Tagarchief: Kerk

De gaven van de Heilige Geest: deel 2

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

.

Wat zijn de gaven van de Geest?

.

 

.

7d8f3ebc306877b9a8188b6d841afc7egeest

 

De gaven van de Geest zijn bijzondere vermogens die door de Heilige Geest aan christenen zijn gegeven met het doel om het lichaam van Christus op te bouwen. De lijst van geestelijke gaven in 1 Korintiërs 12:8-10 bevat: wijsheid, kennis, geloof, genezen, wonderen verrichten, profeteren, geestelijk onderscheidingsvermogen, klanktaal en het uitleggen van klanktaal. Soortgelijke lijsten vinden we in Efeziërs 4:7-13 en Romeinen 12:3-8.

De gaven van de Geest zijn eenvoudig de manier waarop God gelovigen in staat stelt om de dingen te doen waartoe Hij ons heeft geroepen. 2 Petrus 1:3 zegt: “Zijn goddelijke macht heeft ons alles geschonken wat nodig is voor een vroom leven, door de kennis van hem die ons geroepen heeft door zijn majesteit en wonderbaarlijke kracht”. De gaven van de Heilige Geest zijn een onderdeel van “alles wat nodig is” om Zijn doelen voor onze levens te vervullen.

 

.

Welke gaven heeft de Geest?

.

Men is het niet altijd eens over de exacte aard van elk van de gaven van de Geest, maar hier volgt een lijst van de geestelijke gaven en hun primaire definities.

  • De gave van wijsheid lijkt te bestaan uit het vermogen om beslissingen te nemen en anderen te leiden in overeenstemming met Gods wil.
  • De gave van kennis is het vermogen om een diep begrip te hebben van een geestelijk onderwerp of geestelijke situatie.
  • De gave van geloof is het vermogen om op God te vertrouwen en anderen aan te moedigen om ongeacht de omstandigheden op God te vertrouwen.
  • De gave van genezen is het wonderbaarlijke vermogen om Gods genezende kracht aan te wenden om iemand die ziek, gewond of mistroostig is te herstellen.
  • De gave van het verrichten van wonderen is het vermogen om tekenen en wonderen uit te voeren die Gods Woord en het Evangelie bekrachtigen.
  • De gave van profeteren is het vermogen om een boodschap van God te verkondigen.
  • De gave om te onderscheiden wat al dan niet van de Geest afkomstig is, is het vermogen om te kunnen vaststellen of een boodschap, mens of gebeurtenis al dan niet werkelijk van God afkomstig is.
  • De gave van klanktaal is het vermogen om in vreemde talen te spreken die je zelf niet eens beheerst, met als doel om met iemand te kunnen communiceren die zo’n vreemde taal spreekt.
  • De gave van het uitleggen van klanktaal is het vermogen om de klanktaal te vertalen en aan anderen in je eigen taal te kunnen communiceren.
  • De gave van beheer en bestuur is het vermogen om dingen op een georganiseerde manier en in overeenstemming met Gods principes te laten verlopen.
  • De gave van hulpverlening is een onophoudelijk verlangen om anderen te helpen en te doen wat er ook maar nodig is om een taak te voltooien.

 

 

De Heilige Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

.

Welke gaven heb ik?

.

De Heilige Geest verdeelt de gaven van de Geest zoals Hij wil (1 Korintiërs 12:7-11). God wil nooit dat we onwetend zijn over de manier waarop Hij graag wil dat wij Hem dienen. Maar we leggen soms een te grote nadruk op onze eigen geestelijke gaven. Het gevolg is dat we God dan alleen op dat gebied zullen dienen. Maar dat is niet hoe het zou moeten werken.

God roept ons op om Hem gehoorzaam te dienen. Hij zal ons uitrusten met de gaven van de Geest die wij nodig hebben om de taken uit te voeren waartoe Hij ons heeft geroepen. God roept sommigen op om anderen te onderwijzen en geeft hen daarom de gave van het onderwijzen, maar dat mag voor hem of haar geen excuus zijn om God niet ook op andere manieren te dienen. Is het nuttig om te weten welke geestelijke gave(n) God jou heeft gegeven? Natuurlijk is dat nuttig. Is het verkeerd om ons zo sterk op onze geestelijke gaven te concentreren dat we andere gelegenheden om God te dienen aan ons voorbij laten gaan? Ja!

Er bestaat geen magische formule en ook geen test om te bepalen welke gaven van de Geest jij bezit. We moeten ons concentreren op het dienen van God. Zie jij dat er in jouw gemeente een behoefte bestaat? Doe wat in jouw vermogens ligt om in die behoefte te voorzien. Is er een functie in een bediening die maar niet gevuld kan worden? Bid en vraag God of het Zijn wens is dat jij deze functie inneemt. Als we op zoek gaan naar Gods leidende hand en gehoorzaam zijn aan Zijn leiding, dan zal Hij ons uitrusten met alle gaven van de Geest die we hiervoor nodig hebben.

Er zijn toetsen die je kunt doen om te bepalen welke geestelijke gaven je hebt. Deze kunnen tot op zekere hoogte waardevol zijn om vast te stellen op welke gebieden God jou in het bijzonder heeft begiftigd. Maar je moet altijd meer nadruk leggen op Gods Woord en het onderwerpen van je eigen wil aan Zijn leiding dan op de uitslag van een dergelijke toets.

 

.

 Waar worden deze gaven voor gebruikt?

.

De Apostel Paulus gaf aan dat alle gaven van de Geest even deugdelijk zijn, maar dat zij niet alle even waardevol zijn. Hun waarde wordt vastgesteld aan de hand van hun waarde voor de kerk. Toen Paulus over dit onderwerp schreef, gebruikte hij de analogie van het menselijk lichaam. Alle delen van het lichaam hebben een functie, zo zei Paulus, maar sommige delen zijn belangrijker dan andere (1 Korintiërs 12:12-26).

De dienst van iedere Christen moet in verhouding staan tot de gaven die hij of zij heeft ontvangen (1 Korintiërs 12-14). Alle gelovigen moeten dan samen dienen, als delen van het lichaam van Christus, zodat het lichaam als geheel volledig kan functioneren. Daarom heeft een kerk voorgangers, onderwijzers, assistenten, dienaren, beheerders, mensen met een sterk geloof, enzovoorts nodig om te kunnen functioneren.

Alle gaven van de Geest moeten met elkaar samenwerken, zodat het volledige potentieel van de gemeente bereikt wordt. Omdat de gaven van de Geest gaven zijn die door Gods genade worden uitgereikt, moet het gebruik ervan beheerst worden door de liefde, de grootste van alle gaven van de Geest (1 Korintiërs 13).

 

 

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 

 John Astria

John Astria

Is de toewijding aan Maria occult?

Standaard

categorie : religie

.

.

De opmerking van iemand, dat Mariaverering occult zou zijn, is één van de meest onbeschaamde beledigingen aan God, die een ziel ook maar zou kunnen bedenken

.

.

6706467verering

.

.

Wanneer Mariaverering occult (dit wil zeggen: duister) zou zijn, zou elke verering van God eveneens occult zijn, want er bestaat een mystieke eenheid tussen de Harten van Jezus en Maria en een mystieke bruiloft tussen Maria en de Heilige Geest. Verder bieden alle onderrichtingen van de Meesteres van alle zielen een groot aantal bewijzen voor het feit dat de hoogste graad van Mariaverering niet alleen absoluut volkomen gerechtvaardigd is, doch zelfs deel uitmaakt van de Goddelijke Wet die aan Zijn hele Heilsplan voor de zielen richting geeft.

Ik moet er in elk geval nog met klem op wijzen dat het begrip voor de volheid van de Mariaverering begint met een oprechte Liefde voor Maria.

Bij alle zielen die de hoogste graad van de Mariaverering zoals deze door de Meesteres van alle zielen nu wordt verkondigd, als ketterij afwijzen of die ‘niet van de waarheid ervan overtuigd zijn’, is er steeds sprake van een gebrek aan Ware Liefde voor Maria. Deze zielen begrijpen daarenboven helemaal niet hoezeer zij Jezus daardoor kwetsen.

Sommige zielen bedienen zich van de stelling dat men met ‘private openbaringen’ zeer voorzichtig moet zijn en maar liever bij de Bijbel kan blijven. De tragedie van deze zielen bestaat echter hieruit, dat zij er zich niet van bewust zijn hoe zeer zij hierdoor de Liefde van God verloochenen.

God vervolledigt Zijn Kerk met steeds nieuwe inzichten. De mystiek is niet dood, zij is het geschenk van het Ware Leven voor de Kerk. Zielen die dit geschenk van God verketteren, of die andere zielen ervan weerhouden erin te geloven, maken zich bovendien schuldig aan een oordeel. Zij schilderen zonder meer het werktuig van de verkondiging van Maria’s verhevenheid af als een leugenaar.

Aannemen dat de Mariaverering occult zou zijn, komt neer op godslastering. Daarenboven brengt deze opmerking een ongehoorzaamheid tegenover de Kerk tot uitdrukking, want de Kerk heeft in de Mariale Dogma’s de verhevenheid van Maria als geloofspunt vastgelegd.

Elke ziel die weigert, aan Maria de Haar toekomende verering te brengen ontkent de weergaloze heiligheid van de Onbevlekte Ontvangenis, de Belichaming van de volmaakte zondeloosheid en de Spiegel van vele Goddelijke eigenschappen zoals deze in de Meesteres van alle zielen verzameld zijn.

Dergelijke verketteringen van het ware Wezen van Maria en van de Mariaverering dragen de handtekening van de satan. Biedt U hen aan de gekruisigde Jezus aan, want zij brengen steeds meer duisternis, steeds meer schuld, steeds meer ellende over de mensheid.

Houdt U zich met zekerheid vast aan de kennis en de inzichten die U worden aangeboden want deze zijn gebaseerd op Gods Waarheid die in deze in deze Laatste Tijden worden verkondigd.

.

.

Gebed : Het Weesgegroet

.

Wees gegroet, Maria, vol van genade.
De Heer is met U.
Gij zijt de gezegende onder de vrouwen,
En gezegend is Jezus, de Vrucht van Uw schoot.
Heilige Maria, Moeder van God,
Bid voor ons, zondaars,
Nu en in het uur van onze dood.
Amen.

.

Door het Weesgegroet te bidden “aanbidt” men niet Maria wat duidelijk is uit de woorden van de tekst. Men vraagt haar dat zij, door haar uitzonderlijke status als de Moeder Gods, bidt voor onze zonden. Het is een onverdiend genadeverzoek dat Maria aan haar Zoon Jezus en God voorlegt. De bedoeling is om zo veel mogelijk zielen te redden uit de klauwen van Satan. Wie dat gebed als demonisch bestempelt staat zelf onder invloed van een demon.

.

.

Waarom Maria weent

.

Pasteltekening van John Astria

.

.

De wensen van Maria bij verschijningen

.

Maria verlangt om elke dag en voortdurend te bidden tot haar Zoon Jezus Christus. Daardoor erkent ze dat Christus de Messias is, Hij die de losprijs voor de zonden op het kruis betaalt heeft met zijn bloed.

Maria vraagt om elke dag de rozenkrans te bieden als bescherming tegen satan, de tegenstrever. Het is een belangrijk gebed dat de duivel doet wijken. In de rozenkrans bidt men tot Maria opdat zij onze zonden zou voorleggen aan de genadevolle Christus, men erkent alle geheimen en men bidt het Onze Vader. Met de woorden ” glorie aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, zoals het was in het begin, nu en tot in de eeuwigheid” bevestigt men weer de nadruk op de Drievuldigheid en niet op Maria zelf.

Maria vraagt soms een kapel te bouwen opdat God dat wenst. De hemel wenst, door middel van de Maria devotie, dat geen enkele ziel in de handen komt van satan, de duivel. Iedereen moet beseffen dat elke beloning of straf eeuwig zal zijn en onherroepelijk.

Uit genade en medelijden met de mensheid, gebiedt Maria te drinken van sommige waterbronnen om het aardse leed te verzachten. Er kunnen wonderen gebeuren die refereren naar een volkomen leven na de terugkomst van Jezus op de laatste dag.

.

.

Hoe een valse verschijning of valse profeet ontmaskeren?

.

Roep onmiddellijk bij twijfel de naam van Jezus Christus uit zoals pater Pio deed bij zijn confrontatie met de duivel. Satan is sluw, sterk en machtig maar is begrensd in zijn mogelijkheden. Indien het een zinsbegoocheling is door een demonische entiteit, dan zal hij bij de aanroeping van Jezus’ naam onmiddellijk vluchten.

Een valse profeet kan wonderen in zijn eigen naam onder invloed van de duivel en zijn demonen. Niemand kan genezen zonder de toestemming van God of Jezus Christus. Satan probeert door list en misleiding velen naar de afgrond van de hel te brengen. Er zijn sommige uitverkorenen die de macht om mensen te genezen uit de handen van God gekregen hebben. Men herkent ze aan hun woorden.

Valse profeten kunnen voorspellingen doen op basis van foute entiteiten die zich voortdoen als lichtwerkers van God. Mensen met de gave om in de toekomst te zien, hebben die gekregen van God of Jezus Christus zelf. Meestal moeten zij waarschuwingen mede delen aangaande de zware gevolgen van de mensheid die op weg is naar de eeuwige verdoemenis. God gebruikt ware profeten om personen en de mensheid te vrijwaren van de hel.

.

.

Voorbeelden van valse profeten en genezers

.

Jomanda is een Nederlandse die beweert een genezend medium te zijn. Zij experimenteert met entiteiten uit de onzichtbare wereld en is ervan overtuigd dat ze mensen via deze entiteiten kan genezen. De zieneres maakt spiritueel contact met een geest en vraagt om tussenkomst bij een lichamelijk probleem. Dat klinkt veelbelovend maar is demonisch.

Geen enkel bovennatuurlijk, hemels wezen geneest een mens zonder dat God daar de toelating voor geeft. Aangezien zij God niet om hup vraagt, doet ze beroep op andere entiteiten die onder invloed staan van de duivel, die zich voor doen als werkers van het licht.

Een sjamaan, vrouwelijk sjamanka, is een soort priester(es) en ziener(es) die in zijn of haar gemeenschap de communicatie met de geestenwereld verzekert en magie aanwendt om zieken te genezen, voorspellingen te doen en gebeurtenissen onder controle te brengen. Ook hier wordt er beroep gedaan op valse lichtentiteiten.

Kaartleggers gebruiken orakel kaarten om zowel verleden, heden als toekomst te duiden. Door de kaarten te schudden en ze op een bepaalde manier open te leggen bekom je een patroon die je kan lezen. In dit patroon heeft elke plaats zijn eigen specifieke, unieke betekenis en heeft elke kaart zijn eigen afbeelding die staat voor een bepaalde situatie.

Op deze manier kan de kaartlegger uit dit patroon allerlei situaties ontleden. Hierbij kan hij zaken zien die gebeurd zijn in het verleden, zaken die op dit moment gaande zijn en kan hij een duiding geven wat er toekomstgericht staat te gebeuren.

De kaartlegger maakt spiritueel contact met een geest die de toekomst van een individu voorspelt. Dit is de speeltuin van de zwarte magie. Demonische entiteiten hebben hier de kans om een individu helemaal van God te isoleren. Eerst laten ze een deel van een voorspelling uitkomen waardoor ze aanspraak maken op de ziel van die persoon. Later wordt de verleiding alsmaar groter om beroep te doen op kaartlezers. Dan zal de duivel, de vader van de leugen, al het mogelijke doen om de persoon voor eeuwig in zijn macht te houden.

God beveelt zijn engelen niet om via kaarten de toekomst te voorspellen. Die het tegendeel beweert beledigt God in de hoogste graad.

.

.

Maria Domina Animarum

Maria Domina Animarum

Pasteltekening van John Astria

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 John Astria

John Astria

De leer gevestigd op de boom des levens

Standaard

categorie : religie

.

.

Naar de levensboom

Pasteltekening van John Astria

.

.

Vervangingsleer of door Jezus geënt op de boom des levens

.

De filosoof Jean-Jacques Rousseau zei ooit dat er voor alles een vervanging is. Dat is niet juist, want niet voor alles is er een gelijkwaardige vervanging. Zo is er bijvoorbeeld voor het leven geen enkele vervanging. Daarom is vervanging veelal een surrogaat en kan het niet het echte vervangen.

.

.

Zo kan ook het volk dat door God uitgekozen is, niet worden vervangen door andere volken. De HERE Zelf verklaart:

.

“Want u bent een volk dat aan de HERE, uw God, is
gewijd. U bent door Hem uitgekozen om, anders dan
alle andere volken op aarde, zijn kostbaar bezit te zijn.”
Deuteronomium 7:6

.

Izaäk is de vader van Jakob, die later van de HERE de naam Israël (strijder van God) kreeg. Zo wordt het verbond dat God in Genesis 15:18 met Abraham gesloten heeft, overgedragen aan Jakob / Israël. Dit verbond is een onverbrekelijk en eeuwig verbond, want

.

“Net zo min als Ik van plan ben de natuurwetten te
veranderen, zal Ik ook mijn volk Israël niet verstoten!”

Jeremia 31:36-37

.

Met andere woorden, Gods verbond met Israël blijft geldig en is eeuwigdurend, ook als Israël faalt in Gods bedoeling. Dat bekrachtigt de apostel Paulus:

.

“De Israëlieten zijn door God aangenomen als Zijn zonen.
Zij hebben gezien hoe groot en machtig Hij is. Zij weten
welk verbond Hij met hen heeft gesloten. God heeft hun
verteld hoe zij moeten leven en Hem kunnen dienen. Zij
weten welke beloften Hij aan hun voorouders heeft gedaan.
En het grootste van al: Christus is, naar de mens gesproken,
uit hen voortgekomen. Christus, Die boven alles staat.
Alle lof en eer is daarom voor God, voor altijd! Amen.”

Romeinen 9:4-5

.

.

Vervangingsleer

.

Maar de vervangingstheologie die zich in de 2000 jaar van de kerkgeschiedenis door het christendom heeft verspreidt, is het hier uitermate mee oneens. Deze vervangingsleer gaat terug op niet-Joodse kerkvaders, die een uit Rome stammende theologie vertegenwoordig(d)en. Deze theologie stelt dat het verbond niet meer geld, noch langer ter zake doet in Gods heilplan.

.

In het jaar 70 werd Jeruzalem door de Romeinen verwoest. In de kerk werd de val van de stad en tempel (terecht) beschouwd als vervulling van de woorden van Jezus, waarin hij de ondergang van de stad had voorzegd. Daarnaast zocht men naar een verklaring voor deze val en al gauw werd het als teken van straf voor het volk van Israël gezien.

.

Voor wat werd het gestraft? Voor haar aandeel in de kruisiging van Jezus? Israël had tenslotte haar Messias verworpen. En daaruit volgend waren de beloften “logischerwijze” niet langer meer voor het Joodse volk, en “moesten de beloften wel overgegaan zijn op de heidenen”.

Dat dit geenszins het geval is, maar veeleer een aanvulling op Gods heilsplan.

Maar de volgende (en blijkens fatale) stap was de conclusie die daaruit getrokken werd: als Israël Jezus als Messias verworpen had, dan moest God op zijn beurt nu Israël “wel definitief verworpen hebben”. Maar Israël was toch het volk van het verbond? Zeker! Wat had God dan met het verbond gedaan als het eeuwigdurend zou zijn? Het zou als nieuw verbond op de kerk ‘uit de volken’ “moeten” zijn overgegaan. De kerk was ‘het nieuwe geestelijke Israël’ geworden.

.

De kerk had, volgens haar leer, dus de plaats van Israël als verbondsvolk ingenomen. Dat dit, volgens Gods heilsplan, overduidelijk niet het geval is, deed (en nog steeds doet) schijnbaar aan de beleving niets af. In plaats van dankbaar te zijn voor het plan dat God met ons heidenen voor had, claimde de kerk het alleen- en erfrecht van dit plan op.

Zo is de onzalige onheils brengende vervangingstheologie ontstaan. Onder meer om die reden wordt Israël vandaag ook door vele kerkelijke stromingen politiek bestreden en geboycot. Want de Joodse staat wordt niet erkend, mag niet bestaan, omdat met de wederopstanding van het oude Israël de vervangingstheologie zijn bestaansrecht verliest. Immers, het voor eeuwig verworpen Joodse volk kan toch nooit meer naar Sion terugkeren!? Laat staan op instigatie van de HERE zelf!

Pas na de Tweede Wereldoorlog, toen Israël weer een soevereine staat werd, ging men binnen de kerken, langzaamaan, anders denken over het Joodse volk. Overigens maakten lang niet alle kerken zich schuldig aan deze gedachtegang. Met name binnen de meer ‘evangelisch’ gerichte kringen werd al reeds ruim vóór de stichting van de staat Israël anders gedacht over deze zaken. Een bekend voorbeeld hiervan, in Nederland, is de evangelist Johannes de Heer. Maar ook anderen hingen, op basis van hun interpretatie van de Bijbel deze gedachte aan.

.

Niet de Holocaust was de oorzaak voor de wedergeboorte van Israël als staat, zoals telkens opnieuw wordt beweerd, maar het onverbrekelijke verbond dat God onder ede met zijn volk Israël heeft gesloten. Exact zoals de Here zijn volk beloofd heeft in Zijn woord:

.

Zo zegt de HERE HERE: Zie, Ik zal mijn hand opheffen
tot de volken en mijn banier omhoog heffen voor de natiën;
in hun armen zullen zij uw zonen brengen, en uw dochters
zullen op de schouder gedragen worden.

Jesaja 49: 22

dan zal de HERE, uw God, u uit uw gevangenschap redden.
Hij zal u genade schenken, naar u toekomen en u bijeen-
brengen uit alle volken waaronder Hij u heeft verspreid.
Ook al zou u zich in de verste uithoeken van het heelal
bevinden, Hij zal u vinden en terugbrengen naar het land
van uw voorouders!

Deuteronomium 30:3-4

Ikzelf zal het overblijfsel van mijn kudde bijeenhalen uit al de
landen waarheen Ik het heb gestuurd en het laten terugkeren
naar zijn weiden, waar het vruchtbaar zal zijn en uitgroeien.

Jeremia 23:3

Zo waar de HERE leeft, Die de Israëlieten naar hun eigen
land terugbracht vanuit alle landen waarheen Hij
hen had verbannen.
Jeremia 23:8

.

Nazatenschap Abraham

.

Door geloof kan iedereen een geestelijk nazaat van Abraham worden, maar dat sluit het fysieke zoonschap van het Joodse volk niet uit. Israël, dat wil zeggen de nakomelingen van Abraham, Izaäk en Jakob hadden, hebben en zullen een belangrijke plaats innemen in het historische plan van God. Waarom? Omdat de HERE zelf Zijn naam aan het volk van Israël verbonden heeft.

Het is zodoende niet zo dat elke Israëliet behouden is of behouden zal worden.

.

In tegenstelling tot alle andere volkeren heeft God het volk van Israël aangewezen en uitgekozen voor Zijn heilsplan.

Vanuit dit volk is de Messias, Jezus van Nazareth, op de wereld gekomen; in hun gebied, dat wil zeggen binnen de grenzen van het land Kanaän, vond de eerste komst van Jezus plaats en zal ook zijn tweede komst plaatsvinden.

.

Gods plan met Israël

.

Gods plan met Israël is altijd afhankelijk geweest van Zijn initiatief en verkiezing en van Israëls respons als een rechtvaardig volk (Deuteronomium 7). Als Israël een rechtvaardige relatie heeft met God, belooft Hij dat Hij het overvloedig zal zegenen (Leviticus 26:1-13; Deuteronomium 28:15-68). Maar als het volk opstandig is, belooft God het tucht (dit is niet hetzelfde als afwijzing) (Leviticus 26:1-13; Deuteronomium 28:1-14).

.

De uiterste tuchtmaatregel was het verstrooien van het volk over verschillende volken, met de belofte dat het volk eenmaal weer samengebracht zal worden, zodat God uiteindelijk tot zijn doel komt. Deuteronomium 30.

Door Ezechiël bevestigt God zijn doel met Israël. Alleen al in hoofdstuk 36, waarin verwezen wordt naar het herstel van Israël, wordt God veertien keer beschreven als de “HERE HERE”, die twee en twintig maal “zegt” dat Hij het zal doen. De God van Israël geeft duidelijk aan hoe Hij zal handelen:

.

.

Hij zal de volken veroordelen, omdat
ze Israël slecht behandeld hebben.

Ezechiël 36:3-7

Hij zal het volk Israël terugbrengen naar het beloofde
land, dat weer zal bloeien en opgebouwd worden.
Het zal in veiligheid wonen.
Ezechiël 36:8-15

Hij zal Israël veroordelen, omdat het bloed vergoten
heeft in het land, de voorkeur heeft gegeven aan
afgoden en Gods naam ontheiligd heeft onder de volken.
Ezechiël 36:16-21

Hij zal Israël rechtvaardigen om Zijn
heilige naam, niet om Israël.
(Ez.36:22)

Door de rechtvaardigheid van Israël zal God
aan de volken laten zien dat Hij de Heer is.
Ezechiël 36:23-28

.


Conclusie

.

Heel Gods handelen met Israël is mysterieus en met een duidelijke bedoeling geweest, evenals Zijn plan met de kerk. Tot net na het begin van onze jaartelling was niemand van dit plan op de hoogte, zo zegt Paulus in Efeziërs 3:5-6:

.

Vroeger is dat altijd voor de mensen verborgen gebleven,
maar nu heeft God het door de Heilige Geest aan Zijn
apostelen en profeten bekendgemaakt. Het komt hierop
neer: Door het goede nieuws te geloven, worden niet-Joden
gelijk aan de Joden. Zij delen mee in de rijke erfenis.
Zij horen bij hetzelfde lichaam, de Gemeente; en voor hen
geldt dezelfde belofte in Christus Jezus.

.

.

Als de leiders van Israël Jezus niet verworpen hadden, als Jezus niet was gestorven, zou er geen verzoening zijn, en, hypothetisch gezien, geen verlossing, noch voor de Jood noch voor de niet-Jood. Zowel de blindheid van Israël als de corruptie van Pilatus waren nodig om Gods verlossing van de mensheid teweeg te brengen.

Is het verbazingwekkend dat God het herstel van de staat Israël bevolen heeft, of dat er tegenwoordig zo veel groepen “Messiaanse Joden” zijn, of Joden die in Jezus geloven?

.

Zowel de staat Israël als de opkomst van Joodse gemeenten laten gelovigen duidelijk zien dat Gods plannen uitkomen, en dat spannende, maar moeilijke tijden in het verschiet liggen voor de kerk en Israël. We moeten zeker ons hoofd gaan opheffen voor de Verlossing die naderbij komt!

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

  

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Zeven grootse waarheden over Jezus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Openbaring hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring aan Johannes

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 Openbaring 1:4-8

 

Johannes aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: Genade zij u en vrede, van Hem Die is en Die was en Die komt, en van de zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn, en van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden en de Vorst van de koningen der aarde, Hem Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed, en Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God en Zijn Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid, amen. Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen. ‘Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige’.

 

 

Titels


Jezus Christus, de Tweede Persoon van de Drie-eenheid, wordt met een aantal titels genoemd, waar we een voor een naar kunnen kijken (Openbaring 1:5).

“Getrouwe Getuige” verwijst naar de absolute betrouwbaarheid van onze Heer met betrekking tot de beloften die Hij heeft gedaan.

“De Eerstgeborene uit de doden” verwijst naar Hem als de Eerste mens die de dood overwonnen heeft en voorgoed opstond uit het graf. Anderen, die eerder door Hem uit de doden waren opgewekt, stierven later weer. Nu Jezus permanent de dood overwonnen heeft, hoeven we nooit meer bang te zijn voor ziekte of dood.

Jezus wordt ook wel aangeduid als ‘de Vorst van de koningen der aarde’. Onze Heer is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Hij heerst ook in de harten van aardse machthebbers. “Het hart van een koning is in de hand van de Here als waterbeken, Hij neigt het tot alles wat Hem behaagt” (Spreuken 21:1).

Onze Heer wordt verder aangeduid als die Ene “Die ons eeuwig liefheeft en Die ons voor eens en voor altijd verlost en bevrijd heeft van onze zonden door Zijn Eigen bloed” (vers 5 ). Zijn liefde voor ons is eeuwig. En Hij vergoot Zijn bloed niet alleen om ons onze zonden te vergeven, maar ook om ons voor eens en voor altijd te bevrijden van onze zonden. De eerste belofte in het Nieuwe Testament is dat Jezus ‘Zijn volk zalig zal maken van hun zonden’ (Mattheus 1:21). Bevrijd te worden van de macht van de zonde is het grote thema van het hele Nieuwe Testament. Geen zonde kan nu de heerschappij over ons hebben, als wij leven onder de genade (Romeinen 6:14).

 

 

Allemaal priesters

 

Ons wordt verder verteld dat de Here Jezus ons heeft gevormd tot “koningen en priesters voor God en Zijn Vader” (vers 6). Het koninkrijk van God is het domein waarin God absolute autoriteit uitoefent. De kerk is een afspiegeling van het koninkrijk van God op aarde – dat wil zeggen, een groep mensen die een koninkrijk zijn geworden, omdat ze zich op elk gebied van hun leven aan het gezag van God onderworpen hebben.

De Heer heeft een ongedisciplineerde menigte omgezet in een ordelijke koninkrijk – een volk dat nu wordt geregeerd door God. We zijn ook gemaakt tot priesters. Elke gelovige – man of vrouw – is tot een priester voor de Heer gemaakt. In Gods ogen is er niet zoiets als een speciale klasse van mensen in de kerk, die priesters genoemd worden. Dat is een oudtestamentisch concept.

Wanneer er zoiets bestaat in een kerk van vandaag, dan leidt het mensen terug naar de tijden voor Christus! We zijn ALLEMAAL priesters.

Als priesters zijn wij geroepen om offers te brengen aan God. Bedenk hierbij dat in het Oude Testament de lichamen van dieren als offer werden aangeboden, en vandaag de dag bieden we ons eigen lichaam aan God als een levend offer aan (Romeinen12:1).

De uitdrukking Zijn God en Vader is vergelijkbaar met de uitdrukking die Jezus gebruikte na Zijn opstanding, Mijn Vader en uw Vader, Mijn God en uw God (Johannes 20:17). Zijn Vader is inmiddels ook onze Vader geworden. We kunnen nu onze veiligheid vinden in God als onze Vader, net zoals Jezus Zijn bescherming daarin vond. Amen, zegt Johannes (vers 6). En ook wij zeggen: het zal zo zijn. Hem alleen “zij de heerlijkheid en kracht in alle eeuwigheid”.

In vers 7, wordt de terugkeer van Christus naar de aarde voorspeld.

Het laatste dat deze wereld zag van onze Heer was toen Hij in schaamte aan het kruis van Golgotha hing. Maar een van deze dagen, zal de wereld Hem zien komen met de wolken in heerlijkheid. Elk oog zal Hem zien. Degenen (het volk Israël en wij) die Hem doorboord hebben zullen Hem ook zien. De stammen van de aarde zullen huilen wanneer Hij komt. Maar wij zullen ons verheugen. Nogmaals zegt Johannes: Amen. En wij zeggen ook: Het zal zo zijn!

 

 

De eindstrijd tussen God, (de Alfa en de Omega) en Satan

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Geen angst voor de toekomst

 

In vers 8 verwijst God naar Zichzelf als de Alfa en de Omega, de Almachtige en altijd bestaande God. Hij was er meteen aan het begin, toen er niets bestond. Hij zal er direct zijn aan het einde der tijden. Er is niets dat ooit kan gebeuren, ongeacht het moment of de plaats, dat God zal verrassen. Onze Vader weet niet alleen het einde vanaf het begin, omdat Hij de Almachtige God is, Hij beheerst alles ook. Daarom moeten we in geen enkel opzicht angst hebben voor de toekomst.

Aan het einde van het boek Openbaring, wordt God weer aangeduid als de Almachtige en de Alfa en de Omega (hoofdstuk 19:6; 22:13). We zouden kunnen zeggen dat het hele boek Openbaring dan ook is ingeklemd tussen deze twee uitspraken die verwijzen naar de alwetende, almachtige kracht van onze God en Vader. Dit is wat ons perfecte veiligheid geeft, als we hier lezen over de beproevingen die Gods volk zal overkomen, en de rampen die in de laatste dagen over de wereld om ons heen zullen komen.

In het hele Nieuwe Testament wordt God slechts 10 keer “de Almachtige” genoemd. Negen van deze 10 verwijzingen staan in Openbaring. De reden hiervoor is dat God wil dat wij weten dat Hij de Almachtige is en dat Hij alles onder controle heeft.

De enige andere verwijzing staat in 2 Corinthiërs 6:17 en 18, waar God Zijn volk roept om te worden gescheiden van alles wat onrein is. Dit toont aan dat God Zichzelf alleen als “de Almachtige” openbaart aan degenen die willen worden gescheiden van alles dat onrein is en in strijd met het Woord van God. Het boek Openbaring is vooral voor die mensen geschreven.

Enkele van de grootste waarheden die waarvan we het nodig hebben om in te worden vastgesteld in deze dagen, zijn die waarheden met betrekking tot onze Heer en onze relatie met Hem:

 

 

1)  De absolute betrouwbaarheid van de beloften van onze Heer;

2) Zijn triomf over de grootste vijand van de mens (de dood);

3) Zijn totale macht over alles in de hemel en de aarde;

4) Zijn eeuwige en onveranderlijke liefde voor ons;

5) Zijn ons te bevrijden uit de macht van de zonde;

6) Zijn Vader nu wordt onze Vader ook;

7) Zijn komst terug naar zijn koninkrijk op aarde te vestigen.

 

 

We moeten geworteld en gegrond zijn in deze waarheden als we standvastig en onbeweeglijk willen blijven staan in de tijden die gaan komen.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Eenentwintigste Miniatuur : tweede visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

.

.

.

.

Eenentwintigste Miniatuur: Tweede visioen van het Derde Boek

.

.

Scivias%20T%2021_Boek%20III,2

.

.

Deze miniatuur biedt ons het algemeen overzicht van de Stad Gods. Vóór de tweede Persoon van God, de Lichtende Gezetelde van wie al het licht uitgaat, strekt zich de plattegrond uit van een stad. De stad heeft een vestingwerk, is viervoudig ommuurd en verstevigd met torens.Trouw aan de tekst van Hildegard heeft de miniaturist gepoogd een overzicht te geven van zijn geheel en zijn onderdelen.

De figuur in het rood is Christus, de Lucidens Sedens of de lichtende gezetelde in het Oosten. Rechts van de Lucidens Sedens begint een muur die de meest lichtgevende van de vier is. Hij wordt dan ook in het zilver weergegeven. Deze muur, die de lucida pars genoemd wordt (het deel dat licht uitstraalt), loopt van het oosten naar het noorden.

Ongeveer in het midden ervan staat een brede toren met kantelen, die Hildegard de toren van het plan van het werk Gods ( de Turris praecursus voluntatis Dei ) noemt. Verderop verheft zich de kolom van het Woord Gods, een soort boom waarvan op iedere tak een menselijk hoofd is afgebeeld. Tussen deze twee torens zullen we straks een poort, die toegang geeft tot de stad zelf, zien open gaan.

Waar de lichtgevende muur in het noorden de driedelige muur welke naar het westen loopt raakt, zien we een hoogst merkwaardige kop omgeven door drie blauwwitte vleugels. Een zeer opvallend symbool van de Zelus Dei, de vurige ijver Gods, die met haar brandende ogen de duivel in het noorden bedreigt.

Op de plattegrond zien we, vanaf de Zelus Dei aan de noordzijde, in westelijke richting een schans opgeworpen van drie evenwijdige muren. Het gaat om muren die door de gelovige mensen opgetrokken worden. In de westhoek zien we een rode kolom uitgebeeld. Deze rode zuil is een zinnebeeldige weergave van de openbaring van het mysterie van de H. Drievuldigheid op het einde der tijden.

Immers toen de zon in het westen reeds onderging en de avond aanbrak, is dit grote geheim door het mensgeworden Woord geopenbaard. Tussen het westen en het zuiden zien we twee torens in aanbouw. De eerste is de toren van de Mensheid van het Woord en is bijna voltooid. Verderop in de zuidhoek wordt de grote toren van de Kerk van het Godsvolk opgetrokken door de gelovigen zelf, die langs ladders stenen naar boven brengen.

Zo vinden we in het zuiden, pal tegenover het noorden waar de duivel woont, de plaats waar de Kerk wordt opgetrokken. De torens worden in het zuiden gebouwd omdat daar de plaats gedacht werd van het oorspronkelijke aardse paradijs.

De laatste muur, nog in aanbouw,  is die van het zuiden terug naar het oosten, waar de Lichtende zetelt. Als deze voltooid is, zal de volledige openbaring van de wederkomst van de verrezen Heer plaats vinden. In de tien volgende visioenen en miniaturen wordt de symboliek van al die onderdelen van de Stad Gods verder uitgewerkt. We zien dat héél het bouwwerk gaat om een verdedigingswerk in de strijd tussen God en de duivel.

God wil de mensheid, door de duivel uit het paradijs geroofd en weggevoerd naar diens rijk der duisternis in het noorden, terugleiden naar het zuiden. Daar wil God samen met de mensen van goede wil het nieuwe paradijs, n.l. de Kerk, opbouwen. De gelovigen die vanuit het noorden naar het zuiden komen om de slottoren van de Kerk te bouwen, moeten evenwel verdedigd worden tegen de aanvallen van de vorst der duisternis, die in het noorden heerst.

.

De voorstelling van de miniatuur

.

God woont in het oosten, rechts van Hem in het noorden zetelt de duivel en links in het zuiden is het nieuwe paradijs gedacht. Het eerste wat God doet is een zware verdedigingsmuur bouwen in noordelijke richting om de eerste aanvallen van de duivel daaruit op te vangen.

Dan dreigt een dubbel groot gevaar vanuit de open westkant. Op dat ogenblik nodigt God de mens uit Hem te helpen en een driedubbele muur op te trekken van het noorden naar het westen.

In het westen komt de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid zelf als mens ons te hulp. Hij voltooit, samen met hen die hiertoe geroepen zijn, de muur van het westen naar het zuiden. Daartussen rijst de hoge toren van Zijn Mensheid op.

Zo komen we in het zuiden, waar door alle gelovigen steentje voor steentje de grote slottoren van de Kerk wordt opgetrokken. Daar kunnen de gelovigen van het Nieuwe Testament, grotendeels beschermd tegen de aanvallen uit het noorden, doorwerken.

Maar het einddoel, de afronding en voltooiing van het bouwwerk liggen in het oosten. Deze nieuwe muur van het zuiden naar dat eindpunt wordt even als de noordwest muur door de gelovigen zelf opgetrokken. Het Rijk Gods is tenslotte als een bouwwerk tot stand gekomen in een samenwerking van God met de vrije wil van de mens.

Deze hoofdgedachte van een samenspel tussen God en mens tegen duivel en zonde is eigenlijk de leidraad van heel het betoog van Hildegard over de wegen des Heren. Maar zij wil, in dit samengaan van God en mens tegen de duivel, graag de alles overtreffende grootheid van God naar voren brengen.Daarom zullen we bij de uitwerking van de vierkante plattegrond een grote afwijking ontdekken.

De eerste muur, die door God de almachtige Vader en de derde die door Gods Zoon in Zijn Mensheid worden opgetrokken, zijn beide twee maal zo lang als de tweede en vierde muur die de gelovigen mogen op metselen.

.

De dynamiek in de symboliek van het bouwwerk

.

Nog andere grondgedachten spelen mee in de symboliek van dit bouwwerk. De dynamiek van de uitvoering komt helemaal overeen met de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis.Eerst de openbaring aan Abraham en de profeten van oost naar noord. Dan de hiërarchie en de ascese van de joodse wet van noord naar west, welke uiteindelijk verwijzen naar de grote openbaring van Christus over het mysterie van de H. Drievuldigheid.

Het is de bekering tot het geloof in het geheim van Gods Zoon dat dan verder de drijfveer uitmaakt van de bouw van de Kerk in het zuiden. En het is het verlangen naar de wederkomst van de Heer, dat de gelovigen de wilskracht geeft om de laatste muur te voltooien van het zuiden naar het oosten.

Deze drijfveer naar de voltooiing is toch weer een werk van God en mens samen. God geeft hiertoe de genade en de mens ontleent er zijn kracht, zijn deugd aan. Dit laatste begrip van deugdbeoefening vormt één van de grondideeën van de hele verhandeling van Scivias, speciaal van het derde Boek.

.

Verband tussen de macro- en de micro-ecclesia

.

Door dit thema van de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis krijgen we te maken met een merkwaardig parallellisme tussen wat we zouden kunnen noemen de macro- en micro-ecclesia. De geschiedenis van de kerkopbouw, gezien vanuit het Oude Testament over het Nieuwe Testament naar de parousia (de wederkomst des Heren), herhaalt zich in het klein voor iedere mensenziel.

Dezelfde ontwikkeling, welke Hildegard ons schildert van de krachten Gods in de macro-ecclesia, kan elke gelovige ontdekken in zijn eigen geloofs- en deugdenleven. Het is omwille van deze les dat Hildegard zo uitvoerig ingaat op de deugdenleer. Zij ziet bij die opbouw van de grote Kerk, waarin God en mens samenwerken, zes groepen van deugden die de mens tot steeds grotere rijpheid helpen brengen.

.

De deugden in Scivias

.

In de volgende miniaturen 22 tot en met 31 trekt een stoet van gepersonifieerde deugden aan ons voorbij, die samen een moraliteit in beelden vormen.In de tekst van de visioenen worden we overstelpt met lange allegorische verklaringen van de kleding en de gebaren van deze personificaties. Hildegard zelf moet deze uitleg als onbevredigend ervaren hebben.

Na de voltooiing van Scivias heeft zij immers een echte moraliteit (toneelstuk) geschreven en muziek ervoor gecomponeerd. Deze draagt als titel ‘Ordo Virtutum’, wat men zou kunnen vertalen met ” De ontwikkeling van het deugdenleven”. Deze moraliteit liet Hildegard bij bijzondere gelegenheden door haar monialen op het plein voor haar kerk spelen, waarschijnlijk voor de toegestroomde pelgrims.

Bij de verdere uitleg van de miniaturen gaan we nog dieper in op deze deugdengroepen, waarbij men zal merken dat de beeldspraak erg gecompliceerd is. Daarmee hebben de miniaturisten zeker moeite gehad wat waarschijnlijk de reden is waarom de miniaturen van het derde boek, artistiek gesproken, niet de kwaliteit hebben van de voorafgaande.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

Misvattingen omtrent het christelijk geloof

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

Niet alleen mensen buiten de kerk hebben misvattingen over het christelijk geloof. Men ziet dat velen een beeld van het ‘christelijk geloof’ hebben niet geïnspireerd vanuit het Woord van God. Hier vijf misvattingen op een rij als onderdeel van het geloofsleven van een christen.

 

 

1. Gods liefde hangt af van je gedrag

 

We zijn gauw geneigd om te denken dat we Gods goedkeuring en liefde ontvangen als we de door onszelf opgezette regels navolgen. Maar de waarheid is dat Gods liefde niet afhangt van jouw gedrag. Hij houdt van ons ondanks ons gedrag.

‘Christus is voor ons gestorven toen wij nog zondaars waren’ (Romeinen 5:8).

Gods liefde is niet gebaseerd op wat je wel of niet doet. Zijn liefde is gebaseerd op Zijn Zoon en jouw beslissing om Hem te aanvaarden.

 

 

 

2. De kerk betekent wekelijks samenkomen in een kerkgebouw

 

Wanneer je woont en naar de kerk gaat, kan dit als iets vanzelfsprekends worden gezien wat ‘iedereen’ doet. Het aanbidden van God wordt dan vaak in een apart hokje gezet waar we de rest van de week aandacht aan geven. Op zondag behoor je netjes gekleed in de kerk te zitten en gedraagt iedereen zich goed.

Maar God is geïnteresseerd in ons hart en niet in ons uiterlijk (1 Samuël 16:7).

Verder wordt de kerk vaak gezien als een gebouw en niet als het lichaam van Christus. De Bijbel spreekt over de kerk als iets waar leven in zit.

Efeze 5:19-22 spreekt over ‘een heilige tempel in de Heere’.

Het is dus meer dan een wekelijkse bijeenkomst met prediking en samenzang. De kerk is niet bedoeld om een gezamenlijk evenement te organiseren, maar om mensen lief te hebben.

 

 

 

 

 

 

3. Je mag geen uiting geven aan je moeilijkheden of twijfels

 

Soms is het leven als christen ingewikkeld. Op sommige momenten zijn er geen gemakkelijke antwoorden. In plaats van het onderdrukken van onze twijfels en worstelingen, mogen we ze neerleggen bij God en anderen vragen om hulp. David was een man naar Gods hart en uitte in tijden van tegenspoed vaak openlijk zijn worstelingen en twijfels. Eerlijk en open zijn over je strijd maakt je niet minder geestelijk. Sterker nog, je komt dichter bij God omdat dit proces je ontdoet van je eigen trots en zelfredzaamheid.

 

 

 

4. Alleen ‘superchristenen’ kunnen kerkleider worden

 

Wanneer je iedere week in de kerk zit en je predikant of voorganger hoort spreken, kun je denken dat hij geestelijk superieur of een betere christen is. Dit is ook de reden dat we vaak verbaasd reageren wanneer kerkleiders struikelen. Vaak vergeten we dat ook zij zondige mensen zijn. Net als iedereen hebben voorgangers evenveel behoefte aan genade.

De waarheid is dat je voorganger, aanbiddingsleider, groepsleider of iemand anders die veel ervaring heeft als christen, ook mensen zijn. Zij worstelen. Zij hebben behoefte aan vrienden om over zaken te praten die geen betrekking hebben op de kerk. God gebruikt onze zwakheid voor Zijn eigen eer. Je hoeft jezelf niet op te werken als een soort geestelijke superchristen op nog meer te dienen.

 

 

 

 

 

5. De Bijbel legt ons vooral regels op

 

Vaak maken we van de Bijbel een regelboek. Maar als we op die manier naar Gods Woord kijken, zullen we gauw onze interesse in de Bijbel kwijtraken. De Schrift gaat allereerst over Jezus en het doel van Bijbellezen is niet een bepaald hoofdstuk uit lezen, maar om Jezus te ontmoeten.

Als je één van bovenstaande gedachten gelooft, raad ik je aan om aan zelfonderzoek te doen. Je staat hierin niet alleen. Het goede nieuws staat in Johannes 8:32:

‘U zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.’

 

 

 

 

 

 

Eenentwintigste Miniatuur : tweede visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

.

.

.

.

Eenentwintigste Miniatuur: Tweede visioen van het Derde Boek

.

.

Scivias%20T%2021_Boek%20III,2

.

.

Deze miniatuur biedt ons het algemeen overzicht van de Stad Gods. Vóór de tweede Persoon van God, de Lichtende Gezetelde van wie al het licht uitgaat, strekt zich de plattegrond uit van een stad. De stad heeft een vestingwerk, is viervoudig ommuurd en verstevigd met torens.Trouw aan de tekst van Hildegard heeft de miniaturist gepoogd een overzicht te geven van zijn geheel en zijn onderdelen.

De figuur in het rood is Christus, de Lucidens Sedens of de lichtende gezetelde in het Oosten. Rechts van de Lucidens Sedens begint een muur die de meest lichtgevende van de vier is. Hij wordt dan ook in het zilver weergegeven. Deze muur, die de lucida pars genoemd wordt (het deel dat licht uitstraalt), loopt van het oosten naar het noorden.

Ongeveer in het midden ervan staat een brede toren met kantelen, die Hildegard de toren van het plan van het werk Gods ( de Turris praecursus voluntatis Dei ) noemt. Verderop verheft zich de kolom van het Woord Gods, een soort boom waarvan op iedere tak een menselijk hoofd is afgebeeld. Tussen deze twee torens zullen we straks een poort, die toegang geeft tot de stad zelf, zien open gaan.

Waar de lichtgevende muur in het noorden de driedelige muur welke naar het westen loopt raakt, zien we een hoogst merkwaardige kop omgeven door drie blauwwitte vleugels. Een zeer opvallend symbool van de Zelus Dei, de vurige ijver Gods, die met haar brandende ogen de duivel in het noorden bedreigt.

Op de plattegrond zien we, vanaf de Zelus Dei aan de noordzijde, in westelijke richting een schans opgeworpen van drie evenwijdige muren. Het gaat om muren die door de gelovige mensen opgetrokken worden. In de westhoek zien we een rode kolom uitgebeeld. Deze rode zuil is een zinnebeeldige weergave van de openbaring van het mysterie van de H. Drievuldigheid op het einde der tijden.

Immers toen de zon in het westen reeds onderging en de avond aanbrak, is dit grote geheim door het mensgeworden Woord geopenbaard. Tussen het westen en het zuiden zien we twee torens in aanbouw. De eerste is de toren van de Mensheid van het Woord en is bijna voltooid. Verderop in de zuidhoek wordt de grote toren van de Kerk van het Godsvolk opgetrokken door de gelovigen zelf, die langs ladders stenen naar boven brengen.

Zo vinden we in het zuiden, pal tegenover het noorden waar de duivel woont, de plaats waar de Kerk wordt opgetrokken. De torens worden in het zuiden gebouwd omdat daar de plaats gedacht werd van het oorspronkelijke aardse paradijs.

De laatste muur, nog in aanbouw,  is die van het zuiden terug naar het oosten, waar de Lichtende zetelt. Als deze voltooid is, zal de volledige openbaring van de wederkomst van de verrezen Heer plaats vinden. In de tien volgende visioenen en miniaturen wordt de symboliek van al die onderdelen van de Stad Gods verder uitgewerkt. We zien dat héél het bouwwerk gaat om een verdedigingswerk in de strijd tussen God en de duivel.

God wil de mensheid, door de duivel uit het paradijs geroofd en weggevoerd naar diens rijk der duisternis in het noorden, terugleiden naar het zuiden. Daar wil God samen met de mensen van goede wil het nieuwe paradijs, n.l. de Kerk, opbouwen. De gelovigen die vanuit het noorden naar het zuiden komen om de slottoren van de Kerk te bouwen, moeten evenwel verdedigd worden tegen de aanvallen van de vorst der duisternis, die in het noorden heerst.

.

De voorstelling van de miniatuur

.

God woont in het oosten, rechts van Hem in het noorden zetelt de duivel en links in het zuiden is het nieuwe paradijs gedacht. Het eerste wat God doet is een zware verdedigingsmuur bouwen in noordelijke richting om de eerste aanvallen van de duivel daaruit op te vangen.

Dan dreigt een dubbel groot gevaar vanuit de open westkant. Op dat ogenblik nodigt God de mens uit Hem te helpen en een driedubbele muur op te trekken van het noorden naar het westen.

In het westen komt de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid zelf als mens ons te hulp. Hij voltooit, samen met hen die hiertoe geroepen zijn, de muur van het westen naar het zuiden. Daartussen rijst de hoge toren van Zijn Mensheid op.

Zo komen we in het zuiden, waar door alle gelovigen steentje voor steentje de grote slottoren van de Kerk wordt opgetrokken. Daar kunnen de gelovigen van het Nieuwe Testament, grotendeels beschermd tegen de aanvallen uit het noorden, doorwerken.

Maar het einddoel, de afronding en voltooiing van het bouwwerk liggen in het oosten. Deze nieuwe muur van het zuiden naar dat eindpunt wordt even als de noordwest muur door de gelovigen zelf opgetrokken. Het Rijk Gods is tenslotte als een bouwwerk tot stand gekomen in een samenwerking van God met de vrije wil van de mens.

Deze hoofdgedachte van een samenspel tussen God en mens tegen duivel en zonde is eigenlijk de leidraad van heel het betoog van Hildegard over de wegen des Heren. Maar zij wil, in dit samengaan van God en mens tegen de duivel, graag de alles overtreffende grootheid van God naar voren brengen.Daarom zullen we bij de uitwerking van de vierkante plattegrond een grote afwijking ontdekken.

De eerste muur, die door God de almachtige Vader en de derde die door Gods Zoon in Zijn Mensheid worden opgetrokken, zijn beide twee maal zo lang als de tweede en vierde muur die de gelovigen mogen op metselen.

.

De dynamiek in de symboliek van het bouwwerk

.

Nog andere grondgedachten spelen mee in de symboliek van dit bouwwerk. De dynamiek van de uitvoering komt helemaal overeen met de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis.Eerst de openbaring aan Abraham en de profeten van oost naar noord. Dan de hiërarchie en de ascese van de joodse wet van noord naar west, welke uiteindelijk verwijzen naar de grote openbaring van Christus over het mysterie van de H. Drievuldigheid.

Het is de bekering tot het geloof in het geheim van Gods Zoon dat dan verder de drijfveer uitmaakt van de bouw van de Kerk in het zuiden. En het is het verlangen naar de wederkomst van de Heer, dat de gelovigen de wilskracht geeft om de laatste muur te voltooien van het zuiden naar het oosten.

Deze drijfveer naar de voltooiing is toch weer een werk van God en mens samen. God geeft hiertoe de genade en de mens ontleent er zijn kracht, zijn deugd aan. Dit laatste begrip van deugdbeoefening vormt één van de grondideeën van de hele verhandeling van Scivias, speciaal van het derde Boek.

.

Verband tussen de macro- en de micro-ecclesia

.

Door dit thema van de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis krijgen we te maken met een merkwaardig parallellisme tussen wat we zouden kunnen noemen de macro- en micro-ecclesia. De geschiedenis van de kerkopbouw, gezien vanuit het Oude Testament over het Nieuwe Testament naar de parousia (de wederkomst des Heren), herhaalt zich in het klein voor iedere mensenziel.

Dezelfde ontwikkeling, welke Hildegard ons schildert van de krachten Gods in de macro-ecclesia, kan elke gelovige ontdekken in zijn eigen geloofs- en deugdenleven. Het is omwille van deze les dat Hildegard zo uitvoerig ingaat op de deugdenleer. Zij ziet bij die opbouw van de grote Kerk, waarin God en mens samenwerken, zes groepen van deugden die de mens tot steeds grotere rijpheid helpen brengen.

.

De deugden in Scivias

.

In de volgende miniaturen 22 tot en met 31 trekt een stoet van gepersonifieerde deugden aan ons voorbij, die samen een moraliteit in beelden vormen.In de tekst van de visioenen worden we overstelpt met lange allegorische verklaringen van de kleding en de gebaren van deze personificaties. Hildegard zelf moet deze uitleg als onbevredigend ervaren hebben.

Na de voltooiing van Scivias heeft zij immers een echte moraliteit (toneelstuk) geschreven en muziek ervoor gecomponeerd. Deze draagt als titel ‘Ordo Virtutum’, wat men zou kunnen vertalen met ” De ontwikkeling van het deugdenleven”. Deze moraliteit liet Hildegard bij bijzondere gelegenheden door haar monialen op het plein voor haar kerk spelen, waarschijnlijk voor de toegestroomde pelgrims.

Bij de verdere uitleg van de miniaturen gaan we nog dieper in op deze deugdengroepen, waarbij men zal merken dat de beeldspraak erg gecompliceerd is. Daarmee hebben de miniaturisten zeker moeite gehad wat waarschijnlijk de reden is waarom de miniaturen van het derde boek, artistiek gesproken, niet de kwaliteit hebben van de voorafgaande.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

Eenentwintigste Miniatuur : tweede visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

.

.

.

.

Eenentwintigste Miniatuur: Tweede visioen van het Derde Boek

.

.

Scivias%20T%2021_Boek%20III,2

.

.

Deze miniatuur biedt ons het algemeen overzicht van de Stad Gods. Vóór de tweede Persoon van God, de Lichtende Gezetelde van wie al het licht uitgaat, strekt zich de plattegrond uit van een stad. De stad heeft een vestingwerk, is viervoudig ommuurd en verstevigd met torens.Trouw aan de tekst van Hildegard heeft de miniaturist gepoogd een overzicht te geven van zijn geheel en zijn onderdelen.

De figuur in het rood is Christus, de Lucidens Sedens of de lichtende gezetelde in het Oosten. Rechts van de Lucidens Sedens begint een muur die de meest lichtgevende van de vier is. Hij wordt dan ook in het zilver weergegeven. Deze muur, die de lucida pars genoemd wordt (het deel dat licht uitstraalt), loopt van het oosten naar het noorden.

Ongeveer in het midden ervan staat een brede toren met kantelen, die Hildegard de toren van het plan van het werk Gods ( de Turris praecursus voluntatis Dei ) noemt. Verderop verheft zich de kolom van het Woord Gods, een soort boom waarvan op iedere tak een menselijk hoofd is afgebeeld. Tussen deze twee torens zullen we straks een poort, die toegang geeft tot de stad zelf, zien open gaan.

Waar de lichtgevende muur in het noorden de driedelige muur welke naar het westen loopt raakt, zien we een hoogst merkwaardige kop omgeven door drie blauwwitte vleugels. Een zeer opvallend symbool van de Zelus Dei, de vurige ijver Gods, die met haar brandende ogen de duivel in het noorden bedreigt.

Op de plattegrond zien we, vanaf de Zelus Dei aan de noordzijde, in westelijke richting een schans opgeworpen van drie evenwijdige muren. Het gaat om muren die door de gelovige mensen opgetrokken worden. In de westhoek zien we een rode kolom uitgebeeld. Deze rode zuil is een zinnebeeldige weergave van de openbaring van het mysterie van de H. Drievuldigheid op het einde der tijden.

Immers toen de zon in het westen reeds onderging en de avond aanbrak, is dit grote geheim door het mensgeworden Woord geopenbaard. Tussen het westen en het zuiden zien we twee torens in aanbouw. De eerste is de toren van de Mensheid van het Woord en is bijna voltooid. Verderop in de zuidhoek wordt de grote toren van de Kerk van het Godsvolk opgetrokken door de gelovigen zelf, die langs ladders stenen naar boven brengen.

Zo vinden we in het zuiden, pal tegenover het noorden waar de duivel woont, de plaats waar de Kerk wordt opgetrokken. De torens worden in het zuiden gebouwd omdat daar de plaats gedacht werd van het oorspronkelijke aardse paradijs.

De laatste muur, nog in aanbouw,  is die van het zuiden terug naar het oosten, waar de Lichtende zetelt. Als deze voltooid is, zal de volledige openbaring van de wederkomst van de verrezen Heer plaats vinden. In de tien volgende visioenen en miniaturen wordt de symboliek van al die onderdelen van de Stad Gods verder uitgewerkt. We zien dat héél het bouwwerk gaat om een verdedigingswerk in de strijd tussen God en de duivel.

God wil de mensheid, door de duivel uit het paradijs geroofd en weggevoerd naar diens rijk der duisternis in het noorden, terugleiden naar het zuiden. Daar wil God samen met de mensen van goede wil het nieuwe paradijs, n.l. de Kerk, opbouwen. De gelovigen die vanuit het noorden naar het zuiden komen om de slottoren van de Kerk te bouwen, moeten evenwel verdedigd worden tegen de aanvallen van de vorst der duisternis, die in het noorden heerst.

.

De voorstelling van de miniatuur

.

God woont in het oosten, rechts van Hem in het noorden zetelt de duivel en links in het zuiden is het nieuwe paradijs gedacht. Het eerste wat God doet is een zware verdedigingsmuur bouwen in noordelijke richting om de eerste aanvallen van de duivel daaruit op te vangen.

Dan dreigt een dubbel groot gevaar vanuit de open westkant. Op dat ogenblik nodigt God de mens uit Hem te helpen en een driedubbele muur op te trekken van het noorden naar het westen.

In het westen komt de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid zelf als mens ons te hulp. Hij voltooit, samen met hen die hiertoe geroepen zijn, de muur van het westen naar het zuiden. Daartussen rijst de hoge toren van Zijn Mensheid op.

Zo komen we in het zuiden, waar door alle gelovigen steentje voor steentje de grote slottoren van de Kerk wordt opgetrokken. Daar kunnen de gelovigen van het Nieuwe Testament, grotendeels beschermd tegen de aanvallen uit het noorden, doorwerken.

Maar het einddoel, de afronding en voltooiing van het bouwwerk liggen in het oosten. Deze nieuwe muur van het zuiden naar dat eindpunt wordt even als de noordwest muur door de gelovigen zelf opgetrokken. Het Rijk Gods is tenslotte als een bouwwerk tot stand gekomen in een samenwerking van God met de vrije wil van de mens.

Deze hoofdgedachte van een samenspel tussen God en mens tegen duivel en zonde is eigenlijk de leidraad van heel het betoog van Hildegard over de wegen des Heren. Maar zij wil, in dit samengaan van God en mens tegen de duivel, graag de alles overtreffende grootheid van God naar voren brengen.Daarom zullen we bij de uitwerking van de vierkante plattegrond een grote afwijking ontdekken.

De eerste muur, die door God de almachtige Vader en de derde die door Gods Zoon in Zijn Mensheid worden opgetrokken, zijn beide twee maal zo lang als de tweede en vierde muur die de gelovigen mogen op metselen.

.

De dynamiek in de symboliek van het bouwwerk

.

Nog andere grondgedachten spelen mee in de symboliek van dit bouwwerk. De dynamiek van de uitvoering komt helemaal overeen met de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis.Eerst de openbaring aan Abraham en de profeten van oost naar noord. Dan de hiërarchie en de ascese van de joodse wet van noord naar west, welke uiteindelijk verwijzen naar de grote openbaring van Christus over het mysterie van de H. Drievuldigheid.

Het is de bekering tot het geloof in het geheim van Gods Zoon dat dan verder de drijfveer uitmaakt van de bouw van de Kerk in het zuiden. En het is het verlangen naar de wederkomst van de Heer, dat de gelovigen de wilskracht geeft om de laatste muur te voltooien van het zuiden naar het oosten.

Deze drijfveer naar de voltooiing is toch weer een werk van God en mens samen. God geeft hiertoe de genade en de mens ontleent er zijn kracht, zijn deugd aan. Dit laatste begrip van deugdbeoefening vormt één van de grondideeën van de hele verhandeling van Scivias, speciaal van het derde Boek.

.

Verband tussen de macro- en de micro-ecclesia

.

Door dit thema van de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis krijgen we te maken met een merkwaardig parallellisme tussen wat we zouden kunnen noemen de macro- en micro-ecclesia. De geschiedenis van de kerkopbouw, gezien vanuit het Oude Testament over het Nieuwe Testament naar de parousia (de wederkomst des Heren), herhaalt zich in het klein voor iedere mensenziel.

Dezelfde ontwikkeling, welke Hildegard ons schildert van de krachten Gods in de macro-ecclesia, kan elke gelovige ontdekken in zijn eigen geloofs- en deugdenleven. Het is omwille van deze les dat Hildegard zo uitvoerig ingaat op de deugdenleer. Zij ziet bij die opbouw van de grote Kerk, waarin God en mens samenwerken, zes groepen van deugden die de mens tot steeds grotere rijpheid helpen brengen.

.

De deugden in Scivias

.

In de volgende miniaturen 22 tot en met 31 trekt een stoet van gepersonifieerde deugden aan ons voorbij, die samen een moraliteit in beelden vormen.In de tekst van de visioenen worden we overstelpt met lange allegorische verklaringen van de kleding en de gebaren van deze personificaties. Hildegard zelf moet deze uitleg als onbevredigend ervaren hebben.

Na de voltooiing van Scivias heeft zij immers een echte moraliteit (toneelstuk) geschreven en muziek ervoor gecomponeerd. Deze draagt als titel ‘Ordo Virtutum’, wat men zou kunnen vertalen met ” De ontwikkeling van het deugdenleven”. Deze moraliteit liet Hildegard bij bijzondere gelegenheden door haar monialen op het plein voor haar kerk spelen, waarschijnlijk voor de toegestroomde pelgrims.

Bij de verdere uitleg van de miniaturen gaan we nog dieper in op deze deugdengroepen, waarbij men zal merken dat de beeldspraak erg gecompliceerd is. Daarmee hebben de miniaturisten zeker moeite gehad wat waarschijnlijk de reden is waarom de miniaturen van het derde boek, artistiek gesproken, niet de kwaliteit hebben van de voorafgaande.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

De Shariah in de Islam

Standaard

categorie : religie

Wat is de shariah?

sharia

De term shariah wordt in twee verschillende betekenissen gebruikt: enerzijds het theorethisch islamitisch wettelijk model en anderzijds een door mensen gemaakte wet waarvan er uiteenlopende versies kunnen zijn.

De Shariah (letterlijk: het pad naar leven-gevend water) is het geheel van de islamitische wetten, die over alle aspecten van het leven van een moslim handelt zoals de dagelijkse activiteiten tot spirituele zaken, strafrecht, familierecht, economie, dierenrechten enz. Ook ecologie heeft een prominente plaats in de islam: een achtste van de Koranische verzen handelen erover.

Het betreft een theoretisch, richtinggevend model. Niets in de koran verplicht moslims ertoe de shariah in te voeren. De koran bevat immers geen blauwdruk van een islamitische staat. De Koran geeft moslims de opdracht een voor iedereen (moslims en niet-moslims) rechtvaardige samenleving na te streven, maar het staat hen vrij de staat te organiseren zoals ze dat zelf verkiezen (met dien verstande dat de koran een dictatuur en theocratie uitsluit).

De shariah kan slechts ingevoerd worden wanneer een meerderheid van de bevolking dat zo wil. Wanneer men de shariah vertaalt in een concrete wet, is dat  niet langer de theoretische shariah, maar een eigen plaatselijke concretisatie daarvan en dus in die zin een secularisering van de wet. Een concreet wettelijk stelsel wordt immers door mensen gemaakt en niet door God. Omdat het een door mensen opgestelde verwezenlijking is, kunnen er dus ook verschillende versies van de shariah zijn.

Er bestaan onder islamgeleerden grote meningsverschillen over het al dan niet wenselijk zijn van het invoeren van de shariah. Veel geleerden zijn de mening toegedaan dat eerst het maatschappelijk doel van de islam gerealiseerd moet zijn en dat er dan pas de shariah kan ingevoerd worden om deze rechtvaardige samenleving te beschermen. Nog anderen stellen dat de shariah gewoon niet kan ingevoerd worden, maar enkel een theoretisch richtinggevend model is.

Het is een groot misverstand te denken dat, wanneer de shariah ingevoerd wordt, alle mensen zich moeten bekeren tot de islam. Het is immers integendeel zo dat de koran  aan iedereen godsdienstvrijheid garandeert. Bij het invoeren van de shariah zouden niet-moslims,  bij overtredingen van de wet, mogen kiezen of zij door een islamitische rechtbank dan wel door een burgerlijke rechtbank willen gevonnist worden. Andere religies mogen dan ook hun eigen rechtbanken inrichten voor zaken die eigen zijn aan hun geloof, zoals familierecht (erfenissen, huwelijken enz).

In veruit de meeste moslimlanden geldt geen lokale versie van de shariah. In de meeste moslimlanden geldt immers een burgerlijk recht of een gemengd stelsel van burgerlijk recht, gewoonterecht, soms met een aantal aspecten van islamitisch recht.

De belangrijkste bronnen van de shariah, zijn als volgt en in die volgorde:

  • De Koran
  • De sunnah van de profeet Mohammed (dwz, zijn handelingen en zijn uitspraken)
  • Ijma’ (consensus) onder islamitische geleerden
  • Ijtihad (de opinie van islamitische geleerden op basis van hun kennis en onderzoek)

Deze bronnen moeten in bovenstaande volgorde aangewend worden. Dit wil zeggen: een besluit over om het even welke zaak wordt eerst en vooral gebaseerd op de Koran,dan op de Sunnah. Als er geen uitspraak kan volgen op die basis, dan moeten islamitische geleerden de zaak bekijken en onderzoeken en zo tot een uitspraak komen.

De shariah is geen absolute wet. De islam schuwt immers extremen. Zo stelt de koran dat men bepaalde voedingsmiddelen niet mag eten. Men mag toch het verboden voedsel eten als er niets anders aanwezig is dan het verboden voedsel. In de islam is er een rechtsregel die zegt dat nood de wet versoepelt.

De islamitische wet is geen geheel van bestraffende regels.

Een wisselwerking van beloning van het wenselijke of verplichte enerzijds, en bestraffing van het onwenselijke anderzijds, zorgt ervoor dat een moslim er alle belang bij heeft de wettelijke richtlijnen te volgen. Het levert hem immers een beloning op, zo niet in het huidige leven, dan in het hiernamaals.

De Islam gelooft niet in de erfzonde. Het eigen gedrag en de verantwoordelijkheid daarvoor staat in de islam centraal. Het is op basis van het eigen gedrag en de mate waarin men zich aan de goddelijke leidraad gehouden heeft dat men op de Oordeelsdag beoordeeld zal worden. De “kerk” waartoe men behoort is daarbij niet essentieel, wel of men het goede gedaan heeft. Een ‘goede’ christen of jood kan volgens de islam dus ook tot het paradijs toegelaten worden, terwijl een moslim die zich misdraagt in de hel kan terechtkomen.

Moslims geloven dat gedurende het leven van elk persoon alle daden opgeschreven worden door twee Engelen. De Engel aan de rechter kant noteert voor elke goede daad direct +10 punten, terwijl de Engel aan de linkerzijde bij het doen van slechte daden wat aarzelt en pas als we doorzetten de slechte daad noteert voor -1 punt. Het is één van de vele voorbeelden waaruit volgens de islam de genade en liefde van God blijkt. God beloont het goede vele malen meer dan Hij het slechte bestraft.

Dit systeem van positieve bekrachtiging van het goede en het wenselijke en van bestraffing van het verbodene en onwenselijke, vinden we in het hele islamitisch stelsel terug, niet alleen met het oog op het eeuwig leven in het hiernamaals, maar ook met betrekking tot economie, ecologie enz.

De rechtspraak van de islam is gebouwd rond 5 categorieën van gedragingen waarvan uitvoeren of niet-uitvoeren beloond of bestraft kunnen worden:

Gedragstype Uitoefenen van gedrag wordt… NIET Uitoefenen van gedrag wordt…
1. Verplicht Gedrag beloond bestraft
2. Aanbevolen Gedrag beloond niet bestraft
3. Toegestaan Gedrag niet beloond niet beloond
4. Onwenselijk Gedrag niet bestraft beloond
5. Onwettelijk, verboden Gedrag bestraft beloond

Volledigheidshalve voegen we hieraan toe dat wanneer moslims zich in een niet-islamitisch land bevinden, zij vanuit de islam verplicht zijn zich te houden aan de wetten van het land waarin zij zich bevinden.

DE ISLAM IS DE 

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

voorpagina openbaring a4

pijl-omlaag-illustraties_430109

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

        

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Waarom geneest Jezus niet iedereen?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Johannes 5: 1 – 18

 

 

De genezing van een man bij de vijver van Betesda

 

1 Daarna ging Jezus naar Jeruzalem voor één van de Joodse feesten. 2 In Jeruzalem is bij de Schaapspoort een vijver om te baden. Die plek wordt in het Hebreeuws ‘Betesda’ (= ‘huis van medelijden’) genoemd. Er zijn vijf zuilengangen omheen gebouwd. 3 In die gangen lagen allerlei zieke, blinde, kreupele en verlamde mensen. Ze lagen daar te wachten tot het water zou gaan bewegen. 4 Want af en toe daalde er een engel in de vijver neer. Dan bewoog het water. Wie daarna het eerst in het water kwam, werd genezen. Het maakte niet uit wat voor ziekte hij had.

5 Er was daar een man die al 38 jaar lang ziek was. 6 Jezus zag hem liggen. Hij wist dat hij daar al heel lang was. Hij vroeg hem: “Wil je gezond worden?” 7 De zieke man antwoordde Hem: “Heer, ik heb niemand om me in de vijver te gooien als het water beweegt. En als ik probeer om bij de vijver te komen, is iemand anders er altijd eerder dan ik.” 8 Jezus zei tegen hem: “Sta op, pak je matras op en loop.” 9 Onmiddellijk werd de man gezond. Hij pakte zijn matras op en liep.

Nu was het die dag de heilige rustdag. 10 Daarom zeiden de Joden tegen de man die net genezen was: “Het is vandaag de heilige rustdag. Dus je mag je matras niet dragen.” 11 Maar hij zei tegen hen: “Maar de Man die mij heeft genezen, zei tegen me: ‘Pak je matras op en loop.’ ” 12 Toen vroegen ze: “Wie heeft dat dan tegen je gezegd?” 13 Maar de man wist niet wie Hij was. Want Jezus was weer weggegaan, omdat er daar heel veel mensen waren.

14 Maar later zocht Jezus hem op in de tempel. Hij zei tegen hem: “Kijk, je bent nu gezond geworden. Wees vanaf nu niet meer ongehoorzaam aan God, want anders kan je nog iets veel ergers overkomen.” 15 De man ging weg en zei tegen de Joden dat het Jezus was geweest die hem genezen had. 16 Toen wilden de Joden Jezus gevangen nemen en doden. Dat wilden ze omdat Hij deze dingen op de heilige rustdag had gedaan. 17 Maar Hij antwoordde hun: “Mijn Vader werkt altijd, en Ik dus ook.” 18 Toen hadden de Joden nog méér reden om Hem te willen doden. Want Hij hield Zich dus niet aan de heilige rustdag, en beweerde óók nog dat God zijn eigen Vader was. Daarmee zei Hij eigenlijk dat Hij gelijk was aan God.

 

 

 

 

 

Waarom geneest Jezus niet iedereen?

 

De laatste tijd is er in diverse kerken een stroming ontstaan die zich in navolging van de evangelische- en pinkstergemeenten ook richt op wonderen. Wonderen van genezing, van spreken in tongen en nog veel meer. Vroeger werd er vaak gezegd: die wonderen horen in de jonge kerk thuis. Wonderen waren bestemd voor lang geleden, de beginjaren. Dat klonk logisch en we slikten dat allemaal als zoete koek.

Maar is dat zo logisch? Kijk eens naar wat Paulus zegt in 1 Korintiërs 12: daar heeft hij het over de gaven van de Geest die royaal aan de kerk worden uitgedeeld. In dat hoofdstuk wordt nergens gezegd dat die gaven alleen maar voor de begintijd van de kerk bedoeld zijn. Er wordt alleen maar gezegd dat niet iedereen dezelfde gaven krijgt en dat niet iedereen alle gaven ontvangt, maar dat er juist een mooie eenheid ontstaat als iedereen een eigen gave krijgt. Paulus gebruikt daarvoor het beeld van het ene lichaam dat vele verschillende ledematen heeft. En alleen zo kan functioneren.

Je kunt toch niet zeggen dat de Heer Jezus nu minder macht heeft dan vroeger? Wonderen kunnen gebeuren. Ook in onze eigen tijd. En ze gebeuren inderdaad en niet eens ver weg. Maar waar gaat het Jezus nu om, als hij zieken geneest? Uiteindelijk zal iedereen sterven, of je nu wonderlijk genezen bent of dat je tot je dood gehandicapt blijft.

Ja en dat is nu precies waarover het in onze tekst gaat. Er is feest in Jeruzalem en Jezus is ter plaatse. Het is sabbat en dan moet je goed uitkijken wat je doet, of liever wat je niet doet. Want er zijn farizeeën die een heleboel sabbatswetten gemaakt hebben om de sabbat naar hun idee te heiligen. Je mocht geen eten kopen of klaarmaken, je mocht geen huisraad bij je hebben op je sabbatswandeling en zo was er nog veel meer, een loodzware last voor het volk van God. Een last die God nooit opgelegd had, maar die zogenaamd ‘vrome’ voorgangers hadden verzonnen om God welgevallig te zijn.

Jezus loopt bij de Schaapspoort met zijn leerlingen. Hij gaat een heel groot gebouw binnen, laten we zeggen een groot zwembad, met wel vijf zuilengangen erom heen. In die gangen ligt een groot aantal zieken, gehandicapten, blinden, kreupelen en misvormden. Eén grote hoop ellende. Maar er is een heel kleine hoop om beter te worden. Want op ongezette tijden komt er uit de hemel een engel bij dat water en dan raakte hij dat aan. En, o wonder, dan was er voor één zieke genezing, degene die het eerst in het water wist te komen. Het was dus maar niet gewoon een verzamelplaats van zieken en gehandicapten, maar het was een plaats waar van tijd tot tijd genezing was, dat was het.

Wat doet Jezus? Gaat hij in één klap in dat grote bad Bethesda iedereen gezond maken? Dat kan hij toch? Maar nee, na even zoeken gaat hij op één man af en hij stelt hem de vraag: wilt u gezond worden? Jezus weet wat hij doet. Hij kent die man die al 38 jaar lang ziek is, zijn benen niet gebruiken kan en dus nooit bij het water kan komen als de engel daar verschijnt.  Een hopeloos geval… geen wonder voor hem, altijd is er wel iemand eerder dan hij. En hij, hij heeft ook niemand om hem in het water te gooien als het weer eens beweegt.

Dan zegt Jezus tegen hem: Sta op, pak je mat op en loop. Wat een kracht heeft zijn woord. Net als bij de schepping in Genesis 1. Zijn Vader sprak – en het gebeurde. Hier is de Zoon. Hij spreekt en het gebeurt! De patiënt is beter, niet maar een beetje, maar helemaal. Daar staat hij, daar gaat hij, daar draagt hij zijn slaapmat op zijn rug. De mensen om hem heen, ook de zieken, ze staan allemaal verstomd. Maar een paar farizeeën weten alleen maar te zeggen: man, het is vandaag sabbat. Dan is het niet toegestaan om met een slaapmat over de straat te lopen.

Later komt hij in de tempel Jezus weer tegen. Dan begrijpt hij wie hem beter gemaakt heeft en kan hij dat aan de farizeeën gaan vertellen. Jezus, het is Jezus die mij gezond gemaakt heeft! Maar de farizeeën kunnen alleen maar zeggen: Jezus moet dood, want hij geneest mensen op sabbat, vreselijk, wat een minachting van Gods heilige dag.

Ja, dan ontdekken we opeens dat het niet zozeer om een wonderlijke genezing gaat, maar om de vraag wat Jezus mag doen, ook op sabbat. En dat is dan ook de spits van deze historie. Jezus zegt: Mijn Vader werkt aan één stuk door, en daarom doe ik dat ook. Dat is een veelzeggend woord. Want in Genesis staat dat God op de sabbat rust en geniet van zijn schepping. Dat was voor de zondeval. Maar nu, nu heel de wereld in zonde is gevallen, en zeker wanneer Jezus hier op aarde zijn werk doet, is er voor zijn Vader geen rust meer. En ook voor Jezus niet.

God neemt geen rust meer totdat hij heel zijn schepping heeft bevrijd van zonde en dood. Daarom geneest Jezus deze man, juist op sabbat. Tegelijk laat Jezus duidelijk zien, dat hij dus niet gekomen is om zoveel mogelijk mensen van hun aardse ziekten en ongemakken af te helpen. Hij heeft een veel grotere taak. Hij komt ten diepste om ons te verlossen van onze zonden.

Want, waar zonde is, is schuld. En voor zondige mensen is er op geen enkele manier een weg naar God de Vader. Dat is de grote narigheid voor ieder in deze wereld. Niet maar dat je allerlei ziekten en rampen kunnen treffen, maar dat je het eeuwige leven misloopt. Het leven zoals God dat in het begin heeft bedoeld.

Jezus geneest. Nou en of. Maar het is maar de vraag of je ziet met welke genezing de Heer naar ons toekomt. Blijven we stilstaan bij de tekenen die hij doet, of worden we daardoor juist nieuwsgierig naar de grote verlossing die hij geeft aan ieder die in hem gelooft.

Kijk, het is prachtig als onze Heer Jezus tekenen doet, ook in onze tijd. Er zijn kerken die dat heel erg vergeten zijn. Er zijn kerkleden die het gewoonweg ontkennen: er zijn geen wonderen van Jezus meer, zoals die er vroeger waren. Maar Jezus is machtig en hij blijft machtig. Ook in onze tijd. Als hij tekenen geeft van zijn majesteit, van zijn priesterlijke ontferming in deze wereld, dan is dat geweldig. Maar we moeten niet bij die tekenen blijven staan.

Hij geeft ze om ons door die tekens te laten zien dat hij een veel grotere verlossing op het oog heeft. Wie een wonder heeft ervaren in zijn of haar leven weet toch zeker dat hij eens zal sterven, een wondergenezing helpt daar echt niet tegen. Maar iedereen weet hoeveel macht hij heeft en iedereen in de omgeving te Bethesda was daar getuige van. Ze hebben Jezus gezien in dat wonder.

En dan is de vraag: hoeveel van die mensen in Bethesda hebben zich door dat wonder laten overtuigen van die grote verlossing die bij Jezus te vinden is? Dat geldt net zo goed voor ons. Als je van zo’n wondergenezing getuige mag zijn, zeg dan niet: waarom worden er niet meer mensen genezen, waarom mijn gehandicapte moeder niet, waarom mijn verlamde vader niet, waarom mijn blinde kind niet?

Maar prijs luidkeels en met vreugde de Heer dat hij ook in onze tijd nog zichtbare tekenen en wonderen bij enkelingen doet om ons allemaal te overtuigen van het onzichtbare wonder van het eeuwige leven dat hij geven wil aan ieder die gelooft en daarom van harte Jezus eert en hem dankbaar als zijn Verlosser aanneemt.

 

Prijs Jezus hartelijk nu en tot in eeuwigheid om zijn grote en onvoorstelbare genade

Amen.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget