Tagarchief: wijsheid

Liber Vitae Meritorium

Standaard

.

.

hildegard von bingen

.

.

Liber Vitae Meritorum

.

e8581d_844c4fb1e80c432c84b5fb6861b9587d

.

Hildegard schreef het boek Liber Vitae Meritorum tussen 1158 en 1163. Het is een belangrijke schakel tussen Hildegards eerste werk, Scivias, en het Liber divinorum operum. Hildegard gaat hierin namelijk via uiteenzettingen over de heilsgeschiedenis, de zin van het leven en het streven van de mens naar eeuwig heil over naar het ontvouwen van haar kosmologische visie op wereld, mens, micro- en macrokosmos en de verhoudingen hiertussen. Geen enkel afschrift werd gedocumenteerd, wat misschien te verklaren is door de mindere bekendheid van het werk.

‘Aan het begin van mijn eenenzestigste levensjaar, dus in het jaar 1158 na de menswording van de Heer, toen de apostolische stoel bedreigd werd en keizer Frederik het Roomse Rijk bestierde, toen hoorde ik een stem uit de hemel tot mij spreken: Jij die van kindsbeen af door de Geest van de Heer niet op lichamelijke, maar op geestelijke wijze onderwezen bent in het zuivere waarnemen, verkondig nu dat wat je hoort en ziet.

Want vanaf het begin van je visioen worden je enkele beelden als het ware zo vloeibaar als melk getoond; andere worden je als een verkwikkende, licht verteerbare spijs aangeboden en weer andere worden jou als vast en volvet voedsel opgediend. Schrijf dus wederom zoals ik het wil en niet zoals je het zelf zou willen!

En ik begon te schrijven zoals een zeker man getuigen kan, die ik, zoals ik reeds in vroegere visioenen heb gezegd, in het geheim gezocht en gevonden had, en zoals ook een zeker meisje getuigen kan, dat mij zo behulpzaam was. En wederom hoorde ik de hemelse stem die tot mij sprak en mij als volgt onderwees.’  

De man van wie sprake is, is uiteraard de monnik Volmar, met wie zij steeds samen haar werken neerschreef. Het meisje is niet Richardis, want die is dan al gestorven. Kennelijk heeft Hildegard een nieuwe secretaresse. Het Liber Vitae Meritorum behandelt een groot aantal deugdenopposities, paren van deugden en ondeugden. Het Latijnse woord voor deugd is virtus. Dit woord wordt ook vertaald met ‘kracht’. Deugd en kracht zijn dus semantisch verwant. Wie deugdzaam leeft, is sterk.

De middeleeuwse deugdenleer wordt gekenmerkt door de vier zogenaamde kardinale deugden: de prudentia (de bezonnenheid), iustitia (de rechtvaardigheid), temperantia (de gematigdheid) en fortitudo (de moed). Deze deugden zijn van klassieke oorsprong en het eerst geformuleerd door Plato. (Pansters 2007, 12). In Hildegard haar tijd waren deze deugden min of meer vanzelf onderdeel van het collectieve morele bewustzijn.

Die christelijke deugdenleer wordt gedomineerd door de drie theologische deugden: fides, spes, charitas (geloof, hoop en liefde). Deze zijn expliciet geformuleerd door Paulus in zijn brief aan de Korinthiërs (1Kor:13,13). In vrijwel alle brieven van Hildegard komen een of meer van deze theologische deugden voor. Hildegard eindigde heel vaak met de fortitudo-wens: wees moedig en sterk in de strijd.

Ze veroordeelde dikwijls het gebrek aan prudentia, bijvoorbeeld het onbezonnen gedrag van de priesters, dat bovendien dikwijls ook nog gekenmerkt werd door de hebzucht, en dat is het tegenovergestelde van de temperantia. Uiteraard waren ook de theologische deugden dikwijls direct of indirect onderwerp van haar geschriften. Kortom, Hildegard voegde zich in eerste instantie in het deugdenschema van haar tijd. We herkennen dat ook in het Liber Vitae Meritorum.

.

Het Liber Vitae Meritorum

.

Hildegard tekent in haar LVM eerst een grote, heldhaftige, goddelijke gestalte die zich uitstrekt van de ultieme hoogte tot de uiterste diepte. Dat is haar favoriete voorstelling van de kosmische dominantie van de godheid, de oneindigheid van God in Zijn alomvattende bereik. God verbindt het universum en de peilloos diepe afgrond, te midden waarvan de aarde en de mens zich bevinden.

De goddelijke man wordt vervolgens door Hildegard in al zijn grootsheid minutieus beschreven. Voor zijn mond bevindt zich een helderwitte wolk waar de man in blaast en terwijl hij dat doet ontstaan er drie nieuwe wolken: een vuurwolk, een donkere onstuimige wolk en een schitterend witte wolk.

.

sacred-mysteries_2115215c

.

De vuurwolk symboliseert de eenheid van de positief op elkaar en op God gerichte levende wezens; zij voelen door hun deugdzaamheid een innige verwantschap met elkaar en met God. De donkere, woeste wolk bevat de zondige zielen die door hun ijdele, eenzijdige gerichtheid God niet meer zien. En in de helderwitte wolk bevinden zich de zon en de maan die alles verlichten. Als zodanig is deze wolk een zinnebeeld van de menswording van Christus.

Het werk is verdeeld in zes delen en in de eerste vier delen keert de gestalte zich achtereenvolgens naar het oosten en het zuiden, naar het westen en het noorden, naar het noorden en het oosten en naar het zuiden en het westen. In het vijfde deel draait de man volledig rond van windrichting naar windrichting om tenslotte in deel zes alle zones en zichzelf tegelijkertijd in beweging te zetten.

In alle delen vinden discussies plaats tussen de deugden en hun opponerende zonden. Eigenlijk is dit hele boek een literair-visionaire weergave van de strijd tussen het het Goede en het duivelse kwaad. Hildegard behandelt vijfendertig deugd-zonde opposities, waarvan hier de drie theologale deugden:

  • amor coelestis, de hemelse liefde tegenover de aardse;
  • fides, het geloof, tegenover het ongeloof;
  • spes, de hoop tegenover de vertwijfeling;

één van de vier kardinale deugden, de fortitudo, tegenover de indolentie en tot slot bespreken we de visie van Hildegard op de onkuisheid.

Hier begint het boek over de Deugden en de Zonden, uit het Levende Licht openbaar gemaakt door een eenvoudig mens. (…).

.

Aardse liefde en hemelse liefde

.

De eerste gestalte had de vorm van een mens en hij was zwart als een neger, en hij was naakt, en met zijn armen en met zijn onderbenen omklemde hij een boom onder zijn takken, waaruit de mooiste bloesems ontsproten. En met zijn handen trok hij die bloemen naar zich toe en hij zei: Ik houd alle koninkrijken ter wereld vast in hun bloemenpracht.

En waarom zou ik verdorren, nu ik vol zit met al die groenkracht? Waarom zou ik leven als een grijsaard, terwijl ik bloei zoals de jeugd? Waarom zou ik het prachtige zien van de ogen met blindheid omfloersen? Als ik zo zou doen, zou ik me moeten schamen. Zolang als ik kan genieten van de schoonheid van deze wereld, zal ik dat vrolijk doen. Een ander leven is mij onbekend en ik ontken de praatjes die ik erover hoor.

En toen hij dat zei verdorde de hiervoor genoemde boom tot aan de wortel en hijzelf verdween in de hierboven genoemde duisternis en het beeld vervaagde er totaal door. En ik hoorde uit de donkere wolk een stem die aan deze gestalte zei: Je bent ongelooflijk dom, als je denkt in een vonk van de as reeds het volle leven te bezitten; en je zoekt niet dat leven, dat in de schoonheid van de jeugd nooit verdort en dat ook in de ouderdom nimmer teloor gaat.

Jij mist ook alle licht en je bevindt je in een zwarte duisternis en je bent in het menselijk verlangen verstrikt geraakt als een worm. En je leeft als het ware maar een enkel moment, om vervolgens als hooi te verdorren en zo val je in het meer des verderfs. En daar zal je eindigen met al de omarmingen van die dingen die je in je huidige situatie nu ‘bloesems’ noemt.

 Ik echter ben de zuil van de hemelse harmonie en ik leg me toe op álle levensvreugde. Ik wijs het leven niet af, en alles wat schadelijk is, versmaad ik, zoals ik jou ook veracht. Ik ben voor alle deugden een spiegel, waarin elke gelovige zich helder bekijken kan. Jij echter bewandelt nachtelijke paden, en je handen doen de verkeerde dingen. (LVM, I, 14)

Hildegard waarschuwt in dit fragment de lezer voor een beperkte, hedonistische levensopvatting. Wie alleen uit is op kortstondig genieten, doet de verkeerde dingen en zal uiteindelijk alle groenkracht en zichzelf verliezen. Wie echter de hemelse liefde bezit, richt zich op alle deugden en zal de hemelse harmonie rotsvast, als een zuil, dus voor altijd, ervaren.

De tijdelijke zelfgenoegzaamheid moet plaatsmaken voor de blijvende hemelse liefde, die verder gaat dan de kortstondige bevrediging van zintuiglijke verlangens. De nu volgende dialoog tussen geloof en ongeloof uit deel drie van Liber Vitae Meritorum is oppositioneel geformuleerd. Vooral dat wat gezegd wordt door het ongeloof doet opmerkelijk eigentijds aan.

Ook heden ten dage woedt in filosofenland weer de strijd tussen geloof en ongeloof, toegespitst op de vraag hoe het toch mogelijk is dat weldenkende wetenschappers nog in God geloven, alsof er nooit een Verlichting is geweest.  Welnu, Hildegard heeft – al ver voor de Verlichting –  een antwoord gegeven. Eerst geven we de vertaling van het visionaire beeld en de woorden van het ongeloof en vervolgens van het antwoord van het geloof.

.

Geloof en ongeloof

.

En de vijfde gestalte had de vorm van een mens zonder hoofd en van de knieën tot de voetzolen was hij in duisternis gehuld. En op de plek van zijn hoofd was niets te zien, behalve dat die plek overal vol zat met zwarte ogen; tussen die ogen zat er één, zo leek het, op zijn voorhoofd en dat oog flikkerde soms als een fonkelend vuur. De rechterhand had hij op zijn borst gelegd, in de linkerhand hield hij een staf en hij had een zwarte mantel omgeslagen. En hij zei: Een ander leven ken ik niet dan dit hier, dat ik kan zien, en voelen en aanraken.

Wat heeft een leven dat niet zeker is, mij dan te bieden? Van dit leven kan ik zeggen: Het is er of het is er niet. En hoe ik ook zoek en uitzoek en rondkijk, en luister en wetenschap bedrijf, ik vind niets anders. Als ik dan soms iets wat de natuur mij toont, opmerk en dat te baat neem, zou mij dat dan schaden? Ik bewandel nimmer paden, en ik bedrijf geen wetenschap in gebieden die ik niet goed ken.

Want als ik wil vliegen op de vleugels van de winden, dan zal ik ter aarde neerstorten; of als ik de zon of de maan vraag wat ik moet doen, dan zullen zij mij weinig antwoorden; en mocht mij iets ter ore komen, dan weet ik niet of het mij van nut zal zijn of zal schaden. Ik weet immers niets over wat mij zoal wordt voorgespiegeld; alleen als ik het zie, dan weet ik het.

Ik hoor ook veel heil voorspellende verhalen en veel preken en veel doctrines die ik niet begrijp en daarom zal ik dat doen wat mij het meest van nut zal zijn. En wederom hoorde ik uit de donderwolk de stem die een antwoord gaf aan deze gestalte: O wat ben je toch een gemeen stuk vreten, je bent een list van de duivel die in zijn borst alles wat rechtvaardig is, verloochent.  Je geeft te kennen net zo te zijn als die borst van hem.

Want de stellingen van jouw denken nijgen naar de duivel, die aan jouw rechterkant staat; daarom zijn ook jouw ogen zo verduisterd dat je niet kunt zien de weg van jouw heil die opstijgt ten hemel. Je bent nacht en zo samengedrukt dat rechts op links valt. Je rechterkant drukt je immers te neer en hierdoor is jouw opstijging roemrijk, omdat het slechte geweten de dienstmaagd van het goede wordt genoemd.

Deze wil echter niet als de dienstmaagd dienen, zoals ook de domina de onderdanige diensten van de dienstmaagd niet zal uitvoeren: en daarom heeft zij een eerbiedwaardige naam, en wordt zij domina genoemd. Jij echter gaat voort als een veroordeelde, omdat je het vonnis van de rechters over je hebt afgeroepen, omdat je alles ontvlucht wat in je geloof licht zou kunnen worden.

Jouw ‘verstandige geredeneer’ leidt bij de mensen die jij bedriegt steeds tot zonde, omdat je niet wilt wandelen op de weg van de bonafide leermeesters. Ik echter prijs God samen met de engelen in geloof, omdat ik alles wil wat van God is. Met de cherubijn schrijf ik alle geboden op die Hij uitvaardigt en die hij bij God ziet.

En zo beslis ik ook door de profeten en door de wijzen en door de geleerden over alle dingen. Alle koninkrijken ter wereld gezamenlijk schitteren in mij door de gerechtigheid van God; want ik ben een spiegel van God, omdat ik ook in alle voorschriften van God stralend te zien ben.

Aldus spreken ongeloof en geloof. Het fragment begint met de sinistere tekening van het ongeloof in de vorm van een in het zwart gehulde manspersoon die op het eerste gezicht doet denken aan een hoofdpersoon uit een eigentijds derderangs horrorverhaal: allemaal zwarte ogen en één oog dat, op zijn voorhoofd, als het ware bliksemend oplicht. Je kunt erbij griezelen.

En dat is nu precies de bedoeling van Hildegard. De griezel is het symbool van het ongeloof. Hij lijkt veel ogen te bezitten. En dat middeleeuwse beeld kennen we ook uit het werk van Hildegard waar ogen wijzen op wijsheid. Denken we maar aan het visioen uit Scivias. In dat visioen was God volledig met ogen bezaaid. God als zetel van de Wijsheid, de Sapientia.

Maar de ogen van deze figuur zijn zwart en zij zijn als zodanig dus geen tekenen van het licht, maar van de duisternis; de figuur kan er, in zijn ongeloof, niet mee zien. Er is slechts één oog dat af en toe wat flikkerend oplicht en dat weliswaar iets kan zien. Het oog kan kennelijk niet het ware en het goede onderscheiden omdat het niet het licht van het geloof in zich heeft.

De cycloopachtige figuur is een rationalist, een ongelovige thomas, die alleen in dat gelooft dat hij met zijn zintuigen kan waarnemen. Hij moet kunnen aanraken, voelen en zien en zal nimmer aanvaarden dat het goddelijke de wereld overstijgt.

De in het zwart geklede griezel doet met zijn staf ook denken aan de duivel en aan de dood en hij wordt door het geloof uitgemaakt voor al wat mooi en lelijk is. Hij verwerpt de signalen van zijn geweten, dat immers de mens de paden naar het goede zou moeten wijzen. Hij blijft in de duisternis van het ongeloof omdat hij ervan uitgaat dat het denkvermogen van de mens alleen zaligmakend is, terwijl dat slechts één aspect is van het menselijk deel van de ziel.

Hildegard wijst erop dat geloven betekent dat de mens moet vertrouwen in de Schrift, in het Woord van God. Wie leeft en streeft volgens Zijn geboden en voorschriften zal in het licht mogen leven en verwachtingsvol mogen sterven.

Hildegard speelt in deze tekst met de antithese licht en donker. Wie het hemelse licht wil ervaren zal de duisternis van de werkelijkheid moeten trotseren en zal moeten durven loslaten. De gelovige gaat op zoek naar het licht van de Eeuwige achter de duisternis en wordt daarbij geleid door de engelen, de profeten en de priesters van de goede soort.

Wie God wil zien, aanraken en ervaren zal het dwaallicht van de menselijke rationaliteit moeten loslaten en daar is durf voor nodig. Het woord dat Hildegard gebruikt voor geloof is ‘fides’ wat samenhangt met het werkwoord ‘fidere’ dat ‘vertrouwen’ betekent. Hildegard plaatst God in de vertrouwenspositie, omdat zij gelooft dat God Zijn Woord gestand doet. Zij heeft het gedurfd door de duisternis heen te vechten en daardoor ervaart zij het Levende Licht.

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

Laurier : etherische olie

Standaard

categorie :  Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

.

 

 

Laurier etherische olie

.

Laurier etherische olie wordt gewonnen door stoomdestillatie van de gedroogde bladeren en takjes van de Laurierplant en levert een etherische olie die in kleur varieert van diepgeel tot donkerbruin, met een warme scherpe kruidige geur.

.

.

Laurier, Laurus nobilis, is een groenblijvende boom met glanzende, donkergroene bladeren en zwarte bessen, die tot 20 meter hoog kan worden.

De boom komt oorspronkelijk uit het mediterrane gebied en bij de Grieken was Laurier het symbool van de zon, wijsheid en glorie.

 

De bladeren worden veel als keukenkruid gebruikt en de oliën vinden hun toepassing o.a. bij de productie van zalven, drop en siropen.

 

 

Psychisch:

Laurier beschermt tegen invloeden van buitenaf, schept helderheid van geest en versterkt het vermogen tot waarnemen.

Laurier olie schenkt warmte en bescherming tegenover de buitenwereld, het heeft een zuiverende, genezende en koesterende werking.

 

 

Lichamelijk:

Laurier etherische olie is heilzaam bij verkoudheid, griep en sinusitis.

Laurier verstevigt futloos haar.

Laurus nobilis helpt ook bij bronchitis en keelpijn.

Kan ook gebruikt worden voor het aromatiseren van gerechten (in plaats van laurierblad, de etherische olie is heel geconcentreerd dus spaarzaam gebruiken).

 

 

 

 

 

Gebruik van laurier etherische olie in de aromatherapie:

 

Laurier etherische olie wordt in de aromatherapie o.a. gebruikt bij; verkoudheid, griep, voorhoofdsholte ontsteking, virusinfecties, futloos haar, vet haar, bronchitis, keelpijn, gebrek aan eetlust, flatulentie, zenuwpijn, verrekkingen, spier- en gewrichtspijn.

contra-indicatie: niet gebruiken tijdens zwangerschap, i.v.m. narcotische eigenschappen matig gebruiken, kan bij sommige mensen dermatitis veroorzaken

 

 

Laurier kan goed gecombineerd worden met:

Den, Cypres, Jeneverbes, Scharlei, Rozemarijn, Litsea Cubeba, Lavendel, Citroen, Limoen en Atlasceder.

 

 

 

 

Gebruik van laurier etherische olie:

 

  • Bij dof, futloos haar; meng 2-3 druppels Laurier met een neutrale shampoo. Was de haren met dit mengsel 1x per week. Goed in laten werken.
  • Bij keelpijn; voeg 3-5 druppels Laurier toe aan een glas gekookt, tot lauw afgekoeld water. Goed roeren, gorgel hiermee 2-3x per dag.
  • Verkoudheid, griep, bronchitis, sinusitis:  Maak een inhaler van een 10 ml. glasflesje, doe hier 1 theelepel zeezout in en voeg 5-10 druppels Laurier toe. Goed schudden en inhaleer regelmatig. Of voeg een paar druppels Laurier etherische olie toe aan een stoombad.
  • Verdampen; 6-10 druppels Laurier in de aromalamp helpen bij hetconcentreren.

 

 

Turkse Laurierolie

 

De Laurierplant is echter ook  leverancier van olie uit Turkije .

Zij maken de olie zelf en waarom Laurierolie zo goed is kan je hieronder lezen:

 

 

Uit de bessen van de Laurierplant wordt een zalfachtige olie, Oleum lauri, geperst.

De vruchten/bessen bestaan uit circa 30% vet en de laurierolie wordt uit deze vruchten/bessen gewonnen, door middel van warme hoge druk. Zo ontstaat er een dikke groene zalfachtige olie.

Het smelt bij lichaamstemperatuur en is daardoor gemakkelijk in de huid te wrijven.

 

De laurierolie is een echt huismiddel, bijzonder geschikt voor spier- en gewrichtsklachten. Bij warmte wordt de olie vloeibaarder en dringt diep in de huid.

Laurierolie is vooral werkzaam als inwrijving bij pijnlijke gewrichten en bij de behandeling van verkoudheidsklachten. Ook om een onreine huid te behandelen en voor massage wordt deze olie gebruikt.

De doorbloeding wordt gestimuleerd, de aanwezige etherische oliën werken antiseptisch en het vetgehalte komt een droge huid ten goede.

Laurierolie is een heilzame olie voor het haar, huid en de nagels en kan met iedere basis olie worden gemengd.

 

 

 

 

 

 

Laurierolie is ook een belangrijk onderdeel van de Aleppo zeep.

Als je zelf zeep maakt kan je ook met Laurierolie, Olijfolie en veel geduld (de zeep heeft veel tijd nodig om te rijpen) zelf je eigen Aleppozeep maken.

 

 

 

 

Werkt goed bij : zweren en gezwellen, verkoudheidsklachten, cellulite, sportblessures, spierpijn,

zenuwpijn,  gewrichtspjjnen, reuma en jicht. Het zorgt voor een goede doorbloeding.

Laurierolie kan je zo op de huid gebruiken, maar heeft wel een sterke, kruidige geur. Indien gewenst kan je olie verdunnen met bijvoorbeeld zoete amandelolie, sesamolie of hazelnootolie.

En je kan er ook een goede massageolie van maken voor na het sporten:

Neem 20 ml. laurierolie met 20 ml. sesamolie en voeg hier 3 druppels pepermunt etherische olie en 3 druppels rozemarijn etherische olie aan toe.

 

 

 

 

 

 

 

 

God schiep de Maya’s

Standaard

categorie : religie

.

.

ec819cccc0130b5adeceea1b20c3e592 (1)

.

.

Met arendsogen speuren wij naar wat onze voorouders geloofden en wat ons tot op vandaag met hen verbindt.


Darío Caal Xi

.

De Maya’s zijn Gods eigen schepping. Als volk, als man en vrouw zijn wij door hem geschapen. Wij zijn deel van zijn lichaam, de tenen van zijn voeten, de vingers van zijn handen. God heeft ons gemaakt, hij is de Schepper en Vormgever. Als mannen en vrouwen werken wij met God mee; samen vervolmaken wij de schepping.

Ons leven is beweging en actie. Samen met anderen spannen wij ons in. Ons zweet valt op de aarde. Wij bewerken de grond tot we blaren op onze handen hebben. Ons werk, onze gedachten en woorden vormen een eenheid. Ons leven is zinvol en gelukkig wanneer er harmonie bestaat tussen de beweging van onze handen en ons hart.

De aarde is onze moeder. Zij voedt ons, beschermt ons en houdt ons in leven. Op de aarde is onze hoop gesteld. Talloze broeders en zusters, oude mannen en kinderen, volwassenen en jongeren hebben de aarde bewerkt, haar liefgehad en verdedigd. Hun inspanningen, hun zweet en bloed hebben de aarde tot onze aarde gemaakt.

Ons leven en onze spiritualiteit vinden hun oorsprong in de blijdschap. Blijdschap bij het zaaien van de maïs, wanneer de eerste plantjes opkomen, bij de oogst en bij het eten van de jonge maïs. Blijdschap wanneer een kind geboren wordt of wanneer een kind opgroeit en zelf aan het werk gaat. Blijdschap wanneer we nieuwe grond ontginnen of een nieuw huis bouwen. De blijdschap die we beleven aan onze dieren. De vreugde die we ondervinden bij het gemeenschappelijk werk voor ons dorp of ons volk.

Wij zijn een volk met een eigen geschiedenis. Wij zijn de vrucht van de ervaringen en inspanningen van onze voorouders. Wij geloven in onze eigen scheppende kracht, die zijn wortels heeft in onze eeuwenoude Maya-cultuur.

Onze cultuur is een cultuur van het leven. Wij voelen ons verbonden met de hemel en de aarde, met alle mannen en vrouwen, met God die Vader en Moeder is. Door ons werk herscheppen wij het aangezicht van Moeder Aarde. Door middel van symbolen zoeken wij gemeenschap met alles wat bestaat. Wij ervaren God op onze eigen Maya-wijze.

Onze cultuur vormt ons en voedt ons op. Onze cultuur verschaft ons medicijnen voor onze gezondheid. Wij leven in gemeenschap. Door te delen zijn wij rijk, door onze eenheid staan wij sterk bij conflicten.

Wij geloven in de God van het leven die recht zal verschaffen. Hij zal een einde maken aan honger en ellende, aan onrecht en ongelijkheid, aan bedrog, discriminatie en uitbuiting. Voor de Maya’s bestaat de zonde erin dat wij de Schepper en Vormgever beledigen, dat wil zeggen, dat wij ons afsluiten voor Hart van de Hemel, Hart van de Aarde. Elke scheiding tussen woord en daad, tussen gedachte en werk is bedrog en verbreekt het evenwicht. Onze idealen zijn goedheid, vrede, geluk, blijdschap, gemeenschapszin en vrijheid.

Voor ons is politiek dienst aan de gemeenschap. Wie dient, heeft gezag. De dienst bestaat in concrete actie tegen alles wat ons als persoon of als volk bedreigt. Wie dient, is trouw en houdt zich aan zijn woord. De wijze oude mannen en vrouwen zijn onze gids, omdat zij zijn gevormd in de harde leerschool van het leven. Dienstbaarheid van mannen en vrouwen en van heel ons volk hoort tot het wezen van ons bestaan.

Het juiste evenwicht in de wereld en in het leven van ieder mens is de vrucht van onze gezamenlijk inspanning. Harmonie kenmerkt ook het leven van God zelf. Al onze menselijke verlangens stemmen wij af op Gods eigen hart.

.

.

Afbeelding (15)

éénheid van man en vrouw

pasteltekening van John Astria

.

.

Een mens is nooit alleen, wij zijn altijd een paar. Omdat wij een paar zijn is er nieuw leven mogelijk, is er geschiedenis, vindt er verandering plaats, zijn wij gemeenschap en volk. Als paar, als man en vrouw, hebben wij eerbied voor elkaar en beminnen wij elkaar.

Personen, families en volken kunnen alleen maar bestaan wanneer er wederkerigheid is tussen man en vrouw, tussen hemel en aarde, de mens en de schepping. Wederkerigheid tussen God en mens, tussen vaders en moeders, grootouders en kleinkinderen, ouders en kinderen, tussen water en vuur, zon en maan, wind en bergen, maïs en regen, tussen zaaien en oogsten.

Man en vrouw zijn samen als een boom die leven geeft. “Ik kijk naar jou en jij kijkt naar mij; ik zorg voor jou en jij zorgt voor mij, zodat wij samen groeien. Ik geef jou schaduw en jij geeft mij schaduw. Alleen samen zijn wij compleet. Samen zijn wij een boom; wij hebben hetzelfde vlees en bloed, dezelfde wortels, dezelfde tronk, dezelfde takken en bladeren. Alleen samen brengen wij bloesem en vruchten voort.”

Wij zijn deel van de schepping, van de wereld, van de kosmos. Vader Zon beschermt ons, geeft ons licht, warmte en gezondheid. Grootmoeder Maan ontvangt ons wanneer wij geboren worden en ons eigen licht ontstoken wordt. De maan is het symbool van de oude mannen en vrouwen die ons met wijsheid richting geven. Onze Vader Regen verwekt het leven door Moeder Aarde te bevruchten. De regen is een zegen van God.

Moeder Aarde is het symbool van de vruchtbaarheid en van het heilige karakter van iedere vrouw. In haar schoot worden wij gevormd; zij voedt ons, zij geeft ons beschutting. Op de aarde lopen wij, zij is onze woonplaats. Moeder Aarde is heilig omdat zij ons leven geeft. Wanneer wij sterven, keren wij naar haar terug. Als maïskorrels worden wij in Moeder Aarde gezaaid. Liefdevol neemt zij ons op, in haar rusten wij. Moeder Aarde is Gods eigen gezicht.

Moeder Water zuivert ons, geeft ons leven en gezondheid. Het water is het bloed van Moeder Aarde. Vader Vuur is het symbool van verbondenheid en eenheid binnen de gemeenschap. Vuur nodigt uit onze ervaringen met elkaar te delen. Vuur brengt ons samen en wijst ons de weg. Vader Wind geeft ons levenskracht. Wind is beweging en adem. In de wind klinkt ons lachen en ons schreien. Wind is kracht en actie; wind bemiddelt tussen God en mens.

Moeder Maïs is ons voedsel, het leven dat door onze aders stroomt. De maïs is heilig; zij is als een moeder die haar leven geeft voor haar kinderen. Onze vaders en moeders de bergen zijn de plek waar God aanwezig is, daar treden wij met hem in contact. De bergen zijn het aangezicht van de aarde; op de bergen ervaren wij Gods eigen vrede en rust. De bergen beschermen ons; bij alles wat wij ondernemen zijn zij onze getuigen.

Wij mensen horen bij elkaar, hoe verschillend wij ook zijn. Alleen samen zijn wij vruchtbaar. In gemeenschap werken wij, vieren wij feest, beleven wij ons geloof. Samen vormen wij de tijd, samen trekken wij voort tot de dageraad aanbreekt.

Wij zijn zonen en dochters van God, die Vader en Moeder is. God is het Hart van de Hemel, het Hart van de Aarde. Aan God behoren de dag en de nacht, de bergen en de dalen, alle dieren en ook wijzelf. God is het hart van het water, van de zee en van de rivieren. God is onze oorsprong, de eigenaar van alles wat dichtbij en veraf is. God is een heilige Vader en een heilige Moeder, het middelpunt van de gemeenschap en van de vier hoeken van de wereld. God leeft en waakt zonder ophouden over ons. God is de bron van alle leven.

Onze gebeden richten zich spontaan tot God wanneer wij de dageraad aanschouwen of de ondergang van de zon, wanneer wij een berg bestijgen of de aarde bewerken, bij het zien van de bloemen en de vruchten die de aarde voortbrengt. God eren wij met muziek en zang, met dansen en met feesten. Tot God bidden wij om maïs, grond en water. Hem vragen wij kracht om als volk te groeien en onze cultuur te verdedigen. Onze Maya-priesters en zieners, onze ouderen en vroedvrouwen gaan ons daarbij voor

De vier hoeken van de wereld zijn het huis dat wij bewonen. Daar groeien wij op en bewegen wij ons; het is de ruimte waar wij lachen en huilen. Op de wereld worden wij geboren, op de wereld sterven wij. De wereld is heilig, want hij is doordrongen van het leven van God. De wereld is het middelpunt, het begin van de weg die ons naar God zelf voert.

Wij zijn verbonden met alle volken, in het oosten en het westen, in het noorden en het zuiden. Wij zijn het leven van wie reeds gestorven zijn, wij zijn de dood van wie na ons komen. Wij verenigen in ons verleden, heden en toekomst. De dood is een deel van ons leven; door de dood worden de levenden en de voorouders met elkaar verbonden.

Ook al sterven wij, wij leven voort in onze kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. De doden zijn vertrokken, maar zij zijn niet weg; wij zetten hun bestaan voort. In de dood ervaren wij de eenheid van levenden en doden. Daarom verandert ons verdriet om de dood in vreugde. Wij huilen om het leven omdat het ons zo dierbaar is.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 John Astria

John Astria

Wat is de Kabbala?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

de levensboom (sefirot) in de joodse kabbala

de levensboom (sefirot) in de joodse kabbala

 

 

Kabbala betekent ‘ontvangen’ of ‘dat was is ontvangen’. Het is de mystieke, esoterische kant van het Jodendom en zoekt een dieper begrip van de Torah dan zijn letterlijke interpretatie. De kabbala zoekt en geeft antwoorden over het wezen van God, het ontstaan van de wereld, de spirituele wereld en onze individuele relatie met God en met elkaar.

.

Volgens de kabbalisten zijn alle antwoorden op de grote vragen die elke generatie zich weer stelt, zoals, wie ben ik, waar kom ik vandaan, waarom zijn we hier, in code te vinden in de Torah. Het is lang een geheime leer gebleven die mondeling werd doorgegeven aan een select aantal rabbijnen per generatie.

De studie was voorbehouden aan getrouwde rabbijnen van boven de veertig jaar. Oningewijden die de kabbala bestudeerden, liepen het gevaar gevangen te worden door krankzinnigheid. Men vond de kennis te gevaarlijk om met de grote massa te delen. Het zou ook voor verkeerde doeleinden kunnen ingezet worden.

Men vergelijkt de kennis wel eens met die van een ui. Onder elke laag van de Torah ligt een andere verborgen laag die nieuwe, hogere inzichten onthuld. Volgens de traditie heeft de Torah 70 gezichten, wat wil zeggen dat elke passage in de Bijbel 70 verschillende lagen verbergt.

 

.

 

De geheime code

.

Elke letter in de bijbel heeft een geheime betekenis. Dit geheim werd van generatie op generatie mondeling doorgegeven.

 

We kunnen de Thora (de eerste 5 boeken van het Oude Testament) op vier niveaus lezen: letterlijk, metaforisch, allegorisch en esoterisch. Deze vier manieren verrijken elkaar in betekenis. Het zijn vier invalshoeken die elkaar versterken.

Daarnaast heeft de Thora zeventig gezichten, wat wil zeggen dat elke tekst 70 mogelijke interpretaties in zich verbergt. Het getal 70 verwijst naar het aantal volkeren dat leefde op het moment dat de mensheid de Thora geschonken werd.

“God” moest het boek in een taal schrijven die door deze 70 verschillende volkeren begrepen kon worden. Op deze manier drukt de Thora zich tegelijkertijd uit aan alle mensen, ieder op hun eigen niveau. Ieder ontvangt de kennis op zijn eigen niveau. Iedere letter, ieder woord, ieder vers betekent 70 verschillende dingen.

Zo verscheen er bijvoorbeeld in de veertiende eeuw het boek Tikkunei Zohar dat de 70 interpretaties uitlegde van de eerste drie woorden van de Thora: “In den beginne”. Daarom wordt de Thora ook wel de “levende Thora” genoemd. De tekst verandert niet maar wel ons begrip ervan, en vernieuwt zich in iedere nieuwe generatie.

 

.

 

Een jonge, verleidelijke maagd

 

In de Zohar wordt de Thora ook wel eens vergeleken met een aantrekkelijke, jonge maagd die de aandacht op zich vestigt door langzaam haar geheimen aan een minnaar te onthullen. Deze mooie jonge vrouw is opgesloten in een geheime kamer in een paleis. Iedere dag opnieuw passeert haar minnaar langs het paleis in de hoop een glimp op te vangen. Vanaf het moment dat hij haar gezicht vluchtig gezien heeft, is hij verliefd, en kan aan niets anders meer denken.

Zo is het ook met de Thora, onthult de Zohar, wie 1 moment een glimp van haar innerlijke wijsheid heeft opgevangen, is voor altijd verliefd en verlangt meer over haar te weten te komen. Eerst zal ze met hem spreken vanachter een sluier. Ze zal zich aanpassen aan dat waar hij toe in staat is te begrijpen. Ze verbergt dan nog haar wijsheid om hem niet af te schrikken. Daarna zal ze hem verhalen vertellen, raadsels opgeven, allegorieën, om zich op een diepere wijze te onthullen.

Wanneer de minnaar deze begrijpt, zal ze haar sluier afdoen en zal hij met haar kunnen spreken van gezicht tot gezicht. Dan zal ze hem al haar geheimen onthullen. Nu pas zal de minnaar haar werkelijk begrijpen en inzien hoeveel wijsheid er reeds verborgen zaten in haar eerste woorden. Vanwege de sinecure opbouw van de Thora is het natuurlijk verboden om ooit ook maar 1 letter, woord of zin van de Thora te veranderen.

Kabbalisten zijn ervan overtuigd dat er geen enkele contradictie noch fout in de Thora staat. De Thora werd ons in codetaal gegeven om ons uit te dagen de code te ontraadselen, en zelf de antwoorden te vinden omdat dit het principe van leren is. We leren het beste wanneer we klaar zijn om te leren. Wanneer we hongerig zijn naar kennis. Tegelijkertijd is ook de vorm een onderdeel van de code. De structuur van de Thora is complex omdat het de structuur van het universum in zich draagt.

De meeste vormen van de kabbala leren, dat iedere letter, ieder woord, getal en accent een verborgen betekenis bevat. Verder onderwijzen zij de methodes om achter de interpretatie van deze verborgen betekenissen te komen.

 

.

Voornaamste joodse teksten

.

Het eerste boek over de kabbala dat is geschreven, en dat nog altijd bestaat, is de Sefer Jetzira of het boek van de schepping.  Zoals voor vele joodse mystieke teksten geldt, was de Sefer Jetzira op zo’n manier geschreven, dat het onbegrijpelijk is voor mensen die het lezen zonder uitgebreide achtergrond.

Het tweede belangrijke joodse mystieke werk is de Bahir  of de verlichting. Het bestaat uit ongeveer 12.000 woorden.

Het belangrijkste werk uit de joodse mystiek is de Zohar of de pracht, schittering. Het is een esoterisch mystiek commentaar op de Thora, geschreven in het Aramees en Hebreeuws. De Zohar bevat veel van het materiaal dat in de Sefer Jetzira en de Sefer Bahir staat en breidt dit uit. Ongetwijfeld is de Zohar het ultieme werk van de kabbalistiek.

 

.

 

sefer-jetzira

sefer jatzira

 

.

 

sefer-bahir

sefer Bahir

 

 

 

0_zohar_mantuba_1558_parashath_shmot

sefer zohar

 

 

.

 

Een geloof?

 

Hoewel de kabbala op de studie van een religieuze bron, de Thora, gebaseerd is, is het uitdrukkelijk géén geloof.

.

Het uitgangspunt van de kabbala is namelijk; “geloof niets wat je niet zelf onderzocht of ondervonden hebt”. De kabbala doet een beroep op de mensen die het willen bestuderen om kritisch te zijn, om zelf ‘de leer’ te toetsen aan de eigen praktijk. Wel doceert de kabbala een groot aantal inzichten over hoe het leven werkt, hoe we als mensen met elkaar om zouden kunnen gaan, en hoe we van deze planeet een aards paradijs kunnen maken.

De kabbala hanteert daarbij als uitgangspunt dat de mens feilbaar is, dat hij fouten zal maken en op zijn bek zal gaan. Dat hoort nu eenmaal bij de ervaring van het leven, en is de reden waarom we hier zijn. We zijn hier om onszelf te ontwikkelen tot de best mogelijke vorm van onszelf. In het maken van fouten zitten dan ook vaak de grootste levenslessen verscholen.

Het doel van de mens is, volgens de kabbala, om zichzelf maximaal te ontplooien. Ieder mens zou zijn capaciteiten optimaal moeten ontwikkelen, om de vrucht ervan aan de wereld te schenken. We zijn samen verantwoordelijk voor de toestand van de wereld.

.

 

Jij betaalt de prijs voor je dromen.
Jij volgt je hart.
Het is heel onverstandig wat je doet
Maar uit onverstandige mensen zijn de grootste dingen voortgekomen.
(uit De Kabbalist)

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

voorpagina openbaring a4

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

Gods beloften in de Bijbel : deel 19, 20, 21 en 22

Standaard

categorie : religie

 

De beloften van God

 

Welke zijn voor mij?

 

Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?

 

1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

 

 

 

Richtlijnen om te onthouden:

 

    • – Bestudeer de context.

 

    • – Is het een voorwaardelijke belofte? Kijk of het woord ‘als’ in de context staat.

 

    • – God geeft ons beloften om ons te helpen ons te onderwerpen aan Zijn wil; niet om Zichzelf te buigen naar onze wil.

 

             – Ga er niet van uit dat je kunt weten wanneer de belofte vervuld zal worden.

 

Welke zijn er zoal?

 

Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:

 

Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”

 

 

Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”

 

 

Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”

 

 

Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”

 

 

1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”

 

 

Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”

 

 

1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

 

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

 

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”

 

 

 

God doet twee soorten beloften

 

De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.

De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

 

 

 

 

 

 

19 Gods beloften voor de Heilige Geest 

 

Joh.14:15 Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren. 16 En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, 17 de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn. ….25 Dit heb Ik tot u gesproken, terwijl Ik nog bij u verblijf; 26 maar de Trooster, de heilige Geest, die de Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb.

 

 

Hand.1:8 maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde.

 

 

Hand.2:38 En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen. 39 Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal.

 

 

Hand.5:32 En wij zijn getuigen van deze dingen en ook de Heilige Geest, die God hun gegeven heeft, die Hem gehoorzaam zijn.

 

 

1 Joh.2:27 En wat u betreft, de zalving, die gij van Hem ontvangen hebt, blijft op u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar, gelijk zijn zalving u leert over alle dingen, en waarachtig is en geen leugen, blijft in Hem, gelijk zij u geleerd heeft.

 

 

 

20 Gods beloften voor genezing 

 

Gen.20:17 Toen bad Abraham tot God, en God genas Abimelek en zijn vrouw en zijn slavinnen, zodat zij baarden.

 

 

Exod 15:26 zal Ik u geen enkele van de kwalen opleggen, die Ik de Egyptenaren opgelegd heb; want Ik, de Here, ben uw Heelmeester.

 

 

Mal 3:6 Voorwaar, Ik, de Here, ben niet veranderd.

 

 

2 Kon 20:1 In die dagen werd Hizkia ten dode toe ziek. …Toen keerde hij zijn gelaat naar de wand en bad tot de Here: 3 Ach, Here, gedenk toch, dat ik voor uw aangezicht in trouw en met een volkomen toegewijd hart gewandeld heb en gedaan heb wat goed is in uw ogen. En Hizkia weende luid. … Ik heb uw gebed gehoord. Ik heb uw tranen gezien; zie, Ik zal u gezond maken, op de derde dag zult gij opgaan naar het huis des Heren. 6 Ik zal aan uw levensdagen vijftien jaar toevoegen.

 

 

Jes 53:4 Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte. 5 Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden.

 

 

Spr. 4:20 Want zij zijn leven voor wie ze vinden, genezing voor hun ganse lichaam.

 

 

Psalm 107:20 Hij zond zijn woord, Hij genas hen en deed hen aan de groeve ontkomen.

 

 

Matt 8:8 Doch de hoofdman antwoordde en zeide: Here, ik ben niet waard, dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en mijn knecht zal herstellen.

 

 

Matt.8:16 Toen het nu avond werd, bracht men vele bezetenen tot Hem; en Hij dreef de geesten uit met zijn woord en die ernstig ongesteld waren genas Hij allen, 17 opdat vervuld zou worden, hetgeen gesproken werd door de profeet Jesaja, toen hij zeide: Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze ziekten heeft Hij gedragen.

 

 

Matt 9:35 Jezus trok rond langs alle steden en dorpen, hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws over het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal.

 

 

Mark 16:17 Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, ….op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden.

 

 

Luke 6:19 En de gehele schare trachtte Hem aan te raken, omdat er kracht van Hem uitging en Hij allen genas.

 

 

Hebr 13:8 Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid.

 

 

Jakobus 5:14 Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren. 15 En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten.

 

 

3 Joh.1:2 Geliefde, ik bid, dat het u in alles wèl ga en gij gezond zijt, gelijk het uw ziel wèl gaat.

 

 

 

 

21 Gods beloften van vrede, rust en tevredenheid 

 

Ps.107:9 omdat Hij de dorstende ziel heeft gelaafd en de hongerende ziel met het goede vervuld.

 

 

Matt.5:6 Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.

 

 

Jes.26:3 Standvastige zin bewaart Gij in volkomen vrede, omdat men op U vertrouwt. 4 Vertrouwt op de Here voor immer, want de Here is een eeuwige rots.

 

 

Matt.11:28 Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; 29 neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen.

 

 

Joh.14:27 Vrede laat Ik u, mijn vrede geef Ik u; niet gelijk de wereld die geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd of versaagd.

 

 

Rom.5:1 Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus.

 

 

Fil.4:7 En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.

 

 

 

22 Gods beloften voor Openbaring en wijsheid 

 

Spr.2:1 Mijn zoon, indien gij mijn woorden aanneemt en mijn geboden bij u bewaart, …4 indien gij haar zoekt als zilver en naar haar speurt als naar verborgen schatten, 5 dan zult gij de vreze des Heren verstaan en de kennis Gods vinden. 6 Want de Here geeft wijsheid.

 

 

Joh.6:45 Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen door God geleerd zijn. Een ieder, die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, komt tot Mij.

 

 

Joh.14:26 maar de Trooster, de heilige Geest, die de Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb. Spr.28:5 .. maar wie de Here zoeken, verstaan alles.

 

 

Jac.1:5 Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daarom, die aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Dertigste Miniatuur : negende visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

.

.

.

.

Dertigste Miniatuur: Negende visioen van het Derde Boek

.

.

Scivias%20T%2030_Boek%20III,9

 

De dertigste miniatuur is voor Hildegard heel belangrijk geweest, want opnieuw heeft zij de miniaturist opgedragen er een hele bladzijde aan te besteden. Aan de rechterkant kant zien we de bouw van een hoge toren. Deze toren is de Kerk en de bouwers zijn de gelovigen. Boven op de toren zien we vier gelovigen stenen neerleggen. Tegen de toren is een brede ladder geplaatst waarop wij een groep in rode gewaden zien, de martelaren, en een groep in het groen, de belijders.

Merkwaardigerwijze volgt de miniaturist niet de tekst die spreekt van gelovigen op de ladder in witte kleren met zwarte schoenen. Sommige onder hen, zegt Hildegard, overtroffen de anderen in grootte en glans. Daarom zouden de vier in rode gewaden deze geloofshelden voorstellen.

Aan de buitenzijde van de toren bevinden zich zes druk bewegende mensjes. Zij zijn de gelovigen die ondanks hun roeping de opbouw van de Kerk tegenwerken. We zien hoe één van hen zelfs het bruiloftskleed uittrekt dat hem aangereikt werd door de engelen, toen hij het kasteelplein betrad door de poort aan de Noordkant.

De gelovigen die de Kerk opbouwen hebben de medewerking van een groep van vier Godskrachten. Deze zijn groot uitgebeeld aan de linkerkant. Het is de Wijsheid, die op een voetstuk staat van zeven zuiltjes en geflankeerd wordt door de Justitia, de Fortitudo en de Sanctitas. We volgen nu de tekst van SCIVIAS:

“In het midden van het gebouw, zag ik een sokkel van zeven zuiltjes, en daarbovenop een schone gestalte: de Sapientia. Haar hoofd straalde als de bliksem en daarom is zij hier voorgesteld met een zilver hoofd. Zij was getooid met een gouden gewaad.”

We hebben reeds twee deugden ontmoet, n.l. de Castitas in miniatuur 29 en de Veritas in miniatuur 27. Zij dragen volgens de tekst gulden gewaden , maar zijn door de miniaturist in een geel kleed geschilderd. Het metaal goud is in de miniaturen zoveel gebruikt om de heiligheid in de hemelse sfeer aan te duiden, dat de kunstenaar moest uitzien naar een gewone kleur om het gouden gewaad weer te geven.

We zien op de miniatuur dat rondom de Sapientia op de sokkel zich gelijkvloers drie godskrachten bevinden. Het dichtst bij de Sapientia staat de Justitia. Zij werd door Hildegard als enorm groot beschreven, zodat zij over het gehele gebouw kon heen zien. Haar verschijning was verblindend wit, daarom dat de miniaturist deze deugd helemaal in het metaal zilver uitbeeldde.

In haar hand houdt zij een lange banderol, wat er op wijst dat deze deugd een lange toespraak houdt. Op deze niet beschreven banderollen komen we bij de bespreking van de miniaturen 33-35 terug. Dan blijven er nog twee andere godskrachten over, n.l. de Fortitudo en de Sanctitas. De Fortitudo kennen we reeds van de miniaturen 22 en 23. De harnassen vertonen grote overeenkomst.

Het enige verschil is dat de Fortitudo aan het begin van de bouw (miniatuur 22) het zwaard nog niet heeft getrokken. Bij de bouw der Kerk op het einde der tijden heft de Fortitudo fier zijn wapen omhoog. De Sanctitas verschijnt met drie hoofden, hetgeen de kunstenaar de ondankbare opdracht bezorgde een artistiek minder geslaagde figuur ten tonele te moeten voeren.

Twee hoofden in het zilver en een derde in een bleke witachtige kleur. Het middelste hoofd draagt op zijn hoofd de naam Sanctitas en zegt als verklaring: “Ik ben geboren uit de deemoed en deze heeft mij grootgebracht; mijn moeder, de deemoed, overwint alle tegenstand.” Het tweede hoofd noemt zich “wortel van het goede” en verklaart, dat het uit God zelf stamt.

Het derde hoofd met het bleke gezicht geeft zichzelf als naam “onvergeeflijk voor zich zelf”. Het heft een klaaglied aan dat het als schepsel zo weinig bijdraagt aan het goede. Het toont zijn goede wil doordat het de aanvechtingen van de duivel tracht te overwinnen.

We ontmoeten hier dus wel een heel merkwaardige voorstelling van de uiteindelijke heiligheid van de Kerk. Zij houdt het midden tussen de goddelijke en de menselijke inbreng, maar alleen de deemoed kan deze moeilijke verbintenis met succes bekronen. Deze zelfde drieëenheid zullen we tegenkomen in de volgende miniatuur.

In dit dertigste visioen maakt Hildegardis duidelijk wat zij onder mannelijk en vrouwelijk verstaat.

Bij de beschrijving van de Godskracht Sanctitas zegt zij:

“De heiligheid is met zulk een glans van de goddelijke genade overgoten, dat de diepte van haar mysterie ver boven het begrip van de mens uitgaat. Door de zwaarte van de sterfelijkheid kan de ziel noch haar vrijheid in Christus, de mannelijke vorm, noch haar onderwerping aan Hem, de vrouwelijke vorm, doorschouwen.”

Hildegard wijdt nog veel verder uit over het karakter van deze drie belangrijke deugden naast de Wijsheid Gods. Een uitsluitend in beelden vervatte uitleg van alle mysteries rondom de opgang van het geestelijk leven zowel in de Kerk als geheel valt ons moeilijk te begrijpen.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

Dertigste Miniatuur : negende visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

.

.

.

.

Dertigste Miniatuur: Negende visioen van het Derde Boek

.

.

Scivias%20T%2030_Boek%20III,9

 

De dertigste miniatuur is voor Hildegard heel belangrijk geweest, want opnieuw heeft zij de miniaturist opgedragen er een hele bladzijde aan te besteden. Aan de rechterkant kant zien we de bouw van een hoge toren. Deze toren is de Kerk en de bouwers zijn de gelovigen. Boven op de toren zien we vier gelovigen stenen neerleggen. Tegen de toren is een brede ladder geplaatst waarop wij een groep in rode gewaden zien, de martelaren, en een groep in het groen, de belijders.

Merkwaardigerwijze volgt de miniaturist niet de tekst die spreekt van gelovigen op de ladder in witte kleren met zwarte schoenen. Sommige onder hen, zegt Hildegard, overtroffen de anderen in grootte en glans. Daarom zouden de vier in rode gewaden deze geloofshelden voorstellen.

Aan de buitenzijde van de toren bevinden zich zes druk bewegende mensjes. Zij zijn de gelovigen die ondanks hun roeping de opbouw van de Kerk tegenwerken. We zien hoe één van hen zelfs het bruiloftskleed uittrekt dat hem aangereikt werd door de engelen, toen hij het kasteelplein betrad door de poort aan de Noordkant.

De gelovigen die de Kerk opbouwen hebben de medewerking van een groep van vier Godskrachten. Deze zijn groot uitgebeeld aan de linkerkant. Het is de Wijsheid, die op een voetstuk staat van zeven zuiltjes en geflankeerd wordt door de Justitia, de Fortitudo en de Sanctitas. We volgen nu de tekst van SCIVIAS:

“In het midden van het gebouw, zag ik een sokkel van zeven zuiltjes, en daarbovenop een schone gestalte: de Sapientia. Haar hoofd straalde als de bliksem en daarom is zij hier voorgesteld met een zilver hoofd. Zij was getooid met een gouden gewaad.”

We hebben reeds twee deugden ontmoet, n.l. de Castitas in miniatuur 29 en de Veritas in miniatuur 27. Zij dragen volgens de tekst gulden gewaden , maar zijn door de miniaturist in een geel kleed geschilderd. Het metaal goud is in de miniaturen zoveel gebruikt om de heiligheid in de hemelse sfeer aan te duiden, dat de kunstenaar moest uitzien naar een gewone kleur om het gouden gewaad weer te geven.

We zien op de miniatuur dat rondom de Sapientia op de sokkel zich gelijkvloers drie godskrachten bevinden. Het dichtst bij de Sapientia staat de Justitia. Zij werd door Hildegard als enorm groot beschreven, zodat zij over het gehele gebouw kon heen zien. Haar verschijning was verblindend wit, daarom dat de miniaturist deze deugd helemaal in het metaal zilver uitbeeldde.

In haar hand houdt zij een lange banderol, wat er op wijst dat deze deugd een lange toespraak houdt. Op deze niet beschreven banderollen komen we bij de bespreking van de miniaturen 33-35 terug. Dan blijven er nog twee andere godskrachten over, n.l. de Fortitudo en de Sanctitas. De Fortitudo kennen we reeds van de miniaturen 22 en 23. De harnassen vertonen grote overeenkomst.

Het enige verschil is dat de Fortitudo aan het begin van de bouw (miniatuur 22) het zwaard nog niet heeft getrokken. Bij de bouw der Kerk op het einde der tijden heft de Fortitudo fier zijn wapen omhoog. De Sanctitas verschijnt met drie hoofden, hetgeen de kunstenaar de ondankbare opdracht bezorgde een artistiek minder geslaagde figuur ten tonele te moeten voeren.

Twee hoofden in het zilver en een derde in een bleke witachtige kleur. Het middelste hoofd draagt op zijn hoofd de naam Sanctitas en zegt als verklaring: “Ik ben geboren uit de deemoed en deze heeft mij grootgebracht; mijn moeder, de deemoed, overwint alle tegenstand.” Het tweede hoofd noemt zich “wortel van het goede” en verklaart, dat het uit God zelf stamt.

Het derde hoofd met het bleke gezicht geeft zichzelf als naam “onvergeeflijk voor zich zelf”. Het heft een klaaglied aan dat het als schepsel zo weinig bijdraagt aan het goede. Het toont zijn goede wil doordat het de aanvechtingen van de duivel tracht te overwinnen.

We ontmoeten hier dus wel een heel merkwaardige voorstelling van de uiteindelijke heiligheid van de Kerk. Zij houdt het midden tussen de goddelijke en de menselijke inbreng, maar alleen de deemoed kan deze moeilijke verbintenis met succes bekronen. Deze zelfde drieëenheid zullen we tegenkomen in de volgende miniatuur.

In dit dertigste visioen maakt Hildegardis duidelijk wat zij onder mannelijk en vrouwelijk verstaat.

Bij de beschrijving van de Godskracht Sanctitas zegt zij:

“De heiligheid is met zulk een glans van de goddelijke genade overgoten, dat de diepte van haar mysterie ver boven het begrip van de mens uitgaat. Door de zwaarte van de sterfelijkheid kan de ziel noch haar vrijheid in Christus, de mannelijke vorm, noch haar onderwerping aan Hem, de vrouwelijke vorm, doorschouwen.”

Hildegard wijdt nog veel verder uit over het karakter van deze drie belangrijke deugden naast de Wijsheid Gods. Een uitsluitend in beelden vervatte uitleg van alle mysteries rondom de opgang van het geestelijk leven zowel in de Kerk als geheel valt ons moeilijk te begrijpen.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

2 Chronicles, Kronieken 10-11: From wisdom to foolishness / Van wijsheid naar domheid

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

2 Chronicles 10-11: From wisdom to foolishness

2 Kronieken 10-11: Van wijsheid naar domheid

.

Paul LeBoutillier

.

 

 

 

 

De gaven van de Heilige Geest: deel 2

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

.

Wat zijn de gaven van de Geest?

.

 

.

7d8f3ebc306877b9a8188b6d841afc7egeest

 

De gaven van de Geest zijn bijzondere vermogens die door de Heilige Geest aan christenen zijn gegeven met het doel om het lichaam van Christus op te bouwen. De lijst van geestelijke gaven in 1 Korintiërs 12:8-10 bevat: wijsheid, kennis, geloof, genezen, wonderen verrichten, profeteren, geestelijk onderscheidingsvermogen, klanktaal en het uitleggen van klanktaal. Soortgelijke lijsten vinden we in Efeziërs 4:7-13 en Romeinen 12:3-8.

De gaven van de Geest zijn eenvoudig de manier waarop God gelovigen in staat stelt om de dingen te doen waartoe Hij ons heeft geroepen. 2 Petrus 1:3 zegt: “Zijn goddelijke macht heeft ons alles geschonken wat nodig is voor een vroom leven, door de kennis van hem die ons geroepen heeft door zijn majesteit en wonderbaarlijke kracht”. De gaven van de Heilige Geest zijn een onderdeel van “alles wat nodig is” om Zijn doelen voor onze levens te vervullen.

 

.

Welke gaven heeft de Geest?

.

Men is het niet altijd eens over de exacte aard van elk van de gaven van de Geest, maar hier volgt een lijst van de geestelijke gaven en hun primaire definities.

  • De gave van wijsheid lijkt te bestaan uit het vermogen om beslissingen te nemen en anderen te leiden in overeenstemming met Gods wil.
  • De gave van kennis is het vermogen om een diep begrip te hebben van een geestelijk onderwerp of geestelijke situatie.
  • De gave van geloof is het vermogen om op God te vertrouwen en anderen aan te moedigen om ongeacht de omstandigheden op God te vertrouwen.
  • De gave van genezen is het wonderbaarlijke vermogen om Gods genezende kracht aan te wenden om iemand die ziek, gewond of mistroostig is te herstellen.
  • De gave van het verrichten van wonderen is het vermogen om tekenen en wonderen uit te voeren die Gods Woord en het Evangelie bekrachtigen.
  • De gave van profeteren is het vermogen om een boodschap van God te verkondigen.
  • De gave om te onderscheiden wat al dan niet van de Geest afkomstig is, is het vermogen om te kunnen vaststellen of een boodschap, mens of gebeurtenis al dan niet werkelijk van God afkomstig is.
  • De gave van klanktaal is het vermogen om in vreemde talen te spreken die je zelf niet eens beheerst, met als doel om met iemand te kunnen communiceren die zo’n vreemde taal spreekt.
  • De gave van het uitleggen van klanktaal is het vermogen om de klanktaal te vertalen en aan anderen in je eigen taal te kunnen communiceren.
  • De gave van beheer en bestuur is het vermogen om dingen op een georganiseerde manier en in overeenstemming met Gods principes te laten verlopen.
  • De gave van hulpverlening is een onophoudelijk verlangen om anderen te helpen en te doen wat er ook maar nodig is om een taak te voltooien.

 

 

De Heilige Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

.

Welke gaven heb ik?

.

De Heilige Geest verdeelt de gaven van de Geest zoals Hij wil (1 Korintiërs 12:7-11). God wil nooit dat we onwetend zijn over de manier waarop Hij graag wil dat wij Hem dienen. Maar we leggen soms een te grote nadruk op onze eigen geestelijke gaven. Het gevolg is dat we God dan alleen op dat gebied zullen dienen. Maar dat is niet hoe het zou moeten werken.

God roept ons op om Hem gehoorzaam te dienen. Hij zal ons uitrusten met de gaven van de Geest die wij nodig hebben om de taken uit te voeren waartoe Hij ons heeft geroepen. God roept sommigen op om anderen te onderwijzen en geeft hen daarom de gave van het onderwijzen, maar dat mag voor hem of haar geen excuus zijn om God niet ook op andere manieren te dienen. Is het nuttig om te weten welke geestelijke gave(n) God jou heeft gegeven? Natuurlijk is dat nuttig. Is het verkeerd om ons zo sterk op onze geestelijke gaven te concentreren dat we andere gelegenheden om God te dienen aan ons voorbij laten gaan? Ja!

Er bestaat geen magische formule en ook geen test om te bepalen welke gaven van de Geest jij bezit. We moeten ons concentreren op het dienen van God. Zie jij dat er in jouw gemeente een behoefte bestaat? Doe wat in jouw vermogens ligt om in die behoefte te voorzien. Is er een functie in een bediening die maar niet gevuld kan worden? Bid en vraag God of het Zijn wens is dat jij deze functie inneemt. Als we op zoek gaan naar Gods leidende hand en gehoorzaam zijn aan Zijn leiding, dan zal Hij ons uitrusten met alle gaven van de Geest die we hiervoor nodig hebben.

Er zijn toetsen die je kunt doen om te bepalen welke geestelijke gaven je hebt. Deze kunnen tot op zekere hoogte waardevol zijn om vast te stellen op welke gebieden God jou in het bijzonder heeft begiftigd. Maar je moet altijd meer nadruk leggen op Gods Woord en het onderwerpen van je eigen wil aan Zijn leiding dan op de uitslag van een dergelijke toets.

 

.

 Waar worden deze gaven voor gebruikt?

.

De Apostel Paulus gaf aan dat alle gaven van de Geest even deugdelijk zijn, maar dat zij niet alle even waardevol zijn. Hun waarde wordt vastgesteld aan de hand van hun waarde voor de kerk. Toen Paulus over dit onderwerp schreef, gebruikte hij de analogie van het menselijk lichaam. Alle delen van het lichaam hebben een functie, zo zei Paulus, maar sommige delen zijn belangrijker dan andere (1 Korintiërs 12:12-26).

De dienst van iedere Christen moet in verhouding staan tot de gaven die hij of zij heeft ontvangen (1 Korintiërs 12-14). Alle gelovigen moeten dan samen dienen, als delen van het lichaam van Christus, zodat het lichaam als geheel volledig kan functioneren. Daarom heeft een kerk voorgangers, onderwijzers, assistenten, dienaren, beheerders, mensen met een sterk geloof, enzovoorts nodig om te kunnen functioneren.

Alle gaven van de Geest moeten met elkaar samenwerken, zodat het volledige potentieel van de gemeente bereikt wordt. Omdat de gaven van de Geest gaven zijn die door Gods genade worden uitgereikt, moet het gebruik ervan beheerst worden door de liefde, de grootste van alle gaven van de Geest (1 Korintiërs 13).

 

 

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 

 John Astria

John Astria

De gaven van de Heilige Geest: deel 1

Standaard

categorie : religie

.

.

De Genadegave

.

Charisma is een Grieks woord. Het is verwant met charis, dat letterlijk betekent: ‘iets wat iemands vreugde opwekt’. ‘Charis’ wordt in christelijk perspectief ook wel vertaald met ‘genade’. Inderdaad is een charisma een genadevolle gave: een gave die een mens onverdiend ten deel valt. Iemand die een genadevolle gave heeft ontvangen, heet een Charismaticus.

 

 

7d8f3ebc306877b9a8188b6d841afc7e

 

.

.Men spreekt ook wel over negen charismata

.

De charismata (meervoud van charisma) zijn gaven die de Heilige Geest uitdeelt aan personen met het oog op het Heil van anderen. In zijn eerste brief aan de Korintiërs onderscheidt de Apostel Paulus negen charismata: Aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven; aan een ander een woord van kennis, krachtens dezelfde Geest; aan een derde door dezelfde Geest het geloof; en aan weer anderen schenkt diezelfde Geest de gave om ziekten te genezen, de kracht om wonderen te doen, de gave van de profetie, de onderscheiding van geesten, het vermogen om in talen te spreken of de betekenis ervan uit te leggen.

Dit alles is het werk van één en dezelfde Geest, die aan ieder zijn gaven uitdeelt zoals Hij het wil. (1 Kor. 12, 8-11). De middeleeuwse kerkleraar Thomas van Aquino heeft deze negen charismata in zijn Summa Theologiae geïnterpreteerd. (Summa Theologiae II, IIae, qu 171 e.v.)

 

.

.

1 : Het woord van wijsheid

Als een christen over het ‘woord van wijsheid’ beschikt, dan is hij in staat hij zijn medegelovigen te helpen om uit de geloofswaarheden conclusies te trekken die de geloofsleer verrijken.

.

.

.

2 : Het woord van kennis

Het is niet helemaal duidelijk wat het ‘woord van kennis’ precies inhoudt. Sommige theologen denken dat het woord van kennis het vermogen is om menselijke kennis in dienst te stellen van de verklaring van de Heilige Schrift.

.

.

.

3 : De gave van het geloof

Met het charisma van het geloof wordt niet bedoeld het vermogen om te geloven in datgene wat er is geopenbaard. Het gaat bij dit charisma volgens Thomas om een bijzondere zekerheid met betrekking tot wonderen die staan te gebeuren.

.

.

.

4 : De gave van de genezing

Het genezingscharisma moet worden onderscheiden van de vaardigheden van een arts. Het gaat er hier om mensen lichamelijk en geestelijk te reinigen van het Kwaad. Genezing is op deze wijze een teken van Gods verlossende kracht.

.

.

.

5 : Het doen van wonderen

Als een gelovige een wonder verricht dan doet hij of zij dit niet uit eigen kracht, maar dankzij de Heilige Geest. Het doel van dit charisma is niet het doen van onverklaarbare dingen, maar de bekrachtiging van de Blijde Boodschap. Charismatici die wonderen verrichten zoeken beslist niet de faam van de tovenaar, maar proberen met hun bijzondere handelwijze de verkondiging geloofwaardig te maken.

.

.

.

6 : Profetie

Vaak denkt men bij profetie aan het doen van een toekomstvoorspelling. Maar iemand die de profetische gave heeft ontvangen is bovenal een doorgever van goddelijke boodschappen. De RK-Kerk leert dat een profetie van een charismaticus nooit iets wezenlijks kan toevoegen aan datgene wat al geopenbaard is. Het charisma van de profetie is vooral bedoeld om de geloofsgemeenschap te sterken in het geloof.

.

.

.

7 : Onderscheiding der geesten

De onderscheiding der geesten is het heldere inzicht waardoor een goede intentie van een kwade kan worden onderscheiden. Omdat het kwade vaak de gedaante van het goede aanneemt, beschermt dit charisma de geloofsgemeenschap tegen valse profeten, oplichters en de Antichrist, de aartsvijand van Christus’ Kerk.

.

.

.

8 : Spreken en vertolken van talen

Het charisma van de gave der talen kan tot uiting komen in glossolalie of xenoglossie. Glossolalie komt voor bij mensen die vervuld zijn van de Geest. In deze extatische toestand spreken zij een onbegrijpelijke taal. Xenoglossie is het charisma om talen te spreken die de spreker eigenlijk onbekend zijn. De apostel Paulus spreekt wat de talengave betreft ook nog van het charisma van de vertolking. Dit charisma betreft het vermogen om de onbegrijpelijke taal van glossolalie te verklaren en om vreemde talen te verstaan, zonder ze geleerd te hebben.

.

.

.

9. De vertolking van tongen

De vertolking van de uiting die voor de spreker zelf en de leden van de gemeente onverstaanbaar was.

.

.

De Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

HOE SPREEKT DE BIJBEL OVER DE HEILIGE GEEST ?

.

1. De Heilige Geest in het Oude Testament

 

-Het Oude Testament noemt de (Heilige) Geest 88 keer.
-23 van de 39 boeken hebben iets over de Heilige Geest te vertellen.
-De benaming Heilige(n) Geest word maar 3x gebruikt.
Psalm 51:11, Jesaja 63:10,11
-Andere benamingen worden ook gebruikt zoals “de Geest van God”. (Genesis 1)

PS 88 > 8+8 is 16> 1+6 is 7 : een heilig getal

 

2. De Heilige Geest in het Nieuwe Testament

 

-In het Nieuwe Testament word de Heilige Geest 264 keer genoemd
-Ongeveer 60 keer in de vier Evangeliën.
-Het boek van Handelingen heeft 57 referenties.
-De brieven bevatten 132 referenties
-Drie brieven maken geen referentie naar de Heilige Geest en dat zijn Filemon, 2 Johannes en 3 Johannes.

De Heilige Geest heeft altijd een hele belangrijke rol gespeeld in het plan van God.

PS 264 > 2+6+4 is 12 > 1+2 is 3 : het getal van God

 

.

De rol van de Heilige Geest in het leven van Jezus

.

1. Jezus werd geboren door verwekking van de Heilige Geest. (Matteüs 1: 20, Lukas 1:30-35)

.

2. Verschillende mensen werden geïnspireerd door de Heilige Geest om hen kennis te laten hebben van de geboorte van Jezus.
-Elizabeth. Lukas 1: 41, 42.
-Zacharias. Lukas 1: 67-79
-Simeon. Die het kleine kind zag toen het in de Tempel voorgedragen werd.
Luk. 2: 25-35

.

3. Zijn aanwezigheid bij de doop van Jezus.

.

 

 -Hij kwam in de vorm van een duif. Matteüs 3:13-17, Lukas 3: 21-22

 

4. Zijn aanwezigheid gedurende de verleidingen in de woestijn.
-Jezus was vervuld van de Geest. Lukas 4: 1
-Werd de woestijn ingeleid om verzocht te worden. Lukas 4:1

.

5. Zijn aanwezigheid gedurende de bediening van Jezus.
-Jezus kwam in de “kracht van de Geest” om te leren in de Synagoge. Lukas 4: 14-15
-Hij refereerde naar de Profeet Jesaja toen die had gezegd: “de Geest van God is op mij”. Lukas 4: 16-19
-Bij één gebeurtenis werd er gezegd dat Jezus zich verheugde in de Geest. Lukas 10:21
-Jezus zei dat Hij de duivelen uitwierp door de Geest. Matteüs 12: 28

 

.

Gaven en talenten

 

Dikwijls wordt gevraagd wat nu het verschil is tussen geestelijke gaven en de natuurlijke talenten die alle mensen hebben.
Natuurlijke talenten zijn bekwaamheden die de goede Schepper in zijn algemene genade aan alle mensen schenkt bij hun geboorte met het oog op het leven in de samenleving. Geestelijke gaven zijn bekwaamheden die God de Heilige Geest, als de Vernieuwer van ons leven, aan alle christenen schenkt bij hun wedergeboorte met het oog op de opbouw van de gemeente.

 

.

Genadegaven vallen niet samen met natuurlijke talenten, maar hangen er vaak wel mee samen. De Heilige Geest kan onze natuurlijke talenten in dienst nemen, heiligen en boven zichzelf uit laten reiken. Zo kan Hij onze natuurlijke vermogens transformeren tot geestelijke gaven.

 

 

Hoe weet je of dat het geval is?

.

Je kunt het opmaken uit het effect van je werk. Worden je talenten duidelijk door God gebruikt in het kader van de gemeenteopbouw? Ontvangen anderen een zegen van God door jouw dienst? Dan zou het wel eens kunnen zijn dat God die talenten doorgloeit met zijn Geest en zo ‘opwaardeert’ tot geestelijke gaven. In elk geval is het niet automatisch zo dat natuurlijke talenten en geestelijke gaven in één lijn liggen.

.

.

Hoe leer je je gaven kennen?

.

Vaak merken anderen in de gemeente je gaven eerder op dan jezelf. Dan gaan ze je vragen om juist die dingen die bij je gaven horen, vaker te doen. Soms zullen ze het zelfs tegen je zeggen: “Ik ervaar dat God jou die of die gave heeft gegeven.” Ik denk dat het heel belangrijk is dat we zulke dingen tegen elkaar zeggen. Het is een bevestiging en kan je helpen om meer helderheid over je gaven te krijgen.

Soms zul je het zelf ontdekken doordat het je opvalt dat bepaalde dingen je goed afgaan, dat je er vreugde in vindt en dat God je zo gebruikt. Soms ontdek je het door te experimenteren. Door allerlei dingen aan te pakken en te zien hoe het gaat. Dan zal ook wel eens blijken dat je bepaalde gaven absoluut niet hebt. Wees er blij om, want op dat terrein zal je voornaamste roeping dan ongetwijfeld niet liggen!

 

.

Parapsychologie

.

Omdat charismata vaak gepaard gaan met onverklaarbare verschijnselen, zijn ze geliefde objecten van de psychologie en de parapsychologie. In de parapsychologie worden sommige paranormale verschijnselen die bij christelijke heiligen zijn waargenomen als charismata aangeduid, ofschoon de Kerk dit woord bij deze verschijnselen vermijdt. In de Kerk is namelijk echt alleen sprake van een charisma als de Heilige Geest de oorsprong van het verschijnsel is.

Paranormale verschijnselen die abusievelijk als charismata worden aangeduid zijn bijvoorbeeld stigmatisatie (het ontvangen van Christus’ wonden), levitatie (als een persoon opstijgt), bilocatie (als een persoon op twee plaatsen tegelijk verschijnt), helderziendheid en salamandrie (als iemand niet door vuur verbrand raakt). Waarschijnlijk zullen voor veel van deze verschijnselen op den duur natuurlijke verklaringen gevonden worden.

.

 

3d-gouden-pijl-5271528-e1444214465852.jp

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA