege plaatsen willen aanvullen en Hij schiep de mensheid, hier aangeduid door acht sterren in een wit-groene wolk, voortkomend uit de zijde van Adam. Samen met de eerste negentien vormen zij een getal van zeven en twintig sterren, het volmaakte getal van drie in de derde macht. Drie maal drie maal drie.

Tegen dit plan rijst het vreselijk verzet van de onderwereld en terwijl de zwarte vingers onmachtig zijn de sterren in de hemel te grijpen, vergiftigt een vlam, in de vorm van een slangekop, de acht sterren in de schoot van Eva.

Aangrijpender kan men het mysterie van de erfzonde niet uitbeelden. Dit is ook als iconografisch gegeven uniek in de kunstgeschiedenis. Wanneer we een niet traditionele voorstelling ontmoeten, dan mogen we daar naar de wezenskern van de mystieke boodschap van Hildegard zoeken. Deze kern ligt in de strijd tussen licht en duister, tussen heiligheid en zonde. Hierover zegt de Stem:

“Wie van liefde brandt zal niet door de stormloop van de ongerechtigheid verschrikt worden.”

Het enige wat ons gevraagd wordt, is met overgave God aan te hangen en te geloven, dat God uiteindelijk overwint. Eén van de kernpunten van de boodschap van Hildegard is, dat God haar getoond heeft, hoe de wegen zijn waarlangs de vijand verslagen zal worden. En toch zullen we in de volgende visioenen zien, hoe Hildegard, ondanks haar geloof en overgave, van tijd tot tijd beeft voor het mysterie van het kwaad.

Dit komt ook voort uit haar sterk kosmisch gevoel. Zij voelt zich intens verbonden met heel de zichtbare schepping en weet zich onder invloed van de sterren, planeten, winden en regen te staan. Zij ervaart in haar lichaam heel pijnlijk de wanorde van de elementen die in de vier hoeken van deze miniatuur zijn uitgebeeld: water en aarde beneden, lucht en vuur in de bovenhoeken.

Eén motief in deze miniatuur is nog niet besproken, n.l. de oranje band tussen de sterrenhemel en de vergulde achtergrond van het paradijs. In de uitleg van de Scivias-tekst staat, dat een lichtglans rondom het paradijs werd opgetrokken, toen het eerste mensenpaar de tuin van Eden moest verlaten. Want God wil het paradijs ongerept bewaren voor de zielen die eenmaal door de Verlosser aan de greep van de duivel ontrukt zullen worden.

Dat nu deze glans de kleur draagt van het morgenrood, de aurora, is van diepe betekenis. Dit motief wordt in de miniaturen nog breed uitgewerkt in verband met het mysterie van de Menswording uit de Moedermaagd.

De vruchtbaarheid van het moederschap is een gegeven dat sterk in de gedachtenwereld van Hildegard meespeelt om de activiteit van God in beeld te brengen. Daarom is de wolk uit de zijde van Adam groen gekleurd. Alleen al over de kleur groen en het trefwoord viriditas zou een afzonderlijk hoofdstuk geschreven kunnen worden. Voor ons moderne mensen roept de kleur groen, zoals wij die kennen in de natuur, heel gemakkelijk associaties op met de groei van alles wat leeft.

Deze miniatuur gaf ons een eerste blik in het grote mysterie van het kwaad. Nu gaat Hildegard de invloed hiervan op de hele kosmos, de makro kosmos beschrijven. Daarna komt de rol van het kwaad in iedere mensenziel, de mikro kosmos. Immers uit de bewegingen van de grote kosmos leren Hildegard en ook wij de drijfveren van het menselijke doen en laten steeds beter kennen.

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

De hof van Eden

Standaard

categorie : religie

.

.

345

.

.

De hof van Eden is voor de mensheid geschapen

.

De hof van Eden wordt in hoofdstukken 2 en 3 van het boek Genesis beschreven. De Heer schiep de hof specifiek voor Adam, de eerste mens die door God was geschapen. In Genesis 2:8-9 lezen we:

“Daarna legde de Heer God een tuin aan in Eden, ergens in het oosten, en daarin plaatste Hij de mens die Hij geboetseerd had. De Heer God liet uit de grond allerlei bomen opschieten, aanlokkelijk om te zien en heerlijk om van te eten”.

Sommige mensen geloven dat de hof zich op een bergtop bevond of dat er mogelijk zoetwaterbronnen ontsproten, omdat we het volgende kunnen lezen:

“In Eden ontspringt de rivier die water geeft aan de tuin; zij splitst zich in vier armen” (Genesis 2:10).

De hof van Eden was perfect, bood de mens schoonheid en voeding en was de thuisplaats van allerlei bomen die “aanlokkelijk om te zien en heerlijk om van te eten” waren. De hof was een bron van zoet drinkbaar rivierwater. God plaatste de mens “in de tuin van Eden, om die te bewerken en te beheren” (Genesis 2:15).

.

.

Is de hof van Eden een Bijbelse tegenstrijdigheid?

.

De hof van Eden, zoals deze in het boek Genesis wordt beschreven, wordt door critici vaak genoemd omdat deze een schijnbare tegenstrijdigheid bevat. Critici vergelijken de “scheppingsweek” in Genesis hoofdstuk 1 (de schepping van planten op dag 3 en van dieren en mensen op dagen 5 en 6) met de schepping van de hof van Eden in Genesis hoofdstuk 2 (de hof werd voor de mens geschapen nadat de mens reeds door God was voortgebracht).

We lezen:

“Zo werden de hemel en de aarde voltooid, en alles waarmee ze toegerust zijn. Op de zevende dag bracht God het werk dat Hij verricht had tot voltooiing. Hij rustte op de zevende dag van al zijn werk dat Hij verricht had. God zegende de zevende dag en maakte hem heilig, want op die dag rustte God van al het werk dat Hij scheppend tot stand had gebracht. Dit is de geschiedenis van het ontstaan van de hemel en de aarde, zoals ze geschapen zijn. Toen de Heer God aarde en hemel maakte, waren er op aarde nog geen wilde planten en groeide er geen enkel veldgewas, want de Heer God had nog geen regen op de aarde laten vallen en er was nog geen mens om de grond te bebouwen” (Genesis 2:1-5).

Critici wijzen erop dat Genesis 1 beweert dat planten op dag 3 werden geschapen, terwijl de mens op dag 6 werd geschapen. Waarom lezen we dan in Genesis 2 dat er geen planten waren omdat de mens nog niet gevormd was? De sleutel tot het antwoord is dat we Genesis 1 en Genesis 2 in de juiste context moeten lezen.

Genesis 2:1-4 beëindigt de “scheppingsweek” terwijl Genesis 2:5 begint met het verslag over de hof van Eden. Dit wordt duidelijk uit de volledige context van Genesis hoofdstuk 2 en het feit dat de hof nog niet door God was aangelegd. Hij had de mens nog niet geschapen die de Hof moest “bewerken en beheren” (Genesis 2:15).

We lezen dat God in de hof van Eden, die Hij voor de mens had geschapen, elk dier uit de aarde boetseerde en naar Adam bracht om van hem een naam te krijgen. Critici stellen dat dit een tegenstrijdigheid is, omdat we lezen dat God de dieren op dagen 5 en 6 van de scheppingsweek schiep. Dit was dus voordat de hof door God was geschapen.

Deze schijnbare tegenstrijdigheid kan gemakkelijk verklaard worden. God schiep de wereld en alle dieren in de wereld. Daarna schiep Hij de mens. En daarna toonde Hij elk dier aan de mens zodat de mens elk dier een naam kon geven (en waarschijnlijk ook om de mens te laten zien dat God inderdaad de dieren had geschapen, omdat de mens later werd geschapen dan de dieren en hier dus geen getuige van was geweest).

“De mens gaf dus namen aan alle tamme dieren” (Genesis 2:20).

Het afzonderlijk lezen van de twee verslagen (de schepping van de aarde als een biosfeer in Genesis 1 en de schepping van een enkele hof en wat daarin gebeurde in Genesis 2) en vervolgens de verschillen tussen deze twee verslagen een “tegenstrijdigheid” noemen, getuigt van een zwakke hermeneutiek (interpretatie van de Bijbel).

conclusie : na de schepping van hemel en aarde schiep God op de derde dag de planten. Op dag 5 schiep hij de dieren en op dag 6 de mens. Dan maakte God op aarde een paradijs voor de mens, de hof van Eden. Dan plaatste God de dieren en de mens in de hof. De mens mocht de hof bewerken en de dieren een naam geven.

.

.

maxresdefault

.

.

Het paradijselijke land

.

God gaf de hof van Eden aan de mens om deze te beheren en te bewerken. En hoewel de hof ongetwijfeld spectaculair was, was deze nog niet het paradijs. Het mooiste juweel in de kroon van perfectie, het toppunt van aardse schoonheid, ontbrak nog. God verkondigde:

Het is niet goed dat de mens alleen blijft…” (Genesis 2:18).

En ook al gaf Adam “dus namen aan alle tamme dieren en aan alle vogels van de lucht, en aan al de wilde beesten”, toch was hij niet in staat om een hulp te vinden die bij hem paste. Daarom

liet de Heer God de mens in een diepe slaap vallen; en terwijl hij sliep, nam Hij één van zijn ribben weg en zette er vlees voor in de plaats. En de Heer God vormde de rib die Hij uit de mens had weggenomen tot een vrouw, en bracht haar naar de mens. Toen zei de mens: ‘Eindelijk, dit is been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees! Mannin zal zij heten, want uit een man is zij genomen.’ Daarom zal een mens zijn vader en zijn moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn. Ze waren beiden naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze voelden geen schaamte voor elkaar” (Genesis 2:21-25).

Terugkomend op de vermeende tegenstrijdigheid die we hierboven noemden, is het belangrijk om op te merken dat Jezus Christus de verslagen in Genesis1 en 2 letterlijk nam. In Matteüs 19:3-6 lezen we:

“Er kwamen farizeeën op Hem af om Hem op de proef te stellen. Ze zeiden: ‘Is het een man geoorloofd zijn vrouw te verstoten om een willekeurige reden?’ Hij gaf ten antwoord: ‘Hebt u niet gelezen dat de schepper hen vanaf het begin mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt? En dat Hij gezegd heeft: Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn? Ze zijn dus niet meer twee, maar één. Dus, wat God heeft verbonden, moet de mens niet scheiden.’

Hier citeerde Jezus uit Genesis 1 -27 en 2-24, wat aantoont dat Hij Genesis1 en 2 niet zag als tegenstrijdige scheppingsverhalen die gecorrigeerd zouden moeten worden.

.

.

Het land van de keuze

.

De mens werd geschapen om een ware liefdesrelatie met zijn Schepper God te hebben in de hof van Eden. Een noodzakelijk ingrediënt van een oprechte liefdesrelatie is een vrije wil. Ware liefde kan per definitie niet bestaan als hier niet vrijwillig voor wordt gekozen. Zonder een keuzemogelijkheid is het dus niet mogelijk om werkelijk lief te hebben.

Een misvatting die mensen vaak hebben, is dat liefde een emotie of een verlangen zou zijn. Begeerte is een emotie of een verlangen, liefde is een beslissing. Liefde is jouw beslissing om de verlangens van die ander op de eerste plaats te stellen in plaats van je eigen verlangens.

En dus gaf God de mens het vermogen om te kiezen om God lief te hebben of om zichzelf op de eerste plaats te stellen.

“En de Heer God gaf de mens dit gebod: ‘Je mag van alle bomen in de tuin overvloedig eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad mag je niet eten'(Genesis 2:16-17).

De mens had dus een keuze, God gehoorzamen of God niet gehoorzamen. De mens had de keuze om Gods wensen voorrang te geven of om zijn eigen verlangen voorrang te geven; zijn verlangen om eerst van de verboden vrucht te eten. De mens at van deze vrucht nadat Satan de mens door een leugen om de tuin leidde. De mens zou volgens Satan gelijk worden aan God en kennis krijgen van goed en kwaad na het eten van de verboden vrucht.

.

.

Satan die via de slang de mens in de verleiding bracht om te zondigen

Satan die via de slang de mens in de verleiding bracht om te zondigen

.

Door het toedoen van een geestelijk schepsel zondigde de mens en werd daarom door God uit de hof van Eden verbannen. Het paradijs ging verloren. Vanwege de opstandigheid van de mens vervloekte God de wereld, in het belang van de mens. God schiep de mens met het potentieel om te zondigen, maar Hij schiep de zonde niet.

De eerste man en de eerste vrouw zetten dat potentieel om in een werkelijkheid en brachten zo de zonden in de wereld. Sindsdien zijn alle mannen en vrouwen verraderlijk, roekeloos, verwaand en meer genotzuchtig dan godvruchtig geweest (2 Timoteüs 3:4).

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

John Astria

Drie dagen in het graf en heden in het paradijs

Standaard

categorie : religie

 

 

 

hqdefault

 

 

 

Lucas 23 : 43 >Jezus antwoordde: ‘Vandaag zult u met Mij in het paradijs zijn. Daar kunt u zeker van zijn.’

 

Dit is het ene probleem bij deze opvatting van Jezus’ woorden in Lucas 23:43. Het andere is dat er op dat moment helemaal geen paradijs was. We kennen het paradijs uit Genesis. We vinden dat woord niet in onze vertalingen, maar de Griekse vertaling, de Septuaginta, vertaalt ‘de hof des Heren’ of ‘Eden’ bijna altijd met paradeisos, het woord dat Jezus hier gebruikt. Dat woord komt verder nog voor in Openbaring 2:7:

“Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom des levens, die in het paradijs Gods is”. Openbaring gebruikt ook elders taal die aan Genesis doet denken.

 

De vraag van de man was ten eerste:

“Jezus gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt”.

 

Jezus’ antwoord is :

“Ik zeg u, gij zult met Mij in het paradijs zijn”.

 

Hij moet met dat paradijs dus wel ‘zijn Koninkrijk’ bedoelen. Ook in Openbaring beschrijft Hij dat toekomstige Koninkrijk als een ‘hersteld paradijs’. Maar dat Koninkrijk moet nog steeds komen. Lucas vertelt ons dat Hij 40 dagen aan zijn discipelen is verschenen ‘tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft’ (Handelingen 1:3). Toch vragen zij dan nog:

“Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël?” (Handelingen 1: 6).

 

Zijn antwoord is niet dat het Koninkrijk iets anders is dan zij denken, maar dat het niet hun zaak is te weten wanneer dat wordt hersteld (vs 7). Dat is iets van de toekomst, wanneer Hij terugkomt.

De vraag was vervolgens: “Jezus, gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt”. Ook deze man spreekt van de toekomst. Dat woord ‘wanneer’ (hotan) betekent: ‘wanneer dan ook’, wanneer de tijd eenmaal daar is. Ook hij weet niet wanneer dat zal zijn, maar die tijd komt een keer en daarover spreekt hij. Hij heeft niets meer te bieden en kan alleen nog maar een beroep doen op Jezus’ genade.

Hij vraagt daarom niet om een belofte dat Jezus hem in het oordeel zal aannemen, maar alleen om dan nog aan hem te denken. Maar Jezus’ antwoord is niet dat Hij hem zal gedenken, maar dat Hij hem wel degelijk nu die belofte geeft die hijzelf niet durfde vragen. De nadruk ligt dus op dat ‘nu’. Daarom ligt het voor de hand de tekst te lezen als:

“Ik zeg u nu ( heden ): gij zult met Mij in het paradijs (dat Koninkrijk) zijn”.

 

Het Grieks laat dat toe. Dat je dan ook moet lezen ‘gij zult’ i.p.v. ‘zult gij’, is iets van onze taal, dat in het Grieks geen rol speelt. En wanneer je het zo leest lost dat beide problemen op.

Niemand besefte beter dan deze man dat een kruisiging het absolute einde was. Maar terwijl Jezus’ discipelen meenden dat met diens kruisdood alles was afgelopen (Lucas 24:21), beleed hij dat die Jezus aan dat kruis naast hem de toekomstige wereldkoning zou zijn, en dus weer uit die dood zou opstaan. En dat Hij ook zou beslissen wie er in dat Koninkrijk zal worden toegelaten.

Hij erkent dat zijn eigen dood terecht is (Lucas 23:41), maar dat Jezus onschuldig is. En hij doet dat openlijk, wetende dat hij daarmee de spot van de massa uitlokt. Hij was bereid ‘de smaad van Christus te dragen’ (Hebreeën 13:13). Hij moet Jezus hebben horen prediken maar heeft het kennelijk gezocht in opstand tegen Rome. Nu beseft hij te laat dat hij de verkeerde keuze heeft gemaakt. Er is weinig anders dat hij kan doen dan dat te belijden. Maar wat een geloof!

Lucas vertelt ons dat verhaal niet zomaar. Dit is een les voor de lezer. Deze man is het prototype van de ware gelovige, die niets te bieden heeft dan zijn berouwvolle schuldbelijdenis, en die niets kan vragen dan genade. Maar hij kan geloof tonen, en dat doet deze man.

“Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij.”

 

Deze man is daarvan het beeld: zo moet het. Paulus noemt de doop een symbolisch sterven en opstaan met Jezus, en spreekt van een medegekruisigd worden’ met Christus (Romeinen 6:6). Hij moet daarbij deze man voor ogen hebben. Alleen Lucas beschrijft dit, en Paulus moet daarvoor zijn bron zijn geweest, want de nog onbekeerde Saulus van Tarsus zal bij deze kruisiging onder de toeschouwers zijn geweest.

Lucas beschrijft hier de gebeurtenis waar Paulus zijn beeld van ‘medegekruisigd’ op baseert. Dat is ook het antwoord aan wie klagen dat deze man behouden wordt zonder te zijn gedoopt: hij heeft in werkelijkheid gedaan, wat anderen slechts in symbool kunnen doen. Het NT gebruikt het woord dopen ook in de betekenis van ‘voor het geloof sterven’ (bijv. Marcus 10:38-39).

Maar ook wanneer wij dat slechts in symbool doen, kunnen ook wij onze schuld belijden, belijden dat Jezus zonder schuld voor ons is gestorven, en een beroep doen op zijn genade. En dan ontvangen ook wij de belofte nu al dat wij straks met Hem in dat Koninkrijk zullen zijn.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Litanieën tot de Heilige Aartsengelen Michaël, Gabriël en Rafaël 

Standaard

categorie : religie

.

.

Litanieën tot de Heilige Aartsengelen Michaël, Gabriël en Rafaël

Heilige aartsengel Michaël

.

Bescherming, begeleiding, zuivering, loslaten van het verleden, voor kracht, bij hulpeloosheid en wanhoop, bij zelftwijfel, voor groei van het zelfvertrouwen, tegen nachtmerries, voor overwinnen angsten, voor rechtvaardigheid, voor hulp bij problemen, bij stervensbegeleiding, …

.

.

.

.

Litanie 1

.

Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons. God,
Hemelse Vader, ontferm U over ons.
God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
God Heilige Geest, ontferm U over ons.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.

Heilige Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons,
Heilige Aartsengel Michaël,
Heilige Michaël, zeer verheven opperhoofd der hemelse heerscharen,
Heilige Michaël, verdediger van de heilige Stad,
Heilige Michaël, sterk en machtig in de strijd,
Heilige Michaël, beschermer van de H. Kerk,
Heilige Michaël, prins van de uitverkorenen,
Heilige Michaël, schrik van de hel,
Heilige Michaël, die de duivels verjaagt,
Heilige Michaël, door God uitverkoren om onze beschermer te zijn,
Heilige Michaël, die aan de storm gebiedt,
Heilige Michaël, hulp der christenen,
Heilige Michaël, brandend van ijver voor de glorie Gods,
Heilige Michaël, die de zielen uit het vagevuur vertroost,
Heilige Michaël, die tegenwoordig zijt bij ons oordeel,
Heilige Michaël, die ons steeds en overal beschermt,

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U over ons.

Bid voor ons, Heilige Aartsengel Michaël. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

Laat ons bidden,

Almachtige en eeuwige God, die de Heilige Michaël hebt aangesteld als bewaker van de Heilige Kerk en opperhoofd van het paradijs, verleen genadig door zijn voorspraak: aan de Heilige Kerk voorspoed en vrede, aan ons Uw genade in dit leven en de glorie in de eeuwigheid.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

.

.

Litanie 2

.

Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons,
Heer, ontferm U over ons, Christus, hoor ons,
Christus, verhoor ons,
God, Hemelse Vader, ontferm U over ons,
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over ons,
God, Heilige Geest, ontferm U over ons,
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons,

Heilige Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons,
Heilige Michaël, bid voor ons.
Heilige Michaël, vervuld met de wijsheid van God, bid voor ons.
Heilige Michaël, volmaakte aanbidder van het mensgeworden Woord, bid voor ons.
Heilige Michaël, gekroond met eer en heerlijkheid, bid voor ons.
Heilige Michaël, de machtigste vorst van de legers des Here, bid voor ons.
Heilige Michaël, vaandeldrager van de Heilige Drievuldigheid, bid voor ons.
Heilige Michaël, behoeder van het paradijs, bid voor ons.
Heilige Michaël, gids en trooster van het volk van Israël, bid voor ons.
Heilige Michaël, glorieuze vesting van de strijdende Kerk, bid voor ons.
Heilige Michaël, eer en vreugde van de triomferende Kerk, bid voor ons.
Heilige Michaël, licht van Engelen, bid voor ons
Heilige Michaël, bescherming van de orthodoxe gelovigen, bid voor ons.
Heilige Michaël, kracht voor hen die strijden in de naam van het Heilige Kruis, bid voor ons.
Heilige Michaël, licht en het vertrouwen van de zielen in het uur van de dood, bid voor ons.
Heilige Michaël, onze voortdurende helper, bid voor ons.
Heilige Michaël, onze hulp in alle tegenspoed, bid voor ons.
Heilige Michaël, heraut van de eeuwige straf, bid voor ons.
Heilige Michaël, trooster der zielen in de vlammen van het vagevuur, bid voor ons.
Heilige Michaël, die door de Heer bevolen werd om de zielen te ontvangen na de dood, bid voor ons.
Heilige Michaël, onze prins, bid voor ons.
Heilige Michaël, onze advocaat, bid voor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld , verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, ontferm U over ons.

Christus hoor ons, Christus verhoor ons

Bid voor ons Heilige Aartsengel Michaël, opdat wij de belofte van Christus waardig worden.

Laat ons bidden,

Almachtige en eeuwige God, die de Heilige Michaël hebt aangesteld als Bewaker van de Heilige Kerk en Opperhoofd van het Paradijs. Verleen genadig door zijn voorspraak: aan de H. Kerk voorspoed en vrede, aan ons Uw genade in dit leven en de glorie in de eeuwigheid.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

.

.

Heilige aartsengel Gabriël

.

Inspiratie, spiritualiteit, dromen, tegen depressie, hulp bij tegenspoed, positieve gedachten, meer vrolijkheid, voor creativiteit, voor als men vastgelopen is in situaties of patronen, vervulling van wensen, voor motivatie, tegen destructieve neigingen, troost, voor positieve veranderingen of om veranderingen te kunnen doen of om veranderingen aan te kunnen, bij het nemen van beslissingen en knopen door te hakken, dansen, helen innerlijke kind, visioenen, meditatie, zwangerschap,…

.

.

.
.
.

Litanie 1

.

Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons,
Heer, ontferm U over ons,
Christus, hoor ons, Christus, verhoor ons,
God, Hemelse Vader, ontferm U over ons,
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over ons,
God, Heilige Geest, ontferm U over ons,
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons,

Heilige Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons,
Heilige Aartsengel Gabriël,
Heilige Gabriël, die zijt afgedaald tot de drie jongelingen in de vuur oven om de brandende vlammen van hen verwijderd te houden,
Heilige Gabriël, die aan Zacharias zijt verschenen en hem de geboorte en glorierijke bediening van zijn zoon Johannes hebt verkondigd,
Heilige Gabriël, die door God aan de Maagd Maria te Nazareth gezonden werd om Haar de Menswording van het eeuwige woord aan te kondigen,
Heilige Gabriël, die aan de aarde de naam “Jezus” hebt gebracht,
Heilige Gabriël, die aan het mensdom het eerst de verheven groet “Wees gegroet, Maria,” hebt geleerd,
Heilige Gabriël, wiens naam betekent : Kracht Gods,
Heilige Gabriël, die aan de Allerhoogste onze gebeden overbrengt,
Heilige Gabriël, patroon der reine zielen,

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U over ons !

Christus, hoor ons,
Christus, verhoor ons,

Bid voor ons, glorierijke aartsengel Gabriël, nu en in het uur van onze dood.

Laat ons bidden,

Almachtige en eeuwige God, die de Heilige Michaël hebt aangesteld als Bewaker van de Heilige Kerk en Opperhoofd van het Paradijs. Verleen genadig door zijn voorspraak: aan de Heilige Kerk voorspoed en vrede, aan ons Uw genade in dit leven ende glorie in de eeuwigheid.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

.

.

Litanie 2

.

Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons,
Heer, ontferm U over ons,
Christus, hoor ons, Christus, verhoor ons,
God, Hemelse Vader, ontferm U over ons,
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over ons,
God, Heilige Geest, ontferm U over ons,
Heilige Drievuldigheid,één God, ontferm U over ons,

Heilige Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons,
Heilige Gabriël, glorieuze aartsengel, bid voor ons.
Heilige Gabriël, kracht van God, bid voor ons.
Heilige Gabriël, die voor de troon van God staat, bid voor ons.
Heilige Gabriël, toonbeeld in gebed, bid voor ons.
Heilige Gabriël, heraut van de incarnatie, bid voor ons.
Heilige Gabriël, die de glorie van de Heilige Maagd geopenbaard hebt, bid voor ons.
Heilige Gabriël, Prins van de hemel, bid voor ons.
Heilige Gabriël, ambassadeur van de allerhoogste, bid voor ons
Heilige Gabriël, behoeder van de Onbevlekte Maagd, bid voor ons
Heilige Gabriël, die de grootsheid van Jezus voorspelde, bid voor ons.
Heilige Gabriël, vrede en licht van de zielen, bid voor ons.
Heilige Gabriël, plaag van de ongelovigen, bid voor ons.
Heilige Gabriël, bewonderenswaardige leraar, bid voor ons.
Heilige Gabriël, kracht van de rechtvaardigen, bid voor ons.
Heilige Gabriël, beschermer van de gelovigen, bid voor ons.
Heilige Gabriël, verkondiger van het Woord van God, bid voor ons.
Heilige Gabriël, verdediger van het geloof, bid voor ons.
Heilige Gabriël, onvermoeibaar lof betuigend aan onze Heer Jezus Christus, bid voor ons.
Heilige Gabriël, die geprezen wordt door de Schrift als de engel die door God aan de maagd Maria gezonden werd, bid voor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld , verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, ontferm U over ons.

Christus hoor ons, Christus verhoor ons

Bid voor ons Heilige Aartsengel Gabriël, opdat wij de belofte van Christus waardig worden.

Laat ons bidden,

O gezegend Heilige Aartsengel Gabriël, wij smeken u, bemiddel voor ons voor Gods troon om genade te bekomen en om ons te helpen in onze noden. Gij die de menswording van onze Heer Jezus Christus aan de Maagd Maria hebt verkondigd, door uw voorspraak en bescherming, verleen ons de genade om de Goddelijk hulp te mogen ontvangen opdat we onze Heer eeuwig mogen loven, beminnen en danken.
Amen.

.

.

Heilige aartsengel Rafaël

.

Alles wat met genezing te maken heeft zowel fysiek als mentaal als het genezen van situaties of doorbreken van slechte gewoonten en patronen, voor innerlijke rust, voor als men zich in de steek gelaten voelt of eenzaam is, bij liefdesverdriet en het helen van een gebroken hart, tegen verbittering, als men niet tevreden is met zichzelf en voor hulp om zichzelf te aanvaarden, tegen moedeloosheid, bij gekwetste gevoelens, voor hulp in medische en psychische kwesties, stervensbegeleiding, bij uitputting en voor nieuwe krachten, voor vrouwen in de overgang, spirituele heling,…

.

.

.

.

Litanie 1 

.

Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons,
Heer, ontferm U over ons, Christus, hoor ons,
Christus, verhoor ons,
God, Hemelse Vader, ontferm U over ons,
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over ons,
God, Heilige Geest, ontferm U over ons,
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons,

Heilige Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons,
Heilige Rafaël, bid voor ons.
Heilige Rafaël, vervuld met de genade van God, bid voor ons.
Heilige Rafaël, perfecte bewonderaar van het Goddelijke woord, bid voor ons.
Heilige Rafaël, terreur van de demonen, bid voor ons.
Heilige Rafaël, verdelger van de ondeugden, bid voor ons.
Heilige Rafaël, gezondheid voor de zieken, bid voor ons.
Heilige Rafaël, onze toevlucht tijdens al onze beproevingen, bid voor ons.
Heilige Rafaël, gids van de reizigers, bid voor ons.
Heilige Rafaël, troost van de gevangenen, bid voor ons.
Heilige Rafaël, vreugde voor de bedroefden, bid voor ons.
Heilige Rafaël, vol ijver voor het behoud van onze zielen, bid voor ons.
Heilige Rafaël, wiens naam betekent “God geneest”, bid voor ons.
Heilige Rafaël, liefhebber van de kuisheid, bid voor ons.
Heilige Rafaël, schrik van de duivels, bid voor ons
Heilige Rafaël, in ziekte, honger en oorlog, bid voor ons.
Heilige Rafaël, engel van vrede en welvaart, bid voor ons
Heilige Rafaël, begunstigd met de genade van de genezing, bid voor ons.
Heilige Rafaël, begeleider op de paden naar deugd en heiliging, bid voor ons.
Heilige Rafaël, helper van al diegenen die uw hulp afsmeken, bid voor ons.
Heilige Rafaël, die de gids en troost van Tobias was op zijn reis, bid voor ons.
Heilige Rafaël, die door de schriften geprezen wordt als: “Rafael, de heilige engel van de heer, die gestuurd werd om te genezen,” bid voor ons.
Heilige Rafaël, onze verdediger, bid voor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld , verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld, ontferm U over ons.

Christus hoor ons, Christus verhoor ons

Bid voor ons Heilige Aartsengel Rafaël, opdat wij de belofte van Christus waardig worden.

Laat ons bidden,

Onze heer, Jezus Christus, door het gebed van de Aartsengel Rafaël, geef ons de genade alle zonden te vermijden en te volharden in onze goede werken opdat wij ooit onze hemelse bestemming mogen bereiken, gij die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwigheid.
Amen.

.

.

Litanie 2

.

Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons,
Heer, ontferm U over ons, Christus, hoor ons,
Christus, verhoor ons,
God, Hemelse Vader, ontferm U over ons,
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over ons,
God, Heilige Geest, ontferm U over ons,
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons,

Heilige Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons,
Heilige Aartsengel Rafaël
Heilige Rafaël, Hemelse Geneesheer
Heilige Rafaël, sterke bondgenoot op al onze wegen
Heilige Rafaël, trouwe vriend in nood
Heilige Rafaël, lieve trooster bij grote smart
Heilige Rafaël, ware gids die ons de juiste paden helpt bewandelen
Heilige Rafaël, leidsman van de jonge en deugdzame Tobias,
Heilige Rafaël, wiens naam betekent ‘God geneest’.
Heilige Rafaël, bron van wijsheid
Heilige Rafaël, vurige bestrijder van het kwade
Heilige Rafaël, engel van de Goddelijke liefde
Heilige Rafaël, engel van de smart en genezing
Heilige Rafaël, patroon van de artsen, de zwervers en de reizigers
Heilige Rafaël, brenger van oplossingen voor problemen
Heilige Rafaël, bedwinger van de boze vijand
Heilige Rafaël, vol medelijden voor allen die lijden
Heilige Rafaël, die onze gebeden liefdevol aanhoort
Heilige Rafaël, steeds bereid ons te helpen
Heilige Rafaël, bekom genezing voor ons lichaam en onze ziel

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U over ons !

Christus, hoor ons, Christus, verhoor ons,

Bid voor ons, glorierijke aartsengel Rafaël, nu en in het uur van onze dood.

Laat ons bidden,

Almachtige en eeuwige God, die de Heilige Michaël hebt aangesteld als Bewaker van de Heilige Kerk en Opperhoofd van het Paradijs. Verleen genadig door zijn voorspraak: aan de Heilige Kerk voorspoed en vrede, aan ons Uw genade in dit leven en de glorie in de eeuwigheid.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

.

.

kort gebed tot de Heilige Rafaël

.

Heilige Aartsengel Rafaël

Hemelse geneesheer en allertrouwste leidsman, Heilige Rafaël, die de oude Tobias het gezicht hebt terug gegeven en de jonge Tobias op al de wegen van zijn reis geleid en in gezondheid bewaard hebt, wees de geneesheer van mijn ziel en lichaam, verdrijf de schaduwen van mijn onwetendheid en sta mij voortdurend bij in alle gevaren van de pelgrimstocht van deze wereld, totdat gij mij gebracht hebt tot het Hemels vaderland, waar ik met U gelukkig in eeuwigheid het Goddelijke aanschijn moge aanschouwen, Amen.

.

.

 
.
.
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Adam en Eva en het verloren paradijs.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

adam-and-eve1

Adam en Eva : de zondige, afvallige mens

 

 

Wanneer we de namen Adam en Eva horen, dan denken we dan aan het verloren paradijs, ongehoorzaamheid, zonde en het kwaad dat in de wereld kwam? Maar wanneer we het boek Genesis goed lezen, zien wij ook een andere kant van het eerste mensenpaar. Want zij hebben God niet vaarwel gezegd.

Na hun overtreding mochten ze niet meer in de tuin van Eden wonen. Het klinkt misschien vreemd, maar het was een straf uit liefde. God wilde niet dat ze na de overtreding nog van ‘de boom des levens’ zouden eten, waardoor ze eeuwig zouden voortleven in hun moeiten. Hij liet hen echter niet aan hun lot over. Als een liefdevolle Vader leerde Hij hen te leven buiten de beschermde tuin.

God zorgde voor de eerste levensbehoeften, zoals kleding. Maar eerst werd de verleider aangepakt. “God, de Heer, zei tegen de slang:

‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan. Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare, zij verbrijzelen je kop, jij bijt hen in de hiel’ ” (Genesis 3:14-15).

 

Zo beloofde God Adam en Eva, nog voordat Hij over hen een oordeel uitsprak, dat eens de gevolgen van hun zonde uitgewist zouden worden. Pas daarna hoorden Adam en Eva wat het gevolg van hun overtreding was voor henzelf.

“Tegen de vrouw zei Hij:  ‘Je zwangerschap maak ik tot een zware last. Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen.’ Tegen de mens zei Hij: ‘Je hebt geluisterd naar je vrouw, gegeten van de boom die ik je had verboden. Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan, zweten zul je voor je brood totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen: stof ben je, tot stof keer je terug’” (Genesis 3:16-19).

 

In vers 20 komen we voor het eerst de naam Eva tegen. Adam had zijn vrouw mannin genoemd, gewoon de vrouwelijke vorm van mens of man. Nu gaf hij haar dus de naam ‘Eva’, wat leven betekent. Hiermee liet hij zien dat hij God geloofde: uit zijn vrouw zou nieuw leven geboren worden. Het leven was voor Adam en Eva nu totaal anders geworden, ze zullen vaak met weemoed hebben gedacht aan het leven in de tuin. Maar de liefde voor God hadden zij niet verloren.

Bij de geboorte van hun eerste kind zei Eva: “Met de hulp van de Heer heb ik het leven geschonken aan een man” (4:1). Zij dankte God dus voor het nieuwe leven dat zij ontving. Zij noemden hun eerste zoon Kaïn (bezit), de tweede Abel (adem). Naast hen kregen zij nog andere zonen en dochters. Ze leerden hen alles over God. Het leek alsof Kaïn en Abel de Heer liefhadden.

De Bijbel vertelt dat zij Hem een offer brachten. God zag de gezindheid van Abel en zijn offer; hij was rechtvaardig in Gods ogen, en Hij zegende hem. God zag de gezindheid van Kaïn en zijn offer; hij was vervuld van jaloezie en hebzucht, en God zegende hem niet.

De oudste zoon, waar ze zo blij mee waren, en waar ze God voor gedankt hadden, liet toen zien hoe erg de zonde is. Zijn jaloezie werd haat en hij doodde zijn broer. De dood was toen voor Adam en Eva werkelijkheid geworden. Het gevolg van de zonde drong steeds meer tot hen door. Zij zagen wat het betekent: ‘stof ben je, tot stof keer je terug’.

Vol verdriet zagen zij het lichaam van Abel. Kaïn was door God weggestuurd. Zo verloren zij twee zonen op één dag. Maar Adam en Eva kregen meer kinderen. Ze bleven hen de weg van God leren. Vol vreugde zagen zij dat één van hen in gezindheid op Abel leek. Ook hij gehoorzaamde God. Ze noemden hem Set (vervanging), “want”, zei Eva, “God heeft mij in de plaats van Abel, die door Kaïn is gedood, een ander kind gegeven” (Genesis 4:25). Zij zei niet in de plaats van Kaïn, nee in de plaats van Abel.

In die tijd werden de mensen erg oud. Van Adam lezen we: “In totaal leefde Adam 930 jaar”. Het eerste mensenpaar bracht vele kinderen groot. Zij zagen twee soorten mensen ontstaan: nakomelingen van Set, die voor hen een vreugde waren en nakomelingen van Kaïn, die goddeloos en gewelddadig waren.

Voor Adam en Eva moet dat laatste een groot verdriet zijn geweest, wetende dat zij verantwoordelijk waren voor het kwaad dat in de wereld was gekomen. Het was een troost dat nakomelingen van Set waren als Abel. Over Abel wordt dan ook lovend gesproken als over een rechtvaardige:

“… en door zijn geloof klinkt zijn stem nog steeds, ook al is hij gestorven.” (Hebreeën 11:4)

 

en in vers 39:

“Al deze mensen, die van oudsher om hun geloof geprezen worden, hebben de belofte niet in vervulling zien gaan” (Hebreeën 11:39).

 

Deze belofte, waar ook Adam en Eva naar uitkeken, is vervuld in het ware nageslacht van de vrouw: Jezus Christus.

 

 

Jezus en Maria, de perfecte Adam en Eva

Jezus en Maria, de perfecte Adam en Eva

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria